BIJBELBOEK Jesaja - Js -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 39 -- Js 39,1-8 -
De afgezanten uit Babel (Js 39;1-8) .

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Jesaja vers per vers - Js 39,1 - Js 39,2 - Js 39,3 - Js 39,4 - Js 39,5 - Js 39,6 - Js 39,7 - Js 39,8 -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

- bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Bibliografie : http://www.soniclight.com/constable/notes/pdf/isaiah.pdf .
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

- Js 39,1-8 . De afgezanten uit Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 39 -- Js 39,1-8 -- Js 39,1 - Js 39,2 - Js 39,3 - Js 39,4 - Js 39,5 - Js 39,6 - Js 39,7 - Js 39,8 -

Js 39,1 - Js 39,1 . De afgezanten uit Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 39 -- Js 39,1-8 -- Js 39,1 - Js 39,2 - Js 39,3 - Js 39,4 - Js 39,5 - Js 39,6 - Js 39,7 - Js 39,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
39 1en tô kairô ekeinô apesteilen marôdach uios tou laadan o basileus tès babulônias epistolas kai presbeis kai dôra ezekia èkousen gar oti emalakisthè eôs thanatou kai anestè  1 in tempore illo misit Marodach Baladan39 [1] At that time Merodach-baladan, the son of Baladan, king of Babylon, sent letters and a present to Hezekiah: for he had heard that he had been sick, and was recovered. lonis libros et munera ad Ezechiam audierat enim quod aegrotasset et convaluisset     1 Te dien tijd zond Merodach Baladan, de zoon van Baladan, de koning van Babel, brieven en een geschenk aan Hizkia; want hij had gehoord dat hij krank geweest en weder sterk geworden was.   [1] In die tijd zond Merodak-Baladan, de zoon van Baladan en koning van Babel, afgezanten naar Hizkia* met een brief en geschenken, want hij had gehoord dat Hizkia ziek was geweest en genezen was.   [1] In die tijd stuurde koning Merodach-Baladan van Babylonië, de zoon van Baladan, die had vernomen dat Hizkia ziek was geweest en weer hersteld was, gezanten met brieven en een geschenk naar hem toe.  1 ¶ Te dien dage zond Merodach Baladan, zoon van Baladan, koning van Babel, briefrollen en een geschenk naar Chizkiahoe,– mijn sterkte is hij; hij heeft gehoord dat hij ziek is geweest en weer sterk geworden.   1. En ce temps-là, Mérodak-Baladan, fils de Baladan, roi de Babylone, envoya des lettres et un présent à Ézéchias, car il avait appris sa maladie et son rétablissement.  

King James Bible . 39 [1] At that time Merodach-baladan, the son of Baladan, king of Babylon, sent letters and a present to Hezekiah: for he had heard that he had been sick, and was recovered.
Luther-Bibel . 39 1 Zu der Zeit sandte Merodach-Baladan, der Sohn Baladans, der König von Babel, Briefe und Geschenke an Hiskia; denn er hatte gehört, dass er krank gewesen und wieder gesund geworden sei.

Tekstuitleg van Js 39,1 . Het vers Js 39,1 telt 16 (2² X 2²) woorden en 65 (5 X 13) letters. De getalwaarde van Js 39,1 is 2737 (7 X 17 X 23) .

Js 39,1.1. be`eth / bâ`eth = in (de) tijd van . Voorzetsel bë + (bepaald lidw. ha-) + zelfstandig naamwoord `eth (tijd) . Taalgebruik in Tenach : `eth (tijd) .Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 38 OF 470 . Structuur : 7 - 4 . Gr. kairos (gunstig moment) . Taalgebruik in de LXX : kairos (gunstig moment) . Taalgebruik in het N.T. : kairos (gunstig moment) . Lat. tempus , -oris . Fr. le temps . E. time . Ned. tijd . D. Zeit . Een vorm van kairos (gunstig moment) in de LXX (487) , in het N.T. (85) . Tenach (89) . Js (5) . (1) Js 18,7 . (2) Js 20,2 . (3) Js 33,2 . (4) Js 39,1 . (5) Js 49,8 . Een vorm van `eth (tijd) in Js (11) .

Js 39,1.1. - 2. bâ`eth hahî´ = in die tijd . Tenach (40) . Js (2) : (1) Js 18,7 . (2) Js 20,2 . - bâ`eth hahiw´ = in die tijd . Tenach (19) . Js (1) : Js 39,1 .

9. bâbhèl (Babel) . Taalgebruik in Tenakh : bâbhèl (Babel) . Getalwaarde : beth = 2 , lamed = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 2 - 2 - 4 . De som van de verschillende elementen is telkens 8 . Tenakh (208) . Pentateuch (2) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (153) . 12 Kleine Profeten (2) . Profeten in totaal (177) . Geschriften (29) . Js (8) : (1) Js 13,1 . (2) Js 13,19 . (3) Js 14,4 . (4) Js 21,9 . (5) Js 39,1 . (6) Js 39,6 . (7) Js 39,7 . (8) Js 47,1 .
- bâbhâlâh / bâbhèlâh (naar Babel) . Tenakh (27) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (4) . Latere Profeten (20) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (3) . Js (1) : Js 43,14 .
- bëbâbhèl (in Babel) . Tenakh (8) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (1) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (3) . Js (1) : Js 48,14 .
- lëbâbhèl (naar Babel) . Tenakh (10) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (0) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (5) . Js (1) : Js 14,22 .
- mëbâbhèl (uit Babel) . Tenakh (12) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (2) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (4) . Js (2) : (1) Js 39,3 . (2) Js 48,20 .

Js 39,1.12. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) of godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Taalgebruik in Tenach : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenach (3626) . Pentateuch (1096) . Js (127) . Js 1-39 (80) . Js 40-55 (32) . Js 56-66 (15) . Js 39 (4) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,3 . (3) Js 39,5 . (4) Js 39,8 .

13. chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Tenach : chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Jesaja : chizëqijjâhû (Hizkia) . Getalwaarde : chet = 8 , zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 55 (5 X 11) of 131 (priemgetal) . Structuur : 8 - 7 - 1 - 5 - 6 . Betekenis : chizëqijjâhû (Hizkia) < châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) . Taalgebruik in Tenach : châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) + jahû = JHWH . JHWH bevestigt : maakt sterk . Tenach (65) . Js (28) . Js 36 (9) . Js 37 (8) . Js 38 (5) . Js 39 (6) . Js 36 (9) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,7 . (5) Js 36,14 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . (9) Js 36,22 . Js 37 (8) : (1) Js 37,1 . (2) Js 37,3 . (3) Js 37,5 . (4) Js 37,9 . (5) Js 37,10 . (6) Js 37,14 . (7) Js 37,15 . (8) Js 37,21 . Js 38 (5) : (1) Js 38,1 . (2) Js 38,2 . (3) Js 38,3 . (4) Js 38,5 . (5) Js 38,22 . Js 39 (6) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,2 . (3) Js 39,3 . (4) Js 39,4 . (5) Js 39,5 . (6) Js 39,8 .

12. - 13. ´èl chizëqijjâhû (tot Hizkia) . Tenach (20) : (1) 2 K 18,19 . (2) 2 K 18,31 . (3) 2 K 18,32 . (4) 2 K 18,37 . (5) 2 K 19,9 . (6) 2 K 19,10 . (7) 2 K 19,20 . (8) 2 K 20,5 . (9) 2 K 20,12 . (10) 2 K 20,16 . (11) 2 Kr 29,18 . (12) Js 36,4 . (13) Js 36,16 . (14) Js 36,22 . (15) Js 37,9 . (16) Js 37,10 . (17) Js 37,21 . (18) Js 38,5 . (19) Js 39,1 . (20) Js 39,5 .

Js 39,2 - Js 39,2 . De afgezanten uit Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 39 -- Js 39,1-8 -- Js 39,1 - Js 39,2 - Js 39,3 - Js 39,4 - Js 39,5 - Js 39,6 - Js 39,7 - Js 39,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2kai echarè ep' autois ezekias charan megalèn kai edeixen autois ton oikon tou nechôtha kai tès staktès kai tôn thumiamatôn kai tou murou kai tou arguriou kai tou chrusiou kai pantas tous oikous tôn skeuôn tès gazès kai panta osa èn en tois thèsaurois autou kai ouk èn outhen o ouk edeixen ezekias en tô oikô autou  2 laetatus est autem super eis Ezechias et ostendit eis cellam aromatum et argenti et auri et odoramentorum et unguenti optimi et omnes apothecas supellectilis suae et universa quae inventa sunt in thesauris eius non fuit verbum quod non ostenderet eis Ezechias in domo sua et in omni potestate sua     2 En Hizkia verblijdde zich over hen, en hij toonde hun zijn schathuis, het zilver, en het goud, en de specerijen, en de beste olie, en zijn ganse wapenhuis, en al wat gevonden werd in zijn schatten; er was geen ding in zijn huis, noch in zijn ganse heerschappij, dat Hizkia hun niet toonde.   [2] Hizkia was er zo blij mee dat hij hun zijn schatkamer toonde, het zilver en het goud, het reukwerk en de kostbare olie, het wapenhuis en alles wat er in zijn voorraadkamers lag opgeslagen. Er was in zijn paleis en in heel zijn rijk niets meer over dat Hizkia hun niet had laten zien.   [2] Hizkia ontving hen hartelijk en liet hun zijn schatkamers zien: het zilver, het goud, het reukwerk, de kostbare oliën, en ook zijn hele arsenaal en alles wat zich in zijn magazijnen bevond. Er was niets in zijn paleis of in zijn rijk dat Hizkia hun niet liet zien.   2 Chizkiahoe is zo verheugd over hen dat hij hen zijn schathuis laat zien: het zilver, het goud, de balsems en de beste olie, heel zijn wapentuighuis en al wat er was te vinden in zijn opslagkamers; er is niets noemenswaardigs geweest dat Chizkiahoe hen niet heeft laten zien, in zijn huis en van alles waarover hij heerste.   2. Ézéchias s'en réjouit et il montra aux messagers sa chambre du trésor, l'argent, l'or, les aromates, l'huile précieuse ainsi que son arsenal et tout ce qui se trouvait dans ses magasins. Il n'y eut rien qu'Ézéchias ne leur montrât dans son palais et dans tout son domaine.  

King James Bible . [2] And Hezekiah was glad of them, and shewed them the house of his precious things, the silver, and the gold, and the spices, and the precious ointment, and all the house of his armour, and all that was found in his treasures: there was nothing in his house, nor in all his dominion, that Hezekiah shewed them not.
Luther-Bibel . 2 Darüber freute sich Hiskia und zeigte den Gesandten das Schatzhaus, Silber und Gold und Spezerei, kostbare Salben und sein ganzes Zeughaus und alle Schätze, die er hatte. Es gab nichts, was ihnen Hiskia nicht gezeigt hätte in seinem Hause und in seinem ganzen Reich.

Tekstuitleg van Js 39,2 .

