LEVITICUS 6 - Lv 6 -- http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt0306.htm -- http://www.myriobiblos.gr/bible/ot/chapter.asp?book=3&page=6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -

Tekstuitleg : - Lv 1 - Lv 2 - Lv 3 - Lv 4 - Lv 5 - Lv 6 - Lv 7 - Lv 8 - Lv 9 - Lv 10 - Lv 11 - Lv 12 - Lv 13 - Lv 14 - Lv 15 - Lv 16 - Lv 17 - Lv 18 - Lv 19 - Lv 20 - Lv 21 - Lv 22 - Lv 23 - Lv 24 - Lv 25 - Lv 26 - Lv 27 -
Overzicht van de perikopen :
Overzicht vers per vers : - Lv 6,1 - Lv 6,2 - Lv 6,3 - Lv 6,4 - Lv 6,5 - Lv 6,6 - Lv 6,7 - Lv 6,8 - Lv 6,9 - Lv 6,10 - Lv 6,11 - Lv 6,12 - Lv 6,13 - Lv 6,14 - Lv 6,15 - Lv 6,16 - Lv 6,17 - Lv 6,18 - Lv 6,19 - Lv 6,20 - Lv 6,21 - Lv 6,22 - Lv 6,23 -

- bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht NT
: NT : overzicht , NT : taalgebruik - NT A - NT B - NT C - NT D - NT E - NT F - NT G - NT H - NT I - NT J - NT K - NT L - NT M - NT N - NT O - NT P - NT Q - NT R - NT S - NT T - NT U - NT V - NT W - NT X - NT Y - NT Z - NT : commentaar .


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
http://www.bible-history.com/isbe/            
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   Arabisch : http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm    4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. http://naardensebijbel.nl/zoek.php .
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing  

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts (Vlaams Blok) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik


-
OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken: - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Lv 6,1-6 . De wet op het brandoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,1 - Lv 6,2 - Lv 6,3 - Lv 6,4 - Lv 6,5 - Lv 6,6 -

Lv 6,1 - Lv 6,1 : De wet op het brandoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,1 - Lv 6,2 - Lv 6,3 - Lv 6,4 - Lv 6,5 - Lv 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
ΚΑΙ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων· 8 locutus est Dominus ad Mosen dicens   8 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: [1] De heer sprak tot Mozes:   [1] De HEER zei tegen Mozes:* 1 Dan spreekt de Ene tot Mozes en zegt*: 8. 6:1 Yahvé parla à Moïse et dit : 9.

King James Bible . [8] And the LORD spake unto Moses, saying,
Luther-Bibel . 61Und der HERR redete mit Mose und sprach:

Tekstuitleg van Lv 6,1 . Het vers Lv 6,1 leidt de wet op het brandoffer en het 1ste deel van de wet over het meeloffer in (Lv 6,1-6 ; 7-11; 11 verzen) . Het vers is de 5de inleiding in Lv. .De eerste 7 inleidingen in Lv. zijn : (1) 'Lv 1,1' . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20. (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 .

prefix verbindingswoord wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) van het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 21 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 206 = (2 X 103) . In 192 (26 X 7) verzen in Tenakh . In 140 (20 X 7) verzen in de Pentateuch . Gn 16) . Ex (20) . Lv (40) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 10,12 . (13) Lv 10,19 . (14) Lv 11,1 . (15) Lv 12,1 . (16) Lv 13,1 . (17) Lv 14,1 . (18) Lv 14,33 . (19) Lv 15,1 . (20) Lv 16,1 . (21) Lv 17,1 . (22) Lv 18,1 . (23) Lv 19,1 . (24) Lv 20,1 . (25) Lv 21,16 . (26) Lv 21,24 . (27) Lv 22,1 . (28) Lv 22,17 . (29) Lv 22,26 . (30) Lv 23,1 . (31) Lv 23,9 . (32) Lv 23,23 . (33) Lv 23,26 . (34) Lv 23,33 . (35) Lv 23,44 . (36) Lv 24,1 . (37) Lv 24,13 . (38) Lv 24,23 . (39) Lv 25,1 . (40) Lv 27,1 . Nu (59 = 3 X 19) . Dt (7) .
- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Ex (150) . Lv (10) . Nu (95) . Dt (24) . Samen : 40 + 2 = 42 (6 X 7) .
- act. ind. aor. 3de pers. enk. ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw. λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de LXX : laleô (lallen, spreken, praten) .

  laleô  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. elalèsen   431  400  31  13  19   

- Latijn : loqui . Ned. spreken . D. Sprechen . E. speak . Arabisch : تَكَلَمَ = takallama (spreken) . Taalgebruik in de Qoran : takallama (spreken) .

2. וַיְדַבֵּר יהוה = wajëdabber JHWH (en JHWH sprak) . Tenach (100 = 2² X 5²) . Pentateuch (96 = 2³ X 2² X 3) . Ex (14 = 2 X 7) : (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 . Lv (35 = 5 X 7) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 11,1 . (13) Lv 12,1 . (14) Lv 13,1 . (15) Lv 14,1 . (16) Lv 14,33 . (17) Lv 15,1 . (18) Lv 16,1 . (19) Lv 17,1 . (20) Lv 18,1 . (21) Lv 19,1 . (22) Lv 20,1 . (23) Lv 21,16 . (24) Lv 22,1 . (25) Lv 22,17 . (26) Lv 22,26 . (27) Lv 23,1 . (28) Lv 23,9 . (29) Lv 23,23 . (30) Lv 23,26 . (31) Lv 23,33 . (32) Lv 24,1 . (33) Lv 24,13 . (34) Lv 25,1 . (35) Lv 27,1 . Van Lv 1-10 beginnen 3 hoofdstukken alzo . Van Lv 11-27 zijn het 15/17 hoofdstukken , niet in Lv 21,1 en Lv 26,1 .
- וַיּאֹמֶר יהוה = wajjo´mèr JHWH (en JHWH zei) . Tenakh (204) . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 16,2 .
- Zie Labuschagne C. J. , Numerical Secrets of the Bible . Rediscovering the Bible Codes , Texas , North Richland Hills , Bibal Press , 2000 , p. 49-53 .

Lv 6,2 - Lv 6,2 : De wet op het brandoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,1 - Lv 6,2 - Lv 6,3 - Lv 6,4 - Lv 6,5 - Lv 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
2 ἔντειλαι ᾿Ααρὼν καὶ τοῖς υἱοῖς αὐτοῦ, λέγων· οὗτος ὁ νόμος τῆς ὁλοκαυτώσεως· αὐτὴ ἡ ὁλοκαύτωσις ἐπὶ τῆς καύσεως αὐτῆς ἐπὶ τοῦ θυσιαστηρίου ὅλην τὴν νύκτα ἕως τὸ πρωΐ, καὶ τὸ πῦρ τοῦ θυσιαστηρίου καυθήσεται ἐπ᾿ αὐτοῦ, οὐ σβεσθήσεται. 9 praecipe Aaron et filiis eius haec est lex holocausti cremabitur in altari tota nocte usque mane ignis ex eodem altari erit   9 Gebied Aäron en zijn zonen, zeggende: Dit is de wet des brandoffers; het is hetgeen, wat door de branding op het altaar den gansen nacht tot aan den morgen opvaart; alwaar het vuur des altaars zal brandende gehouden worden. [2] ‘Geef Aäron en zijn zonen deze voorschriften. Dit* is de wet op het brandoffer. Het brandoffer moet de hele nacht tot aan de ochtend op het vuur blijven liggen, dat op het altaar brandend wordt gehouden.  [2] 'Geef Aäron en zijn zonen de volgende instructies. Dit zijn de voorschriften voor het brandoffer: Het brandoffer moet de hele nacht op het altaar blijven branden, het vuur op het altaar mag niet doven. Bij het aanbreken van de ochtend 6:2 gebied Aäron en zijn zonen en zeg: dit is de wetsregel voor de opgangsgave; zíj is het die in rook opgaat op de brandstapel op het altaar, heel de nacht tot aan de morgen, zodat het vuur van het altaar daarvan blijft branden. 6:2 Donne ces ordres à Aaron et à ses fils : Voici le rituel de l'holocauste. C'est l'holocauste qui se trouve sur le brasier de l'autel toute la nuit jusqu'au matin et que le feu de l'autel consume.

King James Bible . [9] Command Aaron and his sons, saying, This is the law of the burnt offering: It is the burnt offering, because of the burning upon the altar all night unto the morning, and the fire of the altar shall be burning in it.
Luther-Bibel . 2Gebiete Aaron und seinen Söhnen und sprich: Dies ist das Gesetz über das Brandopfer. Das Brandopfer soll bleiben auf dem Herd des Altars die ganze Nacht bis zum Morgen und es soll des Altars Feuer brennend darauf erhalten werden.

Tekstuitleg van Lv 6,2 .

Lv 6,3 - Lv 6,3 : De wet op het brandoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,1 - Lv 6,2 - Lv 6,3 - Lv 6,4 - Lv 6,5 - Lv 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3 καὶ ἐνδύσεται ὁ ἱερεὺς χιτῶνα λινοῦν καὶ περισκελὲς λινοῦν ἐνδύσεται περὶ τὸ σῶμα αὐτοῦ, καὶ ἀφελεῖ τὴν κατακάρπωσιν, ἣν ἂν καταναλώσῃ τὸ πῦρ, τὴν ὁλοκαύτωσιν, ἀπὸ τοῦ θυσιαστηρίου, καὶ παραθήσει αὐτὸ ἐχόμενον τοῦ θυσιαστηρίου. 10 vestietur sacerdos tunica et feminalibus lineis tolletque cineres quos vorans ignis exusit et ponens iuxta altare   10 En de priester zal zijn linnen kleed aantrekken, en de linnen onderbroek over zijn vlees aantrekken, en zal de as opnemen, als het vuur het brandoffer op het altaar zal verteerd hebben, en zal die bij het altaar leggen. [3] De priester, gekleed in een linnen gewaad en met een lendendoek om het lichaam, verzamelt de as van het brandoffer dat op het altaar verteerd is, en legt die ernaast.  [3] moet de priester, gekleed in een linnen gewaad met daaronder een linnen broek die zijn geslachtsdelen bedekt, de as van het brandoffer dat in het vuur verteerd is van het altaar nemen en naast het altaar leggen. 6:3 Aantrekken zal de priester zijn linnen kleed; een wikkelbroek van linnen trekt hij aan over zijn blote vlees; opheffen zal hij de as waarin het vuur de opgangsgave op het altaar verteert, en die neerleggen terzijde van het altaar. 10. 6:3 Le prêtre revêtira sa tunique de lin et d'un caleçon de lin couvrira son corps. Puis il enlèvera la cendre grasse de l'holocauste consumé par le feu sur l'autel et la déposera à côté de l'autel.

