JESAJA 37, Js 37 -- Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -
- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg vers per vers : - Js 37,1 - Js 37,2 - Js 37,3 - Js 37,4 - Js 37,5 - Js 37,6 - Js 37,7 - Js 37,8 - Js 37,9 - Js 37,10 - Js 37,11 - Js 37,12 - Js 37,13 - Js 37,14 - Js 37,15 - Js 37,16 - Js 37,17 - Js 37,18 - Js 37,19 - Js 37,20 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 - Js 37,36 - Js 37,37 - Js 37,38 -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T. : N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
             
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

- Js 37,1-7 . Eerste voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,1 - Js 37,2 - Js 37,3 - Js 37,4 - Js 37,5 - Js 37,6 - Js 37,7 -

Js 37,1 - Js 37,1 . Eerste voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,1 - Js 37,2 - Js 37,3 - Js 37,4 - Js 37,5 - Js 37,6 - Js 37,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
37 1kai egeneto en tô akousai ton basilea ezekian eschisen ta imatia kai sakkon periebaleto kai anebè eis ton oikon kuriou  37. 1 et factum est cum audisset rex Ezechias scidit vestimenta sua et obvolutus est sacco et intravit in domum Domini     1 En het geschiedde, als de koning Hizkia dat hoorde, zo scheurde hij zijn klederen, en bedekte zich met een zak, en ging in het huis des HEEREN.   [1] Toen koning Hizkia dit hoorde, scheurde hij zijn kleren doormidden, deed een zak aan en ging naar het huis van de heer.   1] Zodra koning Hizkia de boodschap hoorde, scheurde hij zijn kleren, trok een boetekleed aan en begaf zich naar de tempel van de HEER.   1 ¶ En het geschiedt: met dat koning Chizkiahoe ze hoort scheurt hij zijn gewaden; bedekt met een rouwzak komt hij binnen in het huis van de ENE.   1. A ce récit, le roi Ézéchias déchira ses vêtements, se couvrit d'un sac et se rendit au Temple de Yahvé.  

King James Bible . 37 [1] And it came to pass, when king Hezekiah heard it, that he rent his clothes, and covered himself with sackcloth, and went into the house of the LORD.
Luther-Bibel . 37 1 Als aber der König Hiskia das hörte, zerriss er seine Kleider und legte einen Sack an und ging in das Haus des HERRN.

Tekstuitleg van Js 37,1 .

1. wajëhî (en hij was) < wë + qal imperf. 3de pers. enk. van het werkw. hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenach : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het N.T. (2450) . Tenach (784) . Pentateuch (181) . Js (11) : (1) Js 7,1 . (2) Js 9,18 . (3) Js 12,2 . (4) Js 22,7 . (5) Js 36,1 . (6) Js 37,1 . (7) Js 37,38 . (8) Js 38,4 . (9) Js 48,18 . (10) Js 48,19 . (11) Js 63,8 .

4. chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Tenach : chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Jesaja : chizëqijjâhû (Hizkia) . Getalwaarde : chet = 8 , zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 55 (5 X 11) of 131 (priemgetal) . Structuur : 8 - 7 - 1 - 5 - 6 . Betekenis : chizëqijjâhû (Hizkia) < châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) . Taalgebruik in Tenach : châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) + jahû = JHWH . JHWH bevestigt : maakt sterk . Tenach (65) . Js (28) . Js 36 (9) . Js 37 (8) . Js 38 (5) . Js 39 (6) . Js 36 (9) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,7 . (5) Js 36,14 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . (9) Js 36,22 . Js 37 (8) : (1) Js 37,1 . (2) Js 37,3 . (3) Js 37,5 . (4) Js 37,9 . (5) Js 37,10 . (6) Js 37,14 . (7) Js 37,15 . (8) Js 37,21 . Js 38 (5) : (1) Js 38,1 . (2) Js 38,2 . (3) Js 38,3 . (4) Js 38,5 . (5) Js 38,22 . Js 39 (6) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,2 . (3) Js 39,3 . (4) Js 39,4 . (5) Js 39,5 . (6) Js 39,8 .
- lëchizëqijjâhû (aan Hizkia) . Tenach (1) : Js 38,9 .


Js 37,2 - Js 37,2 . Eerste voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,1 - Js 37,2 - Js 37,3 - Js 37,4 - Js 37,5 - Js 37,6 - Js 37,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2kai apesteilen eliakim ton oikonomon kai somnan ton grammatea kai tous presbuterous tôn iereôn peribeblèmenous sakkous pros èsaian uion amôs ton profètèn  2 et misit Eliachim qui erat super domum et Sobnam scribam et seniores de sacerdotibus opertos saccis ad Isaiam filium Amos prophetam     2 Daarna zond hij Eljakim, den hofmeester, en Sebna, den schrijver, en de oudsten der priesteren, met zakken bedekt, tot Jesaja, den profeet, den zoon van Amoz;   [2] De hofmaarschalk Eljakim, de schrijver Sebna en de oudsten van de priesters zond hij, gekleed in boetekleden, naar de profeet Jesaja, de zoon van Amos.   [2] Hofmeester Eljakim, hofschrijver Sebna en de oudsten van de priesters stuurde hij gehuld in boetekleren naar de profeet Jesaja, de zoon van Amos.   2 Ook zendt hij Eljakiem die over het huis gaat, Sjevna de schrijver, en de oudsten van de priesters, bedekt met rouwzakken,– naar Jesaja, de zoon van Amots, de profeet.   2. Il envoya le maître du palais Élyaqim, le secrétaire Shebna et les anciens des prêtres, couverts de sacs, auprès du prophète Isaïe, fils d'Amoç.  

King James Bible . [2] And he sent Eliakim, who was over the household, and Shebna the scribe, and the elders of the priests covered with sackcloth, unto Isaiah the prophet the son of Amoz.
Luther-Bibel . 2 Und er sandte den Hofmeister Eljakim und den Schreiber Schebna samt den Ältesten der Priester, mit dem Sack angetan, zu dem Propheten Jesaja, dem Sohn des Amoz.

Tekstuitleg van Js 37,2 .

15. jësja`ëjâhû (Jesaja) < jësja` (redding) + jâhû (JHWH) = redding is JHWH / JHWH is redding . Profeet (rond 740) . Taalgebruik in Tenach : jësja`ëjâhû (Jesaja) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 68 (2² X 17) OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 3 - 7 - 1 - 5 - 6 . Tenach (32) . Js (16) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 13,1 . (5) Js 20,2 . (6) Js 20,3 . (7) Js 37,2 . (8) Js 37,5 . (9) Js 37,6 . (10) Js 37,21 . (11) Js 38,1 . (12) Js 38,4 . (13) Js 38,21 . (14) Js 39,3 . (15) Js 39,5 . (16) Js 39,8 . Andere boeken (16) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,5 . (3) 2 K 19,6 . (4) 2 K 19,20 . (5) 2 K 20,1 . (6) 2 K 20,4 . (7) 2 K 20,7 . (8) 2 K 20,8 . (9) 2 K 20,9 . (10) 2 K 20,11 . (11) 2 K 20,14 . (12) 2 K 20,16 . (13) 2 K 20,19 . (14) 1 Kr 25,15 . (15) 2 Kr 26,22 . (16) 2 Kr 32,32 .
- wîsja`ëjâhû (en Jesaja) . Tenach (3) : (1) 1 Kr 25,3 . (2) 1 Kr 26,25 . (3) 2 Kr 32,20 .
- ´èl jësja`ëjâhû (tot Jesaja) . Tenach (8) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 20,8 . (3) 2 K 20,19 . (4) Js 7,3 . (5) Js 37,2 . (6) Js 37,5 . (7) Js 38,4 . (8) Js 39,8 .
Een vorm van jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) in Js (20) , van jesja` / jèsja` (hulp, heil, redding) in Js (5) , van jësjû`âh / jësjû`âthâh (redding, verlossing) in Js (18) . .

17. âmôts (Amos) . Taalgebruik in Tenach : âmôts (Amos) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , waw = 6 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 137 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 6 - 9 . Tenach (13) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,20 . (3) 2 K 20,1 . (4) Js 1,1 . (5) Js 2,1 . (6) Js 13,1 . (7) Js 20,2 . (8) Js 37,2 . (9) Js 37,21 . (10) Js 38,1 . (11) 2 Kr 26,22 . (12) 2 Kr 32,20 . (13) 2 Kr 32,32 . In Js in 7 verzen . De zoon van Amots is de profeet Jesaja (rond 740) .
Zie werkw. ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 32 (2² X 2³) OF 131 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 9 . Een vorm van ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) in Js (3) : (1) Js 35,3 . (2) Js 41,10 . (3) Js 44,14 .
- bijvoegl. naamw. ´âmots (sterk) . Tenach (1) : Zach 6,3 .
Niet verwarren met `âmôs (Amos) . Taalgebruik in Tenach : `âmôs (Amos) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , waw = 6 , samech = 15 of 60 ; totaal : 50 (2 X 5²) OF 176 (2² X 2² X 11) . Structuur : 7 - 4 - 6 - 6 .

15. - 17. jësja`ëjâhû bèn âmôts (Jesaja , zoon van Amos) . Tenach (9) : (1) 2 K 19,20 . (2) 2 K 20,1 . (3) Js 1,1 . (4) Js 20,2 . (5) Js 37,2 . (6) Js 37,21 . (7) Js 38,1 . (8) 2 Kr 26,22 . (9) 2 Kr 32,32 .

Js 37,3 - Js 37,3 . Eerste voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,1 - Js 37,2 - Js 37,3 - Js 37,4 - Js 37,5 - Js 37,6 - Js 37,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai eipan autô tade legei ezekias èmera thlipseôs kai oneidismou kai elegmou kai orgès è sèmeron èmera oti èkei è ôdin tè tiktousè ischun de ouk echei tou tekein  3 et dixerunt ad eum haec dicit Ezechias dies tribulationis et correptionis et blasphemiae dies haec quia venerunt filii usque ad partum et virtus non est parienti     3 En zij zeiden tot hem: Alzo zegt Hizkia: Deze dag is een dag der benauwdheid, en der schelding, en der lastering; want de kinderen zijn gekomen tot aan de geboorte, en er is geen kracht om te baren.   [3] Ze zeiden tegen hem: ‘Dit zegt Hizkia: Dit is een dag van benauwenis, een dag van straf en schande: het kind ontsluit de baarmoeder, maar de kracht om te baren is er niet.   [3] Ze zeiden hem: ‘Dit zegt Hizkia: “Deze dag is er een van angst, straf en vernedering: het is als bij een geboorte waarbij de baarmoeder ontsloten is maar de kracht om te baren ontbreekt.   3 Zij moeten tot hem zeggen: zo heeft gezegd Chizkiahoe: een dag van benauwing, bestraffing en hoon is deze dag,– want kinderen zijn gekomen tot aan de doorbraak maar er is geen kracht meer om ze te baren!–   3. Ceux-ci lui dirent : « Ainsi parle Ézéchias : Ce jour-ci est un jour d'angoisse, de châtiment et d'opprobre. Les enfants sont à terme et la force manque pour les enfanter.  

King James Bible . [3] And they said unto him, Thus saith Hezekiah, This day is a day of trouble, and of rebuke, and of blasphemy: for the children are come to the birth, and there is not strength to bring forth.
Luther-Bibel . 3 Und sie sprachen zu ihm: So spricht Hiskia: Das ist ein Tag der Trübsal, der Züchtigung und der Schmach – wie wenn Kinder eben geboren werden sollen, aber die Kraft fehlt, sie zu gebären.

Tekstuitleg van Js 37,3 .

5. chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Tenach : chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Jesaja : chizëqijjâhû (Hizkia) . Getalwaarde : chet = 8 , zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 55 (5 X 11) of 131 (priemgetal) . Structuur : 8 - 7 - 1 - 5 - 6 . Betekenis : chizëqijjâhû (Hizkia) < châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) . Taalgebruik in Tenach : châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) + jahû = JHWH . JHWH bevestigt : maakt sterk . Tenach (65) . Js (28) . Js 36 (9) . Js 37 (8) . Js 38 (5) . Js 39 (6) . Js 36 (9) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,7 . (5) Js 36,14 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . (9) Js 36,22 . Js 37 (8) : (1) Js 37,1 . (2) Js 37,3 . (3) Js 37,5 . (4) Js 37,9 . (5) Js 37,10 . (6) Js 37,14 . (7) Js 37,15 . (8) Js 37,21 . Js 38 (5) : (1) Js 38,1 . (2) Js 38,2 . (3) Js 38,3 . (4) Js 38,5 . (5) Js 38,22 . Js 39 (6) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,2 . (3) Js 39,3 . (4) Js 39,4 . (5) Js 39,5 . (6) Js 39,8 .
- lëchizëqijjâhû (aan Hizkia) . Tenach (1) : Js 38,9 .

13. - act. praes. 3de pers. enk. èkei (hij komt) van het werkw. hèkô (komen) . Taalgebruik in de LXX : hèkô (komen) . Taalgebruik in het NT : hèkô (komen) . Een vorm van hèkô (komen) in de LXX (244) , in het NT (25) . Bijbel (59) . OT (44) . NT (4) . Js (2) : (1) Js 37,3 . (2) Js 60,1 .

Js 37,4 - Js 37,4 . Eerste voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,1 - Js 37,2 - Js 37,3 - Js 37,4 - Js 37,5 - Js 37,6 - Js 37,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4eisakousai kurios o theos sou tous logous rapsakou ous apesteilen basileus assuriôn oneidizein theon zônta kai oneidizein logous ous èkousen kurios o theos sou kai deèthèsè pros kurion ton theon sou peri tôn kataleleimmenôn toutôn  4 si quo modo audiat Dominus Deus tuus verba Rabsaces quem misit rex Assyriorum dominus suus ad blasphemandum Deum viventem et obprobrandum sermonibus quos audivit Dominus Deus tuus leva ergo orationem pro reliquiis quae reppertae sunt     4 Misschien zal de HEERE, uw God, horen de woorden van Rabsake, denwelken zijn heer, de koning van Assyrië, gezonden heeft, om den levenden God te honen, en te schelden met woorden, die de HEERE, uw God, gehoord heeft; hef dan een gebed op voor het overblijfsel, dat gevonden wordt.   [4] Hopelijk heeft de heer uw God de woorden gehoord van de opperbevelhebber die door de koning van Assur, zijn heer, gezonden was om de levende God te beledigen. Dat de heer uw God hem voor die woorden mag straffen. Spreek dus een gebed uit voor de rest die is overgebleven.’   [4] Maar misschien slaat de HEER, uw God, acht op wat de rabsake gezegd heeft, die door zijn heer, de koning van Assyrië, hierheen is gestuurd om de levende God te honen, en misschien zal hij die belediging vergelden. Bid daarom voor degenen van ons volk die er nog over zijn.”’   4 misschien hoort de ENE, je God, de woorden van de maarschalk die zijn heer, de koning van Asjoer, heeft uitgezonden om de levende God te smaden, en zal hij hem straffen voor de woorden die de ENE, je God, gehoord heeft; wil een gebed opdragen voor het overblijfsel dat nog te vinden is!   4. Puisse Yahvé ton Dieu entendre les paroles du grand échanson que le roi d'Assyrie, son maître, a envoyé insulter le Dieu vivant, et puisse Yahvé ton Dieu punir les paroles qu'il a entendues! Adresse une prière en faveur du reste qui subsiste encore. » 

King James Bible . [4] It may be the LORD thy God will hear the words of Rabshakeh, whom the king of Assyria his master hath sent to reproach the living God, and will reprove the words which the LORD thy God hath heard: wherefore lift up thy prayer for the remnant that is left.
Luther-Bibel . 4 Vielleicht hört der HERR, dein Gott, die Worte des Rabschake, den sein Herr, der König von Assyrien, gesandt hat, den lebendigen Gott zu lästern, und straft die Worte, die der HERR, dein Gott, gehört hat! So tu Fürbitte für die Übriggebliebenen, die noch vorhanden sind.

