JESAJA 41 , Js 41 -- bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -
- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 --
Js 41,21-29 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg vers per vers : - Js 41,1 - Js 41,2 - Js 41,3 - Js 41,4 - Js 41,5 - Js 41,6 - Js 41,7 - Js 41,8 - Js 41,9 - Js 41,10 - Js 41,11 - Js 41,12 - Js 41,13 - Js 41,14 - Js 41,15 - Js 41,16 - Js 41,17 - Js 41,18 - Js 41,19 - Js 41,20 - Js 41,21 - Js 41,22 - Js 41,23 - Js 41,24 - Js 41,25 - Js 41,26 - Js 41,27 - Js 41,28 - Js 41,29 -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T. : N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Bibliografie : http://www.soniclight.com/constable/notes/pdf/isaiah.pdf . - Jesaja -
Literatuur
Liturgisch gebruik


Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

- Js 41,1-7 . De veroveraar uit het Oosten - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,1 - Js 41,2 - Js 41,3 - Js 41,4 - Js 41,5 - Js 41,6 - Js 41,7 -

Js 41,1 - Js 41,1 . De veroveraar uit het Oosten - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,1 - Js 41,2 - Js 41,3 - Js 41,4 - Js 41,5 - Js 41,6 - Js 41,7 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
41 1egkainizesthe pros me nèsoi oi gar archontes allaxousin ischun eggisatôsan kai lalèsatôsan ama tote krisin anaggeilatôsan  1 taceant ad me insulae et gentes mutent fortitudinem accedant et tunc loquantur simul ad iudicium propinquemus     1 Zwijgt voor Mij, gij eilanden! en laat de volken de kracht vernieuwen; laat ze toetreden, laat ze dan spreken; laat ons samen ten gerichte naderen.   [1] Richt* u zwijgend naar Mij, eilanden. Laat de volken hun krachten vergaren en naderbij komen om het woord te doen; laten wij samen voor de rechterstoel gaan staan.   [1] Zwijg en hoor mij aan, eilanden: Onder de naties zullen nieuwe krachten opkomen. Laat ze naderbij komen, laat ze spreken. Ik wil een rechtsgeding met ze aangaan.   1 ¶ Zwijgt voor mij, verre kusten, laten naties nieuwe kracht opdoen,– laat ze aantreden en dán spreken, laten we samen naderen tot het gerecht!   1. Iles, faites silence pour m'écouter, que les peuples renouvellent leurs forces, qu'ils s'avancent et qu'ils parlent, ensemble comparaissons au jugement.  

King James Bible . [1] Keep silence before me, O islands; and let the people renew their strength: let them come near; then let them speak: let us come near together to judgment.
Luther-Bibel . 41 1 Die Inseln sollen vor mir schweigen und die Völker neue Kraft gewinnen! Sie sollen herzutreten und dann reden! Lasst uns miteinander rechten!

Tekstuitleg van Js 41,1 .

3. ´î (eiland) . ´î (eiland) . Taalgebruik in Tenach : ´î (eiland) . Getalwaarde : aleph = 1 ; jod = 10 ; totaal : 11 . Structuur : 1 - 1 .
- mann. mv. ´ijjîm (eilanden) . Tenach (14) . Js (10) : (1) Js 13,22 . (2) Js 34,14 . (3) Js 40,15 . (4) Js 41,1 . (5) Js 41,5 . (6) Js 42,4 . (7) Js 42,10 . (8) Js 49,1 . (9) Js 51,5 . (10) Js 60,9 .

Js 41,2 - Js 41,2 . De veroveraar uit het Oosten - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,1 - Js 41,2 - Js 41,3 - Js 41,4 - Js 41,5 - Js 41,6 - Js 41,7 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2tis exègeiren apo anatolôn dikaiosunèn ekalesen autèn kata podas autou kai poreusetai dôsei enantion ethnôn kai basileis ekstèsei kai dôsei eis gèn tas machairas autôn kai ôs frugana exôsmena ta toxa autôn  2 quis suscitavit ab oriente iustum vocavit eum ut sequeretur se dabit in conspectu eius gentes et reges obtinebit dabit quasi pulverem gladio eius sicut stipulam vento raptam arcui eius    2 Wie heeft van den opgang dien rechtvaardige verwekt? heeft hem geroepen op zijn voet? de heidenen voor zijn aangezicht gegeven, en gemaakt, dat hij over koningen heerste? heeft ze zijn zwaard gegeven als stof, zijn boog als een voortgedreven stoppel?   [2] Wie heeft de man laten opstaan in het Oosten, die triomf ontmoet waar hij zijn voeten zet? Wie levert volken aan hem uit en legt hun vorsten voor hem neer? Zijn zwaard maakt stof van hen en zijn boog jaagt hen als kaf uiteen.   [2] Wie liet in het oosten de overwinning dagen, wie heeft de bevrijder laten opstaan? Wie levert volken aan hem uit en onderwerpt koningen aan hem?* Zijn zwaard maakt hen tot stof, zijn boog laat hen als kaf verwaaien;   2 Wie heeft hem uit de dageraad gewekt aan wiens voetstap gerechtigheid tegemoet komt?– wie geeft volkeren prijs aan zijn aanschijn, en laat hem over koningen heersen, geeft ieders zwaard prijs als was het stof, ieders boog als verstrooide stoppels?   2. Qui a suscité de l'Orient celui que la justice appelle à sa suite, auquel Il livre les nations, et assujettit les rois ? Son épée les réduit en poussière et son arc en fait une paille qui s'envole. 

King James Bible . [2] Who raised up the righteous man from the east, called him to his foot, gave the nations before him, and made him rule over kings? he gave them as the dust to his sword, and as driven stubble to his bow.
Luther-Bibel . 2 Wer lässt den von Osten her kommen, dem Heil auf dem Fuße folgt, vor dem er Völker und Könige dahingibt, dass er ihrer mächtig wird? Sein Schwert macht sie wie Staub und sein Bogen wie verwehte Spreu.

Tekstuitleg van Js 41,2 .

9. mann. mv. gojim (volken) van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenach : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenach (133) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenach 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenach (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenach (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

Js 41,3 - Js 41,3 . De veroveraar uit het Oosten - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,1 - Js 41,2 - Js 41,3 - Js 41,4 - Js 41,5 - Js 41,6 - Js 41,7 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai diôxetai autous kai dieleusetai en eirènè è odos tôn podôn autou  3 persequetur eos transibit in pace semita in pedibus eius non apparebit     3 Dat hij ze najaagde en doortrok met vrede, door een pad, hetwelk hij met zijn voeten niet gegaan had?   [3] Hij achtervolgt hen en ongedeerd vervolgt hij zijn weg; zijn voeten raken die nauwelijks.   [3] hij achtervolgt hen en trekt ongehinderd verder, zijn voeten raken nauwelijks de grond.   3 Hij achtervolgt hen, trekt verder in vrede,– over een gewoon pad komt hij met zijn voeten niet.   3. Il les chasse et passe en sécurité par un chemin que ses pieds ne font qu'effleurer.  

King James Bible . [3] He pursued them, and passed safely; even by the way that he had not gone with his feet.
Luther-Bibel . 3 Er jagt ihnen nach und zieht unversehrt hindurch und berührt den Weg nicht mit seinen Füßen.

Tekstuitleg van Js 41,3 .

3. sjâlôm (vrede) . Taalgebruik in Tenach : sjâlôm (vrede) . Taalgebruik in Jesaja : sjâlôm (vrede) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 52 (2 X 26) OF 376 (2³ X 47) . Structuur : 3 - 3 - 6 - 4 . Gr. eirènè (vrede) . Taalgebruik in de LXX : eirènè (vrede) . Taalgebruik in het N.T. : eirènè (vrede) . Lat. pax . Fr. paix . E. peace . Ned. vrede . D. Friede . Een vorm van eirènè (vrede) in de LXX (294) , in het N.T. (91) . Tenach (120) . Js (19) : (1) Js 9,5 . (2) Js 26,3 . (3) Js 26,12 . (4) Js 27,5 . (5) Js 32,17 . (6) Js 32,18 . (7) Js 33,7 . (8) Js 39,8 . (9) Js 41,3 . (10) Js 45,7 . (11) Js 48,22 . (12) Js 52,7 . (13) Js 54,13 . (14) Js 57,2 . (15) Js 57,19 . (16) Js 57,21 . (17) Js 59,8 . (18) Js 60,17 . (19) Js 66,12 . bisjâlôm (in vrede) . Tenach (34) . lësjâlôm (tot vrede) . Tenach (28) . Js (1) Js 38,17 . misjsjâlôm (vrede) . Tenach (1) . wësjâlôm (in vrede) . Tenach (9) .

Js 41,4 - Js 41,4 . De veroveraar uit het Oosten - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,1 - Js 41,2 - Js 41,3 - Js 41,4 - Js 41,5 - Js 41,6 - Js 41,7 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4tis enèrgèsen kai epoièsen tauta ekalesen autèn o kalôn autèn apo geneôn archès egô theos prôtos kai eis ta eperchomena egô eimi  4 quis haec operatus est et fecit vocans generationes ab exordio ego Dominus primus et novissimus ego sum     4 Wie heeft dit gewrocht en gedaan, roepende de geslachten van den beginne? Ik, de HEERE, Die de Eerste ben, en met den Laatste ben Ik Dezelfde.   [4] Wie heeft het gedaan en veroorzaakt? Hij die vanaf het begin alle geslachten oproept. Ik alleen, de heer, de allereerste*, die ook de allerlaatste* zal zijn.   [4] Wie heeft dat tot stand gebracht? Wie roept de generaties vanaf het begin? Ik, de HEER, ik was de eerste en ook bij de laatsten zal ik zijn.   4 Wie heeft gehandeld en gedaan?– die van hoofde aan de generaties toeroept: ik, de ENE, ben de eerste ook bij de laatsten ben ik dezelfde!  4. Qui a agi et accompli ? Celui qui dès le commencement appelle les générations; moi, Yahvé, je suis le premier, et avec les derniers je serai encore.  

King James Bible . [4] Who hath wrought and done it, calling the generations from the beginning? I the LORD, the first, and with the last; I am he.
Luther-Bibel . 4 Wer tut und macht das? Wer ruft die Geschlechter von Anfang her? Ich bin's, der HERR, der Erste, und bei den Letzten noch derselbe.

Tekstuitleg van Js 41,4 .

Js 41,5 - Js 41,5 . De veroveraar uit het Oosten - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,1 - Js 41,2 - Js 41,3 - Js 41,4 - Js 41,5 - Js 41,6 - Js 41,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5eidosan ethnè kai efobèthèsan ta akra tès gès èggisan kai èlthosan ama 5 viderunt insulae et timuerunt extrema terrae obstipuerunt adpropinquaverunt et accesserunt  râ´û ´ijjîm wëjîrâ´û 5 De eilanden zagen het, en zij vreesden; de einden der aarde beefden; zij naderden en kwamen toe;   [5] De eilanden zien en vrezen, de verste hoeken van de aarde beven.   [5] De eilanden zien het met angst en beven, de einden der aarde komen sidderend naderbij.   5 Verre kusten zagen het en werden bevreesd, de einden der aarde beefden,– zij naderden en genaakten.  5. Les îles ont vu et prennent peur, les extrémités de la terre frémissent, ils sont tout près, ils arrivent.  

King James Bible . [5] The isles saw it, and feared; the ends of the earth were afraid, drew near, and came.
Luther-Bibel . 5 Als die Inseln das sahen, fürchteten sie sich, und die Enden der Erde erschraken; sie nahten sich und kamen herzu.

a. râ´û ´ijjîm wëjîrâ´û (eilanden zien en vrezen)
b.qëtsôth hâ´ârèts jèchêrâdû (uiteinden van de aarde sidderen)
c.

Tekstuitleg van Js 41,5 . Het vers Js 41,5 telt 8 (2³) woorden en 37 (priemgetal) letters . De getalwaarde van Js 41,5 is 2412 (2² X 3² X 67) .

Js 41,5.1. act. ind. perf. 3de pers. mann. mv. râ´û (zij zien) van het werkw. râ´âh (zien, verschijnen) . Taalgebruik in Tenach : râ´âh (zien) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 26 of 206 . Structuur : 2 - 1 - 5 . Gr. horaô (zien) . Taalgebruik in de Septuaginta : horaô (zien) . Taalgebruik in het N.T. : horaô (zien) . Lat. videre . Fr. voir . Ned. zien . E. to see . D. sehen . pass. Lat. apparere . Fr. apparaître . E. appear . Ned. verschijnen . D. erscheinen . Een vorm van horaô (zien, verschijnen) in het N.T. (114) , in de LXX (1539) . Tenach (69) . Js (8) : (1) Js 5,12 . (2) Js 6,5 . (3) Js 6,9 . (4) Js 9,1 . (5) Js 39,4 . (6) Js 41,5 . (7) Js 52,15 . (8) Js 66,19 .
De wortelstam van het werkw. r-´-h (zien) en het zelfst. naamw. ´-r-ts hebben twee letters gemeenschappelijk : aleph (= 1) en resj (= 20 of 200) ; totaal : 21 (3 X 7) of 201 (3 X 67) . Het begin en het einde van het eerste versdeel is gelijk : râ´û (zij zien) ... wëjîrâ´û (en zij vrezen) .

