BIJBELBOEK Jesaja 21 - Js 21 - - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -
Deze websitepagina is een onderdeel van de website van Arseen De Kesel : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.html.

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach :Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - Z -

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Jesaja vers per vers - Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -



Bibliografie : http://www.soniclight.com/constable/notes/pdf/isaiah.pdf .

- Js 21,1-17 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -

Js 21,1 - Js 21,1 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21 1to orama tès erèmou ôs kataigis di' erèmou dielthoi ex erèmou erchomenè ek gès foberon  1 onus deserti maris sicut turbines ab africo veniunt de deserto venit de terra horribili     1 De last der woestijn aan de zee. Gelijk de wervelwinden in het zuiden henen doorgaan, zal hij uit de woestijn komen, uit een vreselijk land.   [1] Uitspraak* over de woestijn* bij de zee: Als stormvlagen die over de Negeb jagen komt het onheil opzetten uit de woestijn, uit een schrikwekkend land.   [1] Profetie over de woestijn aan de zee. Zoals de stormen over de Negev, vlaag na vlaag, zo zal het onheil komen uit de woestijn, uit een angstaanjagend land.   1 ¶ Draaglast van de woestijn aan de zee; zoals windhozen in de Negev voorbijglijden zal hij komen uit de woestijn, uit een vreeswekkend land.   1. Oracle sur le désert de la mer. Comme des ouragans qui passent dans le Négeb, il vient du désert, d'un pays redoutable.  

King James Bible . 21 [1] The burden of the desert of the sea. As whirlwinds in the south pass through; so it cometh from the desert, from a terrible land.
Luther-Bibel . 21 1 Dies ist die Last für die Wüste: Wie ein Wetter vom Süden herfährt, so kommt's aus der Wüste, aus einem schrecklichen Lande.

Tekstuitleg van Js 21,1 .

1. mashshâ´ (profetie, godsspraak) . Taalgebruik in Tenach : mashshâ´ (profetie, godsspraak) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , shin = 21 of 300 , aleph = 1 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 341 (11 X 31) . Structuur : 4 - 3 - 1 . Tenach (37) . 12 kl. Prof. (4) : (1) Nah 1,1 . (2) Zach 9,1 . (3) Zach 12,1 . (4) Mal 1,1 . Js (12) : (1) Js 13,1 . (2) Js 15,1 . (3) Js 17,1 . (4) Js 19,1 . (5) Js 21,1 . (6) Js 21,11 . (7) Js 21,13 . (8) Js 22,1 . (9) Js 23,1 . (10) Js 30,6 . (11) Js 46,1 . (12) Js 46,2 . Zie ook Spr 30,1 . Spr 31,1 . hammashshâ´ (profetie, godsspraak) . Tenach (10) . js (2) : (1) Js 14,28 . (2) Js 22,25 . In Js komt mashshâ´ (profetie, godsspraak) 12X voor . In Js 1-39 : 10X , in Js 40-55 : 2X .

Js 21,2 - Js 21,2 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2to orama kai sklèron anèggelè moi o athetôn athetei o anomôn anomei ep' emoi oi ailamitai kai oi presbeis tôn persôn ep' eme erchontai nun stenaxô kai parakalesô emauton  2 visio dura nuntiata est mihi qui incredulus est infideliter agit et qui depopulator est vastat ascende Aelam obside Mede omnem gemitum eius cessare feci    2 Een hard gezicht is mij te kennen gegeven: die trouweloze handelt trouwelooslijk, en die verstoorder verstoort; trek op, o Elam! beleger ze, o Media! Ik heb al haar zuchting doen ophouden.   [2] Een somber visioen werd voor mij ontvouwd. Geweldenaars plegen geweld en verwoesters richten verwoestingen aan. Trek op, Elamieten*. Beleger, Meden*. Aan al het zuchten maak Ik een einde.  [2] Een aangrijpend visioen heeft de HEER mij geopenbaard: de verrader pleegt verraad, de verwoester verwoest. Inwoners van Elam, val aan! Meden, sla het beleg! De HEER maakt aan het lijden van de verdrukten een eind.   2 Een hard schouwspel is mij gemeld: de verrader verraadt en de verdelger verdelgt, klim op, Elam, beleger, Medië; al het zuchten zal ik doen ophouden!   2. Une vision sinistre m'a été révélée : « Le traître trahit et le dévastateur dévaste. Monte, Élam, assiège, Mède! » J'ai fait cesser tous les gémissements.  

King James Bible . [2] A grievous vision is declared unto me; the treacherous dealer dealeth treacherously, and the spoiler spoileth. Go up, O Elam: besiege, O Media; all the sighing thereof have I made to cease.
Luther-Bibel . 2 Mir ist eine harte Offenbarung angezeigt: »Der Räuber raubt, und der Verwüster verwüstet. Elam, zieh herauf! Medien, belagere! Ich will allem Seufzen ein Ende machen.«

Tekstuitleg van Js 21,2 .

Js 21,3 - Js 21,3 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3dia touto eneplèsthè è osfus mou ekluseôs kai ôdines elabon me ôs tèn tiktousan èdikèsa to mè akousai espoudasa to mè blepein  3 propterea repleti sunt lumbi mei dolore angustia possedit me sicut angustia parientis corrui cum audirem conturbatus sum cum viderem    3 Daarom zijn mijn lendenen vol van grote krankheid, bange weeën hebben mij aangegrepen, gelijk de bange weeën van een, die baart; ik krom mij van horen, ik word ontsteld van het aanzien.   [3] Daarom worden mijn lendenen door een siddering bevangen en weeën grijpen mij aan als de weeën van een barende vrouw; ik ben verbijsterd door wat ik hoor, ontdaan door wat ik zie.   [3] Ik sta te trillen op mijn benen, ik krimp ineen als een vrouw in barensnood. Wat ik hoor verbijstert me, wat ik zie ontstelt me.  3 Daarom zijn mijn heupen vol van angstkramp, hebben weeën mij aangegrepen als de weeën van een die baart; ik ben gekromd van wat ik hoor, verbijsterd van wat ik zie.   3. C'est pourquoi mes reins sont remplis d'angoisse, des convulsions m'ont saisi comme les convulsions de la femme qui enfante; je suis trop bouleversé pour entendre, trop troublé pour voir.  

