JESAJA 40 , Js 40 -- TAALGEBRUIK -- COMMENTAAR -
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -
- Js 40,1-8 -- Js 40,9-31 -- Js 40,1-5.9-11 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht NT : NT : overzicht , NT : taalgebruik - NT A - NT B - NT C - NT D - NT E - NT F - NT G - NT H - NT I - NT J - NT K - NT L - NT M - NT N - NT O - NT P - NT Q - NT R - NT S - NT T - NT U - NT V - NT W - NT X - NT Y - NT Z - NT : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg vers per vers : - Js 40,1 - Js 40,2 - Js 40,3 - Js 40,4 - Js 40,5 - Js 40,6 - Js 40,7 - Js 40,8 - Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
         
1. LXX , Griekse tekst NT   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
- jachëdâw (tezamen, tegelijkertijd, allen te zamen) , zie Js 40,5 .
- gâlâh (openen, ontbloten, openbaren) , zie Js 40,5 .
Bibliografie

- http://etd.nd.edu/ETD-db/theses/available/etd-07192010-133059/unrestricted/BrinksReaCL072010D.pdf .
Literatuur .
Liturgisch gebruik

- Js 40,1-5.9-11 : 2de (tweede) zondag van de advent B .
Overzicht bijbelboeken :

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


- Js 40,1-8 : Roeping van de profeet .
- Js 40,9-31 : De HEER komt .

Lezing op de 2de (tweede) zondag van de advent B : Js 40,1-5.9-11 . Verwijzing : Js 40,1-5.9-11 .

Troost, troost toch mijn Stad, – zegt uw God –, spreek Jeruzalem moed in, roep haar toe dat haar straftijd voorbij is, dat haar ongerechtigheid vergeven is, dat zij van Gods hand haar zonden dubbel betaald heeft gekregen. Een stem roept: "Baan de Heer een weg in de steppe, effen voor onze God een heerbaan in de woestijn, elk dal moet gevuld, elke berg en heuvel geslecht worden, alle oneffenheden moeten vlak, de rotsmassa's een vallei worden. En verschijnen zal de glorie des Heren en alle vlees zal daarvan getuige zijn: De mond des Heren heeft het gezegd!" Beklim de hoogste berg, gij Sion, vreugdebode, verhef krachtig uw stem, Jeruzalem, vreugdegezant: Verkondig het luide, ken geen vrees, roep tot de steden van Juda: "Uw God is op komst! Zie, God de Heer komt met kracht, zijn arm voert de heerschappij; zijn loon komt met Hem mee, zijn beloning gaat voor Hem uit. Als een herder zal Hij zijn schapen weiden, in zijn armen ze samenbrengen, de lammeren dragen tegen zijn boezem, de schapen met zachte hand geleiden."

Js 40,1-8 : Roeping van de profeet : Js 40,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,1 - Js 40,2 - Js 40,3 - Js 40,4 - Js 40,5 - Js 40,6 - Js 40,7 - Js 40,8 -

Js 40,1 - Js 40,1 : Roeping van de profeet : Js 40,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,1 - Js 40,2 - Js 40,3 - Js 40,4 - Js 40,5 - Js 40,6 - Js 40,7 - Js 40,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT 2de (tweede) zondag van de advent B  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1parakaleite parakaleite ton laon mou legei o theos  1 consolamini consolamini populus meus dicit Deus vester    Troost, troost toch mijn Stad, – zegt uw God –,  1 Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen.  [1] ‘Troost*, troost mijn volk’, zegt uw God.   [1] Troost, troost mijn volk, zegt jullie God.  1 ¶ Troost, troost mijn gemeente!, zegt uw God; 1. « Consolez, consolez mon peuple, dit votre Dieu, 

King James Bible . [1] Comfort ye, comfort ye my people, saith your God.
Luther-Bibel . 1 Tröstet, tröstet mein Volk!, spricht euer Gott.

Tekstuitleg van Js 40,1 . Het vers Js 40,1 telt 5 woorden en 21 (3 X 7) letters . De getalwaarde van Js 40,1 is 685 (5 X 137) . Het vers begint met een nun (= 14 of 50) . 50 is het getal van de volledigheid . In Js 40,2 is er sprake van vol zijn (mâla´) . Het vers begint met 2 identieke imperatieven . Als we de verdubbeling van de mem in `ammî meerekenen , dan is de 3de letter van de eerste vier woorden een mem . Nu heeft de getalwaarde van 13 of 40 . Met dit vers begint het 40ste hoofdstuk . In het begin van het 1ste hoofdstuk (Js 1,3) luidt de beschuldiging dat het volk zich misdraagt tegenover JHWH en dat het JHWH niet kent noch begrijpt . In het begin van het 40ste hoofdstuk wordt het volk getroost . Door middel van 2 imperatieven worden hemel en aarde als getuigen opgeroepen in Js 1,2 . In Js 40,1 worden niet nader omschreven personages door God opgeroepen om het volk te troosten .

1. en 2. nâcham (berouw, verdriet, medelijden hebben, zich troosten) . Taalgebruik in Tenakh : nâcham (berouw, verdriet, medelijden hebben, zich troosten) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , chet = 8 , mem = 13 of 40 : totaal : 35 (5 X 7) OF 98 (2 X 7²) .
- w-j-n-ch-m . Tenakh (19) . act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. wajënächem (en hij troostte) . Tenakh (2) : (1) Gn 50,21 . (2) 2 S 12,24 .
- act. piël imperat. 2de pers. mann. mv. nahämû (troost) . Tenakh (1) : Js 40,1 .
Door het kwaad dat de broers van Jozef hem hadden aangedaan , waren hij en zijzelf in Egypte terechtgekomen . Ze vreesden voor slavernij . Jozef stelt hen gerust (troost hen) en stelt de uittocht uit Egypte in het vooruitzicht . Zo troost ook Deutero-Jesaja het volk in ballingschap in Babylonië en stelt het einde van de ballingschap in het vooruitzicht .

Js 40,1.3. `ammî (mijn volk) < `am + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. van het zelfst. naamw. `am (volk) OF `im (met) . Taalgebruik in Tenakh : `am (volk) . Taalgebruik in Jesaja : `am (volk) . Taalgebruik in Amos : `am (volk) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 of 110 (2 X 5 X 11) . Gr. laos (volk) . Taalgebruik in de Septuaginta : laos (volk) . Taalgebruik in het NT : laos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . Tenakh (612) . Een vorm van laos (volk) in de LXX (2064) , in het NT (141) . Tenakh (228) . Pentateuch (31) . Js (23) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (9) . Js 56 - 66 (3) . Js 1-39 (11) : (1) Js 1,3 . (2) Js 3,12 . (3) Js 3,15 . (4) Js 5,13 . (5) Js 10,2 . (6) Js 10,24 . (7) Js 19,25 . (8) Js 22,4 . (9) Js 26,20 . (10) Js 32,13 . (11) Js 32,18 . Js 40-55 (9) : (1) Js 40,1 . (2) Js 43,20 . (3) Js 47,6 . (4) Js 51,4 . (5) Js 51,16 . (6) Js 52,4 . (7) Js 52,5 . (8) Js 52,6 . (9) Js 53,8 . Js 56 - 66 (3) : (1) Js 57,14 . (2) Js 63,8 . (3) Js 66,22 .

4. act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. jo´mar (hij zegt) van het werkw. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . . Tenakh (75) . Js (20) . Js 1-39 (10) . Js 40-55 (6) . Js 56-66 (4) . Js 1-39 (10) : (1) Js 1,11 . (2) Js 1,18 . (3) Js 4,3 . (4) Js 8,12 . (5) Js 10,8 . (6) Js 19,18 . (7) Js 29,16 . (8) Js 32,5 . (9) Js 33,10 . (10) Js 33,24 . Js 40-55 (6) : (1) Js 40,1 . (2) Js 40,25 . (3) Js 41,6 . (4) Js 41,21 . (5) Js 44,5 . (6) Js 44,20 . Js 56-66 (4) : (1) Js 56,3 . (2) Js 61,6 . (3) Js 62,4 . (4) Js 66,9 .

Js 40,1.5. ´êlohe(j)khèm (jullie God) . ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (154) . Js (4) : (1) Js 35,4 . (2) Js 40,1 . (3) Js 40,9 . (4) Js 59,2 . In Js 40,3lezen we le´lohe(j)nû (voor onze God) . Door in Js 40,1 te schrijven 'jullie God' worden naast de onbekende personages ook impliciet de lezers betrokken . Het is een oproep om 'mijn volk' d.i. het volk van God te troosten . De impliciete lezer wordt dus opgeroepen om het volk van God te troosten .

Js 40,2 - Js 40,2 : Roeping van de profeet : Js 40,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,1 - Js 40,2 - Js 40,3 - Js 40,4 - Js 40,5 - Js 40,6 - Js 40,7 - Js 40,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT 2de (tweede) zondag van de advent B  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2iereis lalèsate eis tèn kardian ierousalèm parakalesate autèn oti eplèsthè è tapeinôsis autès lelutai autès è amartia oti edexato ek cheiros kuriou dipla ta amartèmata autès  2 loquimini ad cor Hierusalem et avocate eam quoniam conpleta est malitia eius dimissa est iniquitas illius suscepit de manu Domini duplicia pro omnibus peccatis suis     spreek Jeruzalem moed in, roep haar toe dat haar straftijd voorbij is, dat haar ongerechtigheid vergeven is, dat zij van Gods hand haar zonden dubbel betaald heeft gekregen.   2 Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden.  [2] ‘Spreek tot het hart van Jeruzalem en roep het toe dat zijn diensttijd voorbij is, dat zijn schuld is voldaan, dat het uit de hand van de heer een dubbele straf voor al zijn zonden ontvangen heeft.’  [2] Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan, omdat zij een dubbele straf voor haar zonden uit de hand van de HEER heeft ontvangen.  2 spreekt tot het hart van Jeruzalem en roept haar toe dat haar strijd vervuld is, omdat haar ongerechtigheid geboet is,– omdat zij uit de hand van de ENE dubbel heeft ontvangen voor al haar zonden! ••  2. parlez au cœur de Jérusalem et criez-lui que son service est accompli, que sa faute est expiée, qu'elle a reçu de la main de Yahvé double punition pour tous ses péchés. » 

King James Bible . [2] Speak ye comfortably to Jerusalem, and cry unto her, that her warfare is accomplished, that her iniquity is pardoned: for she hath received of the LORD's hand double for all her sins.
Luther-Bibel . 2 Redet mit Jerusalem freundlich und predigt ihr, dass ihre Knechtschaft ein Ende hat, dass ihre Schuld vergeben ist; denn sie hat doppelte Strafe empfangen von der Hand des HERRN für alle ihre Sünden.

Tekstuitleg van Js 40,2 . Het vers Js 40,2 telt 19 woorden en 70 (2 X 5 X 7) letters . De getalwaarde van Js 40,2 is 2917 (priemgetal) . In dit vers zijn er vooreerst 2 imperatiefzinnen . Daarop volgen 3 objectzinnen , ingeleid door kî (dat) . De vrouwelijke uitgangen hâ (2X) en ´âh (5X) ; totaal : 7X .

Js 40,2.1. act. qal imperatief 2de pers. mann. mv. dabbërû (spreekt) van het werkw. dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Jesaja : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 21 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 206 = 2 X 103 . Structuur : 4 - 2 - 3 . Gr. logos (woord) . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Taalgebruik in het NT : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het NT (331) . d-b-r-w . Tenakh (57) . Pentateuch (11) . Eerdere Profeten (15) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (17) . Js (5) : (1) Js 8,10 . (2) Js 30,10 . (3) Js 40,2 . (4) Js 59,3 . (5) Js 66,5 .

Js 40,2.2. `al (op, overeenkomstig) . `al (op, overeenkomstig, omwille van) . Taalgebruik in Tenakh : `al (op, overeenkomstig) . Taalgebruik in Jesaja : `al (op, overeenkomstig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 of 100 . Structuur : 7 - 3 . Tenakh (3075) . Js (170) . Js 1 (2) : (1) Js 1,1 . (2) Js 1,5 . Js 40 (3) : (1) Js 40,2 . (2) Js 40,9 . (3) Js 40,22 .

Js 40,2.7. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 40 (3) : (1) Js 40,2 . (2) Js 40,5 . (3) Js 40,7 .

Js 40,2.9. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 40 (3) : (1) Js 40,2 . (2) Js 40,5 . (3) Js 40,7 .

Js 40,2.12. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 40 (3) : (1) Js 40,2 . (2) Js 40,5 . (3) Js 40,7 .