Tekstuitleg van Js 37,4 .

6. d-b-r-j . dëbhare(j) (woorden van) . dëbhârî (mijn woord) . dëbhâraj (mijn woorden) . Zie dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenach : dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Jesaja : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 21 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 206 = 2 X 103 . Structuur : 4 - 2 - 3 . Gr. logos (woord) . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Taalgebruik in het N.T. : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het N.T. (331) . Tenach (259) . Pentateuch (43) . Js (9) : (1) Js 29,18 . (2) Js 36,13 . (3) Js 36,22 . (4) Js 37,4 . (5) Js 37,17 . (6) Js 51,16 . (7) Js 55,11 . (8) Js 59,13 . (9) Js 66,2 .

12. ´asjsjûr (Assur) . Taalgebruik in Tenach : ´asjsjûr (Assur) . Getalwaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 OF 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (124) . Pentateuch (4) . Js (36) . Js 1-35 (17) : (1) Js 7,17 . (2) Js 7,18 . (3) Js 7,20 . (4) Js 8,4 . (5) Js 8,7 . (6) Js 10,5 . (7) Js 10,12 . (8) Js 14,25 . (9) Js 19,23 . (10) Js 19,25 . (11) Js 20,1 . (12) Js 20,4 . (13) Js 20,6 . (14) Js 23,13 . (15) Js 27,13 . (16) Js 30,31 . (17) Js 31,8 . Js 36-38 (19) . Js 36 (8) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,8 . (5) Js 36,13 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . Js 37 (10) : (1) Js 37,4 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,8 . (4) Js 37,10 . (5) Js 37,11 . (6) Js 37,18 . (7) Js 37,21 . (8) Js 37,33 . (9) Js 37,36 . (10) Js 37,37 . Js 38 (1) Js 38,6 .
- wë´asjsjûr (en Assur) . Tenach (4) : (1) Gn 10,22 . (2) Js 52,4 . (3) Hos 11,5 . (4) 1 Kr 1,17 .

Js 37,5 - Js 37,5 . Eerste voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,1 - Js 37,2 - Js 37,3 - Js 37,4 - Js 37,5 - Js 37,6 - Js 37,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5kai èlthon oi paides tou basileôs pros èsaian 5 et venerunt servi regis Ezechiae ad Isaiam     5 En de knechten van den koning Hizkia kwamen tot Jesaja.   [5] Toen de hovelingen van koning Hizkia bij Jesaja gekomen waren,   [5] Zo kwamen de hovelingen van koning Hizkia bij Jesaja,   5 Hiermee komen de dienaren van koning Chizkiahoe aan bij Jesaja.   5. Lorsque les ministres du roi Ézéchias furent arrivés auprès d'Isaïe,  

King James Bible . [5] So the servants of king Hezekiah came to Isaiah.
Luther-Bibel . 5 Und die Großen des Königs Hiskia kamen zu Jesaja.

Tekstuitleg van Js 37,5 .

4. chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Tenach : chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Jesaja : chizëqijjâhû (Hizkia) . Getalwaarde : chet = 8 , zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 55 (5 X 11) of 131 (priemgetal) . Structuur : 8 - 7 - 1 - 5 - 6 . Betekenis : chizëqijjâhû (Hizkia) < châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) . Taalgebruik in Tenach : châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) + jahû = JHWH . JHWH bevestigt : maakt sterk . Tenach (65) . Js (28) . Js 36 (9) . Js 37 (8) . Js 38 (5) . Js 39 (6) . Js 36 (9) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,7 . (5) Js 36,14 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . (9) Js 36,22 . Js 37 (8) : (1) Js 37,1 . (2) Js 37,3 . (3) Js 37,5 . (4) Js 37,9 . (5) Js 37,10 . (6) Js 37,14 . (7) Js 37,15 . (8) Js 37,21 . Js 38 (5) : (1) Js 38,1 . (2) Js 38,2 . (3) Js 38,3 . (4) Js 38,5 . (5) Js 38,22 . Js 39 (6) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,2 . (3) Js 39,3 . (4) Js 39,4 . (5) Js 39,5 . (6) Js 39,8 .
- lëchizëqijjâhû (aan Hizkia) . Tenach (1) : Js 38,9 .

6. jësja`ëjâhû (Jesaja) < jësja` (redding) + jâhû (JHWH) = redding is JHWH / JHWH is redding . Profeet (rond 740) . Taalgebruik in Tenach : jësja`ëjâhû (Jesaja) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 68 (2² X 17) OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 3 - 7 - 1 - 5 - 6 . Tenach (32) . Js (16) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 13,1 . (5) Js 20,2 . (6) Js 20,3 . (7) Js 37,2 . (8) Js 37,5 . (9) Js 37,6 . (10) Js 37,21 . (11) Js 38,1 . (12) Js 38,4 . (13) Js 38,21 . (14) Js 39,3 . (15) Js 39,5 . (16) Js 39,8 . Andere boeken (16) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,5 . (3) 2 K 19,6 . (4) 2 K 19,20 . (5) 2 K 20,1 . (6) 2 K 20,4 . (7) 2 K 20,7 . (8) 2 K 20,8 . (9) 2 K 20,9 . (10) 2 K 20,11 . (11) 2 K 20,14 . (12) 2 K 20,16 . (13) 2 K 20,19 . (14) 1 Kr 25,15 . (15) 2 Kr 26,22 . (16) 2 Kr 32,32 .
- wîsja`ëjâhû (en Jesaja) . Tenach (3) : (1) 1 Kr 25,3 . (2) 1 Kr 26,25 . (3) 2 Kr 32,20 .
- ´èl jësja`ëjâhû (tot Jesaja) . Tenach (8) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 20,8 . (3) 2 K 20,19 . (4) Js 7,3 . (5) Js 37,2 . (6) Js 37,5 . (7) Js 38,4 . (8) Js 39,8 .
Een vorm van jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) in Js (20) , van jesja` / jèsja` (hulp, heil, redding) in Js (5) , van jësjû`âh / jësjû`âthâh (redding, verlossing) in Js (18) .

Js 37,6 - Js 37,6 . Eerste voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,1 - Js 37,2 - Js 37,3 - Js 37,4 - Js 37,5 - Js 37,6 - Js 37,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6kai eipen autois èsaias outôs ereite pros ton kurion umôn tade legei kurios mè fobèthès apo tôn logôn ôn èkousas ous ôneidisan me oi presbeis basileôs assuriôn  6 et dixit ad eos Isaias haec dicetis domino vestro haec dicit Dominus ne timeas a facie verborum quae audisti quibus blasphemaverunt pueri regis Assyriorum me     6 En Jesaja zeide tot hen: Zo zult gijlieden tot uw heer zeggen: Zo zegt de HEERE: Vrees niet voor de woorden, die gij gehoord hebt, waarmede Mij de dienaars des konings van Assyrië gelasterd hebben.   [6] zei hij tegen hen: ‘Dit moet u tegen uw heer zeggen: “Zo spreekt de heer: Laat u geen angst aanjagen door wat u gehoord hebt, de woorden waarmee die jongens van de koning van Assur Mij beledigd hebben.   [6] en Jesaja antwoordde hun: ‘Zeg tegen uw koning: “Dit zegt de HEER: Laat je niet ontmoedigen door de woorden waarmee de knechten van de koning van Assyrië mij hebben bespot.   6 Jesaja zegt tot hen: zo moet ge zeggen tot uw heer: zo heeft gezegd de ENE: vrees niet voor het affront van de woorden die je hebt gehoord en waarmee mij gelasterd hebben die jongens van Asjoers koning;  6. celui-ci leur dit : « Vous direz à votre maître : Ainsi parle Yahvé. N'aie pas peur des paroles que tu as entendues, des blasphèmes que les valets du roi d'Assyrie ont lancés contre moi.  

King James Bible . [6] And Isaiah said unto them, Thus shall ye say unto your master, Thus saith the LORD, Be not afraid of the words that thou hast heard, wherewith the servants of the king of Assyria have blasphemed me.
Luther-Bibel . 6 Jesaja aber sprach zu ihnen: So sollt ihr eurem Herrn sagen: So spricht der HERR: Fürchte dich nicht vor den Worten, die du gehört hast, mit denen mich die Knechte des Königs von Assyrien geschmäht haben!

Tekstuitleg van Js 37,6 .

3. jësja`ëjâhû (Jesaja) < jësja` (redding) + jâhû (JHWH) = redding is JHWH / JHWH is redding . Profeet (rond 740) . Taalgebruik in Tenach : jësja`ëjâhû (Jesaja) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 68 (2² X 17) OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 3 - 7 - 1 - 5 - 6 . Tenach (32) . Js (16) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 13,1 . (5) Js 20,2 . (6) Js 20,3 . (7) Js 37,2 . (8) Js 37,5 . (9) Js 37,6 . (10) Js 37,21 . (11) Js 38,1 . (12) Js 38,4 . (13) Js 38,21 . (14) Js 39,3 . (15) Js 39,5 . (16) Js 39,8 . Andere boeken (16) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,5 . (3) 2 K 19,6 . (4) 2 K 19,20 . (5) 2 K 20,1 . (6) 2 K 20,4 . (7) 2 K 20,7 . (8) 2 K 20,8 . (9) 2 K 20,9 . (10) 2 K 20,11 . (11) 2 K 20,14 . (12) 2 K 20,16 . (13) 2 K 20,19 . (14) 1 Kr 25,15 . (15) 2 Kr 26,22 . (16) 2 Kr 32,32 .
Een vorm van jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) in Js (20) , van jesja` / jèsja` (hulp, heil, redding) in Js (5) , van jësjû`âh / jësjû`âthâh (redding, verlossing) in Js (18) .

12. act. qal jussief tweede persoon mannelijk enkelvoud thîrâ´ (vrees) van het werkw. jârâ´ (vrezen, eerbied hebben) . Taalgebruik in Tenach : jâr´â (vrezen, eerbied hebben) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 31 OF 211 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 1 . Tenach (40) . Js (8) : (1) Js 7,4 . (2) Js 10,24 . (3) Js 37,6 . (4) Js 41,10 . (5) Js 41,13 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,5 . (8) Js 44,2 .

21. ´asjsjûr (Assur) . Taalgebruik in Tenach : ´asjsjûr (Assur) . Getalwaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 OF 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (124) . Pentateuch (4) . Js (36) . Js 1-35 (17) : (1) Js 7,17 . (2) Js 7,18 . (3) Js 7,20 . (4) Js 8,4 . (5) Js 8,7 . (6) Js 10,5 . (7) Js 10,12 . (8) Js 14,25 . (9) Js 19,23 . (10) Js 19,25 . (11) Js 20,1 . (12) Js 20,4 . (13) Js 20,6 . (14) Js 23,13 . (15) Js 27,13 . (16) Js 30,31 . (17) Js 31,8 . Js 36-38 (19) . Js 36 (8) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,8 . (5) Js 36,13 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . Js 37 (10) : (1) Js 37,4 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,8 . (4) Js 37,10 . (5) Js 37,11 . (6) Js 37,18 . (7) Js 37,21 . (8) Js 37,33 . (9) Js 37,36 . (10) Js 37,37 . Js 38 (1) Js 38,6 .
- wë´asjsjûr (en Assur) . Tenach (4) : (1) Gn 10,22 . (2) Js 52,4 . (3) Hos 11,5 . (4) 1 Kr 1,17 .

Js 37,7 - Js 37,7 . Eerste voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,1 - Js 37,2 - Js 37,3 - Js 37,4 - Js 37,5 - Js 37,6 - Js 37,7 - 
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7idou egô embalô eis auton pneuma kai akousas aggelian apostrafèsetai eis tèn chôran autou kai peseitai machaira en tè gè autou  7 ecce ego dabo ei spiritum et audiet nuntium et revertetur ad terram suam et corruere eum faciam gladio in terra sua     7 Zie, Ik zal een geest in hem geven, dat hij een gerucht horen zal, en weder in zijn land keren; en Ik zal hem door het zwaard in zijn land vellen.   [7] Want Ik, Ik zal hem in paniek brengen, zodat hij bij het horen van een bericht rechtsomkeert maakt naar zijn land; daar, in zijn eigen land, zal Ik hem door het zwaard laten omkomen.”   [7] Ik zal hem een geest sturen en hem een gerucht laten influisteren waardoor hij naar zijn eigen land terugkeert, en daar zal ik hem een gewelddadige dood laten sterven.”’   7 zie, ik zal een geest in hem geven, iets ongehoords zal hij horen, en terugkeren naar zijn land; in zijn land zal ik hem doen vallen door het zwaard!  7. Voici que je vais mettre en lui un esprit et, sur une nouvelle qu'il entendra, il retournera dans son pays et, dans son pays, je le ferai tomber sous l'épée. »  

King James Bible . [7] Behold, I will send a blast upon him, and he shall hear a rumour, and return to his own land; and I will cause him to fall by the sword in his own land.
Luther-Bibel . 7 Siehe, ich will ihn andern Sinnes machen; denn er soll ein Gerücht hören, sodass er wieder heimzieht in sein Land. Dann will ich ihn durchs Schwert fällen in seinem Lande.

Tekstuitleg van Js 37,7 .

4. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Taalgebruik in Jesaja : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Gr. pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het N.T. (379) . Tenach (204) . Pentateuch (19) . Js (28) . Js 1-39 (13) : (1) Js 7,2 . (2) Js 11,2 . (3) Js 17,13 . (4) Js 19,3 . (5) Js 19,14 . (6) Js 25,4 . (7) Js 26,18 . (8) Js 29,10 . (9) Js 29,24 . (10) Js 31,3 . (11) Js 32,2 . (12) Js 32,15 . (13) Js 37,7 . w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . wërûach (en een geest) . Tenach (2) : (1) Js 41,16 . (2) Js 42,5 .

