BIJBELBOEK Jesaja - Js -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -
- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht NT : NT : overzicht , NT : taalgebruik - NT A - NT B - NT C - NT D - NT E - NT F - NT G - NT H - NT I - NT J - NT K - NT L - NT M - NT N - NT O - NT P - NT Q - NT R - NT S - NT T - NT U - NT V - NT W - NT X - NT Y - NT Z - NT : commentaar .

Overzicht : Js (Jesaja) : overzicht , Js : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Js : commentaar ,

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Jesaja vers per vers - Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
1. LXX , Griekse tekst NT   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Bibliografie : http://www.soniclight.com/constable/notes/pdf/isaiah.pdf .
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

- Js 44,24-45,13 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -

Js 45,1 - Js 45,1 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1outôs legei kurios o theos tô christô mou kurô ou ekratèsa tès dexias epakousai emprosthen autou ethnè kai ischun basileôn diarrèxô anoixô emprosthen autou thuras kai poleis ou sugkleisthèsontai 1 haec dicit Dominus christo meo Cyro cuius adprehendi dexteram ut subiciam ante faciem eius gentes et dorsa regum vertam et aperiam coram eo ianuas et portae non cludentur     1 Alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Cores, wiens rechterhand Ik vat, om de volken voor zijn aangezicht neder te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontbinden, om voor zijn aangezicht de deuren te openen, en de poorten zullen niet gesloten worden:  [1] Zo* spreekt de heer tot Kores, zijn gezalfde, die Ik bij de rechterhand heb genomen, om volken voor hem neer te leggen, koningen de gordels* van de heupen te rukken, en voor hem de deuren te ontsluiten, zonder dat een poort gesloten blijft:   [1] Dit zegt de HEER tegen Cyrus, zijn gezalfde, die hij bij de rechterhand neemt, aan wie hij volken onderwerpt, voor wie hij koningen ontwapent, voor wie hij deuren opent – geen poort blijft gesloten:  1 ¶ Zo heeft gezegd de ENE tot zijn gezalfde, tot Koresj, die ik bij de rechterhand heb gevat om voor zijn aanschijn uit volkeren neer te stoten zodat ik ontgord lendenen van koningen,– om voor zijn aanschijn uit deuren te openen en poorten die niet meer worden gesloten:   1. Ainsi parle Yahvé à son oint, à Cyrus dont j'ai saisi la main droite, pour faire plier devant lui les nations et désarmer les rois, pour ouvrir devant lui les vantaux, pour que les portes ne soient plus fermées.  

King James Bible . [1] Thus saith the LORD to his anointed, to Cyrus, whose right hand I have holden, to subdue nations before him; and I will loose the loins of kings, to open before him the two leaved gates; and the gates shall not be shut;
Luther-Bibel . 45 1 So spricht der HERR zu seinem Gesalbten, zu Kyrus, den ich bei seiner rechten Hand ergriff, dass ich Völker vor ihm unterwerfe und Königen das Schwert abgürte, damit vor ihm Türen geöffnet werden und Tore nicht verschlossen bleiben:

Tekstuitleg van Js 45,1 . Het vers Js 45,1 telt 20 (2² X 5) woorden en 88 (2³ X 11) letters . De getalwaarde van Js 45,1 is 6109 (41 X 149) .

Js 45,1.1. koh (zo) . koh (zo) . Taalgebruik in Tenakh : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het NT : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het NT (208) . Pentateuch (34) . Tenakh (531) . Js (51) . Js 1-39 (24) . Js 40-55 (20) . Js 56-66 (7) . Js 40-55 (20) : (1) Js 42,5 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . (5) Js 44,2 . (6) Js 44,6 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,1 . (9) Js 45,11 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 49,7 . (14) Js 49,8 . (15) Js 49,22 . (15) Js 49,25 . (17) Js 50,1 . (18) Js 51,22 . (19) Js 52,3 . (20) Js 52,4 .

Js 45,1.2. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . ´-m-r . Tenakh (790) . Pentateuch (84) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 56-66 (16) . Js 40-55 (35) . Js 40 (1) Js 40,6 . Js 41 (1) Js 41,7 . Js 42 (2) : (1) Js 42,5 . (2) Js 42,22 (act. qal part. nom. mann. enk. ´omèr = zeggende) . Js 43 (4) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,6 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . Js 44 (3) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,24 . Js 45 (7) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,10 . (3) Js 45,11 . (4) Js 45,13 . (5) Js 45,14 . (6) Js 45,18 . (7) Js 45,24 . Js 46 (1) Js 46,10 . Js 48 (2) : (1) Js 48,17 . (2) Js 48,22 . Js 49 (5) : (1) Js 49,5 . (2) Js 49,7 . (3) Js 49,8 . (4) Js 49,22 . (5 ) Js 49,25 . Js 50 (1) Js 50,1 . Js 51 (1) Js 51,22 . Js 52 (3) : (1) Js 52,3 . (2) Js 52,4 . (3) Js 52,7 . Js 53 (0) . Js 54 (4) : (1) Js 54,1 . (2) Js 54,6 . (3) Js 54,8 . (4) Js 54,10 . Js 55 (0) .

Js 45,1.1. - 2. koh ´âmar (zo zegt hij) . Tenakh (401) . Js (44) . Js 1-39 (14) . Js 40-55 (16) . Js 56-66 (4) .
- Js 40-55 (20) : (1) Js 42,5 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . (5) Js 44,2 . (6) Js 44,6 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,1 . (9) Js 45,11 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 49,7 . (14) Js 49,8 . (15) Js 49,22 . (15) Js 49,25 . (17) Js 50,1 . (18) Js 51,22 . (19) Js 52,3 . (20) Js 52,4 . In 4 verzen wordt koh ´âmar (zo zegt hij) voorafgegaan door kî (want) : (1) Js 45,18 . (2) Js 49,25 . (3) Js 52,3 . (4) Js 52,4 .

Js 45,1.3. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 1-39 (199) . Js 40-55 (101) . Js 56-66 (66) . Js 45 (12) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,11 . (8) Js 45,13 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,18 . (11) Js 45,19 . (12) Js 45,21 .

Js 45,1.2. - 3. ´âmar JHWH (JHWH zegt) . Tenakh (376X) . Js (42) . Js 1-39 (10) . Js 40-55 (20) . Js 56-66 (12) . Js 1-39 (10) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 29,22 . (4) Js 31,4 . (5) Js 37,6 . (6) Js 37,21 . (7) Js 37,33 . (8) Js 38,1 . (9) Js 38,5 . (10) Js 38,6 . Js 40-55 (20) . (1) Js 43,1 . (2) Js 43,14 . (3) Js 43,16 . (4) Js 44,2 . (5) Js 44,6 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,1 . (8) Js 45,11 . (9) Js 45,13 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 48,22 . (14) Js 49,5 . (15) Js 49,7 . (16) Js 49,8 . (17) Js 49,25 . (18) Js 50,1 . (19) Js 52,3 . (20) Js 54,1 . Js 65-66 (8 / 10 en 8 / 21) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,25 . (4) Js 66,1 . (5) Js 66,12 . (6) Js 66,20 . (7) Js 66,21 . (8) Js 66,23 .

Js 45,1.1. - 3. koh ´âmar JHWH (zo zegt JHWH) . Tenakh (247) . Js (22) . Js 1-39 (6) . Js 40-55 (13) . Js 56-66 (3) . Js 1-39 (6) : (1) Js 29,22 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,21 . (4) Js 37,33 . (5) Js 38,1 . (6) Js 38,5 . Js 40-55 (13) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,14 . (3) Js 43,16 . (4) Js 44,2 . (5) Js 44,6 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,1 . (8) Js 45,11 . (9) Js 45,14 . (10) Js 48,17 . (11) Js 49,7 . (12) Js 49,8 . (13) Js 50,1 . Js 56-66 (3) : (1) Js 56,1 . (2) Js 65,8 . (3) Js 66,1 .

Js 45,1.11. mann. mv. gojim (volken) van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenakh : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het NT : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenakh (133) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenakh 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenakh (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenakh (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

Js 45,2 - Js 45,2 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2egô emprosthen sou poreusomai kai orè omaliô thuras chalkas suntripsô kai mochlous sidèrous sugklasô  2 ego ante te ibo et gloriosos terrae humiliabo portas aereas conteram et vectes ferreos confringam     2 Ik zal voor uw aangezicht gaan, en Ik zal de kromme wegen recht maken; de koperen deuren zal Ik verbreken, en de ijzeren grendelen zal Ik in stukken slaan.   [2] ‘Ik zal voor u uit gaan, hellingen maak Ik vlak voor u, bronzen deuren zal Ik breken en ijzeren sluitbomen verpletteren.   [2] Ik zal voor je uit gaan, ik zal ringmuren slechten, bronzen deuren verbrijzelen, ijzeren grendels stukbreken.   2 ík ga voor jouw aanschijn uit en maak obstakels effen; bronzen deuren zal ik verbreken, ijzeren grendels houw ik af!–  2. C'est moi qui vais marcher devant toi, j'aplanirai les hauteurs, je briserai les vantaux de bronze, je ferai céder les verrous de fer  

King James Bible . [2] I will go before thee, and make the crooked places straight: I will break in pieces the gates of brass, and cut in sunder the bars of iron:
Luther-Bibel . 2 Ich will vor dir hergehen und das Bergland eben machen, ich will die ehernen Türen zerschlagen und die eisernen Riegel zerbrechen

Tekstuitleg van Js 45,2 . Het vers Js 45,2 telt 11 woorden en 50 (2 X 5²) letters . De getalwaarde van Js 45,2 is 3345 (3 X 5 X 223) .

Js 45,2.1. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Tenakh (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (40) . Js 55-66 (12) . Js 40 (0) . Js 41 (5) : (1) Js 41,4 . (2) Js 41,10 . (3) Js 41,13 . (4) Js 41,14 . (5) Js 41,17 . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 43 (6) : (1) Js 43,2 . (2) Js 43,3 . (3) Js 43,5 . (4) Js 43,10 . (5) Js 43,13 . (6) Js 43,15 . Js 44 (2) : (1) Js 44,5 . (2) Js 44,6 . Js 45 (11) : (1) Js 45,2 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,12 . (8) Js 45,18 . (9) Js 45,19 . (10) Js 45,21 . (11) Js 45,22 . Js 46 (1) Js 46,4 . Js 47 (2) : (1) Js 47,8 . (2) Js 47,10 . Js 48 (5) : (1) Js 48,12 . (2) Js 48,13 . (3) Js 48,15 . (4) Js 48,16 . (5) Js 48,17 . Js 49 (4) : (1) Js 49,18 . (2) Js 49,21 . (3) Js 49,23 . (4) Js 49,26 . Js 52 (1) Js 52,6 . - wa´änî (en ik) .Tenakh (169) . Js (8) : (1) Js 43,4 . (2) Js 43,12 . (3) Js 44,6 . (4) Js 46,4 . (5) Js 49,4 . (6) Js 49,21 . (7) Js 59,21 . (8) Js 65,24 .

Js 45,3 - Js 45,3 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai dôsô soi thèsaurous skoteinous apokrufous aoratous anoixô soi ina gnôs oti egô kurios o theos o kalôn to onoma sou theos israèl  3 et dabo tibi thesauros absconditos et arcana secretorum ut scias quia ego Dominus qui voco nomen tuum Deus Israhel   3 En Ik zal u geven de schatten, die in de duisternissen zijn, en de verborgene rijkdommen; opdat gij moogt weten, dat Ik de HEERE ben, Die u bij uw naam roept, de God van Israël;   [3] Geheime schatten geef Ik u, voorraden die verborgen zijn: zo zult u erkennen dat Ik de heer ben, die u roept bij uw naam, de God van Israël.   [3] Ik zal je verborgen schatten schenken, diep weggeborgen rijkdommen. Dan zul je weten dat ik de HEER ben, de God van Israël, die jou bij je naam roept.   3 geven zal ik jou de schatten van het duister, voorraden die verborgen waren,– opdat je zult erkennen dat ik, de ENE, het ben die je roept bij je naam, de God van Israël!–  3. et je te donnerai des trésors secrets, des richesses cachées, afin que tu saches que je suis Yahvé, celui qui t'appelle par ton nom, le Dieu d'Israël.  

King James Bible . [3] And I will give thee the treasures of darkness, and hidden riches of secret places, that thou mayest know that I, the LORD, which call thee by thy name, am the God of Israel.
Luther-Bibel . 3 und will dir heimliche Schätze geben und verborgene Kleinode, damit du erkennst, dass ich der HERR bin, der dich beim Namen ruft, der Gott Israels.

Tekstuitleg van Js 45,3 . Het vers Js 45,3 telt 15 (3 X 5) woorden en 62 (2 X 31) letters . De getalwaarde van Js 45,3 is 4894 (2 X 2447) .

Js 45,3.9. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 45 (5) : (1) Js 45,3 . (2) Js 45,6 . (3) Js 45,18 . (4) Js 45,22 . (5) Js 45,23 .

Js 45,3.10. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Tenakh (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (40) . Js 55-66 (12) . Js 40 (0) . Js 41 (5) : (1) Js 41,4 . (2) Js 41,10 . (3) Js 41,13 . (4) Js 41,14 . (5) Js 41,17 . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 43 (6) : (1) Js 43,2 . (2) Js 43,3 . (3) Js 43,5 . (4) Js 43,10 . (5) Js 43,13 . (6) Js 43,15 . Js 44 (2) : (1) Js 44,5 . (2) Js 44,6 . Js 45 (11) : (1) Js 45,2 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,12 . (8) Js 45,18 . (9) Js 45,19 . (10) Js 45,21 . (11) Js 45,22 . Js 46 (1) Js 46,4 . Js 47 (2) : (1) Js 47,8 . (2) Js 47,10 . Js 48 (5) : (1) Js 48,12 . (2) Js 48,13 . (3) Js 48,15 . (4) Js 48,16 . (5) Js 48,17 . Js 49 (4) : (1) Js 49,18 . (2) Js 49,21 . (3) Js 49,23 . (4) Js 49,26 . Js 52 (1) Js 52,6 . - wa´änî (en ik) .Tenakh (169) . Js (8) : (1) Js 43,4 . (2) Js 43,12 . (3) Js 44,6 . (4) Js 46,4 . (5) Js 49,4 . (6) Js 49,21 . (7) Js 59,21 . (8) Js 65,24 .

Js 45,3.11. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 1-39 (199) . Js 40-55 (101) . Js 56-66 (66) . Js 45 (12) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,11 . (8) Js 45,13 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,18 . (11) Js 45,19 . (12) Js 45,21 .

Js 45,3.10. - 11. ´änî JHWH (Ik JHWH) . Tenakh (199) . Js (22) . Js 1-39 (1) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (3) . Js 40-55 (19) . Js 1-39 (1) Js 27,3 . Js 40-55 (19) . Js 41 (3) . Js 42 (2) . Js 43 (2) . Js 45 (8) . Js 48 (1) . Js 49 (2) . (1) Js 41,4 . (2) Js 41,13 . (3) Js 41,17 . (4) Js 42,6 . (5) Js 42,8 . (6) Js 43,3 . (7) Js 43,15 . (8) Js 45,3 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,7 . (12) Js 45,8 . (13) Js 45,18 . (14) Js 45,19 . (15) Js 45,21 . (16) Js 48,17 . (17) Js 49,23 . (18) Js 49,26 . Js 56-66 (3) : (1) Js 60,16 . (2) Js 60,22 . (3) Js 61,8 .

Js 45,3.9. - 11. kî ´änî JHWH (want Ik ben JHWH) . Tenakh (107) . Js (7) : (1) Js 41,13 . (2) Js 43,3 . (3) Js 45,3 . (4) Js 49,23 . (5) Js 49,26 . (6) Js 60,16 . (7) Js 61,8 .

Js 45,3.14. ´êlohe(j) (God van) . Stat. constr. van ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (470) . Pentateuch (59) . Js (26) . Js 1-39 (17) . Js 40-55 (8) . Js 56-66 (1) . Js 40-55 (8) : (1) Js 40,28 . (2) Js 41,17 . (3) Js 45,3 . (4) Js 45,15 . (5) Js 48,2 . (6) Js 49,4 . (7) Js 52,12 . (8) Js 54,5 .

Js 45,3.15. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (2044) . Pentateuch (502) . Js (73) . Js 1-39 (38) . Js 40-55 (30) . Js 56-66 (5) . Js 45 (5) : (1) Js 45,3 . (2) Js 45,11 . (3) Js 45,15 . (4) Js 45,17 . (5) Js 45,25 .

Js 45,3.14. - 15. ´êlohe(j) jishërâ´el (God van Israël) . Tenakh (191) . Pentateuch (6) . Js (12) : (1) Js 17,6 . (2) Js 21,10 . (3) Js 21,17 . (4) Js 24,15 . (5) Js 29,23 . (6) Js 37,6 . (7) Js 37,21 . (8) Js 41,17 . (9) Js 45,3 . (10) Js 45,15 . (11) Js 48,2 . (12) Js 52,12 .

Js 45,4 - Js 45,4 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4eneken iakôb tou paidos mou kai israèl tou eklektou mou egô kalesô se tô onomati sou kai prosdexomai se su de ouk egnôs me 4 propter servum meum Iacob et Israhel electum meum et vocavi te in nomine tuo adsimilavi te et non cognovisti me     4 Om Jakobs, Mijns knechts wil, en Israëls, Mijns uitverkorenen; ja, Ik riep u bij uw naam, Ik noemde u toe, hoewel gij Mij niet kendet. [4] Omwille van Jakob mijn dienstknecht, om Israël mijn uitverkorene, heb Ik u bij uw naam geroepen, u een erenaam gegeven – en u kende Mij niet.   [4] Omwille van mijn dienaar Jakob, van Israël, dat ik heb uitgekozen, heb ik je bij je naam geroepen en je met een erenaam getooid, ofschoon je me niet kende.   4 omwille van mijn dienaar, Jakob, Israël, mijn verkorene,– riep ik je bij je naam, noemde ik je apart, al kende jij mij niet!–  4. C'est à cause de mon serviteur Jacob et d'Israël mon élu que je t'ai appelé par ton nom, je te donne un titre, sans que tu me connaisses.  

King James Bible . [4] For Jacob my servant's sake, and Israel mine elect, I have even called thee by thy name: I have surnamed thee, though thou hast not known me.
Luther-Bibel . 4 Um Jakobs, meines Knechts, und um Israels, meines Auserwählten, willen rief ich dich bei deinem Namen und gab dir Ehrennamen, obgleich du mich nicht kanntest.

Tekstuitleg van Js 45,4 . Het vers Js 45,4 telt 11 woorden en 47 letters . De getalwaarde van Js 45,4 is 2627 (37 X 71) .

Js 45,4.2. `bdj van het zelfst. naamw. `èbhèd (dienaar, knecht) . Taalgebruik in Tenakh : `èbhèd (dienaar) . Getalwaarde : ayin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 . Totaal : 16 + 2 + 4 of 70 + 2 + 4 = 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . `-b-d in Tenakh (115) . Gr. pais (kind) . Taalgebruik in het NT : pais (kind) . Taalgebruik in de Septuaginta : pais (kind) . OF : Taalgebruik in het NT : doulos (dienaar) . doulos (dienaar) . Taalgebruik in de Septuaginta : doulos (dienaar) . Een vorm van doulos (dienaar) in de Septuaginta (383) , in het NT (124) . Een vorm van pais (kind) in de Septuaginta (470) , in het NT (24) .
- `-b-d-j ( status constr. mv. `abhëde(j) (dienaren van...) OF `bd enk. + suff. 1ste pers. enk : `abhëdî (mijn dienaar) in Tenakh (145) , in Js (21) : (1) Js 19,9 . (2) Js 20,3 . (3) Js 30,24 . (4) Js 36,9 . (5) Js 37,5 . (6) Js 37,35 . (7) Js 41,8 . (8) Js 41,9 . (9) Js 42,1 . (10) Js 42,19 . (11) Js 44,1 . (12) Js 44,2 . (13) Js 44,21 . (14) Js 45,4 . (15) Js 49,3 . (16) Js 52,13 . (17) Js 53,11 . (18) Js 54,17 . (19) Js 65,8 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 .

Js 45,4.3. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenakh : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . Tenakh (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) . Js 40-56 (24) . Js 56-66 (1) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-56 (24) : (1) Js 40,27 . (2) Js 41,8 . (3) Js 41,14 . (4) Js 41,21 . (5) Js 42,24 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,22 . (8) Js 43,28 . (9) Js 44,1 . (10) Js 44,2 . (11) Js 44,5 . (12) Js 44,21 . (13) Js 44,23 . (14) Js 45,4 . (15) Js 45,19 . (16) Js 46,3 . (17) Js 48,1 . (18) Js 48,12 . (19) Js 48,20 . (20) Js 49,5 . (21) Js 49,6 . (22) Js 49,26 . (23) Js 58,1 . (24) Js 58,14 . Js 56-66 (1) Js 60,16 .
Het is opvallend dat bij Jakob het getal 7 overwegend is . De leeftijd van Jakob is 147 (14 = 2 X 7 ; 7 ; dus 3X een 7) OF 7² X 3 . Som van de factoren is 17 (7 + 7 + 3) . De getalwaarde van de naam Jakob is 182 (7 X 26) .
Er zou een woordspeling kunnen zijn tussen j´bq (je´âbheq = hij worstelde) (Gn 32,25) en de persoonsnaam j`qb (ja`äqobh = Jakob) .

Js 45,4.4. wëjishërâ´el (en Israël) < verbindingswoord wë + zelfst. naamw. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (33) . Js (8) : (1) Js 42,24 . (2) Js 43,28 . (3) Js 44,1 . (4) Js 44,21 . (5) Js 45,4 . (6) Js 48,12 . (7) Js 49,5 . (8) Js 63,16 .

