JESAJA 29 - Js 29 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -
- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,17-24 -

Jeruzalem belegerd en bedreigd (Js 29,1-8) .

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg vers per vers : - Js 29,1 - Js 29,2 - Js 29,3 - Js 29,4 - Js 29,5 - Js 29,6 - Js 29,7 - Js 29,8 - Js 29,9 - Js 29,10 - Js 29,11 - Js 29,12 - Js 29,13 - Js 29,14 - Js 29,15 - Js 29,16 - Js 29,17 - Js 29,18 - Js 29,19 - Js 29,20 - Js 29,21 - Js 29,22 - Js 29,23 - Js 29,24

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

- bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. SynoJsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
- Website : http://www.bsw.org/project/biblica/bibl79/Comm01n.htm .
Literatuur .
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Js 29,1-8 . Jeruzalem belegerd en bedreigd - Js 29,1-8 -- Js 29 -- Js 29,1 - Js 29,2 - Js 29,3 - Js 29,4 - Js 29,5 - Js 29,6 - Js 29,7 - Js 29,8 -

Js 29,1 - Js 29,1 . Jeruzalem belegerd en bedreigd - Js 29,1-8 -- Js 29 -- Js 29,1 - Js 29,2 - Js 29,3 - Js 29,4 - Js 29,5 - Js 29,6 - Js 29,7 - Js 29,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1 ouai polis arièl èn dauid epolemèsen sunagagete genèmata eniauton ep' eniauton fagesthe gar sun môab  1 vae Arihel Arihel civitas quam circumdedit David additus est annus ad annum sollemnitates evolutae sunt    1 Wee Ariël, Ariël! de stad, waarin David gelegerd heeft; doet jaar tot jaar; laat ze feestofferen slachten.  [1] Wee* Ariël*, Ariël, de stad waar David zijn tenten opsloeg. Dat het ene jaar bij het andere mag aansluiten, en de kringloop van de feesten zal voortduren.  [1] Wee Ariël,* Ariël, stad waar ooit David zich legerde. Rijg de jaren aaneen, vier de kringloop van feesten.   1 ¶ Wee Ariël, Vuurhaard–van–God, veste waar David zich heeft gelegerd!– voegt jaar bij jaar, laat de feesten hun cirkelgang gaan,  1. Malheur, Ariel, Ariel, cité où campa David! ajoutez année sur année, que les fêtes accomplissent leur cycle,  

King James Bible . [1] Woe to Ariel, to Ariel, the city where David dwelt! add ye year to year; let them kill sacrifices.
Luther-Bibel . 29 1 Weh Ariel, Ariel, du Stadt, wo David lagerte! Fügt Jahr zu Jahr und feiert die Feste!

Tekstuitleg van Js 29,1 .

1. hôj (wee) . Taalgebruik in Tenach : hoj (wee) . Getalwaarde : he = 5 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) . Structuur : 5 - 6 - 1 . Gr. ouai . Lat. vae . Fr. malheur . E. woe . D. weh . Js (22) : (1) Js 1,4 . (2) Js 1,24 . (3) Js 5,8 . (4) Js 5,11 . (5) Js 5,18 . (6) Js 5,20 . (7) Js 5,21 . (8) Js 5,22 . (9) Js 10,1 . (10) Js 10,5 . (11) Js 16,4 . (12) Js 17,12 . (13) Js 18,1 . (14) Js 28,1 . (15) Js 29,1 . (16) Js 29,15 . (17) Js 30,1 . (18) Js 31,1 . (19) Js 33,1 . (20) Js 45,9 . (21) Js 45,10 . (22) Js 55,1 .

6. dâwid (David) . Taalgebruik in Tenach : dâwid (David) . Getalwaarde : daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 14 (2 X 7) . Structuur : 4 - 6 - 4 . Tenach (509) . Js (10) : (1) Js 7,2 . (2) Js 7,13 . (3) Js 9,6 . (4) Js 16,5 . (5) Js 22,9 . (6) Js 22,22 . (7) Js 29,1 . (8) Js 37,35 . (9) Js 38,5 . (10) Js 55,3 .

Js 29,2 - Js 29,2 . Jeruzalem belegerd en bedreigd - Js 29,1-8 -- Js 29 -- Js 29,1 - Js 29,2 - Js 29,3 - Js 29,4 - Js 29,5 - Js 29,6 - Js 29,7 - Js 29,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2 ekthlipsô gar arièl kai estai autès è ischus kai to ploutos emoi  2 et circumvallabo Arihel et erit tristis et maerens et erit mihi quasi Arihel    2 Evenwel zal Ik Ariël beangstigen, en er zal treuring en droefheid wezen, en die stad zal Mij gelijk Ariël zijn.   [2] Eens drijf Ik Ariël zo in het nauw, dat het vol klagen en kermen zal zijn. Dan zal het voor Mij een Ariël zijn, een offeraltaar.   [2] Maar ik zal Ariël in het nauw drijven. Droefenis en rouw zullen er heersen, want ik maak van de stad een offerhaard.  1 ¶ Wee Ariël, Vuurhaard–van–God, veste waar David zich heeft gelegerd!– voegt jaar bij jaar, laat de feesten hun cirkelgang gaan, 2 maar dan zal ik Ariël in het nauw brengen,– wezen zal er gekreun en gesteun en worden zal het mij tot een vuurhaard.  2. j'opprimerai Ariel; ce sera gémissements et sanglots, et elle sera pour moi comme Ariel.  

King James Bible . [2] Yet I will distress Ariel, and there shall be heaviness and sorrow: and it shall be unto me as Ariel.
Luther-Bibel . 2 Ich will den Ariel ängstigen, dass er traurig und voll Jammer sei, und er soll mir ein rechter Ariel sein.

Tekstuitleg van Js 29,2 .

Js 29,3 - Js 29,3 . Jeruzalem belegerd en bedreigd - Js 29,1-8 -- Js 29 -- Js 29,1 - Js 29,2 - Js 29,3 - Js 29,4 - Js 29,5 - Js 29,6 - Js 29,7 - Js 29,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3 kai kuklôsô ôs dauid epi se kai balô peri se charaka kai thèsô peri se purgous  3 et circumdabo quasi spheram in circuitu tuo et iaciam contra te aggerem et munimenta ponam in obsidionem tuam    3 Want Ik zal een leger in het rond om u slaan, en Ik zal u belegeren met bolwerken, en Ik zal vestingen tegen u opwerpen.   [3] Van alle kanten beleger Ik u; met voorposten sluit Ik u in en werp Ik wallen tegen u op.  [3] Ik zal je van alle kanten belegeren, ik werp schansen tegen je op en sluit je met hoge wallen in.  3 Ik zal mij rondom tegen je legeren,– je benauwen met een wachtpost, wallen tegen je doen oprijzen;   3. Je camperai en cercle contre toi, j'entreprendrai contre toi un siège et je dresserai contre toi des retranchements.  

King James Bible . [3] And I will camp against thee round about, and will lay siege against thee with a mount, and I will raise forts against thee.
Luther-Bibel . 3 Denn ich will dich belagern ringsumher und will dich ängstigen mit Bollwerk und will Wälle um dich aufführen lassen.

Tekstuitleg van Js 29,3 .

Js 29,4 - Js 29,4 . Jeruzalem belegerd en bedreigd - Js 29,1-8 -- Js 29 -- Js 29,1 - Js 29,2 - Js 29,3 - Js 29,4 - Js 29,5 - Js 29,6 - Js 29,7 - Js 29,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4 kai tapeinôthèsontai oi logoi sou eis tèn gèn kai eis tèn gèn oi logoi sou dusontai kai estai ôs oi fônountes ek tès gès è fônè sou kai pros to edafos è fônè sou asthenèsei  4 humiliaberis de terra loqueris et de humo audietur eloquium tuum et erit quasi pythonis de terra vox tua et de humo eloquium tuum mussitabit     4 Dan zult gij vernederd worden, gij zult uit de aarde spreken, en uw spraak zal uit het stof zachtjes voortkomen; en uw stem zal zijn uit de aarde als van een tovenaar, en uw spraak zal uit het stof piepen.   [4] Dan* komt uw spreken diep uit de aarde en klinkt uw woord gedempt uit het stof; uw stem komt uit de aarde als die van de geest van een dode; uw woord klinkt piepend uit het stof.   [4] Je zult roepen van diep onder de grond, wat je uit het stof laat horen, klinkt gedempt; het klinkt als de stem van een geest uit de diepte, het stof laat slechts gefluister horen.  4 diep vernederd zul je vanuit de aarde spreken, gedoken in het stof zal klinken wat je zegt; vanuit de aarde zal je stem zijn als van een spook,– uit het stof zal dat wat je zegt omhooglispelen.  4. Tu seras abaissée, ta voix s'élèvera de la terre, de la poussière elle s'élèvera comme un murmure; ta voix comme celle d'un esprit viendra de la terre, comme venant de la poussière elle murmurera.  

