JESAJA 61 - Js 61 -- TAALGEBRUIK -- COMMENTAAR -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 61 -
- Js 61,1-62,12 -- Js 61,1-2a.10-11 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht NT : NT : overzicht , NT : taalgebruik - NT A - NT B - NT C - NT D - NT E - NT F - NT G - NT H - NT I - NT J - NT K - NT L - NT M - NT N - NT O - NT P - NT Q - NT R - NT S - NT T - NT U - NT V - NT W - NT X - NT Y - NT Z - NT : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg vers per vers : - Js 61,1 - Js 61,2 - Js 61,3 - Js 61,4 - Js 61,5 - Js 61,6 - Js 61,7 - Js 61,8 - Js 61,9 - Js 61,10 - Js 61,11 -
Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch embainô
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
1. LXX , Griekse tekst NT   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie : Weststrate Jan, “De treurige Sionieten vertroost” . Studie over Jesaja 61. Website : http://www.theologienet.nl/documenten/Jesaja%2061.rtf .
Literatuur
Liturgisch gebruik
- Js 61,1-2a.10-11 :
Overzicht bijbelboeken :

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Js 61,1-62,12 . Zending van de profeet . Js 61,1-62,12 - Js 61,1 - Js 61,2 - Js 61,3 - Js 61,4 - Js 61,5 - Js 61,6 - Js 61,7 - Js 61,8 - Js 61,9 - Js 61,10 - Js 61,11 -

Lezing op de 3de (derde) zondag van de advent B : Js 61,1-2a.10-11 . Verwijzing : Js 61,1-2a.10-11 .

De geest van de Heer God rust op Mij; Hij heeft Mij gezalfd om aan de armen de blijde boodschap te brengen. Hij heeft Mij gezonden om te genezen allen wier hart gebroken is, om de gevangenen de vrijlating te melden, aan wie opgesloten zijn vrijheid; om aan te kondigen het genadejaar van de Heer. Ik wil jubelen en juichen in de Heer, mijn ziel wil zich verheugen in mijn God, want Hij heeft Mij gekleed met het kleed des heils en Mij de mantel der gerechtigheid omgehangen, als een bruidegom die zich het hoofd feestelijk omhult of als een bruid die zich met haar sieraden tooit. Want zoals de aarde haar vruchten voortbrengt en zoals een tuin het zaad laat rijpen, zo laat de Heer de gerechtigheid ontluiken en zijn glorie voor het oog der volken.

Js 61,1 - Js 61,1 : Zending van de profeet . Js 61,1-62,12 - Js 61,1 - Js 61,2 - Js 61,3 - Js 61,4 - Js 61,5 - Js 61,6 - Js 61,7 - Js 61,8 - Js 61,9 - Js 61,10 - Js 61,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT 3de (derde) zondag van de advent B  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1pneuma kuriou ep' eme ou eineken echrisen me euaggelisasthai ptôchois apestalken me iasasthai tous suntetrimmenous tè kardia kèruxai aichmalôtois afesin kai tuflois anablepsin  1 spiritus Domini super me eo quod unxerit Dominus me ad adnuntiandum mansuetis misit me ut mederer contritis corde et praedicarem captivis indulgentiam et clausis apertionem    De geest van de Heer God rust op Mij; Hij heeft Mij gezalfd om aan de armen de blijde boodschap te brengen. Hij heeft Mij gezonden om te genezen allen wier hart gebroken is, om de gevangenen de vrijlating te melden, aan wie opgesloten zijn vrijheid;  1 De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis;  [1] De* geest* van de Heer god rust op mij, want de heer heeft mij gezalfd*. Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen, om gebroken harten te verbinden, om de gevangenen vrijlating te melden, en de geketenden de terugkeer naar het licht;   [1] De geest van God, de HEER, rust op mij, want de HEER heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding,  ¶ De geest van mijn Heer, de ENE, is over mij, want de Heer heeft mij gezalfd om goede boodschap te brengen aan verdrukten, hij heeft mij gezonden om te verbinden verbrokenen van hart, om uit te roepen tot gekerkerden: vrijlating!, tot opgeslotenen: ontgrendeling!–  1. L'esprit du Seigneur Yahvé est sur moi, car Yahvé m'a donné l'onction; il m'a envoyé porter la nouvelle aux pauvres, panser les cœurs meurtris, annoncer aux captifs la libération et aux prisonniers la délivrance,  

King James Bible . [1] The Spirit of the Lord GOD is upon me; because the LORD hath anointed me to preach good tidings unto the meek; he hath sent me to bind up the brokenhearted, to proclaim liberty to the captives, and the opening of the prison to them that are bound;
Luther-Bibel . 1 Der Geist Gottes des HERRN ist auf mir, weil der HERR mich gesalbt hat. Er hat mich gesandt, den Elenden gute Botschaft zu bringen, die zerbrochenen Herzen zu verbinden, zu verkündigen den Gefangenen die Freiheit, den Gebundenen, dass sie frei und ledig sein sollen;

a. rûach ´ädonâj JHWH `âlâj = de geest van mijn Heer JHWH .
b.

Tekstuitleg van Js 61,1 . Het vers Js 61,1 telt 20 (2² X 5) woorden en 81 (3² X 3²) letters . De getalwaarde van Js 61,1 is 5184 (2³ X 2³ X 3² X 3²) . Dit vers wordt geciteerd in Lc 4,18 , de inauguratie van Jezus'optreden in zijn geboortestad Nazareth .

Js 61,1.1. רוַח = rûach (geest) . Taalgebruik in Tenakh : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (204) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (33) . Latere Profeten (65) . 12 Kleine Profeten (19) . Geschriften (68) . Pentateuch (19) : (1) Gn 6,17 . (2) Gn 7,15 . (3) Gn 7,22 . (4) Gn 8,1 . (5) Gn 26,35. (6) Gn 41,38 . (7) Gn 45,27 . (8) Ex 6,9 . (9) Ex 10,13 . (10) Ex 10,19 . (11) Ex 28,3 . (12) Ex 31,3 . (13) Ex 35,31 . (14) Nu 5,14 . (15) Nu 5,30 . (16) Nu 14,24 . (17) Nu 24,2 . (18) Nu 27,18 . (19) Dt 34,9 . Js (28) . Js 1-39 (13) : (1) Js 7,2 . (2) Js 11,2 . (3) Js 17,13 . (4) Js 19,3 . (5) Js 19,14 . (6) Js 25,4 . (7) Js 26,18 . (8) Js 29,10 . (9) Js 29,24 . (10) Js 31,3 . (11) Js 32,2 . (12) Js 32,15 . (13) Js 37,7 . Js 40-66 (15) : (1) Js 40,7 . (2) Js 40,13 . (3) Js 41,29 . (4) Js 54,6 . (5) Js 57,13 . (6) Js 57,15 . (7) Js 57,16 . (8) Js 59,19 . (9) Js 61,1 . (10) Js 61,3 . (11) Js 63,10 . (12) Js 63,11 . (13) Js 63,14 . (14) Js 65,14 . (15) Js 66,2 .
- πνευμα = pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in Lc : pneuma (geest) . Taalgebruik in Hnd : pneuma (geest) . Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het NT (379) , in Lc (36) , in Hnd (70) .

  pneuma bijbel  OT  NT  Mt 

Mc 

Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev. 
1 nom.+ acc. onz. enk. pneuma 366 220 146 6 12 16 14 31 55 12 34 48

pneuma Mt 

Mc 

Lc  syn. ev. 
nom.+ acc. enk. pneuma 6 : (1) Mt 3,16 . (2) Mt 10,20. (3) Mt 12,18 . (4) Mt 12,43 . (5) Mt 26,41 . (6) Mt 27,50 . 12 : (1) Mc 1,10 . (2) Mc 1,12 . (3) Mc 1,26 . (4) Mc 3,29 . (5) Mc 3,30 . (6) Mc 5,8 . (7) Mc 7,25 . (8) Mc 9,17 . (9) Mc 9,20 . (10) Mc 9,25 . (11) Mc 13,11 . (12) Mc 14,38 . 16 : (1) Lc 1,35 . (2) Lc 1,47 . (3) Lc 2,25 . (4) Lc 3,22 . (5) Lc 4,18 . (6) Lc 4,33 . (7) Lc 8,55 . (8) Lc 9,39 . (9) Lc 11,13 . (10) Lc 11,24 . (11) Lc 12,10 . (12) Lc 12,12 . (13) Lc 13,11 . (14) Lc 23,46 . (15) Lc 24,37 . (16) Lc 24,39 . 34 : (1) Mt 3,16 // Mc 1,10 // Lc 3,22 . (2) Mc 1,26 //Lc 4,33 . (3) / Mc 3,29 // Lc 12,10 . (4) Mc 5,8 // Lc 8,29 . (5) Mt 10,20. // Lc 12,12 . (6) Mt 12,43 // Lc 11,24 . (7) Mt 26,41 // Mc 14,38 . 48

- Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Arabisch : روح = rûH (geest) . Taalgebruik in de Qoran : rûH (geest) .

Js 61,1.2. אֲדֹנָי = ´ädonaj (mijn heer / mijne heren) . Taalgebruik in Tenakh : ´ädonâj / ´ädonaj (mijn heer / mijne heren) . Getalwaarde : aleph = 1 , daleth = 4 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 29 OF 65 (5 X 13 of (2 X 26) + 13 . Structuur : 1 - 4 - 5 - 1 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (568) . Pentateuch (67) . Eerdere Profeten (106) . Latere Profeten (275) . 12 Kleine Profeten (34) . Geschriften (86) . JHWH wordt als ´ädonâj uitgesproken . Js (47) . Js 1-39 (35) . Js 40-55 (7) . Js 56-66 (5) : (1) Js 56,8 . (2) Js 61,1 . (3) Js 61,11 . (4) Js 65,13 . (5) Js 65,15 .
- Grieks . gen. mann. enk. κυριου = kuriou van het zelfst. naamw. κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in Js (109) .

  kurios (heer)  enk. bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn..  ev. Paul. Ap. br.  
3 gen. enk. kuriou  2301 2070 231 15 4 26 6 44 133 3 45 51 107  26 

- Latijn . Dominus . Fr. seigneur . Ned. Heer . D. Herr . E. Lord . Aramees : יוי = JWJ . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai en farao Achnaton gelegd .

