JESAJA 58 - Js 58 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -
-
Js 58,1-12 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg vers per vers : - Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T.
: N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,

Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
         
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

- Js 58,1-12 . Het vasten dat de HEER verlangt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -- Js 58,1-12 -- Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -

Js 58,1 - Js 58,1 . Het vasten dat de HEER verlangt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -- Js 58,1-12 -- Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
58 1anaboèson en ischui kai mè feisè ôs salpigga upsôson tèn fônèn sou kai anaggeilon tô laô mou ta amartèmata autôn kai tô oikô iakôb tas anomias autôn  1 clama ne cesses quasi tuba exalta vocem tuam et adnuntia populo meo scelera eorum et domui Iacob peccata eorum    1 Roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding, en het huis Jakobs hun zonden.   [1] Roep uit volle borst, houd u niet in, verhef uw stem als een ramshoorn. Leg aan mijn volk hun opstandigheid voor, aan Jakobs huis zijn zonden.   [1] Roep luidkeels, zonder je in te houden, verhef je stem als een ramshoorn. Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend, aan het volk van Jakob zijn zonden.   1 ¶ Roep luidkeels, houd je niet in, verhef je stem als een ramshoorn!– meld aan mijn gemeente hun misstap, aan het huis Jakobs hun zonden.   1. Crie à pleine gorge, ne te retiens pas, comme le cor, élève la voix, annonce à mon peuple ses crimes, à la maison de Jacob ses péchés.  

King James Bible . [1] Cry aloud, spare not, lift up thy voice like a trumpet, and shew my people their transgression, and the house of Jacob their sins.
Luther-Bibel . 58 1 Rufe getrost, halte nicht an dich! Erhebe deine Stimme wie eine Posaune und verkündige meinem Volk seine Abtrünnigkeit und dem Hause Jakob seine Sünden!

Tekstuitleg van Js 58,1 . Het vers Js 58,1 telt 13 woorden en 52 (4 X 13) letters ; verhouding : 1 op 4 . De getalwaarde van Js 58,1 is 4074 (2 X 3 X 7 X 97) .

Js 58,1.10. pisj`âm (hun misdrijf) < mann. enk. + suffix 3de pers. mann. mv. . Zelfst. naamw. pèsja` (misdrijf, zonde, vergrijp) . Zie werkw. pâsja` (een misdrijf plegen, zondigen) . Taalgebruik in Tenach : pâsja` (een misdrijf plegen, zondigen) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 44 (4 X 11) OF 450 (2 X 3² X 5²) . Structuur : 8 - 3 - 7 . Tenach (4) : (1) Js 58,1 . (2) Ps 89,33 . (3) Ps 107,17 . (4) Job 8,4 .
- Een vorm van het zelfst. naamw. pèsja` (misdrijf, zonde, vergrijp) in Js (10) : (1) Js 24,20 . (2) Js 43,25 . (3) Js 44,22 . (4) Js 50,1 . (5) Js 53,5 . (6) Js 53,8 . (7) Js 57,4 . (8) Js 58,1 . (9) Js 59,13 . (10) Js 59,20 .
- Een vorm van het werkw. pâsja` (een misdrijf plegen, zondigen) in Js (8) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,28 . (3) Js 43,27 . (4) Js 46,8 . (5) Js 48,8 . (6) Js 53,12 . (7) Js 59,13 . (8) Js 66,24 .
- gen. vr. enk. + acc. vr. mv. anomias van het zelfst. naamw. anomia (wetteloosheid, misdaad) . Taalgebruik in Tenach : anomia (wetteloosheid, misdaad) . Een vorm van anomia (wetteloosheid, misdaad) in de LXX (228) , in het NT (14) . Bijbel (80) . Pentateuch (6) . NT (4) . Js (10) : (1) Js 3,8 . (2) Js 5,18 . (3) Js 6,7 . (4) Js 43,25 . (5) Js 43,26 . (6) Js 44,22 . (7) Js 53,5 . (8) Js 58,1 . (9) Js 59,6 . (10) Js 64,5 .
- een vorm van pèsja` (misdrijf, zonde, vergrijp) vertaald in de vorm gen. vr. enk. + acc. vr. mv. anomias van het zelfst. naamw. anomia (wetteloosheid, misdaad) in Js : (1) Js 43,25 . (2) Js 53,5 . (3) Js 58,1 .
- nom. + acc. onz. mv. peccata (zonden) . Bijbel (122) . Pentateuch (12) . NT (38) . Js (6) : (1) Js 1,18 . (2) Js 38,17 . (3) Js 44,22 . (4) Js 58,1 . (5) Js 59,2 . (6) Js 59,12 .

Js 58,1.12. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-66 (25) : (1) Js 40,27 . (2) Js 41,8 . (3) Js 41,14 . (4) Js 41,21 . (5) Js 42,24 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,22 . (8) Js 43,28 . (9) Js 44,1 . (10) Js 44,2 . (11) Js 44,5 . (12) Js 44,21 . (13) Js 44,23 . (14) Js 45,4 . (15) Js 45,19 . (16) Js 46,3 . (17) Js 48,1 . (18) Js 48,12 . (19) Js 48,20 . (20) Js 49,5 . (21) Js 49,6 . (22) Js 49,26 . (23) Js 58,1 . (24) Js 58,14 . (25) Js 60,16 .

Js 58,1.13. hatto´thâm (hun zonden) < vr. mv. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. mv. van het zelfst. naamw. chätâ´âh (zonde, midaad) . Zie werkw. châtâ´ (zondigen, missen) . Taalgebruik in Tenach : châtâ´ (zondigen, missen) . Getalwaarde : chet = 8 , tet = 9 , aleph = 1 ; totaal : 18 (2 X 3²) . Structuur : 8 - 9 - 1 . Tenach (18) : (1) Ex 32,30 . (2) Ex 32,32 . (3) Ex 32,34 . (4) Lv 10,19. (5) Lv 16,16 . (6) Lv 16,21 . (7) Lv 16,34 . (8) Nu 5,7 . (9) Nu 16,26 . (10) Nu 18, 9 . (11) Nu 32,23 . (12) Dt 9,16 . (13) Dt 9,18 . (14) Js 58,1 . (15) Jr 14,10 . (16) Jr 40,3 . (17) Jr 44,23 . (18) Ps 85,3 .

Js 58,2 - Js 58,2 . Het vasten dat de HEER verlangt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -- Js 58,1-12 -- Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2eme èmeran ex èmeras zètousin kai gnônai mou tas odous epithumousin ôs laos dikaiosunèn pepoièkôs kai krisin theou autou mè egkataleloipôs aitousin me nun krisin dikaian kai eggizein theô epithumousin  2 me etenim de die in diem quaerunt et scire vias meas volunt quasi gens quae iustitiam fecerit et quae iudicium Dei sui non reliquerit rogant me iudicia iustitiae adpropinquare Deo volunt     2 Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, en een lust hebben aan de kennis Mijner wegen, als een volk, dat gerechtigheid doet en het recht zijns Gods niet verlaat, vragen zij Mij naar de rechten der gerechtigheid; zij hebben een lust tot God te naderen;  [2] Dag na dag zoeken zij Mij, verlangend mijn wegen te kennen, als gold het een volk dat gerechtigheid beoefent, en het recht van zijn God niet verwaarloost. Rechtvaardige oordelen vragen zij Mij, verlangend naar Gods nabijheid.   [2] Zeker, ze zoeken mij dag aan dag, vol verlangen om te ontdekken wat ik wil, zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft en het recht van zijn goden niet verzaakt. En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften en verlangen naar Gods nabijheid.   2 Mij zoeken ze wel dag aan dag, en in kennis van mijn wegen hebben zij behagen; als waren ze een volk dat gerechtigheid heeft gedaan en het recht van zijn God nooit heeft verlaten vragen ze mij om rechtsuitspraken ter rechtvaardiging, en hebben ze in nadering van God behagen.   2. C'est moi qu'ils recherchent jour après jour, ils désirent connaître mes voies, comme une nation qui a pratiqué la justice, qui n'a pas négligé le droit de son Dieu. Ils s'informent près de moi des lois justes, ils désirent être proches de Dieu.  

King James Bible . [2] Yet they seek me daily, and delight to know my ways, as a nation that did righteousness, and forsook not the ordinance of their God: they ask of me the ordinances of justice; they take delight in approaching to God.
Luther-Bibel . 2 Sie suchen mich täglich und begehren meine Wege zu wissen, als wären sie ein Volk, das die Gerechtigkeit schon getan und das Recht seines Gottes nicht verlassen hätte. Sie fordern von mir Recht, sie begehren, dass Gott sich nahe.

Tekstuitleg van Js 58,2 . Het vers Js 58,2 telt 21 (3 X 7) woorden en 90 (2 X 3² X 5) letters . De getalwaarde van Js 58,2 is 5846 (2 X 37 X 79) .

Js 58,2.1. accusatief + suffux persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. ´ôthî (mij) . ´eth (accusatief) . Taalgebruik in Tenach : ´eth (accusatief) . Taalgebruik in Jesaja : ´eth (accusatief) . Tenach (2) : (1) Js 57,11 . (2) Js 58,2 .

Js 58,2.2. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenach : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in het N.T. (388) . Js (12) : (1) Js 2,12 . (2) Js 9,13 . (3) Js 13,6 . (4) Js 13,9 . (5) Js 22,5 . (6) Js 34,8 . (7) Js 37,3 . (8) Js 48,7 . (9) Js 56,12 . (10) Js 58,2 . (11) Js 58,5 . (12) Js 63,4 .

Js 58,2.3. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenach : jôm (dag) . Taalgebruik in Js : jôm (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Gr. hèmera (dag) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in het N.T. (388) . Js (12) : (1) Js 2,12 . (2) Js 9,13 . (3) Js 13,6 . (4) Js 13,9 . (5) Js 22,5 . (6) Js 34,8 . (7) Js 37,3 . (8) Js 48,7 . (9) Js 56,12 . (10) Js 58,2 . (11) Js 58,5 . (12) Js 63,4 .

Js 58,2.2. - 3. jôm jôm (dag dag = dagelijks) . Tenakh (9) : (1) Gn 39,10 . (2) Ex 16,5 . (3) Nu 14,34 . (4) Ps 61,9 . (5) Ps 68,20 . (6) Spr 8,30 . (7) Spr 8,34 . (8) Js 58,2 . (9) Ez 4,6 .

Js 58,2.4. act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. jidërosjûn (zij zoeken) van het werkw. dârasj (zoeken, doorzoeken) . Taalgebruik in Tenach : dârasj (zoeken, doorzoeken) . Getalwaarde : daleth = 4 , resj = 20 of 200 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 45 (3² X 5) OF 504 (2³ X 3² X 7) . Structuur : 4 - 2 - 3 . Tenach (1) Js 58,2 . Een vorm van het werkw. dârasj (zoeken, doorzoeken) in Tenach (13) . Een vorm van het werkw. dârasj (zoeken, doorzoeken) wordt in de LXX door 27 Hebr. werkw. vertaald .