King James Bible . [4] And thou shalt be brought down, and shalt speak out of the ground, and thy speech shall be low out of the dust, and thy voice shall be, as of one that hath a familiar spirit, out of the ground, and thy speech shall whisper out of the dust.
Luther-Bibel . 4 Dann sollst du erniedrigt werden und von der Erde her reden und aus dem Staube mit deiner Rede murmeln, dass deine Stimme sei wie die eines Totengeistes aus der Erde, und deine Rede wispert aus dem Staube.

Tekstuitleg van Js 29,4 .

Js 29,5 - Js 29,5 . Jeruzalem belegerd en bedreigd - Js 29,1-8 -- Js 29 -- Js 29,1 - Js 29,2 - Js 29,3 - Js 29,4 - Js 29,5 - Js 29,6 - Js 29,7 - Js 29,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5 kai estai ôs koniortos apo trochou o ploutos tôn asebôn kai ôs chnous feromenos kai estai ôs stigmè parachrèma 5 et erit sicut pulvis tenuis multitudo ventilantium te et sicut favilla pertransiens multitudo eorum qui contra te praevaluerunt    5 En de menigte uwer vreemde soldaten zal zijn gelijk dun stof, en de menigte der tirannen als voorbijvliegend kaf; en het zal in een ogenblik haastelijk geschieden.  [5] Maar* de horden van uw vijanden worden volkomen verpulverd, de horden van uw verdrukkers worden dwarrelend kaf. Plotseling, onverwacht,  [5] Maar dan opeens, in een oogwenk, worden de barbaarse horden tot fijn stof, de horden der geweldenaars tot dwarrelend kaf.   5 Maar als fijn poeder zal zijn de menigte van je benauwers,– als kaf dat voorbijvliegt de menigte der tirannen: ineens, in een ogenblik zal dat zijn  5. La horde de tes ennemis sera comme des grains de poussière, la horde des guerriers, comme la bale qui s'envole. Et soudain, en un instant, 

King James Bible . [5] Moreover the multitude of thy strangers shall be like small dust, and the multitude of the terrible ones shall be as chaff that passeth away: yea, it shall be at an instant suddenly.
Luther-Bibel . 5 Aber die Menge deiner Feinde soll werden wie Staub und die Menge der Tyrannen wie wehende Spreu. Und plötzlich wird's geschehen,

Tekstuitleg van Js 29,5 .

Js 29,6 - Js 29,6 . Jeruzalem belegerd en bedreigd - Js 29,1-8 -- Js 29 -- Js 29,1 - Js 29,2 - Js 29,3 - Js 29,4 - Js 29,5 - Js 29,6 - Js 29,7 - Js 29,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6 para kuriou sabaôth episkopè gar estai meta brontès kai seismou kai fônès megalès kataigis feromenè kai flox puros katesthiousa  6 eritque repente confestim a Domino exercituum visitabitur in tonitru et commotione terrae et voce magna turbinis et tempestatis et flammae ignis devorantis    6 Gij zult van den HEERE der heirscharen bezocht worden met donder, en met aardbeving, en groot geluid, met wervelwind, en onweder, en de vlam eens verterenden vuurs.   [6] grijpt de heer van de machten in, met donder en aardbeving en hevig lawaai, met wervelwind en storm, met vlammend vuur dat alles verteert. [6] Want de HEER van de hemelse machten zal ingrijpen, met donder, aardschokken en oorverdovend lawaai, met wervelende stormen en een verterende vlammenzee.  . 6 Van bij de ENE, de Omschaarde, zul je worden bezocht bij donder en gedreun en met groot geluid,– wervelwind en onweer en de vlam van een verterend vuur.  6. tu seras visitée de Yahvé Sabaot dans le fracas, le tremblement, le vacarme, ouragan et tempête, flamme de feu dévorant. 

King James Bible . [6] Thou shalt be visited of the LORD of hosts with thunder, and with earthquake, and great noise, with storm and tempest, and the flame of devouring fire.
Luther-Bibel . 6 dass Heimsuchung kommt vom HERRN Zebaoth mit Wetter und Erdbeben und großem Donner, mit Wirbelsturm und Ungewitter und mit Flammen eines verzehrenden Feuers.

Tekstuitleg van Js 29,6 .

Js 29,7 - Js 29,7 . Jeruzalem belegerd en bedreigd - Js 29,1-8 -- Js 29 -- Js 29,1 - Js 29,2 - Js 29,3 - Js 29,4 - Js 29,5 - Js 29,6 - Js 29,7 - Js 29,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7 kai estai ôs o enupniazomenos en upnô o ploutos tôn ethnôn pantôn osoi epestrateusan epi arièl kai pantes oi strateusamenoi epi ierousalèm kai pantes oi sunègmenoi ep' autèn kai thlibontes autèn  7 et erit sicut somnium visionis nocturnae multitudo omnium gentium quae dimicaverunt contra Arihel et omnes qui militaverunt et obsederunt et praevaluerunt adversus eam    7 En gelijk de droom van een nachtgezicht is, alzo zal de veelheid aller heidenen zijn, die tegen Ariël strijden zullen; zelfs allen, die tegen haar en haar vestingen strijden, en haar beangstigen zullen.  [7] Als een droom, een nachtelijk visioen, zijn dan de horden van de volken die tegen Ariël strijden, tegen al zijn strijders en zijn burcht, die hem in het nauw drijven.   [7] Als een angstdroom, een visioen in de nacht, verdwijnt de menigte volken die optrekt tegen Ariël, die de stad bestrijdt, belegert en in het nauw drijft.   7 Zijn zal als een droom, een visioen in de nacht, de menigte van al die volkeren, die heirscharen vormen tegen Ariël,– al haar heirscharen en haar bolwerk, en haar in het nauw brengen.  7. Ce sera comme un rêve, une vision nocturne : la horde de toutes les nations en guerre contre Ariel, tous ceux qui le combattent, l'assiègent et l'oppriment.  

King James Bible . [7] And the multitude of all the nations that fight against Ariel, even all that fight against her and her munition, and that distress her, shall be as a dream of a night vision.
Luther-Bibel . 7 Und wie ein Traum, wie ein Nachtgesicht, so soll die Menge aller Völker sein, die gegen Ariel kämpfen, mit ihrem ganzen Heer und Bollwerk, und die ihn ängstigen.

Tekstuitleg van Js 29,7 . Het vers Js 29,7 telt 15 (3 X 5) woorden en 64 (2³ X 2³) letters . De getalwaarde van Js 29,7 is 2025 (3² X 3² X 5²) .

Js 29,7.3. châzôn / chäzôn (visioen, gezicht) . Taalgebruik in Tenach : chäzôn (visioen, gezicht) . Getalwaarde : chet = 8 , zain = 7 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 71 . Structuur : 8 - 7 - 6 - 5 . Niet in de Pentateuch . Slechts 1X in de Vroege Prof. : 1 S 3,1 . Tenach (23) . Js (2) : (1) Js 1,1 . (2) Js 29,7 . 12 kl. Prof. (2) : (1) Ob 1 . (2) Nah 1,1 . Zie ook 2 Kr 32,32 .
- machäzeh (visioen, gezicht) < prefix m + stam ch-z-h . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , chet = 8 , zain = 7 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 60 (2² X 3 X 5) . Structuur : 4 - 8 - 7 - 5 . m-ch-z-h . Tenach (5) . machäzeh . Tenach (3) : (1) Nu 24,4 . (2) Nu 24,16 . (3) Ez 13,7 .

6. - 7. kâl haggôjim (alle volkeren) . Tenach (37) . Js (11) : (1) Js 2,2 . (2) Js 14,26 . (3) Js 25,7 . (4) Js 29,7 . (5) Js 29,8 . (6) Js 34,2 . (7) Js 40,17 . (8) Js 43,9 . (9) Js 52,10 . (10) Js 61,11 . (11) Js 66,18 .

