JESAJA 44 - Js 44 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -
- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg vers per vers : - Js 44,1 - Js 44,2 - Js 44,3 - Js 44,4 - Js 44,5 - Js 44,6 - Js 44,7 - Js 44,8 - Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 - Js 44,23 - Js 44,24 - Js 44,25 - Js 44,26 - Js 44,27 - Js 44,28

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T. : N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar , -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Bibliografie : http://www.soniclight.com/constable/notes/pdf/isaiah.pdf .
Literatuur
Liturgisch gebruik


Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

- Js 44,1-5 . Wees niet bang - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,1 - Js 44,2 - Js 44,3 - Js 44,4 - Js 44,5

Js 44,1 - Js 44,1 . Wees niet bang - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,1 - Js 44,2 - Js 44,3 - Js 44,4 - Js 44,5
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
44 1nun de akouson pais mou iakôb kai israèl on exelexamèn    1 et nunc audi Iacob serve meus et Israhel quem elegi   1 Maar hoor nu Mijn knecht Jakob, en Israël, dien Ik verkoren heb!  
[1] Luister nu, Jakob, mijn dienstknecht,
u, Israël, die Ik verkozen heb. 
[1] Nu dan, luister, Jakob, mijn dienaar, Israël, dat ik heb uitgekozen:  1 ¶ Maar nu: hoor, Jakob, mijn dienaar,– en Israël, die ik heb uitgekozen!  1. Et maintenant, écoute, Jacob mon serviteur, Israël que j'ai choisi.  

King James Bible . [1] Yet now hear, O Jacob my servant; and Israel, whom I have chosen:
Luther-Bibel . 44 1 So höre nun, mein Knecht Jakob, und Israel, den ich erwählt habe!

Tekstuitleg van Js 44,1 . Het vers Js 44,1 telt 7 woorden en 28 (2² X 7) letters . verhouding : 1 op 4 . De getalwaarde van Js 44,1 is 2334 (2 X 3 X 389) . Het is een roep tot Jakob en Israël om te luisteren .

Js 44,1.1. wë`aththâh (en nu) < wë + `aththâh (nu) . Taalgebruik in Tenach : `aththâh (nu) . Taalgebruik in Jesaja : `aththâh (nu) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , taw = 22 of 400 , he = 5 ; totaal : 43 OF 475 (5² X 19) . Structuur : 7 - 2 - 5 . Tenach (266) . Js (15) : (1) Js 1,21 . (2) Js 5,3 . (3) Js 5,5 . (4) Js 16,14 . (5) Js 28,22 . (6) Js 36,8 . (7) Js 36,10 . (8) Js 37,20 . (9) Js 43,1 . (10) Js 44,1 . (11) Js 47,8 . (12) Js 48,16 . (13) Js 49,5 . (14) Js 52,5 . (15) Js 64,7 .

Js 44,1.2. sj-m-` . Zie : sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Jesaja : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 (2 X 5²) of 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 3 - 4 - 7 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX (1069) . Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin . Tenach (169) . Js (10) : (1) Js 1,15 . (2) Js 23,5 . (3) Js 37,4 . (4) Js 37,8 . (5) Js 39,5 . (6) Js 41,26 . (7) Js 44,1 . (8) Js 48,12 . (9) Js 50,10 . (10) Js 66,8 .

Js 44,1.3. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) . Js 40-55 (22) . Js 56-66 (3) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-55 (22) : (1) Js 40,27 . (2) Js 41,8 . (3) Js 41,14 . (4) Js 41,21 . (5) Js 42,24 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,22 . (8) Js 43,28 . (9) Js 44,1 . (10) Js 44,2 . (11) Js 44,5 . (12) Js 44,21 . (13) Js 44,23 . (14) Js 45,4 . (15) Js 45,19 . (16) Js 46,3 . (17) Js 48,1 . (18) Js 48,12 . (19) Js 48,20 . (20) Js 49,5 . (21) Js 49,6 . (22) Js 49,26 . Js 56-66 (3) : (1) Js 58,1 . (2) Js 58,14 . (3) Js 60,16 .
Ofschoon verschillend in volgorde hebben de woorden `bdj (mijn dienaar) en ja`äqobh (Jakob) drie letters gemeenschappelijk : de jod (10) , de ajin (16 of 70) en de beth (2) . In Js 41,8 staat het wel bij Israël , maar het staat toch naast het woord Jakob en gaat aan het woord Jakob vooraf .

Js 44,1.4. `bdj van het zelfst. naamw. `èbhèd (dienaar, knecht) . Taalgebruik in Tenach : `èbhèd (dienaar) . Getalwaarde : ayin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 . Totaal : 16 + 2 + 4 of 70 + 2 + 4 = 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . `-b-d in Tenach (115) . Gr. pais (kind) . Taalgebruik in het N.T. : pais (kind) . Taalgebruik in de Septuaginta : pais (kind) . OF : Taalgebruik in het N.T. : doulos (dienaar) . doulos (dienaar) . Taalgebruik in de Septuaginta : doulos (dienaar) . Een vorm van doulos (dienaar) in de Septuaginta (383) , in het N.T. (124) . Een vorm van pais (kind) in de Septuaginta (470) , in het N.T. (24) . `-b-d-j ( status constr. mv. `abhëde(j) (dienaren van...) OF `bd enk. + suff. 1ste pers. enk : `abhëdî (mijn dienaar) in Tenach (145) , in Js (21) : (1) Js 19,9 . (2) Js 20,3 . (3) Js 30,24 . (4) Js 36,9 . (5) Js 37,5 . (6) Js 37,35 . (7) Js 41,8 . (8) Js 41,9 . (9) Js 42,1 . (10) Js 42,19 . (11) Js 44,1 . (12) Js 44,2 . (13) Js 44,21 . (14) Js 45,4 . (15) Js 49,3 . (16) Js 52,13 . (17) Js 53,11 . (18) Js 54,17 . (19) Js 65,8 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 .
Ofschoon verschillend in volgorde hebben de woorden `bdj (mijn dienaar) en ja`äqobh (Jakob) drie letters gemeenschappelijk : de jod (10) , de ajin (16 of 70) en de beth (2) . In Js 41,8 staat het wel bij Israël , maar het staat toch naast het woord Jakob en gaat aan het woord Jakob vooraf .

Js 44,1.3. - 4. `abhëdî ja`äqobh (mijn dienaar Jakob) . Tenach (6) : (1) Js 41,8 . (2) Js 44,2 . (3) Js 45,4 . (4) Jr 30,10 . (5) Jr 46,27 . (6) Jr 46,28 . ja`äqobh `abhëdî (Jakob mijn dienaar) . Tenach (1) : Js 44,1 .
Ofschoon verschillend in volgorde hebben de woorden `bdj (mijn dienaar) en ja`äqobh (Jakob) drie letters gemeenschappelijk : de jod (10) , de ajin (16 of 70) en de beth (2) . In Js 41,8 staat het wel bij Israël , maar het staat toch naast het woord Jakob en gaat aan het woord Jakob vooraf .

Js 44,2 - Js 44,2 . Wees niet bang - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,1 - Js 44,2 - Js 44,3 - Js 44,4 - Js 44,5
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2outôs legei kurios o theos o poièsas se kai o plasas se ek koilias eti boèthèthèsè mè fobou pais mou iakôb kai o ègapèmenos israèl on exelexamèn    2 haec dicit Dominus faciens et formans te ab utero auxiliator tuus noli timere serve meus Iacob et Rectissime quem elegi   2 Zo zegt de HEERE, uw Maker, en uw Formeerder van den buik af, Die u helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en gij, Jeschurun, dien Ik uitverkoren heb!   [2] Zo spreekt de heer, uw maker, die u gevormd heeft vanaf de moederschoot, en u bijstaat: Wees niet bang, mijn dienstknecht Jakob, Jesurun, die Ik heb uitverkoren.  [2] Dit zegt de HEER, die jou gemaakt heeft en al in de moederschoot gevormd, en die je ter zijde staat: Wees niet bang, mijn dienaar Jakob, Jesurun, die ik heb uitgekozen. 2 Zo heeft gezegd de ENE, die je gemaakt heeft en gevormd van de moederschoot af, die je helpt: vrees niet, mijn dienaar Jakob, Jesjoeroen, die ik heb uitgekozen!–  2. Ainsi parle Yahvé, qui t'a fait, qui t'a modelé dès le sein maternel, qui te soutient. Sois sans crainte, Jacob mon serviteur, Yeshurûn que j'ai choisi.  

King James Bible . [2] Thus saith the LORD that made thee, and formed thee from the womb, which will help thee; Fear not, O Jacob, my servant; and thou, Jesurun, whom I have chosen.
Luther-Bibel . 2 So spricht der HERR, der dich gemacht und bereitet hat und der dir beisteht von Mutterleibe an: Fürchte dich nicht, mein Knecht Jakob, und du, Jeschurun, den ich erwählt habe!

Tekstuitleg van Js 44,2 . Het vers Js 44,2 telt 14 (2 X 7) woorden en 53 letters . De getalwaarde van Js 44,2 is 3526 (2 X 41 X 43) .

Js 44,2.1. koh (zo) . Taalgebruik in Tenach : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het N.T. (208) . Pentateuch (34) . Tenach (531) . Js (51) . Js 1-39 (24) . Js 40-55 (20) . Js 56-66 (7) . Js 40-55 (20) : (1) Js 42,5 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . (5) Js 44,2 . (6) Js 44,6 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,1 . (9) Js 45,11 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 49,7 . (14) Js 49,8 . (15) Js 49,22 . (15) Js 49,25 . (17) Js 50,1 . (18) Js 51,22 . (19) Js 52,3 . (20) Js 52,4 .

Js 44,2.2. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . ´-m-r . Tenach (790) . Pentateuch (84) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 56-66 (16) . Js 44 (3) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,24 .

Js 44,2.3. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 44 (4) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,23 . (4) Js 44,24

Js 44,2.1. - 3. koh ´âmar JHWH (zo zegt JHWH) . Tenach (247) . Js 1-39 (6) . Js 40-66 (13) . Js 56-66 (3) . Js 1-39 (6) : (1) Js 29,22 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,21 . (4) Js 37,33 . (5) Js 38,1 . (6) Js 38,5 . Js 40-66 (13) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,14 . (3) Js 43,16 . (4) Js 44,2 . (5) Js 44,6 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,1 . (8) Js 45,11 . (9) Js 45,14 . (10) Js 48,17 . (11) Js 49,7 . (12) Js 49,8 . (13) Js 50,1 . Js 56-66 (3) . (1) Js 56,1 . (2) Js 65,8 . (3) Js 66,1 .

Js 44,2.5. wëjotsèrëkhâ (en vormende jou) < verbindingswoord wë + act. qal part. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. , van het werkw. jâtsar (vormen, formeren) . Taalgebruik in Tenach : jâtsar (vormen) . Getalwaarde : jod = 10, tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 ; totaal : 48 (5² X 2² X 3) OF 300 (2² X 3 X 5²) . Structuur : 1 - 9 - 2 . j ts r . Tenach (16) . Gr. plassô . Lat. formare . E. to form . D. machen . . Tenach (3) : (1) Js 43,1 . (2) Js 44,2 . (3) Js 44,24 . Een vorm van jâtsar (vormen, formeren) in Js in 22 verzen , in Js 44 (6) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,9 . (3) Js 44,10 . (4) Js 44,12 . (5) Js 44,21 . (6) Js 44,24 .

Js 44,2.6. mibbètèn (vanaf de moederschoot) < min + bètèn (buik, schoot) . Taalgebruik in Tenach : bètèn (buik, schoot) . Gr. koilia (buikholte , moederschoot) . Taalgebruik in de Septuaginta : koilia (buikholte , moederschoot) . Taalgebruik in het N.T. : koilia (buikholte , moederschoot) . Lat. uterus . Fr. sein . E. womb . D. Leib . Een vorm van koilia (buikholte , moederschoot) in de LXX (108) , in het N.T. (23) . Tenach (16) : (1) Re 16,17 . (2) Js 44,2 . (3) Js 44,24 . (4) Js 48,8 . (5) Js 49,1 . (6) Js 49,5 . (7) Jon 2,3 . (8) Ps 22,10 . (9) Ps 22,11 . (10) Ps 58,4 . (11) Ps 71,6 . (12) Job 1,21 . (13) Job 3,11 . (14) Job 10,19 . (15) Job 38,29 . (16) Pr 5,14 .