Js 58,2.5. wëda`ath (en kennis) < wë + da`ath (kennis, inzicht, begrijpen) . Taalgebruik in Tenach : da`ath (kennis, inzicht, begrijpen) . Getalwaarde : daleth = 4 , ajin = 16 of 70 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 474 (spiegelgetal) (2 X 3 X 79) . Structuur : 4 - 7 - 4 . Tenach (19) . Js (2) : (1) Js 33,6 . (2) Js 58,2 .

Js 58,2.6. zelfst. naamw. stat. constr. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. dërâkhaj / dërâkhâj (mijn wegen) van het zelfst. naamw. dèrèkh (weg, wijze, levenswijze) . Taalgebruik in Tenach : dèrèkh (weg, wijze, levenswijze) . d-r-k-j . Tenach (40) . Pentateuch (2) . Js (4) : (1) Js 40,27 . (2) Js 55,8 . (3) Js 55,9 . (4) Js 58,2 .

Js 58,2.7. act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. jèchëpâtsûn (zij verlangen) van het werkw. châphats (verlangen, begeren, behagen scheppen) . Taalgebruik in Tenach : châphats (verlangen, begeren, behagen scheppen) . Getalwaarde : chet = 8 , pe = 17 of 80 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 43 OF 178 (2 X 89) . Structuur : 8 - 8 - 9 . Tenach (1) Js 58,2 . Een vorm van châphats (verlangen, begeren, behagen scheppen) in Jesaja in 11 verzen : (1) Js 1,11 . (2) Js 13,17 . (3) Js 42,21 . (4) Js 53,10 . (5) Js 55,11 . (6) Js 56,4 . (7) Js 58,2 . (8) Js 62,4 . (9) Js 65,12 . (10) Js 66,3 . (11) Js 66,4 .

Js 58,2.8. këgôj (als een volk) < kë (als) + gôj (volk) . Taalgebruik in Tenach : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . mann. . Tenach (1) Js 58,2 .

9. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (4012) . Js (119) . Js 59 (2) : (1) Js 58,2 . (2) Js 58,11 .

10. tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in Tenach : tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in Jesaja : tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , daleth = 4 , qoph = 19 of 100 , he = 5 ; totaal : 46 (2 X 23) OF 199 . Structuur : 9 - 4 - 1 - 5 . Gr. dikaiosunè (rechtvaardigheid) . Zie : Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het N.T. : dikaios (rechtvaardig) . Lat. justitia . Fr. la justice . E. righteousness . D. Gerechtigkeit . Een vorm van dikaiosunè (rechtvaardigheid) in de LXX (351) , in het N.T. (91) . Tenach (32) . Js (10) : (1) Js 10,22 . (2) Js 45,23 . (3) Js 56,1 . (4) Js 58,2 . (5) Js 59,9 . (6) Js 59,17 . (7) Js 60,17 . (8) Js 61,10 . (9) Js 61,11 . (10) Js 62,1 .

Js 58,2.12. zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. misjëpâtî (mijn recht) OF stat. constr. mann. mv. misjëpëthe(j) van het zelfst. naamw. misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Tenach : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Jesaja : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , pe = 17 of 80 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 420 (2² X 3 X 5 X 7) . Structuur : 4 - 3 - 8 . Tenach (42) . Js (4) : (1) Js 40,27 . (2) Js 49,4 . (3) Js 50,8 . (4) Js 58,2 . ûmisjëpâtî (en mijn recht) , verbindingswoord + ... Een vorm van misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) in Jesaja in 40 (42X) verzen. Js 1-39 (21) . Js 40-55 (11) . Js 56-66 (8) : (1) Js 56,1 . (2) Js 58,2 . (3) Js 59,8 . (4) Js 59,9 . (5) Js 59,11 . (6) Js 59,14 . (7) Js 59,15 . (8) Js 61,8 .

Js 58,2.14. lo´ (niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´ (niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´ (niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 58 (4) : (1) Js 58,2 . (2) Js 58,4 . (3) Js 58,7 . (4) Js 58,11 .
- wëlo´ (en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 58 (1) Js 58,3 .

Js 58,2.17. zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. misjëpâtî (mijn recht) OF stat. constr. mann. mv. misjëpëthe(j) van het zelfst. naamw. misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Tenach : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Jesaja : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , pe = 17 of 80 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 420 (2² X 3 X 5 X 7) . Structuur : 4 - 3 - 8 . Tenach (42) . Js (4) : (1) Js 40,27 . (2) Js 49,4 . (3) Js 50,8 . (4) Js 58,2 . ûmisjëpâtî (en mijn recht) , verbindingswoord + ... Een vorm van misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) in Jesaja in 40 (42X) verzen. Js 1-39 (21) . Js 40-55 (11) . Js 56-66 (8) : (1) Js 56,1 . (2) Js 58,2 . (3) Js 59,8 . (4) Js 59,9 . (5) Js 59,11 . (6) Js 59,14 . (7) Js 59,15 . (8) Js 61,8 .

Js 58,2.19. zelfst. naamw. stat. constr. qirëbhath (nabijheid van) van qirëbhâh (nabijheid) . Tenach (1) Js 58,2 . Zie werkw. qârabh (naderen, nabij zijn) . Taalgebruik in Tenach : qârabh (naderen, nabij zijn) .

Js 58,2.20. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenach : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Tenach (635) . Pentateuch (207) . Js (14) : (1) Js 13,19 . (2) Js 35,4 . (3) Js 37,4 . (4) Js 37,17 . (5) Js 37,19 . (6) Js 41,23 . (7) Js 44,6 . (8) Js 45,5 . (9) Js 45,14 . (10) Js 45,21 . (11) Js 46,9 . (12) Js 53,4 . (13) Js 58,2 . (14) Js 64,3 .

Js 58,2.21. act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. jèchëpâtsûn (zij verlangen) van het werkw. châphats (verlangen, begeren, behagen scheppen) . Taalgebruik in Tenach : châphats (verlangen, begeren, behagen scheppen) . Getalwaarde : chet = 8 , pe = 17 of 80 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 43 OF 178 (2 X 89) . Structuur : 8 - 8 - 9 . Tenach (1) Js 58,2 . Een vorm van châphats (verlangen, begeren, behagen scheppen) in Jesaja in 11 verzen : (1) Js 1,11 . (2) Js 13,17 . (3) Js 42,21 . (4) Js 53,10 . (5) Js 55,11 . (6) Js 56,4 . (7) Js 58,2 . (8) Js 62,4 . (9) Js 65,12 . (10) Js 66,3 . (11) Js 66,4 .

Js 58,2.19. - 21. zij verlangen naar de nabijheid van God .

Js 58,3 - Js 58,3 . Het vasten dat de HEER verlangt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -- Js 58,1-12 -- Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3legontes ti oti enèsteusamen kai ouk eides etapeinôsamen tas psuchas èmôn kai ouk egnôs en gar tais èmerais tôn nèsteiôn umôn euriskete ta thelèmata umôn kai pantas tous upocheirious umôn uponussete  3 quare ieiunavimus et non aspexisti humiliavimus animam nostram et nescisti ecce in die ieiunii vestri invenitur voluntas et omnes debitores vestros repetitis     3 Zeggende: Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en Gij weet het niet? Ziet, ten dage, wanneer gijlieden vast, zo vindt gij uw lust, en gij eist gestrengelijk al uw arbeid.   [3] ‘Waarom ziet U niet dat wij vasten, merkt U niet dat wij ons vernederen?’ Op de dag dat u vast zoekt u nog uw voordeel, en beult u uw slaven af.   [3] ‘Waarom ziet u niet dat wij vasten, en merkt u niet op dat wij ons onthouden?’ Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven en jullie arbeiders afbeulen,   3 ¶ ‘Waarom hebben wij gevast en zag u het niet, kwelden wij onze lijf–en–leden en wist u het niet?’ Zie, op een dag dat ge vast weet ge nog te vinden wat u behaagt, beult ge al uw arbeiders af.   3. « Pourquoi avons-nous jeûné sans que tu le voies, nous sommes-nous mortifiés sans que tu le saches ? » C'est qu'au jour où vous jeûnez, vous traitez des affaires, et vous opprimez tous vos ouvriers. 

King James Bible . [3] Wherefore have we fasted, say they, and thou seest not? wherefore have we afflicted our soul, and thou takest no knowledge? Behold, in the day of your fast ye find pleasure, and exact all your labours.
Luther-Bibel . 3 »Warum fasten wir und du siehst es nicht an? Warum kasteien wir unseren Leib und du willst's nicht wissen?« Siehe, an dem Tag, da ihr fastet, geht ihr doch euren Geschäften nach und bedrückt alle eure Arbeiter.

Tekstuitleg van Js 58,3 . Het vers Js 58,3 telt 16 (2² X 2²) woorden en 62 (2 X 31) letters . Getalwaarde van Js 58,3 is 4157 (priemgetal) .

1. lâmmâh (waarom) . Taalgebruik in Tenach : lâmmâh (waarom) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 75 (3 X 5²) . Structuur : 3 - 4 - 5 . Gr. ti , zie voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord tis . Taalgebruik in het N.T. : voornaamwoord tis . Lat. quare . Fr. pourquoi . D. warum . E. wherefore . Tenach (140) . Pentateuch (33) . Js (4) : (1) Js 1,11 . (2) Js 40,27 . (3) Js 55,2 . (4) Js 58,3 . (5) Js 63,17 .
- lat. quare (ablutief qua re : om welke zaak, waarom) . Bijbel (219) . Js (6) : (1) Js 3,15 . (2) Js 40,27 . (3) Js 55,2 . (4) Js 58,3 . (5) Js 63,2 . (6) Js 63,17 .

2. act. qal perf. 1ste pers. mv. tsamënû (wij vasten) van het werkw. tsûm (vasten) . Taalgebruik in Tenach : tsûm (vasten) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 37 OF 136 (2³ X 17) . Tenach (1) Js 58,3 . Een vorm van tsûm (vasten) in Jesaja (2) : (1) Js 58,3 . (2) Js 58,4 .

3. lo´ (niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´ (niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´ (niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 58 (4) : (1) Js 58,2 . (2) Js 58,4 . (3) Js 58,7 . (4) Js 58,11 .
- wëlo´ (en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 58 (1) Js 58,3 .

7. lo´ (niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´ (niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´ (niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 58 (4) : (1) Js 58,2 . (2) Js 58,4 . (3) Js 58,7 . (4) Js 58,11 .
- wëlo´ (en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 58 (1) Js 58,3 .