Js 45,4.3. - 4. ja`äqobh wëjishërâ´el (Jakob en Israël) . Tenakh (5) : (1) Js 42,24 . (2) Js 43,28 . (3) Js 44,21 . (4) Js 45,4 . (5) Js 48,12 .

Js 45,4.5. bëchîrî (mijn uitverkorene, uitgekozene) van het zelfst. naamw. bâhîr . Zie het werkw. bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Tenakh : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Jesaja : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Getalwaarde : beth = 2 , chet = 8 , resj = 20 of 200 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7) . Structuur : 2 - 8 - 2 . Gr. eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in het NT : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in de Septuaginta : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Lat. eligere . Fr. elire , choissir . E. to choose , to elect . D. auswählen . Gr. eklektos . Lat. electus . Fr. élu . D. auserwählt . E. chosen , elect . Een vorm van eklektos in de LXX (99) , in het NT (22) . Js (5) : (1) Js 42,1 . (2) Js 43,20 . (3) Js 45,4 . (4) Js 65,9 . (5) Js 65,22 .

Js 45,5 - Js 45,5 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5oti egô kurios o theos kai ouk estin eti plèn emou theos kai ouk èdeis me 5 ego Dominus et non est amplius extra me non est deus accinxi te et non cognovisti me    5 Ik ben de HEERE, en niemand meer, buiten Mij is er geen God; Ik zal u gorden, hoewel gij Mij niet kent.  [5] Ik ben de heer en niemand anders, buiten Mij is er geen god; Ik omgord u – en u kent Mij niet.   [5] Ik ben de HEER, er is geen ander, buiten mij is er geen god. Ik heb je omgord met wapens, ofschoon je me niet kende.   5 ¶ ik ben de ENE en anders geen, buiten mij is niemand God; ik gordde jou, al kende jij mij niet!–  5. Je suis Yahvé, il n'y en a pas d'autre, moi excepté, il n'y a pas de Dieu. Je te ceins, sans que tu me connaisses, 

King James Bible . [5] I am the LORD, and there is none else, there is no God beside me: I girded thee, though thou hast not known me:
Luther-Bibel . 5 Ich bin der HERR, und sonst keiner mehr, kein Gott ist außer mir. Ich habe dich gerüstet, obgleich du mich nicht kanntest,

Tekstuitleg van Js 45,5 . Het vers Js 45,5 telt 10 (2 X 5) woorden en 41 letters . De getalwaarde van Js 45,5 is 1644 (2² X 3 X 137) .

Js 45,5.1. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Tenakh (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (40) . Js 55-66 (12) . Js 40 (0) . Js 41 (5) : (1) Js 41,4 . (2) Js 41,10 . (3) Js 41,13 . (4) Js 41,14 . (5) Js 41,17 . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 43 (6) : (1) Js 43,2 . (2) Js 43,3 . (3) Js 43,5 . (4) Js 43,10 . (5) Js 43,13 . (6) Js 43,15 . Js 44 (2) : (1) Js 44,5 . (2) Js 44,6 . Js 45 (11) : (1) Js 45,2 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,12 . (8) Js 45,18 . (9) Js 45,19 . (10) Js 45,21 . (11) Js 45,22 . Js 46 (1) Js 46,4 . Js 47 (2) : (1) Js 47,8 . (2) Js 47,10 . Js 48 (5) : (1) Js 48,12 . (2) Js 48,13 . (3) Js 48,15 . (4) Js 48,16 . (5) Js 48,17 . Js 49 (4) : (1) Js 49,18 . (2) Js 49,21 . (3) Js 49,23 . (4) Js 49,26 . Js 52 (1) Js 52,6 . - wa´änî (en ik) .Tenakh (169) . Js (8) : (1) Js 43,4 . (2) Js 43,12 . (3) Js 44,6 . (4) Js 46,4 . (5) Js 49,4 . (6) Js 49,21 . (7) Js 59,21 . (8) Js 65,24 .

Js 45,5.2. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 1-39 (199) . Js 40-55 (101) . Js 56-66 (66) . Js 45 (12) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,11 . (8) Js 45,13 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,18 . (11) Js 45,19 . (12) Js 45,21 .

Js 45,5.1. - 2. ´änî JHWH (Ik ben JHWH) . Tenakh (199) . Js (22) . Js 1-39 (1) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (3) . Js 40-55 (19) . Js 1-39 (1) Js 27,3 . Js 40-55 (19) . Js 41 (3) . Js 42 (2) . Js 43 (2) . Js 45 (8) . Js 48 (1) . Js 49 (2) . (1) Js 41,4 . (2) Js 41,13 . (3) Js 41,17 . (4) Js 42,6 . (5) Js 42,8 . (6) Js 43,3 . (7) Js 43,15 . (8) Js 45,3 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,7 . (12) Js 45,8 . (13) Js 45,18 . (14) Js 45,19 . (15) Js 45,21 . (16) Js 48,17 . (17) Js 49,23 . (18) Js 49,26 . Js 56-66 (3) : (1) Js 60,16 . (2) Js 60,22 . (3) Js 61,8 .

Js 45,5.3. ´ajin (er is niet) . Stat. constr. ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 5 . Tenakh (362) . Pentateuch (74) . Js (31) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (15) . Js 56-66 (5) . Js 40-55 (15) : (1) Js 40,16 . (2) Js 40,28 . (3) Js 41,26 . (4) Js 44,6 . (5) Js 45,5 . (6) Js 45,9 . (7) Js 45,21 . (8) Js 47,1 . (9) Js 47,10 . (10) Js 47,14 . (11) Js 47,15 . (12) Js 48,22 . (13) Js 50,2 . (14) Js 51,18 . (15) Js 55,1 .
- wë´e(j)n (en er is niet) < wë + . Tenakh (211) . Pentateuch (20) . Js (36) . Js 1-33 (10) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (8) . Js 40-55 (18) : (1) Js 41,17 . (2) Js 41,28 . (3) Js 42,22 . (4) Js 43,11 . (5) Js 43,12 . (6) Js 43,13 . (7) Js 44,8 . (8) Js 44,12 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,14 . (12) Js 45,18 . (13) Js 45,21 . (14) Js 45,22 . (15) Js 46,9 . (16) Js 50,2 . (17) Js 50,10 . (18) Js 51,18 .

Js 45,5.4. `ôd (nog, weer, nogmaals) . Taalgebruik in Tenakh : `ôd (nog, weer, nogmaals) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 126 (2 X 3² X 7) . Structuur : 7 - 6 - 5 . Tenakh (367) . Js (38) . Js 1-39 (15) . Js 40-55 (14) . Js 56-66 (9) . Js 40-55 (14) : (1) Js 45,5 . (2) Js 45,6 . (3) Js 45,14 . (4) Js 45,18 . (5) Js 45,21 . (6) Js 45,22 . (7) Js 46,9 . (8) Js 47,8 . (9) Js 47,10 . (10) Js 49,20 . (11) Js 51,22 . (12) Js 52,1 . (13) Js 54,4 . (14) Js 54,9 .

Js 45,5.3. - 4. wë´e(j)n `ôd (en er is niet nog) . Tenakh (9) : (1) Spr 9,5 . (2) Js 45,5 . (3) Js 45,6 . (4) Js 45,14 . (5) Js 45,18 . (6) Js 45,21 . (7) Js 45,22 . (8) Js 46,9 . (9) Jl 2,27 .

Js 45,5.5. zûlâthi (behalve mij) . Tenakh (9) : (1) Dt 1,36 . (2) Dt 4,12 . (3) Joz 11,13 . (4) 1 K 3,18 . (5) 1 K 12,20 . (6) Js 45,5 . (7) Js 45,21 . (8) Hos 13,4 . (9) Ps 18,32 .

Js 45,5.6. ´ajin (er is niet) . Stat. constr. ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 5 . Tenakh (362) . Pentateuch (74) . Js (31) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (15) . Js 56-66 (5) . Js 40-55 (15) : (1) Js 40,16 . (2) Js 40,28 . (3) Js 41,26 . (4) Js 44,6 . (5) Js 45,5 . (6) Js 45,9 . (7) Js 45,21 . (8) Js 47,1 . (9) Js 47,10 . (10) Js 47,14 . (11) Js 47,15 . (12) Js 48,22 . (13) Js 50,2 . (14) Js 51,18 . (15) Js 55,1 .
- wë´e(j)n (en er is niet) < wë + . Tenakh (211) . Pentateuch (20) . Js (36) . Js 1-33 (10) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (8) . Js 40-55 (18) : (1) Js 41,17 . (2) Js 41,28 . (3) Js 42,22 . (4) Js 43,11 . (5) Js 43,12 . (6) Js 43,13 . (7) Js 44,8 . (8) Js 44,12 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,14 . (12) Js 45,18 . (13) Js 45,21 . (14) Js 45,22 . (15) Js 46,9 . (16) Js 50,2 . (17) Js 50,10 . (18) Js 51,18 .

Js 45,5.7. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (635) . Pentateuch (207) .
- Js (14) : (1) Js 13,19 . (2) Js 35,4 . (3) Js 37,4 . (4) Js 37,17 . (5) Js 37,19 . (6) Js 41,23 . (7) Js 44,6 . (8) Js 45,5 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,21 . (11) Js 46,9 . (12) Js 53,4 . (13) Js 58,2 . (14) Js 64,3 .

Js 45,5.6. - 7. ´e(j)n ´èlohîm (er is geen God) . Tenakh (9) : (1) 2 K 1,3 . (2) 2 K 1,6 . (3) 2 K 1,16 . (4) 2 K 5,15 . (5) Ps 10,4 . (6) Ps 14,1 . (7) Ps 53,2 . (8) Js 44,6 . (9) Js 45,5 .

Js 45,5.9. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Js (209) . Js 45 (6) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,13 . (3) Js 45,17 . (4) Js 45,18 . (5) Js 45,19 . (6) Js 45,20 .
- wëlo´(en niet) . Tenakh (1381) . Js (92) . Js 45 (5) : (1) Js 45,4 . (2) Js 45,5 . (3) Js 45,13 . (4) Js 45,17 . (5) Js 45,23 .

Js 45,5.10. jëda`ëthânî (je kent mij) < act. qal perf. 2de pers. mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. van het werkw. jâda` / jâdâ` (kennen, weten) . Taalgebruik in Tenakh : jâda` (kennen, weten) . Getalwaarde : jod = 10 , daleth = 4 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 84 (2² X 3 X 7) . Structuur : 1 - 4 - 7 . Tenakh (3) : (1) Js 45,4 . (2) Js 45,5 . (3) Jr 12,3 .

Js 45,6 - Js 45,6 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6ina gnôsin oi apo anatolôn èliou kai oi apo dusmôn oti ouk estin plèn emou egô kurios o theos kai ouk estin eti  6 ut sciant hii qui ab ortu solis et qui ab occidente quoniam absque me non est ego Dominus et non est alter     6 Opdat men wete, van den opgang der zon en van den ondergang, dat er buiten Mij niets is, Ik ben de HEERE, en niemand meer.   [6] Zo zullen zij erkennen, van de opgang van de zon tot aan haar ondergang, dat er niemand anders is dan Ik alleen: Ik ben de heer, en niemand anders. [6] Zo zal iedereen, van oost tot west, weten dat er niets is buiten mij. Ik ben de HEER, er is geen ander   6 opdat ze zullen erkennen van het gloren der zon tot waar het avond wordt dat er niets buiten mij om is: ik ben de ENE en anders geen,  6. afin que l'on sache du levant au couchant qu'il n'y a personne sauf moi : je suis Yahvé, il n'y en pas d'autre.  

King James Bible . [6] That they may know from the rising of the sun, and from the west, that there is none beside me. I am the LORD, and there is none else.
Luther-Bibel . 6 damit man erfahre in Ost und West, dass außer mir nichts ist. Ich bin der HERR, und sonst keiner mehr,

Tekstuitleg van Js 45,6 .

4. sjèmèsj (zon) . Taalgebruik in Tenakh : sjèmèsj (zon) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 55 (5 X 11) OF 640 (2² X 2³ X 2³ X 5²) . Structuur : 3 - 4 - 3 . Gr. (h)èlios (zon) . Taalgebruik in het NT : hèlios (zon) . Lat. sol , -is . Fr. le soleil . E. sun . D. Sonne . Ned. zon . Tenakh (50) . Tenakh (50) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (21) . Latere Profeten (6) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (14) . Js (3) : (1) Js 41,25 . (2) Js 45,6 . (3) Js 59,19 .
- basjsjèmèsj (in / met de zon) < prefix voorzetsel bë + bepaald lidw. ha + . Tenakh (1) : Js 38,8 .
- hasjsjèmèsj (de zon) . Tenakh (86) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (37) . Js (3) : (1) Js 13,10 . (2) Js 38,8 . (3) Js 60,19 .
- sjimësjekh (je zon) < zelfst. naamw. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. vr. enk. . Tenakh (1) : Js 60,20 .
- wâsjâmèsj (en de zon) < prefix verbindingswoord wë + bepaald lidw. ha + . Tenakh (2) : (1) Js 49,10 . (2) Ps 74,16 .

6. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 45 (5) : (1) Js 45,3 . (2) Js 45,6 . (3) Js 45,18 . (4) Js 45,22 . (5) Js 45,23 .

9. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Tenakh (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (40) . Js 55-66 (12) . Js 40 (0) . Js 41 (5) : (1) Js 41,4 . (2) Js 41,10 . (3) Js 41,13 . (4) Js 41,14 . (5) Js 41,17 . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 43 (6) : (1) Js 43,2 . (2) Js 43,3 . (3) Js 43,5 . (4) Js 43,10 . (5) Js 43,13 . (6) Js 43,15 . Js 44 (2) : (1) Js 44,5 . (2) Js 44,6 . Js 45 (11) : (1) Js 45,2 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,12 . (8) Js 45,18 . (9) Js 45,19 . (10) Js 45,21 . (11) Js 45,22 . Js 46 (1) Js 46,4 . Js 47 (2) : (1) Js 47,8 . (2) Js 47,10 . Js 48 (5) : (1) Js 48,12 . (2) Js 48,13 . (3) Js 48,15 . (4) Js 48,16 . (5) Js 48,17 . Js 49 (4) : (1) Js 49,18 . (2) Js 49,21 . (3) Js 49,23 . (4) Js 49,26 . Js 52 (1) Js 52,6 . - wa´änî (en ik) .Tenakh (169) . Js (8) : (1) Js 43,4 . (2) Js 43,12 . (3) Js 44,6 . (4) Js 46,4 . (5) Js 49,4 . (6) Js 49,21 . (7) Js 59,21 . (8) Js 65,24 .

10. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 1-39 (199) . Js 40-55 (101) . Js 56-66 (66) . Js 45 (12) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,11 . (8) Js 45,13 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,18 . (11) Js 45,19 . (12) Js 45,21 .

9. - 10. ´änî JHWH (Ik JHWH) . Tenakh (199) . Js (22) . Js 1-39 (1) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (3) . Js 40-55 (19) . Js 1-39 (1) Js 27,3 . Js 40-55 (19) . Js 41 (3) . Js 42 (2) . Js 43 (2) . Js 45 (8) . Js 48 (1) . Js 49 (2) . (1) Js 41,4 . (2) Js 41,13 . (3) Js 41,17 . (4) Js 42,6 . (5) Js 42,8 . (6) Js 43,3 . (7) Js 43,15 . (8) Js 45,3 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,7 . (12) Js 45,8 . (13) Js 45,18 . (14) Js 45,19 . (15) Js 45,21 . (16) Js 48,17 . (17) Js 49,23 . (18) Js 49,26 . Js 56-66 (3) : (1) Js 60,16 . (2) Js 60,22 . (3) Js 61,8 .

11. ´ajin (er is niet) . Stat. constr. ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 5 . Tenakh (362) . Pentateuch (74) . Js (31) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (15) . Js 56-66 (5) . Js 40-55 (15) : (1) Js 40,16 . (2) Js 40,28 . (3) Js 41,26 . (4) Js 44,6 . (5) Js 45,5 . (6) Js 45,9 . (7) Js 45,21 . (8) Js 47,1 . (9) Js 47,10 . (10) Js 47,14 . (11) Js 47,15 . (12) Js 48,22 . (13) Js 50,2 . (14) Js 51,18 . (15) Js 55,1 .
- wë´e(j)n (en er is niet) < wë + . Tenakh (211) . Pentateuch (20) . Js (36) . Js 1-33 (10) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (8) . Js 40-55 (18) : (1) Js 41,17 . (2) Js 41,28 . (3) Js 42,22 . (4) Js 43,11 . (5) Js 43,12 . (6) Js 43,13 . (7) Js 44,8 . (8) Js 44,12 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,14 . (12) Js 45,18 . (13) Js 45,21 . (14) Js 45,22 . (15) Js 46,9 . (16) Js 50,2 . (17) Js 50,10 . (18) Js 51,18 .

12. `ôd (nog, weer, nogmaals) . Taalgebruik in Tenakh : `ôd (nog, weer, nogmaals) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 126 (2 X 3² X 7) . Structuur : 7 - 6 - 5 . Tenakh (367) . Js (38) . Js 1-39 (15) . Js 40-55 (14) . Js 56-66 (9) . Js 40-55 (14) : (1) Js 45,5 . (2) Js 45,6 . (3) Js 45,14 . (4) Js 45,18 . (5) Js 45,21 . (6) Js 45,22 . (7) Js 46,9 . (8) Js 47,8 . (9) Js 47,10 . (10) Js 49,20 . (11) Js 51,22 . (12) Js 52,1 . (13) Js 54,4 . (14) Js 54,9 .

11. - 12. wë´e(j)n `ôd (en er is niet nog) . Tenakh (9) : (1) Spr 9,5 . (2) Js 45,5 . (3) Js 45,6 . (4) Js 45,14 . (5) Js 45,18 . (6) Js 45,21 . (7) Js 45,22 . (8) Js 46,9 . (9) Jl 2,27 .

Js 45,7 - Js 45,7 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7egô o kataskeuasas fôs kai poièsas skotos o poiôn eirènèn kai ktizôn kaka egô kurios o theos o poiôn tauta panta  7 formans lucem et creans tenebras faciens pacem et creans malum ego Dominus faciens omnia haec    7 Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.   [7] Ik, die het licht vorm en de duisternis schep, die vrede maak en onheil schep, Ik, de heer, ben het die dit alles maak.’   [7] die het licht vormt en het donker schept, die vrede maakt en onheil schept. Ik ben het, de HEER, die al deze dingen doet.   7 de formeerder van licht en de schepper van duister, de maker van vrede en de schepper van kwaad,– ik, de ENE, ben de maker van dit alles! ••  7. Je façonne la lumière et je crée les ténèbres, je fais le bonheur et je crée le malheur, c'est moi, Yahvé, qui fais tout cela. 

King James Bible . [7] I form the light, and create darkness: I make peace, and create evil: I the LORD do all these things.
Luther-Bibel . 7 der ich das Licht mache und schaffe die Finsternis, der ich Frieden gebe und schaffe Unheil. Ich bin der HERR, der dies alles tut.

Tekstuitleg van Js 45,7 . Het vers Js 45,7 telt 13 woorden en 44 (2² X 11) letters . De getalwaarde van Js 45,7 is 2840 (2³ X 5 X 71) . Het vers bestaat uit 5 zinnen ; 4 parallele zinnen van elk 2 woorden en een slotzin .

Js 45,7.1. act. qal part. mann. enk. jôtser (vormende) van het werkw. jâtsar (vormen, formeren) . Taalgebruik in Tenakh : jâtsar (vormen) . Getalwaarde : jod = 10, tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 ; totaal : 48 (5² X 2² X 3) OF 300 (2² X 3 X 5²) . Structuur : 1 - 9 - 2 . Tenakh (13) : (1) 2 S 17,28 . (2) Js 41,25 . (3) Js 45,7 . (4) Js 54,17 . (5) Jr 10,16 . (6) Jr 18,11 . (7) Jr 19,1 . (8) Jr 33,2 . (9) Jr 51,19 . (10) Am 4,13 . (11) Am 7,1 . (12) Ps 2,9 . (13) Kl 4,2 .
Gr. plassô . Een vorm van plassô (vormen) in de LXX (52) , in het NT (2) . In dit vers act. part. aor. nom. mann. enk. kataskeuasas (uitrustende) van het werkw. kataskeuazô (uitrusten, optuigen, inrichten, bouwen, maken) . Taalgebruik in het NT : kataskeuazô (uitrusten, optuigen, inrichten, bouwen, maken) . Taalgebruik in de LXX : kataskeuazô (uitrusten, optuigen, inrichten, bouwen, maken) . Bijbel (7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 45,7 . (3) W 9,2 . (4) W 13,4 . (5) Ba 3,32 . (6) Heb 3,3 . (7) Heb 3,4 . Een vorm van kataskeuazô (uitrusten, optuigen, inrichten, bouwen, maken) in de LXX (28) , in het NT (11) . Lat. formare . E. to form . D. machen .