Js 44,2.5. - 6. wëjotsèrëkhâ mibbètèn (en vormende jou vanaf de moederschoot) . Tenach (2) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,24 . Js 49,5 : JHWH jôtsërî mibbètèn (JHWH vormende me vanaf de moederschoot) . Zie ook : Js 49,1 : JHWH mibbètèn qërâ´ânî (JHWH riep me vanaf de moederschoot) .

Js 44,2.1. - 6. (koh) ´âmar JHWH + een vorm van jâtsar (vormen, formeren) . (1) Js 43,1 + (2) Js 44,2 + (3) Js 44,24 : ... wëjotsèrëkhâ (en vormende jou) . ´âmar JHWH + jôtsërî (vormende mij) : Js 49,5 . wë`aththâh koh ´âmar ... : Js 43,1 . wë`aththâh ´âmar ... : Js 49,5 .

Js 44,2.10. `bdj van het zelfst. naamw. `èbhèd (dienaar, knecht) . Taalgebruik in Tenach : `èbhèd (dienaar) . Getalwaarde : ayin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 . Totaal : 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . `-b-d in Tenach (115) . Gr. pais (kind) . Taalgebruik in het N.T. : pais (kind) . Taalgebruik in de Septuaginta : pais (kind) . OF : Taalgebruik in het N.T. : doulos (dienaar) . doulos (dienaar) . Taalgebruik in de Septuaginta : doulos (dienaar) . Een vorm van doulos (dienaar) in de Septuaginta (383) , in het N.T. (124) . Een vorm van pais (kind) in de Septuaginta (470) , in het N.T. (24) . `-b-d-j ( status constr. mv. `abhëde(j) (dienaren van...) OF `bd enk. + suff. 1ste pers. enk : `abhëdî (mijn dienaar) in Tenach (145) , in Js (21) : (1) Js 19,9 . (2) Js 20,3 . (3) Js 30,24 . (4) Js 36,9 . (5) Js 37,5 . (6) Js 37,35 . (7) Js 41,8 . (8) Js 41,9 . (9) Js 42,1 . (10) Js 42,19 . (11) Js 44,1 . (12) Js 44,2 . (13) Js 44,21 . (14) Js 45,4 . (15) Js 49,3 . (16) Js 52,13 . (17) Js 53,11 . (18) Js 54,17 . (19) Js 65,8 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 .
Ofschoon verschillend in volgorde hebben de woorden `bdj (mijn dienaar) en ja`äqobh (Jakob) drie letters gemeenschappelijk : de jod (10) , de ajin (16 of 70) en de beth (2) . In Js 41,8 staat het wel bij Israël , maar het staat toch naast het woord Jakob en gaat aan het woord Jakob vooraf .

Js 44,2.11. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-66 (25) : (1) Js 40,27 . (2) Js 41,8 . (3) Js 41,14 . (4) Js 41,21 . (5) Js 42,24 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,22 . (8) Js 43,28 . (9) Js 44,1 . (10) Js 44,2 . (11) Js 44,5 . (12) Js 44,21 . (13) Js 44,23 . (14) Js 45,4 . (15) Js 45,19 . (16) Js 46,3 . (17) Js 48,1 . (18) Js 48,12 . (19) Js 48,20 . (20) Js 49,5 . (21) Js 49,6 . (22) Js 49,26 . (23) Js 58,1 . (24) Js 58,14 . (25) Js 60,16 .
Ofschoon verschillend in volgorde hebben de woorden `bdj (mijn dienaar) en ja`äqobh (Jakob) drie letters gemeenschappelijk : de jod (10) , de ajin (16 of 70) en de beth (2) . In Js 41,8 staat het wel bij Israël , maar het staat toch naast het woord Jakob en gaat aan het woord Jakob vooraf .

Js 44,2.10. - 11. `abhëdî ja`äqobh (mijn dienaar Jakob) . Tenach (6) : (1) Js 41,8 . (2) Js 44,2 . (3) Js 45,4 . (4) Jr 30,10 . (5) Jr 46,27 . (6) Jr 46,28 . ja`äqobh `abhëdî (Jakob mijn dienaar) . Tenach (1) : Js 44,1 .
Ofschoon verschillend in volgorde hebben de woorden `bdj (mijn dienaar) en ja`äqobh (Jakob) drie letters gemeenschappelijk : de jod (10) , de ajin (16 of 70) en de beth (2) . In Js 41,8 staat het wel bij Israël , maar het staat toch naast het woord Jakob en gaat aan het woord Jakob vooraf .

Js 44,3 - Js 44,3 . Wees niet bang - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,1 - Js 44,2 - Js 44,3 - Js 44,4 - Js 44,5
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3oti egô dôsô udôr en dipsei tois poreuomenois en anudrô epithèsô to pneuma mou epi to sperma sou kai tas eulogias mou epi ta tekna sou    3 effundam enim aquas super sitientem et fluenta super aridam effundam spiritum meum super semen tuum et benedictionem meam super stirpem tuam  3 Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen.  
[3] Want Ik zal water laten stromen op dorstige aarde
en beken op droge grond.
Ik zal mijn geest uitstorten over uw nazaten,
en mijn zegen over uw telgen; 
[3] Ik zal water uitgieten op dorstige grond, waterstromen over het droge land. Ik zal mijn geest uitgieten over je nazaten en mijn zegen over je telgen. 3 want ik zal water gieten op wat dorst lijdt en beekjes over wat verdroogd is; ik giet mijn geest uit over je zaad, mijn zegen over jouw telgen,–  3. Car je vais répandre de l'eau sur le sol assoiffé et des ruisseaux sur la terre desséchée; je répandrai mon esprit sur ta race et ma bénédiction sur tes descendants.  

King James Bible . [3] For I will pour water upon him that is thirsty, and floods upon the dry ground: I will pour my spirit upon thy seed, and my blessing upon thine offspring:
Luther-Bibel . 3 Denn ich will Wasser gießen auf das Durstige und Ströme auf das Dürre: ich will meinen Geist auf deine Kinder gießen und meinen Segen auf deine Nachkommen,

Tekstuitleg van Js 44,3 .

10. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Taalgebruik in Jesaja : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Gr. pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het N.T. (379) . Tenach (204) . Pentateuch (19) . Js (28) . Js 1-39 (13) : (1) Js 7,2 . (2) Js 11,2 . (3) Js 17,13 . (4) Js 19,3 . (5) Js 19,14 . (6) Js 25,4 . (7) Js 26,18 . (8) Js 29,10 . (9) Js 29,24 . (10) Js 31,3 . (11) Js 32,2 . (12) Js 32,15 . (13) Js 37,7 . Js 40-66 (15) : (1) Js 40,7 . (2) Js 40,13 . (3) Js 41,29 . (4) Js 54,6 . (5) Js 57,13 . (6) Js 57,15 . (7) Js 57,16 . (8) Js 59,19 . (9) Js 61,1 . (10) Js 61,3 . (11) Js 63,10 . (12) Js 63,11 . (13) Js 63,14 . (14) Js 65,14 . (15) Js 66,2 .
- w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Tenach (2) : (1) Js 41,16 . (2) Js 42,5 .
- rûchî (mijn geest) . Tenach (31) . Js (5) : (1) Js 26,9 . (2) Js 30,1 . (3) Js 38,16 . (4) Js 42,1 . (5) Js 44,3 . (6) Js 59,21 .
- rûchô (zijn geest) . Tenach (15) . Js (1) : Js 11,15 .

Js 44,4 - Js 44,4 . Wees niet bang - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,1 - Js 44,2 - Js 44,3 - Js 44,4 - Js 44,5
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai anatelousin ôsei chortos ana meson udatos kai ôs itea epi pararreon udôr    4 et germinabunt inter herbas quasi salices iuxta praeterfluentes aquas  4 En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken.
[4] zij zullen gedijen als de groene tamarisk,
als wilgen langs het stromende water. 
[4] Zij zullen ontkiemen tussen het gras, uitbotten als wilgen langs het water. 4 en uitspruiten zullen ze als tussen gras,– als wilgen langs sloten vol water.  4. Ils germeront comme parmi les herbages, comme les saules au bord de l'eau.  

King James Bible . [4] And they shall spring up as among the grass, as willows by the water courses.
Luther-Bibel . 4 dass sie wachsen sollen wie Gras zwischen Wassern, wie die Weiden an den Wasserbächen.

Tekstuitleg van Js 44,4 .

3. châtsîr (gras) . châtsîr (gras) . Taalgebruik in Tenach : châtsîr (gras) . Getalwaarde : chet = 8 , tsade = 18 of 90 , jod = 10 , resj = 20 of 200 ; totaal : 56 (2³ X 7) OF 308 (2² X 7 X 11) . Structuur : 8 - 9 - 1 - 2 . Tenach 16) . Js (9) : (1) Js 15,6 . (2) Js 34,13 . (3) Js 35,7 . (4) Js 37,27 . (5) Js 40,6 . (6) Js 40,7 . (7) Js 40,8 . (8) Js 44,4 . (9) Js 51,12 .

Js 44,5 - Js 44,5 . Wees niet bang - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,1 - Js 44,2 - Js 44,3 - Js 44,4 - Js 44,5
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5outos erei tou theou eimi kai outos boèsetai epi tô onomati iakôb kai eteros epigrapsei tou theou eimi epi tô onomati israèl   5 iste dicet Domini ego sum et ille vocabit in nomine Iacob et hic scribet manu sua Domino et in nomine Israhel adsimilabitur   5 Deze zal zeggen: Ik ben des HEEREN; en die zal zich noemen met den naam van Jakob; en gene zal met zijn hand schrijven: Ik ben des HEEREN, en zich toenoemen met den naam van Israël.  
[5] De ene zal zeggen: “Ik behoor de heer toe”,
de ander zal zich noemen met Jakobs naam;
en weer een ander schrijft op zijn hand: “Van de heer”,
en neemt de naam van Israël aan.  
[5] De een zal zeggen: ‘Ik hoor bij de HEER,’ de ander zal Jakobs naam gebruiken, een derde schrijft op zijn hand: ‘Van de HEER’ en tooit zich met de naam Israël. 5 Deze zal zeggen ‘van de ENE ben ik’ en die zal zich laten roepen met de naam Jakob,– een derde schrijft op zijn hand ‘van de ENE’ en zal de toenaam Israël aannemen. •   5. Celui-ci dira : Je suis à Yahvé, et cet autre se réclamera du nom de Jacob. Celui-là écrira sur sa main : « à Yahvé », et on lui donnera le nom d'Israël. 

King James Bible . [5] One shall say, I am the LORD's; and another shall call himself by the name of Jacob; and another shall subscribe with his hand unto the LORD, and surname himself by the name of Israel.
Luther-Bibel . 5 Dieser wird sagen »Ich bin des HERRN«, und jener wird genannt werden mit dem Namen »Jakob«. Und wieder ein anderer wird in seine Hand schreiben »Dem HERRN eigen« und wird mit dem Namen »Israel« genannt werden. Der lebendige Gott und die toten Götzen

Tekstuitleg van Js 44,5 .

8. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-66 (25) : (1) Js 40,27 . (2) Js 41,8 . (3) Js 41,14 . (4) Js 41,21 . (5) Js 42,24 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,22 . (8) Js 43,28 . (9) Js 44,1 . (10) Js 44,2 . (11) Js 44,5 . (12) Js 44,21 . (13) Js 44,23 . (14) Js 45,4 . (15) Js 45,19 . (16) Js 46,3 . (17) Js 48,1 . (18) Js 48,12 . (19) Js 48,20 . (20) Js 49,5 . (21) Js 49,6 . (22) Js 49,26 . (23) Js 58,1 . (24) Js 58,14 . (25) Js 60,16 .