Js 40,3 - Js 40,3 : Roeping van de profeet : Js 40,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,1 - Js 40,2 - Js 40,3 - Js 40,4 - Js 40,5 - Js 40,6 - Js 40,7 - Js 40,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT 2de (tweede) zondag van de advent B  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3fônè boôntos en tè erèmô etoimasate tèn odon kuriou eutheias poieite tas tribous tou theou èmôn  3 vox clamantis in deserto parate viam Domini rectas facite in solitudine semitas Dei nostri    Een stem roept: "Baan de Heer een weg in de steppe, effen voor onze God een heerbaan in de woestijn,   3 Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God! [3] Luister, iemand* roept: ‘Bereid de heer een weg in de woestijn, in het dorre land, een rechte baan voor onze God.  [3] Hoor, een stem roept: ‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God.   3 ¶ Stem van een roepende, in de woestijn: bereidt de weg van de ENE,– effent recht door de steppe een heirbaan voor onze God!– 3. Une voix crie : « Dans le désert, frayez le chemin de Yahvé; dans la steppe, aplanissez une route pour notre Dieu.  

King James Bible . [3] The voice of him that crieth in the wilderness, Prepare ye the way of the LORD, make straight in the desert a highway for our God.
Luther-Bibel . 3 Es ruft eine Stimme: In der Wüste bereitet dem HERRN den Weg, macht in der Steppe eine ebene Bahn unserm Gott!

Tekstuitleg van Js 40,3 . Het vers Js 40,3 telt 10 (2 X 5) woorden en 42 (2 X 3 X 7) letters . De getalwaarde van Js 40,3 is 2139 (2 X 23 X 31) . Na een inleidende zin volgen 2 imperatiefzinnen , die tevens parallelzinnen zijn .

Js 40,3.10. le´lohe(j)nû (voor onze God) . ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (9) . Js (2) : (1) Js 40,3 . (2) Js 61,2 . In Js 40,1 lezen we ´êlohe(j)khèm (jullie God) .

Js 40,4 - Js 40,4 : Roeping van de profeet : Js 40,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,1 - Js 40,2 - Js 40,3 - Js 40,4 - Js 40,5 - Js 40,6 - Js 40,7 - Js 40,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT 2de (tweede) zondag van de advent B  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4pasa faragx plèrôthèsetai kai pan oros kai bounos tapeinôthèsetai kai estai panta ta skolia eis eutheian kai è tracheia eis pedia  4 omnis vallis exaltabitur et omnis mons et collis humiliabitur et erunt prava in directa et aspera in vias planas    elk dal moet gevuld, elke berg en heuvel geslecht worden, alle oneffenheden moeten vlak, de rotsmassa's een vallei worden.   4 Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden.  [4] Elk dal moet worden opgehoogd, en elke berg en heuvel moet worden afgegraven; oneffen plekken moeten vlak gemaakt worden en ruige gronden worden een vlakte.  [4] Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg en heuvel verlaagd, laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen.  4 elk dal moet worden opgetild, elke berg en heuvel worden vernederd,– het bultige moet effen worden, bergruggen tot een vallei;  4. Que toute vallée soit comblée, toute montagne et toute colline abaissées, que les lieux accidentés se changent en plaine et les escarpements en large vallée;  

King James Bible . [4] Every valley shall be exalted, and every mountain and hill shall be made low: and the crooked shall be made straight, and the rough places plain:
Luther-Bibel . 4 Alle Täler sollen erhöht werden, und alle Berge und Hügel sollen erniedrigt werden, und was uneben ist, soll gerade, und was hügelig ist, soll eben werden;

Tekstuitleg van Js 40,4 . Het vers Js 40,4 telt 12 (2² X 3) woorden en 50 (2 X 5²) letters . De getalwaarde van Js 40,4 is 2535 (3 X 5 X 13²) . De woorden jisjëpâlû en lëmîsjôr hebben 4 letters gemeenschappelijk : lamed, jod, sjin , waw . Van het woord hè`âqobh vinden we het spiegelbeeld in het laatste woord van het vers lëbiqë`âh . In de 2 twee vinden we ook 3 van de 4 letters van de persoonsnaam Jakob : ajin , beth , qoph . In het woord wëhârëkhâsîm zit het woord har (berg) .

Js 40,4.5. har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Taalgebruik in Jesaja : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 X 61) . Structuur : 5 - 3 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in NT : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Een vorm van oros (berg) in de LXX (680) , in het NT (62) . Tenakh (114) . Js (19) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 4,5 . (4) Js 10,32 . (5) Js 11,9 . (6) Js 13,2 . (7) Js 16,1 . (8) Js 18,7 . (9) Js 29,8 . (10) Js 30,25 . (11) Js 31,4 . (12) Js 40,4 . (13) Js 40,9 . (14) Js 56,7 . (15) Js 57,7 . (16) Js 57,13 . (17) Js 65,11 . (18) Js 65,25 . (19) Js 66,20 .
-- hèhârîm (de bergen) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. Tenakh (52) . Js (8) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,14 . (3) Js 5,25 . (4) Js 7,25 . (5) Js 52,7 . (6) Js 54,10 . (7) Js 55,12 . (8) Js 65,7 .

Js 40,5 - Js 40,5 : Roeping van de profeet : Js 40,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,1 - Js 40,2 - Js 40,3 - Js 40,4 - Js 40,5 - Js 40,6 - Js 40,7 - Js 40,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT 2de (tweede) zondag van de advent B  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5kai ofthèsetai è doxa kuriou kai opsetai pasa sarx to sôtèrion tou theou oti kurios elalèsen kai 5 et revelabitur gloria Domini et videbit omnis caro pariter quod os Domini locutum est  wënigëlâh këbhôd JHWH   En verschijnen zal de glorie des Heren en alle vlees zal daarvan getuige zijn: De mond des Heren heeft het gezegd!"  5 En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat het de mond des HEEREN gesproken heeft.  [5] De heerlijkheid van de heer zal zich openbaren, en alle mensen zullen haar zien, want de mond van de heer heeft gesproken.’  [5] De luister van de HEER zal zich openbaren voor het oog van al wat leeft. De HEER heeft gesproken!’   5 onthuld wordt dan de glorie van de ENE,– alle vlees tezamen, zij zullen zien dat de mond van de ENE heeft gesproken! ••  5. alors la gloire de Yahvé se révélera et toute chair, d'un coup, la verra, car la bouche de Yahvé a parlé. » 

King James Bible . [5] And the glory of the LORD shall be revealed, and all flesh shall see it together: for the mouth of the LORD hath spoken it.
Luther-Bibel . 5 denn die Herrlichkeit des HERRN soll offenbart werden, und alles Fleisch miteinander wird es sehen; denn des HERRN Mund hat's geredet.

Tekstuitleg van Js 40,5 . Dit vers Js 40,5 telt 11 woorden en 37 letters . De getalwaarde van Js 40,5 is 1297 . Het vers bestaat uit drie zinnen : twee nevenschikkende zinnen en een redengevende zin . De nevenschikkende zinnen zijn parallel opgebouwd . De eerste nevenschikkende zin bestaat uit drie woorden en dertien letters ; de tweede zin uit vier woorden en eveneens dertien letters; samen zeven woorden en zesentwintig letters of de getalwaarde van de naam JHWH .

Js 40,5.1. וְנִגְלָה = wënigëlâh (en zal geopenbaard worden) < wë + passief nifal perf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. גָלָה =gâlâh (openen, ontbloten, openbaren) . Taalgebruik in Tenakh : gâlâh (openen, ontbloten, openbaren) . Getalwaarde : gimel = 3 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 20 (2² X 5) of 38 (2 X 19) . Structuur : 3 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (6) : (1) Js 22,14 . (2) Js 38,12 . (3) Js 40,5 . (4) Ez 13,14 . (5) Ez 23,29 . (6) Hos 7,1 .

Js 40,5.2. khabhôd (heerlijkheid) . Taalgebruik in Tenakh : kabhôd (heerlijkheid) . Taalgebruik in Jesaja : kabhôd (heerlijkheid) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , beth = 2 , waw = 6 , daleth = 4 . Totaal : 23 of 32 (2² X 2³) . Structuur : 2 - 2 - 6 - 4 . khabhod = 17 . In het Hebreeuws betekent het zwaarte (b.v. van zijn mantel) . In het Grieks getransponeerd naar iets lichts , heerlijks : doxa . Lat. gloria . Fr. gloire . E. glory . Ned. heerlijkheid . D. Herrlichkeit . In veertien verzen in Js : (1) Js 4,5 . (2) Js 11,10 . (3) Js 16,14 . (4) Js 17,4 . (5) Js 21,16 . (6) Js 22,23 . (7) Js 22,24 . (8) Js 24,23 . (9) Js 35,2 . (10) Js 40,5 . (11) Js 42,12 . (12) Js 58,8 . (13) Js 60,13 . (14) Js 66,12 .
- ûkhëbhôd (en de heerlijkheid) . Verbindingswoord waw en het zelfstandig naamwoord kabhôd (heerlijkheid) . Js (2) : (1) Js 10,18 . (2) Js 60,1 .
- këbhôdô (zijn heerlijkheid)  . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , beth = 2 , waw = 6 , daleth = 4 , waw = 6 . Totaal : 29 of 38 . In vier verzen in Js : (1) Js 3,8 . (2) Js 6,3 . (3) Js 8,7 . (4) Js 59,19 .
- ûkhëbhôd (en de heerlijkheid) . Tenakh (26) . In zeven verzen in combinatie met JHWH . In twee verzen in Js : (1) Js 40,5 . (2) Js 58,8 .
- ûkhëbhôdô (en zijn heerlijkheid) . Tenakh (2) : (1) Js 5,13 . (2) Js 60,2 .

Js 40,5.1. - 2. wënigëlâh (en zal geopenbaard worden) khabhôd (heerlijkheid) . Slechts in dit vers in de bijbel .

Js 40,5.3. JHWH . Verwijzing : JHWH , zie Ps 1,2 . In 5193 verzen in de bijbel . In 366 verzen in Js . In acht verzen in Js 40 : (1) Js 40,2 . (2) Js 40,3 . (3) Js 40,5 . (4) Js 40,7 . (5) Js 40,10 . (6) Js 40,13 . (7) Js 40,28 . (8) Js 40,31 .

Js 40,5.2. - 3. ûkhëbhôd JHWH (en de heerlijkheid van JHWH) . In zeven verzen in de bijbel : (1) Ex 40,34 (mâle´ ´èth hammisjëkân = vervulde de tabernakel) . (2) Ex 40,35 (mâle´ ´èth hammisjëkân = vervulde de tabernakel) . (3) Nu 14,10 . (4) 2 Kr 7,1 (mâle´ ´èth habbâjit = vervulde het huis) . (5) 2 Kr 7,3 . (6) Js 60,1 . (7) Ez 43,4 .
- këbhôd JHWH (heerlijkheid van JHWH) . Tenakh (16) . In vier verzen in Exodus : (1) Ex 16,7 . (2) Ex 16,10 . (3) Ex 24,16 . (4) Ex 24,17 . Verder : (5) Lv 9,6 . (6) Nu 17,7 . In één vers in de Psalmen . (7) Ps 138,5 . In twee verzen in Js : (1) Js 40,5 . (2) Js 58,8 . In zes verzen in Ez : (1) Ez 1,28 . (2) Ez 3,12 . (3) Ez 3,23 . (4) Ez 10,4 (tweemaal) . (5) Ez 10,18 . (6) Ez 11,23 . Tenslotte : Hab 2,14 .

Js 40,5.7. jachëdâw (tezamen, tegelijkertijd, allen te zamen) . jachëdâw (tezamen, tegelijkertijd, allen te zamen) . Verwijzing : jachëdâw (tezamen, tegelijkertijd, allen te zamen) , zie Js 40,5 . Getalwaarde : jod = 10 , chet = 8 , daleth = 4 , waw = 6 ; totaal : 28 . Het is een volmaakt getal . Het is de som van zeven elkaar opvolgende getallen : 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 7 . Het heeft een menora-structuur met 4 in het midden . In negenentachtig verzen in de bijbel . In zesentwintig verzen in Js . In negen verzen in Js 1-39 . In zeventien verzen in Js 40-66 . In de Hebreeuwse tekst is ogenschijnlijk geen tekst om tot de Griekse uitdrukking to sôtèrion tou theou (de redding van God) te vertalen . We vinden dit ook niet in de vertalingen .

- sôtèrion (redding) . Verwijzing : jâsj`a (redden, bevrijden, verlossen) , zie Ps 38,22 . In drie verzen in het NT : (1) Lc 2,30 . (2) Lc 3,6 . (3) Hnd 28,28 . In deze drie verzen is de redding gericht tot alle mensen . Lc 3,6 citeert Js 40,5 . De constructie van Lc 3,6 en Lc 2,30 is gelijk : vervoegd werkwoord , onderwerp , lijdend voorwerp .
Lc 3,6 ( = Js 40,5) : kai (en) opsetai (zal zien) pasa sarx (alle vlees) to sôtèrion tou theou (de redding van God) .
Lc 2,30 : hoti (omdat) eidon (gezien hebben) hoi ofthalmoi mou (mijn ogen) to sôtèrion sou (uw redding) .