King James Bible . [3] Therefore are my loins filled with pain: pangs have taken hold upon me, as the pangs of a woman that travaileth: I was bowed down at the hearing of it; I was dismayed at the seeing of it.
Luther-Bibel . 3 Darum sind meine Lenden voll Schmerzen, und Angst hat mich ergriffen wie eine Gebärende. Ich krümme mich, wenn ich's höre, und erschrecke, wenn ich's sehe.

Tekstuitleg van Js 21,3 .

Js 21,4 - Js 21,4 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4è kardia mou planatai kai è anomia me baptizei è psuchè mou efestèken eis fobon  4 emarcuit cor meum tenebrae stupefecerunt me Babylon dilecta mea posita est mihi in miraculum     4 Mijn hart dwaalt, gruwen verschrikt mij, de schemering, waar ik naar verlangd heb, stelt Hij mij tot beving.   [4] Ontredderd is mijn hart, paniek overvalt mij; de schemering*, die mij zo lief was, is nu een verschrikking voor mij!   [4] Mijn hart beeft, ik ben door angst bevangen; de HEER heeft mijn dierbare avondschemer veranderd in een nachtmerrie.   4 Van slag is mijn hart, ontzetting heeft mij overweldigd; de schemering, ooit mijn lust, heeft hij mij tot verschrikking gemaakt.  4. Mon cœur s'égare, un frisson me terrifie; le crépuscule auquel j'aspirais devient ma terreur.  

King James Bible . [4] My heart panted, fearfulness affrighted me: the night of my pleasure hath he turned into fear unto me.
Luther-Bibel . 4 Mein Herz zittert, Grauen hat mich erschreckt; auch am Abend, der mir so lieb ist, habe ich keine Ruhe.

Tekstuitleg van Js 21,4 .

Js 21,5 - Js 21,5 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5etoimason tèn trapezan piete fagete anastantes oi archontes etoimasate thureous 5 pone mensam contemplare in specula comedentes bibentes surgite principes arripite clypeum     5 Bereid de tafel, zie toe, gij wachter! eet, drink; maakt u op, gij vorsten, bestrijkt het schild!   [5] De* tafel wordt gedekt, kleden gespreid, men eet en drinkt. Vooruit, bevelhebbers, smeer de schilden,   [5] Het feestmaal is aangericht, de kleden zijn uitgespreid, er wordt gegeten en gedronken. Sta op, vorsten, vet uw schilden in!   5 De tafel aanrichten, het tapijt spreiden, eten en drinken?– staat op, vorsten, zalft het schild! •  5. On dresse la table, on met la nappe; on mange, on boit. Debout, chefs! Graissez le bouclier! 

King James Bible . [5] Prepare the table, watch in the watchtower, eat, drink: arise, ye princes, and anoint the shield.
Luther-Bibel . 5 Deckt den Tisch, breitet den Teppich aus, esst und trinkt! Macht euch auf, ihr Fürsten, salbt den Schild!

Tekstuitleg van Js 21,5 .

Js 21,6 - Js 21,6 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6oti outôs eipen kurios pros me badisas seautô stèson skopon kai o an idès anaggeilon  6 haec enim dixit mihi Dominus vade et pone speculatorem et quodcumque viderit adnuntiet     6 Want aldus heeft de Heere tot mij gezegd: Ga heen, zet een wachter, laat hem aanzeggen, wat hij ziet.   [6] want de Heer heeft mij gezegd: ‘Zet een wachter neer, die moet melden wat hij ziet.   [6] Want dit heeft de Heer mij gezegd: ‘Zet een wachtpost uit, laat hem melden wat hij ziet.   6 Want zo heeft tot mij gezegd mijn Heer: ga, stel de wachter op die wat hij ziet zal melden!–  6. Car ainsi m'a parlé le Seigneur : « Va, place un guetteur! Qu'il annonce ce qu'il voit!  

King James Bible . [6] For thus hath the Lord said unto me, Go, set a watchman, let him declare what he seeth.
Luther-Bibel . 6 Denn so hat der Herr zu mir gesagt: »Geh hin, stelle den Wächter auf; was er schaut, soll er ansagen!

Tekstuitleg van Js 21,6 .

Js 21,7 - Js 21,7 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7kai eidon anabatas ippeis duo anabatèn onou kai anabatèn kamèlou akroasai akroasin pollèn  7 et vidit currum duorum equitum ascensorem asini et ascensorem cameli et contemplatus est diligenter multo intuitu     7 En hij zag een wagen, een paar ruiters, een wagen met ezels, een wagen met kemels; en hij merkte zeer nauw op, met grote opmerking.  [7] Als hij strijdwagens ziet, met ingespannen paarden, een legertroep met ezels en kamelen, dan moet hij scherp, zeer scherp opletten.’   [7] Ziet hij strijdwagens, met paarden bespannen, een karavaan met ezels en kamelen, laat hij dan toezien, nauwlettend toezien.’   7 zal hij gerij zien, een toom paarden, een bereden ezel, een bereden kameel,– heeft hij scherp opgelet, héél scherp, dan moet hij roepen ‘leeuw!’  7. Il verra de la cavalerie, des cavaliers deux par deux, des hommes montés sur des ânes, des hommes montés sur des chameaux; qu'il observe avec attention, avec grande attention. »  

King James Bible . [7] And he saw a chariot with a couple of horsemen, a chariot of asses, and a chariot of camels; and he hearkened diligently with much heed:
Luther-Bibel . 7 Und sieht er einen Zug von Wagen mit Rossen, einen Zug von Eseln und Kamelen, so soll er darauf Acht geben mit allem Eifer.«

Tekstuitleg van Js 21,7 .