Js 29,8 - Js 29,8 . Jeruzalem belegerd en bedreigd - Js 29,1-8 -- Js 29 -- Js 29,1 - Js 29,2 - Js 29,3 - Js 29,4 - Js 29,5 - Js 29,6 - Js 29,7 - Js 29,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8 kai esontai ôs oi en upnô pinontes kai esthontes kai exanastantôn mataion autôn to enupnion kai on tropon enupniazetai o dipsôn ôs pinôn kai exanastas eti dipsa è de psuchè autou eis kenon èlpisen outôs estai o ploutos pantôn tôn ethnôn osoi epestrateusan epi to oros siôn  8 et sicuti somniat esuriens et comedit cum autem fuerit expertus vacua est anima eius et sicut somniat sitiens et bibit et postquam fuerit expergefactus lassus adhuc sitit et anima eius vacua est sic erit multitudo omnium gentium quae dimicaverunt contra montem Sion     8 Het zal alzo zijn, gelijk wanneer een hongerige droomt, en ziet, hij eet; maar als hij ontwaakt, zo is zijn ziel ledig; of, gelijk als wanneer een dorstige droomt, en ziet, hij drinkt; maar als hij ontwaakt, ziet, zo is hij nog mat, en zijn ziel is begerig; alzo zal de menigte aller heidenen zijn, die tegen den berg Sion krijgen.   [8] Als een uitgehongerde die droomt dat hij eet, maar als hij wakker wordt nog even onvoldaan is, als een dorstige die droomt dat hij drinkt, maar als hij wakker wordt nog even uitgeput is van de dorst, zo zal het de horden van de volken vergaan die de Sionsberg bestrijden.   [8] Zoals de droom van iemand die honger heeft: hij droomt over eten, maar is bij het ontwaken nog hongerig; of van iemand die dorst lijdt en droomt dat hij drinkt, maar bij het ontwaken nog dorstig is en uitgedroogd – zo zal het ook de volken vergaan, de menigte die optrekt tegen de Sion.   8 Zijn zal het zoals droomt wie honger lijdt: zie, hij eet!, maar is hij ontwaakt dan is zijn lijf nog leeg; en zoals droomt de dorstige: zie, hij drinkt, maar hij wordt wakker en zie, uitgeput is hij en zijn ziel versmacht; zó zal het zijn met de menigte van al die volkeren die heirscharen vormen tegen de berg Sion. ••  8. Et ce sera comme le rêve de l'affamé : le voici qui mange, puis il s'éveille, l'estomac creux; ou comme le rêve de l'assoiffé : le voici qui boit, puis il s'éveille épuisé, la gorge sèche. Ainsi en sera-t-il de la horde de toutes les nations en guerre contre la montagne de Sion.  

King James Bible . [8] It shall even be as when an hungry man dreameth, and, behold, he eateth; but he awaketh, and his soul is empty: or as when a thirsty man dreameth, and, behold, he drinketh; but he awaketh, and, behold, he is faint, and his soul hath appetite: so shall the multitude of all the nations be, that fight against mount Zion.
Luther-Bibel . 8 Denn wie ein Hungriger träumt, dass er esse – wenn er aber aufwacht, so ist sein Verlangen nicht gestillt; und wie ein Durstiger träumt, dass er trinke – wenn er aber aufwacht, ist er matt und durstig: so soll es der Menge aller Völker ergehen, die gegen den Berg Zion kämpfen. Die Verblendung des Volkes

Tekstuitleg van Js 29,8 .

23. - 24. kâl haggôjim (alle volkeren) . Tenach (37) . Js (11) : (1) Js 2,2 . (2) Js 14,26 . (3) Js 25,7 . (4) Js 29,7 . (5) Js 29,8 . (6) Js 34,2 . (7) Js 40,17 . (8) Js 43,9 . (9) Js 52,10 . (10) Js 61,11 . (11) Js 66,18 .

Js 29,9-16 : God zal straffen - Js 29,9-16 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,9 - Js 29,10 - Js 29,11 - Js 29,12 - Js 29,13 - Js 29,14 - Js 29,15 - Js 29,16 -

Js 29,9 - Js 29,9 . God zal straffen - Js 29,9-16 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,9 - Js 29,10 - Js 29,11 - Js 29,12 - Js 29,13 - Js 29,14 - Js 29,15 - Js 29,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9 ekluthète kai ekstète kai kraipalèsate ouk apo sikera oude apo oinou  9 obstupescite et admiramini fluctuate et vacillate inebriamini et non a vino movemini et non ebrietate    9 Zij vertoeven, daarom verwondert u; zij zijn vrolijk, derhalve roept gijlieden; zij zijn dronken, maar niet van wijn; zij waggelen, maar niet van sterken drank.   [9] U zult elkaar ontdaan en verstomd aanstaren, met niets-ziende en verblinde ogen, dronken, maar niet van de wijn; waggelend, maar niet van de drank.   [9] Jullie staan daar verdwaasd,* alsof jullie blind zijn. Wees maar verdwaasd en wees maar blind. De profeten zijn dronken, maar niet van de wijn, de priesters waggelen, maar niet door de drank.  9 ¶ Verbaast u en weest verbaasd, laat u verblinden en wordt verblind; wordt dronken en niet van wijn, waggelt en niet van sterke drank!  9. Soyez stupides et stupéfaits, devenez aveugles et sans vue; soyez ivres, mais non de vin, titubants, mais non de boisson,  

King James Bible . [9] Stay yourselves, and wonder; cry ye out, and cry: they are drunken, but not with wine; they stagger, but not with strong drink.
Luther-Bibel . 9 Starrt hin und werdet bestürzt, seid verblendet und werdet blind! Seid trunken, doch nicht vom Wein, taumelt, doch nicht von starkem Getränk!

Tekstuitleg van Js 29,9 .

Js 29,10 - Js 29,10 . God zal straffen - Js 29,9-16 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,9 - Js 29,10 - Js 29,11 - Js 29,12 - Js 29,13 - Js 29,14 - Js 29,15 - Js 29,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10 oti pepotiken umas kurios pneumati katanuxeôs kai kammusei tous ofthalmous autôn kai tôn profètôn autôn kai tôn archontôn autôn oi orôntes ta krupta  10 quoniam miscuit vobis Dominus spiritum soporis claudet oculos vestros prophetas et principes vestros qui vident visiones operiet    10 Want de HEERE heeft over ulieden uitgegoten een geest des diepen slaaps, en Hij heeft uw ogen toegesloten; de profeten, en uw hoofden, en de zieners heeft Hij verblind.   [10] Want de heer stort een geest van diepe slaap over u uit: Hij bedekt uw ogen, de profeten, Hij omsluiert uw hoofden, de zieners.  [10] Want een geest van diepe slaap heeft de HEER over jullie uitgestort: hij heeft jullie ogen, de profeten, gesloten en jullie verstand, de zieners, verduisterd.   10 Want de ENE zal over u uitstorten een geest van verdoving, en u de ogen toedrukken,– de profeten, uw hoofden, en de zieners, afdekken.  10. car Yahvé a répandu sur vous un esprit de torpeur, il a fermé vos yeux les prophètes , il a voilé vos têtes les voyants .  

King James Bible . [10] For the LORD hath poured out upon you the spirit of deep sleep, and hath closed your eyes: the prophets and your rulers, the seers hath he covered.
Luther-Bibel . 10 Denn der HERR hat über euch einen Geist des tiefen Schlafs ausgegossen und eure Augen – die Propheten – zugetan, und eure Häupter – die Seher – hat er verhüllt.

Tekstuitleg van Js 29,10 .

5. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Taalgebruik in Jesaja : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Gr. pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het N.T. (379) . Tenach (204) . Pentateuch (19) . Js (28) . Js 1-39 (13) : (1) Js 7,2 . (2) Js 11,2 . (3) Js 17,13 . (4) Js 19,3 . (5) Js 19,14 . (6) Js 25,4 . (7) Js 26,18 . (8) Js 29,10 . (9) Js 29,24 . (10) Js 31,3 . (11) Js 32,2 . (12) Js 32,15 . (13) Js 37,7 . w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . wërûach (en een geest) . Tenach (2) : (1) Js 41,16 . (2) Js 42,5 .