Js 40,5.8. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 40 (3) : (1) Js 40,2 . (2) Js 40,5 . (3) Js 40,7 .

Js 40,5.8. - 11. kî (+ pî) JHWH dibber = want (de mond van) JHWH spreekt . Tenakh (10) : (1) 1 K 14,11 . (2) Js 1,2 . (3) Js 1,20 (+) . (4) Js 22,25 . (5) Js 25,8 . (6) Js 40,5 (+) . (7) Js 58,14 (+) . (8) Jr 13,15 . (9) Jl 4,8 . (10) Ob 18 .

Js 40,5.9. - 10. pî JHWH (de mond van JHWH) . Tenakh (45) . Js (4) : (1) Js 1,20 . (2) Js 40,5 . (3) Js 58,14 en .. In één vers in Jr .
- `al pî JHWH (op het woord van JHWH) . Tenakh (22) .

Js 40,6 - Js 40,6 : Roeping van de profeet : Js 40,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,1 - Js 40,2 - Js 40,3 - Js 40,4 - Js 40,5 - Js 40,6 - Js 40,7 - Js 40,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6fônè legontos boèson kai eipa ti boèsô pasa sarx chortos kai pasa doxa anthrôpou ôs anthos chortou  6 vox dicentis clama et dixi quid clamabo omnis caro faenum et omnis gloria eius quasi flos agri    6 Een stem zegt: Roept! En hij zegt: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds.  [6] Luister*, iemand zegt: ‘Roep!’ En ik zeg: ‘Wat zal ik roepen?’ ‘Alle mensen zijn gras en hun trouw is niets dan een veldbloem.  [6] Hoor, een stem zegt: ‘Roep!’ En een stem antwoordt: ‘Wat zou ik roepen? De mens is als gras, hij bloeit als een veldbloem.  6 Een stem die zegt ‘roep!’, en ik zeg ‘wát zal ik roepen?’– alle vlees is gras en al zijn glorie als een bloem op het veld:  6. Une voix dit : « Crie », et je dis : « Que crierai-je ? » - « Toute chair est de l'herbe et toute sa grâce est comme la fleur des champs. 

King James Bible . [6] The voice said, Cry. And he said, What shall I cry? All flesh is grass, and all the goodliness thereof is as the flower of the field:
Luther-Bibel . 6 Es spricht eine Stimme: Predige!, und ich sprach: Was soll ich predigen? Alles Fleisch ist Gras, und alle seine Güte ist wie eine Blume auf dem Felde.

Tekstuitleg van Js 40,6 . Het vers Js 40,6 telt 13 woorden en 44 (2² X 11) letters . De getalwaarde van Js 40,6 is 2795 (5 X 13 X 43) . ´âmar (zeggen) en qârâ´ hebben 2 letters gemeenschappelijk : aleph (= 1) en resj (= 20 of 200) . Gelijkluidend zijn de woorden qôl (stem) en kâl (al) , ongeveer gelijkluidend : châtsîr en këtsîts , chasëdô en hashshadèh .

Js 40,6.9. châtsîr (gras) . châtsîr (gras) . Taalgebruik in Tenakh : châtsîr (gras) . Getalwaarde : chet = 8 , tsade = 18 of 90 , jod = 10 , resj = 20 of 200 ; totaal : 56 (2³ X 7) OF 308 (2² X 7 X 11) . Structuur : 8 - 9 - 1 - 2 . Tenakh 16) . Js (9) : (1) Js 15,6 . (2) Js 34,13 . (3) Js 35,7 . (4) Js 37,27 . (5) Js 40,6 . (6) Js 40,7 . (7) Js 40,8 . (8) Js 44,4 . (9) Js 51,12 .

Js 40,7 - Js 40,7 : Roeping van de profeet : Js 40,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,1 - Js 40,2 - Js 40,3 - Js 40,4 - Js 40,5 - Js 40,6 - Js 40,7 - Js 40,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7exèranthè o chortos kai to anthos exepesen  7 exsiccatum est faenum et cecidit flos quia spiritus Domini sufflavit in eo vere faenum est populus    7 Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras.   [7] Het gras verdort, de bloem verwelkt wanneer de adem van de heer erover waait; zeker, dit volk is gras!  [7] Het gras verdort en de bloem verwelkt wanneer de adem van de HEER erover blaast. Ja, als gras is dit volk.’  7 verdorren zal gras, verwelken een bloem wanneer de adem van de ENE erover heeft gewaaid; voorwaar, gras is de gemeente!–  7. L'herbe se dessèche, la fleur se fane, quand le souffle de Yahvé passe sur elles; oui, le peuple, c'est de l'herbe 

King James Bible . [7] The grass withereth, the flower fadeth: because the spirit of the LORD bloweth upon it: surely the people is grass.
Luther-Bibel . 7 Das Gras verdorrt, die Blume verwelkt; denn des HERRN Odem bläst darein. Ja, Gras ist das Volk!

Tekstuitleg van Js 40,7 . Hert vers Js 40,7 telt 12 (2² X 3) woorden en 38 (2 X 19) letters . De getalwaarde van Js 40,7 is 2021 (43 X 47) . Het 2de en voorlaatste woord is châtsîr (gras) . De woorden jâbasj en nâsjab hebben 2 letters gemeenschappelijk : beth (= 2) en sjin (=21 of 300) ; eveneens nâbhal en nâsjabh : nun (14 of 50) en beth (2) .

Js 40,7.2. châtsîr (gras) . châtsîr (gras) . Taalgebruik in Tenakh : châtsîr (gras) . Getalwaarde : chet = 8 , tsade = 18 of 90 , jod = 10 , resj = 20 of 200 ; totaal : 56 (2³ X 7) OF 308 (2² X 7 X 11) . Structuur : 8 - 9 - 1 - 2 . Tenakh 16) . Js (9) : (1) Js 15,6 . (2) Js 34,13 . (3) Js 35,7 . (4) Js 37,27 . (5) Js 40,6 . (6) Js 40,7 . (7) Js 40,8 . (8) Js 44,4 . (9) Js 51,12 .

Js 40,7.5. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 40 (3) : (1) Js 40,2 . (2) Js 40,5 . (3) Js 40,7 .

Js 40,7.6. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenakh : rûach (geest) . Taalgebruik in Jesaja : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Gr. pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het NT (379) . Tenakh (204) . Pentateuch (19) . Js (28) . Js 1-39 (13) : (1) Js 7,2 . (2) Js 11,2 . (3) Js 17,13 . (4) Js 19,3 . (5) Js 19,14 . (6) Js 25,4 . (7) Js 26,18 . (8) Js 29,10 . (9) Js 29,24 . (10) Js 31,3 . (11) Js 32,2 . (12) Js 32,15 . (13) Js 37,7 . Js 40-66 (15) : (1) Js 40,7 . (2) Js 40,13 . (3) Js 41,29 . (4) Js 54,6 . (5) Js 57,13 . (6) Js 57,15 . (7) Js 57,16 . (8) Js 59,19 . (9) Js 61,1 . (10) Js 61,3 . (11) Js 63,10 . (12) Js 63,11 . (13) Js 63,14 . (14) Js 65,14 . (15) Js 66,2 .
- w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Tenakh (2) : (1) Js 41,16 . (2) Js 42,5 .
- rûchî (mijn geest) . Tenakh (31) . Js (5) : (1) Js 26,9 . (2) Js 30,1 . (3) Js 38,16 . (4) Js 42,1 . (5) Js 44,3 . (6) Js 59,21 .
- rûchô (zijn geest) . Tenakh (15) . Js (1) : Js 11,15 .

Js 40,7.6. - 7. rûach JHWH (de geest van JHWH) . Tenakh (23) . Niet in de Pentateuch . Js (5) : (1) Js 11,2 . (2) Js 40,7 . (3) Js 40,13 . (4) Js 59,19 . (5) Js 63,14 .
- rûach ´èlohîm (de geest van God) . Tenakh (13) . Niet bij de Profeten .
- rûach ´ädonî - JHWH - (de geest van mijn Heer - JHWH -) . Slechts in Js 61,1 .

Js 40,8 - Js 40,8 : Roeping van de profeet : Js 40,1-8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,1 - Js 40,2 - Js 40,3 - Js 40,4 - Js 40,5 - Js 40,6 - Js 40,7 - Js 40,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8to de rèma tou theou èmôn menei eis ton aiôna  8 exsiccatum est faenum cecidit flos verbum autem Dei nostri stabit in aeternum    8 Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.   [8] Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt in eeuwigheid stand.’   [8] Het gras verdort en de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt altijd stand.   8 verdorren zal gras, verwelken een bloem,– maar het woord van onze God houdt stand in eeuwigheid! ••  8. l'herbe se dessèche, la fleur se fane, mais la parole de notre Dieu subsiste à jamais. »  

King James Bible . [8] The grass withereth, the flower fadeth: but the word of our God shall stand for ever.
Luther-Bibel . 8 Das Gras verdorrt, die Blume verwelkt, aber das Wort unseres Gottes bleibt ewiglich.

Tekstuitleg van Js 40,8 . Het vers Js 40,8 telt 8 (2³) woorden en 37 letters . DE getalwaarde van Js 40,8 is 1538 (2 X 769) .

Js 40,8.2. châtsîr (gras) . châtsîr (gras) . Taalgebruik in Tenakh : châtsîr (gras) . Getalwaarde : chet = 8 , tsade = 18 of 90 , jod = 10 , resj = 20 of 200 ; totaal : 56 (2³ X 7) OF 308 (2² X 7 X 11) . Structuur : 8 - 9 - 1 - 2 . Tenakh 16) . Js (9) : (1) Js 15,6 . (2) Js 34,13 . (3) Js 35,7 . (4) Js 37,27 . (5) Js 40,6 . (6) Js 40,7 . (7) Js 40,8 . (8) Js 44,4 . (9) Js 51,12 .


Js 40,9-31 . De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -

Js 40,9 - Js 40,9 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT 2de (tweede) zondag van de advent B  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9ep' oros upsèlon anabèthi o euaggelizomenos siôn upsôson tè ischui tèn fônèn sou o euaggelizomenos ierousalèm upsôsate mè fobeisthe eipon tais polesin iouda idou o theos umôn  9 super montem excelsum ascende tu quae evangelizas Sion exalta in fortitudine vocem tuam quae evangelizas Hierusalem exalta noli timere dic civitatibus Iudae ecce Deus vester    Beklim de hoogste berg, gij Sion, vreugdebode, verhef krachtig uw stem, Jeruzalem, vreugdegezant: Verkondig het luide, ken geen vrees, roep tot de steden van Juda: "Uw God is op komst!   9 O Sion, gij verkondigster van goede boodschap, klim op een hogen berg; o Jeruzalem, gij verkondigster van goede boodschap, hef uw stem op met macht, hef ze op, vrees niet, zeg den steden van Juda: Zie hier is uw God!  [9] Klim op een hoge berg, met uw boodschap van vreugde, Sion, verhef met kracht uw stem, Jeruzalem, bode van vreugde, verhef haar, en wees niet bang. Zeg tegen de steden van Juda: ‘Hier is uw God.’ [9] Beklim een hoge berg, vreugdebode Sion, verhef je stem met kracht, vreugdebode Jeruzalem, verhef je stem, vrees niet. Zeg tegen de steden van Juda: ‘Ziehier jullie God!’  9 ¶ Klim jij op een hoge berg, vreugdebode Sion!, verhef met kracht je stem, vreugdebode Jeruzalem,– verhef die en vrees niet!– zeg tot de steden van Juda: zie, hier is uw God!–   9. Monte sur une haute montagne, messagère de Sion : élève et force la voix, messagère de Jérusalem; élève la voix, ne crains pas, dis aux villes de Juda : « Voici votre Dieu! »  

King James Bible . [9] O Zion, that bringest good tidings, get thee up into the high mountain; O Jerusalem, that bringest good tidings, lift up thy voice with strength; lift it up, be not afraid; say unto the cities of Judah, Behold your God!
Luther-Bibel . 9 Zion, du Freudenbotin, steig auf einen hohen Berg; Jerusalem, du Freudenbotin, erhebe deine Stimme mit Macht; erhebe sie und fürchte dich nicht! Sage den Städten Judas: Siehe, da ist euer Gott;

Tekstuitleg van Js 40,9 . Het vers Js 40,9 telt 20 (2² X 5) woorden en 78 (2 X 39) letters . De getalwaarde van Js 40,9 is 5226 (2 X 3 X 13 X 67) .