Js 21,8 - Js 21,8 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai kaleson ourian eis tèn skopian kuriou kai eipen estèn dia pantos èmeras kai epi tès parembolès estèn olèn tèn nukta  8 et clamavit leo super specula Domini ego sum stans iugiter per diem et super custodiam meam ego sum stans totis noctibus    8 En hij riep: Een leeuw, Heere! ik sta op den wachttoren geduriglijk bij dag, en op mijn hoede zet ik mij ganse nachten.   [8] De wachter roept: ‘De hele dag sta ik op de wachttoren, Heer, en alle nachten blijf ik trouw op mijn post.’   [8] De wachter* zegt: ‘Heel de dag sta ik op wacht, Heer, elke nacht blijf ik op mijn post.’   8 Op een wachttoren, mijn Heer, sta ik bestendig overdag, op mijn waakpunt posteer ik mij heel de nacht.   8. Et le guetteur a crié : « Sur la tour de guet, Seigneur, je me tiens tout le long du jour, à mon poste de garde, je suis debout toute la nuit.  

King James Bible . [8] And he cried, A lion: My lord, I stand continually upon the watchtower in the daytime, and I am set in my ward whole nights:
Luther-Bibel . 8 Da rief der Späher: Herr, ich stehe auf der Warte bei Tage immerdar und stelle mich auf meine Wacht jede Nacht.

Tekstuitleg van Js 21,8 .

Js 21,9 - Js 21,9 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
 9 καὶ ἰδοὺ αὐτὸς ἔρχεται ἀναβάτης ξυνωρίδος. καὶ ἀποκριθεὶς εἶπε· πέπτωκε πέπτωκε Βαβυλών, καὶ πάντα τὰ ἀγάλματα αὐτῆς, καὶ τὰ χειροποίητα αὐτῆς συνετρίβησαν εἰς τὴν γῆν. 9 ecce iste venit ascensor vir bigae equitum et respondit et dixit cecidit cecidit Babylon et omnia sculptilia deorum eius contrita sunt in terram     9 En zie nu, daar komt een wagen mannen, en een paar ruiters! Toen antwoordde hij, en zeide: Babel is gevallen, zij is gevallen! en al de gesneden beelden harer goden heeft Hij verbroken tegen de aarde.   [9] Daar zijn zij, de strijdwagens, bemand en met ingespannen paarden. En hij roept: ‘Babel is gevallen, gevallen! Alle afgodsbeelden liggen verbrijzeld op de grond.’   [9] Daar komen soldaten op strijdwagens, wagens, met paarden bespannen. Dan roept hij: ‘Gevallen, gevallen is Babel! Al zijn godenbeelden liggen verbrijzeld!’   9 Zie, daar komt een man aanrijden, een toom paarden; hij antwoordt en zegt: gevallen is ze, gevallen is Babel!– en alle snijbeelden van haar goden heeft hij verbrijzeld, ze liggen ter aarde!   9. Et voici que vient la cavalerie, des cavaliers deux par deux. » Il a repris la parole et dit : « Elle est tombée, Babylone, elle est tombée, et toutes les images de ses dieux, il les a brisées à terre. » 

King James Bible . [9] And, behold, here cometh a chariot of men, with a couple of horsemen. And he answered and said, Babylon is fallen, is fallen; and all the graven images of her gods he hath broken unto the ground.
Luther-Bibel . 9 Und siehe, da kommen Männer, ein Zug von Wagen mit Rossen; die heben an und sprechen: Gefallen ist Babel, es ist gefallen, und alle Bilder seiner Götter sind zu Boden geschlagen!

וְהִנֵּה-זֶה בָא רֶכֶב אִישׁ, צֶמֶד פָּרָשִׁים; וַיַּעַן וַיֹּאמֶר, נָפְלָה נָפְלָה בָּבֶל, וְכָל-פְּסִילֵי אֱלֹהֶיהָ, שִׁבַּר לָאָרֶץ.

Tekstuitleg van Js 21,9 .

 

Js 21,10 - Js 21,10 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10akousate oi kataleleimmenoi kai oi odunômenoi akousate a èkousa para kuriou sabaôth o theos tou israèl anèggeilen èmin  10 tritura mea et fili areae meae quae audivi a Domino exercituum Deo Israhel adnuntiavi vobis     10 O mijn dorsing, en de tarwe mijns dorsvloers! wat ik gehoord heb van den HEERE der heirscharen, den God Israëls, dat heb ik ulieden aangezegd.  [10] O mijn volk, vertrapt op de dorsvloer*, wat ik gehoord heb van de heer van de machten, de God van Israël, dat verkondig ik u.   [10] Mijn volk, vertrapt en vertreden als op de dorsvloer, de HEER van de hemelse machten, de God van Israël, heeft mij dit laten weten, en ik heb het jullie gemeld.   10 O mijn vertreding, zoon van mijn dorsvloer!, wat ik gehoord heb van bij de ENE, de Omschaarde, Israëls God, heb ik u gemeld! ••  10. Toi que j'ai foulé, grain de mon aire, ce que j'ai appris de Yahvé Sabaot, Dieu d'Israël, je te l'annonce.  

King James Bible . [10] O my threshing, and the corn of my floor: that which I have heard of the LORD of hosts, the God of Israel, have I declared unto you.
Luther-Bibel . 10 Mein zerdroschenes und zertretenes Volk! Was ich gehört habe vom HERRN Zebaoth, dem Gott Israels, das verkündige ich euch. Sprüche über Edom und Arabien

Tekstuitleg van Js 21,10 .