3. - 4. bô rûach (in hem een geest) . Tenach (4) : (1) Gn 6,17 . (2) Gn 7,15 . (3) 2 K 19,7 . (4) Js 37,7 .

- Js 37,8-13 . Sanherib waarschuwt Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,8 - Js 37,9 - Js 37,10 - Js 37,11 - Js 37,12 - Js 37,13 -

Js 37,8 - Js 37,8 . Sanherib waarschuwt Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,8 - Js 37,9 - Js 37,10 - Js 37,11 - Js 37,12 - Js 37,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai apestrepsen rapsakès kai katelaben poliorkounta ton basilea lomnan kai èkousen basileus assuriôn oti  8 reversus est autem Rabsaces et invenit regem Assyriorum proeliantem adversus Lobna audierat enim quia profectus esset de Lachis    8 Zo kwam Rabsake weder, en hij vond den koning van Assyrië strijdende tegen Libna; want hij had gehoord, dat hij van Lachis vertrokken was.   [8] De opperbevelhebber, die vernomen had dat de koning van Assur uit Lakis vertrokken was, ging weg en voegde zich bij de koning, die op dat ogenblik Libna belegerde.   [8] Inmiddels had de rabsake zich weer bij zijn koning gevoegd, die, zoals hij had vernomen, zijn kamp bij Lachis had opgebroken en nu de aanval had geopend op Libna. 8 ¶ De maarschalk keert terug en vindt Asjoers koning in oorlog tegen Livna,– nadat hij heeft gehoord dat hij uit Lachiesj is opgebroken.  8. Le grand échanson s'en retourna et retrouva le roi d'Assyrie en train de combattre contre Libna. Le grand échanson avait appris en effet que le roi avait décampé de Lakish,  

King James Bible . [8] So Rabshakeh returned, and found the king of Assyria warring against Libnah: for he had heard that he was departed from Lachish.
Luther-Bibel . 8 Als aber der Rabschake zurückkam, fand er den König von Assyrien im Kampf gegen Libna; denn er hatte gehört, dass er von Lachisch abgezogen war.

Tekstuitleg van Js 37,8 .

7. ´asjsjûr (Assur) . Taalgebruik in Tenach : ´asjsjûr (Assur) . Getalwaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 OF 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (124) . Pentateuch (4) . Js (36) . Js 1-35 (17) : (1) Js 7,17 . (2) Js 7,18 . (3) Js 7,20 . (4) Js 8,4 . (5) Js 8,7 . (6) Js 10,5 . (7) Js 10,12 . (8) Js 14,25 . (9) Js 19,23 . (10) Js 19,25 . (11) Js 20,1 . (12) Js 20,4 . (13) Js 20,6 . (14) Js 23,13 . (15) Js 27,13 . (16) Js 30,31 . (17) Js 31,8 . Js 36-38 (19) . Js 36 (8) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,8 . (5) Js 36,13 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . Js 37 (10) : (1) Js 37,4 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,8 . (4) Js 37,10 . (5) Js 37,11 . (6) Js 37,18 . (7) Js 37,21 . (8) Js 37,33 . (9) Js 37,36 . (10) Js 37,37 . Js 38 (1) Js 38,6 .
- wë´asjsjûr (en Assur) . Tenach (4) : (1) Gn 10,22 . (2) Js 52,4 . (3) Hos 11,5 . (4) 1 Kr 1,17 .

Js 37,9 - Js 37,9 . Sanherib waarschuwt Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,8 - Js 37,9 - Js 37,10 - Js 37,11 - Js 37,12 - Js 37,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9exèlthen tharaka basileus aithiopôn poliorkèsai auton kai akousas apestrepsen kai apesteilen aggelous pros ezekian legôn  9 et audivit de Tharaca rege Aethiopiae dicentes egressus est ut pugnet contra te quod cum audisset misit nuntios ad Ezechiam dicens     9 Als hij nu hoorde van Tirhaka, den koning van Cusch, zeggen: Hij is uitgetogen, om tegen u te strijden; toen hij zulks hoorde, zo zond hij weder boden tot Hizkia, zeggende:   [9] Maar toen de koning vernam dat Tirhaka, de koning van Kus, opgerukt was om de strijd met hem aan te binden, zond hij boodschappers naar Hizkia met de opdracht:   [9] Maar Sanherib ving het gerucht op dat koning Tirhaka van Nubië was uitgetrokken om de strijd met hem aan te binden en zond, toen hij dat hoorde, gezanten naar Hizkia, met de opdracht:   9 Maar als hij hoort dat over Tirhaka, koning van Koesj, gezegd wordt: die is uitgetrokken om met jou oorlog te voeren,– als hij dat hoort zendt hij boden naar Chizkiahoe en zegt:   9. car il avait reçu cette nouvelle au sujet de Tirhaqa, roi de Kush : « Il est parti en guerre contre toi. » De nouveau Sennachérib envoya des messagers à Ézéchias pour lui dire :  

King James Bible . [9] And he heard say concerning Tirhakah king of Ethiopia, He is come forth to make war with thee. And when he heard it, he sent messengers to Hezekiah, saying,
Luther-Bibel . 9 Er hatte nämlich gehört über Tirhaka, den König von Kusch: Er ist ausgezogen, gegen dich zu kämpfen. Als er das hörte, sandte er Boten zu Hiskia und ließ ihm sagen:

Tekstuitleg van Js 37,9 .

13. 5. chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Tenach : chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Jesaja : chizëqijjâhû (Hizkia) . Getalwaarde : chet = 8 , zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 55 (5 X 11) of 131 (priemgetal) . Structuur : 8 - 7 - 1 - 5 - 6 . Betekenis : chizëqijjâhû (Hizkia) < châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) . Taalgebruik in Tenach : châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) + jahû = JHWH . JHWH bevestigt : maakt sterk . Tenach (65) . Js (28) . Js 36 (9) . Js 37 (8) . Js 38 (5) . Js 39 (6) . Js 36 (9) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,7 . (5) Js 36,14 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . (9) Js 36,22 . Js 37 (8) : (1) Js 37,1 . (2) Js 37,3 . (3) Js 37,5 . (4) Js 37,9 . (5) Js 37,10 . (6) Js 37,14 . (7) Js 37,15 . (8) Js 37,21 . Js 38 (5) : (1) Js 38,1 . (2) Js 38,2 . (3) Js 38,3 . (4) Js 38,5 . (5) Js 38,22 . Js 39 (6) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,2 . (3) Js 39,3 . (4) Js 39,4 . (5) Js 39,5 . (6) Js 39,8 .
- lëchizëqijjâhû (aan Hizkia) . Tenach (1) : Js 38,9 .

Js 37,10 - Js 37,10 . Sanherib waarschuwt Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,8 - Js 37,9 - Js 37,10 - Js 37,11 - Js 37,12 - Js 37,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10outôs ereite ezekia basilei tès ioudaias mè se apatatô o theos sou ef' ô pepoithôs ei ep' autô legôn ou mè paradothè ierousalèm eis cheiras basileôs assuriôn  10 haec dicetis Ezechiae regi Iudae loquentes non te decipiat Deus tuus in quo tu confidis dicens non dabitur Hierusalem in manu regis Assyriorum     10 Zo zult gijlieden spreken tot Hizkia, den koning van Juda, zeggende: Laat u uw God niet bedriegen, op Welken gij vertrouwt, zeggende: Jeruzalem zal in de hand des konings van Assyrië niet gegeven worden.   [10] ‘Dit moet u tegen Hizkia, de koning van Juda zeggen: “Laat u niet bedriegen door uw God, op wie u vertrouwt, en veronderstel niet dat Jeruzalem niet in de handen van de koning van Assur zal vallen.   [10] ‘Zeg tegen koning Hizkia van Juda: “Laat u niet misleiden door de HEER, uw God, in wie u uw vertrouwen hebt gesteld omdat hij u heeft toegezegd dat Jeruzalem niet in handen zal vallen van de koning van Assyrië.   10 zó zult ge zeggen tot Chizkiahoe, koning van Juda,– ge zult zeggen: laat je God je niet misleiden bij wie jij je zo veilig voelt dat je zegt: Jeruzalem zal niet worden prijsgegeven in de hand van Asjoers koning!–   10. « Vous parlerez ainsi à Ézéchias roi de Juda : Que ton Dieu en qui tu te confies ne t'abuse pas en disant : «Jérusalem ne sera pas livrée aux mains du roi d'Assyrie. »  

King James Bible . [10] Thus shall ye speak to Hezekiah king of Judah, saying, Let not thy God, in whom thou trustest, deceive thee, saying, Jerusalem shall not be given into the hand of the king of Assyria.
Luther-Bibel . 10 Sagt Hiskia, dem König von Juda: Lass dich durch deinen Gott nicht betrügen, auf den du dich verlässt und sprichst: Jerusalem wird nicht in die Hand des Königs von Assyrien gegeben werden.

Tekstuitleg van Js 37,10 .

4. chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Tenach : chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Jesaja : chizëqijjâhû (Hizkia) . Getalwaarde : chet = 8 , zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 55 (5 X 11) of 131 (priemgetal) . Structuur : 8 - 7 - 1 - 5 - 6 . Betekenis : chizëqijjâhû (Hizkia) < châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) . Taalgebruik in Tenach : châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) + jahû = JHWH . JHWH bevestigt : maakt sterk . Tenach (65) . Js (28) . Js 36 (9) . Js 37 (8) . Js 38 (5) . Js 39 (6) . Js 36 (9) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,7 . (5) Js 36,14 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . (9) Js 36,22 . Js 37 (8) : (1) Js 37,1 . (2) Js 37,3 . (3) Js 37,5 . (4) Js 37,9 . (5) Js 37,10 . (6) Js 37,14 . (7) Js 37,15 . (8) Js 37,21 . Js 38 (5) : (1) Js 38,1 . (2) Js 38,2 . (3) Js 38,3 . (4) Js 38,5 . (5) Js 38,22 . Js 39 (6) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,2 . (3) Js 39,3 . (4) Js 39,4 . (5) Js 39,5 . (6) Js 39,8 .
- lëchizëqijjâhû (aan Hizkia) . Tenach (1) : Js 38,9 .

6. jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenach : jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Jesaja : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , daleth = 4 ; totaal : 24 (2³ X 3) . Tenach (633) . Js (20) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 5,3 . (4) Js 5,7 . (5) Js 7,1 . (6) Js 7,17 . (7) Js 9,20 . (8) Js 11,12 . (9) Js 11,13 . (10) Js 19,17 . (11) Js 22,8 . (12) Js 22,21 . (13) Js 26,1 . (14) Js 36,1 . (15) Js 37,10 . (16) Js 37,31 . (17) Js 38,9 . (18) Js 40,9 . (19) Js 44,26 . (20) Js 48,1 .

Js 37,11 - Js 37,11 . Sanherib waarschuwt Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,8 - Js 37,9 - Js 37,10 - Js 37,11 - Js 37,12 - Js 37,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11è ouk èkousas a epoièsan basileis assuriôn pasan tèn gèn ôs apôlesan  11 ecce tu audisti omnia quae fecerunt reges Assyriorum omnibus terris quas subverterunt et tu poteris liberari     11 Zie, gij hebt gehoord, wat de koningen van Assyrië aan alle landen gedaan hebben, die verbannende; en zoudt gij gered worden?   [11] U hebt toch zelf gehoord wat de koningen van Assur alle landen hebben aangedaan door ze aan de vernietiging te wijden? En zou u dan gered worden?   [11] U hebt toch zelf gehoord hoe de koningen van Assyrië alle landen die ze binnenvielen vernietigd hebben. Zou u dan gered worden?   11 zie, zelf heb je gehoord wat Asjoers koningen aan alle landen hebben gedaan door ze met de ban te slaan; zul jij dan worden gered?–   11. Tu as appris ce que les rois d'Assyrie ont fait à tous les pays, les vouant à l'anathème, et toi, tu serais délivré! 

King James Bible . [11] Behold, thou hast heard what the kings of Assyria have done to all lands by destroying them utterly; and shalt thou be delivered?
Luther-Bibel . 11 Siehe, du hast gehört, was die Könige von Assyrien allen Ländern getan haben, dass sie den Bann an ihnen vollstreckten, und du allein solltest errettet werden?

Tekstuitleg van Js 37,11 .


Js 37,12 - Js 37,12 . Sanherib waarschuwt Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,8 - Js 37,9 - Js 37,10 - Js 37,11 - Js 37,12 - Js 37,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12mè errusanto autous oi theoi tôn ethnôn ous oi pateres mou apôlesan tèn te gôzan kai charran kai rafes ai eisin en chôra themad  12 numquid eruerunt eos dii gentium quos subverterunt patres mei Gozan et Aran et Reseph et filios Eden qui erant in Thalassar     12 Hebben de goden der volken die mijn vaders verdorven hebben, dezelven gered, als Gozan, en Haran, en Rezef, en de kinderen van Eden, die in Telasser waren?   [12] De volken die door mijn voorvaderen in het verderf zijn gestort, Gozan, Haran, Resef en de zonen van Eden in Telassar, zijn die door hun goden gered?   [12] Gozan, Charan, Resef en de inwoners van Eden in Telassar, die door mijn voorouders werden uitgeroeid, zijn toch ook niet door hun goden gered?   12 hebben de goden der volkeren die mijn voorvaders vernietigd hebben hen gered: Gozan, Charan, Retsef en de zonen van Eden in Telasar?–   12. Les ont-ils délivrées, les dieux des nations que mes pères ont dévastées, Gozân, Harân, Réçeph, et les Édénites qui étaient à Tell Basar ?  

King James Bible . [12] Have the gods of the nations delivered them which my fathers have destroyed, as Gozan, and Haran, and Rezeph, and the children of Eden which were in Telassar?
Luther-Bibel . 12 Haben denn die Götter der Völker die Länder errettet, die von meinen Vätern vernichtet wurden: Gosan, Haran, Rezef und die von Eden in Telassar?

Tekstuitleg van Js 37,12 .


Js 37,13 - Js 37,13 . Sanherib waarschuwt Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,8 - Js 37,9 - Js 37,10 - Js 37,11 - Js 37,12 - Js 37,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13pou eisin oi basileis aimath kai arfath kai poleôs sepfarim anag ougaua  13 ubi est rex Emath et rex Arfad et rex urbis Seffarvaim Anahe et Ava     13 Waar is de koning van Hamath, en de koning van Arpad, en de koning der stad Sefarvaim, Hena en Ivva?   [13] Waar zijn ze gebleven, de koningen van Hamat, van Arpad, van de stad Sefarwaïm, van Hena en Iwwa?” ’   [13] En wat is er geworden van de koningen van Hamat en Arpad, en van de koningen van de stad Sefarwaïm en van Hena en Iwwa?”’  13 wáár is de koning van Chamat, de koning van Arpad en de koning van de stad van Sefarvajim,– van Hena en Iva?   13. Où sont le roi de Hamat, le roi d'Arpad, le roi de Laïr, de Sepharvayim, de Héna, de Ivva ? »  

King James Bible . [13] Where is the king of Hamath, and the king of Arphad, and the king of the city of Sepharvaim, Hena, and Ivah?
Luther-Bibel . 13 Wo ist der König von Hamat und der König von Arpad und der König der Stadt Sefarwajim, Hena und Awa?

