BIJBELBOEK MICHA 6 , Mi 6 -- Mi
6 - Mi 7
-- Mi 6,1-7,7 -
- Bibliografie
- Literatuur
- Liturgisch
gebruik - Overzicht
bijbelboeken - Overzicht
van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht
van deze website
Overzicht van Micha : - Mi
1 - Mi 2
- Mi 3 - Mi
4 - Mi 5
- Mi 6 - Mi
7 -
Bijbeluitleg per pericope
Uitleg vers per vers : - Mi 6,1 - Mi 6,2 - Mi 6,3 - Mi 6,4 - Mi 6,5 - Mi 6,6 - Mi 6,7 - Mi 6,8 - Mi 6,9 - Mi 6,10 - Mi 6,11 - Mi 6,12 - Mi 6,13 - Mi 6,14 - Mi 6,15 - Mi 6,16 -
Mi 6,1 .
Mi 6,2 .
Mi 6,3 .
Mi 6,4 .
Mi 6,5 .
Mi 6,6 .
Mi 6,7 .
Mi 6,8 .
Mi 6,9 .
Mi 6,10
. Mi 6,11
. Mi 6,12
. Mi 6,13
. Mi 6,14
. Mi 6,15
. Mi 6,16
.
Overzicht van Tenach : Tenach
: overzicht , Tenach
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Tenach
: commentaar ,
Overzicht van Septuaginta : Septuaginta
: overzicht , Septuaginta
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Septuaginta
: commentaar ,
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE
VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email:
arseen.de.kesel@pandora.be
.
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/
en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA
- AGENDA
- BIJ
DE HAND - NIEUW
- OVERZICHT
- TIJDSCHRIFTEN
-
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
-
A - B
- C - D
- E - F
- G - H
- I - J
- K - L
- M - N
- O - P
- Q - R
- S - T
- U - V
- W - X
-Y - Z
HOOFDTHEMA'S :
allochtonen
, armoede
, bahá'í
, bezinningsteksten
,
bijbel
, bijbel en
koran , boeddhisme
, christendom
, extreemrechts
( Vlaams Blok
) , fundamentalisme
, globalisering
en antiglobalisering , hindoeïsme
, interlevensbeschouwelijke
dialoog , interreligieuze
meditatie , islam
, jodendom
, koran
, levensbeschouwing
, levensbeschouwing
/ godsdienst en onderwijs , racisme
, samenleving
, sikhisme
, spiritualiteit
, tewerkstelling
van allochtonen , vluchtelingen
en asielzoekers , vrijzinnigheid
, witte
scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige
beschouwingen , Het
kleine of grote ongenoegen
|
Woordenschat
Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik
ALGEMEEN OVERZICHT
- bijbeloverzicht
, taalgebruik
- A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Oude Testament
, Pentateuch
, Historische
boeken , Profeten
, Wijsheidsboeken
, NT overzicht
, Evangelies
, Synoptici
, Brieven
van Paulus , Apostolische
brieven .
Overzicht van het N.T. : NT
: overzicht , NT
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , NT
: commentaar ,
- OT : Gn (Genesis)
, Ex (Exodus) ,
Lv (Leviticus) ,
Nu (Numeri) , Dt
(Deuteronomium) , Joz
(Jozua) , Re (Rechters)
, Rt (Ruth) , 1
S (1 Samuël) , 2
S (2 Samuël) , 1
K (1 Koningen) , 2
K (2 Koningen) , 1
Kr ( 1 Kronieken) , 2
Kr (2 Kronieken) , Ezr
(Ezra) , Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia) ,
Jdt (Judith) ,
Est (Esther) ,
1 Mak (1 Makkabeeën)
, 2 Mak (2 Makkabeeën)
, Job , Ps
(Psalmen ) , Spr
(Spreuken) , Pr
(Prediker) , Hl
(Hooglied) , W (Wijsheid)
, Sir (Sirach)
, Js (Jesaja) ,
Jr (Jeremia) , Kl
(Klaagliederen) , Bar
(Baruch) , Ez (Ezechiël)
, Da (Daniël) ,
Hos (Hosea) , Jl
(Joël) , Am (Amos)
, Ob (Obadja) ,
Jon (Jona) , Mi
(Micha) , Nah (Nahum)
, Hab (Habakuk)
, Sef (Sefanja)
, Hag (Haggai)
, Zach (Zacharia)
, Mal (Maleachi)
.
- NT : Mt (Matteüs)
- Mc (Marcus)
- Lc (Lucas) -
Joh (Johannes)
- Hnd (Handelingen)
, Rom (Rome) ,
1 Kor (Korinte)
, 2 Kor (Korinte)
, Gal (Galatië)
, Ef (Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , 2 Joh
(Johannes) , Jud
(Judas) , Apk (Apokalyps)
.
Overzicht van de
bibliografie van de bijbelboeken - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën) :
Mi 6,1-7,7 . Onheilsprofetieën -
Mi 6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 -
| Mi 6,1 - Mi
6,1 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 1akousate dè logon kuriou kurios eipen anastèthi
krithèti pros ta orè kai akousatôsan oi bounoi
fônèn sou |
1 audite quae Dominus loquitur surge contende iudicio
adversum montes et audiant colles vocem tuam |
|
1 Hoort nu, wat de HEERE zegt: Maak u op, twist
met de bergen, en laat de heuvelen uw stem horen. |
[1] Hoor* nu wat de heer zegt. ‘Sta op, begin een
rechtsgeding ten overstaan van de bergen! Laat de heuvels uw stem
horen!’ |
[1] Hoor toch wat de HEER zegt! Sta op, laat de
bergen uw rechtsgeding horen, laat de heuvels getuige zijn. |
1 ¶ Hoort dan toch wat de ENE zegt!– sta op, begin
een geding met de bergen, en heuvels, hoort naar mijn stem! |
1. Écoutez donc ce que dit Yahvé : « Debout! Entre
en procès devant les montagnes et que les collines entendent ta voix!
» |
|
King James Bible . [1] Hear ye now what the LORD saith; Arise, contend thou
before the mountains, and let the hills hear thy voice.
Luther-Bibel . 6 1 Höret doch, was der HERR sagt: »Mach dich auf, führe deine
Sache vor den Bergen und lass die Hügel deine Stimme hören!«
Tekstuitleg van Mi
6,1 .
1. act. qal imperatief 2de pers. mann. mv. sjime`û (hoort, luistert)
OF act. qal perf. 3de pers. mv. sjâme`û (zij luisterden) van het
werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â
(horen, luisteren) . Taalgebruik in Micha : sjâm`â
(horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin
= 16 of 70 ; totaal : 50 of 410 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de
Septuaginta : akouô
(horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô
(horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie
Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren ,
aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D.
höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX
(1069) .Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar
iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin
. Mi (7) : (1) Mi
1,2 . (2) Mi
3,1 . (3) Mi
3,9 . (4) Mi
5,14 . (5) Mi
6,1 . (6) Mi
6,2 . (7) Mi
6,9 .
| Mi 6,2 - Mi
6,2 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 2akousate bounoi tèn krisin tou kuriou kai
ai faragges themelia tès gès oti krisis tô kuriô
pros ton laon autou kai meta tou israèl dielegchthèsetai |
2 audiant montes iudicium Domini et fortia fundamenta
terrae quia iudicium Domini cum populo suo et cum Israhel diiudicabitur
|
|
2 Hoort, gij bergen! den twist des HEEREN, mitsgaders
gij sterke fondamenten der aarde! want de HEERE heeft een twist met
Zijn volk, en Hij zal Zich met Israël in recht begeven. |
[2] Luister, bergen, naar het rechtsgeding van de
heer, en u ook, onwrikbaren, fundamenten van de aarde: de heer heeft
een rechtsgeding met zijn volk; Hij wil afrekenen met Israël. |
[2] Luister, bergen, naar het pleidooi van de HEER,
hoor toe, onwrikbare fundamenten van de aarde. De HEER heeft een geschil
met zijn volk, hij klaagt Israël aan: |
2 Hoort, bergen, het geding van de ENE, en gij onverstoorbare
grondvesten der aarde!– want de ENE heeft een geding met zijn gemeente,
met Israël treedt hij in het gericht. |
2. Écoutez, montagnes, le procès de Yahvé, prêtez
l'oreille, fondements de la terre, car Yahvé est en procès avec son
peuple, il plaide contre Israël : |
|
King James Bible . [2] Hear ye, O mountains, the LORD's controversy, and ye
strong foundations of the earth: for the LORD hath a controversy with his people,
and he will plead with Israel.
Luther-Bibel . 2 Höret, ihr Berge, wie der HERR rechten will, und merkt auf,
ihr Grundfesten der Erde; denn der HERR will mit seinem Volk rechten und mit
Israel ins Gericht gehen!
Tekstuitleg van Mi
6,2 .
1. act. qal imperatief 2de pers. mann. mv. sjime`û (hoort, luistert)
OF act. qal perf. 3de pers. mv. sjâme`û (zij luisterden) van het
werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â
(horen, luisteren) . Taalgebruik in Micha : sjâm`â
(horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin
= 16 of 70 ; totaal : 50 of 410 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de
Septuaginta : akouô
(horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô
(horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie
Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren ,
aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D.
höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX
(1069) .Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar
iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin
. Mi (7) : (1) Mi
1,2 . (2) Mi
3,1 . (3) Mi
3,9 . (4) Mi
5,14 . (5) Mi
6,1 . (6) Mi
6,2 . (7) Mi
6,9 .
| Mi 6,3 - Mi
6,3 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 3laos mou ti epoièsa soi è ti elupèsa
se è ti parènôchlèsa soi apokrithèti
moi |
3 populus meus quid feci tibi et quid molestus fui
tibi responde mihi |
|
3 O Mijn volk! wat heb Ik u gedaan, en waarmede
heb Ik u vermoeid? Betuig tegen Mij. |
[3] ‘Mijn volk, wat heb Ik u aangedaan en waarmee
heb Ik u lastig gevallen? Antwoord Mij. |
[3] ‘Mijn volk, wat heb ik je misdaan? Waarmee heb
ik je gekweld? Antwoord mij! |
3 Gemeente van mij, wat heb ik je gedaan en waarmee
heb ik je vermoeid?– antwoord mij! |
3. « Mon peuple, que t'ai-je fait ? en quoi t'ai-je
fatigué ? Réponds-moi. |
|
King James Bible . [3] O my people, what have I done unto thee? and wherein
have I wearied thee? testify against me.
Luther-Bibel . 3 »Was habe ich dir getan, mein Volk, und womit habe ich dich
beschwert? Das sage mir!
Tekstuitleg van Mi
6,3 .
| Mi 6,4 - Mi
6,4 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 4dioti anègagon se ek gès aiguptou
kai ex oikou douleias elutrôsamèn se kai exapesteila
pro prosôpou sou ton môusèn kai aarôn kai
mariam |
4 quia eduxi te de terra Aegypti et de domo servientium
liberavi te et misi ante faciem tuam Mosen et Aaron et Mariam |
|
4 Immers heb Ik u uit Egypteland opgevoerd, en u
uit het diensthuis verlost; en Ik heb voor uw aangezicht henen gezonden
Mozes, Aäron en Mirjam. |
[4] Ik heb u immers uit Egypte geleid en uit het
slavenhuis verlost. Ik heb Mozes voor u uit laten gaan, en Aäron en
Mirjam. |
[4] Ik heb je weggeleid, bevrijd uit de slavernij
in Egypte. Ik zond Mozes, Aäron en Mirjam om jullie voor te gaan.
|
4 Want ik heb je doen opklimmen uit het land Egypte,
uit het slavenhuis jou losgekocht,– en ik zond voor je aanschijn Mozes,
Aäron en Mirjam! |
4. Car je t'ai fait monter du pays d'Égypte, je
t'ai racheté de la maison de servitude; j'ai envoyé devant toi Moïse,
Aaron et Miryam. |
|
King James Bible . [4] For I brought thee up out of the land of Egypt, and
redeemed thee out of the house of servants; and I sent before thee Moses, Aaron,
and Miriam.
Luther-Bibel . 4 Habe ich dich doch aus Ägyptenland geführt und aus der Knechtschaft
erlöst und vor dir her gesandt Mose, Aaron und Mirjam.
Tekstuitleg van Mi
6,4 .
| Mi 6,5 - Mi
6,5 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 5laos mou mnèsthèti dè ti ebouleusato
kata sou balak basileus môab kai ti apekrithè autô
balaam uios tou beôr apo tôn schoinôn eôs
tou galgal opôs gnôsthè è dikaiosunè
tou kuriou |
5 populus meus memento quaeso quid cogitaverit Balac
rex Moab et quid responderit ei Balaam filius Beor de Setthim usque
ad Galgalam ut cognosceret iustitias Domini |
|
5 Mijn volk! gedenk toch wat Balak, de koning van
Moab, beraadslaagde, en wat hem Bileam, de zoon van Beor, antwoordde;
en wat geschied is van Sittim af tot Gilgal toe, opdat gij de gerechtigheden
des HEEREN kent. |
[5] Mijn volk, denk toch eens terug aan het plan
van Balak, de koning van Moab en denk aan het antwoord dat Bileam,
de zoon van Beor, hem gaf; en denk aan wat er gebeurd is van Sittim*
tot Gilgal*. Dan zult u de weldaden van de heer beseffen.’ |
[5] Ben je dan vergeten, mijn volk, wat Balak besloot,
de koning van Moab, wat Bileam, de zoon van Beor, hem antwoordde?
Ben je vergeten wat er gebeurde tussen Sittim en Gilgal? Ken je de
gerechtigheid van de HEER niet meer?’ |
5 Gemeente van mij, gedenk toch wat heeft beraamd
Balak, koning van Moab, en wat hem heeft geantwoord Bileam, zoon van
Beor,– en alles van de Sjitiem tot de Gilgal, opdat je erkent hoe
rechtvaardig de ENE is! |
5. Mon peuple, souviens-toi donc : quel était le
projet de Balaq, roi de Moab ? Que lui répondit Balaam, fils de Béor
? ... de Shittim à Gilgal, pour que tu connaisses les justes œuvres
de Yahvé. » |
|
King James Bible . [5] O my people, remember now what Balak king of Moab consulted,
and what Balaam the son of Beor answered him from Shittim unto Gilgal; that
ye may know the righteousness of the LORD.
Luther-Bibel . 5 Mein Volk, denke doch daran, was Balak, der König von Moab,
vorhatte und was ihm Bileam, der Sohn Beors, antwortete; wie du hinüberzogst
von Schittim bis nach Gilgal, damit ihr erkennt, wie der HERR euch alles Gute
getan hat.«
Tekstuitleg van Mi
6,5 .
| Mi 6,6 - Mi
6,6 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 6en tini katalabô ton kurion antilèmpsomai
theou mou upsistou ei katalèmpsomai auton en olokautômasin
en moschois eniausiois |
6 quid dignum offeram Domino curvem genu Deo excelso
numquid offeram ei holocaustomata et vitulos anniculos |
|
6 Waarmede zal ik den HEERE tegenkomen, en mij bukken
voor den hogen God? Zal ik Hem tegenkomen met brandofferen, met eenjarige
kalveren? |
[6] ‘Waarmee zal ik voor de heer komen, mij buigen
voor God in den hoge? Zal ik voor Hem komen met brandoffers, met eenjarige
kalveren? |
[6] ‘Wat kan ik de HEER aanbieden, waarmee hulde
brengen aan de verheven God? Moet ik hem tegemoet treden met brandoffers,
zou hij eenjarige stieren aanvaarden? |
6 ¶ ‘Waarmee zal ik de ENE tegentreden, mij krommen
voor God in den hoge?– moet ik hem tegentreden met opgangsgaven, met
stierkalveren van een jaar?– |
6. - « Avec quoi me présenterai-je devant Yahvé,
me prosternerai-je devant le Dieu de là-haut ? Me présenterai-je avec
des holocaustes, avec des veaux d'un an ? |
|
King James Bible . [6] Wherewith shall I come before the LORD, and bow myself
before the high God? shall I come before him with burnt offerings, with calves
of a year old?
Luther-Bibel . 6 »Womit soll ich mich dem HERRN nahen, mich beugen vor dem hohen
Gott? Soll ich mich ihm mit Brandopfern nahen und mit einjährigen Kälbern?
Tekstuitleg van Mi
6,6 .
| Mi 6,7 - Mi
6,7 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 7ei prosdexetai kurios en chiliasin kriôn
è en muriasin cheimarrôn pionôn ei dô prôtotoka
mou asebeias karpon koilias mou uper amartias psuchès mou |
7 numquid placari potest Dominus in milibus arietum
aut in multis milibus hircorum pinguium numquid dabo primogenitum
meum pro scelere meo fructum ventris mei pro peccato animae meae |
|
7 Zou de HEERE een welgevallen hebben aan duizenden
van rammen, aan tien duizenden van oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene
geven voor mijn overtreding, de vrucht mijns buiks voor de zonde mijner
ziel? |
[7] Zal de heer behagen vinden in duizenden rammen,
in tienduizenden beken olie? Moet ik voor mijn misdaden mijn eerstgeborene*
offeren, mijn kind voor de zonden die ik begaan heb?’ |
[7] Kan ik hem gunstig stemmen met duizenden rammen,
met olie, stromend in tienduizend beken? Moet ik mijn oudste kind
geven voor wat ik heb misdaan, de vrucht van mijn schoot voor mijn
zondig leven?’ |
7 heeft de ENE behagen in duizenden rammen, in tienduizenden
beken olie?– moet ik mijn eersteling geven voor een misstap van mij,
de vrucht van mijn schoot voor de zonde van mijn ziel?’ |
7. Prendra-t-il plaisir à des milliers de béliers,
à des libations d'huile par torrents ? Faudra-t-il que j'offre mon
aîné pour prix de mon crime, le fruit de mes entrailles pour mon propre
péché ? » |
|
King James Bible . [7] Will the LORD be pleased with thousands of rams, or
with ten thousands of rivers of oil? shall I give my firstborn for my transgression,
the fruit of my body for the sin of my soul?
Luther-Bibel . 7 Wird wohl der HERR Gefallen haben an viel tausend Widdern,
an unzähligen Strömen von Öl? Soll ich meinen Erstgeborenen für meine Übertretung
geben, meines Leibes Frucht für meine Sünde?«
Tekstuitleg van Mi
6,7 .
| Mi 6,8 - Mi
6,8 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 8ei anèggelè soi anthrôpe ti
kalon è ti kurios ekzètei para sou all' è tou
poiein krima kai agapan eleon kai etoimon einai tou poreuesthai meta
kuriou theou sou |
8 indicabo tibi o homo quid sit bonum et quid Dominus
quaerat a te utique facere iudicium et diligere misericordiam et sollicitum
ambulare cum Deo tuo |
|
8 Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is;
en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief
te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God? |
[8] ‘De heer* heeft u gezegd wat goed is, mens,
en wat Hij van u verlangt: Hij wil niets anders dan dat u recht doet,
dat u de trouw* eerbiedigt, en dat u nederig wandelt met uw God.’
|
[8] Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet
wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten
en nederig de weg te gaan van je God. |
8 Hij heeft je gemeld, roodbloedige mens, wat goed
is,– en wat vraagt de ENE anders van je dan recht doen, vriendschap
liefhebben en ootmoedig wandelen met je God? • |
8. - « On t'a fait savoir, homme, ce qui est bien,
ce que Yahvé réclame de toi : rien d'autre que d'accomplir la justice,
d'aimer la bonté et de marcher humblement avec ton Dieu. » |
|
King James Bible . [8] He hath shewed thee, O man, what is good; and what doth
the LORD require of thee, but to do justly, and to love mercy, and to walk humbly
with thy God?
Luther-Bibel . 8 Es ist dir gesagt, Mensch, was gut ist und was der HERR von
dir fordert, nämlich Gottes Wort halten und Liebe üben und demütig sein vor
deinem Gott.
Tekstuitleg van Mi
6,8 .
| Mi 6,9 - Mi
6,9 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 9fônè kuriou tè polei epiklèthèsetai
kai sôsei foboumenous to onoma autou akoue fulè kai tis
kosmèsei polin |
9 vox Domini ad civitatem clamat et salus erit timentibus
nomen tuum audite tribus et quis adprobabit illud |
|
9 De stem des HEEREN roept tot de stad (want Uw
Naam ziet het wezen): Hoort de roede, en wie ze besteld heeft! |
[9] Hoor, de heer roept tot de stad. Wie uw naam
vreest wordt gered. ‘Luister! Er komt een zweep langs en u weet wie
die gezonden heeft! |
[9] Hoor, de HEER roept tot de stad – wie wijs is
heeft ontzag voor uw naam.* Hoor het striemen van de roede: wie zou
er dan nog voor haar getuigen?* |
9 ¶ De stem van de ENE roept de stad toe, en het
getuigt van beleid uw naam te vrezen: hoort van een roede en wie die
besteld heeft!– |
9. C'est la voix de Yahvé! Il crie à la cité :
Écoutez, tribu et assemblée de la cité! |
|
King James Bible . [9] The LORD's voice crieth unto the city, and the man of
wisdom shall see thy name: hear ye the rod, and who hath appointed it.
Luther-Bibel . 9 Des HERRN Stimme ruft über die Stadt – wer deinen Namen fürchtet,
dem wird's gelingen –: Höret, ihr Stämme und Ratsleute!
Tekstuitleg van Mi
6,9 .
8. act. qal imperatief 2de pers. mann. mv. sjime`û (hoort, luistert)
OF act. qal perf. 3de pers. mv. sjâme`û (zij luisterden) van het
werkw. sjâmâ` (horen, luisteren) . Taalgebruik in Tenach : sjâm`â
(horen, luisteren) . Taalgebruik in Micha : sjâm`â
(horen, luisteren) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , ajin
= 16 of 70 ; totaal : 50 of 410 . Gr. akouô (horen) . Taalgebruik in de
Septuaginta : akouô
(horen) . Taalgebruik in het N.T. : akouô
(horen) . Beide zijn verwant met elkaar . oor < Lat. aus , auris , zie
Gr. ous / ôs , ôtis . auscultare (het oor lenen aan , toehoren ,
aanhoren) -> écouter . Lat. audire . Ned. horen . E. to hear . D.
höhren . Een vorm van akouô (horen) in het N.T. (427) , in de LXX
(1069) .Horen veronderstelt een lijdend voorwerp . Horen kan verwijzen naar
iets dat voorafging of het kan gevolgd worden door een object of een objectzin
. Mi (7) : (1) Mi
1,2 . (2) Mi
3,1 . (3) Mi
3,9 . (4) Mi
5,14 . (5) Mi
6,1 . (6) Mi
6,2 . (7) Mi
6,9 .
| Mi 6,10 - Mi
6,10 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 10mè pur kai oikos anomou thèsaurizôn
thèsaurous anomous kai meta ubreôs adikia |
10 adhuc ignis in domo impii thesauri iniquitatis
et mensura minor irae plena |
|
10 Zijn er niet nog, in eens ieders goddelozen huis,
schatten der goddeloosheid en een schaarse efa, dat te verfoeien is?
|
[10] Kan Ik het huis van de slechte mens blijven
vergeten, de voorraden van slechtheid en die vervloekte krappe efa?
|
[10] Zou ik geen aandacht schenken aan de schatten*
in het huis van een gewetenloos mens, schatten door onrecht verkregen,
of aan die ondermaatse efa, die om vergelding schreeuwt? |
10 moet ik nog steeds het huis van een boosdoener
vergeten, met voorraden boosheid,– en die vervloekte schriele efa?– |
10. Puis-je supporter une mesure fausse et un boisseau
diminué, abominable ? |
|
King James Bible . [10] Are there yet the treasures of wickedness in the house
of the wicked, and the scant measure that is abominable?
Luther-Bibel . 10 Noch immer bleibt unrecht Gut in des Gottlosen Hause und das
verfluchte falsche Maß.
Tekstuitleg van Mi
6,10 .
| Mi 6,11 - Mi
6,11 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 11ei dikaiôthèsetai en zugô anomos
kai en marsippô stathmia dolou |
11 numquid iustificabo stateram impiam et saccelli
pondera dolosa |
|
11 Zou ik rein zijn, met een goddeloze weegschaal
en met een zak van bedriegelijke weegstenen? |
[11] Kan Ik de weegschaal van boosheid aanvaarden
of die buidel met valse gewichten? |
[11] Zou ik een onzuivere weegschaal, een buidel
met valse gewichten door de vingers zien? |
11 moet ik een boosaardige weegschaal rein verklaren,–
een buidel stenen van bedrog?– |
11. Puis-je tenir pour pur qui se sert de balances
fausses, d'une bourse de poids truqués ? |
|
King James Bible . [11] Shall I count them pure with the wicked balances, and
with the bag of deceitful weights?
Luther-Bibel . 11 Oder sollte ich unrechte Waage und falsche Gewichte im Beutel
billigen?
Tekstuitleg van Mi
6,11 .
| Mi 6,12 - Mi
6,12 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 12ex ôn ton plouton autôn asebeias eplèsan
kai oi katoikountes autèn elaloun pseudè kai è
glôssa autôn upsôthè en tô stomati
autôn |
12 in quibus divites eius repleti sunt iniquitate
et habitantes in ea loquebantur mendacium et lingua eorum fraudulenta
in ore eorum |
|
12 Dewijl haar rijke lieden vol zijn van geweld,
en haar inwoners leugen spreken, en haar tong bedriegelijk is in haar
mond; |
[12] De rijken daar in de stad zitten vol geweld
en de burgers zijn bedriegers en hun tong is leugenpraat in hun mond.
|
[12] De rijken van de stad zijn een en al geweld,
haar inwoners zijn bedriegers, ze hebben een leugenachtige tong. |
12 van haar wier rijkaards vervuld zijn van geweld
en wier ingezetenen leugentaal gesproken hebben?– hun tong is een
en al bedrog in hun mond! |
12. Elle dont les riches sont pleins de violence
et dont les habitants profèrent le mensonge! |
|
King James Bible . [12] For the rich men thereof are full of violence, and
the inhabitants thereof have spoken lies, and their tongue is deceitful in their
mouth.
Luther-Bibel . 12 Ihre Reichen tun viel Unrecht, und ihre Einwohner gehen mit
Lügen um und haben falsche Zungen in ihrem Halse.
Tekstuitleg van Mi
6,12 .
| Mi 6,13 - Mi
6,13 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 13kai egô arxomai tou pataxai se afaniô
se epi tais amartiais sou |
13 et ego ergo coepi percutere te perditione super
peccatis tuis |
|
13 Zo zal Ik u ook krenken, u slaande, en verwoestende
om uw zonden. |
[13] Ik heb u dan ook met ziekte geslagen, met ontzetting,
vanwege uw zonden. |
[13] Daarom ook ben ik begonnen je te slaan,* je
te treffen vanwege je zonden. |
13 Ik ben dan ook begonnen je te slaan,– te verbijsteren
om je zonden; |
13. Aussi, moi-même, j'ai commencé à te frapper,
à te dévaster pour tes péchés. |
|
King James Bible . [13] Therefore also will I make thee sick in smiting thee,
in making thee desolate because of thy sins.
Luther-Bibel . 13 Darum will auch ich anfangen, dich zu plagen und dich um deiner
Sünden willen wüst zu machen.
Tekstuitleg van Mi
6,13 .
| Mi 6,14 - Mi
6,14 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 14su fagesai kai ou mè emplèsthès
kai skotasei en soi kai ekneusei kai ou mè diasôthès
kai osoi ean diasôthôsin eis romfaian paradothèsontai |
14 tu comedes et non saturaberis et humiliatio tua
in medio tui et adprehendes et non salvabis et quos salvaveris in
gladium dabo |
|
14 Gij zult eten, maar niet verzadigd worden, en
uw nederdrukking zal in het midden van u zijn; en gij zult aangrijpen,
maar niet wegbrengen, en wat gij zult wegbrengen, zal Ik aan het zwaard
overgeven. |
[14] U zult wel eten, u, maar niet verzadigd worden;
de honger verlaat u niet. U zult uw grondgebied wel uitbreiden, maar
behouden kunt u het niet; en mocht u al iets behouden, dan geef Ik
het prijs aan het zwaard. |
[14] Nu zul je eten maar niet verzadigd worden,
en je darmen raken verstopt. Wat je opbergt kun je niet behouden,
en wat je wel behoudt laat ik ten prooi vallen aan het zwaard. |
14 jij, je zult eten en niet verzadigd worden, in
je binnenste blijft het verlangen; je zult mensen weghelpen maar niet
helpen ontsnappen, en wie je zult helpen ontsnappen geef ik prijs
aan het zwaard; |
14. Tu mangeras, mais tu ne pourras te rassasier;
tu mettras de côté, mais tu ne pourras rien garder; et si tu peux
garder quelque chose, je le livrerai à l'épée. |
|
King James Bible . [14] Thou shalt eat, but not be satisfied; and thy casting
down shall be in the midst of thee; and thou shalt take hold, but shalt not
deliver; and that which thou deliverest will I give up to the sword.
Luther-Bibel . 14 Du sollst essen und doch nicht satt werden. Und was du beiseite
schaffst, wirst du doch nicht retten; und was du rettest, will ich doch dem
Schwert preisgeben.
Tekstuitleg van Mi
6,14 .
| Mi 6,15 - Mi
6,15 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 15su spereis kai ou mè amèsès
su pieseis elaian kai ou mè aleipsè elaion kai oinon
kai ou mè piète kai afanisthèsetai nomima laou
mou |
15 tu seminabis et non metes tu calcabis olivam
et non ungueris oleo et mustum et non bibes vinum |
|
15 Gij zult zaaien, maar niet maaien; gij zult olijven
treden, maar u met olie niet zalven, en most, maar geen wijn drinken.
|
[15] U zult wel zaaien, maar niet oogsten, u zult
wel olijven persen, maar u niet met de olie zalven, u zult wel druiven*
persen, maar de wijn niet drinken. |
[15] Je zult wel zaaien maar niets oogsten, je zult
olijven persen maar je niet met olie inwrijven, je zult druiven treden
maar geen wijn drinken. |
15 jij, je zult zaaien maar niet oogsten,– jij,
je zult olijven treden maar met de olie niet zalven, most, maar de
wijn niet drinken; |
15. Tu sèmeras, mais tu ne pourras faire la moisson;
tu presseras l'olive, mais tu ne pourras t'oindre d'huile, le moût,
mais tu ne pourras boire de vin. |
|
King James Bible . [15] Thou shalt sow, but thou shalt not reap; thou shalt
tread the olives, but thou shalt not anoint thee with oil; and sweet wine, but
shalt not drink wine.
Luther-Bibel . 15 Du sollst säen und nicht ernten; du sollst Öl keltern und
dich damit nicht salben und Wein keltern und ihn nicht trinken.
Tekstuitleg van Mi
6,15 .
| Mi 6,16 - Mi
6,16 . Onheilsprofetieën - Mi
6 - Mi
7 -- Mi
6,1-7,7 -- Mi
6,1 - Mi
6,2 - Mi
6,3 - Mi
6,4 - Mi
6,5 - Mi
6,6 - Mi
6,7 - Mi
6,8 - Mi
6,9 - Mi
6,10 - Mi
6,11 - Mi
6,12 - Mi
6,13 - Mi
6,14 - Mi
6,15 - Mi
6,16 -- Mi
7,1 - Mi
7,2 - Mi
7,3 - Mi
7,4 - Mi
7,5 - Mi
7,6 - Mi
7,7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| 16kai efulaxas ta dikaiômata zambri kai panta
ta erga oikou achaab kai eporeuthète en tais boulais autôn
opôs paradô se eis afanismon kai tous katoikountas autèn
eis surismon kai oneidè laôn lèmpsesthe |
16 et custodisti praecepta Omri et omne opus domus
Achab et ambulasti in voluntatibus eorum ut darem te in perditionem
et habitantes in ea in sibilum et obprobrium populi mei portabitis
|
|
16 Want de inzettingen van Omri worden onderhouden,
en het ganse werk van het huis van Achab; en gij wandelt in derzelver
raadslagen; opdat Ik u stelle tot verwoesting, en haar inwoners tot
aanfluiting; alzo zult gij de smaadheid Mijns volks dragen. |
[16] Er wordt gehandeld naar de zeden van Omri,
naar al de praktijken van Achabs huis. Naar hun opvattingen hebt u
geleefd, en daarom maak Ik u tot een voorwerp van afgrijzen en de
bewoners van uw stad tot een aanfluiting. U, mijn volk, zult met schande
beladen worden.’ |
[16] Jullie houden je graag aan de bepalingen van
Omri en aan de besluiten van het huis van Achab, jullie volgen hun
raad. Daarom maak ik van jullie, inwoners van de stad, een afschrikwekkend
voorbeeld en een voorwerp van spot, en je zult de schande van mijn
volk dragen. |
16 je bewaarde de inzettingen van Omri en alle daden
van Achabs huis, en ge hebt gewandeld volgens hun raadslagen,– opdat
ik je zou kunnen prijsgeven aan verbijstering en haar ingezetenen
aan aanfluiting; ge zult de smaad over mijn gemeente moeten dragen!
|
16. Tu observes les lois d'Omri, toutes les pratiques
de la maison d'Achab; tu te conduis selon leurs principes, pour que
je fasse de toi un objet de stupeur, de tes habitants une dérision,
et que vous portiez l'opprobre des peuples. |
|
King James Bible . [16] For the statutes of Omri are kept, and all the works
of the house of Ahab, and ye walk in their counsels; that I should make thee
a desolation, and the inhabitants thereof an hissing: therefore ye shall bear
the reproach of my people.
Luther-Bibel . 16 Denn du hieltest dich an die Weisungen Omris und alle Werke
des Hauses Ahab und folgtest ihrem Rat. Darum will ich dich zur Wüste machen
und ihre Einwohner, dass man sie auspfeifen soll, und ihr sollt die Schmach
meines Volks tragen.
Tekstuitleg van Mi
6,16 .
SEPTUAGINTA
6 1akousate dè logon kuriou kurios eipen anastèthi krithèti
pros ta orè kai akousatôsan oi bounoi fônèn sou2akousate
bounoi tèn krisin tou kuriou kai ai faragges themelia tès gès
oti krisis tô kuriô pros ton laon autou kai meta tou israèl
dielegchthèsetai3laos mou ti epoièsa soi è ti elupèsa
se è ti parènôchlèsa soi apokrithèti moi4dioti
anègagon se ek gès aiguptou kai ex oikou douleias elutrôsamèn
se kai exapesteila pro prosôpou sou ton môusèn kai aarôn
kai mariam5laos mou mnèsthèti dè ti ebouleusato kata sou
balak basileus môab kai ti apekrithè autô balaam uios tou
beôr apo tôn schoinôn eôs tou galgal opôs gnôsthè
è dikaiosunè tou kuriou6en tini katalabô ton kurion antilèmpsomai
theou mou upsistou ei katalèmpsomai auton en olokautômasin en moschois
eniausiois7ei prosdexetai kurios en chiliasin kriôn è en muriasin
cheimarrôn pionôn ei dô prôtotoka mou asebeias karpon
koilias mou uper amartias psuchès mou8ei anèggelè soi anthrôpe
ti kalon è ti kurios ekzètei para sou all' è tou poiein
krima kai agapan eleon kai etoimon einai tou poreuesthai meta kuriou theou sou9fônè
kuriou tè polei epiklèthèsetai kai sôsei foboumenous
to onoma autou akoue fulè kai tis kosmèsei polin10mè pur
kai oikos anomou thèsaurizôn thèsaurous anomous kai meta
ubreôs adikia11ei dikaiôthèsetai en zugô anomos kai
en marsippô stathmia dolou12ex ôn ton plouton autôn asebeias
eplèsan kai oi katoikountes autèn elaloun pseudè kai è
glôssa autôn upsôthè en tô stomati autôn13kai
egô arxomai tou pataxai se afaniô se epi tais amartiais sou14su
fagesai kai ou mè emplèsthès kai skotasei en soi kai ekneusei
kai ou mè diasôthès kai osoi ean diasôthôsin
eis romfaian paradothèsontai15su spereis kai ou mè amèsès
su pieseis elaian kai ou mè aleipsè elaion kai oinon kai ou mè
piète kai afanisthèsetai nomima laou mou16kai efulaxas ta dikaiômata
zambri kai panta ta erga oikou achaab kai eporeuthète en tais boulais
autôn opôs paradô se eis afanismon kai tous katoikountas autèn
eis surismon kai oneidè laôn lèmpsesthe
VULGAAT
1 audite quae Dominus loquitur surge contende iudicio adversum montes et audiant
colles vocem tuam 2 audiant montes iudicium Domini et fortia fundamenta terrae
quia iudicium Domini cum populo suo et cum Israhel diiudicabitur 3 populus meus
quid feci tibi et quid molestus fui tibi responde mihi 4 quia eduxi te de terra
Aegypti et de domo servientium liberavi te et misi ante faciem tuam Mosen et
Aaron et Mariam 5 populus meus memento quaeso quid cogitaverit Balac rex Moab
et quid responderit ei Balaam filius Beor de Setthim usque ad Galgalam ut cognosceret
iustitias Domini 6 quid dignum offeram Domino curvem genu Deo excelso numquid
offeram ei holocaustomata et vitulos anniculos 7 numquid placari potest Dominus
in milibus arietum aut in multis milibus hircorum pinguium numquid dabo primogenitum
meum pro scelere meo fructum ventris mei pro peccato animae meae 8 indicabo
tibi o homo quid sit bonum et quid Dominus quaerat a te utique facere iudicium
et diligere misericordiam et sollicitum ambulare cum Deo tuo 9 vox Domini ad
civitatem clamat et salus erit timentibus nomen tuum audite tribus et quis adprobabit
illud 10 adhuc ignis in domo impii thesauri iniquitatis et mensura minor irae
plena 11 numquid iustificabo stateram impiam et saccelli pondera dolosa 12 in
quibus divites eius repleti sunt iniquitate et habitantes in ea loquebantur
mendacium et lingua eorum fraudulenta in ore eorum 13 et ego ergo coepi percutere
te perditione super peccatis tuis 14 tu comedes et non saturaberis et humiliatio
tua in medio tui et adprehendes et non salvabis et quos salvaveris in gladium
dabo 15 tu seminabis et non metes tu calcabis olivam et non ungueris oleo et
mustum et non bibes vinum 16 et custodisti praecepta Omri et omne opus domus
Achab et ambulasti in voluntatibus eorum ut darem te in perditionem et habitantes
in ea in sibilum et obprobrium populi mei portabitis