Js 21,11 - Js 21,11 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11to orama tès idoumaias pros eme kalei para tou sèir fulassete epalxeis  11 onus Duma ad me clamat ex Seir custos quid de nocte custos quid de nocte     11 De last van Duma. Men roept tot mij uit Seir: Wachter! wat is er van den nacht? Wachter! wat is er van den nacht?   [11] Uitspraak over Duma*: Men roept mij vanuit Seïr*: ‘Wachter, hoe ver is de nacht? Wachter, hoe ver is de nacht?’   [11] Profetie over Duma. Vanuit de Seïr roept men naar mij: ‘Wachter, hoe lang nog duurt de nacht? Wachter, hoe lang nog duurt de nacht?’   11 ¶ Draaglast over Doema; tot mij roept iemand vanuit Seïr: wachter, hoever is de nacht, wachter, hoever is de nacht?–   11. Oracle sur Duma. Vers moi on crie depuis Séïr : « Veilleur, où en est la nuit ? Veilleur, où en est la nuit ? » 

King James Bible . [11] The burden of Dumah. He calleth to me out of Seir, Watchman, what of the night? Watchman, what of the night?
Luther-Bibel . 11 Dies ist die Last für Duma: Man ruft zu mir aus Seïr: Wächter, ist die Nacht bald hin? Wächter, ist die Nacht bald hin?

Tekstuitleg van Js 21,11 .

1. mashshâ´ (profetie, godsspraak) . Taalgebruik in Tenach : mashshâ´ (profetie, godsspraak) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , shin = 21 of 300 , aleph = 1 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 341 (11 X 31) . Structuur : 4 - 3 - 1 . Tenach (37) . 12 kl. Prof. (4) : (1) Nah 1,1 . (2) Zach 9,1 . (3) Zach 12,1 . (4) Mal 1,1 . Js (12) : (1) Js 13,1 . (2) Js 15,1 . (3) Js 17,1 . (4) Js 19,1 . (5) Js 21,1 . (6) Js 21,11 . (7) Js 21,13 . (8) Js 22,1 . (9) Js 23,1 . (10) Js 30,6 . (11) Js 46,1 . (12) Js 46,2 . Zie ook Spr 30,1 . Spr 31,1 . hammashshâ´ (profetie, godsspraak) . Tenach (10) . js (2) : (1) Js 14,28 . (2) Js 22,25 . In Js komt mashshâ´ (profetie, godsspraak) 12X voor . In Js 1-39 : 10X , in Js 40-55 : 2X .

Js 21,12 - Js 21,12 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12fulassô to prôi kai tèn nukta ean zètès zètei kai par' emoi oikei  12 dixit custos venit mane et nox si quaeritis quaerite convertimini venite    12 De wachter zeide: De morgenstond is gekomen, en het is nog nacht; wilt gijlieden vragen, vraagt; keert weder, komt.   [12] De wachter antwoordt: ‘De ochtend is gekomen, de nacht is voorbij. Als* u iets wilt vragen, vraag het dan, kom terug.’   [12] En de wachter antwoordt: ‘De morgen komt, en ook de nacht. Wilt u iets vragen, kom dan terug en vraag het.’   12 toen zei de wachter: genaakt is een ochtend maar ook een nacht; als ge wilt speuren, bespeurt het, keert om, genaakt! ••   12. Le veilleur répond : « Le matin vient, puis encore la nuit. Si vous voulez interroger, interrogez! Revenez! Venez! »  

King James Bible . [12] The watchman said, The morning cometh, and also the night: if ye will inquire, inquire ye: return, come.
Luther-Bibel . 12 Der Wächter aber sprach: Wenn auch der Morgen kommt, so wird es doch Nacht bleiben. Wenn ihr fragen wollt, so kommt wieder und fragt.

Tekstuitleg van Js 21,12 .

Js 21,13 - Js 21,13 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13en tô drumô esperas koimèthèsè en tè odô daidan  13 onus in Arabia in saltu ad vesperam dormietis in semitis Dodanim     13 De last tegen Arabië. In het woud van Arabië zult gijlieden vernachten, o gij reizende gezelschappen van Dedanieten!   [13] Uitspraak over Arabië: ‘Breng de nacht door in het kreupelhout van Arabië, karavanen van de Dedanieten*.   [13] Profetie over Arabië. Sla jullie kamp op in het woud van Arabië, karavanen van de Dedanieten.   13 ¶ Draaglast voor de Avondsteppe; in het woud in de Avondsteppe zult ge vernachten, karavanen der Dedanieten!   13. Oracle dans la steppe. Dans les taillis, dans la steppe, vous passez la nuit, caravanes de Dédanites.  

King James Bible . [13] The burden upon Arabia. In the forest in Arabia shall ye lodge, O ye travelling companies of Dedanim.
Luther-Bibel . 13 Dies ist die Last für Arabien: Ihr müsst im Gestrüpp, in der Steppe über Nacht bleiben, ihr Karawanen der Dedaniter.

Tekstuitleg van Js 21,13 .

1. mashshâ´ (profetie, godsspraak) . Taalgebruik in Tenach : mashshâ´ (profetie, godsspraak) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , shin = 21 of 300 , aleph = 1 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 341 (11 X 31) . Structuur : 4 - 3 - 1 . Tenach (37) . 12 kl. Prof. (4) : (1) Nah 1,1 . (2) Zach 9,1 . (3) Zach 12,1 . (4) Mal 1,1 . Js (12) : (1) Js 13,1 . (2) Js 15,1 . (3) Js 17,1 . (4) Js 19,1 . (5) Js 21,1 . (6) Js 21,11 . (7) Js 21,13 . (8) Js 22,1 . (9) Js 23,1 . (10) Js 30,6 . (11) Js 46,1 . (12) Js 46,2 . Zie ook Spr 30,1 . Spr 31,1 . hammashshâ´ (profetie, godsspraak) . Tenach (10) . js (2) : (1) Js 14,28 . (2) Js 22,25 . In Js komt mashshâ´ (profetie, godsspraak) 12X voor . In Js 1-39 : 10X , in Js 40-55 : 2X .