Js 45,7.2. ´ôr (licht) . Taalgebruik in Tenakh : ´ôr (licht) . Taalgebruik in Jesaja : ´ôr (licht) . Getalwaarde : aleph = 1 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 207 (3³ X 23 ; 23 = aleph (1) + taw (22) . Structuur : 1 - 6 - 2 . Tenakh (55) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (6) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (30) . Js (8) : (1) Js 9,1 . (2) Js 10,17 . (3) Js 18,4 . (4) Js 30,26 . (5) Js 31,9 . (6) Js 44,16 . (7) Js 45,7 . (8) Js 47,14 .
Gr. fôs (licht) . Taalgebruik in de LXX : fôs (licht) . Taalgebruik in het NT : fôs (licht) . Een vorm van fôs (licht) in de bijbel (209) , het OT (146) , het NT (63) . Lat. lux / lumen . Fr. lumière . E. light . D. Licht .

fôs (licht)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P..  A. b.
nom. enk.  fôs 143  102  41  14  10  24 

Volgens Gn 1,3 werd het licht op de eerste dag geschapen . ´ôr (licht) begint met de letter aleph (1) . De middenste letter is de waw , de verbindingshaak . De laatste letter is de res, (20 of 200) . In het woord ´ôr (licht) is de eenheid (1) verbonden met en uitgewaaierd in vele vormen (20 of 200) . Uit het licht zijn de vele vormen van stof en leven ontstaan .
Volgens Gn 1,4 maakte God een scheiding tussen het licht en de duisternis . Licht en duisternis vormen een dualiteit , elkaars tegenpool .
- chosjèkh (duisternis) . Taalgebruik in Tenakh : chosjèkh (duisternis) . Getalwaarde : chet = 8 , sjin = 21 of 300 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 40 (2³ X 5) OF 328 (2³ X 41) . Structuur : 8 - 3 - 2 . DE som van de verschillende elementen is telkens 4 . Tenakh (57) . Gr. skotos (duisternis) . Taalgebruik in het NT : skotos (duisternis) . Taalgebruik in de Septuaginta : skotos (duisternis) . Een vorm van skotos (duisternis) in de Septuaginta (120) , in het NT (30) . Lat. tenebrae . Fr. ténèbres . E. darkness . D. Finsternis . Een vorm van chosjèkh (duisternis) in Js (13) .

Js 45,7.3. bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik : bârâ´ (scheppen) . b r ` : Tenakh (17) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 23 of 203 . Structuur : 2 - 20 of 200 - 1 ; 2 - 2 -1 . Lat. creare . Fr. créer . E. to create . D. schaffen . Een vorm van b-r-´ (scheppen) in Tenakh in 17 verzen (21X) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 1,27 . (3) Gn 2,3 . (4) Gn 5,1 . (5) Dt 4,32 . (6) 2 K 12,17 . (7) Js 40,26 . (8) Jr 31,22 . (9) Ez 21,24 . (10) Ps 51,12 . (11) In zeven verzen in Da .
-- bârâ´ ´êlohîm (God schiep) . Tenakh (3 / 10) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 2,3 . (3) Dt 4,32 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal 3de pers. mann. enk. ûbârâ´(en hij schiep) . Tenakh (1) Js 4,5 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. bârâ´thî (ik schiep) . Tenakh (5) : (1) Gn 6,7 . (2) Js 45,12 . (3) Js 54,16 . (4) Da 8,2 . (5) Da 8,15 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. bërâ´thîw (ik schiep hem) . Tenakh (2) : (1) Js 43,7 . (2) Js 45,8 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. vr. enk. . Tenakh (2) : (1) Js 41,20 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk. bôre´(scheppend) . Tenakh (7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 43,15 . (4) Js 45,18 . (5) Js 57,19 . (6) Js 65,17 . (7) Js 65,18 .
-- bôre´(scheppend) sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Tenakh (1) : Js 65,17 .
-- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) . Tenakh (3 / 7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 45,18 .
--- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) . Tenakh (2 / 7) : (1) Js 42,5 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk.+ suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. bora´äkhâ (jou scheppend) . Tenakh (1) Js 43,1 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal part. nom. mann. enk. ûbôre´(en scheppend) . Tenakh (1) Js 45,7 .

Js 45,7.4. chosjèkh (duisternis) . Taalgebruik in Tenakh : chosjèkh (duisternis) . Getalwaarde : chet = 8 , sjin = 21 of 300 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 40 (2³ X 5) OF 328 (2³ X 41) . Structuur : 8 - 3 - 2 . Tenakh (57) . Gr. skotos (duisternis) . Taalgebruik in het NT : skotos (duisternis) . Taalgebruik in de Septuaginta : skotos (duisternis) . Een vorm van skotos (duisternis) in de Septuaginta (120) , in het NT (30) . Lat. tenebrae . Fr. ténèbres . E. darkness . D. Finsternis . ch-sj-kh . Tenakh (57) . Pentateuch (4) . Eerdere Profeten (4) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (33) . Js (9) : (1) Js 5,20 . (2) Js 5,30 . (3) Js 13,10 . (4) Js 14,6 . (5) Js 42,7 . (6) Js 45,3 . (7) Js 45,7 . (8) Js 45,19 . (9) Js 59,9 . Een vorm van ch-sj-kh in Js (13) . (1) Js 5,20 . (2) Js 5,30 . (3) Js 9,1 . (4) Js 29,18 . (5) Js 42,7 . (6) Js 45,3 . (7) Js 45,7 . (8) Js 45,19 . (9) Js 47,5 . (10) Js 49,9 . (11) Js 58,10 . (12) Js 59,9 . (13) Js 60,2 . Na 7 dagen begint de 8ste dag (chet van chosjèkh = 8) of de 1ste dag van de scheppingsweek . Zoals elke dag begint de dag na de sabbat met het invallen van de duisternis .
Tegenover duisternis staat licht . Hebr. ´ôr (licht) . Taalgebruik in Tenakh : ´ôr (licht) . Taalgebruik in Jesaja : ´ôr (licht) . Getalwaarde : aleph = 1 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 207 (3³ X 23 ; 23 = aleph (1) + taw (22) . Structuur : 1 - 6 - 2 .

Js 45,7.5. `âshâh (maken, doen) . Taalgebruik in Tenakh : `âshâh (maken) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , shin = 21 of 300 , he = 5 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 375 (3 X 5³) . Structuur : 7 - 3 - 5 .Gr. poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het NT : poieô (doen, maken) . Lat. facere . Fr. faire . N. doen . `-sh-h . (1) act. qal . perf. 3de pers. mann. enk. `âshâh (hij maakt) . (2) act. qal part; mann. enk; `oshèh (makende) . Tenakh (503) . Pentateuch (112) . Eerdere Profeten (161) . Latere Profeten (78) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (133) . Js (15) : (1) Js 5,5 . (2) Js 10,23 . (3) Js 12,5 . (4) Js 15,7 . (5) Js 38,15 . (6) Js 40,23 . (7) Js 43,19 . (8) Js 44,17 . (9) Js 44,23 . (10) Js 44,24 . (11) Js 45,7 . (12) Js 53,9 . (13) Js 55,11 . (14) Js 58,2 . (15) Js 66,22 .

Js 45,7.6. sjâlôm (vrede) . Taalgebruik in Tenakh : sjâlôm (vrede) . Taalgebruik in Jesaja : sjâlôm (vrede) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 52 (2 X 26) OF 376 (2³ X 47) . Structuur : 3 - 3 - 6 - 4 . Gr. eirènè (vrede) . Taalgebruik in de LXX : eirènè (vrede) . Taalgebruik in het NT : eirènè (vrede) . Lat. pax . Fr. paix . E. peace . Ned. vrede . D. Friede . Een vorm van eirènè (vrede) in de LXX (294) , in het NT (91) . Tenakh (120) . Js (19) : (1) Js 9,5 . (2) Js 26,3 . (3) Js 26,12 . (4) Js 27,5 . (5) Js 32,17 . (6) Js 32,18 . (7) Js 33,7 . (8) Js 39,8 . (9) Js 41,3 . (10) Js 45,7 . (11) Js 48,22 . (12) Js 52,7 . (13) Js 54,13 . (14) Js 57,2 . (15) Js 57,19 . (16) Js 57,21 . (17) Js 59,8 . (18) Js 60,17 . (19) Js 66,12 . bisjâlôm (in vrede) . Tenakh (34) . lësjâlôm (tot vrede) . Tenakh (28) . Js (1) Js 38,17 . misjsjâlôm (vrede) . Tenakh (1) . wësjâlôm (in vrede) . Tenakh (9) .

5. - 6. `oshèh sjâlôm (makende vrede) . Tenakh (2) : (1) Job 25,2 . (2) Js 45,7 .

Js 45,7.7. bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik : bârâ´ (scheppen) . b r ` : Tenakh (17) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 23 of 203 . Structuur : 2 - 20 of 200 - 1 ; 2 - 2 -1 . Lat. creare . Fr. créer . E. to create . D. schaffen . Een vorm van b-r-´ (scheppen) in Tenakh in 17 verzen (21X) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 1,27 . (3) Gn 2,3 . (4) Gn 5,1 . (5) Dt 4,32 . (6) 2 K 12,17 . (7) Js 40,26 . (8) Jr 31,22 . (9) Ez 21,24 . (10) Ps 51,12 . (11) In zeven verzen in Da .
-- bârâ´ ´êlohîm (God schiep) . Tenakh (3 / 10) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 2,3 . (3) Dt 4,32 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal 3de pers. mann. enk. ûbârâ´(en hij schiep) . Tenakh (1) Js 4,5 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. bârâ´thî (ik schiep) . Tenakh (5) : (1) Gn 6,7 . (2) Js 45,12 . (3) Js 54,16 . (4) Da 8,2 . (5) Da 8,15 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. bërâ´thîw (ik schiep hem) . Tenakh (2) : (1) Js 43,7 . (2) Js 45,8 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. vr. enk. . Tenakh (2) : (1) Js 41,20 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk. bôre´(scheppend) . Tenakh (7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 43,15 . (4) Js 45,18 . (5) Js 57,19 . (6) Js 65,17 . (7) Js 65,18 .
-- bôre´(scheppend) sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Tenakh (1) : Js 65,17 .
-- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) . Tenakh (3 / 7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 45,18 .
--- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) . Tenakh (2 / 7) : (1) Js 42,5 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk.+ suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. bora´äkhâ (jou scheppend) . Tenakh (1) Js 43,1 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal part. nom. mann. enk. ûbôre´(en scheppend) . Tenakh (1) Js 45,7 .

Js 45,7.9. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Tenakh (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (40) . Js 55-66 (12) . Js 40 (0) . Js 41 (5) : (1) Js 41,4 . (2) Js 41,10 . (3) Js 41,13 . (4) Js 41,14 . (5) Js 41,17 . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 43 (6) : (1) Js 43,2 . (2) Js 43,3 . (3) Js 43,5 . (4) Js 43,10 . (5) Js 43,13 . (6) Js 43,15 . Js 44 (2) : (1) Js 44,5 . (2) Js 44,6 . Js 45 (11) : (1) Js 45,2 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,12 . (8) Js 45,18 . (9) Js 45,19 . (10) Js 45,21 . (11) Js 45,22 . Js 46 (1) Js 46,4 . Js 47 (2) : (1) Js 47,8 . (2) Js 47,10 . Js 48 (5) : (1) Js 48,12 . (2) Js 48,13 . (3) Js 48,15 . (4) Js 48,16 . (5) Js 48,17 . Js 49 (4) : (1) Js 49,18 . (2) Js 49,21 . (3) Js 49,23 . (4) Js 49,26 . Js 52 (1) Js 52,6 . - wa´änî (en ik) .Tenakh (169) . Js (8) : (1) Js 43,4 . (2) Js 43,12 . (3) Js 44,6 . (4) Js 46,4 . (5) Js 49,4 . (6) Js 49,21 . (7) Js 59,21 . (8) Js 65,24 .

Js 45,7.10. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 1-39 (199) . Js 40-55 (101) . Js 56-66 (66) . Js 45 (12) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,11 . (8) Js 45,13 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,18 . (11) Js 45,19 . (12) Js 45,21 .

Js 45,7.9. - 10. ´änî JHWH (Ik JHWH) . Tenakh (199) . Js (22) . Js 1-39 (1) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (3) . Js 40-55 (19) . Js 1-39 (1) Js 27,3 . Js 40-55 (19) . Js 41 (3) . Js 42 (2) . Js 43 (2) . Js 45 (8) . Js 48 (1) . Js 49 (2) . (1) Js 41,4 . (2) Js 41,13 . (3) Js 41,17 . (4) Js 42,6 . (5) Js 42,8 . (6) Js 43,3 . (7) Js 43,15 . (8) Js 45,3 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,7 . (12) Js 45,8 . (13) Js 45,18 . (14) Js 45,19 . (15) Js 45,21 . (16) Js 48,17 . (17) Js 49,23 . (18) Js 49,26 . Js 56-66 (3) : (1) Js 60,16 . (2) Js 60,22 . (3) Js 61,8 .

Js 45,7.11. `âshâh (maken, doen) . Taalgebruik in Tenakh : `âshâh (maken) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , shin = 21 of 300 , he = 5 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 375 (3 X 5³) . Structuur : 7 - 3 - 5 .Gr. poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het NT : poieô (doen, maken) . Lat. facere . Fr. faire . N. doen . `-sh-h . (1) act. qal . perf. 3de pers. mann. enk. `âshâh (hij maakt) . (2) act. qal part; mann. enk; `oshèh (makende) . Tenakh (503) . Pentateuch (112) . Eerdere Profeten (161) . Latere Profeten (78) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (133) . Js (15) : (1) Js 5,5 . (2) Js 10,23 . (3) Js 12,5 . (4) Js 15,7 . (5) Js 38,15 . (6) Js 40,23 . (7) Js 43,19 . (8) Js 44,17 . (9) Js 44,23 . (10) Js 44,24 . (11) Js 45,7 . (12) Js 53,9 . (13) Js 55,11 . (14) Js 58,2 . (15) Js 66,22 .

Js 45,8 - Js 45,8 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8eufranthètô o ouranos anôthen kai ai nefelai ranatôsan dikaiosunèn anateilatô è gè eleos kai dikaiosunèn anateilatô ama egô eimi kurios o ktisas se  8 rorate caeli desuper et nubes pluant iustum aperiatur terra et germinet salvatorem et iustitia oriatur simul ego Dominus creavi eum  harë`îphû sjâmajim mimma`al ûsjëchâqîm 8 Drupt, gij hemelen! van boven af, en dat de wolken vloeien van gerechtigheid; en de aarde opene zich, en dat allerlei heil uitwasse, en gerechtigheid te zamen uitspruiten; Ik, de HEERE, heb ze geschapen.   [8] Hemelen, laat uw hoogten druipen en gerechtigheid* uit de wolken stromen. Aarde, open uw schoot, laat het heil* bloeien en de gerechtigheid ontkiemen. Ik, de heer, heb dat alles geschapen.   [8] Hemel, laat gerechtigheid neerregenen, laat haar neerstromen uit de wolken, en laat de aarde zich openen. Laten hemel en aarde redding voortbrengen en ook het recht doen ontspruiten. Ik, de HEER, heb dit alles geschapen.   8 Dauwt, hemelen van omhoog, dat wolkenmassa’s gerechtigheid laten stromen,– de aarde zich opene en hun vrucht van heil zal zijn, en gerechtigheid ontspruite tezamen,– ik, de ENE, heb hen geschapen! ••  8. Cieux, épanchez-vous là-haut, et que les nuages déversent la justice, que la terre s'ouvre et produise le salut, qu'elle fasse germer en même temps la justice. C'est moi, Yahvé, qui ai créé cela.  

King James Bible . [8] Drop down, ye heavens, from above, and let the skies pour down righteousness: let the earth open, and let them bring forth salvation, and let righteousness spring up together; I the LORD have created it.
Luther-Bibel . 8 Träufelt, ihr Himmel, von oben, und ihr Wolken, regnet Gerechtigkeit! Die Erde tue sich auf und bringe Heil, und Gerechtigkeit wachse mit auf! Ich, der HERR, habe es geschaffen. Gegen die Vermessenen in Israel

a. harë`îphû sjâmajim (dauwt , hemelen) .

Tekstuitleg van Js 45,8 . Het vers Js 45,8 telt 16 (2² X 2²) woorden en 68 (2² X 17) letters . De getalwaarde van Js 45,8 is 4994 (2 X 11 X 227) . Een gedeelte van dit vers is gekend als refrein van het adventslied : Rorate caeli desuper . Zie : http://www.adventtijd.nl/liederen/rorate_caeli.htm .

Rorate caeli desuper, et nubes pluant iustum.

Dauwt, hemelen, van boven, en wolken, regent de Rechtvaardige.

Js 45,8.1. act. hifil imperat. 2de pers. mann. mv. הַרְעִיפוּ = harë`îphû (druppelt) van het werkw. רָעָף = râ`âph (druppelen) . Taalgebruik in Tenakh : râ`âph (druppelen) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , ajin = 16 of 70 , pe = 17 of 80 ; totaal : 53 OF 350 . Structuur : 2 - 7 - 8 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (1) : Js 45,8 .
- Ned. druppelen , sijpelen , vloeien , druipen , dauwen . E. to trickle , to drip . D. träufeln . Arabisch : رَعَفَ = ra`afa (druppelen, sijpelen, vloeien, druipen) . Taalgebruik in de Qoran : ra`afa (druppelen, sijpelen, vloeien, druipen) .
- De Vulgaat vertaalt door 'rorate" (dauwt) . In het Latijn is dauw "ros" . In het Hebreeuws is het טַל = tal . Dauw en regen komen in de bijbel vaak gezamenlijk voor . Ze vallen uit de hemel , laten zaden ontkiemen, en planten groeien . Ze zorgen voor water voor planten , dieren en mensen . Door dauw en regen is er kiemkracht en vruchtbaarheid . Dauw en regen worden in de bijbel vaak als symbool , als beeld , gebruikt . Zoals we over dauw en regen geen macht hebben , maar ons overkomen , zo ervaart de gewone mens rechtvaardigheid en vrede vaak als iets dat hem overkomt zonder zelf daaraan veel te kunnen doen . In een maatschappij waarin een mens onrecht en onrechtvaardigheid aan den lijve ervaart , zingt hij zijn verlangen uit in een lied als het 'Rorate caeli' (dauwt hemelen) .
- טַל = tal (dauw) . Taalgebruik in Tenakh : tal (dauw) . Getalwaarde : tet = 9 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 21 (3 X 7) OF 39 (3 X 13) . Structuur : 9 - 3 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (13) : (1) Dt 33,28 . (2) Re 6,37 . (3) Re 6,38 . (4) Re 6,39 . (5) Re 6,40 . (6) 2 S 1,21 . (7) 1 K 17,1 . (8) Js 18,4 . (9) Js 26,19 . (10) Ps 110,3 . (11) Spr 3,20 . (12) Job 38,28 . (13) Hl 5,2 .
- הַטַּל = hattal (de dauw) < prefix bepaald lidw. + . Tenakh (4) : (1) Ex 16,13 . (2) Ex 16,14 . (3) Nu 11,9 . (4) 2 S 17,12 .
- כַּטַּל = kattal (als dauw) < prefix voorzetsel van vergelijking kë + . Tenakh (4) : (1) Dt 32,2 . (2) Hos 14,6 . (3) Mi 5,6 . (4) Ps 133,3 .
- וְכַטַּל = wëkhattal (en als dauw) < prefix verbindingswoord wë + prefix voorzetsel van vergelijking kë + . Tenakh (3) : (1) Hos 6,4 . (2) Hos 13,3 . (3) Spr 19,12 .
- וְטַל = wëtal (en dauw) < prefix verbindingswoord wë + . Tenakh (1) : Job 29,19 .

Js 45,8.2. sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Taalgebruik in de Septuaginta : ouranos (hemel) . Taalgebruik in het NT : ouranos (hemel) . Lat. coelum . Fr. ciel . Ned. hemel . D. Himmel . E. heaven . Een vorm van ouranos (hemel) in de LXX (682) , in het NT (272) . Tenakh (92) . Pentateuch (7) . Eerdere Profeten (5) . Latere Profeten (25) . 12 Kleine Profeten (6) . Geschriften (49) . Js (18) : (1) Js 1,2 . (2) Js 5,20 . (3) Js 13,13 . (4) Js 40,22 . (5) Js 44,23 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,8 . (8) Js 45,12 . (9) Js 47,13 . (10) Js 48,13 . (11) Js 49,13 . (12) Js 50,3 . (13) Js 51,6 . (14) Js 51,13 . (15) Js 51,16 . (16) Js 55,9 . (17) Js 63,19 . (18) Js 65,17 . Twee tegenstellingen worden vaak gebruikt om een totaliteit uit te drukken ; zo is dat het geval in : hemel en aarde , van hoog tot laag , van kop tot teen , dag en nacht enz. .

Js 45,8.1. - 2. Vaak komt een imperat. mv. met sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) :
- Js 1,2 : sjimë`û sjâmajim (luistert , hemelen) .
- Js 44,23 : rânnû sjâmajim (juicht , hemelen) .
- Js 45,8 : harë`îphû sjâmajim (dauwt , hemelen) .
- Js 49,13 : rânnû sjâmajim (juicht , hemelen) .

Js 45,8.3. mimma`al (van boven) < voorzetsel min + ma`al (boven) . Zie : `al (op, overeenkomstig, omwille van) . Taalgebruik in Tenakh : `al (op, overeenkomstig) . Taalgebruik in Jesaja : `al (op, overeenkomstig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 of 100 . Structuur : 7 - 3 . Tenakh (27) . Pentateuch (7) . Eerdere Profeten (5) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (7) . Js (3) : (1) Js 6,2 . (2) Js 14,13 . (3) Js 45,8 .

Js 45,8.4. ûsjëchâqîm (en wolken) < verbindingswoord wë + mann. mv. van het zelfst. naamw. sjachaq (wolk) . Taalgebruik in Tenakh : sjachaq (wolk) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , chet = 8 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 48 (2² X 2² X 3) OF 408 (2³ X 3 X 17) . Structuur : 3 - 8 - 1 . Tenakh (2) : (1) Js 45,8 . (2) Spr 3,20 .