- Js 44,6-8 . De HEER alleen is God - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,6 - Js 44,7 - Js 44,8 -

Js 44,6 - Js 44,6 . De HEER alleen is God - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,6 - Js 44,7 - Js 44,8 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6outôs legei o theos o basileus tou israèl o rusamenos auton theos sabaôth egô prôtos kai egô meta tauta plèn emou ouk estin theos    6 haec dicit Dominus rex Israhel et redemptor eius Dominus exercituum ego primus et ego novissimus et absque me non est deus   6 Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God.  [6] Zo spreekt de heer, Israëls koning en verlosser, de heer van de machten: Ik ben de eerste* en Ik ben de laatste, en buiten Mij is niemand god!   [6] Dit zegt de HEER, Israëls koning en bevrijder, de HEER van de hemelse machten: Ik ben de eerste en de laatste, er is geen god buiten mij. 6 Zo heeft gezegd de ENE, Israëls koning en zijn verlosser, de ENE, de Omschaarde: ik ben de eerste en ik ben de laatste, en buiten mij is niemand God!   6. Ainsi parle Yahvé, roi d'Israël, Yahvé Sabaot, son rédempteur : Je suis le premier et je suis le dernier, à part moi, il n'y a pas de dieu.  

King James Bible . [6] Thus saith the LORD the King of Israel, and his redeemer the LORD of hosts; I am the first, and I am the last; and beside me there is no God.
Luther-Bibel . 6 So spricht der HERR, der König Israels, und sein Erlöser, der HERR Zebaoth: Ich bin der Erste und ich bin der Letzte, und außer mir ist kein Gott.

Tekstuitleg van Js 44,6 .

1. koh (zo) . Taalgebruik in Tenach : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het N.T. (208) . Pentateuch (34) . Tenach (531) . Js (51) . Js 1-39 (24) . Js 40-55 (20) . Js 56-66 (7) . Js 40-55 (20) : (1) Js 42,5 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . (5) Js 44,2 . (6) Js 44,6 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,1 . (9) Js 45,11 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 49,7 . (14) Js 49,8 . (15) Js 49,22 . (15) Js 49,25 . (17) Js 50,1 . (18) Js 51,22 . (19) Js 52,3 . (20) Js 52,4 .

2. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . ´-m-r . Tenach (790) . Pentateuch (84) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 56-66 (16) . Js 44 (3) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,24 .

3. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 44 (4) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,23 . (4) Js 44,24 .

1. - 3. koh ´âmar JHWH (zo zegt JHWH) . Tenach (247) . Js (22) . Js 1-39 (6) . Js 40-55 (13) . Js 56-66 (3) . Js 1-39 (6) : (1) Js 29,22 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,21 . (4) Js 37,33 . (5) Js 38,1 . (6) Js 38,5 . Js 40-55 (13) : (1) Js 29,22 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,21 . (4) Js 37,33 . (5) Js 38,1 . (6) Js 38,5 . Js 40-55 (13) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,14 . (3) Js 43,16 . (4) Js 44,2 . (5) Js 44,6 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,1 . (8) Js 45,11 . (9) Js 45,14 . (10) Js 48,17 . (11) Js 49,7 . (12) Js 49,8 . (13) Js 50,1 . Js 56-66 (3) : (1) Js 56,1 . (2) Js 65,8 . (3) Js 66,1 .

Js 44,7 - Js 44,7 . De HEER alleen is God - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,6 - Js 44,7 - Js 44,8 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7tis ôsper egô stètô kalesatô kai etoimasatô moi af' ou epoièsa anthrôpon eis ton aiôna kai ta eperchomena pro tou elthein anaggeilatôsan umin    7 quis similis mei vocet et adnuntiet et ordinem exponat mihi ex quo constitui populum antiquum ventura et quae futura sunt adnuntient eis   7 En wie zal, gelijk als Ik, roepen en het verkondigen, en het ordentelijk voor Mij stellen, sedert dat Ik een eeuwig volk gesteld heb? en laat ze de toekomstige dingen, en die komen zullen, hun verkondigen.  [7] Wie is aan Mij gelijk? Laat hem spreken, het verkondigen en voor Mij bewijzen. Wie heeft vooraf verkondigd wat ging gebeuren? Laat men ons openbaren wat nog komen gaat.   [7] Wie is zoals ik? Laat hij het woord nemen. Laat hij vertellen en aan mij ontvouwen wat er te gebeuren stond vanaf de dag dat ik de mensheid schiep, en laat hij onthullen wat er gebeuren gaat. 7 Wie is zoals ik? Laat hij roepen, het melden en voor mij uitstallen hoe ik een gemeente van eeuwig een plaats gaf; en toekomstige dagen, dat wat zal komen, laten ze het ons melden!   7. Qui est comme moi ? qu'il crie, qu'il le proclame et me l'expose; depuis que j'ai constitué un peuple éternel, ce qui se passe, qu'il le dise, et ce qui doit arriver, qu'il le leur annonce. 

King James Bible . [7] And who, as I, shall call, and shall declare it, and set it in order for me, since I appointed the ancient people? and the things that are coming, and shall come, let them shew unto them.
Luther-Bibel . 7 Und wer ist mir gleich? Er rufe und verkünde es und tue es mir dar! Wer hat vorzeiten kundgetan das Künftige? Sie sollen uns verkündigen, was kommen wird!

Tekstuitleg van Js 44,7 .

Js 44,8 - Js 44,8 . De HEER alleen is God - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,6 - Js 44,7 - Js 44,8 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8mè parakaluptesthe ouk ap' archès ènôtisasthe kai apèggeila umin martures umeis este ei estin theos plèn emou kai ouk èsan tote    8 nolite timere neque conturbemini ex tunc audire te feci et adnuntiavi vos estis testes mei numquid est deus absque me et formator quem ego non noverim 8 Verschrikt niet, en vreest niet; heb Ik het u van toen af niet doen horen en verkondigd? Want gijlieden zijt Mijn getuigen: is er ook een God behalve Mij? Immers, is er geen andere rotssteen: Ik ken er geen?   [8] Wees niet angstig of radeloos: heb Ik het u niet van oudsher bekendgemaakt en verkondigd? U bent mijn getuigen: is er een god buiten Mij? Er is geen andere rots*, Ik ken er geen!   [8] Vrees niet, laat de angst je niet verlammen: heb ik het je niet vanaf het begin laten horen, heb ik het je niet aldoor verteld? Jullie zijn mijn getuigen: is er een god buiten mij, of een andere rots? Ik ken er geen. 8 Weest niet verschrikt en vreest niet heb ik niet van toen af het je doen horen en gemeld met jullie als getuigen? Is er een God buiten mij?– er is geen andere rots, ik ken er geen. 8. Ne vous effrayez pas, soyez sans crainte, dès longtemps ne vous l'ai-je pas annoncé et révélé ? Vous êtes mes témoins. Y aurait-il un dieu à part moi ? Il n'y a pas de Rocher, je n'en connais pas! 

King James Bible . [8] Fear ye not, neither be afraid: have not I told thee from that time, and have declared it? ye are even my witnesses. Is there a God beside me? yea, there is no God; I know not any.
Luther-Bibel . 8 Fürchtet euch nicht und erschreckt nicht! Habe ich's dich nicht schon lange hören lassen und es dir verkündigt? Ihr seid doch meine Zeugen! Ist auch ein Gott außer mir? Es ist kein Fels, ich weiß ja keinen.

Tekstuitleg van Js 44,8 .

- Js 44,9-22 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -

Js 44,9 - Js 44,9 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9oi plassontes kai glufontes pantes mataioi oi poiountes ta katathumia autôn a ouk ôfelèsei autous alla aischunthèsontai    9 plastae idoli omnes nihil sunt et amantissima eorum non proderunt eis ipsi sunt testes eorum quia non vident neque intellegunt ut confundantur   9 De formeerders van gesneden beelden zijn al te zamen ijdelheid, en hun gewenste dingen doen geen nut; ja, zij zelven zijn hun getuigen; zij zien niet, en zij weten niet, daarom zullen zij beschaamd worden.   [9] Al de makers van beelden zijn onbeduidend, hun lievelingen baten niets, degenen die voor hen getuigen zien het niet en begrijpen het tot hun schaamte niet.  [9] Mensen die godenbeelden maken zijn niets, en van hun dierbare maaksels valt niets te verwachten. De mensen die van deze goden getuigen, zien niets en weten niets, zij zullen beschaamd staan.  9 ¶ Die beelden formeren zijn allen van een woeste leegte en hun lievelingen baten niet; zelf zijn zij getuigen van hen dat ze niet zien en niet weten, tot hun beschaming. 9. Néant, tous ceux qui modèlent des idoles, leurs meilleures œuvres ne servent à rien! Elles sont leurs témoins, qui ne voient ni ne savent rien, en sorte qu'ils seront couverts de honte.  

King James Bible . [9] They that make a graven image are all of them vanity; and their delectable things shall not profit; and they are their own witnesses; they see not, nor know; that they may be ashamed.
Luther-Bibel . 9 Die Götzenmacher sind alle nichtig; woran ihr Herz hängt, das ist nichts nütze. Und ihre Zeugen sehen nichts, merken auch nichts, damit sie zuschanden werden.

Tekstuitleg van Js 44,9 .

Js 44,10 - Js 44,10 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10pantes oi plassontes theon kai glufontes anôfelè    10 quis formavit deum et sculptile conflavit ad nihil utile   10 Wie formeert een god, en giet een beeld, dat geen nut doet?  [10] Wie boetseert of giet een godenbeeld dat niet baat?   [10] Wie vormt er nu een god en giet zo’n nutteloos beeld? 10 Wie wil een godheid formeren of een beeld gieten,– om er geen baat bij te hebben? 10. Qui a façonné un dieu et fondu une idole qui ne peuvent servir à rien ?  

King James Bible . [10] Who hath formed a god, or molten a graven image that is profitable for nothing?
Luther-Bibel . 10 Wer sind sie, die einen Gott machen und einen Götzen gießen, der nichts nütze ist?

Tekstuitleg van Js 44,10 .

Js 44,11 - Js 44,11 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11kai pantes othen egenonto exèranthèsan kai kôfoi apo anthrôpôn sunachthètôsan pantes kai stètôsan ama entrapètôsan kai aischunthètôsan ama    11 ecce omnes participes eius confundentur fabri enim sunt ex hominibus convenient omnes stabunt et pavebunt et confundentur simul   11 Ziet, al hun medegenoten zullen beschaamd worden, want de werkmeesters zijn uit de mensen; dat zij zich altemaal vergaderen, dat zij opstaan, zij zullen verschrikken, zij zullen te zamen beschaamd worden.   [11] Zie, al zijn aanhangers zullen beschaamd worden; de makers ervan zijn niet meer dan mensen. Laat hen allen samenkomen en voor het gerecht verschijnen, dan zullen zij sidderen van angst en zullen zij beschaamd zijn.   [11] Die ambachtslieden zijn maar mensen, en daarom zullen al hun bewonderaars bedrogen uitkomen. Laten ze bijeenkomen en zich opstellen; ze zullen sidderen en te schande staan, zonder uitzondering. 11 Zie, allen die zich daaraan verbinden worden beschaamd, smid en steenhouwer zijn ook maar uit Adam; laat ze samenstromen, allen daar staan: ze zullen verschrikt worden en beschaamd tezamen. 11. Voici que tous ses fidèles seront couverts de honte, ainsi que ses artisans qui ne sont que des hommes. Qu'ils se rassemblent tous, qu'ils comparaissent; qu'ils soient remplis à la fois d'épouvante et de honte!  