Js 21,14 - Js 21,14 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14eis sunantèsin dipsônti udôr ferete oi enoikountes en chôra thaiman artois sunantate tois feugousin  14 occurrentes sitienti ferte aquam qui habitatis terram austri cum panibus occurrite fugienti     14 Komt den dorstige tegemoet met water; de inwoners des lands van Thema zijn den vluchtende met zijn brood bejegend.   [14] Breng de dorstigen water, bewoners van Tema*, ga de vluchtelingen met brood tegemoet.   [14] Breng de vluchtelingen brood, inwoners van Tema, geef de dorstigen water. 14 Doet, een dorstige tegemoet, water genaken,– ingezetenen van het land van Tema, bejegent een vluchteling met zijn brood!   14. A la rencontre de l'assoiffé, apportez de l'eau! Les habitants du pays de Téma sont allés avec du pain au-devant du fugitif.  

King James Bible . [14] The inhabitants of the land of Tema brought water to him that was thirsty, they prevented with their bread him that fled.
Luther-Bibel . 14 Bringt den Durstigen Wasser entgegen, die ihr wohnt im Lande Tema; bietet Brot den Flüchtigen.

Tekstuitleg van Js 21,14 .

Js 21,15 - Js 21,15 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15dia to plèthos tôn feugontôn kai dia to plèthos tôn planômenôn kai dia to plèthos tès machairas kai dia to plèthos tôn toxeumatôn tôn diatetamenôn kai dia to plèthos tôn peptôkotôn en tô polemô 15 a facie enim gladiorum fugerunt a facie gladii inminentis a facie arcus extenti a facie gravis proelii     15 Want zij vluchten voor de zwaarden, voor het uitgetrokken zwaard, en voor den gespannen boog, en voor de zwarigheid des krijgs.   [15] Want zij zijn op de vlucht voor het zwaard, voor het getrokken zwaard, voor de gespannen boog, voor het geweld van de oorlog.’   [15] Zij zijn de oorlog ontvlucht, het getrokken zwaard en de gespannen boog, gevlucht voor het geweld van de strijd.  15 Want voor de verschijning van zwaarden zullen ze vluchten,– voor de verschijning van een getrokken zwaard, voor het aanschijn van een boogschot al onderweg, voor het aanschijn van het glorieuze geweld van een oorlog! ••   15. Car ils ont fui devant des épées, devant l'épée nue et devant l'arc tendu, devant l'acharnement du combat.  

King James Bible . [15] For they fled from the swords, from the drawn sword, and from the bent bow, and from the grievousness of war.
Luther-Bibel . 15 Denn sie fliehen vor dem Schwert, ja, vor dem bloßen Schwert, vor dem gespannten Bogen, vor der Gewalt des Kampfes.

Tekstuitleg van Js 21,15 .

Js 21,16 - Js 21,16 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16oti outôs eipen moi kurios eti eniautos ôs eniautos misthôtou ekleipsei è doxa tôn uiôn kèdar  16 quoniam haec dicit Dominus ad me adhuc in uno anno quasi in anno mercennarii et auferetur omnis gloria Cedar     16 Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Nog binnen een jaar, gelijk de jaren eens dagloners zijn, zo zal de heerlijkheid van Kedar ten ondergaan.   [16] Dit heeft de Heer mij gezegd: ‘Nog één jaar, gerekend naar de jaren* van een dagloner, en het is gedaan met de glorie van Kedar*.   [16] Dit heeft de Heer mij gezegd: ‘Nog een jaar, gerekend naar de jaren van een dagloner, en Kedars roem is ten einde.   16 Want zo heeft mijn Heer tot mij gezegd: in nog een jaar, naar jaren van een huurling, en ten einde is alle glorieuze geweld van Kedar.   16. Car ainsi m'a parlé le Seigneur : Encore une année comme des années de mercenaire, et c'en est fait de toute la gloire de Qédar.  

King James Bible . [16] For thus hath the Lord said unto me, Within a year, according to the years of an hireling, and all the glory of Kedar shall fail:
Luther-Bibel . 16 Denn so hat der Herr zu mir gesprochen: Noch ein Jahr, wie des Tagelöhners Jahre sind, dann soll alle Herrlichkeit Kedars untergehen.

Tekstuitleg van Js 21,16 .

12. - khabhôd (heerlijkheid) . Taalgebruik in Tenach : kabhôd (heerlijkheid) . Taalgebruik in Jesaja : kabhôd (heerlijkheid) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , beth = 2 , waw = 6 , daleth = 4 . Totaal : 11 + 2 + 6 + 4 of 20 + 2 + 6 + 4 = 23 of 32 . khabhod = 17. In het Hebreeuws betekent het zwaarte (b.v. van zijn mantel) . In het Grieks getransponeerd naar iets lichts , heerlijks : doxa . Lat. gloria . Fr. gloire . E. glory . Ned. heerlijkheid . D. Herrlichkeit . In veertien verzen in Js : (1) Js 4,5 . (2) Js 11,10 . (3) Js 16,14 . (4) Js 17,4 . (5) Js 21,16 . (6) Js 22,23 . (7) Js 22,24 . (8) Js 24,23 . (9) Js 35,2 . (10) Js 40,5 . (11) Js 42,12 . (12) Js 58,8 . (13) Js 60,13 . (14) Js 66,12 .
- ûkhëbhôd (en de heerlijkheid) . Verbindingswoord waw en het zelfstandig naamwoord khabhôd (heerlijkheid) .
- khebhôdô (zijn heerlijkheid)  . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , beth = 2 , waw = 6 , daleth = 4 , waw = 6 . Totaal : 11 + 2 + 6 + 4 + 6 = 29 of 38 . In vier verzen in Js : (1) Js 3,8 . (2) Js 6,3 . (3) Js 8,7 . (4) Js 59,19 .
- ûkhëbhôd (en de heerlijkheid) . In zesentwintig verzen in de bijbel . In zeven verzen in combinatie met JHWH . In twee verzen in Js : (1) Js 40,5 . (2) Js 58,8 .
- ûkhëbhôdô (en zijn heerlijkheid) . In twee verzen in de bijbel : (1) Js 5,13 . (2) Js 60,2 .