Js 45,8.5. act. qal imperf. (jussief) 3de pers. mv. jizzëlû (mogen zij vloeien) van het werkw. nâzal (vloeien, doen vloeien) . Taalgebruik in Tenakh : nâzal (vloeien, doen vloeien) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , zajin = 7 , lamed = 12 of 30 ; 33 (3 X 11) OF 87 (3 X 29) . Structuur : 5 - 7 - 3 . Tenakh (5) : (1) Js 45,8 . (2) Jr 9,17 . (3) Ps 147,18 . (4) Job 36,28 . (5) Hl 4,16 .

Js 45,8.6. tsèdèq (rechtvaardig) . Taalgebruik in Tenakh : tsèdèq (rechtvaardig) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , daleth = 4 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 41 OF 194 (2 X 97) . Structuur : 9 - 4 - 1 . Gr. dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het NT : dikaios (rechtvaardig) . Tenakh (64) . Pentateuch (6) . Eerdere Profeten (2) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (37) . Js (12) : (1) Js 1,21 . (2) Js 11,5 . (3) Js 16,5 . (4) Js 26,9 . (5) Js 26,10 . (6) Js 41,2 . (7) Js 45,8 . (8) Js 45,19 . (9) Js 51,1 . (10) Js 51,7 . (11) Js 58,2 . (12) Js 64,4 .

Js 45,8.8. ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het NT : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het NT (248) . Tenakh (453) . Js (45) . Js 1-39 (27) . Js 40-55 (13) . Js 56-66 (5) . Js 45 (4) : (1) Js 45,8 . (2) Js 45,12 . (3) Js 45,19 . (4) Js 45,22 .

Js 45,8.14. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Tenakh (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (40) . Js 55-66 (12) . Js 40 (0) . Js 41 (5) : (1) Js 41,4 . (2) Js 41,10 . (3) Js 41,13 . (4) Js 41,14 . (5) Js 41,17 . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 43 (6) : (1) Js 43,2 . (2) Js 43,3 . (3) Js 43,5 . (4) Js 43,10 . (5) Js 43,13 . (6) Js 43,15 . Js 44 (2) : (1) Js 44,5 . (2) Js 44,6 . Js 45 (11) : (1) Js 45,2 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,12 . (8) Js 45,18 . (9) Js 45,19 . (10) Js 45,21 . (11) Js 45,22 . Js 46 (1) Js 46,4 . Js 47 (2) : (1) Js 47,8 . (2) Js 47,10 . Js 48 (5) : (1) Js 48,12 . (2) Js 48,13 . (3) Js 48,15 . (4) Js 48,16 . (5) Js 48,17 . Js 49 (4) : (1) Js 49,18 . (2) Js 49,21 . (3) Js 49,23 . (4) Js 49,26 . Js 52 (1) Js 52,6 . - wa´änî (en ik) .Tenakh (169) . Js (8) : (1) Js 43,4 . (2) Js 43,12 . (3) Js 44,6 . (4) Js 46,4 . (5) Js 49,4 . (6) Js 49,21 . (7) Js 59,21 . (8) Js 65,24 .

Js 45,8.15. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 1-39 (199) . Js 40-55 (101) . Js 56-66 (66) . Js 45 (12) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,11 . (8) Js 45,13 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,18 . (11) Js 45,19 . (12) Js 45,21 .

Js 45,8.14. - 15. ´änî JHWH (Ik JHWH) . Tenakh (199) . Js (22) . Js 1-39 (1) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (3) . Js 40-55 (19) . Js 1-39 (1) Js 27,3 . Js 40-55 (19) . Js 41 (3) . Js 42 (2) . Js 43 (2) . Js 45 (8) . Js 48 (1) . Js 49 (2) . (1) Js 41,4 . (2) Js 41,13 . (3) Js 41,17 . (4) Js 42,6 . (5) Js 42,8 . (6) Js 43,3 . (7) Js 43,15 . (8) Js 45,3 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,7 . (12) Js 45,8 . (13) Js 45,18 . (14) Js 45,19 . (15) Js 45,21 . (16) Js 48,17 . (17) Js 49,23 . (18) Js 49,26 . Js 56-66 (3) : (1) Js 60,16 . (2) Js 60,22 . (3) Js 61,8 .

Js 45,8.16. bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik : bârâ´ (scheppen) . b r ` : Tenakh (17) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 23 of 203 . Structuur : 2 - 20 of 200 - 1 ; 2 - 2 -1 . Lat. creare . Fr. créer . E. to create . D. schaffen . Een vorm van b-r-´ (scheppen) in Tenakh in 17 verzen (21X) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 1,27 . (3) Gn 2,3 . (4) Gn 5,1 . (5) Dt 4,32 . (6) 2 K 12,17 . (7) Js 40,26 . (8) Jr 31,22 . (9) Ez 21,24 . (10) Ps 51,12 . (11) In zeven verzen in Da .
-- bârâ´ ´êlohîm (God schiep) . Tenakh (3 / 10) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 2,3 . (3) Dt 4,32 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal 3de pers. mann. enk. ûbârâ´(en hij schiep) . Tenakh (1) Js 4,5 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. bârâ´thî (ik schiep) . Tenakh (5) : (1) Gn 6,7 . (2) Js 45,12 . (3) Js 54,16 . (4) Da 8,2 . (5) Da 8,15 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. bërâ´thîw (ik schiep hem) . Tenakh (2) : (1) Js 43,7 . (2) Js 45,8 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. vr. enk. . Tenakh (2) : (1) Js 41,20 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk. bôre´(scheppend) . Tenakh (7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 43,15 . (4) Js 45,18 . (5) Js 57,19 . (6) Js 65,17 . (7) Js 65,18 .
-- bôre´(scheppend) sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Tenakh (1) : Js 65,17 .
-- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) . Tenakh (3 / 7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 45,18 .
--- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) . Tenakh (2 / 7) : (1) Js 42,5 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk.+ suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. bora´äkhâ (jou scheppend) . Tenakh (1) Js 43,1 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal part. nom. mann. enk. ûbôre´(en scheppend) . Tenakh (1) Js 45,7 .

Js 45,9 - Js 45,9 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9poion beltion kateskeuasa ôs pèlon kerameôs mè o arotriôn arotriasei tèn gèn olèn tèn èmeran mè erei o pèlos tô keramei ti poieis oti ouk ergazè oude echeis cheiras  9 vae qui contradicit fictori suo testa de samiis terrae numquid dicet lutum figulo suo quid facis et opus tuum absque manibus est     9 Wee dien, die met zijn Formeerder twist, gelijk een potscherf met aarden potscherven! Zal ook het leem tot zijn formeerder zeggen: Wat maakt gij? of zal uw werk zeggen: Hij heeft geen handen?  [9] Wee de mens die twist met Hem door* wie hij is gevormd, een scherf onder de scherven op aarde. Zegt de leem tegen hem die haar vormgeeft: ‘Wat doet u? Uw werk is niets waard!’   [9] Wee degene die de strijd aanbindt met hem door wie hij gevormd is – een potscherf tussen de potscherven. Zegt klei soms tegen wie hem vormt: ‘Wat ben je eigenlijk aan het maken?’ of: ‘Deze pot heeft niet eens oren!’   9 Wee wie twist met wie hem formeerde, een scherf onder de scherven uit de rode grond!– zegt leem tegen wie het vormt: wat maak je nou?, je werk: ‘hij heeft geen handen’? ••   9. Malheur à qui discute avec celui qui l'a modelé, vase parmi les vases de terre! L'argile dit-elle à son potier : « Que fais-tu ? ton œuvre n'a pas de mains! »  

King James Bible . [9] Woe unto him that striveth with his Maker! Let the potsherd strive with the potsherds of the earth. Shall the clay say to him that fashioneth it, What makest thou? or thy work, He hath no hands?
Luther-Bibel . 9 Weh dem, der mit seinem Schöpfer hadert, eine Scherbe unter irdenen Scherben! Spricht denn der Ton zu seinem Töpfer: Was machst du?, und sein Werk: Du hast keine Hände!

Tekstuitleg van Js 45,9 .

1. hôj (wee) . Taalgebruik in Tenakh : hoj (wee) . Getalwaarde : he = 5 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) . Structuur : 5 - 6 - 1 . Gr. ouai . Lat. vae . Fr. malheur . E. woe . D. weh . Js (22) : (1) Js 1,4 . (2) Js 1,24 . (3) Js 5,8 . (4) Js 5,11 . (5) Js 5,18 . (6) Js 5,20 . (7) Js 5,21 . (8) Js 5,22 . (9) Js 10,1 . (10) Js 10,5 . (11) Js 16,4 . (12) Js 17,12 . (13) Js 18,1 . (14) Js 28,1 . (15) Js 29,1 . (16) Js 29,15 . (17) Js 30,1 . (18) Js 31,1 . (19) Js 33,1 . (20) Js 45,9 . (21) Js 45,10 . (22) Js 55,1 .

15. ´ajin (er is niet) . Stat. constr. ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 5 . Tenakh (362) . Pentateuch (74) . Js (31) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (15) . Js 56-66 (5) . Js 40-55 (15) : (1) Js 40,16 . (2) Js 40,28 . (3) Js 41,26 . (4) Js 44,6 . (5) Js 45,5 . (6) Js 45,9 . (7) Js 45,21 . (8) Js 47,1 . (9) Js 47,10 . (10) Js 47,14 . (11) Js 47,15 . (12) Js 48,22 . (13) Js 50,2 . (14) Js 51,18 . (15) Js 55,1 .
- wë´e(j)n (en er is niet) < wë + . Tenakh (211) . Pentateuch (20) . Js (36) . Js 1-33 (10) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (8) . Js 40-55 (18) : (1) Js 41,17 . (2) Js 41,28 . (3) Js 42,22 . (4) Js 43,11 . (5) Js 43,12 . (6) Js 43,13 . (7) Js 44,8 . (8) Js 44,12 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,14 . (12) Js 45,18 . (13) Js 45,21 . (14) Js 45,22 . (15) Js 46,9 . (16) Js 50,2 . (17) Js 50,10 . (18) Js 51,18 .

Js 45,10 - Js 45,10 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10o legôn tô patri ti gennèseis kai tè mètri ti ôdinèseis  10 vae qui dicit patri quid generas et mulieri quid parturis     10 Wee dien, die tot den vader zegt: Wat genereert gij? en tot de vrouw: Wat baart gij?   [10] Wee hem die tegen een vader zegt: ‘Waarom hebt u verwekt?’ en tegen een vrouw: ‘Waarom hebt u gebaard?’   [10] Wee degene die tegen zijn vader zegt: ‘Wat heb je verwekt?’ en tegen zijn moeder: ‘Wat hebben je barensweeën gebracht?’   10 Wee wie zegt tot zijn vader: waarom mij verwekt?, tot diens vrouw: waarom weeën gehad? ••   10. Malheur à qui dit à un père : « Pourquoi engendres-tu ? » et à une femme : « Pourquoi mets-tu au monde ? » 

King James Bible . [10] Woe unto him that saith unto his father, What begettest thou? or to the woman, What hast thou brought forth?
Luther-Bibel . 10 Weh dem, der zum Vater sagt: Warum zeugst du?, und zur Frau: Warum gebierst du?

Tekstuitleg van Js 45,10 .

2. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . ´-m-r . Tenakh (790) . Pentateuch (84) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 56-66 (16) . Js 40-55 (35) . Js 40 (1) Js 40,6 . Js 41 (1) Js 41,7 . Js 42 (2) : (1) Js 42,5 . (2) Js 42,22 (act. qal part. nom. mann. enk. ´omèr = zeggende) . Js 43 (4) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,6 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . Js 44 (3) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,24 . Js 45 (7) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,10 . (3) Js 45,11 . (4) Js 45,13 . (5) Js 45,14 . (6) Js 45,18 . (7) Js 45,24 . Js 46 (1) Js 46,10 . Js 48 (2) : (1) Js 48,17 . (2) Js 48,22 . Js 49 (5) : (1) Js 49,5 . (2) Js 49,7 . (3) Js 49,8 . (4) Js 49,22 . (5 ) Js 49,25 . Js 50 (1) Js 50,1 . Js 51 (1) Js 51,22 . Js 52 (3) : (1) Js 52,3 . (2) Js 52,4 . (3) Js 52,7 . Js 53 (0) . Js 54 (4) : (1) Js 54,1 . (2) Js 54,6 . (3) Js 54,8 . (4) Js 54,10 . Js 55 (0) .

10. hôj (wee) . Taalgebruik in Tenakh : hoj (wee) . Getalwaarde : he = 5 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) . Structuur : 5 - 6 - 1 . Gr. ouai . Lat. vae . Fr. malheur . E. woe . D. weh . Js (22) : (1) Js 1,4 . (2) Js 1,24 . (3) Js 5,8 . (4) Js 5,11 . (5) Js 5,18 . (6) Js 5,20 . (7) Js 5,21 . (8) Js 5,22 . (9) Js 10,1 . (10) Js 10,5 . (11) Js 16,4 . (12) Js 17,12 . (13) Js 18,1 . (14) Js 28,1 . (15) Js 29,1 . (16) Js 29,15 . (17) Js 30,1 . (18) Js 31,1 . (19) Js 33,1 . (20) Js 45,9 . (21) Js 45,10 . (22) Js 55,1 .

Js 45,11 - Js 45,11 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11oti outôs legei kurios o theos o agios israèl o poièsas ta eperchomena erôtèsate me peri tôn uiôn mou kai peri tôn thugaterôn mou kai peri tôn ergôn tôn cheirôn mou enteilasthe moi  11 haec dicit Dominus Sanctus Israhel plastes eius ventura interrogate me super filios meos et super opus manuum mearum mandastis mihi     11 Alzo zegt de HEERE, de Heilige Israëls, en deszelfs Formeerder: Zij hebben Mij van toekomende dingen gevraagd; van Mijn kinderen, zoudt gij Mij van het werk Mijner handen bevel geven?   [11] Zo spreekt de heer, de Heilige van Israël, die het gemaakt heeft: ‘Stelt u Mij vragen over mijn zonen? En geeft u Mij bevelen over het werk van mijn handen?   [11] Dit zegt de HEER, de Heilige van Israël, die Israël gevormd heeft: Wilden jullie mij ondervragen over het lot van mijn kinderen, of mij iets voorschrijven omtrent het werk van mijn handen?   11 ¶ Zo heeft gezegd de ENE, Israëls Heilige die hem geformeerd heeft: gij wilt mij vragen stellen over mijn zonen, over het werk van mijn handen mij geboden geven?,   11. Ainsi parle Yahvé, le Saint d'Israël, son créateur : On me demande des signes au sujet de mes enfants, au sujet de l'œuvre de mes mains, on me donne des ordres.  

King James Bible . [11] Thus saith the LORD, the Holy One of Israel, and his Maker, Ask me of things to come concerning my sons, and concerning the work of my hands command ye me.
Luther-Bibel . 11 So spricht der HERR, der Heilige Israels und sein Schöpfer: Wollt ihr mich zur Rede stellen wegen meiner Söhne? Und wollt ihr mir Befehl geben wegen des Werkes meiner Hände?

Tekstuitleg van Js 45,11 . Het vers Js 45,11 telt 14 (2 X 7) woorden en 54 (2 X 27) letters . De getalwaarde van Js 45,11 is 3802 (2 X 1901) .

Js 45,11.1. koh (zo) . koh (zo) . Taalgebruik in Tenakh : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het NT : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het NT (208) . Pentateuch (34) . Tenakh (531) . Js (51) . Js 1-39 (24) . Js 40-55 (20) . Js 56-66 (7) . Js 40-55 (20) : (1) Js 42,5 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . (5) Js 44,2 . (6) Js 44,6 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,1 . (9) Js 45,11 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 49,7 . (14) Js 49,8 . (15) Js 49,22 . (15) Js 49,25 . (17) Js 50,1 . (18) Js 51,22 . (19) Js 52,3 . (20) Js 52,4 .

Js 45,11.2. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . ´-m-r . Tenakh (790) . Pentateuch (84) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 56-66 (16) . Js 40-55 (35) . Js 40 (1) Js 40,6 . Js 41 (1) Js 41,7 . Js 42 (2) : (1) Js 42,5 . (2) Js 42,22 (act. qal part. nom. mann. enk. ´omèr = zeggende) . Js 43 (4) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,6 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . Js 44 (3) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,24 . Js 45 (7) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,10 . (3) Js 45,11 . (4) Js 45,13 . (5) Js 45,14 . (6) Js 45,18 . (7) Js 45,24 . Js 46 (1) Js 46,10 . Js 48 (2) : (1) Js 48,17 . (2) Js 48,22 . Js 49 (5) : (1) Js 49,5 . (2) Js 49,7 . (3) Js 49,8 . (4) Js 49,22 . (5 ) Js 49,25 . Js 50 (1) Js 50,1 . Js 51 (1) Js 51,22 . Js 52 (3) : (1) Js 52,3 . (2) Js 52,4 . (3) Js 52,7 . Js 53 (0) . Js 54 (4) : (1) Js 54,1 . (2) Js 54,6 . (3) Js 54,8 . (4) Js 54,10 . Js 55 (0) .

Js 45,11.1. - 2. koh ´âmar (zo zegt hij) . Tenakh (401) . Js (34) . Js 1-39 (14) . Js 40-55 (16) . Js 56-66 (4) . Js 40-55 (16/16 EN 16/35) : Js 40-55 (20) : (1) Js 42,5 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . (5) Js 44,2 . (6) Js 44,6 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,1 . (9) Js 45,11 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 49,7 . (14) Js 49,8 . (15) Js 49,22 . (15) Js 49,25 . (17) Js 50,1 . (18) Js 51,22 . (19) Js 52,3 . (20) Js 52,4 . In 4 verzen wordt koh ´âmar (zo zegt hij) voorafgegaan door kî (want) : (1) Js 45,18 . (2) Js 49,25 . (3) Js 52,3 . (4) Js 52,4 .

Js 45,11.3. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 1-39 (199) . Js 40-55 (101) . Js 56-66 (66) . Js 45 (12) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,11 . (8) Js 45,13 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,18 . (11) Js 45,19 . (12) Js 45,21 .

Js 45,11.1. - 2. ´âmar JHWH (JHWH zegt) . Tenakh (376X) . Js (42) . Js 1-39 (10) . Js 40-55 (20) . Js 56-66 (12) . Js 1-39 (10) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 29,22 . (4) Js 31,4 . (5) Js 37,6 . (6) Js 37,21 . (7) Js 37,33 . (8) Js 38,1 . (9) Js 38,5 . (10) Js 38,6 . Js 40-55 (20) . (1) Js 43,1 . (2) Js 43,14 . (3) Js 43,16 . (4) Js 44,2 . (5) Js 44,6 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,1 . (8) Js 45,11 . (9) Js 45,13 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 48,22 . (14) Js 49,5 . (15) Js 49,7 . (16) Js 49,8 . (17) Js 49,25 . (18) Js 50,1 . (19) Js 52,3 . (20) Js 54,1 . Js 65-66 (8 / 10 en 8 / 21) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,25 . (4) Js 66,1 . (5) Js 66,12 . (6) Js 66,20 . (7) Js 66,21 . (8) Js 66,23 .

Js 45,11.1. - 3. koh ´âmar JHWH (zo zegt JHWH) . Tenakh (247) . Js (22) . Js 1-39 (6) . Js 40-55 (13) . Js 56-66 (3) . Js 1-39 (6) : (1) Js 29,22 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,21 . (4) Js 37,33 . (5) Js 38,1 . (6) Js 38,5 . Js 40-55 (13) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,14 . (3) Js 43,16 . (4) Js 44,2 . (5) Js 44,6 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,1 . (8) Js 45,11 . (9) Js 45,14 . (10) Js 48,17 . (11) Js 49,7 . (12) Js 49,8 . (13) Js 50,1 . Js 56-66 (3) : (1) Js 56,1 . (2) Js 65,8 . (3) Js 66,1 .

Js 45,11.4. qâdôsj (heilig) . Stat. constr. qëdôsj . Taalgebruik in Tenakh : qâdôsj (heilig) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , daleth = 4 , waw = 6 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 50 OF 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 1 - 4 - 6 - 3 . Tenakh (53) . Pentateuch (13) . Js (23) . Js 1-39 (14) . Js 40-55 (8) . Js 56-66 (1) . Js 40-55 (8) : (1) Js 40,25 . (2) Js 41,14 . (3) Js 43,3 . (4) Js 43,14 . (5) Js 45,11 . (6) Js 47,4 . (7) Js 48,17 . (8) Js 54,5 .

Js 45,11.5. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (2044) . Pentateuch (502) . Js (73) . Js 1-39 (38) . Js 40-55 (30) . Js 56-66 (5) . Js 45 (5) : (1) Js 45,3 . (2) Js 45,11 . (3) Js 45,15 . (4) Js 45,17 . (5) Js 45,25 .

Js 45,11.4. - 5. qëdôsj jishërâ´el (Heilige van Israël) . Tenakh (22) . Js (19 / 23) . Js 1-39 (11 / 14) . Js 40-55 (7 / 8) . Js 56-66 (1 / 1) . Js 1-39 (11 / 14) : (1) Js 1,4 . (2) Js 5,19 . (3) Js 5,24 . (4) Js 10,20 . (5) Js 12,6 . (6) Js 17,7 . (7) Js 30,11 . (8) Js 30,12 . (9) Js 30,15 . (10) Js 31,1 . (11) Js 37,23 . Js 40-55 (7 / 8) : (1) Js 41,14 . (2) Js 43,3 . (3) Js 43,14 . (4) Js 45,11 . (5) Js 47,4 . (6) Js 48,17 . (7) Js 54,5 . Js 56-66 (1 / 1) : Js 60,14 .

