JESAJA 66 - Js 66 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -
- Js 66,1-4 -- Js 66,5-17 -- Js 66,18-24 -- Js 66,10-14 -- Js 66,18-21 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van Jesaja : - Js 1 - Js 2 - Js 3 - Js 4 - Js 5 - Js 6 - Js 7 - Js 8 - Js 9 - Js 10 - Js 11 - Js 12 - Js 13 - Js 14 - Js 15 - Js 16 - Js 17 - Js 18 - Js 19 - Js 20 - Js 21 - Js 22 - Js 23 - Js 24 - Js 25 - Js 26 - Js 27 - Js 28 - Js 29 - Js 30 - Js 31 - Js 32 - Js 33 - Js 34 - Js 35 - Js 36 - Js 37 - Js 38 - Js 39 - Js 40 - Js 41 - Js 42 - Js 43 - Js 44 - Js 45 - Js 46 - Js 47 - Js 48 - Js 49 - Js 50 - Js 51 - Js 52 - Js 53 - Js 54 - Js 55 - Js 56 - Js 57 - Js 58 - Js 59 - Js 60 - Js 61 - Js 62 - Js 63 - Js 64 - Js 65 - Js 66 -
Uitleg vers per vers : - Js 66,1 - Js 66,2 - Js 66,3 - Js 66,4 - Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 - Js 66,18 - Js 66,19 - Js 66,20 - Js 66,21 - Js 66,22 - Js 66,23 - Js 66,24 -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht N.T. : N.T. : overzicht , N.T. : taalgebruik - N.T. A - N.T. B - N.T. C - N.T. D - N.T. E - N.T. F - N.T. G - N.T. H - N.T. I - N.T. J - N.T. K - N.T. L - N.T. M - N.T. N - N.T. O - N.T. P - N.T. Q - N.T. R - N.T. S - N.T. T - N.T. U - N.T. V - N.T. W - N.T. X - N.T. Y - N.T. Z - N.T. : commentaar .

Overzicht van Jesaja : Jesaja : overzicht , Jesaja : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Jesaja : commentaar ,


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
         
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel        

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
- Drewermann Eugen , Troost, troost mijn volk, De boodschap van de profeten Elia en Jesaja / Meinema , 2001, p.388-401 .
- FERRY Joëlle, Isaïe : Comme les mots d'un livre scellé (Is 29,11) Joëlle FERRY, Isaïe : Comme les mots d'un livre scellé (Is 29,11), Paris, Éditions du Cerf, "Lectio divina, 221", 2008, 282 p. . L'encadrement du livre . Isaïe 1 et 65 - 66 , p. 39-65 .
- ROODENBURG, P.C. - Israel, de knecht en de knechten: een onderzoek naar de betekenis en de functie van het nomen in Jesaja 40-66. (diss.) , p. 128-131 .
- Vallançon Henri , Le livre d'Isaïe - Histoire d'un salut, théologie du salut , Paru le : 17/07/2009 Editeur : Lumen Vitae Collection : connaître la bible ISBN : 978-2-87324-366-1 EAN : 9782873243661 Nb. de pages : 80 pages Poids : 130 g Dimensions : 15cm x 21cm x 1cm , p. 71-73 .
- Webster, Edwin C., "A Rhetorical Study of Isaiah 66," Journal for the Study of the Old Testament JSOT) , 34 (1986) .
Literatuur .
Liturgisch gebruik

- Js 66,10-14 : 14de (veertiende) zondag door het c-jaar .
- Js 66,18-21 : 21ste (eenentwintigste) zondag door het c-jaar .
Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


Js 66,1-4 . IJdele eredienst - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,1-4 -- Js 66,1 - Js 66,2 - Js 66,3 - Js 66,4 -

Js 66,1 - Js 66,1 : IJdele eredienst - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,1-4 -- Js 66,1 - Js 66,2 - Js 66,3 - Js 66,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
66 1outôs legei kurios o ouranos moi thronos è de gè upopodion tôn podôn mou poion oikon oikodomèsete moi è poios topos tès katapauseôs mou  1 haec dicit Dominus caelum sedis mea et terra scabillum pedum meorum quae ista domus quam aedificabitis mihi et quis iste locus quietis meae    1 Alzo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten; waar zou dat huis zijn, dat gijlieden Mij zoudt bouwen, en waar is de plaats Mijner rust?   IJdele eredienst [1] Zo spreekt de heer: ‘De* hemel is mijn troon en de aarde is mijn voetenbank; wat voor huis zou u voor Mij willen bouwen, en welk heiligdom zou mijn rustplaats zijn?   [1] Dit zegt de HEER: De hemel is mijn troon, de aarde mijn voetenbank. Waar zouden jullie een huis voor mij kunnen bouwen? En wat zou mij als rustplaats dienen?   1 ¶ Zo heeft de ENE gezegd: de hemelen zijn mijn troon en de aarde is de voetbank voor mijn voeten, wat voor huis wilt ge mij bouwen, in wat voor oord zou ik moeten rusten?   1. Ainsi parle Yahvé : Le ciel est mon trône, et la terre l'escabeau de mes pieds. Quelle maison pourriez-vous me bâtir, et quel pourrait être le lieu de mon repos,  

King James Bible . [1] Thus saith the LORD, The heaven is my throne, and the earth is my footstool: where is the house that ye build unto me? and where is the place of my rest?
Luther-Bibel . 1 Der Herr sagt: »Der Himmel ist mein Thron, die Erde mein Fußschemel. Was für ein Haus wollt ihr da für mich bauen? Wo ist die Wohnung, in der ich Raum finden könnte?

koh ´âmar JHWH (1 + 2 + 3 = 6)
hasjsjâmajim kisë´î (4 + 2 = 6)

Tekstuitleg van Js 66,1 . Het vers Js 66,1 telt 18 (2 X 3²) woorden en 61 = 25 (5²) + 36 (6²) letters . De getalwaarde van Js 66,1 is 3535 (5 X 7 X 101) . Troon en voetbank roepen koning , koningschap en koninkrijk op .

Js 66,1.1. koh (zo) . Taalgebruik in Tenach : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het N.T. (208) . Tenach (531) . Pentateuch (34) . Js (51) . Js 56-66 (7) : Js 56 (2) : (1) Js 56,1 . (2) Js 56,4 . Js 57 (1) : Js 57,15 . Js 65-66 (4) : (1) Js 65,8 . (2) Js 65,13 . (3) Js 66,1 . (4) Js 66,12 .

Js 66,1.2. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . Tenach (790) . Js (81) . Js 1-39 (30) . Js 40-55 (35) . Js 65-66 (10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 65,25 . (5) Js 66,1 . (6) Js 66,9 . (7) Js 66,12 . (8) Js 66,20 . (9) Js 66,21 . (10) Js 66,23 .

Js 66,1.1. - 2. koh ´âmar (zo zegt hij) . Tenach (401) . Js (44 . 4 / 7 . 4 / 16) . Js 1-39 (14) . Js 40-55 (16) . Js 56-66 (4) : (1) Js 56,1 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 66,1 . kî koh ´âmar (want zo zegt / zei hij) . Tenach (61) . Js (14) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 21,6 . (4) Js 21,16 . (5) Js 30,15 . (6) Js 31,4 . (7) Js 36,16. (8) Js 45,18 . (9) Js 49,25 . (10) Js 52,3 . (11) Js 52,4 . (12) Js 56,4 . (13) Js 57,15 . (14) Js 66,12 . Alzo : 7 / 7 en 7 / 16 .

Js 66,1.3. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

Js 66,1.2. - 3. ´âmar JHWH (JHWH zegt / zei) . Tenach (376) . Js 65-66 (8 / 10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,25 . (4) Js 66,1 . (5) Js 66,12 . (6) Js 66,20 . (7) Js 66,21 . (18) Js 66,23 .

Js 66,1.1. - 3. koh ´âmar JHWH (zo zegt / zei JHWH) . Tenach (247) . Js 40-66 (16) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,14 . (3) Js 43,16 . (4) Js 44,2 . (5) Js 44,6 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,1 . (8) Js 45,11 . (9) Js 45,14 . (10) Js 48,17 . (11) Js 49,7 . (12) Js 49,8 . (13) Js 50,1 . (14) Js 56,1 . (15) Js 65,8 . (16) Js 66,1 .

Js 66,1.4. hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) < bepaald lidw. ha + sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenach : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Taalgebruik in de Septuaginta : ouranos (hemel) . Taalgebruik in het N.T. : ouranos (hemel) . Lat. coelum . Fr. ciel . Ned. hemel . D. Himmel . E. heaven . Een vorm van ouranos (hemel) in de LXX (682) , in het N.T. (272) . Tenach (223) . Js (10) : (1) Js 13,5 . (2) Js 13,10 . (3) Js 14,13 . (4) Js 34,4 . (5) Js 37,16 . (6) Js 42,5 . (7) Js 45,18 . (8) Js 55,10 . (9) Js 66,1 . (10) Js 66,22 . In sjâmajim (hemelen) gaat het woord sj-m (naam) en majim (wateren) schuil .

Js 66,1.5. kisse´ (troon, zetel) . Taalgebruik in Tenach : kisse´ (troon, zetel) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , samekh = 15 of 60 , aleph = 1 ; totaal : 27 (3³) OF 81 (3² X 3²) . Structuur : 2 - 6 - 1 . Gr. thronos (troon) . Taalgebruik in het N.T. : thronos (troon) . Taalgebruik in de LXX : thronos (troon) . Tenach (51) . Js (4) : (1) Js 6,1 . (2) Js 9,6 . (3) Js 16,5 . (4) Js 47,1 . kisë´î (mijn troon, mijn zetel) . Tenach (10) : (1) 1 K 1,13 . (2) 1 K 1,17 . (3) 1 K 1,24 . (4) 1 K 1,30 . (5) 1 K 1,35 . (6) 1 K 1,48 . (7) Js 14,13 . (8) Js 66,1 . (9) Jr 49,38 . (10) Ez 43,7 . .http://www.dbnl.org/tekst/pric005vier01_01/pric005vier01_01_0043.php . kit . Dit laatste vindt men in Dozy's Oosterlingen afgeleid van het Joodse woord kissé , dat in het Oude Testament de deftige betekenissen heeft van : zetel , troon , zelfs troon Gods . Bij de Rabbijnen is echter bait ha-kissé (= huis van den zetel) reeds: heimelijk gemak en sedert is de betekenis al meer en meer verlopen . In zijn Das deutsche Gaunerthum geeft Avé-Lallemant voor kitt o.a. op : Haus , Krughaus , Herberge , Bordell . In de laatste betekenis komt het in Holland voor . http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0003.php . Kis (Nhebr.) Hebr. kissee : zetel , troon ; later heette het privaat : bet ha-kissee (het huis van den zetel) ; vgl. Ned. stoelgang . Lat. sedis . Fr. trône . D. Sessel , Thron . E. seat , throne . Een vorm van kisse´ (troon, zetel) in Js in 8 verzen : (1) Js 6,1 . (2) Js 9,6 . (3) Js 14,9 . (4) Js 14,13 . (5) Js 16,5 . (6) Js 22,23 . (7) Js 47,1 . (8) Js 66,1 .

Twee tegenstellingen worden vaak gebruikt om een totaliteit uit te drukken ; zo is dat het geval in hemel en aarde , van hoog tot laag , van kop tot teen , dag en nacht enz. . sjâmajim wë´èrèts (hemel en aarde) . Tenach (11) : (1) Gn 14,19 . (2) Gn 14,22 . (3) Ps 69,35 . (4) Ps 115,15 . (5) Ps 121,2 . (6) Ps 124,8 . (7) Ps 134,3 . (8) Ps 146,6 . (9) Jr 33,25 . (10) Jr 51,48 . (11) Jl 4,16 .

12. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (4012) . Js (119) . Js 1-39 (82) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (19) . Js 66 (4) : : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,13 . (3) Js 66,19 . (4) Js 66,22 .

Js 66,2 - Js 66,2 : IJdele eredienst - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,1-4 -- Js 66,1 - Js 66,2 - Js 66,3 - Js 66,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2panta gar tauta epoièsen è ceir mou kai estin ema panta tauta legei kurios kai epi tina epiblepsô all' è epi ton tapeinon kai èsucion kai tremonta tous logous mou  2 omnia haec manus mea fecit et facta sunt universa ista dicit Dominus ad quem autem respiciam nisi ad pauperculum et contritum spiritu et trementem sermones meos    2 Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.  [2] Dit alles heb Ik met eigen handen gemaakt, dit alles is mijn eigendom – godsspraak van de heer. [2] Mijn ogen rusten op de mens die gekwetst en berouwvol is, en die beeft voor mijn woord.   [2] Dit alles heb ik met eigen handen gemaakt, zo is dit alles ontstaan – spreekt de HEER. Toch sla ik acht op wie verdrukt wordt, op mensen met een gebroken geest, op ieder die huivert voor mijn woorden.   2 Mijn hand heeft dit alles gemaakt en daarom is dit alles er, is de tijding van de ENE, en hierop schouw ik neer: op de gebukte, de verslagene van geest en wie beeft voor mijn woord.  2. quand tout cela, c'est ma main qui l'a fait, quand tout cela est à moi, oracle de Yahvé! Mais celui sur qui je porte les yeux, c'est le pauvre et l'humilié, celui qui tremble à ma parole. 

King James Bible . [2] For all those things hath mine hand made, and those things have been, saith the LORD: but to this man will I look, even to him that is poor and of a contrite spirit, and trembleth at my word.
Luther-Bibel . 2 Ich, der Herr, habe mit eigener Hand Himmel und Erde geschaffen, durch mich ist alles entstanden, was es gibt. Aber ich blicke freundlich auf die Verzagten, die sich vor mir beugen, auf alle, die mit Furcht und Zittern auf mein Wort achten.

Tekstuitleg van Js 66,2 .

9. në´um (godsspraak) . Taalgebruik in Tenach : në´um (godsspraak) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , aleph = 1 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 28 (4 X 7) OF 91 (7 X 13) . Tenach (357) . Pentateuch (6) . Js (23) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (7) . Js 56-66 (5) : (1) Js 56,8 . (2) Js 59,20 . (3) Js 66,2 . (4) Js 66,17 . (5) Js 66,22 .

10. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

9. - 10. në´um JHWH (godsspraak van JHWH) . Tenach (267) . Js (19) : (1) Js 14,22 . (2) Js 14,23 . (3) Js 17,3 . (4) Js 17,6 . (5) Js 22,25 . (6) Js 30,1 . (7) Js 31,9 . (8) Js 37,34 . (9) Js 41,14 . (10) Js 43,10 . (11) Js 43,12 . (12) Js 49,18 . (13) Js 52,5 (2X) . (14) Js 54,17 . (15) Js 55,8 . (16) Js 59,20 . (17) Js 66,2 . (18) Js 66,17 . (19) Js 66,22 .
- në´um ´ädonâj JHWH (godsspraak van mijn Heer JHWH) . Tenach (92) . Js (2) : (1) Js 3,15 . (2) Js 56,8 .
- në´um hâ´âdôn JHWH (godsspraak van de Heer JHWH) . Tenach (2) : (1) Js 1,24 . (2) Js 19,4 .
Totaal (23) .