Js 21,17 - Js 21,17 . De val van Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 21 -- Js 21,1-17 -- Js 21,1 - Js 21,2 - Js 21,3 - Js 21,4 - Js 21,5 - Js 21,6 - Js 21,7 - Js 21,8 - Js 21,9 - Js 21,10 - Js 21,11 - Js 21,12 - Js 21,13 - Js 21,14 - Js 21,15 - Js 21,16 - Js 21,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17kai to kataloipon tôn toxeumatôn tôn ischurôn uiôn kèdar estai oligon dioti kurios elalèsen o theos israèl   17 et reliquiae numeri sagittariorum fortium de filiis Cedar inminuentur Dominus enim Deus Israhel locutus est     17 En het overgebleven getal der schutters, de helden der Kedarenen, zullen minder worden, want de HEERE, de God Israëls heeft het gesproken.  [17] En wat er rest van de boogschutters onder Kedars strijders, zal gering in aantal zijn. De heer, de God van Israël, heeft gesproken   [17] Van de boogschutters van Kedars leger zal nog maar een klein aantal overblijven. De HEER, de God van Israël, heeft gesproken.’  17 Wat er overblijft van het getal van de boogschutter, de helden onder de zonen van Kedar,– het zullen er maar weinig zijn; ja, de ENE, de God van Israël, heeft gesproken!   17. Et du nombre des vaillants archers, des fils de Qédar, il ne restera presque rien, car Yahvé, Dieu d'Israël, a parlé. 

King James Bible . [17] And the residue of the number of archers, the mighty men of the children of Kedar, shall be diminished: for the LORD God of Israel hath spoken it.
Luther-Bibel . 17 Und von den Bogenschützen Kedars sollen nur wenige übrig bleiben; denn der HERR, der Gott Israels, hat's gesagt.

Tekstuitleg van Js 21,17 .


Isaiah Chapter 21 יְשַׁעְיָהוּ

א  מַשָּׂא, מִדְבַּר-יָם:  כְּסוּפוֹת בַּנֶּגֶב, לַחֲלֹף, מִמִּדְבָּר בָּא, מֵאֶרֶץ נוֹרָאָה. 1 The burden of the wilderness of the sea. As whirlwinds in the South sweeping on, it cometh from the wilderness, from a dreadful land.
ב  חָזוּת קָשָׁה, הֻגַּד-לִי:  הַבּוֹגֵד בּוֹגֵד, וְהַשּׁוֹדֵד שׁוֹדֵד, עֲלִי עֵילָם צוּרִי מָדַי, כָּל-אַנְחָתָה הִשְׁבַּתִּי. 2 A grievous vision is declared unto me: 'The treacherous dealer dealeth treacherously, and the spoiler spoileth. Go up, O Elam! besiege, O Media! All the sighing thereof have I made to cease.'
ג  עַל-כֵּן, מָלְאוּ מָתְנַי חַלְחָלָה--צִירִים אֲחָזוּנִי, כְּצִירֵי יוֹלֵדָה; נַעֲוֵיתִי מִשְּׁמֹעַ, נִבְהַלְתִּי מֵרְאוֹת. 3 Therefore are my loins filled with convulsion; pangs have taken hold upon me, as the pangs of a woman in travail; I am bent so that I cannot hear; I am affrighted so that I cannot see.
ד  תָּעָה לְבָבִי, פַּלָּצוּת בִּעֲתָתְנִי; אֵת נֶשֶׁף חִשְׁקִי, שָׂם לִי לַחֲרָדָה. 4 My heart is bewildered, terror hath overwhelmed me; the twilight that I longed for hath been turned for me into trembling.
ה  עָרֹךְ הַשֻּׁלְחָן צָפֹה הַצָּפִית, אָכוֹל שָׁתֹה; קוּמוּ הַשָּׂרִים, מִשְׁחוּ מָגֵן.  {ס} 5 They prepare the table, they light the lamps, they eat, they drink--'Rise up, ye princes, anoint the shield.' {S}
ו  כִּי כֹה אָמַר אֵלַי, אֲדֹנָי:  לֵךְ הַעֲמֵד הַמְצַפֶּה, אֲשֶׁר יִרְאֶה יַגִּיד. 6 For thus hath the Lord said unto me: Go, set a watchman; let him declare what he seeth!
ז  וְרָאָה רֶכֶב, צֶמֶד פָּרָשִׁים--רֶכֶב חֲמוֹר, רֶכֶב גָּמָל; וְהִקְשִׁיב קֶשֶׁב, רַב-קָשֶׁב. 7 And when he seeth a troop, horsemen by pairs, a troop of asses, a troop of camels, he shall hearken diligently with much heed.
ח  וַיִּקְרָא, אַרְיֵה--עַל-מִצְפֶּה אֲדֹנָי, אָנֹכִי עֹמֵד תָּמִיד יוֹמָם, וְעַל-מִשְׁמַרְתִּי, אָנֹכִי נִצָּב כָּל-הַלֵּילוֹת. 8 And he cried as a lion: 'Upon the watch-tower, O Lord, I stand continually in the daytime, and I am set in my ward all the nights.'
ט  וְהִנֵּה-זֶה בָא רֶכֶב אִישׁ, צֶמֶד פָּרָשִׁים; וַיַּעַן וַיֹּאמֶר, נָפְלָה נָפְלָה בָּבֶל, וְכָל-פְּסִילֵי אֱלֹהֶיהָ, שִׁבַּר לָאָרֶץ. 9 And, behold, there came a troop of men, horsemen by pairs. And he spoke and said: 'Fallen, fallen is Babylon; and all the graven images of her gods are broken unto the ground.'
י  מְדֻשָׁתִי, וּבֶן-גָּרְנִי:  אֲשֶׁר שָׁמַעְתִּי, מֵאֵת יְהוָה צְבָאוֹת אֱלֹהֵי יִשְׂרָאֵל--הִגַּדְתִּי לָכֶם.  {פ} 10 O thou my threshing, and the winnowing of my floor, that which I have heard from the LORD of hosts, the God of Israel, have I declared unto you. {P}
יא  מַשָּׂא, דּוּמָה:  אֵלַי, קֹרֵא מִשֵּׂעִיר, שֹׁמֵר מַה-מִּלַּיְלָה, שֹׁמֵר מַה-מִּלֵּיל. 11 The burden of Dumah. One calleth unto me out of Seir: 'Watchman, what of the night? Watchman, what of the night?'
יב  אָמַר שֹׁמֵר, אָתָה בֹקֶר וְגַם-לָיְלָה; אִם-תִּבְעָיוּן בְּעָיוּ, שֻׁבוּ אֵתָיוּ.  {פ} 12 The watchman said: 'The morning cometh, and also the night--if ye will inquire, inquire ye; return, come.' {P}
יג  מַשָּׂא, בַּעְרָב:  בַּיַּעַר בַּעְרַב תָּלִינוּ, אֹרְחוֹת דְּדָנִים. 13 The burden upon Arabia. In the thickets in Arabia shall ye lodge, O ye caravans of Dedanites.
יד  לִקְרַאת צָמֵא, הֵתָיוּ מָיִם; יֹשְׁבֵי אֶרֶץ תֵּימָא, בְּלַחְמוֹ קִדְּמוּ נֹדֵד. 14 Unto him that is thirsty bring ye water! The inhabitants of the land of Tema did meet the fugitive with his bread.
טו  כִּי-מִפְּנֵי חֲרָבוֹת, נָדָדוּ; מִפְּנֵי חֶרֶב נְטוּשָׁה, וּמִפְּנֵי קֶשֶׁת דְּרוּכָה, וּמִפְּנֵי, כֹּבֶד מִלְחָמָה.  {ס} 15 For they fled away from the swords, from the drawn sword, and from the bent bow, and from the grievousness of war. {S}
טז  כִּי-כֹה אָמַר אֲדֹנָי, אֵלָי:  בְּעוֹד שָׁנָה כִּשְׁנֵי שָׂכִיר, וְכָלָה כָּל-כְּבוֹד קֵדָר. 16 For thus hath the Lord said unto me: 'Within a year, according to the years of a hireling, and all the glory of Kedar shall fail;
יז  וּשְׁאָר מִסְפַּר-קֶשֶׁת גִּבּוֹרֵי בְנֵי-קֵדָר, יִמְעָטוּ:  כִּי יְהוָה אֱלֹהֵי-יִשְׂרָאֵל, דִּבֵּר.  {ס} 17 and the residue of the number of the archers, the mighty men of the children of Kedar, shall be diminished; for the LORD, the God of Israel, hath spoken it.' {S}

