BIJBELBOEK MALEACHI 3 -- Mal 3 -- Mal 3 -
Deze websitepagina is een onderdeel van de website van Arseen De Kesel : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.html.

- Overzicht bijbelboeken -

Uitleg hoofdstuk per hoofdstuk : Mal 1 - Mal 2 - Mal 3 -
Uitleg vers per vers : - Mal 3,1 - Mal 3,2 - Mal 3,3 - Mal 3,4 - Mal 3,5 - Mal 3,6 - Mal 3,7 - Mal 3,8 - Mal 3,9 - Mal 3,10 - Mal 3,11 - Mal 3,12 - Mal 3,13 - Mal 3,14 - Mal 3,15 - Mal 3,16 - Mal 3,17 - Mal 3,18 - Mal 3,19 - Mal 3,20 - Mal 3,21 - Mal 3,22 - Mal 3,23 - Mal 3,24

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,


Mal 3,1 - Mal 3,1 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3 1idou egô exapostellô ton aggelon mou kai epiblepsetai odon pro prosôpou mou kai exaifnès èxei eis ton naon eautou kurios on umeis zèteite kai o aggelos tès diathèkès on umeis thelete idou erchetai legei kurios pantokratôr   hinenî sjoleach malë´âkhi [1] Zie, Ik zend mijn bode om voor Mij uit de weg* te banen. Plotseling zal dan de Heer in zijn heiligdom binnentreden, de Heer die u zoekt, de bode van het verbond, naar wie u met vreugde uitkijkt. Zie, Hij komt – zegt de heer van de machten.        Zie ik ben zendende mijn engel 

King James Bible . Mal.3 [1] Behold, I will send my messenger, and he shall prepare the way before me: and the Lord, whom ye seek, shall suddenly come to this temple, even the messenger of the covenant, whom ye delight in: behold, he shall come, saith the LORD of hosts.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Verwijzing : apostellô (wegsturen, zenden), zie Joh 1,6 , Mt 10,5 en Mc 1,2 .

 

Mal 3,2 - Mal 3,2 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
2kai tis upomenei èmeran eisodou autou è tis upostèsetai en tè optasia autou dioti autos eisporeuetai ôs pur chôneutèriou kai ôs poa plunontôn        [2] Maar wie verdraagt de dag van zijn komst? Wie blijft er staande, als Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van de smelter, als het loog van de blekers.        

King James Bible . [2] But who may abide the day of his coming? and who shall stand when he appeareth? for he is like a refiner's fire, and like fullers' soap:
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,3 - Mal 3,3 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3kai kathieitai chôneuôn kai katharizôn ôs to argurion kai ôs to chrusion kai katharisei tous uious leui kai cheei autous ôs to chrusion kai ôs to argurion kai esontai tô kuriô prosagontes thusian en dikaiosunè        [3] Hij zal zijn als iemand die het zilver smelt en reinigt: de Levieten reinigt en loutert Hij, als goud en zilver. Dan zullen zij de heer weer hun offergaven brengen zoals het hoort.       

King James Bible . [3] And he shall sit as a refiner and purifer of silver: and he shall purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver, that they may offer unto the LORD an offering in righteousness.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,4 - Mal 3,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
4kai aresei tô kuriô thusia iouda kai ierousalèm kathôs ai èmerai tou aiônos kai kathôs ta etè ta emprosthen        [4] Dan zal het offer van Juda en Jeruzalem de heer bevallen, evenals in de dagen van weleer, in de vroegere jaren.        

King James Bible . [4] Then shall the offering of Judah and Jerusalem be pleasant unto the LORD, as in the days of old, and as in former years.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,5 - Mal 3,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
5kai prosaxô pros umas en krisei kai esomai martus tachus epi tas farmakous kai epi tas moichalidas kai epi tous omnuontas tô onomati mou epi pseudei kai epi tous aposterountas misthon misthôtou kai tous katadunasteuontas chèran kai tous kondulizontas orfanous kai tous ekklinontas krisin prosèlutou kai tous mè foboumenous me legei kurios pantokratôr       [5] Dan kom Ik naar u toe om recht te doen, om als een voortvarend aanklager op te treden tegen de tovenaars, de echtbrekers, de leugenaars, degenen die de dagloner zijn verdiende loon onthouden, die de weduwe en de wees verdrukken, die de vreemdeling opzij dringen, tegen al degenen die Mij niet vrezen – zegt de heer van de machten. De tienden voor de tempel        

King James Bible . [5] And I will come near to you to judgment; and I will be a swift witness against the sorcerers, and against the adulterers, and against false swearers, and against those that oppress the hireling in his wages, the widow, and the fatherless, and that turn aside the stranger from his right, and fear not me, saith the LORD of hosts.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,6 - Mal 3,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
6dioti egô kurios o theos umôn kai ouk èlloiômai kai umeis uioi iakôb ouk apechesthe        [6] Want Ik, de heer, ik ben niet veranderd, maar u, zonen van Jakob, u weet van geen ophouden.        