Js 29,11 - Js 29,11 . God zal straffen - Js 29,9-16 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,9 - Js 29,10 - Js 29,11 - Js 29,12 - Js 29,13 - Js 29,14 - Js 29,15 - Js 29,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11 kai esontai umin panta ta rèmata tauta ôs oi logoi tou bibliou tou esfragismenou toutou o ean dôsin auto anthrôpô epistamenô grammata legontes anagnôthi tauta kai erei ou dunamai anagnônai esfragistai gar  11 et erit vobis visio omnium sicut verba libri signati quem cum dederint scienti litteras dicent lege istum et respondebit non possum signatus est enim    11 Daarom is ulieden alle gezicht geworden als de woorden van een verzegeld boek, hetwelk men geeft aan een, die lezen kan, zeggende: Lees toch dit; en hij zegt: Ik kan niet, want het is verzegeld.   [11] Elk visioen is voor u als de woorden in een verzegeld boek. Als men het aan iemand die kan lezen geeft met het verzoek ‘Lees dit eens’, dan zal hij zeggen: ‘Dat kan ik niet, het is verzegeld.’  [11] Elk visioen is voor jullie als de tekst van een verzegeld boek, dat aan iemand die kan lezen wordt voorgelegd met de vraag: ‘Lees dit eens,’ waarop hij antwoordt: ‘Dat gaat niet, het is verzegeld.’  11 Dan wordt voor u de aanschouwing van dit alles als de woorden van de boekrol die verzegeld is, die ze zullen geven aan wie met de boekrol bekend is, zeggend: lees toch dit voor,– en dat hij zal zeggen: dat kan ik niet, want hij is verzegeld!,   11. Et toutes les visions sont devenues pour vous comme les mots d'un livre scellé que l'on remet à quelqu'un qui sait lire en disant : « Lis donc cela. » Mais il répond : « Je ne puis, car il est scellé. »  

King James Bible . [11] And the vision of all is become unto you as the words of a book that is sealed, which men deliver to one that is learned, saying, Read this, I pray thee: and he saith, I cannot; for it is sealed:
Luther-Bibel . 11 Darum sind euch alle Offenbarungen wie die Worte eines versiegelten Buches, das man einem gibt, der lesen kann, und spricht: Lies doch das!, und er spricht: »Ich kann nicht, denn es ist versiegelt«;

Tekstuitleg van Js 29,11 .

Js 29,12 - Js 29,12 . God zal straffen - Js 29,9-16 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,9 - Js 29,10 - Js 29,11 - Js 29,12 - Js 29,13 - Js 29,14 - Js 29,15 - Js 29,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12 kai dothèsetai to biblion touto eis cheiras anthrôpou mè epistamenou grammata kai erei autô anagnôthi touto kai erei ouk epistamai grammata  12 et dabitur liber nescienti litteras diceturque ei lege et respondebit nescio litteras    12 Of men geeft het boek aan een, die niet lezen kan, zeggende: Lees toch dit; en hij zegt: Ik kan niet lezen.   [12] Geeft men het aan iemand die niet lezen kan, met het verzoek ‘Lees dit eens’, dan zegt hij: ‘Ik kan niet lezen.’   [12] Of als het wordt voorgelegd aan iemand die niet lezen kan: ‘Lees dit eens,’ dan zal hij zeggen: ‘Ik kan niet lezen.’   12 en als de boekrol gegeven wordt aan een die niet met de boekrol bekend is, zeggend: lees dit toch voor!– en hij zal zeggen: ik ben niet bekend met een boekrol! ••   12. Et on remet le livre à quelqu'un qui ne sait pas lire en disant : « Lis donc cela. » Mais il répond : « Je ne sais pas lire. »  

King James Bible . [12] And the book is delivered to him that is not learned, saying, Read this, I pray thee: and he saith, I am not learned.
Luther-Bibel . 12 oder das man einem gibt, der nicht lesen kann, und spricht: Lies doch das!, und er spricht: »Ich kann nicht lesen.«

Tekstuitleg van Js 29,12 .

6. jâda` / jâdâ` (kennen, weten) . Taalgebruik in Tenach : jâda` (kennen, weten) . Getalwaarde : jod = 10 , daleth = 4 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 84 (2² X 3 X 7) . Structuur : 1 - 4 - 7 . j-d-` . Tenach (108) . Pentateuch (21) . Js (7) : (1) Js 1,3 . (2) Js 7,16 . (3) Js 8,4 . (4) Js 29,12 . (5) Js 42,25 . (6) Js 52,6 . (7) Js 59,8 . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. jâda` / jâdâ` (hij kent) . (2) act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jeda` (hij zal kennen) .

Js 29,13 - Js 29,13 . God zal straffen - Js 29,9-16 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,9 - Js 29,10 - Js 29,11 - Js 29,12 - Js 29,13 - Js 29,14 - Js 29,15 - Js 29,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13 kai eipen kurios eggizei moi o laos outos tois cheilesin autôn timôsin me è de kardia autôn porrô apechei ap' emou matèn de sebontai me didaskontes entalmata anthrôpôn kai didaskalias  13 et dixit Dominus eo quod adpropinquat populus iste ore suo et labiis suis glorificat me cor autem eius longe est a me et timuerunt me mandato hominum et doctrinis     13 Want de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk tot Mij nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, waarmede zij Mij vrezen, mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn;   [13] De Heer zegt: ‘Dit volk nadert Mij wel met de mond, en eert Mij wel met de lippen, maar zijn hart is ver van Mij en zijn vrees voor Mij is niet meer dan een wet van mensen, die door mensen wordt aangeleerd.  [13] De Heer zegt: Omdat dit volk mij naar de mond praat, mij slechts met de lippen dient, terwijl hun hart ver bij mij vandaan is; omdat hun ontzag voor mij louter plicht is, slechts aangeleerd en door mensen opgelegd –   13 Mijn Heer zegt: daarom dat deze gemeente wel is nadergetreden met zijn mond, en met hun lippen ze mij hebben geëerd maar zijn hart verre van mij is gebleven,– en hun ontzag voor mij is geworden een aangeleerd gebod van mannen;  13. Le Seigneur a dit : Parce que ce peuple est près de moi en paroles et me glorifie de ses lèvres, mais que son cœur est loin de moi et que sa crainte n'est qu'un commandement humain, une leçon apprise,  

King James Bible . [13] Wherefore the Lord said, Forasmuch as this people draw near me with their mouth, and with their lips do honour me, but have removed their heart far from me, and their fear toward me is taught by the precept of men:
Luther-Bibel . 13 Und der Herr sprach: Weil dies Volk mir naht mit seinem Munde und mit seinen Lippen mich ehrt, aber ihr Herz fern von mir ist und sie mich fürchten nur nach Menschengeboten, die man sie lehrt,

Tekstuitleg van Js 29,13 .

Js 29,14 - Js 29,14 . God zal straffen - Js 29,9-16 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,9 - Js 29,10 - Js 29,11 - Js 29,12 - Js 29,13 - Js 29,14 - Js 29,15 - Js 29,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14 dia touto idou egô prosthèsô tou metatheinai ton laon touton kai metathèsô autous kai apolô tèn sofian tôn sofôn kai tèn sunesin tôn sunetôn krupsô 14 ideo ecce ego addam ut admirationem faciam populo huic miraculo grandi et stupendo peribit enim sapientia a sapientibus eius et intellectus prudentium eius abscondetur    14 Daarom, ziet, Ik zal voorts wonderlijk handelen met dit volk, wonderlijk en wonderbaarlijk; want de wijsheid zijner wijzen zal vergaan, en het verstand zijner verstandigen zal zich verbergen.   [14] Daarom zal Ik opnieuw wonderen doen voor dit volk, het ene na het andere. Dan gaat de wijsheid van zijn wijzen verloren en verdwijnt het verstand van de verstandigen.’  [14] daarom zal ik opnieuw wonderen verrichten voor dit volk, indrukwekkende wonderen en grootse daden. De wijsheid van wijzen zal hun dan niet baten, het verstand van verstandigen houdt zich verborgen.   14 daarom: zie, ik zal doorgaan wonderen te doen aan deze gemeente, wonderlijk en wonderbaar; teloorgaan zal de wijsheid van zijn wijzen en het verstand van zijn verstandigen zal zich verbergen! ••  14. eh bien! voici que je vais continuer à étonner ce peuple par des prodiges et des merveilles; la sagesse des sages se perdra et l'intelligence des intelligents s'envolera.  

King James Bible . [14] Therefore, behold, I will proceed to do a marvellous work among this people, even a marvellous work and a wonder: for the wisdom of their wise men shall perish, and the understanding of their prudent men shall be hid.
Luther-Bibel . 14 darum will ich auch hinfort mit diesem Volk wunderlich umgehen, aufs Wunderlichste und Seltsamste, dass die Weisheit seiner Weisen vergehe und der Verstand seiner Klugen sich verbergen müsse.

Tekstuitleg van Js 29,14 .