 

SEPTUAGINTA

 Τὸ ὅραμα τῆς ἐρήμου. - ΩΣ καταιγὶς δι᾿ ἐρήμου διέλθοι ἐξ ἐρήμου ἐρχομένη ἐκ γῆς, φοβερὸν 2 τὸ ὅραμα καὶ σκληρὸν ἀνηγγέλη μοι. ὁ ἀθετῶν ἀθετεῖ, ὁ ἀνομῶν ἀνομεῖ. ἐπ᾿ ἐμοὶ οἱ ᾿Ελαμῖται, καὶ οἱ πρέσβεις τῶν Περσῶν ἐπ᾿ ἐμὲ ἔρχονται. νῦν στενάξω καὶ παρακαλέσω ἐμαυτόν. 3 διὰ τοῦτο ἐνεπλήσθη ἡ ὀσφύς μου ἐκλύσεως, καὶ ὠδῖνες ἔλαβόν με ὡς τὴν τίκτουσαν· ἠδίκησα τοῦ μὴ ἀκοῦσαι, ἐσπούδασα τοῦ μὴ βλέπειν. 4 ἡ καρδία μου πλανᾶται, καὶ ἡ ἀνομία με βαπτίζει, ἡ ψυχή μου ἐφέστηκεν εἰς φόβον. 5 ἑτοίμασον τὴν τράπεζαν· φάγετε, πίετε· ἀναστάντες, οἱ ἄρχοντες, ἑτοιμάσατε θυρεούς. 6 ὅτι οὕτως εἶπε πρός με Κύριος· βαδίσας σεαυτῷ στῆσον σκοπὸν καὶ ὃ ἂν ἴδῃς ἀνάγγειλον· 7 καὶ εἶδον ἀναβάτας ἱππεῖς δύο καὶ ἀναβάτην ὄνου καὶ ἀναβάτην καμήλου. ἀκρόασαι ἀκρόασιν πολλὴν 8 καὶ κάλεσον Οὐρίαν εἰς τὴν σκοπιὰν Κυρίου. καὶ εἶπεν· ἔστην διαπαντὸς ἡμέρας καὶ ἐπὶ τῆς παρεμβολῆς ἐγὼ ἔστην ὅλην τὴν νύκτα, 9 καὶ ἰδοὺ αὐτὸς ἔρχεται ἀναβάτης ξυνωρίδος. καὶ ἀποκριθεὶς εἶπε· πέπτωκε πέπτωκε Βαβυλών, καὶ πάντα τὰ ἀγάλματα αὐτῆς, καὶ τὰ χειροποίητα αὐτῆς συνετρίβησαν εἰς τὴν γῆν. 10 ἀκούσατε, οἱ καταλελειμμένοι καὶ οἱ ὀδυνώμενοι, ἀκούσατε ἃ ἤκουσα παρὰ Κυρίου σαβαώθ· ὁ Θεὸς τοῦ ᾿Ισραὴλ ἀνήγγειλεν ἡμῖν. 11 Τὸ ὅραμα τῆς ᾿Ιδουμαίας. - Πρὸς ἐμὲ καλεῖ παρὰ τοῦ Σηείρ· φυλάσσετε ἐπάλξεις. 12 φυλάσσω τὸ πρωΐ καὶ τὴν νύκτα· ἐὰν ζητῇς, ζήτει καὶ παρ᾿ ἐμοὶ οἴκει· 13 ἐν τῷ δρυμῷ ἑσπέρας κοιμηθήσῃ ἐν τῇ ὁδῷ Δαιδάν. 14 εἰς συνάντησιν διψῶντι ὕδωρ φέρετε, οἱ ἐνοικοῦντες ἐν χώρᾳ Θαιμάν, ἄρτοις συναντᾶτε τοῖς φεύγουσι διὰ τὸ πλῆθος τῶν πεφονευμένων 15 καὶ διὰ τὸ πλῆθος τῶν πλανωμένων καὶ διὰ τὸ πλῆθος τῆς μαχαίρας καὶ διὰ τὸ πλῆθος τῶν τοξευμάτων τῶν διατεταμένων καὶ διὰ τὸ πλῆθος τῶν πεπτωκότων ἐν τῷ πολέμῳ. 16 διότι οὕτως εἶπέ μοι Κύριος· ἔτι ἐνιαυτὸς ὡς ἐνιαυτὸς μισθωτοῦ, ἐκλείψει ἡ δόξα τῶν υἱῶν Κηδάρ, 17 καὶ τὸ κατάλοιπον τῶν τοξευμάτων τῶν ἰσχυρῶν υἱῶν Κηδὰρ ἔσται ὀλίγον, ὅτι Κύριος ὁ Θεὸς ᾿Ισραὴλ ἐλάλησεν.