9. hen (zie) . Taalgebruik in Tenach : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde hen : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . OF getalwaarde hinneh : 24 (2³ X 3) of 60 (2² X 3 X 5) . Structuur : 5 - 5 - 5 . hinneh is een spiegelwoord . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . Lat. ecce . E. behold. D. Siehe . Fr. voici < vois ici . idou (zie) in de LXX (1145) , in het N.T. (200) . Tenach (106) . Pentateuch (27) . Grote Prof. (27) . 12 kleine Prof. (1) . Js (25) : (1) Js 23,13 . (2) Js 32,1 . (3) Js 33,7 . (4) Js 40,15 . (5) Js 41,11 . (6) Js 41,24 . (7) Js 41,29 . (8) Js 42,1 . (9) Js 44,11 . (10) Js 49,16 . (11) Js 49,21 . (12) Js 50,1 . (13) Js 50,2 . (14) Js 50,9 . (15) Js 50,11 . (16) Js 54,15 . (17) Js 54,16 . (18) Js 55,4 . (19) Js 55,5 . (20) Js 56,3 . (21) Js 58,3 . (22) Js 58,4 . (23) Js 59,1 . (24) Js 64,4 . (25) Js 64,8 .

11. zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mv. tsomëkhèm (jouw vasten) . zelfst. naamw. tsôm (vasten) . Zie werkw. tsûm (vasten) . Taalgebruik in Tenach : tsûm (vasten) . Tenach (1) Js 58,3 .

Js 58,4 - Js 58,4 . Het vasten dat de HEER verlangt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -- Js 58,1-12 -- Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4ei eis kriseis kai machas nèsteuete kai tuptete pugmais tapeinon ina ti moi nèsteuete ôs sèmeron akousthènai en kraugè tèn fônèn umôn  4 ecce ad lites et contentiones ieiunatis et percutitis pugno impie nolite ieiunare sicut usque ad hanc diem ut audiatur in excelso clamor vester     4 Ziet, tot twist en gekijf vast gijlieden, en om goddelooslijk met de vuist te slaan; vast niet gelijk heden, om uw stem te doen horen in de hoogte.  [4] U kijft en krakeelt als u vast en slaat er boosaardig met uw vuisten op los. Zie, bij een vasten als dit dringt uw stem niet in den hoge door.   [4] omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën en vol vuur met elkaar op de vuist gaan. Als je op die manier vast, wordt je stem niet gehoord in de hemel.   4 Zie, om te twisten en te kiften vast ge en om met boosaardige vuist te slaan,– ge hoeft niet te vasten zoals heden om in den hoge uw stem te doen horen!  4. C'est que vous jeûnez pour vous livrer aux querelles et aux disputes, pour frapper du poing méchamment. Vous ne jeûnerez pas comme aujourd'hui, si vous voulez faire entendre votre voix là-haut!  

King James Bible . [4] Behold, ye fast for strife and debate, and to smite with the fist of wickedness: ye shall not fast as ye do this day, to make your voice to be heard on high.
Luther-Bibel . 4 Siehe, wenn ihr fastet, hadert und zankt ihr und schlagt mit gottloser Faust drein. Ihr sollt nicht so fasten, wie ihr jetzt tut, wenn eure Stimme in der Höhe gehört werden soll.

Tekstuitleg van Js 58,4 .

Js 58,4.1. hen (zie) . Taalgebruik in Tenach : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde hen : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . OF getalwaarde hinneh : 24 (2³ X 3) of 60 (2² X 3 X 5) . Structuur : 5 - 5 - 5 . hinneh is een spiegelwoord . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . Lat. ecce . E. behold. D. Siehe . Fr. voici < vois ici . idou (zie) in de LXX (1145) , in het N.T. (200) . Tenach (106) . Pentateuch (27) . Grote Prof. (27) . 12 kleine Prof. (1) . Js (25) : (1) Js 23,13 . (2) Js 32,1 . (3) Js 33,7 . (4) Js 40,15 . (5) Js 41,11 . (6) Js 41,24 . (7) Js 41,29 . (8) Js 42,1 . (9) Js 44,11 . (10) Js 49,16 . (11) Js 49,21 . (12) Js 50,1 . (13) Js 50,2 . (14) Js 50,9 . (15) Js 50,11 . (16) Js 54,15 . (17) Js 54,16 . (18) Js 55,4 . (19) Js 55,5 . (20) Js 56,3 . (21) Js 58,3 . (22) Js 58,4 . (23) Js 59,1 . (24) Js 64,4 . (25) Js 64,8 .

Js 58,4.3. wëmatstsâh (en strijd) < wë + matstsâh (ongezuurd brood, twist, strijd) . Taalgebruik in Tenach : matstsâh (ongezuurd brood, twist, strijd) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 135 (3³ X 5) . Structuur : 4 - 9 - 5 . Tenach (1) Js 58,4 .

Js 58,4.4. act. qal imperf. 2de pers. mann. mv. thâtsûmû (jullie vasten) van het werkw. tsûm (vasten) . Taalgebruik in Tenach : tsûm (vasten) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 37 OF 136 (2³ X 17) . Tenach (1) Js 58,4 .

Js 58,4.8. lo´ (niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´ (niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´ (niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 58 (4) : (1) Js 58,2 . (2) Js 58,4 . (3) Js 58,7 . (4) Js 58,11 .
- wëlo´ (en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 58 (1) Js 58,3 .

Js 58,4.9. act. qal imperf. 2de pers. mann. mv. thâtsûmû (jullie vasten) van het werkw. tsûm (vasten) . Taalgebruik in Tenach : tsûm (vasten) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 37 OF 136 (2³ X 17) . Tenach (1) Js 58,4 .

Js 58,5 - Js 58,5 . Het vasten dat de HEER verlangt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -- Js 58,1-12 -- Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5ou tautèn tèn nèsteian exelexamèn kai èmeran tapeinoun anthrôpon tèn psuchèn autou oud' an kampsès ôs krikon ton trachèlon sou kai sakkon kai spodon upostrôsè oud' outôs kalesete nèsteian dektèn 5 numquid tale est ieiunium quod elegi per diem adfligere hominem animam suam numquid contorquere quasi circulum caput suum et saccum et cinerem sternere numquid istud vocabis ieiunium et diem acceptabilem Domino     5 Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreide? Zoudt gij dat een vasten heten, en een dag den HEERE aangenaam?  [5] Is dat soms het vasten dat Ik verkies, is dat een dag waarop de mens zich vernedert? Zijn hoofd als een riet laten hangen en op de grond liggen in zak en as: noemt u dat soms vasten, en een dag die de heer behaagt?   [5] Zou dat het vasten zijn dat ik verkies? Is dat een dag van onthouding: dat iemand het hoofd buigt als een riet en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof? Noemen jullie dat soms vasten, is dat een dag die de HEER behaagt?   5 Moet dit het vasten zijn dat ik verkies, een dag dat Adam lijf–en–leden kwelt,– zijn hoofd laat hangen als een bieze, zak en as zich tot bed kiest?– wil je dáárvoor een vasten uitroepen, een dag die de ENE welgevallig is?   5. Est-ce là le jeûne qui me plaît, le jour où l'homme se mortifie ? Courber la tête comme un jonc, se faire une couche de sac et de cendre, est-ce là ce que tu appelles un jeûne, un jour agréable à Yahvé ? 

King James Bible . [5] Is it such a fast that I have chosen? a day for a man to afflict his soul? is it to bow down his head as a bulrush, and to spread sackcloth and ashes under him? wilt thou call this a fast, and an acceptable day to the LORD?
Luther-Bibel . 5 Soll das ein Fasten sein, an dem ich Gefallen habe, ein Tag, an dem man sich kasteit, wenn ein Mensch seinen Kopf hängen lässt wie Schilf und in Sack und Asche sich bettet? Wollt ihr das ein Fasten nennen und einen Tag, an dem der HERR Wohlgefallen hat?

Tekstuitleg van Js 58,5 . Het vers Js 58,5 telt 20 (2² X 5) woorden en 79 letters . De getalwaarde van Js 58,5 is 4465 (5 X 19 X 47) .

Js 58,5.1. vrag. voornaamw. hä + voorzetsel van vergelijking kë + aanwijz. voornaamw. zèh (deze) häkâzèh (als deze ?) . Tenach (1) Js 58,5 . Deze vraag leidt het eerste deelvers van Js 58,5 in . Het eerste en laatste versdeel omsluiten het vers . Js 58,5a : Is vasten als dit (häkâzèh) die ik verkies ? Js 58,5b : Noem jij dit (hälâzèh) vasten en een welgevallige dag voor JHWH ? Op deze vragen wordt een negatief antwoord verwacht . In Js 58,6a wordt de vraag van Js 58,5a opnieuw gesteld , met een ander vragend voornaamwoord nl. hälô´ en hierop wordt een positief antwoord verwacht .

2. act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jihëjèh (hij is) van het werkw. hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenach : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het N.T. (2450) . Tenach (399) . Pentateuch (194) . Js (28) . Js 1-39 (21) . Js 40-55 (2) . Js 56-66 (5) : (1) Js 58,5 . (2) Js 60,19 . (3) Js 60,20 . (4) Js 60,22 . (5) Js 65,20 .

3. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. tsôm (hij vast) en zelfst. naamw. nom. mann. enk. tsôm (vasten) . Taalgebruik in Tenach : tsôm (vasten) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 37 OF 136 (2³ X 17) . . Tenach (13) : (1) 2 S 12,16 . (2) 1 K 21,9 . (3) 1 K 21,12 . (4) Js 58,5 . (5) Js 58,6 . (6) Jr 36,6 . (7) Jr 36,9 . (8) Jl 1,14 . (9) Jl 2,15 . (10) Jon 3,5 . (11) Zach 8,19 . (12) Ezr 8,21 . (13) 2 Kr 20,3 .

Js 58,5.15. hälâzèh < vrag. voornaamw. hä + acc. lë + aanwijz. voornaamw. zèh (deze) . Tenach (1) : Js 58,5 . Deze vraag leidt het laatste deelvers van Js 58,5 in . Het eerste en laatste versdeel omsluiten het vers . Js 58,5a : Is vasten als dit (häkâzèh) die ik verkies ? Js 58,5b : Noem jij dit (hälâzèh) vasten en een welgevallige dag voor JHWH ? Op deze vragen wordt een negatief antwoord verwacht . In Js 58,6a wordt de vraag van Js 58,5a opnieuw gesteld , met een ander vragend voornaamwoord nl. hälô´ en hierop wordt een positief antwoord verwacht .

16. act. qal imperf. 2de pers. mann. enk. thiqërâ´ (jij roept) van het werkw. qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenach : qârâ´ (roepen, heten) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . Gr. kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het N.T. : kaleô (roepen) . Taalgebruik in de Septuaginta : kaleô (roepen) . E. to call . Lat. vocare (vox = stem) . Fr. appeler (Lat. appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Ned. roepen . D. rufen . Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in de LXX (512) , in het N.T. (148) . Tenach (12) : (1) Gn 17,5 . (2) Dt 31,11 . (3) Js 55,5 . (4) Js 58,5 . (5) Js 58,9 . (6) Spr 1,21 . (7) Spr 2,3 . (8) Spr 7,4 . (9) Spr 6,1 . (10) Spr 9,3 . (11) Job 14,15 . (12) Kl 2,22 .