Js 29,15 - Js 29,15 . God zal straffen - Js 29,9-16 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,9 - Js 29,10 - Js 29,11 - Js 29,12 - Js 29,13 - Js 29,14 - Js 29,15 - Js 29,16 -
Griekse tekst Vulgaat M.T. Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15 ouai oi batheôs boulèn poiountes kai ou dia kuriou ouai oi en krufè boulèn poiountes kai estai en skotei ta erga autôn kai erousin tis èmas eôraken kai tis èmas gnôsetai è a èmeis poioumen 15 vae qui profundi estis corde ut a Domino abscondatis consilium quorum sunt in tenebris opera et dicunt quis videt nos et quis novit nos    15 Wee dengenen, die zich diep versteken willen voor den HEERE, hun raad verbergende; en welker werken in duisterheid geschieden, en zij zeggen: Wie ziet ons, en wie kent ons?   [15] Wee* degenen die hun plannen voor de heer diep willen verbergen en alles in het duister doen, en zeggen: ‘Wie ziet ons? Wie weet van ons?’   [15] Wee degenen die hun ware bedoelingen diep verborgen houden voor de HEER; die alles doen in duisternis en zeggen: ‘Wie ziet ons? Wie weet wat wij doen?’   15 Wee hun die een raadslag diep verbergen voor de ENE,– wier doen in het duister geschiedt en die zeggen: wie ziet ons, wie kent ons?  15. Malheur à ceux qui se terrent pour dissimuler à Yahvé leurs desseins, qui trament dans les ténèbres leurs actions et disent : « Qui nous voit ? qui nous connaît ? »  

King James Bible . [15] Woe unto them that seek deep to hide their counsel from the LORD, and their works are in the dark, and they say, Who seeth us? and who knoweth us?
Luther-Bibel . 15 Weh denen, die mit ihrem Plan verborgen sein wollen vor dem HERRN und mit ihrem Tun im Finstern bleiben und sprechen: »Wer sieht uns und wer kennt uns?«

Tekstuitleg van Js 29,15 .

1. hôj (wee) . Taalgebruik in Tenach : hoj (wee) . Getalwaarde : he = 5 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) . Structuur : 5 - 6 - 1 . Gr. ouai . Lat. vae . Fr. malheur . E. woe . D. weh . Js (22) : (1) Js 1,4 . (2) Js 1,24 . (3) Js 5,8 . (4) Js 5,11 . (5) Js 5,18 . (6) Js 5,20 . (7) Js 5,21 . (8) Js 5,22 . (9) Js 10,1 . (10) Js 10,5 . (11) Js 16,4 . (12) Js 17,12 . (13) Js 18,1 . (14) Js 28,1 . (15) Js 29,1 . (16) Js 29,15 . (17) Js 30,1 . (18) Js 31,1 . (19) Js 33,1 . (20) Js 45,9 . (21) Js 45,10 . (22) Js 55,1 .

Js 29,16 - Js 29,16 . God zal straffen - Js 29,9-16 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,9 - Js 29,10 - Js 29,11 - Js 29,12 - Js 29,13 - Js 29,14 - Js 29,15 - Js 29,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16 ouch ôs o pèlos tou kerameôs logisthèsesthe mè erei to plasma tô plasanti ou su me eplasas è to poièma tô poièsanti ou sunetôs me epoièsas  16 perversa est haec vestra cogitatio quasi lutum contra figulum cogitet et dicat opus factori suo non fecisti me et figmentum dicat fictori suo non intellegis     16 Ulieder omkeren is, alsof de pottenbakker geacht werd als leem, dat het maaksel zeide van zijn maker: Hij heeft mij niet gemaakt; en het geformeerde vat van zijn pottenbakker zeide: Hij verstaat het niet.  [16] Zo keert men de zaken om. Wordt de pottenbakker* soms met het leem gelijkgesteld? Kan het maaksel over zijn maker zeggen: ‘Hij heeft mij niet gemaakt?’ Zegt het aardewerk over de pottenbakker: ‘Hij kan er niets van?’  [16] Jullie draaien de zaken om! Is de klei soms meer dan de pottenbakker? Kan het maaksel over zijn maker zeggen: ‘Hij heeft mij niet gemaakt’? Of het aardewerk over de pottenbakker: ‘Hij brengt er weinig van terecht’?   16 Wat een omkering van zaken bij u!– alsof de formeerder als leem moet worden beschouwd,– dat het maaksel van zijn maker zal zeggen: hij heeft mij niet gemaakt!, en de vorm zal zeggen van zijn formeerder: hij heeft er geen verstand van!  16. Quelle perversité! Le potier ressemble-t-il à l'argile pour qu'une œuvre ose dire à celui qui l'a faite : « Il ne m'a pas faite », et un pot à son potier : « Il ne sait pas travailler » ?  

King James Bible . [16] Surely your turning of things upside down shall be esteemed as the potter's clay: for shall the work say of him that made it, He made me not? or shall the thing framed say of him that framed it, He had no understanding?
Luther-Bibel . 16 Wie kehrt ihr alles um! Als ob der Ton dem Töpfer gleich wäre, dass das Werk spräche von seinem Meister: Er hat mich nicht gemacht!, und ein Bildwerk spräche von seinem Bildner: Er versteht nichts! Die große Wandlung

Tekstuitleg van Js 29,16 .

13. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . Tenach (790) . Pentateuch (84) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 56-66 (16) .
- Js 1-39 (30) . Js 29 (2) : (1) Js 29,16 . (2) Js 29,22 . Een vorm van ´âmar (zeggen) in Js 29 (5) : (1) Js 29,11 . (2) Js 29,12 . (3) Js 29,15 . (4) Js 29,16 . (5) Js 29,22 .

Js 29,17-24 : De betere toekomst - Js 29,17-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,17-24 -- Js 29,17 - Js 29,18 - Js 29,19 - Js 29,20 - Js 29,21 - Js 29,22 - Js 29,23 - Js 29,24 -

Js 29,17 - Js 29,17 . De betere toekomst - Js 29,17-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,17-24 -- Js 29,17 - Js 29,18 - Js 29,19 - Js 29,20 - Js 29,21 - Js 29,22 - Js 29,23 - Js 29,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17ouketi mikron kai metatethèsetai o libanos ôs to oros to chermel kai to oros to chermel eis drumon logisthèsetai   17 nonne adhuc in modico et in brevi convertetur Libanus in Chermel et Chermel in saltum reputabitur     17 Is het niet nog om een klein weinig, dat de Libanon in een vruchtbaar veld zal veranderd worden, en het vruchtbare veld voor een woud geacht zal worden? [17] Nog* een korte tijd, en de Libanon* verandert in een boomgaard, en die boomgaard wordt gelijkgesteld met een woud.  [17] Nog slechts een korte tijd, dan zal de Libanon weer een boomgaard worden, een boomgaard die is als een woud.  17 ¶ Nee, nog maar heel even en de Libanon wordt weer de wijngaard,– en de wijngaard zal voor het woud worden gehouden!  17. N'est-il pas vrai que dans peu de temps le Liban redeviendra un verger, et le verger fera penser à une forêt ? 

King James Bible . [17] Is it not yet a very little while, and Lebanon shall be turned into a fruitful field, and the fruitful field shall be esteemed as a forest?
Luther-Bibel . 17 Wohlan, es ist noch eine kleine Weile, so soll der Libanon fruchtbares Land werden, und was jetzt fruchtbares Land ist, soll wie ein Wald werden.

Tekstuitleg van Js 29,17 .

Js 29,18 - Js 29,18 . De betere toekomst - Js 29,17-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,17-24 -- Js 29,17 - Js 29,18 - Js 29,19 - Js 29,20 - Js 29,21 - Js 29,22 - Js 29,23 - Js 29,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18 kai akousontai en tè èmera ekeinè kôfoi logous bibliou kai oi en tô skotei kai oi en tè omichlè ofthalmoi tuflôn blepsontai  18 et audient in die illa surdi verba libri et de tenebris et caligine oculi caecorum videbunt  wesjâmi`û bajjôm hahû´ hacherësjîm dibhërê sephèr ûme´ophèl ûmechosjèkh `ênê  `iwërîm thirë´è(j)nâh 18 En te dien dage zullen de doven horen de woorden des Boeks; en de ogen der blinden, zijnde uit de donkerheid en uit de duisternis, zullen zien.   [18] Op die dag horen de doven de woorden die uit een boek worden voorgelezen, en zien de blinden, want hun ogen zijn bevrijd van duisternis en donker.   [18] Op die dag zullen doven kunnen horen hoe uit een boek wordt voorgelezen, en blinden zullen met eigen ogen zien, bevrijd van duisternis en donkerheid.   18 Horen zullen te dien dage de doven de woorden van een boekrol,– en weg uit donker en duister zullen de ogen van de blinden zien.   18. En ce jour-là, les sourds entendront les paroles du livre et, délivrés de l'ombre et des ténèbres, les yeux des aveugles verront.  