Tekstuitleg van Js 37,13 .

- Js 37,14-20 . Gebed van Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,14 - Js 37,15 - Js 37,16 - Js 37,17 - Js 37,18 - Js 37,19 - Js 37,20 -

Js 37,14 - Js 37,14 . Gebed van Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,14 - Js 37,15 - Js 37,16 - Js 37,17 - Js 37,18 - Js 37,19 - Js 37,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai elaben ezekias to biblion para tôn aggelôn kai ènoixen auto enantion kuriou  14 et tulit Ezechias libros de manu nuntiorum et legit eos et ascendit in domum Domini et expandit eos Ezechias coram Domino     14 Als nu Hizkia de brieven uit der boden hand ontvangen, en die gelezen had, ging hij op in het huis des HEEREN; en Hizkia breidde die uit voor het aangezicht des HEEREN.   [14] Hizkia nam de brief van de afgezanten aan en las die. Toen ging hij naar het huis van de heer en legde de brief open voor de heer.   [14] Toen Hizkia de brief had gelezen die de boden hem overhandigd hadden, ging hij naar de tempel van de HEER en legde de brief daar open voor hem neer.   14 Chizkiahoe neemt de briefrol aan uit de hand van de boden en leest hem voor; hij klimt op naar het huis van de ENE en dan spreidt Chizkiahoe hem uit voor het aanschijn van de ENE.   14. Ézéchias prit la lettre de la main des messagers et la lut. Puis il monta au temple de Yahvé et la déplia devant Yahvé.  

King James Bible . [14] And Hezekiah received the letter from the hand of the messengers, and read it: and Hezekiah went up unto the house of the LORD, and spread it before the LORD.
Luther-Bibel . 14 Und als Hiskia den Brief von den Boten empfangen und gelesen hatte, ging er hinauf in das Haus des HERRN und breitete ihn aus vor dem HERRN.

Tekstuitleg van Js 37,14 .

2. chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Tenach : chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Jesaja : chizëqijjâhû (Hizkia) . Getalwaarde : chet = 8 , zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 55 (5 X 11) of 131 (priemgetal) . Structuur : 8 - 7 - 1 - 5 - 6 . Betekenis : chizëqijjâhû (Hizkia) < châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) . Taalgebruik in Tenach : châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) + jahû = JHWH . JHWH bevestigt : maakt sterk . Tenach (65) . Js (28) . Js 36 (9) . Js 37 (8) . Js 38 (5) . Js 39 (6) . Js 36 (9) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,7 . (5) Js 36,14 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . (9) Js 36,22 . Js 37 (8) : (1) Js 37,1 . (2) Js 37,3 . (3) Js 37,5 . (4) Js 37,9 . (5) Js 37,10 . (6) Js 37,14 . (7) Js 37,15 . (8) Js 37,21 . Js 38 (5) : (1) Js 38,1 . (2) Js 38,2 . (3) Js 38,3 . (4) Js 38,5 . (5) Js 38,22 . Js 39 (6) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,2 . (3) Js 39,3 . (4) Js 39,4 . (5) Js 39,5 . (6) Js 39,8 .
- lëchizëqijjâhû (aan Hizkia) . Tenach (1) : Js 38,9 .

Js 37,15 - Js 37,15 . Gebed van Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,14 - Js 37,15 - Js 37,16 - Js 37,17 - Js 37,18 - Js 37,19 - Js 37,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15kai proseuxato ezekias pros kurion legôn 15 et oravit Ezechias ad Dominum dicens     15 En Hizkia bad tot den HEERE, zeggende:   [15] En Hizkia bad daar, voor de heer, als volgt:   [15] En hij bad tot de HEER:   15 Chizkiahoe bidt tot de ENE en zegt:   15. Et Ézéchias fit cette prière en présence de Yahvé :  

King James Bible . [15] And Hezekiah prayed unto the LORD, saying,
Luther-Bibel . 15 Und Hiskia betete zum HERRN und sprach:

Tekstuitleg van Js 37,15 .

2. chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Tenach : chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Jesaja : chizëqijjâhû (Hizkia) . Getalwaarde : chet = 8 , zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 55 (5 X 11) of 131 (priemgetal) . Structuur : 8 - 7 - 1 - 5 - 6 . Betekenis : chizëqijjâhû (Hizkia) < châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) . Taalgebruik in Tenach : châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) + jahû = JHWH . JHWH bevestigt : maakt sterk . Tenach (65) . Js (28) . Js 36 (9) . Js 37 (8) . Js 38 (5) . Js 39 (6) . Js 36 (9) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,7 . (5) Js 36,14 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . (9) Js 36,22 . Js 37 (8) : (1) Js 37,1 . (2) Js 37,3 . (3) Js 37,5 . (4) Js 37,9 . (5) Js 37,10 . (6) Js 37,14 . (7) Js 37,15 . (8) Js 37,21 . Js 38 (5) : (1) Js 38,1 . (2) Js 38,2 . (3) Js 38,3 . (4) Js 38,5 . (5) Js 38,22 . Js 39 (6) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,2 . (3) Js 39,3 . (4) Js 39,4 . (5) Js 39,5 . (6) Js 39,8 .
- lëchizëqijjâhû (aan Hizkia) . Tenach (1) : Js 38,9 .

Js 37,16 - Js 37,16 . Gebed van Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,14 - Js 37,15 - Js 37,16 - Js 37,17 - Js 37,18 - Js 37,19 - Js 37,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16kurie sabaôth o theos israèl o kathèmenos epi tôn cheroubin su theos monos ei pasès basileias tès oikoumenès su epoièsas ton ouranon kai tèn gèn  16 Domine exercituum Deus Israhel qui sedes super cherubin tu es Deus solus omnium regnorum terrae tu fecisti caelum et terram    16 O HEERE der heirscharen, Gij, God van Israël, Die tussen de cherubim woont! Gij Zelf, Gij alleen zijt de God van alle koninkrijken der aarde; Gij hebt den hemel en de aarde gemaakt!   [16] ‘heer van de machten, God van Israël, die op de kerubs troont, U alleen bent God over alle koninkrijken van de aarde, U, die de hemel en de aarde hebt gemaakt.   [16] ‘HEER van de hemelse machten, God van Israël, u die op de cherubs troont, u alleen bent God van alle koninkrijken op aarde, u hebt de hemel en de aarde gemaakt.   16 ENE, Omschaarde, Israëls God die zetelt tussen de cheroeviem, gij zijt het die de God zijt, gij alleen, over alle koninkrijken der aarde gij zijt het die gemaakt hebt de hemelen en de aarde;   16. « Yahvé Sabaot, Dieu d'Israël, qui sièges sur les chérubins, c'est toi qui es seul Dieu de tous les royaumes de la terre, c'est toi qui as fait le ciel et la terre.  

King James Bible . [16] O LORD of hosts, God of Israel, that dwellest between the cherubims, thou art the God, even thou alone, of all the kingdoms of the earth: thou hast made heaven and earth.
Luther-Bibel . 16 HERR Zebaoth, du Gott Israels, der du über den Cherubim thronst, du bist allein Gott über alle Königreiche auf Erden, du hast Himmel und Erde gemacht.

Tekstuitleg van Js 37,16 .


Js 37,17 - Js 37,17 . Gebed van Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,14 - Js 37,15 - Js 37,16 - Js 37,17 - Js 37,18 - Js 37,19 - Js 37,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17eisakouson kurie eisblepson kurie kai ide tous logous ous apesteilen sennachèrim oneidizein theon zônta  17 inclina Domine aurem tuam et audi aperi Domine oculos tuos et vide et audi omnia verba Sennacherib quae misit ad blasphemandum Deum viventem     17 O HEERE! neig Uw oor en hoor, HEERE! doe Uw ogen open, en zie; en hoor al de woorden van Sanherib, die gezonden heeft om den levenden God te honen.   [17] heer, buig uw oor en luister; heer, open uw ogen en zie: hoor met welke woorden Sanherib de levende God laat beledigen.   [17] Leen mij uw oor, HEER, en luister, open uw ogen en zie toe. Hoor met welke woorden Sanherib de levende God hoont.   17 neig o ENE uw oor en hoor, open o ENE uw ogen en zie!– aanhoor al Sancherievs woorden die hij heeft gezonden om te honen de levende God!–   17. Prête l'oreille, Yahvé, et entends, ouvre les yeux, Yahvé, et vois. Entends les paroles de Sennachérib qui a envoyé dire des insultes au Dieu vivant.  

King James Bible . [17] Incline thine ear, O LORD, and hear; open thine eyes, O LORD, and see: and hear all the words of Sennacherib, which hath sent to reproach the living God.
Luther-Bibel . 17 HERR, neige deine Ohren und höre doch, HERR, tu deine Augen auf und sieh doch! Höre doch alle die Worte Sanheribs, die er gesandt hat, um den lebendigen Gott zu schmähen.

Tekstuitleg van Js 37,17 .

12. d-b-r-j . dëbhare(j) (woorden van) . dëbhârî (mijn woord) . dëbhâraj (mijn woorden) . Zie dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenach : dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Jesaja : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 21 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 206 = 2 X 103 . Structuur : 4 - 2 - 3 . Gr. logos (woord) . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Taalgebruik in het N.T. : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het N.T. (331) . Tenach (259) . Pentateuch (43) . Js (9) : (1) Js 29,18 . (2) Js 36,13 . (3) Js 36,22 . (4) Js 37,4 . (5) Js 37,17 . (6) Js 51,16 . (7) Js 55,11 . (8) Js 59,13 . (9) Js 66,2 .

Js 37,18 - Js 37,18 . Gebed van Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,14 - Js 37,15 - Js 37,16 - Js 37,17 - Js 37,18 - Js 37,19 - Js 37,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18ep' alètheias gar èrèmôsan basileis assuriôn tèn oikoumenèn olèn kai tèn chôran autôn  18 vere enim Domine desertas fecerunt reges Assyriorum terras et regiones earum     18 Waarlijk, HEERE! hebben de koningen van Assyrië al de landen, mitsgaders derzelver landerijen verwoest;   [18] Zeker, heer, de koningen van Assur hebben alle volken en hun landen verwoest   [18] Het is waar, HEER, de koningen van Assyrië hebben alle landen verwoest   18 het is waar, ENE: verwoest hebben Asjoers koningen al die landen en hun land,–  18. Il est vrai, Yahvé, les rois d'Assyrie ont exterminé toutes les nations et leurs pays . 

King James Bible . [18] Of a truth, LORD, the kings of Assyria have laid waste all the nations, and their countries,
Luther-Bibel . 18 Wahr ist's, HERR, die Könige von Assyrien haben alle Länder verwüstet

Tekstuitleg van Js 37,18 .

5. ´asjsjûr (Assur) . Taalgebruik in Tenach : ´asjsjûr (Assur) . Getalwaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 OF 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (124) . Pentateuch (4) . Js (36) . Js 1-35 (17) : (1) Js 7,17 . (2) Js 7,18 . (3) Js 7,20 . (4) Js 8,4 . (5) Js 8,7 . (6) Js 10,5 . (7) Js 10,12 . (8) Js 14,25 . (9) Js 19,23 . (10) Js 19,25 . (11) Js 20,1 . (12) Js 20,4 . (13) Js 20,6 . (14) Js 23,13 . (15) Js 27,13 . (16) Js 30,31 . (17) Js 31,8 . Js 36-38 (19) . Js 36 (8) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,8 . (5) Js 36,13 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . Js 37 (10) : (1) Js 37,4 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,8 . (4) Js 37,10 . (5) Js 37,11 . (6) Js 37,18 . (7) Js 37,21 . (8) Js 37,33 . (9) Js 37,36 . (10) Js 37,37 . Js 38 (1) Js 38,6 .
- wë´asjsjûr (en Assur) . Tenach (4) : (1) Gn 10,22 . (2) Js 52,4 . (3) Hos 11,5 . (4) 1 Kr 1,17 .

Js 37,19 - Js 37,19 . Gebed van Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,14 - Js 37,15 - Js 37,16 - Js 37,17 - Js 37,18 - Js 37,19 - Js 37,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19kai enebalon ta eidôla autôn eis to pur ou gar theoi èsan alla erga cheirôn anthrôpôn xula kai lithoi kai apôlesan autous  19 et dederunt deos earum igni non enim erant dii sed opera manuum hominum lignum et lapis et comminuerunt eos     19 En hebben hun goden in het vuur geworpen; want zij waren geen goden, maar het werk van mensenhanden, hout en steen; daarom hebben zij die verdorven.   [19] en ze hebben hun goden in het vuur geworpen: het waren dan ook geen goden, maar slechts maaksels van mensenhanden, hout en steen; daarom konden zij die vernietigen.   [19] en hun goden aan het vuur prijsgegeven. Dat waren dan ook geen goden, het waren slechts maaksels van mensenhanden, beelden van hout en steen, die ze vernietigd hebben.  19 hun goden prijsgegeven in het vuur,– want zij waren geen goden maar maakwerk van mensenhanden in hout en steen en zij lieten hen verloren gaan;   19. Ils ont jeté au feu leurs dieux, car ce n'étaient pas des dieux mais l'ouvrage de mains d'hommes, du bois et de la pierre, alors ils les ont anéantis.  

King James Bible . [19] And have cast their gods into the fire: for they were no gods, but the work of men's hands, wood and stone: therefore they have destroyed them.
Luther-Bibel . 19 und haben ihre Götter ins Feuer geworfen; denn sie waren nicht Götter, sondern Werk von Menschenhänden, Holz und Stein. Die haben sie vertilgt.

Tekstuitleg van Js 37,19 .