Js 40,9.2. har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Taalgebruik in Jesaja : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 X 61) . Structuur : 5 - 3 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in NT : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Een vorm van oros (berg) in de LXX (680) , in het NT (62) . Tenakh (114) . Js (19) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 4,5 . (4) Js 10,32 . (5) Js 11,9 . (6) Js 13,2 . (7) Js 16,1 . (8) Js 18,7 . (9) Js 29,8 . (10) Js 30,25 . (11) Js 31,4 . (12) Js 40,4 . (13) Js 40,9 . (14) Js 56,7 . (15) Js 57,7 . (16) Js 57,13 . (17) Js 65,11 . (18) Js 65,25 . (19) Js 66,20 .
-- hèhârîm (de bergen) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. Tenakh (52) . Js (8) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,14 . (3) Js 5,25 . (4) Js 7,25 . (5) Js 52,7 . (6) Js 54,10 . (7) Js 55,12 . (8) Js 65,7 .

Js 40,9.18. jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenakh : jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Jesaja : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , daleth = 4 ; totaal : 24 (2³ X 3) . Tenakh (633) . Js (20) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 5,3 . (4) Js 5,7 . (5) Js 7,1 . (6) Js 7,17 . (7) Js 9,20 . (8) Js 11,12 . (9) Js 11,13 . (10) Js 19,17 . (11) Js 22,8 . (12) Js 22,21 . (13) Js 26,1 . (14) Js 36,1 . (15) Js 37,10 . (16) Js 37,31 . (17) Js 38,9 . (18) Js 40,9 . (19) Js 44,26 . (20) Js 48,1 .

Js 40,9.19. hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het NT : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . idou (zie) in de LXX (1145) , in het NT (200) .
- hen (zie) . Tenakh (106) . Js (25) : (1) Js 23,13 . (2) Js 32,1 . (3) Js 33,7 . (4) Js 40,15 . (5) Js 41,11 . (6) Js 41,24 . (7) Js 41,29 . (8) Js 42,1 . (9) Js 44,11 . (10) Js 49,16 . (11) Js 49,21 . (12) Js 50,1 . (13) Js 50,2 . (14) Js 50,9 . (15) Js 50,11 . (16) Js 54,15 . (17) Js 54,16 . (18) Js 55,4 . (19) Js 55,5 . (20) Js 56,3 . (21) Js 58,3 . (22) Js 58,4 . (23) Js 59,1 . (24) Js 64,4 . (25) Js 64,8 .
- hinneh (zie) . Tenakh (495) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .
- hinënî (zie ik) . Tenakh (177) . Pentateuch (22) . Grote Profeten (112) ; Jr (63) ; Ez (35) . 12 kleine Profeten (17) . Geschriften () . Js (14) : (1) Js 6,8 . (2) Js 13,17 . (3) Js 28,16 . (4) Js 29,14 . (5) Js 37,7 . (6) Js 38,5 . (7) Js 38,8 . (8) Js 43,19 . (9) Js 52,6 . (10) Js 58,9 . (11) Js 65,1 . (12) Js 65,17 . (13) Js 65,18 . (14) Js 66,12 .

Js 40,10 - Js 40,10 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT 2de (tweede) zondag van de advent B  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10idou kurios meta ischuos erchetai kai o brachiôn meta kurieias idou o misthos autou met' autou kai to ergon enantion autou  10 ecce Dominus Deus in fortitudine veniet et brachium eius dominabitur ecce merces eius cum eo et opus illius coram eo    Zie, God de Heer komt met kracht, zijn arm voert de heerschappij; zijn loon komt met Hem mee, zijn beloning gaat voor Hem uit.   10 Ziet, de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.   [10] Hier is de Heer god. Hij komt in kracht; de heerschappij is in zijn hand; kijk, zijn loon* draagt Hij met zich mee, en zijn werk* gaat voor Hem uit.  [10] Ziehier God, de HEER! Hij komt met kracht, zijn arm zal heersen. Zijn loon heeft hij bij zich, zijn beloning gaat voor hem uit.  10 zie, mijn Heer, de ENE zal komen in sterkte en zijn arm zal zijn heerschappij voeren; zie, zijn loon heeft hij bij zich, zijn werk gaat voor zijn aanschijn uit;   10. Voici le Seigneur Yahvé qui vient avec puissance, son bras assure son autorité; voici qu'il porte avec lui sa récompense, et son salaire devant lui.  

King James Bible . [10] Behold, the Lord GOD will come with strong hand, and his arm shall rule for him: behold, his reward is with him, and his work before him.
Luther-Bibel . 10 siehe, da ist Gott der HERR! Er kommt gewaltig, und sein Arm wird herrschen. Siehe, was er gewann, ist bei ihm, und was er sich erwarb, geht vor ihm her.

Tekstuitleg van Js 40,10 . Het vers Js 40,10 telt 13 woorden en 51 (3 X 17) letters . De getalwaarde van Js 40,10 is 2748 (2² X 3 X 229) .

Js 40,10.1. hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het NT : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . idou (zie) in de LXX (1145) , in het NT (200) .
- hen (zie) . Tenakh (106) . Js (25) : (1) Js 23,13 . (2) Js 32,1 . (3) Js 33,7 . (4) Js 40,15 . (5) Js 41,11 . (6) Js 41,24 . (7) Js 41,29 . (8) Js 42,1 . (9) Js 44,11 . (10) Js 49,16 . (11) Js 49,21 . (12) Js 50,1 . (13) Js 50,2 . (14) Js 50,9 . (15) Js 50,11 . (16) Js 54,15 . (17) Js 54,16 . (18) Js 55,4 . (19) Js 55,5 . (20) Js 56,3 . (21) Js 58,3 . (22) Js 58,4 . (23) Js 59,1 . (24) Js 64,4 . (25) Js 64,8 .
- hinneh (zie) . Tenakh (495) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .
- hinënî (zie ik) . Tenakh (177) . Js (14) : (1) Js 6,8 . (2) Js 13,17 . (3) Js 28,16 . (4) Js 29,14 . (5) Js 37,7 . (6) Js 38,5 . (7) Js 38,8 . (8) Js 43,19 . (9) Js 52,6 . (10) Js 58,9 . (11) Js 65,1 . (12) Js 65,17 . (13) Js 65,18 . (14) Js 66,12 .

Js 40,11 - Js 40,11 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT 2de (tweede) zondag van de advent B  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11ôs poimèn poimanei to poimnion autou kai tô brachioni autou sunaxei arnas kai en gastri echousas parakalesei  11 sicut pastor gregem suum pascet in brachio suo congregabit agnos et in sinu suo levabit fetas ipse portabit  jirë`èh  Als een herder zal Hij zijn schapen weiden, in zijn armen ze samenbrengen, de lammeren dragen tegen zijn boezem, de schapen met zachte hand geleiden."   11 Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.  [11] Als een herder* zal Hij zijn kudde weiden; in zijn arm brengt Hij de lammeren samen en Hij draagt ze aan zijn borst terwijl Hij de ooien leidt. [11] Als een herder weidt hij zijn kudde: zijn arm brengt de lammeren bijeen, hij koestert ze, en zorgzaam leidt hij de ooien.   11 als een herder weidt hij zijn kudde, met zijn arm vergadert hij lammeren, in zijn boezem draagt hij hen,– zogenden geleidt hij. ••  11. Tel un berger il fait paître son troupeau, de son bras il rassemble les agneaux, il les porte sur son sein, il conduit doucement les brebis mères.  

King James Bible . [11] He shall feed his flock like a shepherd: he shall gather the lambs with his arm, and carry them in his bosom, and shall gently lead those that are with young.
Luther-Bibel . 11 Er wird seine Herde weiden wie ein Hirte. Er wird die Lämmer in seinen Arm sammeln und im Bausch seines Gewandes tragen und die Mutterschafe führen.

Tekstuitleg van Js 40,11 . Het vers Js 40,11 telt 10 (2 X 5) woorden en 43 letters . De getalwaarde van Js 40,11 is 2481 (3 X 827) .

Js 40,12 - Js 40,12 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12tis emetrèsen tè cheiri to udôr kai ton ouranon spithamè kai pasan tèn gèn draki tis estèsen ta orè stathmô kai tas napas zugô 12 quis mensus est pugillo aquas et caelos palmo ponderavit quis adpendit tribus digitis molem terrae et libravit in pondere montes et colles in statera     12 Wie heeft de wateren met Zijn vuist gemeten, en van de hemelen met de span de maat genomen, en heeft met een drieling het stof der aarde begrepen, en de bergen gewogen in een waag, en de heuvelen in een weegschaal?   [12] Wie heeft het water gepeild met de palm van zijn hand en de hemel met zijn hand gemeten, wie heeft in een maatje* het stof van de aarde afgepast, de bergen in een weegschaal gelegd, en de heuvels in een balans afgewogen? 

[12] Wie heeft de wateren met holle hand omvat, de hemel gemeten met een ellenmaat? Wie heeft het stof van de aarde met een maatlepel afgepast? Wie heeft de bergen gewogen op een weegschaal, de heuvels met balans en gewichten?  

12 ¶ Wie mat de wateren in zijn holle hand, vatte de hemelen in een span, het stof der aarde in een beker,– woog de bergen in een balans, de heuvels in een schaal?   12. Qui a mesuré dans le creux de sa main l'eau de la mer, évalué à l'empan les dimensions du ciel, jaugé au boisseau la poussière de la terre, pesé les montagnes à la balance et les collines sur des plateaux ? 

King James Bible . [12] Who hath measured the waters in the hollow of his hand, and meted out heaven with the span, and comprehended the dust of the earth in a measure, and weighed the mountains in scales, and the hills in a balance?
Luther-Bibel . 12 Wer misst die Wasser mit der hohlen Hand, und wer bestimmt des Himmels Weite mit der Spanne und fasst den Staub der Erde mit dem Maß und wiegt die Berge mit einem Gewicht und die Hügel mit einer Waage?

Tekstuitleg van Js 40,12 . Het vers Js 40,12 telt 16 (2² X 2²) woorden en 64 (2³ X 2³) letters . De getalwaarde van Js 40,12 is 4905 (3² X 5 X 109) .

Js 40,12.1. mî (wie) . mî (wie) . Taalgebruik in Tenakh : mî (wie) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 4 - 1 . Spiegelbeeld van j-m / jâm (zee, meer, stroom) . Taalgebruik in Tenakh : jâm (zee, meer, stroom) . Getalwaarde : jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 1 - 4 . In de medeklinkers m-j-m zitten de woorden m-j (mî = wie) , j-m (jâm = zee) , m-j-m (water) ; in sjâmajim (hemel) zit het woord m-j-m (water) . Zie : majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . EN : sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Tenakh (348) . Js (52) . Js 1-39 (17) . Js 40-55 (30) . Js 56-66 (5) . Js 40 (6) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,13 . (3) Js 40,14 . (4) Js 40,18 . (5) Js 40,25 . (6) Js 40,26 .

Js 40,12.11. hâ´ârèts (het land) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw . ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het NT : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het NT (248) . Tenakh (851) . Pentateuch (316) . Js (58) . Js 1-39 (30) . Js 40-66 (18) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,21 . (3) Js 40,22 . (4) Js 40,28 . (5) Js 41,5 . (6) Js 41,9 . (7) Js 42,5 . (8) Js 42,10 . (9) Js 43,6 . (10) Js 44,24 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,20 . (13) Js 49,6 . (14) Js 51,6 . (15) Js 54,5 . (16) Js 54,9 . (17) Js 55,10 . (18) Js 62,11 .

Js 40,13 - Js 40,13 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13tis egnô noun kuriou kai tis autou sumboulos egeneto os sumbiba auton  13 quis adiuvit spiritum Domini aut quis consiliarius eius fuit et ostendit illi    13 Wie heeft den Geest des HEEREN bestierd, en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen?   [13] Wie kan de geest van de heer ordenen, en wie heeft Hem raad en onderricht gegeven? 

[13] Wie heeft de geest van de HEER gemeten? Heeft iemand hem ooit raad gegeven?  

13 Wie vat de adem van de ENE,– een man die hem zijn raadslag doet kennen?  13. Qui a dirigé l'esprit de Yahvé, et, homme de conseil, a su l'instruire ? 

King James Bible . [13] Who hath directed the Spirit of the LORD, or being his counseller hath taught him?
Luther-Bibel . 13 Wer bestimmt den Geist des HERRN, und welcher Ratgeber unterweist ihn?

Tekstuitleg van Js 40,13 . Het vers Js 40,13 telt 8 (2³) woorden en 29 letters . De getalwaarde van Js 40,13 is 2200 (2³ X 5² X 11) .