Js 58,6 - Js 58,6 . Het vasten dat de HEER verlangt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -- Js 58,1-12 -- Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6ouchi toiautèn nèsteian egô exelexamèn legei kurios alla lue panta sundesmon adikias dialue straggalias biaiôn sunallagmatôn apostelle tethrausmenous en afesei kai pasan suggrafèn adikon diaspa  6 nonne hoc est magis ieiunium quod elegi dissolve conligationes impietatis solve fasciculos deprimentes dimitte eos qui confracti sunt liberos et omne onus disrumpe     6 Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt?   [6] Is dít niet het vasten zoals Ik het verkies: boosaardige boeien losmaken, de banden van het juk* losmaken, de onderdrukten hun vrijheid hergeven, en alle jukken doorbreken?   [6] Is dit niet het vasten dat ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken?   6 Is niet dit het vasten dat ik verkies: de boeien der boosheid openen, laten openspringen de banden van het juk,– gebrokenen als vrije mensen heenzenden en dat ge elk juk van hen losscheurt?   6. N'est-ce pas plutôt ceci, le jeûne que je préfère : défaire les chaînes injustes, délier les liens du joug; renvoyer libres les opprimés, et briser tous les jougs ?  

King James Bible . [6] Is not this the fast that I have chosen? to loose the bands of wickedness, to undo the heavy burdens, and to let the oppressed go free, and that ye break every yoke?
Luther-Bibel . 6 Das aber ist ein Fasten, an dem ich Gefallen habe: Lass los, die du mit Unrecht gebunden hast, lass ledig, auf die du das Joch gelegt hast! Gib frei, die du bedrückst, reiß jedes Joch weg!

Tekstuitleg van Js 58,6 . Het vers Js 58,6 telt 16 (2² X 2²) woorden en 66 (2 X 3 X 11) letters . De getalwaarde van Js 58,6 is 5545 (5 X 1109) .

Js 58,6.3. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. צוֹם = tsôm (hij vast) en zelfst. naamw. nom. mann. enk. צוֹם = tsôm (vasten) . Taalgebruik in Tenach : tsôm (vasten) . Getalswaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 37 OF 136 (2³ X 17) . Structuur : 9 - 6 - 4 . Tenakh (16) .
- Grieks : νηστευω = nèsteuô (vasten) . Taalgebruik in het NT : nèsteuô (vasten) . Taalgebruik in de LXX : nèsteuô (vasten) . Taalgebruik in Mc : nèsteuô (vasten) . Een vorm van νηστευω = nèsteuô (vasten) in de LXX (28) , in het NT (20) .
- Lat. jejunare / jejunium . Fr. jeûner / jeûne . E. to fast / fasting . D. Fasten .
- Een vorm van nèsteia (vasten) in de LXX (30) , in het NT (5) . Tenach (13) : (1) 2 S 12,16 . (2) 1 K 21,9 . (3) 1 K 21,12 . (4) Js 58,5 . (5) Js 58,6 . (6) Jr 36,6 . (7) Jr 36,9 . (8) Jl 1,14 . (9) Jl 2,15 . (10) Jon 3,5 . (11) Zach 8,19 . (12) Ezr 8,21 . (13) 2 Kr 20,3 .
Een vorm van het werkw. en het zelfst. naamw. tsôm (vasten) in Js (4) : (1) Js 58,3 . (2) Js 58,4 . (3) Js 58,5 . (4) Js 58,6 .
- acc. vr. enk. nèsteian (15) : (1) 2 S 12,16 . (2) 1 K 21,9 . (3) 1 K 21,12 . (4) Js 1,13 . (5) Js 58,5 . (6) Js 58,6 . (7) Jr 36,9 . (8) Jl 1,14 . (9) Jl 2,15 . (10) Jon 3,5 . (11) Zach 7,5 . (12) Da 2,18 . (13) Ezr 8,21 . (14) 2 Kr 20,3 . (15) Hnd 27,9 .
- nom. + acc. onz. enk. jejunium (16) : (1) Nu 30,14 . (2) 1 K 21,9 . (3) 1 K 21,12 . (4) Js 58,5 . (5) Js 58,6 . (6) Jr 36,9 . (7) Jl 1,14 . (8) Jl 2,15 . (9) Jon 3,5 . (10) Zach 7,5 . (11) Zach 8,19 . (12) Est 4,3 . (13) Ezr 8,21 . (14) 2 Kr 20,3 . (15) Mt 17,21 . (16) Hnd 27,9 .

Js 58,6.5. pâthach (openen) . Taalgebruik in Tenach : pâthach (openen) . Getalwaarde : 17 of 80 , thaw = 22 of 400 , chet = 8 ; totaal : 47 OF 488 (8 X 61) . Structuur : 8 - 4 - 8 . Gr. anoigô (openen) . Taalgebruik in de LXX : anoigô (openen) . Taalgebruik in het N.T. : anoigô (openen) . Lat. aperire . Fr. ouvrir . D. öffnen . E. to open . Een vorm van anoigô (openen) komt in de LXX (182) , in het N.T. (78) voor . p-th-ch . Tenach (133) . Pentateuch (58) . Js (4) . (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. pâthach (hij opende) : (1) Js 14,17 . (2) Js 50,5 . (2) act. qal part. mann. enk. potheach (openende) : Js 22,22 . (3) actief piël inf. stat. constr. paththeach (te openen) : Js 58,6 .


Js 58,7 - Js 58,7 . Het vasten dat de HEER verlangt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -- Js 58,1-12 -- Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7diathrupte peinônti ton arton sou kai ptôchous astegous eisage eis ton oikon sou ean idès gumnon peribale kai apo tôn oikeiôn tou spermatos sou ouch uperopsè  7 frange esurienti panem tuum et egenos vagosque induc in domum tuam cum videris nudum operi eum et carnem tuam ne despexeris     7 Is het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt?   [7] Is vasten niet dit: uw brood delen met wie honger heeft; arme zwervers opnemen in uw huis; een naakte kleden die u ziet en u niet onttrekken aan de zorg voor uw broeder?   [7] Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?   7 Is het niet: je brood breken voor de hongerlijder en dat je gebogenen, zwervers, laat komen in je huis?– wanneer je een naakte ziet dat je hem overdekt, voor je vlees–en–bloed je niet verbergt?   7. N'est-ce pas partager ton pain avec l'affamé, héberger chez toi les pauvres sans abri, si tu vois un homme nu, le vêtir, ne pas te dérober devant celui qui est ta propre chair ? 

King James Bible . [7] Is it not to deal thy bread to the hungry, and that thou bring the poor that are cast out to thy house? when thou seest the naked, that thou cover him; and that thou hide not thyself from thine own flesh?
Luther-Bibel . 7 Brich dem Hungrigen dein Brot, und die im Elend ohne Obdach sind, führe ins Haus! Wenn du einen nackt siehst, so kleide ihn, und entzieh dich nicht deinem Fleisch und Blut!

Tekstuitleg van Js 58,7 .

9. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 58 (2) : (1) Js 58,7 . (2) Js 58,14 .

14. lo´ (niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´ (niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´ (niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 58 (4) : (1) Js 58,2 . (2) Js 58,4 . (3) Js 58,7 . (4) Js 58,11 .
- wëlo´ (en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 58 (1) Js 58,3 .

Js 58,8 - Js 58,8 . Het vasten dat de HEER verlangt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -- Js 58,1-12 -- Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8tote ragèsetai proimon to fôs sou kai ta iamata sou tachu anatelei kai proporeusetai emprosthen sou è dikaiosunè sou kai è doxa tou theou peristelei se  8 tunc erumpet quasi mane lumen tuum et sanitas tua citius orietur et anteibit faciem tuam iustitia tua et gloria Domini colliget te     8 Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen.   [8] Dan breekt uw licht als de dageraad door en groeien uw wonden spoedig dicht; dan gaat uw gerechtigheid voor u uit, en sluit de heerlijkheid van de heer uw stoet.   [8] Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult voorspoedig herstellen. Je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de HEER vormt je achterhoede.   8 ¶ Dán zal je licht als de dageraad doorbreken, een nieuwe huid met haast op je wond ontkiemen; je rechtvaardiging zal voor je aanschijn uit gaan, de glorie van de ENE zal zich bij je aansluiten.  8. Alors ta lumière éclatera comme l'aurore, ta blessure se guérira rapidement, ta justice marchera devant toi et la gloire de Yahvé te suivra.  

King James Bible . [8] Then shall thy light break forth as the morning, and thine health shall spring forth speedily: and thy righteousness shall go before thee; the glory of the LORD shall be thy rereward.
Luther-Bibel . 8 Dann wird dein Licht hervorbrechen wie die Morgenröte, und deine Heilung wird schnell voranschreiten, und deine Gerechtigkeit wird vor dir hergehen, und die Herrlichkeit des HERRN wird deinen Zug beschließen.

Tekstuitleg van Js 58,8 . Het vers Js 58,8 telt 13 woorden en 54 (2 X 3³) letters . De getalwaarde van Js 58,8 is 3074 (2 X 29 X 53) .

1. ´âz (dan) . Taalgebruik in Tenach : ´âz (dan) . Getalwaarde : aleph = 1 , zajin = 7 ; totaal : 8 . Structuur : 1 - 7 . Tenach (113) . Pentateuch (14) . Js (8) : (1) Js 33,23 . (2) Js 35,5 . (3) Js 35,6 . (4) Js 41,1 . (5) Js 58,8 . (6) Js 58,9 . (7) Js 58,14 . (8) Js 60,5 . Gr. tote (dan) . (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in de LXX : tote (dan) . Taalgebruik in het N.T. : tote (dan) . Lat. tunc . Fr. alors . E. then . D. dann .
Het is wellicht een toevalligheid , maar ´âz (dan) met getalwaarde 8 staat aan het begin van het 8ste vers van het 58ste hoofdstuk .
- tote (dan) in de LXX (293) , in het N.T. (159) . Js (15) : (1) Js 8,16 . (2) Js 20,2 . (3) Js 28,25 . (4) Js 30,15 . (5) Js 30,23 . (6) Js 35,5 . (7) Js 35,6 . (8) Js 41,1 . (9) Js 44,8 . (10) Js 45,21 . (11) Js 58,8 . (12) Js 58,9 . (13) Js 58,10 . (14) Js 60,5 . (15) Js 65,25 .
- tunc (dan) . Bijbel (368) . NT (154) . Js (16) : (1) Js 16,13 . (2) Js 33,23 . (3) Js 35,5 . (4) Js 35,6 . (5) Js 41,1 . (6) Js 41,7 . (7) Js 44,8 . (8) Js 45,21 . (9) Js 48,3 . (10) Js 48,5 . (11) Js 48,7 . (12) Js 48,8 . (13) Js 58,8 . (14) Js 58,9 . (15) Js 58,14 . (16) Js 60,5 .