King James Bible . [11] Behold, all his fellows shall be ashamed: and the workmen, they are of men: let them all be gathered together, let them stand up; yet they shall fear, and they shall be ashamed together.
Luther-Bibel . 11 Siehe, alle ihre Genossen werden zuschanden; die Meister sind auch nur Menschen. Wenn sie auch alle zusammentreten, sollen sie dennoch erschrecken und zuschanden werden.

Tekstuitleg van Js 44,11 .

1. hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenach : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . idou (zie) in de LXX (1145) , in het N.T. (200) .
- hen (zie) . Tenach (106) . Js (25) : (1) Js 23,13 . (2) Js 32,1 . (3) Js 33,7 . (4) Js 40,15 . (5) Js 41,11 . (6) Js 41,24 . (7) Js 41,29 . (8) Js 42,1 . (9) Js 44,11 . (10) Js 49,16 . (11) Js 49,21 . (12) Js 50,1 . (13) Js 50,2 . (14) Js 50,9 . (15) Js 50,11 . (16) Js 54,15 . (17) Js 54,16 . (18) Js 55,4 . (19) Js 55,5 . (20) Js 56,3 . (21) Js 58,3 . (22) Js 58,4 . (23) Js 59,1 . (24) Js 64,4 . (25) Js 64,8 .
- hinneh (zie) . Tenach (495) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .
- hinënî (zie ik) . Tenach (177) . Js (14) : (1) Js 6,8 . (2) Js 13,17 . (3) Js 28,16 . (4) Js 29,14 . (5) Js 37,7 . (6) Js 38,5 . (7) Js 38,8 . (8) Js 43,19 . (9) Js 52,6 . (10) Js 58,9 . (11) Js 65,1 . (12) Js 65,17 . (13) Js 65,18 . (14) Js 66,12 .

Js 44,12 - Js 44,12 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12oti ôxunen tektôn sidèron skeparnô eirgasato auto kai en teretrô etrèsen auto eirgasato auto en tô brachioni tès ischuos autou kai peinasei kai asthenèsei kai ou mè piè udôr eklexamenos    12 faber ferrarius lima operatus est in prunis et in malleis formavit illud et operatus est in brachio fortitudinis suae esuriet et deficiet non bibet aquam et lassescet   12 De ijzersmid maakt een bijl, en werkt in den gloed, en formeert het met hamers, en werkt het met zijn sterken arm; ook lijdt hij honger, totdat hij krachteloos wordt, hij drinkt geen water, totdat hij amechtig wordt.   [12] De smid maakt een vuur en smeedt een bijl; hij bewerkt die met zijn sterke hand. Dan krijgt hij honger, zijn kracht is verdwenen; als hij niet drinkt, raakt hij uitgeput.   [12] Een smid hanteert gereedschap om ijzer te smeden in een gloeiend vuur. Hij vormt het met een hamer en bewerkt het met krachtige hand. Maar als hij honger krijgt, verliest hij zijn kracht, en als hij geen water drinkt, raakt hij uitgeput. 12 Heeft de smid van ijzer een bijl gesmeed, hem bewerkt in de kolengloed, dan formeert hij hem met zijn hamers; hij bewerkt hem met de kracht van zijn arm, maar ook krijgt hij honger en heeft geen kracht meer, hij heeft geen water gedronken en wordt moe. 12. Le forgeron fabrique une hache sur des braises, il la façonne au marteau, il la travaille à la force de son bras. Et puis il a faim et perd sa force, n'ayant pas bu d'eau il est épuisé.  

King James Bible . [12] The smith with the tongs both worketh in the coals, and fashioneth it with hammers, and worketh it with the strength of his arms: yea, he is hungry, and his strength faileth: he drinketh no water, and is faint.
Luther-Bibel . 12 Der Schmied macht ein Messer in der Glut und formt es mit Hammerschlägen. Er arbeitet daran mit der ganzen Kraft seines Arms; dabei wird er hungrig, sodass er nicht mehr kann, und trinkt auch kein Wasser, sodass er matt wird.

Tekstuitleg van Js 44,12 .

Js 44,13 - Js 44,13 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13tektôn xulon estèsen auto en metrô kai en kollè erruthmisen auto epoièsen auto ôs morfèn andros kai ôs ôraiotèta anthrôpou stèsai auto en oikô    13 artifex lignarius extendit normam formavit illud in runcina fecit illud in angularibus et in circino tornavit illud et fecit imaginem viri quasi speciosum hominem habitantem in domo   13 De timmerman trekt het richtsnoer uit, hij tekent het af met den draad, hij maakt het effen met de schaven, en tekent het met den passer, en maakt het naar de beeltenis eens mans, naar de schoonheid van een mens, dat het in het huis blijve.   [13] De timmerman bepaalt de maten van het beeld en tekent het uit met de stift; dan bewerkt hij het hout met de beitel en gaat alles na met de passer. Hij maakt het naar het model van een man en geeft het een mooie menselijke vorm om het in een tempel te plaatsen.   [13] Een beeldsnijder spant een meetlint en geeft de ruwe omtrek aan met een beitel. Dan snijdt hij een figuur uit met een fijn mes en tekent de precieze vorm af met een passer. Hij maakt er een menselijke figuur van, een prachtig beeld, om in een huis te zetten. 13 Heeft de timmerman houtblokken behakt en een meetsnoer gespannen, dan tekent hij hem uit met de stift; hij maakt het glad met de schaven en tekent het uit met de passer; hij maakt het als de beeltenis van een man, als een mens in zijn luister, om te zetelen in een huis. 13. Le sculpteur sur bois tend le cordeau, trace l'image à la craie, l'exécute au ciseau et la dessine au compas, il l'exécute à l'image de l'homme, selon la beauté humaine, pour qu'elle habite une maison.  

King James Bible . [13] The carpenter stretcheth out his rule; he marketh it out with a line; he fitteth it with planes, and he marketh it out with the compass, and maketh it after the figure of a man, according to the beauty of a man; that it may remain in the house.
Luther-Bibel . 13 Der Zimmermann spannt die Schnur und zeichnet mit dem Stift. Er behaut das Holz und zirkelt es ab und macht es wie eines Mannes Gestalt, wie einen schönen Menschen; in einem Hause soll es thronen.

Tekstuitleg van Js 44,13 .

Js 44,14 - Js 44,14 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14o ekopsen xulon ek tou drumou o efuteusen kurios kai uetos emèkunen    14 succidit cedros tulit ilicem et quercum quae steterat inter ligna saltus plantavit pinum quam pluvia nutrivit   14 Als hij zich cederen afhouwt, zo neemt hij een cypressenboom of een eik, en hij versterkt zich onder de bomen des wouds; hij plant een olmboom, en de regen maakt dien groot.   [14] Hij hakt een ceder om, een linde of een eik, die hij samen met andere bomen heeft gekweekt, of een pijnboom, die hij zelf heeft geplant en die door de regen is opgegroeid.   [14] Iemand velt een paar ceders, of hij kiest een pijnboom en een eik, die hij in het bos met andere bomen heeft laten opgroeien; of een laurierboom die hij heeft geplant en die groeide door de regen. 14 Eerst heeft hij zich ceders moeten kappen, pijnboom en steeneik moeten meenemen die hij sterk heeft laten worden tussen de bomen van het woud; hij heeft een olm geplant en de regen maakte die groot. 14. Il a coupé des cèdres, il a choisi un chêne et un térébinthe qu'il a laissés croître pour lui parmi les arbres de la forêt. Il a planté un pin que la pluie a fait grandir. 

King James Bible . [14] He heweth him down cedars, and taketh the cypress and the oak, which he strengtheneth for himself among the trees of the forest: he planteth an ash, and the rain doth nourish it.
Luther-Bibel . 14 Er haut Zedern ab und nimmt Kiefern und Eichen und wählt unter den Bäumen des Waldes. Er hatte Fichten gepflanzt und der Regen ließ sie wachsen.

Tekstuitleg van Js 44,14 .

Js 44,15 - Js 44,15 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15ina è anthrôpois eis kausin kai labôn ap' autou ethermanthè kai kausantes epepsan artous ep' autôn to de loipon eirgasanto eis theous kai proskunousin autous   15 et facta est hominibus in focum sumpsit ex eis et calefactus est et succendit et coxit panes de reliquo autem operatus est deum et adoravit fecit sculptile et curvatus est ante illud   15 Dan is het voor den mens om te verbranden, dan neemt hij daarvan, en warmt er zich bij; ook ontsteekt hij het, en bakt er brood bij; daarenboven maakt hij er een god van, en buigt zich daarvoor, hij maakt er een gesneden beeld van, en knielt er voor neder.   [15] De mensen verbranden dat hout om zich eraan te warmen; zij leggen er vuur mee aan om brood te bakken; of zij maken er een god van, waarvoor zij zich buigen, een beeld dat zij aanbidden.   [15] Ze dienen hem tot brandhout: hij gebruikt het om zich te warmen, of om er brood op te bakken. Of hij bewerkt het tot een god, waarvoor hij knielt; hij maakt er een godenbeeld van, waarvoor hij zich neerbuigt. 15 Een mens moet brandstof hebben, neemt een deel van hen en warmt zich, ook steekt hij het aan en bakt brood; ook bewerkt hij het tot een godheid en werpt zich daarvoor neer, hij maakt het tot een snijbeeld en knielt daarvoor. 15. Les hommes le destinent au feu : il en a pris pour se chauffer, il l'a allumé et a cuit du pain. Mais aussi il a fait un dieu pour l'adorer, il a fabriqué une idole pour se prosterner devant elle.  

King James Bible . [15] Then shall it be for a man to burn: for he will take thereof, and warm himself; yea, he kindleth it, and baketh bread; yea, he maketh a god, and worshippeth it; he maketh it a graven image, and falleth down thereto.
Luther-Bibel . 15 Das gibt den Leuten Brennholz; davon nimmt er und wärmt sich; auch zündet er es an und bäckt Brot; aber daraus macht er auch einen Gott und betet's an; er macht einen Götzen daraus und kniet davor nieder.

Tekstuitleg van Js 44,15 .

Js 44,16 - Js 44,16 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16ou to èmisu autou katekausan en puri kai kausantes epepsan artous ep' autôn kai ep' autou kreas optèsas efagen kai eneplèsthè kai thermantheis eipen èdu moi oti ethermanthèn kai eidon pur    16 medium eius conbusit igni et de medio eius carnes comedit coxit pulmentum et saturatus est et calefactus est et dixit va calefactus sum vidi focum  16 Zijn helft brandt hij in het vuur, bij de andere helft daarvan eet hij vlees; hij braadt een gebraad, en hij wordt verzadigd; ook warmt hij zichzelven, en hij zegt: Hei! ik ben warm geworden, ik heb het vuur gezien!   [16] Een gedeelte verbranden zij; op een ander deel braden zij het vlees waarmee zij hun honger stillen; zij warmen zich eraan en zeggen: “Ha, lekker warm dat vuur.”   [16] Met de ene helft stookt hij een vuur, waarop hij vlees bereidt; hij roostert het vlees en doet er zich te goed aan. Hij wordt warm en zegt: ‘Ha, lekker warm! Ik zie de gloed van het vuur!’ 16 De helft ervan zal hij verbranden in het vuur, boven die helft eet hij vlees, braadt een braadstuk en wordt verzadigd; ook warmt hij zich en zegt: ha, ik ben warm geworden, ik heb het zien gloeien! 16. Il en avait brûlé la moitié au feu, sur cette moitié il fait rôtir de la viande, la mange et se rassasie; en même temps il se chauffe et dit : « Ah! je me suis bien chauffé et j'ai vu la flamme. »  

King James Bible . [16] He burneth part thereof in the fire; with part thereof he eateth flesh; he roasteth roast, and is satisfied: yea, he warmeth himself, and saith, Aha, I am warm, I have seen the fire:
Luther-Bibel . 16 Die eine Hälfte verbrennt er im Feuer, auf ihr brät er Fleisch und isst den Braten und sättigt sich, wärmt sich auch und spricht: Ah! Ich bin warm geworden, ich spüre das Feuer.