Js 41,5.2.´î (eiland) . Taalgebruik in Tenach : ´î (eiland) . Getalwaarde : aleph = 1 ; jod = 10 ; totaal : 11 . Structuur : 1 - 1 .
- mann. mv. ´ijjîm (eilanden) . Tenach (14) . Js (10) : (1) Js 13,22 . (2) Js 34,14 . (3) Js 40,15 . (4) Js 41,1 . (5) Js 41,5 . (6) Js 42,4 . (7) Js 42,10 . (8) Js 49,1 . (9) Js 51,5 . (10) Js 60,9 .
Het 2de en 3de woord van dit vers wordt gekenmerkt door twee elkaar opvolgende jods : ´ijjîm (eilanden) en wëjîrâ´û (en zij vrezen) .
´ijjîm (eilanden) en qëtsôth hâ´ârèts (uiteinden van de aarde) komen als synoniemen over . Er kan misschien wel een gradatie in afstand zijn . ´ijjîm (eilanden) liggen minder ver dan de qëtsôth hâ´ârèts (uiteinden van de aarde) .

Js 41,5.3. wëjîrâ´û (en zij vrezen) < verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. jârâ´ (vrezen, eerbied hebben) . Taalgebruik in Tenach : jârâ´ (vrezen, eerbied hebben) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 31 OF 211 (priemgetal) . Structuur : 1 - 2 - 1 . Tenach (22) . Js (2) : (1) Js 41,5 . (2) Js 59,19 .
Het 2de en 3de woord van dit vers wordt gekenmerkt door twee elkaar opvolgende jods : ´ijjîm (eilanden) en wëjîrâ´û (en zij vrezen) .
De wortelstam van het zelfst. naamw. ´-j (eiland) en het werkw. j-r´ (vrezen) hebben twee letters gemeenschappelijk : aleph (= 1) en jod (= 10) ; totaal : 11 .
Het begin en het einde van het eerste versdeel is gelijk : râ´û (zij zien) ... wëjîrâ´û (en zij vrezen) .

Js 41,5.4. vr. mv. qëtsôth (uiteinden) van het zelfst. naamw. qëtseh (uiterste, laatste) . qëtseh (uiterste, laatste) . Taalgebruik in Tenach : qëtseh (uiterste, laatste) . Getalwaarde : Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , tsade = 18 of 90 , he = 5 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 195 (3 X 5 X 13) . Structuur : 1 - 9 - 5 . Tenach (17) . Js (2) : (1) Js 40,28 . (2) Js 41,5 .

Js 41,5.5. hâ´ârèts (het land) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw . ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenach : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het N.T. (248) . Tenach (851) . Pentateuch (316) . Js (58) . Js 1-39 (30) . Js 40-66 (18) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,21 . (3) Js 40,22 . (4) Js 40,28 . (5) Js 41,5 . (6) Js 41,9 . (7) Js 42,5 . (8) Js 42,10 . (9) Js 43,6 . (10) Js 44,24 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,20 . (13) Js 49,6 . (14) Js 51,6 . (15) Js 54,5 . (16) Js 54,9 . (17) Js 55,10 . (18) Js 62,11 .

Js 41,5.4. - 5. qëtsôth hâ´ârèts (uiteinden van de aarde) . Tenach (2) : (1) Js 40,28 . (2) Js 41,5 .
- miqëtsôth hâ´ârèts (van uiteinden van de aarde) . Tenach (1) : Js 41,9 .
- miqëtseh hâ´ârèts (vanaf een uiteinde van de aarde) . Tenach (9) : (1) Dt 13,8 . (2) Dt 28,49 . (3) Dt 28,64 . (4) Ps 61,3 . (5) Ps 135,7 . (6) Js 5,26 . (7) Js 42,10 . (8) Js 43,6 . (9) Jr 25,33 .
´ijjîm (eilanden) en qëtsôth hâ´ârèts (uiteinden van de aarde) komen als synoniemen over . Er kan misschien wel een gradatie in afstand zijn . ´ijjîm (eilanden) liggen minder ver dan de qëtsôth hâ´ârèts (uiteinden van de aarde) .

Js 41,5.6. act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. jèchêrâdû (zij sidderen) van het werkw. chârad (sidderen, beven, schrikken) . chârad (sidderen, beven, schrikken) . Taalgebruik in Tenach : chârad (sidderen, beven, schrikken) . Getalwaarde : chet = 8 , resj = 20 of 200 , daleth = 4 ; totaal : 32 (2² X 2³) OF 212 (2² X 53) . Structuur : 8 - 2 - 4 . Tenach (4) : (1) Js 41,5 . (2) Ez 26,18 . (3) Hos 11,11 . (4) Am 3,6 .

Js 41,6 - Js 41,6 . De veroveraar uit het Oosten - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,1 - Js 41,2 - Js 41,3 - Js 41,4 - Js 41,5 - Js 41,6 - Js 41,7 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6krinôn ekastos tô plèsion kai tô adelfô boèthèsai kai erei  6 unusquisque proximo suo auxiliatur et fratri suo dicit confortare     6 De een hielp den ander, en zeide tot zijn metgezel: Wees sterk!   [6] De een helpt de ander en zegt tegen zijn broer: ‘Houd moed!’   [6] De mensen schieten elkaar te hulp, de een zegt tegen de ander: ‘Houd moed!’   6 Man en makker hielpen elkaar,– tot zijn broeder zei men: wees sterk;   6. Chacun aide son compagnon, il dit à l'autre : « Courage! »  

King James Bible . [6] They helped every one his neighbour; and every one said to his brother, Be of good courage.
Luther-Bibel . 6 Einer will dem andern helfen und spricht zu seinem Nächsten: Steh fest!

Tekstuitleg van Js 41,6 .

Js 41,7 - Js 41,7 . De veroveraar uit het Oosten - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,1 - Js 41,2 - Js 41,3 - Js 41,4 - Js 41,5 - Js 41,6 - Js 41,7 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7ischusen anèr tektôn kai chalkeus tuptôn sfurè ama elaunôn pote men erei sumblèma kalon estin ischurôsan auta en èlois thèsousin auta kai ou kinèthèsontai  7 confortabit faber aerarius percutiens malleo eum qui cudebat tunc temporis dicens glutino bonum est et confortavit eum in clavis ut non moveatur    7 En de werkmeester versterkte den goudsmid; die met den hamer glad maakt, dien, die op het aambeeld slaat, zeggende van het soldeersel: Het is goed; daarna maakt hij het vast met nagelen, dat het niet wankele.   [7] De vakman moedigt de smid aan, de polijster met zijn hamer zegt over een soldering tegen degene die op het aambeeld slaat: ‘Dat is in orde.’ Hij bevestigt het beeld met spijkers, zodat het niet wankelt.   [7] De beeldsnijder spoort de goudsmid aan, hij die met de hamer plet, prijst hem die op het aambeeld slaat. Hij bekijkt het soldeersel, zegt: ‘Het is goed,’ en zet het beeld met spijkers vast, zodat het niet omvalt. 7 zo sterkte een meester een smelter, een die met een drijfhamer gladmaakte hem die hamerde op het aambeeld,– zeggend van de las: die is goed; dan versterkten ze het nog met spijkers, dat het niet kon wankelen… ••   7. L'artisan donne courage à l'orfèvre, et celui qui polit au marteau à celui qui bat l'enclume : il dit de la soudure : « Elle est bonne », il la renforce avec des clous pour qu'elle ne vacille pas.  

King James Bible . [7] So the carpenter encouraged the goldsmith, and he that smootheth with the hammer him that smote the anvil, saying, It is ready for the sodering: and he fastened it with nails, that it should not be moved.
Luther-Bibel . 7 Der Meister nimmt den Goldschmied fest an die Hand, und sie machen mit dem Hammer das Blech glatt auf dem Amboss und sprechen: Das wird fein stehen!, und machen's fest mit Nägeln, dass es nicht wackeln soll. Gott steht zu seinem erwählten Volk

Tekstuitleg van Js 41,7 .

- Js 41,8-16 . Vrees niet - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,8 - Js 41,9 - Js 41,10 - Js 41,11 - Js 41,12 - Js 41,13 - Js 41,14 - Js 41,15 - Js 41,16 -

Js 41,8 - Js 41,8 . Vrees niet - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,8 - Js 41,9 - Js 41,10 - Js 41,11 - Js 41,12 - Js 41,13 - Js 41,14 - Js 41,15 - Js 41,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8su de israèl pais mou iakôb on exelexamèn sperma abraam on ègapèsa  8 et tu Israhel serve meus Iacob quem elegi semen Abraham amici mei    8 Maar gij, Israël, Mijn knecht! gij Jakob, dien Ik verkoren heb! het zaad van Abraham, Mijn liefhebber!   [8] Maar u, Israël, mijn dienstknecht*, Jakob, die Ik uitverkoren heb, nazaat van Abraham, mijn vriend,   [8] Maar jou, Israël, mijn dienaar, Jakob, die ik uitgekozen heb, nakomeling van Abraham, mijn vriend,   8 Maar jij, Israël, mijn dienaar, jij Jakob die ik heb uitgekozen,– zaad van Abraham, die mij liefhad, 8. Et toi, Israël, mon serviteur, Jacob, que j'ai choisi, race d'Abraham, mon ami,  

King James Bible . [8] But thou, Israel, art my servant, Jacob whom I have chosen, the seed of Abraham my friend.
Luther-Bibel . 8 Du aber, Israel, mein Knecht, Jakob, den ich erwählt habe, du Spross Abrahams, meines Geliebten,

a. wë´aththâh jishërâ´el (jij bent Israël)
b. `abhëdî ja`äqobh (mijn dienaar Jakob)
c. ´äsjèr bëharëthîkhâ (die ik verkies)
d. zèra` ´abhërâhâm ´ohäbhî (zaad van Abraham mijn vriend) .

OF :

a. wë´aththâh jishërâ´el `abhëdî (En jij , Isräel mijn dienaar OF en jij bent mijn dienaar Israël)
b. ja`äqobh ´äsjèr bëharëthîkhâ (Jakob die ik verkies)
c. zèra` ´abhërâhâm ´ohäbhî (zaad van Abraham mijn vriend)

Tekstuitleg van Js 41,8 . Het vers Js 41,8 telt 9 (3²) woorden en 38 (2 X 19) letters . De getalwazarde van Js 41,8 is 2905 (5 X 7 X 83) .

Js 41,8.1. ´aththâh / ´âththâh (jij) . Taalgebruik in Tenach : ´aththâh / ´âththâh (jij) . Taalgebruik in Jesaja : ´aththâh / ´âththâh (jij) .Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 , he = 5 ; totaal : 28 (2² X 7) OF 406 (2 X 7 X 29) . Structuur : 1 - 4 - 5 . Tenach (614) . Js (26) . Js 1-39 (13) . Js 40-55 (9) . Js 56-66 (4) . Js 40-55 (9) : (1) Js 41,9 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,26 . (4) Js 44,17 . (5) Js 44,21 . (6) Js 45,15 . (7) Js 48,4 . (8) Js 49,3 . (9) Js 51,16 . (10) Js 63,16 . (11) Js 64,4 . (12) Js 64,7 . (13) Js 66,10 .
- wë´aththâh (en jij) . Tenach (191) . Js (8) : (1) Js 14,13 . (2) Js 14,19 . (3) Js 33,1 . (4) Js 37,11 . (5) Js 38,17 . (6) Js 41,8 . (7) Js 41,16 . (8) Js 64,7 .

Js 41,8.2. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenach : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (priemgetal) (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Tenach (2044) . Pentateuch (502) . Tenach (2044) . Js (73) . Js 1-39 (38) . Js 40-66 (35) . Js 41 (5) : (1) Js 41,8 . (2) Js 41,14 . (3) Js 41,16 . (4) Js 41,17 . (5) Js 41,20 .

Js 41,8.3. `bdj van het zelfst. naamw. `èbhèd (dienaar, knecht) . Taalgebruik in Tenach : `èbhèd (dienaar) . Getalwaarde : ayin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 . Totaal : 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . `-b-d in Tenach (115) . Gr. pais (kind) . Taalgebruik in het N.T. : pais (kind) . Taalgebruik in de Septuaginta : pais (kind) . OF : Taalgebruik in het N.T. : doulos (dienaar) . doulos (dienaar) . Taalgebruik in de Septuaginta : doulos (dienaar) . Een vorm van doulos (dienaar) in de Septuaginta (383) , in het N.T. (124) . Een vorm van pais (kind) in de Septuaginta (470) , in het N.T. (24) . `-b-d-j ( status constr. mv. `abhëde(j) (dienaren van...) OF `bd enk. + suff. 1ste pers. enk : `abhëdî (mijn dienaar) in Tenach (145) , in Js (21) : (1) Js 19,9 . (2) Js 20,3 . (3) Js 30,24 . (4) Js 36,9 . (5) Js 37,5 . (6) Js 37,35 . (7) Js 41,8 . (8) Js 41,9 . (9) Js 42,1 . (10) Js 42,19 . (11) Js 44,1 . (12) Js 44,2 . (13) Js 44,21 . (14) Js 45,4 . (15) Js 49,3 . (16) Js 52,13 . (17) Js 53,11 . (18) Js 54,17 . (19) Js 65,8 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 .
Ofschoon verschillend in volgorde hebben de woorden `bdj (mijn dienaar) en ja`äqobh (Jakob) drie letters gemeenschappelijk : de jod (10) , de ajin (16 of 70) en de beth (2) . In Js 41,8 staat het wel bij Israël , maar het staat toch naast het woord Jakob en gaat aan het woord Jakob vooraf .