King James Bible . [18] And in that day shall the deaf hear the words of the book, and the eyes of the blind shall see out of obscurity, and out of darkness.
Luther-Bibel . 18 Zu der Zeit werden die Tauben hören die Worte des Buches, und die Augen der Blinden werden aus Dunkel und Finsternis sehen;

Tekstuitleg van Js 29,18 .

1. verbindingswoord wë + werkwoordvorm sjimë`û (hoort, luistert) : act. qal imperatief 2de pers. mann. mv. OF sjâmë`û : act. qal perf. 3de pers. mann. mv. wësjimë`û OF wësjâmë`û / wasjâmë`û . sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Jesaja : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 (2 X 5²) of 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 3 - 4 - 7 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX (1069) . Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin .Tenach (13) : (1) Gn 49,2 . (2) Ex 3,18 . (3) Nu 14,13 . (4) Joz 3,9 . (5) Js 28,23 . (6) Js 29,18 . (7) Js 48,14 . (8) Jr 26,13 . (9) Ez 33,30 . (10) Ez 33,31 . (11) Ez 33,32 . (12) Ps 141,6 . (13) Est 9,4 .

4. cheresj (doof) . Taalgebruik in Tenach : cheresj (doof) . Getalwaarde : chet = 8 , resj = 20 of 200 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 49 (7²) OF 508 (2² X 127) . Structuur : 8 - 2 - 3 . Gr. kôfos (doof) . Taalgebruik in de LXX : kôfos (doof) . Taalgebruik in het N.T. : kôfos (doof) . Lat. surdus . Fr. sourd . D. taub . E. deaf . Een vorm van kôfos (doof) in de LXX (13) , in het N.T. (14) .
- cherësjîm (doven) . Jesaja (1) Js 35,5 .
-- wëcherësjîm (doven) . Jesaja ((1) Js 43,8 .
- bepaald lidw. + zelfst. naamw. mann. mv. hacherësjîm (de doven) . Tenach (3) : (1) Js 29,18 . (2) Js 42,18 . (3) Ne 11,35 : een plaatsnaam .
- verbindingswoord wë + zelfst. naamw. mann. enk. wëcheresj (en een dove) . Jesaja (1) Js 42,19 .

5. d-b-r-j . dëbhare(j) (woorden van) . dëbhârî (mijn woord) . dëbhâraj (mijn woorden) . Zie dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenach : dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Jesaja : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 21 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 206 = 2 X 103 . Structuur : 4 - 2 - 3 . Gr. logos (woord) . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Taalgebruik in het N.T. : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het N.T. (331) . Tenach (259) . Pentateuch (43) . Js (9) : (1) Js 29,18 . (2) Js 36,13 . (3) Js 36,22 . (4) Js 37,4 . (5) Js 37,17 . (6) Js 51,16 . (7) Js 55,11 . (8) Js 59,13 . (9) Js 66,2 .

Js 29,19 - Js 29,19 . De betere toekomst - Js 29,17-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,17-24 -- Js 29,17 - Js 29,18 - Js 29,19 - Js 29,20 - Js 29,21 - Js 29,22 - Js 29,23 - Js 29,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19 kai agalliasontai ptôchoi dia kurion en eufrosunè kai oi apèlpismenoi tôn anthrôpôn emplèsthèsontai eufrosunès 19 et addent mites in Domino laetitiam et pauperes homines in Sancto Israhel exultabunt    19 En de zachtmoedigen zullen vreugde op vreugde hebben in den HEERE; en de behoeftigen onder de mensen zullen zich in den Heilige Israëls verheugen.  [19] De onderdrukten vinden hun vreugde in de heer, de armsten onder de mensen juichen voor de Heilige van Israël.   [19] Dan zullen verdrukten de HEER weer loven, zwakken juichen om de Heilige van Israël.   19 Steeds meer vinden gebogenen bij de ENE vreugde,– zullen de armsten van de mensheid om de Heilige van Israël juichen.   19. Les malheureux trouveront toujours plus de joie en Yahvé, les plus pauvres des hommes exulteront à cause du Saint d'Israël.  

King James Bible . [19] The meek also shall increase their joy in the LORD, and the poor among men shall rejoice in the Holy One of Israel.
Luther-Bibel . 19 und die Elenden werden wieder Freude haben am HERRN, und die Ärmsten unter den Menschen werden fröhlich sein in dem Heiligen Israels.

Tekstuitleg van Js 29,11 . Js 29,12 . Js 29,13 . Js 29,14 . Js 29,15 . Js 29,16 . Js 29,17 . Js 29,18 . Js 29,19 .

Js 29,20 - Js 29,20 . De betere toekomst - Js 29,17-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,17-24 -- Js 29,17 - Js 29,18 - Js 29,19 - Js 29,20 - Js 29,21 - Js 29,22 - Js 29,23 - Js 29,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20 exelipen anomos kai apôleto uperèfan os kai exôlethreuthèsan oi anomountes epi kakia  20 quoniam defecit qui praevalebat consummatus est inlusor et succisi sunt omnes qui vigilabant super iniquitatem    20 Wanneer de tiran een einde zal hebben, en dat het met den bespotter uit zal zijn, en dat allen, die tot ongerechtigheid waken, uitgeroeid zullen zijn;   [20] Dan is het gedaan met de onderdrukkers, dan is het uit met de opscheppers; en iedereen die op kwaad zint, wordt uitgeroeid:   [20] Want het is gedaan met de geweldenaar, voorbij met de spotter. Ieder die op onrecht zint, zal vergaan:  20 Want het zal over zijn met de tiran en uit met de spotter,– weggemaaid worden allen die tuk zijn op ongeluk,   20. Car le tyran ne sera plus, le moqueur aura disparu, tous les veilleurs infâmes auront été retranchés :  

King James Bible . [20] For the terrible one is brought to nought, and the scorner is consumed, and all that watch for iniquity are cut off:
Luther-Bibel . 20 Denn es wird ein Ende haben mit den Tyrannen und mit den Spöttern aus sein, und es werden vertilgt werden alle, die darauf aus sind, Unheil anzurichten,

Tekstuitleg van Js 29,20 .

Js 29,21 - Js 29,21 . De betere toekomst - Js 29,17-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,17-24 -- Js 29,17 - Js 29,18 - Js 29,19 - Js 29,20 - Js 29,21 - Js 29,22 - Js 29,23 - Js 29,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21 kai oi poiountes amartein anthrôpous en logô pantas de tous elegchontas en pulais proskomma thèsousin kai eplagiasan en adikois dikaion  21 qui peccare faciebant homines in verbo et arguentem in porta subplantabant et declinaverunt frustra a iusto     21 Die een mens schuldig maken om een woord, en leggen dien strikken, die hen bestraft in de poort; en die den rechtvaardige verdrijven in het woeste.   [21] degenen die door hun getuigenis anderen helpen veroordelen, die de rechters* in de poort proberen te strikken, en die onschuldigen zonder grond hun recht onthouden.   [21] wie een ander valse beweringen ontlokt, wie de rechters in de poort wil verstrikken, wie het recht van de rechtvaardige schendt met loze beweringen.   21 die een mens om een woord tot zondaar verklaren en strikken zetten voor de pleiter in de poort,– en in de chaos de rechtvaardige opzijdringen. ••   21. ceux dont la parole porte condamnation, ceux qui tendent un piège à celui qui juge à la porte, et sans raison font débouter le juste.  

King James Bible . [21] That make a man an offender for a word, and lay a snare for him that reproveth in the gate, and turn aside the just for a thing of nought.
Luther-Bibel . 21 welche die Leute schuldig sprechen vor Gericht und stellen dem nach, der sie zurechtweist im Tor, und beugen durch Lügen das Recht des Unschuldigen.

Tekstuitleg van Js 29,21 .