Js 40,13.1. mî (wie) . mî (wie) . Taalgebruik in Tenakh : mî (wie) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 4 - 1 . Spiegelbeeld van j-m / jâm (zee, meer, stroom) . Taalgebruik in Tenakh : jâm (zee, meer, stroom) . Getalwaarde : jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 1 - 4 . In de medeklinkers m-j-m zitten de woorden m-j (mî = wie) , j-m (jâm = zee) , m-j-m (water) ; in sjâmajim (hemel) zit het woord m-j-m (water) . Zie : majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . EN : sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Tenakh (348) . Js (52) . Js 1-39 (17) . Js 40-55 (30) . Js 56-66 (5) . Js 40 (6) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,13 . (3) Js 40,14 . (4) Js 40,18 . (5) Js 40,25 . (6) Js 40,26 .

Js 40,13.4. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenakh : rûach (geest) . Taalgebruik in Jesaja : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Gr. pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het NT (379) . Tenakh (204) . Pentateuch (19) . Js (28) . Js 1-39 (13) : (1) Js 7,2 . (2) Js 11,2 . (3) Js 17,13 . (4) Js 19,3 . (5) Js 19,14 . (6) Js 25,4 . (7) Js 26,18 . (8) Js 29,10 . (9) Js 29,24 . (10) Js 31,3 . (11) Js 32,2 . (12) Js 32,15 . (13) Js 37,7 . Js 40-66 (15) : (1) Js 40,7 . (2) Js 40,13 . (3) Js 41,29 . (4) Js 54,6 . (5) Js 57,13 . (6) Js 57,15 . (7) Js 57,16 . (8) Js 59,19 . (9) Js 61,1 . (10) Js 61,3 . (11) Js 63,10 . (12) Js 63,11 . (13) Js 63,14 . (14) Js 65,14 . (15) Js 66,2 .
- w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Tenakh (2) : (1) Js 41,16 . (2) Js 42,5 .
- rûchî (mijn geest) . Tenakh (31) . Js (5) : (1) Js 26,9 . (2) Js 30,1 . (3) Js 38,16 . (4) Js 42,1 . (5) Js 44,3 . (6) Js 59,21 .
- rûchô (zijn geest) . Tenakh (15) . Js (1) : Js 11,15 .

Js 40,13.4. - 5. rûach JHWH (de geest van JHWH) . Tenakh (23) . Niet in de Pentateuch . Js (5) : (1) Js 11,2 . (2) Js 40,7 . (3) Js 40,13 . (4) Js 59,19 . (5) Js 63,14 .
- rûach ´èlohîm (de geest van God) . Tenakh (13) . Niet bij de Profeten .
- rûach ´ädonî - JHWH - (de geest van mijn Heer - JHWH -) . Slechts in Js 61,1 .

Js 40,14 - Js 40,14 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14è pros tina sunebouleusato kai sunebibasen auton è tis edeixen autô krisin è odon suneseôs tis edeixen autô  14 cum quo iniit consilium et instruxit eum et docuit eum semitam iustitiae et erudivit eum scientiam et viam prudentiae ostendit illi    14 Met wien heeft Hij raad gehouden, die Hem verstand zou geven, en Hem zou leren van het pad des rechts, en Hem wetenschap zou leren, en Hem zou bekend maken den weg des veelvoudigen verstands?  [14] Met wie heeft Hij beraadslaagd om inzicht te krijgen, om de weg van het recht te weten, om de weg van het inzicht te verstaan?  

[14] Wie raadpleegt hij, wie biedt hem inzicht? Wie leidt hem op de paden van het recht? Wie leidt hem naar de wijsheid? Wie toont hem de weg van het inzicht?  

14 Met wie houdt hij beraad en helpt die hem verstaan, leert hij hem het pad van het recht,– leert hij hem kennis en zal hij hem de weg des verstands doen kennen?  14. Qui a-t-il consulté qui lui fasse comprendre, qui l'instruise dans les sentiers du jugement, qui lui enseigne la connaissance et lui fasse connaître la voie de l'intelligence ?  

King James Bible . [14] With whom took he counsel, and who instructed him, and taught him in the path of judgment, and taught him knowledge, and shewed to him the way of understanding?
Luther-Bibel . 14 Wen fragt er um Rat, der ihm Einsicht gebe und lehre ihn den Weg des Rechts und lehre ihn Erkenntnis und weise ihm den Weg des Verstandes?

Tekstuitleg van Js 40,14 . Het vers Js 40,14 telt 12 (2² X 3) woorden en 57 letters . De getalwaarde van Js 40,14 is 3322 (2 X 11 X 151) .

Js 40,14.2. mî (wie) . mî (wie) . Taalgebruik in Tenakh : mî (wie) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 4 - 1 . Spiegelbeeld van j-m / jâm (zee, meer, stroom) . Taalgebruik in Tenakh : jâm (zee, meer, stroom) . Getalwaarde : jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 1 - 4 . In de medeklinkers m-j-m zitten de woorden m-j (mî = wie) , j-m (jâm = zee) , m-j-m (water) ; in sjâmajim (hemel) zit het woord m-j-m (water) . Zie : majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . EN : sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Tenakh (348) . Js (52) . Js 1-39 (17) . Js 40-55 (30) . Js 56-66 (5) . Js 40 (6) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,13 . (3) Js 40,14 . (4) Js 40,18 . (5) Js 40,25 . (6) Js 40,26 .

Js 40,15 - Js 40,15 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15ei panta ta ethnè ôs stagôn apo kadou kai ôs ropè zugou elogisthèsan kai ôs sielos logisthèsontai 15 ecce gentes quasi stilla situlae et quasi momentum staterae reputatae sunt ecce insulae quasi pulvis exiguus    15 Ziet, de volken zijn geacht als een druppel van een emmer, en als een stofje van de weegschaal; ziet, Hij werpt de eilanden henen als dun stof!   [15] Zie, de volken zijn niet meer dan een druppel aan een emmer, en betekenen zo weinig als een stofje op de weegschaal; zie, de eilanden weegt Hij als poeder. 

[15] In zijn ogen zijn de volken als een druppel in een emmer, als een stofje op een weegschaal; de eilanden weegt hij als zandkorrels.  

15 Zie, de volkeren zijn als een spat uit een emmer, als een stofje op de weegschaal worden ze beschouwd; zie, eilanden legt hij neer als poeder.   15. Voici! les nations sont comme une goutte d'eau au bord d'un seau, on en tient compte comme d'une miette sur une balance. Voici! les îles pèsent comme un grain de poussière.  

King James Bible . [15] Behold, the nations are as a drop of a bucket, and are counted as the small dust of the balance: behold, he taketh up the isles as a very little thing.
Luther-Bibel . 15 Siehe, die Völker sind geachtet wie ein Tropfen am Eimer und wie ein Sandkorn auf der Waage. Siehe, die Inseln sind wie ein Stäublein.

Tekstuitleg van Js 40,15 . Het vers Js 40,15 telt 11 woorden en 42 (4 X 13) letters . De getalwaarde van Js 40,15 is 1701 (3² X 3³ X 7) .

Js 40,15.1. hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het NT : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . idou (zie) in de LXX (1145) , in het NT (200) .
- hen (zie) . Tenakh (106) . Js (25) : (1) Js 23,13 . (2) Js 32,1 . (3) Js 33,7 . (4) Js 40,15 . (5) Js 41,11 . (6) Js 41,24 . (7) Js 41,29 . (8) Js 42,1 . (9) Js 44,11 . (10) Js 49,16 . (11) Js 49,21 . (12) Js 50,1 . (13) Js 50,2 . (14) Js 50,9 . (15) Js 50,11 . (16) Js 54,15 . (17) Js 54,16 . (18) Js 55,4 . (19) Js 55,5 . (20) Js 56,3 . (21) Js 58,3 . (22) Js 58,4 . (23) Js 59,1 . (24) Js 64,4 . (25) Js 64,8 .
- hinneh (zie) . Tenakh (495) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .
- hinënî (zie ik) . Tenakh (177) . Js (14) : (1) Js 6,8 . (2) Js 13,17 . (3) Js 28,16 . (4) Js 29,14 . (5) Js 37,7 . (6) Js 38,5 . (7) Js 38,8 . (8) Js 43,19 . (9) Js 52,6 . (10) Js 58,9 . (11) Js 65,1 . (12) Js 65,17 . (13) Js 65,18 . (14) Js 66,12 .

Js 40,15.2. mann. mv. gojim (volken) van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenakh : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het NT : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenakh (133) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenakh 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenakh (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenakh (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

Js 40,16 - Js 40,16 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16o de libanos ouch ikanos eis kausin kai panta ta tetrapoda ouch ikana eis olokarpôsin  16 et Libanus non sufficiet ad succendendum et animalia eius non sufficient ad holocaustum     16 En de Libanon is niet genoegzaam om te branden, en zijn gedierte is niet genoegzaam ten brandoffer.   [16] De Libanon levert geen brandhout genoeg, en niet genoeg dieren voor een offer aan Hem. 

[16] Zelfs de Libanon levert te weinig hout, te weinig wild voor een brandoffer.

16 De Libanon is nog niet genoeg als brandstof,– het wild daarvandaan niet genoeg voor een opgangsgave. ••  16. Le Liban ne suffirait pas à entretenir le feu, et sa faune ne suffirait pas pour l'holocauste.  

King James Bible . [16] And Lebanon is not sufficient to burn, nor the beasts thereof sufficient for a burnt offering.
Luther-Bibel . 16 Der Libanon wäre zu wenig zum Feuer und seine Tiere zu wenig zum Brandopfer.

Tekstuitleg van Js 40,16 . Het vers Js 40,16 telt 8 (2³) woorrden en 28 (2² X 7) letters . De getalwaarde van Js 40,16 is 1107 (3³ X 41) .

Js 40,17 - Js 40,17 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17kai panta ta ethnè ôs ouden eisi kai eis outhen elogisthèsan  17 omnes gentes quasi non sint sic sunt coram eo et quasi nihilum et inane reputatae sunt ei    17 Alle volken zijn als niets voor Hem; en zij worden bij Hem geacht minder dan niet, en ijdelheid.   [17] Alle volken zijn niets in zijn ogen, minder dan nul en nietigheid zijn zij voor Hem.  

17] De volken betekenen niets in zijn ogen, voor hem zijn ze minder dan niets.  

17 Alle volkeren zijn als niet tegenover hem,– als niets en ledigheid worden zij door hem beschouwd.  17. Toutes les nations sont comme rien devant lui, il les tient pour néant et vide. 

King James Bible . [17] All nations before him are as nothing; and they are counted to him less than nothing, and vanity.
Luther-Bibel . 17 Alle Völker sind vor ihm wie nichts und gelten ihm als nichtig und eitel.

Tekstuitleg van Js 40,17 . Het vers Js 40,17 telt 8 (2³) woorden en 30 (2 X 3 X 5) letters . De getalwaarde van Js 40,17 is 1258 (2 X 17 X 37) .

Js 40,17.2. mann. mv. gojim (volken) van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenakh : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het NT : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenakh (133) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenakh 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenakh (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenakh (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

Js 40,17.1. - 2. kâl haggôjim (alle volkeren) . Tenakh (37) . Js (11) : (1) Js 2,2 . (2) Js 14,26 . (3) Js 25,7 . (4) Js 29,7 . (5) Js 29,8 . (6) Js 34,2 . (7) Js 40,17 . (8) Js 43,9 . (9) Js 52,10 . (10) Js 61,11 . (11) Js 66,18 .

Js 40,18 - Js 40,18 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18tini ômoiôsate kurion kai tini omoiômati ômoiôsate auton  18 cui ergo similem fecistis Deum aut quam imaginem ponetis ei    18 Bij wien dan zult gij God vergelijken, of wat gelijkenis zult gij op Hem toepassen?  [18] Met wie zou u God vergelijken en welke voorstelling zou u van Hem maken?  

[18] Met wie wil je God vergelijken, hoe is hij uit te beelden?  

18 ¶ Met wie dan wilt ge God vergelijken,– wat voor gelijkenis gereedmaken voor hem?  18. A qui comparer Dieu, et quelle image pourriez-vous en fournir ?  

King James Bible . [18] To whom then will ye liken God? or what likeness will ye compare unto him?
Luther-Bibel . 18 Mit wem wollt ihr denn Gott vergleichen? Oder was für ein Abbild wollt ihr von ihm machen?

Tekstuitleg van Js 40,18 . Het vers Js 40,18 telt 8 (2³) woorden en 27 (3³) letters . De getalwaarde van Js 40,18 is 1861 (priemgetal) .

Js 40,18.2. mî (wie) . mî (wie) . Taalgebruik in Tenakh : mî (wie) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 4 - 1 . Spiegelbeeld van j-m / jâm (zee, meer, stroom) . Taalgebruik in Tenakh : jâm (zee, meer, stroom) . Getalwaarde : jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 1 - 4 . In de medeklinkers m-j-m zitten de woorden m-j (mî = wie) , j-m (jâm = zee) , m-j-m (water) ; in sjâmajim (hemel) zit het woord m-j-m (water) . Zie : majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . EN : sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Tenakh (348) . Js (52) . Js 1-39 (17) . Js 40-55 (30) . Js 56-66 (5) . Js 40 (6) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,13 . (3) Js 40,14 . (4) Js 40,18 . (5) Js 40,25 . (6) Js 40,26 .