King James Bible . [6] For I am the LORD, I change not; therefore ye sons of Jacob are not consumed.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,7 - Mal 3,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7apo tôn adikiôn tôn paterôn umôn exeklinate nomima mou kai ouk efulaxasthe epistrepsate pros me kai epistrafèsomai pros umas legei kurios pantokratôr kai eipate en tini epistrepsômen        [7] Sinds de dagen van uw vaderen bent u van mijn voorschriften afgeweken en hebt u ze niet onderhouden. Keer terug tot Mij, dan keer Ik terug tot u – zegt de heer van de machten. U vraagt: ‘Hoe moeten wij dan terugkeren?’       

King James Bible . [7] Even from the days of your fathers ye are gone away from mine ordinances, and have not kept them. Return unto me, and I will return unto you, saith the LORD of hosts. But ye said, Wherein shall we return?
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,8 - Mal 3,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8ei pterniei anthrôpos theon dioti umeis pternizete me kai ereite en tini epternikamen se oti ta epidekata kai ai aparchai meth' umôn eisin        [8] Een mens mag God toch niet bestelen? En toch, u besteelt Mij. U vraagt: ‘Hoe bestelen wij U dan?’ In de tienden en de verplichte bijdragen.       

King James Bible . [8] Will a man rob God? Yet ye have robbed me. But ye say, Wherein have we robbed thee? In tithes and offerings.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,9 - Mal 3,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
9kai apoblepontes umeis apoblepete kai eme umeis pternizete to ethnos sunetelesthè        [9] U bent door de vervloeking getroffen en toch blijft u Mij bestelen, heel het volk.       

King James Bible . [9] Ye are cursed with a curse: for ye have robbed me, even this whole nation.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,10 - Mal 3,10 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
10kai eisènegkate panta ta ekforia eis tous thèsaurous kai en tô oikô autou estai è diarpagè autou episkepsasthe dè en toutô legei kurios pantokratôr ean mè anoixô umin tous katarraktas tou ouranou kai ekcheô umin tèn eulogian mou eôs tou ikanôthènai        [10] Breng de tienden van alles naar het voorraadhuis, zodat er in mijn woning voedsel is; stel Mij maar eens op de proef – zegt de heer van de machten, of Ik de luiken* van de hemel niet voor u openzet, of Ik geen zegen over u uitstort, meer dan u kunt opnemen.        

King James Bible . [10] Bring ye all the tithes into the storehouse, that there may be meat in mine house, and prove me now herewith, saith the LORD of hosts, if I will not open you the windows of heaven, and pour you out a blessing, that there shall not be room enough to receive it.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,11 - Mal 3,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
11kai diastelô umin eis brôsin kai ou mè diaftheirô umôn ton karpon tès gès kai ou mè asthenèsè umôn è ampelos è en tô agrô legei kurios pantokratôr        [11] Dan verjaag Ik voor u de veelvraten, zodat die de vruchten van uw akkerland niet meer kunnen vernielen en de wingerd op het veld niet onvruchtbaar blijft voor u – zegt de heer van de machten.        

King James Bible . [11] And I will rebuke the devourer for your sakes, and he shall not destroy the fruits of your ground; neither shall your vine cast her fruit before the time in the field, saith the LORD of hosts.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,12 - Mal 3,12 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
12kai makariousin umas panta ta ethnè dioti esesthe umeis gè thelètè legei kurios pantokratôr        [12] Dan zullen alle volken u gelukkig prijzen, omdat u een begenadigd land zult zijn, – zegt de heer van de machten. Triomf van de rechtvaardigen        

King James Bible . [12] And all nations shall call you blessed: for ye shall be a delightsome land, saith the LORD of hosts.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,13 - Mal 3,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
13ebarunate ep' eme tous logous umôn legei kurios kai eipate en tini katelalèsamen kata sou        [13] Uw woorden ergeren Mij, zegt de heer. U vraagt: ‘Wat was er in onze gesprekken dan tegen U gericht?’        

King James Bible . [13] Your words have been stout against me, saith the LORD. Yet ye say, What have we spoken so much against thee?
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,14 - Mal 3,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
14eipate mataios o douleuôn theô kai ti pleon oti efulaxamen ta fulagmata autou kai dioti eporeuthèmen iketai pro prosôpou kuriou pantokratoros        [14] U hebt gezegd: ‘Het is zinloos God te dienen. Wat winnen wij ermee, dat wij zijn geboden onderhouden en voor de heer van de machten in boetekleren lopen?       

King James Bible . [14] Ye have said, It is vain to serve God: and what profit is it that we have kept his ordinance, and that we have walked mournfully before the LORD of hosts?
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

13. mippëne(j) (van het aanschijn van) < prefix voorzetsel min + stat. constr. mann. mv. pëne(j) (aanschijn van) van het zelfst. naamw. panîm (gezicht, aangezicht) . Taalgebruik in Tenakh : panîm (gezicht, aangezicht) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , nun = 14 of 50 , mem = 13 of 40 ; totaal : 44 (4 X 11) OF 170 . Structuur : 8 - 5 - 4 . Gr. prosôpon (aangezicht) . Taalgebruik in het NT : prosôpon (aangezicht) . Taalgebruik in de Septuaginta. : prosôpon (aangezicht) . Taalgebruik in Lc : prosôpon (aangezicht) . pros : naar , bij (aan-) , ôpon , zie optie , optieken enz ... op- : zien . aangezicht , waarnaar je kijkt . Of : pro -s -opon , waaruit het Latijnse per- son -a (doorheen -klinken) , wat wijst op een masker waardoor men sprak . Lat. facies . Fr. la face . E. face . D. Angesicht . Een vorm van prosôpon (aangezicht) in de LXX (1297) , in het NT (74) . Tenakh (180) . Pentateuch (30) . 12 kl. Prof. (8) : (1) Hos 10,15 . (2) Am 5,19 . (3) Mi 1,4 . (4) Sef 1,7 . (5) Hag 1,12 . (6) Zach 2,17 . (7) Zach 14,5 . (8) Mal 3,14 .

13. - 14. mippëne(j) ´ädonâj JHWH (van het aangezicht van mijn Heer JHWH) . Tenakh (1) : Sef 1,7 .
- mippëne(j) JHWH (van het aangezicht van JHWH) . Tenakh (10) : (1) Gn 3,8 . (2) Ex 9,30 . (3) Re 5,5 . (4) 2 K 22,19 . (5) Jr 4,26 . (6) Jr 23,9 . (7) Hag 1,12 . (8) Zach 2,17 . (9) Mal 3,14 .

Mal 3,15 - Mal 3,15 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
15kai nun èmeis makarizomen allotrious kai anoikodomountai pantes poiountes anoma kai antestèsan theô kai esôthèsan       [15] Het is immers zo, dat wij degenen die God trotseren gelukkig prijzen; degenen die kwaad doen gaat het voor de wind en degenen die God op de proef stellen brengen het er goed af.’       

King James Bible . [15] And now we call the proud happy; yea, they that work wickedness are set up; yea, they that tempt God are even delivered.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,16 - Mal 3,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
16tauta katelalèsan oi foboumenoi ton kurion ekastos pros ton plèsion autou kai proseschen kurios kai eisèkousen kai egrapsen biblion mnèmosunou enôpion autou tois foboumenois ton kurion kai eulaboumenois to onoma autou        [16] Toen spraken degenen die de heer vrezen met elkaar. En de heer heeft geluisterd en het gehoord. En voor zijn aangezicht werd een gedenkschrift* opgesteld aangaande hen die de heer vrezen, hen die zijn naam eerbiedigen.        

King James Bible . [16] Then they that feared the LORD spake often one to another: and the LORD hearkened, and heard it, and a book of remembrance was written before him for them that feared the LORD, and that thought upon his name.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,17 - Mal 3,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
17kai esontai moi legei kurios pantokratôr eis èmeran èn egô poiô eis peripoièsin kai airetiô autous on tropon airetizei anthrôpos ton uion autou ton douleuonta autô        [17] Zij zullen mijn eigendom zijn – zegt de heer van de machten – op de dag die Ik ga maken. Dan zal Ik hen sparen, zoals een man zijn zoon spaart, wanneer die hem dient.        

King James Bible . [17] And they shall be mine, saith the LORD of hosts, in that day when I make up my jewels; and I will spare them, as a man spareth his own son that serveth him.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,18 - Mal 3,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
18kai epistrafèsesthe kai opsesthe ana meson dikaiou kai ana meson anomou kai ana meson tou douleuontos theô kai tou mè douleuontos        [18] Dan zult u opnieuw het verschil zien tussen de rechtvaardige en de boosdoener, tussen degene die God dient en degene die Hem niet dient.        

King James Bible . [18] Then shall ye return, and discern between the righteous and the wicked, between him that serveth God and him that serveth him not.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

4. tsaddîq (rechtvaardige) . Zie : tsèdèq (rechtvaardig) . Taalgebruik : tsèdèq (rechtvaardig) . Gr. dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het NT : dikaios (rechtvaardig) . ts-d-q . Tenakh (108) . 12 kl. Prof. (6) : (1) Am 2,6 . (2) Am 5,12 . (3) Hab 1,13 . (4) Sef 3,5 . (5) Zach 9,9 . (6) Mal 3,18 . wëtsaddîq (en een rechtvaardige) . w-ts-d-q . Tenakh (10) . 12 kl. Prof. (1) Hab 2,4 . tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . ts-d-q-h . Tenakh (32) . 12 kl. Prof. (2) : (1) Am 6,12 . (2) Mal 3,20 . ûtsëdâqâh (en rechtvaardigheid) . u-ts-d-q-h . Tenakh (31) . 12 kl. Prof. (2) : (1) Am 5,7 . (2) Am 5,24 .

Mal 3,19 - Mal 3,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
19dioti idou èmera kuriou erchetai kaiomenè ôs klibanos kai flexei autous kai esontai pantes oi allogeneis kai pantes oi poiountes anoma kalamè kai anapsei autous è èmera è erchomenè legei kurios pantokratôr kai ou mè upoleifthè ex autôn riza oude klèma  1 ecce enim dies veniet succensa quasi caminus et erunt omnes superbi et omnes facientes impietatem stipula et inflammabit eos dies veniens dicit Dominus exercituum quae non relinquet eis radicem et germen       [19] Want weet wel: hij gaat komen, de dag die zal branden als een oven. Al degenen die God trotseren en al degenen die kwaad doen, zij worden kaf. De dag die gaat komen steekt hen in brand – zegt de heer van de machten – de dag die wortel noch tak van hen overlaat.        

King James Bible . Mal.4 [1] For, behold, the day cometh, that shall burn as an oven; and all the proud, yea, and all that do wickedly, shall be stubble: and the day that cometh shall burn them up, saith the LORD of hosts, that it shall leave them neither root nor branch.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,20 - Mal 3,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
20kai anatelei umin tois foboumenois to onoma mou èlios dikaiosunès kai iasis en tais pteruxin autou kai exeleusesthe kai skirtèsete ôs moscharia ek desmôn aneimena  2 et orietur vobis timentibus nomen meum sol iustitiae et sanitas in pinnis eius et egrediemini et salietis sicut vituli de armento      [20] Maar voor u, die mijn naam vreest, gaat dan de zon* van de gerechtigheid op, die met haar vleugels genezing brengt. Dan zult u dansend naar buiten komen, als kalveren die op stal hebben gestaan,        

King James Bible . [2] But unto you that fear my name shall the Sun of righteousness arise with healing in his wings; and ye shall go forth, and grow up as calves of the stall.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mal 3,20 .

Mal 3,2.6. tsaddîq (rechtvaardige) . Zie : tsèdèq (rechtvaardig) . Taalgebruik in Tenakh : tsèdèq (rechtvaardig) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , daleth = 4 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 41 OF 194 (2 X 97) . Structuur : 9 - 4 - 1 . Gr. dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het NT : dikaios (rechtvaardig) . ts-d-q . Tenakh (108) . 12 kl. Prof. (6) : (1) Am 2,6 . (2) Am 5,12 . (3) Hab 1,13 . (4) Sef 3,5 . (5) Zach 9,9 . (6) Mal 3,18 . wëtsaddîq (en een rechtvaardige) . w-ts-d-q . Tenakh (10) . 12 kl. Prof. (1) Hab 2,4 . tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . ts-d-q-h . Tenakh (32) . 12 kl. Prof. (2) : (1) Am 6,12 . (2) Mal 3,20 . ûtsëdâqâh (en rechtvaardigheid) . u-ts-d-q-h . Tenakh (31) . 12 kl. Prof. (2) : (1) Am 5,7 . (2) Am 5,24 .

Mal 3,21 - Mal 3,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
21kai katapatèsete anomous dioti esontai spodos upokatô tôn podôn umôn en tè èmera è egô poiô legei kurios pantokratôr  3 et calcabitis impios cum fuerint cinis sub planta pedum vestrorum in die qua ego facio dicit Dominus exercituum       [21] en u zult de boosdoeners vertrappen; ze zullen stof onder uw voetzolen zijn, op de dag die Ik ga maken – zegt de heer van de machten. Over de toekomst        

King James Bible . [3] And ye shall tread down the wicked; for they shall be ashes under the soles of your feet in the day that I shall do this, saith the LORD of hosts.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Mal 3,22 - Mal 3,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
22kai idou egô apostellô umin èlian ton thesbitèn prin elthein èmeran kuriou tèn megalèn kai epifanè 4 mementote legis Mosi servi mei quam mandavi ei in Choreb ad omnem Israhel praecepta et iudicia       [22] Denk dus aan de wet van Mozes, mijn dienaar, aan wie Ik op de Horeb voorschriften en bepalingen voor heel Israël heb gegeven.      

King James Bible . [4] Remember ye the law of Moses my servant, which I commanded unto him in Horeb for all Israel, with the statutes and judgments.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Mal 3,22 .

Mal 3,22.1. act. qal. imperat. 2de pers. mann. mv. זִכְרוּ = zihkërû (herinnert jullie) van het werkw. זָכַר = zâkhar (gedenken, zich herinneren) . Taalgebruik in Tenakh : zâkhar (gedenken) . Tenakh (7) : (1) 1 Kr 16,12 . (2) 1 Kr 16,15 . (3) Ps 105,5 . (4) Js 46,8 . (5) Js 46,9 . (6) Jr 51,50 . (7) Mal 3,22 .
- Grieks . imperat. aor. 2de pers.mv. μνησθητε = mnèsthète (herinnert jullie) van het werkwoord μι-μνη-σκομαι = mimnèskomai (gedenken, zich herinneren) . Taalgebruik in het NT : mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) . Taalgebruik in de LXX : mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) .

  mimnèskomai  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  conj. + imperat. aor. 2de pers.mv. mnèsthète  17  15             

Mal 3,22.3. מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 ( 3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal) . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) .

Mal 3,22.2. - 3. תוֹרַת מֹשֶׁה = thorath mosjèh ( de wet van Mozes) (7) : (1) Joz 8,31 . (2) Joz 8,32 . (3) Joz 23,6 . (4) 2 K 14,6 . (5) 2 K 23,25 . (6) Neh 8,1 . (7) Mal 3,22 .

Verwijzing : apostellô (wegsturen, zenden), zie Joh 1,6 , Mt 10,5 en Mc 1,2 .

 

Mal 3,23 - Mal 3,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
23os apokatastèsei kardian patros pros uion kai kardian anthrôpou pros ton plèsion autou mè elthô kai pataxô tèn gèn ardèn  5 ecce ego mittam vobis Heliam prophetam antequam veniat dies Domini magnus et horribilis  hinneh 'ânokhi sjoleach èth ´elijjâh     [23] Zie, Ik ga u de profeet Elia zenden voordat de dag* van de heer komt, de grote, vreeswekkende dag.        

King James Bible . [5] Behold, I will send you Elijah the prophet before the coming of the great and dreadful day of the LORD:
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

10. - 11. jôm JHWH (dag van de Heer) . Tenakh (14) : (1) Js 13,6 . (2) Js 13,9 . (3) Jl 1,15 . (4) Jl 2,1 . (5) Jl 2,11 . (6) Jl 3,4 . (7) Jl 4,14 . (8) Am 5,18 . (9) Am 5,20 . (10) Ob 15 . (11) Sef 1,7 . (12) Sef 1,14 . (13) Sef 2,2 . (14) Mal 3,23 .

- Verwijzing : apostellô (wegsturen, zenden), zie Joh 1,6 , Mt 10,5 en Mc 1,2 .

 

Mal 3,24 - Mal 3,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
24mnèsthète nomou môusè tou doulou mou kathoti eneteilamèn autô en chôrèb pros panta ton israèl prostagmata kai dikaiômata .  6 et convertet cor patrum ad filios et cor filiorum ad patres eorum ne forte veniam et percutiam terram anathemate      [24] En hij zal het hart van de vaders naar de zonen keren en het hart van de zonen naar hun vaders keren, zodat Ik niet hoef te komen om het land aan de vernietiging te wijden.        

King James Bible . [6] And he shall turn the heart of the fathers to the children, and the heart of the children to their fathers, lest I come and smite the earth with a curse.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


SEPTUAGINTA

3 1idou egô exapostellô ton aggelon mou kai epiblepsetai odon pro prosôpou mou kai exaifnès èxei eis ton naon eautou kurios on umeis zèteite kai o aggelos tès diathèkès on umeis thelete idou erchetai legei kurios pantokratôr2kai tis upomenei èmeran eisodou autou è tis upostèsetai en tè optasia autou dioti autos eisporeuetai ôs pur chôneutèriou kai ôs poa plunontôn3kai kathieitai chôneuôn kai katharizôn ôs to argurion kai ôs to chrusion kai katharisei tous uious leui kai cheei autous ôs to chrusion kai ôs to argurion kai esontai tô kuriô prosagontes thusian en dikaiosunè4kai aresei tô kuriô thusia iouda kai ierousalèm kathôs ai èmerai tou aiônos kai kathôs ta etè ta emprosthen5kai prosaxô pros umas en krisei kai esomai martus tachus epi tas farmakous kai epi tas moichalidas kai epi tous omnuontas tô onomati mou epi pseudei kai epi tous aposterountas misthon misthôtou kai tous katadunasteuontas chèran kai tous kondulizontas orfanous kai tous ekklinontas krisin prosèlutou kai tous mè foboumenous me legei kurios pantokratôr6dioti egô kurios o theos umôn kai ouk èlloiômai kai umeis uioi iakôb ouk apechesthe7apo tôn adikiôn tôn paterôn umôn exeklinate nomima mou kai ouk efulaxasthe epistrepsate pros me kai epistrafèsomai pros umas legei kurios pantokratôr kai eipate en tini epistrepsômen8ei pterniei anthrôpos theon dioti umeis pternizete me kai ereite en tini epternikamen se oti ta epidekata kai ai aparchai meth' umôn eisin9kai apoblepontes umeis apoblepete kai eme umeis pternizete to ethnos sunetelesthè10kai eisènegkate panta ta ekforia eis tous thèsaurous kai en tô oikô autou estai è diarpagè autou episkepsasthe dè en toutô legei kurios pantokratôr ean mè anoixô umin tous katarraktas tou ouranou kai ekcheô umin tèn eulogian mou eôs tou ikanôthènai11kai diastelô umin eis brôsin kai ou mè diaftheirô umôn ton karpon tès gès kai ou mè asthenèsè umôn è ampelos è en tô agrô legei kurios pantokratôr12kai makariousin umas panta ta ethnè dioti esesthe umeis gè thelètè legei kurios pantokratôr13ebarunate ep' eme tous logous umôn legei kurios kai eipate en tini katelalèsamen kata sou14eipate mataios o douleuôn theô kai ti pleon oti efulaxamen ta fulagmata autou kai dioti eporeuthèmen iketai pro prosôpou kuriou pantokratoros15kai nun èmeis makarizomen allotrious kai anoikodomountai pantes poiountes anoma kai antestèsan theô kai esôthèsan16tauta katelalèsan oi foboumenoi ton kurion ekastos pros ton plèsion autou kai proseschen kurios kai eisèkousen kai egrapsen biblion mnèmosunou enôpion autou tois foboumenois ton kurion kai eulaboumenois to onoma autou17kai esontai moi legei kurios pantokratôr eis èmeran èn egô poiô eis peripoièsin kai airetiô autous on tropon airetizei anthrôpos ton uion autou ton douleuonta autô18kai epistrafèsesthe kai opsesthe ana meson dikaiou kai ana meson anomou kai ana meson tou douleuontos theô kai tou mè douleuontos19dioti idou èmera kuriou erchetai kaiomenè ôs klibanos kai flexei autous kai esontai pantes oi allogeneis kai pantes oi poiountes anoma kalamè kai anapsei autous è èmera è erchomenè legei kurios pantokratôr kai ou mè upoleifthè ex autôn riza oude klèma20kai anatelei umin tois foboumenois to onoma mou èlios dikaiosunès kai iasis en tais pteruxin autou kai exeleusesthe kai skirtèsete ôs moscharia ek desmôn aneimena21kai katapatèsete anomous dioti esontai spodos upokatô tôn podôn umôn en tè èmera è egô poiô legei kurios pantokratôr22kai idou egô apostellô umin èlian ton thesbitèn prin elthein èmeran kuriou tèn megalèn kai epifanè23os apokatastèsei kardian patros pros uion kai kardian anthrôpou pros ton plèsion autou mè elthô kai pataxô tèn gèn ardèn24mnèsthète nomou môusè tou doulou mou kathoti eneteilamèn autô en chôrèb pros panta ton israèl prostagmata kai dikaiômata .


VULGAAT

3. 1 ecce ego mittam angelum meum et praeparabit viam ante faciem meam et statim veniet ad templum suum dominator quem vos quaeritis et angelus testamenti quem vos vultis ecce venit dicit Dominus exercituum 2 et quis poterit cogitare diem adventus eius et quis stabit ad videndum eum ipse enim quasi ignis conflans et quasi herba fullonum 3 et sedebit conflans et emundans argentum et purgabit filios Levi et colabit eos quasi aurum et quasi argentum et erunt Domino offerentes sacrificia in iustitia 4 et placebit Domino sacrificium Iuda et Hierusalem sicut dies saeculi et sicut anni antiqui 5 et accedam ad vos in iudicio et ero testis velox maleficis et adulteris et periuris et qui calumniantur mercedem mercennarii viduas et pupillos et opprimunt peregrinum nec timuerunt me dicit Dominus exercituum 6 ego enim Dominus et non mutor et vos filii Iacob non estis consumpti 7 a diebus enim patrum vestrorum recessistis a legitimis meis et non custodistis revertimini ad me et revertar ad vos dicit Dominus exercituum et dixistis in quo revertemur 8 si adfiget homo Deum quia vos configitis me et dixistis in quo confiximus te in decimis et in primitivis 9 et in penuria vos maledicti estis et me vos configitis gens tota 10 inferte omnem decimam in horreum et sit cibus in domo mea et probate me super hoc dicit Dominus si non aperuero vobis cataractas caeli et effudero vobis benedictionem usque ad abundantiam 11 et increpabo pro vobis devorantem et non corrumpet fructum terrae vestrae nec erit sterilis vinea in agro dicit Dominus exercituum 12 et beatos vos dicent omnes gentes eritis enim vos terra desiderabilis dicit Dominus exercituum 13 invaluerunt super me verba vestra dicit Dominus 14 et dixistis quid locuti sumus contra te dixistis vanus est qui servit Deo et quod emolumentum quia custodivimus praecepta eius et quia ambulavimus tristes coram Domino exercituum 15 ergo nunc beatos dicimus arrogantes siquidem aedificati sunt facientes impietatem et temptaverunt Deum et salvi facti sunt 16 tunc locuti sunt timentes Deum unusquisque cum proximo suo et adtendit Dominus et audivit et scriptus est liber monumenti coram eo timentibus Dominum et cogitantibus nomen eius 17 et erunt mihi ait Dominus exercituum in die qua ego facio in peculium et parcam eis sicut parcit vir filio suo servienti sibi 18 et convertemini et videbitis quid sit inter iustum et impium et inter servientem Deo et non servientem ei 1 ecce enim dies veniet succensa quasi caminus et erunt omnes superbi et omnes facientes impietatem stipula et inflammabit eos dies veniens dicit Dominus exercituum quae non relinquet eis radicem et germen 2 et orietur vobis timentibus nomen meum sol iustitiae et sanitas in pinnis eius et egrediemini et salietis sicut vituli de armento 3 et calcabitis impios cum fuerint cinis sub planta pedum vestrorum in die qua ego facio dicit Dominus exercituum 4 mementote legis Mosi servi mei quam mandavi ei in Choreb ad omnem Israhel praecepta et iudicia 5 ecce ego mittam vobis Heliam prophetam antequam veniat dies Domini magnus et horribilis 6 et convertet cor patrum ad filios et cor filiorum ad patres eorum ne forte veniam et percutiam terram anathemate