- WEBSITEWEGWIJZER - BIJBELBOEK LEVITICUS 8 - Lv 8 -- Structuur -- Taalgebruik -- Commentaar -- http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt0308.htm -- http://www.myriobiblos.gr/bible/ot/chapter.asp?book=3&page=8 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 --

Tekstuitleg : - Lv 1 - Lv 2 - Lv 3 - Lv 4 - Lv 5 - Lv 6 - Lv 7 - Lv 8 - Lv 9 - Lv 10 - Lv 11 - Lv 12 - Lv 13 - Lv 14 - Lv 15 - Lv 16 - Lv 17 - Lv 18 - Lv 19 - Lv 20 - Lv 21 - Lv 22 - Lv 23 - Lv 24 - Lv 25 - Lv 26 - Lv 27 -
Overzicht van de perikopen :
Overzicht vers per vers : - Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -


ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 

- Hebreeuws : http://www.mechon-mamre.org/p/pt/pt0308.htm . http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Hebreeuws OF modern Hebreeuws (NT) .
- Targum Onkelos : Targum Onkelos .
- Griekse tekst - Septuaginta : http://www.greekbible.com/index.php . Griekse tekst - Septuaginta .
- Aramees - Peshitta NT : http://unbound.biola.edu/index.cfm?method=searchResults.doSearch . Aramees - Peshitta .
- Vulgata : http://www.intratext.com/IXT/LAT0001/_PUZ.HTM . Vulgata .
- Statenvertaling : http://www.statenvertaling.net/bijbel/luka/24.html . Statenvertaling .
- Willibrordvertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=66825,66877 . Willibrordvertaling .
- De Nieuwe Vertaling : http://www.willibrordbijbel.nl/?p=page&i=66825,66877 . De Nieuwe Vertaling .
- De Naardense bijbel : http://naardensebijbel.nl/zoek.php . De Naardense bijbel .
- Bible de Jérusalem : http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Bible de Jérusalem .
- King James Bible : http://quod.lib.umich.edu/cgi/k/kjv/kjv-idx?type=DIV1&byte=4609530 . King James Bible .
- Luther Bibel : http://www.die-bibel.de/online-bibeln/luther-bibel-1984/bibeltext/bibelstelle/Lukas%2024/bibel/text/lesen/ch/899d58043b75483a5525c5c4b3d191f4/ . Luther Bibel .
- Arabisch :http://www.lexilogos.com/bible_multilingue.htm . Arabisch .


Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

- Lv 8,1-36 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -

Lv 8,1 - Lv 8,1 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
ΚΑΙ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων· 8. 1 locutusque est Dominus ad Mosen dicens   1 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: [1] De* heer sprak tot Mozes: 8 Aäron en zijn zonen als priester gewijd [1] De HEER zei tegen Mozes: 8:1 Dan spreekt de Ene tot Mozes en zegt: Leviticus  

King James Bible . [1] And the LORD spake unto Moses, saying,
Luther-Bibel . 81Und der HERR redete mit Mose und sprach:

Tekstuitleg van Lv 8,1 .

Lv 8,2 - Lv 8,2 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
2 λάβε ᾿Ααρὼν καὶ τοὺς υἱοὺς αὐτοῦ καὶ τὰς στολὰς αὐτοῦ καὶ τὸ ἔλαιον τῆς χρίσεως καὶ τὸν μόσχον τὸν περὶ τῆς ἁμαρτίας καὶ τοὺς δύο κριοὺς καὶ τὸ κανοῦν τῶν ἀζύμων, 2 tolle Aaron cum filiis suis vestes eorum et unctionis oleum vitulum pro peccato duos arietes canistrum cum azymis   2 Neem Aäron en zijn zonen met hem, en de klederen, en de zalfolie, daartoe den var des zondoffers, en de twee rammen, en den korf van de ongezuurde broden; [2] 'Haal Aäron en zijn zonen, de gewaden en de zalfolie, een stier voor het zondeoffer, twee rammen en een korf met ongezuurd brood. [2] 'Ontbied Aäron en zijn zonen, haal de priesterkleding, de zalfolie, een stier voor het reinigingsoffer, twee rammen en een mand met ongedesemd brood, 8:2 neem Aäron en zijn zonen met hem, de gewaden en de olijfolie voor de zalving; de var voor de ontzondiging, de twee rammen en de korf met de matses;  

King James Bible . [2] Take Aaron and his sons with him, and the garments, and the anointing oil, and a bullock for the sin offering, and two rams, and a basket of unleavened bread;
Luther-Bibel . 2Nimm Aaron und seine Söhne und die Kleider und das Salböl und den jungen Stier zum Sündopfer, die beiden Widder und den Korb mit ungesäuertem Brot

Tekstuitleg van Lv 8,2 .

Lv 8,3 - Lv 8,3 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3 καὶ πᾶσαν τὴν συναγωγὴν ἐκκλησίασον ἐπὶ τὴν θύραν τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου. 3 et congregabis omnem coetum ad ostium tabernaculi   3 En verzamel de ganse vergadering aan de deur van de tent der samenkomst. [3] Roep dan heel de gemeenschap samen, bij de ingang van de tent van samenkomst.' [3] en roep het hele volk bijeen bij de ingang van de ontmoetingstent.' 8:3 heel de samenkomst, roep die ter vergadering,- naar de ingang van de tent van samenkomst.  

King James Bible . [3] And gather thou all the congregation together unto the door of the tabernacle of the congregation.
Luther-Bibel . 3und versammle die ganze Gemeinde vor der Tür der Stiftshütte.

Tekstuitleg van Lv 8,3 .

Lv 8,4 - Lv 8,4 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
4 καὶ ἐποίησε Μωυσῆς ὃν τρόπον συνέταξεν αὐτῷ Κύριος, καὶ ἐξεκκλησίασε τὴν συναγωγὴν ἐπὶ τὴν θύραν τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου. 4 fecit Moses ut Dominus imperarat congregataque omni turba ante fores   4 Mozes nu deed, gelijk als de HEERE hem geboden had; en de vergadering werd verzameld aan de deur van de tent der samenkomst. [4] Mozes gaf gehoor aan het bevel van de heer en heel de gemeenschap kwam bijeen bij de ingang van de tent van samenkomst. [4] Mozes deed wat de HEER hem had opgedragen. Toen de hele gemeenschap zich bij de ingang van de ontmoetingstent verzameld had, 8:4 Dan dóet Mozes zoals de Ene hem heeft geboden,- en vergadert de samenkomst zich bij de ingang van de tent van samenkomst.  

King James Bible . [4] And Moses did as the LORD commanded him; and the assembly was gathered together unto the door of the tabernacle of the congregation.
Luther-Bibel . 4Mose tat, wie ihm der HERR geboten hatte, und versammelte die Gemeinde vor der Tür der Stiftshütte

Tekstuitleg van Lv 8,4 .

2. act. piël perf. 3de pers. mann. enk. צִוָּה = tsiwwâh (hij beval) van het werkw. צָוָה = tsâwâh (opdragen, bevelen ) . Taalgebruik in Tenakh : tsâwâh (opdragen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 29 OF 101 (priemgetal) . Structuur : 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (192) . Pentateuch (110) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (27) . Lv (22) : (1) Lv 7,36 . (2) Lv 7,38 . (3) Lv 8,4 . (4) Lv 8,5 . (5) Lv 8,9 . (6) Lv 8,13 . (7) Lv 8,17 . (8) Lv 8,21 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,34 . (11) Lv 8,36 . (12) Lv 9,5 . (13) Lv 9,6 . (14) Lv 9,7 . (15) Lv 9,10 . (16) Lv 9,21 . (17) Lv 10,1 . (18) Lv 10,15 . (19) Lv 16,34 . (20) Lv 17,2 . (21) Lv 24,23 . (22) Lv 27,34 .

Lv 8,5 - Lv 8,5 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
5 καὶ εἶπε Μωυσῆς τῇ συναγωγῇ· τοῦτό ἐστι τὸ ρῆμα, ὃ ἐνετείλατο Κύριος ποιῆσαι. 5 ait iste est sermo quem iussit Dominus fieri   5 Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen. [5] Daar sprak Mozes tot hen: 'Wat wij nu gaan doen, gebeurt op het bevel van de heer.' [5] zei Mozes tegen hen: 'Wat er nu gedaan wordt, gebeurt in opdracht van de HEER.' 8:5 Mozes zegt tot de samenkomst: dít is het woord dat de Ene heeft geboden om te doen!  

King James Bible . [5] And Moses said unto the congregation, This is the thing which the LORD commanded to be done.
Luther-Bibel . 5und sprach zu ihnen: Dies ist's, was der HERR geboten hat zu tun.

Tekstuitleg van Lv 8,5 .

8. act. piël perf. 3de pers. mann. enk. צִוָּה = tsiwwâh (hij beval) van het werkw. צָוָה = tsâwâh (opdragen, bevelen ) . Taalgebruik in Tenakh : tsâwâh (opdragen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 29 OF 101 (priemgetal) . Structuur : 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (192) . Pentateuch (110) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (27) . Lv (22) : (1) Lv 7,36 . (2) Lv 7,38 . (3) Lv 8,4 . (4) Lv 8,5 . (5) Lv 8,9 . (6) Lv 8,13 . (7) Lv 8,17 . (8) Lv 8,21 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,34 . (11) Lv 8,36 . (12) Lv 9,5 . (13) Lv 9,6 . (14) Lv 9,7 . (15) Lv 9,10 . (16) Lv 9,21 . (17) Lv 10,1 . (18) Lv 10,15 . (19) Lv 16,34 . (20) Lv 17,2 . (21) Lv 24,23 . (22) Lv 27,34 .

Lv 8,6 - Lv 8,6 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
6 καὶ προσήνεγκε Μωυσῆς τὸν ᾿Ααρὼν καὶ τοὺς υἱοὺς αὐτοῦ, καὶ ἔλουσεν αὐτοὺς ὕδατι· 6 statimque obtulit Aaron et filios eius cumque lavisset eos   6 En Mozes deed Aäron en zijn zonen naderen, en wies hen met dat water. [6] Daarop liet hij Aäron en zijn zonen naar voren komen en reinigde hen met water. [6] Mozes liet Aäron en zijn zonen bij zich komen en waste hen met water. 8:6 Dan doet Mozes naderen Aäron, en zijn zonen; en wast hen in het water schoon.  

King James Bible . [6] And Moses brought Aaron and his sons, and washed them with water.
Luther-Bibel . 6Und Mose ließ herzutreten Aaron und seine Söhne und wusch sie mit Wasser

Tekstuitleg van Lv 8,6 .

Lv 8,7 - Lv 8,7 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7 καὶ ἐνέδυσεν αὐτὸν τὸν χιτῶνα καὶ ἔζωσεν αὐτὸν τὴν ζώνην καὶ ἐνέδυσεν αὐτὸν τὸν ὑποδύτην καὶ ἐπέθηκεν ἐπ᾿ αὐτὸν τὴν ἐπωμίδα καὶ συνέζωσεν αὐτὸν κατὰ τὴν ποίησιν τῆς ἐπωμίδος καὶ συνέσφιγξεν αὐτὸν ἐν αὐτῇ, 7 vestivit pontificem subucula linea accingens eum balteo et induens tunica hyacinthina et desuper umerale inposuit   7 Daar deed hij hem den rok aan, en gordde hem met den gordel, en trok hem den mantel aan; en deed hij hem den efod aan, en gordde dien met den kunstelijken riem des efods, en ombond hem daarmede. [7] Hij bekleedde Aäron met de tuniek, deed hem de gordel om en hing hem de mantel om. Hij legde hem de efod* op en bond deze met de sjerp vast. [7] Daarna trok hij Aäron de tuniek aan, bond hem de gordel om en trok hem het bovenkleed aan. Hij bond hem de priesterschort om, maakte die vast met de bijbehorende band 8:7 Hij geeft de mantel over hem aan en omgordt hem met de band; hij trekt hem het overkleed aan en geeft daarover de efod aan; hij omgordt hem met de kunstige gordel van de efod en bindt hem daarmee de efod om.  

King James Bible . [7] And he put upon him the coat, and girded him with the girdle, and clothed him with the robe, and put the ephod upon him, and he girded him with the curious girdle of the ephod, and bound it unto him therewith.
Luther-Bibel . 7und legte ihm das leinene Gewand an und gürtete ihn mit dem Gürtel und zog ihm das Obergewand an und tat ihm den Priesterschurz um und gürtete ihn mit dem Gurt des Schurzes.

Tekstuitleg van Lv 8,7 .

Lv 8,8 - Lv 8,8 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8 καὶ ἐπέθηκεν ἐπ᾿ αὐτὴν τὸ λογεῖον καὶ ἐπέθηκεν ἐπὶ τὸ λογεῖον τὴν δήλωσιν καὶ τὴν ἀλήθειαν· 8 quod adstringens cingulo aptavit rationali in quo erat doctrina et veritas   8 Voorts deed hij hem den borstlap aan, en voegde aan den borstlap de Urim en de Thummim. [8] Hij deed hem de orakeltas voor en legde daarin de oerim en toemmim. [8] en deed hem de borsttas voor, waarin hij de twee orakelstenen legde. 8:8 Dan legt hij daarop het borstschild vast; hij geeft in het borstschild plaats aan de oeriem en de toemiem.  

King James Bible . [8] And he put the breastplate upon him: also he put in the breastplate the Urim and the Thummim.
Luther-Bibel . 8Dann tat er ihm die Brusttasche an und legte in die Tasche die Lose »Licht und Recht«

Tekstuitleg van Lv 8,8 .

Lv 8,9 - Lv 8,9 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
9 καὶ ἐπέθηκε τὴν μίτραν ἐπὶ τὴν κεφαλὴν αὐτοῦ καὶ ἐπέθηκεν ἐπὶ τὴν μίτραν κατὰ πρόσωπον αὐτοῦ τὸ πέταλον τὸ χρυσοῦν τὸ καθηγιασμένον ἅγιον, ὃν τρόπον συνέταξε Κύριος τῷ Μωυσῇ. 9 cidarim quoque texit caput et super eam contra frontem posuit lamminam auream consecratam in sanctificationem sicut praeceperat ei Dominus   9 En hij zette den hoed op zijn hoofd; en aan den hoed boven zijn aangezicht zette hij de gouden plaat, de kroon der heiligheid, gelijk als de HEERE Mozes geboden had. [9] Hij zette hem de tulband met de gouden plaat aan de voorkant op het hoofd, het teken van zijn wijding. Zo had de heer het bevolen. [9] Hij deed hem de tulband om en plaatste aan de voorkant daarvan de gouden rozet, de heilige diadeem, zoals de HEER hem had opgedragen. 8:9 Hij zet de tiara op zijn hoofd; hij zet op de tiara aan de voorkant van zijn aanschijn de bloesemplaat van goud, de wijkrans van het heiligdom,- zoals de Ene aan Mozes heeft geboden.  

King James Bible . [9] And he put the mitre upon his head; also upon the mitre, even upon his forefront, did he put the golden plate, the holy crown; as the LORD commanded Moses.
Luther-Bibel . 9und setzte ihm den Kopfbund auf sein Haupt und befestigte an dem Kopfbund vorn das goldene Stirnblatt, den heiligen Reif, wie der HERR es Mose geboten hatte.

Tekstuitleg van Lv 8,9 .

Lv 8,9.1. prefix waw consecutivum + act. qal imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud וַיָּשֶׂם = wajjâshèm (en hij plaatste) van het werkw. שָׂם = shâm (plaatsen, stellen)  . Taalgebruik in Tenakh : shâm (plaatsen, stellen) . Getalswaarde : shin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 340 (10 X 34) . Structuur : 3 - 4 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (87) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (36) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (14) . Gn (14) : (1) Gn 2,8 . (2) Gn 4,15 . (3) Gn 22,6 . (4) Gn 22,9 . (5) Gn 24,9 . (6) Gn 28,11 . (7) Gn 28,18 . (8) Gn 30,36 . (9) Gn 31,21 . (10) Gn 33,2 . (11) Gn 37,34 . (12) Gn 41,42 . (13) Gn 47,26 . (14) Gn 48,20 . Ex (13) : (1) Ex 9,5 . (2) Ex 14,21 . (3) Ex 19,7 . (4) Ex 24,6 . (5) Ex 39,7 . In acht verzen in Ex 40 : (1) Ex 40,18 . (2) Ex 40,19 . (3) Ex 40,20 . (4) Ex 40,21 . (5) Ex 40,24 . (6) Ex 40,26 . (7) Ex 40,28 . (8) Ex 40,30 . Lv (3) : (1) Lv 8,8 . (2) Lv 8,9 . (3) Lv 8,26 . Nu (3) : (1) Nu 6,26 . (2) Nu 23,5 . (3) Nu 23,16 . Dt (0) .

shâm (plaatsen, stellen)  Tenakh Pentateuch Vroege prof. 12 kl. prof. grote prof. hagiografen
qal imperf. 3de p. enk. wajjâshèm   87  33  36  2 14 

shâm (plaatsen, stellen)  Tenakh Gn   Ex   Lv   Nu   Joz   Re   1 S  2 S  1 K  2 K  1 Kr  2 Kr  Est  Job  Ps  Js  Da  Hab  Sef 
qal imperf. 3de p. mann. enk. wajjâshèm  87  14 13  2

- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. επεθηκεν = epethèken (hij legde op) van het werkw. επιτιθημι = epitithèmi (opleggen) . Taalgebruik in het NT : epitithèmi (opleggen) . Taalgebruik in de LXX : epitithèmi (opleggen) . NT (5) : (1) Mc 3,16 . (2) Mc 3,17 . (3) Mc 8,25 . (4) Lc 13,13 . (5) Joh 9,15 .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. epethèken   54  49             

Lv 8,9.6. prefix waw consecutivum + act. qal imperfectum derde persoon mannelijk enkelvoud וַיָּשֶׂם = wajjâshèm (en hij plaatste) van het werkw. שָׂם = shâm (plaatsen, stellen)  . Taalgebruik in Tenakh : shâm (plaatsen, stellen) . Getalswaarde : shin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 340 (10 X 34) . Structuur : 3 - 4 . De som van de elementen is telkens 7 . Tenakh (87) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (36) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (14) . Gn (14) : (1) Gn 2,8 . (2) Gn 4,15 . (3) Gn 22,6 . (4) Gn 22,9 . (5) Gn 24,9 . (6) Gn 28,11 . (7) Gn 28,18 . (8) Gn 30,36 . (9) Gn 31,21 . (10) Gn 33,2 . (11) Gn 37,34 . (12) Gn 41,42 . (13) Gn 47,26 . (14) Gn 48,20 . Ex (13) : (1) Ex 9,5 . (2) Ex 14,21 . (3) Ex 19,7 . (4) Ex 24,6 . (5) Ex 39,7 . In acht verzen in Ex 40 : (1) Ex 40,18 . (2) Ex 40,19 . (3) Ex 40,20 . (4) Ex 40,21 . (5) Ex 40,24 . (6) Ex 40,26 . (7) Ex 40,28 . (8) Ex 40,30 . Lv (3) : (1) Lv 8,8 . (2) Lv 8,9 . (3) Lv 8,26 . Nu (3) : (1) Nu 6,26 . (2) Nu 23,5 . (3) Nu 23,16 . Dt (0) .

shâm (plaatsen, stellen)  Tenakh Pentateuch Vroege prof. 12 kl. prof. grote prof. hagiografen
qal imperf. 3de p. enk. wajjâshèm   87  33  36  2 14 

shâm (plaatsen, stellen)  Tenakh Gn   Ex   Lv   Nu   Joz   Re   1 S  2 S  1 K  2 K  1 Kr  2 Kr  Est  Job  Ps  Js  Da  Hab  Sef 
qal imperf. 3de p. mann. enk. wajjâshèm  87  14 13  2

- Grieks : act. ind. aor. 3de pers. enk. επεθηκεν = epethèken (hij legde op) van het werkw. επιτιθημι = epitithèmi (opleggen) . Taalgebruik in het NT : epitithèmi (opleggen) . Taalgebruik in de LXX : epitithèmi (opleggen) . NT (5) : (1) Mc 3,16 . (2) Mc 3,17 . (3) Mc 8,25 . (4) Lc 13,13 . (5) Joh 9,15 .

    bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  act. ind. aor. 3de pers. enk. epethèken   54  49             

Lv 8,9.17. כַּאֲשֶׁר = ka´äsjèr (zoals) < prefix kë + אֲשֶׁר = ´äsjèr (die) OF persoonsnaam אָשֶׁר = ´âsjer (Aser) . Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) . Getalwaarde van ´äsjèr (die) : aleph = 1 , sjin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 501 (3 X 167) . Structuur : 1 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (488) . Pentateuch (202) . Eerdere Profeten (68) . Latere Profeten (68) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (56) . Joz 4 (6) : (1) Joz 4,1 . (2) Joz 4,8 . (3) Joz 4,11 . (4) Joz 4,12 . (5) Joz 4,14 . (6) Joz 4,23 .
- Grieks : καθως = kathôs (zoals) . Taalgebruik in het NT : kathôs (zoals) . Taalgebruik in de LXX : kathôs (zoals) .
- Ned. : zoals . Arabisch : كَما = kamâ (zoals) . Taalgebruik in de Qoran : kamâ (zoals) . D. : wie . E. : as . Fr. : selon . Gr. καθως = kathôs (zoals) . Taalgebruik in het NT : kathôs (zoals) . Hebreeuws : כַאֲשֶׁר = ka´äsjèr (zoals) < prefix kë + אֲשֶׁר = ´äsjèr (die). Taalgebruik in Tenakh : ´äsjèr (die) .

Lv 8,9.18. act. piël perf. 3de pers. mann. enk. צִוָּה = tsiwwâh (hij beval) van het werkw. צָוָה = tsâwâh (opdragen, bevelen ) . Taalgebruik in Tenakh : tsâwâh (opdragen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 29 OF 101 (priemgetal) . Structuur : 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (192) . Pentateuch (110) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (27) . Lv (22) : (1) Lv 7,36 . (2) Lv 7,38 . (3) Lv 8,4 . (4) Lv 8,5 . (5) Lv 8,9 . (6) Lv 8,13 . (7) Lv 8,17 . (8) Lv 8,21 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,34 . (11) Lv 8,36 . (12) Lv 9,5 . (13) Lv 9,6 . (14) Lv 9,7 . (15) Lv 9,10 . (16) Lv 9,21 . (17) Lv 10,1 . (18) Lv 10,15 . (19) Lv 16,34 . (20) Lv 17,2 . (21) Lv 24,23 . (22) Lv 27,34 .

Lv 8,10 - Lv 8,10 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
10 καὶ ἔλαβε Μωυσῆς ἀπὸ τοῦ ἐλαίου τῆς χρίσεως 10 tulit et unctionis oleum quo levit tabernaculum cum omni supellectili sua   10 Toen nam Mozes de zalfolie, en zalfde den tabernakel, en al wat daarin was, en heiligde ze. [10] Daarna nam Mozes de zalfolie, en zalfde de verblijfplaats met alles wat daarin was, om haar te wijden. [10] Toen nam Mozes de zalfolie en zalfde daarmee de tabernakel en alles wat zich erin bevond, en heiligde dat. 8:10 Dan neemt Mozes de olijfolie voor de zalving en zalft de woning en al wat daarin is; zo heiligt hij dat alles.  

King James Bible . [10] And Moses took the anointing oil, and anointed the tabernacle and all that was therein, and sanctified them.
Luther-Bibel . 10Und Mose nahm das Salböl und salbte das Heiligtum und alles, was darin war, und weihte es;

Tekstuitleg van Lv 8,10 . Het vers Lv 8,10 telt 14 (2 X 7) woorden en 47 letters . De getalwaarde van Lv 8,10 is 4625 (5³ X 37) . Het vers Lv 8,10 is de uitvoering van de opdracht aan Mozes in Ex 40,9 . Het vers Lv 8,10 vinden we bijna woordelijk in Ex 40,9 terug .

Lv 8,10.1. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (15) . Ex (15) : (1) Ex 2,1 . (2) Ex 4,20 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 6,23 . (5) Ex 13,19. (6) Ex 14,7 . (7) Ex 18,2 . (8) Ex 18,12 . (9) Ex 24,6 . (10) Ex 24,7 . (11) Ex 24,8 . (12) Ex 32,4 . (13) Ex 32,20 . (14) Ex 34,4 . (15) Ex 40,20 . Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met wajjiqqach (en hij nam) . Lv (9) : (1) Lv 8,10 . (2) Lv 8,15 . (3) Lv 8,16 . (4) Lv 8,23 . (5) Lv 8,25 . (6) Lv 8,28 . (7) Lv 8,29 . (8) Lv 8,30 . (9) Lv 9,15 . 1 S (18) : (1) 1 S 7,9 . (2) 1 S 7,12 . (3) 1 S 9,22 . (4) 1 S 10,1 . (5) 1 S 11,7 . (6) 1 S 15,21 . (7) 1 S 16,13 . (8) 1 S 16,20 . (9) 1 S 17,40 . (10) 1 S 17,49 . (11) 1 S 17,51 . (12) 1 S 17,54 . (13) 1 S 17,57 . (14) 1 S 24,3 . (15) 1 S 25,35 . (16) 1 S 26,12 . (17) 1 S 30,20 . (18) 1 S 31,4 .

2. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , h = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal) . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Ex (248) . Nu (207) .
- Grieks . μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Lv 8,10.1. - 2. מֹשֶׁה וַיּקַּח = wajjiqqach mosjèh (en Mozes nam) . Tenakh (17) : (1) Ex 4,20 . (2) Ex 13,19 . (3) Ex 24,6 . (4) Ex 24,8 . (5) Lv 8,10 . (6) Lv 8,15 . (7) Lv 8,23 . (8) Lv 8,28 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,30 . (11) Nu 1,17 . (12) Nu 3,49 . (13) Nu 7,6 . (14) Nu 20,9 . (15) Nu 31,47 . (16) Nu 31,51 . (17) Nu 31,54 .

Lv 8,10.6. וַיִּמְשַׁח = wajjimësjach (en hij zalfde) < prefix wë consecutivum + act. qal imperf. 3de pers. enk. van het werkw. מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 248 (2³ X 31) . Structuur : 4 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (6) : (1) Lv 8,10 . (2) Lv 8,11 . (3) Lv 8,12 . (4) Nu 7,1 . (5) 1 S 16,13 . (6) 1 K 1,39 . Een vorm van מָשַׁח = mâsjach (zalven) in Tenakh (69 , de stam van מָשַׁח = mâsjach (zalven) in Tenakh (131) .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 248 (2³ X 31) . Structuur : 4 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenak (2) : (1) Nu 35,25 . (2) Js 61,1 .
- Grieks . act. ind. aor. 3de pers. enk. εχρισεν = echrisen (hij zalfde) van het werkw. χριω = chriô (zalven) . Taalgebruik in het NT : chriô (zalven) . Taalgebruik in de LXX : chriô (zalven) . Taalgebruik in Lc : chriô (zalven) . Bijbel (19) : (1) Lv 7,36 . (2) Lv 8,11 . (3) Lv 8,12 . (4) Nu 7,1 . (5) Nu 7,10 . (6) Nu 7,84 . (7) 1 S 10,1 . (8) 1 S 11,15 . (9) 1 S 15,17 . (10) 1 S 16,13 . (11) 1 K 1,39 . (12) 2 K 11,12 . (13) Js 61,1 . (14) Ps 45,8 . (15) Sir 45,15 . (16) Sir 46,13 . (17) Lc 4,18 . (18) Hnd 10,38 . (19) Heb 1,9 . Een vorm van χριω = chriô in de LXX (79) , in het NT (5) : (1) Lc 4,18 . (2) Hnd 4,27 . (3) Hnd 10,38 . (4) 2 Kor 1,21 . (5) Heb 1,9 .

Lv 8,11 - Lv 8,11 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
11 καὶ ἔρρανεν ἀπ᾿ αὐτοῦ ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον ἑπτάκις καὶ ἔχρισε τὸ θυσιαστήριον καὶ ἡγίασεν αὐτὸ καὶ πάντα τὰ ἐν αὐτῷ καὶ τὸν λουτῆρα καὶ τὴν βάσιν αὐτοῦ, καὶ ἡγίασεν αὐτά· καὶ ἔχρισε τὴν σκηνὴν καὶ πάντα τὰ σκεύη αὐτῆς καὶ ἡγίασεν αὐτήν. 11 cumque sanctificans aspersisset altare septem vicibus unxit illud et omnia vasa eius labrumque cum basi sua sanctificavit oleo   11 En hij sprengde daarvan op het altaar zevenmaal; en hij zalfde het altaar, en al zijn gereedschap, mitsgaders het wasvat en zijn voet, om die te heiligen. [11] Hij besprenkelde het altaar, en zalfde het altaar met toebehoren en het wasbekken met het onderstel, om ze te wijden. [11] Hij besprenkelde het altaar zevenmaal met de olie en zalfde ook alles wat bij het altaar hoorde, evenals het wasbekken en het onderstel. Zo heiligde hij alles. 8:11 Hij sprenkelt iets daarvan over het altaar, zeven malen; zo zalft hij het altaar en al zijn gerei, het wasbekken en zijn onderstel, om dat alles te heiligen.  

King James Bible . [11] And he sprinkled thereof upon the altar seven times, and anointed the altar and all his vessels, both the laver and his foot, to sanctify them.
Luther-Bibel . 11er sprengte damit siebenmal an den Altar und salbte den Altar mit all seinem Gerät und das Becken mit seinem Gestell, dass alles geweiht würde.

Tekstuitleg van Lv 8,11 .

7. וַיִּמְשַׁח = wajjimësjach (en hij zalfde) < prefix wë consecutivum + act. qal imperf. 3de pers. enk. van het werkw. מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 248 (2³ X 31) . Structuur : 4 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (6) : (1) Lv 8,10 . (2) Lv 8,11 . (3) Lv 8,12 . (4) Nu 7,1 . (5) 1 S 16,13 . (6) 1 K 1,39 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 248 (2³ X 31) . Structuur : 4 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenak (2) : (1) Nu 35,25 . (2) Js 61,1 .
- Grieks . act. ind. aor. 3de pers. enk. εχρισεν = echrisen (hij zalfde) van het werkw. χριω = chriô (zalven) . Taalgebruik in het NT : chriô (zalven) . Taalgebruik in de LXX : chriô (zalven) . Taalgebruik in Lc : chriô (zalven) . Bijbel (19) : (1) Lv 7,36 . (2) Lv 8,11 . (3) Lv 8,12 . (4) Nu 7,1 . (5) Nu 7,10 . (6) Nu 7,84 . (7) 1 S 10,1 . (8) 1 S 11,15 . (9) 1 S 15,17 . (10) 1 S 16,13 . (11) 1 K 1,39 . (12) 2 K 11,12 . (13) Js 61,1 . (14) Ps 45,8 . (15) Sir 45,15 . (16) Sir 46,13 . (17) Lc 4,18 . (18) Hnd 10,38 . (19) Heb 1,9 . Een vorm van χριω = chriô in de LXX (79) , in het NT (5) : (1) Lc 4,18 . (2) Hnd 4,27 . (3) Hnd 10,38 . (4) 2 Kor 1,21 . (5) Heb 1,9 .

Lv 8,12 - Lv 8,12 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
12 καὶ ἐπέχεε Μωυσῆς ἀπὸ τοῦ ἐλαίου τῆς χρίσεως ἐπὶ τὴν κεφαλὴν ᾿Ααρὼν καὶ ἔχρισεν αὐτὸν καὶ ἡγίασεν αὐτόν. 12 quod fundens super caput Aaron unxit eum et consecravit   12 Daarna goot hij van de zalfolie op het hoofd van Aäron, en hij zalfde hem, om hem te heiligen. [12] Ook op het hoofd van Aäron goot hij een beetje zalfolie, en zalfde hem om hem te wijden. [12] Hij goot een deel van de olie over het hoofd van Aäron en zo, door hem te zalven, heiligde hij hem. 8:12 Hij giet iets van de zalvingsolie over het hoofd van Aäron; zo zalft hij hem, om hem te heiligen.  

King James Bible . [12] And he poured of the anointing oil upon Aaron's head, and anointed him, to sanctify him.
Luther-Bibel . 12Und er goss von dem Salböl auf Aarons Haupt und salbte ihn, dass er geweiht würde,

Tekstuitleg van Lv 8,12 . Het vers Lv 8,12 telt 9 (3²) woorden en 35 (5 X 7) letters . De getalwaarde van 3062 (2 X 1531) . Het vers is de uitvoering van wat in Ex 40,13 door JHWH aan Mozes was opgedragen . Bij de zalving werd zalfolie over het hoofd van de zalveling gegoten ; bij de hogepriester (zie bv Lv 8,12) , bij de koning (zie bv 1 S 10,1 , 2 K 9,3) . Voor de priesterwijding in de Rooms-katholieke kerk , zie http://www.angelfire.com/nj/malleus/ordines/1968priests.html .
- De zalfolie wordt over het hoofd van Aäron gegoten . Waarom wordt deze rite met olie voltrokken ? En waarom wordt deze rite op deze wijze (nl. het gieten van zalfolie over het hoofd) op deze wijze voltrokken ? Kan het dat in het NT deze rite vervangen wordt door de handoplegging ?

Lv 8,12.1. וַיִּצֹק = wajjitsoq (en hij goot uit) < prefix wa consecutivum + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. יָצַק = jâtsaq (uitgieten, uitstorten, overgieten) . Taalgebruik in Tenakh : jâtsaq (uitgieten, uitstorten, overgieten) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 47 OF 200 (2³ X 5²) . Structuur : 1 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (9) : (1) Gn 28,18 . (2) Ex 35,14 . (3) Ex 36,36 . (4) Ex 37,3 . (5) Ex 37,13 . (6) Ex 38,5 . (7) Lv 8,12 . (8) 1 S 10,1 . (9) 2 K 9,6 .

Lv 8,12.2. מִשִֶּמֶן = misjsjèmèn (van de olie van) < prefix voorzetsel min + zelfst. naamw. שֶּמֶן = sjèmèn (vet, olie, zalf) OF bijvoegl. naamw. (= sjamen , vr. = sjëmenâh = vet, dik, sterk) . Taalgebruik in Tenakh : sjèmèn (vet, olie, zalf) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2² X 3) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13) . Structuur : 3 - 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (7) : (1) Lv 8,12 . (2) Lv 8,30 . (3) Ps 55,22 . (4) Ps 104,15 . (5) Ps 109,24 . (6) Spr 5,3 . (7) Pr 7,1 .
-

Lv 8,12.4. עַל = `al (op, overeenkomstig, omwille van , tot) . Taalgebruik in Tenakh : `al (op, overeenkomstig) . Taalgebruik in Jesaja : `al (op, overeenkomstig) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30 ; totaal : 28 (2² X 7) of 100 (2² X 5²) . Structuur : 7 - 3 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (3075) . Pentateuch (828) . Eerdere Profeten (616) . Latere Profeten (585) . 12 Kleine Profeten (186) . Geschriften (860) . Gn (189) . Ex (217) . Lv (152) . Nu (159) . Dt (111) .

Lv 8,12.7. וַיִּמְשַׁח = wajjimësjach (en hij zalfde) < prefix wë consecutivum + act. qal imperf. 3de pers. enk. van het werkw. מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 248 (2³ X 31) . Structuur : 4 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (6) : (1) Lv 8,10 . (2) Lv 8,11 . (3) Lv 8,12 . (4) Nu 7,1 . (5) 1 S 16,13 . (6) 1 K 1,39 .
- act. qal perf. 3de pers. mann. enk. מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 248 (2³ X 31) . Structuur : 4 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (2) : (1) Nu 35,25 . (2) Js 61,1 .
- Grieks . act. ind. aor. 3de pers. enk. εχρισεν = echrisen (hij zalfde) van het werkw. χριω = chriô (zalven) . Taalgebruik in het NT : chriô (zalven) . Taalgebruik in de LXX : chriô (zalven) . Taalgebruik in Lc : chriô (zalven) . Bijbel (19) : (1) Lv 7,36 . (2) Lv 8,11 . (3) Lv 8,12 . (4) Nu 7,1 . (5) Nu 7,10 . (6) Nu 7,84 . (7) 1 S 10,1 . (8) 1 S 11,15 . (9) 1 S 15,17 . (10) 1 S 16,13 . (11) 1 K 1,39 . (12) 2 K 11,12 . (13) Js 61,1 . (14) Ps 45,8 . (15) Sir 45,15 . (16) Sir 46,13 . (17) Lc 4,18 . (18) Hnd 10,38 . (19) Heb 1,9 . Een vorm van χριω = chriô in de LXX (79) , in het NT (5) : (1) Lc 4,18 . (2) Hnd 4,27 . (3) Hnd 10,38 . (4) 2 Kor 1,21 . (5) Heb 1,9 .

Lv 8,12.7. - 8. וַיִּמְשַׁח אֹתוֹ = wajjimësjach ´othô (en hij zalfde hem / het) . Tenakh (3) : (1) Lv 8,12 . (2) Nu 7,1 . (3) 1 S 16,13 . In Nu 7,1 gaat het over de zalving van de sjekina , de woonst van God ; in Lv 8,12 over de zalving van Aäron tot hogepriester , in 1 S 16,13 over de zalving van David tot koning .
- εχρισεν αυτον = echrisen auton (hij zalfde hem) . Bijbel (5) . LXX (4) : (1) Lv 8,12 . (2) 1 S 16,13 . (3) 2 K 11,12 . (4) Sir 45,15 . NT (1) : Hnd 10,38 .
- εχρισεν με = echrisen me (hij zalfde mij) . Bijbel (2) : (1) Js 61,1 . (2) Lc 4,18 .

Lv 8,13 - Lv 8,13 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
13 καὶ προσήγαγε Μωυσῆς τοὺς υἱους ᾿Ααρὼν καὶ ἐνέδυσεν αὐτοὺς χιτῶνας καί ἔζωσεν αὐτοὺς ζώνας καὶ περιέθηκεν αὐτοῖς κιδάρεις, καθάπερ συνέταξε Κύριος τῷ Μωυσῇ. 13 filios quoque eius oblatos vestivit tunicis lineis et cinxit balteo inposuitque mitras ut iusserat Dominus   13 Ook deed Mozes de zonen van Aäron naderen, en trok hun rokken aan, en gordde hen met een gordel, en bond hun mutsen op, gelijk als de HEERE Mozes geboden had. [13] Toen liet Mozes de zonen van Aäron naar voren komen. Hij bekleedde hen met de tuniek, deed hun de gordel om en bond hun de hoofddoeken om. Zo had de heer het Mozes bevolen. [13] Daarna liet Mozes de zonen van Aäron bij zich komen. Hij trok hun een tuniek aan, deed hun een gordel om en bond hun een hoofddoek om, zoals de HEER hem had opgedragen. 8:13 Dan doet Mozes de zonen van Aäron naderen, trekt ze mantels aan, omgordt ze met een band en windt ze mijters om,- zoals de Ene aan Mozes heeft geboden.  

King James Bible . [13] And Moses brought Aaron's sons, and put coats upon them, and girded them with girdles, and put bonnets upon them; as the LORD commanded Moses.
Luther-Bibel . 13und brachte herzu Aarons Söhne und zog ihnen das leinene Gewand an und gürtete sie mit dem Gürtel und setzte ihnen hohe Mützen auf, wie ihm der HERR geboten hatte.

Tekstuitleg van Lv 8,13 .

7. acc. mann. mv. χιτωνας = chitônas (kleren) van het zelfst. naamw. χιτων = chitôn (wollen of linnen onderkleed) . Taalgebruik in het NT : chitôn (wollen of linnen onderkleed) . Taalgebruik in de LXX : chitôn (wollen of linnen onderkleed) . Taalgebruik in Lc : chitôn (wollen of linnen onderkleed) . Bijbel (19) : (1) Gn 3,21 . (2) Ex 28,40 . (3) Ex 29,9 . (4) Ex 35,19 . (5) Ex 36,34 . (6) Ex 40,14 . (7) Lv 8,13 . (8) Js 3,16 . (9) Js 36,22 . (10) Jdt 14,19 . (11) 2 Mak 4,38 . (12) 2 Mak 12,40 . (13) Bar 6,30 . (14) Mt 10,10 // Mc 6,9 // Lc 9,3 . (15) Mc 14,63 . (16) Mt 10,10 // Mc 6,9 // Lc 9,3 . (17) Lc 3,11 . (18) Mt 10,10 // Mc 6,9 // Lc 9,3 . (19) Hnd 9,39 . Een vorm van χιτων = chitôn (wollen of linnen onderkleed) in de LXX (27) , in het NT (10) , in Lc (3) : : (1) Lc 3,11 . (2) Lc 6,29 . (3) Lc 9,3 . In de LXX kan χιτων = chitôn (wollen of linnen onderkleed) de vertaling van 5 Hebreeuwse woorden zijn .

  chitôn  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
acc. mann. enk. chitôna   18  14         
acc. mann. mv. chitônas   19  13           
  Totaal  37  27  10     

- Hebreeuws . mv. כחֳנֹח = khuthänoth (klederen) van het zelfst. naamw. כְּחֹנֶח = këthonèth (kleed) . Taalgebruik in Tenakh : këthonèth (kleed) . Tenakh (4) : (1) Ex 28,40 . (2) Ex 29,8 . (3) Ex 40,14 . (4) Lv 8,13 . In deze 4 verzen is de vertaling in de LXX χιτωνας = chitônas (kleren) .
- כָּתְנוֹת = kâthënôth (kleren) van het zelfst. naamw. כְּחֹנֶח = këthonèth (kleed) . Taalgebruik in Tenakh : këthonèth (kleed) . Tenakh (2) : (1) Gn 3,21 . (2) Neh 7,69 .

15. act. piël perf. 3de pers. mann. enk. צִוָּה = tsiwwâh (hij beval) van het werkw. צָוָה = tsâwâh (opdragen, bevelen ) . Taalgebruik in Tenakh : tsâwâh (opdragen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 29 OF 101 (priemgetal) . Structuur : 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (192) . Pentateuch (110) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (27) . Lv (22) : (1) Lv 7,36 . (2) Lv 7,38 . (3) Lv 8,4 . (4) Lv 8,5 . (5) Lv 8,9 . (6) Lv 8,13 . (7) Lv 8,17 . (8) Lv 8,21 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,34 . (11) Lv 8,36 . (12) Lv 9,5 . (13) Lv 9,6 . (14) Lv 9,7 . (15) Lv 9,10 . (16) Lv 9,21 . (17) Lv 10,1 . (18) Lv 10,15 . (19) Lv 16,34 . (20) Lv 17,2 . (21) Lv 24,23 . (22) Lv 27,34 .

Lv 8,14 - Lv 8,14 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
14 καὶ προσήγαγε Μωυσῆς τὸν μόσχον τὸν περὶ τῆς ἁμαρτίας, καὶ ἐπέθηκεν ᾿Ααρὼν καὶ οἱ υἱοὶ αὐτοῦ τὰς χεῖρας ἐπὶ τὴν κεφαλὴν τοῦ μόσχου τοῦ τῆς ἁμαρτίας. 14 obtulit et vitulum pro peccato cumque super caput eius posuissent Aaron et filii eius manus suas   14 Toen deed hij den var des zondoffers bijeenkomen; en Aäron en zijn zonen leiden hun handen op het hoofd van den var des zondoffers; [14] Vervolgens liet hij de stier voor het zondeoffer brengen. Aäron en zijn zonen legden hun handen op de kop van het dier. [14] Toen liet hij de stier voor het reinigingsoffer bij zich brengen. Aäron en zijn zonen legden hun hand op de kop van de stier. 8:14 Hij laat aantreden de var voor de ontzondiging; dan steunt Aäron, en zijn zonen ook, met hun handen op de kop van de var voor de ontzondiging.  

King James Bible . [14] And he brought the bullock for the sin offering: and Aaron and his sons laid their hands upon the head of the bullock for the sin offering.
Luther-Bibel . 14Und er ließ herzuführen den Stier zum Sündopfer. Und Aaron und seine Söhne legten ihre Hände auf seinen Kopf.

Tekstuitleg van Lv 8,14 .

Lv 8,15 - Lv 8,15 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
15 καὶ ἔσφαξεν αὐτόν, καὶ ἔλαβε Μωυσῆς ἀπὸ τοῦ αἵματος καὶ ἐπέθηκεν ἐπὶ τὰ κέρατα τοῦ θυσιαστηρίου κύκλῳ τῷ δακτύλῳ καὶ ἐκαθάρισε τὸ θυσιαστήριον· καὶ τὸ αἷμα ἐξέχεεν ἐπὶ τὴν βάσιν τοῦ θυσιαστηρίου καὶ ἡγίασεν αὐτό, τοῦ ἐξιλάσασθαι ἐπ᾿ αὐτοῦ. 15 immolavit eum hauriens sanguinem et tincto digito tetigit cornua altaris per gyrum quo expiato et sanctificato fudit reliquum sanguinem ad fundamenta eius   15 En men slachtte hem; en Mozes nam het bloed, en deed het met zijn vinger rondom op de hoornen des altaars, en ontzondigde het altaar; daarna goot hij het bloed uit aan den bodem des altaars, en heiligde het, om voor hetzelve verzoening te doen. [15] Mozes slachtte het, en streek met zijn vinger bloed op de hoorns van het altaar om het van zondesmet te reinigen. De rest van het bloed goot hij uit aan de voet van het altaar. Zo wijdde hij het door het voltrekken van de verzoeningsrite. [15] Mozes slachtte het dier en streek met zijn vinger wat bloed aan de horens van het altaar. Zo reinigde hij het altaar van zonde. De rest van het bloed goot hij uit aan de voet van het altaar, dat hij door deze verzoeningsrite heiligde. 8:15 Hij keelt hem en Mozes neemt het bloed en geeft dat prijs over de horens van het altaar, rondom, met zijn vinger; zo ontzondigt hij het altaar; het overige bloed heeft hij uitgestort tegen de voet van het altaar; zo heiligt hij het om daarop verzoening te vragen.  

King James Bible . [15] And he slew it; and Moses took the blood, and put it upon the horns of the altar round about with his finger, and purified the altar, and poured the blood at the bottom of the altar, and sanctified it, to make reconciliation upon it.
Luther-Bibel . 15Und Mose schlachtete ihn und nahm das Blut und tat es mit seinem Finger ringsum auf die Hörner des Altars und entsündigte den Altar und goss das Blut an den Fuß des Altars und weihte ihn, indem er ihn entsühnte.

Tekstuitleg van Lv 8,15 .

Lv 8,15.2. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (15) . Ex (15) : (1) Ex 2,1 . (2) Ex 4,20 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 6,23 . (5) Ex 13,19. (6) Ex 14,7 . (7) Ex 18,2 . (8) Ex 18,12 . (9) Ex 24,6 . (10) Ex 24,7 . (11) Ex 24,8 . (12) Ex 32,4 . (13) Ex 32,20 . (14) Ex 34,4 . (15) Ex 40,20 . Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) . Lv (9) : (1) Lv 8,10 . (2) Lv 8,15 . (3) Lv 8,16 . (4) Lv 8,23 . (5) Lv 8,25 . (6) Lv 8,28 . (7) Lv 8,29 . (8) Lv 8,30 . (9) Lv 9,15 .
- Grieks . act. part. aor. nom. mann. enk. λαβων = labôn van het werkw. λαμβανω = lambanô (nemen) . Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô (nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô (nemen) . LXX (46) . NT (40) . Pentateuch (27) . Ex (9) . Ex 24 (3) : Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 . Mt (11) : (1) Mt 13,31 . (2) Mt 14,19 . (3) Mt 17,27 . (4) Mt 25,16 . (5) Mt 25,18 . (6) Mt 25,20 . (7) Mt 26,26 . (8) Mt 26,27 . (9) Mt 27,24 . (10) Mt 27,48 . (11) Mt 27,59 . Mc (5) : (1) Mc 6,41 . (2) Mc 8,6 . (3) Mc 9,36 . (4) Mc 14,22 . (5) Mc 14,23 . Lc (7) : (1) Lc 6,4 . (2) Lc 9,16 . (3) Lc 13,19 . (4) Lc 20,29 . (5) Lc 22,19 . (6) Lc 24,30 . (7) Lc 24,43 . Joh (4) : (1) Joh 3,33 . (2) Joh 13,4 . (3) Joh 13,30 . (4) Joh 18,3 . Bijbel (86) . Een vorm van λαμβανω = lambanô (nemen) in het NT (258) , in de LXX (1335) . In Lc : X vormen van lambanô (nemen) in 23 verzen in 11 / 24 hoofdstukken . In Hnd : X vormen van lambanô (nemen) in 29 verzen in 18 / 28 hoofdstukken .
- Lat. accipere (ad-capere = aan-grijpen, aannemen) . Fr. prendre . N. nemen . D. nehmen . E. take .

3. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalswaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 24 ( 12 verzen, 14X) : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24 staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel אֶל = ´èl (tot) . Bijgevolg staat מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

Lv 8,15.2. - 3. וַיּקַּח מֹשֶׁה = wajjiqqach mosjèh (en Mozes nam) . Tenakh (17) : (1) Ex 4,20 . (2) Ex 13,19 . (3) Ex 24,6 . (4) Ex 24,8 . (5) Lv 8,10 . (6) Lv 8,15 . (7) Lv 8,23 . (8) Lv 8,28 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,30 . (11) Nu 1,17 . (12) Nu 3,49 . (13) Nu 7,6 . (14) Nu 20,9 . (15) Nu 31,47 . (16) Nu 31,51 . (17) Nu 31,54 .

Lv 8,15.21. וַיְקַדּשִׁהוּ = wajëqaddësjehû (en hij heiligde hem) < prefix voegwoord wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . Tenakh (2) : (1) Ex 20,11 . (2) Lv 8,15 .
- לְקַדְּשׁוֹ = leqaddësjô (om hem te heiligen) < prefix voorzetsel lë + werkw. piël inf. constr. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . Zie het werkw. קָדַשׁ = qâdasj (heiligen) . Taalgebruik in Tenakh : qâdasj (heiligen) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , daleth = 4 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 404 (2² X 101) . Structuur : 1 - 4 - 3 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (5) : (1) Ex 20,8 . (2) Ex 28,3 . (3) Ex 29,36 . (4) Lv 8,12 . (5) Dt 5,12 .
- וַיְקַדֵּשׁ אֹתוֹ = wajëqaddesj 'othô (en hij heiligde hem) . Tenakh (2) : (1) Gn 2,3 . (2) Nu 7,1 .


Lv 8,16 - Lv 8,16 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
16 καὶ ἔλαβε Μωυσῆς πᾶν τὸ στέαρ τὸ ἐπὶ τῶν ἐνδοσθίων καὶ τὸν λοβὸν τὸν ἐπὶ τοῦ ἥπατος καὶ ἀμφοτέρους τοὺς νεφροὺς καὶ τὸ στέαρ τὸ ἐπ᾿ αὐτῶν, καὶ ἀνήνεγκε Μωυσῆς ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον. 16 adipem autem qui erat super vitalia et reticulum iecoris duosque renunculos cum arvinulis suis adolevit super altare   16 Voorts nam hij al het vet, dat aan het ingewand is, en het net der lever, en de twee nieren en haar vet; en Mozes stak het aan op het altaar. [16] Mozes nam het vet aan de ingewanden, de leverkwab en de nieren met het vet eraan, en liet dat op het altaar in rook opgaan. [16] Hij nam al het vet rond de ingewanden, de kleinste lob van de lever en de beide nieren met het niervet, en verbrandde alles op het altaar. 8:16 Hij neemt al het vet dat over het ingewand ligt, de kwab aan de lever, de twee nieren en hun vet; dat laat Mozes in rook opgaan op het altaar.  

King James Bible . [16] And he took all the fat that was upon the inwards, and caul above the liver, and the two kidneys, and their fat, and Moses burned it upon the altar.
Luther-Bibel . 16Und er nahm alles Fett am Eingeweide, den Lappen an der Leber und die beiden Nieren mit dem Fett daran und ließ es in Rauch aufgehen auf dem Altar.

Tekstuitleg van Lv 8,16 .

1. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (15) . Ex (15) : (1) Ex 2,1 . (2) Ex 4,20 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 6,23 . (5) Ex 13,19. (6) Ex 14,7 . (7) Ex 18,2 . (8) Ex 18,12 . (9) Ex 24,6 . (10) Ex 24,7 . (11) Ex 24,8 . (12) Ex 32,4 . (13) Ex 32,20 . (14) Ex 34,4 . (15) Ex 40,20 . Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met wajjiqqach (en hij nam) . Lv (9) : (1) Lv 8,10 . (2) Lv 8,15 . (3) Lv 8,16 . (4) Lv 8,23 . (5) Lv 8,25 . (6) Lv 8,28 . (7) Lv 8,29 . (8) Lv 8,30 . (9) Lv 9,15 . 1 S (18) : (1) 1 S 7,9 . (2) 1 S 7,12 . (3) 1 S 9,22 . (4) 1 S 10,1 . (5) 1 S 11,7 . (6) 1 S 15,21 . (7) 1 S 16,13 . (8) 1 S 16,20 . (9) 1 S 17,40 . (10) 1 S 17,49 . (11) 1 S 17,51 . (12) 1 S 17,54 . (13) 1 S 17,57 . (14) 1 S 24,3 . (15) 1 S 25,35 . (16) 1 S 26,12 . (17) 1 S 30,20 . (18) 1 S 31,4 .

Lv 8,17 - Lv 8,17 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
17 καὶ τὸν μόσχον καὶ τὴν βύρσαν αὐτοῦ καὶ τὰ κρέα αὐτοῦ καὶ τὴν κόπρον αὐτοῦ κατέκαυσεν αὐτὰ πυρὶ ἔξω τῆς παρεμβολῆς, ὃν τρόπον συνέταξε Κύριος τῷ Μωυσῇ. 17 vitulum cum pelle carnibus et fimo cremans extra castra sicut praeceperat Dominus   17 Maar den var met zijn huid, en zijn vlees, en zijn mest, heeft hij buiten het leger met vuur verbrand, gelijk als de HEERE Mozes geboden had. [17] De huid van de stier, het vlees en de darmen verbrandde hij buiten het kamp. Zo had de heer het Mozes bevolen. [17] De huid en het vlees van de stier en de inhoud van de ingewanden liet hij buiten het kamp verbranden, zoals de HEER hem had opgedragen. 8:17 De var, zijn huid, zijn vlees en zijn mest heeft hij in het vuur verbrand buiten de legerplaats; zoals de Ene aan Mozes heeft geboden.  

King James Bible . [17] But the bullock, and his hide, his flesh, and his dung, he burnt with fire without the camp; as the LORD commanded Moses.
Luther-Bibel . 17Aber den Stier mit seinem Fell, dem Fleisch und dem Mist verbrannte er mit Feuer draußen vor dem Lager, wie ihm der HERR geboten hatte.

Tekstuitleg van Lv 8,17 .

14. act. piël perf. 3de pers. mann. enk. צִוָּה = tsiwwâh (hij beval) van het werkw. צָוָה = tsâwâh (opdragen, bevelen ) . Taalgebruik in Tenakh : tsâwâh (opdragen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 29 OF 101 (priemgetal) . Structuur : 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (192) . Pentateuch (110) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (27) . Lv (22) : (1) Lv 7,36 . (2) Lv 7,38 . (3) Lv 8,4 . (4) Lv 8,5 . (5) Lv 8,9 . (6) Lv 8,13 . (7) Lv 8,17 . (8) Lv 8,21 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,34 . (11) Lv 8,36 . (12) Lv 9,5 . (13) Lv 9,6 . (14) Lv 9,7 . (15) Lv 9,10 . (16) Lv 9,21 . (17) Lv 10,1 . (18) Lv 10,15 . (19) Lv 16,34 . (20) Lv 17,2 . (21) Lv 24,23 . (22) Lv 27,34 .

Lv 8,18 - Lv 8,18 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
18 καὶ προσήγαγε Μωυσῆς τὸν κριὸν τὸν εἰς ὁλοκαύτωμα, καὶ ἐπέθηκεν ᾿Ααρὼν καὶ υἱοὶ αὐτοῦ τὰς χεῖρας αὐτῶν ἐπὶ τὴν κεφαλὴν τοῦ κριοῦ. 18 obtulit et arietem in holocaustum super cuius caput cum inposuissent Aaron et filii eius manus suas   18 Daarna deed hij den ram des brandoffers bijbrengen; en Aäron en zijn zonen leiden hun handen op het hoofd van den ram. [18] Toen liet hij een ram voor het brandoffer brengen. Aäron en zijn zonen legden hun handen op de kop van het dier. [18] Toen liet hij de ram voor het brandoffer bij zich brengen. Aäron en zijn zonen legden hun hand op de kop van de ram. 8:18 Dan doet hij naderen de ram voor de opgangsgave; en steunen Aäron en zijn zonen met hun handen op de kop van de ram.  

King James Bible . [18] And he brought the ram for the burnt offering: and Aaron and his sons laid their hands upon the head of the ram.
Luther-Bibel . 18Und er brachte herzu den einen Widder zum Brandopfer. Und Aaron und seine Söhne legten ihre Hände auf seinen Kopf.

Tekstuitleg van Lv 8,18 .

Lv 8,19 - Lv 8,19 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
19 καὶ ἔσφαξε Μωυσῆς τὸν κριόν, καὶ προσέχεε Μωυσῆς τὸ αἷμα ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον κύκλῳ. 19 immolavit eum et fudit sanguinem eius per altaris circuitum   19 En men slachtte hem; en Mozes sprengde het bloed op het altaar rondom. [19] Mozes slachtte het, sprenkelde het bloed over het altaar, [19] Mozes slachtte het dier en goot het bloed tegen de zijkanten van het altaar. 8:19 Hij keelt hem; dan sprenkelt Mozes het bloed over het altaar, rondom.  

King James Bible . [19] And he killed it; and Moses sprinkled the blood upon the altar round about.
Luther-Bibel . 19Und Mose schlachtete ihn und sprengte das Blut ringsum an den Altar,

Tekstuitleg van Lv 8,19 .

Lv 8,20 - Lv 8,20 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
20 καὶ τὸν κριὸν ἐκρεανόμησε κατὰ μέλη καὶ ἀνήνεγκε Μωυσῆς τὴν κεφαλὴν καὶ τὰ μέλη καὶ τὸ στέαρ· 20 ipsumque arietem in frusta concidens caput eius et artus et adipem adolevit igni   20 Hij deelde ook den ram in zijn delen; en Mozes stak het hoofd aan, en die delen, en het smeer; [20] sneed het in stukken en liet de kop, de stukken vlees en het vet in rook opgaan. [20] Hij sneed de ram in stukken en verbrandde de kop, de stukken vlees en het vet. 8:20 Als hij de ram heeft opgedeeld in zijn delen,- laat Mozes in rook opgaan: de kop, de rompdelen en de smeer.  

King James Bible . [20] And he cut the ram into pieces; and Moses burnt the head, and the pieces, and the fat.
Luther-Bibel . 20zerlegte den Widder in seine Stücke und verbrannte den Kopf, die Stücke und das Fett

Tekstuitleg van Lv 8,20 .

Lv 8,21 - Lv 8,21 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
21 καὶ τὴν κοιλίαν καὶ τοὺς πόδας ἔπλυνεν ὕδατι, καὶ ἀνήνεγκε Μωυσῆς ὅλον τὸν κριὸν ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον· ὁλοκαύτωμά ἐστιν εἰς ὀσμὴν εὐωδίας, κάρπωμά ἐστι τῷ Κυρίῳ, καθάπερ ἐνετείλατο Κύριος τῷ Μωυσῇ. 21 lotis prius intestinis et pedibus totumque simul arietem incendit super altare eo quod esset holocaustum suavissimi odoris Domino sicut praeceperat ei   21 Doch het ingewand en de schenkelen wies hij met water; en Mozes stak dien gehelen ram aan op het altaar; het was een brandoffer tot een liefelijken reuk, een vuuroffer was het den HEERE, gelijk als de HEERE Mozes geboden had. [21] De ingewanden en de poten waste hij en hij liet heel de ram op het altaar in rook opgaan. Zo was het een brandoffer, een geurige gave die de heer behaagt. Zo had de heer het Mozes bevolen.   [21] Hij waste de ingewanden en de poten met water en verbrandde ze met de rest van de ram op het altaar. Zo was het een brandoffer, een geurige gave voor de HEER, zoals de HEER hem had opgedragen. 8:21 Het ingewand en de poten heeft hij schoongewassen in het water; dan laat Mozes het geheel van de ram in rook opgaan op het altaar: een opgangsgave is dat voor een reuk die-tot-rust-brengt, een vuuroffer is dat voor de Ene, zoals de Ene Mozes heeft geboden.  

King James Bible . [21] And he washed the inwards and the legs in water; and Moses burnt the whole ram upon the altar: it was a burnt sacrifice for a sweet savour, and an offering made by fire unto the LORD; as the LORD commanded Moses.
Luther-Bibel . 21und wusch die Eingeweide und Schenkel mit Wasser und ließ dann den ganzen Widder in Rauch aufgehen auf dem Altar. Das war ein Brandopfer zum lieblichen Geruch, ein Feueropfer für den HERRN, wie ihm der HERR geboten hatte.

Tekstuitleg van Lv 8,21 .

21. act. piël perf. 3de pers. mann. enk. צִוָּה = tsiwwâh (hij beval) van het werkw. צָוָה = tsâwâh (opdragen, bevelen ) . Taalgebruik in Tenakh : tsâwâh (opdragen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 29 OF 101 (priemgetal) . Structuur : 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (192) . Pentateuch (110) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (27) . Lv (22) : (1) Lv 7,36 . (2) Lv 7,38 . (3) Lv 8,4 . (4) Lv 8,5 . (5) Lv 8,9 . (6) Lv 8,13 . (7) Lv 8,17 . (8) Lv 8,21 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,34 . (11) Lv 8,36 . (12) Lv 9,5 . (13) Lv 9,6 . (14) Lv 9,7 . (15) Lv 9,10 . (16) Lv 9,21 . (17) Lv 10,1 . (18) Lv 10,15 . (19) Lv 16,34 . (20) Lv 17,2 . (21) Lv 24,23 . (22) Lv 27,34 .

Lv 8,22 - Lv 8,22 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
22 καὶ προσήγαγε Μωυσῆς τὸν κριὸν τὸν δεύτερον, κριὸν τελειώσεως· καὶ ἐπέθηκεν ᾿Ααρὼν καὶ οἱ υἱοὶ αὐτοῦ τὰς χεῖρας αὐτῶν ἐπὶ τὴν κεφαλὴν τοῦ κριοῦ. 22 obtulit et arietem secundum in consecrationem sacerdotum posueruntque super caput illius Aaron et filii eius manus suas   22 Daarna deed hij den anderen ram, den ram des vuloffers, bijbrengen; en Aäron met zijn zonen leiden hun handen op het hoofd van den ram. [22] Hij liet de tweede ram brengen voor het wijdingsoffer. Aäron en zijn zonen legden hun handen op de kop van het dier.  [22] Hierna liet hij de tweede ram bij zich brengen, de ram voor het wijdingsoffer. Aäron en zijn zonen legden hun hand op de kop van de ram. 8:22 Dan laat hij de tweede ram naderen, de ram voor de handvulling; ze steunen, Aäron en zijn zonen, met hun handen op de kop van de ram.  

King James Bible . [22] And he brought the other ram, the ram of consecration: and Aaron and his sons laid their hands upon the head of the ram.
Luther-Bibel . 22Er brachte auch herzu den andern Widder zum Einsetzungsopfer. Und Aaron und seine Söhne legten ihre Hände auf seinen Kopf.

Tekstuitleg van Lv 8,22 .

Lv 8,23 - Lv 8,23 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
[23] And he slew it; and Moses took of the blood of it, and put it upon the tip of Aaron's right ear, and upon the thumb of his right hand, and upon the great toe of his right foot. 23 quem cum immolasset Moses sumens de sanguine tetigit extremum auriculae dextrae Aaron et pollicem manus eius dextrae similiter et pedis   23 En men slachtte hem; en Mozes nam van zijn bloed, en deed het op het lapje van Aärons rechteroor, en op den duim zijner rechterhand, en op den groten teen van zijn rechtervoet. [23] Mozes* slachtte het en deed wat bloed op de rechteroorlel van Aäron, op zijn rechterduim en op de grote teen van zijn rechtervoet.  [23] Mozes slachtte het dier en streek wat bloed aan de rechteroorlel van Aäron, op zijn rechterduim en op de grote teen van zijn rechtervoet. 8:23 Hij keelt die, en dan neemt Mozes iets van zijn bloed en geeft dat prijs op de schelp van Aärons rechteroor; op de duim van zijn rechterhand en op de duimteen van zijn rechtervoet.  

King James Bible . [23] And he slew it; and Moses took of the blood of it, and put it upon the tip of Aaron's right ear, and upon the thumb of his right hand, and upon the great toe of his right foot.
Luther-Bibel . 23Und Mose schlachtete ihn und nahm von seinem Blut und tat es Aaron auf sein rechtes Ohrläppchen und auf den Daumen seiner rechten Hand und auf die große Zehe seines rechten Fußes.

Tekstuitleg van Lv 8,23 .

2. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (15) . Ex (15) : (1) Ex 2,1 . (2) Ex 4,20 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 6,23 . (5) Ex 13,19. (6) Ex 14,7 . (7) Ex 18,2 . (8) Ex 18,12 . (9) Ex 24,6 . (10) Ex 24,7 . (11) Ex 24,8 . (12) Ex 32,4 . (13) Ex 32,20 . (14) Ex 34,4 . (15) Ex 40,20 . Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met wajjiqqach (en hij nam) . Lv (9) : (1) Lv 8,10 . (2) Lv 8,15 . (3) Lv 8,16 . (4) Lv 8,23 . (5) Lv 8,25 . (6) Lv 8,28 . (7) Lv 8,29 . (8) Lv 8,30 . (9) Lv 9,15 . 1 S (18) : (1) 1 S 7,9 . (2) 1 S 7,12 . (3) 1 S 9,22 . (4) 1 S 10,1 . (5) 1 S 11,7 . (6) 1 S 15,21 . (7) 1 S 16,13 . (8) 1 S 16,20 . (9) 1 S 17,40 . (10) 1 S 17,49 . (11) 1 S 17,51 . (12) 1 S 17,54 . (13) 1 S 17,57 . (14) 1 S 24,3 . (15) 1 S 25,35 . (16) 1 S 26,12 . (17) 1 S 30,20 . (18) 1 S 31,4 .

2. - 3. וַיּקַּח מֹשֶׁה = wajjiqqach mosjèh (en Mozes nam) . Tenakh (17) : (1) Ex 4,20 . (2) Ex 13,19 . (3) Ex 24,6 . (4) Ex 24,8 . (5) Lv 8,10 . (6) Lv 8,15 . (7) Lv 8,23 . (8) Lv 8,28 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,30 . (11) Nu 1,17 . (12) Nu 3,49 . (13) Nu 7,6 . (14) Nu 20,9 . (15) Nu 31,47 . (16) Nu 31,51 . (17) Nu 31,54 .

Lv 8,24 - Lv 8,24 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
24 καὶ προσήγαγε Μωυσῆς τοὺς υἱοὺς ᾿Ααρών, καὶ ἐπέθηκε Μωυσῆς ἀπὸ τοῦ αἵματος ἐπὶ τοὺς λοβοὺς τῶν ὤτων τῶν δεξιῶν καὶ ἐπὶ τὰ ἄκρα τῶν χειρῶν αὐτῶν τῶν δεξιῶν καὶ ἐπὶ τὰ ἄκρα τῶν ποδῶν αὐτῶν τῶν δεξιῶν, καὶ προσέχεε Μωυσῆς τὸ αἷμα ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον κύκλῳ. 24 obtulit et filios Aaron cumque de sanguine arietis immolati tetigisset extremum auriculae singulorum dextrae et pollices manus ac pedis dextri reliquum fudit super altare per circuitum   24 Hij deed ook de zonen van Aäron naderen; en Mozes deed van dat bloed op het lapje van hun rechteroor, en op den duim van hun rechterhand, en op den groten teen van hun rechtervoet; daarna sprengde Mozes dat bloed rondom op het altaar. [24] Mozes liet de zonen van Aäron naar voren komen en deed ook bij hen bloed op de rechteroorlel, de rechterduim en de grote teen van hun rechtervoet. Hij sprenkelde ook bloed over het altaar.  [24] Hij liet de zonen van Aäron bij zich komen en streek wat bloed aan hun rechteroorlel, op hun rechterduim en op de grote teen van hun rechtervoet. De rest van het bloed goot hij tegen de zijkanten van het altaar. 8:24 Hij laat naderen de zónen van Aäron; Mozes geeft iets van het bloed prijs op hun rechter oorschelp, op de duim van hun rechterhand en op de duimteen van hun rechtervoet; dan sprenkelt Mozes het bloed over het altaar, rondom.  

King James Bible . [24] And he brought Aaron's sons, and Moses put of the blood upon the tip of their right ear, and upon the thumbs of their right hands, and upon the great toes of their right feet: and Moses sprinkled the blood upon the altar round about.
Luther-Bibel . 24Und er brachte herzu Aarons Söhne und tat von dem Blut auf ihr rechtes Ohrläppchen und auf den Daumen ihrer rechten Hand und auf die große Zehe ihres rechten Fußes und sprengte das Blut ringsum an den Altar.

Tekstuitleg van Lv 8,24 .

Lv 8,25 - Lv 8,25 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
25 καὶ ἔλαβε τὸ στέαρ καὶ τὴν ὀσφὺν καὶ τὸ στέαρ τὸ ἐπὶ τῆς κοιλίας καὶ τὸν λοβὸν τοῦ ἥπατος καὶ τοὺς δύο νεφροὺς καὶ τὸ στέαρ τὸ ἐπ᾿ αὐτῶν καὶ τὸν βραχίονα τὸν δεξιόν· 25 adipem vero et caudam omnemque pinguedinem quae operit intestina reticulumque iecoris et duos renes cum adipibus suis et armo dextro separavit   25 En hij nam het vet, en den staart, en al het vet, dat aan het ingewand is, en het net der lever, en de beide nieren, en haar vet, daartoe den rechterschouder. [25] Daarna nam hij het vet, het vet van de staart, het vet aan de ingewanden, de leverkwab, de nieren en het vet eraan en de rechterschenkel.   [25] Daarna nam hij de vette delen van het offerdier: de staart, al het vet rond de ingewanden, de kleinste lob van de lever en de beide nieren met het niervet, en ook de rechterachterbout. 8:25 Hij neemt het vet en het staartstuk, al het vet dat over het ingewand ligt, de kwab aan de lever, de twee nieren en hun vet; en de rechter schenkel.  

King James Bible . [25] And he took the fat, and the rump, and all the fat that was upon the inwards, and the caul above the liver, and the two kidneys, and their fat, and the right shoulder:
Luther-Bibel . 25Und er nahm das Fett und den Fettschwanz und alles Fett am Eingeweide und den Lappen an der Leber, die beiden Nieren mit dem Fett daran und die rechte Keule;

Tekstuitleg van Lv 8,25 .

1. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (15) . Ex (15) : (1) Ex 2,1 . (2) Ex 4,20 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 6,23 . (5) Ex 13,19. (6) Ex 14,7 . (7) Ex 18,2 . (8) Ex 18,12 . (9) Ex 24,6 . (10) Ex 24,7 . (11) Ex 24,8 . (12) Ex 32,4 . (13) Ex 32,20 . (14) Ex 34,4 . (15) Ex 40,20 . Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met wajjiqqach (en hij nam) . Lv (9) : (1) Lv 8,10 . (2) Lv 8,15 . (3) Lv 8,16 . (4) Lv 8,23 . (5) Lv 8,25 . (6) Lv 8,28 . (7) Lv 8,29 . (8) Lv 8,30 . (9) Lv 9,15 . 1 S (18) : (1) 1 S 7,9 . (2) 1 S 7,12 . (3) 1 S 9,22 . (4) 1 S 10,1 . (5) 1 S 11,7 . (6) 1 S 15,21 . (7) 1 S 16,13 . (8) 1 S 16,20 . (9) 1 S 17,40 . (10) 1 S 17,49 . (11) 1 S 17,51 . (12) 1 S 17,54 . (13) 1 S 17,57 . (14) 1 S 24,3 . (15) 1 S 25,35 . (16) 1 S 26,12 . (17) 1 S 30,20 . (18) 1 S 31,4 .

Lv 8,26 - Lv 8,26 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
26 καὶ ἀπὸ τοῦ κανοῦ τῆς τελειώσεως, τοῦ ὄντος ἔναντι Κυρίου, ἔλαβεν ἄρτον ἕνα ἄζυμον καὶ ἄρτον ἐξ ἐλαίου ἕνα καὶ λάγανον ἓν καὶ ἐπέθηκεν ἐπὶ τὸ στέαρ καὶ τὸν βραχίονα τὸν δεξιόν· 26 tollens autem de canistro azymorum quod erat coram Domino panem absque fermento et collyridam conspersam oleo laganumque posuit super adipes et armum dextrum   26 Ook nam hij uit den korf van de ongezuurde broden, die voor het aangezicht des HEEREN was, een ongezuurde koek, en een geolieden broodkoek, en een vlade; en hij leide ze op dat vet, en op den rechterschouder. [26] Uit de mand met ongezuurd brood die voor de heer stond, nam hij een ongezuurde koek, een oliekoek en een platte koek en legde die bij de stukken vet en de rechterschenkel.   [26] Uit de mand met ongedesemd brood die de HEER gebracht was, pakte hij een met olijfolie bereid dik brood en een dun brood, die hij op de vette delen van het offerdier en de rechterachterbout legde. 8:26 Uit de korf met de matses voor het aanschijn van de Ene heeft hij één ongegiste koek genomen, één broodkoek met olijfolie en één platte koek; hij legt dat op de vetstukken en op de rechter schenkel.  

King James Bible . [26] And out of the basket of unleavened bread, that was before the LORD, he took one unleavened cake, and a cake of oiled bread, and one wafer, and put them on the fat, and upon the right shoulder:
Luther-Bibel . 26dazu nahm er von dem Korb mit dem ungesäuerten Brot, der vor dem HERRN stand, einen ungesäuerten Kuchen und einen Brotkuchen mit Öl und einen Fladen und legte es auf das Fett und auf die rechte Keule.

Tekstuitleg van Lv 8,26 .

Lv 8,27 - Lv 8,27 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
27 καὶ ἐπέθηκεν ἅπαντα ἐπὶ τὰς χεῖρας ᾿Ααρὼν καὶ ἐπὶ τὰς χεῖρας τῶν υἱῶν αὐτοῦ· καὶ ἀνήνεγκεν αὐτά ἀφαίρεμα ἔναντι Κυρίου. 27 tradens simul omnia Aaron et filiis eius qui postquam levaverunt ea coram Domino   27 En hij gaf dat alles in de handen van Aäron, en in de handen zijner zonen; en bewoog die ten beweegoffer, voor het aangezicht des HEEREN. [27] Dit alles gaf hij aan Aäron en zijn zonen om het voor de heer als hun gewijd aandeel apart te nemen.   [27] Dat alles legde hij op de handpalmen van Aäron en zijn zonen om het ten overstaan van de HEER omhoog te heffen. 8:27 Dan geeft hij dat alles Aäron op de handpalmen en zijn zonen op de handpalmen; hij wuift ermee in een wuiven voor het aanschijn van de Ene.  

King James Bible . [27] And he put all upon Aaron's hands, and upon his sons' hands, and waved them for a wave offering before the LORD.
Luther-Bibel . 27Und er legte das alles auf die Hände Aarons und seiner Söhne und schwang es als Schwingopfer vor dem HERRN

Tekstuitleg van Lv 8,27 .

Lv 8,28 - Lv 8,28 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
28 καὶ ἔλαβε Μωυσῆς ἀπὸ τῶν χειρῶν αὐτῶν, καὶ ἀνήνεγκεν αὐτὰ Μωυσῆς ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον, ἐπὶ τὸ ὁλοκαύτωμα τῆς τελειώσεως, ὅ ἐστιν ὀσμὴ εὐωδίας· κάρπωμά ἐστι τῷ Κυρίῳ. 28 rursum suscepta de manibus eorum adolevit super altare holocausti eo quod consecrationis esset oblatio in odorem suavitatis sacrificii Domini   28 Daarna nam Mozes ze uit hun handen, en stak ze aan op het altaar, op het brandoffer; zij waren vulofferen tot een liefelijken reuk; het was een vuuroffer den HEERE. [28] Daarna nam Mozes het weer uit hun handen en liet het met het brandoffer op het altaar in rook opgaan. Zo was het een wijdingsoffer, een geurige gave die de heer behaagt.   [28] Daarna nam hij het offer van hun handen en verbrandde het op het altaar, boven op het brandoffer. Zo was het een wijdingsoffer, een geurige gave voor de HEER. 8:28 Dan neemt Mozes het op van hun handpalmen en laat het in rook opgaan op het altaar, bij de opgangsgave; handvulgaven zijn dat, voor een reuk die-tot-rust-brengt,- een vuuroffer is het voor de Ene.  

King James Bible . [28] And Moses took them from off their hands, and burnt them on the altar upon the burnt offering: they were consecrations for a sweet savour: it is an offering made by fire unto the LORD.
Luther-Bibel . 28und nahm alles wieder von ihren Händen und ließ es in Rauch aufgehen auf dem Altar, oben auf dem Brandopfer. Das war ein Einsetzungsopfer zum lieblichen Geruch, ein Feueropfer für den HERRN.

Tekstuitleg van Lv 8,28 .

1. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (15) . Ex (15) : (1) Ex 2,1 . (2) Ex 4,20 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 6,23 . (5) Ex 13,19. (6) Ex 14,7 . (7) Ex 18,2 . (8) Ex 18,12 . (9) Ex 24,6 . (10) Ex 24,7 . (11) Ex 24,8 . (12) Ex 32,4 . (13) Ex 32,20 . (14) Ex 34,4 . (15) Ex 40,20 . Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met wajjiqqach (en hij nam) . Lv (9) : (1) Lv 8,10 . (2) Lv 8,15 . (3) Lv 8,16 . (4) Lv 8,23 . (5) Lv 8,25 . (6) Lv 8,28 . (7) Lv 8,29 . (8) Lv 8,30 . (9) Lv 9,15 . 1 S (18) : (1) 1 S 7,9 . (2) 1 S 7,12 . (3) 1 S 9,22 . (4) 1 S 10,1 . (5) 1 S 11,7 . (6) 1 S 15,21 . (7) 1 S 16,13 . (8) 1 S 16,20 . (9) 1 S 17,40 . (10) 1 S 17,49 . (11) 1 S 17,51 . (12) 1 S 17,54 . (13) 1 S 17,57 . (14) 1 S 24,3 . (15) 1 S 25,35 . (16) 1 S 26,12 . (17) 1 S 30,20 . (18) 1 S 31,4 .

1. - 2. וַיּקַּח מֹשֶׁה = wajjiqqach mosjèh (en Mozes nam) . Tenakh (17) : (1) Ex 4,20 . (2) Ex 13,19 . (3) Ex 24,6 . (4) Ex 24,8 . (5) Lv 8,10 . (6) Lv 8,15 . (7) Lv 8,23 . (8) Lv 8,28 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,30 . (11) Nu 1,17 . (12) Nu 3,49 . (13) Nu 7,6 . (14) Nu 20,9 . (15) Nu 31,47 . (16) Nu 31,51 . (17) Nu 31,54 .

Lv 8,29 - Lv 8,29 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
29 καὶ λαβὼν Μωυσῆς τὸ στηθύνιον ἀφεῖλεν αὐτὸ ἐπίθεμα ἔναντι Κυρίου ἀπὸ τοῦ κριοῦ τῆς τελειώσεως, καὶ ἐγένετο Μωυσῇ ἐν μερίδι, καθὰ ἐνετείλατο Κύριος τῷ Μωυσῇ. 29 tulit et pectusculum elevans illud coram Domino de ariete consecrationis in partem suam sicut praeceperat ei Dominus   29 Voorts nam Mozes de borst, en bewoog ze ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN; zij werd Mozes ten dele van den ram des vuloffers, gelijk als de HEERE Mozes geboden had. [29] Staande voor de heer nam Mozes het borststuk als gewijd aandeel voor zichzelf apart, want dat was zijn deel van de ram van het wijdingsoffer. Zo had de heer het Mozes bevolen.   [29] Mozes nam het borststuk van de ram en hief het ten overstaan van de HEER omhoog. Dit deel van het wijdingsoffer was voor Mozes bestemd, zoals de HEER hem had gezegd. 8:29 Dan neemt Mozes het borststuk en wuift daarmee in een wuiven voor het aanschijn van de Ene; van de ram van de handvulling is dat hem tot aandeel geweest,- zoals de Ene Mozes heeft geboden.  

King James Bible . [29] And Moses took the breast, and waved it for a wave offering before the LORD: for of the ram of consecration it was Moses' part; as the LORD commanded Moses.
Luther-Bibel . 29Und Mose nahm die Brust und schwang sie als ein Schwingopfer vor dem HERRN; die erhielt Mose als seinen Anteil an dem Widder des Einsetzungsopfers, wie ihm der HERR geboten hatte.

Tekstuitleg van Lv 8,29 .

1. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (15) . Ex (15) : (1) Ex 2,1 . (2) Ex 4,20 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 6,23 . (5) Ex 13,19. (6) Ex 14,7 . (7) Ex 18,2 . (8) Ex 18,12 . (9) Ex 24,6 . (10) Ex 24,7 . (11) Ex 24,8 . (12) Ex 32,4 . (13) Ex 32,20 . (14) Ex 34,4 . (15) Ex 40,20 . Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met wajjiqqach (en hij nam) . Lv (9) : (1) Lv 8,10 . (2) Lv 8,15 . (3) Lv 8,16 . (4) Lv 8,23 . (5) Lv 8,25 . (6) Lv 8,28 . (7) Lv 8,29 . (8) Lv 8,30 . (9) Lv 9,15 . 1 S (18) : (1) 1 S 7,9 . (2) 1 S 7,12 . (3) 1 S 9,22 . (4) 1 S 10,1 . (5) 1 S 11,7 . (6) 1 S 15,21 . (7) 1 S 16,13 . (8) 1 S 16,20 . (9) 1 S 17,40 . (10) 1 S 17,49 . (11) 1 S 17,51 . (12) 1 S 17,54 . (13) 1 S 17,57 . (14) 1 S 24,3 . (15) 1 S 25,35 . (16) 1 S 26,12 . (17) 1 S 30,20 . (18) 1 S 31,4 .

1. - 2. וַיּקַּח מֹשֶׁה = wajjiqqach mosjèh (en Mozes nam) . Tenakh (17) : (1) Ex 4,20 . (2) Ex 13,19 . (3) Ex 24,6 . (4) Ex 24,8 . (5) Lv 8,10 . (6) Lv 8,15 . (7) Lv 8,23 . (8) Lv 8,28 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,30 . (11) Nu 1,17 . (12) Nu 3,49 . (13) Nu 7,6 . (14) Nu 20,9 . (15) Nu 31,47 . (16) Nu 31,51 . (17) Nu 31,54 .

15. act. piël perf. 3de pers. mann. enk. צִוָּה = tsiwwâh (hij beval) van het werkw. צָוָה = tsâwâh (opdragen, bevelen ) . Taalgebruik in Tenakh : tsâwâh (opdragen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 29 OF 101 (priemgetal) . Structuur : 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (192) . Pentateuch (110) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (27) . Lv (22) : (1) Lv 7,36 . (2) Lv 7,38 . (3) Lv 8,4 . (4) Lv 8,5 . (5) Lv 8,9 . (6) Lv 8,13 . (7) Lv 8,17 . (8) Lv 8,21 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,34 . (11) Lv 8,36 . (12) Lv 9,5 . (13) Lv 9,6 . (14) Lv 9,7 . (15) Lv 9,10 . (16) Lv 9,21 . (17) Lv 10,1 . (18) Lv 10,15 . (19) Lv 16,34 . (20) Lv 17,2 . (21) Lv 24,23 . (22) Lv 27,34 .

Lv 8,30 - Lv 8,30 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
30 καὶ ἔλαβε Μωυσῆς ἀπὸ τοῦ ἐλαίου τῆς χρίσεως καὶ ἀπὸ τοῦ αἵματος τοῦ ἐπὶ τοῦ θυσιαστηρίου καὶ προσέρρανεν ἐπὶ ᾿Ααρὼν καὶ τὰς στολὰς αὐτοῦ καὶ τοὺς υἱοὺς αὐτοῦ καὶ τὰς στολὰς τῶν υἱῶν αὐτοῦ μετ᾿ αὐτοῦ, καὶ ἡγίασεν ᾿Ααρὼν καὶ τὰς στολὰς αὐτοῦ καὶ τούς υἱοὺς αὐτοῦ καὶ τὰς στολὰς τῶν υἱῶν αὐτοῦ μετ᾿ αὐτοῦ. 30 adsumensque unguentum et sanguinem qui erat in altari aspersit super Aaron et vestimenta eius et super filios illius ac vestes eorum   30 Mozes nam ook van de zalfolie, en van het bloed, hetwelk op het altaar was, en sprengde het op Aäron, op zijn klederen, en op zijn zonen, en op de klederen zijner zonen met hem; en hij heiligde Aäron, zijn klederen, en zijn zonen, en de klederen zijner zonen met hem. [30] Met zalfolie en met bloed van het altaar besprenkelde Mozes Aäron en zijn gewaden en vervolgens zijn zonen en hun gewaden. Zo wijdde hij Aäron en zijn zonen met hun gewaden.  [30] Mozes besprenkelde Aäron en diens kleren met wat zalfolie en bloed van het altaar. Ook de zonen van Aäron en hun kleren besprenkelde hij ermee. Zo heiligde hij Aäron en zijn zonen, evenals hun kleren. 8:30 Dan neemt Mozes iets van de olijfolie voor de zalving en iets van het bloed op het altaar, en sprenkelt dat over Aäron, over zijn gewaden, over zijn zonen en over de gewaden van zijn zonen met hem; zo heiligt hij Aäron en zijn gewaden, zijn zonen en de gewaden van zijn zonen met hem.  

King James Bible . [30] And Moses took of the anointing oil, and of the blood which was upon the altar, and sprinkled it upon Aaron, and upon his garments, and upon his sons, and upon his sons' garments with him; and sanctified Aaron, and his garments, and his sons, and his sons' garments with him.
Luther-Bibel . 30Und Mose nahm von dem Salböl und dem Blut auf dem Altar und sprengte es auf Aaron und seine Kleider, auf seine Söhne und ihre Kleider; so weihte er Aaron und seine Kleider, seine Söhne und ihre Kleider.

Tekstuitleg van Lv 8,30 .

1. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of 100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (15) . Ex (15) : (1) Ex 2,1 . (2) Ex 4,20 . (3) Ex 6,20 . (4) Ex 6,23 . (5) Ex 13,19. (6) Ex 14,7 . (7) Ex 18,2 . (8) Ex 18,12 . (9) Ex 24,6 . (10) Ex 24,7 . (11) Ex 24,8 . (12) Ex 32,4 . (13) Ex 32,20 . (14) Ex 34,4 . (15) Ex 40,20 . Ex 24 (3) . Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met wajjiqqach (en hij nam) . Lv (9) : (1) Lv 8,10 . (2) Lv 8,15 . (3) Lv 8,16 . (4) Lv 8,23 . (5) Lv 8,25 . (6) Lv 8,28 . (7) Lv 8,29 . (8) Lv 8,30 . (9) Lv 9,15 . 1 S (18) : (1) 1 S 7,9 . (2) 1 S 7,12 . (3) 1 S 9,22 . (4) 1 S 10,1 . (5) 1 S 11,7 . (6) 1 S 15,21 . (7) 1 S 16,13 . (8) 1 S 16,20 . (9) 1 S 17,40 . (10) 1 S 17,49 . (11) 1 S 17,51 . (12) 1 S 17,54 . (13) 1 S 17,57 . (14) 1 S 24,3 . (15) 1 S 25,35 . (16) 1 S 26,12 . (17) 1 S 30,20 . (18) 1 S 31,4 .

1. - 2. וַיּקַּח מֹשֶׁה = wajjiqqach mosjèh (en Mozes nam) . Tenakh (17) : (1) Ex 4,20 . (2) Ex 13,19 . (3) Ex 24,6 . (4) Ex 24,8 . (5) Lv 8,10 . (6) Lv 8,15 . (7) Lv 8,23 . (8) Lv 8,28 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,30 . (11) Nu 1,17 . (12) Nu 3,49 . (13) Nu 7,6 . (14) Nu 20,9 . (15) Nu 31,47 . (16) Nu 31,51 . (17) Nu 31,54 .

Lv 8,31 - Lv 8,31 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
31 καὶ εἶπε Μωυσῆς πρὸς ᾿Ααρὼν καὶ τοὺς υἱοὺς αὐτοῦ· ἑψήσατε τὰ κρέα ἐν τῇ αὐλῇ τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου ἐν τόπῳ ἁγίῳ καὶ ἐκεῖ φάγεσθε αὐτὰ καὶ τοὺς ἄρτους τοὺς ἐν τῷ κανῷ τῆς τελειώσεως, ὃν τρόπον συντέτακταί μοι, λέγων· ᾿Ααρὼν καὶ οἱ υἱοὶ αὐτοῦ φάγονται αὐτά· 31 cumque sanctificasset eos in vestitu suo praecepit eis dicens coquite carnes ante fores tabernaculi et ibi comedite eas panes quoque consecrationis edite qui positi sunt in canistro sicut praecepit mihi dicens Aaron et filii eius comedent eos   31 En Mozes zeide tot Aäron en tot zijn zonen: Ziedt dat vlees voor de deur van de tent der samenkomst, en eet hetzelve daar, mitsgaders het brood, dat in den korf des vuloffers is; gelijk als ik geboden heb, zeggende: Aäron en zijn zonen zullen dat eten. [31] Mozes sprak tot Aäron en zijn zonen: ‘Kook het vlees bij de ingang van de tent van samenkomst en eet het daar op met het brood voor de wijdingsplechtigheid, dat nog in de mand zit. Aäron en zijn zonen moeten het eten, volgens het bevel dat mij is gegeven.  [31] Toen zei Mozes tegen Aäron en zijn zonen: 'Kook het vlees binnen de omheining van de ontmoetingstent en eet het daar, samen met het brood in de mand van het wijdingsoffer. Want zo is het mij bevolen:* Aäron en zijn zonen mogen ervan eten. 8:31 Dan zegt Mozes tot Aäron en tot zijn zonen: kookt het vlees in de opening van de tent van samenkomst; dáár zult ge opeten: dát en ook het brood in de korf van de handvulling; zoals ik heb geboden toen ik zei: 'Aäron en zijn zonen zullen het eten';  

King James Bible . [31] And Moses said unto Aaron and to his sons, Boil the flesh at the door of the tabernacle of the congregation: and there eat it with the bread that is in the basket of consecrations, as I commanded, saying, Aaron and his sons shall eat it.
Luther-Bibel . 31Und Mose sprach zu Aaron und seinen Söhnen: Kocht das Fleisch vor der Tür der Stiftshütte und esst es daselbst, dazu auch das Brot im Korbe des Einsetzungsopfers, wie mir geboten ist, dass es Aaron und seine Söhne essen sollen.

Tekstuitleg van Lv 8,31 .

Lv 8,32 - Lv 8,32 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
32 καὶ τὸ καταλειφθὲν τῶν κρεῶν καὶ τῶν ἄρτων ἐν πυρὶ κατακαύσατε. 32 quicquid autem reliquum fuerit de carne et panibus ignis absumet   32 Maar het overige van het vlees en van het brood zult gij met vuur verbranden. [32] Het vlees en het brood dat overblijft moet u verbranden.   [32] Wat er van het vlees en het brood overblijft, moeten jullie verbranden. 8:32 wat er overblijft van het vlees en het brood: in het vuur zult ge dat verbranden!-  

King James Bible . [32] And that which remaineth of the flesh and of the bread shall ye burn with fire.
Luther-Bibel . 32Was aber übrig bleibt vom Fleisch und Brot, das sollt ihr mit Feuer verbrennen.

Tekstuitleg van Lv 8,32 .

Lv 8,33 - Lv 8,33 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
33 καὶ ἀπὸ τῆς θύρας τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου οὐκ ἐξελεύσεσθε ἑπτὰ ἡμέρας, ἕως ἡμέρα πληρωθῇ, ἡμέρα τελειώσεως ὑμῶν· ἑπτὰ γὰρ ἡμέρας τελειώσει τὰς χεῖρας ὑμῶν, 33 de ostio quoque tabernaculi non exibitis septem diebus usque ad diem quo conplebitur tempus consecrationis vestrae septem enim diebus finitur consecratio   33 Ook zult gij uit de deur van de tent der samenkomst, zeven dagen, niet uitgaan, tot aan den dag, dat vervuld worden de dagen uws vuloffers; want zeven dagen zal men uw handen vullen. [33] U mag de tent van samenkomst niet verlaten totdat de zeven dagen van uw wijding voorbij zijn, want zeven dagen duurt uw wijding.   [33] Zeven dagen moeten jullie binnen de omheining van de ontmoetingstent blijven, tot de tijd van jullie wijding voorbij is. Zeven dagen zal jullie wijding duren. 8:33 uit de ingang van de tent van samenkomst zult ge zeven dagen lang niet weggaan, tot de dag dat vervuld worden de dagen van uw handvulling; want in zeven dagen zal hij uw hand vullen;  

King James Bible . [33] And ye shall not go out of the door of the tabernacle of the congregation in seven days, until the days of your consecration be at an end: for seven days shall he consecrate you.
Luther-Bibel . 33Und ihr sollt sieben Tage lang nicht weggehen von der Tür der Stiftshütte, bis die Tage eures Einsetzungsopfers um sind; denn sieben Tage sollen eure Hände gefüllt werden.

Tekstuitleg van Lv 8,33 .

Lv 8,34 - Lv 8,34 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
34 καθάπερ ἐποίησεν ἐν τῇ ἡμέρᾳ ταύτῃ, ᾗ ἐνετείλατο Κύριος τοῦ ποιῆσαι, ὥστε ἐξιλάσασθαι περὶ ὑμῶν. 34 sicut et inpraesentiarum factum est ut ritus sacrificii conpleretur   34 Gelijk men gedaan heeft op dezen dag, heeft de HEERE te doen geboden, om voor u verzoening te doen. [34] Zoals men vandaag heeft gedaan, zo moet men, volgens het bevel van de heer, ook de andere dagen doen, om de verzoening voor u te voltrekken.  [34] Op bevel van de HEER moet wat vandaag is gedaan ook de komende dagen gedaan worden, om verzoening voor jullie te bewerken. 8:34 zoals hij gedaan heeft op deze dag heeft de Ene geboden om te doen, om verzoening over u te vragen;  

King James Bible . [34] As he hath done this day, so the LORD hath commanded to do, to make an atonement for you.
Luther-Bibel . 34Wie es am heutigen Tage geschehen ist, so hat der HERR geboten, auch fernerhin zu tun, auf dass ihr entsühnt werdet.

Tekstuitleg van Lv 8,34 .

5. act. piël perf. 3de pers. mann. enk. צִוָּה = tsiwwâh (hij beval) van het werkw. צָוָה = tsâwâh (opdragen, bevelen ) . Taalgebruik in Tenakh : tsâwâh (opdragen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 29 OF 101 (priemgetal) . Structuur : 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (192) . Pentateuch (110) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (27) . Lv (22) : (1) Lv 7,36 . (2) Lv 7,38 . (3) Lv 8,4 . (4) Lv 8,5 . (5) Lv 8,9 . (6) Lv 8,13 . (7) Lv 8,17 . (8) Lv 8,21 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,34 . (11) Lv 8,36 . (12) Lv 9,5 . (13) Lv 9,6 . (14) Lv 9,7 . (15) Lv 9,10 . (16) Lv 9,21 . (17) Lv 10,1 . (18) Lv 10,15 . (19) Lv 16,34 . (20) Lv 17,2 . (21) Lv 24,23 . (22) Lv 27,34 .

Lv 8,35 - Lv 8,35 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
35 καὶ ἐπὶ τὴν θύραν τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου καθήσεσθε ἑπτὰ ἡμέρας, ἡμέραν καὶ νύκτα· φυλάξεσθε τὰ φυλάγματα Κυρίου, ἵνα μὴ ἀποθάνητε· οὕτω γὰρ ἐνετείλατό μοι Κύριος ὁ Θεός. 35 die ac nocte manebitis in tabernaculo observantes custodias Domini ne moriamini sic enim mihi praeceptum est   35 Gij zult dan aan de deur van de tent der samenkomst blijven, dag en nacht, zeven dagen, en zult de wacht des HEEREN waarnemen, opdat gij niet sterft; want alzo is het mij geboden. [35] Daarom moet u zeven dagen, dag en nacht, bij de ingang van de tent van samenkomst blijven. Dan doet u wat de heer voorschrijft en zult u niet sterven. Zo is mij bevolen.’   [35] Jullie moeten zeven dagen en nachten binnen de omheining van de ontmoetingstent blijven en doen wat de HEER jullie heeft opgedragen, anders sterven jullie. Zo is het mij bevolen.' 8:35 in de ingang van de tent van samenkomst zult ge blijven, dag en nacht, zeven dagen lang, en zult ge wacht houden in een wake voor de Ene, wilt ge niet sterven; want zó is het mij geboden!  

King James Bible . [35] Therefore shall ye abide at the door of the tabernacle of the congregation day and night seven days, and keep the charge of the LORD, that ye die not: for so I am commanded.
Luther-Bibel . 35Und ihr sollt vor der Tür der Stiftshütte Tag und Nacht bleiben sieben Tage lang und sollt nach dem Gebot des HERRN tun, dass ihr nicht sterbt; denn so ist es mir geboten.

Tekstuitleg van Lv 8,35 .

Lv 8,36 - Lv 8,36 : De priesterwijding - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Lv (Leviticus) -- Lv 8 -- Lv 8,1-36 -- Lv 8,1 - Lv 8,2 - Lv 8,3 - Lv 8,4 - Lv 8,5 - Lv 8,6 - Lv 8,7 - Lv 8,8 - Lv 8,9 - Lv 8,10 - Lv 8,11 - Lv 8,12 - Lv 8,13 - Lv 8,14 - Lv 8,15 - Lv 8,16 - Lv 8,17 - Lv 8,18 - Lv 8,19 - Lv 8,20 - Lv 8,21 - Lv 8,22 - Lv 8,23 - Lv 8,24 - Lv 8,25 - Lv 8,26 - Lv 8,27 - Lv 8,28 - Lv 8,29 - Lv 8,30 - Lv 8,31 - Lv 8,32 - Lv 8,33 - Lv 8,34 - Lv 8,35 - Lv 8,36 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
36 καὶ ἐποίησεν ᾿Ααρὼν καὶ οἱ υἱοὶ αὐτοῦ πάντας τοὺς λόγους, οὓς συνέταξε Κύριος τῷ Μωυσῇ. 36 feceruntque Aaron et filii eius cuncta quae locutus est Dominus per manum Mosi   36 Aäron nu en zijn zonen deden al de dingen, die de HEERE door den dienst van Mozes geboden had. [36] Aäron en zijn zonen deden wat de heer door Mozes bevolen had.  [36] Aäron en zijn zonen deden alles wat de HEER hun bij monde van Mozes had opgedragen. 8:36 Dan dóet Aäron, met zijn zonen, al de woorden welke de Ene heeft geboden door de hand van Mozes.  

King James Bible . [36] So Aaron and his sons did all things which the LORD commanded by the hand of Moses.
Luther-Bibel . 36Und Aaron und seine Söhne taten alles, was der HERR durch Mose geboten hatte.

Tekstuitleg van Lv 8,36 .

8. act. piël perf. 3de pers. mann. enk. צִוָּה = tsiwwâh (hij beval) van het werkw. צָוָה = tsâwâh (opdragen, bevelen ) . Taalgebruik in Tenakh : tsâwâh (opdragen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 29 OF 101 (priemgetal) . Structuur : 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (192) . Pentateuch (110) . Eerdere Profeten (45) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (27) . Lv (22) : (1) Lv 7,36 . (2) Lv 7,38 . (3) Lv 8,4 . (4) Lv 8,5 . (5) Lv 8,9 . (6) Lv 8,13 . (7) Lv 8,17 . (8) Lv 8,21 . (9) Lv 8,29 . (10) Lv 8,34 . (11) Lv 8,36 . (12) Lv 9,5 . (13) Lv 9,6 . (14) Lv 9,7 . (15) Lv 9,10 . (16) Lv 9,21 . (17) Lv 10,1 . (18) Lv 10,15 . (19) Lv 16,34 . (20) Lv 17,2 . (21) Lv 24,23 . (22) Lv 27,34 .


- Hebreeuwse tekst

וַיְדַבֵּר יְהוָה אֶל־מֹשֶׁה לֵּאמֹר׃ .1 קַח אֶת־אַהֲרֹן וְאֶת־בָּנָיו אִתֹּו וְאֵת הַבְּגָדִים וְאֵת שֶׁמֶן הַמִּשְׁחָה וְאֵת ׀ פַּר הַחַטָּאת וְאֵת שְׁנֵי הָאֵילִים וְאֵת סַל הַמַּצֹּות׃ .2 וְאֵת כָּל־הָעֵדָה הַקְהֵל אֶל־פֶּתַח אֹהֶל מֹועֵד׃ .3 וַיַּעַשׂ מֹשֶׁה כַּאֲשֶׁר צִוָּה יְהוָה אֹתֹו וַתִּקָּהֵל הָעֵדָה אֶל־פֶּתַח אֹהֶל מֹועֵד׃ .4 וַיֹּאמֶר מֹשֶׁה אֶל־הָעֵדָה זֶה הַדָּבָר אֲשֶׁר־צִוָּה יְהוָה לַעֲשֹׂות׃ .5 וַיַּקְרֵב מֹשֶׁה אֶת־אַהֲרֹן וְאֶת־בָּנָיו וַיִּרְחַץ אֹתָם בַּמָּיִם׃ .6 וַיִּתֵּן עָלָיו אֶת־הַכֻּתֹּנֶת וַיַּחְגֹּר אֹתֹו בָּאַבְנֵט וַיַּלְבֵּשׁ אֹתֹו אֶת־הַמְּעִיל וַיִּתֵּן עָלָיו אֶת־הָאֵפֹד וַיַּחְגֹּר אֹתֹו בְּחֵשֶׁב הָאֵפֹד וַיֶּאְפֹּד לֹו בֹּו׃ .7 וַיָּשֶׂם עָלָיו אֶת־הַחֹשֶׁן וַיִּתֵּן אֶל־הַחֹשֶׁן אֶת־הָאוּרִים וְאֶת־הַתֻּמִּים׃ .8 וַיָּשֶׂם אֶת־הַמִּצְנֶפֶת עַל־רֹאשֹׁו וַיָּשֶׂם עַל־הַמִּצְנֶפֶת אֶל־מוּל פָּנָיו אֵת צִיץ הַזָּהָב נֵזֶר הַקֹּדֶשׁ כַּאֲשֶׁר צִוָּה יְהוָה אֶת־מֹשֶׁה׃ .9 וַיִּקַּח מֹשֶׁה אֶת־שֶׁמֶן הַמִּשְׁחָה וַיִּמְשַׁח אֶת־הַמִּשְׁכָּן וְאֶת־כָּל־אֲשֶׁר־בֹּו וַיְקַדֵּשׁ אֹתָם׃ .10 וַיַּז מִמֶּנּוּ עַל־הַמִּזְבֵּחַ שֶׁבַע פְּעָמִים וַיִּמְשַׁח אֶת־הַמִּזְבֵּחַ וְאֶת־כָּל־כֵּלָיו וְאֶת־הַכִּיֹּר וְאֶת־כַּנֹּו לְקַדְּשָׁם׃ .11 וַיִּצֹק מִשֶּׁמֶן הַמִּשְׁחָה עַל רֹאשׁ אַהֲרֹן וַיִּמְשַׁח אֹתֹו לְקַדְּשֹׁו׃ .12 וַיַּקְרֵב מֹשֶׁה אֶת־בְּנֵי אַהֲרֹן וַיַּלְבִּשֵׁם כֻּתֳּנֹת וַיַּחְגֹּר אֹתָם אַבְנֵט וַיַּחֲבֹשׁ לָהֶם מִגְבָּעֹות כַּאֲשֶׁר צִוָּה יְהוָה אֶת־מֹשֶׁה׃ .13 וַיַּגֵּשׁ אֵת פַּר הַחַטָּאת וַיִּסְמֹךְ אַהֲרֹן וּבָנָיו אֶת־יְדֵיהֶם עַל־רֹאשׁ פַּר הַחַטָּאת׃ .14 וַיִּשְׁחָט וַיִּקַּח מֹשֶׁה אֶת־הַדָּם וַיִּתֵּן עַל־קַרְנֹות הַמִּזְבֵּחַ סָבִיב בְּאֶצְבָּעֹו וַיְחַטֵּא אֶת־הַמִּזְבֵּחַ וְאֶת־הַדָּם יָצַק אֶל־יְסֹוד הַמִּזְבֵּחַ וַיְקַדְּשֵׁהוּ לְכַפֵּר עָלָיו׃ .15 וַיִּקַּח אֶת־כָּל־הַחֵלֶב אֲשֶׁר עַל־הַקֶּרֶב וְאֵת יֹתֶרֶת הַכָּבֵד וְאֶת־שְׁתֵּי הַכְּלָיֹת וְאֶת־חֶלְבְּהֶן וַיַּקְטֵר מֹשֶׁה הַמִּזְבֵּחָה׃ .16 וְאֶת־הַפָּר וְאֶת־עֹרֹו וְאֶת־בְּשָׂרֹו וְאֶת־פִּרְשֹׁו שָׂרַף בָּאֵשׁ מִחוּץ לַמַּחֲנֶה כַּאֲשֶׁר צִוָּה יְהוָה אֶת־מֹשֶׁה׃ .17 וַיַּקְרֵב אֵת אֵיל הָעֹלָה וַיִּסְמְכוּ אַהֲרֹן וּבָנָיו אֶת־יְדֵיהֶם עַל־רֹאשׁ הָאָיִל׃ .18 וַיִּשְׁחָט וַיִּזְרֹק מֹשֶׁה אֶת־הַדָּם עַל־הַמִּזְבֵּחַ סָבִיב׃ .19 וְאֶת־הָאַיִל נִתַּח לִנְתָחָיו וַיַּקְטֵר מֹשֶׁה אֶת־הָרֹאשׁ וְאֶת־הַנְּתָחִים וְאֶת־הַפָּדֶר׃ .20 וְאֶת־הַקֶּרֶב וְאֶת־הַכְּרָעַיִם רָחַץ בַּמָּיִם וַיַּקְטֵר מֹשֶׁה אֶת־כָּל־הָאַיִל הַמִּזְבֵּחָה עֹלָה הוּא לְרֵיחַ־נִיחֹחַ אִשֶּׁה הוּא לַיהוָה כַּאֲשֶׁר צִוָּה יְהוָה אֶת־מֹשֶׁה׃ .21 וַיַּקְרֵב אֶת־הָאַיִל הַשֵּׁנִי אֵיל הַמִּלֻּאִים וַיִּסְמְכוּ אַהֲרֹן וּבָנָיו אֶת־יְדֵיהֶם עַל־רֹאשׁ הָאָיִל׃ .22 וַיִּשְׁחָט ׀ וַיִּקַּח מֹשֶׁה מִדָּמֹו וַיִּתֵּן עַל־תְּנוּךְ אֹזֶן־אַהֲרֹן הַיְמָנִית וְעַל־בֹּהֶן יָדֹו הַיְמָנִית וְעַל־בֹּהֶן רַגְלֹו הַיְמָנִית׃ .23 וַיַּקְרֵב אֶת־בְּנֵי אַהֲרֹן וַיִּתֵּן מֹשֶׁה מִן־הַדָּם עַל־תְּנוּךְ אָזְנָם הַיְמָנִית וְעַל־בֹּהֶן יָדָם הַיְמָנִית וְעַל־בֹּהֶן רַגְלָם הַיְמָנִית וַיִּזְרֹק מֹשֶׁה אֶת־הַדָּם עַל־הַמִּזְבֵּחַ סָבִיב׃ .24 וַיִּקַּח אֶת־הַחֵלֶב וְאֶת־הָאַלְיָה וְאֶת־כָּל־הַחֵלֶב אֲשֶׁר עַל־הַקֶּרֶב וְאֵת יֹתֶרֶת הַכָּבֵד וְאֶת־שְׁתֵּי הַכְּלָיֹת וְאֶת־חֶלְבְּהֶן וְאֵת שֹׁוק הַיָּמִין׃ .25 וּמִסַּל הַמַּצֹּות אֲשֶׁר ׀ לִפְנֵי יְהוָה לָקַח חַלַּת מַצָּה אַחַת וְחַלַּת לֶחֶם שֶׁמֶן אַחַת וְרָקִיק אֶחָד וַיָּשֶׂם עַל־הַחֲלָבִים וְעַל שֹׁוק הַיָּמִין׃ .26 וַיִּתֵּן אֶת־הַכֹּל עַל כַּפֵּי אַהֲרֹן וְעַל כַּפֵּי בָנָיו וַיָּנֶף אֹתָם תְּנוּפָה לִפְנֵי יְהוָה׃ .27 וַיִּקַּח מֹשֶׁה אֹתָם מֵעַל כַּפֵּיהֶם וַיַּקְטֵר הַמִּזְבֵּחָה עַל־הָעֹלָה מִלֻּאִים הֵם לְרֵיחַ נִיחֹחַ אִשֶּׁה הוּא לַיהוָה׃ .28 וַיִּקַּח מֹשֶׁה אֶת־הֶחָזֶה וַיְנִיפֵהוּ תְנוּפָה לִפְנֵי יְהוָה מֵאֵיל הַמִּלֻּאִים לְמֹשֶׁה הָיָה לְמָנָה כַּאֲשֶׁר צִוָּה יְהוָה אֶת־מֹשֶׁה׃ .29 וַיִּקַּח מֹשֶׁה מִשֶּׁמֶן הַמִּשְׁחָה וּמִן־הַדָּם אֲשֶׁר עַל־הַמִּזְבֵּחַ וַיַּז עַל־אַהֲרֹן עַל־בְּגָדָיו וְעַל־בָּנָיו וְעַל־בִּגְדֵי בָנָיו אִתֹּו וַיְקַדֵּשׁ אֶת־אַהֲרֹן אֶת־בְּגָדָיו וְאֶת־בָּנָיו וְאֶת־בִּגְדֵי בָנָיו אִתֹּו׃ .30 וַיֹּאמֶר מֹשֶׁה אֶל־אַהֲרֹן וְאֶל־בָּנָיו בַּשְּׁלוּ אֶת־הַבָּשָׂר פֶּתַח אֹהֶל מֹועֵד וְשָׁם תֹּאכְלוּ אֹתֹו וְאֶת־הַלֶּחֶם אֲשֶׁר בְּסַל הַמִּלֻּאִים כַּאֲשֶׁר צִוֵּיתִי לֵאמֹר אַהֲרֹן וּבָנָיו יֹאכְלֻהוּ׃ .31 וְהַנֹּותָר בַּבָּשָׂר וּבַלָּחֶם בָּאֵשׁ תִּשְׂרֹפוּ׃ .32 וּמִפֶּתַח אֹהֶל מֹועֵד לֹא תֵצְאוּ שִׁבְעַת יָמִים עַד יֹום מְלֹאת יְמֵי מִלֻּאֵיכֶם כִּי שִׁבְעַת יָמִים יְמַלֵּא אֶת־יֶדְכֶם׃ .33 כַּאֲשֶׁר עָשָׂה בַּיֹּום הַזֶּה צִוָּה יְהוָה לַעֲשֹׂת לְכַפֵּר עֲלֵיכֶם׃ .34 וּפֶתַח אֹהֶל מֹועֵד תֵּשְׁבוּ יֹומָם וָלַיְלָה שִׁבְעַת יָמִים וּשְׁמַרְתֶּם אֶת־מִשְׁמֶרֶת יְהוָה וְלֹא תָמוּתוּ כִּי־כֵן צֻוֵּיתִי׃ .35 וַיַּעַשׂ אַהֲרֹן וּבָנָיו אֵת כָּל־הַדְּבָרִים אֲשֶׁר־צִוָּה יְהוָה בְּיַד־מֹשֶׁה׃ ס .36


- Targum Onkelos


- Griekse tekst - Septuaginta

ΚΑΙ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων· 2 λάβε ᾿Ααρὼν καὶ τοὺς υἱοὺς αὐτοῦ καὶ τὰς στολὰς αὐτοῦ καὶ τὸ ἔλαιον τῆς χρίσεως καὶ τὸν μόσχον τὸν περὶ τῆς ἁμαρτίας καὶ τοὺς δύο κριοὺς καὶ τὸ κανοῦν τῶν ἀζύμων, 3 καὶ πᾶσαν τὴν συναγωγὴν ἐκκλησίασον ἐπὶ τὴν θύραν τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου. 4 καὶ ἐποίησε Μωυσῆς ὃν τρόπον συνέταξεν αὐτῷ Κύριος, καὶ ἐξεκκλησίασε τὴν συναγωγὴν ἐπὶ τὴν θύραν τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου. 5 καὶ εἶπε Μωυσῆς τῇ συναγωγῇ· τοῦτό ἐστι τὸ ρῆμα, ὃ ἐνετείλατο Κύριος ποιῆσαι. 6 καὶ προσήνεγκε Μωυσῆς τὸν ᾿Ααρὼν καὶ τοὺς υἱοὺς αὐτοῦ, καὶ ἔλουσεν αὐτοὺς ὕδατι· 7 καὶ ἐνέδυσεν αὐτὸν τὸν χιτῶνα καὶ ἔζωσεν αὐτὸν τὴν ζώνην καὶ ἐνέδυσεν αὐτὸν τὸν ὑποδύτην καὶ ἐπέθηκεν ἐπ᾿ αὐτὸν τὴν ἐπωμίδα καὶ συνέζωσεν αὐτὸν κατὰ τὴν ποίησιν τῆς ἐπωμίδος καὶ συνέσφιγξεν αὐτὸν ἐν αὐτῇ, 8 καὶ ἐπέθηκεν ἐπ᾿ αὐτὴν τὸ λογεῖον καὶ ἐπέθηκεν ἐπὶ τὸ λογεῖον τὴν δήλωσιν καὶ τὴν ἀλήθειαν· 9 καὶ ἐπέθηκε τὴν μίτραν ἐπὶ τὴν κεφαλὴν αὐτοῦ καὶ ἐπέθηκεν ἐπὶ τὴν μίτραν κατὰ πρόσωπον αὐτοῦ τὸ πέταλον τὸ χρυσοῦν τὸ καθηγιασμένον ἅγιον, ὃν τρόπον συνέταξε Κύριος τῷ Μωυσῇ. 10 καὶ ἔλαβε Μωυσῆς ἀπὸ τοῦ ἐλαίου τῆς χρίσεως 11 καὶ ἔρρανεν ἀπ᾿ αὐτοῦ ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον ἑπτάκις καὶ ἔχρισε τὸ θυσιαστήριον καὶ ἡγίασεν αὐτὸ καὶ πάντα τὰ ἐν αὐτῷ καὶ τὸν λουτῆρα καὶ τὴν βάσιν αὐτοῦ, καὶ ἡγίασεν αὐτά· καὶ ἔχρισε τὴν σκηνὴν καὶ πάντα τὰ σκεύη αὐτῆς καὶ ἡγίασεν αὐτήν. 12 καὶ ἐπέχεε Μωυσῆς ἀπὸ τοῦ ἐλαίου τῆς χρίσεως ἐπὶ τὴν κεφαλὴν ᾿Ααρὼν καὶ ἔχρισεν αὐτὸν καὶ ἡγίασεν αὐτόν. 13 καὶ προσήγαγε Μωυσῆς τοὺς υἱους ᾿Ααρὼν καὶ ἐνέδυσεν αὐτοὺς χιτῶνας καί ἔζωσεν αὐτοὺς ζώνας καὶ περιέθηκεν αὐτοῖς κιδάρεις, καθάπερ συνέταξε Κύριος τῷ Μωυσῇ. 14 καὶ προσήγαγε Μωυσῆς τὸν μόσχον τὸν περὶ τῆς ἁμαρτίας, καὶ ἐπέθηκεν ᾿Ααρὼν καὶ οἱ υἱοὶ αὐτοῦ τὰς χεῖρας ἐπὶ τὴν κεφαλὴν τοῦ μόσχου τοῦ τῆς ἁμαρτίας. 15 καὶ ἔσφαξεν αὐτόν, καὶ ἔλαβε Μωυσῆς ἀπὸ τοῦ αἵματος καὶ ἐπέθηκεν ἐπὶ τὰ κέρατα τοῦ θυσιαστηρίου κύκλῳ τῷ δακτύλῳ καὶ ἐκαθάρισε τὸ θυσιαστήριον· καὶ τὸ αἷμα ἐξέχεεν ἐπὶ τὴν βάσιν τοῦ θυσιαστηρίου καὶ ἡγίασεν αὐτό, τοῦ ἐξιλάσασθαι ἐπ᾿ αὐτοῦ. 16 καὶ ἔλαβε Μωυσῆς πᾶν τὸ στέαρ τὸ ἐπὶ τῶν ἐνδοσθίων καὶ τὸν λοβὸν τὸν ἐπὶ τοῦ ἥπατος καὶ ἀμφοτέρους τοὺς νεφροὺς καὶ τὸ στέαρ τὸ ἐπ᾿ αὐτῶν, καὶ ἀνήνεγκε Μωυσῆς ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον. 17 καὶ τὸν μόσχον καὶ τὴν βύρσαν αὐτοῦ καὶ τὰ κρέα αὐτοῦ καὶ τὴν κόπρον αὐτοῦ κατέκαυσεν αὐτὰ πυρὶ ἔξω τῆς παρεμβολῆς, ὃν τρόπον συνέταξε Κύριος τῷ Μωυσῇ. 18 καὶ προσήγαγε Μωυσῆς τὸν κριὸν τὸν εἰς ὁλοκαύτωμα, καὶ ἐπέθηκεν ᾿Ααρὼν καὶ υἱοὶ αὐτοῦ τὰς χεῖρας αὐτῶν ἐπὶ τὴν κεφαλὴν τοῦ κριοῦ. 19 καὶ ἔσφαξε Μωυσῆς τὸν κριόν, καὶ προσέχεε Μωυσῆς τὸ αἷμα ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον κύκλῳ. 20 καὶ τὸν κριὸν ἐκρεανόμησε κατὰ μέλη καὶ ἀνήνεγκε Μωυσῆς τὴν κεφαλὴν καὶ τὰ μέλη καὶ τὸ στέαρ· 21 καὶ τὴν κοιλίαν καὶ τοὺς πόδας ἔπλυνεν ὕδατι, καὶ ἀνήνεγκε Μωυσῆς ὅλον τὸν κριὸν ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον· ὁλοκαύτωμά ἐστιν εἰς ὀσμὴν εὐωδίας, κάρπωμά ἐστι τῷ Κυρίῳ, καθάπερ ἐνετείλατο Κύριος τῷ Μωυσῇ. 22 καὶ προσήγαγε Μωυσῆς τὸν κριὸν τὸν δεύτερον, κριὸν τελειώσεως· καὶ ἐπέθηκεν ᾿Ααρὼν καὶ οἱ υἱοὶ αὐτοῦ τὰς χεῖρας αὐτῶν ἐπὶ τὴν κεφαλὴν τοῦ κριοῦ. 23 καὶ ἔσφαξεν αὐτὸν καὶ ἔλαβε Μωυσῆς ἀπὸ τοῦ αἵματος αὐτοῦ καὶ ἐπέθηκεν ἐπὶ τὸν λοβὸν τοῦ ὠτὸς ᾿Ααρὼν τοῦ δεξιοῦ καὶ ἐπὶ τὸ ἄκρον τῆς χειρὸς τῆς δεξιᾶς καὶ ἐπὶ τὸ ἄκρον τοῦ ποδὸς τοῦ δεξιοῦ. 24 καὶ προσήγαγε Μωυσῆς τοὺς υἱοὺς ᾿Ααρών, καὶ ἐπέθηκε Μωυσῆς ἀπὸ τοῦ αἵματος ἐπὶ τοὺς λοβοὺς τῶν ὤτων τῶν δεξιῶν καὶ ἐπὶ τὰ ἄκρα τῶν χειρῶν αὐτῶν τῶν δεξιῶν καὶ ἐπὶ τὰ ἄκρα τῶν ποδῶν αὐτῶν τῶν δεξιῶν, καὶ προσέχεε Μωυσῆς τὸ αἷμα ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον κύκλῳ. 25 καὶ ἔλαβε τὸ στέαρ καὶ τὴν ὀσφὺν καὶ τὸ στέαρ τὸ ἐπὶ τῆς κοιλίας καὶ τὸν λοβὸν τοῦ ἥπατος καὶ τοὺς δύο νεφροὺς καὶ τὸ στέαρ τὸ ἐπ᾿ αὐτῶν καὶ τὸν βραχίονα τὸν δεξιόν· 26 καὶ ἀπὸ τοῦ κανοῦ τῆς τελειώσεως, τοῦ ὄντος ἔναντι Κυρίου, ἔλαβεν ἄρτον ἕνα ἄζυμον καὶ ἄρτον ἐξ ἐλαίου ἕνα καὶ λάγανον ἓν καὶ ἐπέθηκεν ἐπὶ τὸ στέαρ καὶ τὸν βραχίονα τὸν δεξιόν· 27 καὶ ἐπέθηκεν ἅπαντα ἐπὶ τὰς χεῖρας ᾿Ααρὼν καὶ ἐπὶ τὰς χεῖρας τῶν υἱῶν αὐτοῦ· καὶ ἀνήνεγκεν αὐτά ἀφαίρεμα ἔναντι Κυρίου. 28 καὶ ἔλαβε Μωυσῆς ἀπὸ τῶν χειρῶν αὐτῶν, καὶ ἀνήνεγκεν αὐτὰ Μωυσῆς ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον, ἐπὶ τὸ ὁλοκαύτωμα τῆς τελειώσεως, ὅ ἐστιν ὀσμὴ εὐωδίας· κάρπωμά ἐστι τῷ Κυρίῳ. 29 καὶ λαβὼν Μωυσῆς τὸ στηθύνιον ἀφεῖλεν αὐτὸ ἐπίθεμα ἔναντι Κυρίου ἀπὸ τοῦ κριοῦ τῆς τελειώσεως, καὶ ἐγένετο Μωυσῇ ἐν μερίδι, καθὰ ἐνετείλατο Κύριος τῷ Μωυσῇ. 30 καὶ ἔλαβε Μωυσῆς ἀπὸ τοῦ ἐλαίου τῆς χρίσεως καὶ ἀπὸ τοῦ αἵματος τοῦ ἐπὶ τοῦ θυσιαστηρίου καὶ προσέρρανεν ἐπὶ ᾿Ααρὼν καὶ τὰς στολὰς αὐτοῦ καὶ τοὺς υἱοὺς αὐτοῦ καὶ τὰς στολὰς τῶν υἱῶν αὐτοῦ μετ᾿ αὐτοῦ, καὶ ἡγίασεν ᾿Ααρὼν καὶ τὰς στολὰς αὐτοῦ καὶ τούς υἱοὺς αὐτοῦ καὶ τὰς στολὰς τῶν υἱῶν αὐτοῦ μετ᾿ αὐτοῦ. 31 καὶ εἶπε Μωυσῆς πρὸς ᾿Ααρὼν καὶ τοὺς υἱοὺς αὐτοῦ· ἑψήσατε τὰ κρέα ἐν τῇ αὐλῇ τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου ἐν τόπῳ ἁγίῳ καὶ ἐκεῖ φάγεσθε αὐτὰ καὶ τοὺς ἄρτους τοὺς ἐν τῷ κανῷ τῆς τελειώσεως, ὃν τρόπον συντέτακταί μοι, λέγων· ᾿Ααρὼν καὶ οἱ υἱοὶ αὐτοῦ φάγονται αὐτά· 32 καὶ τὸ καταλειφθὲν τῶν κρεῶν καὶ τῶν ἄρτων ἐν πυρὶ κατακαύσατε. 33 καὶ ἀπὸ τῆς θύρας τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου οὐκ ἐξελεύσεσθε ἑπτὰ ἡμέρας, ἕως ἡμέρα πληρωθῇ, ἡμέρα τελειώσεως ὑμῶν· ἑπτὰ γὰρ ἡμέρας τελειώσει τὰς χεῖρας ὑμῶν, 34 καθάπερ ἐποίησεν ἐν τῇ ἡμέρᾳ ταύτῃ, ᾗ ἐνετείλατο Κύριος τοῦ ποιῆσαι, ὥστε ἐξιλάσασθαι περὶ ὑμῶν. 35 καὶ ἐπὶ τὴν θύραν τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου καθήσεσθε ἑπτὰ ἡμέρας, ἡμέραν καὶ νύκτα· φυλάξεσθε τὰ φυλάγματα Κυρίου, ἵνα μὴ ἀποθάνητε· οὕτω γὰρ ἐνετείλατό μοι Κύριος ὁ Θεός. 36 καὶ ἐποίησεν ᾿Ααρὼν καὶ οἱ υἱοὶ αὐτοῦ πάντας τοὺς λόγους, οὓς συνέταξε Κύριος τῷ Μωυσῇ.


- Vulgata

8. 1 locutusque est Dominus ad Mosen dicens 2 tolle Aaron cum filiis suis vestes eorum et unctionis oleum vitulum pro peccato duos arietes canistrum cum azymis 3 et congregabis omnem coetum ad ostium tabernaculi 4 fecit Moses ut Dominus imperarat congregataque omni turba ante fores 5 ait iste est sermo quem iussit Dominus fieri 6 statimque obtulit Aaron et filios eius cumque lavisset eos 7 vestivit pontificem subucula linea accingens eum balteo et induens tunica hyacinthina et desuper umerale inposuit 8 quod adstringens cingulo aptavit rationali in quo erat doctrina et veritas 9 cidarim quoque texit caput et super eam contra frontem posuit lamminam auream consecratam in sanctificationem sicut praeceperat ei Dominus 10 tulit et unctionis oleum quo levit tabernaculum cum omni supellectili sua 11 cumque sanctificans aspersisset altare septem vicibus unxit illud et omnia vasa eius labrumque cum basi sua sanctificavit oleo 12 quod fundens super caput Aaron unxit eum et consecravit 13 filios quoque eius oblatos vestivit tunicis lineis et cinxit balteo inposuitque mitras ut iusserat Dominus 14 obtulit et vitulum pro peccato cumque super caput eius posuissent Aaron et filii eius manus suas 15 immolavit eum hauriens sanguinem et tincto digito tetigit cornua altaris per gyrum quo expiato et sanctificato fudit reliquum sanguinem ad fundamenta eius 16 adipem autem qui erat super vitalia et reticulum iecoris duosque renunculos cum arvinulis suis adolevit super altare 17 vitulum cum pelle carnibus et fimo cremans extra castra sicut praeceperat Dominus 18 obtulit et arietem in holocaustum super cuius caput cum inposuissent Aaron et filii eius manus suas 19 immolavit eum et fudit sanguinem eius per altaris circuitum 20 ipsumque arietem in frusta concidens caput eius et artus et adipem adolevit igni 21 lotis prius intestinis et pedibus totumque simul arietem incendit super altare eo quod esset holocaustum suavissimi odoris Domino sicut praeceperat ei 22 obtulit et arietem secundum in consecrationem sacerdotum posueruntque super caput illius Aaron et filii eius manus suas 23 quem cum immolasset Moses sumens de sanguine tetigit extremum auriculae dextrae Aaron et pollicem manus eius dextrae similiter et pedis 24 obtulit et filios Aaron cumque de sanguine arietis immolati tetigisset extremum auriculae singulorum dextrae et pollices manus ac pedis dextri reliquum fudit super altare per circuitum 25 adipem vero et caudam omnemque pinguedinem quae operit intestina reticulumque iecoris et duos renes cum adipibus suis et armo dextro separavit 26 tollens autem de canistro azymorum quod erat coram Domino panem absque fermento et collyridam conspersam oleo laganumque posuit super adipes et armum dextrum 27 tradens simul omnia Aaron et filiis eius qui postquam levaverunt ea coram Domino 28 rursum suscepta de manibus eorum adolevit super altare holocausti eo quod consecrationis esset oblatio in odorem suavitatis sacrificii Domini 29 tulit et pectusculum elevans illud coram Domino de ariete consecrationis in partem suam sicut praeceperat ei Dominus 30 adsumensque unguentum et sanguinem qui erat in altari aspersit super Aaron et vestimenta eius et super filios illius ac vestes eorum 31 cumque sanctificasset eos in vestitu suo praecepit eis dicens coquite carnes ante fores tabernaculi et ibi comedite eas panes quoque consecrationis edite qui positi sunt in canistro sicut praecepit mihi dicens Aaron et filii eius comedent eos 32 quicquid autem reliquum fuerit de carne et panibus ignis absumet 33 de ostio quoque tabernaculi non exibitis septem diebus usque ad diem quo conplebitur tempus consecrationis vestrae septem enim diebus finitur consecratio 34 sicut et inpraesentiarum factum est ut ritus sacrificii conpleretur 35 die ac nocte manebitis in tabernaculo observantes custodias Domini ne moriamini sic enim mihi praeceptum est 36 feceruntque Aaron et filii eius cuncta quae locutus est Dominus per manum Mosi


- Statenvertaling


- Willibrordvertaling


- De Nieuwe Bijbelvertaling


- De Naardense bijbel


- Bible de Jérusalem


- King James Bible


- Luther Bibel


- Arabisch

وكلم الرب موسى قائلا .1 خذ هرون وبنيه معه والثياب ودهن المسحة وثور الخطية والكبشين وسل الفطير .2 واجمع كل الجماعة الى باب خيمة الاجتماع. .3 ففعل موسى كما امره الرب. فاجتمعت الجماعة الى باب خيمة الاجتماع. .4 ثم قال موسى للجماعة هذا ما امر الرب ان يفعل. .5 فقدم موسى هرون وبنيه وغسلهم بماء. .6 وجعل عليه القميص ونطّقه بالمنطقة وألبسه الجبة وجعل عليه الرداء ونطّقه بزنّار الرداء وشدّه به. .7 ووضع عليه الصدرة وجعل في الصدرة الاوريم والتّمّيم. .8 ووضع العمامة على راسه ووضع على العمامة الى جهة وجهه صفيحة الذهب الاكليل المقدس كما امر الرب موسى. .9 ثم اخذ موسى دهن المسحة ومسح المسكن وكل ما فيه وقدسه. .10 ونضح منه على المذبح سبع مرات ومسح المذبح وجميع آنيته والمرحضة وقاعدتها لتقديسها. .11 وصب من دهن المسحة على راس هرون ومسحه لتقديسه. .12 ثم قدم موسى بني هرون والبسهم اقمصة ونطّقهم بمناطق وشدّ لهم قلانس كما امر الرب موسى .13 ثم قدّم ثور الخطية ووضع هرون وبنوه ايديهم على راس ثور الخطية .14 فذبحه واخذ موسى الدم وجعله على قرون المذبح مستديرا باصبعه وطهر المذبح ثم صبّ الدم الى اسفل المذبح وقدّسه تكفيرا عنه. .15 واخذ كل الشحم الذي على الاحشاء وزيادة الكبد والكليتين وشحمهما واوقده موسى على المذبح .16 واما الثور جلده ولحمه وفرثه فاحرقه بنار خارج المحلّة كما امر الرب موسى .17 ثم قدم كبش المحرقة فوضع هرون وبنوه ايديهم على راس الكبش. .18 فذبحه ورشّ موسى الدم على المذبح مستديرا. .19 وقطع الكبش الى قطعه واوقد موسى الراس والقطع والشحم. .20 واما الاحشاء والاكارع فغسلها بماء واوقد موسى كل الكبش على المذبح. انه محرقة لرائحة سرور. وقود هو للرب. كما امر الرب موسى .21 ثم قدّم الكبش الثاني كبش الملء فوضع هرون وبنوه ايديهم على راس الكبش. .22 فذبحه واخذ موسى من دمه وجعل على شحمة اذن هرون اليمنى وعلى ابهام يده اليمنى وعلى ابهام رجله اليمنى. .23 ثم قدّم موسى بني هرون وجعل من الدم على شحم آذانهم اليمنى وعلى اباهم ايديهم اليمنى وعلى اباهم ارجلهم اليمنى. ثم رشّ موسى الدم على المذبح مستديرا. .24 ثم اخذ الشحم الألية وكل الشحم الذي على الاحشاء وزيادة الكبد والكليتين وشحمهما والساق اليمنى .25 ومن سل الفطير الذي امام الرب اخذ قرصا واحدا فطيرا وقرصا واحدا من الخبز بزيت ورقاقة واحدة ووضعها على الشحم وعلى الساق اليمنى .26 وجعل الجميع على كفّي هرون وكفوف بنيه ورددها ترديدا امام الرب. .27 ثم اخذها موسى عن كفوفهم واوقدها على المذبح فوق المحرقة. انها قربان ملء لرائحة سرور. وقود هي للرب. .28 ثم اخذ موسى الصدر وردده ترديدا امام الرب من كبش الملء لموسى كان نصيبا كما امر الرب موسى. .29 ثم اخذ موسى من دهن المسحة ومن الدم الذي على المذبح ونضح على هرون وعلى ثيابه وعلى بنيه وعلى ثياب بنيه معه وقدّس هرون وثيابه وبنيه وثياب بنيه معه. .30 ثم قال موسى لهرون وبنيه اطبخوا اللحم لدى باب خيمة الاجتماع وهناك تأكلونه والخبز الذي في سل قربان الملء كما امرت قائلا هرون وبنوه يأكلونه. .31 والباقي من اللحم والخبز تحرقونه بالنار. .32 ومن لدن باب خيمة الاجتماع لا تخرجون سبعة ايام الى يوم كمال ايام ملئكم لانه سبعة ايام يملأ ايديكم. .33 كما فعل في هذا اليوم قد امر الرب ان يفعل للتكفير عنكم. .34 ولدى باب خيمة الاجتماع تقيمون نهارا وليلا سبعة ايام وتحفظون شعائر الرب فلا تموتون لاني هكذا أمرت. .35 فعمل هرون وبنوه كل ما امر به الرب على يد موسى .36


- Structuur


- Taalgebruik

- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- Commentaar