Js 37,20 - Js 37,20 . Gebed van Hizkia - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,14 - Js 37,15 - Js 37,16 - Js 37,17 - Js 37,18 - Js 37,19 - Js 37,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20su de kurie o theos èmôn sôson èmas ek cheiros autôn ina gnô pasa basileia tès gès oti su ei o theos monos  20 et nunc Domine Deus noster salva nos de manu eius et cognoscant omnia regna terrae quia tu es Dominus solus     20 Nu dan, HEERE, onze God, verlos ons uit zijn hand, zo zullen alle koninkrijken der aarde weten, dat Gij alleen de HEERE zijt.  [20] Maar U, heer onze God, verlos ons uit zijn greep, opdat alle koninkrijken van de aarde zullen erkennen dat alleen U, heer, God bent.’   [20] Ik vraag u, HEER, onze God: red ons uit zijn handen, opdat alle koninkrijken op aarde zullen beseffen dat u, HEER, de enige bent.’   20 maar nu, ENE, God–over–ons: bevrijd ons uit zijn hand,– dan zullen alle koninkrijken der aarde weten dat gij, ENE, God zijt, gij alleen!   20. Mais maintenant, Yahvé notre Dieu, sauve-nous de sa main, je t'en supplie, et que tous les royaumes de la terre sachent que toi seul es Dieu, Yahvé. » 

King James Bible . [20] Now therefore, O LORD our God, save us from his hand, that all the kingdoms of the earth may know that thou art the LORD, even thou only.
Luther-Bibel . 20 Nun aber, HERR, unser Gott, errette uns aus seiner Hand, damit alle Königreiche auf Erden erfahren, dass du, HERR, allein Gott bist!

Tekstuitleg van Js 37,20 .

- Js 37,21-35 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -

Js 37,21 - Js 37,21 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21kai apestalè èsaias uios amôs pros ezekian kai eipen autô tade legei kurios o theos israèl èkousa a prosèuxô pros me peri sennachèrim basileôs assuriôn  21 et misit Isaias filius Amos ad Ezechiam dicens haec dicit Dominus Deus Israhel pro quibus rogasti me de Sennacherib rege Assyriorum     21 Toen zond Jesaja, de zoon van Amoz, tot Hizkia, om te zeggen: Alzo zegt de HEERE, de God Israëls: Dat gij tot Mij gebeden hebt tegen Sanherib, den koning van Assyrië, heb Ik gehoord.   [21] Toen liet Jesaja, de zoon van Amos, tegen Hizkia zeggen: ‘Zo spreekt de heer, de God van Israël: Ik heb het gebed gehoord dat u tot Mij gericht hebt vanwege Sanherib, de koning van Assur.’   [21] Jesaja, de zoon van Amos, liet Hizkia weten: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Wat je gebed over koning Sanherib van Assyrië aangaat,   21 ¶ Dan zendt Jesaja, de zoon van Amots, iemand naar Chizkiahoe om te zeggen: zo heeft gezegd de ENE, Israëls God: wat je tot mij gebeden hebt over Sancheriev, koning van Asjoer,– 21. Alors Isaïe fils d'Amoç envoya dire à Ézéchias : « Ainsi parle Yahvé, Dieu d'Israël, à propos de la prière que tu m'as adressée au sujet de Sennachérib, roi d'Assyrie.  

King James Bible . [21] Then Isaiah the son of Amoz sent unto Hezekiah, saying, Thus saith the LORD God of Israel, Whereas thou hast prayed to me against Sennacherib king of Assyria:
Luther-Bibel . 21 Da sandte Jesaja, der Sohn des Amoz, zu Hiskia und ließ ihm sagen: So spricht der HERR, der Gott Israels: Was du von mir erbeten hast wegen des Königs Sanherib von Assyrien, habe ich gehört.

Tekstuitleg van Js 37,21 .

2. jësja`ëjâhû (Jesaja) < jësja` (redding) + jâhû (JHWH) = redding is JHWH / JHWH is redding . Profeet (rond 740) . Taalgebruik in Tenach : jësja`ëjâhû (Jesaja) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 68 (2² X 17) OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 3 - 7 - 1 - 5 - 6 . Tenach (32) . Js (16) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 13,1 . (5) Js 20,2 . (6) Js 20,3 . (7) Js 37,2 . (8) Js 37,5 . (9) Js 37,6 . (10) Js 37,21 . (11) Js 38,1 . (12) Js 38,4 . (13) Js 38,21 . (14) Js 39,3 . (15) Js 39,5 . (16) Js 39,8 . Andere boeken (16) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,5 . (3) 2 K 19,6 . (4) 2 K 19,20 . (5) 2 K 20,1 . (6) 2 K 20,4 . (7) 2 K 20,7 . (8) 2 K 20,8 . (9) 2 K 20,9 . (10) 2 K 20,11 . (11) 2 K 20,14 . (12) 2 K 20,16 . (13) 2 K 20,19 . (14) 1 Kr 25,15 . (15) 2 Kr 26,22 . (16) 2 Kr 32,32 .
Een vorm van jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) in Js (20) , van jesja` / jèsja` (hulp, heil, redding) in Js (5) , van jësjû`âh / jësjû`âthâh (redding, verlossing) in Js (18) .

4. âmôts (Amos) . Taalgebruik in Tenach : âmôts (Amos) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , waw = 6 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 137 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 6 - 9 . Tenach (13) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,20 . (3) 2 K 20,1 . (4) Js 1,1 . (5) Js 2,1 . (6) Js 13,1 . (7) Js 20,2 . (8) Js 37,2 . (9) Js 37,21 . (10) Js 38,1 . (11) 2 Kr 26,22 . (12) 2 Kr 32,20 . (13) 2 Kr 32,32 . In Js in 7 verzen . De zoon van Amots is de profeet Jesaja (rond 740) .
Zie werkw. ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 32 (2² X 2³) OF 131 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 9 . Een vorm van ´âmats (sterk, machtig zijn , moedig handelen) in Js (3) : (1) Js 35,3 . (2) Js 41,10 . (3) Js 44,14 .
- bijvoegl. naamw. ´âmots (sterk) . Tenach (1) : Zach 6,3 .
Niet verwarren met `âmôs (Amos) . Taalgebruik in Tenach : `âmôs (Amos) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , waw = 6 , samech = 15 of 60 ; totaal : 50 (2 X 5²) OF 176 (2² X 2² X 11) . Structuur : 7 - 4 - 6 - 6 .

2. - 4. jësja`ëjâhû hannâbhî´ (Jesaja, de profeet) . Tenach (4) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 20,11 . (3) 2 K 20,14 . (4) Js 39,3 .
- jësja`ëjâhû bèn âmôts (Jesaja , zoon van Amos) . Tenach (9) : (1) 2 K 19,20 . (2) 2 K 20,1 . (3) Js 1,1 . (4) Js 20,2 . (5) Js 37,2 . (6) Js 37,21 . (7) Js 38,1 . (8) 2 Kr 26,22 . (9) 2 Kr 32,32 .
- hannâbhî´ bèn âmôts (de profeet, zoon van Amos) . Tenach (1) : 2 K 19,2 .
- bèn âmôts (zoon van Amos) . Tenach (10) : (1) 2 K 19,20 . (2) 2 K 20,1 . (3) 2 Kr 26,22 . (4) 2 Kr 32,20 . (5) 2 Kr 32,32 . (6) Js 1,1 . (7) Js 20,2 . (8) Js 37,2 . (9) Js 37,21 . (10) Js 38,1 .
- bèn âmôts hannâbhî´ (zoon van Amos, de profeet) . Tenach : (1) 2 K 20,1 . (2) 2 Kr 26,22 . (3) 2 Kr 32,20 . (4) 2 Kr 32,32 . (5) Js 37,2 . (6) Js 38,1 .

6. chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Tenach : chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Jesaja : chizëqijjâhû (Hizkia) . Getalwaarde : chet = 8 , zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 55 (5 X 11) of 131 (priemgetal) . Structuur : 8 - 7 - 1 - 5 - 6 . Betekenis : chizëqijjâhû (Hizkia) < châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) . Taalgebruik in Tenach : châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) + jahû = JHWH . JHWH bevestigt : maakt sterk . Tenach (65) . Js (28) . Js 36 (9) . Js 37 (8) . Js 38 (5) . Js 39 (6) . Js 36 (9) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,7 . (5) Js 36,14 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . (9) Js 36,22 . Js 37 (8) : (1) Js 37,1 . (2) Js 37,3 . (3) Js 37,5 . (4) Js 37,9 . (5) Js 37,10 . (6) Js 37,14 . (7) Js 37,15 . (8) Js 37,21 . Js 38 (5) : (1) Js 38,1 . (2) Js 38,2 . (3) Js 38,3 . (4) Js 38,5 . (5) Js 38,22 . Js 39 (6) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,2 . (3) Js 39,3 . (4) Js 39,4 . (5) Js 39,5 . (6) Js 39,8 .
- lëchizëqijjâhû (aan Hizkia) . Tenach (1) : Js 38,9 .

Js 37,22 - Js 37,22 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22outos o logos on elalèsen peri autou o theos efaulisen se kai emuktèrisen se parthenos thugatèr siôn epi soi kefalèn ekinèsen thugatèr ierousalèm 22 hoc est verbum quod locutus est Dominus super eum despexit te subsannavit te virgo filia Sion post te caput movit filia Hierusalem     22 Dit is het woord, dat de HEERE over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u.   [22] Dit is het woord dat de heer tegen hem heeft uitgesproken: ‘Zij veracht u, zij bespot u, de maagd, de dochter Sion; achter uw rug schudt zij het hoofd, de dochter Jeruzalem.   [22] dit is wat ik, de HEER, over hem zeg: Vrouwe Sion minacht je, ze lacht je uit, meewarig schudt Jeruzalem haar hoofd.   22 dit is het woord dat de ENE over hem heeft gesproken: verachten zal jou, bespotten zal jou de jonkvrouwe, de dochter Sions, achter jou zal haar hoofd schudden de dochter van Jeruzalem!–   22. Voici l'oracle que Yahvé a prononcé contre lui : Elle te méprise, elle te raille, la vierge, fille de Sion; elle hoche la tête après toi, la fille de Jérusalem.  

King James Bible . [22] This is the word which the LORD hath spoken concerning him; The virgin, the daughter of Zion, hath despised thee, and laughed thee to scorn; the daughter of Jerusalem hath shaken her head at thee.
Luther-Bibel . 22 Dies ist's, was der HERR über ihn spricht: Die Jungfrau, die Tochter Zion, verachtet dich und spottet deiner, und die Tochter Jerusalem schüttelt das Haupt hinter dir her.

Tekstuitleg van Js 37,22 .

1. aanwijz. voornaamw. . Taalgebruik in Tenach : aanwijz. voornaamw. . Taalgebruik in Jesaja : aanwijz. voornaamw. .
- zèh (deze, dit) . Getalwaarde : zain = 16 of 70 , he = 5 ; totaal : 21 of 75 . Structuur : 7 - 5 . Gr. aanwijz. voornaamw. houtos (deze) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (deze) . Taalgebruik in Lc : houtos (deze) . Taalgebruik in Hnd : houtos (deze) . Taalgebruik in de Septuaginta : houtos (deze) . Lat. hic - haec - hoc . Fr. ceci . Ned. deze , dat / dit . D. der - die - das . E. this - that . Tenach (305) . Pentateuch (87) . Js (17) : (1) Js 6,3 . (2) Js 6,7 . (3) Js 16,13 . (4) Js 17,14 . (5) Js 21,9 . (6) Js 23,13 . (7) Js 25,9 . (8) Js 29,11 . (9) Js 29,12 . (10) Js 30,21 . (11) Js 37,22 . (12) Js 44,5. (13) Js 50,1. (14) Js 58,6 . (15) Js 63,1 . (16) Js 66,1 . (17) Js 66,2 .

2. haddâbhâr (het woord) < lidw. h + dâbhâr . Zie dâbhar (spreken) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. dâbhar (spreken) . dibbèr (hij sprak) : piel perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . dâbhâr (woord, daad) . Zelfstandig naamwoord mannelijk enkelvoud . Taalgebruik in Tenach : dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Jesaja : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) of 206 (2 X 103) . Structuur : 4 - 2 - 2 . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Taalgebruik in het N.T. : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het N.T. (331) .h-d-b-r . Tenach (228) . Js (5) : (1) Js 2,1 . (2) Js 16,13 . (3) Js 24,3 . (4) Js 37,22 . (5) Js 38,7 .
- haddâbhâr ´äsjèr (het woord dat) . Tenach (74) . Js (3) : (1) Js 2,1 . (2) Js 16,13 . (3) Js 37,22 .
- zèh haddâbhâr ´äsjèr (dit woord dat) . Tenach (16) . Js (2) : (1) Js 16,13 . (2) Js 37,22 .
- ´èth haddâbhâr hazzèh (dit woord) . Tenach (46) . Pentateuch (12) Js (2 / 5) : (1) Js 24,3 . (2) Js 38,7 .

13. tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Tenach : tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Jesaja : tsijjôn (Sion) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26) . Tenach (108) . Js (36) . Js 1-39 (23) : (1) Js 1,8 . (2) Js 1,27 . (3) Js 3,16 . (4) Js 3,17 . (5) Js 4,4 . (6) Js 4,5 . (7) Js 8,18 . (8) Js 10,12 . (9) Js 10,24 . (10) Js 10,32 . (11) Js 12,6 . (12) Js 14,32 . (13) Js 16,1 . (14) Js 18,7 . (15) Js 24,23 . (16) Js 29,8 . (17) Js 31,4 . (18) Js 33,5 . (19) Js 33,20 . (20) Js 34,8 . (21) Js 35,10 . (22) Js 37,22 . (23) Js 37,32 .
- bëtsijjôn (in Sion) < bë + + tsijjôn (Sion) . Tenach (28) . Js (7) : (1) Js 4,3 . (2) Js 28,16. (3) Js 30,19 . (4) Js 31,9 . (5) Js 32,2 (bëtsèjôn) . (6) Js 33,14 . (7) Js 46,13 .
- mitstsijjôn (uit Sion) < min (uit) + tsijjôn (Sion) . Tenach (12) : (1) Js 2,3 . (2) Jr 9,18 . (3) Jl 4,16 . (4) Am 1,2 . (5) Mi 4,2 . (6) Ps 14,7 . (7) Ps 50,2 . (8) Ps 53,7 . (9) Ps 110,2 . (10) Ps 128,5 . (11) Ps 134,3 . (12) Ps 135,21 .
Totaal Js 1 - 39 (29) . Totaal in Jesaja (29 + 18 = 47) .

12. - 13. bath tsijjôn (dochter Sion) . Tenach (19 + 4 = 23X) . Js (4) : (1) Js 1,8 . (2) Js 37,22 . (3) Js 52,2 . (4) Js 62,11 . Zie ook be(j)th tsijjôn (huis van Sion) , slechts in Js 10,32 . ´èl har bath tsijjôn (naar de berg van de dochter van Sion) . Tenach (1) Js 16,1 . har be(j)th tsijjôn (de berg van het huis van Sion) , slechts in Js 10,32 .