Js 61,1.3. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 56-66 (66 = 2 X 3 X 11) . Js 56 (5) : (1) Js 56,1 . (2) Js 56,3 . (3) Js 56,4 . (4) Js 56,6 . (5) Js 56,8 . Js 57 (1) : Js 57,19 . Js 58 (4) : (1) Js 58,8 . (2) Js 58,11 . (3) Js 58,13 . (4) Js 58,14 . Js 59 (5) : (1) Js 59,1 . (2) Js 59,15 . (3) Js 59,19 . (4) Js 59,20 . (5) Js 59,21 . Js 60 : (1) Js 60,1 . (2) Js 60,2 . (3) Js 60,6 . (4) Js 60,9 . (5) Js 60,14 . (6) Js 60,16 . (7) Js 60,19 . (8) Js 60,20 . (9) Js 60,22 . Js 61 (6) : (1) Js 61,1 . (2) Js 61,3 . (3) Js 61,6 . (4) Js 61,8 . (5) Js 61,9 . (6) Js 61,11 . Js 62 (8) : (1) Js 62,2 . (2) Js 62,3 . (3) Js 62,4 . (4) Js 62,6 . (5) Js 62,8 . (6) Js 62,9 . (7) Js 62,11 . (8) Js 62,12 . Js 63 (4) : (1) Js 63,7 . (2) Js 63,14 . (3) Js 63,16 . (4) Js 63,17 . Js 64 (3) : (1) Js 64,7 . (2) Js 64,8 . (3) Js 64,11 . Js 65 (7) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,11 . (4) Js 65,13 . (5) Js 65,15 . (6) Js 65,23 . (7) Js 65,25 . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

Js 61,1.1. - 2. - אֲדֹנָי רוַח = rûach ´ädonâj (de geest van mijn Heer) . Slechts in Js 61,1 .
- יהוה רוַח = rûach JHWH (de geest van JHWH) . Tenakh (23) (niet in de Pentateuch) : (1) Re 3,10 . (2) Re 11,29 . (3) Re 13,25 . (4) Re 14,6 . (5) Re 14,19 . (6) Re 15,14 . (7) 1 S 10,6 . (8) 1 S 16,13 . (9) 1 S 19,9 . (10) 2 S 23,2 . (11) 1 K 22,24 . (12) 2 K 2,15 . (13) 2 Kr 18,23 . (14) 2 Kr 20,14 . (15) Js 11,2 . (16) Js 40,7 . (17) Js 40,13 . (18) Js 59,19 . (19) Js 63,14 . (20) Ez 11,5 . (21) Hos 13,15 . (22) Mi 2,7 . (23) Mi 3,8 .
- יהוה וְרוַח = wërûach JHWH (en de geest van JHWH) . Tenakh (3) : (1) Re 6,34 . (2) 1 S 16,14 . (3) 1 K 18,12 .

- יהוה רוַח = rûach ´èlohîm (de geest van God) . Tenakh (13) . Pentateuch (4) : (1) Gn 41,38 . (2) Ex 31,3 . (3) Ex 35,31 . (4) Nu 24,2 . (5) 1 S 10,10 . (6) 1 S 11,6 . (7) 1 S 16,15 . (8) 1 S 16,16 . (9) 1 S 16,23 . (10) 1 S 18,10 . (11) 1 S 19,20 . (12) 1 S 19,23 . (13) 2 Kr 15,1 .
- יהוה וְרוַח = wërûach ´èlohîm (en de geest van God) . Tenakh (2): (1) Gn 1,2 . (2) 2 Kr 24,20 .

Js 61,1.2. - 3. יהוה אֲדֹנָי = ´ädonaj JHWH (Heer God) . Tenakh (284) . Pentateuch (4) : (1) Gn 15,2 . (2) Gn 15,8 . (3) Dt 3,24 . (4) Dt 9,26 . Js (23) . Js 1-39 (11) . Js 40-66 (12) : (1) Js 40,10 . (2) Js 48,16 . (3) Js 49,22 . (4) Js 50,4 . (5) Js 50,5 . (6) Js 50,9 . (7) Js 52,4 . (8) Js 56,8 . (9) Js 61,1 . (10) Js 61,11 . (11) Js 65,11 . (12) Js 65,11 .

Js 61,1.4. `âlâj (over mij) < voorzetsel `al + suffix pers. voornaamw. 1ste pers. mann. enk. . `-l-j . Tenakh (225) . Pentateuch (23) . Js (5) . `âlâj (over mij) . Jesaja (1) : Js 61,1 .
- Bij de zalving werd zalfolie over het hoofd van de zalveling gegoten ; bij de hogepriester (zie bv Lv 8,12) , bij de koning (zie bv 1 S 10,1 , 2 K 9,3) . De zalving gebeurde in opdracht van JHWH . Vandaar dat er gezegd wordt : JHWH zalfde u . Met de zalving werd de geest geschonken (1 S 16,13) .

Js 61,1.6. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 248 (2³ X 31) . Structuur : 4 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenak (2) : (1) Nu 35,25 . (2) Js 61,1 .
- act. ind. aor. 3de pers. enk. εχρισεν = echrisen (hij zalfde) van het werkw. χριω = chriô (zalven) . Taalgebruik in het NT : chriô (zalven) . Taalgebruik in de LXX : chriô (zalven) . Taalgebruik in Lc : chriô (zalven) . Bijbel (19) : (1) Lv 7,36 . (2) Lv 8,11 . (3) Lv 8,12 . (4) Nu 7,1 . (5) Nu 7,10 . (6) Nu 7,84 . (7) 1 S 10,1 . (8) 1 S 11,15 . (9) 1 S 15,17 . (10) 1 S 16,13 . (11) 1 K 1,39 . (12) 2 K 11,12 . (13) Js 61,1 . (14) Ps 45,8 . (15) Sir 45,15 . (16) Sir 46,13 . (17) Lc 4,18 . (18) Hnd 10,38 . (19) Heb 1,9 . Een vorm van χριω = chriô in de LXX (79) , in het NT (5) , in Lc (1) .

Js 61,1.7. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 56-66 (66 = 2 X 3 X 11) . Js 56 (5) : (1) Js 56,1 . (2) Js 56,3 . (3) Js 56,4 . (4) Js 56,6 . (5) Js 56,8 . Js 57 (1) : Js 57,19 . Js 58 (4) : (1) Js 58,8 . (2) Js 58,11 . (3) Js 58,13 . (4) Js 58,14 . Js 59 (5) : (1) Js 59,1 . (2) Js 59,15 . (3) Js 59,19 . (4) Js 59,20 . (5) Js 59,21 . Js 60 : (1) Js 60,1 . (2) Js 60,2 . (3) Js 60,6 . (4) Js 60,9 . (5) Js 60,14 . (6) Js 60,16 . (7) Js 60,19 . (8) Js 60,20 . (9) Js 60,22 . Js 61 (6) : (1) Js 61,1 . (2) Js 61,3 . (3) Js 61,6 . (4) Js 61,8 . (5) Js 61,9 . (6) Js 61,11 . Js 62 (8) : (1) Js 62,2 . (2) Js 62,3 . (3) Js 62,4 . (4) Js 62,6 . (5) Js 62,8 . (6) Js 62,9 . (7) Js 62,11 . (8) Js 62,12 . Js 63 (4) : (1) Js 63,7 . (2) Js 63,14 . (3) Js 63,16 . (4) Js 63,17 . Js 64 (3) : (1) Js 64,7 . (2) Js 64,8 . (3) Js 64,11 . Js 65 (7) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,11 . (4) Js 65,13 . (5) Js 65,15 . (6) Js 65,23 . (7) Js 65,25 . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

Js 61,1.9. לְבַשֵּׂר = lëbhashsher (om de goede boodschap te brengen) < prefix voorzetsel lë + act. piël inf. van het werkw. בָשַׂר = bâshar (een goede boodschap brengen, berichten) . Taalgebruik in Tenakh : bâshar (een goede boodschap brengen, berichten) . Getalwaarde : beth = 2 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 43 OF 502 (2 X 251) . Structuur : 2 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (3) : (1) 1 S 31,9 . (2) Js 61,1 . (3) 1 Kr 10,9 .
- Grieks . inf. aor. ευαγγελισασθαι = euaggelisasthai van het werkw. ευαγγελιζομαι = euaggelizomai (goede boodschap brengen) . Taalgebruik in het NT : euaggelizomai (goede boodschap brengen) . Taalgebruik in de LXX : euaggelizomai (goede boodschap brengen) . Taalgebruik in Lc : euaggelizomai (goede boodschap brengen) . Bijbel (8) : (1) Js 61,1 . (2) 1 Kr 10,9 . (3) Lc 1,19 . (4) Lc 4,43 . (5) Hnd 16,10 . (6) Rom 1,15 . (7) 2 Kor 10,16 . (8) Ef 3,8 . Een vorm van ευαγγελιζομαι = euaggelizomai (goede boodschap brengen) , in de LXX (23) , in het NT (54) , in Lc in 10 verzen : (1) Lc 1,19 . (2) Lc 2,10 . (3) Lc 3,18 . (4) Lc 4,18 . (5) Lc 4,43 . (6) Lc 7,22 . (7) Lc 8,1 . (8) Lc 9,6 . (9) Lc 16,6 . (10) Lc 20,1 .

Js 61,1.10. mann. mv. עֲנָוִים = änâwîm (armen) van het zelfst. naamw. עֲנִי = `ânî (arm, ellendig, deemoedig) . Taalgebruik in Tenakh : `ânî (arm, ellendig, deemoedig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 40 (2³ X 5 ; som van de factoren : 13) of 130 (2 X 5 X 13 OF 5 X 26) . Structuur : 7 - 5 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (12) . Js (3) : (1) Js 29,19 . (2) Js 32,7 . (3) Js 61,1 . Am (1) Am 2,7 . Ps (8) : (1) Ps 9,19 . (2) Ps 10,17 . (3) Ps 22,27 . (4) Ps 25,9 . (5) Ps 34,3 . (6) Ps 69,33 . (7) Ps 147,6 . (8) Ps 149,9 .
- dat. man. en onz. mv. πτωχοις = ptôchois van het bijvoegl. naamw. πτωχος = ptôchos (arme) . Taalgebruik in het NT : ptôchos (arme) . Taalgebruik in de LXX : ptôchos (arme) . Taalgebruik in Lc : ptôchos (arme) . (1) Js 61,1 . (2) Spr 28,27 . (3) Est 9,22 . (4) Mt 19,21 . (5) Mt 26,9 . (6) Mc 10,21 . (7) Mc 14,5 . (8) Lc 4,18 . (9) Lc 18,22 . (10) Lc 19,8 . (11) Joh 12,5 . (12) Joh 13,29 . Een vorm van πτωχος = ptôchos (arme) in de LXX (124) , in het NT (34) , in Lc (10) : (1) Lc 4,18 . (2) Lc 6,20 . (3) Lc 7,22 . (4) Lc 14,13 . (5) Lc 14,21 . (6) Lc 16,20 . (7) Lc 16,22 . (8) Lc 18,22 . (9) Lc 19,8 . (10) Lc 21,3 .
- Lat. pauper . Fr. pauvre . E. poor . Ned. arm . D. arm . Arabisch : فَقِير = faqîr (arm) . Taalgebruik in de Qoran : faqîr (arm) .

Js 61,1.11. שְׁלָחַנִי = sjëlâchanî (hij zendt mij) < werkwoordvorm act. qal perf. 3de pers. mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. van het werkw. שָׁלַח = sjâlach (zenden) . Taalgebruik in Tenakh : sjâlach (zenden) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 338 (2 X 13²) . Structuur : 3 - 3 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (40) . Js (3) : (1) Js 36,12 . (2) Js 48,16 . (3) Js 61,1 .
- Grieks : act. ind. perf. 3de pers. enk. απεσταλκεν = apestalken (hij heeft gezonden) van het werkw. αποστελλω = apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in het NT : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in de LXX : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Taalgebruik in Lc : apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) . Bijbel (29) : (1) Gn 32,19 . (2) Ex 3,13 . (3) Ex 3,14 . (4) Ex 3,15 . (5) Ex 7,16 . (6) Nu 16,29 . (7) 2 S 3,23 . (8) 1 K 18,10 . (9) 1 K 20,7 . (10) 2 K 2,2 . (11) 2 K 2,4 . (12) 2 K 2,6 . (13) Js 36,12 . (14) Js 48,16 . (15) Js 61,1 . (16) Jr 26,15 . (17) Jr 28,15 . (18) Ez 13,6 . (19) Zach 2,12 . (20) Zach 2,13 . (21) Zach 6,15 . (22) 1 Mak 16,21 . (23) Lc 4,18 . (24) Joh 5,36 . (25) Joh 20,21 . (26) Hnd 7,35 . (27) Hnd 9,17 . (28) 1 Joh 4,9 . (29) 1 Joh 4,14 . Een vorm van αποστελλω = apostellô (afsturen, wegsturen , afzenden) in de LXX (691) (Lust J. ... Greek-English Lexicon of the Septuagint , Stuttgart , 2003) , in het NT (131) (Morgenthaler Robert , Statistik...) , in Lc (24) , in Lc 4 (2) : (1) Lc 4,18 . (2) Lc 4,43 .

Js 61,1.12. לַחֲבֹשׁ = lachäbosj (om te verbinden) < prefix voorzetsel lë + werkwoordvorm act. qal inf. stat. construct. van het werkw. חָבַשׁ = châbasj (verbinden, omwinden, zadelen) . Taalgebruik in Tenakh : châbasj (verbinden, omwinden, zadelen) . Getalwaarde : chet = 8 , beth = 2 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 31 OF 310 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (1) : Js 61,1 .

Js 61,1.15. לִקְרֹא = liqëro´ (om te roepen) < prefix voorzetsel lë + werkwoordvorm act. qal inf. stat. construct. van het werkw. קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (20) : (1) Gn 4,26 . (2) Ex 10,16 . (3) Nu 16,12 . (4) Nu 22,5 . (5) Nu 22,20 . (6) Nu 22,37 . (7) 1 S 22,11 . (8) 1 K 22,13 . (9) Js 61,1 . (10) Js 61,2 . (11) Jr 34,8 . (12) Jr 34,15 . (13) Jr 34,17 . (14) Jr 36,8 . (15) Jr 51,63 . (16) Sef 3,9 . (17) Spr 9,15 . (18) Da 2,2 . (19) Neh 6,7 . (20) 2 Kr 18,12 .
- act. inf. aor. κηρυξαι = kèruxai van het werkw. κηρυσσω = kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in het NT : kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in de LXX : kèrussô (verkondigen) . Taalgebruik in Lc : kèrussô (verkondigen) . Bijbel (6) : (1) Js 61,1 . (2) 2 Kr 36,22 . (3) 1 Mak 5,49 . (4) Lc 4,18 . (5) Lc 4,19 . (6) Hnd 10,42 . Een vorm van κηρυσσω = kèrussô (verkondigen) in de LXX (32) , in het NT (61) , in Lc (9) : (1) Lc 3,3 . (2) Lc 4,18 . (3) Lc 4,19 . (4) Lc 4,44 . (5) Lc 8,1 . (6) Lc 8,39 . (7) Lc 9,2 . (8) Lc 12,3 . (9) Lc 24,47 . κηρυσσω = kèrussô (verkondigen) kan de vertaling van 6 verschillende Hebreeuwse woorden zijn .

Js 61,1.16 . לִשְׁבוּיִם = lisjëbhûjim (tot de krijgsgevangenen) < prefix voorzetsel lë + werkwoordvorm pass. qal part. mann. mv. van het werkw. שָׁבָה = sjâbâh (gevangen nemen, gevangen wegvoeren, verdrijven) . Taalgebruik in Tenakh : sjâbâh (gevangen nemen, gevangen wegvoeren, verdrijven) . Tenakh (1) : Js 61,1 .
- dat. mann. mv. αιχμαλωτοις = aichmalôtois van het zelfst. naamw. αιχμαλωτος = aichmalôtos ('met de lans genomen' , krijsgevangen) . Taalgebruik in het NT : aichmalôtos ('met de lans genomen' , krijsgevangen) . Bijbel (2) : (1) Js 61,1 . (2) Lc 4,18 . Een vorm van αιχμαλωτος = aichmalôtos in de LXX (26) , in het NT (1) , in Lc (1) .

17. דְרוֹר = dërôr 1. (vrijheid, vrijlating) . 2. zwaluw . 3. vanzelf vloeiende myrrhe . Taalgebruik in Tenakh : dërôr (vrijheid, vrijlating) . Getalwaarde : daleth = 4 , resj = 20 of 200 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 404 (2² X 101) . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (6) : (1) Ex 30,23 . (2) Lv 25,10 . (3) Js 61,1 . (4) Jr 34,8 . (5) Jr 34,15 . (6) Jr 34,17 .
- Grieks . acc. vr. enk. αφεσιν = afesin van het zelfst. naamw. αφεσις = afesis (vergeving) . Taalgebruik in het NT : afesis (vergeving) . Taalgebruik in de LXX : afesis (vergeving) . Bijbel (25) : (1) Ex 18,2 . (2) Ex 23,11 . (3) Lv 16,26 . (4) Lv 25,10 . (5) Lv 27,18 . (6) Dt 15,1 . (7) Dt 15,3 . (8) Js 61,1 . (9) Jr 34,8 . (10) Jr 34,15 . (11) Jr 34,17 . (12) Est 2,18 . (13) Jdt 11,14 . (14) 1 Mak 13,34 . (15) Mt 26,28 . (16) Mc 1,4 . (17) Mc 3,29 . (18) Lc 3,3 . (19) Lc 24,47 . (20) Hnd 2,38 . (21) Hnd 5,31 . (22) Hnd 10,43 . (23) Hnd 26,18 . (24) Ef 1,7 . (25) Kol 1,14 . Een vorm van αφεσις = afesis in de LXX (50) , in het NT (17) , in Lc (4 , 5X) : (1) Lc 1,77 . (2) Lc 3,3 . (3) Lc 4,18 (2 vormen) . (4) Lc 24,47 . In Lc : 2 vormen van αφεσις = afesis (aflating, vergeving) in 4 verzen in 4 / 24 hoofdstukken . In Hnd : 2 vormen van αφεσις = afesis (aflating, vergeving) in 5 verzen in 5 / 28 hoofdstukken . Een vorm van αφεσις = afesis (vergeving) kan de vertaling van 13 verschillende Hebreeuwse woorden zijn .

αφεσις = afesis (af-lating) bijbel OT NT ev.  Mt Mc Lc Hnd Br.
nom vr. enk. afesis 5 2 3         1 : Hnd 13,38 2 : (1) Heb 9,2 . (2) Heb 10,18
gen. vr. enk. afeseôs 21 21              
dat. vr. enk.: afesei 8 6     2 : (1) Lc 1,77 . (2) Lc 4,18 .    
acc. vr. enk. afesin 26 14 12 1 : Mt 26,28 . 2 : (1) Mc 1,4 . (2) Mc 3,29 . 3 : (1) Lc 3,3 . (2) Lc 4,18 . (3) Lc 24,47 . 4 : (1) Hnd 2,38 . (2) Hnd 5,31 . (3) Hnd 10,43 . (4) Hnd 26,18 . 2 : (1) Ef 1,7 . (2) Kol 1,14 .
totaal 60 44 17   1 2 5 5 4

 

Js 61,2 - Js 61,2 : Zending van de profeet . Js 61,1-62,12 - Js 61,1 - Js 61,2 - Js 61,3 - Js 61,4 - Js 61,5 - Js 61,6 - Js 61,7 - Js 61,8 - Js 61,9 - Js 61,10 - Js 61,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT 3de (derde) zondag van de advent B  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2kalesai eniauton kuriou dekton kai èmeran antapodoseôs parakalesai pantas tous penthountas  2 ut praedicarem annum placabilem Domini et diem ultionis Deo nostro ut consolarer omnes lugentes     om aan te kondigen het genadejaar van de Heer.   2 Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten;  [2] om het genadejaar van de heer te melden, een dag van wraak voor onze God; om alle treurenden te troosten,   [2] om een genadejaar van de HEER uit te roepen en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten,  2 om uit te roepen een jaar van welbehagen voor de ENE, een dag van wrake voor onze God; om alle rouwenden te troosten,–   2. proclamer une année de grâce de la part de Yahvé et un jour de vengeance pour notre Dieu, pour consoler tous les affligés, 

King James Bible . [2] To proclaim the acceptable year of the LORD, and the day of vengeance of our God; to comfort all that mourn;
Luther-Bibel . 2 zu verkündigen ein gnädiges Jahr des HERRN und einen Tag der Vergeltung unsres Gottes, zu trösten alle Trauernden,

Tekstuitleg van Js 61,2 .