17.rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Taalgebruik in Jesaja : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . Gr. pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in de LXX (382) , in het N.T. (379) . Tenach (204) . Pentateuch (19) . Js (28) . Js 1-39 (13) : (1) Js 7,2 . (2) Js 11,2 . (3) Js 17,13 . (4) Js 19,3 . (5) Js 19,14 . (6) Js 25,4 . (7) Js 26,18 . (8) Js 29,10 . (9) Js 29,24 . (10) Js 31,3 . (11) Js 32,2 . (12) Js 32,15 . (13) Js 37,7 . Js 40-66 (15) : (1) Js 40,7 . (2) Js 40,13 . (3) Js 41,29 . (4) Js 54,6 . (5) Js 57,13 . (6) Js 57,15 . (7) Js 57,16 . (8) Js 59,19 . (9) Js 61,1 . (10) Js 61,3 . (11) Js 63,10 . (12) Js 63,11 . (13) Js 63,14 . (14) Js 65,14 . (15) Js 66,2 .
- w-r-û-ch (wërûach = en een geest OF wërèwach = en ruimte, verademing) . wërûach(en geest) : nevenschikkend voegw. wë + zelfst. naamw. rûach (geest) . Tenach (2) : (1) Js 41,16 . (2) Js 42,5 .
- rûchî (mijn geest) . Tenach (31) . Js (5) : (1) Js 26,9 . (2) Js 30,1 . (3) Js 38,16 . (4) Js 42,1 . (5) Js 44,3 . (6) Js 59,21 .
- rûchô (zijn geest) . Tenach (15) . Js (1) : Js 11,15 .

20. d-b-r-j . dëbhare(j) (woorden van) . dëbhârî (mijn woord) . dëbhâraj (mijn woorden) . Zie dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenach : dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Jesaja : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 21 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 206 = 2 X 103 . Structuur : 4 - 2 - 3 . Gr. logos (woord) . Taalgebruik in de LXX : logos (woord) . Taalgebruik in het N.T. : logos (woord) . logos komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les , Fr. leçon , parole (parler) . Ned. woord . D. Wort . E. word . Een vorm van logos (woord) in de LXX (1238) , in het N.T. (331) . Tenach (259) . Pentateuch (43) . Js (9) : (1) Js 29,18 . (2) Js 36,13 . (3) Js 36,22 . (4) Js 37,4 . (5) Js 37,17 . (6) Js 51,16 . (7) Js 55,11 . (8) Js 59,13 . (9) Js 66,2 .

Js 66,3 - Js 66,3 : IJdele eredienst - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,1-4 -- Js 66,1 - Js 66,2 - Js 66,3 - Js 66,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3o de anomos o thuôn moi moscon ôs o apoktennôn kuna o de anaferôn semidalin ôs aima ueion o didous libanon eis mnèmosunon ôs blasfèmos kai outoi exelexanto tas odous autôn kai ta bdelugmata autôn a è psucè autôn èthelèsen  3 qui immolat bovem quasi qui interficiat virum qui mactat pecus quasi qui excerebret canem qui offert oblationem quasi qui sanguinem suillum offerat qui recordatur turis quasi qui benedicat idolo haec omnia elegerunt in viis suis et in abominationibus suis anima eorum delectata est    3 Wie een os slacht, slaat een man; wie een lam offert, breekt een hond den hals; wie spijsoffer offert, is als die zwijnenbloed offert; wie wierook brandt ten gedenkoffer, is als die een afgod zegent. Dezen verkiezen ook hun wegen, en hun ziel heeft lust aan hun verfoeiselen.   [3] Iemand die voor mij een rund slacht, denkt ook een mens te mogen doden, en wie een schaap offert, wurgt ook een hond*; wie een meeloffer brengt, schrikt niet terug voor varkensbloed, wie wierook offert, vereert ook een afgod. Zoals zij de voorkeur geven aan hun eigen wegen en genoegen scheppen in hun gruwelen,   [3] Wie echter een stier slacht maar ook een mens doodt, wie een schaap offert maar ook een hond de nek breekt, wie een graanoffer brengt mét het bloed van een zwijn, wie wierook brandt als deel van het graanoffer maar tegelijk een afgod looft – zoals zo iemand zijn eigen wegen kiest en van zulke gruwelijkheden geniet,   3 Men keelt de os maar slaat ook een man neer, men offert het lam maar nekt ook een hond, men laat een broodgift opgaan maar ook zwijnenbloed, men brandt als gedachtenis wierook maar zegent ook onheil; zoals zij eigen wegen hebben verkozen en hun ziel behagen schept in hun afschuwelijkheden,   3. On sacrifie le bœuf, on abat un homme; on immole l'agneau, on assomme un chien; on présente une offrande, c'est du sang de porc; on fait un mémorial d'encens, une bénédiction abominable; tous ces gens ont choisi leurs voies, et leur âme se complaît dans leurs horreurs. 

King James Bible . [3] He that killeth an ox is as if he slew a man; he that sacrificeth a lamb, as if he cut off a dog's neck; he that offereth an oblation, as if he offered swine's blood; he that burneth incense, as if he blessed an idol. Yea, they have chosen their own ways, and their soul delighteth in their abominations.
Luther-Bibel . 3 Doch da schlachten sie für mich Rinder - und zugleich bringen sie Menschenopfer dar. Sie schlachten für mich Schafe - und zugleich opfern sie Hunde. Sie bringen mir Speiseopfer - und zugleich versprengen sie Schweineblut. Sie verbrennen für mich Weihrauch - und zugleich opfern sie den Götzen. Sie gehen ihre eigenen Wege und sind begierig auf alles, was mir ein Gräuel ist.

a. sjôchet hasjsjôr (slachtende het rund)

Tekstuitleg van Js 66,3 . Het vers Js 66,3 telt 23 woorden en 90 (2 X 3² X 5) letters . De getalwaarde van Js 66,3 is 4947 (3 X 17 X 97) .

Js 66,3.1. act. qal part. mann. enk. sjôchet (slachtende) van het werkw. sjâchat (slachten, offeren, vermoorden) . Taalgebruik in Tenach : sjâchat (slachten, offeren,vermoorden) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , chet = 8 , tet = 9 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 317 . Tenach (2) : (1) Js 66,3 . (2) Jr 9,7 . Een vorm van sjâchat (slachten, offeren, vermoorden) in Js (3) : (1) Js 22,13 . (2) Js 57,5 . (3) Js 66,3 .

Js 66,3.2. sjôr (rund, os) . Taalgebruik in Tenach : sjôr (rund, os) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 47 of 506 . Structuur : 3 - 6 - 2 . Tenach (43) . Pentateuch (27) . Js (2) : (1) Js 1,3 . (2) Js 7,25 .
- hasjsjôr (het rund, de os) . Tenach (12) . Pentateuch (9) . Js (2) : (1) Js 32,20 . (2) Js 66,3 .
- pârâh (koe) . par (stier) .

Js 66,3.5. act. qal part. mann. enk. zôbheach (slachtofferend) van het werkw. zâbhach (slachten, offeren) . Taalgebruik in Tenach : zâbhach (slachten, offeren) . Getalwaarde : zajin = 7 , beth = 2 , chet = 8 ; totaal : 17 . Structuur : 7 - 2 - 8 . Tenach (1) : Js 66,3 .

Js 66,3.10. minëchâh (geschenk, offer, spijsoffer) . Taalgebruik in Tenach : minëchâh (geschenk, offer, spijsoffer) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , nun = 14 of 50 , chet = 8 , he = 5 ; totaal : 40 OF 103 . Structuur : 4 - 5 - 8 - 5 . Tenach (54) . Pentateuch (22) . Js (3) : (1) Js 57,6 . (2) Js 66,3 . (3) Js 66,20 .

Js 66,4 - Js 66,4 : IJdele eredienst - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,1-4 -- Js 66,1 - Js 66,2 - Js 66,3 - Js 66,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4kagô eklexomai ta empaigmata autôn kai tas amartias antapodôsô autois oti ekalesa autous kai ouc upèkousan mou elalèsa kai ouk èkousan kai epoièsan to ponèron enantion mou kai a ouk eboulomèn exelexanto  4 unde et ego eligam inlusiones eorum et quae timebant adducam eis quia vocavi et non erat qui responderet locutus sum et non audierunt feceruntque malum in oculis meis et quae nolui elegerunt    4 Ik zal ook verkiezen het loon hunner handelingen, en hun vreze zal Ik over hen doen komen, omdat Ik geroepen heb, en niemand antwoordde, Ik gesproken heb en zij niet hoorden, maar deden dat kwaad is in Mijn ogen, en verkoren hetgeen waartoe Ik geen lust had.   [4] zo zal Ik er de voorkeur aan geven om hen te kwellen en wat ze vrezen over hen brengen. Want toen Ik riep, heeft niemand geantwoord, en toen Ik sprak, heeft niemand geluisterd. Zij deden wat kwaad is in mijn ogen en gaven de voorkeur aan wat Mij mishaagt.’  [4] zo zal ik kiezen hoe ik hem zal kwellen, zijn grootste angsten laat ik uitkomen. Want ik heb geroepen, maar niemand gaf antwoord, ik heb gesproken, maar zij luisterden niet; zij deden wat slecht is in mijn ogen, en zij verkozen wat ik niet wil.   4 zo verkies ik nu hun noodlot en doe ik over hen komen wat zij duchten, omdat ik riep en niemand antwoordde, ik sprak en niemand hoorde; ze deden wat kwaad is in mijn ogen en wat mij niet behaagde hebben ze verkozen. ••  4. Moi aussi, j'ai plaisir à me moquer d'eux, j'amènerai sur eux ce qu'ils redoutent, parce que j'ai appelé et nul n'a répondu, j'ai parlé et nul n'a entendu; ils ont fait ce qui est mal à mes yeux, ils ont pris plaisir à ce qui me déplaît.  

King James Bible . [4] I also will choose their delusions, and will bring their fears upon them; because when I called, none did answer; when I spake, they did not hear: but they did evil before mine eyes, and chose that in which I delighted not.
Luther-Bibel . 4 Deshalb bin ich begierig, sie ins Unglück zu stürzen und alles über sie zu bringen, wovor sie zittern. Ich habe gerufen, aber keiner hat mir geantwortet; ich habe gewarnt, aber niemand hat darauf gehört. Stattdessen haben sie mich beleidigt und getan, was mir missfällt.«

Tekstuitleg van Js 66,4 . Het vers Js 66,4 telt 21 (3 X 7) woorden en 88 (2³ X 11) letters . De getalwaarde van Js 66,4 is 5947 (19 X 313) .

Js 66,4.2. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenach : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het N.T. : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Tenach (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (52) . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 66 (3) : (1) Js 66,4 . (2) Js 66,9 . (3) Js 66,22 .

Js 66,4.9. act. qal perf. 1ste pers. enk. qârâ´thî (ik riep) van het werkw. qârâ´ (roepen, heten) . Taalgebruik in Tenach : qârâ´ (roepen, heten) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 40 (2³ X 5) of 301 . Structuur : 1 - 2 - 1 . Gr. kaleô (roepen, noemen) . Taalgebruik in het N.T. : kaleô (roepen) . Taalgebruik in de Septuaginta : kaleô (roepen) . E. to call . Lat. vocare (vox = stem) . Fr. appeler (Lat. appellare - pellere : pousser , dringen ; aandringen , oproepen) . Ned. roepen . D. rufen . Een vorm van kaleô (roepen, noemen) in de LXX (512) , in het N.T. (148) . Tenach (25) . Js (6) : (1) Js 13,3 . (2) Js 30,7 . (3) Js 43,1 . (4) Js 50,2 . (5) Js 65,12 . (6) Js 66,4 .

Js 66,4.14. sjimë`û (hoort, luistert) : act. qal imperatief 2de pers. mann. mv. OF sjâmë`û : act. qal perf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Jesaja : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 (2 X 5²) of 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 3 - 4 - 7 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX (1069) . Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin . Tenach (163) . Js (23) . Js 1-39 (7) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 6,9 . (4) Js 7,13 . (5) Js 28,14 . (6) Js 33,13 . (7) Js 36,13 . Js 40-66 (16) : (8) Js 42,18 . (9) Js 42,24 . (10) Js 46,3 . (11) Js 46,12 . (12) Js 48,1 . (13) Js 48,16 . (14) Js 49,1 . (15) Js 51,1 . (16) Js 51,7 . (17) Js 52,15 . (18) Js 55,2 . (19) Js 55,3 . (20) Js 64,3 . (21) Js 66,4 . (22) Js 66,5 . (23) Js 66,19 .

Js 66,4.20. act. qal perf. 1ste pers. enk. châphatsëthî / châphâtsëthî (ik schep behagen in) van het werkw. châphats (verlangen, begeren, behagen scheppen) . Taalgebruik in Tenach : châphats (verlangen, begeren, behagen scheppen) . Getalwaarde : chet = 8 , pe = 17 of 80 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 43 OF 178 (2 X 89) . Structuur : 8 - 8 - 9 . Tenach (13) : (1) Dt 25,8 . (2) 2 S 15,26 . (3) Js 1,11 . (4) Js 55,11 . (5) Js 56,4 . (6) Js 65,12 . (7) Js 66,4 . (8) Jr 9,23 . (9) Hos 6,6 . (10) Ps 40,9 . (11) Ps 73,25 . (12) Ps 119,35 . (13) Job 33,32 .

Js 66,5-17 . Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -

Js 66,5 - Js 66,5 : Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5akousate to rèma kuriou oi tremontes ton logon autou eipate adelfoi èmôn tois misousin èmas kai bdelussomenois ina to onoma kuriou doxasthè kai ofthè en tè eufrosunè autôn kakeinoi aiscunthèsontai 5 audite verbum Domini qui tremetis ad verbum eius dixerunt fratres vestri odientes vos et abicientes propter nomen meum glorificetur Dominus et videbimus in laetitia vestra ipsi autem confundentur     5 Hoort des HEEREN woord, gij, die voor Zijn woord beeft! Uw broeders, die u haten, die u verre afzonderen, om Mijns Naams wil, zeggen: Dat de HEERE heerlijk worde! Doch Hij zal verschijnen tot ulieder vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden.  [5] Hoor het woord van de heer, u die beeft voor zijn woord! Uw eigen broeders, die u haten, die u verstoten omwille van mijn naam, hebben gezegd: ‘Laat de heer zijn heerlijkheid tonen, wij zullen graag uw vreugde zien! Zij zullen beschaamd staan.’  [5] Luister naar de woorden van de HEER, jullie die voor zijn woorden huiveren. Er wordt gezegd door jullie volksgenoten, die jullie haten en verstoten: ‘Dankzij ons staat de HEER in aanzien. Toon ons dan eens hoe blij je bent.’ Maar zij zullen zelf te schande staan.  5 ¶ Hoort het woord van de ENE gij die beeft voor zijn woord!– gezegd hebben uw broeders, die u haten, die u hebben verstoten omwille van mijn naam: de ENE tone zijn glorie, dan zien wij jullie vreugde!– maar zij zullen beschaamd staan.  5. Écoutez la parole de Yahvé, vous qui tremblez à sa parole. Ils ont dit, vos frères qui vous haïssent et vous rejettent à cause de mon nom : « Que Yahvé manifeste sa gloire, et que nous soyons témoins de votre joie », mais c'est eux qui seront confondus!  

King James Bible .[5] Hear the word of the LORD, ye that tremble at his word; your brethren that hated you, that cast you out for my name's sake, said, Let the LORD be glorified: but he shall appear to your joy, and they shall be ashamed.
Luther-Bibel . 5 Hört, was der Herr euch sagt, ihr alle, die ihr mit Furcht und Zittern auf sein Wort achtet: »Weil ihr zu mir haltet, werdet ihr von Leuten aus eurem eigenen Volk gehasst und wie Ausgestoßene behandelt. Sie spotten: Der Herr soll doch seine Zusagen wahr machen! Wir möchten gerne erleben, wie ihr euch freut! Aber sie täuschen sich!

Tekstuitleg van Js 66,5 .

1. sjimë`û (hoort, luistert) : act. qal imperatief 2de pers. mann. mv. OF sjâmë`û : act. qal perf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Jesaja : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 (2 X 5²) of 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 3 - 4 - 7 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX (1069) . Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin . Tenach (163) . Js (23) . Js 1-39 (7) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 6,9 . (4) Js 7,13 . (5) Js 28,14 . (6) Js 33,13 . (7) Js 36,13 . Js 40-66 (16) : (8) Js 42,18 . (9) Js 42,24 . (10) Js 46,3 . (11) Js 46,12 . (12) Js 48,1 . (13) Js 48,16 . (14) Js 49,1 . (15) Js 51,1 . (16) Js 51,7 . (17) Js 52,15 . (18) Js 55,2 . (19) Js 55,3 . (20) Js 64,3 . (21) Js 66,4 . (22) Js 66,5 . (23) Js 66,19 .

3. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

1. - 3. sjimë`û debhar JHWH (hoort het woord van JHWH) . Tenach (12) : (1) 2 Kr 18,18 . (2) Js 1,10 . (3) Js 28,14 . (4) Jr 2,4 . (5) Jr 7,2 . (6) Jr 17,20 . (7) Jr 19,3 . (8) Jr 29,20 . (9) Jr 31,10 . (10) Jr 42,15 . (11) Jr 44,26 . (12) Hos 4,1 . Verder Tenach (9) : (1) 2 K 7,1 . (2) Js 66,5 . (3) Jr 21,11 . (4) Jr 44,24 . (5) Ez 13,2 . (6) Ez 34,7 . (7) Ez 34,9 . (8) Ez 36,1 . (9) Ez 37,4 .
- sjëma` debhar JHWH (hoor het woord van JHWH) . Tenach (7) : (1) 1 K 22,19 . (2) 2 K 20,16 . (3) Js 39,5 . (4) Jr 22,2 . (5) Jr 34,4 . (6) Ez 21,3 . (7) Am 7,16 .

14. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Js (366) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

Js 66,6 - Js 66,6 : Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6fônè kraugès ek poleôs fônè ek naou fônè kuriou antapodidontos antapodosin tois antikeimenois  6 vox populi de civitate vox de templo vox Domini reddentis retributionem inimicis suis     6 Er zal een stem van een groot rumoer uit de stad zijn, een stem uit den tempel, de stem des HEEREN, Die Zijn vijanden de verdiensten vergeldt.   [6] Luister, uit de stad klinkt rumoer en uit de tempel lawaai: de stem van de heer die met zijn vijanden afrekent.   [6] Er klinkt tumult in de stad, een luide stem uit de tempel: het is de stem van de HEER, die zijn vijanden vergeldt naar hun daden.   6 De stem van tumult vanuit de stad, een stem uit de tempel, de stem van de ENE die zijn vijanden vergeldt wat zij hebben volvoerd!   6. Une voix, une rumeur qui vient de la ville, une voix qui vient du sanctuaire, la voix de Yahvé qui paie leur salaire à ses ennemis. 

King James Bible . [6] A voice of noise from the city, a voice from the temple, a voice of the LORD that rendereth recompence to his enemies.
Luther-Bibel . 6 Horcht, von der Stadt her schallt Kampfgetümmel, vom Tempel her Kriegslärm! Der Herr vollstreckt das Strafgericht an seinen Feinden!

Tekstuitleg van Js 66,6 .

5. mehe(j)khal (uit de tempel) < min + he(j)khal (tempel, heiligdom, paleis) . Taalgebruik in Tenakh : he(j)khal (tempel, heiligdom, paleis) . Getalwaarde : he = 5 , kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 (2² X 7) OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 2 - 3 . Tenakh (3) : (1) 2 K 23,4 . (2) Js 66,6 . (3) Mi 1,2 .

7. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

6. - 7. qôl JHWH (stem van JHWH) . Tenach (11) : (1) Gn 3,8 . (2) Dt 5,25 . (3) Dt 18,16 . (4) Ps 29,3 . (5) Ps 29,4 (2X) . (6) Ps 29,5 . (7) Ps 29,7 . (8) Ps 29,8 . (9) Ps 29,9 . (10) Js 66,6 . (11) Mi 6,9 .

Js 66,7 - Js 66,7 : Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7prin è tèn ôdinousan tekein prin elthein ton ponon tôn ôdinôn exefugen kai eteken arsen  7 antequam parturiret peperit antequam veniret partus eius peperit masculum    7 Eer zij barensnood had, heeft zij gebaard, eer haar smart overkwam, zo is zij van een knechtje verlost.  [7] Nog voordat zij* weeën krijgt moet zij baren, nog voordat de pijnen haar overvallen, baart zij een zoon.   [7] Nog voor Sion weeën heeft, moet ze bevallen; voor de barensnood over haar komt, brengt ze een zoon ter wereld.   7 Eer zij kan sidderen zal zij baren; eer er een wee over haar komt is zij verlost van een mannetje!   7. Avant d'être en travail elle a enfanté, avant que viennent les douleurs elle a accouché d'un garçon.  

King James Bible . [7] Before she travailed, she brought forth; before her pain came, she was delivered of a man child.
Luther-Bibel . 7 Hat man es schon erlebt, dass ein Kind geboren wurde, bevor die Mutter in Wehen kam?

Tekstuitleg van Js 66,7 .

Js 66,8 - Js 66,8 : Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8tis èkousen toiouto kai tis eôraken outôs è ôdinen gè en mia èmera è kai etecthè ethnos eis apax oti ôdinen kai eteken siôn ta paidia autès  8 quis audivit umquam tale et quis vidit huic simile numquid parturiet terra in die una aut parietur gens simul quia parturivit et peperit Sion filios suos    8 Wie heeft ooit zulks gehoord? Wie heeft dergelijks gezien? Zou een land kunnen geboren worden op een enigen dag? Zou een volk kunnen geboren worden op een enige reize? Maar Sion heeft weeën gekregen, en zij heeft haar zonen gebaard.   [8] Wie heeft ooit zoiets gehoord, wie heeft ooit zoiets gezien? Werd ooit een land in één dag ter wereld gebracht, een volk in één keer gebaard? Maar nauwelijks is zij in haar weeën, of Sion baart haar kinderen.  [8] Wie heeft ooit zoiets gehoord? Wie heeft ooit zoiets gezien? Kan een land in één dag worden gebaard, kan een volk in één keer worden geboren? Maar Sion baart haar kinderen terwijl de weeën net begonnen zijn.   8 Wie heeft ooit zoiets gehoord, wie heeft iets dergelijks gezien?– wordt een land op één dag in een siddering geboren, wordt een volk in één keer gebaard?– maar eer Sion siddert heeft zij haar zonen al gebaard,  8. Qui a jamais entendu rien de tel ? Qui a jamais vu chose pareille ? Peut-on mettre au monde un pays en un jour ? Enfante-t-on une nation en une fois ? A peine était-elle en travail que Sion a enfanté ses fils. 

King James Bible . [8] Who hath heard such a thing? who hath seen such things? Shall the earth be made to bring forth in one day? or shall a nation be born at once? for as soon as Zion travailed, she brought forth her children.
Luther-Bibel . Hat man erlebt, dass ein Volk auf einen Schlag geboren, dass ein menschenleeres Land an einem Tag bevölkert wurde? Genau das wird geschehen: Die Mutter Zion wird Kinder bekommen, noch ehe sie etwas davon merkt.

Tekstuitleg van Js 66,8 .

11. ´im (indien, ofschoon) . Taalgebruik in Tenach : ´im (indien, ofschoon) en ´em (moeder) . Taalgebruik in Tenach : ´em (moeder) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 41 . Tenach (760) . Pentateuch (172) . Js (34) . Js 1-39 (21) . Js 40-55 (5) . Js 56-66 (8) : (1) Js 58,9 . (2) Js 58,13 . (3) Js 59,2 . (4) Js 62,8 . (5) Js 65,6 . (6) Js 65,18 . (7) Js 66,8 . (8) Js 66,9 .

Js 66,8.13. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenach : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenach (53) . Js (11) . Js 40-66 (5) : (1) Js 49,7 . (2) Js 50,6 . (3) Js 55,5 . (4) Js 65,1 . (5) Js 66,8 . haggôj (het volk) < bepaald lidw. ha + gôj . Tenach (27) . Js (2) : (1) Js 9,2 . (2) Js 60,12 . wëgôj (en volk) . Tenach (4) . Js (1) Js 55,5 . lëgôj (voor het volk) . Tenach (15) . Js (2) : (1) Js 26,15 . (2) Js 60,22 .
mann. mv. gojim (volken) . Tenach (133) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 . haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenach 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenach (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenach (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

16. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenach (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

Js 66,9 - Js 66,9 : Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9egô de edôka tèn prosdokian tautèn kai ouk emnèsthès mou eipen kurios ouk idou egô gennôsan kai steiran epoièsa eipen o theos  9 numquid ego qui alios parere facio ipse non pariam dicit Dominus si ego qui generationem ceteris tribuo sterilis ero ait Dominus Deus tuus    9 Zou Ik de baarmoeder openbreken, en niet genereren? zegt de HEERE; zou Ik, Die genereer, voortaan toesluiten? zegt uw God.   [9] ‘Zou* Ik de schoot openen en niet laten baren?’ zegt de heer. ‘Of zou Ik laten baren en dan de schoot sluiten?’ zegt uw God.   [9] Zou ik de moederschoot openen en niet laten baren? – zegt de HEER. Of zou ik laten baren en de schoot gesloten houden? – zegt jullie God. 9 zou ik openbreken en niet laten baren?, zegt de ENE; of zou ik die doet baren hebben toegesloten?, heeft gezegd je God. ••  9. Ouvrirais-je le sein pour ne pas faire naître ? dit Yahvé. Si c'est moi qui fais naître, fermerai-je le sein ? dit ton Dieu. 

King James Bible . [9] Shall I bring to the birth, and not cause to bring forth? saith the LORD: shall I cause to bring forth, and shut the womb? saith thy God.
Luther-Bibel . 9 Meint ihr, ich, der Herr, werde etwas anfangen und nicht zu Ende führen? Werde ich die Geburt einleiten und das Kind dann stecken lassen, ich, euer Gott?

Tekstuitleg van Js 66,9 .

6. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

5. - 6. jo´mar JHWH (zegt JHWH) . Tenach (11) : (1) Dt 5,27 . (2) 1 K 1,36 . (3) 1 K 22,14 . (4) Ps 12,6 . (5) Js 1,11 . (6) Js 1,18 . (7) Js 33,10 . (8) Js 41,21 . (9) Js 66,9 . (10) Jr 42,20 . (11) Zach 13,9 .

7. ´im (indien, ofschoon) . Taalgebruik in Tenach : ´im (indien, ofschoon) en ´em (moeder) . Taalgebruik in Tenach : ´em (moeder) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 41 . Tenach (760) . Pentateuch (172) . Js (34) . Js 1-39 (21) . Js 40-55 (5) . Js 56-66 (8) : (1) Js 58,9 . (2) Js 58,13 . (3) Js 59,2 . (4) Js 62,8 . (5) Js 65,6 . (6) Js 65,18 . (7) Js 66,8 . (8) Js 66,9 .

8. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenach : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het N.T. : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Tenach (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (52) . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 66 (3) : (1) Js 66,4 . (2) Js 66,9 . (3) Js 66,22 .

11. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . Tenach (790) . Js (81) . Js 65-66 (10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 65,25 . (5) Js 66,1 . (6) Js 66,9 . (7) Js 66,12 . (8) Js 66,20 . (9) Js 66,21 . (10) Js 66,23 .

Lezing op de 14de (veertiende) zondag door het c-jaar : Js 66,10-14 . Verwijzing : Js 66,10-14 .

Verheug u met Jeruzalem, en juich over haar, allen die haar liefhebben! Neem deel aan haar vreugde, allen die over haar treuren! En laat u tot verzadiging toe zogen aan haar borsten vol troost, en u vol genot laven aan haar zo rijke boezem. Want zo spreekt de Heer: als een rivier leid Ik de vrede naar haar toe, en als een onstuimige stroom de schatten der volken. Gij zult gezoogd worden, gedragen op de arm, vertroeteld op de schoot! Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten: Jeruzalem zelf zal uw troost zijn. Wanneer gij dat ziet zal uw hart zich verheugen, uw beenderen zullen bloeien als het jonge groen, en de dienaren des Heren zullen zijn macht ervaren!

Js 66,10 - Js 66,10 : Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10eufranthèti ierousalèm kai panègurisate en autè pantes oi agapôntes autèn carète cara pantes osoi pentheite ep' autès  10 laetamini cum Hierusalem et exultate in ea omnes qui diligitis eam gaudete cum ea gaudio universi qui lugetis super eam    10 Verblijdt u met Jeruzalem, en verheugt u over haar, al haar liefhebbers! Weest vrolijk over haar met vreugde, gij allen, die over haar zijt treurig geweest!   [10] Verheug u, samen met Jeruzalem, en juich om haar, u allen die haar liefhebben. Jubel met haar van blijdschap, u allen die om haar treuren.  [10] Laat allen die Jeruzalem liefhebben zich met haar verheugen en juichen om haar, laat allen die om haar treuren nu samen met haar jubelen.  10 Verheugt u over Jeruzalem en jubelt over haar, allen die haar liefhebt!– weest in verrukking verrukt met haar, allen die in rouw zijt over haar!,   10. Réjouissez-vous avec Jérusalem, exultez en elle, vous tous qui l'aimez, soyez avec elle dans l'allégresse, vous tous qui avez pris le deuil sur elle,  

King James Bible . [10] Rejoice ye with Jerusalem, and be glad with her, all ye that love her: rejoice for joy with her, all ye that mourn for her:
Luther-Bibel . 10 Freut euch mit der Zionsstadt, jubelt über ihr Glück, ihr alle, die ihr sie liebt und denen ihr Leid zu Herzen geht!
- 14de (veertiende) zondag door het c-jaar . Verheug u met Jeruzalem, en juich over haar, allen die haar liefhebben! Neem deel aan haar vreugde, allen die over haar treuren!

Tekstuitleg van Js 66,10 .

Js 66,11 - Js 66,11 : Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11ina thèlasète kai emplèsthète apo mastou paraklèseôs autès ina ekthèlasantes trufèsète apo eisodou doxès autès  11 ut sugatis et repleamini ab ubere consolationis eius ut mulgeatis et deliciis affluatis ab omnimoda gloria eius    11 Opdat gij moogt zuigen, en verzadigd worden van de borsten harer vertroostingen; opdat gij moogt uitzuigen, en u verlusten met den glans harer heerlijkheid.   [11] U mag zuigen en u verzadigen aan haar borsten vol van troost, u mag met volle teugen drinken van haar volle moederborst.  [11] Aan haar vertroostende moederborst zullen jullie drinken en verzadigd worden, haar rijke, volle borsten zullen je zogen en verkwikken.   11 opdat ge moogt zuigen en verzadigd worden aan de borst van haar vertroostingen; opdat ge moogt slurpen en u laven aan de tepel van haar glorie! ••  11. afin que vous soyez allaités et rassasiés par son sein consolateur, afin que vous suciez avec délices sa mamelle plantureuse. 

King James Bible . [11] That ye may suck, and be satisfied with the breasts of her consolations; that ye may milk out, and be delighted with the abundance of her glory.
Luther-Bibel . 11 Sie wird euch teilgeben an der Fülle ihrer Herrlichkeit; ihr werdet an ihrer Mutterbrust saugen und mit Glück gesättigt werden.
- 14de (veertiende) zondag door het c-jaar . 12 Ich, der Herr, verspreche: Ich schenke der Zionsstadt Frieden und Wohlstand; der Reichtum der Völker wird ihr zufließen wie ein nie versiegender Strom. Ihr werdet an ihren Brüsten saugen, ihr werdet euch fühlen wie Kinder, die auf dem Arm getragen und auf den Knien gewiegt werden.
- 14de (veertiende) zondag door het c-jaar . En laat u tot verzadiging toe zogen aan haar borsten vol troost, en u vol genot laven aan haar zo rijke boezem.

Tekstuitleg van Js 66,11 .

Js 66,12 - Js 66,12 : Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12oti tade legei kurios idou egô ekklinô eis autous ôs potamos eirènès kai ôs cheimarrous epikluzôn doxan ethnôn ta paidia autôn ep' ômôn arthèsontai kai epi gonatôn paraklèthèsontai  12 quia haec dicit Dominus ecce ego declinabo super eam quasi fluvium pacis et quasi torrentem inundantem gloriam gentium quam sugetis ad ubera portabimini et super genua blandientur vobis     12 Want alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal den vrede over haar uitstrekken als een rivier, en de heerlijkheid der heidenen als een overlopende beek; dan zult gijlieden zuigen; gij zult op de zijden gedragen worden, en op de knieën zeer vriendelijk getroeteld worden.   [12] ‘Want’, zo spreekt de heer, ‘Ik laat vrede naar haar toestromen als een rivier, en de roem van de volken als een beek die buiten zijn oevers treedt. Haar zuigelingen worden op de heup gedragen en op de knieën vertroeteld.  [12] Want dit zegt de HEER: Ik laat de vrede als een rivier naar haar toe stromen, de rijkdom van alle volken als een overlopende beek, en jullie zullen ervan drinken. Je zult op de heup gedragen worden en worden gewiegd op haar schoot.  12 Want zo heeft gezegd de ENE: zie, ik leid tot haar een rivier van vrede, als een overstromende beek de glorie der volkeren, die moogt ge opzuigen! Op de zijde zult ge worden gedragen en op de knieën gekoesterd.   12. Car ainsi parle Yahvé : Voici que je fais couler vers elle la paix comme un fleuve, et comme un torrent débordant, la gloire des nations. Vous serez allaités, on vous portera sur la hanche, on vous caressera en vous tenant sur les genoux.  

King James Bible . [12] For thus saith the LORD, Behold, I will extend peace to her like a river, and the glory of the Gentiles like a flowing stream: then shall ye suck, ye shall be borne upon her sides, and be dandled upon her knees.
Luther-Bibel . Want zo spreekt de Heer: als een rivier leid Ik de vrede naar haar toe, en als een onstuimige stroom de schatten der volken. Gij zult gezoogd worden, gedragen op de arm, vertroeteld op de schoot!

Tekstuitleg van Js 66,12 . Het vers Js 66,12 telt 20 (2² X 5) woorden en 76 (2² X 19) letters . De getalwaarde van Js 66,12 is 4879 (7 X 17 X 41) .

1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenach (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

2. koh (zo) . Taalgebruik in Tenach : koh (zo) . Taalgebruik in Jesaja : koh (zo) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 25 (5²) . Structuur : 2 - 5 . Gr. houtôs (zo) . Taalgebruik in de LXX : houtos (zo) . Taalgebruik in het N.T. : houtos (zo) . Lat. sic . Ned. zo . D. so . E. thus . Fr. ainsi < ains - si . ains (ante) -> antius sic . houtôs (zo) in de LXX (852) , in het N.T. (208) . Tenach (531) . Pentateuch (34) . Js (51) . Js 56-66 (7) : Js 56 (2) : (1) Js 56,1 . (2) Js 56,4 . Js 57 (1) : Js 57,15 . Js 65-66 (4) : (1) Js 65,8 . (2) Js 65,13 . (3) Js 66,1 . (4) Js 66,12 .

1. - 2. kî koh (want zo) . Tenach (62) . Js (15) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 21,6 . (4) Js 21,16 . (5) Js 24,13 . (6) Js 30,15 . (7) Js 31,4 . (8) Js 36,16. (9) Js 45,18 . (10) Js 49,25 . (11) Js 52,3 . (12) Js 52,4 . (13) Js 56,4 . (14) Js 57,15 . (15) Js 66,12 .

3. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . Tenach (790) . Js (81) . Js 65-66 (10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 65,25 . (5) Js 66,1 . (6) Js 66,9 . (7) Js 66,12 . (8) Js 66,20 . (9) Js 66,21 . (10) Js 66,23 .

2. - 3. koh ´âmar (zo zegt hij) . Tenach (401) . Js (44 . 4 / 7 . 4 / 16) . Js 1-39 (14) . Js 40-55 (16) . Js 56-66 (4) : (1) Js 56,1 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 66,1 . kî koh ´âmar (want zo zegt / zei hij) . Tenach (61) . Js (14) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 21,6 . (4) Js 21,16 . (5) Js 30,15 . (6) Js 31,4 . (7) Js 36,16. (8) Js 45,18 . (9) Js 49,25 . (10) Js 52,3 . (11) Js 52,4 . (12) Js 56,4 . (13) Js 57,15 . (14) Js 66,12 . Alzo : 7 / 7 en 7 / 16 .

1. - 3. kî koh ´âmar (want zo zegt / zei hij) . Tenach (61) . Js (14 / 15) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 21,6 . (4) Js 21,16 . (5) Js 30,15 . (6) Js 31,4 . (7) Js 36,16. (8) Js 45,18 . (9) Js 49,25 . (10) Js 52,3 . (11) Js 52,4 . (12) Js 56,4 . (13) Js 57,15 . (14) Js 66,12 .

4. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

3. - 4. ´âmar JHWH (JHWH zegt / zei) . Tenach (376) . Js 65-66 (8 / 10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,25 . (4) Js 66,1 . (5) Js 66,12 . (6) Js 66,20 . (7) Js 66,21 . (18) Js 66,23 .

2. - 4. koh ´âmar JHWH (zo zegt / zei JHWH) . Tenach (247) . Js 40-66 (16) : (1) Js 43,1 . (2) Js 43,14 . (3) Js 43,16 . (4) Js 44,2 . (5) Js 44,6 . (6) Js 44,24 . (7) Js 45,1 . (8) Js 45,11 . (9) Js 45,14 . (10) Js 48,17 . (11) Js 49,7 . (12) Js 49,8 . (13) Js 50,1 . (14) Js 56,1 . (15) Js 65,8 . (16) Js 66,1 .

1. - 4. kî koh ´âmar JHWH (want zo spreekt JHWH) . Tenach (46) . Js (8) : (1) Js 8,11 . (2) Js 18,4 . (3) Js 31,4 . (4) Js 45,18 . (5) Js 49,25 . (6) Js 52,3 . (7) Js 56,4 . (8) Js 66,12 .

12. khabhôd (heerlijkheid) . Taalgebruik in Tenach : kabhôd (heerlijkheid) . Taalgebruik in Jesaja : kabhôd (heerlijkheid) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , beth = 2 , waw = 6 , daleth = 4 . Totaal : 11 + 2 + 6 + 4 of 20 + 2 + 6 + 4 = 23 of 32 . khabhod = 17. In het Hebreeuws betekent het zwaarte (b.v. van zijn mantel) . In het Grieks getransponeerd naar iets lichts , heerlijks : doxa . Lat. gloria . Fr. gloire . E. glory . Ned. heerlijkheid . D. Herrlichkeit . In veertien verzen in Js : (1) Js 4,5 . (2) Js 11,10 . (3) Js 16,14 . (4) Js 17,4 . (5) Js 21,16 . (6) Js 22,23 . (7) Js 22,24 . (8) Js 24,23 . (9) Js 35,2 . (10) Js 40,5 . (11) Js 42,12 . (12) Js 58,8 . (13) Js 60,13 . (14) Js 66,12 .

13. mann. mv. gojim (volken) van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenach : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenach (133) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenach 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenach (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenach (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

Js 66,13 - Js 66,13 : Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13ôs ei tina mètèr parakalesei outôs kai egô parakalesô umas kai en ierousalèm paraklèthèsesthe  13 quomodo si cui mater blandiatur ita ego consolabor vos et in Hierusalem consolabimini     13 Als een, dien zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten; ja, gij zult te Jeruzalem getroost worden.  [13] Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten: in Jeruzalem zult u getroost worden.  [13] Zoals een moeder haar zoon troost, zo zal ik jullie troosten; in Jeruzalem zul je troost vinden.   13 Zoals zijn moeder iemand troost,– zó zal ik u vertroosten; in Jeruzalem zult ge worden getroost.  13. Comme celui que sa mère console, moi aussi, je vous consolerai, à Jérusalem vous serez consolés.  

King James Bible . [13] As one whom his mother comforteth, so will I comfort you; and ye shall be comforted in Jerusalem.
Luther-Bibel . 13 Ich werde euch trösten, wie eine Mutter tröstet. Das Glück Jerusalems wird euch glücklich machen.
- 14de (veertiende) zondag door het c-jaar . Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten: Jeruzalem zelf zal uw troost zijn.

Tekstuitleg van Js 66,13 .

2. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (4012) . Js (119) . Js 1-39 (82) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (19) . Js 66 (4) : : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,13 . (3) Js 66,19 . (4) Js 66,22 .

Js 66,14 - Js 66,14 : Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai opsesthe kai carèsetai umôn è kardia kai ta osta umôn ôs botanè anatelei kai gnôsthèsetai è ceir kuriou tois sebomenois auton kai apeilèsei tois apeithousin  14 videbitis et gaudebit cor vestrum et ossa vestra quasi herba germinabunt et cognoscetur manus Domini servis eius et indignabitur inimicis suis     14 En gij zult het zien, en uw hart zal vrolijk zijn, en uw beenderen zullen groenen als het tedere gras; dan zal de hand des HEEREN bekend worden aan Zijn knechten, en Hij zal Zijn vijanden gram worden.  [14] Zielsblij zult u het aanschouwen, en uw gebeente* zal ontluiken als het groen. De hand van de heer zal zich openbaren aan zijn dienaren, maar zijn woede zal over zijn vijanden komen.  [14] Wat jullie daar zien, zal je hart verblijden, je botten zullen gedijen als het jonge groen. De HEER zal zijn dienaren zijn macht tonen en zijn vijanden zijn verbolgenheid.   14 Ge zult het zien, uw hart zal verrukt zijn, uw beenderen zullen uitbotten als jong gras; de hand van de ENE zal worden gekend door wie hem dienen; zijn vijanden zal hij zijn woede tonen.   14. A cette vue votre cœur sera dans la joie, et vos membres reprendront vigueur comme l'herbe; la main de Yahvé se fera connaître à ses serviteurs et sa colère à ses ennemis.  

King James Bible . [14] And when ye see this, your heart shall rejoice, and your bones shall flourish like an herb: and the hand of the LORD shall be known toward his servants, and his indignation toward his enemies.
Luther-Bibel . 14 Wenn ihr das erlebt, werdet ihr voll Freude sein; neuer Lebensmut wird in euch erwachen, so wie im Frühling das frische Grün sprosst.« Ja, der Herr zeigt seine rettende Macht an denen, die ihm treu sind; aber seine Feinde bekommen seinen Zorn zu spüren.
- 14de (veertiende) zondag door het c-jaar . Wanneer gij dat ziet zal uw hart zich verheugen, uw beenderen zullen bloeien als het jonge groen, en de dienaren des Heren zullen zijn macht ervaren!

Tekstuitleg van Js 66,14 .

9. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

8. - 9. jad JHWH (de hand van JHWH) . Tenach (20) : (1) Ex 9,3 . (2) Dt 2,15 . (3) Joz 4,24 . (4) Re 2,15 . (5) Rt 1,13 . (6) 1 S 5,6 . (7) 1 S 5,9 . (8) 1 S 7,13 . (9) 1 S 12,15 . (10) 2 K 3,15 . (11) Job 12,9 . (12) Js 19,16 . (13) Js 25,10 . (14) Js 41,20 . (15) Js 59,1 . (16) Js 66,14 . (17) Ez 1,3 . (18) Ez 3,22 . (19) Ez 37,1 . (20) Ez 40,1 .

Js 66,15 - Js 66,15 : Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15idou gar kurios ôs pur èxei kai ôs kataigis ta armata autou apodounai en thumô ekdikèsin kai aposkorakismon en flogi puros 15 quia ecce Dominus in igne veniet et quasi turbo quadrigae eius reddere in indignatione furorem suum et increpationem suam in flamma ignis     15 Want ziet, de HEERE zal met vuur komen, en Zijn wagenen als een wervelwind; om met grimmigheid Zijn toorn hiertoe te wenden, en Zijn schelding met vuurvlammen.   [15] Want kijk, de heer komt met vuur, zijn wagen is als een orkaan. Hij komt om zijn toorn in een gloed uit te vieren, zijn bedreiging met laaiende vlammen.  [15] De HEER zal komen in een vuur, met zijn wagens als een wervelstorm. Hij komt zijn toorn uitvieren in vlammen, zijn dreiging in een vuurgloed.   15 ¶ Want zie, de ENE zal komen in vuur en zijn wagens zijn als de wervelwind,– om zijn toorn te keren in gloed, zijn verwijt in vlammen vuur.   15. Car voici que Yahvé arrive dans le feu, et ses chars sont comme l'ouragan, pour assouvir avec ardeur sa colère et sa menace par des flammes de feu. 

King James Bible . [15] For, behold, the LORD will come with fire, and with his chariots like a whirlwind, to render his anger with fury, and his rebuke with flames of fire.
Luther-Bibel . 15 Denn der Herr kommt und lässt Feuer auf sie herabfallen; sturmgepeitschte Wolken sind seine Streitwagen, feurige Blitze schleudert er in seinem glühenden Zorn.

Tekstuitleg van Js 66,15 .

1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 1-39 (167) . Js 40-55 (51) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenach (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

2. hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenach : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde hen : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . OF getalwaarde hinneh : 24 (2³ X 3) of 60 (2² X 3 X 5) . Structuur : 5 - 5 - 5 . hinneh is een spiegelwoord . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het N.T. : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . Lat. ecce . E. behold. D. Siehe . Fr. voici < vois ici . idou (zie) in de LXX (1145) , in het N.T. (200) . Tenach (495) . Pentateuch (96) . Grote Prof. (140) ; Jr (63) ; Ez (32) . 12 kleine Prof. (29) . Js (45) . Js 1-39 (23) . Js 40-66 (22) : (1) Js 40,9 . (2) Js 40,10 . (3) Js 41,15 . (4) Js 41,22 . (5) Js 41,27 . (6) Js 42,9 . (7) Js 47,14 . (8) Js 48,7 . (9) Js 48,10 . (10) Js 49,12 . (11) Js 49,22 . (12) Js 51,19 . (13) Js 51,22 . (14) Js 52,13 . (15) Js 54,11 . (16) Js 57,3 . (17) Js 60,2 . (18) Js 62,11 . (19) Js 65,6 . (20) Js 65,13 . (21) Js 65,14 . (22) Js 66,15 .

3. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

1. - 3. kî hinneh JHWH (want zie JHWH) . Tenach (4) : (1) Js 26,21 . (2) Js 66,15 . (3) Am 6,11 . (4) Mi 1,3 .

3. - 4. JHWH bâ´esj (JHWH in vuur) . Tenach (2) : (1) Ex 19,18 . (2) Js 66,15 . bâ´esj JHWH (in het vuur ... JHWH) . Tenach (2) : (1) 1 K 19,12 . (2) Js 66,16 .

Js 66,16 - Js 66,16 : Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16en gar tô puri kuriou krithèsetai pasa è gè kai en tè romfaia autou pasa sarx polloi traumatiai esontai upo kuriou  16 quia in igne Dominus diiudicatur et in gladio suo ad omnem carnem et multiplicabuntur interfecti a Domino     16 Want met vuur, en met Zijn zwaard zal de HEERE in het recht treden met alle vlees; en de verslagenen des HEEREN zullen vermenigvuldigd zijn.   [16] Want te vuur en te zwaard komt de heer met zijn oordeel over al wat leeft: en talrijk zijn de slachtoffers van de heer.   [16] De HEER zal over al wat leeft een oordeel vellen, te vuur en te zwaard, en tallozen worden door hem doorboord.   16 Want te vuur en te zwaard zal de ENE met alle vlees in het gericht gaan, velen zullen door de ENE worden doorboord.   16. Car par le feu, Yahvé se fait juge, par son épée, sur toute chair; nombreuses seront les victimes de Yahvé. 

King James Bible . [16] For by fire and by his sword will the LORD plead with all flesh: and the slain of the LORD shall be many.
Luther-Bibel . 16 Mit dem flammenden Schwert vollzieht er sein Strafgericht auf der ganzen Erde; viele liegen erschlagen.

Tekstuitleg van Js 66,16 .

1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenach (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

3. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

2. - 3. bâ´esj JHWH (in het vuur ... JHWH) . Tenach (2) : (1) 1 K 19,12 . (2) Js 66,16 . JHWH bâ´esj (JHWH in vuur) . Tenach (2) : (1) Ex 19,18 . (2) Js 66,15 .

11. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

Js 66,17 - Js 66,17 : Verheug u over Jeruzalem - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,5-17 -- Js 66,5 - Js 66,6 - Js 66,7 - Js 66,8 - Js 66,9 - Js 66,10 - Js 66,11 - Js 66,12 - Js 66,13 - Js 66,14 - Js 66,15 - Js 66,16 - Js 66,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17oi agnizomenoi kai katharizomenoi eis tous kèpous kai en tois prothurois esthontes kreas ueion kai ta bdelugmata kai ton nun epi to auto analôthèsontai eipen kurios  17 qui sanctificabantur et mundos se putabant in hortis post unam intrinsecus qui comedebant carnem suillam et abominationem et murem simul consumentur dicit Dominus    17 Die zichzelven heiligen, en zichzelven reinigen in de hoven, achter een in het midden derzelve, die zwijnenvlees eten, en verfoeisel, en muizen; te zamen zullen zij verteerd worden, spreekt de HEERE.  [17] Zij* die zich heiligen en zuiveren om naar de tuinen* te gaan, iemand volgend die in hun midden is, zij die het vlees* van varkens eten, van afschuwwekkende dieren en muizen, hun werken en hun gedachten zullen vergaan – godsspraak van de heer.  [17] Zij die zich wijden en reinigen om zich naar de tuinen te begeven, iemand uit de kring achterna, en zij die vlees van zwijnen en muizen of ander onrein gedierte eten, samen zullen zij ten onder gaan – spreekt de HEER.   17 Die zich heiligen en reinigen voor tuinmysteriën, de een na de ander in je midden,– en daar zwijnenvlees eten, ongedierte en muizen: samen vinden zij hun einde, is de tijding van de ENE.   17. Ceux qui se sanctifient et se purifient pour entrer dans les jardins, derrière quelqu'un qui se tient au centre, qui mangent de la chair de porc, des choses abominables et du rat, d'un même coup finiront, oracle de Yahvé, leurs actions et leurs pensées.  

King James Bible . [17] They that sanctify themselves, and purify themselves in the gardens behind one tree in the midst, eating swine's flesh, and the abomination, and the mouse, shall be consumed together, saith the LORD.
Luther-Bibel . 17 »Alle, die sich um eine Götzenpriesterin scharen und an den Opferfeiern in den heiligen Hainen teilnehmen - sagt der Herr -, werden vernichtet, sie alle, die Schweine, Mäuse und andere unreine Tiere essen.

Tekstuitleg van Js 66,17 .

15. në´um (godsspraak) . Taalgebruik in Tenach : në´um (godsspraak) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , aleph = 1 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 28 (4 X 7) OF 91 (7 X 13) . Tenach (357) . Pentateuch (6) . Js (23) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (7) . Js 56-66 (5) : (1) Js 56,8 . (2) Js 59,20 . (3) Js 66,2 . (4) Js 66,17 . (5) Js 66,22 .

JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

15. - 16. në´um JHWH (godsspraak van JHWH) . Tenach (267) . Js (19) : (1) Js 14,22 . (2) Js 14,23 . (3) Js 17,3 . (4) Js 17,6 . (5) Js 22,25 . (6) Js 30,1 . (7) Js 31,9 . (8) Js 37,34 . (9) Js 41,14 . (10) Js 43,10 . (11) Js 43,12 . (12) Js 49,18 . (13) Js 52,5 (2X) . (14) Js 54,17 . (15) Js 55,8 . (16) Js 59,20 . (17) Js 66,2 . (18) Js 66,17 . (19) Js 66,22 .
- në´um ´ädonâj JHWH (godsspraak van mijn Heer JHWH) . Tenach (92) . Js (2) : (1) Js 3,15 . (2) Js 56,8 .
- në´um hâ´âdôn JHWH (godsspraak van de Heer JHWH) . Tenach (2) : (1) Js 1,24 . (2) Js 19,4 .
Totaal (23) . .

Js 66,18-24 . Slotwoord - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,18-24 - Js 66,18 - Js 66,19 - Js 66,20 - Js 66,21 - Js 66,22 - Js 66,23 - Js 66,24 -

Lezing op de 21ste (eenentwintigste) zondag door het c-jaar : Js 66,18-21 . Verwijzing : Js 66,18-21 .

Dit zegt de Heer: Ik ken hun werken en hun gedachten, Ik ga alle volkeren en talen bijeenroepen en zij zullen komen en mijn glorie aanschouwen. Voor hun ogen zal Ik tekenen verrichten. Die gespaard gebleven zijn zal Ik uitzenden naar de volkeren, zelfs naar de verwijderde kusten waar mijn faam nog niet is doorgedrongen, en waar ze mijn glorie nog niet hebben aanschouwd; onder alle volkeren zullen zij mijn glorie verkondigen. En op paarden en wagens, in karossen, op muildieren en dromedarissen zullen zij uit alle volkeren uw broeders bijeenbrengen op mijn heilige berg in Jeruzalem en ze de Heer aanbieden als een offergave, zoals de Israëlieten in reine vaten hun spijsoffers aanbieden in de tempel van de Heer. En ook uit de volkeren zal Ik mijn priesters kiezen en levieten, zo spreekt de Heer.

Js 66,18 - Js 66,18 : Tekstuitleg van Js 66,18 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,18-24 - Js 66,18 - Js 66,19 - Js 66,20 - Js 66,21 - Js 66,22 - Js 66,23 - Js 66,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18kagô ta erga autôn kai ton logismon autôn epistamai ercomai sunagagein panta ta ethnè kai tas glôssas kai èxousin kai opsontai tèn doxan mou  18 ego autem opera eorum et cogitationes eorum venio ut congregem cum omnibus gentibus et linguis et venient et videbunt gloriam meam     18 Hun werken en hun gedachten! Het komt, dat Ik vergaderen zal alle heidenen en tongen, en zij zullen komen, en zij zullen Mijn heerlijkheid zien.  [18] Maar Ik kom om alle volken en talen te verzamelen; zij zullen komen en mijn glorie zien.  [18] Want ik ken hun daden en hun gedachten. De tijd is gekomen om alle landen en volken bijeen te brengen. Ze zullen komen en mijn luister zien.   18 Ik ken hun daden en hun plannen, ik ben komende om alle volkeren en talen bijeen te brengen,– dat zij komen zullen en zien mijn glorie.   18. Mais moi je viendrai rassembler toutes les nations et toutes les langues, et elles viendront voir ma gloire. 

King James Bible . [18] For I know their works and their thoughts: it shall come, that I will gather all nations and tongues; and they shall come, and see my glory.
Luther-Bibel . 18 Ich weiß genau, was sie da treiben!«
- 21ste (eenentwintigste) zondag door het c-jaar . Dit zegt de Heer: Ik ken hun werken en hun gedachten, Ik ga alle volkeren en talen bijeenroepen en zij zullen komen en mijn glorie aanschouwen.

Tekstuitleg van Js 66,18 .

5. lëqabbets (om te verzamelen) > voorzetsel lë + werkw. act. piël inf. van het werkw. qâbhats (verzamelen) . Taalgebruik in Tenach : qâbhats (verzamelen) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , beth = 2 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (26 + 13) OF 192 . Structuur : 1 - 2 - 9 . Gr. sunagô (samendrijven, verzamelen) . Taalgebruik in N.T. : sunagô (samendrijven, verzamelen) . Taalgebruik in de LXX : sunagô (samendrijven, verzamelen) . Een vorm van sunagô is 127 X vertaling van ´âsaph , 73 X van qâbhats , 8 X van qâhal . Nog 47 andere Hebreeuwse woorden worden met sunagô weergegeven . Een vorm van qâbhats (verzamelen) wordt in 18 verschillende Griekse woorden vertaald . Tenach (1) : Js 66,18 .

8. mann. mv. gojim (volken) van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenach : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenach (133) . Js (29) . Js 1-39 (13) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenach 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenach (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenach (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

7. - 8. kâl haggôjim (alle volkeren) . Tenach (37) . Js (11) : (1) Js 2,2 . (2) Js 14,26 . (3) Js 25,7 . (4) Js 29,7 . (5) Js 29,8 . (6) Js 34,2 . (7) Js 40,17 . (8) Js 43,9 . (9) Js 52,10 . (10) Js 61,11 . (11) Js 66,18 .

8. mann. mv. gojim (volken) van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenach : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenach (133) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenach 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenach (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenach (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

6. - 8. ´èth kâl haggôîm (alle volkeren) . Tenach (11) : (1) Dt 11,23 . (2) Js 66,18 . (3) Jr 25,17 . (4) Jr 25,17 . (5) Jl 4,2 . (6) Jl 4,12 . (7) Hag 2,7 . (8) Zach 12,9 . (9) Zach 14,2 .

Js 66,19 - Js 66,19 : Tekstuitleg van Js 66,18 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,18-24 - Js 66,18 - Js 66,19 - Js 66,20 - Js 66,21 - Js 66,22 - Js 66,23 - Js 66,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19kai kataleipsô ep' autôn sèmeia kai exapostelô ex autôn sesôsmenous eis ta ethnè eis tharsis kai foud kai loud kai mosoc kai thobel kai eis tèn ellada kai eis tas nèsous tas porrô oi ouk akèkoasin mou to onoma oude eôrakasin tèn doxan mou kai anaggelousin mou tèn doxan en tois ethnesin  19 et ponam in eis signum et mittam ex eis qui salvati fuerint ad gentes in mari in Africa in Lydia tenentes sagittam in Italiam et Graeciam ad insulas longe ad eos qui non audierunt de me et non viderunt gloriam meam et adnuntiabunt gloriam meam gentibus   19 En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen naar Tarsis, Pul, en Lud, de boogschutters, naar Tubal en Javan, tot de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.  [19] Ik geef hun een teken, en hun overlevenden* zend Ik naar de volken, naar Tarsis*, Put*, Lud*, Mesek*, Ros*, Tubal* en Jawan*, naar de verre* eilanden, die mijn roem nog niet hebben gehoord en mijn heerlijkheid nog niet hebben gezien; zij zullen mijn heerlijkheid onder de volken verkondigen.  [19] Ik zal onder hen een teken verrichten: sommigen zal ik sparen en naar vreemde volken sturen – naar Tarsis, Pul en Lydië, volken van boogschutters, naar Tubal en Griekenland, naar de verste eilanden, waar mijn faam nog niet is doorgedrongen en mijn luister nog niet is gezien – en zij zullen mijn majesteit tegenover al deze volken verkondigen.   19 Ik zal bij hen een teken stellen en uit hen ontkomenen zenden tot de volkeren: Tarsjiesj, Poel, Loed, Mesech, Rosj, Toeval en Javan; de verste kustlanden die nooit hebben gehoord wat van mij te horen is en mijn glorie niet hebben gezien,– zij zullen mijn glorie onder de volkeren melden.   19. Je mettrai chez elles un signe et j'enverrai de leurs survivants vers les nations : vers Tarsis, Put, Lud, Méshek, Tubal et Yavân, vers les îles éloignées qui n'ont pas entendu parler de moi, et qui n'ont pas vu ma gloire. Ils feront connaître ma gloire aux nations,  

King James Bible . [19] And I will set a sign among them, and I will send those that escape of them unto the nations, to Tarshish, Pul, and Lud, that draw the bow, to Tubal, and Javan, to the isles afar off, that have not heard my fame, neither have seen my glory; and they shall declare my glory among the Gentiles.
Luther-Bibel . 19 Der Herr sagt: »Die Zeit kommt, dass ich die Menschen aller Völker und Sprachen versammle. Sie alle werden zu mir kommen und meine Herrlichkeit sehen. Ich werde ein Zeichen unter ihnen aufrichten und Boten zu ihnen senden - Menschen aus allen Völkern, die sich mir angeschlossen haben. Zu den fernsten Küsten sende ich meine Boten, nach Tarschisch, Put und Lud, nach Meschech, Tubal und Jawan. Unter den Völkern, die noch nichts von mir gehört und meine herrlichen Taten nicht gesehen haben, sollen sie meinen Ruhm bekannt machen.
- 21ste (eenentwintigste) zondag door het c-jaar . Voor hun ogen zal Ik tekenen verrichten. Die gespaard gebleven zijn zal Ik uitzenden naar de volkeren, zelfs naar de verwijderde kusten waar mijn faam nog niet is doorgedrongen, en waar ze mijn glorie nog niet hebben aanschouwd; onder alle volkeren zullen zij mijn glorie verkondigen.

Tekstuitleg van Js 66,19 .

8. mann. mv. gojim (volken) van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenach : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenach (133) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenach 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenach (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenach (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

18. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (4012) . Js (119) . Js 1-39 (82) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (19) . Js 66 (4) : : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,13 . (3) Js 66,19 . (4) Js 66,22 .

20. sjimë`û (hoort, luistert) : act. qal imperatief 2de pers. mann. mv. OF sjâmë`û : act. qal perf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â (horen, luisteren) . Taalgebruik in Jesaja : sjâm`â (horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 50 (2 X 5²) of 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 3 - 4 - 7 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de Septuaginta : akouô (horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô (horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren , aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D. höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX (1069) . Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin . Tenach (163) . Js (23) . Js 1-39 (7) : (1) Js 1,2 . (2) Js 1,10 . (3) Js 6,9 . (4) Js 7,13 . (5) Js 28,14 . (6) Js 33,13 . (7) Js 36,13 . Js 40-66 (16) : (8) Js 42,18 . (9) Js 42,24 . (10) Js 46,3 . (11) Js 46,12 . (12) Js 48,1 . (13) Js 48,16 . (14) Js 49,1 . (15) Js 51,1 . (16) Js 51,7 . (17) Js 52,15 . (18) Js 55,2 . (19) Js 55,3 . (20) Js 64,3 . (21) Js 66,4 . (22) Js 66,5 . (23) Js 66,19 .

30. mann. mv. gojim (volken) van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenach : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenach (133) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenach 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenach (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenach (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

Js 66,20 - Js 66,20 : Tekstuitleg van Js 66,18 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,18-24 - Js 66,18 - Js 66,19 - Js 66,20 - Js 66,21 - Js 66,22 - Js 66,23 - Js 66,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20kai axousin tous adelfous umôn ek pantôn tôn ethnôn dôron kuriô meth' ippôn kai armatôn en lampènais èmionôn meta skiadiôn eis tèn agian polin ierousalèm eipen kurios ôs an enegkaisan oi uioi israèl emoi tas thusias autôn meta psalmôn eis ton oikon kuriou  20 et adducent omnes fratres vestros de cunctis gentibus donum Domino in equis et in quadrigis et in lecticis et in mulis et in carrucis ad montem sanctum meum Hierusalem dicit Dominus quomodo si inferant filii Israhel munus in vase mundo in domum Domini    20 En zij zullen al uw broeders uit alle heidenen den HEERE ten spijsoffer brengen, op paarden, en op wagenen, en op rosbaren, en op muildieren, en op snelle lopers, naar Mijn heiligen berg toe, naar Jeruzalem, zegt de HEERE, gelijk als de kinderen Israëls het spijsoffer in een rein vat brengen ten huize des HEEREN.  [20] Dan brengen zij al uw broeders uit de volken mee, als een offer voor de heer, op paarden, wagens, huifkarren, muildieren en draagstoelen, naar mijn heilige berg Jeruzalem, zoals Israëls zonen in reine vaten hun gaven naar het huis van de heer brengen’, zegt de heer.   [20] Uit alle volken zullen zij jullie ballingen terugbrengen – zegt de HEER –, met paarden en wagens, met overhuifde wagens, op muildieren en kamelen, naar mijn heilige berg, naar Jeruzalem, als een offer voor de HEER, net zoals de Israëlieten hun offers in rein vaatwerk naar de tempel van de HEER brengen.  20 Doen komen zullen zij al uw broeders uit alle volkeren als een broodgift voor de ENE,– op paarden, wagens en karossen, op muildieren en kamelen,– op de berg van mijn heiligheid, Jeruzalem, zegt de ENE,– zoals de zonen van Israël de broodgift in rein vaatwerk doen komen in het huis van de ENE.  20. et de toutes les nations ils ramèneront tous vos frères en offrande à Yahvé, sur des chevaux, en char, en litière, sur des mulets et des chameaux, à ma montagne sainte, Jérusalem, dit Yahvé, comme les Israélites apportent les offrandes à la Maison de Yahvé dans des vases purs.  

King James Bible . [20] And they shall bring all your brethren for an offering unto the LORD out of all nations upon horses, and in chariots, and in litters, and upon mules, and upon swift beasts, to my holy mountain Jerusalem, saith the LORD, as the children of Israel bring an offering in a clean vessel into the house of the LORD.
Luther-Bibel . 20 Wenn sie zurückkehren, werden sie alle eure Brüder und Schwestern mitbringen, die noch unter den Völkern zerstreut sind. Auf Pferden, Maultieren und Dromedaren, in Wagen und Sänften werden dann aus aller Welt die Zerstreuten meines Volkes zu meinem heiligen Berg nach Jerusalem gebracht werden, als eine Opfergabe der Völker für mich, den Herrn - so wie ihr Israeliten eure Speiseopfer in reinen Gefäßen zu meinem Tempel bringt.
- 21ste (eenentwintigste) zondag door het c-jaar . En op paarden en wagens, in karossen, op muildieren en dromedarissen zullen zij uit alle volkeren uw broeders bijeenbrengen op mijn heilige berg in Jeruzalem en ze de Heer aanbieden als een offergave, zoals de Israëlieten in reine vaten hun spijsoffers aanbieden in de tempel van de Heer.

Tekstuitleg van Js 66,20 . Het vers Js 66,20 telt 16 (2² X 2²) woorden en 56 (2³ X 7) letters . De getalwaarde van Js 66,20 is 2230 (2 X 5 X 223) .

Js 66,20.1. prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. hifil 3de pers. mann. mv. wëhâbî´û / wëhebî´û (en zij doen komen, zij brengen) van het werkw. bâ´ (gaan, komen) . Taalgebruik in Tenach : bâ´ (gaan, komen) . Getalwaarde : beth = 2 , aleph = 1 ; totaal : 3 . Structuur : 2 - 1 . Spiegelbeeld van het woord ´ab (vader) . Tenach (10) : (1) Gn 42,34 . (2) Ex 32,2 . (3) Lv 4,14 . (4) Lv 14,42 . (5) Js 49,22 . (6) Js 66,20 . (7) Am 4,4 . (8) Neh 8,15 . (9) 1 Kr 21,2 . (10) 2 Kr 29,31 .

Js 66,20.2. ´eth (accusatief) . Taalgebruik in Tenach : ´eth (accusatief) . Taalgebruik in Jesaja : ´eth (accusatief) . Pentateuch (5699) . Js (136) . Js 1-39 (90) . Js 40-55 (26) . Js 56-66 (20) . Js 66 (7) : (1) Js 66,8 . (2) Js 66,10 . (3) Js 66,14 . (4) Js 66,16 . (5) Js 66,18 . (6) Js 66,19 . (7) Js 66,20 .

Js 66,20.3. kl (al) . Taalgebruik in Tenach : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 . Gr. pas , pasa, pan (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in het N.T. : pas (ieder, elk) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. heel, al, gans . D. al . E. whole . Tenach (2709) . Pentateuch (824) . Gn (166) . Js (120) . Js 1-39 (74) . Js 40-55 (24) . Js 56-66 (22) . Js 66 (6) : (1) Js 66,2 . (2) Js 66,10 . (3) Js 66,16 . (4) Js 66,18 . (5) Js 66,20 . (6) Js 66,23 .

Js 66,20.4. stat. constr. mann. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. mv. ´äche(j)khèm (uw broeders) van het zelfst. naamw. ´ach (broer) . Tenach (33) . Js (2) : (1) Js 66,5 . (2) Js 66,20 .

Js 66,20.2. - 4. ´eth kl ´äche(j)khèm (al jullie broeders) . Tenach (2) : (1) Js 7,15 . (2) Js 66,20 .

Js 66,20.6. mann. mv. gojim (volken) van het zelfst. naamw. gôj (volk) . Taalgebruik in Tenach : gôj (volk) . Taalgebruik in Jesaja : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenach (133) . Js (29) . Js 40-66 (16) : (1) Js 40,15 . (2) Js 41,2 . (3) Js 42,6 . (4) Js 45,1. (5) Js 49,6 . (6) Js 49,22 . (7) Js 52,15 . (8) Js 54,3 . (9) Js 60,3 . (10) Js 60,5 . (11) Js 60,11 . (12) Js 60,16 . (13) Js 61,6 . (14) Js 62,2 . (15) Js 64,1 . (16) Js 66,12 .
- haggôjim (de volken) < bepaald lidwoord ha + gôjim . Tenach 174) . Js (18) . Js 40-66 (8) : (1) Js 40,17 . (2) Js 43,9 . (3) Js 45,20 . (4) Js 52,10 . (5) Js 61,11 . (6) Js 66,18 . (7) Js 66,19 . (8) Js 66,20 .
- baggôjim (onder de volken) . Tenach (74) . Js (2) : (1) Js 61,9 . (2) Js 66,19 .
- lëgôjim / laggôjim (voor de volken) . Tenach (16) . Js (3) : (1) Js 5,26 . (2) Js 11,12 . (3) Js 42,1 .

7. minëchâh (geschenk, offer, spijsoffer) . Taalgebruik in Tenach : minëchâh (geschenk, offer, spijsoffer) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , nun = 14 of 50 , chet = 8 , he = 5 ; totaal : 40 OF 103 . Structuur : 4 - 5 - 8 - 5 . Tenach (54) . Pentateuch (22) . Js (3) : (1) Js 57,6 . (2) Js 66,3 . (3) Js 66,20 .

Js 66,20.15. har (berg) . Taalgebruik in Tenach : har (berg) . Taalgebruik in Jesaja : har (berg) . Getalwaarde : he = 5 , resj = 20 of 300 ; totaal : 25 (5²) of 305 (5 X 61) . Structuur : 5 - 3 . Gr. oros (berg) . Taalgebruik in de Septuaginta : oros (berg) . Taalgebruik in N.T. : oros (berg) . Lat. mons , -tis . Fr. montagne . E. mount . Ned. berg, gebergte . D. Gebirge . Een vorm van oros (berg) in de LXX (680) , in het N.T. (62) . Tenach (114) . Js (19) : (1) Js 2,2 . (2) Js 2,3 . (3) Js 4,5 . (4) Js 10,32 . (5) Js 11,9 . (6) Js 13,2 . (7) Js 16,1 . (8) Js 18,7 . (9) Js 29,8 . (10) Js 30,25 . (11) Js 31,4 . (12) Js 40,4 . (13) Js 40,9 . (14) Js 56,7 . (15) Js 57,7 . (16) Js 57,13 . (17) Js 65,11 . (18) Js 65,25 . (19) Js 66,20 .

Js 66,20.14. - 15. `al har (op een berg / op de berg van) . Tenach (18) . Js (4) : (1) Js 13,2 . (2) Js 28,8 . (3) Js 31,4 . (4) Js 66,20 .

Js 66,20.14. - 16. `al har qâdësjî (op de berg van mijn heiligheid / op mijn heilige berg) . Tenach (2) : (1) Js 66,20 . (2) Ob 16 .

Js 66,20.18. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . Tenach (790) . Js (81) . Js 65-66 (10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 65,25 . (5) Js 66,1 . (6) Js 66,9 . (7) Js 66,12 . (8) Js 66,20 . (9) Js 66,21 . (10) Js 66,23 .

Js 66,20.19. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

Js 66,20.18. - 19. ´âmar JHWH (JHWH zegt / zei) . Tenach (376) . Js 65-66 (8 / 10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,25 . (4) Js 66,1 . (5) Js 66,12 . (6) Js 66,20 . (7) Js 66,21 . (18) Js 66,23 .

20. ka´äsjèr (zoals) < kë + ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (488) . Pentateuch (202) . Js (18) : (1) Js 9,2 . (2) Js 10,10 . (3) Js 10,11 . (4) Js 11,16 . (5) Js 14,24 . (6) Js 20,3 . (7) Js 23,5 . (8) Js 24,2 . (9) Js 25,11 . (10) Js 26,9 . (11) Js 29,8 . (12) Js 31,4 . (13) Js 51,13 . (14) Js 52,14 . (15) Js 55,10 . (16) Js 65,8 . (17) Js 66,20 . (18) Js 66,22 .

Js 66,20.23. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenach : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Tenach (2044) . Pentateuch (502) . Tenach (2044) . Js (73) . Js 1-39 (38) . Js 40-55 (30) . Js 56-66 (5) : (1) Js 56,8 . (2) Js 60,9 . (3) Js 60,14 . (4) Js 63,7 . (5) Js 66,20 .

Js 66,20.29. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Js (366) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

Js 66,20.28. - 29. be(j)th JHWH . Tenach (172) . Js (6) : (1) Js 2,2 . (2) Js 37,1 . (3) Js 37,14 . (4) Js 38,20 . (5) Js 38,22 . (6) Js 66,20 .

Js 66,21 - Js 66,21 : Tekstuitleg van Js 66,18 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,18-24 - Js 66,18 - Js 66,19 - Js 66,20 - Js 66,21 - Js 66,22 - Js 66,23 - Js 66,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
21kai ap' autôn lèmpsomai emoi iereis kai leuitas eipen kurios  21 et adsumam ex eis in sacerdotes et in Levitas dicit Dominus    21 En ook zal Ik uit dezelve enigen tot priesters en tot Levieten nemen, zegt de HEERE.  [21] ‘En ook uit* hen zal Ik priesters en Levieten kiezen’, zegt de heer.   [21] Zelfs zal ik sommigen van hen aanstellen als priester of Leviet – zegt de HEER.   21 En ook zal ik er uit hen nemen tot priesters, tot Levieten,– heeft gezegd de ENE.   21. Et de certains d'entre eux je me ferai des prêtres, des lévites, dit Yahvé.  

King James Bible . [21] And I will also take of them for priests and for Levites, saith the LORD.
Luther-Bibel . 21 Selbst aus den anderen Völkern werde ich Menschen als Priester und Leviten zum Dienst an meinem Heiligtum bestimmen.
- 21ste (eenentwintigste) zondag door het c-jaar . En ook uit de volkeren zal Ik mijn priesters kiezen en levieten, zo spreekt de Heer.

Tekstuitleg van Js 66,21 .

6. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . Tenach (790) . Js (81) . Js 65-66 (10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 65,25 . (5) Js 66,1 . (6) Js 66,9 . (7) Js 66,12 . (8) Js 66,20 . (9) Js 66,21 . (10) Js 66,23 .

7. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

6. - 7. ´âmar JHWH (JHWH zegt / zei) . Tenach (376) . Js 65-66 (8 / 10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,25 . (4) Js 66,1 . (5) Js 66,12 . (6) Js 66,20 . (7) Js 66,21 . (18) Js 66,23 .

Js 66,22 - Js 66,22 : Tekstuitleg van Js 66,18 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,18-24 - Js 66,18 - Js 66,19 - Js 66,20 - Js 66,21 - Js 66,22 - Js 66,23 - Js 66,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
22on tropon gar o ouranos kainos kai è gè kainè a egô poiô menei enôpion mou legei kurios outôs stèsetai to sperma umôn kai to onoma umôn 22 quia sicut caeli novi et terra nova quae ego facio stare coram me dicit Dominus sic stabit semen vestrum et nomen vestrum     22 Want gelijk als die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen staan, spreekt de HEERE, alzo zal ook ulieder zaad en ulieder naam staan.  [22] ‘Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik ga maken voor Mij blijven bestaan – godsspraak van de heer. zo blijven uw nakomelingen en uw naam voor Mij bestaan.  [22] Zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die ik maak zullen voortbestaan – spreekt de HEER –, zo zullen jullie naam en jullie nageslacht voortbestaan.   22 Want zoals de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde die ik maak staan voor mijn aanschijn, is de tijding van de ENE, zó zal uw zaad en uw naam staande blijven.  22. Car, de même que les cieux nouveaux et la terre nouvelle que je fais subsistent devant moi, oracle de Yahvé, ainsi subsistera votre race et votre nom.  

King James Bible . [22] For as the new heavens and the new earth, which I will make, shall remain before me, saith the LORD, so shall your seed and your name remain.
Luther-Bibel . 22 Wie der neue Himmel und die neue Erde, die ich schaffe, durch meine Schöpfermacht für immer bestehen bleiben, so werdet auch ihr als Volk niemals untergehen. Ich, der Herr, sage es euch zu.

Tekstuitleg van Js 66,22 . Het vers Js 66,22 telt 17 woorden en 68 (4 X 17) letters . De getalwaarde van Js 66,22 is 4262 (2 X 2131) .

1. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenach (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .

2. ka´äsjèr (zoals) < kë + ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (488) . Pentateuch (202) . Js (18) : (1) Js 9,2 . (2) Js 10,10 . (3) Js 10,11 . (4) Js 11,16 . (5) Js 14,24 . (6) Js 20,3 . (7) Js 23,5 . (8) Js 24,2 . (9) Js 25,11 . (10) Js 26,9 . (11) Js 29,8 . (12) Js 31,4 . (13) Js 51,13 . (14) Js 52,14 . (15) Js 55,10 . (16) Js 65,8 . (17) Js 66,20 . (18) Js 66,22 .

3. hasjsjâmajim / hasjsjâmâjim (de hemelen) < bepaald lidw. ha + sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenach : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Taalgebruik in de Septuaginta : ouranos (hemel) . Taalgebruik in het N.T. : ouranos (hemel) . Lat. coelum . Fr. ciel . Ned. hemel . D. Himmel . E. heaven . Een vorm van ouranos (hemel) in de LXX (682) , in het N.T. (272) . Tenach (223) . Js (10) : (1) Js 13,5 . (2) Js 13,10 . (3) Js 14,13 . (4) Js 34,4 . (5) Js 37,16 . (6) Js 42,5 . (7) Js 45,18 . (8) Js 55,10 . (9) Js 66,1 . (10) Js 66,22 .

4. châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . Taalgebruik in Tenach : châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . Getalwaarde : chet = 8 , daleth = 4 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 312 (2³ X 3 X 13 OF 12 X 26) . Structuur : 8 - 4 - 3 . ch-d-sj . Tenach (61) . Js (5) . châdâsj . Js (4) : (1) Js 41,15 . (2) Js 42,10 . (3) Js 62,2 . (4) Js 66,23 .
- chädâsjâh (nieuw, vers, ongebruikt) . bijvoegL naamw. vr. enk. . ch-d-sj-h . Tenach (17) . chädâsjâh . Js (2) : (1) Js 43,19 . (2) Js 65,17 .
- chädâsjîm (nieuw, vers, ongebruikt) . bijvoegL naamw. mann. mv. . ch-d-sj-i-m . Tenach (38) . Js (1) : Js 65,17 .
- hachädâsjîm < bepaald lidw. ha + bijvoegl. naamw. mann mv. . Tenach (2) : (1) Js 66,22 . (2) Neh 10,34 .
- hachädâsjâh < bepaald lidw. ha + vr. enk. van het bijvoegl. naamw. mann. enk. Tenach (3) : (1) 1 K 11,30 . (2) Js 66,22 . (3) 2 Kr 20,5 .

5. ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenach : ´èrètz (land) . Taalgebruik in Jesaja : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het N.T. (248) . Tenach (453) . Js (45) . Js 1 (1) Js 1,2 . Js 49 (3) : (1) Js 49,8 . (2) Js 49,13 . (3) Js 49,23 .
hâ´ârèts (het land) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw . Tenach (851) . Pentateuch (316) . Js (58) . Js 1-39 (30) . Js 1 (1) Js 1,19 . Js 11 (2) : (1) Js 11,9 . (2) Js 11,12 . Js 40-66 (18) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,21 . (3) Js 40,22 . (4) Js 40,28 . (5) Js 41,5 . (6) Js 41,9 . (7) Js 42,5 . (8) Js 42,10 . (9) Js 43,6 . (10) Js 44,24 . (11) Js 45,18 . (12) Js 48,20 . (13) Js 49,6 . (14) Js 51,6 . (15) Js 54,5 . (16) Js 54,9 . (17) Js 55,10 . (18) Js 62,11 .
- bë´èrèts / bâ´ârèts (in een / het land) < voorzetsel bë (+ bepaald lidw. ha) + zelfst. naamw. . Tenach (15) : (1) Js 7,18 . (2) Js 9,1 . (3) Js 19,18 . (4) Js 19,20 . (5) Js 26,1 . (6) Js 26,10 . (7) Js 27,13 . (8) Js 30,6 . (9) Js 32,2 . (10) Js 34,6 . (11) Js 38,11 . (12) Js 40,24 . (13) Js 42,4 . (14) Js 62,7 . (15) Js 65,16 .
- kâl hâ´ârèts (het hele land) . Tenach (81) . Js (7) : (1) Js 10,14 . (2) Js 10,23 . (3) Js 13,5 . (4) Js 14,7 . (5) Js 14,26 . (6) Js 25,8 . (7) Js 28,22 .

6. châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . Taalgebruik in Tenach : châdâsj (nieuw, vers, ongebruikt) . Getalwaarde : chet = 8 , daleth = 4 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 312 (2³ X 3 X 13 OF 12 X 26) . Structuur : 8 - 4 - 3 . ch-d-sj . Tenach (61) . Js (5) . châdâsj . Js (4) : (1) Js 41,15 . (2) Js 42,10 . (3) Js 62,2 . (4) Js 66,23 .
- chädâsjâh (nieuw, vers, ongebruikt) . bijvoegL naamw. vr. enk. . ch-d-sj-h . Tenach (17) . chädâsjâh . Js (2) : (1) Js 43,19 . (2) Js 65,17 .
- chädâsjîm (nieuw, vers, ongebruikt) . bijvoegL naamw. mann. mv. . ch-d-sj-i-m . Tenach (38) . Js (1) : Js 65,17 .
- hachädâsjîm < bepaald lidw. ha + bijvoegl. naamw. mann mv. . Tenach (2) : (1) Js 66,22 . (2) Neh 10,34 .
- hachädâsjâh < bepaald lidw. ha + vr. enk. van het bijvoegl. naamw. mann. enk. Tenach (3) : (1) 1 K 11,30 . (2) Js 66,22 . (3) 2 Kr 20,5 .

7. ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Tenach : ´äsjèr (die) . Taalgebruik in Jesaja : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 . Structuur : 1 - 3 - 2 . Tenach (4012) . Js (119) . Js 1-39 (82) . Js 40-55 (18) . Js 56-66 (19) . Js 66 (4) : : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,13 . (3) Js 66,19 . (4) Js 66,22 .

8. ´änî (ik) . Taalgebruik in Tenach : ´änî (ik) . Taalgebruik in Jesaja : ´änî (ik) . Gr. egô (ik) . Taalgebruik in de LXX : egô (ik) . Taalgebruik in het N.T. : egô (ik) . Lat. ego . Ned. : ik . Fr. je . E. I . D. Ich . Getalwaarde : aleph = 1 , nun = 14 of 50 , jod = 10 ; totaal : 25 (5²) OF 61 . Structuur : 1 - 5 - 1 . Tenach (653) . Js (61) . Js 1-39 (9) . Js 40-66 (52) . Js 42 (3) : (1) Js 42,6 . (2) Js 42,8 . (3) Js 42,9 . Js 66 (3) : (1) Js 66,4 . (2) Js 66,9 . (3) Js 66,22 .

12. në´um (godsspraak) . Taalgebruik in Tenach : në´um (godsspraak) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , aleph = 1 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 28 (4 X 7) OF 91 (7 X 13) . Tenach (357) . Pentateuch (6) . Js (23) . Js 1-39 (11) . Js 40-55 (7) . Js 56-66 (5) : (1) Js 56,8 . (2) Js 59,20 . (3) Js 66,2 . (4) Js 66,17 . (5) Js 66,22 .

13. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

12. - 13. në´um JHWH (godsspraak van JHWH) . Tenach (267) . Js (19) : (1) Js 14,22 . (2) Js 14,23 . (3) Js 17,3 . (4) Js 17,6 . (5) Js 22,25 . (6) Js 30,1 . (7) Js 31,9 . (8) Js 37,34 . (9) Js 41,14 . (10) Js 43,10 . (11) Js 43,12 . (12) Js 49,18 . (13) Js 52,5 (2X) . (14) Js 54,17 . (15) Js 55,8 . (16) Js 59,20 . (17) Js 66,2 . (18) Js 66,17 . (19) Js 66,22 .
- në´um ´ädonâj JHWH (godsspraak van mijn Heer JHWH) . Tenach (92) . Js (2) : (1) Js 3,15 . (2) Js 56,8 .
- në´um hâ´âdôn JHWH (godsspraak van de Heer JHWH) . Tenach (2) : (1) Js 1,24 . (2) Js 19,4 .
Totaal (23) .

15. act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. ja`ämod (hij doet gestand) van het werkw. `âmad (gestand doen, zich stellen, staan) . Taalgebruik in Tenach : `âmad (gestand doen, zich stellen, staan) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , mem = 13 of 40 , daleth = 4 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 114 . Structuur : 7 - 4 - 4 . . Tenach (30) . Js (1) : Js 66,22 .

Js 66,23 - Js 66,23 : Tekstuitleg van Js 66,18 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,18-24 - Js 66,18 - Js 66,19 - Js 66,20 - Js 66,21 - Js 66,22 - Js 66,23 - Js 66,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
23kai estai mèna ek mènos kai sabbaton ek sabbatou èxei pasa sarx enôpion mou proskunèsai en ierousalèm eipen kurios  23 et erit mensis ex mense et sabbatum ex sabbato veniet omnis caro ut adoret coram facie mea dicit Dominus    23 En het zal geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot de andere, en van den enen sabbat tot den anderen, alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.  [23] Van nieuwe maan tot nieuwe maan, van sabbat tot sabbat, komt al wat leeft om voor Mij neer te buigen’, zegt de heer.   [23] Elke nieuwemaan en elke sabbat opnieuw zal alles wat leeft hierheen komen om zich voor mij neer te buigen – zegt de HEER.  23 Geschieden zal het: van nieuwemaan tot nieuwemaan en van sabbat tot sabbat,– zal komen alle vlees, om zich te onderwerpen aan mijn aanschijn, heeft gezegd de ENE.   23. De nouvelle lune en nouvelle lune, et de sabbat en sabbat, toute chair viendra se prosterner devant ma face, dit Yahvé.  

King James Bible . [23] And it shall come to pass, that from one new moon to another, and from one sabbath to another, shall all flesh come to worship before me, saith the LORD.
Luther-Bibel . 23 Jeden Neumond und Sabbat werden die Bewohner der ganzen Erde zu meinem Heiligtum kommen und sich vor mir, dem Herrn, niederwerfen.

Tekstuitleg van Js 66,23 . Het vers Js 66,23 telt 14 (2 X 7) woorden en 54 (X X 3³) letters . De getalwaarde van Js 66,23 is 4341 (3 X 1447) .

Js 66,23.1. wëhâjâh (en het zal zijn) < verbindingswoord wë + häjâh (zijn) . Taalgebruik in Tenach : hâjâh (zijn) . Taalgebruik in Jesaja : hâjâh (zijn) . Getalwaarde : he = 5 , jod = 10 ; totaal : 20 (2² X 5) . Structuur : 5 - 1 - 5 . Gr. eimi (zijn) . Taalgebruik in de Septuaginta : eimi (zijn) . Taalgebruik in het N.T. : eimi (zijn) . Lat. esse . D. sein . Fr. être . Ned. zijn . E. to be . Een vorm van eimi (zijn) , in de LXX (6947) , in het N.T. (2450) . Dezelfde getalwaarde als JHWH . Tenach (388) . Pentateuch (149) . Js (66) . Js 1-39 (58) . Js 40-55 (3) . Js 55-66 (5) : (1) Js 56,12 . (2) Js 60,19 . (3) Js 65,10 . (4) Js 65,24 . (5) Js 66,23 .

Js 66,23.6. sj-b-th . Taalgebruik in Tenach : sj-b-th . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 45 (5 X 19) OF 702 (2 X 3³ X 13) . Tenach 36) . Pentateuch (17) . Js (7) . sjabbâth (sabbat) . Js (3) : (1) Js 56,2 . (2) Js 56,6 . (3) Js 66,23 .

Js 66,23.13. act. qal perf. 3de pers. mann. enk. ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Tenach : ´âmar (zeggen) . Taalgebruik in Jesaja : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde van ´âmar (zeggen) : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . Gr. legô (zeggen) . Taalgebruik in de Septuaginta. : legô (zeggen) . Taalgebruik in N.T. : legô (zeggen) . legô komt van de wortel leg- : lezen / lec-tuur ; les . Lat. legere . Fr. leçon . E. to say . Fr. dire . D. sprechen (spreken) . Een vorm van legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het N.T. (1318) ; van eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het N.T. (925) . Tenach (790) . Js (81) . Js 65-66 (10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,13 . (4) Js 65,25 . (5) Js 66,1 . (6) Js 66,9 . (7) Js 66,12 . (8) Js 66,20 . (9) Js 66,21 . (10) Js 66,23 .

Js 66,23.14. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Jesaja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Js (366) . Js 56-66 (66) . Js 66 (14) : (1) Js 66,1 . (2) Js 66,2 . (3) Js 66,5 . (4) Js 66,6 . (5) Js 66,9 . (6) Js 66,12 . (7) Js 66,14 . (8) Js 66,15 . (9) Js 66,16 . (10) Js 66,17 . (11) Js 66,20 . (12) Js 66,21 . (13) Js 66,22 . (14) Js 66,23 .

Js 66,23.13. - 14. ´âmar JHWH (JHWH zegt / zei) . Tenach (376) . Js 65-66 (8 / 10) : (1) Js 65,7 . (2) Js 65,8 . (3) Js 65,25 . (4) Js 66,1 . (5) Js 66,12 . (6) Js 66,20 . (7) Js 66,21 . (18) Js 66,23 .

Js 66,24 - Js 66,24 : Tekstuitleg van Js 66,18 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Js (Jesaja) -- Js 66 -- Js 66,18-24 - Js 66,18 - Js 66,19 - Js 66,20 - Js 66,21 - Js 66,22 - Js 66,23 - Js 66,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
24kai exeleusontai kai opsontai ta kôla tôn anthrôpôn tôn parabebèkotôn en emoi o gar skôlèx autôn ou teleutèsei kai to pur autôn ou sbesthèsetai kai esontai eis orasin pasè sarki .  24 et egredientur et videbunt cadavera virorum qui praevaricati sunt in me vermis eorum non morietur et ignis eorum non extinguetur et erunt usque ad satietatem visionis omni carni     24 En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen.   [24] ‘Wanneer zij naar buiten* gaan zullen zij de lijken zien van de mensen die tegen Mij in opstand zijn gekomen: hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgaan; en zij zullen weerzinwekkend zijn voor alle levenden.’   [24] Bij het verlaten van de stad zien ze de lijken van hen die tegen mij in opstand kwamen: de worm die aan hen knaagt zal niet sterven, en het vuur waarin ze branden zal niet doven; ze worden verafschuwd door alles wat leeft.  24 Maar uittrekken zullen ze en zien de lijken van de mannen die tegen mij hebben overschreden; want de worm die aan hen knaagt sterft niet en het vuur waarin zij branden dooft niet uit, afgrijselijk zullen ze wezen voor alle vlees.   24. Et on sortira pour voir les cadavres des hommes révoltés contre moi, car leur ver ne mourra pas et leur feu ne s'éteindra pas, ils seront en horreur à toute chair. 

King James Bible . [24] And they shall go forth, and look upon the carcases of the men that have transgressed against me: for their worm shall not die, neither shall their fire be quenched; and they shall be an abhorring unto all flesh.
Luther-Bibel . 24 Danach werden sie vor die Stadt hinausgehen und voller Abscheu die Leichen der Menschen betrachten, die sich gegen mich aufgelehnt hatten. Deren Qual nimmt kein Ende, sie brennen in ewigem Feuer.«

Tekstuitleg van Js 66,24 .

7. kî (want, omdat) . Taalgebruik in Tenach : kî (want, omdat) . Taalgebruik in Jesaja : kî (want, omdat) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , jod = 10 ; totaal : 21 (3 X 7) of 30 (2 X 3 X 5) . Structuur : 2 - 1 . Tenach (3849) . Pentateuch (884) . Js (289) . Js 56-66 (51) . Js 65-66 (15) : (1) Js 65,5 . (2) Js 65,6 . (3) Js 65,8 . (4) Js 65,16 . (5) Js 65,17 . (6) Js 65,18 . (7) Js 65,20 . (8) Js 65,22 . (9) Js 65,23 . (10) Js 66,8 . (11) Js 66,12 . (12) Js 66,15 . (13) Js 66,16 . (14) Js 66,22 . (15) Js 66,24 . wëkhî (en omdat) . Tenach (102) . Js (5) . Js 56-66 (1) Js 65,16 .


LXX

66 1outôs legei kurios o ouranos moi thronos è de gè upopodion tôn podôn mou poion oikon oikodomèsete moi è poios topos tès katapauseôs mou2panta gar tauta epoièsen è ceir mou kai estin ema panta tauta legei kurios kai epi tina epiblepsô all' è epi ton tapeinon kai èsucion kai tremonta tous logous mou3o de anomos o thuôn moi moscon ôs o apoktennôn kuna o de anaferôn semidalin ôs aima ueion o didous libanon eis mnèmosunon ôs blasfèmos kai outoi exelexanto tas odous autôn kai ta bdelugmata autôn a è psucè autôn èthelèsen4kagô eklexomai ta empaigmata autôn kai tas amartias antapodôsô autois oti ekalesa autous kai ouc upèkousan mou elalèsa kai ouk èkousan kai epoièsan to ponèron enantion mou kai a ouk eboulomèn exelexanto5akousate to rèma kuriou oi tremontes ton logon autou eipate adelfoi èmôn tois misousin èmas kai bdelussomenois ina to onoma kuriou doxasthè kai ofthè en tè eufrosunè autôn kakeinoi aiscunthèsontai6fônè kraugès ek poleôs fônè ek naou fônè kuriou antapodidontos antapodosin tois antikeimenois7prin è tèn ôdinousan tekein prin elthein ton ponon tôn ôdinôn exefugen kai eteken arsen8tis èkousen toiouto kai tis eôraken outôs è ôdinen gè en mia èmera è kai etecthè ethnos eis apax oti ôdinen kai eteken siôn ta paidia autès9egô de edôka tèn prosdokian tautèn kai ouk emnèsthès mou eipen kurios ouk idou egô gennôsan kai steiran epoièsa eipen o theos10eufranthèti ierousalèm kai panègurisate en autè pantes oi agapôntes autèn carète cara pantes osoi pentheite ep' autès11ina thèlasète kai emplèsthète apo mastou paraklèseôs autès ina ekthèlasantes trufèsète apo eisodou doxès autès12oti tade legei kurios idou egô ekklinô eis autous ôs potamos eirènès kai ôs ceimarrous epikluzôn doxan ethnôn ta paidia autôn ep' ômôn arthèsontai kai epi gonatôn paraklèthèsontai13ôs ei tina mètèr parakalesei outôs kai egô parakalesô umas kai en ierousalèm paraklèthèsesthe14kai opsesthe kai carèsetai umôn è kardia kai ta osta umôn ôs botanè anatelei kai gnôsthèsetai è ceir kuriou tois sebomenois auton kai apeilèsei tois apeithousin15idou gar kurios ôs pur èxei kai ôs kataigis ta armata autou apodounai en thumô ekdikèsin kai aposkorakismon en flogi puros16en gar tô puri kuriou krithèsetai pasa è gè kai en tè romfaia autou pasa sarx polloi traumatiai esontai upo kuriou17oi agnizomenoi kai katharizomenoi eis tous kèpous kai en tois prothurois esthontes kreas ueion kai ta bdelugmata kai ton nun epi to auto analôthèsontai eipen kurios18kagô ta erga autôn kai ton logismon autôn epistamai ercomai sunagagein panta ta ethnè kai tas glôssas kai èxousin kai opsontai tèn doxan mou19kai kataleipsô ep' autôn sèmeia kai exapostelô ex autôn sesôsmenous eis ta ethnè eis tharsis kai foud kai loud kai mosoc kai thobel kai eis tèn ellada kai eis tas nèsous tas porrô oi ouk akèkoasin mou to onoma oude eôrakasin tèn doxan mou kai anaggelousin mou tèn doxan en tois ethnesin20kai axousin tous adelfous umôn ek pantôn tôn ethnôn dôron kuriô meth' ippôn kai armatôn en lampènais èmionôn meta skiadiôn eis tèn agian polin ierousalèm eipen kurios ôs an enegkaisan oi uioi israèl emoi tas thusias autôn meta psalmôn eis ton oikon kuriou21kai ap' autôn lèmpsomai emoi iereis kai leuitas eipen kurios22on tropon gar o ouranos kainos kai è gè kainè a egô poiô menei enôpion mou legei kurios outôs stèsetai to sperma umôn kai to onoma umôn23kai estai mèna ek mènos kai sabbaton ek sabbatou èxei pasa sarx enôpion mou proskunèsai en ierousalèm eipen kurios24kai exeleusontai kai opsontai ta kôla tôn anthrôpôn tôn parabebèkotôn en emoi o gar skôlèx autôn ou teleutèsei kai to pur autôn ou sbesthèsetai kai esontai eis orasin pasè sarki .


Vulgaat

1 haec dicit Dominus caelum sedis mea et terra scabillum pedum meorum quae ista domus quam aedificabitis mihi et quis iste locus quietis meae 2 omnia haec manus mea fecit et facta sunt universa ista dicit Dominus ad quem autem respiciam nisi ad pauperculum et contritum spiritu et trementem sermones meos 3 qui immolat bovem quasi qui interficiat virum qui mactat pecus quasi qui excerebret canem qui offert oblationem quasi qui sanguinem suillum offerat qui recordatur turis quasi qui benedicat idolo haec omnia elegerunt in viis suis et in abominationibus suis anima eorum delectata est 4 unde et ego eligam inlusiones eorum et quae timebant adducam eis quia vocavi et non erat qui responderet locutus sum et non audierunt feceruntque malum in oculis meis et quae nolui elegerunt 5 audite verbum Domini qui tremetis ad verbum eius dixerunt fratres vestri odientes vos et abicientes propter nomen meum glorificetur Dominus et videbimus in laetitia vestra ipsi autem confundentur 6 vox populi de civitate vox de templo vox Domini reddentis retributionem inimicis suis 7 antequam parturiret peperit antequam veniret partus eius peperit masculum 8 quis audivit umquam tale et quis vidit huic simile numquid parturiet terra in die una aut parietur gens simul quia parturivit et peperit Sion filios suos 9 numquid ego qui alios parere facio ipse non pariam dicit Dominus si ego qui generationem ceteris tribuo sterilis ero ait Dominus Deus tuus 10 laetamini cum Hierusalem et exultate in ea omnes qui diligitis eam gaudete cum ea gaudio universi qui lugetis super eam 11 ut sugatis et repleamini ab ubere consolationis eius ut mulgeatis et deliciis affluatis ab omnimoda gloria eius 12 quia haec dicit Dominus ecce ego declinabo super eam quasi fluvium pacis et quasi torrentem inundantem gloriam gentium quam sugetis ad ubera portabimini et super genua blandientur vobis 13 quomodo si cui mater blandiatur ita ego consolabor vos et in Hierusalem consolabimini 14 videbitis et gaudebit cor vestrum et ossa vestra quasi herba germinabunt et cognoscetur manus Domini servis eius et indignabitur inimicis suis 15 quia ecce Dominus in igne veniet et quasi turbo quadrigae eius reddere in indignatione furorem suum et increpationem suam in flamma ignis 16 quia in igne Dominus diiudicatur et in gladio suo ad omnem carnem et multiplicabuntur interfecti a Domino 17 qui sanctificabantur et mundos se putabant in hortis post unam intrinsecus qui comedebant carnem suillam et abominationem et murem simul consumentur dicit Dominus 18 ego autem opera eorum et cogitationes eorum venio ut congregem cum omnibus gentibus et linguis et venient et videbunt gloriam meam 19 et ponam in eis signum et mittam ex eis qui salvati fuerint ad gentes in mari in Africa in Lydia tenentes sagittam in Italiam et Graeciam ad insulas longe ad eos qui non audierunt de me et non viderunt gloriam meam et adnuntiabunt gloriam meam gentibus 20 et adducent omnes fratres vestros de cunctis gentibus donum Domino in equis et in quadrigis et in lecticis et in mulis et in carrucis ad montem sanctum meum Hierusalem dicit Dominus quomodo si inferant filii Israhel munus in vase mundo in domum Domini 21 et adsumam ex eis in sacerdotes et in Levitas dicit Dominus 22 quia sicut caeli novi et terra nova quae ego facio stare coram me dicit Dominus sic stabit semen vestrum et nomen vestrum 23 et erit mensis ex mense et sabbatum ex sabbato veniet omnis caro ut adoret coram facie mea dicit Dominus 24 et egredientur et videbunt cadavera virorum qui praevaricati sunt in me vermis eorum non morietur et ignis eorum non extinguetur et erunt usque ad satietatem visionis omni carni