Js 39,3 - Js 39,3 . De afgezanten uit Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 39 -- Js 39,1-8 -- Js 39,1 - Js 39,2 - Js 39,3 - Js 39,4 - Js 39,5 - Js 39,6 - Js 39,7 - Js 39,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai èlthen èsaias o profètès pros ton basilea ezekian kai eipen pros auton ti legousin oi anthrôpoi outoi kai pothen èkasin pros se kai eipen ezekias ek gès porrôthen èkasin pros me ek babulônos  3 introiit autem Isaias propheta ad regem Ezechiam et dixit ei quid dixerunt viri isti et unde venerunt ad te et dixit Ezechias de terra longinqua venerunt ad me de Babylone     3 Toen kwam de profeet Jesaja tot den koning Hizkia, en zeide tot hem: Wat hebben die mannen gezegd, en van waar zijn zij tot u gekomen? En Hizkia zeide: Zij zijn uit verren lande tot mij gekomen, uit Babel.   [3] Toen ging de profeet Jesaja naar koning Hizkia en vroeg: ‘Wat hebben deze mannen gezegd? Waar kwamen ze vandaan?’ Hizkia antwoordde: ‘Ze kwamen uit een ver land, uit Babel.’   [3] Kort daarop ging de profeet Jesaja naar koning Hizkia toe en vroeg hem: ‘Wat hebben deze mannen tegen u gezegd? Waar kwamen ze vandaan?’ ‘Uit een ver land,’ antwoordde Hizkia, ‘uit Babylonië.’   3 Dan komt Jesaja, de profeet, tot koning Chizkiahoe,– en zegt tot hem: wat hebben deze mannen gezegd en waarvandaan zijn ze tot je gekomen? Chizkiahoe zegt: uit een ver land zijn zij tot mij gekomen: uit Babel!  3. Alors le prophète Isaïe vint trouver le roi Ézéchias et lui demanda : « Qu'ont dit ces gens-là, et d'où sont-ils venus chez toi ? » Ézéchias répondit : « Ils sont venus d'un pays lointain, de Babylone. »  

King James Bible . [3] Then came Isaiah the prophet unto king Hezekiah, and said unto him, What said these men? and from whence came they unto thee? And Hezekiah said, They are come from a far country unto me, even from Babylon.
Luther-Bibel . 3 Da kam der Prophet Jesaja zum König Hiskia und sprach zu ihm: Was sagen diese Männer und von woher kommen sie zu dir? Hiskia sprach: Sie kommen aus fernem Lande zu mir, nämlich aus Babel.

Tekstuitleg van Js 39,3 . Het vers Js 39,3 telt 22 (2 X 11) woorden en 95 (5 X 19) letters . De getalwaarde van Js 39,3 is 3147 (3 X 1049) . Js 39,3 (zonder het voorlaatste woord ´elaj = tot mij) = 2 K 20,14 .

Js 39,3.1. wajjâbho´ (en hij ging, en hij kwam) < verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenach : bâ´ (gaan, komen) . Getalwaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . Spiegelbeeld van het woord ´ab (vader) . Taalgebruik in Tenach : bw´ (gaan, komen) . w-j-b-w . Tenach (289) . Pentateuch (72) . Js (6) : (1) Js 26,2 . (2) Js 31,2 . (3) Js 36,22 . (4) Js 37,1 . (5) Js 39,3 . (6) Js 41,25 .

Js 39,3.2. jësja`ëjâhû (Jesaja) < jësja` (redding) + jâhû (JHWH) = redding is JHWH / JHWH is redding . Profeet (rond 740-701) . Taalgebruik in Tenach : jësja`ëjâhû (Jesaja) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 68 (2² X 17 OF het aantal letters van Js 1,1) OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 3 - 7 - 1 - 5 - 6 . Tenach (32) . Js (16) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 13,1 . (5) Js 20,2 . (6) Js 20,3 . (7) Js 37,2 . (8) Js 37,5 . (9) Js 37,6 . (10) Js 37,21 . (11) Js 38,1 . (12) Js 38,4 . (13) Js 38,21 . (14) Js 39,3 . (15) Js 39,5 . (16) Js 39,8 . Andere boeken (16) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,5 . (3) 2 K 19,6 . (4) 2 K 19,20 . (5) 2 K 20,1 . (6) 2 K 20,4 . (7) 2 K 20,7 . (8) 2 K 20,8 . (9) 2 K 20,9 . (10) 2 K 20,11 . (11) 2 K 20,14 . (12) 2 K 20,16 . (13) 2 K 20,19 . (14) 1 Kr 25,15 . (15) 2 Kr 26,22 . (16) 2 Kr 32,32 .
- wîsja`ëjâhû (en Jesaja) . Tenach (3) : (1) 1 Kr 25,3 . (2) 1 Kr 26,25 . (3) 2 Kr 32,20 .
- ´èl jësja`ëjâhû (tot Jesaja) . Tenach (8) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 20,8 . (3) 2 K 20,19 . (4) Js 7,3 . (5) Js 37,2 . (6) Js 37,5 . (7) Js 38,4 . (8) Js 39,8 .
Een vorm van jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) in Js (20) , van jesja` / jèsja` (hulp, heil, redding) in Js (5) , van jësjû`âh / jësjû`âthâh (redding, verlossing) in Js (18) .

Js 39,3.1. - 2. wajjâbho´ jësja`ëjâhû (en Jesaja ging, en hij kwam) . Tenach (2) : (1) 2 K 20,14 . (2) Js 39,3 . Jesaja is onderwerp van het werkwoord gaan .

Js 39,3.2. - 3. jësja`ëjâhû hannâbhî´ (Jesaja, de profeet) . Tenach (4) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 20,11 . (3) 2 K 20,14 . (4) Js 39,3 .
- jësja`ëjâhû bèn âmôts (Jesaja , zoon van Amos) . Tenach (9) : (1) 2 K 19,20 . (2) 2 K 20,1 . (3) Js 1,1 . (4) Js 20,2 . (5) Js 37,2 . (6) Js 37,21 . (7) Js 38,1 . (8) 2 Kr 26,22 . (9) 2 Kr 32,32 .
- hannâbhî´ bèn âmôts (de profeet, zoon van Amos) . Tenach (1) : 2 K 19,2 .
- bèn âmôts (zoon van Amos) . Tenach (10) : (1) 2 K 19,20 . (2) 2 K 20,1 . (3) 2 Kr 26,22 . (4) 2 Kr 32,20 . (5) 2 Kr 32,32 . (6) Js 1,1 . (7) Js 20,2 . (8) Js 37,2 . (9) Js 37,21 . (10) Js 38,1 .
- bèn âmôts hannâbhî´ (zoon van Amos, de profeet) . Tenach : (1) 2 K 20,1 . (2) 2 Kr 26,22 . (3) 2 Kr 32,20 . (4) 2 Kr 32,32 . (5) Js 37,2 . (6) Js 38,1 .

4. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) of godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Taalgebruik in Tenach : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenach (3626) . Pentateuch (1096) . Js (127) . Js 1-39 (80) . Js 40-55 (32) . Js 56-66 (15) . Js 39 (4) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,3 . (3) Js 39,5 . (4) Js 39,8 .

5. mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenach : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . Tenach (816) . Pentateuch (58) . Js (37) . Js 1-39 (34) . Js 40-55 (3) . Vanaf Js 7,1 . Js 7 (3) : (1) Js 7,1 . (2) Js 7,6 . (3) Js 7,17 . Js 38 (2) : (1) Js 38,6 . (2) Js 38,9 .
- hammèlèkh (de koning) . Tenach (819) . Js (13) : (1) Js 6,1 . (2) Js 6,5 . (3) Js 14,28 . (4) Js 36,2 . (5) Js 36,4 . (6) Js 36,8 . (7) Js 36,13 . (8) Js 36,14 . (9) Js 36,16 . (10) Js 36,21 . (11) Js 37,1 . (12) Js 37,5 . (13) Js 39,3 .

Js 39,4 - Js 39,4 . De afgezanten uit Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 39 -- Js 39,1-8 -- Js 39,1 - Js 39,2 - Js 39,3 - Js 39,4 - Js 39,5 - Js 39,6 - Js 39,7 - Js 39,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai eipen èsaias ti eidosan en tô oikô sou kai eipen ezekias panta ta en tô oikô mou eidosan kai ouk estin en tô oikô mou o ouk eidosan alla kai ta en tois thèsaurois mou  4 et dixit quid viderunt in domo tua et dixit Ezechias omnia quae in domo mea sunt viderunt non fuit res quam non ostenderim eis in thesauris meis    4 En hij zeide: Wat hebben zij gezien in uw huis? En Hizkia zeide: Zij hebben alles gezien, wat in mijn huis is; geen ding is er in mijn schatten, dat ik hun niet getoond heb.   [4] Daarop vroeg Jesaja: ‘Wat hebben zij in uw paleis allemaal gezien?’ Hizkia antwoordde: ‘Alles wat er is, hebben zij gezien; er is niets in mijn voorraadkamers dat ik hun niet getoond heb.’ [4] ‘Wat hebben ze in uw paleis te zien gekregen?’ vroeg Jesaja, en Hizkia antwoordde: ‘Ze hebben alles gezien wat zich in mijn paleis bevindt. Er is niets in mijn magazijnen dat ik hun niet heb laten zien.’   4 Hij zegt: wát hebben ze in je huis gezien? Chizkiahoe zegt: alles wat er in mijn huis is hebben ze gezien, er is niets noemenswaardigs geweest dat ik hen niet heb laten zien in mijn opslagkamers!  4. Isaïe reprit : « Qu'ont-ils vu dans ton palais ? » Ézéchias répondit : « Ils ont vu tout ce qu'il y a dans mon palais : il n'y a dans mes magasins rien que je ne leur aie montré. »  

King James Bible . [4] Then said he, What have they seen in thine house? And Hezekiah answered, All that is in mine house have they seen: there is nothing among my treasures that I have not shewed them.
Luther-Bibel . 4 Er aber sprach: Was haben sie in deinem Hause gesehen? Hiskia sprach: Alles, was in meinem Hause ist, haben sie gesehen, und es gibt nichts, das ich ihnen nicht gezeigt hätte von meinen Schätzen.

Tekstuitleg van Js 39,4 .

Js 39,5 - Js 39,5 . De afgezanten uit Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 39 -- Js 39,1-8 -- Js 39,1 - Js 39,2 - Js 39,3 - Js 39,4 - Js 39,5 - Js 39,6 - Js 39,7 - Js 39,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5kai eipen autô èsaias akouson ton logon kuriou sabaôth 5 et dixit Isaias ad Ezechiam audi verbum Domini exercituum     5 Toen zeide Jesaja tot Hizkia: Hoor het woord des HEEREN der heirscharen.   [5] Toen zei Jesaja tegen Hizkia: ‘Luister naar het woord van de heer van de machten:   [5] Hierop zei Jesaja tegen Hizkia: ‘Luister naar wat de HEER van de hemelse machten te zeggen heeft.   5 ¶ Dan zegt Jesaja tot Chizkiahoe: hoor het spreken van de ENE, de Omschaarde!–  5. Alors Isaïe dit à Ézéchias : « Écoute la parole de Yahvé Sabaot!  

King James Bible . [5] Then said Isaiah to Hezekiah, Hear the word of the LORD of hosts:
Luther-Bibel . 5 Und Jesaja sprach zu Hiskia: Höre das Wort des HERRN Zebaoth:

Tekstuitleg van Js 39,5 .