Js 40,19 - Js 40,19 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19mè eikona epoièsen tektôn è chrusochoos chôneusas chrusion periechrusôsen auton omoiôma kateskeuasen auton  19 numquid sculptile conflavit faber aut aurifex auro figuravit illud et lamminis argenteis argentarius   19 De werkmeester giet een beeld, en de goudsmid overtrekt het met goud, en giet er zilveren ketenen toe.  [19] Een* vakman giet een beeld, een smid beslaat het met goud, en smeedt ketens van zilver 

[19] Met een godenbeeld misschien? Dat is door een ambachtsman gemaakt, door een edelsmid overtrokken met goud en zilverbeslag.

19 Het godsbeeld dat de meester heeft gegoten?– de goudsmelter overtrekt het met goud,– ook zilverbeslag smeedt hij.   19. Un artisan coule l'idole, un orfèvre la recouvre d'or, il fond des chaînes d'argent.  

King James Bible . [19] The workman melteth a graven image, and the goldsmith spreadeth it over with gold, and casteth silver chains.
Luther-Bibel . 19 Der Meister gießt ein Bild und der Goldschmied vergoldet's und macht silberne Ketten daran.

Tekstuitleg van Js 40,19 . Het vers Js 40,19 telt 9 (3²) woorden en 37 letters . De getalwaarde van Js 40,19 is 3289 (11 X 13 X 23) .

8. kèsèph (zilver, geld) . Taalgebruik in Tenakh : kèsèph (zilver, geld) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , samech = 15 of 60 , pe = 17 of 80 ; totaal : 43 OF 160 (2² X 2³ X 5) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Tenakh (181) . Js (7) : (1) Js 2,7 . (2) Js 7,23 . (3) Js 13,17 . (4) Js 40,19 . (5) Js 55,1 . (6) Js 55,2 . (7) Js 60,17 .

Js 40,20 - Js 40,20 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20xulon gar asèpton eklegetai tektôn kai sofôs zètei pôs stèsei autou eikona kai ina mè saleuètai 20 forte lignum et inputribile elegit artifex sapiens quaerit quomodo statuat simulacrum quod non moveatur     20 Die verarmd is, dat hij niet te offeren heeft, die kiest een hout uit, dat niet verrotte; hij zoekt zich een wijzen werkmeester, om een beeld te bereiden, dat niet wankele.   . [20] Wie een offerbeeld wil maken, kiest een stuk hout zonder molm; zoekt een vakman met ervaring die het beeld kan vastzetten, zodat het niet wankelt.  [20] Met een beeld, opgericht op een bergtop? Dat is maar een stuk hout dat niet vermolmt, met zorg gekozen door een vakman, die een godenbeeld wil maken dat niet omvalt.   20 Wie zo’n heffing niet opbrengt kiest een stuk hout dat niet vermolmt; een wijze werkmeester zoekt hij zich uit om een beeld op te richten dat niet wankelt.   20. Celui qui fait une offrande de pauvre choisit un bois qui ne pourrit pas, se met en quête d'un habile artisan pour ériger une idole qui ne vacille pas.  

King James Bible . [20] He that is so impoverished that he hath no oblation chooseth a tree that will not rot; he seeketh unto him a cunning workman to prepare a graven image, that shall not be moved.
Luther-Bibel . 20 Wer aber zu arm ist für eine solche Gabe, der wählt ein Holz, das nicht fault, und sucht einen klugen Meister dazu, ein Bild zu fertigen, das nicht wackelt.

Tekstuitleg van Js 40,20 . Het vers Js 40,20 telt 14 (2 X 7) woorden en 48 (2² X 2² X 3) letters . De getalwaarde van Js 40,20 is 2954 (2 X 7 X 211) .

Js 40,20.6. act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jibhëchar / jibhëchâr (hij verkoos) van het werkw. bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Tenakh : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Jesaja : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Getalwaarde : beth = 2 , chet = 8 , resj = 20 of 200 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7) . Structuur : 2 - 8 - 2 . Gr. eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in het NT : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in de Septuaginta : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Lat. eligere . Fr. elire , choisir . E. to choose , to elect . D. auswählen . Een vorm van eklegô in de LXX (141) , (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) in het NT (22) . Het Griekse werkw. eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) is één van de 10 werkw. om een vorm van bâchar (kiezen, uitverkiezen) te vertalen . Een vorm van bâchar (kiezen, uitverkiezen) in Js in 19 verzen : (1) Js 1,29 . (2) Js 7,15 . (3) Js 7,16 . (4) Js 14,1 . (5) Js 40,20 . (6) Js 41,8 . (7) Js 41,9 . (8) Js 41,24 . (9) Js 43,10 . (10) Js 44,1 . (11) Js 44,2 . (12) Js 48,10 . (13) Js 49,7 . (14) Js 56,4 . (15) Js 58,5 . (16) Js 58,6 . (17) Js 65,12 . (18) Js 66,3 . (19) Js 66,4 . Tegenover welbehagen staat mishagen (râ`â`) . Andere profet. boeken (7) . j-bh-ch-r . Tenakh (33) . Pentateuch (25) . Dt (23) . Js (2) : (1) Js 40,20 . (2) Js 41,24 .

Js 40,21 - Js 40,21 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21ou gnôsesthe ouk akousesthe ouk anèggelè ex archès umin ouk egnôte ta themelia tès gès  21 numquid non scietis numquid non audietis numquid non adnuntiatum est ab initio vobis numquid non intellexistis fundamenta terrae     21 Weet gijlieden niet? Hoort gij niet? Is het u van den beginne aan niet bekend gemaakt! Hebt gij op de grondvesten der aarde niet gelet?   [21] Weet u het dan niet? Hoort u het soms niet? Werd het u niet verteld vanaf het begin? Hebt u het niet begrepen vanaf de vestiging van de wereld?  [21] Weet je het niet? Heb je het niet gehoord? Is het je niet van meet af aan verteld? Is het niet al helder sinds de grondvesting van de wereld?  21 Weet ge niet, hoort ge niet, is u niet van hoofde aan gemeld,– hebt ge nooit iets begrepen van de grondvesten der aarde?  21. Ne le saviez-vous pas ? Ne l'entendiez-vous pas dire ? Ne vous l'avait-on pas annoncé dès l'origine ? N'avez-vous pas compris la fondation de la terre ? 

King James Bible . [21] Have ye not known? have ye not heard? hath it not been told you from the beginning? have ye not understood from the foundations of the earth?
Luther-Bibel . 21 Wisst ihr denn nicht? Hört ihr denn nicht? Ist's euch nicht von Anfang an verkündigt? Habt ihr's nicht gelernt von Anbeginn der Erde?

Tekstuitleg van Js 40,21 . Het vers Js 40,21 telt 12 (2² X 3) woorden en 51 (3 X 17) letters . De getalwaarde van Js 40,21 is 3426 (2 X 3 X 571) .

Js 40,21.12. hâ´ârèts (het land) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw . ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het NT : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het NT (248) . Tenakh (851) . Pentateuch (316) . Js (58) . Js 1-39 (30) . Js 40-66 (18) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,21 . (3) Js 40,22 . (4) Js 40,28 . (5) Js 41,5 . (6) Js 41,9 . (7) Js 42,5 . (8) Js 42,10 . (9) Js 43,6 . (10) Js 44,24 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,20 . (13) Js 49,6 . (14) Js 51,6 . (15) Js 54,5 . (16) Js 54,9 . (17) Js 55,10 . (18) Js 62,11 .

Js 40,22 - Js 40,22 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22o katechôn ton guron tès gès kai oi enoikountes en autè ôs akrides o stèsas ôs kamaran ton ouranon kai diateinas ôs skènèn katoikein 22 qui sedet super gyrum terrae et habitatores eius sunt quasi lucustae qui extendit velut nihilum caelos et expandit eos sicut tabernaculum ad inhabitandum     22 Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent, om te bewonen;   [22] Hij troont op het gewelf dat de aarde overspant, Hij, voor wie de bewoners als sprinkhanen zijn; Hij spreidt de hemelen uit als een sluier, en spant ze als een tent waarin men wonen kan,  [22] Hij troont boven de schijf van de aarde – haar bewoners zijn als sprinkhanen –, hij spreidt de hemel uit als een doek, spant hem uit als een tent om in te wonen.  22 Hij die zetelt boven de boog van de aarde –en wie op haar zitten zijn als sprinkhanen– die hemelen plooit als een doek en ze spreidt als een tent om in te zitten,  22. Il trône au-dessus du cercle de la terre dont les habitants sont comme des sauterelles, il tend les cieux comme une toile, les déploie comme une tente où l'on habite. 

King James Bible . [22] It is he that sitteth upon the circle of the earth, and the inhabitants thereof are as grasshoppers; that stretcheth out the heavens as a curtain, and spreadeth them out as a tent to dwell in:
Luther-Bibel . 22 Er thront über dem Kreis der Erde, und die darauf wohnen, sind wie Heuschrecken; er spannt den Himmel aus wie einen Schleier und breitet ihn aus wie ein Zelt, in dem man wohnt;

Tekstuitleg van Js 40,22 . Het vers Js 40,22 telt 12 (2² X 3) woorden en 51 (3 X 17) letters . De getalwaarde van Js 40,22 is 3027 (3 X 1009) .

Js 40,22.4. hâ´ârèts (het land) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw . ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het NT : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het NT (248) . Tenakh (851) . Pentateuch (316) . Js (58) . Js 1-39 (30) . Js 40-66 (18) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,21 . (3) Js 40,22 . (4) Js 40,28 . (5) Js 41,5 . (6) Js 41,9 . (7) Js 42,5 . (8) Js 42,10 . (9) Js 43,6 . (10) Js 44,24 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,20 . (13) Js 49,6 . (14) Js 51,6 . (15) Js 54,5 . (16) Js 54,9 . (17) Js 55,10 . (18) Js 62,11 .

Js 40,22.9. sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Taalgebruik in de Septuaginta : ouranos (hemel) . Taalgebruik in het NT : ouranos (hemel) . Lat. coelum . Fr. ciel . Ned. hemel . D. Himmel . E. heaven . Een vorm van ouranos (hemel) in de LXX (682) , in het NT (272) . Tenakh (92) . Pentateuch () . Eerdere Profeten () . Latere Profeten () . 12 Kleine Profeten () . Geschriften () . Js (18) : (1) Js 1,2 . (2) Js 5,20 . (3) Js 13,13 . (4) Js 40,22 . (5) Js 44,23 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,8 . (8) Js 45,12 . (9) Js 47,13 . (10) Js 48,13 . (11) Js 49,13 . (12) Js 50,3 . (13) Js 51,6 . (14) Js 51,13 . (15) Js 51,16 . (16) Js 55,9 . (17) Js 63,19 . (18) Js 65,17 . Twee uitersten worden vaak gebruikt om een totaliteit uit te drukken ; zo is dat het geval in hemel en aarde , van hoog tot laag , van kop tot teen , dag en nacht enz. . In sjâmajim (hemelen) gaat het woord sj-m (naam) en majim (wateren) schuil .
- hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) < bepaald lidw. ha + . Tenakh (223) . Js (10) : (1) Js 13,5 . (2) Js 13,10 . (3) Js 14,13 . (4) Js 34,4 . (5) Js 37,16 . (6) Js 42,5 . (7) Js 45,18 . (8) Js 55,10 . (9) Js 66,1 . (10) Js 66,22 .

Js 40,23 - Js 40,23 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23o didous archontas eis ouden archein tèn de gèn ôs ouden epoièsen  23 qui dat secretorum scrutatores quasi non sint iudices terrae velut inane fecit    23 Die de vorsten te niet maakt; de richters der aarde maakt Hij tot ijdelheid.  [23] Hij maakt notabelen tot niets, de rechters van deze aarde maakt Hij tot een nietigheid.  [23] Hij maakt vorsten nietig, de leiders van de aarde onbeduidend:  23 die notabelen prijsgeeft als niets, rechters op aarde ‘woest–en–ledig’ heeft gemaakt:  23. Il réduit à rien les princes, il fait les juges de la terre semblables au néant. A peine ont-ils été plantés, à peine semés, à peine leur tige s'est-elle enracinée en terre, qu'il souffle sur eux, et ils se dessèchent, la tempête les emporte comme la bale. 

King James Bible . [23] That bringeth the princes to nothing; he maketh the judges of the earth as vanity.
Luther-Bibel . 23 er gibt die Fürsten preis, dass sie nichts sind, und die Richter auf Erden macht er zunichte:

Tekstuitleg van Js 40,23 . Het vers Js 40,23 telt 7 woorden en 29 letters . De getalwaarde van Js 40,23 is 2411 .

Js 40,24 - Js 40,24 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24ou gar mè speirôsin oude mè futeusôsin oude mè rizôthè eis tèn gèn è riza autôn epneusen ep' autous kai exèranthèsan kai kataigis ôs frugana analèmpsetai autous  24 et quidem neque plantatos neque satos neque radicato in terra trunco eorum repente flavit in eos et aruerunt et turbo quasi stipulam auferet eos    24 Ja, zij worden niet geplant, ja, zij worden niet gezaaid, ja, hun afgehouwen stam wortelt niet in de aarde; ook als Hij op hen blazen zal, zo zullen zij verdorren, en een stormwind zal hen als een stoppel wegnemen.   [24] Zij zijn ternauwernood geplant, ternauwernood gezaaid, ternauwernood is hun stam in de aarde geworteld, of Hij blaast over hen heen en ze verdorren, en een stormwind neemt hen op alsof ze kaf zijn.  [24] nauwelijks zijn ze geplant, nauwelijks gezaaid, nauwelijks hebben ze wortel geschoten, of hij blaast over hen, en ze verdorren en de stormwind neemt hen op als kaf.  24 nauwelijks zijn ze geplant, nauwelijks gezaaid, nauwelijks is hun stomp in de aarde geworteld,– of hij heeft al over hen geblazen en zij drogen uit, en een storm tilt ze op als stoppels. ••   24. A peine ont-ils été plantés, à peine semés, à peine leur tige s'est-elle enracinée en terre, qu'il souffle sur eux, et ils se dessèchent, la tempête les emporte comme la bale.  

King James Bible . [24] Yea, they shall not be planted; yea, they shall not be sown: yea, their stock shall not take root in the earth: and he shall also blow upon them, and they shall wither, and the whirlwind shall take them away as stubble.
Luther-Bibel . 24 Kaum sind sie gepflanzt, kaum sind sie gesät, kaum hat ihr Stamm eine Wurzel in der Erde, da lässt er einen Wind unter sie wehen, dass sie verdorren, und ein Wirbelsturm führt sie weg wie Spreu.

Tekstuitleg van Js 40,24 . Het vers Js 40,24 telt 18 (2 X 3²) woorden en 57 (3 X 19) letters . De getalwaarde van Js 40,24 is 4322 (2 X 2161) .

Js 40,25 - Js 40,25 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25nun oun tini me ômoiôsate kai upsôthèsomai eipen o agios 25 et cui adsimilastis me et adaequastis dicit Sanctus     25 Bij wien dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij? zegt de Heilige.   [25] ‘Met wie wilt u Mij vergelijken, met wie kunt u Mij gelijkstellen?’ zegt de Heilige*.  [25] Met wie wil je mij vergelijken, zegt de Heilige, aan wie ben ik gelijk te stellen?  25 Met wie wilt ge mij vergelijken, wie moet ik evenaren?– zegt de Heilige;   25. A qui me comparerez-vous, dont je sois l'égal ? dit le Saint.  

King James Bible . [25] To whom then will ye liken me, or shall I be equal? saith the Holy One.
Luther-Bibel . 25 Mit wem wollt ihr mich also vergleichen, dem ich gleich sei?, spricht der Heilige.

Tekstuitleg van Js 40,25 . Het vers Js 40,25 telt 6 (2 X 3) woorden en 25 (5²) letters . De getalwaarde van Js 40,25 is 1586 (2 X 13 X 61) .

Js 40,25.2. mî (wie) . mî (wie) . Taalgebruik in Tenakh : mî (wie) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 4 - 1 . Spiegelbeeld van j-m / jâm (zee, meer, stroom) . Taalgebruik in Tenakh : jâm (zee, meer, stroom) . Getalwaarde : jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 1 - 4 . In de medeklinkers m-j-m zitten de woorden m-j (mî = wie) , j-m (jâm = zee) , m-j-m (water) ; in sjâmajim (hemel) zit het woord m-j-m (water) . Zie : majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . EN : sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Tenakh (348) . Js (52) . Js 1-39 (17) . Js 40-55 (30) . Js 56-66 (5) . Js 40 (6) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,13 . (3) Js 40,14 . (4) Js 40,18 . (5) Js 40,25 . (6) Js 40,26 .

Js 40,26 - Js 40,26 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26anablepsate eis upsos tous ofthalmous umôn kai idete tis katedeixen panta tauta o ekferôn kata arithmon ton kosmon autou pantas ep' onomati kalesei apo pollès doxès kai en kratei ischuos ouden se elathen  26 levate in excelsum oculos vestros et videte quis creavit haec qui educit in numero militiam eorum et omnes ex nomine vocat prae multitudine fortitudinis et roboris virtutisque eius neque unum reliquum fuit      26 Heft uw ogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze alle bij name roept, vanwege de grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt er niet een gemist.   [26] Sla uw ogen op naar omhoog en kijk: wie heeft dat alles geschapen? Hij die hun legertroepen voltallig laat uitrukken en ze allemaal bij naam roept; zó groot is zijn macht, zó geweldig zijn kracht, dat er niet één ontbreekt.   [26] Kijk omhoog: wie heeft dit alles geschapen? Hij laat het leger sterren voltallig uitrukken, hij roept ze bij hun naam, een voor een; door zijn kracht en onmetelijke grootheid ontbreekt er niet één.   26 heft uw ogen omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen?– hij die hun heirschaar voltallig laat uitrukken,– hen allen oproept bij name; uit zoveel krachten en een zo sterke macht wordt niemand gemist! ••   26. Levez les yeux là-haut et voyez : Qui a créé ces astres ? Il déploie leur armée en bon ordre, il les appelle tous par leur nom. Sa vigueur est si grande et telle est sa force que pas un ne manque.  

King James Bible . [26] Lift up your eyes on high, and behold who hath created these things, that bringeth out their host by number: he calleth them all by names by the greatness of his might, for that he is strong in power; not one faileth.
Luther-Bibel . 26 Hebt eure Augen in die Höhe und seht! Wer hat dies geschaffen? Er führt ihr Heer vollzählig heraus und ruft sie alle mit Namen; seine Macht und starke Kraft ist so groß, dass nicht eins von ihnen fehlt.

Tekstuitleg van Js 40,26 . Het vers Js 40,26 telt 20 (2² X 5) woorden en 75 (3 X 5²) letters . De getalwaarde van Js 40,26 is 3925 (5² X 157) .

Js 40,26.5. mî (wie) . mî (wie) . Taalgebruik in Tenakh : mî (wie) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 4 - 1 . Spiegelbeeld van j-m / jâm (zee, meer, stroom) . Taalgebruik in Tenakh : jâm (zee, meer, stroom) . Getalwaarde : jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 1 - 4 . In de medeklinkers m-j-m zitten de woorden m-j (mî = wie) , j-m (jâm = zee) , m-j-m (water) ; in sjâmajim (hemel) zit het woord m-j-m (water) . Zie : majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . EN : sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Tenakh (348) . Js (52) . Js 1-39 (17) . Js 40-55 (30) . Js 56-66 (5) . Js 40 (6) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,13 . (3) Js 40,14 . (4) Js 40,18 . (5) Js 40,25 . (6) Js 40,26 .

Js 40,26.6. act. qal part. nom. mann. enk. van het werkw. bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik : bârâ´ (scheppen) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 23 of 203 (7 X 29) . Structuur : 2 - 2 -1 . Lat. creare . Fr. créer . E. to create . D. schaffen . Een vorm van b-r-´ (scheppen) in Tenakh in 17 verzen (21X) .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. bârâ´ (scheppen) . Js (1) Js 40,26 .
- act. qal part. nom. mann. enk. bôre´(scheppend) . Tenakh (7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 43,15 . (4) Js 45,18 . (5) Js 57,19 . (6) Js 65,17 . (7) Js 65,18 .
-- bârâ´ ´êlohîm (God schiep) . Tenakh (3 / 10) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 2,3 . (3) Dt 4,32 .
-- bôre´(scheppend) sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Tenakh (1) : Js 65,17 .
-- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) . Tenakh (3 / 7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 45,18 .
--- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) . Tenakh (2 / 7) : (1) Js 42,5 . (2) Js 45,18 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal 3de pers. mann. enk. ûbârâ´(en hij schiep) . Tenakh (1) Js 4,5 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal part. nom. mann. enk. ûbôre´(en scheppend) . Tenakh (1) Js 45,7 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. bârâ´thî (ik schiep) . Tenakh (5) : (1) Gn 6,7 . (2) Js 45,12 . (3) Js 54,16 . (4) Da 8,2 . (5) Da 8,15 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. bërâ´thîw (ik schiep hem) . Tenakh (2) : (1) Js 43,7 . (2) Js 45,8 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. vr. enk. bërâ´âh (en hem scheppende) . Tenakh (2) : (1) Js 41,20 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk.+ suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. bora´äkhâ (jou scheppend) . Tenakh (1) Js 43,1 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal part. nom. mann. enk. ûbôre´(en scheppend) . Tenakh (1) Js 45,7 .
Een vorm van bârâ´ (scheppen) in Js (17) . Js 1-39 (1) . Js 40-55 (13) . Js 56-66 (3) . Js 40 (2) : (1) Js 40,26 . (2) Js 40,28 .

Js 40,26.5. - 6. mî bârâ´ (wie schept) EN 5. - 7. mî bârâ´ ´ellèh (wie schept deze dingen) . Slechts in Js 40,26 .

Js 40,27 - Js 40,27 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27mè gar eipès iakôb kai ti elalèsas israèl apekrubè è odos mou apo tou theou kai o theos mou tèn krisin afeilen kai apestè  27 quare dicis Iacob et loqueris Israhel abscondita est via mea a Domino et a Deo meo iudicium meum transibit     27 Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israël! mijn weg is voor den HEERE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij?  [27] Waarom* zegt u, Jakob, en u, Israël: ‘Mijn weg is verborgen voor de heer, en wat mijn recht is, ontgaat mijn God.’  [27] Jakob, waarom zeg je – Israël, waarom beweer je: ‘Mijn weg blijft voor de HEER verborgen, mijn God heeft geen oog voor mijn recht’?  27 ¶ Waarom zeg je, Jakob, spreek je uit, Israël: ‘verborgen is mijn weg voor de ENE, aan mijn God gaat mijn recht voorbij!’?  27. Pourquoi dis-tu, Jacob, et répètes-tu, Israël : « Ma voie est cachée à Yahvé, et mon droit échappe à mon Dieu ? »  

King James Bible . [27] Why sayest thou, O Jacob, and speakest, O Israel, My way is hid from the LORD, and my judgment is passed over from my God?
Luther-Bibel . 27 Warum sprichst du denn, Jakob, und du, Israel, sagst: »Mein Weg ist dem HERRN verborgen, und mein Recht geht vor meinem Gott vorüber«?

Tekstuitleg van Js 40,27 . Het vers Js 40,27 telt 11 woorden en 51 (3 X 17) letters . De getalwaarde van Js 40,27 is 3885 (3 X 5 X 7 X 37) .

Js 40,27.3. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenakh : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . Tenakh (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-66 (25) : (1) Js 40,27 . (2) Js 41,8 . (3) Js 41,14 . (4) Js 41,21 . (5) Js 42,24 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,22 . (8) Js 43,28 . (9) Js 44,1 . (10) Js 44,2 . (11) Js 44,5 . (12) Js 44,21 . (13) Js 44,23 . (14) Js 45,4 . (15) Js 45,19 . (16) Js 46,3 . (17) Js 48,1 . (18) Js 48,12 . (19) Js 48,20 . (20) Js 49,5 . (21) Js 49,6 . (22) Js 49,26 . (23) Js 58,1 . (24) Js 58,14 . (25) Js 60,16 .

Js 40,27.5. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (2044) . Pentateuch (502) . Tenakh (2044) . Js (73) . Js 1-39 (38) . Js 1 (3) : (1) Js 1,3 . (2) Js 1,4 . (3) Js 1,24 . Js 40-66 (35) . Js 40 (1) Js 40,27 .

Js 40,28 - Js 40,28 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28kai nun ouk egnôs ei mè èkousas theos aiônios o theos o kataskeuasas ta akra tès gès ou peinasei oude kopiasei oude estin exeuresis tès fronèseôs autou  28 numquid nescis aut non audisti Deus sempiternus Dominus qui creavit terminos terrae non deficiet neque laborabit nec est investigatio sapientiae eius     28 Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand.  [28] Weet u het niet of hebt u het niet gehoord? De heer is een God van eeuwigheid, Hij heeft de verste hoeken van de aarde geschapen. Hij wordt niet moe noch uitgeput, zijn inzicht is niet te doorgronden.  [28] Weet je het niet? Heb je het niet gehoord? Een eeuwige God is de HEER, schepper van de einden der aarde. Hij wordt niet moe, hij raakt niet uitgeput, zijn wijsheid is niet te doorgronden.   28 Weet je het niet of heb je het niet gehoord?– een God van eeuwigheid is de ENE, schepper van de einden der aarde, hij wordt moede noch mat,– niet te doorgronden is zijn inzicht;   28. Ne le sais-tu pas ? Ne l'as-tu pas entendu dire ? Yahvé est un Dieu éternel, créateur des extrémités de la terre. Il ne se fatigue ni ne se lasse, insondable est son intelligence.  