1. לִקְרֹא = liqëro´ (om te roepen) < prefix voorzetsel lë + werkwoordvorm act. qal inf. stat. construct. van het werkw. קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (20) : (1) Gn 4,26 . (2) Ex 10,16 . (3) Nu 16,12 . (4) Nu 22,5 . (5) Nu 22,20 . (6) Nu 22,37 . (7) 1 S 22,11 . (8) 1 K 22,13 . (9) Js 61,1 . (10) Js 61,2 . (11) Jr 34,8 . (12) Jr 34,15 . (13) Jr 34,17 . (14) Jr 36,8 . (15) Jr 51,63 . (16) Sef 3,9 . (17) Spr 9,15 . (18) Da 2,2 . (19) Neh 6,7 . (20) 2 Kr 18,12 .
- Grieks : act. inf. aor. καλεσαι = kalesai (om te roepen) van het werkw. καλεω = kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Taalgebruik in de Septuaginta : kaleô (roepen) . Taalgebruik in Mc : kaleô (roepen) . Taalgebruik in Lc : kaleô . Bijbel (20) . LXX (16) . NT (4) . Een vorm van καλεω = kaleô (roepen, noemen) in de LXX (512) , in het NT (148) .
- Ned. : roepen . D. : rufen . E. : to call . Fr. : appeler (Lat. . appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Grieks : καλεω = kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Hebreeuws : קָרָא = qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Lat. : vocare (vox = stem) .

2. - Ned. : jaar . Arabisch : سَنَة = sanah (jaar) . Taalgebruik in de Qoran : sanah (jaar) . Aramees : שְׁנָה = sjënâh (jaar) . D. : Jahr . E. : year . Fr. : an of année . Grieks : ετος = etos (jaar) . Taalgebruik in het NT : etos (jaar) . Hebreeuws : שָׁנָה = sjânâh (jaar) . Taalgebruik in Tenakh : sjânâh (jaar) . Latijn : annus (jaar) .

3. δεκτος = dektos (ontvankelijk, aanvaardbaar) . Zie het werkw. δεχομαι = dechomai (ontvangen, aanvaarden) . Taalgebruik in het NT : dechomai (ontvangen) . Taalgebruik in de LXX : dechomai (ontvangen) . Bijbel (5) : (1) Dt 33,24 . (2) Spr 12,22 . (3) Spr 14,35 . (4) Lc 4,24 . (5) Hnd 10,35 . Een vorm van δεκτος = dektos in de LXX (34) , in het NT (5) : (1) Lc 4,19 . (2) Lc 4,24 . (3) Hnd 10,35 . (4) 2 Kor 6,2 . (5) Fil 4,18 .
- acc. mann. enk. δεκτον = dekton van het bijvoegl. naamw. δεκτος = dektos (ontvankelijk, aanvaardbaar) . Zie het werkw. δεχομαι = dechomai (ontvangen, aanvaarden) . Taalgebruik in het NT : dechomai (ontvangen) . Taalgebruik in de LXX : dechomai (ontvangen) . Bijbel (12) : (1) Ex 28,38 . (2) Lv 1,3 . (3) Lv 1,4 . (4) Lv 17,4 . (5) Lv 22,20 . (6) Lv 22,21 . (7) Lv 22,29 . (8) Lv 23,11 . (9) Js 61,2 . (10) Mal 2,13 . (11) Spr 11,1 . (12) Lc 4,19 . Een vorm van δεκτος = dektos in de LXX (34) , in het NT (5) : (1) Lc 4,19 . (2) Lc 4,24 . (3) Hnd 10,35 . (4) 2 Kor 6,2 . (5) Fil 4,1 .
- ενδεκτος = endektos (aanvaardbaar, aannemelijk) < en - dektos . Een vorm van ενδεκτος = endektos in de LXX (0) , in het NT (0) . Lett. aan-vaardbaar (en-dektos) .
- ενδεχομαι = endechomai (aanvaarden, aannemen, ontvangen) . Een vorm van ενδεχομαι = endechomai in de LXX (2) : (1) Da 2,11 . (2) 2 Mac 11,18 , in het NT (1) : Lc 13,33 .
- Bijwoord ενδεχομενως = endechomenôs (aannemelijk, aanvaardbaar) . Een vorm van ενδεχομενως = endechomenôs in de LXX (1) : 2 Mac 13,26 , in het NT (0) .
- acc. onz. enk. ανενδεκτον = anendektos (onaannemelijk, onontvankelijk) van het bijvoegl. naamw. ανενδεκτος = anendektos < an - en - dektos . In de Bijbel slechts in Lc 17,1 .
- De keuze voor het hapax ανενδεκτον = anendektos (onaannemelijk, onontvankelijk) werd misschien bepaald door δεκτον = dekton (ontvankelijk, aanvaardbaar) van Lc 4,19 , waar de messiaanse tijd wordt aangekondigd . Zo zouden de 'kleinen ' misschien de blinden , de lammen enz. zijn . Lv 19 bevat eveneens een aantal voorschriften voor gedragingen onder elkaar .
- Waar brengt ons dit heen ? In Js 61,2 lezen we dat een genadejaar wordt aangekondigd ; daar vinden we δεκτον = dekton (aannemelijk, aanvaardbaar, ontvankelijk) . Bij het optreden van Jezus in de synagoge van Nazaret wordt Js 61,2 geciteerd . Aldus vinden we δεκτον = dekton (aannemelijk, aanvaardbaar, ontvankelijk) in Lc 4,19 . En verwijzend naar Lc 4,19 zegt Jezus dat niemand een aannemelijke profeet in zijn vaderstad is (Lc 4,24) . Wat houdt dat genadejaar in ? Blinden zien , doven horen en aan armen wordt de blijde boodschap verkondigd . Het programma van de messiaanse profeet en de aankondiging van de messiaanse tijden . Dat programma wordt nog eens herhaald aan de boden van Johannes de Doper (Lc 7,22) . Verband is er ook met ευδοκια = eudokia (welwillendheid, goedgunstigheid) o.a. van Lc 2,14 (kerstverhaal) en met ευδοκεω = eudokeô (instemmen, een welbehagen vinden in) o.a. van Lc 3,22 (verhaal van de doop van Jezus) .


Js 61,3 - Js 61,3 : Zending van de profeet . Js 61,1-62,12 - Js 61,1 - Js 61,2 - Js 61,3 - Js 61,4 - Js 61,5 - Js 61,6 - Js 61,7 - Js 61,8 - Js 61,9 - Js 61,10 - Js 61,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3dothènai tois penthousin siôn doxan anti spodou aleimma eufrosunès tois penthousin katastolèn doxès anti pneumatos akèdias kai klèthèsontai geneai dikaiosunès futeuma kuriou eis doxan  3 ut ponerem lugentibus Sion et darem eis coronam pro cinere oleum gaudii pro luctu pallium laudis pro spiritu maeroris et vocabuntur in ea fortes iustitiae plantatio Domini ad glorificandum       3 Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde.   [3] om aan de treurenden van Sion een kroon te geven in plaats van as, vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, een kleed van roem in plaats van een kwijnend gemoed. Men noemt hen ‘Eiken van heil’, door de heer geplant, een blijk van zijn luister.  [3] om aan Sions treurenden te schenken een kroon op hun hoofd in plaats van stof, vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, feestkledij in plaats van verslagenheid. Men noemt hen ‘Terebinten van gerechtigheid’, geplant door de HEER als teken van zijn luister.  3 om voor de rouwenden van Sion uit te stallen, om hun te geven: luister in plaats van as, verrukkelijke olie in plaats van rouw, een mantel van lofzang in plaats van een kwijnende geest; roepen zal men tot hen: godseiken der gerechtigheid, planting van de ENE, bestemd voor luister!   3. pour mettre aux affligés de Sion pour leur donner un diadème au lieu de cendre, de l'huile de joie au lieu d'un vêtement de deuil, un manteau de fête au lieu d'un esprit abattu; et on les appellera térébinthes de justice, plantation de Yahvé pour se glorifier. 

King James Bible . [3] To appoint unto them that mourn in Zion, to give unto them beauty for ashes, the oil of joy for mourning, the garment of praise for the spirit of heaviness; that they might be called trees of righteousness, the planting of the LORD, that he might be glorified.
Luther-Bibel . 3 zu schaffen den Trauernden zu Zion, dass ihnen Schmuck statt Asche, Freudenöl statt Trauerkleid, Lobgesang statt eines betrübten Geistes gegeben werden, dass sie genannt werden »Bäume der Gerechtigkeit«, »Pflanzung des HERRN«, ihm zum Preise.

Tekstuitleg van Js 61,3 .

16. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenakh : rûach (geest) . Taalgebruik in Jesaja : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Gr. pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het NT (379) . Tenakh (204) . Pentateuch (19) . Js (28) . Js 1-39 (13) : (1) Js 7,2 . (2) Js 11,2 . (3) Js 17,13 . (4) Js 19,3 . (5) Js 19,14 . (6) Js 25,4 . (7) Js 26,18 . (8) Js 29,10 . (9) Js 29,24 . (10) Js 31,3 . (11) Js 32,2 . (12) Js 32,15 . (13) Js 37,7 . Js 40-66 (15) : (1) Js 40,7 . (2) Js 40,13 . (3) Js 41,29 . (4) Js 54,6 . (5) Js 57,13 . (6) Js 57,15 . (7) Js 57,16 . (8) Js 59,19 . (9) Js 61,1 . (10) Js 61,3 . (11) Js 63,10 . (12) Js 63,11 . (13) Js 63,14 . (14) Js 65,14 . (15) Js 66,2 .
- w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Tenakh (2) : (1) Js 41,16 . (2) Js 42,5 .
- rûchî (mijn geest) . Tenakh (31) . Js (5) : (1) Js 26,9 . (2) Js 30,1 . (3) Js 38,16 . (4) Js 42,1 . (5) Js 44,3 . (6) Js 59,21 .
- rûchô (zijn geest) . Tenakh (15) . Js (1) : Js 11,15 .

23. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 56-66 (66 = 2 X 3 X 11) . Js 56 (5) : (1) Js 56,1 . (2) Js 56,3 . (3) Js 56,4 . (4) Js 56,6 . (5) Js 56,8 . Js 57 (1) : Js 57,19 . Js 58 (4) : (1) Js 58,8 . (2) Js 58,11 . (3) Js 58,13 . (4) Js 58,14 . Js 59 (5) : (1) Js 59,1 . (2) Js 59,15 . (3) Js 59,19 . (4) Js 59,20 . (5) Js 59,21 . Js 60 : (1) Js 60,1 . (2) Js 60,2 . (3) Js 60,6 . (4) Js 60,9 . (5) Js 60,14 . (6) Js 60,16 . (7) Js 60,19 . (8) Js 60,20 . (9) Js 60,22 . Js 61 (6) : (1) Js 61,1 . (2) Js 61,3 . (3) Js 61,6 . (4) Js 61,8 . (5) Js 61,9 . (6) Js 61,11 . Js 62 (8) : (1) Js 62,2 . (2) Js 62,3 . (3) Js 62,4 . (4) Js 62,6 . (5) Js 62,8 . (6) Js 62,9 . (7) Js 62,11 . (8) Js 62,12 . Js 63 (4) : (1) Js 63,7 . (2) Js 63,14 . (3) Js 63,16 . (4) Js 63,17 . Js 64 (3) : (1) Js 64,7 . (2) Js 64,8 . (3) Js 64,11 . Js 65 (7) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,11 . (4) Js 65,13 . (5) Js 65,15 . (6) Js 65,23 . (7) Js 65,25 . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

Js 61,4 - Js 61,4 : Zending van de profeet . Js 61,1-62,12 - Js 61,1 - Js 61,2 - Js 61,3 - Js 61,4 - Js 61,5 - Js 61,6 - Js 61,7 - Js 61,8 - Js 61,9 - Js 61,10 - Js 61,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai oikodomèsousin erèmous aiônias exèrèmômenas proteron exanastèsousin kai kainiousin poleis erèmous exèrèmômenas eis geneas  4 et aedificabunt deserta a saeculo et ruinas antiquas erigent et instaurabunt civitates desertas dissipatas in generationem et generationem      4 En zij zullen de oude verwoeste plaatsen bouwen, de vorige verstoringen weder oprichten, en de verwoeste steden vernieuwen, die verstoord waren van geslacht tot geslacht.  [4] De oude ruïnes worden opgebouwd, de puinhopen van vroeger hersteld; de verwoeste steden worden herschapen, die puinhopen van vroegere geslachten.  [4] Wat eertijds vernield werd, zullen zij herbouwen, de lang verlaten streken weer bevolken; ze herstellen de vervallen steden, verlaten sinds mensenheugenis.   4 ¶ Opbouwen zullen ze de puinhopen van eeuwig, de verwoestingen van vroeger: zij richten die weer op; nieuw maken ze de steden verdelgd, de verwoestingen van geslacht na geslacht.  4. Ils rebâtiront les ruines antiques, ils relèveront les restes désolés d'autrefois; ils restaureront les villes en ruines, les restes désolés des générations passées.  

King James Bible . [4] And they shall build the old wastes, they shall raise up the former desolations, and they shall repair the waste cities, the desolations of many generations.
Luther-Bibel . 4 Sie werden die alten Trümmer wieder aufbauen und, was vorzeiten zerstört worden ist, wieder aufrichten; sie werden die verwüsteten Städte erneuern, die von Geschlecht zu Geschlecht zerstört gelegen haben.

Tekstuitleg van Js 61,4 .

Js 61,5 - Js 61,5 : Zending van de profeet . Js 61,1-62,12 - Js 61,1 - Js 61,2 - Js 61,3 - Js 61,4 - Js 61,5 - Js 61,6 - Js 61,7 - Js 61,8 - Js 61,9 - Js 61,10 - Js 61,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5kai èxousin allogeneis poimainontes ta probata sou kai allofuloi arotères kai ampelourgoi 5 et stabunt alieni et pascent pecora vestra et filii peregrinorum agricolae et vinitores vestri erunt      5 En uitlanders zullen staan, en uw kudden weiden; en vreemden zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn.  [5] Vreemden zullen uw kleinvee weiden, buitenlanders zullen uw boeren en wijnbouwers zijn.   [5] Vreemden staan je ten dienste en hoeden je schapen, vreemdelingen worden je dagloner of wijnbouwer.  5 Uitlanders zullen aantreden om uw wolvee te weiden; zonen uit den vreemde zijn uw akkerlieden, uw wijngaardeniers.  5. Des étrangers se présenteront pour paître vos troupeaux, des immigrants seront vos laboureurs et vos vignerons. 

King James Bible .[5] And strangers shall stand and feed your flocks, and the sons of the alien shall be your plowmen and your vinedressers.
Luther-Bibel . 5 Fremde werden hintreten und eure Herden weiden, und Ausländer werden eure Ackerleute und Weingärtner sein.

Tekstuitleg van Js 61,5 .

Js 61,6 - Js 61,6 : Zending van de profeet . Js 61,1-62,12 - Js 61,1 - Js 61,2 - Js 61,3 - Js 61,4 - Js 61,5 - Js 61,6 - Js 61,7 - Js 61,8 - Js 61,9 - Js 61,10 - Js 61,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6umeis de iereis kuriou klèthèsesthe leitourgoi theou ischun ethnôn katedesthe kai en tô ploutô autôn thaumasthèsesthe  6 vos autem sacerdotes Domini vocabimini ministri Dei nostri dicetur vobis fortitudinem gentium comedetis et in gloria earum superbietis      6 Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen.  [6] U echter zult priesters* van de heer genoemd worden en dienaars van onze God zult u heten. Van de rijkdom van de volken zult u genieten, op hun luister zult u zich beroemen.  [6] En jullie worden priester van de HEER genoemd, dienaar van onze God zul je heten. Je zult je te goed doen aan de rijkdom door vreemde volken vergaard, je zult je met hun luister bekleden.  6 En uzelf: ‘priesters van de ENE’ roept men u toe, ‘dienaars van onze God’ zal men tot u zeggen; het vermogen der volkeren eet ge op, met hun glorie pronkt ge!–  6. Mais vous, vous serez appelés prêtres de Yahvé, on vous nommera ministres de notre Dieu. Vous vous nourrirez des richesses des nations, vous leur succéderez dans leur gloire. 

King James Bible . [6] But ye shall be named the Priests of the LORD: men shall call you the Ministers of our God: ye shall eat the riches of the Gentiles, and in their glory shall ye boast yourselves.
Luther-Bibel . 6 Ihr aber sollt Priester des HERRN heißen, und man wird euch Diener unsres Gottes nennen. Ihr werdet der Völker Güter essen und euch ihrer Herrlichkeit rühmen.

Tekstuitleg van Js 61,6 .

3. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 56-66 (66 = 2 X 3 X 11) . Js 56 (5) : (1) Js 56,1 . (2) Js 56,3 . (3) Js 56,4 . (4) Js 56,6 . (5) Js 56,8 . Js 57 (1) : Js 57,19 . Js 58 (4) : (1) Js 58,8 . (2) Js 58,11 . (3) Js 58,13 . (4) Js 58,14 . Js 59 (5) : (1) Js 59,1 . (2) Js 59,15 . (3) Js 59,19 . (4) Js 59,20 . (5) Js 59,21 . Js 60 : (1) Js 60,1 . (2) Js 60,2 . (3) Js 60,6 . (4) Js 60,9 . (5) Js 60,14 . (6) Js 60,16 . (7) Js 60,19 . (8) Js 60,20 . (9) Js 60,22 . Js 61 (6) : (1) Js 61,1 . (2) Js 61,3 . (3) Js 61,6 . (4) Js 61,8 . (5) Js 61,9 . (6) Js 61,11 . Js 62 (8) : (1) Js 62,2 . (2) Js 62,3 . (3) Js 62,4 . (4) Js 62,6 . (5) Js 62,8 . (6) Js 62,9 . (7) Js 62,11 . (8) Js 62,12 . Js 63 (4) : (1) Js 63,7 . (2) Js 63,14 . (3) Js 63,16 . (4) Js 63,17 . Js 64 (3) : (1) Js 64,7 . (2) Js 64,8 . (3) Js 64,11 . Js 65 (7) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,11 . (4) Js 65,13 . (5) Js 65,15 . (6) Js 65,23 . (7) Js 65,25 . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

10. mann. mv. gojim (volken) van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenakh : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het NT : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenakh (133) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenakh 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenakh (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenakh (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

Js 61,7 - Js 61,7 : Zending van de profeet . Js 61,1-62,12 - Js 61,1 - Js 61,2 - Js 61,3 - Js 61,4 - Js 61,5 - Js 61,6 - Js 61,7 - Js 61,8 - Js 61,9 - Js 61,10 - Js 61,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7outôs ek deuteras klèronomèsousin tèn gèn kai eufrosunè aiônios uper kefalès autôn  7 pro confusione vestra duplici et rubore laudabunt partem eorum propter hoc in terra sua duplicia possidebunt laetitia sempiterna erit eis      7 Voor uw dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel; daarom zullen zij in hun land erfelijk het dubbele bezitten; zij zullen eeuwige vreugde hebben.  [7] Omdat hun schande* dubbel zo groot was en smaad en bespuwing hun deel, daarom zullen zij in het land een dubbel bezit verwerven en zal een eeuwige vreugde hun deel zijn.  [7] De smaad die je verdiende loon werd genoemd, je schande wordt je dubbel vergoed. Daarom erven zij dubbel van het land en is eeuwige vreugde hun deel.  7 In plaats van dubbele schaamte en schande over hen, zullen zij juichen over hun deel; in hun land zullen zij het dubbele beërven, eeuwige vreugde zal de hunne wezen.   7. Au lieu de votre honte, vous aurez double part; au lieu de l'humiliation, les cris de joie seront leur part; aussi recevront-ils double héritage dans leur pays et auront-ils une joie éternelle.  

King James Bible . [7] For your shame ye shall have double; and for confusion they shall rejoice in their portion: therefore in their land they shall possess the double: everlasting joy shall be unto them.
Luther-Bibel . 7 Dafür, dass mein Volk doppelte Schmach trug und Schande ihr Teil war, sollen sie doppelten Anteil besitzen in ihrem Lande und ewige Freude haben.

Tekstuitleg van Js 61,7 .

Js 61,8 - Js 61,8 : Zending van de profeet . Js 61,1-62,12 - Js 61,1 - Js 61,2 - Js 61,3 - Js 61,4 - Js 61,5 - Js 61,6 - Js 61,7 - Js 61,8 - Js 61,9 - Js 61,10 - Js 61,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8egô gar eimi kurios o agapôn dikaiosunèn kai misôn arpagmata ex adikias kai dôsô ton mochthon autôn dikaiois kai diathèkèn aiônion diathèsomai autois  8 quia ego Dominus diligens iudicium odio habens rapinam in holocausto et dabo opus eorum in veritate et foedus perpetuum feriam eis      8 Want Ik, de HEERE, heb het recht lief, Ik haat den roof in het brandoffer, en Ik zal geven, dat hun werk in der waarheid zal zijn; en Ik zal een eeuwig verbond met hen maken.  [8] Want Ik, de heer, heb het recht lief, maar Ik heb een afkeer van onrecht en roof. Ik zal hen getrouw belonen en een eeuwig verbond met hen sluiten.  [8] Want ik, de HEER, heb het recht lief, ik haat offers van roofgoed. Ik zal hen getrouw belonen, een eeuwig verbond sluit ik met hen.   8 Want ik, de ENE, die rechtdoen liefheb en roof en onrecht haat,– geven zal ik hun hun loon in goede trouw, een eeuwig verbond zal ik met hen smeden.  8. Car moi, Yahvé, qui aime le droit, qui hais le vol et l'injustice, je leur donnerai fidèlement leur récompense et je conclurai avec eux une alliance éternelle. 

King James Bible . [8] For I the LORD love judgment, I hate robbery for burnt offering; and I will direct their work in truth, and I will make an everlasting covenant with them.
Luther-Bibel . 8 Denn ich bin der HERR, der das Recht liebt und Raub und Unrecht hasst; ich will ihnen den Lohn in Treue geben und einen ewigen Bund mit ihnen schließen.

Tekstuitleg van Js 61,8 .

3. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 56-66 (66 = 2 X 3 X 11) . Js 56 (5) : (1) Js 56,1 . (2) Js 56,3 . (3) Js 56,4 . (4) Js 56,6 . (5) Js 56,8 . Js 57 (1) : Js 57,19 . Js 58 (4) : (1) Js 58,8 . (2) Js 58,11 . (3) Js 58,13 . (4) Js 58,14 . Js 59 (5) : (1) Js 59,1 . (2) Js 59,15 . (3) Js 59,19 . (4) Js 59,20 . (5) Js 59,21 . Js 60 : (1) Js 60,1 . (2) Js 60,2 . (3) Js 60,6 . (4) Js 60,9 . (5) Js 60,14 . (6) Js 60,16 . (7) Js 60,19 . (8) Js 60,20 . (9) Js 60,22 . Js 61 (6) : (1) Js 61,1 . (2) Js 61,3 . (3) Js 61,6 . (4) Js 61,8 . (5) Js 61,9 . (6) Js 61,11 . Js 62 (8) : (1) Js 62,2 . (2) Js 62,3 . (3) Js 62,4 . (4) Js 62,6 . (5) Js 62,8 . (6) Js 62,9 . (7) Js 62,11 . (8) Js 62,12 . Js 63 (4) : (1) Js 63,7 . (2) Js 63,14 . (3) Js 63,16 . (4) Js 63,17 . Js 64 (3) : (1) Js 64,7 . (2) Js 64,8 . (3) Js 64,11 . Js 65 (7) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,11 . (4) Js 65,13 . (5) Js 65,15 . (6) Js 65,23 . (7) Js 65,25 . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

5. misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Tenakh : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Jesaja : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , pe = 17 of 80 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 420 (2² X 3 X 5 X 7) . Structuur : 4 - 3 - 8 . Tenakh (132) . Pentateuch (18) . 12 kl. Prof (10) . Js (21) : (1) Js 1,17 . (2) Js 1,21 . (3) Js 4,4 . (4) Js 10,2 . (5) Js 16,5 . (6) Js 28,6 . (7) Js 28,17 . (8) Js 30,18 . (9) Js 32,7 . (10) Js 32,16 . (11) Js 33,5 . (12) Js 40,14 . (13) Js 42,1 . (14) Js 42,3 . (15) Js 42,4 . (16) Js 56,1 . (17) Js 59,8 . (18) Js 59,9 . (19) Js 59,14 . (20) Js 59,15 . (21) Js 61,8 . Een vorm van misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) in Jesaja in 40 (42X) verzen. Js 1-39 (21) . Js 40-55 (11) . Js 56-66 (8) : (1) Js 56,1 . (2) Js 58,2 . (3) Js 59,8 . (4) Js 59,9 . (5) Js 59,11 . (6) Js 59,14 . (7) Js 59,15 . (8) Js 61,8 .

12. ûbhërîth (en het verbond) > û + bërîth . Taalgebruik in Tenakh : bërîth (verbond) . Taalgebruik in Jesaja : bërîth (verbond) . Gr. diathèkè (verbond) . Taalgebruik in het NT : diathèkè (verbond) . diatithèmi = tussen-stellen . Lat. foedus (zie b.v. federaal) . Fr. alliance . E. covenant . Ned. verbond . D. Bund . Tenakh (4) : (1) Js 54,10 . (2) Js 61,8 . (3) Hos 12,2 . (4) Neh 13,29 . Een vorm van bërîth (verbond) in Jesaja in 12 verzen : (1) Js 24,5 . (2) Js 28,15 . (3) Js 28,18 . (4) Js 33,8 . (5) Js 42,6 . (6) Js 49,8 . (7) Js 54,10 . (8) Js 55,3 . (9) Js 56,4 . (10) Js 56,6 . (11) Js 59,21 . (12) Js 61,8 .

12. - 13. bërîth (verbond) `ôlâm (eeuwig) . Tenakh (11) : (1) Gn 9,16 . (2) Ex 31,16 . (3) Lv 24,8 . (4) 1 Kr 16,17 . (5) Ps 105,10 . (6) Js 24,5 . (7) Js 55,3 . (8) Jr 32,40 . (9) Jr 50,5 . (10) Ez 16,60 . (11) Ez 37,26 . Verder : ûbhërîth `ôlâm (en een eeuwig verbond) . Tenakh (1) Js 61,8 . lëbërîth `ôlâm (tot een eeuwig verbond) . Tenakh (3) : (1) Gn 17,7 . (2) Gn 17,13 . (3) Gn 17,19 .

Js 61,9 - Js 61,9 : Zending van de profeet . Js 61,1-62,12 - Js 61,1 - Js 61,2 - Js 61,3 - Js 61,4 - Js 61,5 - Js 61,6 - Js 61,7 - Js 61,8 - Js 61,9 - Js 61,10 - Js 61,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai gnôsthèsetai en tois ethnesin to sperma autôn kai ta ekgona autôn pas o orôn autous epignôsetai autous oti outoi eisin sperma èulogèmenon upo theou  9 et scietur in gentibus semen eorum et germen eorum in medio populorum omnes qui viderint eos cognoscent eos quia isti sunt semen cui benedixit Dominus      9 En hun zaad zal onder de heidenen bekend worden, en hun nakomelingen in het midden der volken; allen, die hen zien zullen, zullen hen kennen, dat zij zijn een zaad, dat de HEERE gezegend heeft.  [9] Hun nakomelingen worden onder de volken bekend, hun afstammelingen onder de naties; al wie hen ziet, zal in hen het geslacht herkennen dat* door de heer gezegend is.  [9] Hun kinderen zullen vermaard zijn bij alle volken, heel de aarde kent hun nageslacht. Dan zullen allen die hen zien erkennen: ‘Dat zijn de kinderen die de HEER heeft gezegend.’  9 Hun zaad zal bij de volkeren bekend zijn, hun nakomelingen onder de gemeenschappen; al wie hen zien zullen van hen erkennen: ja, zij zijn het zaad, gezegend door de Heer! ••   9. Leur race sera célèbre parmi les nations, et leur descendance au milieu des peuples; tous ceux qui les verront les reconnaîtront comme une race que Yahvé a bénie. 

King James Bible . [9] And their seed shall be known among the Gentiles, and their offspring among the people: all that see them shall acknowledge them, that they are the seed which the LORD hath blessed.
Luther-Bibel . 9 Und man soll ihr Geschlecht kennen unter den Heiden und ihre Nachkommen unter den Völkern, dass, wer sie sehen wird, erkennen soll, dass sie ein Geschlecht sind, gesegnet vom HERRN.

Tekstuitleg van Js 61,9 .

Js 61,9.2. mann. mv. גוֹיִם = gojim (volken) van het zelfst. naamw. גוֹי = gôj (volk) . Taalgebruik in Tenakh : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) .

Getalswaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het NT : ethnos (volk) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenakh 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenakh (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenakh (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .
- Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenakh (133) .

Js 61,9.13. act. piël perf. 3de pers. mann. enk. בֵּרַךְ = berakh (hij zegende) . Zie het werkw. בָרַך = bârakh (zegenen, loven, prijzen) . Taalgebruik in Tenakh : bârakh (zegenen, loven, prijzen) . Getalswaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , kaf = 11 of 20 . Totaal : 33 (3 X 11) OF 222 (6 X 37) of (2 X 111) of (10 X 17) + (2 X 26) . Structuur : 2 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . 222 is de som van twee produkten met de getalswaarde van JHWH .
- Grieks . ευλογεω = eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in het NT : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in de Septuaginta : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in Mc : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in Lc : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in Hnd : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Een vorm van ευλογεω = eulogeô in de LXX (516) , in het NT (42) .
- Ned. : zegenen < signare (tekenen) , het signum (teken) van het kruis slaan . Arabisch : بَارَكَ = bâraka (zegenen) . Taalgebruik in de Qoran : bâraka (zegenen) . D. : segnen . E. : to bless . Fr. : bénir . Gr. : ευλογεω = eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Taalgebruik in het NT : eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) . Hebreeuws : בָרַך = bârakh (zegenen, loven, prijzen) . Taalgebruik in Tenakh : bârakh (zegenen, loven, prijzen) . Lat. : benedicere .

Js 61,9.14. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 56-66 (66 = 2 X 3 X 11) . Js 56 (5) : (1) Js 56,1 . (2) Js 56,3 . (3) Js 56,4 . (4) Js 56,6 . (5) Js 56,8 . Js 57 (1) : Js 57,19 . Js 58 (4) : (1) Js 58,8 . (2) Js 58,11 . (3) Js 58,13 . (4) Js 58,14 . Js 59 (5) : (1) Js 59,1 . (2) Js 59,15 . (3) Js 59,19 . (4) Js 59,20 . (5) Js 59,21 . Js 60 : (1) Js 60,1 . (2) Js 60,2 . (3) Js 60,6 . (4) Js 60,9 . (5) Js 60,14 . (6) Js 60,16 . (7) Js 60,19 . (8) Js 60,20 . (9) Js 60,22 . Js 61 (6) : (1) Js 61,1 . (2) Js 61,3 . (3) Js 61,6 . (4) Js 61,8 . (5) Js 61,9 . (6) Js 61,11 . Js 62 (8) : (1) Js 62,2 . (2) Js 62,3 . (3) Js 62,4 . (4) Js 62,6 . (5) Js 62,8 . (6) Js 62,9 . (7) Js 62,11 . (8) Js 62,12 . Js 63 (4) : (1) Js 63,7 . (2) Js 63,14 . (3) Js 63,16 . (4) Js 63,17 . Js 64 (3) : (1) Js 64,7 . (2) Js 64,8 . (3) Js 64,11 . Js 65 (7) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,11 . (4) Js 65,13 . (5) Js 65,15 . (6) Js 65,23 . (7) Js 65,25 . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

Js 61,9.13. - 14. בֵּרַךְ יהוה = berakh JHWH (JHWH (JHWH zegende) . Tenakh (3) : (1) Ex 20,11 . (2) 2 S 6,12 . (3) Js 61,9 .

Js 61,10 - Js 61,10 : Zending van de profeet . Js 61,1-62,12 - Js 61,1 - Js 61,2 - Js 61,3 - Js 61,4 - Js 61,5 - Js 61,6 - Js 61,7 - Js 61,8 - Js 61,9 - Js 61,10 - Js 61,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT 3de (derde) zondag van de advent B  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai eufrosunè eufranthèsontai epi kurion agalliasthô è psuchè mou epi tô kuriô enedusen gar me imation sôtèriou kai chitôna eufrosunès ôs numfiô periethèken moi mitran kai ôs numfèn katekosmèsen me kosmô  10 gaudens gaudebo in Domino et exultabit anima mea in Deo meo quia induit me vestimentis salutis et indumento iustitiae circumdedit me quasi sponsum decoratum corona et quasi sponsam ornatam monilibus suis    Ik wil jubelen en juichen in de Heer, mijn ziel wil zich verheugen in mijn God, want Hij heeft Mij gekleed met het kleed des heils en Mij de mantel der gerechtigheid omgehangen, als een bruidegom die zich het hoofd feestelijk omhult of als een bruid die zich met haar sieraden tooit.   10 Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap.  [10] Ik verheug mij uitbundig vanwege de heer, ik jubel en juich om mijn God, want Hij heeft mij bekleed met gewaden van redding, mij gehuld in een mantel van heil, zoals de bruidegom een kroon opzet en de bruid zich met haar juwelen siert.  [10] Ik vind grote vreugde in de HEER, mijn hele wezen jubelt om mijn God. Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan, hulde mij* in de mantel van de gerechtigheid, zoals een bruidegom een kroon opzet,* zoals een bruid zich tooit met haar sieraden.  10 ¶ Vol verrukking ben ik, verrukt om de Heer, mijn ziel juicht om mijn God, want hij bekleedt mij met gewaden van heil, in een mantel van gerechtigheid hult hij mij; als een bruidegom, een priester in zijn luister, als een bruid die zich siert in haar bruidstooi.  10. Je suis plein d'allégresse en Yahvé, mon âme exulte en mon Dieu, car il m'a revêtu de vêtements de salut, il m'a drapé dans un manteau de justice, comme l'époux qui se coiffe d'un diadème, comme la fiancée qui se pare de ses bijoux. 

King James Bible . [10] I will greatly rejoice in the LORD, my soul shall be joyful in my God; for he hath clothed me with the garments of salvation, he hath covered me with the robe of righteousness, as a bridegroom decketh himself with ornaments, and as a bride adorneth herself with her jewels.
Luther-Bibel . 10 Ich freue mich im HERRN, und meine Seele ist fröhlich in meinem Gott; denn er hat mir die Kleider des Heils angezogen und mich mit dem Mantel der Gerechtigkeit gekleidet, wie einen Bräutigam mit priesterlichem Kopfschmuck geziert und wie eine Braut, die in ihrem Geschmeide prangt.

Tekstuitleg van Js 61,10 . Het vers Js 61,10 telt 19 woorden en 77 (7 X 11) letters . De getalwaarde van Js 61,10 is 4969 (priemgetal) .

Js 61,10.4. act. qal imperf. 3de pers. vr. enk. thâgel (zij verheugt zich) van het werkw. gîl / gûl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) . Taalgebruik in Tenakh : gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) . Getalwaarde : gimel = 3 , lamed = 12 of 30 , jod = 10 , waw = 6 ; totaal : 22 (2 X 11) , 21 (3 X 7) OF 43 (17 + 26) , 39 (3 X 13) . Structuur : 3 - 1 - 3 OF 3 - 6 - 3 . Tenakh (2) : (1) Js 60,10 . (2) Ps 97,1 . wëthâgel (en zij verheugt zich) < wë + thâgel (zij verheugt zich) . Tenakh (5) : (1) Js 35,1 . (2) Ps 35,2 . (3) Ez 23,18 . (4) Spr 23,25 . (5) 1 Kr 16,31 . Gr. agalliaô (jubelen, juichen) . Taalgebruik in het NT : agalliaô (jubelen) . Taalgebruik in Lc : agalliaô (jubelen) . Bijbel = Lc (1) : Lc 1,47 . Een vorm van agalliaô (jubelen) in de LXX (74) , in het NT (11) , in Lc in 2 verzen : (1) Lc 1,47 . (2) Lc 10,21 .
- imperat. aor. 3de pers. enk. agalliasthô (dat hij / zij zich verheuge) . Bijbel (7) : (1) Js 35,1 . (2) Js 49,13 . (3) Js 61,10 . (4) Ps 14,7 . (5) Ps 96,11 . (6) Ps 97,1 . (7) 1 Kr 16,31 .

Js 61,10.5. zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. naphësjî (mijn ziel) van het zelfst. naamw. nèphèsj (ziel) . Taalgebruik in Tenakh : nèphèsj (geest) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , phe = 17 of 80 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 52 (2 X 26) of 430 . Het spiegelbeeld van 43 is 34 (2 X 17) . 4 + 3 = 7 ; 3 + 4 = 7 ; 43 + 34 = 77 . 43 = 17 + 26 (de 2 godsgetallen) . Structuur : 50 - 80 - 300 (5 - 8 - 3) . Tenakh (170) . Pentateuch (11) . Eerdere Profeten (20) . Latere Profeten (18) . 12 Kleine Profeten (5) . Geschriften (116) . Js (6) : (1) Js 1,14 . (2) Js 26,9 . (3) Js 38,15 . (4) Js 38,17 . (5) Js 42,1 . (6) Js 61,10 .
- Grieks . psuchè (adem, geest, leven) . Taalgebruik in het NT : psuchè (adem, geest, leven) . Taalgebruik in de LXX : psuchè (adem, geest, leven) . Een vorm van psuchè (adem, geest, leven) in het LXX (976) , in het NT (101) . Arabisch : ziel (nafsj) . Taalgebruik in de Koran : ziel (nafsj) .

Js 61,10.6. be´lohe(j) (in God van) OF be´lohaj (in mijn God) < bë + zelfst. naamw. stat. construct. mann. mv. ( + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. van het zelfst. naamw. ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De verkorte vorm van de godsnaam ´èlohîm is ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . Gr. theos (God)  . Taalgebruik in het NT : theos (God) . Taalgebruik in de LXX : theos (God) . L. deus , Fr. dieu . De vloek dju . D. Gott . E. God . . Tenakh (6) : (1) Joz 22,16 . (2) 2 S 22,30 . (3) Js 61,10 . (4) Js 65,16 . (5) Hab 3,18 . (6) 1 Kr 5,25 .

Js 61,10.7. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Eerdere Profeten (726) . Latere Profeten (841) . 12 Kleine Profeten (241) . Geschriften (1157) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 61 (4) : (1) Js 61,8 . (2) Js 61,9 . (3) Js 61,10 . (4) Js 61,11 .

Js 61,10.12. tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in Tenakh : tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in Jesaja : tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , daleth = 4 , qoph = 19 of 100 , he = 5 ; totaal : 46 (2 X 23) OF 199 . Structuur : 9 - 4 - 1 - 5 . Gr. dikaiosunè (rechtvaardigheid) . Zie : Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het NT : dikaios (rechtvaardig) . Lat. justitia . Fr. la justice . E. righteousness . D. Gerechtigkeit . Arabisch : `adâlah (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in de Koran : `adâlah (rechtvaardigheid) . Een vorm van dikaiosunè (rechtvaardigheid) in de LXX (351) , in het NT (91) . Tenakh (32) . Js (10) : (1) Js 10,22 . (2) Js 45,23 . (3) Js 56,1 . (4) Js 58,2 . (5) Js 59,9 . (6) Js 59,17 . (7) Js 60,17 . (8) Js 61,10 . (9) Js 61,11 . (10) Js 62,1 .

Js 61,11 - Js 61,11 : Zending van de profeet . Js 61,1-62,12 - Js 61,1 - Js 61,2 - Js 61,3 - Js 61,4 - Js 61,5 - Js 61,6 - Js 61,7 - Js 61,8 - Js 61,9 - Js 61,10 - Js 61,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT 3de (derde) zondag van de advent B  Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11kai ôs gèn auxousan to anthos autès kai ôs kèpos ta spermata autou outôs anatelei kurios dikaiosunèn kai agalliama enantion pantôn tôn ethnôn   11 sicut enim terra profert germen suum et sicut hortus semen suum germinat sic Dominus Deus germinabit iustitiam et laudem coram universis gentibus     Want zoals de aarde haar vruchten voortbrengt en zoals een tuin het zaad laat rijpen, zo laat de Heer de gerechtigheid ontluiken en zijn glorie voor het oog der volken.   11 Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, hetgeen in hem gezaaid is, doet uitspruiten; alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken. [11] Want zoals de aarde groen voortbrengt en een tuin het opgenomen zaad laat ontkiemen, zo laat de Heer god uw heil ontkiemen, uw luister voor het oog van alle volken.   [11] Want zoals de aarde haar gewassen voortbrengt, zoals een tuin het gezaaide laat ontkiemen, zo laat God, de HEER, gerechtigheid ontkiemen en glorie voor het oog van alle volken.  11 Want zoals de aarde haar uitspruitsel voortbrengt en zoals een hof het in haar gezaaide doet ontspruiten, zó zal mijn Heer, de ENE, doen ontspruiten gerechtigheid en lofzang tegen alle volkeren in.  11. Car de même que la terre fait éclore ses germes et qu'un jardin fait germer sa semence, ainsi le Seigneur Yahvé fait germer la justice et la louange devant toutes les nations. 

King James Bible .[11] For as the earth bringeth forth her bud, and as the garden causeth the things that are sown in it to spring forth; so the Lord GOD will cause righteousness and praise to spring forth before all the nations.
Luther-Bibel . 11 Denn gleichwie Gewächs aus der Erde wächst und Same im Garten aufgeht, so lässt Gott der HERR Gerechtigkeit aufgehen und Ruhm vor allen Heidenvölkern.

Tekstuitleg van Js 61,11 .

Js 61,11.5.

9. ´ädonâj / ´ädonaj (mijn heer / mijne heren) . Taalgebruik in Tenakh : ´ädonâj / ´ädonaj (mijn heer / mijne heren) . Getalwaarde : aleph = 1 , daleth = 4 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 29 OF 65 (5 X 13 of (2 X 26) + 13 . Structuur : 1 - 4 - 5 - 1 . Tenakh (568) . Pentateuch (67) . Js (47) . JHWH wordt als ´ädonâj uitgesproken . Gr. kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de Septuaginta : kurios (heer) . Lat. dominus . Fr. seigneur . D. Herr . E. Lord . Een vorm van kurios (heer) in de Septuaginta (8591) , in het NT (718) . Tenakh (568) . Pentateuch (67) . Js (47) . Js 1-39 (35) . Js 40-55 (7) . Js 56-66 (5) : (1) Js 56,8 . (2) Js 61,1 . (3) Js 61,11 . (4) Js 65,13 . (5) Js 65,15 .

10. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenakh (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366 = 2 X 3 X 61) . Js 56-66 (66 = 2 X 3 X 11) . Js 56 (5) : (1) Js 56,1 . (2) Js 56,3 . (3) Js 56,4 . (4) Js 56,6 . (5) Js 56,8 . Js 57 (1) : Js 57,19 . Js 58 (4) : (1) Js 58,8 . (2) Js 58,11 . (3) Js 58,13 . (4) Js 58,14 . Js 59 (5) : (1) Js 59,1 . (2) Js 59,15 . (3) Js 59,19 . (4) Js 59,20 . (5) Js 59,21 . Js 60 : (1) Js 60,1 . (2) Js 60,2 . (3) Js 60,6 . (4) Js 60,9 . (5) Js 60,14 . (6) Js 60,16 . (7) Js 60,19 . (8) Js 60,20 . (9) Js 60,22 . Js 61 (6) : (1) Js 61,1 . (2) Js 61,3 . (3) Js 61,6 . (4) Js 61,8 . (5) Js 61,9 . (6) Js 61,11 . Js 62 (8) : (1) Js 62,2 . (2) Js 62,3 . (3) Js 62,4 . (4) Js 62,6 . (5) Js 62,8 . (6) Js 62,9 . (7) Js 62,11 . (8) Js 62,12 . Js 63 (4) : (1) Js 63,7 . (2) Js 63,14 . (3) Js 63,16 . (4) Js 63,17 . Js 64 (3) : (1) Js 64,7 . (2) Js 64,8 . (3) Js 64,11 . Js 65 (7) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,11 . (4) Js 65,13 . (5) Js 65,15 . (6) Js 65,23 . (7) Js 65,25 . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

12. tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in Tenakh : tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in Jesaja : tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , daleth = 4 , qoph = 19 of 100 , he = 5 ; totaal : 46 (2 X 23) OF 199 . Structuur : 9 - 4 - 1 - 5 . Gr. dikaiosunè (rechtvaardigheid) . Zie : Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het NT : dikaios (rechtvaardig) . Lat. justitia . Fr. la justice . E. righteousness . D. Gerechtigkeit . Arabisch : `adâlah (rechtvaardigheid) . Taalgebruik in de Koran : `adâlah (rechtvaardigheid) . Een vorm van dikaiosunè (rechtvaardigheid) in de LXX (351) , in het NT (91) . Tenakh (32) . Js (10) : (1) Js 10,22 . (2) Js 45,23 . (3) Js 56,1 . (4) Js 58,2 . (5) Js 59,9 . (6) Js 59,17 . (7) Js 60,17 . (8) Js 61,10 . (9) Js 61,11 . (10) Js 62,1 .

16. mann. mv. gojim (volken) van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenakh : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het NT : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenakh (133) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenakh 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenakh (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenakh (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

15. - 16. kâl haggôjim (alle volkeren) . Tenakh (37) . Js (11) : (1) Js 2,2 . (2) Js 14,26 . (3) Js 25,7 . (4) Js 29,7 . (5) Js 29,8 . (6) Js 34,2 . (7) Js 40,17 . (8) Js 43,9 . (9) Js 52,10 . (10) Js 61,11 . (11) Js 66,18 .


LXX

1pneuma kuriou ep' eme ou eineken echrisen me euaggelisasthai ptôchois apestalken me iasasthai tous suntetrimmenous tè kardia kèruxai aichmalôtois afesin kai tuflois anablepsin2kalesai eniauton kuriou dekton kai èmeran antapodoseôs parakalesai pantas tous penthountas3dothènai tois penthousin siôn doxan anti spodou aleimma eufrosunès tois penthousin katastolèn doxès anti pneumatos akèdias kai klèthèsontai geneai dikaiosunès futeuma kuriou eis doxan4kai oikodomèsousin erèmous aiônias exèrèmômenas proteron exanastèsousin kai kainiousin poleis erèmous exèrèmômenas eis geneas5kai èxousin allogeneis poimainontes ta probata sou kai allofuloi arotères kai ampelourgoi6umeis de iereis kuriou klèthèsesthe leitourgoi theou ischun ethnôn katedesthe kai en tô ploutô autôn thaumasthèsesthe7outôs ek deuteras klèronomèsousin tèn gèn kai eufrosunè aiônios uper kefalès autôn8egô gar eimi kurios o agapôn dikaiosunèn kai misôn arpagmata ex adikias kai dôsô ton mochthon autôn dikaiois kai diathèkèn aiônion diathèsomai autois9kai gnôsthèsetai en tois ethnesin to sperma autôn kai ta ekgona autôn pas o orôn autous epignôsetai autous oti outoi eisin sperma èulogèmenon upo theou10kai eufrosunè eufranthèsontai epi kurion agalliasthô è psuchè mou epi tô kuriô enedusen gar me imation sôtèriou kai chitôna eufrosunès ôs numfiô periethèken moi mitran kai ôs numfèn katekosmèsen me kosmô11kai ôs gèn auxousan to anthos autès kai ôs kèpos ta spermata autou outôs anatelei kurios dikaiosunèn kai agalliama enantion pantôn tôn ethnôn


Vulgaat

1 spiritus Domini super me eo quod unxerit Dominus me ad adnuntiandum mansuetis misit me ut mederer contritis corde et praedicarem captivis indulgentiam et clausis apertionem 2 ut praedicarem annum placabilem Domini et diem ultionis Deo nostro ut consolarer omnes lugentes 3 ut ponerem lugentibus Sion et darem eis coronam pro cinere oleum gaudii pro luctu pallium laudis pro spiritu maeroris et vocabuntur in ea fortes iustitiae plantatio Domini ad glorificandum 4 et aedificabunt deserta a saeculo et ruinas antiquas erigent et instaurabunt civitates desertas dissipatas in generationem et generationem 5 et stabunt alieni et pascent pecora vestra et filii peregrinorum agricolae et vinitores vestri erunt 6 vos autem sacerdotes Domini vocabimini ministri Dei nostri dicetur vobis fortitudinem gentium comedetis et in gloria earum superbietis 7 pro confusione vestra duplici et rubore laudabunt partem eorum propter hoc in terra sua duplicia possidebunt laetitia sempiterna erit eis 8 quia ego Dominus diligens iudicium odio habens rapinam in holocausto et dabo opus eorum in veritate et foedus perpetuum feriam eis 9 et scietur in gentibus semen eorum et germen eorum in medio populorum omnes qui viderint eos cognoscent eos quia isti sunt semen cui benedixit Dominus 10 gaudens gaudebo in Domino et exultabit anima mea in Deo meo quia induit me vestimentis salutis et indumento iustitiae circumdedit me quasi sponsum decoratum corona et quasi sponsam ornatam monilibus suis 11 sicut enim terra profert germen suum et sicut hortus semen suum germinat sic Dominus Deus germinabit iustitiam et laudem coram universis gentibus


TAALGEBRUIK


COMMENTAAR