21 1to orama tès erèmou ôs kataigis di' erèmou dielthoi ex erèmou erchomenè ek gès foberon2to orama kai sklèron anèggelè moi o athetôn athetei o anomôn anomei ep' emoi oi ailamitai kai oi presbeis tôn persôn ep' eme erchontai nun stenaxô kai parakalesô emauton3dia touto eneplèsthè è osfus mou ekluseôs kai ôdines elabon me ôs tèn tiktousan èdikèsa to mè akousai espoudasa to mè blepein4è kardia mou planatai kai è anomia me baptizei è psuchè mou efestèken eis fobon5etoimason tèn trapezan piete fagete anastantes oi archontes etoimasate thureous6oti outôs eipen kurios pros me badisas seautô stèson skopon kai o an idès anaggeilon7kai eidon anabatas ippeis duo anabatèn onou kai anabatèn kamèlou akroasai akroasin pollèn8kai kaleson ourian eis tèn skopian kuriou kai eipen estèn dia pantos èmeras kai epi tès parembolès estèn olèn tèn nukta9kai idou autos erchetai anabatès sunôridos kai apokritheis eipen peptôken babulôn kai panta ta agalmata autès kai ta cheiropoièta autès sunetribèsan eis tèn gèn10akousate oi kataleleimmenoi kai oi odunômenoi akousate a èkousa para kuriou sabaôth o theos tou israèl anèggeilen èmin11to orama tès idoumaias pros eme kalei para tou sèir fulassete epalxeis12fulassô to prôi kai tèn nukta ean zètès zètei kai par' emoi oikei13en tô drumô esperas koimèthèsè en tè odô daidan14eis sunantèsin dipsônti udôr ferete oi enoikountes en chôra thaiman artois sunantate tois feugousin15dia to plèthos tôn feugontôn kai dia to plèthos tôn planômenôn kai dia to plèthos tès machairas kai dia to plèthos tôn toxeumatôn tôn diatetamenôn kai dia to plèthos tôn peptôkotôn en tô polemô16oti outôs eipen moi kurios eti eniautos ôs eniautos misthôtou ekleipsei è doxa tôn uiôn kèdar17kai to kataloipon tôn toxeumatôn tôn ischurôn uiôn kèdar estai oligon dioti kurios elalèsen o theos israèl


 

VULGAAT

1 onus deserti maris sicut turbines ab africo veniunt de deserto venit de terra horribili 2 visio dura nuntiata est mihi qui incredulus est infideliter agit et qui depopulator est vastat ascende Aelam obside Mede omnem gemitum eius cessare feci 3 propterea repleti sunt lumbi mei dolore angustia possedit me sicut angustia parientis corrui cum audirem conturbatus sum cum viderem 4 emarcuit cor meum tenebrae stupefecerunt me Babylon dilecta mea posita est mihi in miraculum 5 pone mensam contemplare in specula comedentes bibentes surgite principes arripite clypeum 6 haec enim dixit mihi Dominus vade et pone speculatorem et quodcumque viderit adnuntiet 7 et vidit currum duorum equitum ascensorem asini et ascensorem cameli et contemplatus est diligenter multo intuitu 8 et clamavit leo super specula Domini ego sum stans iugiter per diem et super custodiam meam ego sum stans totis noctibus 9 ecce iste venit ascensor vir bigae equitum et respondit et dixit cecidit cecidit Babylon et omnia sculptilia deorum eius contrita sunt in terram 10 tritura mea et fili areae meae quae audivi a Domino exercituum Deo Israhel adnuntiavi vobis 11 onus Duma ad me clamat ex Seir custos quid de nocte custos quid de nocte 12 dixit custos venit mane et nox si quaeritis quaerite convertimini venite 13 onus in Arabia in saltu ad vesperam dormietis in semitis Dodanim 14 occurrentes sitienti ferte aquam qui habitatis terram austri cum panibus occurrite fugienti 15 a facie enim gladiorum fugerunt a facie gladii inminentis a facie arcus extenti a facie gravis proelii 16 quoniam haec dicit Dominus ad me adhuc in uno anno quasi in anno mercennarii et auferetur omnis gloria Cedar 17 et reliquiae numeri sagittariorum fortium de filiis Cedar inminuentur Dominus enim Deus Israhel locutus est