Tekstuitleg van Js 44,16 .

Js 44,17 - Js 44,17 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17to de loipon epoièsen eis theon glupton kai proskunei autô kai proseuchetai legôn exelou me oti theos mou ei su    17 reliquum autem eius deum fecit sculptile sibi curvatur ante illud et adorat illud et obsecrat dicens libera me quia deus meus es tu   17 Het overige nu daarvan maakt hij tot een god, tot zijn gesneden beeld; hij knielt er voor neder, en buigt zich, en bidt het aan, en zegt: Red mij, want gij zijt mijn god!   [17] En van de rest maken zij dan een god, een beeld dat zij aanbidden. Zij knielen ervoor neer en smeken: “Red ons, want u bent onze god.”   [17] Van de rest maakt hij een god, een godenbeeld waarvoor hij knielt en zich neerbuigt in gebed: ‘Red mij, want u bent mijn god.’ 17 En wat er van overblijft zal hij tot een godheid maken, zijn snijbeeld; hij knielt daarvoor, onderwerpt zich en bidt het aan, zegt: red mij, want gij zijt mijn God!   17. Avec le reste il fait un dieu, son idole, et il se prosterne devant lui, l'adore et le prie et dit : « Sauve-moi, car tu es mon dieu. »  

King James Bible . [17] And the residue thereof he maketh a god, even his graven image: he falleth down unto it, and worshippeth it, and prayeth unto it, and saith, Deliver me; for thou art my god.
Luther-Bibel . 17 Aber die andere Hälfte macht er zum Gott, dass es sein Götze sei, vor dem er kniet und niederfällt und betet und spricht: Errette mich, denn du bist mein Gott!

Tekstuitleg van Js 44,17 .

Js 44,18 - Js 44,18 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18ouk egnôsan fronèsai oti apèmaurôthèsan tou blepein tois ofthalmois autôn kai tou noèsai tè kardia autôn   18 nescierunt neque intellexerunt lutati enim sunt ne videant oculi eorum et ne intellegant corde suo   18 Zij weten niet, en verstaan niet, want het heeft hun ogen bestreken, dat zij niet zien, en hun harten, dat zij niet verstaan.   [18] Zij zijn dom en onwetend, want hun ogen zijn verblind zodat zij niets zien, en hun geest is van inzicht verstoken.   [18] Ze begrijpen het niet, ze beseffen het niet; blijkbaar zitten hun ogen dichtgeplakt, waardoor ze niets zien en het hun aan inzicht schort. 18 Zij kennen niet en begrijpen niet,– te dicht zitten hun ogen om te zien, hun harten om doorzicht te hebben.   18. Ils ne savent pas, ils ne comprennent pas, car leurs yeux sont incapables de voir, et leur cœur de réfléchir.  

King James Bible . [18] They have not known nor understood: for he hath shut their eyes, that they cannot see; and their hearts, that they cannot understand.
Luther-Bibel . 18 Sie wissen nichts und verstehen nichts; denn sie sind verblendet, dass ihre Augen nicht sehen und ihre Herzen nichts merken können.

Tekstuitleg van Js 44,18 .

Js 44,19 - Js 44,19 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19kai ouk elogisato tè kardia autou oude anelogisato en tè psuchè autou oude egnô tè fronèsei oti to èmisu autou katekausen en puri kai epepsen epi tôn anthrakôn autou artous kai optèsas kreas efagen kai to loipon autou eis bdelugma epoièsen kai proskunousin autô    19 non recogitant in mente sua neque cognoscunt neque sentiunt ut dicant medietatem eius conbusi igne et coxi super carbones eius panes coxi carnes et comedi et de reliquo eius idolum faciam ante truncum ligni procidam   19 En niemand van hen brengt het in zijn hart, en er is noch kennis noch verstand, dat hij zeggen zou: De helft daarvan heb ik verbrand in het vuur, ja, ook op de kolen daarvan heb ik brood gebakken, ik heb vlees daarbij gebraden, en heb het gegeten; en zou ik het overblijfsel daarvan tot een gruwel maken, zou ik nederknielen voor hetgeen van een boom gekomen is?  [19] Het dringt niet tot hen door, hun begrip reikt niet zo ver dat zij zeggen: “De helft verbranden wij en op de houtskool bakken wij brood en braden wij vlees dat wij eten; van de rest maken wij dan een verwerpelijk beeld en voor dat hout knielen wij neer.”   [19] Het dringt niet tot hen door, ze missen de kennis en het inzicht om te bedenken: Met de ene helft heb ik een vuur gestookt, op de gloeiende houtskool heb ik brood gebakken en vlees geroosterd om te eten. Van wat overbleef heb ik een gruwelijk beeld gemaakt. Ik buig me dus neer voor een blok hout. 19 Niets laat hij inkeren in zijn hart, geen kennis heeft hij en geen begrip om te zeggen: de helft ervan heb ik verbrand in het vuur en ook heb ik op z’n houtskool brood gebakken, vlees gebraden en gegeten,– de rest maak ik tot zo’n gruwel, voor een blok hout kniel ik neer!   19. Pas un ne rentre en lui-même, pas un n'a la connaissance et l'intelligence de se dire : « J'en ai brûlé la moitié au feu et j'ai cuit du pain sur ses braises, je rôtis de la viande et je la mange; avec le reste je ferais une chose abominable, me prosterner devant un bout de bois! » 

King James Bible . [19] And none considereth in his heart, neither is there knowledge nor understanding to say, I have burned part of it in the fire; yea, also I have baked bread upon the coals thereof; I have roasted flesh, and eaten it: and shall I make the residue thereof an abomination? shall I fall down to the stock of a tree?
Luther-Bibel . 19 Er kommt nicht zur Einsicht; keine Vernunft und kein Verstand ist da, dass er dächte: Ich habe die eine Hälfte mit Feuer verbrannt und hab auf den Kohlen Brot gebacken und Fleisch gebraten und gegessen, und sollte die andere Hälfte zum Götzen machen und sollte knien vor einem Klotz?

Tekstuitleg van Js 44,19 .

Js 44,20 - Js 44,20 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20gnôte oti spodos è kardia autôn kai planôntai kai oudeis dunatai exelesthai tèn psuchèn autou idete ouk ereite oti pseudos en tè dexia mou    20 pars eius cinis est cor insipiens adoravit illud et non liberabit animam suam neque dicet forte mendacium est in dextera mea   20 Hij voedt zich met as, het bedrogen hart heeft hem ter zijde afgeleid; zodat hij zijn ziel niet redden kan, noch zeggen: Is er niet een leugen in mijn rechterhand?   [20] Wie zich inlaat met zo’n brandbaar stuk hout, wordt misleid door een bedrogen geest. Hij vindt geen redding en vraagt zich niet af: “Houd ik geen leugen in mijn hand?”   [20] Wat zij koesteren is as! Een verwarde geest heeft hen op een dwaalspoor gebracht. Ze zijn niet meer te redden, want ze vragen zich niet af: ‘Is wat ik in mijn hand houd eigenlijk geen bedrog?’ 20 Wie as weidt is door een bedrogen hart misleid,– hij zal zijn ziel niet redden, hij zegt niet: heb ik geen leugen bij de hand? ••  20. Il est attaché à de la cendre, son cœur abusé l'a égaré, il ne sauvera pas sa vie, il ne dira pas : « Ce que j'ai dans la main, n'est-ce pas un leurre ? »  

King James Bible . [20] He feedeth on ashes: a deceived heart hath turned him aside, that he cannot deliver his soul, nor say, Is there not a lie in my right hand?
Luther-Bibel . 20 Wer Asche hütet, den hat sein Herz getäuscht und betört, sodass er sein Leben nicht erretten und nicht zu sich sagen wird: Ist das nicht Trug, woran meine Rechte sich hält? Freude über die Erlösung

Tekstuitleg van Js 44,20 .

Js 44,21 - Js 44,21 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21mnèsthèti tauta iakôb kai israèl oti pais mou ei su eplasa se paida mou kai su israèl mè epilanthanou mou    21 memento horum Iacob et Israhel quoniam servus meus es tu formavi te servus meus es tu Israhel non oblivisceris mei   21 Gedenk aan deze dingen, o Jakob, en Israël! Want gij zijt Mijn knecht, Ik heb u geformeerd; gij zijt Mijn knecht, Israël, gij zult van Mij niet vergeten worden.  [21] Denk aan dit alles, Jakob, u, Israël, want u bent mijn dienstknecht. Ik heb u gevormd, u bent mijn dienstknecht; Israël, u wordt door Mij niet vergeten.   [21] Neem deze dingen ter harte, Jakob, neem ze ter harte, Israël, want jij bent mijn dienaar. Ik heb je gevormd, je bent mijn dienaar, Israël, ik zal je niet vergeten. 21 ¶ Gedenk dit alles, Jakob en Israël, want jij bent mijn dienaar!, ik heb je gevormd, dienstbaar ben jij aan mij, Israël, je wordt door mij niet vergeten!   21. Souviens-toi de cela, Jacob, et toi Israël, car tu es mon serviteur. Je t'ai modelé, tu es pour moi un serviteur, Israël, je ne t'oublierai pas.  

King James Bible . [21] Remember these, O Jacob and Israel; for thou art my servant: I have formed thee; thou art my servant: O Israel, thou shalt not be forgotten of me.
Luther-Bibel . 21 Gedenke daran, Jakob, und du, Israel, denn du bist mein Knecht. Ich habe dich bereitet, dass du mein Knecht seist. Israel, ich vergesse dich nicht!

Tekstuitleg van Js 44,21 .

3. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-66 (25) : (1) Js 40,27 . (2) Js 41,8 . (3) Js 41,14 . (4) Js 41,21 . (5) Js 42,24 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,22 . (8) Js 43,28 . (9) Js 44,1 . (10) Js 44,2 . (11) Js 44,5 . (12) Js 44,21 . (13) Js 44,23 . (14) Js 45,4 . (15) Js 45,19 . (16) Js 46,3 . (17) Js 48,1 . (18) Js 48,12 . (19) Js 48,20 . (20) Js 49,5 . (21) Js 49,6 . (22) Js 49,26 . (23) Js 58,1 . (24) Js 58,14 . (25) Js 60,16 .

4. wëjishërâ´el (en Israël) < verbindingswoord wë + zelfst. naamw. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenach : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Tenach (33) . Js (8) : (1) Js 42,24 . (2) Js 43,28 . (3) Js 44,1 . (4) Js 44,21 . (5) Js 45,4 . (6) Js 48,12 . (7) Js 49,5 . (8) Js 63,16 .

3. - 4. ja`äqobh wëjishërâ´el (Jakob en Israël) . Tenach (5) : (1) Js 42,24 . (2) Js 43,28 . (3) Js 44,21 . (4) Js 45,4 . (5) Js 48,12 .

6. `bdj van het zelfst. naamw. `èbhèd (dienaar, knecht) . Taalgebruik in Tenach : `èbhèd (dienaar) . Getalwaarde : ayin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 . Totaal : 16 + 2 + 4 of 70 + 2 + 4 = 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . `-b-d in Tenach (115) . Gr. pais (kind) . Taalgebruik in het N.T. : pais (kind) . Taalgebruik in de Septuaginta : pais (kind) . OF : Taalgebruik in het N.T. : doulos (dienaar) . doulos (dienaar) . Taalgebruik in de Septuaginta : doulos (dienaar) . Een vorm van doulos (dienaar) in de Septuaginta (383) , in het N.T. (124) . Een vorm van pais (kind) in de Septuaginta (470) , in het N.T. (24) . `-b-d-j ( status constr. mv. `abhëde(j) (dienaren van...) OF `bd enk. + suff. 1ste pers. enk : `abhëdî (mijn dienaar) in Tenach (145) , in Js (21) : (1) Js 19,9 . (2) Js 20,3 . (3) Js 30,24 . (4) Js 36,9 . (5) Js 37,5 . (6) Js 37,35 . (7) Js 41,8 . (8) Js 41,9 . (9) Js 42,1 . (10) Js 42,19 . (11) Js 44,1 . (12) Js 44,2 . (13) Js 44,21 . (14) Js 45,4 . (15) Js 49,3 . (16) Js 52,13 . (17) Js 53,11 . (18) Js 54,17 . (19) Js 65,8 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 .

6. - 7. `abhëdî ´âththâh (mijn dienaar ben je) . Tenach (2) : (1) Js 44,21 . (2) Js 49,3 . `abhëdî ´âththah (mijn dienaar ben jij) . Tenach (1) Js 41,9 . `èbhèd lî (een dienaar voor mij) : Js 44,21 . lî `èbhèd (voor mij een dienaar) .

9. `èbhèd (dienaar, knecht) . Taalgebruik in Tenach : `èbhèd (dienaar) . Getalwaarde : ayin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 . Totaal : 16 + 2 + 4 of 70 + 2 + 4 = 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . `-b-d in Tenach (115) . Gr. pais (kind) . Taalgebruik in het N.T. : pais (kind) . Taalgebruik in de Septuaginta : pais (kind) . OF : Taalgebruik in het N.T. : doulos (dienaar) . doulos (dienaar) . Taalgebruik in de Septuaginta : doulos (dienaar) . Een vorm van doulos (dienaar) in de Septuaginta (383) , in het N.T. (124) . Een vorm van pais (kind) in de Septuaginta (470) , in het N.T. (24) . `bd in Tenach (115) , in Js (3) . `èbhèd (dienaar) . Jesaja (2) : (1) Js 44,21 . (2) Js 49,6 .

Js 44,22 - Js 44,22 . Dwaasheid van de beeldenverering - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22idou gar apèleipsa ôs nefelèn tas anomias sou kai ôs gnofon tas amartias sou epistrafèti pros me kai lutrôsomai se   22 delevi ut nubem iniquitates tuas et quasi nebulam peccata tua revertere ad me quoniam redemi te   22 Ik delg uw overtredingen uit als een nevel, en uw zonden als een wolk; keer weder tot Mij, want Ik heb u verlost.   [22] Uw opstandige daden heb Ik weggewist als een wolk, uw zonden als een nevel; keer terug tot Mij, want Ik heb u verlost.’   [22] Ik heb je misdaden als een wolk doen verdampen, je zonden als de ochtendnevel. Keer terug naar mij: ik zal je vrijkopen. 22 Wegwissen zal ik je overschrijdingen als een mistbank, als een wolk je zonden; keer terug naar mij, want ik heb je verlost!  22. J'ai dissipé tes crimes comme un nuage et tes péchés comme une nuée; reviens à moi, car je t'ai racheté.  

King James Bible . [22] I have blotted out, as a thick cloud, thy transgressions, and, as a cloud, thy sins: return unto me; for I have redeemed thee.
Luther-Bibel . 22 Ich tilge deine Missetat wie eine Wolke und deine Sünden wie den Nebel. Kehre dich zu mir, denn ich erlöse dich!

Tekstuitleg van Js 44,22 .

- Js 44,23 . Hymne - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,23 -

Js 44,23 - Js 44,23 . Hymne - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,23 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23eufranthète ouranoi oti èleèsen o theos ton israèl salpisate themelia tès gès boèsate orè eufrosunèn oi bounoi kai panta ta xula ta en autois oti elutrôsato o theos ton iakôb kai israèl doxasthèsetai    23 laudate caeli quoniam fecit Dominus iubilate extrema terrae resonate montes laudationem saltus et omne lignum eius quoniam redemit Dominus Iacob et Israhel gloriabitur  23 Zingt met vreugde, gij hemelen! want de HEERE heeft het gedaan; juicht, gij benedenste delen der aarde! gij bergen! maakt een groot gedreun met vreugdegezang, gij bossen, en alle geboomte daarin! Want de HEERE heeft Jakob verlost, en Zich heerlijk gemaakt in Israël.  [23] Jubel, hemelen, want de heer heeft gehandeld, juich, diepten van de aarde, breek uit in gejubel, bergen, u, woud, met al uw bomen, want de heer heeft Jakob verlost, en in Israël zijn heerlijkheid getoond.   [23] Juich, hemel, want de HEER heeft dit gedaan, jubel, diepten van de aarde, bergen, breek uit in gejuich, en ook jullie, bossen met al je bomen: ja, de HEER koopt Jakob vrij, in Israël toont hij zijn luister. Cyrus door God geroepen 23 Jubelt, hemelen, om wat de ENE heeft gedaan, schalt het uit, alles onder de aarde, bergen, breekt uit in gejubel, bossen en alle bomen daarin! Want de ENE heeft Jakob verlost, toont in Israël zijn luister! •   23. Criez de joie, cieux, car Yahvé a agi, hurlez, profondeurs de la terre, poussez, montagnes, des cris de joie, forêt, et tous les arbres qu'elle contient! car Yahvé a racheté Jacob, il s'est glorifié en Israël. 

King James Bible . [23] Sing, O ye heavens; for the LORD hath done it: shout, ye lower parts of the earth: break forth into singing, ye mountains, O forest, and every tree therein: for the LORD hath redeemed Jacob, and glorified himself in Israel.
Luther-Bibel . 23 Jauchzet, ihr Himmel, denn der HERR hat's getan! Jubelt, ihr Tiefen der Erde! Ihr Berge, frohlocket mit Jauchzen, der Wald und alle Bäume darin! Denn der HERR hat Jakob erlöst und ist herrlich in Israel. Kyrus als Werkzeug Gottes

a. rânnû sjâmajim (juicht , hemelen) .

Tekstuitleg van Js 44,23 . Het vers Js 44,23 telt 21 (3 X 7) woorden en 76 (4 X 19) letters. De getalwaarde van Js 44,23 is 5593 (7 X 17 X 47) .

Js 44,23.1. act. qal imperatief 2de pers. mann. mv. rânnû van het werkw. rânan (roepen, jubelen, jammeren) . Taalgebruik in Tenach : rânan (roepen, jubelen, jammeren) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 OF 300 . Structuur : 2 - 5 - 5 . Tenach (3) : (1) Js 44,23 . (2) Js 49,13 . (3) Jr 31,7 . Zie ook : act. qal imperatief 2de pers. vr. enk. rânnî van het werkw. Tenach (5) : (1) Js 54,1 . (2) Sef 3,14 . (3) Zach 2,14 . (4) Ps 32,7 . (5) Kl 2,19 . wâronnî (en roept) . Tenach (1) : Js 12,6 .

Js 44,23.2. sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenach : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Taalgebruik in de Septuaginta : ouranos (hemel) . Taalgebruik in het N.T. : ouranos (hemel) . Lat. coelum . Fr. ciel . Ned. hemel . D. Himmel . E. heaven . Een vorm van ouranos (hemel) in de LXX (682) , in het N.T. (272) . Tenach (92) . Js (18) : (1) Js 1,2 . (2) Js 5,20 . (3) Js 13,13 . (4) Js 40,22 . (5) Js 44,23 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,8 . (8) Js 45,12 . (9) Js 47,13 . (10) Js 48,13 . (11) Js 49,13 . (12) Js 50,3 . (13) Js 51,6 . (14) Js 51,13 . (15) Js 51,16 . (16) Js 55,9 . (17) Js 63,19 . (18) Js 65,17 . Twee tegenstellingen worden vaak gebruikt om een totaliteit uit te drukken ; zo is dat het geval in hemel en aarde , van hoog tot laag , van kop tot teen , dag en nacht enz. .

Js 44,23.1. - 2. rânnû sjâmajim (jubelt hemelen) . Tenach (2) : (1) Js 44,23 . (2) Js 49,13 .
Vaak komt een imperat. mv. met sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) :
- Js 1,2 : sjimë`û sjâmajim (luistert , hemelen) .
- Js 44,23 : rânnû sjâmajim (juicht , hemelen) .
- Js 45,8 : harë`îphû sjâmajim (dauwt , hemelen) .
- Js 49,13 : rânnû sjâmajim (juicht , hemelen) .

Js 44,23.3. - 4. kî `âshâh (omdat hij maakt) . Tenach (9) : (1) Gn 6,6 . (2) Re 21,15 . (3) 1 K 8,64 . (4) 1 Kr 19,2 . (5) 2 Kr 6,13 . (6) 2 Kr 7,7 . (7) 2 Kr 24,16 . (8) Ps 22,32 . (9) Js 44,23 .

5. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 44 (4) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,23 . (4) Js 44,24 .

Js 44,23.4. - 5. `âshâh JHWH (JHWH maakt) . Tenach (27) . Pentateuch (14) : (1) Gn 3,1 . (2) Ex 13,8 . (3) Ex 14,31 . (4) Ex 18,8 . (5) Ex 18,9 . (6) Ex 20,11 . (7) Ex 31,17 . (8) Nu 33,4 . (9) Dt 3,21 . (10) Dt 4,3 . (11) Dt 7,18 . (12) Dt 24,9 . (13) Dt 29,1 . (14) Dt 29,23 . Js (1) Js 44,23 .

Js 44,23.3. - 5. kî `âshâh JHWH (omdat JHWH maakt) . Tenach (2) : (1) Re 21,15 . (2) Js 44,23 .

6. act. hifil imperat. 2de pers. mann. mv. hârî`û (verheugt jullie) van het werkw. rw` (luid schreeuwen, juichen) . Taalgebruik in Tenach : rw` (luid schreeuwen, juichen) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 ; waw = 6 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 42 OF 276 . Structuur : 2 - 6 - 7 . Tenach (12) : (1) Joz 6,10 . (2) Joz 6,16 . (3) Js 44,23 . (4) Jr 50,15 . (5) Hos 5,8 . (6) Sef 3,14 . (7) Ps 47,2 . (8) Ps 66,1 . (9) Ps 81,2 . (10) Ps 98,4 . (11) Ps 98,6 . (12) Ps 100,1 . Tenach : Jl 2,1 .
- act. hifil imperat. 2de pers. vr. enk. hârî`î (verheug je) . Tenach (1) : Zach 9,9 .

Js 44,23.19. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-66 (25) : (1) Js 40,27 . (2) Js 41,8 . (3) Js 41,14 . (4) Js 41,21 . (5) Js 42,24 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,22 . (8) Js 43,28 . (9) Js 44,1 . (10) Js 44,2 . (11) Js 44,5 . (12) Js 44,21 . (13) Js 44,23 . (14) Js 45,4 . (15) Js 45,19 . (16) Js 46,3 . (17) Js 48,1 . (18) Js 48,12 . (19) Js 48,20 . (20) Js 49,5 . (21) Js 49,6 . (22) Js 49,26 . (23) Js 58,1 . (24) Js 58,14 . (25) Js 60,16 .