King James Bible . [28] Hast thou not known? hast thou not heard, that the everlasting God, the LORD, the Creator of the ends of the earth, fainteth not, neither is weary? there is no searching of his understanding.
Luther-Bibel . 28 Weißt du nicht? Hast du nicht gehört? Der HERR, der ewige Gott, der die Enden der Erde geschaffen hat, wird nicht müde noch matt, sein Verstand ist unausforschlich.

Tekstuitleg van Js 40,28 . Het vers Js 40,28 telt 18 (2 X 3²) woorden en 66 (2 X 3 X 11) letters . De getalwaarde van Js 40,28 is 4321 (29 X 149) .

Js 40,28.9. act. qal part. nom. mann. enk. van het werkw. bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik : bârâ´ (scheppen) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 23 of 203 (7 X 29) . Structuur : 2 - 2 -1 . Lat. creare . Fr. créer . E. to create . D. schaffen . Een vorm van b-r-´ (scheppen) in Tenakh in 17 verzen (21X) .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. bârâ´ (scheppen) . Js (1) Js 40,26 .
- act. qal part. nom. mann. enk. bôre´(scheppend) . Tenakh (7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 43,15 . (4) Js 45,18 . (5) Js 57,19 . (6) Js 65,17 . (7) Js 65,18 .
-- bârâ´ ´êlohîm (God schiep) . Tenakh (3 / 10) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 2,3 . (3) Dt 4,32 .
-- bôre´(scheppend) sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Tenakh (1) : Js 65,17 .
-- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) . Tenakh (3 / 7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 45,18 .
--- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) . Tenakh (2 / 7) : (1) Js 42,5 . (2) Js 45,18 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal 3de pers. mann. enk. ûbârâ´(en hij schiep) . Tenakh (1) Js 4,5 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal part. nom. mann. enk. ûbôre´(en scheppend) . Tenakh (1) Js 45,7 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. bârâ´thî (ik schiep) . Tenakh (5) : (1) Gn 6,7 . (2) Js 45,12 . (3) Js 54,16 . (4) Da 8,2 . (5) Da 8,15 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. bërâ´thîw (ik schiep hem) . Tenakh (2) : (1) Js 43,7 . (2) Js 45,8 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. vr. enk. bërâ´âh (en hem scheppende) . Tenakh (2) : (1) Js 41,20 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk.+ suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. bora´äkhâ (jou scheppend) . Tenakh (1) Js 43,1 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal part. nom. mann. enk. ûbôre´(en scheppend) . Tenakh (1) Js 45,7 .
Een vorm van bârâ´ (scheppen) in Js (17) . Js 1-39 (1) . Js 40-55 (13) . Js 56-66 (3) . Js 40 (2) : (1) Js 40,26 . (2) Js 40,28 .

Js 40,28.10. vr. mv. qëtsôth (uiteinden) van het zelfst. naamw. qëtseh (uiterste, laatste) . qëtseh (uiterste, laatste) . Taalgebruik in Tenakh : qëtseh (uiterste, laatste) . Getalwaarde : Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , tsade = 18 of 90 , he = 5 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 195 (3 X 5 X 13) . Structuur : 1 - 9 - 5 . Tenakh (17) . Js (2) : (1) Js 40,28 . (2) Js 41,5 .

Js 40,28.11. hâ´ârèts (het land) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw . ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het NT : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het NT (248) . Tenakh (851) . Pentateuch (316) . Js (58) . Js 1-39 (30) . Js 40-66 (18) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,21 . (3) Js 40,22 . (4) Js 40,28 . (5) Js 41,5 . (6) Js 41,9 . (7) Js 42,5 . (8) Js 42,10 . (9) Js 43,6 . (10) Js 44,24 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,20 . (13) Js 49,6 . (14) Js 51,6 . (15) Js 54,5 . (16) Js 54,9 . (17) Js 55,10 . (18) Js 62,11 .

Js 40,28.10. - 11. qëtsôth hâ´ârèts (uiteinden van de aarde) . Tenakh (2) : (1) Js 40,28 . (2) Js 41,5 .
- miqëtsôth hâ´ârèts (van uiteinden van de aarde) . Tenakh (1) : Js 41,9 .
- miqëtseh hâ´ârèts (vanaf een uiteinde van de aarde) . Tenakh (9) : (1) Dt 13,8 . (2) Dt 28,49 . (3) Dt 28,64 . (4) Ps 61,3 . (5) Ps 135,7 . (6) Js 5,26 . (7) Js 42,10 . (8) Js 43,6 . (9) Jr 25,33 .

Js 40,29 - Js 40,29 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
29didous tois peinôsin ischun kai tois mè odunômenois lupèn  29 qui dat lasso virtutem et his qui non sunt fortitudinem et robur multiplicat    29 Hij geeft den moeden kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.   [29] Hij geeft de vermoeide weer kracht, en de onvermogende een overvloed aan macht.   [29] Hij geeft de vermoeide kracht, de machteloze geeft hij macht in overvloed.  29 hij geeft de moede macht,– aan wie geen kracht meer heeft schenkt hij een overvloed van sterkte.   29. Il donne la force à celui qui est fatigué, à celui qui est sans vigueur il prodigue le réconfort. 

King James Bible . [29] He giveth power to the faint; and to them that have no might he increaseth strength.
Luther-Bibel . 29 Er gibt dem Müden Kraft, und Stärke genug dem Unvermögenden.

Tekstuitleg van Js 40,29 . Het vers Js 40,29 telt 7 woorden en 27 (3³) letters . De getalwaarde van Js 40,29 is 1344 (2³ X 2³ X 3 X 7) .

Js 40,30 - Js 40,30 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
30peinasousin gar neôteroi kai kopiasousin neaniskoi kai eklektoi anischues esontai  30 deficient pueri et laborabunt et iuvenes in infirmitate cadent     30 De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen;  [30] Ook wie jong, is wordt moe en raakt uitgeput, en jonge mannen kunnen zeker bezwijken,   [30] Jonge strijders worden moe en raken uitgeput, zelfs sterke helden struikelen,   30 Jonge jongens worden moede en mat,– uitgelezen knapen struikelen en vallen,  30. Les adolescents se fatiguent et s'épuisent, les jeunes ne font que chanceler,  

King James Bible . [30] Even the youths shall faint and be weary, and the young men shall utterly fall:
Luther-Bibel . 30 Männer werden müde und matt, und Jünglinge straucheln und fallen;

Tekstuitleg van Js 40,30 . Het vers Js 40,30 telt 6 (2 X 3) woorden en 31 letters . De getalwaarde van Js 40,30 is 1631 (7 X 233) .

Js 40,31 - Js 40,31 : De HEER komt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 40 -- Js 40,9-31 -- Js 40,9 - Js 40,10 - Js 40,11 - Js 40,12 - Js 40,13 - Js 40,14 - Js 40,15 - Js 40,16 - Js 40,17 - Js 40,18 - Js 40,19 - Js 40,20 - Js 40,21 - Js 40,22 - Js 40,23 - Js 40,24 - Js 40,25 - Js 40,26 - Js 40,27 - Js 40,28 - Js 40,29 - Js 40,30 - Js 40,31 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
31oi de upomenontes ton theon allaxousin ischun pterofuèsousin ôs aetoi dramountai kai ou kopiasousin badiountai kai ou peinasousin   31 qui autem sperant in Domino mutabunt fortitudinem adsument pinnas sicut aquilae current et non laborabunt ambulabunt et non deficient     31 Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.  [31] maar zij die hopen op de heer, vernieuwen hun kracht en slaan hun vleugels uit als adelaars; zij lopen en worden niet moe, zij rennen en raken niet uitgeput.   [31] maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput.  31 maar wie hopen op de ENE krijgen nieuwe kracht, slaan hun wieken uit als de arenden; zij rennen vooruit en raken niet afgemat, zij gaan voort en worden niet moe.   31. mais ceux qui espèrent en Yahvé renouvellent leur force, ils déploient leurs ailes comme des aigles, ils courent sans s'épuiser, ils marchent sans se fatiguer.  

King James Bible . [31] But they that wait upon the LORD shall renew their strength; they shall mount up with wings as eagles; they shall run, and not be weary; and they shall walk, and not faint.
Luther-Bibel . 31 aber die auf den HERRN harren, kriegen neue Kraft, dass sie auffahren mit Flügeln wie Adler, dass sie laufen und nicht matt werden, dass sie wandeln und nicht müde werden.

Tekstuitleg van Js 40,31 . Het vers Js 40,31 telt 13 woorden en 54 (2 X 3³) letters . De getalwaarde van Js 40,31 is 1986 (2 X 3 X 331) .


Vulgaat

1 consolamini consolamini populus meus dicit Deus vester 2 loquimini ad cor Hierusalem et avocate eam quoniam conpleta est malitia eius dimissa est iniquitas illius suscepit de manu Domini duplicia pro omnibus peccatis suis 3 vox clamantis in deserto parate viam Domini rectas facite in solitudine semitas Dei nostri 4 omnis vallis exaltabitur et omnis mons et collis humiliabitur et erunt prava in directa et aspera in vias planas 5 et revelabitur gloria Domini et videbit omnis caro pariter quod os Domini locutum est 6 vox dicentis clama et dixi quid clamabo omnis caro faenum et omnis gloria eius quasi flos agri 7 exsiccatum est faenum et cecidit flos quia spiritus Domini sufflavit in eo vere faenum est populus 8 exsiccatum est faenum cecidit flos verbum autem Dei nostri stabit in aeternum 9 super montem excelsum ascende tu quae evangelizas Sion exalta in fortitudine vocem tuam quae evangelizas Hierusalem exalta noli timere dic civitatibus Iudae ecce Deus vester 10 ecce Dominus Deus in fortitudine veniet et brachium eius dominabitur ecce merces eius cum eo et opus illius coram eo 11 sicut pastor gregem suum pascet in brachio suo congregabit agnos et in sinu suo levabit fetas ipse portabit 12 quis mensus est pugillo aquas et caelos palmo ponderavit quis adpendit tribus digitis molem terrae et libravit in pondere montes et colles in statera 13 quis adiuvit spiritum Domini aut quis consiliarius eius fuit et ostendit illi 14 cum quo iniit consilium et instruxit eum et docuit eum semitam iustitiae et erudivit eum scientiam et viam prudentiae ostendit illi 15 ecce gentes quasi stilla situlae et quasi momentum staterae reputatae sunt ecce insulae quasi pulvis exiguus 16 et Libanus non sufficiet ad succendendum et animalia eius non sufficient ad holocaustum 17 omnes gentes quasi non sint sic sunt coram eo et quasi nihilum et inane reputatae sunt ei 18 cui ergo similem fecistis Deum aut quam imaginem ponetis ei 19 numquid sculptile conflavit faber aut aurifex auro figuravit illud et lamminis argenteis argentarius 20 forte lignum et inputribile elegit artifex sapiens quaerit quomodo statuat simulacrum quod non moveatur 21 numquid non scietis numquid non audietis numquid non adnuntiatum est ab initio vobis numquid non intellexistis fundamenta terrae 22 qui sedet super gyrum terrae et habitatores eius sunt quasi lucustae qui extendit velut nihilum caelos et expandit eos sicut tabernaculum ad inhabitandum 23 qui dat secretorum scrutatores quasi non sint iudices terrae velut inane fecit 24 et quidem neque plantatos neque satos neque radicato in terra trunco eorum repente flavit in eos et aruerunt et turbo quasi stipulam auferet eos 25 et cui adsimilastis me et adaequastis dicit Sanctus 26 levate in excelsum oculos vestros et videte quis creavit haec qui educit in numero militiam eorum et omnes ex nomine vocat prae multitudine fortitudinis et roboris virtutisque eius neque unum reliquum fuit 27 quare dicis Iacob et loqueris Israhel abscondita est via mea a Domino et a Deo meo iudicium meum transibit 28 numquid nescis aut non audisti Deus sempiternus Dominus qui creavit terminos terrae non deficiet neque laborabit nec est investigatio sapientiae eius 29 qui dat lasso virtutem et his qui non sunt fortitudinem et robur multiplicat 30 deficient pueri et laborabunt et iuvenes in infirmitate cadent 31 qui autem sperant in Domino mutabunt fortitudinem adsument pinnas sicut aquilae current et non laborabunt ambulabunt et non deficient


TAALGEBRUIK


COMMENTAAR