Js 45,11.1. - 5. koh ´âmar JHWH (zo zegt JHWH) (...) qëdôsj jishërâ´el (Heilige van Israël) . Js (2) : (1) Js 43,14 . (2) Js 45,11 .

Js 45,11.7. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Tenakh (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (40) . Js 55-66 (12) . Js 40 (0) . Js 41 (5) : (1) Js 41,4 . (2) Js 41,10 . (3) Js 41,13 . (4) Js 41,14 . (5) Js 41,17 . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 43 (6) : (1) Js 43,2 . (2) Js 43,3 . (3) Js 43,5 . (4) Js 43,10 . (5) Js 43,13 . (6) Js 43,15 . Js 44 (2) : (1) Js 44,5 . (2) Js 44,6 . Js 45 (11) : (1) Js 45,2 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,12 . (8) Js 45,18 . (9) Js 45,19 . (10) Js 45,21 . (11) Js 45,22 . Js 46 (1) Js 46,4 . Js 47 (2) : (1) Js 47,8 . (2) Js 47,10 . Js 48 (5) : (1) Js 48,12 . (2) Js 48,13 . (3) Js 48,15 . (4) Js 48,16 . (5) Js 48,17 . Js 49 (4) : (1) Js 49,18 . (2) Js 49,21 . (3) Js 49,23 . (4) Js 49,26 . Js 52 (1) Js 52,6 . - wa´änî (en ik) .Tenakh (169) . Js (8) : (1) Js 43,4 . (2) Js 43,12 . (3) Js 44,6 . (4) Js 46,4 . (5) Js 49,4 . (6) Js 49,21 . (7) Js 59,21 . (8) Js 65,24 .

Js 45,12 - Js 45,12 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12egô epoièsa gèn kai anthrôpon ep' autès egô tè cheiri mou estereôsa ton ouranon egô pasi tois astrois eneteilamèn  12 ego feci terram et hominem super eam creavi ego manus meae tetenderunt caelos et omni militiae eorum mandavi     12 Ik heb de aarde gemaakt, en Ik heb den mens daarop geschapen; Ik ben het! Mijn handen hebben de hemelen uitgebreid, en Ik heb al hun heir bevel gegeven.   [12] Ik heb de aarde gemaakt, en haar mensen heb Ik geschapen. Eigenhandig heb Ik de hemel uitgespannen, en Ik geef orders aan al zijn legertroepen.   [12] Ik ben het die de aarde maakte en de mens op aarde schiep; mijn handen hebben de hemel uitgespannen, ik riep het sterrenleger te voorschijn.   12 terwijl ik de aarde gemaakt heb en de bloedrode mens daarop schiep,– ik wiens handen hemelen hebben gespannen die heel hun heirschaar heb geboden,   12. C'est moi qui ai fait la terre et créé l'homme qui l'habite, c'est moi qui de mes mains ai déployé les cieux, et qui ai donné des ordres à toute leur armée.  

King James Bible . [12] I have made the earth, and created man upon it: I, even my hands, have stretched out the heavens, and all their host have I commanded.
Luther-Bibel . 12 Ich habe die Erde gemacht und den Menschen auf ihr geschaffen. Ich bin's, dessen Hände den Himmel ausgebreitet haben und der seinem ganzen Heer geboten hat.

Tekstuitleg van Js 45,12 .

Js 45,12.1. ´ânokhî (ik) . Zie : ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Getalwaarde : 25 + 11 = 36 (2² X 3²) OF 61 + 20 = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Js (15) : (1) Js 6,5 . (2) Js 8,18 . (3) Js 21,8 . (4) Js 43,11 . (5) Js 43,12 . (6) Js 43,25 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,12 . (9) Js 45,13 . (10) Js 46,9 . (11) Js 49,25 . (12) Js 51,12 . (13) Js 54,11 . (14) Js 54,16 . (15) Js 66,13 .

Js 45,12.2. act. qal perf. 1ste pers. enk. `âshîthî (ik maak) van het werkw. `âshâh (maken, doen) . Taalgebruik in Tenakh : `âshâh (maken) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , shin = 21 of 300 , he = 5 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 375 (3 X 5³) . Structuur : 7 - 3 - 5 .Gr. poieô (doen, maken) . Taalgebruik in het NT : poieô (doen, maken) . Lat. facere . Fr. faire . N. doen . Tenakh (83) . Pentateuch (13) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (29) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (17) . Js (10) : (1) Js 5,4 . (2) Js 10,11 . (3) Js 10,13 . (4) Js 33,13 . (5) Js 37,26 . (6) Js 38,3 . (7) Js 45,12 . (8) Js 46,4 . (9) Js 48,3 . (10) Js 57,16 .

Js 45,12.1. - 2. ´ânokhî `âshîthî (ik, ik maak) . Tenakh (2) : (1) Js 45,12 . (2) Jr 27,5 .

Js 45,12.3. ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het NT : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het NT (248) . Tenakh (453) . Js (45) . Js 1-39 (27) . Js 40-55 (13) . Js 56-66 (5) . Js 45 (4) : (1) Js 45,8 . (2) Js 45,12 . (3) Js 45,19 . (4) Js 45,22 .

Js 45,12.6. bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik : bârâ´ (scheppen) . b r ` : Tenakh (17) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 23 of 203 . Structuur : 2 - 20 of 200 - 1 ; 2 - 2 -1 . Lat. creare . Fr. créer . E. to create . D. schaffen . Een vorm van b-r-´ (scheppen) in Tenakh in 17 verzen (21X) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 1,27 . (3) Gn 2,3 . (4) Gn 5,1 . (5) Dt 4,32 . (6) 2 K 12,17 . (7) Js 40,26 . (8) Jr 31,22 . (9) Ez 21,24 . (10) Ps 51,12 . (11) In zeven verzen in Da .
-- bârâ´ ´êlohîm (God schiep) . Tenakh (3 / 10) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 2,3 . (3) Dt 4,32 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal 3de pers. mann. enk. ûbârâ´(en hij schiep) . Tenakh (1) Js 4,5 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. bârâ´thî (ik schiep) . Tenakh (5) : (1) Gn 6,7 . (2) Js 45,12 . (3) Js 54,16 . (4) Da 8,2 . (5) Da 8,15 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. bërâ´thîw (ik schiep hem) . Tenakh (2) : (1) Js 43,7 . (2) Js 45,8 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. vr. enk. . Tenakh (2) : (1) Js 41,20 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk. bôre´(scheppend) . Tenakh (7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 43,15 . (4) Js 45,18 . (5) Js 57,19 . (6) Js 65,17 . (7) Js 65,18 .
-- bôre´(scheppend) sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Tenakh (1) : Js 65,17 .
-- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) . Tenakh (3 / 7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 45,18 .
--- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) . Tenakh (2 / 7) : (1) Js 42,5 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk.+ suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. bora´äkhâ (jou scheppend) . Tenakh (1) Js 43,1 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal part. nom. mann. enk. ûbôre´(en scheppend) . Tenakh (1) Js 45,7 .

Js 45,12.7. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Tenakh (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (40) . Js 55-66 (12) . Js 45 (11) : (1) Js 45,2 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,12 . (8) Js 45,18 . (9) Js 45,19 . (10) Js 45,21 . (11) Js 45,22 .

Js 45,12.10. sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Taalgebruik in de Septuaginta : ouranos (hemel) . Taalgebruik in het NT : ouranos (hemel) . Lat. coelum . Fr. ciel . Ned. hemel . D. Himmel . E. heaven . Een vorm van ouranos (hemel) in de LXX (682) , in het NT (272) . Tenakh (92) . Js (18) : (1) Js 1,2 . (2) Js 5,20 . (3) Js 13,13 . (4) Js 40,22 . (5) Js 44,23 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,8 . (8) Js 45,12 . (9) Js 47,13 . (10) Js 48,13 . (11) Js 49,13 . (12) Js 50,3 . (13) Js 51,6 . (14) Js 51,13 . (15) Js 51,16 . (16) Js 55,9 . (17) Js 63,19 . (18) Js 65,17 . Twee uitersten worden vaak gebruikt om een totaliteit uit te drukken ; zo is dat het geval in hemel en aarde , van hoog tot laag , van kop tot teen , dag en nacht enz. . In sjâmajim (hemelen) gaat het woord sj-m (naam) en majim (wateren) schuil .

Js 45,13 - Js 45,13 . Roeping van Kores -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 -- Js 45,1 - Js 45,2 - Js 45,3 - Js 45,4 - Js 45,5 - Js 45,6 - Js 45,7 - Js 45,8 - Js 45,9 - Js 45,10 - Js 45,11 - Js 45,12 - Js 45,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13egô ègeira auton meta dikaiosunès basilea kai pasai ai odoi autou eutheiai outos oikodomèsei tèn polin mou kai tèn aichmalôsian tou laou mou epistrepsei ou meta lutrôn oude meta dôrôn eipen kurios sabaôth  13 ego suscitavi eum ad iustitiam et omnes vias eius dirigam ipse aedificabit civitatem meam et captivitatem meam dimittet non in pretio neque in muneribus dicit Dominus Deus exercituum     13 Ik heb hem verwekt in gerechtigheid, en al zijn wegen zal Ik recht maken; hij zal Mijn stad bouwen, en hij zal Mijn gevangenen loslaten, niet voor prijs, noch voor geschenk, zegt de HEERE der heirscharen.   [13] Ik heb hem* laten opstaan voor de overwinning en al zijn wegen maak Ik vlak; hij is het die mijn stad zal herbouwen en mijn verbannenen zal laten gaan, zonder betaling en niet voor loon’, zegt de heer van de machten. [13] Ik ben het die Cyrus laat komen in gerechtigheid, steeds opnieuw baan ik voor hem de weg. Hij zal mijn stad herbouwen; hij geeft mijn ballingen de vrijheid terug, zonder betaling of steekpenningen te eisen – zegt de HEER van de hemelse machten. Alleen de HEER is rechtvaardig en brengt redding   13 ik heb hem in gerechtigheid opgewekt en al zijn wegen recht gemaakt,– hij zal mijn stad herbouwen en mijn ballingen vrij heenzenden, niet voor geld en niet door een geschenk,– heeft gezegd de ENE, de Omschaarde. •   13. C'est moi qui l'ai suscité dans la justice, et qui vais aplanir toutes ses voies. C'est lui qui reconstruira ma ville, qui rapatriera mes déportés, sans rançon ni indemnité, dit Yahvé Sabaot.  

King James Bible . [13] I have raised him up in righteousness, and I will direct all his ways: he shall build my city, and he shall let go my captives, not for price nor reward, saith the LORD of hosts.
Luther-Bibel . 13 Ich habe ihn erweckt in Gerechtigkeit, und alle seine Wege will ich eben machen. Er soll meine Stadt wieder aufbauen und meine Gefangenen loslassen, nicht um Geld und nicht um Geschenke, spricht der HERR Zebaoth. Verheißung der Herrlichkeit Gottes in aller Welt

Tekstuitleg van Js 45,13 .

1. ´ânokhî (ik) . Zie : ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Getalwaarde : 25 + 11 = 36 (2² X 3²) OF 61 + 20 = 81 (3² X 3²) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . Tenakh (276) . Pentateuch (123) . Eerdere Profeten (66) . Latere Profeten (40) . 12 Kleine Profeten (18) . Geschriften (29) . Js (15) : (1) Js 6,5 . (2) Js 8,18 . (3) Js 21,8 . (4) Js 43,11 . (5) Js 43,12 . (6) Js 43,25 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,12 . (9) Js 45,13 . (10) Js 46,9 . (11) Js 49,25 . (12) Js 51,12 . (13) Js 54,11 . (14) Js 54,16 . (15) Js 66,13 .

Js 45,13.3. bëtsèdèq (met rechtvaardigheid) < voorzetsel bë + tsèdèq (rechtvaardig) . Taalgebruik : tsèdèq (rechtvaardig) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , daleth = 4 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 41 OF 194 (2 X 97) . Structuur : 9 - 4 - 1 . Gr. dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het NT : dikaios (rechtvaardig) . Tenakh (14) . Js (4) : (1) Js 11,4 . (2) Js 42,6 . (3) Js 45,13 . (4) Js 59,4 .

Js 45,13.16. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . ´-m-r . Tenakh (790) . Pentateuch (84) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 56-66 (16) . Js 40-55 (35) . Js 40 (1) Js 40,6 . Js 41 (1) Js 41,7 . Js 42 (2) : (1) Js 42,5 . (2) Js 42,22 (act. qal part. nom. mann. enk. ´omèr = zeggende) . Js 43 (4) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,6 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . Js 44 (3) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,24 . Js 45 (7) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,10 . (3) Js 45,11 . (4) Js 45,13 . (5) Js 45,14 . (6) Js 45,18 . (7) Js 45,24 . Js 46 (1) Js 46,10 . Js 48 (2) : (1) Js 48,17 . (2) Js 48,22 . Js 49 (5) : (1) Js 49,5 . (2) Js 49,7 . (3) Js 49,8 . (4) Js 49,22 . (5 ) Js 49,25 . Js 50 (1) Js 50,1 . Js 51 (1) Js 51,22 . Js 52 (3) : (1) Js 52,3 . (2) Js 52,4 . (3) Js 52,7 . Js 53 (0) . Js 54 (4) : (1) Js 54,1 . (2) Js 54,6 . (3) Js 54,8 . (4) Js 54,10 . Js 55 (0) .

Js 45,13.17. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 1-39 (199) . Js 40-55 (101) . Js 56-66 (66) . Js 45 (12) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,11 . (8) Js 45,13 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,18 . (11) Js 45,19 . (12) Js 45,21 .

Js 45,13.16. - 17. ´âmar JHWH (JHWH zegt) . Tenakh (376X) . Js (42) . Js 1-39 (10) . Js 40-55 (20) . Js 56-66 (12) . Js 1-39 (10) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 29,22 . (4) Js 31,4 . (5) Js 37,6 . (6) Js 37,21 . (7) Js 37,33 . (8) Js 38,1 . (9) Js 38,5 . (10) Js 38,6 . Js 40-55 (20) . (1) Js 43,1 . (2) Js 43,14 . (3) Js 43,16 . (4) Js 44,2 . (5) Js 44,6 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,1 . (8) Js 45,11 . (9) Js 45,13 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 48,22 . (14) Js 49,5 . (15) Js 49,7 . (16) Js 49,8 . (17) Js 49,25 . (18) Js 50,1 . (19) Js 52,3 . (20) Js 54,1 . Js 65-66 (8 / 10 en 8 / 21) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,25 . (4) Js 66,1 . (5) Js 66,12 . (6) Js 66,20 . (7) Js 66,21 . (8) Js 66,23 .

Js 45,13.18. mv. tsëbhâ´ôth (machten) van het zelfst. naamw. tsâbhâ´ (leger, krijgsmacht, hemelheir) . Taalgebruik in Tenakh : tsâbhâ´ (leger, krijgsmacht, hemelheir) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 21 (3 X 7) OF 93 (3 X 31) . Structuur : 9 - 2 - 1 . ts-b-´-w-th . Tenakh (274) . Pentateuch (2) . Js (60) .

Js 45,13.17. - 18. JHWH tsëbhâ´ôth (JHWH Sabaoth = Heer van de heerscharen) . Tenakh (245) . Js (60) . Js 1-39 (54) . Js 40-55 (6) . Js 56-66 (0) . Js 1 (2) : (1) Js 1,9 . (2) Js 1,24 . Js 40-55 (6) : (1) Js 44,6 . (2) Js 45,13 . (3) Js 47,4 . (4) Js 48,2 . (5) Js 51,15 . (6) Js 54,5 .

Js 45,13.16. - 18. ´âmar JHWH tsëbhâ´ôth (zegt JHWH van de machten) . Tenakh (104) . Js (1) Js 45,13 .

- Js 45,14-25 . Bekering van de volken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -

Js 45,14 - Js 45,14 . Bekering van de volken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14outôs legei kurios sabaôth ekopiasen aiguptos kai emporia aithiopôn kai oi sebôin andres upsèloi epi se diabèsontai kai soi esontai douloi kai opisô sou akolouthèsousin dedemenoi cheiropedais kai proskunèsousin soi kai en soi proseuxontai oti en soi o theos estin kai erousin ouk estin theos plèn sou  14 haec dicit Dominus labor Aegypti et negotiatio Aethiopiae et Sabaim viri sublimes ad te transibunt et tui erunt post te ambulabunt vincti manicis pergent et te adorabunt teque deprecabuntur tantum in te est Deus et non est absque te deus    14 Alzo zegt de HEERE: De arbeid der Egyptenaren en de koophandel der Moren en der Sabeërs, der mannen van grote lengte, zullen tot u overkomen, en zij zullen de uwe zijn, zij zullen u navolgen, in boeien zullen zij overkomen; en zij zullen zich voor u buigen, zij zullen u smeken, zeggende: Gewisselijk, God is in u, en er is anders geen God meer.  [14] Zo* spreekt de heer: ‘Het bezit van Egypte en de winsten van Kus, de mannen van Seba, stoere gestalten, zullen naar u overgaan en u toebehoren, zij zullen u volgen, in boeien voorbijgaan; in uw richting zullen zij zich buigen, naar u gericht belijden: “Bij u alleen is God, een ander is er niet, geen andere god.”   [14] Dit zegt de HEER: De Egyptenaren met hun schatten, de Nubiërs met hun rijkdom en de rijzige Sabeeërs, zij zullen komen en jullie toebehoren. Ze komen in ketenen en volgen je, ze buigen voor je en belijden: ‘Bij u alleen is een God, er is geen andere god, niet één.’   14 Zo heeft gezegd de ENE: de Egyptenaren met hun winst, die van Koesj met hun koopwaar en de Sevaïeten, mannen van formaat, zullen naar jou oversteken en van jou willen zijn, jou achterna gaan, in ketenen oversteken,– aan jou zich onderwerpen, tot jou bidden: enkel bij jou is de Godheid, en verder is er geen, niemand anders is God!–  14. Ainsi parle Yahvé : Les productions de l'Égypte, le commerce de Kush et les Sébaïtes, ces gens de haute taille, passeront chez toi et t'appartiendront. Ils marcheront derrière toi, ils iront chargés de chaînes, ils se prosterneront devant toi, ils te prieront : « Il n'y a de Dieu que chez toi! il n'y en a pas d'autres, pas d'autre dieu. »  

King James Bible . [14] Thus saith the LORD, The labour of Egypt, and merchandise of Ethiopia and of the Sabeans, men of stature, shall come over unto thee, and they shall be thine: they shall come after thee; in chains they shall come over, and they shall fall down unto thee, they shall make supplication unto thee, saying, Surely God is in thee; and there is none else, there is no God.
Luther-Bibel . 14 So spricht der HERR: Der Ägypter Erwerb und der Kuschiter Gewinn und die hoch gewachsenen Leute von Seba werden zu dir kommen und dein Eigen sein. Sie werden dir folgen, in Fesseln werden sie gehen und werden zu dir kommen und niederfallen und zu dir flehen: Nur bei dir ist Gott, und sonst ist kein Gott mehr.

Tekstuitleg van Js 45,14 .

1. koh (zo) . koh (zo) . Taalgebruik in Tenakh : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het NT : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het NT (208) . Pentateuch (34) . Tenakh (531) . Js (51) . Js 1-39 (24) . Js 40-55 (20) . Js 56-66 (7) . Js 40-55 (20) : (1) Js 42,5 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . (5) Js 44,2 . (6) Js 44,6 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,1 . (9) Js 45,11 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 49,7 . (14) Js 49,8 . (15) Js 49,22 . (15) Js 49,25 . (17) Js 50,1 . (18) Js 51,22 . (19) Js 52,3 . (20) Js 52,4 .

2. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . ´-m-r . Tenakh (790) . Pentateuch (84) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 56-66 (16) . Js 40-55 (35) . Js 40 (1) Js 40,6 . Js 41 (1) Js 41,7 . Js 42 (2) : (1) Js 42,5 . (2) Js 42,22 (act. qal part. nom. mann. enk. ´omèr = zeggende) . Js 43 (4) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,6 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . Js 44 (3) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,24 . Js 45 (7) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,10 . (3) Js 45,11 . (4) Js 45,13 . (5) Js 45,14 . (6) Js 45,18 . (7) Js 45,24 . Js 46 (1) Js 46,10 . Js 48 (2) : (1) Js 48,17 . (2) Js 48,22 . Js 49 (5) : (1) Js 49,5 . (2) Js 49,7 . (3) Js 49,8 . (4) Js 49,22 . (5 ) Js 49,25 . Js 50 (1) Js 50,1 . Js 51 (1) Js 51,22 . Js 52 (3) : (1) Js 52,3 . (2) Js 52,4 . (3) Js 52,7 . Js 53 (0) . Js 54 (4) : (1) Js 54,1 . (2) Js 54,6 . (3) Js 54,8 . (4) Js 54,10 . Js 55 (0) .

3. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 1-39 (199) . Js 40-55 (101) . Js 56-66 (66) . Js 45 (12) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,11 . (8) Js 45,13 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,18 . (11) Js 45,19 . (12) Js 45,21 .

1. - 3. koh ´âmar JHWH (zo zegt JHWH) . Tenakh (247) . Js (22) . Js 1-39 (6) . Js 40-55 (13) . Js 56-66 (3) . Js 1-39 (6) : (1) Js 29,22 . (2) Js 37,6 . (3) Js 37,21 . (4) Js 37,33 . (5) Js 38,1 . (6) Js 38,5 . Js 40-55 (13) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,14 . (3) Js 43,16 . (4) Js 44,2 . (5) Js 44,6 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,1 . (8) Js 45,11 . (9) Js 45,14 . (10) Js 48,17 . (11) Js 49,7 . (12) Js 49,8 . (13) Js 50,1 . Js 56-66 (3) : (1) Js 56,1 . (2) Js 65,8 . (3) Js 66,1 .