 

2. jësja`ëjâhû (Jesaja) < jësja` (redding) + jâhû (JHWH) = redding is JHWH / JHWH is redding . Profeet (rond 740) . Taalgebruik in Tenach : jësja`ëjâhû (Jesaja) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 68 (2² X 17) OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 3 - 7 - 1 - 5 - 6 . Tenach (32) . Js (16) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 13,1 . (5) Js 20,2 . (6) Js 20,3 . (7) Js 37,2 . (8) Js 37,5 . (9) Js 37,6 . (10) Js 37,21 . (11) Js 38,1 . (12) Js 38,4 . (13) Js 38,21 . (14) Js 39,3 . (15) Js 39,5 . (16) Js 39,8 . Andere boeken (16) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,5 . (3) 2 K 19,6 . (4) 2 K 19,20 . (5) 2 K 20,1 . (6) 2 K 20,4 . (7) 2 K 20,7 . (8) 2 K 20,8 . (9) 2 K 20,9 . (10) 2 K 20,11 . (11) 2 K 20,14 . (12) 2 K 20,16 . (13) 2 K 20,19 . (14) 1 Kr 25,15 . (15) 2 Kr 26,22 . (16) 2 Kr 32,32 .
Een vorm van jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) in Js (20) , van jesja` / jèsja` (hulp, heil, redding) in Js (5) , van jësjû`âh / jësjû`âthâh (redding, verlossing) in Js (18) .

3. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) of godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Taalgebruik in Tenach : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenach (3626) . Pentateuch (1096) . Js (127) . Js 1-39 (80) . Js 40-55 (32) . Js 56-66 (15) . Js 39 (4) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,3 . (3) Js 39,5 . (4) Js 39,8 .

4. chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Tenach : chizëqijjâhû (Hizkia) . Taalgebruik in Jesaja : chizëqijjâhû (Hizkia) . Getalwaarde : chet = 8 , zajin = 7 , qoph = 19 of 100 , jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 55 (5 X 11) of 131 (priemgetal) . Structuur : 8 - 7 - 1 - 5 - 6 . Betekenis : chizëqijjâhû (Hizkia) < châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) . Taalgebruik in Tenach : châzaq (sterk / vast zijn, overweldigen, vasthouden) + jahû = JHWH . JHWH bevestigt : maakt sterk . Tenach (65) . Js (28) . Js 36 (9) . Js 37 (8) . Js 38 (5) . Js 39 (6) . Js 36 (9) : (1) Js 36,1 . (2) Js 36,2 . (3) Js 36,4 . (4) Js 36,7 . (5) Js 36,14 . (6) Js 36,15 . (7) Js 36,16 . (8) Js 36,18 . (9) Js 36,22 . Js 37 (8) : (1) Js 37,1 . (2) Js 37,3 . (3) Js 37,5 . (4) Js 37,9 . (5) Js 37,10 . (6) Js 37,14 . (7) Js 37,15 . (8) Js 37,21 . Js 38 (5) : (1) Js 38,1 . (2) Js 38,2 . (3) Js 38,3 . (4) Js 38,5 . (5) Js 38,22 . Js 39 (6) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,2 . (3) Js 39,3 . (4) Js 39,4 . (5) Js 39,5 . (6) Js 39,8 .

3. - 4. - ´el chizëqijjâhû (tot Hizkia) . Tenach (20) : (1) 2 K 18,19 . (2) 2 K 18,31 . (3) 2 K 18,32 . (4) 2 K 18,37 . (5) 2 K 19,9 . (6) 2 K 19,10 . (7) 2 K 19,20 . (8) 2 K 20,5 . (9) 2 K 20,12 . (10) 2 K 20,16 . (11) 2 Kr 29,18 . (12) Js 36,4 . (13) Js 36,16 . (14) Js 36,22 . (15) Js 37,9 . (16) Js 37,10 . (17) Js 37,21 . (18) Js 38,5 . (19) Js 39,1 . (20) Js 39,5 .

- sjëma` debhar JHWH (hoor het woord van JHWH) . Tenach (7) : (1) 1 K 22,19 . (2) 2 K 20,16 . (3) Js 39,5 . (4) Jr 22,2 . (5) Jr 34,4 . (6) Ez 21,3 . (7) Am 7,16 . sjimë`û debhar JHWH (hoort het woord van JHWH) . Tenach (12) : (1) 2 Kr 18,18 . (2) Js 1,10 . (3) Js 28,14 . (4) Jr 2,4 . (5) Jr 7,2 . (6) Jr 17,20 . (7) Jr 19,3 . (8) Jr 29,20 . (9) Jr 31,10 . (10) Jr 42,15 . (11) Jr 44,26 . (12) Hos 4,1 .

Js 39,6 - Js 39,6 . De afgezanten uit Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 39 -- Js 39,1-8 -- Js 39,1 - Js 39,2 - Js 39,3 - Js 39,4 - Js 39,5 - Js 39,6 - Js 39,7 - Js 39,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6idou èmerai erchontai legei kurios kai lèmpsontai panta ta en tô oikô sou kai osa sunègagon oi pateres sou eôs tès èmeras tautès eis babulôna èxei kai ouden ou mè katalipôsin eipen de o theos  6 ecce dies venient et auferentur omnia quae in domo tua sunt et quae thesaurizaverunt patres tui usque ad diem hanc in Babylonem non relinquetur quicquam dicit Dominus     6 Zie, de dagen komen, dat al wat in uw huis is, en wat uw vaders opgelegd hebben tot een schat tot op dezen dag, naar Babel weggevoerd zal worden; er zal niets overgelaten worden, zegt de HEERE.   [6] De dagen komen dat alles wat er in uw paleis te vinden is, alles wat uw voorvaderen tot op de dag van vandaag opgestapeld hebben, naar Babel wordt overgebracht. Niets blijft over. De heer heeft het gezegd.   [6] Het duurt niet lang meer, of alles wat zich in uw paleis bevindt, alles wat uw voorouders tot nu toe hebben vergaard, zal naar Babel worden weggesleept. Er blijft niets van over – zegt de HEER.  6 zie, er komen dagen dat al wat er in je huis is en al wat je vaderen hebben opgeslagen tot op deze dag zal worden weggedragen naar Babel: niets wat noemenswaardig is zal er resten, heeft gezegd de ENE;  6. Des jours viennent où tout ce qui est dans ton palais, tout ce qu'ont amassé tes pères jusqu'à ce jour, sera emporté à Babylone. Rien ne sera laissé, dit Yahvé. 