4. ´ôr (licht) . Taalgebruik in Tenach : ´ôr (licht) . Taalgebruik in Jesaja : ´ôr (licht) . Getalwaarde : aleph = 1 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 207 (3³ X 23 ; 23 = aleph (1) + taw (22) . Structuur : 1 - 6 - 2 . Gr. fôs (licht) . Taalgebruik in de LXX : fôs (licht) . Taalgebruik in het N.T. : fôs (licht) . Tenach (55) . Pentateuch (3) . Een vorm van fôs (licht) in de bijbel (209) , het O.T. (146) , het N.T. (63) . Lat. lux / lumen . Fr. lumière . E. light . D. Licht . Js (8) : (1) Js 9,1 . (2) Js 10,17 . (3) Js 18,4 . (4) Js 30,26 . (5) Js 31,9 . (6) Js 44,16 . (7) Js 45,7 . (8) Js 47,14 .
- ´ôr-kh = ´ôrèkhâ OF ´ôrëkhâ OF ´ôrekh OF (1) Js 58,8 : ´ôrèkhâ (je licht) . (2) Js 58,10 : ´ôrèkhâ (je licht) . (3) Js 60,1 : ´ôrekh (je licht) . (´ôrî = verlicht , is een werkwoordvorm) . (4) Ps 43,3 : ´ôrëkhâ (je licht) . lë´ôrekh (naar je licht) . Tenach (1) : Js 60,3 .
- bë´ôr (in licht) OF bë´ûr (in Ur) . Tenach (11) . Js (2) : (1) Js 2,5 . (2) Js 50,11 .
- kë´ôr (als een licht) . Tenach (4) : (1) Js 30,26 . (2) Hab 3,4 . (3) Ps 37,6 . (4) Spr 4,18 .
- lë´ôr / lâ´ôr (tot licht / tot het licht) . Tenach (19) . Js (8) : (1) Js 5,20 . (2) Js 42,6 . (3) Js 42,16 . (4) Js 49,6 . (5) Js 51,4 . (6) Js 59,9 . (7) Js 60,19 . (8) Js 60,20 . lë´ôrekh (naar je licht) < prefix voorzetsel lë + zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. vr. enk. . Tenach (1) : Js 60,3 .
- wë´ôr (en licht) . Tenach (10) . Js (3) : (1) Js 5,20 . (2) Js 5,30 . (3) Js 30,26 .
- Nog in Js 13,10 (´ôrâm = hun licht) en (´ôrô = zijn licht) . .
Volgens Gn 1,3 werd het licht op de eerste dag geschapen . ´ôr (licht) begint met de letter aleph (1) .
Volgens Gn 1,4 maakte God een scheiding tussen het licht en de duisternis . Licht en duisternis vormen een dualiteit , elkaars tegenpool .
- chosjèkh (duisternis) . Taalgebruik in Tenach : chosjèkh (duisternis) . Getalwaarde : chet = 8 , sjin = 21 of 300 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 40 (2³ X 5) OF 328 (2³ X 41) . Structuur : 8 - 3 - 2 . Tenach (57) . Gr. skotos (duisternis) . Taalgebruik in het N.T. : skotos (duisternis) . Taalgebruik in de Septuaginta : skotos (duisternis) . Een vorm van skotos (duisternis) in de Septuaginta (120) , in het N.T. (30) . Lat. tenebrae . Fr. ténèbres . E. darkness . D. Finsternis . Een vorm van chosjèkh (duisternis) in Js (13) : (1) Js 5,20 . (2) Js 5,30 . (3) Js 9,1 . (4) Js 29,18 . (5) Js 42,7 . (6) Js 45,3 . (7) Js 45,7 . (8) Js 45,19 . (9) Js 47,5 . (10) Js 49,9 . (11) Js 58,10 . (12) Js 59,9 . (13) Js 60,2 . Na 7 dagen begint de 8ste dag (chet van chosjèkh = 8) of de 1ste dag van de scheppingsweek . Zoals elke dag begint de dag na de sabbat met het invallen van de duisternis .
- râ´û ´ôr (zij zullen licht zien) . Merkwaardig is dat de twee woorden dezelfde drie medeklinkers hebben . Tenach (3) : (1) Job 3,16 . (2) Job 37,21 . (3) Js 9,1 . Een vorm van a-w-r (´ôr als zelfst. naamw. of als werkw.) in Js 60 : (1) Js 60,1 (2X) . (1) : Js 60,3 . (7) Js 60,19 (3X) . (8) Js 60,20 .

7. act. qal imperf. 3de pers. vr. enk. (zij groeit) van het werkw. tsâmach (ontspruiten, groeien) . Taalgebruik in Tenach : tsâmach (ontspruiten, groeien) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , mem = 13 of 40 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 11) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 9 - 4 - 8 .

8. - khabhôd (heerlijkheid) . Taalgebruik in Tenach : kabhôd (heerlijkheid) . Taalgebruik in Jesaja : kabhôd (heerlijkheid) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , beth = 2 , waw = 6 , daleth = 4 . Totaal : 11 + 2 + 6 + 4 of 20 + 2 + 6 + 4 = 23 of 32 . khabhod = 17. In het Hebreeuws betekent het zwaarte (b.v. van zijn mantel) . In het Grieks getransponeerd naar iets lichts , heerlijks : doxa . Lat. gloria . Fr. gloire . E. glory . Ned. heerlijkheid . D. Herrlichkeit . In veertien verzen in Js : (1) Js 4,5 . (2) Js 11,10 . (3) Js 16,14 . (4) Js 17,4 . (5) Js 21,16 . (6) Js 22,23 . (7) Js 22,24 . (8) Js 24,23 . (9) Js 35,2 . (10) Js 40,5 . (11) Js 42,12 . (12) Js 58,8 . (13) Js 60,13 . (14) Js 66,12 .
- ûkhëbhôd (en de heerlijkheid) . Verbindingswoord waw en het zelfstandig naamwoord khabhôd (heerlijkheid) .
- khebhôdô (zijn heerlijkheid)  . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , beth = 2 , waw = 6 , daleth = 4 , waw = 6 . Totaal : 11 + 2 + 6 + 4 + 6 = 29 of 38 . In vier verzen in Js : (1) Js 3,8 . (2) Js 6,3 . (3) Js 8,7 . (4) Js 59,19 .
- ûkhëbhôd (en de heerlijkheid) . In zesentwintig verzen in de bijbel . In zeven verzen in combinatie met JHWH . In twee verzen in Js : (1) Js 40,5 . (2) Js 58,8 .
- ûkhëbhôdô (en zijn heerlijkheid) . In twee verzen in de bijbel : (1) Js 5,13 . (2) Js 60,2 .

8. - 9. ûkhëbhôd JHWH (en de heerlijkheid van JHWH) . In zeven verzen in de bijbel : (1) Ex 40,34 (mâle´ ´èth hammisjëkân = vervulde de tabernakel) . (2) Ex 40,35 (mâle´ ´èth hammisjëkân = vervulde de tabernakel) . (3) Nu 14,10 . (4) 2 Kr 7,1 (mâle´ ´èth habbâjit = vervulde het huis) . (5) 2 Kr 7,3 . (6) Js 60,1 . (7) Ez 43,4 .
- këbhôd JHWH (heerlijkheid van JHWH) . Tenach (16) . In vier verzen in Exodus : (1) Ex 16,7 . (2) Ex 16,10 . (3) Ex 24,16 . (4) Ex 24,17 . Verder : (5) Lv 9,6 . (6) Nu 17,7 . In één vers in de Psalmen . (7) Ps 138,5 . In twee verzen in Js : (1) Js 40,5 . (2) Js 58,8 . In zes verzen in Ez : (1) Ez 1,28 . (2) Ez 3,12 . (3) Ez 3,23 . (4) Ez 10,4 (tweemaal) . (5) Ez 10,18 . (6) Ez 11,23 . Tenslotte : Hab 2,14 .

Js 58,9 - Js 58,9 . Het vasten dat de HEER verlangt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -- Js 58,1-12 -- Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9tote boèsè kai o theos eisakousetai sou eti lalountos sou erei idou pareimi ean afelès apo sou sundesmon kai cheirotonian kai rèma goggusmou  9 tunc invocabis et Dominus exaudiet clamabis et dicet ecce adsum si abstuleris de medio tui catenam et desieris digitum extendere et loqui quod non prodest     9 Dan zult gij roepen, en de HEERE zal antwoorden; gij zult schreeuwen, en Hij zal zeggen: Ziet, hier ben Ik. Zo gij uit het midden van u wegdoet het juk, het uitsteken des vingers, en het spreken der ongerechtigheid;   [9] Als u dan roept, geeft de heer u antwoord, en smeekt u om hulp, dan zal Hij zeggen: ‘Hier ben ik!’ Als u het juk uit uw midden verwijdert, geen vinger bedreigend meer uitsteekt en geen valse aanklachten indient;   [9] Dan geeft de HEER antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ‘Hier ben ik.’ Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij,   9 Dán roep je en geeft de ENE antwoord, huil je om hulp en zegt hij: hier ben ik!– als je maar uit je midden wegdoet het juk, de uitgestoken wijsvinger en het spreken van kwaad,   9. Alors tu crieras et Yahvé répondra, tu appelleras, il dira : Me voici! Si tu bannis de chez toi le joug, le geste menaçant et les paroles méchantes,  

King James Bible . [9] Then shalt thou call, and the LORD shall answer; thou shalt cry, and he shall say, Here I am. If thou take away from the midst of thee the yoke, the putting forth of the finger, and speaking vanity;
Luther-Bibel . 9 Dann wirst du rufen und der HERR wird dir antworten. Wenn du schreist, wird er sagen: Siehe, hier bin ich. Wenn du in deiner Mitte niemand unterjochst und nicht mit Fingern zeigst und nicht übel redest,

Tekstuitleg van Js 58,9 . Het vers Js 58,9 telt 15 (3 X 5) woorden en 57 letters . De getalwaarde van Js 58,9 is 4051 (priemgetal) .

1. ´âz (dan) . Taalgebruik in Tenach : ´âz (dan) . Getalwaarde : aleph = 1 , zajin = 7 ; totaal : 8 . Structuur : 1 - 7 . Tenach (113) . Pentateuch (14) . Js (8) : (1) Js 33,23 . (2) Js 35,5 . (3) Js 35,6 . (4) Js 41,1 . (5) Js 58,8 . (6) Js 58,9 . (7) Js 58,14 . (8) Js 60,5 . Gr. tote (dan) . (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in de LXX : tote (dan) . Taalgebruik in het N.T. : tote (dan) . Lat. tunc . Fr. alors . E. then . D. dann .
- tote (dan) in de LXX (293) , in het N.T. (159) . Js (15) : (1) Js 8,16 . (2) Js 20,2 . (3) Js 28,25 . (4) Js 30,15 . (5) Js 30,23 . (6) Js 35,5 . (7) Js 35,6 . (8) Js 41,1 . (9) Js 44,8 . (10) Js 45,21 . (11) Js 58,8 . (12) Js 58,9 . (13) Js 58,10 . (14) Js 60,5 . (15) Js 65,25 .
Het is wellicht een toevalligheid , maar ´âz (dan) met getalwaarde 8 staat aan het begin van het 8ste vers van het 58ste hoofdstuk .
- tunc (dan) . Bijbel (368) . NT (154) . Js (16) : (1) Js 16,13 . (2) Js 33,23 . (3) Js 35,5 . (4) Js 35,6 . (5) Js 41,1 . (6) Js 41,7 . (7) Js 44,8 . (8) Js 45,21 . (9) Js 48,3 . (10) Js 48,5 . (11) Js 48,7 . (12) Js 48,8 . (13) Js 58,8 . (14) Js 58,9 . (15) Js 58,14 . (16) Js 60,5 .

2. act. qal imperf. 2de pers. mann. enk. thiqërâ´ (jij roept) van het werkw. qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenach : qârâ´ (roepen, heten) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . Gr. kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het N.T. : kaleô (roepen) . Taalgebruik in de Septuaginta : kaleô (roepen) . E. to call . Lat. vocare (vox = stem) . Fr. appeler (Lat. appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Ned. roepen . D. rufen . Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in de LXX (512) , in het N.T. (148) . Tenach (12) : (1) Gn 17,5 . (2) Dt 31,11 . (3) Js 55,5 . (4) Js 58,5 . (5) Js 58,9 . (6) Spr 1,21 . (7) Spr 2,3 . (8) Spr 7,4 . (9) Spr 6,1 . (10) Spr 9,3 . (11) Job 14,15 . (12) Kl 2,22 .

3. wëJHWH (en JHWH) < wë + JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (99) . Pentateuch (22) . Js (5) : (1) Js 3,17 . (2) Js 31,3 . (3) Js 53,6 . (4) Js 53,10 . (5) Js 58,9 .

8. ´im (indien, ofschoon) . Taalgebruik in Tenach : ´im (indien, ofschoon) en ´em (moeder) . Taalgebruik in Tenach : ´em (moeder) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 41 . Tenach (760) . Pentateuch (172) . Js (34) . Js 1-39 (21) . Js 40-55 (5) . Js 56-66 (8) : (1) Js 58,9 . (2) Js 58,13 . (3) Js 59,2 . (4) Js 62,8 . (5) Js 65,6 . (6) Js 65,18 . (7) Js 66,8 . (8) Js 66,9 .

9. act. hifil imperf. 2de pers. mann. enk. thâsîr (jij doet weg) van het werkw. swr (wijken, afwijken, afvallen, zich ver houden van) . Taalgebruik in Tenach : swr (wijken, afwijken, afvallen, zich ver houden van) . Getalwaarde : samech = 15 of 60 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 41 OF 266 . Structuur : 6 - 6 - 2 . Een vorm van swr (wijken, afwijken, afvallen, zich ver houden van) in Js (22) . Tenach (2) : (1) Js 59,9 . (2) Jr 4,1 .

Js 58,10 - Js 58,10 . Het vasten dat de HEER verlangt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -- Js 58,1-12 -- Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai dôs peinônti ton arton ek psuchès sou kai psuchèn tetapeinômenèn emplèsès tote anatelei en tô skotei to fôs sou kai to skotos sou ôs mesèmbria  10 cum effuderis esurienti animam tuam et animam adflictam repleveris orietur in tenebris lux tua et tenebrae tuae erunt sicut meridies     10 En zo gij uw ziel opent voor den hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag.   [10] de hongerige aanbiedt wat u voor uzelf verlangt en de onderdrukte met voedsel verzadigt, dan zal uw licht* in de duisternis opgaan, uw nacht als de heldere middag zijn.   [10] wanneer je de hongerige schenkt wat je zelf nodig hebt en de verdrukte gul onthaalt, dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur.   10 je zielsverlangen aanreikt aan de hongerige en de neergebogen ziel verzadigt; dagen zal in het duister je licht, je donker zal zijn als de middagzon.   10. si tu te prives pour l'affamé et si tu rassasies l'opprimé, ta lumière se lèvera dans les ténèbres, et l'obscurité sera pour toi comme le milieu du jour.

King James Bible . [10] And if thou draw out thy soul to the hungry, and satisfy the afflicted soul; then shall thy light rise in obscurity, and thy darkness be as the noonday:
Luther-Bibel . 10 sondern den Hungrigen dein Herz finden lässt und den Elenden sättigst, dann wird dein Licht in der Finsternis aufgehen, und dein Dunkel wird sein wie der Mittag.

Tekstuitleg van Js 58,10 .

7. ´âz (dan) . Taalgebruik in Tenach : ´âz (dan) . Getalwaarde : aleph = 1 , zajin = 7 ; totaal : 8 . Structuur : 1 - 7 . Tenach (113) . Pentateuch (14) . Js (8) : (1) Js 33,23 . (2) Js 35,5 . (3) Js 35,6 . (4) Js 41,1 . (5) Js 58,8 . (6) Js 58,9 . (7) Js 58,14 . (8) Js 60,5 . Gr. tote (dan) . (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in de LXX : tote (dan) . Taalgebruik in het N.T. : tote (dan) . Lat. tunc . Fr. alors . E. then . D. dann .
- tote (dan) in de LXX (293) , in het N.T. (159) . Js (15) : (1) Js 8,16 . (2) Js 20,2 . (3) Js 28,25 . (4) Js 30,15 . (5) Js 30,23 . (6) Js 35,5 . (7) Js 35,6 . (8) Js 41,1 . (9) Js 44,8 . (10) Js 45,21 . (11) Js 58,8 . (12) Js 58,9 . (13) Js 58,10 . (14) Js 60,5 . (15) Js 65,25 .
Het is wellicht een toevalligheid , maar ´âz (dan) met getalwaarde 8 staat aan het begin van het 8ste vers van het 58ste hoofdstuk .
- tunc (dan) . Bijbel (368) . NT (154) . Js (16) : (1) Js 16,13 . (2) Js 33,23 . (3) Js 35,5 . (4) Js 35,6 . (5) Js 41,1 . (6) Js 41,7 . (7) Js 44,8 . (8) Js 45,21 . (9) Js 48,3 . (10) Js 48,5 . (11) Js 48,7 . (12) Js 48,8 . (13) Js 58,8 . (14) Js 58,9 . (15) Js 58,14 . (16) Js 60,5 .

7. wëzârach (en hij ging op) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal 3de pers. mann. enk. van het werkw. zârach (rijzen, opgaan) . Taalgebruik in Tenach : zârach (rijzen, opgaan) . Getalwaarde : zajin = 7 , resj = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 215 (5 X 43) . Structuur : 7 - 2 - 8 . z-r-ch . w-z-r-ch . Tenach (5) . wëzârach . Tenach (3) : (1) Dt 33,2 . (2) Js 58,10 . (3) Pr 1,5 .
- z-r-ch . Tenach (19) . act. qal perf. 3de pers. mann. enk. zâhar (hij rijst op) . Tenach (2) : (1) Js 60,1 . (2) Ps 112,4 .
- act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jizërach / jizërâch (hij rijst op) . Tenach (3) : (1) 2 S 23,4 . (2) Js 60,2 . (3) Job 9,7 .

9. ´ôr (licht) . Taalgebruik in Tenach : ´ôr (licht) . Taalgebruik in Jesaja : ´ôr (licht) . Getalwaarde : aleph = 1 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 207 (3³ X 23 ; 23 = aleph (1) + taw (22) . Structuur : 1 - 6 - 2 . Gr. fôs (licht) . Taalgebruik in de LXX : fôs (licht) . Taalgebruik in het N.T. : fôs (licht) . Tenach (55) . Pentateuch (3) . Een vorm van fôs (licht) in de bijbel (209) , het O.T. (146) , het N.T. (63) . Lat. lux / lumen . Fr. lumière . E. light . D. Licht . Js (8) : (1) Js 9,1 . (2) Js 10,17 . (3) Js 18,4 . (4) Js 30,26 . (5) Js 31,9 . (6) Js 44,16 . (7) Js 45,7 . (8) Js 47,14 .
- ´ôr-kh = ´ôrèkhâ OF ´ôrëkhâ OF ´ôrekh OF (1) Js 58,8 : ´ôrèkhâ (je licht) . (2) Js 58,10 : ´ôrèkhâ (je licht) . (3) Js 60,1 : ´ôrekh (je licht) . (´ôrî = verlicht , is een werkwoordvorm) . (4) Ps 43,3 : ´ôrëkhâ (je licht) . lë´ôrekh (naar je licht) . Tenach (1) : Js 60,3 .
- bë´ôr (in licht) OF bë´ûr (in Ur) . Tenach (11) . Js (2) : (1) Js 2,5 . (2) Js 50,11 .
- kë´ôr (als een licht) . Tenach (4) : (1) Js 30,26 . (2) Hab 3,4 . (3) Ps 37,6 . (4) Spr 4,18 .
- lë´ôr / lâ´ôr (tot licht / tot het licht) . Tenach (19) . Js (8) : (1) Js 5,20 . (2) Js 42,6 . (3) Js 42,16 . (4) Js 49,6 . (5) Js 51,4 . (6) Js 59,9 . (7) Js 60,19 . (8) Js 60,20 . lë´ôrekh (naar je licht) < prefix voorzetsel lë + zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. vr. enk. . Tenach (1) : Js 60,3 .
- wë´ôr (en licht) . Tenach (10) . Js (3) : (1) Js 5,20 . (2) Js 5,30 . (3) Js 30,26 .
- Nog in Js 13,10 (´ôrâm = hun licht) en (´ôrô = zijn licht) . .
Volgens Gn 1,3 werd het licht op de eerste dag geschapen . ´ôr (licht) begint met de letter aleph (1) .
Volgens Gn 1,4 maakte God een scheiding tussen het licht en de duisternis . Licht en duisternis vormen een dualiteit , elkaars tegenpool .
- chosjèkh (duisternis) . Taalgebruik in Tenach : chosjèkh (duisternis) . Getalwaarde : chet = 8 , sjin = 21 of 300 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 40 (2³ X 5) OF 328 (2³ X 41) . Structuur : 8 - 3 - 2 . Tenach (57) . Gr. skotos (duisternis) . Taalgebruik in het N.T. : skotos (duisternis) . Taalgebruik in de Septuaginta : skotos (duisternis) . Een vorm van skotos (duisternis) in de Septuaginta (120) , in het N.T. (30) . Lat. tenebrae . Fr. ténèbres . E. darkness . D. Finsternis . Een vorm van chosjèkh (duisternis) in Js (13) : (1) Js 5,20 . (2) Js 5,30 . (3) Js 9,1 . (4) Js 29,18 . (5) Js 42,7 . (6) Js 45,3 . (7) Js 45,7 . (8) Js 45,19 . (9) Js 47,5 . (10) Js 49,9 . (11) Js 58,10 . (12) Js 59,9 . (13) Js 60,2 . Na 7 dagen begint de 8ste dag (chet van chosjèkh = 8) of de 1ste dag van de scheppingsweek . Zoals elke dag begint de dag na de sabbat met het invallen van de duisternis .
- râ´û ´ôr (zij zullen licht zien) . Merkwaardig is dat de twee woorden dezelfde drie medeklinkers hebben . Tenach (3) : (1) Job 3,16 . (2) Job 37,21 . (3) Js 9,1 . Een vorm van a-w-r (´ôr als zelfst. naamw. of als werkw.) in Js 60 : (1) Js 60,1 (2X) . (1) : Js 60,3 . (7) Js 60,19 (3X) . (8) Js 60,20 .

Js 58,11 - Js 58,11 . Het vasten dat de HEER verlangt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -- Js 58,1-12 -- Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11kai estai o theos sou meta sou dia pantos kai emplèsthèsè kathaper epithumei è psuchè sou kai ta osta sou pianthèsetai kai esè ôs kèpos methuôn kai ôs pègè èn mè exelipen udôr kai ta osta sou ôs botanè anatelei kai pianthèsetai kai klèronomèsousi geneas geneôn  11 et requiem tibi dabit Dominus semper et implebit splendoribus animam tuam et ossa tua liberabit et eris quasi hortus inriguus et sicut fons aquarum cuius non deficient aquae    11 En de HEERE zal u geduriglijk leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zijn als een gewaterde hof, en als een springader der wateren, welker wateren niet ontbreken.   [11] Dan zal de heer u steeds blijven leiden, in verschroeide oorden uw honger stillen. Hij zal uw krachten sterken en u zult als een rijk besproeide tuin zijn, als een bron die nooit teleurstelt als men om water komt.   [11] De HEER zal je voortdurend leiden, hij zal je verkwikken in dorre streken, hij maakt je botten sterk en krachtig. Je zult zijn als een goed bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt.   11 De ENE zal je voortdurend geleiden, in dorre vlakten je ziel verzadigen en je beenderen versterken; worden zul je als een bevloeide hof, als een springader van water welks wateren niet liegen.   11. Yahvé sans cesse te conduira, il te rassasiera dans les lieux arides, il donnera la vigueur à tes os, et tu seras comme un jardin arrosé, comme une source jaillissante dont les eaux ne tarissent pas.  

King James Bible . [11] And the LORD shall guide thee continually, and satisfy thy soul in drought, and make fat thy bones: and thou shalt be like a watered garden, and like a spring of water, whose waters fail not.
Luther-Bibel . 11 Und der HERR wird dich immerdar führen und dich sättigen in der Dürre und dein Gebein stärken. Und du wirst sein wie ein bewässerter Garten und wie eine Wasserquelle, der es nie an Wasser fehlt.

Tekstuitleg van Js 58,11 .

14. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (4012) . Js (119) . Js 59 (2) : (1) Js 58,2 . (2) Js 58,11 .

15. lo´ (niet) . Taalgebruik in Tenach : lo´ (niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´ (niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenach (2767) . Js (209) . Js 58 (4) : (1) Js 58,2 . (2) Js 58,4 . (3) Js 58,7 . (4) Js 58,11 .
- wëlo´ (en niet) . Tenach (1381) . Js (92) . Js 58 (1) Js 58,3 .

Js 58,12 - Js 58,12 . Het vasten dat de HEER verlangt - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 58 -- Js 58,1-12 -- Js 58,1 - Js 58,2 - Js 58,3 - Js 58,4 - Js 58,5 - Js 58,6 - Js 58,7 - Js 58,8 - Js 58,9 - Js 58,10 - Js 58,11 - Js 58,12 - Js 58,13 - Js 58,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12kai oikodomèthèsontai sou ai erèmoi aiônioi kai estai sou ta themelia aiônia geneôn geneais kai klèthèsè oikodomos fragmôn kai tous tribous tous ana meson pauseis  12 et aedificabuntur in te deserta saeculorum fundamenta generationis et generationis suscitabis et vocaberis aedificator sepium avertens semitas in quietem     12 En die uit u voortkomen, zullen bouwen de oude verwoeste plaatsen; de fondamenten, van geslacht tot geslacht verwoest, zult gij oprichten; en gij zult genaamd worden: Die de bressen toemuurt, die de paden weder opmaakt, om te bewonen.   [12] De oude ruïnes worden door u weer opgebouwd, u herstelt de fundamenten van vroegere geslachten. Een hersteller van bressen zal men u noemen, herbouwer van straten.   [12] Je eigen mensen zullen weer opbouwen wat al eeuwenlang verwoest ligt; fundamenten, door vroegere generaties gelegd, zullen weer worden hersteld. Dan zal men je noemen ‘Hersteller van muren’, ‘Herbouwer van straten’.   12 Herbouwen zullen je zonen de puinhopen van eeuwig, de fundamenten van geslacht op geslacht doe je weer opstaan; tot jou zal worden geroepen: die bressen herstelt, die voor de nederzetting paden doet weerkeren!   12. On reconstruira, chez toi, les ruines antiques, tu relèveras les fondations des générations passées, on t'appellera Réparateur de brèches, Restaurateur des chemins, pour qu'on puisse habiter.  

King James Bible . [12] And they that shall be of thee shall build the old waste places: thou shalt raise up the foundations of many generations; and thou shalt be called, The repairer of the breach, The restorer of paths to dwell in.
Luther-Bibel . 12 Und es soll durch dich wieder aufgebaut werden, was lange wüst gelegen hat, und du wirst wieder aufrichten, was vorzeiten gegründet ward; und du sollst heißen: »Der die Lücken zumauert und die Wege ausbessert, dass man da wohnen könne«. Segen der Sabbatheiligung

Tekstuitleg van Js 58,12 .

- Js 58,13-14 . De ware sabbat

Js 58,13 - Js 58,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13ean apostrepsès ton poda sou apo tôn sabbatôn tou mè poiein ta thelèmata sou en tè èmera tè agia kai kaleseis ta sabbata trufera agia tô theô sou ouk areis ton poda sou ep' ergô oude lalèseis logon en orgè ek tou stomatos sou  13 si averteris a sabbato pedem tuum facere voluntatem tuam in die sancto meo et vocaveris sabbatum delicatum et sanctum Domini gloriosum et glorificaveris eum dum non facis vias tuas et non invenitur voluntas tua ut loquaris sermonem     13 Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt;   [13] Als u ophoudt de sabbat met voeten te treden en handel te drijven op mijn heilige dag, als u de sabbat ‘genoegen’ noemt, de heilige dag van de heer ‘prachtig’ noemt, als u hem heiligt door niet eropuit te gaan en u zich onthoudt van broodwinning en dagelijkse zaken,   [13] Wanneer je je voeten rust gunt op sabbat en geen handel drijft op mijn heilige dag, wanneer je de sabbat als een dag van vreugde ziet, de dag van de HEER als een heilige dag, wanneer je hem in ere houdt door niet je gang te gaan, geen handel te drijven of zaken te bespreken,   13 ¶ Als je op de sabbat je voet maar afkeert van het doen van wat jou behaagt op mijn heilige dag,– je tot de sabbat zult roepen ‘lieve lust’ tot de dag die de ENE heilig is ‘heerlijk’, hem verheerlijken zult door niet je eigen wegen te doen, niet jouw behagen te behartigen en je eigen sprake te spreken,   13. Et si tu t'abstiens de violer le sabbat, de vaquer à tes affaires en mon jour saint, si tu appelles le sabbat » délices » et » vénérable » le jour saint de Yahvé, si tu l'honores en t'abstenant de voyager, de traiter tes affaires et de tenir des discours, 

King James Bible . [13] If thou turn away thy foot from the sabbath, from doing thy pleasure on my holy day; and call the sabbath a delight, the holy of the LORD, honourable; and shalt honour him, not doing thine own ways, nor finding thine own pleasure, nor speaking thine own words:
Luther-Bibel . 13 Wenn du deinen Fuß am Sabbat zurückhältst und nicht deinen Geschäften nachgehst an meinem heiligen Tage und den Sabbat »Lust« nennst und den heiligen Tag des HERRN »Geehrt«; wenn du ihn dadurch ehrst, dass du nicht deine Gänge machst und nicht deine Geschäfte treibst und kein leeres Geschwätz redest,

Tekstuitleg van Js 58,13 .

1. ´im (indien, ofschoon) . Taalgebruik in Tenach : ´im (indien, ofschoon) en ´em (moeder) . Taalgebruik in Tenach : ´em (moeder) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 41 . Tenach (760) . Pentateuch (172) . Js (34) . Js 1-39 (21) . Js 40-55 (5) . Js 56-66 (8) : (1) Js 58,9 . (2) Js 58,13 . (3) Js 59,2 . (4) Js 62,8 . (5) Js 65,6 . (6) Js 65,18 . (7) Js 66,8 . (8) Js 66,9 .

Js 58,14 - Js 58,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai esè pepoithôs epi kurion kai anabibasei se epi ta agatha tès gès kai psômiei se tèn klèronomian iakôb tou patros sou to gar stoma kuriou elalèsen tauta   14 tunc delectaberis super Domino et sustollam te super altitudines terrae et cibabo te hereditate Iacob patris tui os enim Domini locutum est     14 Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des HEEREN heeft het gesproken.   [14] dan zult u in de heer genoegen vinden. Ik* zal u laten rijden over de toppen van de aarde, en u laten genieten van het erfdeel van Jakob, uw vader; de mond van de heer heeft het zelf gesproken.  [14] dan vind je vreugde in de HEER. Ik zal je laten rijden over de hoogten van de aarde en je laten genieten van het land dat ik je voorvader Jakob in bezit heb gegeven. De HEER heeft gesproken!  14 dán zul je je verlustigen over de ENE en zal ik je doen rijden over de hoogten der aarde; ik zal je laten eten van het erfdeel van Jakob, je vader,– ja, de mond van de ENE heeft gesproken!   14. alors tu trouveras tes délices en Yahvé, je te conduirai en triomphe sur les hauteurs du pays; je te nourrirai de l'héritage de ton père Jacob, car la bouche de Yahvé a parlé. 

King James Bible . [14] Then shalt thou delight thyself in the LORD; and I will cause thee to ride upon the high places of the earth, and feed thee with the heritage of Jacob thy father: for the mouth of the LORD hath spoken it.
Luther-Bibel . 14 dann wirst du deine Lust haben am HERRN, und ich will dich über die Höhen auf Erden gehen lassen und will dich speisen mit dem Erbe deines Vaters Jakob; denn des HERRN Mund hat's geredet.

Tekstuitleg van Js 58,14 .

1. ´âz (dan) . Taalgebruik in Tenach : ´âz (dan) . Getalwaarde : aleph = 1 , zajin = 7 ; totaal : 8 . Structuur : 1 - 7 . Tenach (113) . Pentateuch (14) . Js (8) : (1) Js 33,23 . (2) Js 35,5 . (3) Js 35,6 . (4) Js 41,1 . (5) Js 58,8 . (6) Js 58,9 . (7) Js 58,14 . (8) Js 60,5 . Gr. tote (dan) . (< to - de : dat echter ; dan , daarop) . Taalgebruik in de LXX : tote (dan) . Taalgebruik in het N.T. : tote (dan) . Lat. tunc . Fr. alors . E. then . D. dann .
- tote (dan) in de LXX (293) , in het N.T. (159) . Js (15) : (1) Js 8,16 . (2) Js 20,2 . (3) Js 28,25 . (4) Js 30,15 . (5) Js 30,23 . (6) Js 35,5 . (7) Js 35,6 . (8) Js 41,1 . (9) Js 44,8 . (10) Js 45,21 . (11) Js 58,8 . (12) Js 58,9 . (13) Js 58,10 . (14) Js 60,5 . (15) Js 65,25 .
Het is wellicht een toevalligheid , maar ´âz (dan) met getalwaarde 8 staat aan het begin van het 8ste vers van het 58ste hoofdstuk .
- tunc (dan) . Bijbel (368) . NT (154) . Js (16) : (1) Js 16,13 . (2) Js 33,23 . (3) Js 35,5 . (4) Js 35,6 . (5) Js 41,1 . (6) Js 41,7 . (7) Js 44,8 . (8) Js 45,21 . (9) Js 48,3 . (10) Js 48,5 . (11) Js 48,7 . (12) Js 48,8 . (13) Js 58,8 . (14) Js 58,9 . (15) Js 58,14 . (16) Js 60,5 .

2. pass. hitpaël 2de pers. mann. enk. thithë`annag (je vindt vreugde in) van het werkw. `ânag (weelderig opgevoed zijn, zih verheugen , zich verlustigen) . Taalgebruik in Tenach : `ânag (weelderig opgevoed zijn, zih verheugen , zich verlustigen) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 , gimel = 3 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 123 (4 X 31) . Structuur : 7 - 5 - 3 . Tenach (2) : (1) Js 58,14 . (2) Job 22,26 .

11. ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Tenach : Ja`äqobh (Jakob) . Taalgebruik in Jesaja : Ja`äqobh (Jakob) . Getalwaarde : jod = 10 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 , beth = 2 ; totaal : 47 of 182 (2 X 7 X 13 of 7 X 26) . Structuur : 1 - 7 - 1 - 2 . Tenach (252) . Js (37) . Js 1-39 (12) : (1) Js 2,3 . (2) Js 2,5 . (3) Js 2,6 . (4) Js 8,17 . (5) Js 10,20 . (6) Js 10,21 . (7) Js 14,1 . (8) Js 17,4 . (9) Js 27,6 . (10) Js 27,9 . (11) Js 29,22 . (12) Js 29,23 . Js 40-66 (25) : (1) Js 40,27 . (2) Js 41,8 . (3) Js 41,14 . (4) Js 41,21 . (5) Js 42,24 . (6) Js 43,1 . (7) Js 43,22 . (8) Js 43,28 . (9) Js 44,1 . (10) Js 44,2 . (11) Js 44,5 . (12) Js 44,21 . (13) Js 44,23 . (14) Js 45,4 . (15) Js 45,19 . (16) Js 46,3 . (17) Js 48,1 . (18) Js 48,12 . (19) Js 48,20 . (20) Js 49,5 . (21) Js 49,6 . (22) Js 49,26 . (23) Js 58,1 . (24) Js 58,14 . (25) Js 60,16 .

13. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 58 (2) : (1) Js 58,7 . (2) Js 58,14 .

13. - 16. kî (+ pî) JHWH dibber = want (de mond van) JHWH spreekt . Tenach (10) : (1) 1 K 14,11 . (2) Js 1,2 . (3) Js 1,20 (+) . (4) Js 22,25 . (5) Js 25,8 . (6) Js 40,5 (+) . (7) Js 58,14 (+) . (8) Jr 13,15 . (9) Jl 4,8 . (10) Ob 18 .


SEPTUAGINTA

58 1anaboèson en ischui kai mè feisè ôs salpigga upsôson tèn fônèn sou kai anaggeilon tô laô mou ta amartèmata autôn kai tô oikô iakôb tas anomias autôn2eme èmeran ex èmeras zètousin kai gnônai mou tas odous epithumousin ôs laos dikaiosunèn pepoièkôs kai krisin theou autou mè egkataleloipôs aitousin me nun krisin dikaian kai eggizein theô epithumousin3legontes ti oti enèsteusamen kai ouk eides etapeinôsamen tas psuchas èmôn kai ouk egnôs en gar tais èmerais tôn nèsteiôn umôn euriskete ta thelèmata umôn kai pantas tous upocheirious umôn uponussete4ei eis kriseis kai machas nèsteuete kai tuptete pugmais tapeinon ina ti moi nèsteuete ôs sèmeron akousthènai en kraugè tèn fônèn umôn5ou tautèn tèn nèsteian exelexamèn kai èmeran tapeinoun anthrôpon tèn psuchèn autou oud' an kampsès ôs krikon ton trachèlon sou kai sakkon kai spodon upostrôsè oud' outôs kalesete nèsteian dektèn6ouchi toiautèn nèsteian egô exelexamèn legei kurios alla lue panta sundesmon adikias dialue straggalias biaiôn sunallagmatôn apostelle tethrausmenous en afesei kai pasan suggrafèn adikon diaspa7diathrupte peinônti ton arton sou kai ptôchous astegous eisage eis ton oikon sou ean idès gumnon peribale kai apo tôn oikeiôn tou spermatos sou ouch uperopsè8tote ragèsetai proimon to fôs sou kai ta iamata sou tachu anatelei kai proporeusetai emprosthen sou è dikaiosunè sou kai è doxa tou theou peristelei se9tote boèsè kai o theos eisakousetai sou eti lalountos sou erei idou pareimi ean afelès apo sou sundesmon kai cheirotonian kai rèma goggusmou10kai dôs peinônti ton arton ek psuchès sou kai psuchèn tetapeinômenèn emplèsès tote anatelei en tô skotei to fôs sou kai to skotos sou ôs mesèmbria11kai estai o theos sou meta sou dia pantos kai emplèsthèsè kathaper epithumei è psuchè sou kai ta osta sou pianthèsetai kai esè ôs kèpos methuôn kai ôs pègè èn mè exelipen udôr kai ta osta sou ôs botanè anatelei kai pianthèsetai kai klèronomèsousi geneas geneôn12kai oikodomèthèsontai sou ai erèmoi aiônioi kai estai sou ta themelia aiônia geneôn geneais kai klèthèsè oikodomos fragmôn kai tous tribous tous ana meson pauseis13ean apostrepsès ton poda sou apo tôn sabbatôn tou mè poiein ta thelèmata sou en tè èmera tè agia kai kaleseis ta sabbata trufera agia tô theô sou ouk areis ton poda sou ep' ergô oude lalèseis logon en orgè ek tou stomatos sou14kai esè pepoithôs epi kurion kai anabibasei se epi ta agatha tès gès kai psômiei se tèn klèronomian iakôb tou patros sou to gar stoma kuriou elalèsen tauta


VULGAAT

1 clama ne cesses quasi tuba exalta vocem tuam et adnuntia populo meo scelera eorum et domui Iacob peccata eorum 2 me etenim de die in diem quaerunt et scire vias meas volunt quasi gens quae iustitiam fecerit et quae iudicium Dei sui non reliquerit rogant me iudicia iustitiae adpropinquare Deo volunt 3 quare ieiunavimus et non aspexisti humiliavimus animam nostram et nescisti ecce in die ieiunii vestri invenitur voluntas et omnes debitores vestros repetitis 4 ecce ad lites et contentiones ieiunatis et percutitis pugno impie nolite ieiunare sicut usque ad hanc diem ut audiatur in excelso clamor vester 5 numquid tale est ieiunium quod elegi per diem adfligere hominem animam suam numquid contorquere quasi circulum caput suum et saccum et cinerem sternere numquid istud vocabis ieiunium et diem acceptabilem Domino 6 nonne hoc est magis ieiunium quod elegi dissolve conligationes impietatis solve fasciculos deprimentes dimitte eos qui confracti sunt liberos et omne onus disrumpe 7 frange esurienti panem tuum et egenos vagosque induc in domum tuam cum videris nudum operi eum et carnem tuam ne despexeris 8 tunc erumpet quasi mane lumen tuum et sanitas tua citius orietur et anteibit faciem tuam iustitia tua et gloria Domini colliget te 9 tunc invocabis et Dominus exaudiet clamabis et dicet ecce adsum si abstuleris de medio tui catenam et desieris digitum extendere et loqui quod non prodest 10 cum effuderis esurienti animam tuam et animam adflictam repleveris orietur in tenebris lux tua et tenebrae tuae erunt sicut meridies 11 et requiem tibi dabit Dominus semper et implebit splendoribus animam tuam et ossa tua liberabit et eris quasi hortus inriguus et sicut fons aquarum cuius non deficient aquae 12 et aedificabuntur in te deserta saeculorum fundamenta generationis et generationis suscitabis et vocaberis aedificator sepium avertens semitas in quietem 13 si averteris a sabbato pedem tuum facere voluntatem tuam in die sancto meo et vocaveris sabbatum delicatum et sanctum Domini gloriosum et glorificaveris eum dum non facis vias tuas et non invenitur voluntas tua ut loquaris sermonem 14 tunc delectaberis super Domino et sustollam te super altitudines terrae et cibabo te hereditate Iacob patris tui os enim Domini locutum est


- ´âz (dan) . Taalgebruik in Tenach : ´âz (dan) . Getalwaarde : aleph = 1 , zajin = 7 ; totaal : 8 . Structuur : 1 - 7 . Tenach (113) . Pentateuch (14) . Js (8) : (1) Js 33,23 . (2) Js 35,5 . (3) Js 35,6 . (4) Js 41,1 . (5) Js 58,8 . (6) Js 58,9 . (7) Js 58,14 . (8) Js 60,5 . In Js 58 komt ´âz (dan) 3 / 8 voor .

- act. qal perf. 1ste pers. mv. tsamënû (wij vasten) van het werkw. tsûm (vasten) . Taalgebruik in Tenach : tsûm (vasten) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 37 OF 136 (2³ X 17) . Tenach (1) Js 58,3 . Een vorm van tsûm (vasten) in Jesaja (2) : (1) Js 58,3 . (2) Js 58,4 .