Js 37,23 - Js 37,23 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23tina ôneidisas kai parôxunas è pros tina upsôsas tèn fônèn sou kai ouk èras eis upsos tous ofthalmous sou eis ton agion tou israèl  23 cui exprobrasti et quem blasphemasti et super quem exaltasti vocem et levasti altitudinem oculorum tuorum ad Sanctum Israhel     23 Wien hebt gij gehoond, en gelasterd, en tegen Wien hebt gij de stem verheven, en uw ogen omhoog opgeheven? Tegen den Heilige Israëls!  [23] Wie is het die u hebt bespot en beledigd, tegen wie u uw stem hebt verheven, op wie u hoogmoedig uw blik hebt gericht? Het is de Heilige van Israël!   [23] Weet wie je hebt beledigd en bespot, wie je hebt uitgejouwd, uitdagend aangekeken: het was de Heilige van Israël!   23 wie heb je gehoond en gelasterd, tegen wie heb je je stem verheven,– in zelfverheffing je ogen opgeslagen?– tegen de Heilige van Israël!–   23. Qui donc as-tu insulté, blasphémé ? contre qui as-tu parlé haut et levé ton regard altier ? Vers le Saint d'Israël!  

King James Bible . [23] Whom hast thou reproached and blasphemed? and against whom hast thou exalted thy voice, and lifted up thine eyes on high? even against the Holy One of Israel.
Luther-Bibel . 23 Wen hast du geschmäht und gelästert? Über wen hast du die Stimme erhoben? Du hobst deine Augen empor wider den Heiligen Israels.

Tekstuitleg van Js 37,23 .

Js 37,24 - Js 37,24 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24oti di' aggelôn ôneidisas kurion su gar eipas tô plèthei tôn armatôn egô anebèn eis upsos oreôn kai eis ta eschata tou libanou kai ekopsa to upsos tès kedrou autou kai to kallos tès kuparissou kai eisèlthon eis upsos merous tou drumou  24 in manu servorum tuorum exprobrasti Domino et dixisti in multitudine quadrigarum mearum ego ascendi altitudinem montium iuga Libani et succidam excelsa cedrorum eius electas abietes illius et introibo altitudinem summitatis eius saltum Carmeli eius     24 Door middel uwer dienstknechten hebt gij den HEERE gehoond, en gezegd: Ik heb met de menigte mijner wagenen beklommen de hoogte der bergen, de zijden van Libanon; en ik zal zijn hoge cederbomen en zijn uitgelezen dennebomen afhouwen; en zal komen tot zijn uiterste hoogte, in het woud zijns schonen velds.  [24] Door uw dienaren hebt u de Heer bespot en gezegd: “Met mijn talrijke wagens bestijg ik de hoogten van de bergen, de flanken van de Libanon. Ik vel zijn statige ceders, zijn prachtigste cypressen. Tot de hoogste top dring ik door, tot de weelde van zijn wouden.   [24] Bij monde van je knechten heb je de Heer gehoond. Je zei: “Mijn vele strijdwagens brachten mij tot op de hoogste bergen, tot in de verste hoeken van de Libanon. Zijn hoogste ceders velde ik, zijn machtigste cipressen. Ik drong door tot zijn hoogste toppen, tot in zijn diepste woud.   24 door de hand van je dienaren heb je mijn Heer gehoond; je hebt gezegd: met de menigte van mijn wagens beklom ik de verhevenste bergen de flanken van de Libanon,– hakte ik om zijn statige ceders, zijn uitgelezen cipressen en kwam ik tot aan zijn verheven rand, het woud van zijn wijngaard;   24. Par tes valets tu as insulté le Seigneur, tu as dit : «Avec mes nombreux chars j'ai gravi les sommets des monts, les dernières cimes du Liban. J'ai coupé sa haute futaie de cèdres et ses plus beaux cyprès. J'ai atteint son ultime sommet, son parc forestier.  

King James Bible . [24] By thy servants hast thou reproached the Lord, and hast said, By the multitude of my chariots am I come up to the height of the mountains, to the sides of Lebanon; and I will cut down the tall cedars thereof, and the choice fir trees thereof: and I will enter into the height of his border, and the forest of his Carmel.
Luther-Bibel . 24 Durch deine Knechte hast du den Herrn geschmäht und gesagt: »Ich bin mit der Menge meiner Wagen heraufgezogen auf die Höhe der Berge in den innersten Libanon und habe seine hohen Zedern abgehauen samt seinen auserwählten Zypressen und bin bis zu seiner äußersten Höhe gekommen, in seinen dichtesten Wald.

Tekstuitleg van Js 37,24 .

Js 37,25 - Js 37,25 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25kai ethèka gefuran kai èrèmôsa udata kai pasan sunagôgèn udatos 25 ego fodi et bibi aquam et exsiccavi vestigio pedis mei omnes rivos aggerum     25 Ik heb gegraven en de wateren gedronken; en ik heb met mijn voetzolen alle rivieren der belegerde plaatsen verdroogd.   [25] Wateren van vreemde landen heb ik aangeboord en gedronken. Met mijn voetzool leg ik alle waterlopen van Egypte droog.”   [25] Ik heb gegraven en water gedronken, de stromen van Egypte met mijn voeten drooggelegd.”   25 ik groef ernaar en dronk water,– met de holte van mijn voetstappen legde ik droog alle stromen van Matsor!   25. Moi, j'ai creusé et j'ai bu des eaux étrangères; j'ai asséché sous la plante de mes pieds tous les fleuves de l'Égypte. »  

King James Bible . [25] I have digged, and drunk water; and with the sole of my feet have I dried up all the rivers of the besieged places.
Luther-Bibel . 25 Ich habe gegraben und getrunken fremde Wasser und habe mit meinen Fußsohlen ausgetrocknet alle Flüsse Ägyptens.«

Tekstuitleg van Js 37,25 .

Js 37,26 - Js 37,26 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26ou tauta èkousas palai a egô epoièsa ex archaiôn èmerôn sunetaxa nun de epedeixa exerèmôsai ethnè en ochurois kai enoikountas en polesin ochurais  26 numquid non audisti quae olim fecerim ei ex diebus antiquis ego plasmavi illud et nunc adduxi et factum est in eradicationem collium conpugnantium et civitatum munitarum     26 Hebt gij niet gehoord, dat Ik zulks lang te voren gedaan heb, en dat van de oude dagen af geformeerd heb? Nu heb Ik dat doen komen, dat gij zoudt zijn, om de vaste steden te verstoren tot woeste hopen.  [26] Maar hebt u dan nooit gehoord dat Ik, de heer, dit van oudsher heb voorbereid, dat Ik het sinds de oertijd heb beschikt? Nu laat Ik het gebeuren! U moest sterke steden verwoesten; u moest er puinhopen van maken.   [26] Heb je dan niet gehoord dat ik dit heb beschikt? In lang vervlogen tijden nam ik het me voor, nu is de tijd gekomen dat ik het volbreng. Onneembare steden worden in puin gelegd,   26 Heb je niet gehoord dat van ver hiervoor ik dit heb gedaan, sinds de dagen van voorheen ik het heb geformeerd?– nu heb ik het laten komen en was jij er om tot woeste puinhopen te verwoesten steden eens zo versterkt;  26. Entends-tu bien ? De longue date j'ai préparé cela, aux jours anciens j'en fis le dessein, maintenant je le réalise. Ton destin fut de réduire en tas de ruines des villes fortifiées.  

King James Bible . [26] Hast thou not heard long ago, how I have done it; and of ancient times, that I have formed it? now have I brought it to pass, that thou shouldest be to lay waste defenced cities into ruinous heaps.
Luther-Bibel . 26 Hast du nicht gehört, dass ich es lange zuvor bereitet und von Anfang an geplant habe? Jetzt aber habe ich's kommen lassen, dass du feste Städte zerstören solltest zu Steinhaufen,

Tekstuitleg van Js 37,26 .

Js 37,27 - Js 37,27 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27anèka tas cheiras kai exèranthèsan kai egenonto ôs chortos xèros epi dômatôn kai ôs agrôstis  27 habitatores earum breviata manu contremuerunt et confusi sunt facti sunt sicut faenum agri et gramen pascuae et herba tectorum quae exaruit antequam maturesceret    27 Daarom waren haar inwoners handeloos, zij waren verslagen en beschaamd; zij waren als het gras des velds en de groene grasscheutjes, als het hooi der daken, en het brandkoren, eer het overeind staat.   [27] De inwoners, met machteloze handen, stonden ontsteld en beschaamd; zij werden als planten op het veld, als jong groen, als gras op het dak, verzengd vóór het halmen schiet.   [27] hun inwoners staan machteloos en gloeien van schaamte. Ze zijn als jonge scheuten op de akker, pril groen in de woestijn, tere sprietjes op het dak: verschroeid* nog voor ze opgekomen zijn.   27 hun ingezetenen, zwak van hand, zijn gebroken en beschaamd,– geworden zijn zij gras op het veld, groen kruid, hooi op de daken, al verzengd voordat het is opgestaan;   27. Leurs habitants, les mains débiles, épouvantés et confondus, furent comme plantes des champs, verdure de gazon, herbe des toits et guérets, sous le vent d'orient.  

King James Bible . [27] Therefore their inhabitants were of small power, they were dismayed and confounded: they were as the grass of the field, and as the green herb, as the grass on the housetops, and as corn blasted before it be grown up.
Luther-Bibel . 27 und ihre Einwohner sollten ohne Kraft werden und sich fürchten und zuschanden werden und wie Feldgras werden und wie grünes Kraut, wie Gras auf den Dächern, das verdorrt, ehe es reif wird.

Tekstuitleg van Js 37,27 .

Js 37,28 - Js 37,28 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28nun de tèn anapausin sou kai tèn exodon sou kai tèn eisodon sou egô epistamai  28 habitationem tuam et egressum tuum et introitum tuum cognovi et insaniam tuam contra me     28 Maar Ik weet uw zitten, en uw uitgaan, en uw inkomen, en uw woeden tegen Mij.   [28] Maar waar u ook staat of zit, gaat of komt, Ik weet het, en ook hoe u tegen Mij tekeergaat.   [28] Maar ik ken je, ik ben op de hoogte van je doen en laten, ik weet heel goed hoe je tekeergaat tegen mij;   28 maar je zitten, je weggaan, je thuiskomen, ik ken het,– ook je tekeergaan tegen mij;  28. Quand tu te lèves et quand tu t'assieds, quand tu sors ou tu entres, je le sais et que tu t'emportes contre moi .  

King James Bible . [28] But I know thy abode, and thy going out, and thy coming in, and thy rage against me.
Luther-Bibel . 28 Ich weiß von deinem Aufstehen und Sitzen, von deinem Ausziehen und Einziehen und dass du tobst gegen mich.

Tekstuitleg van Js 37,28 .

Js 37,29 - Js 37,29 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
29o de thumos sou on ethumôthès kai è pikria sou anebè pros me kai embalô fimon eis tèn rina sou kai chalinon eis ta cheilè sou kai apostrepsô se tè odô è èlthes en autè  29 cum fureres adversum me superbia tua ascendit in aures meas ponam ergo circulum in naribus tuis et frenum in labiis tuis et reducam te in viam per quam venisti     29 Om uw woeden tegen Mij, en dat uw woeling voor Mijn oren opgekomen is, zo zal Ik Mijn haak in uw neus leggen, en Mijn gebit in uw lippen, en Ik zal u doen wederkeren door dien weg, door denwelken gij gekomen zijt.   [29] En omdat u tegen Mij tekeer bent gegaan en vanwege uw geschreeuw dat naar mijn oren opsteeg, leg Ik een ring door uw neus en een bit tussen uw lippen, en daarmee breng Ik u terug langs de weg die u gekomen bent.   [29] ik zie je zelfgenoegzaamheid, je razernij is tot mijn oren doorgedrongen. Ik sla mijn haak door je neus en leg mijn bit in je mond en voer je op je schreden terug. 29 omdat jij tekeergaat tegen mij en je overmoed is opgeklommen in mijn oren,– zal ik mijn haak door je neus slaan, mijn bit tussen je lippen leggen, en je doen terugkeren over de weg waarlangs je bent gekomen;  29. Parce que tu t'es emporté contre moi, que ton insolence est montée à mes oreilles, je passerai mon anneau à ta narine et mon mors à tes lèvres, je te ramènerai sur le chemin par lequel tu es venu.  

King James Bible . [29] Because thy rage against me, and thy tumult, is come up into mine ears, therefore will I put my hook in thy nose, and my bridle in thy lips, and I will turn thee back by the way by which thou camest.
Luther-Bibel . 29 Weil du nun gegen mich tobst und dein Stolz vor meine Ohren gekommen ist, will ich dir meinen Ring in die Nase legen und meinen Zaum in dein Maul und will dich den Weg wieder heimführen, den du gekommen bist.

Tekstuitleg van Js 37,29 .

Js 37,30 - Js 37,30 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
30touto de soi to sèmeion fage touton ton eniauton a esparkas tô de eniautô tô deuterô to kataleimma tô de tritô speirantes amèsate kai futeusate ampelônas kai fagesthe ton karpon autôn  30 tibi autem hoc erit signum comede hoc anno quae sponte nascuntur et in anno secundo pomis vescere in anno autem tertio seminate et metite et plantate vineas et comedite fructum earum     30 En dat zij u een teken, dat men in dit jaar, wat van zelf gewassen is, eten zal, en in het tweede jaar, wat daarvan weder uitspruit; maar zaait in het derde jaar, en maait, en plant wijngaarden, en eet hun vruchten.   [30] En voor u, Hizkia, zal dit het teken zijn: dit jaar zult u nog van de naoogst eten, het volgende jaar van wat vanzelf is opgekomen; het derde jaar kunt u zaaien en oogsten, wijngaarden planten en daarvan de vruchten genieten.   [30] Jou, Hizkia, kondig ik het volgende aan: dit jaar zul je eten wat er na de oogst toevallig nog opkomt, en volgend jaar onkruid, maar het jaar daarna kun je zaaien en oogsten, wijngaarden planten en van de opbrengst eten.   30 en dit zal je het teken zijn: dat men het jaar lang eet wat nagroeit, in het tweede jaar wat vanzelf opkomt,– en in het derde jaar zullen ze zaaien en oogsten, wijngaarden planten en de vrucht daarvan eten.   30. Ceci te servira de signe : on mangera cette année du grain tombé et l'an prochain du grain de jachère, mais, le troisième an, semez et moissonnez, plantez des vignes et mangez de leur fruit.  

King James Bible . [30] And this shall be a sign unto thee, Ye shall eat this year such as groweth of itself; and the second year that which springeth of the same: and in the third year sow ye, and reap, and plant vineyards, and eat the fruit thereof.
Luther-Bibel . 30 Und das sei dir, Hiskia, ein Zeichen: In diesem Jahr iss, was von selber nachwächst, im nächsten Jahr, was auch dann noch wächst; im dritten Jahr sät und erntet, pflanzt Weinberge und esst ihre Früchte.

Tekstuitleg van Js 37,30 .