King James Bible . [6] Behold, the days come, that all that is in thine house, and that which thy fathers have laid up in store until this day, shall be carried to Babylon: nothing shall be left, saith the LORD.
Luther-Bibel . 6 Siehe, es kommt die Zeit, dass alles, was in deinem Hause ist und was deine Väter gesammelt haben bis auf diesen Tag, nach Babel gebracht werden wird, sodass nichts zurückbleibt, spricht der HERR.

Tekstuitleg van Js 39,6 . Het vers Js 39,6 telt 19 woorden en 66 (2 X 3 X 11) letters . De getalwaarde van Js 39,6 is 4098 (2 X 3 X 683) . Js 39,6 = 2 K 20,17 .

Js 39,6.2. mann. mv. יָמִים = jâmîm (dagen) . j-m-m . Tenakh (289) . Pentateuch (117) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (45) . 12 Kleine Profeten (10) . Geschriften (66) . יוֹם = jôm (dag) . Taalgebruik in Tenakh : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Getalwaarde : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 .
- Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het NT : hèmera (dag) .
- Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Arabisch : dag (jaum) . Taalgebruik in de Qoran : dag (jaum) .

Js 39,6.1. - 3. jâmîm bâ´îm (de komende dagen) . Tenakh (20) . Eveneens Tenakh (20) hinneh jâmîm bâ´îm (zie komende dagen) . Vrijer vertaald : eens zal de dag komen : (1) 1 S 2,31 . (2) 2 K 20,17 . (3) Js 39,6 . (4) Jr 7,32 . (5) Jr 9,24. (6) Jr 16,14. (7) Jr 19,6 . (8) Jr 23,5 . (9) Jr 23,7 . (10) Jr 30,3 . (11) Jr 31,27 . (12) Jr 31,31 . (13) Jr 33,14 . (14) Jr 48,12 . (15) Jr 49,2 . (16) Jr 51,47 . (17) Jr 51,52 . (18) Am 4,2 . (19) Am 8,11 . (20) Am 9,13 .

Js 39,6.4. w-n-sh-´ . (1) wënâshâ´ (en hij droeg) < wë + act. ind. perf. 3de pers. mann. enk. . (1) wënishshâ´ (en het wordt gedragen) < wë + pass. nifal perf. 3de pers. mann. enk. . (2) wënishshâ´ (en verheven) < wë + pass. nifal part. mann. enk. van het werkw. nâshâ´(dragen, opnemen, verheffen) . Taalgebruik in Tenakh : nâshâ´ (dragen, opnemen, verheffen) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , shin = 21 of 300 , aleph = 1 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 351 (3³ X 13) . nâshâ´ wordt gebruikt in uitdrukkingen als de ogen opslaan , zijn stem verheffen , zijn voeten opheffen (= voortgaan) , zijn handen omhoogheffen . w-n-sh-´ . Tenakh (39) . Pentateuch (11) . Eerdere Profeten (10) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (3) . Js (8) : (1) Js 2,2 . (2) Js 5,26 . (3) Js 6,1 . (4) Js 11,12 . (5) Js 39,6 . (6) Js 52,13 . (7) Js 57,7 . (8) Js 57,15 .

Js 39,6.9. De vorm act. qal perf. 3de pers. mann. mv. אָצְרוּ = ´âtsërû (zij verzamelden) van het werkw. אָצַר = ´âtsar (verzamelen, ophopen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âtsar (verzamelen, ophopen) . Getalwaarde : aleph = 1 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 291 (3 X 97) . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (2) : (1) 2 K 20,17 (LXX : ethèsaurisan = zij verzamelden - deze vorm slechts 1X in de LXX) . (2) Js 39,6 (sunègagon = zij brachten samen) . Het zijn 2 teksten die heel sterk op elkaar gelijken . Alle schatten die in het paleis van de koning en in de tempel werden verzameld , zullen naar Babylonië worden meegenomen . Een vorm van אָצַר = ´âtsar in Tenakh (5) : (1) 2 K 20,17 (LXX : εθησαυρισαν = ethèsaurisan = zij verzamelden) . (2) Js 23,18 (LXX : sunachthèsetai = het zal bijeengebracht worden) . (3) Js 39,6 (LXX : sunègagon = zij brachten samen) . (4) Am 3,10 (LXX : hoi thèsaurizontes = degenen die schatten verzamelen) . (5) Neh 13,13 (LXX : -) . Van de 5 vormen van het Hebreeuwse אָצַר = ´âtsar komen in de Griekse vertaling 2 vormen van het Griekse werkw. θησαυριζω = thèsaurizô (schatten verzamelen) voor : (1) 2 K 20,17 . (2) Am 3,10 .
- Grieks . act. ind. aor. 3de pers. mann. mv. εθησαυρισαν = ethèsaurisan (zij verzamelden) van het werkw. θησαυριζω = thèsaurizô (schatten verzamelen) . Bijbel (1) : 2 K 20,17 . Een vorm van θησαυριζω = thèsaurizô (schatten verzamelen) in de LXX (15) , in het NT (8) .

Js 39,6.14. bâbhèl (Babel) . Taalgebruik in Tenakh : bâbhèl (Babel) . Getalwaarde : beth = 2 , lamed = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 2 - 2 - 4 . De som van de verschillende elementen is telkens 8 . Tenakh (208) . Pentateuch (2) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (153) . 12 Kleine Profeten (2) . Profeten in totaal (177) . Geschriften (29) . Js (8) : (1) Js 13,1 . (2) Js 13,19 . (3) Js 14,4 . (4) Js 21,9 . (5) Js 39,1 . (6) Js 39,6 . (7) Js 39,7 . (8) Js 47,1 .
- bâbhâlâh / bâbhèlâh (naar Babel) . Tenakh (27) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (4) . Latere Profeten (20) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (3) . Js (1) : Js 43,14 .
- bëbâbhèl (in Babel) . Tenakh (8) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (1) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (3) . Js (1) : Js 48,14 .
- lëbâbhèl (naar Babel) . Tenakh (10) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (0) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (5) . Js (1) : Js 14,22 .
- mëbâbhèl (uit Babel) . Tenakh (12) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (2) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (4) . Js (2) : (1) Js 39,3 . (2) Js 48,20 .