- Js 44,24-28 . Roeping van Kores - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,1 - Js 44,2 - Js 44,3 - Js 44,4 - Js 44,5 - Js 44,6 - Js 44,7 - Js 44,8 - Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 - Js 44,23 - Js 44,24 - Js 44,25 - Js 44,26 - Js 44,27 - Js 44,28 -

Js 44,24 - Js 44,24 . Roeping van Kores - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,1 - Js 44,2 - Js 44,3 - Js 44,4 - Js 44,5 - Js 44,6 - Js 44,7 - Js 44,8 - Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 - Js 44,23 - Js 44,24 - Js 44,25 - Js 44,26 - Js 44,27 - Js 44,28 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24outôs legei kurios o lutroumenos se kai o plassôn se ek koilias egô kurios o suntelôn panta exeteina ton ouranon monos kai estereôsa tèn gèn tis eteros    24 haec dicit Dominus redemptor tuus et formator tuus ex utero ego sum Dominus faciens omnia extendens caelos solus stabiliens terram et nullus mecum  24 Alzo zegt de HEERE, uw Verlosser, en Die u geformeerd heeft van den buik af: Ik ben de HEERE, Die alles doet, Die den hemel uitbreidt, Ik alleen, en Die de aarde uitspant door Mijzelven;   [24] Zo* spreekt de heer, uw verlosser, die u gevormd heeft vanaf de moederschoot: ‘Ik ben de heer, de maker van alles, die de hemel gespannen heeft, Ik alleen, en Ik heb de aarde uitgespreid – en wie was er bij Mij?   [24] Dit zegt de HEER, je bevrijder, die je al in de moederschoot heeft gevormd: Ik, de HEER, ben het die alles gemaakt heeft, de enige die de hemel heeft uitgespannen, die zelf de aarde heeft uitgehamerd. 24 Zo heeft gezegd de ENE, je verlosser, je formeerder van de moederschoot af: ik, de ENE, ben de maker van alles, degeen die alleen de hemelen uitspant de aarde breedhamert, wie was er bij mij?–  24. Ainsi parle Yahvé, ton rédempteur, celui qui t'a modelé dès le sein maternel, c'est moi, Yahvé, qui ai fait toutes choses, qui seul ai déployé les cieux, affermi la terre, sans personne avec moi;  

King James Bible . [24] Thus saith the LORD, thy redeemer, and he that formed thee from the womb, I am the LORD that maketh all things; that stretcheth forth the heavens alone; that spreadeth abroad the earth by myself;
Luther-Bibel . 24 So spricht der HERR, dein Erlöser, der dich von Mutterleibe bereitet hat: Ich bin der HERR, der alles schafft, der den Himmel ausbreitet allein und die Erde fest macht ohne Gehilfen;

Tekstuitleg van Js 44,24 .

1. koh (zo) . Taalgebruik in Tenach : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het N.T. (208) . Pentateuch (34) . Tenach (531) . Js (51) . Js 1-39 (24) . Js 40-55 (20) . Js 56-66 (7) . Js 40-55 (20) : (1) Js 42,5 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . (5) Js 44,2 . (6) Js 44,6 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,1 . (9) Js 45,11 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 49,7 . (14) Js 49,8 . (15) Js 49,22 . (15) Js 49,25 . (17) Js 50,1 . (18) Js 51,22 . (19) Js 52,3 . (20) Js 52,4 .

2. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . ´-m-r . Tenach (790) . Pentateuch (84) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 56-66 (16) . Js 44 (3) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,24 .

3. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 44 (4) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,23 . (4) Js 44,24 .

1. - 3. koh ´âmar JHWH (zo zegt JHWH) . Tenach (247) . Js (22) . Js 1-39 (6) . Js 40-55 (13) . Js 56-66 (3) . Js 1-39 (6) : (1) Js 29,22 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,21 . (4) Js 37,33 . (5) Js 38,1 . (6) Js 38,5 . Js 40-55 (13) : (1) Js 29,22 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,21 . (4) Js 37,33 . (5) Js 38,1 . (6) Js 38,5 . Js 40-55 (13) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,14 . (3) Js 43,16 . (4) Js 44,2 . (5) Js 44,6 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,1 . (8) Js 45,11 . (9) Js 45,14 . (10) Js 48,17 . (11) Js 49,7 . (12) Js 49,8 . (13) Js 50,1 . Js 56-66 (3) : (1) Js 56,1 . (2) Js 65,8 . (3) Js 66,1 .

5. wëjotsèrëkhâ (en vormende jou) < verbindingswoord wë + act. qal part. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. , van het werkw. jâtsar (vormen, formeren) . Taalgebruik in Tenach : jâtsar (vormen) . Getalwaarde : jod = 10, tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 ; totaal : 48 (5² X 2² X 3) OF 300 (2² X 3 X 5²) . Structuur : 1 - 9 - 2 . j ts r . Tenach (16) . Gr. plassô . Lat. formare . E. to form . D. machen . . Tenach (3) : (1) Js 43,1 . (2) Js 44,2 . (3) Js 44,24 .

6. mibètèn (vanaf de moederschoot) < min + bètèn (buik, schoot) . Taalgebruik in Tenach : bètèn (buik, schoot) . Gr. koilia (buikholte , moederschoot) . Taalgebruik in de Septuaginta : koilia (buikholte , moederschoot) . Taalgebruik in het N.T. : koilia (buikholte , moederschoot) . Lat. uterus . Fr. sein . E. womb . D. Leib . Een vorm van koilia (buikholte , moederschoot) in de LXX (108) , in het N.T. (23) . Tenach (16) : (1) Re 16,17 . (2) Js 44,2 . (3) Js 44,24 . (4) Js 48,8 . (5) Js 49,1 . (6) Js 49,5 . (7) Jon 2,3 . (8) Ps 22,10 . (9) Ps 22,11 . (10) Ps 58,4 . (11) Ps 71,6 . (12) Job 1,21 . (13) Job 3,11 . (14) Job 10,19 . (15) Job 38,29 . (16) Pr 5,14 .

5. - 6. wëjotsèrëkhâ mibbètèn (en vormende jou vanaf de moederschoot) . Tenach (2) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,24 . JHWH jôtsërî

1. - 6. Js 44,24 : Js 44,2 : koh ´âmar JHWH `oshèkhâ wëjotsèrëkhâ mibbètèn (zo spreekt JHWH die je maakt en die je vormt vanaf de moederschoot) . Js 44,24 : koh ´âmar JHWH go´älèkhâ wëjotsèrëkhâ mibbètèn (zo spreekt JHWH die je verlost en die je vormt vanaf de moederschoot) . Slechts het 4de woord verschikt , maar nog in dezelfde werkwoordvorm .

7. - 8. יְהוָה אָנֹכִי = ´ânokhî JHWH (ik ben JHWH) . Tenakh (9) : (1) Ex 4,11 . (2) Ex 20,2 . (3) Ex 20,5 . (4) Dt 5,6 . (5) Dt 5,9 . (6) Rt 3,13 . (7) Ps 81,11 . (8) Js 43,11 . (9) Js 44,24 .

Js 44,25 - Js 44,25 . Roeping van Kores - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,1 - Js 44,2 - Js 44,3 - Js 44,4 - Js 44,5 - Js 44,6 - Js 44,7 - Js 44,8 - Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 - Js 44,23 - Js 44,24 - Js 44,25 - Js 44,26 - Js 44,27 - Js 44,28 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25diaskedasei sèmeia eggastrimuthôn kai manteias apo kardias apostrefôn fronimous eis ta opisô kai tèn boulèn autôn môreuôn   25 irrita faciens signa divinorum et ariolos in furorem vertens convertens sapientes retrorsum et scientiam eorum stultam faciens   25 Die de tekenen der leugendichters vernietigt, en de waarzeggers dol maakt; Die de wijzen achterwaarts doet keren, en Die hun wetenschap verdwaast;   [25] Degene die de tekens van wichelaars teniet doet, en de waarzeggers tot dwazen maakt; die wijzen laat terugtreden en hun kennis in dwaasheid verandert,  [25] Die de tekenen van orakelpriesters verstoort en waarzeggers ontmaskert, die wijzen naar de achtergrond dringt en hun kennis bespottelijk maakt,   25 die de tekenen van de zwetsers vergruizelt, waarzeggers voor gek zet,– die wijzen rugwaarts laat keren hun weten als dwaasheid ontmaskert;   25. qui réduis à néant les signes des augures et fais délirer les devins, qui fais reculer les sages et tourne leur science en folie;  

King James Bible . [25] That frustrateth the tokens of the liars, and maketh diviners mad; that turneth wise men backward, and maketh their knowledge foolish;
Luther-Bibel . 25 der die Zeichen der Wahrsager zunichte macht und die Weissager zu Narren; der die Weisen zurücktreibt und ihre Kunst zur Torheit macht;

Tekstuitleg van Js 44,25 .

Js 44,26 - Js 44,26 . Roeping van Kores - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,1 - Js 44,2 - Js 44,3 - Js 44,4 - Js 44,5 - Js 44,6 - Js 44,7 - Js 44,8 - Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 - Js 44,23 - Js 44,24 - Js 44,25 - Js 44,26 - Js 44,27 - Js 44,28 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26kai istôn rèmata paidos autou kai tèn boulèn tôn aggelôn autou alètheuôn o legôn ierousalèm katoikèthèsè kai tais polesin tès ioudaias oikodomèthèsesthe kai ta erèma autès anatelei    26 suscitans verbum servi sui et consilium nuntiorum suorum conplens qui dico Hierusalem habitaberis et civitatibus Iuda aedificabimini et deserta eius suscitabo   26 Die het woord Zijns knechts bevestigt, en den raad Zijner boden volbrengt; Die tot Jeruzalem zegt: Gij zult bewoond worden; en tot de steden van Juda: Gij zult herbouwd worden, en Ik zal haar verwoeste plaatsen oprichten.   [26] die het woord van zijn dienstknecht vervult, en het plan volbrengt dat door zijn boden verkondigd wordt, die over Jeruzalem zegt: “Het moet weer bewoond zijn”, en over Juda’s steden: “Zij worden herbouwd, de puinhopen zal Ik herstellen.”   [26] die het woord van zijn dienaar bevestigt en vervult wat zijn boden hebben voorzegd. Die van Jeruzalem zegt: ‘Het zal weer bewoond worden,’ en van Juda’s steden: ‘Ze zullen herbouwd worden, en wat verwoest was, laat ik herrijzen.’ 26 die het woord van zijn dienaar gestand doet, de raadslag van zijn boden volvoert,– die zegt tot Jeruzalem: jij wordt weer bewoond!, tot Juda’s steden: jullie worden herbouwd!, haar puinhopen doe ik opstaan!,  26. qui confirme la parole de mon serviteur et fais réussir les desseins de mes envoyés; qui dis à Jérusalem : « Tu seras habitée », et aux villes de Juda : « Vous serez rebâties et je relèverai les ruines de Jérusalem »;  

King James Bible . [26] That confirmeth the word of his servant, and performeth the counsel of his messengers; that saith to Jerusalem, Thou shalt be inhabited; and to the cities of Judah, Ye shall be built, and I will raise up the decayed places thereof:
Luther-Bibel . 26 der das Wort seiner Knechte wahr macht und den Ratschluss vollführt, den seine Boten verkündigt haben; der zu Jerusalem spricht: Werde bewohnt!, und zu den Städten Judas: Werdet wieder aufgebaut!, und ihre Trümmer richte ich auf;

Tekstuitleg van Js 44,26 .

1. act. hifil part. nom. mann. enk. meqîm (die doet opstaan) . van het werkw. qûm (opstaan) . Taalgebruik in Tenach : qûm (opstaan) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 146 (2 X 73) . Structuur : 100 - 6 - 40 OF 1 - 6 - 4 . Tenach (8) : (1) Gn 9,9 . (2) 1 S 2,8 . (3) 2 S 12,11 . (4) Js 44,26 . (5) Jr 50,32 . (6) Am 6,14 . (7) Hab 1,6 . (8) Zach 11,16 . meqîmî (die doet opstaan) . Tenach (1) Ps 113,7 . Volgens Jouön heeft de eind jod slechts een ritmische waarde .

11. jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenach : jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Jesaja : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , daleth = 4 ; totaal : 24 (2³ X 3) . Tenach (633) . Js (20) : (1) Js 1,1 . (2) Js 2,1 . (3) Js 5,3 . (4) Js 5,7 . (5) Js 7,1 . (6) Js 7,17 . (7) Js 9,20 . (8) Js 11,12 . (9) Js 11,13 . (10) Js 19,17 . (11) Js 22,8 . (12) Js 22,21 . (13) Js 26,1 . (14) Js 36,1 . (15) Js 37,10 . (16) Js 37,31 . (17) Js 38,9 . (18) Js 40,9 . (19) Js 44,26 . (20) Js 48,1 .

Js 44,27 - Js 44,27 . Roeping van Kores - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,1 - Js 44,2 - Js 44,3 - Js 44,4 - Js 44,5 - Js 44,6 - Js 44,7 - Js 44,8 - Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 - Js 44,23 - Js 44,24 - Js 44,25 - Js 44,26 - Js 44,27 - Js 44,28 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
27o legôn tè abussô erèmôthèsè kai tous potamous sou xèranô    27 qui dico profundo desolare et flumina tua arefaciam  27 Die tot de diepte zegt: Verdroog, en uw rivieren zal Ik verdrogen.   [27] Degene die tegen de diepte zegt: “Word droog. Ik laat uw stromen opdrogen.”   [27] Die de diepste oceaan gebiedt: ‘Word droog! Ik zal je waterstromen droogleggen.’ 27 die zegt tot de diepte: verdor!, jouw rivieren laat ik verdrogen!,   27. qui dis à l'abîme : « Dessèche-toi, je vais tarir tes fleuves »;  

King James Bible . [27] That saith to the deep, Be dry, and I will dry up thy rivers:
Luther-Bibel . 27 der zu der Tiefe spricht: Versiege!, und deine Fluten trockne ich aus;

Tekstuitleg van Js 44,27 .

Js 44,28 - Js 44,28 . Roeping van Kores - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 44,1-5 -- Js 44,6-8 -- Js 44,9-22 -- Js 44,23 -- Js 44,24-28 -- Js 44,1 - Js 44,2 - Js 44,3 - Js 44,4 - Js 44,5 - Js 44,6 - Js 44,7 - Js 44,8 - Js 44,9 - Js 44,10 - Js 44,11 - Js 44,12 - Js 44,13 - Js 44,14 - Js 44,15 - Js 44,16 - Js 44,17 - Js 44,18 - Js 44,19 - Js 44,20 - Js 44,21 - Js 44,22 - Js 44,23 - Js 44,24 - Js 44,25 - Js 44,26 - Js 44,27 - Js 44,28 -
Griekse tekst MT Vulgaat Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
28o legôn kurô fronein kai panta ta thelèmata mou poièsei o legôn ierousalèm oikodomèthèsè kai ton oikon ton agion mou themeliôsô     28 qui dico Cyro pastor meus es et omnem voluntatem meam conplebis qui dico Hierusalem aedificaberis et templo fundaberis   28 Die van Cores zegt: Hij is Mijn herder, en hij zal al Mijn welgevallen volbrengen; zeggende ook tot Jeruzalem: Word gebouwd; en tot den tempel: Word gegrond.  [28] Die over Kores zegt: “Hij is mijn herder*, en alles wat Mij behaagt brengt hij tot stand”, die over Jeruzalem zegt: “Het zal herbouwd worden”, en tegen de tempel: “Word opnieuw gevestigd.” ’   [28] Die over Cyrus zegt: ‘Dit is mijn herder, alles wat ik wil, brengt hij ten uitvoer: hij geeft opdracht om Jeruzalem te herbouwen en voor de tempel de fundering te leggen.’ 28 die zegt tot Koresj: mijn herder, al wat mij behaagt volvoert hij,– door tot Jeruzalem te zeggen: jij wordt herbouwd!, tot de tempel: jij wordt weer gegrondvest!   28. qui dis à Cyrus : « Mon berger. » Il accomplira toute ma volonté, en disant à Jérusalem : « Tu seras reconstruite », et au Temple : « Tu seras rétabli. » 

King James Bible . [28] That saith of Cyrus, He is my shepherd, and shall perform all my pleasure: even saying to Jerusalem, Thou shalt be built; and to the temple, Thy foundation shall be laid.
Luther-Bibel . 28 der zu Kyrus sagt: Mein Hirte! Er soll all meinen Willen vollenden und sagen zu Jerusalem: Werde wieder gebaut!, und zum Tempel: Werde gegründet!

Tekstuitleg van Js 44,28 .


SEPTUAGINTA

44 1nun de akouson pais mou iakôb kai israèl on exelexamèn2outôs legei kurios o theos o poièsas se kai o plasas se ek koilias eti boèthèthèsè mè fobou pais mou iakôb kai o ègapèmenos israèl on exelexamèn3oti egô dôsô udôr en dipsei tois poreuomenois en anudrô epithèsô to pneuma mou epi to sperma sou kai tas eulogias mou epi ta tekna sou4kai anatelousin ôsei chortos ana meson udatos kai ôs itea epi pararreon udôr5outos erei tou theou eimi kai outos boèsetai epi tô onomati iakôb kai eteros epigrapsei tou theou eimi epi tô onomati israèl6outôs legei o theos o basileus tou israèl o rusamenos auton theos sabaôth egô prôtos kai egô meta tauta plèn emou ouk estin theos7tis ôsper egô stètô kalesatô kai etoimasatô moi af' ou epoièsa anthrôpon eis ton aiôna kai ta eperchomena pro tou elthein anaggeilatôsan umin8mè parakaluptesthe ouk ap' archès ènôtisasthe kai apèggeila umin martures umeis este ei estin theos plèn emou kai ouk èsan tote9oi plassontes kai glufontes pantes mataioi oi poiountes ta katathumia autôn a ouk ôfelèsei autous alla aischunthèsontai10pantes oi plassontes theon kai glufontes anôfelè11kai pantes othen egenonto exèranthèsan kai kôfoi apo anthrôpôn sunachthètôsan pantes kai stètôsan ama entrapètôsan kai aischunthètôsan ama12oti ôxunen tektôn sidèron skeparnô eirgasato auto kai en teretrô etrèsen auto eirgasato auto en tô brachioni tès ischuos autou kai peinasei kai asthenèsei kai ou mè piè udôr eklexamenos13tektôn xulon estèsen auto en metrô kai en kollè erruthmisen auto epoièsen auto ôs morfèn andros kai ôs ôraiotèta anthrôpou stèsai auto en oikô14o ekopsen xulon ek tou drumou o efuteusen kurios kai uetos emèkunen15ina è anthrôpois eis kausin kai labôn ap' autou ethermanthè kai kausantes epepsan artous ep' autôn to de loipon eirgasanto eis theous kai proskunousin autous16ou to èmisu autou katekausan en puri kai kausantes epepsan artous ep' autôn kai ep' autou kreas optèsas efagen kai eneplèsthè kai thermantheis eipen èdu moi oti ethermanthèn kai eidon pur17to de loipon epoièsen eis theon glupton kai proskunei autô kai proseuchetai legôn exelou me oti theos mou ei su18ouk egnôsan fronèsai oti apèmaurôthèsan tou blepein tois ofthalmois autôn kai tou noèsai tè kardia autôn19kai ouk elogisato tè kardia autou oude anelogisato en tè psuchè autou oude egnô tè fronèsei oti to èmisu autou katekausen en puri kai epepsen epi tôn anthrakôn autou artous kai optèsas kreas efagen kai to loipon autou eis bdelugma epoièsen kai proskunousin autô20gnôte oti spodos è kardia autôn kai planôntai kai oudeis dunatai exelesthai tèn psuchèn autou idete ouk ereite oti pseudos en tè dexia mou21mnèsthèti tauta iakôb kai israèl oti pais mou ei su eplasa se paida mou kai su israèl mè epilanthanou mou22idou gar apèleipsa ôs nefelèn tas anomias sou kai ôs gnofon tas amartias sou epistrafèti pros me kai lutrôsomai se23eufranthète ouranoi oti èleèsen o theos ton israèl salpisate themelia tès gès boèsate orè eufrosunèn oi bounoi kai panta ta xula ta en autois oti elutrôsato o theos ton iakôb kai israèl doxasthèsetai24outôs legei kurios o lutroumenos se kai o plassôn se ek koilias egô kurios o suntelôn panta exeteina ton ouranon monos kai estereôsa tèn gèn tis eteros25diaskedasei sèmeia eggastrimuthôn kai manteias apo kardias apostrefôn fronimous eis ta opisô kai tèn boulèn autôn môreuôn26kai istôn rèmata paidos autou kai tèn boulèn tôn aggelôn autou alètheuôn o legôn ierousalèm katoikèthèsè kai tais polesin tès ioudaias oikodomèthèsesthe kai ta erèma autès anatelei27o legôn tè abussô erèmôthèsè kai tous potamous sou xèranô28o legôn kurô fronein kai panta ta thelèmata mou poièsei o legôn ierousalèm oikodomèthèsè kai ton oikon ton agion mou themeliôsô


 

VULGAAT

1 et nunc audi Iacob serve meus et Israhel quem elegi 2 haec dicit Dominus faciens et formans te ab utero auxiliator tuus noli timere serve meus Iacob et Rectissime quem elegi 3 effundam enim aquas super sitientem et fluenta super aridam effundam spiritum meum super semen tuum et benedictionem meam super stirpem tuam 4 et germinabunt inter herbas quasi salices iuxta praeterfluentes aquas 5 iste dicet Domini ego sum et ille vocabit in nomine Iacob et hic scribet manu sua Domino et in nomine Israhel adsimilabitur 6 haec dicit Dominus rex Israhel et redemptor eius Dominus exercituum ego primus et ego novissimus et absque me non est deus 7 quis similis mei vocet et adnuntiet et ordinem exponat mihi ex quo constitui populum antiquum ventura et quae futura sunt adnuntient eis 8 nolite timere neque conturbemini ex tunc audire te feci et adnuntiavi vos estis testes mei numquid est deus absque me et formator quem ego non noverim 9 plastae idoli omnes nihil sunt et amantissima eorum non proderunt eis ipsi sunt testes eorum quia non vident neque intellegunt ut confundantur 10 quis formavit deum et sculptile conflavit ad nihil utile 11 ecce omnes participes eius confundentur fabri enim sunt ex hominibus convenient omnes stabunt et pavebunt et confundentur simul 12 faber ferrarius lima operatus est in prunis et in malleis formavit illud et operatus est in brachio fortitudinis suae esuriet et deficiet non bibet aquam et lassescet 13 artifex lignarius extendit normam formavit illud in runcina fecit illud in angularibus et in circino tornavit illud et fecit imaginem viri quasi speciosum hominem habitantem in domo 14 succidit cedros tulit ilicem et quercum quae steterat inter ligna saltus plantavit pinum quam pluvia nutrivit 15 et facta est hominibus in focum sumpsit ex eis et calefactus est et succendit et coxit panes de reliquo autem operatus est deum et adoravit fecit sculptile et curvatus est ante illud 16 medium eius conbusit igni et de medio eius carnes comedit coxit pulmentum et saturatus est et calefactus est et dixit va calefactus sum vidi focum 17 reliquum autem eius deum fecit sculptile sibi curvatur ante illud et adorat illud et obsecrat dicens libera me quia deus meus es tu 18 nescierunt neque intellexerunt lutati enim sunt ne videant oculi eorum et ne intellegant corde suo 19 non recogitant in mente sua neque cognoscunt neque sentiunt ut dicant medietatem eius conbusi igne et coxi super carbones eius panes coxi carnes et comedi et de reliquo eius idolum faciam ante truncum ligni procidam 20 pars eius cinis est cor insipiens adoravit illud et non liberabit animam suam neque dicet forte mendacium est in dextera mea 21 memento horum Iacob et Israhel quoniam servus meus es tu formavi te servus meus es tu Israhel non oblivisceris mei 22 delevi ut nubem iniquitates tuas et quasi nebulam peccata tua revertere ad me quoniam redemi te 23 laudate caeli quoniam fecit Dominus iubilate extrema terrae resonate montes laudationem saltus et omne lignum eius quoniam redemit Dominus Iacob et Israhel gloriabitur 24 haec dicit Dominus redemptor tuus et formator tuus ex utero ego sum Dominus faciens omnia extendens caelos solus stabiliens terram et nullus mecum 25 irrita faciens signa divinorum et ariolos in furorem vertens convertens sapientes retrorsum et scientiam eorum stultam faciens 26 suscitans verbum servi sui et consilium nuntiorum suorum conplens qui dico Hierusalem habitaberis et civitatibus Iuda aedificabimini et deserta eius suscitabo 27 qui dico profundo desolare et flumina tua arefaciam 28 qui dico Cyro pastor meus es et omnem voluntatem meam conplebis qui dico Hierusalem aedificaberis et templo fundaberis