Js 37,31 - Js 37,31 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
31kai esontai oi kataleleimmenoi en tè ioudaia fuèsousin rizan katô kai poièsousin sperma anô  31 et mittet id quod salvatum fuerit de domo Iuda et quod reliquum est radicem deorsum et faciet fructum sursum     31 Want het ontkomene, dat overgebleven is van het huis van Juda, zal wederom nederwaarts wortelen, en het zal opwaarts vrucht dragen.   [31] Wat gespaard blijft van het huis van Juda, die rest zal weer wortel schieten naar beneden en vruchten dragen naar boven.   [31] De Judeeërs die ontkomen en het overleven, zullen wortel schieten en vrucht dragen,   31 Wat er van het huis Juda ontkomen is, wat overbleef, zal doorgaan te wortelen onderaan,– en vrucht te zetten bovenaan.   31. Le reste survivant de la maison de Juda produira de nouvelles racines en bas et des fruits en haut.  

King James Bible . [31] And the remnant that is escaped of the house of Judah shall again take root downward, and bear fruit upward:
Luther-Bibel . 31 Denn die Erretteten vom Hause Juda und was übrig geblieben ist werden von neuem nach unten Wurzeln schlagen und oben Frucht tragen.

Tekstuitleg van Js 37,31 .

4. jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenach : jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Jesaja : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , daleth = 4 ; totaal : 24 (2³ X 3) . Tenach (633) . Js (20) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 5,3 . (4) Js 5,7 . (5) Js 7,1 . (6) Js 7,17 . (7) Js 9,20 . (8) Js 11,12 . (9) Js 11,13 . (10) Js 19,17 . (11) Js 22,8 . (12) Js 22,21 . (13) Js 26,1 . (14) Js 36,1 . (15) Js 37,10 . (16) Js 37,31 . (17) Js 38,9 . (18) Js 40,9 . (19) Js 44,26 . (20) Js 48,1 .


Js 37,32 - Js 37,32 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
32oti ex ierousalèm exeleusontai oi kataleleimmenoi kai oi sôzomenoi ex orous siôn o zèlos kuriou sabaôth poièsei tauta  32 quia de Hierusalem exibunt reliquiae et salvatio de monte Sion zelus Domini exercituum faciet istud     32 Want van Jeruzalem zal het overblijfsel uitgaan, en het ontkomene van den berg Sion; de ijver des HEEREN der heirscharen zal dit doen.   [32] Want uit Jeruzalem komt een rest, van de berg Sion komt wat gespaard blijft: de jaloerse liefde van de heer van de machten zal dit veroorzaken.   [32] want wie het overleven en ontkomen, zullen zich vanuit Jeruzalem, vanaf de Sion verspreiden. De HEER van de hemelse machten zal zich daarvoor beijveren.   32 Want van Jeruzalem zal een overblijfsel uitgaan, een deel dat ontkomt van de berg Sion; de naijver van de ENE, de Omschaarde, zal dit doen! ••  32. Car de Jérusalem sortira un reste et des survivants du mont Sion. L'amour jaloux de Yahvé Sabaot fera cela.  

King James Bible . [32] For out of Jerusalem shall go forth a remnant, and they that escape out of mount Zion: the zeal of the LORD of hosts shall do this.
Luther-Bibel . 32 Denn von Jerusalem werden ausgehen, die übrig geblieben sind, und die Erretteten vom Berge Zion. Solches wird tun der Eifer des HERRN Zebaoth.

Tekstuitleg van Js 37,32 .


Js 37,33 - Js 37,33 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
33dia touto outôs legei kurios epi basilea assuriôn ou mè eiselthè eis tèn polin tautèn oude mè balè ep' autèn belos oude mè epibalè ep' autèn thureon oude mè kuklôsè ep' autèn charaka  33 propterea haec dicit Dominus de rege Assyriorum non introibit civitatem hanc et non iaciet ibi sagittam et non occupabit eam clypeus et non mittet in circuitu eius aggerem     33 Daarom, zo zegt de HEERE van den koning van Assyrië: Hij zal in deze stad niet komen, noch daar een pijl inschieten; ook zal hij met geen schild daarvoor komen, en zal geen wal daartegen opwerpen.   [33] Daarom, zo spreekt de heer over de koning van Assur, komt hij deze stad niet binnen, geen pijl schiet hij op haar af, met geen schild komt hij naderbij, geen wal werpt hij tegen haar op.   [33] Daarom – dit zegt de HEER over de koning van Assyrië: Hij zal deze stad niet te na komen. Hij zal er geen pijl op afschieten, geen schild tegen opheffen en geen wal tegen opwerpen.   33 Daarom, zó heeft de ENE gezegd van de koning van Asjoer: hij zal naar deze stad niet komen en geen pijl daarheen schieten,– haar niet tegemoetgaan met een schild en geen wal tegen haar opwerpen;   33. Voici donc ce que dit Yahvé sur le roi d'Assyrie : Il n'entrera pas dans cette ville, il n'y lancera pas une flèche, il ne tendra pas de bouclier contre elle, il n'y entassera pas de remblai.  

King James Bible . [33] Therefore thus saith the LORD concerning the king of Assyria, He shall not come into this city, nor shoot an arrow there nor come before it with shields, nor cast a bank against it.
Luther-Bibel . 33 Darum spricht der HERR über den König von Assyrien: Er soll nicht in diese Stadt kommen und soll auch keinen Pfeil hineinschießen und mit keinem Schild davor kommen und soll keinen Wall gegen sie aufschütten,

Tekstuitleg van Js 37,33 .

7. ´asjsjûr (Assur) . Taalgebruik in Tenach : ´asjsjûr (Assur) . Getalwaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 OF 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (124) . Pentateuch (4) . Js (36) . Js 1-35 (17) : (1) Js 7,17 . (2) Js 7,18 . (3) Js 7,20 . (4) Js 8,4 . (5) Js 8,7 . (6) Js 10,5 . (7) Js 10,12 . (8) Js 14,25 . (9) Js 19,23 . (10) Js 19,25 . (11) Js 20,1 . (12) Js 20,4 . (13) Js 20,6 . (14) Js 23,13 . (15) Js 27,13 . (16) Js 30,31 . (17) Js 31,8 . Js 36-38 (19) . Js 36 (8) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,8 . (5) Js 36,13 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . Js 37 (10) : (1) Js 37,4 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,8 . (4) Js 37,10 . (5) Js 37,11 . (6) Js 37,18 . (7) Js 37,21 . (8) Js 37,33 . (9) Js 37,36 . (10) Js 37,37 . Js 38 (1) Js 38,6 .
- wë´asjsjûr (en Assur) . Tenach (4) : (1) Gn 10,22 . (2) Js 52,4 . (3) Hos 11,5 . (4) 1 Kr 1,17 .

Js 37,34 - Js 37,34 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
34alla tè odô è èlthen en autè apostrafèsetai tade legei kurios  34 in via qua venit per eam revertetur et civitatem hanc non ingredietur dicit Dominus     34 Door den weg, dien hij gekomen is, door dien zal hij wederkeren; maar in deze stad zal hij niet komen, zegt de HEERE.   [34] Langs de weg die hij gekomen is keert hij terug, en deze stad komt hij niet binnen – godsspraak van de heer.   [34] Hij zal op zijn schreden terugkeren en deze stad niet te na komen – spreekt de HEER.  34 over de weg waarlangs hij kwam zal hij terugkeren,– in deze stad komt hij niet binnen!, tijding van de ENE.   34. Par la route qui l'amena, il s'en retournera, il n'entrera pas dans cette ville, oracle de Yahvé.  

King James Bible . [34] By the way that he came, by the same shall he return, and shall not come into this city, saith the LORD.
Luther-Bibel . 34 sondern auf dem Wege, den er gekommen ist, soll er wieder heimkehren, dass er in diese Stadt nicht komme, spricht der HERR.

Tekstuitleg van Js 37,34 .


Js 37,35 - Js 37,35 . Tweede voorspelling - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 - Js 37,21 - Js 37,22 - Js 37,23 - Js 37,24 - Js 37,25 - Js 37,26 - Js 37,27 - Js 37,28 - Js 37,29 - Js 37,30 - Js 37,31 - Js 37,32 - Js 37,33 - Js 37,34 - Js 37,35 - 
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
35uperaspiô uper tès poleôs tautès tou sôsai autèn di' eme kai dia dauid ton paida mou 35 et protegam civitatem istam ut salvem eam propter me et propter David servum meum     35 Want Ik zal deze stad beschermen, om die te verlossen, om Mijnentwil, en om Davids, Mijns knechts wil.   [35] Ik neem deze stad onder mijn hoede om haar te redden, omwille van Mijzelf en omwille van David, mijn dienaar.’   [35] Omwille van mijzelf en omwille van mijn dienaar David zal ik deze stad beschermen en haar bevrijden.’   35 Ik zal deze stad beschutten, om haar te bevrijden,– omwille van mijzelf en omwille van mijn dienaar David! ••   35. Je protégerai cette ville et la sauverai à cause de moi et de mon serviteur David. »  

King James Bible . [35] For I will defend this city to save it for mine own sake, and for my servant David's sake.
Luther-Bibel . 35 Denn ich will diese Stadt schützen, dass ich sie errette um meinetwillen und um meines Knechtes David willen.

Tekstuitleg van Js 37,35 .

8. dâwid (David) . Taalgebruik in Tenach : dâwid (David) . Getalwaarde : daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 14 (2 X 7) . Structuur : 4 - 6 - 4 . Tenach (509) . Js (10) : (1) Js 7,2 . (2) Js 7,13 . (3) Js 9,6 . (4) Js 16,5 . (5) Js 22,9 . (6) Js 22,22 . (7) Js 29,1 . (8) Js 37,35 . (9) Js 38,5 . (10) Js 55,3 .

- Js 37,36-38 . De bevrijding - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,36 - Js 37,37 - Js 37,38 -

Js 37,36 - Js 37,36 . De bevrijding - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,36 - Js 37,37 - Js 37,38 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
36kai exèlthen aggelos kuriou kai aneilen ek tès parembolès tôn assuriôn ekaton ogdoèkonta pente chiliadas kai exanastantes to prôi euron panta ta sômata nekra  36 egressus est autem angelus Domini et percussit in castris Assyriorum centum octoginta quinque milia et surrexerunt mane et ecce omnes cadavera mortuorum     36 Toen voer de engel des HEEREN uit, en sloeg in het leger van Assyrië honderd vijf en tachtig duizend. En toen zij zich des morgens vroeg opmaakten, ziet, die allen waren dode lichamen.  [36] De engel van de heer trok uit en hij doodde in de legerplaats van Assur honderdvijfentachtigduizend man; ’s ochtends vroeg lagen er niets dan lijken. [36] De engel van de heer trok uit en hij doodde in de legerplaats van Assur honderdvijfentachtigduizend man; ’s ochtends vroeg lagen er niets dan lijken.   [36] Toen trok een engel van de HEER ten strijde en doodde in het kamp van de Assyriërs honderdvijfentachtigduizend man. De volgende ochtend zag men niets dan lijken liggen.  36 Dan trekt een engel van de ENE uit en slaat in het legerkamp van Asjoer neer: honderdvijfentachtig maal een duizendtal; als ze in de ochtend hun schouders rechten, zie, alleen maar dode lijken!  36. Cette même nuit, l'Ange de Yahvé sortit et frappa dans le camp assyrien cent quatre-vingt cinq mille hommes. Le matin, au réveil, ce n'étaient plus que des cadavres.  

King James Bible . [36] Then the angel of the LORD went forth, and smote in the camp of the Assyrians a hundred and fourscore and five thousand: and when they arose early in the morning, behold, they were all dead corpses.
Luther-Bibel . 36 Da fuhr aus der Engel des HERRN und schlug im assyrischen Lager hundertfünfundachtzigtausend Mann. Und als man sich früh am Morgen aufmachte, siehe, da lag alles voller Leichen.

Tekstuitleg van Js 37,36 .

6. ´asjsjûr (Assur) . Taalgebruik in Tenach : ´asjsjûr (Assur) . Getalwaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 OF 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (124) . Pentateuch (4) . Js (36) . Js 1-35 (17) : (1) Js 7,17 . (2) Js 7,18 . (3) Js 7,20 . (4) Js 8,4 . (5) Js 8,7 . (6) Js 10,5 . (7) Js 10,12 . (8) Js 14,25 . (9) Js 19,23 . (10) Js 19,25 . (11) Js 20,1 . (12) Js 20,4 . (13) Js 20,6 . (14) Js 23,13 . (15) Js 27,13 . (16) Js 30,31 . (17) Js 31,8 . Js 36-38 (19) . Js 36 (8) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,8 . (5) Js 36,13 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . Js 37 (10) : (1) Js 37,4 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,8 . (4) Js 37,10 . (5) Js 37,11 . (6) Js 37,18 . (7) Js 37,21 . (8) Js 37,33 . (9) Js 37,36 . (10) Js 37,37 . Js 38 (1) Js 38,6 .
- wë´asjsjûr (en Assur) . Tenach (4) : (1) Gn 10,22 . (2) Js 52,4 . (3) Hos 11,5 . (4) 1 Kr 1,17 .

Js 37,37 - Js 37,37 . De bevrijding - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,36 - Js 37,37 - Js 37,38 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
37kai apostrafeis apèlthen basileus assuriôn kai ôkèsen en nineuè  37 et egressus est et abiit et reversus est Sennacherib rex Assyriorum et habitavit in Nineve     37 Zo vertrok Sanherib, de koning van Assyrië, en toog henen, en keerde weder; en hij bleef te Nineve.   [37] Sanherib, de koning van Assur, brak op, keerde naar zijn land terug en bleef in Nineve.   [37] Koning Sanherib van Assyrië brak het beleg op en keerde voorgoed terug naar zijn woonplaats Nineve.   37 Hij breekt op, gaat heen en keert terug: Sancheriev, koning van Asjoer,– en blijft daar zitten, in Ninevee.   37. Sennachérib leva le camp et partit. Il s'en retourna et resta à Ninive.  

King James Bible . [37] So Sennacherib king of Assyria departed, and went and returned, and dwelt at Nineveh.
Luther-Bibel . 37 Und der König von Assyrien, Sanherib, brach auf, zog weg und kehrte wieder heim und blieb zu Ninive.

Tekstuitleg van Js 37,37 .

6. ´asjsjûr (Assur) . Taalgebruik in Tenach : ´asjsjûr (Assur) . Getalwaarde : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 OF 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (124) . Pentateuch (4) . Js (36) . Js 1-35 (17) : (1) Js 7,17 . (2) Js 7,18 . (3) Js 7,20 . (4) Js 8,4 . (5) Js 8,7 . (6) Js 10,5 . (7) Js 10,12 . (8) Js 14,25 . (9) Js 19,23 . (10) Js 19,25 . (11) Js 20,1 . (12) Js 20,4 . (13) Js 20,6 . (14) Js 23,13 . (15) Js 27,13 . (16) Js 30,31 . (17) Js 31,8 . Js 36-38 (19) . Js 36 (8) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,8 . (5) Js 36,13 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . Js 37 (10) : (1) Js 37,4 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,8 . (4) Js 37,10 . (5) Js 37,11 . (6) Js 37,18 . (7) Js 37,21 . (8) Js 37,33 . (9) Js 37,36 . (10) Js 37,37 . Js 38 (1) Js 38,6 .
- wë´asjsjûr (en Assur) . Tenach (4) : (1) Gn 10,22 . (2) Js 52,4 . (3) Hos 11,5 . (4) 1 Kr 1,17 .

Js 37,38 - Js 37,38 . De bevrijding - Js 37 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 37 -- Js 37,1-7 -- Js 37,8-13 -- Js 37,14-20 -- Js 37,21-35 -- Js 37,36-38 -- Js 37,36 - Js 37,37 - Js 37,38 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
38kai en tô auton proskunein en tô oikô nasarach ton patachron autou adramelech kai sarasar oi uioi autou epataxan auton machairais autoi de diesôthèsan eis armenian kai ebasileusen asordan o uios autou ant' autou 38 et factum est cum adoraret in templo Nesrach deum suum Adramelech et Sarasar filii eius percusserunt eum gladio fugeruntque in terram Ararat et regnavit Asoraddon filius eius pro eo     38 Het geschiedde nu, als hij in het huis van Nisroch, zijn god, zich nederboog, dat Adramelech en Sarezer, zijn zonen, hem met het zwaard versloegen; doch zij ontkwamen in het land van Ararat; en Esar-haddon, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.   [38] En toen hij zich neergebogen had in de tempel van zijn god Nisrok*, doodden zijn zonen Adrammelek en Sareser hem met het zwaard; zij ontkwamen naar het land Ararat. Zijn zoon Esarhaddon volgde hem op als koning.   [38] Daar werd hij, terwijl hij neerknielde in de tempel van zijn god Nisroch, vermoord door zijn zonen Adrammelech en Sareser, die vervolgens naar Ararat wisten te ontkomen. Zijn zoon Esarhaddon volgde hem op.  38 En het geschiedde, toen hij zich had neergebogen in het huis van Nisroch, zijn god, dat zijn zonen, Adramelech en Saretser, hem neersloegen met het zwaard en zij ontsnapten naar het land Ararat; koning werd zijn zoon Esar Chadon in zijn plaats.   38. Un jour qu'il était prosterné dans le temple de Nisrok, son dieu, ses fils Adrammélek et Saréçer le frappèrent de l'épée et se sauvèrent au pays d'Ararat. Assarhaddon, son fils, devint roi à sa place. 

King James Bible . [38] And it came to pass, as he was worshipping in the house of Nisroch his god, that Adrammelech and Sharezer his sons smote him with the sword; and they escaped into the land of Armenia: and Esar-haddon his son reigned in his stead.
Luther-Bibel . 38 Es begab sich aber, als er anbetete im Hause Nisrochs, seines Gottes, erschlugen ihn seine Söhne Adrammelech und Sarezer mit dem Schwert, und sie flohen ins Land Ararat. Und sein Sohn Asarhaddon wurde König an seiner statt.

Tekstuitleg van Js 37,38 .

1. wajëhî (en hij was) < wë + qal imperf. 3de pers. enk. van het werkw. hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenach : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het N.T. (2450) . Tenach (784) . Pentateuch (181) . Js (11) : (1) Js 7,1 . (2) Js 9,18 . (3) Js 12,2 . (4) Js 22,7 . (5) Js 36,1 . (6) Js 37,1 . (7) Js 37,38 . (8) Js 38,4 . (9) Js 48,18 . (10) Js 48,19 . (11) Js 63,8 .


SEPTUAGINTA

37 1kai egeneto en tô akousai ton basilea ezekian eschisen ta imatia kai sakkon periebaleto kai anebè eis ton oikon kuriou2kai apesteilen eliakim ton oikonomon kai somnan ton grammatea kai tous presbuterous tôn iereôn peribeblèmenous sakkous pros èsaian uion amôs ton profètèn3kai eipan autô tade legei ezekias èmera thlipseôs kai oneidismou kai elegmou kai orgès è sèmeron èmera oti èkei è ôdin tè tiktousè ischun de ouk echei tou tekein4eisakousai kurios o theos sou tous logous rapsakou ous apesteilen basileus assuriôn oneidizein theon zônta kai oneidizein logous ous èkousen kurios o theos sou kai deèthèsè pros kurion ton theon sou peri tôn kataleleimmenôn toutôn5kai èlthon oi paides tou basileôs pros èsaian6kai eipen autois èsaias outôs ereite pros ton kurion umôn tade legei kurios mè fobèthès apo tôn logôn ôn èkousas ous ôneidisan me oi presbeis basileôs assuriôn7idou egô embalô eis auton pneuma kai akousas aggelian apostrafèsetai eis tèn chôran autou kai peseitai machaira en tè gè autou8kai apestrepsen rapsakès kai katelaben poliorkounta ton basilea lomnan kai èkousen basileus assuriôn oti9exèlthen tharaka basileus aithiopôn poliorkèsai auton kai akousas apestrepsen kai apesteilen aggelous pros ezekian legôn10outôs ereite ezekia basilei tès ioudaias mè se apatatô o theos sou ef' ô pepoithôs ei ep' autô legôn ou mè paradothè ierousalèm eis cheiras basileôs assuriôn11è ouk èkousas a epoièsan basileis assuriôn pasan tèn gèn ôs apôlesan12mè errusanto autous oi theoi tôn ethnôn ous oi pateres mou apôlesan tèn te gôzan kai charran kai rafes ai eisin en chôra themad13pou eisin oi basileis aimath kai arfath kai poleôs sepfarim anag ougaua14kai elaben ezekias to biblion para tôn aggelôn kai ènoixen auto enantion kuriou15kai proseuxato ezekias pros kurion legôn16kurie sabaôth o theos israèl o kathèmenos epi tôn cheroubin su theos monos ei pasès basileias tès oikoumenès su epoièsas ton ouranon kai tèn gèn17eisakouson kurie eisblepson kurie kai ide tous logous ous apesteilen sennachèrim oneidizein theon zônta18ep' alètheias gar èrèmôsan basileis assuriôn tèn oikoumenèn olèn kai tèn chôran autôn19kai enebalon ta eidôla autôn eis to pur ou gar theoi èsan alla erga cheirôn anthrôpôn xula kai lithoi kai apôlesan autous20su de kurie o theos èmôn sôson èmas ek cheiros autôn ina gnô pasa basileia tès gès oti su ei o theos monos21kai apestalè èsaias uios amôs pros ezekian kai eipen autô tade legei kurios o theos israèl èkousa a prosèuxô pros me peri sennachèrim basileôs assuriôn22outos o logos on elalèsen peri autou o theos efaulisen se kai emuktèrisen se parthenos thugatèr siôn epi soi kefalèn ekinèsen thugatèr ierousalèm23tina ôneidisas kai parôxunas è pros tina upsôsas tèn fônèn sou kai ouk èras eis upsos tous ofthalmous sou eis ton agion tou israèl24oti di' aggelôn ôneidisas kurion su gar eipas tô plèthei tôn armatôn egô anebèn eis upsos oreôn kai eis ta eschata tou libanou kai ekopsa to upsos tès kedrou autou kai to kallos tès kuparissou kai eisèlthon eis upsos merous tou drumou25kai ethèka gefuran kai èrèmôsa udata kai pasan sunagôgèn udatos26ou tauta èkousas palai a egô epoièsa ex archaiôn èmerôn sunetaxa nun de epedeixa exerèmôsai ethnè en ochurois kai enoikountas en polesin ochurais27anèka tas cheiras kai exèranthèsan kai egenonto ôs chortos xèros epi dômatôn kai ôs agrôstis28nun de tèn anapausin sou kai tèn exodon sou kai tèn eisodon sou egô epistamai29o de thumos sou on ethumôthès kai è pikria sou anebè pros me kai embalô fimon eis tèn rina sou kai chalinon eis ta cheilè sou kai apostrepsô se tè odô è èlthes en autè30touto de soi to sèmeion fage touton ton eniauton a esparkas tô de eniautô tô deuterô to kataleimma tô de tritô speirantes amèsate kai futeusate ampelônas kai fagesthe ton karpon autôn31kai esontai oi kataleleimmenoi en tè ioudaia fuèsousin rizan katô kai poièsousin sperma anô32oti ex ierousalèm exeleusontai oi kataleleimmenoi kai oi sôzomenoi ex orous siôn o zèlos kuriou sabaôth poièsei tauta33dia touto outôs legei kurios epi basilea assuriôn ou mè eiselthè eis tèn polin tautèn oude mè balè ep' autèn belos oude mè epibalè ep' autèn thureon oude mè kuklôsè ep' autèn charaka34alla tè odô è èlthen en autè apostrafèsetai tade legei kurios35uperaspiô uper tès poleôs tautès tou sôsai autèn di' eme kai dia dauid ton paida mou36kai exèlthen aggelos kuriou kai aneilen ek tès parembolès tôn assuriôn ekaton ogdoèkonta pente chiliadas kai exanastantes to prôi euron panta ta sômata nekra37kai apostrafeis apèlthen basileus assuriôn kai ôkèsen en nineuè38kai en tô auton proskunein en tô oikô nasarach ton patachron autou adramelech kai sarasar oi uioi autou epataxan auton machairais autoi de diesôthèsan eis armenian kai ebasileusen asordan o uios autou ant' autou


VULGAAT

37. 1 et factum est cum audisset rex Ezechias scidit vestimenta sua et obvolutus est sacco et intravit in domum Domini 2 et misit Eliachim qui erat super domum et Sobnam scribam et seniores de sacerdotibus opertos saccis ad Isaiam filium Amos prophetam 3 et dixerunt ad eum haec dicit Ezechias dies tribulationis et correptionis et blasphemiae dies haec quia venerunt filii usque ad partum et virtus non est parienti 4 si quo modo audiat Dominus Deus tuus verba Rabsaces quem misit rex Assyriorum dominus suus ad blasphemandum Deum viventem et obprobrandum sermonibus quos audivit Dominus Deus tuus leva ergo orationem pro reliquiis quae reppertae sunt 5 et venerunt servi regis Ezechiae ad Isaiam 6 et dixit ad eos Isaias haec dicetis domino vestro haec dicit Dominus ne timeas a facie verborum quae audisti quibus blasphemaverunt pueri regis Assyriorum me 7 ecce ego dabo ei spiritum et audiet nuntium et revertetur ad terram suam et corruere eum faciam gladio in terra sua 8 reversus est autem Rabsaces et invenit regem Assyriorum proeliantem adversus Lobna audierat enim quia profectus esset de Lachis 9 et audivit de Tharaca rege Aethiopiae dicentes egressus est ut pugnet contra te quod cum audisset misit nuntios ad Ezechiam dicens 10 haec dicetis Ezechiae regi Iudae loquentes non te decipiat Deus tuus in quo tu confidis dicens non dabitur Hierusalem in manu regis Assyriorum 11 ecce tu audisti omnia quae fecerunt reges Assyriorum omnibus terris quas subverterunt et tu poteris liberari 12 numquid eruerunt eos dii gentium quos subverterunt patres mei Gozan et Aran et Reseph et filios Eden qui erant in Thalassar 13 ubi est rex Emath et rex Arfad et rex urbis Seffarvaim Anahe et Ava 14 et tulit Ezechias libros de manu nuntiorum et legit eos et ascendit in domum Domini et expandit eos Ezechias coram Domino 15 et oravit Ezechias ad Dominum dicens 16 Domine exercituum Deus Israhel qui sedes super cherubin tu es Deus solus omnium regnorum terrae tu fecisti caelum et terram 17 inclina Domine aurem tuam et audi aperi Domine oculos tuos et vide et audi omnia verba Sennacherib quae misit ad blasphemandum Deum viventem 18 vere enim Domine desertas fecerunt reges Assyriorum terras et regiones earum 19 et dederunt deos earum igni non enim erant dii sed opera manuum hominum lignum et lapis et comminuerunt eos 20 et nunc Domine Deus noster salva nos de manu eius et cognoscant omnia regna terrae quia tu es Dominus solus 21 et misit Isaias filius Amos ad Ezechiam dicens haec dicit Dominus Deus Israhel pro quibus rogasti me de Sennacherib rege Assyriorum 22 hoc est verbum quod locutus est Dominus super eum despexit te subsannavit te virgo filia Sion post te caput movit filia Hierusalem 23 cui exprobrasti et quem blasphemasti et super quem exaltasti vocem et levasti altitudinem oculorum tuorum ad Sanctum Israhel 24 in manu servorum tuorum exprobrasti Domino et dixisti in multitudine quadrigarum mearum ego ascendi altitudinem montium iuga Libani et succidam excelsa cedrorum eius electas abietes illius et introibo altitudinem summitatis eius saltum Carmeli eius 25 ego fodi et bibi aquam et exsiccavi vestigio pedis mei omnes rivos aggerum 26 numquid non audisti quae olim fecerim ei ex diebus antiquis ego plasmavi illud et nunc adduxi et factum est in eradicationem collium conpugnantium et civitatum munitarum 27 habitatores earum breviata manu contremuerunt et confusi sunt facti sunt sicut faenum agri et gramen pascuae et herba tectorum quae exaruit antequam maturesceret 28 habitationem tuam et egressum tuum et introitum tuum cognovi et insaniam tuam contra me 29 cum fureres adversum me superbia tua ascendit in aures meas ponam ergo circulum in naribus tuis et frenum in labiis tuis et reducam te in viam per quam venisti 30 tibi autem hoc erit signum comede hoc anno quae sponte nascuntur et in anno secundo pomis vescere in anno autem tertio seminate et metite et plantate vineas et comedite fructum earum 31 et mittet id quod salvatum fuerit de domo Iuda et quod reliquum est radicem deorsum et faciet fructum sursum 32 quia de Hierusalem exibunt reliquiae et salvatio de monte Sion zelus Domini exercituum faciet istud 33 propterea haec dicit Dominus de rege Assyriorum non introibit civitatem hanc et non iaciet ibi sagittam et non occupabit eam clypeus et non mittet in circuitu eius aggerem 34 in via qua venit per eam revertetur et civitatem hanc non ingredietur dicit Dominus 35 et protegam civitatem istam ut salvem eam propter me et propter David servum meum 36 egressus est autem angelus Domini et percussit in castris Assyriorum centum octoginta quinque milia et surrexerunt mane et ecce omnes cadavera mortuorum 37 et egressus est et abiit et reversus est Sennacherib rex Assyriorum et habitavit in Nineve 38 et factum est cum adoraret in templo Nesrach deum suum Adramelech et Sarasar filii eius percusserunt eum gladio fugeruntque in terram Ararat et regnavit Asoraddon filius eius pro eo