Js 39,6.18. Een vorm van ´âmar (zeggen) in Js 39 (5) : (1) Js 39,3 . (2) Js 39,4 . (3) Js 39,5 . (4) Js 39,6 . (5) Js 39,8 .

Js 39,7 - Js 39,7 . De afgezanten uit Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 39 -- Js 39,1-8 -- Js 39,1 - Js 39,2 - Js 39,3 - Js 39,4 - Js 39,5 - Js 39,6 - Js 39,7 - Js 39,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7oti kai apo tôn teknôn sou ôn egennèsas lèmpsontai kai poièsousin spadontas en tô oikô tou basileôs tôn babulôniôn  7 et de filiis tuis qui exibunt de te quos genueris tollent et erunt eunuchi in palatio regis Babylonis    7 Daartoe zullen zij van uw zonen, die uit u zullen voortkomen, die gij gewinnen zult, nemen, dat zij hovelingen zijn in het paleis des konings van Babel.   [7] En sommige van de zonen die van u zullen afstammen, die u zult verwekken, zullen worden weggevoerd om hofjonker te worden in het paleis van de koning van Babel.’  [7] Ook een aantal van uw zonen, het nageslacht dat u hebt verwekt, zal worden weggevoerd om dienst te doen in het paleis van de koning van Babylonië.’   7 en sommigen van je zonen die uit jou zijn voortgekomen, die jij geboren hebt doen worden, zullen worden meegenomen; hofjonkers zullen ze worden in de koningshal van Babel!   7. Parmi les fils issus de toi, ceux que tu as engendrés, on en prendra pour être eunuques dans le palais du roi de Babylone. »  

King James Bible . [7] And of thy sons that shall issue from thee, which thou shalt beget, shall they take away; and they shall be eunuchs in the palace of the king of Babylon.
Luther-Bibel . 7 Dazu werden sie von deinen Söhnen, die von dir kommen werden, die du zeugen wirst, einige nehmen, dass sie Kämmerer werden müssen am Hofe des Königs von Babel.

Tekstuitleg van Js 39,7 .

11. bâbhèl (Babel) . Taalgebruik in Tenakh : bâbhèl (Babel) . Getalwaarde : beth = 2 , lamed = 13 of 40 ; totaal : 17 OF 44 (4 X 11) . Structuur : 2 - 2 - 4 . De som van de verschillende elementen is telkens 8 . Tenakh (208) . Pentateuch (2) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (153) . 12 Kleine Profeten (2) . Profeten in totaal (177) . Geschriften (29) . Js (8) : (1) Js 13,1 . (2) Js 13,19 . (3) Js 14,4 . (4) Js 21,9 . (5) Js 39,1 . (6) Js 39,6 . (7) Js 39,7 . (8) Js 47,1 .
- bâbhâlâh / bâbhèlâh (naar Babel) . Tenakh (27) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (4) . Latere Profeten (20) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (3) . Js (1) : Js 43,14 .
- bëbâbhèl (in Babel) . Tenakh (8) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (1) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (3) . Js (1) : Js 48,14 .
- lëbâbhèl (naar Babel) . Tenakh (10) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (0) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (5) . Js (1) : Js 14,22 .
- mëbâbhèl (uit Babel) . Tenakh (12) . Pentateuch (0) . Eerdere Profeten (2) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (4) . Js (2) : (1) Js 39,3 . (2) Js 48,20 .

Js 39,8 - Js 39,8 . De afgezanten uit Babel - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 39 -- Js 39,1-8 -- Js 39,1 - Js 39,2 - Js 39,3 - Js 39,4 - Js 39,5 - Js 39,6 - Js 39,7 - Js 39,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai eipen ezekias pros èsaian agathos o logos kuriou on elalèsen genesthô dè eirènè kai dikaiosunè en tais èmerais mou .   8 et dixit Ezechias ad Isaiam bonum verbum Domini quod locutus est et dixit fiat tantum pax et veritas in diebus meis     8 Maar Hizkia zeide tot Jesaja: Het woord des HEEREN, dat gij gesproken hebt, is goed. Ook zeide hij: Doch het zij vrede en waarheid in mijn dagen!   [8] Hizkia gaf Jesaja ten antwoord: ‘Het woord van de heer dat u gesproken hebt is een goed woord.’ En Hizkia dacht bij zichzelf: ‘Want in mijn tijd zal de vrede behouden blijven.’   [8] Hizkia antwoordde: ‘Het is goed, wat u namens de HEER tegen mij hebt gezegd.’ Want hij dacht bij zichzelf: Dat betekent dat er zolang ik leef, rust en vrede zal heersen.  8 Chizkiahoe zegt tot Jesaja: góed is het woord van de ENE dat jij hebt gesproken! Hij zegt: er zal immers vrede en trouw zijn in mijn dagen!   8. Ézéchias dit à Isaïe : « C'est une parole favorable de Yahvé que tu annonces. » Il pensait en effet : « Il y aura paix et sûreté ma vie durant. » 

King James Bible . [8] Then said Hezekiah to Isaiah, Good is the word of the LORD which thou hast spoken. He said moreover, For there shall be peace and truth in my days.
Luther-Bibel . 8 Und Hiskia sprach zu Jesaja: Das Wort des HERRN ist gut, das du sagst. Denn er dachte: Es wird doch Friede und Sicherheit sein, solange ich lebe.

Tekstuitleg van Js 39,8 .

