BIJBELBOEK MICHA
Overzicht van Micha : - Mi
1 - Mi 2
- Mi 3 - Mi
4 - Mi 5
- Mi 6 - Mi
7
Bijbeluitleg per pericope
Uitleg vers per vers - Mi
5,1 - Mi
5,2 - Mi
5,3 - Mi
5,4 - Mi
5,5 - Mi
5,6 - Mi
5,7 - Mi
5,8 - Mi
5,9 - Mi
5,10 - Mi
5,11 - Mi
5,12 - Mi
5,13 - Mi
5,14 -
ZOEKEN OP DE WEBSITES WEDERKERIGHEID EN INTERLEVENSBESCHOUWELIJK (meer
dan 650 webpagina's)
ZOEKEN OP HET INTERNET
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/
en http://www.bijbelleerhuis.be
(zie bijbel)
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ
DE HAND - NIEUW
- OVERZICHT
- TIJDSCHRIFTEN
-
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B
- C - D
- E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y - Z
HOOFDTHEMA'S :
allochtonen , armoede , bahá'í
, bijbel , bijbel en koran ,
boeddhisme ,
christendom ,
extreemrechts
( Vlaams Blok
) , fundamentalisme
, globalisering en antiglobalisering
, hindoeïsme
, interlevensbeschouwelijke
dialoog , interreligieuze
meditatie , islam , jodendom
, levensbeschouwing
, levensbeschouwing / godsdienst
en onderwiMi , migratie , racisme , samenleving ,
sikhisme , NIEUWE
RUBRIEK : SPIRITUALITEIT
, tewerkstelling
van allochtonen , vluchtelingen
en asielzoekers , vrijzinnigheid
, witte scholen , multiculturele
scholen en concentratiescholen ,
- Eigen-zinnige
beschouwingen - Het
kleine of grote ongenoegen -
|
Woordenschat
- tsâ´îr (klein, jongste) , zie Mi
5,1 .
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik
Overzicht bijbelboeken :
OT : Gn
, Ex , Lv
, Nu , Dt
, Joz , Re
, Rt , 1
S , 2 S , 1
K , 2 K , 1
Kr , 2 Kr
, Ezr , Neh
, Tob , Jdt
, Est , 1
Mak , 2 Mak
, Job , Ps
, Spr , Pr
, Hl , W
, Sir , Js
, Jr , Kl
, Bar , Ez
, Da , Hos
, Jl , Am
, Ob , Jon
, Mi , Nah
, Hab , Sef
, Hag , Zach
, Mal .
- NT : Mt
- Mc - Lc
- Joh -
Hnd , Rom
, 1 Kor , 2
Kor , Gal
, Ef , Fil
, Kol , 1
Tes , 2 Tes
, 1 Tim , 2
Tim , Tit
, Film , Heb
, Jak , 1
Pe , 2 Pe
, 1 Joh , 2
Joh , 2 Joh
, Jud , Apk
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken :
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie van het
Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
| Mi 5,1 - Mi
5,1 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 1kai su bèthleem oikos tou efratha oligostos ei
tou einai en chiliasin iouda ek sou moi exeleusetai tou einai eis
archonta en tô israèl kai ai exodoi autou ap› archès ex èmerôn
aiônos |
1 nunc vastaberis filia latronis obsidionem posuerunt
super nos in virga percutient maxillam iudicis Israhel |
we´aththâh bêth lâchèm
´èphërâthâh tsâ´îr |
|
[1] U, Betlehem in Efrata, al bent u klein onder
Juda’s stammen, toch zal er, zeg Ik, iemand uit u voortkomen
die over Israël gaat heersen. In het verre verleden ligt zijn
oorsprong, in lang vervlogen dagen.’ |
[1] Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot
Juda’s geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die
voor mij over Israël zal heersen. Zijn oorsprong ligt in lang
vervlogen tijden, in de dagen van weleer. |
(5:1) ‘Maar jij, Betlehem Efrata, te gering
om te zijn bij de duizenden van Juda, uit jou zal er een voor míj
voortkomen om heerser te zijn in Israël; zijn herkomst is uit
de voortijd, uit de dagen van eeuwig!’ |
|
|
Tekstanalyse van Mi
5,1
Mi 5,1
telt 17 woorden . In het centrum staan de woorden 8-9-10 ; rond het centrum
staan telkens 7 woorden . Rond het centrum is een chiastische opbouw : 4-5-6-7
en 11-12-13 (klein-zijn in - leider zijn in) .
1. we´aththâh (en jij) . Nevenschikkend voegwoord
waw (en) + persoonlijk voornaamwoord ´âththâh (jij) . In 191
verzen in de bijbel .
- ´âththâh (jij) . In 614 verzen in de bijbel .
2. bêth lâchèm (Bethlehem) .Verwijzing : Betleem
(Betlehem) , zie Mt
2,1 .
3. ´èphërâthâh (Efrata) . Verwijzing : Betleem
(Betlehem) , zie Mt
2,1 . In Mi
5,1 worden Betlehem en Efrata naast elkaar geplaatst .
4. De volgende vier woorden 4-5-6-7 vormen een tegenstelling met 11-12-13 .
Deze tegenstelling is chiastisch opgebouwd. Het centrale woord (5 en 11) is
lihëjôth (voorzetsel le : om + infinitief jôth van het werkwoord
hjh : zijn) . Rond lihëjôth staat 4 : tsâ´îr (klein)
en 12 : môsjel (leider) . Klein en leider worden nog nader omschreven
: klein onder de stammen van Juda (één van de zonen van Jakob
= Israël) , leider in Israël (David verenigde de twaalf stammen tot
een koninkrijk) . Daarrond in de zin staat enerzijds Bethlehem Efrata en anderzijds
lang vervlogen tijden .
- tsâ´îr (klein,
jongste) . Verwijzing : tsâ´îr
(klein, jongste) , zie Mi
5,1 . In vijf verzen in de bijbel .
| Mi 5,2 - Mi
5,2 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 2dia touto dôsei autous eôs kairou tiktousès texetai
kai oi epiloipoi tôn adelfôn autôn epistrepsousin epi tous uious israèl |
2 et tu Bethleem Ephrata parvulus es in milibus
Iuda ex te mihi egredietur qui sit dominator in Israhel et egressus
eius ab initio a diebus aeternitatis |
|
|
[2] Daarom zal Hij hen niet langer overlaten aan
hun lot dan tot de tijd dat zij die baren zal, haar kind gebaard heeft.
Dan komt de rest van zijn broeders weer samen met de zonen van Israël.
|
[2] Totdat de vrouw die zwanger is haar kind heeft
gebaard, worden zijn broeders aan hun lot overgelaten. Daarna zullen
wie er nog over zijn terugkeren naar de andere Israëlieten. |
3 (5:2) Daarom geeft hij hen slechts prijs tot
de tijd dat zij die baren zal gebaard heeft; dan zal het overblijfsel
van zijn broeders terugkeren tot de zonen Israëls. |
|
|
| Mi 5,3 - Mi
5,3 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 3kai stèsetai kai opsetai kai poimanei to poimnion
autou en ischui kuriou kai en tè doxè tou onomatos kuriou tou theou
autôn uparxousin dioti nun megalunthèsetai eôs akrôn tès gès |
3 propter hoc dabit eos usque ad tempus in quo
parturiens pariet reliquiae fratrum eius convertentur ad filios Israhel |
|
|
[3] Dan neemt Hij de macht in handen en hoedt Hij
hen door de kracht van de heer, de verheven naam van de heer, zijn
God. Zij zullen in veiligheid wonen, omdat Hij zijn macht zal laten
reiken tot aan de uiteinden van de aarde: |
[3] Hij zal aantreden en hen als een herder weiden,
bekleed met de macht van de HEER, zijn God, met de majesteit van diens
verheven naam. Zij zullen veilig wonen, want hij zal heersen tot aan
de einden der aarde, |
4 (5:3) Hij zal daar staan en hun herder zijn in
de kracht van de ENE, in de hoogverheven naam van de ENE, zijn God;
dan kunnen zij neerzitten, want nu zal hij groot zijn tot aan de einden
der aarde, |
|
|
Tekstanalyse van Mi
5,3
1. ´ps - ´âphes < ´èphès (er is niet,
slechts, behalve) . ´èphès (uiteinde) . In zeventien verzen
in de bijbel .
- `ad ´aphesê ´ârèts (tot de uiteinden van de
aarde) . In drie verzen in de bijbel : (1) Ps
72,8 (heôs peratôn tès oikoumenès = tot de uiteinden
van de bewoonde wereld) . (2) Mi
5,3 (heôs akrôn tès gès = tot de uitersten van
de aarde) . (3) Zach 9,10 (diekbolas gès = uiteinden van de aarde) .
- peras , -atos (einde, uiteinde) .
- akros (spits, uiterste) .
-diekbolas ; di-ek-ballô (doortrekken, oversteken) .
| Mi 5,4 - Mi
5,4 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 4kai estai autè eirènè otan assurios epelthè epi
tèn gèn umôn kai otan epibè epi tèn chôran umôn kai epegerthèsontai
ep› auton epta poimenes kai oktô dègmata anthrôpôn |
4 et stabit et pascet in fortitudine Domini in
sublimitate nominis Domini Dei sui et convertentur quia nunc magnificabitur
usque ad terminos terrae |
|
|
[4] dat zal vrede zijn. Als Assur ons land dan binnenvalt
en onze paleizen betreedt, stellen wij zeven herders tegenover hem
en acht vorsten uit het volk. |
[4] en hij brengt vrede. Wanneer Assyrië ons
land binnenvalt en zijn voet in onze paleizen zet, zullen wij zeven
herders doen opstaan, ja, acht vorsten uit mensen gekozen. |
5 (5:4) en hij zal vrede zijn; wanneer Asjoer zal
komen in ons land en wanneer het zijn weg zal kiezen door onze paleizen,
zullen wij daartegen zeven herders doen opstaan, acht mensenvorsten; |
|
|
| Mi 5,5 - Mi
5,5 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 5kai poimanousin ton assour en romfaia kai tèn gèn
tou nebrôd en tè tafrô autès kai rusetai ek tou assour otan epelthè
epi tèn gèn umôn kai otan epibè epi ta oria umôn |
5 et erit iste pax Assyrius cum venerit in terram
nostram et quando calcaverit in domibus nostris et suscitabimus super
eum septem pastores et octo primates homines |
|
|
[5] Die zullen het land van Assur beschermen met
het zwaard en het land van Nimrod met de blanke sabel. Hij zal ons
van Assur bevrijden, als die ons land binnenvalt en ons gebied betreedt. |
[5] Met het zwaard zullen zij Assyrië
kaalslaan, met blinkende wapens* Nimrod vernietigen. Hij zal ons bevrijden
van Assyrië wanneer het ons land binnenvalt en onze grenzen overschrijdt.
|
6 (5:5) zij zullen herder zijn over het land van
Asjoer met het zwaard, over het land van Nimrod met de blanke sabel;
redden zal hij ons van Asjoer wanneer die zal komen in ons land, wanneer
die zijn weg zal kiezen door ons gebied. •• |
|
|
| Mi 5,6 - Mi
5,6 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 6kai estai to upoleimma tou iakôb en tois ethnesin
en mesô laôn pollôn ôs drosos para kuriou piptousa kai ôs arnes epi
agrôstin opôs mè sunachthè mèdeis mède upostè en uiois anthrôpôn |
6 et pascent terram Assur in gladio et terram Nemrod
in lanceis eius et liberabit ab Assur cum venerit in terram nostram
et cum calcaverit in finibus nostris |
|
|
[6] Dan zal de rest van Jakob in de kring van vele
volken als dauw zijn die van de heer komt, als regen op het groene
gras, dat van mensen niets te verwachten heeft en op mensenkinderen
niet moet hopen. |
[6] En wat er van Jakob is overgebleven, te midden
van machtige volken, zal zijn als dauw die van de HEER komt, als regendruppels
op het groen, dat niets verwacht van een mens en niet naar mensenkinderen
uitziet. |
7 ¶ (5:6) Worden zal Jakobs rest te midden
van vele gemeenschappen als dauw van bij de ENE, als regendruppels
op gewas,– dat niet hoopt op een man, nooit mensenzonen verbeidt.
|
|
|
| Mi 5,7 - Mi
5,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 7kai estai to upoleimma tou iakôb en tois ethnesin
en mesô laôn pollôn ôs leôn en ktènesin en tô drumô kai ôs skumnos
en poimniois probatôn on tropon otan dielthè kai diasteilas arpasè
kai mè è o exairoumenos |
7 et erunt reliquiae Iacob in medio populorum multorum
quasi ros a Domino et quasi stillae super herbam quae non expectat
virum et non praestolatur filios hominum |
|
|
[7] Dan zal de rest van Jakob onder de natiën,
in de kring van vele volken, als een leeuw zijn onder de dieren van
het woud, als een jonge leeuw tussen de schapen en geiten: waar hij
komt daar vertrapt en verscheurt hij, er is geen redden meer aan. |
[7] Wat er van Jakob is overgebleven, te midden
van grote volken, zal zijn als een machtige leeuw tussen het wild,
als een leeuw die de kudde binnendringt, een leeuw die vertrapt en
verscheurt, en er is niemand die hem tegenhoudt. |
8 (5:7) Worden zal Jakobs rest tussen de volkeren,
te midden van vele gemeenschappen als een leeuw tussen de dieren van
een woud, als een welp tussen kudden wolvee,– die, als hij is
overgestoken een heeft vertrapt, zal verscheuren, en niemand die redt. |
|
|
| Mi 5,8 - Mi
5,8 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 8upsôthèsetai è cheir sou epi tous thlibontas se
kai pantes oi echthroi sou exolethreuthèsontai |
8 et erunt reliquiae Iacob in gentibus in medio
populorum multorum quasi leo in iumentis silvarum et quasi catulus
leonis in gregibus pecorum qui cum transierit et conculcaverit et
ceperit non est qui eruat |
|
|
[8] ‘Laat uw hand zich maar opheffen tegen
uw vijanden: al uw tegenstanders worden vernietigd. |
[8] Mogen je aanvallers je kracht leren kennen,
mogen je vijanden worden vernietigd! |
9 (5:8) Je hand zal zich verheffen tegen je benauwers,–
en al je vijanden zullen worden weggemaaid! • |
|
|
| Mi 5,9 - Mi
5,9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 9kai estai en ekeinè tè èmera legei kurios exolethreusô
tous ippous sou ek mesou sou kai apolô ta armata sou |
9 exaltabitur manus tua super hostes tuos et omnes
inimici tui interibunt |
|
|
[9] Op die dag zal het gebeuren – godsspraak
van de heer: Ik vernietig bij u de paarden en uw strijdwagens laat
Ik verdwijnen. |
[9] Op die dag zal het gebeuren – spreekt
de HEER – dat ik je paarden zal afslachten en je strijdwagens
vernietigen. |
10 (5:9) Geschieden zal het te dien dage, is de
tijding van de ENE, dat ik je paarden zal wegmaaien uit je midden,–
en verloren zal laten gaan je wagens; |
|
|
| Mi 5,10 - Mi
5,10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 10kai exolethreusô tas poleis tès gès sou kai exarô
panta ta ochurômata sou |
10 et erit in die illa dicit Dominus auferam equos
tuos de medio tui et disperdam quadrigas tuas |
|
|
[10] Ik vernietig de steden in uw land en Ik sloop
al uw vestingen. |
[10] Ik zal de steden in je land verwoesten en je
vestingen neerhalen. |
11 (5:10) wegmaaien zal ik de steden van je land,–
en al je bolwerken zal ik slopen; |
|
|
| Mi 5,11 - Mi
5,11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 11kai exarô ta farmaka sou ek tôn cheirôn sou kai
apoftheggomenoi ouk esontai en soi |
11 et perdam civitates terrae tuae et destruam
omnes munitiones tuas et auferam maleficia de manu tua et divinationes
non erunt in te |
|
|
[11] Ik vernietig de toverkunsten die u hanteert,
en wichelaars zijn er niet meer voor u. |
[11] Je tovermiddelen zal ik je ontnemen, ik laat
geen waarzeggers meer toe. |
12 (5:11) wegmaaien zal ik de tovermiddelen uit
je hand,– er zullen geen wolkenwichelaars meer voor je zijn; |
|
|
| Mi 5,12 - Mi
5,12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 12kai exolethreusô ta glupta sou kai tas stèlas
sou ek mesou sou kai ouketi mè proskunèsès tois ergois tôn cheirôn
sou |
12 et perire faciam sculptilia tua et statuas tuas
de medio tui et non adorabis ultra opera manuum tuarum |
|
|
[12] Ik vernietig uw godenbeelden en de wijstenen
in uw midden. Dan zult u zich niet langer buigen voor het maaksel
van uw handen. |
[12] Je godenbeelden zal ik vernietigen, evenals
je gewijde stenen, en je zult niet langer knielen voor wat je zelf
hebt gemaakt. |
13 (5:12) uit je midden zal ik wegmaaien je snijbeelden
en je standstenen, niet langer zul jij je onderwerpen aan maaksel
van je handen; |
|
|
| Mi 5,13 - Mi
5,13 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 13kai ekkopsô ta alsè sou ek mesou sou kai afaniô
tas poleis sou |
13 et evellam lucos tuos de medio tui et conteram
civitates tuas |
|
|
[13] Ik ruk de heilige palen* bij u eruit en sla
uw beschermheren stuk. |
[13] Je Asjerapalen zal ik verwijderen, je tempelburchten
zal ik verwoesten, |
14 (5:13) uit je midden zal ik je asjera–palen
wegrukken,– je steden zal ik verdelgen; |
|
|
| Mi 5,14 - Mi
5,14 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
Masoretische tekst |
Targum |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Persoonlijke vertaling |
| 14kai poièsô en orgè kai en thumô ekdikèsin en tois
ethnesin anth› ôn ouk eisèkousan |
14 et faciam in furore et in indignatione ultionem
in omnibus gentibus quae non audierunt |
|
|
[14] In mijn woede en razernij neem Ik wraak op
de volken die niet geluisterd hebben.’ |
[14] en in mijn hevige toorn neem ik wraak op alle
volken die niet hebben geluisterd. |
15 (5:14) in toorn en gramschap zal ik wraak oefenen
aan de volkeren,– die niet zullen horen! •• |
|
|