BIJBELBOEK MALEACHI 1 Mal 1

Uitleg hoofdstuk per hoofdstuk : Mal 1 - Mal 2 - Mal 3 -
Uitleg vers per vers : - Mal 1,1 - Mal 1,2 - Mal 1,3 - Mal 1,4 - Mal 1,5 - Mal 1,6 - Mal 1,7 - Mal 1,8 - Mal 1,9 - Mal 1,10 - Mal 1,11 - Mal 1,12 - Mal 1,13 - Mal 1,14 -
Mal 1,1 . Mal 1,2 . Mal 1,3 . Mal 1,4 . Mal 1,5 . Mal 1,6 . Mal 1,7 . Mal 1,8 . Mal 1,9 . Mal 1,10 . Mal 1,11 . Mal 1,12 . Mal 1,13 . Mal 1,14 .

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

MALEACHI Taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
bijbelvertalingen Lexilogos   bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing  

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik

ALGEMEEN OVERZICHT

-
bijbeloverzicht , taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën) :
Mal 1,1 - Mal 1,1 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1 1lèmma logou kuriou epi ton israèl en cheiri aggelou autou thesthe dè epi tas kardias umôn  1 onus verbi Domini ad Israhel in manu Malachi       [1] Een uitspraak. Een woord van de heer, tot Israël gericht, bij monde van Maleachi. [1] Profetie. De woorden die de HEER tot Israël heeft gesproken bij monde van Maleachi.   1 ¶ Een draaglast, een woord van de ENE tot Israël, door de hand van Maleachi,– mijn bode.   1. Oracle. Parole de Yahvé à Israël, par le ministère de Malachie.  

King James Bible . [1] The burden of the word of the LORD to Israel by Malachi.
Luther-Bibel . 1 1 Dies ist die Last, die der HERR ankündigt für Israel durch Maleachi.

Tekstuitleg van

De liefde van de HEER voor Israël  

Mal 1,2 - Mal 1,2 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2ègapèsa umas legei kurios kai eipate en tini ègapèsas èmas ouk adelfos èn èsau tou iakôb legei kurios kai ègapèsa ton iakôb  2 dilexi vos dicit Dominus et dixistis in quo dilexisti nos nonne frater erat Esau Iacob dicit Dominus et dilexi Iacob       [2] Ik heb u lief, zegt de heer. U vraagt: ‘Hoe hebt U uw liefde voor ons dan getoond?’ Was Esau* niet de broer van Jakob? – godsspraak van de heer. Jakob heb Ik liefgehad   [2] Ik heb jullie lief – zegt de HEER –, en jullie zeggen: ‘Waaruit blijkt die liefde dan?’ Zijn Jakob en Esau geen broers? – spreekt de HEER. Toch heb ik Jakob liefgehad   2 Ik heb u liefgehad!– heeft de ENE gezegd, en gij hebt gezegd: waarin hebt gij ons liefgehad? Was Esau niet de broer boven Jakob?, is de tijding van de ENE, maar Jakob wilde ik liefhebben,   2. Je vous ai aimés! dit Yahvé. - Cependant vous dites : En quoi nous as-tu aimés ? - Ésaü n'était-il pas le frère de Jacob ? oracle de Yahvé; or j'ai aimé Jacob 

King James Bible . [2] I have loved you, saith the LORD. Yet ye say, Wherein hast thou loved us? Was not Esau Jacob's brother? saith the LORD: yet I loved Jacob,
Luther-Bibel . 2 Ich habe euch lieb, spricht der HERR. Ihr aber sprecht: »Woran sehen wir, dass du uns lieb hast?« Ist nicht Esau Jakobs Bruder?, spricht der HERR; und doch hab ich Jakob lieb

Tekstuitleg van Mal 1,2 .

Mal 1,3 - Mal 1,3 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3ton de èsau emisèsa kai etaxa ta oria autou eis afanismon kai tèn klèronomian autou eis domata erèmou  3 Esau autem odio habui et posui montes eius in solitudinem et hereditatem eius in dracones deserti       [3] maar Esau gehaat: van zijn bergland heb Ik een wildernis gemaakt en zijn erfdeel heb Ik prijsgegeven aan de jakhalzen van de woestijn.   [3] en Esau gehaat. Van Esaus bergland maakte ik een wildernis, Edoms grondgebied heb ik aan de jakhalzen van de woestijn gegeven.   3 en Esau heb ik gehaat; van zijn bergen maakte ik een woestenij en van zijn erfdeel iets voor jakhalzen in een woestijn.   3. mais j'ai haï Ésaü. Je fis de ses montagnes une solitude et de son héritage des pâturages de désert.  

King James Bible . [3] And I hated Esau, and laid his mountains and his heritage waste for the dragons of the wilderness.
Luther-Bibel . 3 und hasse Esau und habe sein Gebirge öde gemacht und sein Erbe den Schakalen zur Wüste.

Tekstuitleg van Mal 1,3 .

Mal 1,4 - Mal 1,4 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4dioti erei è idoumaia katestraptai kai epistrepsômen kai anoikodomèsômen tas erèmous tade legei kurios pantokratôr autoi oikodomèsousin kai egô katastrepsô kai epiklèthèsetai autois oria anomias kai laos ef' on paratetaktai kurios eôs aiônos  4 quod si dixerit Idumea destructi sumus sed revertentes aedificabimus quae deserta sunt haec dicit Dominus exercituum isti aedificabunt et ego destruam et vocabuntur Termini impietatis et Populus cui iratus est Dominus usque in aeternum       [4] En als Edom zou zeggen: ‘Wij zijn wel neergeslagen, maar wij zullen weer opbouwen wat in puin ligt’, – zo spreekt de heer van de machten – laat hen maar bouwen, Ik sloop het weer; ‘Goddeloos land’ zal men van hen zeggen, en: ‘Dat volk, waarop de heer voor eeuwig kwaad is.’   [4] Edom kan zeggen: ‘Al zijn we verslagen, we bouwen de puinhopen weer op,’ maar dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ze kunnen bouwen zo veel ze willen, ik zal het weer afbreken. ‘Goddeloos land’ zal men het noemen, en ook: ‘Het volk waarop de HEER voor eeuwig verbolgen is’.   4 Al zegt Edom: wij zijn vernield, maar omgekeerd zullen wij puinhopen weer opbouwen!, zó heeft gezegd de ENE, de Omschaarde: als zij gaan bouwen zal ik slopen; men zal tot hen roepen ‘boosaardig gebied!’, en ‘de gemeenschap waarop de ENE vertoornd is, tot in eeuwigheid!’,   4. Si Édom dit : « Nous avons été détruits, mais nous relèverons nos ruines », ainsi parle Yahvé Sabaot : Qu'ils bâtissent, moi je démolirai! On les surnommera » Territoire d'impiété » et » Le peuple contre qui Yahvé est courroucé à jamais ».  

King James Bible . [4] Whereas Edom saith, We are impoverished, but we will return and build the desolate places; thus saith the LORD of hosts, They shall build, but I will throw down; and they shall call them, The border of wickedness, and, The people against whom the LORD hath indignation for ever.
Luther-Bibel . 4 Und wenn auch Edom spricht: Wir sind zerschlagen, aber wir wollen das Zerstörte wieder bauen!, so spricht der HERR Zebaoth: Werden sie bauen, so will ich abbrechen, und man wird sie nennen »Land des Frevels« und »Ein Volk, über das der HERR ewiglich zürnt«.

Tekstuitleg van Mal 1,4 .

Mal 1,5 - Mal 1,5 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5kai oi ofthalmoi umôn opsontai kai umeis ereite emegalunthè kurios uperanô tôn oriôn tou israèl 5 et oculi vestri videbunt et vos dicetis magnificetur Dominus super terminum Israhel       [5] Met uw eigen ogen zult u het zien en u zult zeggen: ‘De heer toont zich groot over het gebied van Israël.’  [5] Met eigen ogen zullen jullie het zien, en dan zullen jullie zeggen: ‘De HEER toont zijn macht in Israël!’   5 uw eigen ogen zullen het zien,– en gij zult zeggen: groot blijkt de ENE tot over Israëls gebiedsgrens!  5. Vos yeux le verront et vous direz : Yahvé est grand par-delà le territoire d'Israël!  

King James Bible . [5] And your eyes shall see, and ye shall say, The LORD will be magnified from the border of Israel.
Luther-Bibel . 5 Das sollen eure Augen sehen und ihr werdet sagen: Der HERR ist herrlich über die Grenzen Israels hinaus.

Tekstuitleg van Mal 1,5 .

Aanklacht tegen de priesters

Mal 1,6 - Mal 1,6 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6uios doxazei patera kai doulos ton kurion autou kai ei patèr eimi egô pou estin è doxa mou kai ei kurios eimi egô pou estin o fobos mou legei kurios pantokratôr umeis oi iereis oi faulizontes to onoma mou kai eipate en tini efaulisamen to onoma sou  6 filius honorat patrem et servus dominum suum si ergo pater ego sum ubi est honor meus et si dominus ego sum ubi est timor meus dicit Dominus exercituum ad vos o sacerdotes qui despicitis nomen meum et dixistis in quo despeximus nomen tuum       [6] De zoon eert zijn vader, de knecht zijn meester. Maar als Ik de vader ben, waar is dan de eerbied voor Mij? En als Ik de meester ben, waar is dan de vrees voor Mij? Dat zegt de heer van de machten tot u, priesters, die mijn naam* minachten. En u vraagt dan nog: ‘Waardoor minachten wij uw naam?’  [6] Een zoon eert zijn vader, een dienaar zijn heer. Als ik jullie vader ben, waar is dan je eerbied voor mij; als ik jullie heer ben – zegt de HEER van de hemelse machten –, waar is dan je ontzag voor mij? Jullie, priesters, minachten mijn naam, en zeggen dan: ‘Hoezo minachten wij uw naam?’   6 ¶ Een zoon eert een vader en een dienaar zijn heer, als ik een Vader ben, waar is dan mijn eer, en als ik Heer ben, waar is dan de vreze voor mij?– heeft gezegd de ENE, de Omschaarde, tot u, priesters ‘die mijn naam minachten’; en gij hebt durven zeggen: waarin hebben wij dan uw naam geminacht?  6. Un fils honore son père; un serviteur craint son maître. Mais si je suis père, où donc est l'honneur qui m'est dû ? Si je suis maître, où donc est ma crainte ? dit Yahvé Sabaot, à vous les prêtres, qui méprisez mon Nom. - Mais vous dites : En quoi avons-nous méprisé ton Nom ? -  

King James Bible . [6] A son honoureth his father, and a servant his master: if then I be a father, where is mine honour? and if I be a master, where is my fear? saith the LORD of hosts unto you, O priests, that despise my name. And ye say, Wherein have we despised thy name?
Luther-Bibel . 6 Ein Sohn soll seinen Vater ehren und ein Knecht seinen Herrn. Bin ich nun Vater, wo ist meine Ehre? Bin ich Herr, wo fürchtet man mich?, spricht der HERR Zebaoth zu euch Priestern, die meinen Namen verachten. Ihr aber sprecht: »Wodurch verachten wir denn deinen Namen?«

Tekstuitleg van Mal 1,6 .

Mal 1,7 - Mal 1,7 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7prosagontes pros to thusiastèrion mou artous èlisgèmenous kai eipate en tini èlisgèsamen autous en tô legein umas trapeza kuriou exoudenômenè estin kai ta epitithemena brômata exoudenômena  7 offertis super altare meum panem pollutum et dicitis in quo polluimus te in eo quod dicitis mensa Domini despecta est       [7] Door op mijn altaar verachtelijk brood te brengen. En als u dan verder vraagt: ‘Hoe hebben wij U dan veracht?’ Door te menen dat de tafel van de heer geminacht kan worden.   [7] Jullie brengen verwerpelijk voedsel naar mijn tafel, en zeggen dan: ‘Hoezo hebben wij u verworpen?’ Door te beweren dat mijn altaar de moeite niet waard is!   7 Ge brengt op mijn altaar besmeurd brood en hebt durven zeggen: waarmee hebben wij dan u besmeurd?– terwijl ge daarmee zegt: de tafel van de ENE, die mag worden veracht!   7. C'est que vous offrez sur mon autel des aliments souillés. - Mais vous dites : En quoi t'avons-nous souillé ? - En disant : La table de Yahvé est méprisable.  

King James Bible . [7] Ye offer polluted bread upon mine altar; and ye say, Wherein have we polluted thee? In that ye say, The table of the LORD is contemptible.
Luther-Bibel . 7 Dadurch dass ihr opfert auf meinem Altar unreine Speise. Ihr aber sprecht: »Womit opfern wir dir denn Unreines?« Dadurch dass ihr sagt: »Des HERRN Tisch ist für nichts zu achten.«

Tekstuitleg van Mal 1,7 .

Mal 1,8 - Mal 1,8 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8dioti ean prosagagète tuflon eis thusian ou kakon kai ean prosagagète chôlon è arrôston ou kakon prosagage dè auto tô ègoumenô sou ei prosdexetai auto ei lèmpsetai prosôpon sou legei kurios pantokratôr  8 si offeratis caecum ad immolandum nonne malum est et si offeratis claudum et languidum nonne malum est offer illud duci tuo si placuerit ei aut si susceperit faciem tuam dicit Dominus exercituum       [8] Of is het niet erg, wanneer men een blind dier brengt om te offeren? En is het niet erg, wanneer men een kreupel en een ziek dier brengt? Bied ze uw landvoogd* maar eens aan! Zou hij welgevallen in u hebben en u vriendelijk ontvangen? – vraagt de heer van de machten.   [8] Als jullie met een blind offerdier aankomen, zeggen jullie: ‘Wat geeft dat nu?’ En ook als jullie met een kreupel of ziek dier aankomen, zeggen jullie: ‘Dat geeft toch niets?’ Bied de gouverneur zo’n dier maar eens aan en zie of hij er tevreden mee is en jullie goedgezind zal blijven – zegt de HEER van de hemelse machten.   8 Wanneer ge iets blinds brengt om te offeren, is dat geen kwaad?, en wanneer ge een kreupel of ziek dier brengt, is dat geen kwaad?– nader daarmee eens tot je stadhouder, zal hij behagen in je hebben of je aanschijn verheffen?– heeft gezegd de ENE, de Omschaarde.   8. Quand vous amenez des bêtes aveugles pour le sacrifice, n'est-ce pas mal ? et quand vous en amenez des boiteuses ou des malades, n'est-ce pas mal ? Présente-les donc à ton gouverneur : en sera-t-il content ? Te recevra-t-il bien ? dit Yahvé Sabaot 

King James Bible . [8] And if ye offer the blind for sacrifice, is it not evil? and if ye offer the lame and sick, is it not evil? offer it now unto thy governor; will he be pleased with thee, or accept thy person? saith the LORD of hosts.
Luther-Bibel . 8 Denn wenn ihr ein blindes Tier opfert, so haltet ihr das nicht für böse; und wenn ihr ein lahmes oder ein krankes opfert, so haltet ihr das auch nicht für böse. Bring es doch deinem Fürsten! Meinst du, dass du ihm gefallen werdest oder dass er dich gnädig ansehen werde?, spricht der HERR Zebaoth.

Tekstuitleg van Mal 1,8 .

Mal 1,9 - Mal 1,9 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai nun exilaskesthe to prosôpon tou theou umôn kai deèthète autou en chersin umôn gegonen tauta ei lèmpsomai ex umôn prosôpa umôn legei kurios pantokratôr  9 et nunc deprecamini vultum Dei ut misereatur vestri de manu enim vestra factum est hoc si quo modo suscipiat facies vestras dicit Dominus exercituum       [9] Welnu, probeer de gunst van God maar te winnen: dan zal Hij ons genadig zijn. Want als u handelt zoals nu, zou Hij zich dan goedgunstig tonen? – zegt de heer van de machten.   [9] Zo zullen jullie God wel gunstig stemmen, zo zal hij zijn volk wel gunstig gezind zijn! Dit alles gebeurt door jullie toedoen; zou hij zijn volk dan nu goedgezind zijn?   9 Nu dan, zoekt toch de zachtheid van Gods aanschijn, dat hij ons genadig zijn zal; door uw hand is dit geschied, zal hij bij een van u een aanschijn opheffen?, heeft gezegd de ENE, de Omschaarde.   9. Et maintenant implorez donc Dieu pour qu'il nous prenne en pitié c'est de vos mains que cela vient : vous recevra-t-il ? dit Yahvé Sabaot.  

King James Bible .  [9] And now, I pray you, beseech God that he will be gracious unto us: this hath been by your means: will he regard your persons? saith the LORD of hosts.
Luther-Bibel . 9 So bittet doch Gott und seht, ob er uns gnädig sei! Denn meint ihr, nachdem solches von euch geschehen ist, er werde euch gnädig ansehen?, spricht der HERR Zebaoth.

Tekstuitleg van Mal 1,9 .

Mal 1,10 - Mal 1,10 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10dioti kai en umin sugkleisthèsontai thurai kai ouk anapsete to thusiastèrion mou dôrean ouk estin mou thelèma en umin legei kurios pantokratôr kai thusian ou prosdexomai ek tôn cheirôn umôn  10 quis est in vobis qui claudat ostia et incendat altare meum gratuito non est mihi voluntas in vobis dicit Dominus exercituum et munus non suscipiam de manu vestra       [10] Was er onder u maar iemand die de deuren* dichtdeed, zodat er geen doelloos vuur meer op mijn altaar werd ontstoken. Ik heb geen welgevallen in u, – zegt de heer van de machten – en het offer uit uw handen verheugt Mij niet.   [10] Het zou beter zijn als een van jullie de tempeldeuren zou sluiten en jullie het vuur op mijn altaar niet langer zouden aansteken, want dat is toch zinloos. Ik wijs jullie af – zegt de HEER van de hemelse machten – en de offers die jullie brengen aanvaard ik niet.   10 Als iemand onder u nu eens de deuren sloot, dan zoudt ge mijn altaar niet vergeefs in lichterlaaie zetten; ik heb geen welgevallen in u,– heeft gezegd de ENE, de Omschaarde, en een broodgift uit uw hand behaagt mij niet;   10. Oh! qui d'entre vous fermera les portes pour que vous n'embrasiez pas inutilement mon autel ? Je ne prends nul plaisir en vous, dit Yahvé Sabaot, et n'agrée point les offrandes de vos mains.  

King James Bible . [10] Who is there even among you that would shut the doors for nought? neither do ye kindle fire on mine altar for nought. I have no pleasure in you, saith the LORD of hosts, neither will I accept an offering at your hand.
Luther-Bibel . 10 Dass doch einer unter euch die Türen zuschlösse, damit ihr nicht umsonst auf meinem Altar Feuer anzündet! Ich habe kein Gefallen an euch, spricht der HERR Zebaoth, und das Opfer von euren Händen ist mir nicht angenehm.

Tekstuitleg van Mal 1,10 .

Mal 1,11 - Mal 1,11 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11dioti ap' anatolôn èliou eôs dusmôn to onoma mou dedoxastai en tois ethnesin kai en panti topô thumiama prosagetai tô onomati mou kai thusia kathara dioti mega to onoma mou en tois ethnesin legei kurios pantokratôr  11 ab ortu enim solis usque ad occasum magnum est nomen meum in gentibus et in omni loco sacrificatur et offertur nomini meo oblatio munda quia magnum nomen meum in gentibus dicit Dominus exercituum       [11] Werkelijk, van de opkomst van de zon* tot aan haar ondergang is mijn naam groot onder de volken; overal wordt aan mijn naam een wierookoffer en een reine offergave gebracht. Ja, groot is mijn naam onder de volken – zegt de heer van de machten.   [11] Van waar de zon opgaat tot waar ze ondergaat staat mijn naam bij alle volken in aanzien, overal brengt men mij reukoffers en reine offergaven. Mijn naam staat bij alle volken in aanzien – zegt de HEER van de hemelse machten –,   11 want van het gloren van de zon tot waar hij aankomt is mijn zonnige naam groot onder de volkeren, en in elk oord is hij bewierookt en wordt een reine broodgift aan mijn naam gebracht; ja, zo groot is mijn naam onder de volkeren, heeft gezegd de ENE, de Omschaarde;  11. Mais, du levant au couchant, mon Nom est grand chez les nations, et en tout lieu un sacrifice d'encens est présenté à mon Nom ainsi qu'une offrande pure. Car grand est mon Nom chez les nations! dit Yahvé Sabaot.  

King James Bible . [11] For from the rising of the sun even unto the going down of the same my name shall be great among the Gentiles; and in every place incense shall be offered unto my name, and a pure offering: for my name shall be great among the heathen, saith the LORD of hosts.
Luther-Bibel . 11 Denn vom Aufgang der Sonne bis zum Niedergang ist mein Name herrlich unter den Heiden, und an allen Orten wird meinem Namen geopfert und ein reines Opfer dargebracht; denn mein Name ist herrlich unter den Heiden, spricht der HERR Zebaoth.

Tekstuitleg van Mal 1,11 .

Mal 1,12 - Mal 1,12 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12umeis de bebèloute auto en tô legein umas trapeza kuriou èlisgèmenè estin kai ta epitithemena exoudenôntai brômata autou  12 et vos polluistis illud in eo quod dicitis mensa Domini contaminata est et quod superponitur contemptibile est cum igni qui illud devorat       [12] U echter ontheiligt die naam door te zeggen: ‘De tafel van de Heer is verachtelijk en het voedsel dat er vandaan komt is verwerpelijk.’   [12] maar jullie ontwijden hem door te beweren dat mijn altaar verontreinigd mag worden, door te denken dat je er minderwaardig voedsel heen kunt brengen.   12 maar gij ontheiligt hem,– wanneer ge zegt: de tafel van de Heer, die mag besmeurd zijn, en zijn opbrengst, zijn eten mag geminacht worden!   12. Tandis que vous, vous le profanez, en disant : La table du Seigneur est souillée, et ses aliments méprisables.  

King James Bible . [12] But ye have profaned it, in that ye say, The table of the LORD is polluted; and the fruit thereof, even his meat, is contemptible.
Luther-Bibel . 12 Ihr aber entheiligt ihn damit, dass ihr sagt: »Des Herrn Tisch ist unheilig, und sein Opfer ist für nichts zu achten.«

Tekstuitleg van Mal 1,12 .

Mal 1,13 - Mal 1,13 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13kai eipate tauta ek kakopatheias estin kai exefusèsa auta legei kurios pantokratôr kai eiseferete arpagmata kai ta chôla kai ta enochloumena kai ean ferète tèn thusian ei prosdexomai auta ek tôn cheirôn umôn legei kurios pantokratôr  13 et dixistis ecce de labore et exsuflastis illud dicit Dominus exercituum et intulistis de rapinis claudum et languidum et intulistis munus numquid suscipiam illud de manu vestra dicit Dominus       [13] En terwijl u zegt: ‘Wat een moeite!’ en er uw neus voor ophaalt – zegt de heer van de machten – brengt u geroofde, kreupele en zieke dieren, om die te offeren. Moet Ik daarover verheugd zijn? – zegt de heer.   [13] Jullie halen je neus op voor de dienst aan mijn altaar – zegt de HEER van de hemelse machten –, jullie zeggen: ‘Dit alles kost ons te veel moeite.’ Jullie brengen mij gestolen dieren, en kreupele en zieke dieren – zegt de HEER –, dat is wat jullie mij als offergave aanbieden, en ik moet dat aanvaarden?   13 Ge hebt gezegd: zie, wat een moeite, en ge hebt hem weggeblazen, heeft de ENE, de Omschaarde, gezegd; ge zijt gekomen met het geroofde, het kreupele en het zieke, en ge zijt gekomen met de broodgift; moet die mij behagen uit uw hand?, heeft gezegd de ENE. ••   13. Vous dites : Voyez, que de souci! et vous me dédaignez, dit Yahvé Sabaot. Vous amenez l'animal dérobé, le boiteux et le malade, et vous l'amenez en offrande. Puis-je l'agréer de votre main ? dit Yahvé Sabaot.  

King James Bible . [13] Ye said also, Behold, what a weariness is it! and ye have snuffed at it, saith the LORD of hosts; and ye brought that which was torn, and the lame, and the sick; thus ye brought an offering: should I accept this of your hand? saith the LORD.
Luther-Bibel . 13 Und ihr sprecht: »Siehe, welch eine Mühsal!«, und bringt mich in Zorn, spricht der HERR Zebaoth, denn ihr bringt herzu, was geraubt, lahm und krank ist, und bringt es dar zum Opfer. Sollte mir solches gefallen von eurer Hand?, spricht der HERR.

Tekstuitleg van Mal 1,13 .

Mal 1,14 - Mal 1,14 -
Griekse tekst Vulgaat   Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14kai epikataratos os èn dunatos kai upèrchen en tô poimniô autou arsen kai euchè autou ep' autô kai thuei dieftharmenon tô kuriô dioti basileus megas egô eimi legei kurios pantokratôr kai to onoma mou epifanes en tois ethnesin   14 maledictus dolosus qui habet in grege suo masculum et votum faciens immolat debile Domino quia rex magnus ego dicit Dominus exercituum et nomen meum horribile in gentibus       [14] Vervloek de bedrieger, die een mannelijk dier in zijn kudde heeft en die dat wel belooft, maar de Heer toch een minderwaardig offer brengt, want Ik ben een grote koning – zegt de heer van de machten – en mijn naam wordt gevreesd onder de volken.  [14] Vervloekt de bedrieger, die de Heer een ongeschonden mannelijk dier uit zijn kudde belooft maar hem een geschonden beest offert! Ik ben een groot koning – zegt de HEER van de hemelse machten –, en alle volken zijn vervuld van ontzag voor mijn naam!  14 Vervloekt is wie arglistig is: er is in zijn kudde een mannetje, hij doet een gelofte en offert aan de Heer iets mislukts; want een groot koning ben ik, heeft gezegd de ENE, de Omschaarde, en mijn naam is onder de volkeren gevreesd!   14. Maudit soit le tricheur qui possède dans son troupeau un mâle qu'il voue, et qui me sacrifie une bête tarée. Car je suis un Grand Roi, dit Yahvé Sabaot, et mon Nom est redoutable chez les nations. 

King James Bible . [14] But cursed be the deceiver, which hath in his flock a male, and voweth, and sacrificeth unto the LORD a corrupt thing: for I am a great King, saith the LORD of hosts, and my name is dreadful among the heathen.
Luther-Bibel . 14 Verflucht sei der Betrüger, der in seiner Herde ein gutes männliches Tier hat und es gelobt, aber dem Herrn ein fehlerhaftes opfert. Denn ich bin ein großer König, spricht der HERR Zebaoth, und mein Name ist gefürchtet unter den Heiden.

Tekstuitleg van Mal 1,14 .


SEPTUAGINTA

1 1lèmma logou kuriou epi ton israèl en cheiri aggelou autou thesthe dè epi tas kardias umôn2ègapèsa umas legei kurios kai eipate en tini ègapèsas èmas ouk adelfos èn èsau tou iakôb legei kurios kai ègapèsa ton iakôb3ton de èsau emisèsa kai etaxa ta oria autou eis afanismon kai tèn klèronomian autou eis domata erèmou4dioti erei è idoumaia katestraptai kai epistrepsômen kai anoikodomèsômen tas erèmous tade legei kurios pantokratôr autoi oikodomèsousin kai egô katastrepsô kai epiklèthèsetai autois oria anomias kai laos ef' on paratetaktai kurios eôs aiônos5kai oi ofthalmoi umôn opsontai kai umeis ereite emegalunthè kurios uperanô tôn oriôn tou israèl6uios doxazei patera kai doulos ton kurion autou kai ei patèr eimi egô pou estin è doxa mou kai ei kurios eimi egô pou estin o fobos mou legei kurios pantokratôr umeis oi iereis oi faulizontes to onoma mou kai eipate en tini efaulisamen to onoma sou7prosagontes pros to thusiastèrion mou artous èlisgèmenous kai eipate en tini èlisgèsamen autous en tô legein umas trapeza kuriou exoudenômenè estin kai ta epitithemena brômata exoudenômena8dioti ean prosagagète tuflon eis thusian ou kakon kai ean prosagagète chôlon è arrôston ou kakon prosagage dè auto tô ègoumenô sou ei prosdexetai auto ei lèmpsetai prosôpon sou legei kurios pantokratôr9kai nun exilaskesthe to prosôpon tou theou umôn kai deèthète autou en chersin umôn gegonen tauta ei lèmpsomai ex umôn prosôpa umôn legei kurios pantokratôr10dioti kai en umin sugkleisthèsontai thurai kai ouk anapsete to thusiastèrion mou dôrean ouk estin mou thelèma en umin legei kurios pantokratôr kai thusian ou prosdexomai ek tôn cheirôn umôn11dioti ap' anatolôn èliou eôs dusmôn to onoma mou dedoxastai en tois ethnesin kai en panti topô thumiama prosagetai tô onomati mou kai thusia kathara dioti mega to onoma mou en tois ethnesin legei kurios pantokratôr12umeis de bebèloute auto en tô legein umas trapeza kuriou èlisgèmenè estin kai ta epitithemena exoudenôntai brômata autou13kai eipate tauta ek kakopatheias estin kai exefusèsa auta legei kurios pantokratôr kai eiseferete arpagmata kai ta chôla kai ta enochloumena kai ean ferète tèn thusian ei prosdexomai auta ek tôn cheirôn umôn legei kurios pantokratôr14kai epikataratos os èn dunatos kai upèrchen en tô poimniô autou arsen kai euchè autou ep' autô kai thuei dieftharmenon tô kuriô dioti basileus megas egô eimi legei kurios pantokratôr kai to onoma mou epifanes en tois ethnesin


VULGAAT

1 onus verbi Domini ad Israhel in manu Malachi 2 dilexi vos dicit Dominus et dixistis in quo dilexisti nos nonne frater erat Esau Iacob dicit Dominus et dilexi Iacob 3 Esau autem odio habui et posui montes eius in solitudinem et hereditatem eius in dracones deserti 4 quod si dixerit Idumea destructi sumus sed revertentes aedificabimus quae deserta sunt haec dicit Dominus exercituum isti aedificabunt et ego destruam et vocabuntur Termini impietatis et Populus cui iratus est Dominus usque in aeternum 5 et oculi vestri videbunt et vos dicetis magnificetur Dominus super terminum Israhel 6 filius honorat patrem et servus dominum suum si ergo pater ego sum ubi est honor meus et si dominus ego sum ubi est timor meus dicit Dominus exercituum ad vos o sacerdotes qui despicitis nomen meum et dixistis in quo despeximus nomen tuum 7 offertis super altare meum panem pollutum et dicitis in quo polluimus te in eo quod dicitis mensa Domini despecta est 8 si offeratis caecum ad immolandum nonne malum est et si offeratis claudum et languidum nonne malum est offer illud duci tuo si placuerit ei aut si susceperit faciem tuam dicit Dominus exercituum 9 et nunc deprecamini vultum Dei ut misereatur vestri de manu enim vestra factum est hoc si quo modo suscipiat facies vestras dicit Dominus exercituum 10 quis est in vobis qui claudat ostia et incendat altare meum gratuito non est mihi voluntas in vobis dicit Dominus exercituum et munus non suscipiam de manu vestra 11 ab ortu enim solis usque ad occasum magnum est nomen meum in gentibus et in omni loco sacrificatur et offertur nomini meo oblatio munda quia magnum nomen meum in gentibus dicit Dominus exercituum 12 et vos polluistis illud in eo quod dicitis mensa Domini contaminata est et quod superponitur contemptibile est cum igni qui illud devorat 13 et dixistis ecce de labore et exsuflastis illud dicit Dominus exercituum et intulistis de rapinis claudum et languidum et intulistis munus numquid suscipiam illud de manu vestra dicit Dominus 14 maledictus dolosus qui habet in grege suo masculum et votum faciens immolat debile Domino quia rex magnus ego dicit Dominus exercituum et nomen meum horribile in gentibus