26. ´ajin (er is niet) . Stat. constr. ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 5 . Tenakh (362) . Pentateuch (74) . Js (31) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (15) . Js 56-66 (5) . Js 40-55 (15) : (1) Js 40,16 . (2) Js 40,28 . (3) Js 41,26 . (4) Js 44,6 . (5) Js 45,5 . (6) Js 45,9 . (7) Js 45,21 . (8) Js 47,1 . (9) Js 47,10 . (10) Js 47,14 . (11) Js 47,15 . (12) Js 48,22 . (13) Js 50,2 . (14) Js 51,18 . (15) Js 55,1 .
- wë´e(j)n (en er is niet) < wë + . Tenakh (211) . Pentateuch (20) . Js (36) . Js 1-33 (10) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (8) . Js 40-55 (18) : (1) Js 41,17 . (2) Js 41,28 . (3) Js 42,22 . (4) Js 43,11 . (5) Js 43,12 . (6) Js 43,13 . (7) Js 44,8 . (8) Js 44,12 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,14 . (12) Js 45,18 . (13) Js 45,21 . (14) Js 45,22 . (15) Js 46,9 . (16) Js 50,2 . (17) Js 50,10 . (18) Js 51,18 .

27. `ôd (nog, weer, nogmaals) . Taalgebruik in Tenakh : `ôd (nog, weer, nogmaals) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 126 (2 X 3² X 7) . Structuur : 7 - 6 - 5 . Tenakh (367) . Js (38) . Js 1-39 (15) . Js 40-55 (14) . Js 56-66 (9) . Js 40-55 (14) : (1) Js 45,5 . (2) Js 45,6 . (3) Js 45,14 . (4) Js 45,18 . (5) Js 45,21 . (6) Js 45,22 . (7) Js 46,9 . (8) Js 47,8 . (9) Js 47,10 . (10) Js 49,20 . (11) Js 51,22 . (12) Js 52,1 . (13) Js 54,4 . (14) Js 54,9 .

26. - 27. wë´e(j)n `ôd (en er is niet nog) . Tenakh (9) : (1) Spr 9,5 . (2) Js 45,5 . (3) Js 45,6 . (4) Js 45,14 . (5) Js 45,18 . (6) Js 45,21 . (7) Js 45,22 . (8) Js 46,9 . (9) Jl 2,27 .

29. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (635) . Pentateuch (207) .
- Js (14) : (1) Js 13,19 . (2) Js 35,4 . (3) Js 37,4 . (4) Js 37,17 . (5) Js 37,19 . (6) Js 41,23 . (7) Js 44,6 . (8) Js 45,5 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,21 . (11) Js 46,9 . (12) Js 53,4 . (13) Js 58,2 . (14) Js 64,3 .

Js 45,15 - Js 45,15 . Bekering van de volken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15su gar ei theos kai ouk èdeimen o theos tou israèl sôtèr 15 vere tu es Deus absconditus Deus Israhel salvator    15 Voorwaar, Gij zijt een God, Die Zich verborgen houdt, de God Israëls, de Heiland. [15] Waarlijk, U bent een verborgen God, U, God en redder van Israël. [15] En: ‘Voorwaar, u bent een God die zich verborgen houdt, de God van Israël, die redding brengt.’   15 voorwaar, gij zijt een Godheid die zich verbergt,– Israëls God, bevrijder!–   15. En vérité tu es un dieu qui se cache, Dieu d'Israël, sauveur.  

King James Bible . [15] Verily thou art a God that hidest thyself, O God of Israel, the Saviour.
Luther-Bibel . 15 Fürwahr, du bist ein verborgener Gott, du Gott Israels, der Heiland.

Tekstuitleg van Js 45,15 .

5. ´êlohe(j) (God van) . Stat. constr. van ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (470) . Pentateuch (59) . Js (26) . Js 1-39 (17) . Js 40-55 (8) . Js 56-66 (1) . Js 40-55 (8) : (1) Js 40,28 . (2) Js 41,17 . (3) Js 45,3 . (4) Js 45,15 . (5) Js 48,2 . (6) Js 49,4 . (7) Js 52,12 . (8) Js 54,5 .

6. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (2044) . Pentateuch (502) . Js (73) . Js 1-39 (38) . Js 40-55 (30) . Js 56-66 (5) . Js 45 (5) : (1) Js 45,3 . (2) Js 45,11 . (3) Js 45,15 . (4) Js 45,17 . (5) Js 45,25 .

5. - 6. ´êlohe(j) jishërâ´el (God van Israël) . Tenakh (191) . Pentateuch (6) . Js (12) : (1) Js 17,6 . (2) Js 21,10 . (3) Js 21,17 . (4) Js 24,15 . (5) Js 29,23 . (6) Js 37,6 . (7) Js 37,21 . (8) Js 41,17 . (9) Js 45,3 . (10) Js 45,15 . (11) Js 48,2 . (12) Js 52,12 .

Js 45,16 - Js 45,16 . Bekering van de volken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16aischunthèsontai kai entrapèsontai pantes oi antikeimenoi autô kai poreusontai en aischunè egkainizesthe pros me nèsoi  16 confusi sunt et erubuerunt omnes simul abierunt in confusione fabricatores errorum    16 Zij zullen beschaamd en ook tot schande worden, zij allen; te zamen zullen zij met schande heengaan, die de afgoden maken.   [16] Zij moeten allen blozen van schaamte, tezamen weggaan uit schaamte, de makers van beelden.   [16] De ambachtslieden met hun godenbeelden staan te schande en worden gehoond, ze worden samen te schande gemaakt.   16 beschaamd en te schande gemaakt worden zij allen,– tezamen zullen in schande voortgaan wie die gestalten vervaardigen. ••  16. Ils sont honteux et humiliés, tous ensemble, ils marchent dans l'humiliation, les fabricants d'idoles. . . 

King James Bible . [16] They shall be ashamed, and also confounded, all of them: they shall go to confusion together that are makers of idols.
Luther-Bibel . 16 Aber die Götzenmacher sollen alle in Schmach und Schande geraten und miteinander schamrot einhergehen.

Tekstuitleg van Js 45,16 .

Js 45,17 - Js 45,17 . Bekering van de volken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17israèl sôzetai upo kuriou sôtèrian aiônion ouk aischunthèsontai oude mè entrapôsin eôs tou aiônos  17 Israhel salvatus est in Domino salute aeterna non confundemini et non erubescetis usque in saeculum saeculi    17 Maar Israël wordt verlost door den HEERE, met een eeuwige verlossing; gijlieden zult niet beschaamd noch tot schande worden, tot in alle eeuwigheden.   [17] Israël wordt gered door de heer, en zijn heil kent geen einde; u hoeft niet te blozen van schaamte, nooit, in eeuwigheid niet.   [17] Maar Israël wordt door de HEER gered, hij brengt redding voor eeuwig. Jullie staan niet te schande en worden niet gehoond, in alle eeuwigheid niet.   17 Israël zal worden bevrijd door de ENE in eeuwigheden van bevrijding; ge zult niet worden beschaamd of te schande gemaakt tot in eeuwigheden, zolang! •   17. Israël sera sauvé par Yahvé, sauvé pour toujours, vous ne serez ni honteux ni humiliés, pour toujours et à jamais.  

King James Bible . [17] But Israel shall be saved in the LORD with an everlasting salvation: ye shall not be ashamed nor confounded world without end.
Luther-Bibel . 17 Israel aber wird erlöst durch den HERRN mit einer ewigen Erlösung und wird nicht zuschanden noch zu Spott immer und ewiglich.

Tekstuitleg van Js 45,17 .

1. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (2044) . Pentateuch (502) . Js (73) . Js 1-39 (38) . Js 40-55 (30) . Js 56-66 (5) . Js 45 (5) : (1) Js 45,3 . (2) Js 45,11 . (3) Js 45,15 . (4) Js 45,17 . (5) Js 45,25 .

Js 45,18 - Js 45,18 . Bekering van de volken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18outôs legei kurios o poièsas ton ouranon outos o theos o katadeixas tèn gèn kai poièsas autèn autos diôrisen autèn ouk eis kenon epoièsen autèn alla katoikeisthai egô eimi kai ouk estin eti  18 quia haec dicit Dominus creans caelos ipse Deus formans terram et faciens eam ipse plastes eius non in vanum creavit eam ut habitetur formavit eam ego Dominus et non est alius   18 Want alzo zegt de HEERE, Die de hemelen geschapen heeft, Die God, Die de aarde geformeerd, en Die ze gemaakt heeft; Hij heeft ze bevestigd, Hij heeft ze niet geschapen, dat zij ledig zijn zou, maar heeft ze geformeerd, opdat men daarin wonen zou: Ik ben de HEERE, en niemand meer.   [18] ‘Want’, zo spreekt de heer die de hemelen heeft geschapen, Hij, de ware God, die de aarde heeft gevormd en gemaakt, en haar grondslagen heeft gelegd; die haar niet als een leegte heeft geschapen maar gevormd heeft tot een bewoonbare plaats: ‘Ik ben de heer, en niemand anders.   [18] Dit zegt de HEER, die de hemel geschapen heeft – hij is God! –, die de aarde gemaakt en gevormd heeft en die haar heeft gegrondvest – niet als chaos schiep hij de aarde, maar om te bewonen heeft hij haar gevormd: Ik ben de HEER, er is geen ander.   18 Want zo heeft gezegd de ENE, schepper der hemelen, hij is God, de formeerder van de aarde en haar maker, hij is het die haar bevestigt, niet voor een woest–en–ledig heeft hij haar geschapen, om er te zetelen heeft hij haar gevormd: ik ben de ENE en anders geen;   18. Car ainsi parle Yahvé, le créateur des cieux : C'est lui qui est Dieu, qui a modelé la terre et l'a faite, c'est lui qui l'a fondée; il ne l'a pas créée vide, il l'a modelée pour être habitée. Je suis Yahvé, il n'y en a pas d'autre.  

King James Bible . [18] For thus saith the LORD that created the heavens; God himself that formed the earth and made it; he hath established it, he created it not in vain, he formed it to be inhabited: I am the LORD; and there is none else.
Luther-Bibel . 18 Denn so spricht der HERR, der den Himmel geschaffen hat – er ist Gott; der die Erde bereitet und gemacht hat – er hat sie gegründet; er hat sie nicht geschaffen, dass sie leer sein soll, sondern sie bereitet, dass man auf ihr wohnen solle: Ich bin der HERR, und sonst keiner mehr.

Tekstuitleg van Js 45,18 . Het vers Js 45,18 telt 22 (2 X 11) woorden en 79 letters . De getalwaarde van Js 45,18 is 4070 (2 X 5 X 11 X 37) .

Js 45,18.1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 45 (5) : (1) Js 45,3 . (2) Js 45,6 . (3) Js 45,18 . (4) Js 45,22 . (5) Js 45,23 .

Js 45,18.2. koh (zo) . Taalgebruik in Tenakh : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het NT : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het NT (208) . Pentateuch (34) . Tenakh (531) . Js (51) . Js 1-39 (24) . Js 40-55 (20) . Js 56-66 (7) . Js 40-55 (20) : (1) Js 42,5 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . (5) Js 44,2 . (6) Js 44,6 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,1 . (9) Js 45,11 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 49,7 . (14) Js 49,8 . (15) Js 49,22 . (15) Js 49,25 . (17) Js 50,1 . (18) Js 51,22 . (19) Js 52,3 . (20) Js 52,4 .

Js 45,18.1. - 2. kî koh (want zo) . Tenakh (62) . Js (15) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 21,6 . (4) Js 21,16 . (5) Js 24,13 . (6) Js 30,15 . (7) Js 31,4 . (8) Js 36,16. (9) Js 45,18 . (10) Js 49,25 . (11) Js 52,3 . (12) Js 52,4 . (13) Js 56,4 . (14) Js 57,15 . (15) Js 66,12 .

Js 45,18.3. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . ´-m-r . Tenakh (790) . Pentateuch (84) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 56-66 (16) . Js 40-55 (35) . Js 40 (1) Js 40,6 . Js 41 (1) Js 41,7 . Js 42 (2) : (1) Js 42,5 . (2) Js 42,22 (act. qal part. nom. mann. enk. ´omèr = zeggende) . Js 43 (4) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,6 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . Js 44 (3) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,24 . Js 45 (7) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,10 . (3) Js 45,11 . (4) Js 45,13 . (5) Js 45,14 . (6) Js 45,18 . (7) Js 45,24 . Js 46 (1) Js 46,10 . Js 48 (2) : (1) Js 48,17 . (2) Js 48,22 . Js 49 (5) : (1) Js 49,5 . (2) Js 49,7 . (3) Js 49,8 . (4) Js 49,22 . (5 ) Js 49,25 . Js 50 (1) Js 50,1 . Js 51 (1) Js 51,22 . Js 52 (3) : (1) Js 52,3 . (2) Js 52,4 . (3) Js 52,7 . Js 53 (0) . Js 54 (4) : (1) Js 54,1 . (2) Js 54,6 . (3) Js 54,8 . (4) Js 54,10 . Js 55 (0) .

Js 45,18.2. - 3. koh ´âmar (zo zegt hij) . Tenakh (401) . Js (34 + 14) . Js 1-39 (14 + 7) . Js 40-55 (16 + 4) . Js 56-66 (4 + 3) . (16/16 EN 16/35) : (1) Js 42,5 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . (5) Js 44,2 . (6) Js 44,6 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,1 . (9) Js 45,11 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 49,7 . (14) Js 49,8 . (15) Js 49,22 . (16) Js 49,25 . (17) Js 50,1 . (18) Js 51,22 . (19) Js 52,3 . (20) Js 52,4 . In 4 verzen wordt koh ´âmar (zo zegt hij) voorafgegaan door kî (want) : (1) Js 45,18 . (2) Js 49,25 . (3) Js 52,3 . (4) Js 52,4 .

Js 45,18.1. - 3. kî koh ´âmar (want zo zegt / zei hij) . Tenakh (61) . Js (14) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 21,6 . (4) Js 21,16 . (5) Js 30,15 . (6) Js 31,4 . (7) Js 36,16. (8) Js 45,18 . (9) Js 49,25 . (10) Js 52,3 . (11) Js 52,4 . (12) Js 56,4 . (13) Js 57,15 . (14) Js 66,12 .

Js 45,18.4. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 1-39 (199) . Js 40-55 (101) . Js 56-66 (66) . Js 45 (12) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,11 . (8) Js 45,13 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,18 . (11) Js 45,19 . (12) Js 45,21 .

Js 45,18.2. - 4. koh ´âmar JHWH (want zo spreekt JHWH) . Tenakh (46) . Js (8) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 31,4 . (4) Js 45,18 . (5) Js 49,25 . (6) Js 52,3 . (7) Js 56,4 . (8) Js 66,12 .

Js 45,18.5. bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik : bârâ´ (scheppen) . b r ` : Tenakh (17) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 23 of 203 . Structuur : 2 - 20 of 200 - 1 ; 2 - 2 -1 . Lat. creare . Fr. créer . E. to create . D. schaffen . Een vorm van b-r-´ (scheppen) in Tenakh in 17 verzen (21X) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 1,27 . (3) Gn 2,3 . (4) Gn 5,1 . (5) Dt 4,32 . (6) 2 K 12,17 . (7) Js 40,26 . (8) Jr 31,22 . (9) Ez 21,24 . (10) Ps 51,12 . (11) In zeven verzen in Da .
-- bârâ´ ´êlohîm (God schiep) . Tenakh (3 / 10) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 2,3 . (3) Dt 4,32 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal 3de pers. mann. enk. ûbârâ´(en hij schiep) . Tenakh (1) Js 4,5 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. bârâ´thî (ik schiep) . Tenakh (5) : (1) Gn 6,7 . (2) Js 45,12 . (3) Js 54,16 . (4) Da 8,2 . (5) Da 8,15 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. bërâ´thîw (ik schiep hem) . Tenakh (2) : (1) Js 43,7 . (2) Js 45,8 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. vr. enk. . Tenakh (2) : (1) Js 41,20 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk. bôre´(scheppend) . Tenakh (7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 43,15 . (4) Js 45,18 . (5) Js 57,19 . (6) Js 65,17 . (7) Js 65,18 .
-- bôre´(scheppend) sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Tenakh (1) : Js 65,17 .
-- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) . Tenakh (3 / 7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 45,18 .
--- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) . Tenakh (2 / 7) : (1) Js 42,5 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk.+ suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. bora´äkhâ (jou scheppend) . Tenakh (1) Js 43,1 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal part. nom. mann. enk. ûbôre´(en scheppend) . Tenakh (1) Js 45,7 .

Js 45,18.6. hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) < bepaald lidw. ha + sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Taalgebruik in de Septuaginta : ouranos (hemel) . Taalgebruik in het NT : ouranos (hemel) . Lat. coelum . Fr. ciel . Ned. hemel . D. Himmel . E. heaven . Een vorm van ouranos (hemel) in de LXX (682) , in het NT (272) . Tenakh (223) . Js (10) : (1) Js 13,5 . (2) Js 13,10 . (3) Js 14,13 . (4) Js 34,4 . (5) Js 37,16 . (6) Js 42,5 . (7) Js 45,18 . (8) Js 55,10 . (9) Js 66,1 . (10) Js 66,22 .

5. - 6. bôre´ (scheppend) hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) . Tenakh (2 / 7) : (1) Js 42,5 . (2) Js 45,18 . bôre´(scheppend) sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Tenakh (1) : Js 65,17 .

Js 45,18.10. hâ´ârèts (het land) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het NT : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het NT (248) . Tenakh (851) . Pentateuch (316) . Js (58) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (17) . Js 56-66 (1) . Js 40-55 (17) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,21 . (3) Js 40,22 . (4) Js 40,28 . (5) Js 41,5 . (6) Js 41,9 . (7) Js 42,5 . (8) Js 42,10 . (9) Js 43,6 . (10) Js 44,24 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,20 . (13) Js 49,6 . (14) Js 51,6 . (15) Js 54,5 . (16) Js 54,9 . (17) Js 55,10 .

Js 45,18.15. thohû (woestenij, leegheid) . Taalgebruik in Tenakh : thohû (woestenij, leegheid) . Getalwaarde : thaw = 22 of 400 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 411 (3 X 137) . Structuur : 4 - 5 - 6 . Tenakh (10) : (1) Gn 1,2 . (2) 1 S 12,21 . (3) Js 24,10 . (4) Js 34,11 . (5) Js 44,9 . (6) Js 45,18 . (7) Js 45,19 . (8) Js 59,4 . (9) Jr 4,23 . (10) Job 26,7 .

Js 45,18.19. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Tenakh (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (40) . Js 55-66 (12) . Js 40 (0) . Js 41 (5) : (1) Js 41,4 . (2) Js 41,10 . (3) Js 41,13 . (4) Js 41,14 . (5) Js 41,17 . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 43 (6) : (1) Js 43,2 . (2) Js 43,3 . (3) Js 43,5 . (4) Js 43,10 . (5) Js 43,13 . (6) Js 43,15 . Js 44 (2) : (1) Js 44,5 . (2) Js 44,6 . Js 45 (11) : (1) Js 45,2 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,12 . (8) Js 45,18 . (9) Js 45,19 . (10) Js 45,21 . (11) Js 45,22 . Js 46 (1) Js 46,4 . Js 47 (2) : (1) Js 47,8 . (2) Js 47,10 . Js 48 (5) : (1) Js 48,12 . (2) Js 48,13 . (3) Js 48,15 . (4) Js 48,16 . (5) Js 48,17 . Js 49 (4) : (1) Js 49,18 . (2) Js 49,21 . (3) Js 49,23 . (4) Js 49,26 . Js 52 (1) Js 52,6 . - wa´änî (en ik) .Tenakh (169) . Js (8) : (1) Js 43,4 . (2) Js 43,12 . (3) Js 44,6 . (4) Js 46,4 . (5) Js 49,4 . (6) Js 49,21 . (7) Js 59,21 . (8) Js 65,24 .

Js 45,18.19. - 20. ´änî JHWH (Ik JHWH) . Tenakh (199) . Js (22) . Js 1-39 (1) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (3) . Js 40-55 (19) . Js 1-39 (1) Js 27,3 . Js 40-55 (19) . Js 41 (3) . Js 42 (2) . Js 43 (2) . Js 45 (8) . Js 48 (1) . Js 49 (2) . (1) Js 41,4 . (2) Js 41,13 . (3) Js 41,17 . (4) Js 42,6 . (5) Js 42,8 . (6) Js 43,3 . (7) Js 43,15 . (8) Js 45,3 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,7 . (12) Js 45,8 . (13) Js 45,18 . (14) Js 45,19 . (15) Js 45,21 . (16) Js 48,17 . (17) Js 49,23 . (18) Js 49,26 . Js 56-66 (3) : (1) Js 60,16 . (2) Js 60,22 . (3) Js 61,8 .

Js 45,18.21. ´ajin (er is niet) . Stat. constr. ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 5 . Tenakh (362) . Pentateuch (74) . Js (31) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (15) . Js 56-66 (5) . Js 40-55 (15) : (1) Js 40,16 . (2) Js 40,28 . (3) Js 41,26 . (4) Js 44,6 . (5) Js 45,5 . (6) Js 45,9 . (7) Js 45,21 . (8) Js 47,1 . (9) Js 47,10 . (10) Js 47,14 . (11) Js 47,15 . (12) Js 48,22 . (13) Js 50,2 . (14) Js 51,18 . (15) Js 55,1 .
- wë´e(j)n (en er is niet) < wë + . Tenakh (211) . Pentateuch (20) . Js (36) . Js 1-33 (10) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (8) . Js 40-55 (18) : (1) Js 41,17 . (2) Js 41,28 . (3) Js 42,22 . (4) Js 43,11 . (5) Js 43,12 . (6) Js 43,13 . (7) Js 44,8 . (8) Js 44,12 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,14 . (12) Js 45,18 . (13) Js 45,21 . (14) Js 45,22 . (15) Js 46,9 . (16) Js 50,2 . (17) Js 50,10 . (18) Js 51,18 .