King James Bible . [10] And the priest shall put on his linen garment, and his linen breeches shall he put upon his flesh, and take up the ashes which the fire hath consumed with the burnt offering on the altar, and he shall put them beside the altar.
Luther-Bibel . 3Und der Priester soll sein leinenes Gewand anziehen und die leinenen Beinkleider für seine Blöße und soll die Asche wegnehmen, die das Feuer des Brandopfers auf dem Altar gemacht hat, und soll sie neben den Altar schütten

Tekstuitleg van Lv 6,3 .

Lv 6,4 - Lv 6,4 : De wet op het brandoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,1 - Lv 6,2 - Lv 6,3 - Lv 6,4 - Lv 6,5 - Lv 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
4 καὶ ἐκδύσεται τὴν στολὴν αὐτοῦ καὶ ἐνδύσεται στολὴν ἄλλην, καὶ ἐξοίσει τὴν κατακάρπωσιν ἔξω τῆς παρεμβολῆς εἰς τόπον καθαρόν. 11 spoliabitur prioribus vestimentis indutusque aliis efferet eos extra castra et in loco mundissimo usque ad favillam consumi faciet   11 Daarna zal hij zijn klederen uittrekken, en zal andere klederen aandoen, en zal de as tot buiten het leger uitdragen aan een reine plaats. [4] Dan kleedt hij zich om en brengt hij de as buiten het kamp naar een reine plaats.  [4] Dan moet hij andere kleren aantrekken en de as naar de ashoop buiten het kamp brengen. 6:4 Afstropen zal hij zijn gewaden en andere gewaden aantrekken; naar buiten brengen zal hij de as, de legerplaats uit naar een ongerepte** plaats. 11. 6:4 Il retirera alors ses vêtements ; il en revêtira d'autres et transportera cette cendre grasse en un lieu pur hors du camp.

King James Bible . [11] And he shall put off his garments, and put on other garments, and carry forth the ashes without the camp unto a clean place.
Luther-Bibel . 4und soll danach seine Kleider ausziehen und andere Kleider anziehen und die Asche hinaustragen aus dem Lager an eine reine Stätte.

Tekstuitleg van Lv 6,4 .

Lv 6,5 - Lv 6,5 : De wet op het brandoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,1 - Lv 6,2 - Lv 6,3 - Lv 6,4 - Lv 6,5 - Lv 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
5 καὶ πῦρ ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον καυθήσεται ἀπ᾿ αὐτοῦ καὶ οὐ σβεσθήσεται, καὶ καύσει ἐπ᾿ αὐτοῦ ὁ ἱερεὺς ξύλα τὸ πρωΐ πρωΐ· καὶ στοιβάσει ἐπ᾿ αὐτοῦ τὴν ὁλοκαύτωσιν καὶ ἐπιθήσει ἐπ᾿ αὐτὸ τὸ στέαρ τοῦ σωτηρίου· 12 ignis autem in altari semper ardebit quem nutriet sacerdos subiciens ligna mane per singulos dies et inposito holocausto desuper adolebit adipes pacificorum   12 Het vuur nu op het altaar zal daarop brandende gehouden worden, het zal niet uitgeblust worden; maar de priester zal daar elken morgen hout aansteken, en zal daarop het brandoffer schikken, en het vet der dankofferen daarop aansteken. [5] Het vuur* op het altaar moet brandend worden gehouden; het mag niet uitgaan. Iedere ochtend moet de priester hout doen op het vuur waarop hij het brandoffer legt en waarop hij het vet van de slachtoffers in rook laat opgaan.   [5] Het vuur op het altaar moet blijven branden, het mag niet doven. Elke ochtend moet de priester hout op het vuur doen, er een nieuw brandoffer op leggen en het vet van het vredeoffer erop verbranden. 6:5 Het vuur op het altaar wordt daarbij brandende gehouden, het mag niet uitgaan,- en morgen aan morgen zal de priester daarop blokken hout aansteken; schikken zal hij daarop de opgangsgave en in rook doen opgaan zal hij daarop de vetstukken van de vredesgaven. 12. 6:5 Le feu qui sur l'autel consume l'holocauste ne s'éteindra pas. Chaque matin le prêtre l'alimentera de bois. Il y déposera l'holocauste et y fera fumer les graisses des sacrifices de communion.

King James Bible . [12] And the fire upon the altar shall be burning in it; it shall not be put out: and the priest shall burn wood on it every morning, and lay the burnt offering in order upon it; and he shall burn thereon the fat of the peace offerings.
Luther-Bibel . 5Das Feuer auf dem Altar soll brennen und nie verlöschen. Der Priester soll alle Morgen Holz darauf anzünden und oben darauf das Brandopfer zurichten und das Fett der Dankopfer oben darauf in Rauch aufgehen lassen.

Tekstuitleg van Lv 6,5 .

Lv 6,6 - Lv 6,6 : De wet op het brandoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,1 - Lv 6,2 - Lv 6,3 - Lv 6,4 - Lv 6,5 - Lv 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
6 καὶ πῦρ διὰ παντὸς καυθήσεται ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον, οὐ σβεσθήσεται. 13 ignis est iste perpetuus qui numquam deficiet in altari   13 Het vuur zal geduriglijk op het altaar brandende gehouden worden; het zal niet uitgeblust worden. [6] Het vuur op het altaar moet zonder onderbreking blijven branden; het mag nooit uitgaan.  [6] Het vuur op het altaar moet steeds blijven branden, het mag niet doven. 6:6 Vuur wordt er altijd brandende gehouden op het altaar, het mag niet uitgaan! •• 13. 6:6 Un feu perpétuel brûlera sur l'autel sans s'éteindre.

King James Bible . [13] The fire shall ever be burning upon the altar; it shall never go out.
Luther-Bibel . 6Ständig soll das Feuer auf dem Altar brennen und nie verlöschen.

Tekstuitleg van Lv 6,6 .

Lv 6,7-16 . De wet op het meeloffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,7 - Lv 6,8 - Lv 6,9 - Lv 6,10 - Lv 6,11 - Lv 6,12 - Lv 6,13 - Lv 6,14 - Lv 6,15 - Lv 6,16 -

Lv 6,7 - Lv 6,7 : De wet op het meeloffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,7 - Lv 6,8 - Lv 6,9 - Lv 6,10 - Lv 6,11 - Lv 6,12 - Lv 6,13 - Lv 6,14 - Lv 6,15 - Lv 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7 Οὗτος ὁ νόμος τῆς θυσίας, ἣν προσάξουσιν αὐτὴν οἱ υἱοὶ ᾿Ααρὼν ἔναντι Κυρίου ἀπέναντι τοῦ θυσιαστηρίου· 14 haec est lex sacrificii et libamentorum quae offerent filii Aaron coram Domino et coram altari   14 Dit is nu de wet des spijsoffers; een der zonen van Aäron zal dat voor het aangezicht des HEEREN offeren, voor het altaar. [7] Dit is de wet op het meeloffer. De zonen van Aäron offeren het voor de heer bij het altaar.   [7] Dit zijn de voorschriften voor het graanoffer: De zonen van Aäron moeten het aan de voorzijde van het altaar aan de HEER aanbieden. 6:7 En dit is de wetsregel voor de broodgift: doen naderen zullen de zonen van Aäron haar tot het aanschijn van de Ene, tot het aanschijn van het altaar. 14. 6:7 Voici le rituel de l'oblation : Après que l'un des fils d'Aaron l'aura apportée devant l'autel en présence de Yahvé,

King James Bible . [14] And this is the law of the meat offering: the sons of Aaron shall offer it before the LORD, before the altar.
Luther-Bibel . 7Und dies ist das Gesetz des Speisopfers. Aarons Söhne sollen es bringen vor den HERRN an den Altar.

Tekstuitleg van Lv 6,7 .

Lv 6,8 - Lv 6,8 : De wet op het meeloffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,7 - Lv 6,8 - Lv 6,9 - Lv 6,10 - Lv 6,11 - Lv 6,12 - Lv 6,13 - Lv 6,14 - Lv 6,15 - Lv 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8 καὶ ἀφελεῖ ἀπ᾿ αὐτοῦ τῇ δρακὶ ἀπὸ τῆς σεμιδάλεως τῆς θυσίας σὺν τῷ ἐλαίῳ αὐτῆς καὶ σὺν παντὶ τῷ λιβάνῳ αὐτῆς τὰ ὄντα ἐπὶ τῆς θυσίας καὶ ἀνοίσει ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον κάρπωμα, ὀσμὴν εὐωδίας, τὸ μνημόσυνον αὐτῆς τῷ Κυρίῳ. 15 tollet sacerdos pugillum similae quae conspersa est oleo et totum tus quod super similam positum est adolebitque illud in altari in monumentum odoris suavissimi Domino   15 En hij zal daarvan opnemen zijn hand vol, uit de meelbloem des spijsoffers, en van deszelfs olie, en al den wierook, die op het spijsoffer is; dan zal hij het aansteken op het altaar; het is een liefelijke reuk tot deszelfs gedachtenis voor den HEERE. [8] Een priester neemt van het meeloffer een handvol bloem en wat olie en laat dat met de bijbehorende wierook, als teken van het geheel, op het altaar in rook opgaan, als een geur die de heer behaagt.   [8] De priester neemt een handvol van het offer: een deel van de tarwebloem, een deel van de olijfolie en alle wierook die op het graanoffer ligt. Dat moet hij als teken voor het hele offer op het altaar verbranden, als een geurige gave die de HEER behaagt. 6:8 Als heffing zal hij met een goede greep daaruit nemen: iets van het volkorenmeel van de broodgift en iets van haar olie, en alle witte wierook die op de broodgift ligt; doen roken zal hij dat op het altaar, een reuk die-tot-rust-brengt is dit gedenkdeel van haar voor de Ene. 15. 6:8 après qu'il en aura prélevé une poignée de fleur de farine avec l'huile et tout l'encens qu'on y a joint, après qu'il en aura fait fumer à l'autel le mémorial en parfum d'apaisement pour Yahvé,

King James Bible . [15] And he shall take of it his handful, of the flour of the meat offering, and of the oil thereof, and all the frankincense which is upon the meat offering, and shall burn it upon the altar for a sweet savour, even the memorial of it, unto the LORD.
Luther-Bibel . 8Es soll einer abheben eine Hand voll vom Mehl des Speisopfers und vom Öl und den ganzen Weihrauch, der auf dem Speisopfer liegt, und soll's in Rauch aufgehen lassen auf dem Altar zum lieblichen Geruch als Gedenkopfer für den HERRN.

Tekstuitleg van Lv 6,8 .

Lv 6,9 - Lv 6,9 : De wet op het meeloffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,7 - Lv 6,8 - Lv 6,9 - Lv 6,10 - Lv 6,11 - Lv 6,12 - Lv 6,13 - Lv 6,14 - Lv 6,15 - Lv 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
9 τὸ δὲ καταλειφθὲν ἀπ᾿ αὐτῆς ἔδεται ᾿Ααρὼν καὶ οἱ υἱοὶ αὐτοῦ· ἄζυμα βρωθήσεται ἐν τόπῳ ἁγίῳ, ἐν αὐλῇ τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου ἔδονται αὐτήν. 16 reliquam autem partem similae comedet Aaron cum filiis suis absque fermento et comedet in loco sancto atrii tabernaculi   16 En het overblijvende daarvan zullen Aäron en zijn zonen eten; ongezuurd zal het gegeten worden in de heilige plaats; in den voorhof van de tent der samenkomst zullen zij dat eten. [9] Het overige mogen Aäron en zijn zonen gebruiken, maar het moet ongezuurd worden gegeten op een heilige plaats, binnen de voorhof van de tent van samenkomst.  [9] Wat overblijft, is bestemd voor Aäron en zijn zonen. Het moet worden gegeten in de vorm van ongedesemd brood, op een heilige plaats, binnen de omheining van de ontmoetingstent. 6:9 En wat er van haar overblijft zullen Aäron en zijn zonen opeten; als matses wordt zij gegeten in het heilige oord; in de voorhof van de tent van samenkomst zullen ze haar eten. 16. 6:9 Aaron et ses fils mangeront le reste sous forme de pains sans levain. Ils le mangeront dans un lieu pur sur le parvis de la Tente du Rendez-vous.

King James Bible . [16] And the remainder thereof shall Aaron and his sons eat: with unleavened bread shall it be eaten in the holy place; in the court of the tabernacle of the congregation they shall eat it.
Luther-Bibel . 9Das Übrige aber sollen Aaron und seine Söhne verzehren; sie sollen es ungesäuert essen an heiliger Stätte im Vorhof der Stiftshütte.

Tekstuitleg van Lv 6,9 .

Lv 6,10 - Lv 6,10 : De wet op het meeloffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,7 - Lv 6,8 - Lv 6,9 - Lv 6,10 - Lv 6,11 - Lv 6,12 - Lv 6,13 - Lv 6,14 - Lv 6,15 - Lv 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
10 οὐ πεφθήσεται ἐζυμωμένη· μερίδα αὐτὴν ἔδωκα αὐτοῖς ἀπὸ τῶν καρπωμάτων Κυρίου· ἅγια ἁγίων ἐστίν, ὥσπερ τὸ τῆς ἁμαρτίας καὶ ὥσπερ τὸ τῆς πλημμελείας. 17 ideo autem non fermentabitur quia pars eius in Domini offertur incensum sanctum sanctorum erit sicut pro peccato atque delicto   17 Het zal niet gedesemd gebakken worden; het is hun deel, dat Ik gegeven heb van Mijn vuurofferen; het is een heiligheid der heiligheden, gelijk het zondoffer en gelijk het schuldoffer. [10] Het mag niet met zuurdeeg worden gebakken. Het is het aandeel dat Ik hun van mijn offergaven schenk. Het is hoogheilig, zoals het zondeoffer en het schuldoffer.   [10] Het mag niet met zuurdesem worden gebakken. Ik schenk het hun als aandeel in mijn offergaven; het is allerheiligst, net als het reinigingsoffer en het hersteloffer. 6:10 Ze mag niet met gist worden gebakken, als deel voor hen heb ik haar uit mijn vuuroffers gegeven; een heiligdom van heiliging is zij, zoals de ontzondiging en de verontschuldiging. 17. 6:10 On ne cuira pas avec du levain la part de mes mets que je leur donne. C'est une part très sainte comme le sacrifice pour le péché et le sacrifice de réparation.

King James Bible . [17] It shall not be baken with leaven. I have given it unto them for their portion of my offerings made by fire; it is most holy, as is the sin offering, and as the trespass offering.
Luther-Bibel . 10Sie sollen es nicht mit Sauerteig backen; denn es ist ihr Anteil, den ich ihnen gegeben habe von meinen Feueropfern. Es ist ein Hochheiliges gleichwie das Sündopfer und das Schuldopfer.

Tekstuitleg van Lv 6,10 .

Lv 6,11 - Lv 6,11 : De wet op het meeloffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,7 - Lv 6,8 - Lv 6,9 - Lv 6,10 - Lv 6,11 - Lv 6,12 - Lv 6,13 - Lv 6,14 - Lv 6,15 - Lv 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
11 πᾶν ἀρσενικὸν τῶν ἱερέων ἔδονται αὐτήν· νόμιμον αἰώνιον εἰς τὰς γενεὰς ὑμῶν ἀπὸ τῶν καρπωμάτων Κυρίου. πᾶς ὃς ἐὰν ἅψηται αὐτῶν, ἁγιασθήσεται. 18 mares tantum stirpis Aaron comedent illud legitimum ac sempiternum est in generationibus vestris de sacrificiis Domini omnis qui tetigerit illa sanctificabitur   18 Al wat mannelijk is onder de zonen van Aäron zal het eten; het zij een eeuwige inzetting voor uw geslachten van de vuurofferen des HEEREN; al wat die zal aanroeren, zal heilig zijn. [11] Alle mannelijke nakomelingen van Aäron mogen ervan eten; dit aandeel in de offergaven van de heer is een blijvend recht, door al uw generaties heen. Alles wat ermee in aanraking komt is gewijd.’  [11] Alle mannelijke nakomelingen van Aäron mogen ervan eten. Het is voor altijd voor hen bestemd, van generatie op generatie, als hun aandeel in de offergaven voor de HEER. Alles wat ermee in aanraking komt, wordt zelf ook heilig: het valt de HEER toe.' 6:11 Al wat mannelijk is onder de zonen van Aäron, die zullen haar eten,- een inzetting voor eeuwig voor al uw generaties aangaande de vuuroffers van de Ene; al wie die aanraakt wordt geheiligd. • 18. 6:11 Tout mâle d'entre les fils d'Aaron pourra manger cette part des mets de Yahvé c'est pour tous vos descendants une loi perpétuelle et tout ce qui y touche se trouvera consacré.

King James Bible . [18] All the males among the children of Aaron shall eat of it. It shall be a statute for ever in your generations concerning the offerings of the LORD made by fire: every one that toucheth them shall be holy.
Luther-Bibel . 11Wer männlich ist unter den Nachkommen Aarons, der soll's essen. Das sei ein ewiges Anrecht für eure Nachkommen an den Feueropfern des HERRN. Wer sie anrührt, soll dem Heiligtum gehören.

Tekstuitleg van Lv 6,11 .

Lv 6,12 - Lv 6,12 : De wet op het meeloffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,7 - Lv 6,8 - Lv 6,9 - Lv 6,10 - Lv 6,11 - Lv 6,12 - Lv 6,13 - Lv 6,14 - Lv 6,15 - Lv 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
12 Καὶ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων· 19 et locutus est Dominus ad Mosen dicens   19 Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: [12] De heer sprak tot Mozes:   [12] De HEER zei tegen Mozes: 6:12 Dan spreekt de Ene tot Mozes en zegt: 19. 6:12 Yahvé parla à Moïse et lui dit :

King James Bible . [19] And the LORD spake unto Moses, saying,
Luther-Bibel . 12Und der HERR redete mit Mose und sprach:

Tekstuitleg van Lv 6,12 . Het vers Lv 6,12 leidt het 2de deel van de wet over het meeloffer in (Lv 6,12-16; 5 verzen) . Het is de 6de inleiding in Lv . De eerste 7 inleidingen in Lv. zijn : (1) 'Lv 1,1' . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20. (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 .

prefix verbindingswoord wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) van het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Getalwaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 21 of 200 ; totaal : 27 (3³) OF 206 = (2 X 103) . In 192 (26 X 7) verzen in Tenakh . In 140 (20 X 7) verzen in de Pentateuch . Gn 16) . Ex (20) . Lv (40) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 10,12 . (13) Lv 10,19 . (14) Lv 11,1 . (15) Lv 12,1 . (16) Lv 13,1 . (17) Lv 14,1 . (18) Lv 14,33 . (19) Lv 15,1 . (20) Lv 16,1 . (21) Lv 17,1 . (22) Lv 18,1 . (23) Lv 19,1 . (24) Lv 20,1 . (25) Lv 21,16 . (26) Lv 21,24 . (27) Lv 22,1 . (28) Lv 22,17 . (29) Lv 22,26 . (30) Lv 23,1 . (31) Lv 23,9 . (32) Lv 23,23 . (33) Lv 23,26 . (34) Lv 23,33 . (35) Lv 23,44 . (36) Lv 24,1 . (37) Lv 24,13 . (38) Lv 24,23 . (39) Lv 25,1 . (40) Lv 27,1 . Nu (59 = 3 X 19) . Dt (7) .
- וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Ex (150) . Lv (10) . Nu (95) . Dt (24) . Samen : 40 + 2 = 42 (6 X 7) .
- act. ind. aor. 3de pers. enk. ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw. λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de LXX : laleô (lallen, spreken, praten) .

  laleô  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. elalèsen   431  400  31  13  19   

- Latijn : loqui . Ned. spreken . D. Sprechen . E. speak . Arabisch : تَكَلَمَ = takallama (spreken) . Taalgebruik in de Qoran : takallama (spreken) .

2. וַיְדַבֵּר יהוה = wajëdabber JHWH (en JHWH sprak) . Tenach (100 = 2² X 5²) . Pentateuch (96 = 2³ X 2² X 3) . Ex (14 = 2 X 7) : (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 . Lv (35 = 5 X 7) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 11,1 . (13) Lv 12,1 . (14) Lv 13,1 . (15) Lv 14,1 . (16) Lv 14,33 . (17) Lv 15,1 . (18) Lv 16,1 . (19) Lv 17,1 . (20) Lv 18,1 . (21) Lv 19,1 . (22) Lv 20,1 . (23) Lv 21,16 . (24) Lv 22,1 . (25) Lv 22,17 . (26) Lv 22,26 . (27) Lv 23,1 . (28) Lv 23,9 . (29) Lv 23,23 . (30) Lv 23,26 . (31) Lv 23,33 . (32) Lv 24,1 . (33) Lv 24,13 . (34) Lv 25,1 . (35) Lv 27,1 . Van Lv 1-10 beginnen 3 hoofdstukken alzo . Van Lv 11-27 zijn het 15/17 hoofdstukken , niet in Lv 21,1 en Lv 26,1 .
- וַיּאֹמֶר יהוה = wajjo´mèr JHWH (en JHWH zei) . Tenakh (204) . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 16,2 .
- Zie Labuschagne C. J. , Numerical Secrets of the Bible . Rediscovering the Bible Codes , Texas , North Richland Hills , Bibal Press , 2000 , p. 49-53 .

Lv 6,13 - Lv 6,13 : De wet op het meeloffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,7 - Lv 6,8 - Lv 6,9 - Lv 6,10 - Lv 6,11 - Lv 6,12 - Lv 6,13 - Lv 6,14 - Lv 6,15 - Lv 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
13 τοῦτο τὸ δῶρον ᾿Ααρὼν καὶ τῶν υἱῶν αὐτοῦ, ὃ προσοίσουσι Κυρίῳ ἐν τῇ ἡμέρᾳ, ᾗ ἂν χρίσῃς αὐτόν· τὸ δέκατον τοῦ οἰφὶ σεμιδάλεως εἰς θυσίαν διὰ παντός, τὸ ἥμισυ αὐτῆς τὸ πρωΐ, καὶ τὸ ἥμισυ αὐτῆς τὸ δειλινόν. 20 haec est oblatio Aaron et filiorum eius quam offerre debent Domino in die unctionis suae decimam partem oephi offerent similae in sacrificio sempiterno medium eius mane et medium vespere   20 Dit is de offerande van Aäron en van zijn zonen, die zij den HEERE offeren zullen, ten dage als hij zal gezalfd worden: het tiende deel ener efa meelbloem, een spijsoffer gedurig; de helft daarvan op den morgen, en de helft daarvan op den avond. [13] ‘Dit is het offer dat Aäron en zijn zonen moeten brengen op de dag van Aärons zalving: een tiende efa bloem als dagelijks meeloffer, de ene helft ’s ochtends, de andere helft ’s avonds.  [13] 'Dit is de offergave die Aäron en zijn opvolgers vanaf de dag dat ze tot priester gezalfd zijn dagelijks aan de HEER moeten aanbieden: een graanoffer bestaande uit een tiende efa tarwebloem, de helft 's ochtends en de helft 's avonds. 6:13 dit is de toenaderingsgave van Aäron en zijn zonen die zij zullen doen naderen tot de Ene op de dag dat hij zal worden gezalfd: een tiende van de efa volkorenmeel als broodgift, altijd: de ene helft daarvan in de morgen en haar andere helft in de avond. 20. 6:13 Voici l'offrande que feront à Yahvé Aaron et ses fils le jour de leur onction : un dixième de mesure de fleur de farine à titre d'oblation perpétuelle, moitié le matin et moitié le soir.

King James Bible . [20] This is the offering of Aaron and of his sons, which they shall offer unto the LORD in the day when he is anointed; the tenth part of an ephah of fine flour for a meat offering perpetual, half of it in the morning, and half thereof at night.
Luther-Bibel . 13Dies soll das Opfer Aarons und seiner Söhne sein, das sie dem HERRN opfern sollen am Tage ihrer Salbung: ein zehntel Scheffel feinstes Mehl, das tägliche Speisopfer, die eine Hälfte morgens, die andere abends.

Tekstuitleg van Lv 6,13 .

Lv 6,14 - Lv 6,14 : De wet op het meeloffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,7 - Lv 6,8 - Lv 6,9 - Lv 6,10 - Lv 6,11 - Lv 6,12 - Lv 6,13 - Lv 6,14 - Lv 6,15 - Lv 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
14 ἐπὶ τηγάνου ἐν ἐλαίῳ ποιηθήσεται, πεφυραμένην οἴσει αὐτήν, ἑλικτά, θυσίαν ἐκ κλασμάτων, θυσίαν εἰς ὀσμὴν εὐωδίας Κυρίῳ. 21 quae in sartagine oleo conspersa frigetur offeret autem eam calidam in odorem suavissimum Domino   21 Het zal in een pan met olie gemaakt worden; geroost zult gij het brengen; en de gebakken stukken des spijsoffers zult gij offeren, tot een liefelijken reuk den HEERE. [14] Het moet, met olie gekneed, op de bakplaat worden klaargemaakt. U moet het in stukken breken en opdragen als meeloffer, waarvan de geur de heer behaagt.   [14] Nadat de bloem met olijfolie is vermengd, moeten er op de bakplaat broden van worden gebakken. Die broden moeten in stukken worden gebroken en als graanoffer worden aangeboden, als een geurige gave die de HEER behaagt. 6:14 Op een bakplaat zul je haar met olijfolie aangemengd klaarmaken, gewéékt zul je haar brengen; dubbelgebakken, een broodgift in brokken, zul je haar doen naderen als een reuk die-tot-rust-brengt voor de Ene. 21. 6:14 Elle sera préparée sur la plaque, à l'huile, comme un mélange ; tu apporteras la pâte sous forme d'oblation en plusieurs morceaux que tu offriras en parfum d'apaisement pour Yahvé.

King James Bible . [21] In a pan it shall be made with oil; and when it is baken, thou shalt bring it in: and the baken pieces of the meat offering shalt thou offer for a sweet savour unto the LORD.
Luther-Bibel . 14In der Pfanne sollst du es mit Öl bereiten; durchgeröstet sollst du es herbeibringen, und in Stücke gebrochen sollst du es opfern zum lieblichen Geruch für den HERRN.

Tekstuitleg van Lv 6,14 .

Lv 6,15 - Lv 6,15 : De wet op het meeloffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,7 - Lv 6,8 - Lv 6,9 - Lv 6,10 - Lv 6,11 - Lv 6,12 - Lv 6,13 - Lv 6,14 - Lv 6,15 - Lv 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
15 ὁ ἱερεὺς ὁ χριστὸς ἀντ᾿ αὐτοῦ ἐκ τῶν υἱῶν αὐτοῦ ποιήσει αὐτήν· νόμος αἰώνιος, ἅπαν ἐπιτελεσθήσεται. 22 sacerdos qui patri iure successerit et tota cremabitur in altari   22 Ook zal de priester, die uit zijn zonen in zijn plaats de gezalfde zal worden, hetzelfde doen; het zij een eeuwige inzetting; het zal voor den HEERE geheel aangestoken worden. [15] De zoon die hem als gezalfde priester opvolgt, moet hetzelfde doen. Een eeuwige wet van de heer is: het moet geheel in rook opgaan.  [15] Alle nakomelingen van Aäron die hem opvolgen, moeten dit offer brengen. Het is voor altijd bestemd voor de HEER; het moet volledig worden verbrand. 6:15 De priester, de gezalfde die uit zijn zonen zijn plaats bekleedt, zal haar klaarmaken; een inzetting voor eeuwig: voor de Ene moet zij geheel-en-al in rook opgaan. 22. 6:15 Le prêtre qui parmi ses fils recevra l'onction fera de même. C'est une loi perpétuelle. Pour Yahvé cette oblation passera tout entière en fumée.

King James Bible . [22] And the priest of his sons that is anointed in his stead shall offer it: it is a statute for ever unto the LORD, it shall be wholly burnt.
Luther-Bibel . 15Und der Priester, der unter Aarons Söhnen an seiner statt gesalbt wird, soll solches tun. Das ist ein ewiges Anrecht des HERRN. Als Ganzopfer soll es verbrannt werden;

Tekstuitleg van Lv 6,15 .

Lv 6,16 - Lv 6,16 : De wet op het meeloffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,7 - Lv 6,8 - Lv 6,9 - Lv 6,10 - Lv 6,11 - Lv 6,12 - Lv 6,13 - Lv 6,14 - Lv 6,15 - Lv 6,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
16 καὶ πᾶσα θυσία ἱερέως ὁλόκαυτος ἔσται καὶ οὐ βρωθήσεται. 23 omne enim sacrificium sacerdotum igne consumetur nec quisquam comedet ex eo   23 Alzo zal alle spijsoffer des priesters ganselijk zijn; het zal niet gegeten worden. [16] Dat geldt voor elk meeloffer van een priester: er mag niet van worden gegeten.’  [16] Elk graanoffer dat een priester brengt, moet in zijn geheel geofferd worden, er mag niet van worden gegeten.' 6:16 Elke broodgift van een priester zal een gehéél wezen, die zal niet worden opgegeten. • 23. 6:16 Toute oblation faite par un prêtre doit être un sacrifice total, on n'en mangera pas.

King James Bible . [23] For every meat offering for the priest shall be wholly burnt: it shall not be eaten.
Luther-Bibel . 16denn jedes Speisopfer eines Priesters soll als Ganzopfer verbrannt und nicht gegessen werden.

Tekstuitleg van Lv 6,16 .



Lv 6,17-23 . De wet op het zondeoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,17 - Lv 6,18 - Lv 6,19 - Lv 6,20 - Lv 6,21 - Lv 6,22 - Lv 6,23 -

Lv 6,17 - Lv 6,17 : De wet op het zondeoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,17 - Lv 6,18 - Lv 6,19 - Lv 6,20 - Lv 6,21 - Lv 6,22 - Lv 6,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
17 Καὶ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων· 24 locutus est Dominus ad Mosen dicens   24 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:   [17] De heer sprak tot Mozes:   [17] De HEER zei tegen Mozes: 6:17 Dan spreekt de Ene tot Mozes en zegt: 24. 6:17 Yahvé parla à Moïse et dit :

King James Bible . [24] And the LORD spake unto Moses, saying,
Luther-Bibel . 17Und der HERR redete mit Mose und sprach:

Tekstuitleg van Lv 6,17 . Het vers Lv 6,17 leidt de wet op het zondeoffer , het schuldoffer en het slachtoffer in (Lv 6,17-7,21; 28 verzen) . Het is de 7de inleiding in Lv. . De eerste 7 inleidingen in Lv. zijn : (1) 'Lv 1,1' . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20. (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 .

1. prefix voegwoord wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) van het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Getalswaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = (2 X 103) . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Getalswaardee 26 is de getalswaarde van de Godsnaam JHWH . Tenakh (192 = 2³ X 2³ X 3) . Pentateuch (140 = 20 X 7) . Eerdere Profeten (34 = 2 X 17) . Latere Profeten (9 = 3²) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (8) . Gn (16) . Ex (20) . Lv (40) . Nu (57 = 3 X 19) . Dt (7) . Gn (16) : (1) Gn 8,15 . (2) Gn 17,3 . (3) Gn 19,14 . (4) Gn 20,8 . (5) Gn 23,3 . (6) Gn 23,8 . (7) Gn 23,13 . (8) Gn 34,3 . (9) Gn 34,8 . (10) Gn 41,9 . (11) Gn 41,17 . (12) Gn 42,7 . (13) Gn 42,24 . (14) Gn 44,6 . (15) Gn 50,4 . (16) Gn 50,21 . Ex (20) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,13 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 13,1 . (9) Ex 14,1 . (10) Ex 16,11 . (11) Ex 20,1 . (12) Ex 25,1 . (13) Ex 30,11 . (14) Ex 30,17 . (15) Ex 30,22 . (16) Ex 31,1 . (17) Ex 32,7 . (18) Ex 33,1 . (19) Ex 34,31 . (20) Ex 40,1 . Lv (40) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 10,12 . (13) Lv 10,19 . (14) Lv 11,1 . (15) Lv 12,1 . (16) Lv 13,1 . (17) Lv 14,1 . (18) Lv 14,33 . (19) Lv 15,1 . (20) Lv 16,1 . (21) Lv 17,1 . (22) Lv 18,1 . (23) Lv 19,1 . (24) Lv 20,1 . (25) Lv 21,16 . (26) Lv 21,24 . (27) Lv 22,1 . (28) Lv 22,17 . (29) Lv 22,26 . (30) Lv 23,1 . (31) Lv 23,9 . (32) Lv 23,23 . (33) Lv 23,26 . (34) Lv 23,33 . (35) Lv 23,44 . (36) Lv 24,1 . (37) Lv 24,13 . (38) Lv 24,23 . (39) Lv 25,1 . (40) Lv 27,1 . Nu (59 = 3 X 19) . Nu 6 (2) : (1) Nu 6,1 . (2) Nu 6,22 . Dt (7) : (1) Dt 2,17 . (2) Dt 4,12 . (3) Dt 27,9 . (4) Dt 31,1 . (5) Dt 31,30 . (6) Dt 32,44 . (7) Dt 32,48 .
- De getalswaarde van וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) is : waw = 6 , jod = 10 ; samen : 16 = 2² X 2² ; algemeen totaal : 26 + 16 = 42 (2 X 3 X 7) OF 206 + 16 = 222 (6 X 37 OF (10 X 17) + (2 X 26) . De getallen 17 en 26 geven de getalswaarden van de Godsnaam JHWH weer .
- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. ελαλησεν = elalèsen (hij sprak) van het werkw. λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in de LXX : laleô (lallen, spreken, praten) . Gn (25) . Ex (30) . Lv (38) . Nu (68) . Dt (28) . Ex (30) : (1) Ex 4,30 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 6,9 . (4) Ex 6,10 . (5) Ex 6,12 . (6) Ex 6,28 . (7) Ex 6,29 . (8) Ex 7,7 . (9) Ex 7,13 . (10) Ex 8,11 . (11) Ex 8,15 . (12) Ex 9,35 . (13) Ex 12,25 . (14) Ex 14,1 . (15) Ex 16,11 . (16) Ex 16,23 . (17) Ex 20,1 . (18) Ex 24,3 . (19) Ex 24,7 . (20) Ex 25,1 . (21) Ex 30,11 . (22) Ex 30,17 . (23) Ex 30,22 . (24) Ex 31,1 . (25) Ex 32,7 . (26) Ex 32,28 . (27) Ex 33,1 . (28) Ex 34,31 . (29) Ex 34,32 . (30) Ex 40,1 . Nu 6 (2) : (1) Nu 6,1 . (2) Nu 6,22 .
-- και ελαλησεν = kai elalèsen (en hij sprak) . LXX (187) . NT (4) .
-- ελαλησεν δε = elalèsen de (hij sprak echter) . LXX (4) . NT (1) .
- De werkwoordvorm ειπεν = eipen (hij zei) komt veelvuldiger voor . Zie : act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen) . Taalgebruik in het NT : legô (zeggen) . Taalgebruik in de LXX : legô (zeggen) . Een vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610) , in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608) , in het NT (925) . Gn (378) . Ex (149) . Lv (15) . Nu (98) . Dt (44) .

  laleô  bijbel OT   verschil Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt   NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. elalèsen   431  400  383   189 106 39 11 38 25 30 38 68 28   31 (?) 30 13  19   
  act. ind. aor. 3de pers. enk. eipen 3024  2426  2275   684 985 234 63 309 378 149 15 98 44   598  118  56  223  114  75  397  511    
    3455 2826 2658   873 1091 273 74 347 403 179 53 166 72   629 125 57 228 220 83 9 6 410 530    

- Vulgaat . perf. deelw. locutus (gesproken) van het werkw. loqui (spreken) . Bijbel (559) . OT (503) . NT (56) . Ex (23) .
-- locutusque (en gesproken) . Bijbel (66) .
- Ned. : spreken . Arabisch : تَكَلَمَ = takallama (spreken) . Taalgebruik in de Qoran : takallama (spreken) . D. : sprechen . E. : to speek . Fr. : parler . Grieks : λαλεω = laleô (lallen, spreken, praten) . Taalgebruik in het NT : laleô (lallen, spreken, praten) . Hebreeuws : דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Lat. : loqui .
- De werkwoordvorm וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (1879) . Pentateuch (594) . Eerdere Profeten (868) . Latere Profeten (120) . 12 Kleine Profeten (56) . Geschriften (241) . Gn (315) . Ex (150) . Lv (10) . Nu (95) . Dt (24) . Getalswaarde van וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) is 34 + 16 = 50 OF 241 + 16 = 257 (priemgetal) . Deze werkwoordvorm komt meer voor dan וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) behalve in Lv . De getalswaarde van דָבַר = dâbhar (spreken) is 26 OF 206 , van אמר = ´-m-r (zeggen) 34 (2 X 17) OF 241 (priemgetal) . In de getalswaarde van beide werkw. gaat dus een vorm van de Godsnaam JHWH schuil .

2. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Nu (287 = 7 X 41) . Nu 6 (7) : (1) Nu 6,1 . (2) Nu 6,16 . (3) Nu 6,20 . (4) Nu 6,22 . (5) Nu 6,24 . (6) Nu 6,25 . (7) Nu 6,26 .

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Ex 20 Dt 5
´èlohîm (God) 635 207 118 39 17 25 140 31 0 7 29 3 3
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413 6 17
´èlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (je God) 299 216 28 25 12 16 2 11 4 0 199 5 7
´èlohekhèm (jullie God) 154 82 32 15 10 15 1 7 26 3 45 0 2
JHWH ´êlohe(j)khâ / ´êlohè(j)khâ (JHWH , je God) 267           1 8     116 4 7

- Grieks . κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Taalgebruik in de LXX : kurios (heer) . Een vorm van κυριος = kurios (heer) in de LXX (8591) , in het NT (718) .
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

1. - 2. De getalswaarde van וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים = wajëdabber ´èlohîm (en God sprak) is : 42 + 41 = 83 OF 222 + 86 = 308 (2 X 154 = 4 X 77 = 4 X 11 X 7 = 44 X 7 = 28 X 11) .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים = wajëdabber ´èlohîm (en God sprak) . Tenakh (3) : (1) Gn 8,15 . (2) Ex 6,2 . (3) Ex 20,1 .
- וַיְדַבֵּר יהוה = wajëdabber JHWH (en JHWH sprak) . Tenach (100 = 2² X 5²) . Pentateuch (96 = 2³ X 2² X 3) . Gn (0) . Ex (14 = 2 X 7) : (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 . Lv (35 = 5 X 7) : (1) Lv 1,1 . (2) Lv 4,1 . (3) Lv 5,14 . (4) Lv 5,20 . (5) Lv 6,1 . (6) Lv 6,12 . (7) Lv 6,17 . (8) Lv 7,22 . (9) Lv 7,28 . (10) Lv 8,1 . (11) Lv 10,8 . (12) Lv 11,1 . (13) Lv 12,1 . (14) Lv 13,1 . (15) Lv 14,1 . (16) Lv 14,33 . (17) Lv 15,1 . (18) Lv 16,1 . (19) Lv 17,1 . (20) Lv 18,1 . (21) Lv 19,1 . (22) Lv 20,1 . (23) Lv 21,16 . (24) Lv 22,1 . (25) Lv 22,17 . (26) Lv 22,26 . (27) Lv 23,1 . (28) Lv 23,9 . (29) Lv 23,23 . (30) Lv 23,26 . (31) Lv 23,33 . (32) Lv 24,1 . (33) Lv 24,13 . (34) Lv 25,1 . (35) Lv 27,1 . Van Lv 1-10 beginnen 3 hoofdstukken alzo . Van Lv 11-27 zijn het 15/17 hoofdstukken , niet in Lv 21,1 en Lv 26,1 . Nu (44) . Dt (3) . Andere boeken (4) .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים = wajjo´mèr ´èlohîm (en God zei) . Tenakh (27 = 3³) . Gn (21 = 3 X 7) .Gn 1 (9 = 3²) . Gn 6-11 (4 = 2²) . Slechts in twee verzen in Ex - Dt : (1) Ex 3,14 . (2) Nu 22,12 . Rest (4 = 2²) . Getalwaarde : 257 + 86 = 343 (7³) . Zie ook : גֶשֶׁם = gèsjèm (regen) . Taalgebruik in Tenakh : gèsjèm (regen) . Getalwaarde : gimel = 3 , sjem = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; 37 OF 343 (7³) . Structuur : 3-3-4 . De som van de elementen is telkens 1 . Zie ook : אֲרוֹן אֱלֹהִים = ´ärôn ´ëlohîm (ark, kast, kist van God) . Getalwaarde : 257 + 86 = 343 .
- וַיּאֹמֶר יהוה = wajjo´mèr JHWH (en JHWH zei) . Tenakh (204) .
- וַיּאֹמֶר אֲלֵיהֶם = wajjo´mèr ´äle(j)hèm (tot hen) . Tenakh (51) .
- וַיְדַבֵּר אֲלֵיהֶם = waJêdabbèr ´ale(j)hèm (en hij sprak tot hen) . Tenakh (5) : (1) Gn 42,24 . (2) Gn 44,6 . (3) 1 K 13,12 . (4) 2 K 1,7 . (5) 2 Kr 10,14 .
- Zie Labuschagne C. J. , Numerical Secrets of the Bible . Rediscovering the Bible Codes , Texas , North Richland Hills , Bibal Press , 2000 , p. 49-53 .

3. voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . De Godsnaam אֵל = El is de verkorte vorm van de Godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm .

4. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal) . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) . Lv (80) . Nu (207) . Dt (34) . Rest (106) . Nu 6 (2) : (1) Nu 6,1 . (2) Nu 6,22 .
- Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 .
- שֶׁבַע / שֵׁבַע = sjèbha` / sjëbha` (zeven) . Taalgebruik in Tenakh : sjèbha` / sjëbha` (zeven) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , beth = 2 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 39 (3 X 13 = (26 + 13) OF 372 (2 X 3 X 31) . Structuur : 3 - 2 - 7 . De som van de elementen is telkens 3 .
- Grieks . μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

3. - 4. אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh (tot Mozes) . Tenakh (203) . Getalswaarde : 13 OF 31 + 39 OF 345 = 52 (2 X 26) OF 376 (2³ X 47) . 52 is 2 X 26 ; 26 is de getalswaarde van de Godsnaam JHWH .
- 52 en 376 is de getalwaarde van het woord שָׁלוֹם = sjâlôm (vrede) . Taalgebruik in Tenakh : sjâlôm (vrede) . Getalswaarde : sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 52 (2 X 26) OF 376 (2³ X 47) . Structuur : 3 - 3 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 7 .

1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (19) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 . Lv (33) . Lv 6 (3) : (1) Lv 6,1 . (2) Lv 6,12 . (3) Lv 6,17 . Nu () : Nu 6 (2) : (1) Nu 6,1 . (2) Nu 6,22 . Dt (1) . Getalswaarde : 624 (24 X 26) .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

5. לֵאמֹר = le´mor (om te zeggen) < prefix voorzetsel lë + act. qal inf. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (897) . Pentateuch (298 = 2 X 149) . Eerdere Profeten (281) . Latere Profeten (197) . 12 Kleine Profeten (43) . Geschriften (78) . Gn (74 = 2 X 37) . Ex (49 = 7 X 7) . Lv (51 = 3 X 17) . Nu (84 = 7 X 12) . Dt (40) .

Op een rijtje : (via de getalswaarden klinken de verschillende Godsnamen door de tekst door) .
- דָבַר = dâbhar (spreken) . Taalgebruik in Tenakh : dâbhar (spreken) . Getalswaarde : daleth = 4 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 26 (2 X 13) OF 206 = (2 X 103) .
- De getalswaarde van וַיְדַבֵּר = wajëdabber (en hij sprak) is : waw = 6 , jod = 10 ; samen : 16 = 2² X 2² ; algemeen totaal : 26 + 16 = 42 (2 X 3 X 7) OF 206 + 16 = 222 (6 X 37 OF (10 X 17) + (2 X 26) . De getallen 17 en 26 geven de getalswaarden van de Godsnaam JHWH weer .
- יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 .
- voorzetsel אֶל = ´èl (naar, tot) . Taalgebruik in Tenakh : ´èl . Getalwaarde is : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; totaal 13 of 31 (spiegelbeeld) . Structuur : 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 4 . De Godsnaam אֵל = El is de verkorte vorm van de Godsnaam אֱלֹהִים = ´èlohîm .
- אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh (tot Mozes) . Tenakh (203) . Getalswaarde : 13 OF 31 + 39 OF 345 = 52 (2 X 26) OF 376 (2³ X 47) . 52 is 2 X 26 ; 26 is de getalswaarde van de Godsnaam JHWH .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Getalswaarde : 624 (24 X 26) .

Lv 6,18 - Lv 6,18 : De wet op het zondeoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,17 - Lv 6,18 - Lv 6,19 - Lv 6,20 - Lv 6,21 - Lv 6,22 - Lv 6,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
18 λάλησον ᾿Ααρὼν καὶ τοῖς υἱοῖς αὐτοῦ λέγων· οὗτος ὁ νόμος τῆς ἁμαρτίας· ἐν τόπῳ, οὗ σφάζουσι τὸ ὁλοκαύτωμα, σφάξουσι τὰ περὶ τῆς ἁμαρτίας ἔναντι Κυρίου· ἅγια ἁγίων ἐστίν. 25 loquere Aaron et filiis eius ista est lex hostiae pro peccato in loco ubi offertur holocaustum immolabitur coram Domino sanctum sanctorum est   25 Spreek tot Aäron en tot zijn zonen, zeggende: Dit is de wet des zondoffers: in de plaats, waar het brandoffer geslacht wordt, zal het zondoffer voor het aangezicht des HEEREN geslacht worden; het is een heiligheid der heiligheden. [18] ‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen: Dit is de wet op het zondeoffer. Het zondeoffer moet worden geslacht voor de heer, op dezelfde plaats als het brandoffer. Het is hoogheilig*.   [18] 'Zeg tegen Aäron en zijn zonen: "Dit zijn de voorschriften voor het reinigingsoffer: Op de plaats waar de dieren voor het brandoffer geslacht worden, moeten ook de dieren voor het reinigingsoffer worden geslacht, ten overstaan van de HEER; dit offer is allerheiligst. 6:18 spreek tot Aäron en tot zijn zonen en zeg: dit is de wetsregel voor de ontzondiging; op de plaats waar de opgangsgave wordt geslacht wordt ook de ontzondiging geslacht voor het aanschijn van de Ene; een heiligdom van heiliging is zij. 25. 6:18 Parle à Aaron et à ses fils, dis-leur : Voici le rituel du sacrifice pour le péché. La victime en sera immolée devant Yahvé, là où l'on immole l'holocauste. C'est une chose très sainte.

King James Bible . [25] Speak unto Aaron and to his sons, saying, This is the law of the sin offering: In the place where the burnt offering is killed shall the sin offering be killed before the LORD: it is most holy.
Luther-Bibel . 18Sage Aaron und seinen Söhnen und sprich: Dies ist das Gesetz des Sündopfers. An der Stätte, wo du das Brandopfer schlachtest, sollst du auch das Sündopfer schlachten vor dem HERRN. Es ist ein Hochheiliges.

Tekstuitleg van Lv 6,18 .

3. אַהֱרֹן = ´ahäron (Aäron) . Taalgebruik in Tenakh : ´ahäron (Aäron) . Getalwaarde : aleph = 1 , he = 5 , resj = 20 of 200 , nun = 14 of 50 . Totaal : 40 = 2³ X 5) of 256 (2² X 2³ X 2³ ) . Structuur : 1 - 5 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (247 = 13 X 19) . Pentateuch (211 = 210 + 1 = '3 X 70' + 1) . Gn (0) . Ex (71 = 70 + 1) . Lv (70) . Nu (67) . Dt (3) . Nu 6 (1) : Nu 6,23 .
- ααρων = aarôn (Aäron) . Taalgebruik in het NT : aarôn (Aäron) . Taalgebruik in de LXX : aarôn (Aäron) . Bijbel (348 = 2² X 3 X 29) . LXX (343 = 7³) . NT (5) .

2. - 3. אֶל אַהֱרֹן = ´èl ´ahäron (tot Aäron) . Tenakh (30 = 2 X 3 X 5) ) . Ex (9) . Lv (16) . Nu (5) : (1) Nu 6,23 . (2) Nu 8,2 . (3) Nu 17,11 . (4) Nu 18,1 . (5) Nu 18,8 . Getalswaarde : 13 OF 31 + 40 OF 256 = 53 (priemgetal) OF 287 (7 X 41) . אֱלֹהִים = ´èlohîm (God) . Taalgebruik in Tenakh : ´èlohîm (God) . Getalwaarde : aleph = 1 ; lamed = 12 of 30 ; he = 5 ; jod = 10 ; mem = 13 of 40 ; totaal : 41 of 86 (2 X 43) . Structuur : 1 - 3 -5 -1 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 .

1. - 3. דַבֵּר אֶל אַהֱרֹן = dabber ´èl ´ahäron (spreek tot Aäron) . Tenakh (8) : (1) Lv 6,18 . (2) Lv 16,2 . (3) Lv 17,2 . (4) Lv 21,17 . (5) Lv 22,2 . (6) Lv 22,18 . (7) Nu 6,23 . (8) Nu 8,2 .

5. zelfst. naamw. mann. mv. en suffix bezittelijk voornaamw. 3de pers. mann. enk. בָּנָיו = bânâ(j)w (zijn zonen) . Tenakh (140) . Pentateuch (62) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (6) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (6) .

2. - 5. אֶל אַהֱרֹן וְאֶל בָּנָיו = ´èl áhäron wë´èl bânâ(j)w (tot Aäron en tot zijn zonen) . Tenakh (7) : (1) Lv 6,18 . (2) Lv 8,31 . (3) Lv 17,2 . (4) Lv 21,24 . (5) Lv 22,2 . (6) Lv 22,18 . (7) Nu 6,23 .

1. - 5. דַבֵּר אֶל אַהֱרֹן וְאֶל בָּנָיו = dabber ´èl ´ahäron wë´èl bânâ(j)w (spreek tot Aäron en tot zijn zonen) . Tenakh (5) : (1) Lv 6,18 . (2) Lv 17,2 . (3) Lv 22,2 . (4) Lv 22,18 . (5) Nu 6,23 .

6. לֵאמֹר = le´mor (om te zeggen) < prefix voorzetsel lë + act. qal inf. van het werkw. אמר = ´-m-r (zeggen) . Taalgebruik in Tenakh : ´âmar (zeggen) . Getalwaarde : aleph = 1 , mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 ; totaal : 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal) . Structuur : 1 - 4 - 2 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (897) . Pentateuch (298) . Eerdere Profeten (281) . Latere Profeten (197) . 12 Kleine Profeten (43) . Geschriften (78) . Gn (74 = 2 X 37) . Ex (49 = 7 X 7) . Lv (51 = 3 X 17) . Nu (84 = 7 X 12) . Dt (40) .

1. - 6. דַבֵּר אֶל אַהֱרֹן וְאֶל בָּנָיו לֵאמֹר = dabber ´èl ´ahäron wë´èl bânâ(j)w le´mor (spreek tot Aäron en tot zijn zonen om te zeggen) . Tenakh (2) : (1) Lv 6,18

Lv 6,19 - Lv 6,19 : De wet op het zondeoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,17 - Lv 6,18 - Lv 6,19 - Lv 6,20 - Lv 6,21 - Lv 6,22 - Lv 6,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
19 ὁ ἱερεὺς ὁ ἀναφέρων αὐτὴν ἔδεται αὐτήν· ἐν τόπῳ ἁγίῳ βρωθήσεται, ἐν αὐλῇ τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου. 26 sacerdos qui offert comedet eam in loco sancto in atrio tabernaculi   26 De priester, die het voor de zonde offert, zal het eten; in de heilige plaats zal het gegeten worden, in den voorhof van de tent der samenkomst. [19] De priester die het zondeoffer opdraagt, zal het ook eten, op een heilige plaats in de voorhof van de tent van samenkomst.  [19] Het vlees is bestemd voor de priester die het reinigingsoffer opdraagt. Het moet op een heilige plaats worden gegeten, binnen de omheining van de ontmoetingstent. 6:19 De priester die haar met zonde belaadt zal haar ook opeten; op een heilige plaats zal zij worden gegeten, in de voorhof van de tent van samenkomst. 26. 6:19 Le prêtre qui aura offert ce sacrifice la mangera. Elle sera mangée dans un lieu sacré sur le parvis de la Tente du Rendez-vous.

King James Bible . [26] The priest that offereth it for sin shall eat it: in the holy place shall it be eaten, in the court of the tabernacle of the congregation.
Luther-Bibel . 19Der Priester, der das Sündopfer darbringt, soll es essen an heiliger Stätte im Vorhof der Stiftshütte;

Tekstuitleg van Lv 6,19 .

Lv 6,20 - Lv 6,20 : De wet op het zondeoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,17 - Lv 6,18 - Lv 6,19 - Lv 6,20 - Lv 6,21 - Lv 6,22 - Lv 6,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
20 πᾶς ὁ ἁπτόμενος τῶν κρεῶν αὐτῆς ἁγιασθήσεται· καὶ ᾧ ἐὰν ἐπιρραντισθῇ ἀπὸ τοῦ αἵματος αὐτῆς ἐπὶ τὸ ἱμάτιον, ὃς ἐὰν ραντισθῇ ἐπ᾿ αὐτό, πλυθήσεται ἐν τόπῳ ἁγίῳ. 27 quicquid tetigerit carnes eius sanctificabitur si de sanguine illius vestis fuerit aspersa lavabitur in loco sancto   27 Al wat deszelfs vlees zal aanroeren, zal heilig zijn; zo wie van zijn bloed op een kleed zal gesprengd hebben, dat, waarop hij gesprengd zal hebben, zult gij in de heilige plaats wassen. [20] Ieder die het vlees ervan aanraakt is gewijd. Spat er bloed op iemands kleed, dan moet dat uitgewassen worden op een heilige plaats.  [20] Alles waarmee het vlees van het offer in aanraking komt, wordt zelf ook heilig: het valt de HEER toe. Als het bloed ervan op iemands kleren spat, moeten die op een heilige plaats worden gewassen. 6:20 Alles wat haar vlees aanraakt wordt geheiligd, en wanneer iets van haar bloed spat op het gewaad,- dat waarop gespat wordt zul je uitwassen op een heilige plaats. 27. 6:20 Tout ce qui en touchera la chair se trouvera consacré et, si du sang gicle sur les vêtements, la tache sera nettoyée dans un lieu sacré.

King James Bible . [27] Whatsoever shall touch the flesh thereof shall be holy: and when there is sprinkled of the blood thereof upon any garment, thou shalt wash that whereon it was sprinkled in the holy place.
Luther-Bibel . 20wer das Fleisch des Opfers anrührt, soll dem Heiligtum gehören. Und wer von seinem Blut ein Kleid besprengt, der soll das besprengte Stück waschen an heiliger Stätte.

Tekstuitleg van Lv 6,20 .

Lv 6,21 - Lv 6,21 : De wet op het zondeoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,17 - Lv 6,18 - Lv 6,19 - Lv 6,20 - Lv 6,21 - Lv 6,22 - Lv 6,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
21 καὶ σκεῦος ὀστράκινον, οὗ ἐὰν ἑψηθῇ ἐν αὐτῷ, συντριβήσεται· ἐὰν δὲ ἐν σκεύει χαλκῷ ἑψηθῇ, ἐκτρίψει αὐτὸ καὶ ἐκκλύσει ὕδατι. 28 vas autem fictile in quo cocta est confringetur quod si vas aeneum fuerit defricabitur et lavabitur aqua   28 En het aarden vat, waarin het gezoden is, zal gebroken worden; maar zo het in een koperen vat gezoden is, zo zal het geschuurd en in water gespoeld worden. [21] Het aarden vaatwerk waarin het gekookt is, moet stukgeslagen worden; als het in een bronzen vat gekookt is, dan moet dit geschuurd en uitgespoeld worden.  [21] Het aardewerk waarin het vlees gekookt is, moet worden stukgebroken, en als het in bronzen of koperen gerei is gekookt moet dat worden geschuurd en met water schoongespoeld. 6:21 Gerei van gres waarin het wordt gekookt moet worden gebroken; als het in gerei van koper is gekookt: schoongeschuurd en afgespoeld met water moet het worden. 28. 6:21 Le vase d'argile où la viande aura cuit sera brisé et, si elle a cuit dans un vase de bronze, il sera frotté et rincé à grande eau.

King James Bible . [28] But the earthen vessel wherein it is sodden shall be broken: and if it be sodden in a brasen pot, it shall be both scoured, and rinsed in water.
Luther-Bibel . 21Und den irdenen Topf, darin es gekocht ist, soll man zerbrechen. Ist's aber ein kupferner Topf, so soll man ihn scheuern und mit Wasser spülen.

Tekstuitleg van Lv 6,21 .

Lv 6,22 - Lv 6,22 : De wet op het zondeoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,17 - Lv 6,18 - Lv 6,19 - Lv 6,20 - Lv 6,21 - Lv 6,22 - Lv 6,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
22 πᾶς ἄρσην ἐν τοῖς ἱερεῦσι φάγεται αὐτά· ἅγια ἁγίων ἐστὶ Κυρίῳ. 29 omnis masculus de genere sacerdotali vescetur carnibus eius quia sanctum sanctorum est   29 Al wat mannelijk is onder de priesteren, zal dat eten; het is een heiligheid der heiligheden. [22] Alleen mannelijke leden van het priestergeslacht mogen het eten. Het is hoogheilig.  [22] Alle mannelijke leden van de priesterfamilie mogen van het reinigingsoffer eten; het is allerheiligst. 6:22 Al wat mannelijk is bij de priesters zal van haar eten; een heiligdom van heiliging is zij. 29. 6:22 Tout mâle parmi les prêtres en pourra manger, c'est une chose très sainte ;

King James Bible . [29] All the males among the priests shall eat thereof: it is most holy.
Luther-Bibel . 22Wer männlich ist in den Familien der Priester, darf davon essen; es ist ein Hochheiliges.

Tekstuitleg van Lv 6,22 .

Lv 6,23 - Lv 6,23 : De wet op het zondeoffer - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 6 -- Lv 6,1-6 -- Lv 6,7-16 -- Lv 6,17-23 -- Lv 6,17 - Lv 6,18 - Lv 6,19 - Lv 6,20 - Lv 6,21 - Lv 6,22 - Lv 6,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
23 καὶ πάντα τὰ περὶ τῆς ἁμαρτίας, ὧν ἐὰν εἰσενεχθῇ ἀπὸ τοῦ αἵματος αὐτῶν εἰς τὴν σκηνὴν τοῦ μαρτυρίου ἐξιλάσασθαι ἐν τῷ ἁγίῳ, οὐ βρωθήσεται· ἐν πυρὶ κατακαυθήσεται. 30 hostia enim quae caeditur pro peccato cuius sanguis infertur in tabernaculum testimonii ad expiandum in sanctuario non comedetur sed conburetur igni   30 Maar geen zondoffer, van welks bloed in de tent der samenkomst zal gebracht worden, om in het heiligdom te verzoenen, zal gegeten worden; het zal in het vuur verbrand worden. [23] Het zondeoffer echter, waarvan het bloed naar de tent van samenkomst gebracht is om er in het heiligdom de verzoeningsrite mee te voltrekken, mag niet worden gegeten; het moet verbrand worden.  [23] Maar reinigingsoffers waarvan het bloed naar de ontmoetingstent is gebracht om te worden gebruikt voor de verzoeningsrite in het heiligdom zelf, mogen niet gegeten worden; ze moeten worden verbrand. 6:23 Maar elke ontzondigingsgave waarvan iets van het bloed wordt binnengebracht in de tent van samenkomst om verzoening te vragen in het heiligdom zal niet worden opgegeten; die zal in het vuur worden verbrand! 30. 6:23 mais on ne mangera aucune des victimes offertes pour le péché, dont le sang aura été porté dans la Tente du Rendez-vous pour faire l'expiation dans le sanctuaire : elles seront livrées au feu.

King James Bible . [30] And no sin offering, whereof any of the blood is brought into the tabernacle of the congregation to reconcile withal in the holy place, shall be eaten: it shall be burnt in the fire.
Luther-Bibel . 23Aber von allen Sündopfern, von deren Blut etwas in die Stiftshütte gebracht worden ist, um die Sühnung zu vollziehen im Heiligen, soll man nichts essen, sondern sie mit Feuer verbrennen.

Tekstuitleg van Lv 6,23 .


SEPTUAGINTA

ΚΑΙ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων· 2 ἔντειλαι ᾿Ααρὼν καὶ τοῖς υἱοῖς αὐτοῦ, λέγων· οὗτος ὁ νόμος τῆς ὁλοκαυτώσεως· αὐτὴ ἡ ὁλοκαύτωσις ἐπὶ τῆς καύσεως αὐτῆς ἐπὶ τοῦ θυσιαστηρίου ὅλην τὴν νύκτα ἕως τὸ πρωΐ, καὶ τὸ πῦρ τοῦ θυσιαστηρίου καυθήσεται ἐπ᾿ αὐτοῦ, οὐ σβεσθήσεται. 3 καὶ ἐνδύσεται ὁ ἱερεὺς χιτῶνα λινοῦν καὶ περισκελὲς λινοῦν ἐνδύσεται περὶ τὸ σῶμα αὐτοῦ, καὶ ἀφελεῖ τὴν κατακάρπωσιν, ἣν ἂν καταναλώσῃ τὸ πῦρ, τὴν ὁλοκαύτωσιν, ἀπὸ τοῦ θυσιαστηρίου, καὶ παραθήσει αὐτὸ ἐχόμενον τοῦ θυσιαστηρίου. 4 καὶ ἐκδύσεται τὴν στολὴν αὐτοῦ καὶ ἐνδύσεται στολὴν ἄλλην, καὶ ἐξοίσει τὴν κατακάρπωσιν ἔξω τῆς παρεμβολῆς εἰς τόπον καθαρόν. 5 καὶ πῦρ ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον καυθήσεται ἀπ᾿ αὐτοῦ καὶ οὐ σβεσθήσεται, καὶ καύσει ἐπ᾿ αὐτοῦ ὁ ἱερεὺς ξύλα τὸ πρωΐ πρωΐ· καὶ στοιβάσει ἐπ᾿ αὐτοῦ τὴν ὁλοκαύτωσιν καὶ ἐπιθήσει ἐπ᾿ αὐτὸ τὸ στέαρ τοῦ σωτηρίου· 6 καὶ πῦρ διὰ παντὸς καυθήσεται ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον, οὐ σβεσθήσεται. 7 Οὗτος ὁ νόμος τῆς θυσίας, ἣν προσάξουσιν αὐτὴν οἱ υἱοὶ ᾿Ααρὼν ἔναντι Κυρίου ἀπέναντι τοῦ θυσιαστηρίου· 8 καὶ ἀφελεῖ ἀπ᾿ αὐτοῦ τῇ δρακὶ ἀπὸ τῆς σεμιδάλεως τῆς θυσίας σὺν τῷ ἐλαίῳ αὐτῆς καὶ σὺν παντὶ τῷ λιβάνῳ αὐτῆς τὰ ὄντα ἐπὶ τῆς θυσίας καὶ ἀνοίσει ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον κάρπωμα, ὀσμὴν εὐωδίας, τὸ μνημόσυνον αὐτῆς τῷ Κυρίῳ. 9 τὸ δὲ καταλειφθὲν ἀπ᾿ αὐτῆς ἔδεται ᾿Ααρὼν καὶ οἱ υἱοὶ αὐτοῦ· ἄζυμα βρωθήσεται ἐν τόπῳ ἁγίῳ, ἐν αὐλῇ τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου ἔδονται αὐτήν. 10 οὐ πεφθήσεται ἐζυμωμένη· μερίδα αὐτὴν ἔδωκα αὐτοῖς ἀπὸ τῶν καρπωμάτων Κυρίου· ἅγια ἁγίων ἐστίν, ὥσπερ τὸ τῆς ἁμαρτίας καὶ ὥσπερ τὸ τῆς πλημμελείας. 11 πᾶν ἀρσενικὸν τῶν ἱερέων ἔδονται αὐτήν· νόμιμον αἰώνιον εἰς τὰς γενεὰς ὑμῶν ἀπὸ τῶν καρπωμάτων Κυρίου. πᾶς ὃς ἐὰν ἅψηται αὐτῶν, ἁγιασθήσεται. 12 Καὶ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων· 13 τοῦτο τὸ δῶρον ᾿Ααρὼν καὶ τῶν υἱῶν αὐτοῦ, ὃ προσοίσουσι Κυρίῳ ἐν τῇ ἡμέρᾳ, ᾗ ἂν χρίσῃς αὐτόν· τὸ δέκατον τοῦ οἰφὶ σεμιδάλεως εἰς θυσίαν διὰ παντός, τὸ ἥμισυ αὐτῆς τὸ πρωΐ, καὶ τὸ ἥμισυ αὐτῆς τὸ δειλινόν. 14 ἐπὶ τηγάνου ἐν ἐλαίῳ ποιηθήσεται, πεφυραμένην οἴσει αὐτήν, ἑλικτά, θυσίαν ἐκ κλασμάτων, θυσίαν εἰς ὀσμὴν εὐωδίας Κυρίῳ. 15 ὁ ἱερεὺς ὁ χριστὸς ἀντ᾿ αὐτοῦ ἐκ τῶν υἱῶν αὐτοῦ ποιήσει αὐτήν· νόμος αἰώνιος, ἅπαν ἐπιτελεσθήσεται. 16 καὶ πᾶσα θυσία ἱερέως ὁλόκαυτος ἔσται καὶ οὐ βρωθήσεται. 17 Καὶ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων· 18 λάλησον ᾿Ααρὼν καὶ τοῖς υἱοῖς αὐτοῦ λέγων· οὗτος ὁ νόμος τῆς ἁμαρτίας· ἐν τόπῳ, οὗ σφάζουσι τὸ ὁλοκαύτωμα, σφάξουσι τὰ περὶ τῆς ἁμαρτίας ἔναντι Κυρίου· ἅγια ἁγίων ἐστίν. 19 ὁ ἱερεὺς ὁ ἀναφέρων αὐτὴν ἔδεται αὐτήν· ἐν τόπῳ ἁγίῳ βρωθήσεται, ἐν αὐλῇ τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου. 20 πᾶς ὁ ἁπτόμενος τῶν κρεῶν αὐτῆς ἁγιασθήσεται· καὶ ᾧ ἐὰν ἐπιρραντισθῇ ἀπὸ τοῦ αἵματος αὐτῆς ἐπὶ τὸ ἱμάτιον, ὃς ἐὰν ραντισθῇ ἐπ᾿ αὐτό, πλυθήσεται ἐν τόπῳ ἁγίῳ. 21 καὶ σκεῦος ὀστράκινον, οὗ ἐὰν ἑψηθῇ ἐν αὐτῷ, συντριβήσεται· ἐὰν δὲ ἐν σκεύει χαλκῷ ἑψηθῇ, ἐκτρίψει αὐτὸ καὶ ἐκκλύσει ὕδατι. 22 πᾶς ἄρσην ἐν τοῖς ἱερεῦσι φάγεται αὐτά· ἅγια ἁγίων ἐστὶ Κυρίῳ. 23 καὶ πάντα τὰ περὶ τῆς ἁμαρτίας, ὧν ἐὰν εἰσενεχθῇ ἀπὸ τοῦ αἵματος αὐτῶν εἰς τὴν σκηνὴν τοῦ μαρτυρίου ἐξιλάσασθαι ἐν τῷ ἁγίῳ, οὐ βρωθήσεται· ἐν πυρὶ κατακαυθήσεται.


 

VULGAAT

6. 1 locutus est Dominus ad Mosen dicens 2 anima quae peccaverit et contempto Domino negaverit depositum proximo suo quod fidei eius creditum fuerat vel vi aliquid extorserit aut calumniam fecerit 3 sive rem perditam invenerit et infitians insuper peierarit et quodlibet aliud ex pluribus fecerit in quibus peccare solent homines 4 convicta delicti reddet 5 omnia quae per fraudem voluit obtinere integra et quintam insuper partem domino cui damnum intulerat 6 pro peccato autem suo offeret arietem inmaculatum de grege et dabit eum sacerdoti iuxta aestimationem mensuramque delicti 7 qui rogabit pro eo coram Domino et dimittetur illi pro singulis quae faciendo peccaverit 8 locutus est Dominus ad Mosen dicens 9 praecipe Aaron et filiis eius haec est lex holocausti cremabitur in altari tota nocte usque mane ignis ex eodem altari erit 10 vestietur sacerdos tunica et feminalibus lineis tolletque cineres quos vorans ignis exusit et ponens iuxta altare 11 spoliabitur prioribus vestimentis indutusque aliis efferet eos extra castra et in loco mundissimo usque ad favillam consumi faciet 12 ignis autem in altari semper ardebit quem nutriet sacerdos subiciens ligna mane per singulos dies et inposito holocausto desuper adolebit adipes pacificorum 13 ignis est iste perpetuus qui numquam deficiet in altari 14 haec est lex sacrificii et libamentorum quae offerent filii Aaron coram Domino et coram altari 15 tollet sacerdos pugillum similae quae conspersa est oleo et totum tus quod super similam positum est adolebitque illud in altari in monumentum odoris suavissimi Domino 16 reliquam autem partem similae comedet Aaron cum filiis suis absque fermento et comedet in loco sancto atrii tabernaculi 17 ideo autem non fermentabitur quia pars eius in Domini offertur incensum sanctum sanctorum erit sicut pro peccato atque delicto 18 mares tantum stirpis Aaron comedent illud legitimum ac sempiternum est in generationibus vestris de sacrificiis Domini omnis qui tetigerit illa sanctificabitur 19 et locutus est Dominus ad Mosen dicens 20 haec est oblatio Aaron et filiorum eius quam offerre debent Domino in die unctionis suae decimam partem oephi offerent similae in sacrificio sempiterno medium eius mane et medium vespere 21 quae in sartagine oleo conspersa frigetur offeret autem eam calidam in odorem suavissimum Domino 22 sacerdos qui patri iure successerit et tota cremabitur in altari 23 omne enim sacrificium sacerdotum igne consumetur nec quisquam comedet ex eo 24 locutus est Dominus ad Mosen dicens 25 loquere Aaron et filiis eius ista est lex hostiae pro peccato in loco ubi offertur holocaustum immolabitur coram Domino sanctum sanctorum est 26 sacerdos qui offert comedet eam in loco sancto in atrio tabernaculi 27 quicquid tetigerit carnes eius sanctificabitur si de sanguine illius vestis fuerit aspersa lavabitur in loco sancto 28 vas autem fictile in quo cocta est confringetur quod si vas aeneum fuerit defricabitur et lavabitur aqua 29 omnis masculus de genere sacerdotali vescetur carnibus eius quia sanctum sanctorum est 30 hostia enim quae caeditur pro peccato cuius sanguis infertur in tabernaculum testimonii ad expiandum in sanctuario non comedetur sed conburetur igni