Js 41,8.4. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-66 (25) : (1) Js 40,27 . (2) Js 41,8 . (3) Js 41,14 . (4) Js 41,21 . (5) Js 42,24 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,22 . (8) Js 43,28 . (9) Js 44,1 . (10) Js 44,2 . (11) Js 44,5 . (12) Js 44,21 . (13) Js 44,23 . (14) Js 45,4 . (15) Js 45,19 . (16) Js 46,3 . (17) Js 48,1 . (18) Js 48,12 . (19) Js 48,20 . (20) Js 49,5 . (21) Js 49,6 . (22) Js 49,26 . (23) Js 58,1 . (24) Js 58,14 . (25) Js 60,16 .
Ofschoon verschillend in volgorde hebben de woorden `bdj (mijn dienaar) en ja`äqobh (Jakob) drie letters gemeenschappelijk : de jod (10) , de ajin (16 of 70) en de beth (2) . In Js 41,8 staat het wel bij Israël , maar het staat toch naast het woord Jakob en gaat aan het woord Jakob vooraf .

Js 41,8.3. - 4. `abhëdî ja`äqobh (mijn dienaar Jakob) . Tenach (6) : (1) Js 41,8 . (2) Js 44,2 . (3) Js 45,4 . (4) Jr 30,10 . (5) Jr 46,27 . (6) Jr 46,28 . ja`äqobh `abhëdî (Jakob mijn dienaar) . Tenach (1) : Js 44,1 .
Ofschoon verschillend in volgorde hebben de woorden `bdj (mijn dienaar) en ja`äqobh (Jakob) drie letters gemeenschappelijk : de jod (10) , de ajin (16 of 70) en de beth (2) . In Js 41,8 staat het wel bij Israël , maar het staat toch naast het woord Jakob en gaat aan het woord Jakob vooraf .

Js 41,8.5. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (4012) . Js (119) . Js 1-39 (82) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (19) . Js 41 (3) : (1) Js 41,8 . (2) Js 41,9 . (3) Js 41,22 .

Js 41,8.4. - 5. ja`äqobh ´äsjèr (Jakob die) . Tenach (6) : (1) Gn 35,26 . (2) 1 K 18,31 . (3) 2 K 17,34 . (4) Ps 47,5 . (5) Js 29,22 . (6) Js 41,8 .

Js 41,8.6. bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Tenach : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Jesaja : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Getalwaarde : beth = 2 , chet = 8 , resj = 20 of 200 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7) . Structuur : 2 - 8 - 2 . Gr. eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in het N.T. : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in de Septuaginta : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Lat. eligere . Fr. elire , choissir . E. to choose , to elect . D. auswählen . Een vorm van eklegô in de LXX (141) , (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) in het N.T. (22) . Een vorm van bâchar (kiezen, uitverkiezen) in Gn (2) , Ex (2) , Nu (3) , Dt (26) , Js in 19 verzen : (1) Js 1,29 . (2) Js 7,15 . (3) Js 7,16 . (4) Js 14,1 . (5) Js 40,20 . (6) Js 41,8 . (7) Js 41,9 . (8) Js 41,24 . (9) Js 43,10 . (10) Js 44,1 . (11) Js 44,2 . (12) Js 48,10 . (13) Js 49,7 . (14) Js 56,4 . (15) Js 58,5 . (16) Js 58,6 . (17) Js 65,12 . (18) Js 66,3 . (19) Js 66,4 . Tegenover welbehagen staat mishagen (râ`â`) . Andere profet. boeken (7) .
- bëharëthîkhâ (ik verkoos jou) . Tenach (3) : (1) Js 41,8 . (2) Js 41,9 . (3) Js 48,10 .
- wajjibhëchârèkhâ (en ik verkoos jou) < verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal imperf. 3de pers. ma,n. enk. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Tenach (1) : Js 49,7 .

Js 41,8.7. zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) . Taalgebruik in Tenach : zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) . Getalwaarde : zajin = 7 , resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 43 OF 277 (priemgetal) . Structuur : 7 - 2 - 7 . Tenach (70) . Pentateuch (28) . Jesaja (14) : (1) Js 1,4 . (2) Js 6,13 . (3) Js 14,20 . (4) Js 23,3 . (5) Js 41,8 . (6) Js 45,25 . (7) Js 53,10 . (8) Js 55,10 . (9) Js 57,3 . (10) Js 57,4 . (11) Js 59,21 . (12) Js 61,9 . (13) Js 65,9 . (14) Js 65,23 .
Met dezelfde medeklinkers in een andere volgorde : `âzar (helpen, bijstaan) . Taalgebruik in Tenach : `âzar (helpen, bijstaan) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , zajin = 7 , resj = 20 of 200 . Totaal : 43 (priemgetal) of 277 (priemgetal) . Structuur : 7 - 7 - 2 .
In zèra` (zaad, nageslacht, nakomeling) zit het woord ra` (slecht, kwaad, boos, misdadig) . Taalgebruik in Tenach : ra` (slecht, kwaad, boos, misdadig) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 270 (2 X 3³ X 5) . Structuur : 2 - 7 . ra` is het tegenoversgestelde van goed . Goed - slecht ; goed - kwaad . Kwaad in de betekenis van boos worden om iets dat gedaan werd . We zouden kunnen spreken van goed-doener en slecht-doener , maar we gebruiken evenwel wel-doener . We spreken niet van slecht-doener of kwaad- doener , maar wel van een mis-dadiger (mis -doen) of een boos-doener . Zie ook : râ`a` (kwaad, slecht, verdrietig, ontevreden zijn) . Taalgebruik in Tenach : râ`a` (kwaad, slecht, verdrietig, ontevreden zijn) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 52 (2 X 26) OF 340 (2² X 5 X 17) . Structuur : 2 - 7 - 7 .

Js 41,8.8. ´abhërâhâm (Abraham) . Zie : ´abhërâm (Abram) . Taalgebruik in Tenach : ´abhërâm (Abram) . Getalwaarde : aleph = 1 , beth = 2 , resj = 20 of 200 , he = 5 , mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 248 (2³ X 31) . Structuur : 1 - 2 - 2 - 5 - 4 . Tenach (128) . Pentateuch (105) . Js (4) : (1) Js 29,22 . (2) Js 41,8 . (3) Js 51,2 . (4) Js 63,16 .
Ofschoon verschillend in de volgorde van de letters hebben de woorden ´abhërâhâm (Abraham) en ´ohäbhî (beminnende mij = mijn beminde) drie letters gemeenschappelijk : aleph (1) , beth (2) en he (5) . In beiden zitten de medeklinkers van het woord ´b (vader) . Met een aantal letters van het woord ´abhërâhâm (Abraham) kan het woord ´âhabh (beminnen, liefhebben) gevormd worden .

Js 41,8.9. ´ohäbhî (beminnende mij = mijn beminde = mijn vriend) < act. qal part. mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. van het werkw. ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Taalgebruik in Tenach : ´âhabh (beminnen, liefhebben) . Getalwaarde : aleph = 1 , he = 5 , beth = 2 ; totaal : 8 (2²) . Structuur : 1 - 5 - 2 . ´-h-b-j . Tenach (8) . Deze vorm slechts in Js 41,8 .
Ofschoon verschillend in de volgorde van de letters hebben de woorden ´abhërâhâm (Abraham) en ´ohäbhî (beminnende mij = mijn beminde) drie letters gemeenschappelijk : aleph (1) , beth (2) en he (5) . In beiden zitten de medeklinkers van het woord ´b (vader) . Met een aantal letters van het woord ´abhërâhâm (Abraham) kan het woord ´âhabh (beminnen, liefhebben) gevormd worden .

Js 41,9 - Js 41,9 . Vrees niet - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,8 - Js 41,9 - Js 41,10 - Js 41,11 - Js 41,12 - Js 41,13 - Js 41,14 - Js 41,15 - Js 41,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9ou antelabomèn ap' akrôn tès gès kai ek tôn skopiôn autès ekalesa se kai eipa soi pais mou ei exelexamèn se kai ouk egkatelipon se  9 in quo adprehendi te ab extremis terrae et a longinquis eius vocavi te et dixi tibi servus meus es tu elegi te et non abieci te    9 Gij, welken Ik gegrepen heb van de einden der aarde, en uit haar bijzonderste geroepen heb; en zeide tot u: Gij zijt Mijn knecht; u heb Ik uitverkoren, en heb u niet verworpen.   [9] die Ik gegrepen heb in de verste hoeken van de aarde, die Ik uit afgelegen oorden opgeroepen heb, tot wie Ik sprak: ‘Mijn dienstknecht bent u, degene die Ik uitverkoren en niet verworpen heb’:   [9] jou die ik heb weggehaald van de einden der aarde, die ik van haar verste uithoeken terugriep – jou zeg ik: Jij bent mijn dienaar, jou heb ik gekozen, ik heb je niet afgewezen.   9 jij die ik heb gegrepen van de einden der aarde, uit haar uithoeken heb ik je geroepen,– en tot je gezegd: mijn dienaar ben jij, ik heb jou uitgekozen en zal je niet verwerpen. 9. toi que j'ai saisi aux extrémités de la terre, que j'ai appelé des contrées lointaines, je t'ai dit : « Tu es mon serviteur, je t'ai choisi, je ne t'ai pas rejeté. »  

King James Bible . [9] Thou whom I have taken from the ends of the earth, and called thee from the chief men thereof, and said unto thee, Thou art my servant; I have chosen thee, and not cast thee away.
Luther-Bibel . 9 den ich fest ergriffen habe von den Enden der Erde her und berufen von ihren Grenzen, zu dem ich sprach: Du sollst mein Knecht sein; ich erwähle dich und verwerfe dich nicht –,

Tekstuitleg van Js 41,9 . Het vers Js 41,9 telt 13 woorden en 61 (priemgetal) letters . De getalwaarde van Js 41,9 is 4903 (priemgetal) .

Js 41,9.1. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (4012) . Js (119) . Js 1-39 (82) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (19) . Js 41 (3) : (1) Js 41,8 . (2) Js 41,9 . (3) Js 41,22 .

3. qëtseh (uiterste, laatste) . qëtseh (uiterste, laatste) . Taalgebruik in Tenach : qëtseh (uiterste, laatste) . Getalwaarde : Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , tsade = 18 of 90 , he = 5 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 195 (3 X 5 X 13) . Structuur : 1 - 9 - 5 . Tenach (30) . Js (5) : (1) Js 2,7 . (2) Js 7,3 . (3) Js 48,20 . (4) Js 49,6 . (5)Js 62,11 .
- vr. mv. qëtsôth (uiteinden) van het zelfst. naamw. . Tenach (17) . Js (2) : (1) Js 40,28 . (2) Js 41,5 .
-- qëtsôth hâ´ârèts (uiteinden van de aarde) . Tenach (2) : (1) Js 40,28 . (2) Js 41,5 .
- miqëtsôth (van uiteinden) < voorzetsel min + vr. mv. qëtsôth (uiteinden) van het zelfst. naamw. . Tenach (4) : (1) 1 K 6,24 . (2) 1 K 12,13 . (3) 1 K 13,33 . (4) Js 41,9 .
-- miqëtsôth hâ´ârèts (van uiteinden van de aarde) . Tenach (1) : Js 41,9 .
- miqëtseh (van het einde) . Tenach (39) . Js (4) : (1) Js 5,26 . (2) Js 13,5 . (3) Js 42,10 . (4) Js 43,6 .
-- miqëtseh hâ´ârèts (vanaf het uiteinde van de aarde) . Tenach (9) : (1) Dt 13,8 . (2) Dt 28,49 . (3) Dt 28,64 . (4) Ps 61,3 . (5) Ps 135,7 . (6) Js 5,26 . (7) Js 42,10 . (8) Js 43,6 . (9) Jr 25,33 .

Js 41,9.4. hâ´ârèts (het land) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw . ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenach : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 200 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 291 (3 X 97) . Structuur : 1 - 2 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het N.T. (248) . Tenach (851) . Pentateuch (316) . Js (58) . Js 1-39 (30) . Js 40-66 (18) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,21 . (3) Js 40,22 . (4) Js 40,28 . (5) Js 41,5 . (6) Js 41,9 . (7) Js 42,5 . (8) Js 42,10 . (9) Js 43,6 . (10) Js 44,24 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,20 . (13) Js 49,6 . (14) Js 51,6 . (15) Js 54,5 . (16) Js 54,9 . (17) Js 55,10 . (18) Js 62,11 .
De woorden ´- r -ts (aarde) en q-r-´(roepen) hebben twee van de drie letters gemeenschappelijk : de aleph (1) en de resj (20 of 200) .

Js 41,9.6. qërâ´thîkhâ < act. qal perf. 1ste pers. enk + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. , van het werkw. qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenach : qârâ´ (roepen, heten) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . Gr. kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het N.T. : kaleô (roepen) . Taalgebruik in de Septuaginta : kaleô (roepen) . E. to call . Lat. vocare (vox = stem) . Fr. appeler (Lat. appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Ned. roepen . D. rufen . Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in de LXX (512) , in het N.T. (148) . Tenach (9) : (1) Nu 24,10 . (2) Js 41,9 . (3) Js 42,6 . (4) Ps 17,6 . (5) Ps 31,18 . (6) Ps 88,10 . (7) Ps 119,146 . (8) Ps 130,1 . (9) Ps 141,1 .

Js 41,9.9. `bdj van het zelfst. naamw. `èbhèd (dienaar, knecht) . Taalgebruik in Tenach : `èbhèd (dienaar) . Getalwaarde : ayin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 . Totaal : 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . `-b-d in Tenach (115) . Gr. pais (kind) . Taalgebruik in het N.T. : pais (kind) . Taalgebruik in de Septuaginta : pais (kind) . OF : Taalgebruik in het N.T. : doulos (dienaar) . doulos (dienaar) . Taalgebruik in de Septuaginta : doulos (dienaar) . Een vorm van doulos (dienaar) in de Septuaginta (383) , in het N.T. (124) . Een vorm van pais (kind) in de Septuaginta (470) , in het N.T. (24) . `-b-d-j ( status constr. mv. `abhëde(j) (dienaren van...) OF `bd enk. + suff. 1ste pers. enk : `abhëdî (mijn dienaar) in Tenach (145) , in Js (21) : (1) Js 19,9 . (2) Js 20,3 . (3) Js 30,24 . (4) Js 36,9 . (5) Js 37,5 . (6) Js 37,35 . (7) Js 41,8 . (8) Js 41,9 . (9) Js 42,1 . (10) Js 42,19 . (11) Js 44,1 . (12) Js 44,2 . (13) Js 44,21 . (14) Js 45,4 . (15) Js 49,3 . (16) Js 52,13 . (17) Js 53,11 . (18) Js 54,17 . (19) Js 65,8 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 .

Js 41,9.10. ´aththâh / ´âththâh (jij) . Taalgebruik in Tenach : ´aththâh / ´âththâh (jij) . Taalgebruik in Jesaja : ´aththâh / ´âththâh (jij) .Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 , he = 5 ; totaal : 28 (2² X 7) OF 406 (2 X 7 X 29) . Structuur : 1 - 4 - 5 . Tenach (614) . Js (26) . Js 1-39 (13) . Js 40-55 (9) . Js 56-66 (4) . Js 40-55 (9) : (1) Js 41,9 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,26 . (4) Js 44,17 . (5) Js 44,21 . (6) Js 45,15 . (7) Js 48,4 . (8) Js 49,3 . (9) Js 51,16 . (10) Js 63,16 . (11) Js 64,4 . (12) Js 64,7 . (13) Js 66,10 .
- wë´aththâh (en jij) . Tenach (191) . Js (8) : (1) Js 14,13 . (2) Js 14,19 . (3) Js 33,1 . (4) Js 37,11 . (5) Js 38,17 . (6) Js 41,8 . (7) Js 41,16 . (8) Js 64,7 .

Js 41,9.11. bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Tenach : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Jesaja : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Getalwaarde : beth = 2 , chet = 8 , resj = 20 of 200 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7) . Structuur : 2 - 8 - 2 . Gr. eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in het N.T. : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in de Septuaginta : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Lat. eligere . Fr. elire , choissir . E. to choose , to elect . D. auswählen . Een vorm van eklegô in de LXX (141) , (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) in het N.T. (22) . Een vorm van bâchar (kiezen, uitverkiezen) in Js (20) .
- bëharëthîkhâ (ik verkoos jou) . Tenach (3) : (1) Js 41,8 . (2) Js 41,9 . (3) Js 48,10 .
- wajjibhëchârèkhâ (en ik verkoos jou) < verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal imperf. 3de pers. ma,n. enk. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Tenach (1) : Js 49,7 .

Js 41,10 - Js 41,10 . Vrees niet - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,8 - Js 41,9 - Js 41,10 - Js 41,11 - Js 41,12 - Js 41,13 - Js 41,14 - Js 41,15 - Js 41,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10mè fobou meta sou gar eimi mè planô egô gar eimi o theos sou o enischusas se kai eboèthèsa soi kai èsfalisamèn se tè dexia tè dikaia mou  10 ne timeas quia tecum sum ego ne declines quia ego Deus tuus confortavi te et auxiliatus sum tui et suscepi te dextera iusti mei    10 Vrees niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand Mijner gerechtigheid.   [10] Wees niet bang, want Ik ben bij u; wees niet angstig, want Ik ben uw God; Ik maak u sterk en sta u bij, Ik ondersteun u met mijn rechtvaardige rechterhand.   [10] Wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je God. Ik zal je sterken, ik zal je helpen, je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.   10 ¶ Vrees niet, want ik ben met je, kijk niet angstig rond, want ik ben je God; sterken zal ik je, ja helpen zal ik je, ja je vasthouden met mijn rechterhand vol gerechtigheid. 10. Ne crains pas car je suis avec toi, ne te laisse pas émouvoir car je suis ton Dieu; je t'ai fortifié et je t'ai aidé, je t'ai soutenu de ma droite justicière.  

King James Bible . [10] Fear thou not; for I am with thee: be not dismayed; for I am thy God: I will strengthen thee; yea, I will help thee; yea, I will uphold thee with the right hand of my righteousness.
Luther-Bibel . 10 fürchte dich nicht, ich bin mit dir; weiche nicht, denn ich bin dein Gott. Ich stärke dich, ich helfe dir auch, ich halte dich durch die rechte Hand meiner Gerechtigkeit.

Tekstuitleg van Js 41,10 .

Js 41,11 - Js 41,11 . Vrees niet - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,8 - Js 41,9 - Js 41,10 - Js 41,11 - Js 41,12 - Js 41,13 - Js 41,14 - Js 41,15 - Js 41,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11idou aischunthèsontai kai entrapèsontai pantes oi antikeimenoi soi esontai gar ôs ouk ontes kai apolountai pantes oi antidikoi sou  11 ecce confundentur et erubescent omnes qui pugnant adversum te erunt quasi non sint et peribunt viri qui contradicunt tibi     11 Ziet, zij zullen beschaamd en te schande worden, allen, die tegen u ontstoken zijn; zij zullen worden als niet, en die lieden, die met u twisten, zullen vergaan.   [11] Kijk, iedereen die woedend is op u moet blozen van schaamte. Zij worden nietig en zullen vergaan, de mannen die met u de strijd zijn aangegaan. [11] Allen die zich fel tegen je keerden zullen gehoond worden en te schande staan. Zij die jou bestreden worden minder dan niets en gaan te gronde.   11 Zie, beschaamd en te schande zullen worden allen die tegen jou ontstoken zijn,– ze zullen worden als niet en verloren gaan, de mannen die jou in het geding brengen.   11. Voici qu'ils seront honteux et humiliés, tous ceux qui s'enflammaient contre toi. Ils seront réduits à rien et périront, ceux qui te cherchaient querelle.  

King James Bible . [11] Behold, all they that were incensed against thee shall be ashamed and confounded: they shall be as nothing; and they that strive with thee shall perish.
Luther-Bibel . 11 Siehe, zu Spott und zuschanden sollen werden alle, die dich hassen; sie sollen werden wie nichts und die Leute, die mit dir hadern, sollen umkommen.

Tekstuitleg van Js 41,11 .

1. hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenach : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . idou (zie) in de LXX (1145) , in het N.T. (200) .
- hen (zie) . Tenach (106) . Js (25) : (1) Js 23,13 . (2) Js 32,1 . (3) Js 33,7 . (4) Js 40,15 . (5) Js 41,11 . (6) Js 41,24 . (7) Js 41,29 . (8) Js 42,1 . (9) Js 44,11 . (10) Js 49,16 . (11) Js 49,21 . (12) Js 50,1 . (13) Js 50,2 . (14) Js 50,9 . (15) Js 50,11 . (16) Js 54,15 . (17) Js 54,16 . (18) Js 55,4 . (19) Js 55,5 . (20) Js 56,3 . (21) Js 58,3 . (22) Js 58,4 . (23) Js 59,1 . (24) Js 64,4 . (25) Js 64,8 .
- hinneh (zie) . Tenach (495) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .
- hinënî (zie ik) . Tenach (177) . Js (14) : (1) Js 6,8 . (2) Js 13,17 . (3) Js 28,16 . (4) Js 29,14 . (5) Js 37,7 . (6) Js 38,5 . (7) Js 38,8 . (8) Js 43,19 . (9) Js 52,6 . (10) Js 58,9 . (11) Js 65,1 . (12) Js 65,17 . (13) Js 65,18 . (14) Js 66,12 .

Js 41,12 - Js 41,12 . Vrees niet - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,8 - Js 41,9 - Js 41,10 - Js 41,11 - Js 41,12 - Js 41,13 - Js 41,14 - Js 41,15 - Js 41,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12zètèseis autous kai ou mè eurès tous anthrôpous oi paroinèsousin eis se esontai gar ôs ouk ontes kai ouk esontai oi antipolemountes se  12 quaeres eos et non invenies viros rebelles tuos erunt quasi non sint et veluti consumptio homines bellantes adversum te     12 Gij zult hen zoeken, maar zult hen niet vinden; de lieden, die met u kijven, zullen worden als niet, en die lieden, die met u oorlogen, als een nietig ding.   [12] Als u hen zoekt, zult u ze niet meer vinden, die mannen die u hebben aangeklaagd; zij zullen nietig zijn, die mannen die u bestrijden.   [12] Zij die jou onderdrukten zijn onvindbaar, je zoekt ze vergeefs. De vijanden die jou bevochten zullen verdwijnen in het niets.   12 Je zult ze zoeken maar niet meer vinden, de mannen die je bestoken,– ze zullen worden als niet, als niets, die mannen die oorlog tegen je voeren.   12. Tu les chercheras et tu ne les trouveras pas, ceux qui te combattaient; ils seront réduits à rien, anéantis, ceux qui te faisaient la guerre.  

King James Bible . [12] Thou shalt seek them, and shalt not find them, even them that contended with thee: they that war against thee shall be as nothing, and as a thing of nought.
Luther-Bibel . 12 Wenn du nach ihnen fragst, wirst du sie nicht finden. Die mit dir hadern, sollen werden wie nichts, und die wider dich streiten, sollen ein Ende haben.

Tekstuitleg van Js 41,12 .

Js 41,13 - Js 41,13 . Vrees niet - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,8 - Js 41,9 - Js 41,10 - Js 41,11 - Js 41,12 - Js 41,13 - Js 41,14 - Js 41,15 - Js 41,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13oti egô o theos sou o kratôn tès dexias sou o legôn soi mè fobou  13 quia ego Dominus Deus tuus adprehendens manum tuam dicensque tibi ne timeas ego adiuvi te     13 Want Ik, de HEERE, uw God, grijp uw rechterhand aan, Die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.   [13] Want Ik, de heer, Ik ben uw God, die u vasthoudt bij uw rechterhand, die tegen u zegt: ‘Wees niet bang, Ik sta u bij.’   [13] Want ik ben de HEER, je God, ik neem je bij je rechterhand en zeg je: Wees niet bang, ik zal je helpen.   13 Want ik ben de ENE, je God, die jouw rechterhand sterk maakt,– die tot je zegt: vrees niet, ik zal je helpen! ••   13. Car moi, Yahvé, ton Dieu, je te saisis la main droite, je te dis : « Ne crains pas, c'est moi qui te viens en aide. » 

King James Bible . [13] For I the LORD thy God will hold thy right hand, saying unto thee, Fear not; I will help thee.
Luther-Bibel . 13 Denn ich bin der HERR, dein Gott, der deine rechte Hand fasst und zu dir spricht: Fürchte dich nicht, ich helfe dir!

Tekstuitleg van Js 41,13 .

Js 41,14 - Js 41,14 . Vrees niet - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,8 - Js 41,9 - Js 41,10 - Js 41,11 - Js 41,12 - Js 41,13 - Js 41,14 - Js 41,15 - Js 41,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14iakôb oligostos israèl egô eboèthèsa soi legei o theos o lutroumenos se israèl  14 noli timere vermis Iacob qui mortui estis ex Israhel ego auxiliatus sum tui dicit Dominus et redemptor tuus Sanctus Israhel     14 Vrees niet, gij wormpje Jakobs, gij volkje Israëls! Ik help u, spreekt de HEERE, en uw Verlosser is de Heilige Israëls!   [14] Wees niet bang, wormen van Jakob, mensen van Israël. Ik sta u bij – godsspraak van de heer – uw verlosser*, de Heilige van Israël.   [14] Wees niet bang, kleine Jakob, arm volk van Israël, ik zal je helpen – spreekt de HEER –, de Heilige van Israël is je bevrijder.  14 Vrees niet, jij worm Jakob, luitjes van Israël,– ik zal je helpen!– tijding van de ENE, je losser, de Heilige van Israël.   14. Ne crains pas, vermisseau de Jacob, et vous, pauvres gens d'Israël. C'est moi qui te viens en aide, oracle de Yahvé, celui qui te rachète, c'est le Saint d'Israël.  

King James Bible . [14] Fear not, thou worm Jacob, and ye men of Israel; I will help thee, saith the LORD, and thy redeemer, the Holy One of Israel.
Luther-Bibel . 14 Fürchte dich nicht, du Würmlein Jakob, du armer Haufe Israel. Ich helfe dir, spricht der HERR, und dein Erlöser ist der Heilige Israels.

Tekstuitleg van Js 41,14 .

4. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-66 (25) : (1) Js 40,27 . (2) Js 41,8 . (3) Js 41,14 . (4) Js 41,21 . (5) Js 42,24 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,22 . (8) Js 43,28 . (9) Js 44,1 . (10) Js 44,2 . (11) Js 44,5 . (12) Js 44,21 . (13) Js 44,23 . (14) Js 45,4 . (15) Js 45,19 . (16) Js 46,3 . (17) Js 48,1 . (18) Js 48,12 . (19) Js 48,20 . (20) Js 49,5 . (21) Js 49,6 . (22) Js 49,26 . (23) Js 58,1 . (24) Js 58,14 . (25) Js 60,16 .

6. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenach : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Tenach (2044) . Pentateuch (502) . Tenach (2044) . Js (73) . Js 1-39 (38) . Js 40-66 (35) . Js 41 (5) : (1) Js 41,8 . (2) Js 41,14 . (3) Js 41,16 . (4) Js 41,17 . (5) Js 41,20 .

13. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenach : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Tenach (2044) . Pentateuch (502) . Tenach (2044) . Js (73) . Js 1-39 (38) . Js 40-66 (35) . Js 41 (5) : (1) Js 41,8 . (2) Js 41,14 . (3) Js 41,16 . (4) Js 41,17 . (5) Js 41,20 .

Js 41,15 - Js 41,15 . Vrees niet - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,8 - Js 41,9 - Js 41,10 - Js 41,11 - Js 41,12 - Js 41,13 - Js 41,14 - Js 41,15 - Js 41,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15idou epoièsa se ôs trochous amaxès aloôntas kainous pristèroeideis kai aloèseis orè kai leptuneis bounous kai ôs chnoun thèseis 15 ego posui te quasi plaustrum triturans novum habens rostra serrantia triturabis montes et comminues et colles quasi pulverem pones     15 Ziet, Ik heb u tot een scherpe nieuwe dorsslede gesteld, die scherpe pinnen heeft; gij zult bergen dorsen en vermalen, en heuvelen zult gij stellen gelijk kaf.  [15] Zie, Ik maak u tot een dorswagen, nieuw, scherp, met dubbele snede; u zult bergen* dorsen en verpulveren, en heuvels behandelen als kaf.   [15] Ik maak van jou een scherpe dorsslede, een nieuwe slede met dubbele sneden. Bergen zul je dorsen en vermalen, van heuvels laat je niets over dan kaf.   15 Zie, maken zal ik jou tot een dorsslee, geslepen en gloednieuw, met dubbele sneden; je zult bergen dorsen en verpulveren, heuvels vermalen als kaf.   15. Voici que j'ai fait de toi un traîneau à battre, tout neuf, à doubles dents. Tu écraseras les montagnes, tu les pulvériseras, les collines, tu en feras de la paille.  

King James Bible . [15] Behold, I will make thee a new sharp threshing instrument having teeth: thou shalt thresh the mountains, and beat them small, and shalt make the hills as chaff.
Luther-Bibel . 15 Siehe, ich habe dich zum scharfen, neuen Dreschwagen gemacht, der viele Zacken hat, dass du Berge zerdreschen und zermalmen sollst und Hügel wie Spreu machen.

Tekstuitleg van Js 41,15 .

1. hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenach : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . idou (zie) in de LXX (1145) , in het N.T. (200) .
- hen (zie) . Tenach (106) . Js (25) : (1) Js 23,13 . (2) Js 32,1 . (3) Js 33,7 . (4) Js 40,15 . (5) Js 41,11 . (6) Js 41,24 . (7) Js 41,29 . (8) Js 42,1 . (9) Js 44,11 . (10) Js 49,16 . (11) Js 49,21 . (12) Js 50,1 . (13) Js 50,2 . (14) Js 50,9 . (15) Js 50,11 . (16) Js 54,15 . (17) Js 54,16 . (18) Js 55,4 . (19) Js 55,5 . (20) Js 56,3 . (21) Js 58,3 . (22) Js 58,4 . (23) Js 59,1 . (24) Js 64,4 . (25) Js 64,8 .
- hinneh (zie) . Tenach (495) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .
- hinënî (zie ik) . Tenach (177) . Js (14) : (1) Js 6,8 . (2) Js 13,17 . (3) Js 28,16 . (4) Js 29,14 . (5) Js 37,7 . (6) Js 38,5 . (7) Js 38,8 . (8) Js 43,19 . (9) Js 52,6 . (10) Js 58,9 . (11) Js 65,1 . (12) Js 65,17 . (13) Js 65,18 . (14) Js 66,12 .

5. châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . Taalgebruik in Tenach : châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . Getalwaarde : chet = 8 , daleth = 4 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 312 (2³ X 3 X 13 OF 12 X 26) . Structuur : 8 - 4 - 3 . ch-d-sj . Tenach (61) . Js (5) . châdâsj . Js (4) : (1) Js 41,15 . (2) Js 42,10 . (3) Js 62,2 . (4) Js 66,23 .
- chädâsjâh (nieuw, vers, ongebruikt) . bijvoegL naamw. vr. enk. . ch-d-sj-h . Tenach (17) . chädâsjâh . Js (2) : (1) Js 43,19 . (2) Js 65,17 .
- chädâsjîm (nieuw, vers, ongebruikt) . bijvoegL naamw. mann. mv. . ch-d-sj-i-m . Tenach (38) . Js (1) : Js 65,17 .
- hachädâsjîm < bepaald lidw. ha + bijvoegl. naamw. mann mv. . Tenach (2) : (1) Js 66,22 . (2) Neh 10,34 .
- hachädâsjâh < bepaald lidw. ha + vr. enk. van het bijvoegl. naamw. mann. enk. Tenach (3) : (1) 1 K 11,30 . (2) Js 66,22 . (3) 2 Kr 20,5 .

6. ba`al / bâ`al (Baäl, meester) . Taalgebruik in Tenach : ba`al / bâ`al (Baäl, meester) . Getalwaarde : beth = 2 , ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 102 (2 X 3 X 17) . Structuur : 2 - 7 - 3 . Tenach (58) . Pentateuch (19) . Js (2) : (1) Js 41,15 . (2) Js 50,8 .
- mann. mv. stat. construct. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. bë`âlâ(j)w (zijn meesters) . Tenach (10) : (1) Ex 21,29 . (2) Ex 21,36 . (3) Ex 22,10 . (4) Ex 22,13 . (5) Ex 22,14 . (6) Js 1,3 . (7) Spr 1,19 . (8) Spr 16,22 . (9) Spr 17,8 . (10) Pr 8,8 .

Js 41,16 - Js 41,16 . Vrees niet - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,8 - Js 41,9 - Js 41,10 - Js 41,11 - Js 41,12 - Js 41,13 - Js 41,14 - Js 41,15 - Js 41,16 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16kai likmèseis kai anemos lèmpsetai autous kai kataigis diasperei autous su de eufranthèsè en tois agiois israèl kai agalliasontai  16 ventilabis eos et ventus tollet et turbo disperget eos et tu exultabis in Domino in Sancto Israhel laetaberis     16 Gij zult ze wannen, en de wind zal ze wegnemen, en de stormwind zal ze verstrooien; maar gij zult u verheugen in den HEERE; in den Heilige Israëls zult gij u roemen.   [16] U zult ze verspreiden, de wind draagt ze weg, en de storm verstrooit ze; maar u zult juichen om de heer, u zult zich beroemen op de Heilige van Israël.   [16] Je zult ze wannen, en de wind neemt ze op, de stormwind jaagt ze uiteen. Dan zul je juichen om de HEER, je om de Heilige van Israël gelukkig prijzen.   16 Je zult ze wannen en de wind draagt ze weg, een storm zal ze verstrooien; jij zult jubelen in de ENE, om Israëls Heilige zul je je gelukkig prijzen. ••   16. Tu les vanneras, le vent les emportera et l'ouragan les dispersera; pour toi, tu te réjouiras en Yahvé, tu te glorifieras dans le Saint d'Israël.  

King James Bible . [16] Thou shalt fan them, and the wind shall carry them away, and the whirlwind shall scatter them: and thou shalt rejoice in the LORD, and shalt glory in the Holy One of Israel.
Luther-Bibel . 16 Du sollst sie worfeln, dass der Wind sie wegführt und der Wirbelsturm sie verweht. Du aber wirst fröhlich sein über den HERRN und wirst dich rühmen des Heiligen Israels.

Tekstuitleg van Js 41,16 .

2. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Taalgebruik in Jesaja : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Gr. pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het N.T. (379) . Tenach (204) . Pentateuch (19) . Js (28) . Js 1-39 (13) : (1) Js 7,2 . (2) Js 11,2 . (3) Js 17,13 . (4) Js 19,3 . (5) Js 19,14 . (6) Js 25,4 . (7) Js 26,18 . (8) Js 29,10 . (9) Js 29,24 . (10) Js 31,3 . (11) Js 32,2 . (12) Js 32,15 . (13) Js 37,7 . Js 40-66 (15) : (1) Js 40,7 . (2) Js 40,13 . (3) Js 41,29 . (4) Js 54,6 . (5) Js 57,13 . (6) Js 57,15 . (7) Js 57,16 . (8) Js 59,19 . (9) Js 61,1 . (10) Js 61,3 . (11) Js 63,10 . (12) Js 63,11 . (13) Js 63,14 . (14) Js 65,14 . (15) Js 66,2 .
- w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Tenach (2) : (1) Js 41,16 . (2) Js 42,5 .
- rûchî (mijn geest) . Tenach (31) . Js (5) : (1) Js 26,9 . (2) Js 30,1 . (3) Js 38,16 . (4) Js 42,1 . (5) Js 43,3 . (6) Js 59,21 .
- rûchô (zijn geest) . Tenach (15) . Js (1) : Js 11,15 .

7. ´aththâh / ´âththâh (jij) . Taalgebruik in Tenach : ´aththâh / ´âththâh (jij) . Taalgebruik in Jesaja : ´aththâh / ´âththâh (jij) .Getalwaarde : aleph = 1 , thaw = 22 of 400 , he = 5 ; totaal : 28 (2² X 7) OF 406 (2 X 7 X 29) . Structuur : 1 - 4 - 5 . Tenach (614) . Js (26) . Js 1-39 (13) . Js 40-55 (9) . Js 56-66 (4) . Js 40-55 (9) : (1) Js 41,9 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,26 . (4) Js 44,17 . (5) Js 44,21 . (6) Js 45,15 . (7) Js 48,4 . (8) Js 49,3 . (9) Js 51,16 . (10) Js 63,16 . (11) Js 64,4 . (12) Js 64,7 . (13) Js 66,10 .
- wë´aththâh (en jij) . Tenach (191) . Js (8) : (1) Js 14,13 . (2) Js 14,19 . (3) Js 33,1 . (4) Js 37,11 . (5) Js 38,17 . (6) Js 41,8 . (7) Js 41,16 . (8) Js 64,7 .

- Js 41,17-20 . Terugtocht en herstel - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 - Js 41,17 - Js 41,18 - Js 41,19 - Js 41,20 -

Js 41,17 - Js 41,17 . Terugtocht en herstel - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 - Js 41,17 - Js 41,18 - Js 41,19 - Js 41,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17oi ptôchoi kai oi endeeis zètèsousin gar udôr kai ouk estai è glôssa autôn apo tès dipsès exèranthè egô kurios o theos egô epakousomai o theos israèl kai ouk egkataleipsô autous  17 egeni et pauperes quaerunt aquas et non sunt lingua eorum siti aruit ego Dominus exaudiam eos Deus Israhel non derelinquam eos     17 De ellendigen en nooddruftigen zoeken water, maar er is geen, hun tong versmacht van dorst; Ik, de HEERE zal hen verhoren, Ik, de God Israëls, zal hen niet verlaten.   [17] Armen en misdeelden zoeken water en het is er niet, hun tong is door dorst verdroogd. Ik, de heer, zal hen verhoren; Ik, de God van Israël, verlaat hen niet.   [17] Armen en behoeftigen zoeken water – niets! Hun tong verdroogt van de dorst. Ik, de HEER, zal hun antwoord geven, ik, de God van Israël, zal hen niet verlaten.   17 De verdrukten en de armen zoeken naar water, maar nee: hun tong is versmacht van dorst,– ik, de ENE, zal hen verhoren, ik, Israëls God, zal hen niet verlaten.   17. Les miséreux et les pauvres cherchent de l'eau, et rien! Leur langue est desséchée par la soif. Moi, Yahvé, je les exaucerai, Dieu d'Israël, je ne les abandonnerai pas.  

King James Bible . [17] When the poor and needy seek water, and there is none, and their tongue faileth for thirst, I the LORD will hear them, I the God of Israel will not forsake them.
Luther-Bibel . 17 Die Elenden und Armen suchen Wasser und es ist nichts da, ihre Zunge verdorrt vor Durst. Aber ich, der HERR, will sie erhören; ich, der Gott Israels, will sie nicht verlassen.

Tekstuitleg van Js 41,17 .

13. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenach : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Tenach (2044) . Pentateuch (502) . Tenach (2044) . Js (73) . Js 1-39 (38) . Js 40-66 (35) . Js 41 (5) : (1) Js 41,8 . (2) Js 41,14 . (3) Js 41,16 . (4) Js 41,17 . (5) Js 41,20 .

Js 41,18 - Js 41,18 . Terugtocht en herstel - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 - Js 41,17 - Js 41,18 - Js 41,19 - Js 41,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18alla anoixô epi tôn oreôn potamous kai en mesô pediôn pègas poièsô tèn erèmon eis elè kai tèn dipsôsan gèn en udragôgois  18 aperiam in supinis collibus flumina et in medio camporum fontes ponam desertum in stagna aquarum et terram inviam in rivos aquarum     18 Ik zal rivieren op de hoge plaatsen openen, en fonteinen in het midden der valleien; Ik zal de woestijn tot een waterpoel zetten, en het dorre land tot watertochten.   [18] Op kale plekken laat Ik beken ontspringen, en bronnen midden in de vlakten. Van de woestijn maak Ik een waterplas, het dorre land in de woestijn wordt een waterader.   [18] Ik laat op kale heuvels rivieren ontspringen en bronnen in de valleien. In de woestijn laat ik meren ontstaan, uit dorre grond borrelt water op.   18 Ik zal op kale hoogten rivieren openleggen, waterwellen onderin kloven; ik maak de woestijn tot een meer vol water, het droogste land vol weteringen.  18. Sur les monts chauves je ferai jaillir des fleuves, et des sources au milieu des vallées. Je ferai du désert un marécage et de la terre aride des eaux jaillissantes.  

King James Bible . [18] I will open rivers in high places, and fountains in the midst of the valleys: I will make the wilderness a pool of water, and the dry land springs of water.
Luther-Bibel . 18 Ich will Wasserbäche auf den Höhen öffnen und Quellen mitten auf den Feldern und will die Wüste zu Wasserstellen machen und das dürre Land zu Wasserquellen.

Tekstuitleg van Js 41,18 .

Js 41,19 - Js 41,19 . Terugtocht en herstel - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 - Js 41,17 - Js 41,18 - Js 41,19 - Js 41,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19thèsô eis tèn anudron gèn kedron kai puxon kai mursinèn kai kuparisson kai leukèn  19 dabo in solitudine cedrum et spinam et myrtum et lignum olivae ponam in deserto abietem ulmum et buxum simul     19 Ik zal in de woestijn den cederboom, den sittimboom, en den mirteboom, en den olieachtigen boom zetten; Ik zal in de wildernis stellen den denneboom, den beuk, en den busboom te gelijk;   [19] Ik* plant ceder en acacia, mirte en olijf; Ik zal in het dorre land cypressen zetten, olmen en buksbomen, alles bijeen.   [19] Ik plant in de woestijn ceder en acacia, mirte en olijf, en ik laat in de wildernis den, kamperfoelie en cipres opschieten.   19 Ik geef in de woestijn de ceder de ruimte, de acacia, de mirte en de olieboom,– ik zet in de steppe neer de cipres, de plataan en de dennenboom samen.  19. Je mettrai dans le désert le cèdre, l'acacia, le myrte et l'olivier, je placerai dans la steppe pêle-mêle le cyprès, le platane et le buis,  

King James Bible . [19] I will plant in the wilderness the cedar, the shittah tree, and the myrtle, and the oil tree; I will set in the desert the fir tree, and the pine, and the box tree together:
Luther-Bibel . 19 Ich will in der Wüste wachsen lassen Zedern, Akazien, Myrten und Ölbäume; ich will in der Steppe pflanzen miteinander Zypressen, Buchsbaum und Kiefern,

Tekstuitleg van Js 41,19 .

Js 41,20 - Js 41,20 . Terugtocht en herstel - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 - Js 41,17 - Js 41,18 - Js 41,19 - Js 41,20 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20ina idôsin kai gnôsin kai ennoèthôsin kai epistôntai ama oti cheir kuriou epoièsen tauta panta kai o agios tou israèl katedeixen  20 ut videant et sciant et recogitent et intellegant pariter quia manus Domini fecit hoc et Sanctus Israhel creavit illud     20 Opdat zij zien, en bekennen, en overleggen, en te gelijk verstaan, dat de hand des HEEREN zulks gedaan, en dat de Heilige Israëls zulks geschapen heeft.   [20] Zo zal men inzien en erkennen, ter harte nemen en begrijpen, eensgezind, dat de hand van de heer dit heeft gedaan, dat Israëls Heilige het geschapen heeft.   [20] Dan zullen zij zien en beseffen, begrijpen en erkennen dat de hand van de HEER dit heeft verricht, dat de Heilige van Israël dit alles schiep.   20 Opdat zij zullen zien, beseffen, opmerken en begrijpen samen dat de hand van de ENE dit heeft gedaan,– Israëls Heilige het heeft geschapen. ••   20. afin que l'on voie et que l'on sache, que l'on fasse attention et que l'on comprenne que la main de Yahvé a fait cela, que le Saint d'Israël l'a créé. 

King James Bible . [20] That they may see, and know, and consider, and understand together, that the hand of the LORD hath done this, and the Holy One of Israel hath created it.
Luther-Bibel . 20 damit man zugleich sehe und erkenne und merke und verstehe: Des HERRN Hand hat dies getan, und der Heilige Israels hat es geschaffen. Die Götter sollen ihre Macht beweisen

Tekstuitleg van Js 41,20 .

13. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenach : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Tenach (2044) . Pentateuch (502) . Tenach (2044) . Js (73) . Js 1-39 (38) . Js 40-66 (35) . Js 41 (5) : (1) Js 41,8 . (2) Js 41,14 . (3) Js 41,16 . (4) Js 41,17 . (5) Js 41,20 .

14. bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik : bârâ´ (scheppen) . b r ` : Tenach (17) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 23 of 203 . Structuur : 2 - 20 of 200 - 1 ; 2 - 2 -1 . Lat. creare . Fr. créer . E. to create . D. schaffen . Een vorm van b-r-´ (scheppen) in Tenach in 17 verzen (21X) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 1,27 . (3) Gn 2,3 . (4) Gn 5,1 . (5) Dt 4,32 . (6) 2 K 12,17 . (7) Js 40,26 . (8) Jr 31,22 . (9) Ez 21,24 . (10) Ps 51,12 . (11) In zeven verzen in Da .
-- bârâ´ ´êlohîm (God schiep) . Tenach (3 / 10) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 2,3 . (3) Dt 4,32 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal 3de pers. mann. enk. ûbârâ´(en hij schiep) . Tenach (1) Js 4,5 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. bârâ´thî (ik schiep) . Tenach (5) : (1) Gn 6,7 . (2) Js 45,12 . (3) Js 54,16 . (4) Da 8,2 . (5) Da 8,15 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. bërâ´thîw (ik schiep hem) . Tenach (2) : (1) Js 43,7 . (2) Js 45,8 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. vr. enk. bërâ´âh (en hem scheppende) . Tenach (2) : (1) Js 41,20 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk. bôre´(scheppend) . Tenach (7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 43,15 . (4) Js 45,18 . (5) Js 57,19 . (6) Js 65,17 . (7) Js 65,18 .
-- bôre´(scheppend) sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Tenach (1) : Js 65,17 .
-- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) . Tenach (3 / 7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 45,18 .
--- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) . Tenach (2 / 7) : (1) Js 42,5 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk.+ suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. bora´äkhâ (jou scheppend) . Tenach (1) Js 43,1 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal part. nom. mann. enk. ûbôre´(en scheppend) . Tenach (1) Js 45,7 .

- Js 41,21-29 . Uitdaging aan de volken - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,21 - Js 41,22 - Js 41,23 - Js 41,24 - Js 41,25 - Js 41,26 - Js 41,27 - Js 41,28 - Js 41,29 -

Js 41,21 - Js 41,21 . Uitdaging aan de volken - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,21 - Js 41,22 - Js 41,23 - Js 41,24 - Js 41,25 - Js 41,26 - Js 41,27 - Js 41,28 - Js 41,29 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21eggizei è krisis umôn legei kurios o theos èggisan ai boulai umôn legei o basileus iakôb  21 prope facite iudicium vestrum dicit Dominus adferte si quid forte habetis dixit Rex Iacob    21 Brengt ulieder twistzaak voor, zegt de HEERE; brengt uw vaste bewijsredenen bij, zegt de Koning van Jakob.   [21] ‘Leg* uw zaak voor’, zegt de heer; ‘voer uw bewijzen aan’, zegt Jakobs koning.   [21] Voer jullie rechtsgeding, zegt de HEER, lever overtuigende bewijzen, zegt Jakobs koning.   21 ¶ Nadert met uw twistgeding, zegt de ENE,– laat aantreden uw bewijsstukken, zegt de koning van Jakob.  21. Présentez votre querelle, dit Yahvé, produisez vos arguments, dit le roi de Jacob.  

King James Bible . [21] Produce your cause, saith the LORD; bring forth your strong reasons, saith the King of Jacob.
Luther-Bibel . 21 Bringt eure Sache vor, spricht der HERR; sagt an, womit ihr euch verteidigen wollt, spricht der König in Jakob.

Tekstuitleg van Js 41,21 .

9. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-66 (25) : (1) Js 40,27 . (2) Js 41,8 . (3) Js 41,14 . (4) Js 41,21 . (5) Js 42,24 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,22 . (8) Js 43,28 . (9) Js 44,1 . (10) Js 44,2 . (11) Js 44,5 . (12) Js 44,21 . (13) Js 44,23 . (14) Js 45,4 . (15) Js 45,19 . (16) Js 46,3 . (17) Js 48,1 . (18) Js 48,12 . (19) Js 48,20 . (20) Js 49,5 . (21) Js 49,6 . (22) Js 49,26 . (23) Js 58,1 . (24) Js 58,14 . (25) Js 60,16 .

Js 41,22 - Js 41,22 . Uitdaging aan de volken - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,21 - Js 41,22 - Js 41,23 - Js 41,24 - Js 41,25 - Js 41,26 - Js 41,27 - Js 41,28 - Js 41,29 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22eggisatôsan kai anaggeilatôsan umin a sumbèsetai è ta protera tina èn eipate kai epistèsomen ton noun kai gnôsometha ti ta eschata kai ta eperchomena eipate èmin 22 accedant et nuntient nobis quaecumque ventura sunt priora quae fuerint nuntiate et ponemus cor nostrum et sciemus novissima eorum et quae ventura sunt indicate nobis     22 Laat hen voortbrengen en ons verkondigen de dingen, die gebeuren zullen; verkondigt de vorige dingen, welke die geweest zijn, opdat wij het ter harte nemen, en het einde daarvan weten; of doet ons de toekomende dingen horen.   [22] Laat hen naderen en ons vertellen wat er gebeuren zal. Wat vroeger is gebeurd, hebben zij daarvan iets aangekondigd dat onze aandacht verdient? Of laat ons horen wat nog gebeuren gaat, dan zouden wij de toekomst te weten komen.   [22] Kom ermee voor den dag en vertel ons wat er gebeuren zal. Vertel ons over wat vroeger is gebeurd, zodat wij de afloop nu al kennen. Licht ons in over wat komen gaat,   22 Laat ze aantreden en ons melden al wat zal gaan gebeuren,– de eerste dingen, hoe die waren, meldt dat, dat wij ons hart erop richten en weten wat er in het laatst van zal worden, of de komende dingen, doe ons die horen!   22. Qu'ils produisent et qu'ils nous montrent les choses qui doivent arriver. Les choses passées, que furent-elles ? montrez-le, que nous y réfléchissions et que nous en connaissions la suite. Ou bien faites-nous entendre les choses à venir,  

King James Bible . [22] Let them bring them forth, and shew us what shall happen: let them shew the former things, what they be, that we may consider them, and know the latter end of them; or declare us things for to come.
Luther-Bibel . 22 Sie sollen herzutreten und uns verkündigen, was kommen wird. Verkündigt es doch, was früher geweissagt wurde, damit wir darauf achten! Oder lasst uns hören, was kommen wird, damit wir merken, dass es eintrifft!

Tekstuitleg van Js 41,22 .

5. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (4012) . Js (119) . Js 1-39 (82) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (19) . Js 41 (3) : (1) Js 41,8 . (2) Js 41,9 . (3) Js 41,22 .

9. hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenach : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . idou (zie) in de LXX (1145) , in het N.T. (200) .
- hen (zie) . Tenach (106) . Js (25) : (1) Js 23,13 . (2) Js 32,1 . (3) Js 33,7 . (4) Js 40,15 . (5) Js 41,11 . (6) Js 41,24 . (7) Js 41,29 . (8) Js 42,1 . (9) Js 44,11 . (10) Js 49,16 . (11) Js 49,21 . (12) Js 50,1 . (13) Js 50,2 . (14) Js 50,9 . (15) Js 50,11 . (16) Js 54,15 . (17) Js 54,16 . (18) Js 55,4 . (19) Js 55,5 . (20) Js 56,3 . (21) Js 58,3 . (22) Js 58,4 . (23) Js 59,1 . (24) Js 64,4 . (25) Js 64,8 .
- hinneh (zie) . Tenach (495) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .
- hinënî (zie ik) . Tenach (177) . Js (14) : (1) Js 6,8 . (2) Js 13,17 . (3) Js 28,16 . (4) Js 29,14 . (5) Js 37,7 . (6) Js 38,5 . (7) Js 38,8 . (8) Js 43,19 . (9) Js 52,6 . (10) Js 58,9 . (11) Js 65,1 . (12) Js 65,17 . (13) Js 65,18 . (14) Js 66,12 .

Js 41,23 - Js 41,23 . Uitdaging aan de volken - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,21 - Js 41,22 - Js 41,23 - Js 41,24 - Js 41,25 - Js 41,26 - Js 41,27 - Js 41,28 - Js 41,29 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23anaggeilate èmin ta eperchomena ep' eschatou kai gnôsometha oti theoi este eu poièsate kai kakôsate kai thaumasometha kai opsometha ama  23 adnuntiate quae ventura sunt in futurum et sciemus quia dii estis vos bene quoque aut male si potestis facite et loquamur et videamus simul     23 Verkondigt dingen, die hierna komen zullen, opdat wij weten, dat gij goden zijt; ja, doet goed, en doet kwaad, dat wij verbaasd staan, en te zamen toezien.   [23] Kondig aan wat er hierna gaat gebeuren, dan zullen wij erkennen dat u goden bent; verricht iets goeds of iets kwaads, en wij zullen u eerbiedig vrezen.   [23] geef ons aanwijzingen over de toekomst, dan weten wij dat jullie goden zijn. Doe het, hetzij goed, hetzij slecht, zodat wij het met eigen ogen kunnen zien.   23 Meldt wat later op ons toekomt, dan zullen wij weten dat gijlieden goden zijt!– ja, of ge goed doet of kwaad, we zullen angstig rondzien en vrezen tezamen!  23. annoncez ce qui doit venir ensuite, et nous saurons que vous êtes des dieux. Au moins, faites bien ou faites mal, que nous éprouvions de l'émoi et de la crainte.  

King James Bible . [23] Shew the things that are to come hereafter, that we may know that ye are gods: yea, do good, or do evil, that we may be dismayed, and behold it together.
Luther-Bibel . 23 Verkündigt uns, was hernach kommen wird, damit wir erkennen, dass ihr Götter seid! Wohlan, tut Gutes oder tut Schaden, damit wir uns verwundern und erschrecken!

Tekstuitleg van Js 41,23 .

Js 41,24 - Js 41,24 . Uitdaging aan de volken - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,21 - Js 41,22 - Js 41,23 - Js 41,24 - Js 41,25 - Js 41,26 - Js 41,27 - Js 41,28 - Js 41,29 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24oti pothen este umeis kai pothen è ergasia umôn ek gès bdelugma exelexanto umas  24 ecce vos estis ex nihilo et opus vestrum ex eo quod non est abominatio est qui elegit vos     24 Ziet, gijlieden zijt minder dan niet, en ulieder werk is erger dan een adder; hij is een gruwel, die ulieden verkiest.   [24] Kijk, zelf bent u minder dan niets en uw werken stellen niets voor, hij die voor u kiest is een gruwel.   [24] Maar nee, jullie zijn minder dan niets en jullie daden hebben geen enkele waarde; verafschuwd wordt ieder die voor jullie kiest.   24 Zie, jullie zijn minder dan niets en jullie werk is van geen nut,– een gruwel wie voor jullie kiest!   24. Voici, vous êtes moins que rien, et votre œuvre, c'est moins que néant, vous choisir est abominable.  

King James Bible . [24] Behold, ye are of nothing, and your work of nought: an abomination is he that chooseth you.
Luther-Bibel . 24 Siehe, ihr seid nichts und euer Tun ist auch nichts, und euch erwählen ist ein Gräuel.

Tekstuitleg van Js 41,24 .

1. hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenach : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . idou (zie) in de LXX (1145) , in het N.T. (200) .
- hen (zie) . Tenach (106) . Js (25) : (1) Js 23,13 . (2) Js 32,1 . (3) Js 33,7 . (4) Js 40,15 . (5) Js 41,11 . (6) Js 41,24 . (7) Js 41,29 . (8) Js 42,1 . (9) Js 44,11 . (10) Js 49,16 . (11) Js 49,21 . (12) Js 50,1 . (13) Js 50,2 . (14) Js 50,9 . (15) Js 50,11 . (16) Js 54,15 . (17) Js 54,16 . (18) Js 55,4 . (19) Js 55,5 . (20) Js 56,3 . (21) Js 58,3 . (22) Js 58,4 . (23) Js 59,1 . (24) Js 64,4 . (25) Js 64,8 .
- hinneh (zie) . Tenach (495) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .
- hinënî (zie ik) . Tenach (177) . Js (14) : (1) Js 6,8 . (2) Js 13,17 . (3) Js 28,16 . (4) Js 29,14 . (5) Js 37,7 . (6) Js 38,5 . (7) Js 38,8 . (8) Js 43,19 . (9) Js 52,6 . (10) Js 58,9 . (11) Js 65,1 . (12) Js 65,17 . (13) Js 65,18 . (14) Js 66,12 .

Js 41,25 - Js 41,25 . Uitdaging aan de volken - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,21 - Js 41,22 - Js 41,23 - Js 41,24 - Js 41,25 - Js 41,26 - Js 41,27 - Js 41,28 - Js 41,29 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25egô de ègeira ton apo borra kai ton af' èliou anatolôn klèthèsontai tô onomati mou erchesthôsan archontes kai ôs pèlos kerameôs kai ôs kerameus katapatôn ton pèlon outôs katapatèthèsesthe 25 suscitavi ab aquilone et venit ab ortu solis vocabit nomen meum et adducet magistratus quasi lutum et velut plastes conculcans humum     25 Ik verwek een van het noorden, en hij zal opkomen van den opgang der zon; hij zal Mijn Naam aanroepen; en hij zal komen over de overheden als over leem, en gelijk een pottenbakker het slijk treedt.   [25] Ik heb iemand laten opstaan in het Noorden en hij* is gekomen; waar de zon opkomt roept hij* mijn naam. Hij vertrapt de vorsten als slijk, hij treedt hen met voeten zoals een pottenbakker zijn leem.   [25] In het noorden liet ik iemand opstaan, en hij kwam, in het oosten, waar de zon rijst, riep hij mijn naam. Hij vertrapt stadhouders als leem, zoals een pottenbakker de klei treedt.   25 Ik heb er een gewekt uit het noorden en die komt; uit het gloren van de zon roept hij mijn Naam aan; hij vertrapt stadhouders als waren ze leem als een boetseerder die klei treedt.   25. Je l'ai suscité du Nord et il est venu, depuis le Levant il est appelé par son nom. Il piétine les gouverneurs comme de la boue, comme le potier pétrit l'argile.  

King James Bible . [25] I have raised up one from the north, and he shall come: from the rising of the sun shall he call upon my name: and he shall come upon princes as upon morter, and as the potter treadeth clay.
Luther-Bibel . 25 Von Norden habe ich einen kommen lassen und er ist gekommen, vom Aufgang der Sonne her den, der meinen Namen anruft. Er zerstampft die Gewaltigen wie Lehm und wie der Töpfer, der den Ton tritt.

Tekstuitleg van Js 41,25 .

5. sjèmèsj (zon) . Taalgebruik in Tenakh : sjèmèsj (zon) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 55 (5 X 11) OF 640 (2² X 2³ X 2³ X 5²) . Structuur : 3 - 4 - 3 . Gr. (h)èlios (zon) . Taalgebruik in het NT : hèlios (zon) . Lat. sol , -is . Fr. le soleil . E. sun . D. Sonne . Ned. zon . Tenakh (50) . Tenakh (50) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (21) . Latere Profeten (6) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (14) . Js (3) : (1) Js 41,25 . (2) Js 45,6 . (3) Js 59,19 .
- basjsjèmèsj (in / met de zon) < prefix voorzetsel bë + bepaald lidw. ha + . Tenakh (1) : Js 38,8 .
- hasjsjèmèsj (de zon) . Tenakh (86) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (37) . Js (3) : (1) Js 13,10 . (2) Js 38,8 . (3) Js 60,19 .
- sjimësjekh (je zon) < zelfst. naamw. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. vr. enk. . Tenakh (1) : Js 60,20 .
- wâsjâmèsj (en de zon) < prefix verbindingswoord wë + bepaald lidw. ha + . Tenakh (2) : (1) Js 49,10 . (2) Ps 74,16 .

Js 41,26 - Js 41,26 . Uitdaging aan de volken - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,21 - Js 41,22 - Js 41,23 - Js 41,24 - Js 41,25 - Js 41,26 - Js 41,27 - Js 41,28 - Js 41,29 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26tis gar anaggelei ta ex archès ina gnômen kai ta emprosthen kai eroumen oti alèthè estin ouk estin o prolegôn oude o akouôn umôn tous logous  26 quis adnuntiavit ab exordio ut sciamus et a principio ut dicamus iustus es non est neque adnuntians neque praedicens neque audiens sermones vestros     26 Wie heeft wat verkondigd van den beginne aan, dat wij het weten mogen, of van te voren, dat wij zeggen mogen: Hij is rechtvaardig; maar er is niemand, die het verkondigt, ook niemand, die wat horen doet, ook niemand, die ulieder woorden hoort.   [26] Wie heeft het vooraf aangekondigd en het ons laten weten, lang tevoren, zodat wij nu zeggen: ‘Het is juist’? Maar niemand kondigde iets aan, niemand liet het horen, niemand heeft woorden van u vernomen.   [26] Wie heeft hem vanaf het begin aangekondigd, lang tevoren, zodat wij het wisten en nu kunnen zeggen: ‘Het is waar!’? Geen van jullie kondigde iets aan, geen van jullie lichtte ons in, niemand heeft een woord van jullie vernomen.   26 Wie heeft van hoofde aan gemeld zodat wij weten, van tevoren dat wij konden zeggen: rechtvaardig?– maar niemand die iets heeft gemeld, niemand die iets liet horen, niemand die hoorde dat jullie iets zeiden.   26. Qui l'a annoncé dès le principe, pour que nous sachions, et dans le passé, pour que nous disions : C'est juste ? Mais nul n'a annoncé, nul n'a fait entendre, nul n'a entendu vos paroles.  

King James Bible . [26] Who hath declared from the beginning, that we may know? and beforetime, that we may say, He is righteous? yea, there is none that sheweth, yea, there is none that declareth, yea, there is none that heareth your words.
Luther-Bibel . 26 Wer hat es von Anfang an verkündigt, dass wir's vernahmen? Wer hat es vorher geweissagt, dass wir sagen: Das ist recht! Aber da ist keiner, der es verkündigte, keiner, der etwas hören ließ, keiner, der von euch ein Wort hörte.

Tekstuitleg van Js 41,26 .

Js 41,27 - Js 41,27 . Uitdaging aan de volken - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,21 - Js 41,22 - Js 41,23 - Js 41,24 - Js 41,25 - Js 41,26 - Js 41,27 - Js 41,28 - Js 41,29 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27archèn siôn dôsô kai ierousalèm parakalesô eis odon  27 primus ad Sion dicet ecce adsunt et Hierusalem evangelistam dabo     27 Ik, de Eerste zeg tot Sion: Zie, zie ze daar! en tot Jeruzalem: Ik zal een blijden boodschapper geven.   [27] Als eerste heb Ik het Sion verteld, heb Ik Jeruzalem een vreugdebode gezonden.   [27] Ik was de eerste die Sion verkondigde: ‘Kijk, daar zijn ze!’ Ik stuurde Jeruzalem een vreugdebode.   27 Als eerste heb ik tot Sion gezegd: zie, hier zijn ze!, tot Jeruzalem: een brenger van blijde boodschap geef ik!   27. Prémices de Sion, voici, les voici, à Jérusalem j'envoie un messager, 

King James Bible . [27] The first shall say to Zion, Behold, behold them: and I will give to Jerusalem one that bringeth good tidings.
Luther-Bibel . 27 Ich bin der Erste, der zu Zion sagt: Siehe, da sind sie!, und Jerusalem gebe ich einen Freudenboten.

Tekstuitleg van Js 41,27 .

3. hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenach : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . idou (zie) in de LXX (1145) , in het N.T. (200) .
- hen (zie) . Tenach (106) . Js (25) : (1) Js 23,13 . (2) Js 32,1 . (3) Js 33,7 . (4) Js 40,15 . (5) Js 41,11 . (6) Js 41,24 . (7) Js 41,29 . (8) Js 42,1 . (9) Js 44,11 . (10) Js 49,16 . (11) Js 49,21 . (12) Js 50,1 . (13) Js 50,2 . (14) Js 50,9 . (15) Js 50,11 . (16) Js 54,15 . (17) Js 54,16 . (18) Js 55,4 . (19) Js 55,5 . (20) Js 56,3 . (21) Js 58,3 . (22) Js 58,4 . (23) Js 59,1 . (24) Js 64,4 . (25) Js 64,8 .
- hinneh (zie) . Tenach (495) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .
- hinënî (zie ik) . Tenach (177) . Js (14) : (1) Js 6,8 . (2) Js 13,17 . (3) Js 28,16 . (4) Js 29,14 . (5) Js 37,7 . (6) Js 38,5 . (7) Js 38,8 . (8) Js 43,19 . (9) Js 52,6 . (10) Js 58,9 . (11) Js 65,1 . (12) Js 65,17 . (13) Js 65,18 . (14) Js 66,12 .