Js 29,22 - Js 29,22 . De betere toekomst - Js 29,17-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,17-24 -- Js 29,17 - Js 29,18 - Js 29,19 - Js 29,20 - Js 29,21 - Js 29,22 - Js 29,23 - Js 29,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22 dia touto tade legei kurios epi ton oikon iakôb on afôrisen ex abraam ou nun aischunthèsetai iakôb oude nun to prosôpon metabalei israèl 22 propter hoc haec dicit Dominus ad domum Iacob qui redemit Abraham non modo confundetur Iacob nec modo vultus eius erubescet     22 Daarom zegt de HEERE, Die Abraham verlost heeft, tot het huis van Jakob alzo: Jakob zal nu niet meer beschaamd worden, en nu zal zijn aangezicht niet meer bleek worden;   [22] ‘Daarom’, zo spreekt de heer, de God van het huis van Jakob, Hij die Abraham heeft verlost: ‘Nu zal Jakob niet meer beschaamd worden, zijn gezicht zal niet meer verbleken.   [22] Daarom – dit zegt de HEER, die Abraham bevrijd heeft, over de nakomelingen van Jakob: Jakob zal niet meer te schande staan, zijn gezicht niet meer van schaamte verbleken.  22 Daarom, zó heeft de ENE gezegd tot het huis van Jakob,– hij die Abraham heeft losgekocht: nu hoeft Jakob zich niet meer te schamen, nu zullen zijn gelaatstrekken niet meer verbleken!   22. C'est pourquoi, ainsi parle Yahvé, Dieu de la maison de Jacob, lui qui a racheté Abraham : Désormais Jacob ne sera plus déçu, désormais son visage ne blêmira plus, 

King James Bible . [22] Therefore thus saith the LORD, who redeemed Abraham, concerning the house of Jacob, Jacob shall not now be ashamed, neither shall his face now wax pale.
Luther-Bibel . 22 Darum spricht der HERR, der Abraham erlöst hat, zum Hause Jakob: Jakob soll nicht mehr beschämt dastehen, und sein Antlitz soll nicht mehr erblassen.

Tekstuitleg van Js 29,22 .

2. koh (zo) . Taalgebruik in Tenach : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het N.T. (208) . Pentateuch (34) . Tenach (531) . Js (51) . Js 1-39 (24) . Js 40-55 (20) . Js 56-66 (7) .
- Js 1-39 (24) : (1) Js 7,7 . (2) Js 8,11 . (3) Js 10,24 . (4) Js 18,4 . (5) Js 20,6 . (6) Js 21,6 . (7) Js 21,16 . (8) Js 22,15 . (9) Js 24,13 . (10) Js 28,16 . (11) Js 29,22 . (12) Js 30,12 . (13) Js 30,15 . (14) Js 31,4 . (15) Js 36,4 . (16) Js 36,14 . (17) Js 36,16 . (18) Js 37,3 . (19) Js 37,6 . (20) Js 37,10 . (21) Js 37,21 . (22) Js 37,33 . (23) Js 38,1 . (24) Js 38,5 .
- Js 40-55 (20) : (1) Js 42,5 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . (5) Js 44,2 . (6) Js 44,6 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,1 . (9) Js 45,11 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 49,7 . (14) Js 49,8 . (15) Js 49,22 . (15) Js 49,25 . (17) Js 50,1 . (18) Js 51,22 . (19) Js 52,3 . (20) Js 52,4 .
- Js 56-66 (7) : (1) Js 56,1 . (2) Js 56,4 . (3) : Js 57,15 . (4) Js 65,8 . (5) Js 65,13 . (6) Js 66,1 . (7) Js 66,12 .

2. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . Tenach (790) . Pentateuch (84) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 56-66 (16) .
- Js 1-39 (30) . Js 29 (2) : (1) Js 29,16 . (2) Js 29,22 . Een vorm van ´âmar (zeggen) in Js 29 (5) : (1) Js 29,11 . (2) Js 29,12 . (3) Js 29,15 . (4) Js 29,16 . (5) Js 29,22 .

2. - 3. koh ´âmar (zo zegt hij) . Tenach (401) . Js (44) . Js 1-39 (14) . Js 40-55 (16) . Js 56-66 (4) .
- Js 1-39 (14 / 24 en 14 / 30) : (1) Js 7,7 . (2) Js 10,24 . (3) Js 22,15 . (4) Js 28,16 . (5) Js 29,22 . (6) Js 30,12 . (7) Js 36,4 . (8) Js 36,14 . (9) Js 37,3 . (10) Js 37,6 . (11) Js 37,21 . (12) Js 37,33 . (13) Js 38,1 . (14) Js 38,5 .

2. - 4. koh ´âmar JHWH (zo zegt / zei JHWH) . Tenach (247) . Js (22) . Js 1-39 (6) . Js 40-55 (13) . Js 56-66 (3) .
- Js 1-39 (6) : (1) Js 29,22 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,21 . (4) Js 37,33 . (5) Js 38,1 . (6) Js 38,5 .
- Js 40-55 (13) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,14 . (3) Js 43,16 . (4) Js 44,2 . (5) Js 44,6 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,1 . (8) Js 45,11 . (9) Js 45,14 . (10) Js 48,17 . (11) Js 49,7 . (12) Js 49,8 . (13) Js 50,1 .
- Js 56-66 (3) : (1) Js 56,1 . (2) Js 65,8 . (3) Js 66,1 .

6. - 7. be(j)th Ja`äqobh (huis van Jakob) . In veertien verzen in de bijbel : (1) Ps 114,1 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 10,20 . (5) Js 14,1 . (6) Js 29,22 . (7) Js 46,3 . (8) Js 48,1 . (9) Jr 2,4 . (10) Ez 20,5 . (11) Am 9,8 . (12) Ob 17 . (13) Mi 2,7 . (14) Mi 3,9 .

7. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 .

Js 29,23 - Js 29,23 . De betere toekomst - Js 29,17-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,17-24 -- Js 29,17 - Js 29,18 - Js 29,19 - Js 29,20 - Js 29,21 - Js 29,22 - Js 29,23 - Js 29,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23 all' otan idôsin ta tekna autôn ta erga mou di' eme agiasousin to onoma mou kai agiasousin ton agion iakôb kai ton theon tou israèl fobèthèsontai  23 sed cum viderit filios suos opera manuum mearum in medio sui sanctificantes nomen meum et sanctificabunt Sanctum Iacob et Deum Israhel praedicabunt    23 Want als hij zijn kinderen, het werk Mijner handen, zien zal in het midden van hen, zullen zij Mijn Naam heiligen; en zij zullen den Heilige Jakobs heiligen, en den God van Israël vrezen.   [23] Als hij en zijn kinderen zien wat Ik doe in hun midden, zullen zij de heiligheid van mijn naam erkennen. Zij zullen de heiligheid van Jakobs Heilige erkennen, ontzag hebben voor de God van Israël.  [23] Want wanneer zijn kinderen zien wat ik in hun midden heb verricht, zullen zij eerbied hebben voor mijn naam, de heiligheid erkennen van de Heilige van Jakob en de God van Israël vrezen.  23 Want wanneer zijn nieuwgeborenen zullen zien het doen van mijn handen in hun midden zullen ze mijn naam heiligen; heilig zullen zij houden de Heilige van Jakob, Israëls God zullen zij duchten.   23. car lorsqu'il verra ses enfants, l'œuvre de mes mains, chez lui, il sanctifiera mon nom, il sanctifiera le Saint de Jacob, il redoutera le Dieu d'Israël.  

King James Bible . [23] But when he seeth his children, the work of mine hands, in the midst of him, they shall sanctify my name, and sanctify the Holy One of Jacob, and shall fear the God of Israel.
Luther-Bibel . 23 Denn wenn sie sehen werden die Werke meiner Hände – seine Kinder – in ihrer Mitte, werden sie meinen Namen heiligen; sie werden den Heiligen Jakobs heiligen und den Gott Israels fürchten.

Tekstuitleg van Js 29,23 .

12. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 .

Js 29,24 - Js 29,24 . De betere toekomst - Js 29,17-24 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 29 -- Js 29,1-8 -- Js 29,9-16 -- Js 29,17-24 -- Js 29,17 - Js 29,18 - Js 29,19 - Js 29,20 - Js 29,21 - Js 29,22 - Js 29,23 - Js 29,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24 kai gnôsontai oi tô pneumati planômenoi sunesin oi de gogguzontes mathèsontai upakouein kai ai glôssai ai psellizousai mathèsontai lalein eirènèn  24 et scient errantes spiritu intellectum et mussitatores discent legem     24 En die dwalende van geest zijn, zullen tot verstand komen, en de murmureerders zullen de lering aannemen.   [24] Zij die verward zijn komen tot inzicht, de misnoegden laten zich onderrichten.’   [24] Ieder die verward was, zal inzicht verwerven, wie altijd klaagde, is vol begrip.   24 Weten zullen dolenden van geest wat verstand is,– murmureerders zullen leren te vernemen.   24. Les esprits égarés apprendront l'intelligence, et ceux qui murmurent recevront l'instruction. Contre l'ambassade envoyée en Égypte. 

King James Bible . [24] They also that erred in spirit shall come to understanding, and they that murmured shall learn doctrine.
Luther-Bibel . 24 Und die, welche irren in ihrem Geist, werden Verstand annehmen, und die, welche murren, werden sich belehren lassen.

Tekstuitleg van Js 29,24 .

3. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Taalgebruik in Jesaja : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Gr. pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het N.T. (379) . Tenach (204) . Pentateuch (19) . Js (28) . Js 1-39 (13) : (1) Js 7,2 . (2) Js 11,2 . (3) Js 17,13 . (4) Js 19,3 . (5) Js 19,14 . (6) Js 25,4 . (7) Js 26,18 . (8) Js 29,10 . (9) Js 29,24 . (10) Js 31,3 . (11) Js 32,2 . (12) Js 32,15 . (13) Js 37,7 . w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . wërûach (en een geest) . Tenach (2) : (1) Js 41,16 . (2) Js 42,5 .


SEPTUAGINTA

29 1ouai polis arièl èn dauid epolemèsen sunagagete genèmata eniauton ep' eniauton fagesthe gar sun môab2ekthlipsô gar arièl kai estai autès è ischus kai to ploutos emoi3kai kuklôsô ôs dauid epi se kai balô peri se charaka kai thèsô peri se purgous4kai tapeinôthèsontai oi logoi sou eis tèn gèn kai eis tèn gèn oi logoi sou dusontai kai estai ôs oi fônountes ek tès gès è fônè sou kai pros to edafos è fônè sou asthenèsei5kai estai ôs koniortos apo trochou o ploutos tôn asebôn kai ôs chnous feromenos kai estai ôs stigmè parachrèma6para kuriou sabaôth episkopè gar estai meta brontès kai seismou kai fônès megalès kataigis feromenè kai flox puros katesthiousa7kai estai ôs o enupniazomenos en upnô o ploutos tôn ethnôn pantôn osoi epestrateusan epi arièl kai pantes oi strateusamenoi epi ierousalèm kai pantes oi sunègmenoi ep' autèn kai thlibontes autèn8kai esontai ôs oi en upnô pinontes kai esthontes kai exanastantôn mataion autôn to enupnion kai on tropon enupniazetai o dipsôn ôs pinôn kai exanastas eti dipsa è de psuchè autou eis kenon èlpisen outôs estai o ploutos pantôn tôn ethnôn osoi epestrateusan epi to oros siôn9ekluthète kai ekstète kai kraipalèsate ouk apo sikera oude apo oinou10oti pepotiken umas kurios pneumati katanuxeôs kai kammusei tous ofthalmous autôn kai tôn profètôn autôn kai tôn archontôn autôn oi orôntes ta krupta11kai esontai umin panta ta rèmata tauta ôs oi logoi tou bibliou tou esfragismenou toutou o ean dôsin auto anthrôpô epistamenô grammata legontes anagnôthi tauta kai erei ou dunamai anagnônai esfragistai gar12kai dothèsetai to biblion touto eis cheiras anthrôpou mè epistamenou grammata kai erei autô anagnôthi touto kai erei ouk epistamai grammata13kai eipen kurios eggizei moi o laos outos tois cheilesin autôn timôsin me è de kardia autôn porrô apechei ap' emou matèn de sebontai me didaskontes entalmata anthrôpôn kai didaskalias14dia touto idou egô prosthèsô tou metatheinai ton laon touton kai metathèsô autous kai apolô tèn sofian tôn sofôn kai tèn sunesin tôn sunetôn krupsô15ouai oi batheôs boulèn poiountes kai ou dia kuriou ouai oi en krufè boulèn poiountes kai estai en skotei ta erga autôn kai erousin tis èmas eôraken kai tis èmas gnôsetai è a èmeis poioumen16ouch ôs o pèlos tou kerameôs logisthèsesthe mè erei to plasma tô plasanti ou su me eplasas è to poièma tô poièsanti ou sunetôs me epoièsas17ouketi mikron kai metatethèsetai o libanos ôs to oros to chermel kai to oros to chermel eis drumon logisthèsetai18kai akousontai en tè èmera ekeinè kôfoi logous bibliou kai oi en tô skotei kai oi en tè omichlè ofthalmoi tuflôn blepsontai19kai agalliasontai ptôchoi dia kurion en eufrosunè kai oi apèlpismenoi tôn anthrôpôn emplèsthèsontai eufrosunès20exelipen anomos kai apôleto uperèfanos kai exôlethreuthèsan oi anomountes epi kakia21kai oi poiountes amartein anthrôpous en logô pantas de tous elegchontas en pulais proskomma thèsousin kai eplagiasan en adikois dikaion22dia touto tade legei kurios epi ton oikon iakôb on afôrisen ex abraam ou nun aischunthèsetai iakôb oude nun to prosôpon metabalei israèl23all' otan idôsin ta tekna autôn ta erga mou di' eme agiasousin to onoma mou kai agiasousin ton agion iakôb kai ton theon tou israèl fobèthèsontai24kai gnôsontai oi tô pneumati planômenoi sunesin oi de gogguzontes mathèsontai upakouein kai ai glôssai ai psellizousai mathèsontai lalein eirènèn


VULGAAT

1 vae Arihel Arihel civitas quam circumdedit David additus est annus ad annum sollemnitates evolutae sunt 2 et circumvallabo Arihel et erit tristis et maerens et erit mihi quasi Arihel 3 et circumdabo quasi spheram in circuitu tuo et iaciam contra te aggerem et munimenta ponam in obsidionem tuam 4 humiliaberis de terra loqueris et de humo audietur eloquium tuum et erit quasi pythonis de terra vox tua et de humo eloquium tuum mussitabit 5 et erit sicut pulvis tenuis multitudo ventilantium te et sicut favilla pertransiens multitudo eorum qui contra te praevaluerunt 6 eritque repente confestim a Domino exercituum visitabitur in tonitru et commotione terrae et voce magna turbinis et tempestatis et flammae ignis devorantis 7 et erit sicut somnium visionis nocturnae multitudo omnium gentium quae dimicaverunt contra Arihel et omnes qui militaverunt et obsederunt et praevaluerunt adversus eam 8 et sicuti somniat esuriens et comedit cum autem fuerit expertus vacua est anima eius et sicut somniat sitiens et bibit et postquam fuerit expergefactus lassus adhuc sitit et anima eius vacua est sic erit multitudo omnium gentium quae dimicaverunt contra montem Sion 9 obstupescite et admiramini fluctuate et vacillate inebriamini et non a vino movemini et non ebrietate 10 quoniam miscuit vobis Dominus spiritum soporis claudet oculos vestros prophetas et principes vestros qui vident visiones operiet 11 et erit vobis visio omnium sicut verba libri signati quem cum dederint scienti litteras dicent lege istum et respondebit non possum signatus est enim 12 et dabitur liber nescienti litteras diceturque ei lege et respondebit nescio litteras 13 et dixit Dominus eo quod adpropinquat populus iste ore suo et labiis suis glorificat me cor autem eius longe est a me et timuerunt me mandato hominum et doctrinis 14 ideo ecce ego addam ut admirationem faciam populo huic miraculo grandi et stupendo peribit enim sapientia a sapientibus eius et intellectus prudentium eius abscondetur 15 vae qui profundi estis corde ut a Domino abscondatis consilium quorum sunt in tenebris opera et dicunt quis videt nos et quis novit nos 16 perversa est haec vestra cogitatio quasi lutum contra figulum cogitet et dicat opus factori suo non fecisti me et figmentum dicat fictori suo non intellegis 17 nonne adhuc in modico et in brevi convertetur Libanus in Chermel et Chermel in saltum reputabitur 18 et audient in die illa surdi verba libri et de tenebris et caligine oculi caecorum videbunt 19 et addent mites in Domino laetitiam et pauperes homines in Sancto Israhel exultabunt 20 quoniam defecit qui praevalebat consummatus est inlusor et succisi sunt omnes qui vigilabant super iniquitatem 21 qui peccare faciebant homines in verbo et arguentem in porta subplantabant et declinaverunt frustra a iusto 22 propter hoc haec dicit Dominus ad domum Iacob qui redemit Abraham non modo confundetur Iacob nec modo vultus eius erubescet 23 sed cum viderit filios suos opera manuum mearum in medio sui sanctificantes nomen meum et sanctificabunt Sanctum Iacob et Deum Israhel praedicabunt 24 et scient errantes spiritu intellectum et mussitatores discent legem