3. ´l : voorzetsel ´èl (naar, tot) of godsnaam El . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl OF ontkenning ´al (niet) . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Taalgebruik in Tenach : ´èl . Taalgebruik in Jesaja : ´èl . Tenach (3626) . Pentateuch (1096) . Js (127) . Js 1-39 (80) . Js 40-55 (32) . Js 56-66 (15) . Js 39 (4) : (1) Js 39,1 . (2) Js 39,3 . (3) Js 39,5 . (4) Js 39,8 .

4. jësja`ëjâhû (Jesaja) < jësja` (redding) + jâhû (JHWH) = redding is JHWH / JHWH is redding . Profeet (rond 740) . Taalgebruik in Tenach : jësja`ëjâhû (Jesaja) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 68 (2² X 17) OF 401 (priemgetal) . Structuur : 1 - 3 - 7 - 1 - 5 - 6 . Tenach (32) . Js (16) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 7,3 . (4) Js 13,1 . (5) Js 20,2 . (6) Js 20,3 . (7) Js 37,2 . (8) Js 37,5 . (9) Js 37,6 . (10) Js 37,21 . (11) Js 38,1 . (12) Js 38,4 . (13) Js 38,21 . (14) Js 39,3 . (15) Js 39,5 . (16) Js 39,8 . Andere boeken (16) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 19,5 . (3) 2 K 19,6 . (4) 2 K 19,20 . (5) 2 K 20,1 . (6) 2 K 20,4 . (7) 2 K 20,7 . (8) 2 K 20,8 . (9) 2 K 20,9 . (10) 2 K 20,11 . (11) 2 K 20,14 . (12) 2 K 20,16 . (13) 2 K 20,19 . (14) 1 Kr 25,15 . (15) 2 Kr 26,22 . (16) 2 Kr 32,32 .
- wîsja`ëjâhû (en Jesaja) . Tenach (3) : (1) 1 Kr 25,3 . (2) 1 Kr 26,25 . (3) 2 Kr 32,20 .
- ´èl jësja`ëjâhû (tot Jesaja) . Tenach (8) : (1) 2 K 19,2 . (2) 2 K 20,8 . (3) 2 K 20,19 . (4) Js 7,3 . (5) Js 37,2 . (6) Js 37,5 . (7) Js 38,4 . (8) Js 39,8 .
Een vorm van jâsja` (redden, bevrijden, verlossen) in Js (20) , van jesja` / jèsja` (hulp, heil, redding) in Js (5) , van jësjû`âh / jësjû`âthâh (redding, verlossing) in Js (18) .

15. bîme(j) (in de dagen van) < bë + stat. constr. mann. mv. . jôm (dag) OF bëjâmâj (in mijn dagen) < bë + stat. constr. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . Taalgebruik in Tenach : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in het N.T. (388) . Tenach (55) . Js (3) : (1) Js 1,1 . (2) Js 7,1 . (3) Js 39,8 .


SEPTUAGINTA

39 1en tô kairô ekeinô apesteilen marôdach uios tou laadan o basileus tès babulônias epistolas kai presbeis kai dôra ezekia èkousen gar oti emalakisthè eôs thanatou kai anestè2kai echarè ep' autois ezekias charan megalèn kai edeixen autois ton oikon tou nechôtha kai tès staktès kai tôn thumiamatôn kai tou murou kai tou arguriou kai tou chrusiou kai pantas tous oikous tôn skeuôn tès gazès kai panta osa èn en tois thèsaurois autou kai ouk èn outhen o ouk edeixen ezekias en tô oikô autou3kai èlthen èsaias o profètès pros ton basilea ezekian kai eipen pros auton ti legousin oi anthrôpoi outoi kai pothen èkasin pros se kai eipen ezekias ek gès porrôthen èkasin pros me ek babulônos4kai eipen èsaias ti eidosan en tô oikô sou kai eipen ezekias panta ta en tô oikô mou eidosan kai ouk estin en tô oikô mou o ouk eidosan alla kai ta en tois thèsaurois mou5kai eipen autô èsaias akouson ton logon kuriou sabaôth6idou èmerai erchontai legei kurios kai lèmpsontai panta ta en tô oikô sou kai osa sunègagon oi pateres sou eôs tès èmeras tautès eis babulôna èxei kai ouden ou mè katalipôsin eipen de o theos7oti kai apo tôn teknôn sou ôn egennèsas lèmpsontai kai poièsousin spadontas en tô oikô tou basileôs tôn babulôniôn8kai eipen ezekias pros èsaian agathos o logos kuriou on elalèsen genesthô dè eirènè kai dikaiosunè en tais èmerais mou .


VULGAAT

1 in tempore illo misit Marodach Baladan filius Baladan rex Babylonis libros et munera ad Ezechiam audierat enim quod aegrotasset et convaluisset 2 laetatus est autem super eis Ezechias et ostendit eis cellam aromatum et argenti et auri et odoramentorum et unguenti optimi et omnes apothecas supellectilis suae et universa quae inventa sunt in thesauris eius non fuit verbum quod non ostenderet eis Ezechias in domo sua et in omni potestate sua 3 introiit autem Isaias propheta ad regem Ezechiam et dixit ei quid dixerunt viri isti et unde venerunt ad te et dixit Ezechias de terra longinqua venerunt ad me de Babylone 4 et dixit quid viderunt in domo tua et dixit Ezechias omnia quae in domo mea sunt viderunt non fuit res quam non ostenderim eis in thesauris meis 5 et dixit Isaias ad Ezechiam audi verbum Domini exercituum 6 ecce dies venient et auferentur omnia quae in domo tua sunt et quae thesaurizaverunt patres tui usque ad diem hanc in Babylonem non relinquetur quicquam dicit Dominus 7 et de filiis tuis qui exibunt de te quos genueris tollent et erunt eunuchi in palatio regis Babylonis 8 et dixit Ezechias ad Isaiam bonum verbum Domini quod locutus est et dixit fiat tantum pax et veritas in diebus meis