Js 41,28 - Js 41,28 . Uitdaging aan de volken - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,21 - Js 41,22 - Js 41,23 - Js 41,24 - Js 41,25 - Js 41,26 - Js 41,27 - Js 41,28 - Js 41,29 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28apo gar tôn ethnôn idou oudeis kai apo tôn eidôlôn autôn ouk èn o anaggellôn kai ean erôtèsô autous pothen este ou mè apokrithôsin moi  28 et vidi et non erat neque ex istis quisquam qui iniret consilium et interrogatus responderet verbum     28 Want Ik zag toe, maar er was niemand, zelfs onder dezen, maar er was geen raadgever, dat Ik hen zou vragen, en zij Mij antwoord geven zouden.   [28] Ik kijk naar hen uit, maar er is niemand, niemand die Mij raad kan geven, Mij antwoord geeft als Ik vragen stel.   [28] Ik kijk om me heen, maar er is niemand, onder jullie zie ik geen enkele raadgever, niet één die op mijn vragen kan antwoorden.   28 Ik zie uit, maar niemand, uit hen niemand die raad verschaft,– als ik een vraag stel dat zij een woord teruggeven.   28. et je regarde : personne! Parmi eux, pas un qui donne un avis, que je puisse interroger et qui réponde!  

King James Bible . [28] For I beheld, and there was no man; even among them, and there was no counseller, that, when I asked of them, could answer a word.
Luther-Bibel . 28 Schau ich mich um, da ist niemand, und seh ich sie an, da ist kein Ratgeber, dass ich sie fragen könnte und sie mir antworteten.

Tekstuitleg van Js 41,28 .

Js 41,29 - Js 41,29 . Uitdaging aan de volken - bijbeloverzicht -- Js (Jesaja) -- bijbelverwijzingen -- Js 41 -- Js 41,1-7 -- Js 41,8-16 -- Js 41,17-20 -- Js 41,21-29 -- Js 41,21 - Js 41,22 - Js 41,23 - Js 41,24 - Js 41,25 - Js 41,26 - Js 41,27 - Js 41,28 - Js 41,29 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
29eisin gar oi poiountes umas kai matèn oi planôntes umas   29 ecce omnes iniusti et vana opera eorum ventus et inane simulacra eorum     29 Ziet, zij zijn altemaal ijdelheid, hun werken zijn een nietig ding, hun gegoten beelden zijn wind, en een ijdel ding.  [29] Zie, zij zijn allemaal niets waard, en hun daden zijn niets, hun godenbeelden zijn wind en leegheid.   [29] Jullie zijn allemaal even armzalig en nietig en jullie daden betekenen niets; wind en leegte zijn jullie beelden.  29 Zie, zij allen zijn niets, en nietswaardig hun daden,– lucht en leegte hun plengoffers!   29. Voici, tous ensemble ils ne sont rien, néant que leurs œuvres, du vent et du vide leurs statues! 

King James Bible . [29] Behold, they are all vanity; their works are nothing: their molten images are wind and confusion.
Luther-Bibel . 29 Siehe, sie sind alle nichts und nichtig sind ihre Werke; ihre Götzen sind leerer Wind.

Tekstuitleg van Js 41,29 .

1. hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenach : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . idou (zie) in de LXX (1145) , in het N.T. (200) .
- hen (zie) . Tenach (106) . Js (25) : (1) Js 23,13 . (2) Js 32,1 . (3) Js 33,7 . (4) Js 40,15 . (5) Js 41,11 . (6) Js 41,24 . (7) Js 41,29 . (8) Js 42,1 . (9) Js 44,11 . (10) Js 49,16 . (11) Js 49,21 . (12) Js 50,1 . (13) Js 50,2 . (14) Js 50,9 . (15) Js 50,11 . (16) Js 54,15 . (17) Js 54,16 . (18) Js 55,4 . (19) Js 55,5 . (20) Js 56,3 . (21) Js 58,3 . (22) Js 58,4 . (23) Js 59,1 . (24) Js 64,4 . (25) Js 64,8 .
- hinneh (zie) . Tenach (495) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .
- hinënî (zie ik) . Tenach (177) . Js (14) : (1) Js 6,8 . (2) Js 13,17 . (3) Js 28,16 . (4) Js 29,14 . (5) Js 37,7 . (6) Js 38,5 . (7) Js 38,8 . (8) Js 43,19 . (9) Js 52,6 . (10) Js 58,9 . (11) Js 65,1 . (12) Js 65,17 . (13) Js 65,18 . (14) Js 66,12 .

6. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Taalgebruik in Jesaja : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Gr. pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het N.T. (379) . Tenach (204) . Pentateuch (19) . Js (28) . Js 1-39 (13) : (1) Js 7,2 . (2) Js 11,2 . (3) Js 17,13 . (4) Js 19,3 . (5) Js 19,14 . (6) Js 25,4 . (7) Js 26,18 . (8) Js 29,10 . (9) Js 29,24 . (10) Js 31,3 . (11) Js 32,2 . (12) Js 32,15 . (13) Js 37,7 . Js 40-66 (15) : (1) Js 40,7 . (2) Js 40,13 . (3) Js 41,29 . (4) Js 54,6 . (5) Js 57,13 . (6) Js 57,15 . (7) Js 57,16 . (8) Js 59,19 . (9) Js 61,1 . (10) Js 61,3 . (11) Js 63,10 . (12) Js 63,11 . (13) Js 63,14 . (14) Js 65,14 . (15) Js 66,2 .
- w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Tenach (2) : (1) Js 41,16 . (2) Js 42,5 .
- rûchî (mijn geest) . Tenach (31) . Js (5) : (1) Js 26,9 . (2) Js 30,1 . (3) Js 38,16 . (4) Js 42,1 . (5) Js 44,3 . (6) Js 59,21 .
- rûchô (zijn geest) . Tenach (15) . Js (1) : Js 11,15 .


SEPTUAGINTA

41 1egkainizesthe pros me nèsoi oi gar archontes allaxousin ischun eggisatôsan kai lalèsatôsan ama tote krisin anaggeilatôsan2tis exègeiren apo anatolôn dikaiosunèn ekalesen autèn kata podas autou kai poreusetai dôsei enantion ethnôn kai basileis ekstèsei kai dôsei eis gèn tas machairas autôn kai ôs frugana exôsmena ta toxa autôn3kai diôxetai autous kai dieleusetai en eirènè è odos tôn podôn autou4tis enèrgèsen kai epoièsen tauta ekalesen autèn o kalôn autèn apo geneôn archès egô theos prôtos kai eis ta eperchomena egô eimi5eidosan ethnè kai efobèthèsan ta akra tès gès èggisan kai èlthosan ama6krinôn ekastos tô plèsion kai tô adelfô boèthèsai kai erei7ischusen anèr tektôn kai chalkeus tuptôn sfurè ama elaunôn pote men erei sumblèma kalon estin ischurôsan auta en èlois thèsousin auta kai ou kinèthèsontai8su de israèl pais mou iakôb on exelexamèn sperma abraam on ègapèsa9ou antelabomèn ap' akrôn tès gès kai ek tôn skopiôn autès ekalesa se kai eipa soi pais mou ei exelexamèn se kai ouk egkatelipon se10mè fobou meta sou gar eimi mè planô egô gar eimi o theos sou o enischusas se kai eboèthèsa soi kai èsfalisamèn se tè dexia tè dikaia mou11idou aischunthèsontai kai entrapèsontai pantes oi antikeimenoi soi esontai gar ôs ouk ontes kai apolountai pantes oi antidikoi sou12zètèseis autous kai ou mè eurès tous anthrôpous oi paroinèsousin eis se esontai gar ôs ouk ontes kai ouk esontai oi antipolemountes se13oti egô o theos sou o kratôn tès dexias sou o legôn soi mè fobou14iakôb oligostos israèl egô eboèthèsa soi legei o theos o lutroumenos se israèl15idou epoièsa se ôs trochous amaxès aloôntas kainous pristèroeideis kai aloèseis orè kai leptuneis bounous kai ôs chnoun thèseis16kai likmèseis kai anemos lèmpsetai autous kai kataigis diasperei autous su de eufranthèsè en tois agiois israèl kai agalliasontai17oi ptôchoi kai oi endeeis zètèsousin gar udôr kai ouk estai è glôssa autôn apo tès dipsès exèranthè egô kurios o theos egô epakousomai o theos israèl kai ouk egkataleipsô autous18alla anoixô epi tôn oreôn potamous kai en mesô pediôn pègas poièsô tèn erèmon eis elè kai tèn dipsôsan gèn en udragôgois19thèsô eis tèn anudron gèn kedron kai puxon kai mursinèn kai kuparisson kai leukèn20ina idôsin kai gnôsin kai ennoèthôsin kai epistôntai ama oti cheir kuriou epoièsen tauta panta kai o agios tou israèl katedeixen21eggizei è krisis umôn legei kurios o theos èggisan ai boulai umôn legei o basileus iakôb22eggisatôsan kai anaggeilatôsan umin a sumbèsetai è ta protera tina èn eipate kai epistèsomen ton noun kai gnôsometha ti ta eschata kai ta eperchomena eipate èmin23anaggeilate èmin ta eperchomena ep' eschatou kai gnôsometha oti theoi este eu poièsate kai kakôsate kai thaumasometha kai opsometha ama24oti pothen este umeis kai pothen è ergasia umôn ek gès bdelugma exelexanto umas25egô de ègeira ton apo borra kai ton af' èliou anatolôn klèthèsontai tô onomati mou erchesthôsan archontes kai ôs pèlos kerameôs kai ôs kerameus katapatôn ton pèlon outôs katapatèthèsesthe26tis gar anaggelei ta ex archès ina gnômen kai ta emprosthen kai eroumen oti alèthè estin ouk estin o prolegôn oude o akouôn umôn tous logous27archèn siôn dôsô kai ierousalèm parakalesô eis odon28apo gar tôn ethnôn idou oudeis kai apo tôn eidôlôn autôn ouk èn o anaggellôn kai ean erôtèsô autous pothen este ou mè apokrithôsin moi29eisin gar oi poiountes umas kai matèn oi planôntes umas


VULGAAT

1 taceant ad me insulae et gentes mutent fortitudinem accedant et tunc loquantur simul ad iudicium propinquemus 2 quis suscitavit ab oriente iustum vocavit eum ut sequeretur se dabit in conspectu eius gentes et reges obtinebit dabit quasi pulverem gladio eius sicut stipulam vento raptam arcui eius 3 persequetur eos transibit in pace semita in pedibus eius non apparebit 4 quis haec operatus est et fecit vocans generationes ab exordio ego Dominus primus et novissimus ego sum 5 viderunt insulae et timuerunt extrema terrae obstipuerunt adpropinquaverunt et accesserunt 6 unusquisque proximo suo auxiliatur et fratri suo dicit confortare 7 confortabit faber aerarius percutiens malleo eum qui cudebat tunc temporis dicens glutino bonum est et confortavit eum in clavis ut non moveatur 8 et tu Israhel serve meus Iacob quem elegi semen Abraham amici mei 9 in quo adprehendi te ab extremis terrae et a longinquis eius vocavi te et dixi tibi servus meus es tu elegi te et non abieci te 10 ne timeas quia tecum sum ego ne declines quia ego Deus tuus confortavi te et auxiliatus sum tui et suscepi te dextera iusti mei 11 ecce confundentur et erubescent omnes qui pugnant adversum te erunt quasi non sint et peribunt viri qui contradicunt tibi 12 quaeres eos et non invenies viros rebelles tuos erunt quasi non sint et veluti consumptio homines bellantes adversum te 13 quia ego Dominus Deus tuus adprehendens manum tuam dicensque tibi ne timeas ego adiuvi te 14 noli timere vermis Iacob qui mortui estis ex Israhel ego auxiliatus sum tui dicit Dominus et redemptor tuus Sanctus Israhel 15 ego posui te quasi plaustrum triturans novum habens rostra serrantia triturabis montes et comminues et colles quasi pulverem pones 16 ventilabis eos et ventus tollet et turbo disperget eos et tu exultabis in Domino in Sancto Israhel laetaberis 17 egeni et pauperes quaerunt aquas et non sunt lingua eorum siti aruit ego Dominus exaudiam eos Deus Israhel non derelinquam eos 18 aperiam in supinis collibus flumina et in medio camporum fontes ponam desertum in stagna aquarum et terram inviam in rivos aquarum 19 dabo in solitudine cedrum et spinam et myrtum et lignum olivae ponam in deserto abietem ulmum et buxum simul 20 ut videant et sciant et recogitent et intellegant pariter quia manus Domini fecit hoc et Sanctus Israhel creavit illud 21 prope facite iudicium vestrum dicit Dominus adferte si quid forte habetis dixit Rex Iacob 22 accedant et nuntient nobis quaecumque ventura sunt priora quae fuerint nuntiate et ponemus cor nostrum et sciemus novissima eorum et quae ventura sunt indicate nobis 23 adnuntiate quae ventura sunt in futurum et sciemus quia dii estis vos bene quoque aut male si potestis facite et loquamur et videamus simul 24 ecce vos estis ex nihilo et opus vestrum ex eo quod non est abominatio est qui elegit vos 25 suscitavi ab aquilone et venit ab ortu solis vocabit nomen meum et adducet magistratus quasi lutum et velut plastes conculcans humum 26 quis adnuntiavit ab exordio ut sciamus et a principio ut dicamus iustus es non est neque adnuntians neque praedicens neque audiens sermones vestros 27 primus ad Sion dicet ecce adsunt et Hierusalem evangelistam dabo 28 et vidi et non erat neque ex istis quisquam qui iniret consilium et interrogatus responderet verbum 29 ecce omnes iniusti et vana opera eorum ventus et inane simulacra eorum