Js 45,18.22. `ôd (nog, weer, nogmaals) . Taalgebruik in Tenakh : `ôd (nog, weer, nogmaals) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 126 (2 X 3² X 7) . Structuur : 7 - 6 - 5 . Tenakh (367) . Js (38) . Js 1-39 (15) . Js 40-55 (14) . Js 56-66 (9) . Js 40-55 (14) : (1) Js 45,5 . (2) Js 45,6 . (3) Js 45,14 . (4) Js 45,18 . (5) Js 45,21 . (6) Js 45,22 . (7) Js 46,9 . (8) Js 47,8 . (9) Js 47,10 . (10) Js 49,20 . (11) Js 51,22 . (12) Js 52,1 . (13) Js 54,4 . (14) Js 54,9 .

Js 45,18.21. - 22. wë´e(j)n `ôd (en er is niet nog) . Tenakh (9) : (1) Spr 9,5 . (2) Js 45,5 . (3) Js 45,6 . (4) Js 45,14 . (5) Js 45,18 . (6) Js 45,21 . (7) Js 45,22 . (8) Js 46,9 . (9) Jl 2,27 .

Js 45,19 - Js 45,19 . Bekering van de volken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19ouk en krufè lelalèka oude en topô gès skoteinô ouk eipa tô spermati iakôb mataion zètèsate egô eimi egô eimi kurios lalôn dikaiosunèn kai anaggellôn alètheian  19 non in abscondito locutus sum in loco terrae tenebroso non dixi semini Iacob frustra quaerite me ego Dominus loquens iustitiam adnuntians recta     19 Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij te vergeefs; Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid spreekt, Die rechtmatige dingen verkondigt.   [19] Niet in het verborgene heb Ik gesproken, niet uit een plaats in een duistere streek. Ik heb niet gezegd tegen Jakobs geslacht: “Zoek Mij in de leegte*.” Ik, de heer, Ik meld u heil, en verkondig wat rechtvaardig is.   [19] Ik heb niet in het verborgene gesproken, ergens in een duister oord, ik heb Jakobs nageslacht niet gevraagd: ‘Zoek mij in de chaos.’ Nee, ik ben de HEER, al wat ik zeg is rechtvaardig, wat ik aankondig is waarachtig.   19 niet in het verborgene heb ik gesproken, of in een oord in land vol duister, nooit heb ik tot Jakobs zaad gezegd: zoekt mij in woest–en–ledig!– ik, de ENE, spreek gerechtigheid uit, ik meld rechtmatigheden!–   19. Je n'ai pas parlé en secret, en quelque coin d'un obscur pays, je n'ai pas dit à la race de Jacob : Cherchez-moi dans le chaos! je suis Yahvé qui proclame la justice, qui annonce des choses vraies. 

King James Bible . [19] I have not spoken in secret, in a dark place of the earth: I said not unto the seed of Jacob, Seek ye me in vain: I the LORD speak righteousness, I declare things that are right.
Luther-Bibel . 19 Ich habe nicht im Verborgenen geredet an einem finstern Ort der Erde; ich habe nicht zu den Söhnen Jakobs gesagt: »Sucht mich vergeblich!« Denn ich bin der HERR, der von Gerechtigkeit redet und verkündigt, was recht ist.

Tekstuitleg van Js 45,19 . Het vers Js 45,19 telt 18 (2 X 3²) woorden en 69 (3 X 13) letters . De getalwaarde van Js 45,19 is 5310 (2 X 3² X 5 X 59) .

1. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Js (209) . Js 45 (6) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,13 . (3) Js 45,17 . (4) Js 45,18 . (5) Js 45,19 . (6) Js 45,20 .
- wëlo´(en niet) . Tenakh (1381) . Js (92) . Js 45 (5) : (1) Js 45,4 . (2) Js 45,5 . (3) Js 45,13 . (4) Js 45,17 . (5) Js 45,23 .

Js 45,19.5. ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het NT : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het NT (248) . Tenakh (453) . Js (45) . Js 1-39 (27) . Js 40-55 (13) . Js 56-66 (5) . Js 45 (4) : (1) Js 45,8 . (2) Js 45,12 . (3) Js 45,19 . (4) Js 45,22 .

7. lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Js (209) . Js 45 (6) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,13 . (3) Js 45,17 . (4) Js 45,18 . (5) Js 45,19 . (6) Js 45,20 .
- wëlo´(en niet) . Tenakh (1381) . Js (92) . Js 45 (5) : (1) Js 45,4 . (2) Js 45,5 . (3) Js 45,13 . (4) Js 45,17 . (5) Js 45,23 .

Js 45,19.10. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenakh : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . Tenakh (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-66 (25) : (1) Js 40,27 . (2) Js 41,8 . (3) Js 41,14 . (4) Js 41,21 . (5) Js 42,24 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,22 . (8) Js 43,28 . (9) Js 44,1 . (10) Js 44,2 . (11) Js 44,5 . (12) Js 44,21 . (13) Js 44,23 . (14) Js 45,4 . (15) Js 45,19 . (16) Js 46,3 . (17) Js 48,1 . (18) Js 48,12 . (19) Js 48,20 . (20) Js 49,5 . (21) Js 49,6 . (22) Js 49,26 . (23) Js 58,1 . (24) Js 58,14 . (25) Js 60,16 .

Js 45,19.11. thohû (woestenij, leegheid) . Taalgebruik in Tenakh : thohû (woestenij, leegheid) . Getalwaarde : thaw = 22 of 400 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 411 (3 X 137) . Structuur : 4 - 5 - 6 . Tenakh (10) : (1) Gn 1,2 . (2) 1 S 12,21 . (3) Js 24,10 . (4) Js 34,11 . (5) Js 44,9 . (6) Js 45,18 . (7) Js 45,19 . (8) Js 59,4 . (9) Jr 4,23 . (10) Job 26,7 .

Js 45,19.13. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Tenakh (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (40) . Js 55-66 (12) . Js 40 (0) . Js 41 (5) : (1) Js 41,4 . (2) Js 41,10 . (3) Js 41,13 . (4) Js 41,14 . (5) Js 41,17 . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 43 (6) : (1) Js 43,2 . (2) Js 43,3 . (3) Js 43,5 . (4) Js 43,10 . (5) Js 43,13 . (6) Js 43,15 . Js 44 (2) : (1) Js 44,5 . (2) Js 44,6 . Js 45 (11) : (1) Js 45,2 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,12 . (8) Js 45,18 . (9) Js 45,19 . (10) Js 45,21 . (11) Js 45,22 . Js 46 (1) Js 46,4 . Js 47 (2) : (1) Js 47,8 . (2) Js 47,10 . Js 48 (5) : (1) Js 48,12 . (2) Js 48,13 . (3) Js 48,15 . (4) Js 48,16 . (5) Js 48,17 . Js 49 (4) : (1) Js 49,18 . (2) Js 49,21 . (3) Js 49,23 . (4) Js 49,26 . Js 52 (1) Js 52,6 . - wa´änî (en ik) .Tenakh (169) . Js (8) : (1) Js 43,4 . (2) Js 43,12 . (3) Js 44,6 . (4) Js 46,4 . (5) Js 49,4 . (6) Js 49,21 . (7) Js 59,21 . (8) Js 65,24 .

Js 45,19.14. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 1-39 (199) . Js 40-55 (101) . Js 56-66 (66) . Js 45 (12) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,11 . (8) Js 45,13 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,18 . (11) Js 45,19 . (12) Js 45,21 .

Js 45,19.13. - 14. ´änî JHWH (Ik JHWH) . Tenakh (199) . Js (22) . Js 1-39 (1) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (3) . Js 40-55 (19) . Js 1-39 (1) Js 27,3 . Js 40-55 (19) . Js 41 (3) . Js 42 (2) . Js 43 (2) . Js 45 (8) . Js 48 (1) . Js 49 (2) . (1) Js 41,4 . (2) Js 41,13 . (3) Js 41,17 . (4) Js 42,6 . (5) Js 42,8 . (6) Js 43,3 . (7) Js 43,15 . (8) Js 45,3 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,7 . (12) Js 45,8 . (13) Js 45,18 . (14) Js 45,19 . (15) Js 45,21 . (16) Js 48,17 . (17) Js 49,23 . (18) Js 49,26 . Js 56-66 (3) : (1) Js 60,16 . (2) Js 60,22 . (3) Js 61,8 .

Js 45,19.16. tsèdèq (rechtvaardig) . Taalgebruik : tsèdèq (rechtvaardig) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , daleth = 4 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 41 OF 194 (2 X 97) . Structuur : 9 - 4 - 1 . Gr. dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het NT : dikaios (rechtvaardig) . Tenakh (64) . Pentateuch (6) . Js (12) : (1) Js 1,21 . (2) Js 11,5 . (3) Js 16,5 . (4) Js 26,9 . (5) Js 26,10 . (6) Js 41,2 . (7) Js 45,8 . (8) Js 45,19 . (9) Js 51,1 . (10) Js 51,7 . (11) Js 58,2 . (12) Js 64,4 .

Js 45,20 - Js 45,20 . Bekering van de volken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20sunachthète kai èkete bouleusasthe ama oi sôzomenoi apo tôn ethnôn ouk egnôsan oi airontes to xulon glumma autôn kai proseuchomenoi ôs pros theous oi ou sôzousin  20 congregamini et venite et accedite simul qui salvati estis ex gentibus nescierunt qui levant lignum sculpturae suae et rogant deum non salvantem    20 Verzamelt u, en komt, treedt hier toe samen, gijlieden, die van de heidenen ontkomen zijt! Zij weten niets, die hun houten gesneden beelden dragen, en een god aanbidden, die niet verlossen kan. [20] Verzamel* u en treed aan, kom dichterbij, u, volken die zijn ontkomen: zij die rondgaan met hun beelden van hout zijn onwetenden, zij bidden tot een god die niemand redden kan.   [20] Laten de ontkomen volken zich verzamelen, laat hen allen naderbij komen. Wie een houten godenbeeld ronddraagt, heeft geen verstand. Wie bidt er nu tot een god die niet redt?   20 ¶ vergadert u en komt, treedt nader, tezamen, die aan de volkeren zijt ontkomen!– niets weten zij die hun houten godsbeeld ronddragen en bidden tot een godheid die niet bevrijdt;   20. Rassemblez-vous et venez! Approchez tous ensemble, survivants des nations! Ils sont inconscients ceux qui transportent leurs idoles de bois, qui prient un dieu qui ne sauve pas. 

King James Bible . [20] Assemble yourselves and come; draw near together, ye that are escaped of the nations: they have no knowledge that set up the wood of their graven image, and pray unto a god that cannot save.
Luther-Bibel . 20 Versammelt euch und kommt miteinander herzu, ihr Entronnenen der Heiden. Keine Erkenntnis haben, die sich abschleppen mit den Klötzen ihrer Götzen und zu einem Gott flehen, der nicht helfen kann.

Tekstuitleg van Js 45,20 .

6. mann. mv. gojim (volken) van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenakh : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het NT : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenakh (133) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenakh 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenakh (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenakh (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

Js 45,21 - Js 45,21 . Bekering van de volken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21ei anaggelousin eggisatôsan ina gnôsin ama tis akousta epoièsen tauta ap' archès tote anèggelè umin egô o theos kai ouk estin allos plèn emou dikaios kai sôtèr ouk estin parex emou  21 adnuntiate et venite et consiliamini simul quis auditum fecit hoc ab initio ex tunc praedixit illud numquid non ego Dominus et non est ultra Deus absque me Deus iustus et salvans non est praeter me     21 Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.  [21] Zet uw argumenten voor ons uiteen, laat hen samen overleggen. Wie heeft dit vroeger aangekondigd, en vooraf bekendgemaakt? Ben Ik dat niet, de heer? Er is geen andere god dan Ik alleen, buiten Mij bestaat geen god die rechtvaardig is en redt.  [21] Kom hier, overleg met elkaar en vertel: Wie heeft dit van meet af aan laten horen, wie heeft het lang tevoren aangekondigd? Was ik dat niet, de HEER? Buiten mij is er geen god. Alleen ik ben een rechtvaardige God, alleen ik breng redding.   21 meldt en brengt te berde, ja laten zij beraadslagen tezamen: wie heeft dit van oudsher doen horen, dit sindsdien gemeld?– ben ik dat niet, de ENE?– er is geen andere God buiten mij om, een Godheid die rechtvaardig is en bevrijdt, geen is er buiten mij om;   21. Annoncez, produisez vos preuves, que même ils se concertent! Qui avait proclamé cela dans le passé, qui l'avait annoncé jadis, n'est-ce pas moi, Yahvé ? Il n'y a pas d'autre dieu que moi. Un dieu juste et sauveur, il n'y en a pas excepté moi.  

King James Bible . [21] Tell ye, and bring them near; yea, let them take counsel together: who hath declared this from ancient time? who hath told it from that time? have not I the LORD? and there is no God else beside me; a just God and a Saviour; there is none beside me.
Luther-Bibel . 21 Tut es kund, bringt es vor, beratet miteinander: Wer hat dies hören lassen von alters her und vorzeiten verkündigt? Hab ich's nicht getan, der HERR? Es ist sonst kein Gott außer mir, ein gerechter Gott und Heiland, und es ist keiner außer mir.

Tekstuitleg van Js 45,21 .

13. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Tenakh (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (40) . Js 55-66 (12) . Js 40 (0) . Js 41 (5) : (1) Js 41,4 . (2) Js 41,10 . (3) Js 41,13 . (4) Js 41,14 . (5) Js 41,17 . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 43 (6) : (1) Js 43,2 . (2) Js 43,3 . (3) Js 43,5 . (4) Js 43,10 . (5) Js 43,13 . (6) Js 43,15 . Js 44 (2) : (1) Js 44,5 . (2) Js 44,6 . Js 45 (11) : (1) Js 45,2 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,12 . (8) Js 45,18 . (9) Js 45,19 . (10) Js 45,21 . (11) Js 45,22 . Js 46 (1) Js 46,4 . Js 47 (2) : (1) Js 47,8 . (2) Js 47,10 . Js 48 (5) : (1) Js 48,12 . (2) Js 48,13 . (3) Js 48,15 . (4) Js 48,16 . (5) Js 48,17 . Js 49 (4) : (1) Js 49,18 . (2) Js 49,21 . (3) Js 49,23 . (4) Js 49,26 . Js 52 (1) Js 52,6 . - wa´änî (en ik) .Tenakh (169) . Js (8) : (1) Js 43,4 . (2) Js 43,12 . (3) Js 44,6 . (4) Js 46,4 . (5) Js 49,4 . (6) Js 49,21 . (7) Js 59,21 . (8) Js 65,24 .

14. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 ; totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 1-39 (199) . Js 40-55 (101) . Js 56-66 (66) . Js 45 (12) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,11 . (8) Js 45,13 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,18 . (11) Js 45,19 . (12) Js 45,21 .

13. - 14. ´änî JHWH (Ik JHWH) . Tenakh (199) . Js (22) . Js 1-39 (1) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (3) . Js 40-55 (19) . Js 1-39 (1) Js 27,3 . Js 40-55 (19) . Js 41 (3) . Js 42 (2) . Js 43 (2) . Js 45 (8) . Js 48 (1) . Js 49 (2) . (1) Js 41,4 . (2) Js 41,13 . (3) Js 41,17 . (4) Js 42,6 . (5) Js 42,8 . (6) Js 43,3 . (7) Js 43,15 . (8) Js 45,3 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,7 . (12) Js 45,8 . (13) Js 45,18 . (14) Js 45,19 . (15) Js 45,21 . (16) Js 48,17 . (17) Js 49,23 . (18) Js 49,26 . Js 56-66 (3) : (1) Js 60,16 . (2) Js 60,22 . (3) Js 61,8 .

15. ´ajin (er is niet) . Stat. constr. ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 5 . Tenakh (362) . Pentateuch (74) . Js (31) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (15) . Js 56-66 (5) . Js 40-55 (15) : (1) Js 40,16 . (2) Js 40,28 . (3) Js 41,26 . (4) Js 44,6 . (5) Js 45,5 . (6) Js 45,9 . (7) Js 45,21 . (8) Js 47,1 . (9) Js 47,10 . (10) Js 47,14 . (11) Js 47,15 . (12) Js 48,22 . (13) Js 50,2 . (14) Js 51,18 . (15) Js 55,1 .
- wë´e(j)n (en er is niet) < wë + . Tenakh (211) . Pentateuch (20) . Js (36) . Js 1-33 (10) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (8) . Js 40-55 (18) : (1) Js 41,17 . (2) Js 41,28 . (3) Js 42,22 . (4) Js 43,11 . (5) Js 43,12 . (6) Js 43,13 . (7) Js 44,8 . (8) Js 44,12 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,14 . (12) Js 45,18 . (13) Js 45,21 . (14) Js 45,22 . (15) Js 46,9 . (16) Js 50,2 . (17) Js 50,10 . (18) Js 51,18 .

16. `ôd (nog, weer, nogmaals) . Taalgebruik in Tenakh : `ôd (nog, weer, nogmaals) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 126 (2 X 3² X 7) . Structuur : 7 - 6 - 5 . Tenakh (367) . Js (38) . Js 1-39 (15) . Js 40-55 (14) . Js 56-66 (9) . Js 40-55 (14) : (1) Js 45,5 . (2) Js 45,6 . (3) Js 45,14 . (4) Js 45,18 . (5) Js 45,21 . (6) Js 45,22 . (7) Js 46,9 . (8) Js 47,8 . (9) Js 47,10 . (10) Js 49,20 . (11) Js 51,22 . (12) Js 52,1 . (13) Js 54,4 . (14) Js 54,9 .

15. - 16. wë´e(j)n `ôd (en er is geen meer = en er is geen ander) . Tenakh (9) : (1) Spr 9,5 . (2) Js 45,5 . (3) Js 45,6 . (4) Js 45,14 . (5) Js 45,18 . (6) Js 45,21 . (7) Js 45,22 . (8) Js 46,9 . (9) Jl 2,27 .

17. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Tenakh (635) . Pentateuch (207) .
- Js (14) : (1) Js 13,19 . (2) Js 35,4 . (3) Js 37,4 . (4) Js 37,17 . (5) Js 37,19 . (6) Js 41,23 . (7) Js 44,6 . (8) Js 45,5 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,21 . (11) Js 46,9 . (12) Js 53,4 . (13) Js 58,2 . (14) Js 64,3 .

15. - 17. wë´e(j)n `ôd ´èlohîm (en er is geen God meer) . Tenakh (2) : (1) Js 45,5 . (2) Js 46,9 .

22. ´ajin (er is niet) . Stat. constr. ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 5 . Tenakh (362) . Pentateuch (74) . Js (31) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (15) . Js 56-66 (5) . Js 40-55 (15) : (1) Js 40,16 . (2) Js 40,28 . (3) Js 41,26 . (4) Js 44,6 . (5) Js 45,5 . (6) Js 45,9 . (7) Js 45,21 . (8) Js 47,1 . (9) Js 47,10 . (10) Js 47,14 . (11) Js 47,15 . (12) Js 48,22 . (13) Js 50,2 . (14) Js 51,18 . (15) Js 55,1 .
- wë´e(j)n (en er is niet) < wë + . Tenakh (211) . Pentateuch (20) . Js (36) . Js 1-33 (10) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (8) . Js 40-55 (18) : (1) Js 41,17 . (2) Js 41,28 . (3) Js 42,22 . (4) Js 43,11 . (5) Js 43,12 . (6) Js 43,13 . (7) Js 44,8 . (8) Js 44,12 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,14 . (12) Js 45,18 . (13) Js 45,21 . (14) Js 45,22 . (15) Js 46,9 . (16) Js 50,2 . (17) Js 50,10 . (18) Js 51,18 .

23. zûlâthi (behalve mij) . Tenakh (9) : (1) Dt 1,36 . (2) Dt 4,12 . (3) Joz 11,13 . (4) 1 K 3,18 . (5) 1 K 12,20 . (6) Js 45,5 . (7) Js 45,21 . (8) Hos 13,4 . (9) Ps 18,32 .

 

Js 45,22 - Js 45,22 . Bekering van de volken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22epistrafète pros me kai sôthèsesthe oi ap' eschatou tès gès egô eimi o theos kai ouk estin allos 22 convertimini ad me et salvi eritis omnes fines terrae quia ego Deus et non est alius   22 Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.   [22] Wend u tot Mij, en laat u redden, alle uithoeken* van de aarde; want Ik ben God en niemand anders.   [22] Keer terug naar mij en laat je redden, ook jullie aan de einden der aarde; want ik ben God, er is geen ander.   22 wendt u tot mij en laat u bevrijden, alle einden der aarde,– want ík ben God en anders geen;   22. Tournez-vous vers moi et vous serez sauvés, tous les confins de la terre, car je suis Dieu, il n'y en a pas d'autre.  

King James Bible . [22] Look unto me, and be ye saved, all the ends of the earth: for I am God, and there is none else.
Luther-Bibel . 22 Wendet euch zu mir, so werdet ihr gerettet, aller Welt Enden; denn ich bin Gott, und sonst keiner mehr.

Tekstuitleg van Js 45,22 .

6. ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenakh : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het NT : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het NT (248) . Tenakh (453) . Js (45) . Js 1-39 (27) . Js 40-55 (13) . Js 56-66 (5) . Js 45 (4) : (1) Js 45,8 . (2) Js 45,12 . (3) Js 45,19 . (4) Js 45,22 .

7. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 45 (5) : (1) Js 45,3 . (2) Js 45,6 . (3) Js 45,18 . (4) Js 45,22 . (5) Js 45,23 .

8. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Tenakh (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (40) . Js 55-66 (12) . Js 40 (0) . Js 41 (5) : (1) Js 41,4 . (2) Js 41,10 . (3) Js 41,13 . (4) Js 41,14 . (5) Js 41,17 . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 43 (6) : (1) Js 43,2 . (2) Js 43,3 . (3) Js 43,5 . (4) Js 43,10 . (5) Js 43,13 . (6) Js 43,15 . Js 44 (2) : (1) Js 44,5 . (2) Js 44,6 . Js 45 (11) : (1) Js 45,2 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,12 . (8) Js 45,18 . (9) Js 45,19 . (10) Js 45,21 . (11) Js 45,22 . Js 46 (1) Js 46,4 . Js 47 (2) : (1) Js 47,8 . (2) Js 47,10 . Js 48 (5) : (1) Js 48,12 . (2) Js 48,13 . (3) Js 48,15 . (4) Js 48,16 . (5) Js 48,17 . Js 49 (4) : (1) Js 49,18 . (2) Js 49,21 . (3) Js 49,23 . (4) Js 49,26 . Js 52 (1) Js 52,6 . - wa´änî (en ik) .Tenakh (169) . Js (8) : (1) Js 43,4 . (2) Js 43,12 . (3) Js 44,6 . (4) Js 46,4 . (5) Js 49,4 . (6) Js 49,21 . (7) Js 59,21 . (8) Js 65,24 .

10. ´ajin (er is niet) . Stat. constr. ´e(j)n . Taalgebruik in Tenakh : ´ajin (er is niet) . Getalwaarde : aleph = 1 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 25 (5²) OF 61 (priemgetal) . Structuur : 1 - 1 - 5 . Tenakh (362) . Pentateuch (74) . Js (31) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (15) . Js 56-66 (5) . Js 40-55 (15) : (1) Js 40,16 . (2) Js 40,28 . (3) Js 41,26 . (4) Js 44,6 . (5) Js 45,5 . (6) Js 45,9 . (7) Js 45,21 . (8) Js 47,1 . (9) Js 47,10 . (10) Js 47,14 . (11) Js 47,15 . (12) Js 48,22 . (13) Js 50,2 . (14) Js 51,18 . (15) Js 55,1 .
- wë´e(j)n (en er is niet) < wë + . Tenakh (211) . Pentateuch (20) . Js (36) . Js 1-33 (10) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (8) . Js 40-55 (18) : (1) Js 41,17 . (2) Js 41,28 . (3) Js 42,22 . (4) Js 43,11 . (5) Js 43,12 . (6) Js 43,13 . (7) Js 44,8 . (8) Js 44,12 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,14 . (12) Js 45,18 . (13) Js 45,21 . (14) Js 45,22 . (15) Js 46,9 . (16) Js 50,2 . (17) Js 50,10 . (18) Js 51,18 .

11. `ôd (nog, weer, nogmaals) . Taalgebruik in Tenakh : `ôd (nog, weer, nogmaals) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 126 (2 X 3² X 7) . Structuur : 7 - 6 - 5 . Tenakh (367) . Js (38) . Js 1-39 (15) . Js 40-55 (14) . Js 56-66 (9) . Js 40-55 (14) : (1) Js 45,5 . (2) Js 45,6 . (3) Js 45,14 . (4) Js 45,18 . (5) Js 45,21 . (6) Js 45,22 . (7) Js 46,9 . (8) Js 47,8 . (9) Js 47,10 . (10) Js 49,20 . (11) Js 51,22 . (12) Js 52,1 . (13) Js 54,4 . (14) Js 54,9 .

10. - 11. wë´e(j)n `ôd (en er is niet nog) . Tenakh (9) : (1) Spr 9,5 . (2) Js 45,5 . (3) Js 45,6 . (4) Js 45,14 . (5) Js 45,18 . (6) Js 45,21 . (7) Js 45,22 . (8) Js 46,9 . (9) Jl 2,27 .

Js 45,23 - Js 45,23 . Bekering van de volken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23kat' emautou omnuô è mèn exeleusetai ek tou stomatos mou dikaiosunè oi logoi mou ouk apostrafèsontai oti emoi kampsei pan gonu kai exomologèsetai pasa glôssa tô theô  23 in memet ipso iuravi egredietur de ore meo iustitiae verbum et non revertetur quia mihi curvabunt omnia genu et iurabit omnis lingua   23 Ik heb gezworen bij Mijzelven, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren: dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren.   [23] Bij Mijzelf heb Ik gezworen, dat recht voortkomt uit mijn mond; een woord dat niet verloren gaat: voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal bij Mij zweren.’   [23] Ik heb bij mijzelf gezworen: Uit mijn mond komt gerechtigheid voort, een woord dat ik spreek wordt niet herroepen. Voor mij zal elke knie zich buigen en elke tong zal bij mij zweren.   23 ik heb bij mijzelf gezworen, uit mijn mond is in rechtvaardigheid uitgegaan een woord dat niet zal terugkeren: dat voor mij zich zal buigen alle knie, zal zweren alle tong,– 23. Je le jure par moi-même, ce qui sort de ma bouche est la vérité, c'est une parole irrévocable : Oui, devant moi tout genou fléchira, par moi jurera toute langue  

King James Bible . [23] I have sworn by myself, the word is gone out of my mouth in righteousness, and shall not return, That unto me every knee shall bow, every tongue shall swear.
Luther-Bibel . 23 Ich habe bei mir selbst geschworen, und Gerechtigkeit ist ausgegangen aus meinem Munde, ein Wort, bei dem es bleiben soll: Mir sollen sich alle Knie beugen und alle Zungen schwören

Tekstuitleg van Js 45,23 .

5. tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in Tenakh : tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in Jesaja : tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , daleth = 4 , qoph = 19 of 100 , he = 5 ; totaal : 46 (2 X 23) OF 199 . Structuur : 9 - 4 - 1 - 5 . Gr. dikaiosunè (rechtvaardigheid) . Zie : Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het NT : dikaios (rechtvaardig) . Lat. justitia . Fr. la justice . E. righteousness . D. Gerechtigkeit . Een vorm van dikaiosunè (rechtvaardigheid) in de LXX (351) , in het NT (91) . Tenakh (32) . Js (10) : (1) Js 10,22 . (2) Js 45,23 . (3) Js 56,1 . (4) Js 58,2 . (5) Js 59,9 . (6) Js 59,17 . (7) Js 60,17 . (8) Js 61,10 . (9) Js 61,11 . (10) Js 62,1 .

9. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 45 (5) : (1) Js 45,3 . (2) Js 45,6 . (3) Js 45,18 . (4) Js 45,22 . (5) Js 45,23 .

Js 45,24 - Js 45,24 . Bekering van de volken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24legôn dikaiosunè kai doxa pros auton èxousin kai aischunthèsontai pantes oi aforizontes eautous  24 ergo in Domino dicet meae sunt iustitiae et imperium ad eum venient et confundentur omnes qui repugnant ei     24 Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in den HEERE zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen; maar zij zullen beschaamd worden allen, die tegen Hem ontstoken zijn.  [24] ‘De heer alleen’, zo zal men zeggen, ‘beschikt over rechtvaardigheid en kracht.’ Vol schaamte zullen al diegenen tot Hem komen die vroeger tekeergingen tegen Hem.   [24] ‘Alleen bij de HEER,’ zal men zeggen, ‘is gerechtigheid en macht te vinden.’ Allen die zich tegen hem keerden zullen tot hem komen en beschaamd staan.   24 alleen bij de ENE, zal men over mij zeggen, is gerechtigheid en sterkte; tot hem zullen komen, beschaamd, allen die laaiend waren tegen hem; 24. en disant : En Yahvé seul sont la justice et la force. Jusqu'à lui viendront, couverts de honte, tous ceux qui s'enflammaient contre lui.  

King James Bible . [24] Surely, shall one say, in the LORD have I righteousness and strength: even to him shall men come; and all that are incensed against him shall be ashamed.
Luther-Bibel . 24 und sagen: Im HERRN habe ich Gerechtigkeit und Stärke. Aber alle, die ihm widerstehen, werden zu ihm kommen und beschämt werden.

Tekstuitleg van Js 45,24 .

4. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . ´-m-r . Tenakh (790) . Pentateuch (84) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 56-66 (16) . Js 40-55 (35) . Js 40 (1) Js 40,6 . Js 41 (1) Js 41,7 . Js 42 (2) : (1) Js 42,5 . (2) Js 42,22 (act. qal part. nom. mann. enk. ´omèr = zeggende) . Js 43 (4) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,6 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . Js 44 (3) : (1) Js 44,2 . (2) Js 44,6 . (3) Js 44,24 . Js 45 (7) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,10 . (3) Js 45,11 . (4) Js 45,13 . (5) Js 45,14 . (6) Js 45,18 . (7) Js 45,24 . Js 46 (1) Js 46,10 . Js 48 (2) : (1) Js 48,17 . (2) Js 48,22 . Js 49 (5) : (1) Js 49,5 . (2) Js 49,7 . (3) Js 49,8 . (4) Js 49,22 . (5 ) Js 49,25 . Js 50 (1) Js 50,1 . Js 51 (1) Js 51,22 . Js 52 (3) : (1) Js 52,3 . (2) Js 52,4 . (3) Js 52,7 . Js 53 (0) . Js 54 (4) : (1) Js 54,1 . (2) Js 54,6 . (3) Js 54,8 . (4) Js 54,10 . Js 55 (0) .

Js 45,25 - Js 45,25 . Bekering van de volken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 44 -- Js 45 -- Js 44,24-45,13 -- Js 45,14-25 - Js 45,14 - Js 45,15 - Js 45,16 - Js 45,17 - Js 45,18 - Js 45,19 - Js 45,20 - Js 45,21 - Js 45,22 - Js 45,23 - Js 45,24 - Js 45,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25apo kuriou dikaiôthèsontai kai en tô theô endoxasthèsontai pan to sperma tôn uiôn israèl 25 in Domino iustificabitur et laudabitur omne semen Israhel     25 Maar in den HEERE zullen gerechtvaardigd worden en zich beroemen, het ganse zaad van Israël.   [25] Door de heer overwint heel Israëls geslacht; en vol trots zal het Hem roemen.   [25] Heel het nageslacht van Israël zal bij de HEER recht vinden en zich gelukkig prijzen.  25 (45:24) door de ENE gerechtvaardigd zullen roemen allen die zaad van Israël zijn!   25. C'est en Yahvé qu'elle obtiendra le triomphe et la gloire, toute la race d'Israël. 

King James Bible . [25] In the LORD shall all the seed of Israel be justified, and shall glory.
Luther-Bibel . 25 Im HERRN wird gerecht werden Israels ganzes Geschlecht und wird sich seiner rühmen.

Tekstuitleg van Js 45,25 .

6. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (2044) . Pentateuch (502) . Js (73) . Js 1-39 (38) . Js 40-55 (30) . Js 56-66 (5) . Js 45 (5) : (1) Js 45,3 . (2) Js 45,11 . (3) Js 45,15 . (4) Js 45,17 . (5) Js 45,25 .


SEPTUAGINTA

1outôs legei kurios o theos tô christô mou kurô ou ekratèsa tès dexias epakousai emprosthen autou ethnè kai ischun basileôn diarrèxô anoixô emprosthen autou thuras kai poleis ou sugkleisthèsontai2egô emprosthen sou poreusomai kai orè omaliô thuras chalkas suntripsô kai mochlous sidèrous sugklasô3kai dôsô soi thèsaurous skoteinous apokrufous aoratous anoixô soi ina gnôs oti egô kurios o theos o kalôn to onoma sou theos israèl4eneken iakôb tou paidos mou kai israèl tou eklektou mou egô kalesô se tô onomati sou kai prosdexomai se su de ouk egnôs me5oti egô kurios o theos kai ouk estin eti plèn emou theos kai ouk èdeis me6ina gnôsin oi apo anatolôn èliou kai oi apo dusmôn oti ouk estin plèn emou egô kurios o theos kai ouk estin eti7egô o kataskeuasas fôs kai poièsas skotos o poiôn eirènèn kai ktizôn kaka egô kurios o theos o poiôn tauta panta8eufranthètô o ouranos anôthen kai ai nefelai ranatôsan dikaiosunèn anateilatô è gè eleos kai dikaiosunèn anateilatô ama egô eimi kurios o ktisas se9poion beltion kateskeuasa ôs pèlon kerameôs mè o arotriôn arotriasei tèn gèn olèn tèn èmeran mè erei o pèlos tô keramei ti poieis oti ouk ergazè oude echeis cheiras10o legôn tô patri ti gennèseis kai tè mètri ti ôdinèseis11oti outôs legei kurios o theos o agios israèl o poièsas ta eperchomena erôtèsate me peri tôn uiôn mou kai peri tôn thugaterôn mou kai peri tôn ergôn tôn cheirôn mou enteilasthe moi12egô epoièsa gèn kai anthrôpon ep' autès egô tè cheiri mou estereôsa ton ouranon egô pasi tois astrois eneteilamèn13egô ègeira auton meta dikaiosunès basilea kai pasai ai odoi autou eutheiai outos oikodomèsei tèn polin mou kai tèn aichmalôsian tou laou mou epistrepsei ou meta lutrôn oude meta dôrôn eipen kurios sabaôth14outôs legei kurios sabaôth ekopiasen aiguptos kai emporia aithiopôn kai oi sebôin andres upsèloi epi se diabèsontai kai soi esontai douloi kai opisô sou akolouthèsousin dedemenoi cheiropedais kai proskunèsousin soi kai en soi proseuxontai oti en soi o theos estin kai erousin ouk estin theos plèn sou15su gar ei theos kai ouk èdeimen o theos tou israèl sôtèr16aischunthèsontai kai entrapèsontai pantes oi antikeimenoi autô kai poreusontai en aischunè egkainizesthe pros me nèsoi17israèl sôzetai upo kuriou sôtèrian aiônion ouk aischunthèsontai oude mè entrapôsin eôs tou aiônos18outôs legei kurios o poièsas ton ouranon outos o theos o katadeixas tèn gèn kai poièsas autèn autos diôrisen autèn ouk eis kenon epoièsen autèn alla katoikeisthai egô eimi kai ouk estin eti19ouk en krufè lelalèka oude en topô gès skoteinô ouk eipa tô spermati iakôb mataion zètèsate egô eimi egô eimi kurios lalôn dikaiosunèn kai anaggellôn alètheian20sunachthète kai èkete bouleusasthe ama oi sôzomenoi apo tôn ethnôn ouk egnôsan oi airontes to xulon glumma autôn kai proseuchomenoi ôs pros theous oi ou sôzousin21ei anaggelousin eggisatôsan ina gnôsin ama tis akousta epoièsen tauta ap' archès tote anèggelè umin egô o theos kai ouk estin allos plèn emou dikaios kai sôtèr ouk estin parex emou22epistrafète pros me kai sôthèsesthe oi ap' eschatou tès gès egô eimi o theos kai ouk estin allos23kat' emautou omnuô è mèn exeleusetai ek tou stomatos mou dikaiosunè oi logoi mou ouk apostrafèsontai oti emoi kampsei pan gonu kai exomologèsetai pasa glôssa tô theô24legôn dikaiosunè kai doxa pros auton èxousin kai aischunthèsontai pantes oi aforizontes eautous25apo kuriou dikaiôthèsontai kai en tô theô endoxasthèsontai pan to sperma tôn uiôn israèl


VULGAAT

1 haec dicit Dominus christo meo Cyro cuius adprehendi dexteram ut subiciam ante faciem eius gentes et dorsa regum vertam et aperiam coram eo ianuas et portae non cludentur 2 ego ante te ibo et gloriosos terrae humiliabo portas aereas conteram et vectes ferreos confringam 3 et dabo tibi thesauros absconditos et arcana secretorum ut scias quia ego Dominus qui voco nomen tuum Deus Israhel 4 propter servum meum Iacob et Israhel electum meum et vocavi te in nomine tuo adsimilavi te et non cognovisti me 5 ego Dominus et non est amplius extra me non est deus accinxi te et non cognovisti me 6 ut sciant hii qui ab ortu solis et qui ab occidente quoniam absque me non est ego Dominus et non est alter 7 formans lucem et creans tenebras faciens pacem et creans malum ego Dominus faciens omnia haec 8 rorate caeli desuper et nubes pluant iustum aperiatur terra et germinet salvatorem et iustitia oriatur simul ego Dominus creavi eum 9 vae qui contradicit fictori suo testa de samiis terrae numquid dicet lutum figulo suo quid facis et opus tuum absque manibus est 10 vae qui dicit patri quid generas et mulieri quid parturis 11 haec dicit Dominus Sanctus Israhel plastes eius ventura interrogate me super filios meos et super opus manuum mearum mandastis mihi 12 ego feci terram et hominem super eam creavi ego manus meae tetenderunt caelos et omni militiae eorum mandavi 13 ego suscitavi eum ad iustitiam et omnes vias eius dirigam ipse aedificabit civitatem meam et captivitatem meam dimittet non in pretio neque in muneribus dicit Dominus Deus exercituum 14 haec dicit Dominus labor Aegypti et negotiatio Aethiopiae et Sabaim viri sublimes ad te transibunt et tui erunt post te ambulabunt vincti manicis pergent et te adorabunt teque deprecabuntur tantum in te est Deus et non est absque te deus 15 vere tu es Deus absconditus Deus Israhel salvator 16 confusi sunt et erubuerunt omnes simul abierunt in confusione fabricatores errorum 17 Israhel salvatus est in Domino salute aeterna non confundemini et non erubescetis usque in saeculum saeculi 18 quia haec dicit Dominus creans caelos ipse Deus formans terram et faciens eam ipse plastes eius non in vanum creavit eam ut habitetur formavit eam ego Dominus et non est alius 19 non in abscondito locutus sum in loco terrae tenebroso non dixi semini Iacob frustra quaerite me ego Dominus loquens iustitiam adnuntians recta 20 congregamini et venite et accedite simul qui salvati estis ex gentibus nescierunt qui levant lignum sculpturae suae et rogant deum non salvantem 21 adnuntiate et venite et consiliamini simul quis auditum fecit hoc ab initio ex tunc praedixit illud numquid non ego Dominus et non est ultra Deus absque me Deus iustus et salvans non est praeter me 22 convertimini ad me et salvi eritis omnes fines terrae quia ego Deus et non est alius 23 in memet ipso iuravi egredietur de ore meo iustitiae verbum et non revertetur quia mihi curvabunt omnia genu et iurabit omnis lingua 24 ergo in Domino dicet meae sunt iustitiae et imperium ad eum venient et confundentur omnes qui repugnant ei 25 in Domino iustificabitur et laudabitur omne semen Israhel


- A

- ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenakh : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het NT : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Tenakh (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (40) . Js 55-66 (12) . Js 45 (11) : (1) Js 45,2 . (2) Js 45,3 . (3) Js 45,5 . (4) Js 45,6 . (5) Js 45,7 . (6) Js 45,8 . (7) Js 45,12 . (8) Js 45,18 . (9) Js 45,19 . (10) Js 45,21 . (11) Js 45,22 .

- ´änî JHWH (Ik JHWH) . Tenakh (199) . Js (22) . Js 1-39 (1) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (3) . Js 40-55 (19) . Js 1-39 (1) Js 27,3 . Js 40-55 (19) . Js 41 (3) . Js 42 (2) . Js 43 (2) . Js 45 (8) . Js 48 (1) . Js 49 (2) . (1) Js 41,4 . (2) Js 41,13 . (3) Js 41,17 . (4) Js 42,6 . (5) Js 42,8 . (6) Js 43,3 . (7) Js 43,15 . (8) Js 45,3 . (9) Js 45,5 . (10) Js 45,6 . (11) Js 45,7 . (12) Js 45,8 . (13) Js 45,18 . (14) Js 45,19 . (15) Js 45,21 . (16) Js 48,17 . (17) Js 49,23 . (18) Js 49,26 . Js 56-66 (3) : (1) Js 60,16 . (2) Js 60,22 . (3) Js 61,8 .

- B - C - D - E - F - G - H - I - J - K

- kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 45 (5) : (1) Js 45,3 . (2) Js 45,6 . (3) Js 45,18 . (4) Js 45,22 . (5) Js 45,23 .

- koh (zo) . Taalgebruik in Tenakh : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het NT : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het NT (208) . Pentateuch (34) . Tenakh (531) . Js (51) . Js 1-39 (24) . Js 40-55 (20) . Js 56-66 (7) . Js 40-55 (20) : (1) Js 42,5 . (2) Js 43,1 . (3) Js 43,14 . (4) Js 43,16 . (5) Js 44,2 . (6) Js 44,6 . (7) Js 44,24 . (8) Js 45,1 . (9) Js 45,11 . (10) Js 45,14 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,17 . (13) Js 49,7 . (14) Js 49,8 . (15) Js 49,22 . (15) Js 49,25 . (17) Js 50,1 . (18) Js 51,22 . (19) Js 52,3 . (20) Js 52,4 .

- L

- lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Js (209) . Js 45 (6) : (1) Js 45,1 . (2) Js 45,13 . (3) Js 45,17 . (4) Js 45,18 . (5) Js 45,19 . (6) Js 45,20 .
- wëlo´(en niet) . Tenakh (1381) . Js (92) . Js 45 (5) : (1) Js 45,4 . (2) Js 45,5 . (3) Js 45,13 . (4) Js 45,17 . (5) Js 45,23 .

- M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -