BIJBELBOEK Jesaja - Js -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 65 -
-
Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Jesaja vers per vers : - Js 65,1 - Js 65,2 - Js 65,3 - Js 65,4 - Js 65,5 - Js 65,6 - Js 65,7 - Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht NT : NT : overzicht , NT : taalgebruik - NT A - NT B - NT C - NT D - NT E - NT F - NT G - NT H - NT I - NT J - NT K - NT L - NT M - NT N - NT O - NT P - NT Q - NT R - NT S - NT T - NT U - NT V - NT W - NT X - NT Y - NT Z - NT : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
1. LXX , Griekse tekst NT   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Bibliografie : http://www.soniclight.com/constable/notes/pdf/isaiah.pdf . - Jesaja -
- BOUMA, H., De droom van Jesaja, Kampen, Kok; Borgerhout, Denis, z.d., (Verklaring van een bijbelgedeelte)
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

- Js 65,1-7 . Beschuldiging - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,1 - Js 65,2 - Js 65,3 - Js 65,4 - Js 65,5 - Js 65,6 - Js 65,7 -

Js 65,1 - Js 65,1 . Beschuldiging - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,1 - Js 65,2 - Js 65,3 - Js 65,4 - Js 65,5 - Js 65,6 - Js 65,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
65 1emfanès egenomèn tois eme mè zètousin eurethèn tois eme mè eperôtôsin eipa idou eimi tô ethnei oi ouk ekalesan mou to onoma  1 quaesierunt me qui ante non interrogabant invenerunt qui non quaesierunt me dixi ecce ego ecce ego ad gentem quae non vocabat nomen meum    1 Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden; Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; tot het volk, dat naar Mijn Naam niet genoemd was, heb Ik gezegd: Ziet, hier ben Ik, ziet, hier ben Ik.   [1] Ik ben gezocht, maar niet door hen die om Mij vragen, Ik ben gevonden, maar niet door hen die Mij zochten. ‘Hier ben Ik, hier ben Ik’, zeg Ik tegen een volk dat mijn naam niet aanroept.   [1] Al vragen zij niet naar mij, toch laat ik me raadplegen, en al zoeken ze mij niet, toch laat ik me vinden. Al roept dit volk mijn naam niet aan,* toch antwoord ik: ‘Hier ben ik, hier ben ik.’   1 ¶ Ik was te bevragen en ze vroegen niet, ik was te vinden en ze hebben niet gezocht; ik heb tot een volk gezegd: hier ben ik, hier ben ik!, en het riep mijn naam niet aan.   1. Je me suis laissé approcher par qui ne me questionnait pas, je me suis laissé trouver par qui ne me cherchait pas. J'ai dit : « Me voici! me voici! » à une nation qui n'invoquait pas mon nom.  

King James Bible . [1] I am sought of them that asked not for me; I am found of them that sought me not: I said, Behold me, behold me, unto a nation that was not called by my name.
Luther-Bibel . 65 1 Ich ließ mich suchen von denen, die nicht nach mir fragten, ich ließ mich finden von denen, die mich nicht suchten. Zu einem Volk, das meinen Namen nicht anrief, sagte ich: Hier bin ich, hier bin ich!

Tekstuitleg van Js 65,1 .

 

Js 65,2 - Js 65,2 . Beschuldiging - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,1 - Js 65,2 - Js 65,3 - Js 65,4 - Js 65,5 - Js 65,6 - Js 65,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2exepetasa tas cheiras mou olèn tèn èmeran pros laon apeithounta kai antilegonta oi ouk eporeuthèsan odô alèthinè all' opisô tôn amartiôn autôn  2 expandi manus meas tota die ad populum incredulum qui graditur in via non bona post cogitationes suas     2 Ik heb Mijn handen uitgebreid, den gansen dag tot een wederstrevig volk, die wandelen op een weg, die niet goed is, naar hun eigen gedachten.  [2] Heel de dag door heb Ik mijn handen uitgestrekt naar een opstandig volk dat slechte wegen gaat, achter zijn eigen gedachten aan;   [2] Heel de dag sta ik met uitgestoken handen tegenover een opstandig volk, dat op de verkeerde weg is en zijn eigen ingevingen volgt.   2 Heel de dag heb ik mijn handen uitgebreid naar een weerspannige gemeente maar ze gaan de weg die niet goed is, hun eigen plannen achterna.   2. J'ai tendu les mains, chaque jour, vers un peuple rebelle, des gens qui suivent une voie mauvaise, au gré de leur fantaisie.  

King James Bible . [2] I have spread out my hands all the day unto a rebellious people, which walketh in a way that was not good, after their own thoughts;
Luther-Bibel . 2 Ich streckte meine Hände aus den ganzen Tag nach einem ungehorsamen Volk, das nach seinen eigenen Gedanken wandelt auf einem Wege, der nicht gut ist;

Tekstuitleg van Js 65,2 .

Js 65,3 - Js 65,3 . Beschuldiging - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,1 - Js 65,2 - Js 65,3 - Js 65,4 - Js 65,5 - Js 65,6 - Js 65,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3o laos outos o paroxunôn me enantion emou dia pantos autoi thusiazousin en tois kèpois kai thumiôsin epi tais plinthois tois daimoniois a ouk estin  3 populus qui ad iracundiam provocat me ante faciem meam semper qui immolant in hortis et sacrificant super lateres     3 Een volk, Mij geduriglijk tergende in Mijn aangezicht, in hoven offerende, en rokende op tichelstenen;   [3] een volk dat Mij recht in mijn gezicht tergt. Zij offeren voortdurend in tuinen*, branden wierook op tegels.   [3] Een volk dat mij openlijk tergt, telkens opnieuw: ze ontsteken offers in tuinen en branden wierook op branders van aardewerk,   3 Zo’n gemeente, ze krenken mij vlak in mijn aanschijn, voortdurend,– door offers te slachten in hun hoven en wierook te branden op de plaveisels.   3. Un peuple qui me provoque sans cesse en face, qui sacrifie dans les jardins, qui brûle de l'encens sur des briques,  

King James Bible . [3] A people that provoketh me to anger continually to my face; that sacrificeth in gardens, and burneth incense upon altars of brick;
Luther-Bibel . 3 nach einem Volk, das mich beständig ins Angesicht kränkt: Sie opfern in den Gärten und räuchern auf Ziegelsteinen,

Tekstuitleg van Js 65,3 .

Js 65,4 - Js 65,4 . Beschuldiging - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,1 - Js 65,2 - Js 65,3 - Js 65,4 - Js 65,5 - Js 65,6 - Js 65,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kai en tois mnèmasin kai en tois spèlaiois koimôntai di' enupnia oi esthontes krea ueia kai zômon thusiôn memolummena panta ta skeuè autôn  4 qui habitant in sepulchris et in delubris idolorum dormiunt qui comedunt carnem suillam et ius profanum in vasis eorum    4 Zittende bij de graven, zo vernachten zij bij degenen, die bewaard worden, etende zwijnenvlees, en er is sap van gruwelijke dingen in hun vaten.   [4] Zij zitten in graven en overnachten op verborgen plaatsen*; zij eten vlees* van varkens, en uit hun schotels eten ze saus van onrein vlees;   [4] ze zitten in graven en slapen op geheime plaatsen, ze eten vlees van zwijnen, hun vaatwerk is gevuld met onrein vleesnat.   4 Ze zitten neer in grafkamers, brengen in spelonken de nacht door; ze eten vlees van een varken, bloedsoep bederft hun vaatwerk.   4. qui habite dans les tombeaux, passe la nuit dans les recoins, mange de la viande de porc et met dans ses plats des morceaux impurs.  

King James Bible . [4] Which remain among the graves, and lodge in the monuments, which eat swine's flesh, and broth of abominable things is in their vessels;
Luther-Bibel . 4 sie sitzen in Gräbern und bleiben über Nacht in Höhlen, essen Schweinefleisch und haben Gräuelsuppen in ihren Töpfen

Tekstuitleg van Js 65,4 .

Js 65,5 - Js 65,5 . Beschuldiging - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,1 - Js 65,2 - Js 65,3 - Js 65,4 - Js 65,5 - Js 65,6 - Js 65,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5oi legontes porrô ap' emou mè eggisès mou oti katharos eimi outos kapnos tou thumou mou pur kaietai en autô pasas tas èmeras 5 qui dicunt recede a me non adpropinques mihi quia inmundus es isti fumus erunt in furore meo ignis ardens tota die    5 Die daar zeggen: Houd u tot uzelven, en naak tot mij niet, want ik ben heiliger dan gij. Deze zijn een rook in Mijn neus, een vuur, den gansen dag brandende.   [5] zij* zeggen: ‘Blijf waar U bent, raak mij niet aan, want ik ben te heilig* voor U.’ Dat alles is rook* in mijn neus, en vuur dat voortdurend brandt. [5] Ze zeggen: ‘Blijf waar u bent, kom niet dichterbij, want wij zijn te heilig voor u.’ Ze prikkelen mij als rook in mijn neus, ze zijn als een vuur dat de hele dag brandt.   5 Ze durven zeggen: jij, nader mij niet, raak me niet aan, want ik ben te heilig voor jou!– maar ze zullen zijn rook voor mijn toorn, een vuur dat blijft laaien heel de dag.   5. Ils disent : « Retire-toi, ne me touche pas, je te sanctifierais. » Ces mots sont comme une fumée qui m'étouffe, un feu toujours brûlant.  

King James Bible . [5] Which say, Stand by thyself, come not near to me; for I am holier than thou. These are a smoke in my nose, a fire that burneth all the day.
Luther-Bibel . 5 und sprechen: Bleib weg und rühr mich nicht an, denn ich bin für dich heilig. Die sollen ein Rauch werden in meiner Nase, ein Feuer, das den ganzen Tag brennt.

Tekstuitleg van Js 65,5 .

7. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenakh (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

Js 65,6 - Js 65,6 . Beschuldiging - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,1 - Js 65,2 - Js 65,3 - Js 65,4 - Js 65,5 - Js 65,6 - Js 65,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6idou gegraptai enôpion mou ou siôpèsô eôs an apodô eis ton kolpon autôn  6 ecce scriptum est coram me non tacebo sed reddam et retribuam in sinu eorum     6 Ziet, het is voor Mijn aangezicht geschreven; Ik zal niet zwijgen, maar Ik zal vergelden, ja, in hun boezem zal Ik vergelden;   [6] Voor Mij staat geschreven: Ik zal niet rusten voor Ik het hun volledig betaald heb gezet   [6] Hier voor mij ligt wat er geschreven staat; ik zal niet rusten* tot ik alles heb vergolden. Ik zal jullie je wandaden terugbetalen   6 Zie, het staat geschreven voor mijn aanschijn; ik zal niet rusten voordat ik heb vergolden, ieder van hen persoonlijk heb vergolden   6. Voici, c'est écrit devant moi : je ne me tairai pas que je n'aie réglé leur compte, réglé à pleine mesure,  

King James Bible . [6] Behold, it is written before me: I will not keep silence, but will recompense, even recompense into their bosom,
Luther-Bibel . 6 Siehe, es steht vor mir geschrieben: Ich will nicht schweigen, sondern heimzahlen; ja, ich will es ihnen heimzahlen,

Tekstuitleg van Js 65,6 .

1. hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde hen : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . OF getalwaarde hinneh : 24 (2³ X 3) of 60 (2² X 3 X 5) . Structuur : 5 - 5 - 5 . hinneh is een spiegelwoord . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het NT : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . Lat. ecce . E. behold. D. Siehe . Fr. voici < vois ici . idou (zie) in de LXX (1145) , in het NT (200) . Tenakh (495) . Pentateuch (96) . Grote Prof. (140) ; Jr (63) ; Ez (32) . 12 kleine Prof. (29) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .

6. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenakh (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

7. ´im (indien, ofschoon) . Taalgebruik in Tenakh : ´im (indien, ofschoon) en ´em (moeder) . Taalgebruik in Tenakh : ´em (moeder) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 41 . Tenakh (760) . Pentateuch (172) . Js (34) . Js 1-39 (21) . Js 40-55 (5) . Js 56-66 (8) : (1) Js 58,9 . (2) Js 58,13 . (3) Js 59,2 . (4) Js 62,8 . (5) Js 65,6 . (6) Js 65,18 . (7) Js 66,8 . (8) Js 66,9 .

Js 65,7 - Js 65,7 . Beschuldiging - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,1 - Js 65,2 - Js 65,3 - Js 65,4 - Js 65,5 - Js 65,6 - Js 65,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7tas amartias autôn kai tôn paterôn autôn legei kurios oi ethumiasan epi tôn oreôn kai epi tôn bounôn ôneidisan me apodôsô ta erga autôn eis ton kolpon autôn  7 iniquitates vestras et iniquitates patrum vestrorum simul dicit Dominus qui sacrificaverunt super montes et super colles exprobraverunt mihi et remetiar opus eorum primum in sinu eorum    7 Uw ongerechtigheden, en uwer vaderen ongerechtigheden tegelijk, zegt de HEERE, die gerookt hebben op de bergen, en Mij smaadheid aangedaan hebben op de heuvelen; daarom zal Ik hun vorig werkloon in hun boezem weder toemeten.  [7] voor hun eigen misdaden en die van hun vaderen, zo spreekt de heer; zij hebben wierook gebrand op de bergen, en mij op de heuvels gelasterd. Ik zet hun hun vroegere daden betaald. De beloften van de HEER   [7] en die van je voorouders erbij – zegt de HEER; ook zij hebben wierook gebrand op de bergen en mij gehoond op de heuvels. Ik heb hun loon van tevoren bepaald, ze krijgen het allemaal terug.   7 uw eigen ongerechtigheden en het onrecht van uw vaderen tezamen, heeft de ENE gezegd,– die wierook brandden op de bergen en op de heuvels mij hebben veracht; uitmeten zal ik hun verdiende loon, vergelden zal ik het aan ieder persoonlijk. ••  7. puni vos fautes et les fautes de vos pères, toutes ensemble, dit Yahvé, eux qui ont brûlé des parfums sur les montagnes et m'ont outragé sur les collines; je mesurerai à pleine mesure leurs œuvres anciennes. 

King James Bible . [7] Your iniquities, and the iniquities of your fathers together, saith the LORD, which have burned incense upon the mountains, and blasphemed me upon the hills: therefore will I measure their former work into their bosom.
Luther-Bibel . 7 beides, ihre Missetaten und ihrer Väter Missetaten miteinander, spricht der HERR, die auf den Bergen geräuchert und mich auf den Hügeln geschändet haben. Ja, ich will ihnen heimzahlen ihr früheres Tun.

Tekstuitleg van Js 65,7 .

5. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Tenakh (790) . Js (81) . Js 65-66 (10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 65,25 . (5) Js 66,1 . (6) Js 66,9 . (7) Js 66,12 . (8) Js 66,20 . (9) Js 66,21 . (10) Js 66,23 .

5. - 6. ´âmar JHWH (JHWH zegt / zei) . Tenakh (376) . Js 65-66 (8 / 10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,25 . (4) Js 66,1 . (5) Js 66,12 . (6) Js 66,20 . (7) Js 66,21 . (18) Js 66,23 .

10. har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Taalgebruik in Jesaja : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 X 61) . Structuur : 5 - 3 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in NT : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Een vorm van oros (berg) in de LXX (680) , in het NT (62) . Tenakh (114) . Js (19) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 4,5 . (4) Js 10,32 . (5) Js 11,9 . (6) Js 13,2 . (7) Js 16,1 . (8) Js 18,7 . (9) Js 29,8 . (10) Js 30,25 . (11) Js 31,4 . (12) Js 40,4 . (13) Js 40,9 . (14) Js 56,7 . (15) Js 57,7 . (16) Js 57,13 . (17) Js 65,11 . (18) Js 65,25 . (19) Js 66,20 .
-- hèhârîm (de bergen) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. Tenakh (52) . Js (8) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,14 . (3) Js 5,25 . (4) Js 7,25 . (5) Js 52,7 . (6) Js 54,10 . (7) Js 55,12 . (8) Js 65,7 .

- Js 65,8-25 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -

Js 65,8 - Js 65,8 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8outôs legei kurios on tropon eurethèsetai o rôx en tô botrui kai erousin mè lumènè auton oti eulogia kuriou estin en autô outôs poièsô eneken tou douleuontos moi toutou eneken ou mè apolesô pantas  8 haec dicit Dominus quomodo si inveniatur granum in botro et dicatur ne dissipes illud quoniam benedictio est sic faciam propter servos meos ut non disperdam totum     8 Alzo zegt de HEERE: Gelijk wanneer men most in een bos druiven vindt, men zegt: Verderf ze niet, want er is een zegen in; alzo zal Ik het om Mijner knechten wil doen, dat Ik hen niet allen verderve.  [8] Zo spreekt de heer: ‘Zolang* men nog sap in een druiventros vindt, zegt men: “Vernietig hem niet, want er zit nog een zegen in”; zo zal Ik het met mijn dienaren doen: Ik zal hen niet allen vernietigen.   [8] Dit zegt de HEER: Zolang er sap is in een druiventros, zegt men: ‘Vernietig hem niet, er zit nog iets goeds in.’ Voor mijn dienaren zal ik hetzelfde doen, ik zal niet alles vernietigen.   8 ¶ Maar zo heeft de ENE gezegd: zoals most te vinden is in de druif en men zal zeggen: vernietig die niet, want er zit zegen in!, zó zal ik doen omwille van mijn dienaars, ik zal niet alles vernietigen.   8. Ainsi parle Yahvé : Quand on trouve du jus dans une grappe, on dit : « Ne la détruisez pas, car elle contient une bénédiction »; ainsi ferai-je en faveur de mes serviteurs, je ne détruirai pas tout.  

King James Bible . [8] Thus saith the LORD, As the new wine is found in the cluster, and one saith, Destroy it not; for a blessing is in it: so will I do for my servants' sakes, that I may not destroy them all.
Luther-Bibel . 8 So spricht der HERR: Wie wenn man noch Saft in der Traube findet und spricht: Verdirb es nicht, denn es ist ein Segen darin!, so will ich um meiner Knechte willen tun, dass ich nicht alles verderbe.

Tekstuitleg van Js 65,8 . Het vers Js 65,8 telt 20 (2² X 5) woorden en 77 (7 X 11) letters . De getalwaarde van Js 65,8 is 5878 (2 X 2939) .

Js 65,8.1. koh (zo) . Taalgebruik in Tenakh : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het NT : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het NT (208) . Tenakh (531) . Pentateuch (34) . Js (51) . Js 56-66 (7) : Js 56 (2) : (1) Js 56,1 . (2) Js 56,4 . Js 57 (1) : Js 57,15 . Js 65-66 (4) : (1) Js 65,8 . (2) Js 65,13 . (3) Js 66,1 . (4) Js 66,12 .

Js 65,8.2. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Tenakh (790) . Js (81) . Js 65-66 (10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 65,25 . (5) Js 66,1 . (6) Js 66,9 . (7) Js 66,12 . (8) Js 66,20 . (9) Js 66,21 . (10) Js 66,23 .

Js 65,8.1. - 2. koh ´âmar (zo zegt hij) . Tenakh (401) . Js (44 . 4 / 7 . 4 / 16) . Js 1-39 (14) . Js 40-55 (16) . Js 56-66 (4) : (1) Js 56,1 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 66,1 . kî koh ´âmar (want zo zegt / zei hij) . Tenakh (61) . Js (14) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 21,6 . (4) Js 21,16 . (5) Js 30,15 . (6) Js 31,4 . (7) Js 36,16. (8) Js 45,18 . (9) Js 49,25 . (10) Js 52,3 . (11) Js 52,4 . (12) Js 56,4 . (13) Js 57,15 . (14) Js 66,12 . Alzo : 7 / 7 en 7 / 16 .

Js 65,8.2. - 3. ´âmar JHWH (JHWH zegt / zei) . Tenakh (376) . Js 65-66 (8 / 10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,25 . (4) Js 66,1 . (5) Js 66,12 . (6) Js 66,20 . (7) Js 66,21 . (18) Js 66,23 .

Js 65,8.1. - 3. koh ´âmar JHWH (zo zegt / zei JHWH) . Tenakh (247) . Js 40-66 (16) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,14 . (3) Js 43,16 . (4) Js 44,2 . (5) Js 44,6 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,1 . (8) Js 45,11 . (9) Js 45,14 . (10) Js 48,17 . (11) Js 49,7 . (12) Js 49,8 . (13) Js 50,1 . (14) Js 56,1 . (15) Js 65,8 . (16) Js 66,1 .

Js 65,8.4. ka´äsjèr (zoals) < kë + ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenakh (488) . Pentateuch (202) . Js (18) : (1) Js 9,2 . (2) Js 10,10 . (3) Js 10,11 . (4) Js 11,16 . (5) Js 14,24 . (6) Js 20,3 . (7) Js 23,5 . (8) Js 24,2 . (9) Js 25,11 . (10) Js 26,9 . (11) Js 29,8 . (12) Js 31,4 . (13) Js 51,13 . (14) Js 52,14 . (15) Js 55,10 . (16) Js 65,8 . (17) Js 66,20 . (18) Js 66,22 .

Js 65,8.11. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenakh (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

Js 65,8.17. `bdj van het zelfst. naamw. `èbhèd (dienaar, knecht) . Taalgebruik in Tenakh : `èbhèd (dienaar) . Getalwaarde : ayin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 . Totaal : 16 + 2 + 4 of 70 + 2 + 4 = 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . `-b-d in Tenakh (115) . Gr. pais (kind) . Taalgebruik in het NT : pais (kind) . Taalgebruik in de Septuaginta : pais (kind) . OF : Taalgebruik in het NT : doulos (dienaar) . doulos (dienaar) . Taalgebruik in de Septuaginta : doulos (dienaar) . Een vorm van doulos (dienaar) in de Septuaginta (383) , in het NT (124) . Een vorm van pais (kind) in de Septuaginta (470) , in het NT (24) . `-b-d-j ( status constr. mv. `abhëde(j) (dienaren van...) OF `bd enk. + suff. 1ste pers. enk : `abhëdî (mijn dienaar) in Tenakh (145) , in Js (21) : (1) Js 19,9 . (2) Js 20,3 . (3) Js 30,24 . (4) Js 36,9 . (5) Js 37,5 . (6) Js 37,35 . (7) Js 41,8 . (8) Js 41,9 . (9) Js 42,1 . (10) Js 42,19 . (11) Js 44,1 . (12) Js 44,2 . (13) Js 44,21 . (14) Js 45,4 . (15) Js 49,3 . (16) Js 52,13 . (17) Js 53,11 . (18) Js 54,17 . (19) Js 65,8 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 .

Js 65,9 - Js 65,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai exaxô to ex iakôb sperma kai to ex iouda kai klèronomèsei to oros to agion mou kai klèronomèsousin oi eklektoi mou kai oi douloi mou kai katoikèsousin ekei  9 et educam de Iacob semen et de Iuda possidentem montes meos et hereditabunt eam electi mei et servi mei habitabunt ibi     9 En Ik zal zaad uit Jakob voortbrengen, en uit Juda een erfbezitter van Mijn bergen; en Mijn uitverkorenen zullen het erfelijk bezitten, en Mijn knechten zullen aldaar wonen.   [9] Uit Jakob zal Ik kinderen laten voortkomen, uit Juda erfgenamen die mijn bergen zullen bezitten, mijn uitverkorenen zullen ze krijgen en mijn dienaren zullen er wonen.   [9] Uit Jakob zal ik nageslacht doen voortkomen, uit Juda een erfgenaam van mijn bergland; mijn uitverkorenen zullen het land in bezit nemen, mijn dienaren zullen zich daar vestigen.  9 Uit Jakob zal ik een nazaat uitleiden, uit Juda een die mijn gebergten beërft; mijn uitverkorenen zullen ze beërven, mijn dienaars zullen daar mogen wonen,   9. Je ferai sortir de Jacob une race, je ferai de Juda l'héritier de mes montagnes, mes élus les posséderont, mes serviteurs y habiteront.  

King James Bible . [9] And I will bring forth a seed out of Jacob, and out of Judah an inheritor of my mountains: and mine elect shall inherit it, and my servants shall dwell there.
Luther-Bibel . 9 Ich will aus Jakob Nachkommen wachsen lassen und aus Juda Erben, die meine Berge besitzen; meine Auserwählten sollen sie besitzen, und meine Knechte sollen auf ihnen wohnen.

Tekstuitleg van Js 65,9 .

8. bëchîrî (mijn uitverkorene, uitgekozene) van het zelfst. naamw. bâhîr . Zie het werkw. bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Tenakh : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Jesaja : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Getalwaarde : beth = 2 , chet = 8 , resj = 20 of 200 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7) . Structuur : 2 - 8 - 2 . Gr. eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in het NT : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in de Septuaginta : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Lat. eligere . Fr. elire , choissir . E. to choose , to elect . D. auswählen . Gr. eklektos . Lat. electus . Fr. élu . D. auserwählt . E. chosen , elect . Een vorm van eklektos in de LXX (99) , in het NT (22) . Js (5) : (1) Js 42,1 . (2) Js 43,20 . (3) Js 45,4 . (4) Js 65,9 (bëchîraj = mijn uitverkorenen) . (5) Js 65,22 .

9. w-`-b-d-j . wë`abhëdî (mijn dienaar) OF wa`äbhâdaj (en mijn dienaren) OF wë`abhëde(j) (en dienaren van) . Tenakh (15) . In Js (2) : (1) Js 43,10 : wë`abhëdî (mijn dienaar) . (2) Js 65,9 : wa`äbhâdaj (en mijn dienaren) . Zie het zelfst. naamw. `èbhèd (dienaar, knecht) . Taalgebruik in Tenakh : `èbhèd (dienaar) . Getalwaarde : ayin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 . Totaal : 16 + 2 + 4 of 70 + 2 + 4 = 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . `-b-d in Tenakh (115) . Gr. pais (kind) . Taalgebruik in het NT : pais (kind) . Taalgebruik in de Septuaginta : pais (kind) . OF : Taalgebruik in het NT : doulos (dienaar) . doulos (dienaar) . Taalgebruik in de Septuaginta : doulos (dienaar) . Een vorm van doulos (dienaar) in de Septuaginta (383) , in het NT (124) . Een vorm van pais (kind) in de Septuaginta (470) , in het NT (24) . `-b-d-j ( status constr. mv. `abhëde(j) (dienaren van...) OF `bd enk. + suff. 1ste pers. enk : `abhëdî (mijn dienaar) in Tenakh (145) , in Js (21) : (1) Js 19,9 . (2) Js 20,3 . (3) Js 30,24 . (4) Js 36,9 . (5) Js 37,5 . (6) Js 37,35 . (7) Js 41,8 . (8) Js 41,9 . (9) Js 42,1 . (10) Js 42,19 . (11) Js 44,1 . (12) Js 44,2 . (13) Js 44,21 . (14) Js 45,4 . (15) Js 49,3 . (16) Js 52,13 . (17) Js 53,11 . (18) Js 54,17 . (19) Js 65,8 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 .

Js 65,10 - Js 65,10 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10kai esontai en tô drumô epauleis poimniôn kai faragx achôr eis anapausin boukoliôn tô laô mou oi ezètèsan me  10 et erunt campestria in caulas gregum et vallis Achor in cubile armentorum populo meo qui requisierunt me     10 En Saron zal tot een schaapskooi worden, en het dal van Achor tot een runderleger, voor Mijn volk, dat Mij gezocht heeft.   [10] De Saronvlakte* wordt een weiland voor het kleinvee, en in het Achordal* rusten de runderen van het volk dat Mij zoekt.   [10] De Saron zal weidegrond zijn voor schapen, het Achordal een rustplaats voor rundvee, bezit van het volk dat mij heeft geraadpleegd.   10 Sjaron zal worden tot een weide vol wolvee, het dal Achor een plek waar het ploegvee zich neervlijt,– voor mijn gemeente: zij die mij zoeken.   10. Le pays de Saron deviendra un pâturage de brebis, la vallée d'Akor un pacage de bœufs, pour mon peuple qui m'aura cherché.  

King James Bible . [10] And Sharon shall be a fold of flocks, and the valley of Achor a place for the herds to lie down in, for my people that have sought me.
Luther-Bibel . 10 Und meinem Volk, das nach mir fragt, soll Scharon eine Weide für die Herde werden und das Tal Achor ein Lagerplatz für das Vieh.

Tekstuitleg van Js 65,10 .

1. wëhâjâh (en het zal zijn) < verbindingswoord wë + häjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het NT (2450) . Dezelfde getalwaarde als JHWH . Tenakh (388) . Pentateuch (149) . Js (66) . Js 1-39 (58) . Js 40-55 (3) . Js 55-66 (5) : (1) Js 56,12 . (2) Js 60,19 . (3) Js 65,10 . (4) Js 65,24 . (5) Js 66,23 .

Js 65,11 - Js 65,11 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11umeis de oi egkatalipontes me kai epilanthanomenoi to oros to agion mou kai etoimazontes tô daimoni trapezan kai plèrountes tè tuchè kerasma  11 et vos qui dereliquistis Dominum qui obliti estis montem sanctum meum qui ponitis Fortunae mensam et libatis super eam    11 Maar gij verlaters des HEEREN, gij vergeters van den berg Mijner heiligheid, gij aanrichters ener tafel voor die bende, en gij opvullers des dranks voor dat getal!   [11] Maar u, die de heer verloochent en mijn heilige berg vergeet, die de tafel dekt voor Gad* en de beker vult voor Meni*,   [11] Maar jullie die de HEER hebben verlaten en mijn heilige berg veronachtzaamd, die voor de god van het geluk de tafel dekten en voor de god van het fortuin de kruiken vulden,   11 ¶ Maar gij die de ENE hebt verlaten, die de bergen van mijn heiligdom vergeet, die voor Goed Geluk een tafel aanricht die voor het Lieve Lot de plengbeker volgiet:   11. Quant à vous tous qui abandonnez Yahvé, qui oubliez ma montagne sainte, qui dressez à Gad une table, qui versez à pleine coupe des mixtures pour Meni,  

King James Bible . [11] But ye are they that forsake the LORD, that forget my holy mountain, that prepare a table for that troop, and that furnish the drink offering unto that number.
Luther-Bibel . 11 Aber ihr, die ihr den HERRN verlasst und meines heiligen Berges vergesst und dem Gad einen Tisch zurichtet und dem Meni vom Trankopfer voll einschenkt, –

Tekstuitleg van Js 65,11 .

6. har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Taalgebruik in Jesaja : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 X 61) . Structuur : 5 - 3 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in NT : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Een vorm van oros (berg) in de LXX (680) , in het NT (62) . Tenakh (114) . Js (19) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 4,5 . (4) Js 10,32 . (5) Js 11,9 . (6) Js 13,2 . (7) Js 16,1 . (8) Js 18,7 . (9) Js 29,8 . (10) Js 30,25 . (11) Js 31,4 . (12) Js 40,4 . (13) Js 40,9 . (14) Js 56,7 . (15) Js 57,7 . (16) Js 57,13 . (17) Js 65,11 . (18) Js 65,25 . (19) Js 66,20 .

Js 65,12 - Js 65,12 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12egô paradôsô umas eis machairan pantes en sfagè peseisthe oti ekalesa umas kai ouch upèkousate elalèsa kai parèkousate kai epoièsate to ponèron enantion emou kai a ouk eboulomèn exelexasthe  12 numerabo vos in gladio et omnes in caede corruetis pro eo quod vocavi et non respondistis locutus sum et non audistis et faciebatis malum in oculis meis et quae nolui elegistis     12 Ik zal ulieden ook ten zwaarde tellen, dat gij allen u ter slachting zult krommen, omdat Ik geroepen heb, maar gij hebt niet geantwoord, Ik gesproken heb, maar gij hebt niet gehoord, maar hebt gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen, en hebt verkoren hetgeen, waaraan Ik geen lust heb.  [12] Ik bestem u voor het zwaard, u zult zich allemaal moeten buigen om u te laten slachten. Want toen Ik riep, hebt u niet geantwoord, toen Ik sprak, hebt u niet geluisterd, u hebt gedaan wat slecht is in mijn ogen, u hebt gekozen wat Mij niet bevalt.   [12] jullie zal ik voor het zwaard bestemmen, ieder van jullie zal knielen voor de slacht. Want ik heb geroepen, maar jullie antwoordden niet, ik heb gesproken, maar jullie luisterden niet; jullie deden wat slecht is in mijn ogen, en jullie verkozen wat ik niet wil.  12 het lot dat ik u zal toedelen is het zwaard, allen zult ge ter slachting neerknielen,– omdat ik riep en gij niet hebt geantwoord, ik heb gesproken en gij niet hebt gehoord, ge deedt wat kwaad is in mijn ogen, en waarin ik geen behagen had, dat hebt ge verkozen. •   12. je vous destinerai à l'épée, tous, vous courberez l'échine pour être massacrés, car j'ai appelé et vous n'avez pas répondu, j'ai parlé et vous n'avez pas écouté; vous avez fait ce qui est mal à mes yeux, vous avez choisi ce qui me déplaît.  

King James Bible . [12] Therefore will I number you to the sword, and ye shall all bow down to the slaughter: because when I called, ye did not answer; when I spake, ye did not hear; but did evil before mine eyes, and did choose that wherein I delighted not.
Luther-Bibel . 12 wohlan, euch will ich dem Schwert übergeben, dass ihr euch alle zur Schlachtung hinknien müsst; denn ich rief und ihr habt nicht geantwortet, ich redete und ihr habt nicht gehört, sondern tatet, was mir nicht gefiel, und erwähltet, wonach ich kein Verlangen hatte.

Tekstuitleg van Js 65,12 .

8. act. qal perf. 1ste pers. enk. qârâ´thî (ik riep) van het werkw. qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 (2³ X 5) of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . Gr. kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het NT : kaleô (roepen) . Taalgebruik in de Septuaginta : kaleô (roepen) . E. to call . Lat. vocare (vox = stem) . Fr. appeler (Lat. appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Ned. roepen . D. rufen . Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in de LXX (512) , in het NT (148) . Tenakh (25) . Js (6) : (1) Js 13,3 . (2) Js 30,7 . (3) Js 43,1 . (4) Js 50,2 . (5) Js 65,12 . (6) Js 66,4 .

Js 65,13 - Js 65,13 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13dia touto tade legei kurios idou oi douleuontes moi fagontai umeis de peinasete idou oi douleuontes moi piontai umeis de dipsèsete idou oi douleuontes moi eufranthèsontai umeis de aischunthèsesthe  13 propter hoc haec dicit Dominus Deus ecce servi mei comedent et vos esurietis ecce servi mei bibent et vos sitietis     13 Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Mijn knechten zullen eten, doch gijlieden zult hongeren; ziet, Mijn knechten zullen drinken, doch gijlieden zult dorsten; ziet, Mijn knechten zullen blijde zijn, doch gijlieden zult beschaamd zijn.   [13] Daarom’, zo spreekt de Heer god: ‘zullen mijn dienstknechten eten, maar u zult honger hebben; mijn dienstknechten zullen drinken, maar u zult dorst lijden; mijn dienstknechten zullen zich verheugen, maar u zult beschaamd staan.   [13] Daarom – dit zegt God, de HEER: Mijn dienaren zullen eten, maar jullie zullen honger lijden; mijn dienaren zullen drinken, maar jullie zullen dorst lijden; mijn dienaren zullen zich verheugen, maar jullie zullen te schande staan;   13 Daarom, zó heeft gezegd mijn Heer, de ENE: zie, wie mij dienen zullen eten en gij zult honger lijden, zie, mijn dienaars zullen drinken en gij lijdt dorst; zie, mijn dienaars zullen zich verheugen en gij staat beschaamd.   13. C'est pourquoi, ainsi parle le Seigneur Yahvé : Voici : mes serviteurs mangeront, mais vous, vous aurez faim; voici : mes serviteurs boiront, mais vous, vous aurez soif; voici : mes serviteurs seront dans la joie, et vous, dans la honte;  

King James Bible . [13] Therefore thus saith the Lord GOD, Behold, my servants shall eat, but ye shall be hungry: behold, my servants shall drink, but ye shall be thirsty: behold, my servants shall rejoice, but ye shall be ashamed:
Luther-Bibel . 13 Darum spricht Gott der HERR: Siehe, meine Knechte sollen essen, ihr aber sollt hungern; siehe, meine Knechte sollen trinken, ihr aber sollt dürsten. Siehe, meine Knechte sollen fröhlich sein, ihr aber sollt zuschanden werden;

Tekstuitleg van Js 65,13 . Het vers Js 65,13 telt 20 (2² X 5) woorden en 77 (7 X 11) letters . De getalwaarde van Js 65,13 is 5306 (2 X 7 X 379) .

Js 65,13.2. koh (zo) . Taalgebruik in Tenakh : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het NT : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het NT (208) . Tenakh (531) . Pentateuch (34) . Js (51) . Js 56-66 (7) : Js 56 (2) : (1) Js 56,1 . (2) Js 56,4 . Js 57 (1) : Js 57,15 . Js 65-66 (4) : (1) Js 65,8 . (2) Js 65,13 . (3) Js 66,1 . (4) Js 66,12 .

Js 65,13.3. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Tenakh (790) . Js (81) . Js 65-66 (10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 65,25 . (5) Js 66,1 . (6) Js 66,9 . (7) Js 66,12 . (8) Js 66,20 . (9) Js 66,21 . (10) Js 66,23 .

Js 65,13.2. - 3. koh ´âmar (zo zegt hij) . Tenakh (401) . Js (44) . Js 1-39 (14) . Js 40-55 (16) . Js 56-66 (4) : (1) Js 56,1 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 66,1 .
- kî koh ´âmar (want zo zegt / zei hij) . Tenakh (61) . Js (14) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 21,6 . (4) Js 21,16 . (5) Js 30,15 . (6) Js 31,4 . (7) Js 36,16. (8) Js 45,18 . (9) Js 49,25 . (10) Js 52,3 . (11) Js 52,4 . (12) Js 56,4 . (13) Js 57,15 . (14) Js 66,12 .

Js 65,13.4. ´ädonâj / ´ädonaj (mijn heer / mijne heren) . Taalgebruik in Tenakh : ´ädonâj / ´ädonaj (mijn heer / mijne heren) . Getalwaarde : aleph = 1 , daleth = 4 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 29 OF 65 (5 X 13 of (2 X 26) + 13 . Structuur : 1 - 4 - 5 - 1 . Tenakh (568) . Pentateuch (67) . Js (47) . JHWH wordt als ´ädonâj uitgesproken . Gr. kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de Septuaginta : kurios (heer) . Lat. dominus . Fr. seigneur . D. Herr . E. Lord . Een vorm van kurios (heer) in de Septuaginta (8591) , in het NT (718) . Tenakh (568) . Pentateuch (67) . Js (47) . Js 1-39 (35) . Js 40-55 (7) . Js 56-66 (5) : (1) Js 56,8 . (2) Js 61,1 . (3) Js 61,11 . (4) Js 65,13 . (5) Js 65,15 .

Js 65,13.6. hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde hen : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . OF getalwaarde hinneh : 24 (2³ X 3) of 60 (2² X 3 X 5) . Structuur : 5 - 5 - 5 . hinneh is een spiegelwoord . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het NT : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . Lat. ecce . E. behold. D. Siehe . Fr. voici < vois ici . idou (zie) in de LXX (1145) , in het NT (200) . Tenakh (495) . Pentateuch (96) . Grote Prof. (140) ; Jr (63) ; Ez (32) . 12 kleine Prof. (29) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .

Js 65,13.7. `bdj van het zelfst. naamw. `èbhèd (dienaar, knecht) . Taalgebruik in Tenakh : `èbhèd (dienaar) . Getalwaarde : ayin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 . Totaal : 16 + 2 + 4 of 70 + 2 + 4 = 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . `-b-d in Tenakh (115) . Gr. pais (kind) . Taalgebruik in het NT : pais (kind) . Taalgebruik in de Septuaginta : pais (kind) . OF : Taalgebruik in het NT : doulos (dienaar) . doulos (dienaar) . Taalgebruik in de Septuaginta : doulos (dienaar) . Een vorm van doulos (dienaar) in de Septuaginta (383) , in het NT (124) . Een vorm van pais (kind) in de Septuaginta (470) , in het NT (24) . `-b-d-j ( status constr. mv. `abhëde(j) (dienaren van...) OF `bd enk. + suff. 1ste pers. enk : `abhëdî (mijn dienaar) in Tenakh (145) , in Js (21) : (1) Js 19,9 . (2) Js 20,3 . (3) Js 30,24 . (4) Js 36,9 . (5) Js 37,5 . (6) Js 37,35 . (7) Js 41,8 . (8) Js 41,9 . (9) Js 42,1 . (10) Js 42,19 . (11) Js 44,1 . (12) Js 44,2 . (13) Js 44,21 . (14) Js 45,4 . (15) Js 49,3 . (16) Js 52,13 . (17) Js 53,11 . (18) Js 54,17 . (19) Js 65,8 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 .

Js 65,13.11. hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde hen : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . OF getalwaarde hinneh : 24 (2³ X 3) of 60 (2² X 3 X 5) . Structuur : 5 - 5 - 5 . hinneh is een spiegelwoord . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het NT : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . Lat. ecce . E. behold. D. Siehe . Fr. voici < vois ici . idou (zie) in de LXX (1145) , in het NT (200) . Tenakh (495) . Pentateuch (96) . Grote Prof. (140) ; Jr (63) ; Ez (32) . 12 kleine Prof. (29) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .

Js 65,14 - Js 65,14 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14idou oi douleuontes moi agalliasontai en eufrosunè umeis de kekraxesthe dia ton ponon tès kardias umôn kai apo suntribès pneumatos ololuxete  14 ecce servi mei laetabuntur et vos confundemini ecce servi mei laudabunt prae exultatione cordis et vos clamabitis prae dolore cordis et prae contritione spiritus ululabitis     14 Ziet, Mijn knechten zullen juichen van goeder harte, maar gijlieden zult schreeuwen van weedom des harten, en van verbreking des geestes zult gij huilen.   [14] Mijn dienstknechten zullen juichen van vreugde, maar u zult schreien van harteleed en wenen van verdriet.   [14] mijn dienaren zullen juichen van vreugde, maar jullie schreeuwen het vertwijfeld uit en weeklagen, vanwege een gebroken geest.   14 Zie, mijn dienaars zullen jubelen van hartenlust,– gij zult het uitschreeuwen van hartenleed,– van verbrijzeling van geest zult ge jammeren.   14. voici : mes serviteurs crieront, dans la joie de leur cœur, et vous, vous pousserez des cris, dans la douleur de votre cœur, vous hurlerez dans l'accablement de votre esprit.  

King James Bible . [14] Behold, my servants shall sing for joy of heart, but ye shall cry for sorrow of heart, and shall howl for vexation of spirit.
Luther-Bibel . 14 siehe, meine Knechte sollen vor Herzenslust jauchzen, ihr aber sollt vor Herzeleid schreien und vor Jammer heulen.

Tekstuitleg van Js 65,14 . Het vers Js 65,14 telt 12 (2² X 3) woorden en 46 (2 X 23) letters . De getalwaarde van Js 65,14 is 2957 (priemgetal) .

Js 65,14.1. hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde hen : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . OF getalwaarde hinneh : 24 (2³ X 3) of 60 (2² X 3 X 5) . Structuur : 5 - 5 - 5 . hinneh is een spiegelwoord . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het NT : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . Lat. ecce . E. behold. D. Siehe . Fr. voici < vois ici . idou (zie) in de LXX (1145) , in het NT (200) . Tenakh (495) . Pentateuch (96) . Grote Prof. (140) ; Jr (63) ; Ez (32) . 12 kleine Prof. (29) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .

Js 65,14.2. `bdj van het zelfst. naamw. `èbhèd (dienaar, knecht) . Taalgebruik in Tenakh : `èbhèd (dienaar) . Getalwaarde : ayin = 16 of 70 , beth = 2 , daleth = 4 . Totaal : 16 + 2 + 4 of 70 + 2 + 4 = 22 (2 X 11) of 76 (4 X 19) . Structuur : 7 - 2 - 4 . `-b-d in Tenakh (115) . Gr. pais (kind) . Taalgebruik in het NT : pais (kind) . Taalgebruik in de Septuaginta : pais (kind) . OF : Taalgebruik in het NT : doulos (dienaar) . doulos (dienaar) . Taalgebruik in de Septuaginta : doulos (dienaar) . Een vorm van doulos (dienaar) in de Septuaginta (383) , in het NT (124) . Een vorm van pais (kind) in de Septuaginta (470) , in het NT (24) . `-b-d-j ( status constr. mv. `abhëde(j) (dienaren van...) OF `bd enk. + suff. 1ste pers. enk : `abhëdî (mijn dienaar) in Tenakh (145) , in Js (21) : (1) Js 19,9 . (2) Js 20,3 . (3) Js 30,24 . (4) Js 36,9 . (5) Js 37,5 . (6) Js 37,35 . (7) Js 41,8 . (8) Js 41,9 . (9) Js 42,1 . (10) Js 42,19 . (11) Js 44,1 . (12) Js 44,2 . (13) Js 44,21 . (14) Js 45,4 . (15) Js 49,3 . (16) Js 52,13 . (17) Js 53,11 . (18) Js 54,17 . (19) Js 65,8 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 .

Js 65,14.11. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenakh : rûach (geest) . Taalgebruik in Jesaja : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Gr. pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het NT : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het NT (379) . Tenakh (204) . Pentateuch (19) . Js (28) . Js 1-39 (13) : (1) Js 7,2 . (2) Js 11,2 . (3) Js 17,13 . (4) Js 19,3 . (5) Js 19,14 . (6) Js 25,4 . (7) Js 26,18 . (8) Js 29,10 . (9) Js 29,24 . (10) Js 31,3 . (11) Js 32,2 . (12) Js 32,15 . (13) Js 37,7 . Js 40-66 (15) : (1) Js 40,7 . (2) Js 40,13 . (3) Js 41,29 . (4) Js 54,6 . (5) Js 57,13 . (6) Js 57,15 . (7) Js 57,16 . (8) Js 59,19 . (9) Js 61,1 . (10) Js 61,3 . (11) Js 63,10 . (12) Js 63,11 . (13) Js 63,14 . (14) Js 65,14 . (15) Js 66,2 .
- w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Tenakh (2) : (1) Js 41,16 . (2) Js 42,5 .
- rûchî (mijn geest) . Tenakh (31) . Js (5) : (1) Js 26,9 . (2) Js 30,1 . (3) Js 38,16 . (4) Js 42,1 . (5) Js 44,3 . (6) Js 59,21 .
- rûchô (zijn geest) . Tenakh (15) . Js (1) : Js 11,15 .

Js 65,15 - Js 65,15 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15kataleipsete gar to onoma umôn eis plèsmonèn tois eklektois mou umas de anelei kurios tois de douleuousin autô klèthèsetai onoma kainon 15 et dimittetis nomen vestrum in iuramentum electis meis et interficiet te Dominus Deus et servos suos vocabit nomine alio     15 En gijlieden zult uw naam Mijn uitverkorenen tot een vervloeking laten; en de Heere HEERE zal ulieden doden, maar Zijn knechten zal Hij met een anderen naam noemen;   [15] De naam die u zult achterlaten, zullen mijn uitverkorenen als vloek gebruiken. De Heer god brengt u ter dood, maar zijn dienstknechten geeft Hij een andere* naam.   [15] De naam die jullie nalaten wordt door mijn uitverkorenen gebruikt wanneer zij iemand vervloeken: ‘Zo zal God, de HEER, je doden!’ Maar mijn dienaren geef ik een andere naam,   15 Achterlaten zult ge uw naam als een bezwering voor mijn uitverkorenen: ‘mijn Heer, de ENE, moge je doden!’– maar tot zijn dienaars zal worden geroepen een andere naam;   15. Et vous laisserez votre nom comme imprécation pour mes élus : « Que le Seigneur Yahvé te fasse mourir! » mais à ses serviteurs il donnera un autre nom.  

King James Bible . [15] And ye shall leave your name for a curse unto my chosen: for the Lord GOD shall slay thee, and call his servants by another name:
Luther-Bibel . 15 Und ihr sollt euren Namen meinen Auserwählten zum Fluch überlassen »Dass dich Gott der HERR töte«; aber meine Knechte wird man mit einem andern Namen nennen.

Tekstuitleg van Js 65,15 .

6. ´ädonâj / ´ädonaj (mijn heer / mijne heren) . Taalgebruik in Tenakh : ´ädonâj / ´ädonaj (mijn heer / mijne heren) . Getalwaarde : aleph = 1 , daleth = 4 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 29 OF 65 (5 X 13 of (2 X 26) + 13 . Structuur : 1 - 4 - 5 - 1 . Tenakh (568) . Pentateuch (67) . Js (47) . JHWH wordt als ´ädonâj uitgesproken . Gr. kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de Septuaginta : kurios (heer) . Lat. dominus . Fr. seigneur . D. Herr . E. Lord . Een vorm van kurios (heer) in de Septuaginta (8591) , in het NT (718) . Tenakh (568) . Pentateuch (67) . Js (47) . Js 1-39 (35) . Js 40-55 (7) . Js 56-66 (5) : (1) Js 56,8 . (2) Js 61,1 . (3) Js 61,11 . (4) Js 65,13 . (5) Js 65,15 .

Js 65,16 - Js 65,16 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16o eulogèthèsetai epi tès gès eulogèsousin gar ton theon ton alèthinon kai oi omnuontes epi tès gès omountai ton theon ton alèthinon epilèsontai gar tèn thlipsin autôn tèn prôtèn kai ouk anabèsetai autôn epi tèn kardian  16 in quo qui benedictus est super terram benedicetur in Deo amen et qui iurat in terra iurabit in Deo amen quia oblivioni traditae sunt angustiae priores et quia absconditae sunt ab oculis nostris     16 Zodat, wie zich zegenen zal op aarde, die zal zich zegenen in den God der waarheid; en wie zal zweren op aarde, die zal zweren bij den God der waarheid, omdat de vorige benauwdheden zullen vergeten zijn, en omdat zij voor Mijn ogen verborgen zijn.   [16] Iedereen die zich in het land gezegend beschouwt, zal zich gezegend beschouwen om de getrouwe God; iedereen in het land die wil zweren, zal zweren bij de getrouwe God. De vroegere noden zijn vergeten, onzichtbaar voor mijn ogen.   [16] die in dit land zal dienen als zegenspreuk en eedformule: ‘Bij de waarachtige God’. Dan zal alle ellende van vroeger vergeten zijn, verborgen voor mijn ogen.   16 zodat wie zich zegen toewenst in het land zich zal zegenen bij de God van de trouw en wie zweert in het land zal zweren bij de God van de trouw; want vergeten zullen zijn de benauwingen van eerst, ja verborgen zijn ze voor mijn ogen.   16. Ceux qui se béniront sur terre se béniront par le Dieu de vérité, et ceux qui jureront sur terre jureront par le Dieu de vérité; on oubliera les angoisses anciennes, elles auront disparu de mes yeux.  

King James Bible . [16] That he who blesseth himself in the earth shall bless himself in the God of truth; and he that sweareth in the earth shall swear by the God of truth; because the former troubles are forgotten, and because they are hid from mine eyes.
Luther-Bibel . 16 Wer sich segnen wird auf Erden, der wird sich im Namen des wahrhaftigen Gottes segnen, und wer schwören wird auf Erden, der wird bei dem wahrhaftigen Gott schwören. Denn die früheren Ängste sind vergessen und vor meinen Augen entschwunden.

Tekstuitleg van Js 65,16 .

12. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenakh (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

Js 65,17 - Js 65,17 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17estai gar o ouranos kainos kai è gè kainè kai ou mè mnèsthôsin tôn proterôn oud' ou mè epelthè autôn epi tèn kardian  17 ecce enim ego creo caelos novos et terram novam et non erunt in memoria priora et non ascendent super cor     17 Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vorige dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen.   [17] Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, en aan wat vroeger geweest is wordt niet meer gedacht; het komt niet meer in de gedachten op.   [17] Zie, ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat er vroeger was raakt in vergetelheid, het komt niemand ooit nog voor de geest.   17 ¶ Want zie, ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; aan de eerste dingen zal niet meer worden gedacht en ze zullen niet meer in het hart opklimmen.  17. Car voici que je vais créer des cieux nouveaux et une terre nouvelle, on ne se souviendra plus du passé, il ne reviendra plus à l'esprit.  

King James Bible . [17] For, behold, I create new heavens and a new earth: and the former shall not be remembered, nor come into mind.
Luther-Bibel . 17 Denn siehe, ich will einen neuen Himmel und eine neue Erde schaffen, dass man der vorigen nicht mehr gedenken und sie nicht mehr zu Herzen nehmen wird.

Tekstuitleg van Js 65,17 . Het vers Js 65,17 telt 14 (2 X 7) woorden en 56 (2³ X 7) letters ; verhouding 1 op 4 . De getalwaarde van Js 65,17 is 4135 (5 X 827) .

Js 65,17.1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Eerdere Profeten (726) . Latere Profeten (841) . 12 Kleine Profeten (241) . Geschriften (1157) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenakh (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

Js 65,17.2. hinënî (zie ik) < hen (zie) + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. . Zie : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde hen : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . OF getalwaarde hinneh : 24 (2³ X 3) of 60 (2² X 3 X 5) . Structuur : 5 - 5 - 5 . hinneh is een spiegelwoord . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het NT : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . Lat. ecce . E. behold. D. Siehe . Fr. voici < vois ici . idou (zie) in de LXX (1145) , in het NT (200) . Getalwaarde : 43 OF 115 (5 X 23) . Structuur : 5 - 5 - 5 - 1 . Tenakh (177) . Pentateuch (22) . Grote Profeten (112) ; Jr (63) ; Ez (35) . 12 kleine Profeten (17) . Geschriften () . Js (14) : (1) Js 6,8 . (2) Js 13,17 . (3) Js 28,16 . (4) Js 29,14 . (5) Js 37,7 . (6) Js 38,5 . (7) Js 38,8 . (8) Js 43,19 . (9) Js 52,6 . (10) Js 58,9 . (11) Js 65,1 . (12) Js 65,17 . (13) Js 65,18 . (14) Js 66,12 .

Js 65,17.3. bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik in Tenakh : bârâ´ (scheppen) . b r ` : Tenakh (17) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 23 of 203 . Structuur : 2 - 20 of 200 - 1 ; 2 - 2 -1 . Lat. creare . Fr. créer . E. to create . D. schaffen . Een vorm van b-r-´ (scheppen) in Tenakh in 17 verzen (21X) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 1,27 . (3) Gn 2,3 . (4) Gn 5,1 . (5) Dt 4,32 . (6) 2 K 12,17 . (7) Js 40,26 . (8) Jr 31,22 . (9) Ez 21,24 . (10) Ps 51,12 . (11) In zeven verzen in Da .
-- bârâ´ ´êlohîm (God schiep) . Tenakh (3 / 10) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 2,3 . (3) Dt 4,32 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal 3de pers. mann. enk. ûbârâ´ (en hij schiep) . Tenakh (1) Js 4,5 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. bârâ´thî (ik schiep) . Tenakh (5) : (1) Gn 6,7 . (2) Js 45,12 . (3) Js 54,16 . (4) Da 8,2 . (5) Da 8,15 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. bërâ´thîw (ik schiep hem) . Tenakh (2) : (1) Js 43,7 . (2) Js 45,8 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. vr. enk. . Tenakh (2) : (1) Js 41,20 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk. bôre´(scheppend) . Tenakh (7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 43,15 . (4) Js 45,18 . (5) Js 57,19 . (6) Js 65,17 . (7) Js 65,18 .
-- bôre´ (scheppend) sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Tenakh (1) : Js 65,17 .
-- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) . Tenakh (3 / 7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 45,18 .
--- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) . Tenakh (2 / 7) : (1) Js 42,5 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk.+ suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. bora´äkhâ (jou scheppend) . Tenakh (1) Js 43,1 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal part. nom. mann. enk. ûbôre´(en scheppend) . Tenakh (1) Js 45,7 .

3. - 4. bôre´ (scheppend) sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Tenakh (1) : Js 65,17 .

Js 65,17.5. châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . Taalgebruik in Tenakh : châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . Getalwaarde : chet = 8 , daleth = 4 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 312 (2³ X 3 X 13 OF 12 X 26) . Structuur : 8 - 4 - 3 . ch-d-sj . Tenakh (61) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (6) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (21) . Js (5) . châdâsj . Js (4) : (1) Js 41,15 . (2) Js 42,10 . (3) Js 62,2 . (4) Js 66,23 .
- chädâsjâh (nieuw, vers, ongebruikt) . bijvoegL naamw. vr. enk. . ch-d-sj-h . Tenakh (17) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (5) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (1) . chädâsjâh . Js (2) : (1) Js 43,19 . (2) Js 65,17 .
- chädâsjîm (nieuw, vers, ongebruikt) . bijvoegL naamw. mann. mv. . ch-d-sj-i-m . Tenakh (38) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (8) . Js (1) : Js 65,17 .
- hachädâsjîm < bepaald lidw. ha + bijvoegl. naamw. mann mv. . Tenakh (2) : (1) Js 66,22 . (2) Neh 10,34 .
- hachädâsjâh < bepaald lidw. ha + vr. enk. van het bijvoegl. naamw. mann. enk. Tenakh (3) : (1) 1 K 11,30 . (2) Js 66,22 . (3) 2 Kr 20,5 .

Js 65,17.7. châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . Taalgebruik in Tenakh : châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . Getalwaarde : chet = 8 , daleth = 4 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 312 (2³ X 3 X 13 OF 12 X 26) . Structuur : 8 - 4 - 3 . ch-d-sj . Tenakh (61) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (6) . Latere Profeten (9) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (21) . Js (5) . châdâsj . Js (4) : (1) Js 41,15 . (2) Js 42,10 . (3) Js 62,2 . (4) Js 66,23 .
- chädâsjâh (nieuw, vers, ongebruikt) . bijvoegL naamw. vr. enk. . ch-d-sj-h . Tenakh (17) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (5) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (1) . chädâsjâh . Js (2) : (1) Js 43,19 . (2) Js 65,17 .
- chädâsjîm (nieuw, vers, ongebruikt) . bijvoegL naamw. mann. mv. . ch-d-sj-i-m . Tenakh (38) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (8) . Js (1) : Js 65,17 .
- hachädâsjîm < bepaald lidw. ha + bijvoegl. naamw. mann mv. . Tenakh (2) : (1) Js 66,22 . (2) Neh 10,34 .
- hachädâsjâh < bepaald lidw. ha + vr. enk. van het bijvoegl. naamw. mann. enk. Tenakh (3) : (1) 1 K 11,30 . (2) Js 66,22 . (3) 2 Kr 20,5 .

Js 65,18 - Js 65,18 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18all' eufrosunèn kai agalliama eurèsousin en autè oti idou egô poiô ierousalèm agalliama kai ton laon mou eufrosunèn  18 sed gaudebitis et exultabitis usque in sempiternum in his quae ego creo quia ecce ego creo Hierusalem exultationem et populum eius gaudium     18 Maar weest gijlieden vrolijk, en verheugt u tot in der eeuwigheid in hetgeen Ik schep; want ziet, Ik schep Jeruzalem een verheuging, en haar volk een vrolijkheid.   [18] Ik ga vreugde voor u scheppen en vrolijkheid voor altijd; Jeruzalem wordt door Mij herschapen in een stad vol vrolijkheid, met een bevolking vol blijdschap.  [18] Er zal alleen maar blijdschap zijn en groot gejuich om wat ik schep. Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad en schenk haar bevolking vreugde.   18 Nee, ze zullen verrukt zijn en het uitjubelen voor altijd en immer om wat ik schep; want zie, ik herschep Jeruzalem tot jubel en haar gemeente tot een verrukking;   18. Mais soyez pleins d'allégresse et exultez éternellement de ce que moi, je vais créer : car voici que je vais faire de Jérusalem une exultation et de mon peuple une allégresse.  

King James Bible . [18] But be ye glad and rejoice for ever in that which I create: for, behold, I create Jerusalem a rejoicing, and her people a joy.
Luther-Bibel . 18 Freuet euch und seid fröhlich immerdar über das, was ich schaffe. Denn siehe, ich will Jerusalem zur Wonne machen und sein Volk zur Freude,

Tekstuitleg van Js 65,18 .

1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenakh (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

2. ´im (indien, ofschoon) . Taalgebruik in Tenakh : ´im (indien, ofschoon) en ´em (moeder) . Taalgebruik in Tenakh : ´em (moeder) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 41 . Tenakh (760) . Pentateuch (172) . Js (34) . Js 1-39 (21) . Js 40-55 (5) . Js 56-66 (8) : (1) Js 58,9 . (2) Js 58,13 . (3) Js 59,2 . (4) Js 62,8 . (5) Js 65,6 . (6) Js 65,18 . (7) Js 66,8 . (8) Js 66,9 .

9. bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik : bârâ´ (scheppen) . b r ` : Tenakh (17) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 23 of 203 . Structuur : 2 - 20 of 200 - 1 ; 2 - 2 -1 . Lat. creare . Fr. créer . E. to create . D. schaffen . Een vorm van b-r-´ (scheppen) in Tenakh in 17 verzen (21X) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 1,27 . (3) Gn 2,3 . (4) Gn 5,1 . (5) Dt 4,32 . (6) 2 K 12,17 . (7) Js 40,26 . (8) Jr 31,22 . (9) Ez 21,24 . (10) Ps 51,12 . (11) In zeven verzen in Da .
-- bârâ´ ´êlohîm (God schiep) . Tenakh (3 / 10) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 2,3 . (3) Dt 4,32 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal 3de pers. mann. enk. ûbârâ´(en hij schiep) . Tenakh (1) Js 4,5 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. bârâ´thî (ik schiep) . Tenakh (5) : (1) Gn 6,7 . (2) Js 45,12 . (3) Js 54,16 . (4) Da 8,2 . (5) Da 8,15 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. bërâ´thîw (ik schiep hem) . Tenakh (2) : (1) Js 43,7 . (2) Js 45,8 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. vr. enk. . Tenakh (2) : (1) Js 41,20 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk. bôre´(scheppend) . Tenakh (7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 43,15 . (4) Js 45,18 . (5) Js 57,19 . (6) Js 65,17 . (7) Js 65,18 .
-- bôre´(scheppend) sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Tenakh (1) : Js 65,17 .
-- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) . Tenakh (3 / 7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 45,18 .
--- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) . Tenakh (2 / 7) : (1) Js 42,5 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk.+ suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. bora´äkhâ (jou scheppend) . Tenakh (1) Js 43,1 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal part. nom. mann. enk. ûbôre´(en scheppend) . Tenakh (1) Js 45,7 .

13. bârâ´ (scheppen) . Taalgebruik : bârâ´ (scheppen) . b r ` : Tenakh (17) . Getalwaarde : beth = 2 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 23 of 203 . Structuur : 2 - 20 of 200 - 1 ; 2 - 2 -1 . Lat. creare . Fr. créer . E. to create . D. schaffen . Een vorm van b-r-´ (scheppen) in Tenakh in 17 verzen (21X) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 1,27 . (3) Gn 2,3 . (4) Gn 5,1 . (5) Dt 4,32 . (6) 2 K 12,17 . (7) Js 40,26 . (8) Jr 31,22 . (9) Ez 21,24 . (10) Ps 51,12 . (11) In zeven verzen in Da .
-- bârâ´ ´êlohîm (God schiep) . Tenakh (3 / 10) : (1) Gn 1,1 . (2) Gn 2,3 . (3) Dt 4,32 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal 3de pers. mann. enk. ûbârâ´(en hij schiep) . Tenakh (1) Js 4,5 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. bârâ´thî (ik schiep) . Tenakh (5) : (1) Gn 6,7 . (2) Js 45,12 . (3) Js 54,16 . (4) Da 8,2 . (5) Da 8,15 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. bërâ´thîw (ik schiep hem) . Tenakh (2) : (1) Js 43,7 . (2) Js 45,8 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. vr. enk. . Tenakh (2) : (1) Js 41,20 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk. bôre´(scheppend) . Tenakh (7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 43,15 . (4) Js 45,18 . (5) Js 57,19 . (6) Js 65,17 . (7) Js 65,18 .
-- bôre´(scheppend) sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Tenakh (1) : Js 65,17 .
-- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) . Tenakh (3 / 7) : (1) Js 40,28 . (2) Js 42,5 . (3) Js 45,18 .
--- JHWH bôre´ (JHWH , scheppend) hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) . Tenakh (2 / 7) : (1) Js 42,5 . (2) Js 45,18 .
- act. qal part. nom. mann. enk.+ suffix pers. voornaamw. 2de pers. mann. enk. bora´äkhâ (jou scheppend) . Tenakh (1) Js 43,1 .
- verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal part. nom. mann. enk. ûbôre´(en scheppend) . Tenakh (1) Js 45,7 .

Js 65,19 - Js 65,19 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19kai agalliasomai epi ierousalèm kai eufranthèsomai epi tô laô mou kai ouketi mè akousthè en autè fônè klauthmou oude fônè kraugès  19 et exultabo in Hierusalem et gaudebo in populo meo et non audietur in eo ultra vox fletus et vox clamoris     19 En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem, en vrolijk zijn over Mijn volk; en in haar zal niet meer gehoord worden de stem der wening, noch de stem des geschreeuws.   [19] Dan zal Ik juichen om Jeruzalem en mij verblijden om mijn volk; geween en gekerm worden er niet meer gehoord.   [19] Dan zal ik over Jeruzalem jubelen en mij verblijden over mijn volk. Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord.   19 jubelen zal ik om Jeruzalem en verrukt zijn over mijn gemeente; in haar zal niet meer worden gehoord een stem die weent of een stem die schreeuwt;   19. J'exulterai en Jérusalem, en mon peuple je serai plein d'allégresse, et l'on n'y entendra plus retentir les pleurs et les cris.  

King James Bible . [19] And I will rejoice in Jerusalem, and joy in my people: and the voice of weeping shall be no more heard in her, nor the voice of crying.
Luther-Bibel . 19 und ich will fröhlich sein über Jerusalem und mich freuen über mein Volk. Man soll in ihm nicht mehr hören die Stimme des Weinens noch die Stimme des Klagens.

Tekstuitleg van Js 65,19 .

Js 65,20 - Js 65,20 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20kai ou mè genètai ekei aôros kai presbutès os ouk emplèsei ton chronon autou estai gar o neos ekaton etôn o de apothnèskôn amartôlos ekaton etôn kai epikataratos estai  20 non erit ibi amplius infans dierum et senex qui non impleat dies suos quoniam puer centum annorum morietur et peccator centum annorum maledictus erit     20 Van daar zal niet meer wezen een zuigeling van weinig dagen, noch een oud man, die zijn dagen niet zal vervullen; want een jongeling zal sterven, honderd jaren oud zijnde, maar een zondaar, honderd jaren oud zijnde, zal vervloekt worden.  [20] Er is geen zuigeling meer met een kort leven, en geen grijsaard die zijn jaren niet vervult, want de jongste sterft op de leeftijd van honderd jaar, en wie de honderd jaar niet bereikt, wordt als vervloekt beschouwd.   [20] Geen zuigeling zal daar meer zijn die slechts enkele dagen leeft, geen grijsaard die zijn jaren niet voltooit; want een kind zal pas sterven als honderdjarige, en wie geen honderd wordt, geldt als vervloekt.   20 er zal daar niet meer wezen een zuigeling van enkele dagen of een grijsaard die zijn dagen niet volmaakt; want de jonge jongen zal als man van honderd jaar sterven en de zondaar wordt pas als man van honderd jaar vervloekt.   20. Là, plus de nouveau-né qui ne vive que quelques jours, ni de vieillard qui n'accomplisse son temps; car le plus jeune mourra à l'âge de cent ans, c'est à cent ans que le pécheur sera maudit.  

King James Bible . [20] There shall be no more thence an infant of days, nor an old man that hath not filled his days: for the child shall die an hundred years old; but the sinner being an hundred years old shall be accursed.
Luther-Bibel . 20 Es sollen keine Kinder mehr da sein, die nur einige Tage leben, oder Alte, die ihre Jahre nicht erfüllen, sondern als Knabe gilt, wer hundert Jahre alt stirbt, und wer die hundert Jahre nicht erreicht, gilt als verflucht.

Tekstuitleg van Js 65,20 .

2. act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. jihëjèh (hij is) van het werkw. hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het NT (2450) . Tenakh (399) . Pentateuch (194) . Js (28) . Js 1-39 (21) . Js 40-55 (2) . Js 56-66 (5) : (1) Js 58,5 . (2) Js 60,19 . (3) Js 60,20 . (4) Js 60,22 . (5) Js 65,20 .

13. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenakh (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

Js 65,21 - Js 65,21 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21kai oikodomèsousin oikias kai autoi enoikèsousin kai katafuteusousin ampelônas kai autoi fagontai ta genèmata autôn  21 et aedificabunt domos et habitabunt et plantabunt vineas et comedent fructum earum     21 En zij zullen huizen bouwen en bewonen, en zij zullen wijngaarden planten, en derzelver vrucht eten.   [21] Zelf zullen zij wonen in de huizen die zij hebben gebouwd, en eten zij de vruchten van de wijngaard die zij zelf hebben geplant.  [21] Zij zullen huizen bouwen en er zelf in wonen, wijngaarden planten en zelf van de opbrengst eten;   21 Ze zullen huizen bouwen en daarin zetelen,– wijngaarden planten en de vruchten ervan eten.   21. Ils bâtiront des maisons et les habiteront, ils planteront des vignes et en mangeront les fruits.  

King James Bible . [21] And they shall build houses, and inhabit them; and they shall plant vineyards, and eat the fruit of them.
Luther-Bibel . 21 Sie werden Häuser bauen und bewohnen, sie werden Weinberge pflanzen und ihre Früchte essen.

Tekstuitleg van Js 65,21 .

7.

Js 65,22 - Js 65,22 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22kai ou mè oikodomèsousin kai alloi enoikèsousin kai ou mè futeusousin kai alloi fagontai kata gar tas èmeras tou xulou tès zôès esontai ai èmerai tou laou mou ta erga tôn ponôn autôn palaiôsousin 22 non aedificabunt et alius habitabit non plantabunt et alius comedet secundum dies enim ligni erunt dies populi mei et opera manuum eorum inveterabunt     22 Zij zullen niet bouwen, dat het een ander bewone; zij zullen niet planten, dat het een ander ete, want de dagen Mijns volks zullen zijn als de dagen eens booms, en Mijn uitverkorenen zullen het werk hunner handen verslijten.   [22] Zij bouwen niet meer wat een ander zal bewonen en planten niets waarvan een ander eten zal. Want de levensdagen van mijn volk zullen even talrijk zijn als die van de bomen, en mijn uitverkorenen zullen zelf genieten van het werk van hun handen.   [22] in wat zij bouwen zal geen ander wonen, van wat zij planten zal geen ander eten. Want de jaren van mijn volk zullen zijn als de jaren van een boom; mijn uitverkorenen zullen zelf genieten van het werk van hun handen.   22 Ze zullen niet bouwen en een ander gaat er zitten, niet planten en een ander eet het op; nee, als de dagen van de boom worden de dagen van mijn gemeente, en het maaksel van hun handen zullen mijn uitverkorenen zelf verslijten.   22. Ils ne bâtiront plus pour qu'un autre habite, ils ne planteront plus pour qu'un autre mange. Car les jours de mon peuple égaleront les jours des arbres, et mes élus useront ce que leurs mains auront fabriqué. 

King James Bible . [22] They shall not build, and another inhabit; they shall not plant, and another eat: for as the days of a tree are the days of my people, and mine elect shall long enjoy the work of their hands.
Luther-Bibel . 22 Sie sollen nicht bauen, was ein anderer bewohne, und nicht pflanzen, was ein anderer esse. Denn die Tage meines Volks werden sein wie die Tage eines Baumes, und ihrer Hände Werk werden meine Auserwählten genießen.

Tekstuitleg van Js 65,22 .

9. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenakh (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

17. bëchîrî (mijn uitverkorene, uitgekozene) OF bëchîraj / bëchîrâj (ijn uitverkorenen) van het zelfst. naamw. bâhîr . Zie het werkw. bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Tenakh : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Taalgebruik in Jesaja : bâchar (kiezen, uitverkiezen) . Getalwaarde : beth = 2 , chet = 8 , resj = 20 of 200 ; totaal : 30 (2 X 3 X 5) OF 210 (2 X 3 X 5 X 7) . Structuur : 2 - 8 - 2 . Gr. eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in het NT : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Taalgebruik in de Septuaginta : eklegô (uit-lezen, uit-kiezen, ver-kiezen, uit-ver-kiezen) . Lat. eligere . Fr. elire , choissir . E. to choose , to elect . D. auswählen . Gr. eklektos . Lat. electus . Fr. élu . D. auserwählt . E. chosen , elect . Een vorm van eklektos in de LXX (99) , in het NT (22) . Js (5) : (1) Js 42,1 . (2) Js 43,20 . (3) Js 45,4 . (4) Js 65,9 (bëchîraj) . (5) Js 65,22 (bëchîrâj) .
- lëbhëchîrî (mijn uitverkorene, uitgekozene) : Ps 89,4 OF lëbhëchîraj : Js 65,15 .

Js 65,23 - Js 65,23 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23oi de eklektoi mou ou kopiasousin eis kenon oude teknopoièsousin eis kataran oti sperma èulogèmenon upo theou estin kai ta ekgona autôn met' autôn esontai  23 electis meis non laborabunt frustra neque generabunt in conturbatione quia semen benedictorum Domini est et nepotes eorum cum eis    23 Zij zullen niet tevergeefs arbeiden, noch baren ter verstoring; want zij zijn het zaad der gezegenden des HEEREN, en hun nakomelingen met hen.   [23] Zij zullen zich niet voor niets moe maken, en geen kinderen ter wereld brengen voor de verschrikking*. Zij en hun nakomelingen met hen zullen een geslacht zijn dat gezegend is door de heer.   [23] Zij zullen zich niet tevergeefs afmatten en geen kinderen baren voor een verschrikkelijk lot. Zij zullen, met heel hun nageslacht, een volk zijn dat door de HEER is gezegend.   23 Ze zullen niet zwoegen voor niets en geen kinderen baren voor chaos, nee, een zaad van gezegenden van de ENE zijn zij en hun spruiten met hen.   23. Ils ne peineront pas en vain, ils n'enfanteront plus pour la terreur, mais ils seront une race de bénis de Yahvé, et leur descendance avec eux.  

King James Bible . [23] They shall not labour in vain, nor bring forth for trouble; for they are the seed of the blessed of the LORD, and their offspring with them.
Luther-Bibel . 23 Sie sollen nicht umsonst arbeiten und keine Kinder für einen frühen Tod zeugen; denn sie sind das Geschlecht der Gesegneten des HERRN, und ihre Nachkommen sind bei ihnen.

Tekstuitleg van Js 65,23 .

7. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenakh (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

Js 65,24 - Js 65,24 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24kai estai prin kekraxai autous egô epakousomai autôn eti lalountôn autôn erô ti estin  24 eritque antequam clament ego exaudiam adhuc illis loquentibus ego audiam    24 En het zal geschieden, eer zij roepen, zo zal Ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen.   [24] Nog vóór zij roepen zal Ik hun antwoorden, terwijl ze nog spreken zal Ik hen verhoren.   [24] Ik zal hun antwoorden nog voor ze mij roepen, ik zal hen verhoren terwijl ze nog spreken.   24 Het zal geschieden: voordat zij roepen antwoord ik; terwijl zij nog spreken verhoor ik.   24. Ainsi, avant qu'ils n'appellent, moi je répondrai, ils parleront encore que j'aurai déjà entendu.  

King James Bible . [24] And it shall come to pass, that before they call, I will answer; and while they are yet speaking, I will hear.
Luther-Bibel . 24 Und es soll geschehen: Ehe sie rufen, will ich antworten; wenn sie noch reden, will ich hören.

Tekstuitleg van Js 65,24 .

1. wëhâjâh (en het zal zijn) < verbindingswoord wë + häjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenakh : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het NT : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het NT (2450) . Dezelfde getalwaarde als JHWH . Tenakh (388) . Pentateuch (149) . Js (66) . Js 1-39 (58) . Js 40-55 (3) . Js 55-66 (5) : (1) Js 56,12 . (2) Js 60,19 . (3) Js 65,10 . (4) Js 65,24 . (5) Js 66,23 .

3. act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. jiqërâ´û (zij riepen) van het werkw. qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenakh : qârâ´ (roepen, heten) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 of 301 . Tenakh (17) . Js (4) : (1) Js 34,12 . (2) Js 47,1 . (3) Js 47,5 . (4) Js 65,24 .

Js 65,25 - Js 65,25 . De beloften van de Heer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) - Js 65,1-7 -- Js 65,8-25 -- Js 65,8 - Js 65,9 - Js 65,10 - Js 65,11 - Js 65,12 - Js 65,13 - Js 65,14 - Js 65,15 - Js 65,16 - Js 65,17 - Js 65,18 - Js 65,19 - Js 65,20 - Js 65,21 - Js 65,22 - Js 65,23 - Js 65,24 - Js 65,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
25tote lukoi kai arnes boskèthèsontai ama kai leôn ôs bous fagetai achura ofis de gèn ôs arton ouk adikèsousin oude mè lumanountai epi tô orei tô agiô mou legei kurios 25 lupus et agnus pascentur simul et leo et bos comedent paleas et serpenti pulvis panis eius non nocebunt neque occident in omni monte sancto meo dicit Dominus     25 De wolf en het lam zullen te zamen weiden, en de leeuw zal stro eten als een rund, en stof zal de spijze der slang zijn; zij zullen geen kwaad doen noch verderven op Mijn gansen heiligen berg, zegt de HEERE.   [25] Dan grazen de wolf en het lam eensgezind, de leeuw eet dan hooi zoals het rund, terwijl de slang zich voeden zal met stof. Niemand zal nog kwaad doen of onheil stichten op heel mijn heilige berg’, zegt de heer.   [25] Wolf en lam zullen samen weiden, een leeuw en een rund eten beide stro en een slang zal zich voeden met stof. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg – zegt de HEER.  25 Wolf en lam zullen eensgezind weiden, een leeuw zal stro eten als het rundvee, en de slang heeft stof als zijn brood; ze zullen geen kwaad doen en geen verderf stichten, op heel mijn heilige berg,– zegt de ENE.   25. Le loup et l'agnelet paîtront ensemble, le lion comme le bœuf mangera de la paille, et le serpent se nourrira de poussière. On ne fera plus de mal ni de violence sur toute ma montagne sainte, dit Yahvé. 

King James Bible . [25] The wolf and the lamb shall feed together, and the lion shall eat straw like the bullock: and dust shall be the serpent's meat. They shall not hurt nor destroy in all my holy mountain, saith the LORD.
Luther-Bibel . 25 Wolf und Schaf sollen beieinander weiden; der Löwe wird Stroh fressen wie das Rind, aber die Schlange muss Erde fressen. Sie werden weder Bosheit noch Schaden tun auf meinem ganzen heiligen Berge, spricht der HERR.

Tekstuitleg van Js 65,25 .

17. har (berg) . Taalgebruik in Tenakh : har (berg) . Taalgebruik in Jesaja : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 X 61) . Structuur : 5 - 3 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in NT : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Een vorm van oros (berg) in de LXX (680) , in het NT (62) . Tenakh (114) . Js (19) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 4,5 . (4) Js 10,32 . (5) Js 11,9 . (6) Js 13,2 . (7) Js 16,1 . (8) Js 18,7 . (9) Js 29,8 . (10) Js 30,25 . (11) Js 31,4 . (12) Js 40,4 . (13) Js 40,9 . (14) Js 56,7 . (15) Js 57,7 . (16) Js 57,13 . (17) Js 65,11 . (18) Js 65,25 . (19) Js 66,20 .

16. - 17. bëkâl har (op de hele berg / op elke berg) . Tenakh (3) : (1) Re 7,24 . (2) Js 11,9 . (3) Js 65,25 .

16. - 18. bëkâl har qâdësjî (op heel mijn heilige berg) . Tenakh (2) : (1) Js 11,9 . (2) Js 65,25 .

19. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in NT : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Tenakh (790) . Js (81) . Js 65-66 (10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 65,25 . (5) Js 66,1 . (6) Js 66,9 . (7) Js 66,12 . (8) Js 66,20 . (9) Js 66,21 . (10) Js 66,23 .

19. - 20. ´âmar JHWH (JHWH zegt / zei) . Tenakh (376) . Js 65-66 (8 / 10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,25 . (4) Js 66,1 . (5) Js 66,12 . (6) Js 66,20 . (7) Js 66,21 . (18) Js 66,23 .


SEPTUAGINTA

65 1emfanès egenomèn tois eme mè zètousin eurethèn tois eme mè eperôtôsin eipa idou eimi tô ethnei oi ouk ekalesan mou to onoma2exepetasa tas cheiras mou olèn tèn èmeran pros laon apeithounta kai antilegonta oi ouk eporeuthèsan odô alèthinè all' opisô tôn amartiôn autôn3o laos outos o paroxunôn me enantion emou dia pantos autoi thusiazousin en tois kèpois kai thumiôsin epi tais plinthois tois daimoniois a ouk estin4kai en tois mnèmasin kai en tois spèlaiois koimôntai di' enupnia oi esthontes krea ueia kai zômon thusiôn memolummena panta ta skeuè autôn5oi legontes porrô ap' emou mè eggisès mou oti katharos eimi outos kapnos tou thumou mou pur kaietai en autô pasas tas èmeras6idou gegraptai enôpion mou ou siôpèsô eôs an apodô eis ton kolpon autôn7tas amartias autôn kai tôn paterôn autôn legei kurios oi ethumiasan epi tôn oreôn kai epi tôn bounôn ôneidisan me apodôsô ta erga autôn eis ton kolpon autôn8outôs legei kurios on tropon eurethèsetai o rôx en tô botrui kai erousin mè lumènè auton oti eulogia kuriou estin en autô outôs poièsô eneken tou douleuontos moi toutou eneken ou mè apolesô pantas9kai exaxô to ex iakôb sperma kai to ex iouda kai klèronomèsei to oros to agion mou kai klèronomèsousin oi eklektoi mou kai oi douloi mou kai katoikèsousin ekei10kai esontai en tô drumô epauleis poimniôn kai faragx achôr eis anapausin boukoliôn tô laô mou oi ezètèsan me11umeis de oi egkatalipontes me kai epilanthanomenoi to oros to agion mou kai etoimazontes tô daimoni trapezan kai plèrountes tè tuchè kerasma12egô paradôsô umas eis machairan pantes en sfagè peseisthe oti ekalesa umas kai ouch upèkousate elalèsa kai parèkousate kai epoièsate to ponèron enantion emou kai a ouk eboulomèn exelexasthe13dia touto tade legei kurios idou oi douleuontes moi fagontai umeis de peinasete idou oi douleuontes moi piontai umeis de dipsèsete idou oi douleuontes moi eufranthèsontai umeis de aischunthèsesthe14idou oi douleuontes moi agalliasontai en eufrosunè umeis de kekraxesthe dia ton ponon tès kardias umôn kai apo suntribès pneumatos ololuxete15kataleipsete gar to onoma umôn eis plèsmonèn tois eklektois mou umas de anelei kurios tois de douleuousin autô klèthèsetai onoma kainon16o eulogèthèsetai epi tès gès eulogèsousin gar ton theon ton alèthinon kai oi omnuontes epi tès gès omountai ton theon ton alèthinon epilèsontai gar tèn thlipsin autôn tèn prôtèn kai ouk anabèsetai autôn epi tèn kardian17estai gar o ouranos kainos kai è gè kainè kai ou mè mnèsthôsin tôn proterôn oud' ou mè epelthè autôn epi tèn kardian18all' eufrosunèn kai agalliama eurèsousin en autè oti idou egô poiô ierousalèm agalliama kai ton laon mou eufrosunèn19kai agalliasomai epi ierousalèm kai eufranthèsomai epi tô laô mou kai ouketi mè akousthè en autè fônè klauthmou oude fônè kraugès20kai ou mè genètai ekei aôros kai presbutès os ouk emplèsei ton chronon autou estai gar o neos ekaton etôn o de apothnèskôn amartôlos ekaton etôn kai epikataratos estai21kai oikodomèsousin oikias kai autoi enoikèsousin kai katafuteusousin ampelônas kai autoi fagontai ta genèmata autôn22kai ou mè oikodomèsousin kai alloi enoikèsousin kai ou mè futeusousin kai alloi fagontai kata gar tas èmeras tou xulou tès zôès esontai ai èmerai tou laou mou ta erga tôn ponôn autôn palaiôsousin23oi de eklektoi mou ou kopiasousin eis kenon oude teknopoièsousin eis kataran oti sperma èulogèmenon upo theou estin kai ta ekgona autôn met' autôn esontai24kai estai prin kekraxai autous egô epakousomai autôn eti lalountôn autôn erô ti estin25tote lukoi kai arnes boskèthèsontai ama kai leôn ôs bous fagetai achura ofis de gèn ôs arton ouk adikèsousin oude mè lumanountai epi tô orei tô agiô mou legei kurios


VULGAAT

1 quaesierunt me qui ante non interrogabant invenerunt qui non quaesierunt me dixi ecce ego ecce ego ad gentem quae non vocabat nomen meum 2 expandi manus meas tota die ad populum incredulum qui graditur in via non bona post cogitationes suas 3 populus qui ad iracundiam provocat me ante faciem meam semper qui immolant in hortis et sacrificant super lateres 4 qui habitant in sepulchris et in delubris idolorum dormiunt qui comedunt carnem suillam et ius profanum in vasis eorum 5 qui dicunt recede a me non adpropinques mihi quia inmundus es isti fumus erunt in furore meo ignis ardens tota die 6 ecce scriptum est coram me non tacebo sed reddam et retribuam in sinu eorum 7 iniquitates vestras et iniquitates patrum vestrorum simul dicit Dominus qui sacrificaverunt super montes et super colles exprobraverunt mihi et remetiar opus eorum primum in sinu eorum 8 haec dicit Dominus quomodo si inveniatur granum in botro et dicatur ne dissipes illud quoniam benedictio est sic faciam propter servos meos ut non disperdam totum 9 et educam de Iacob semen et de Iuda possidentem montes meos et hereditabunt eam electi mei et servi mei habitabunt ibi 10 et erunt campestria in caulas gregum et vallis Achor in cubile armentorum populo meo qui requisierunt me 11 et vos qui dereliquistis Dominum qui obliti estis montem sanctum meum qui ponitis Fortunae mensam et libatis super eam 12 numerabo vos in gladio et omnes in caede corruetis pro eo quod vocavi et non respondistis locutus sum et non audistis et faciebatis malum in oculis meis et quae nolui elegistis 13 propter hoc haec dicit Dominus Deus ecce servi mei comedent et vos esurietis ecce servi mei bibent et vos sitietis 14 ecce servi mei laetabuntur et vos confundemini ecce servi mei laudabunt prae exultatione cordis et vos clamabitis prae dolore cordis et prae contritione spiritus ululabitis 15 et dimittetis nomen vestrum in iuramentum electis meis et interficiet te Dominus Deus et servos suos vocabit nomine alio 16 in quo qui benedictus est super terram benedicetur in Deo amen et qui iurat in terra iurabit in Deo amen quia oblivioni traditae sunt angustiae priores et quia absconditae sunt ab oculis nostris 17 ecce enim ego creo caelos novos et terram novam et non erunt in memoria priora et non ascendent super cor 18 sed gaudebitis et exultabitis usque in sempiternum in his quae ego creo quia ecce ego creo Hierusalem exultationem et populum eius gaudium 19 et exultabo in Hierusalem et gaudebo in populo meo et non audietur in eo ultra vox fletus et vox clamoris 20 non erit ibi amplius infans dierum et senex qui non impleat dies suos quoniam puer centum annorum morietur et peccator centum annorum maledictus erit 21 et aedificabunt domos et habitabunt et plantabunt vineas et comedent fructum earum 22 non aedificabunt et alius habitabit non plantabunt et alius comedet secundum dies enim ligni erunt dies populi mei et opera manuum eorum inveterabunt 23 electis meis non laborabunt frustra neque generabunt in conturbatione quia semen benedictorum Domini est et nepotes eorum cum eis 24 eritque antequam clament ego exaudiam adhuc illis loquentibus ego audiam 25 lupus et agnus pascentur simul et leo et bos comedent paleas et serpenti pulvis panis eius non nocebunt neque occident in omni monte sancto meo dicit Dominus


NAARDENSE VERTALING

65:1 Ik was te bevragen en ze vroegen niet, ik was te vinden en ze hebben niet gezocht; ik heb tot een volk gezegd: hier ben ik, hier ben ik!, en het riep mijn naam niet aan. Jesaja 65:2 Heel de dag heb ik mijn handen uitgebreid naar een weerspannige gemeente maar ze gaan de weg die niet goed is, hun eigen plannen achterna. 65:3 Zo'n gemeente, ze krenken mij vlak in mijn aanschijn, voortdurend,- door offers te slachten in hun hoven en wierook te branden op de plaveisels. 65:4 Ze zitten neer in grafkamers, brengen in spelonken de nacht door; ze eten vlees van een varken, bloedsoep bederft hun vaatwerk. 65:5 Ze durven zeggen: jij, nader mij niet, raak me niet aan, want ik ben te heilig voor jou!- maar ze zullen zijn rook voor mijn toorn, een vuur dat blijft laaien heel de dag. 65:6 Zie, het staat geschreven voor mijn aanschijn; ik zal niet rusten voordat ik heb vergolden, ieder van hen persoonlijk heb vergolden 65:7 uw eigen ongerechtigheden en het onrecht van uw vaderen tezamen, heeft de Ene gezegd,- die wierook brandden op de bergen en op de heuvels mij hebben veracht; uitmeten zal ik hun verdiende loon, vergelden zal ik het aan ieder persoonlijk. •• 65:8 Maar zo heeft de Ene gezegd: zoals most te vinden is in de druif en men zal zeggen: vernietig die niet, want er zit zegen in!, zó zal ik doen omwille van mijn dienaars, ik zal niet alles vernietigen. 65:9 Uit Jakob zal ik een nazaat uitleiden, uit Juda een die mijn gebergten beërft; mijn uitverkorenen zullen ze beërven, mijn dienaars zullen daar mogen wonen, 65:10 Sjaron zal worden tot een weide vol wolvee, het dal Achor een plek waar het ploegvee zich neervlijt,- voor mijn gemeente: zij die mij zoeken. 65:11 Maar gij die de Ene hebt verlaten, die de bergen van mijn heiligdom vergeet, die voor Goed Geluk een tafel aanricht die voor het Lieve Lot de plengbeker volgiet: 65:12 het lot dat ik u zal toedelen is het zwaard, allen zult ge ter slachting neerknielen,- omdat ik riep en gij niet hebt geantwoord, ik heb gesproken en gij niet hebt gehoord, ge deedt wat kwaad is in mijn ogen, en waarin ik geen behagen had, dat hebt ge verkozen. • 65:13 Daarom, zó heeft gezegd mijn Heer, de Ene: zie, wie mij dienen zullen eten en gij zult honger lijden, zie, mijn dienaars zullen drinken en gij lijdt dorst; zie, mijn dienaars zullen zich verheugen en gij staat beschaamd. 65:14 Zie, mijn dienaars zullen jubelen van hartenlust,- gij zult het uitschreeuwen van hartenleed,- van verbrijzeling van geest zult ge jammeren. 65:15 Achterlaten zult ge uw naam als een bezwering voor mijn uitverkorenen: 'mijn Heer, de Ene, moge je doden!'- maar tot zijn dienaars zal worden geroepen een andere naam; 65:16 zodat wie zich zegen toewenst in het land zich zal zegenen bij de God van de trouw en wie zweert in het land zal zweren bij de God van de trouw; want vergeten zullen zijn de benauwingen van eerst, ja verborgen zijn ze voor mijn ogen. 65:17 Want zie, ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; aan de eerste dingen zal niet meer worden gedacht en ze zullen niet meer in het hart opklimmen. 65:18 Nee, ze zullen verrukt zijn en het uitjubelen voor altijd en immer om wat ik schep; want zie, ik herschep Jeruzalem tot jubel en haar gemeente tot een verrukking; 65:19 jubelen zal ik om Jeruzalem en verrukt zijn over mijn gemeente; in haar zal niet meer worden gehoord een stem die weent of een stem die schreeuwt; 65:20 er zal daar niet meer wezen een zuigeling van enkele dagen of een grijsaard die zijn dagen niet volmaakt; want de jonge jongen zal als man van honderd jaar sterven en de zondaar wordt pas als man van honderd jaar vervloekt. 65:21 Ze zullen huizen bouwen en daarin zetelen,- wijngaarden planten en de vruchten ervan eten. 65:22 Ze zullen niet bouwen en een ander gaat er zitten, niet planten en een ander eet het op; nee, als de dagen van de boom worden de dagen van mijn gemeente, en het maaksel van hun handen zullen mijn uitverkorenen zelf verslijten. 65:23 Ze zullen niet zwoegen voor niets en geen kinderen baren voor chaos, nee, een zaad van gezegenden van de Ene zijn zij en hun spruiten met hen. 65:24 Het zal geschieden: voordat zij roepen antwoord ik; terwijl zij nog spreken verhoor ik. 65:25 Wolf en lam zullen eensgezind weiden, een leeuw zal stro eten als het rundvee, en de slang heeft stof als zijn brood; ze zullen geen kwaad doen en geen verderf stichten, op heel mijn heilige berg,- zegt de Ene.


- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K

- kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenakh : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenakh (3849) . Pentateuch (884) . Eerdere Profeten (726) . Latere Profeten (841) . 12 Kleine Profeten (241) . Geschriften (1157) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (71) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenakh (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

- L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -