NUMERI 20 , Nu 20 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -
- Nu 20,1 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,14-21 -

Overzicht van het boek Numeri : Nu 1 - Nu 2 - Nu 3 - Nu 4 - Nu 5 - Nu 6 - Nu 7 - Nu 8 - Nu 9 - Nu 10 - Nu 11 - Nu 12 - Nu 13 - Nu 14 - Nu 15 - Nu 16 - Nu 17 - Nu 18 - Nu 19 - Nu 20 - Nu 21 - Nu 22 - Nu 23 - Nu 24 - Nu 25 - Nu 26 - Nu 27 - Nu 28 - Nu 29 - Nu 30 - Nu 31 - Nu 32 - Nu 33 - Nu 34 - Nu 35 - Nu 36 -
Tekstuitleg per perikope
:
Tekstuitleg vers per vers : - Nu 20,1 - Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 - Nu 20,14 - Nu 20,15 - Nu 20,16 - Nu 20,17 - Nu 20,18 - Nu 20,19 - Nu 20,20 - Nu 20,21 - Nu 20,22 - Nu 20,23 - Nu 20,24 - Nu 20,25 - Nu 20,26 - Nu 20,27 - Nu 20,28 - Nu 20,29 -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

Overzicht van Numeri : Numeri : overzicht , Numeri : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Numeri : commentaar ,


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
Luther-Bibel 1984            

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA)
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'íbezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , migratie , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen -

Woordenschat
.
Bibliografie
Literatuur
Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- taalgebruik -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken : - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

De dood van Mirjam - Nu 20,1 - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,1 -

Nu 20,1 - Nu 20,1 : De dood van Mirjam - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
1kai èlthon oi uioi israèl pasa è sunagôgè eis tèn erèmon sin en tô mèni tô prôtô kai katemeinen o laos en kadès kai eteleutèsen ekei mariam kai etafè ekei  1 veneruntque filii Israhel et omnis multitudo in desertum Sin mense primo et mansit populus in Cades mortuaque est ibi Maria et sepulta in eodem loco    1 Als de kinderen Israëls, de ganse vergadering, in de woestijn Zin gekomen waren, in de eerste maand, zo bleef het volk te Kades. En Mirjam stierf aldaar, en zij werd aldaar begraven. 
[1] In de eerste maand kwam heel de gemeenschap van de Israëlieten in de woestijn Sin. Tijdens het verblijf van het volk in Kades overleed Mirjam, en zij werd ter plaatse begraven. 
     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Nu 20,1 . Het vers Nu 20,1 telt 17 woorden en 63 (3² X 7) letters . De getalswaarde van Nu 20,1 is 5387 (priemgetal) .

Ex 17,1 1. 2. - 5. 6. - 7. 8. 9. - 11. 12. 13. 14. - 15. 16. - 17.
Ex 17,1 wajjisë`û (en zij braken op) kâl `ädath bënê jishërâ´el (de hele gemeenschap van Israëlieten) mimmidëbar sîn (uit de woestijn van Sin) lëmasë`êhèm (voor hun tocht) `al pî JHWH (volgens het bevel van JHWH) wajjachänû (en zij legerden) birëphîdîm (in Refidim) wë´ên majim (en er was geen water) lisjëthoth hâ`âm (om het volk te laten drinken)
Ex 17,3 1.   2. - 3.     4.   wajjitsëmâ´ sjâm hâ`âm lammajim (en het volk smachtte naar water)  
Nu 33,12  wajjisë`û (en zij braken op)    mimmidëbar sîn (uit de woestijn van Sin)       wajjachänû (en zij legerden)       
Nu 33,14 1.         3. 4. 5. - 8. 9. - 10.
Nu 33,14 wajjisë`û (en zij braken op)         wajjachänû (en zij legerden) birëphîdîm (in Refidim) wël´o hâjâh sjâm majim (maar daar was geen water) lâ`âm lisjëthôth (voor het volk om te drinken)

Ex 17,1 1. 2. - 5. 6. - 7. 8. 9. - 11. 12. 13. 14. - 15. 16. - 17.
Ex 17,1 wajjisë`û (en zij braken op) kâl `ädath bënê jishërâ´el (de hele gemeenschap van Israëlieten) mimmidëbar sîn (uit de woestijn van Sin) lëmasë`êhèm (voor hun tocht) `al pî JHWH (volgens het bevel van JHWH) wajjachänû (en zij legerden) birëphîdîm (in Refidim) wë´ên majim (en er was geen water) lisjëthoth hâ`âm (om het volk te laten drinken)
Ex 17,3               wajjitsëmâ´ sjâm hâ`âm lammajim (en het volk smachtte naar water)   
Nu 20,1 1. 2. - 5. 6. - 7.       Nu 20,2 1. - 3. 4.
Nu 20,1 - Nu 20,2 wajjâbo´û (en zij gingen) bënê jishërâ´el kâl hâ`edâh (de Israëlieten , de hele gemeenschap) midëbar tsin (uit de woestijn van Sin)         wël´o hâjâh majim (maar daar was geen water) lâ`edâh (voor de gemeenschap)
  3. 4.-7. 8.-10.            
Ex 16,1   wajjâbo´û (en zij gingen) kâl `ädath bënê jishërâ´el (de hele gemeenschap van Israëlieten) ´èl midëbar sîn (naar de woestijn sin)            
Nu 33,10 wajjisë`û (en zij braken op)   me´e(j)lim (uit Elim)     wajjachänû (en zij legerden) `al jam sûph (bij de Rode Zee)    

Nu 20,1.13. וַתָּמָת / וַתָּמוֹת = waththâmâth / waththâmoth (en zij stierf) < wë + act. qal imperfectum derde persoon vrouwelijk enkelvoud van het werkw. מות = mwth (sterven, ondergaan) . Taalgebruik in Tenakh : mwth (sterven, ondergaan) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , waw = 6 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 41 OF 446 (2 X 223) . Structuur : 4 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (9) : : (1) Gn 23,2 (Sara) . (2) Gn 35,8 (Debora , de voedster van Rebekka) . (3) Gn 35,19 (Rachel) . (4) Gn 38,12 (Juda's vrouw , de dochter van Sua) . (5) Nu 20,1 (Mirjam) . (6) Re 20,5 (de bijvrouw van een Leviet) . (7) Js 50,2 . (8) Ez 24,18 . (9) 1 Kr 2,19 (Azuba , de vrouw van Kaleb) .
- Grieks : act. aor. 3de pers. enk. απεθανεν = apethanen (hij stierf) van het werkw. αποθνῃσκω = apothnè(i)skô (sterven) . Taalgebruik in de Bijbel : apothnè(i)skô (sterven) . Bijbel (200) . OT (169) . Gn (39) . NT (31) . Ev (18) : (1) Mt 9,24 . (2) Mt 22,27 . (3) Mc 5,35 . (4) Mc 5,39 . (5) Mc 9,26 . (6) Mc 12,21 . (7) Mc 12,22 . (8) Mc 15,44 . (9) Lc 8,52 . (10) Lc 8,53 . (11) Lc 16,22 . (12) Lc 20,29 . (13) Lc 20,32 . (14) Joh 8,52 . (15) Joh 8,53 . (16) Joh 11,14 . (17) Joh 11,21 . (18) Joh 11,32 . Een vorm van αποθνῃσκω = apothnè(i)skô apothnè(i)skô (sterven) in de LXX (600) , in het NT (113) .
- Grieks . act. aor. 3de pers. enk. ετελευτησεν = eteleuthèsen (hij stierf) van het werkw. τελευταω = teleutaô (beëindigen, voltooien, sterven) . Taalgebruik in de Bijbel : teleuteô (beëindigen, voltooien) . Bijbel (23) : (1) Gn 50,26 . (2) Ex 1,6 . (3) Ex 2,23 . (4) Ex 4,19 . (5) Ex 9,6 . (6) Ex 9,7 . (7) Nu 3,4 . (8) Nu 20,1 . (9) Dt 34,5 . (10) Joz 24,33 . (11) Re 2,8 . (12) Job 42,17 . (13) 1 Kr 29,28 . (14) 2 Kr 13,20 . (15) 2 Kr 16,13 . (16) 2 Kr 24,15 . (17) Jdt 8,3 . (18) 2 Mak 7,41 . (19) Sir 30,4 . (20) Mt 9,18 . (21) Mt 22,25 . (22) Hnd 2,29 . (23) Hnd 7,15 . Een vorm van τελευταω = teleuteô in de LXX (93) , in het NT (11) : (1) Mt 2,19 . (2) Mt 9,18 . (3) Mt 15,4 . (4) Mt 22,25 . (5) Mc 7,10 . (6) Mc 9,48 . (7) Lc 7,2 . (8) Joh 11,39 . (9) Hnd 2,29 . (10) Hnd 7,15 . (11) Heb 11,22 .
- Latijn . part. perf. nom. mann. enk. mortuus (gestorven, dood) van het werkw. mori (sterven) . Bijbel (204) , Gn (19) . NT (47) .
- Ned. : sterven . Arabisch : مَاتَ = mâta (sterven) . Taalgebruik in de Qoran : mâta (sterven) . Aramees : מִית = mîth (sterven) . D. : sterben . E. die . Fr. : mourir . Grieks : αποθνῃσκω = apothnè(i)skô (sterven) . Taalgebruik in de Bijbel : apothnè(i)skô (sterven) . Hebreeuws : מות = mwth (sterven, ondergaan) . Taalgebruik in Tenakh : mwth (sterven, ondergaan) . Latijn : mori .

15. מִרַיָם = mirajâm (Miriam) . Taalgebruik in Tenakh : mirajâm (Miriam) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 56 (2³ X 7 OF 7 X 8 ) OF 290 (2 X 5 X 29) . Structuur : 4 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (8) : (1) Ex 15,20 . (2) Ex 15,21 . (3) Nu 12,1 . (4) Nu 12,4 . (5) Nu 12,10 . (6) Nu 12,15 . (7) Nu 20,1 . (8) Nu 26,59 .
- Volkse etymologie : mârâh (bitter) en jâm (zee) ; bitter is de zee .
- Laten we de resj in het woord Mirajâm weg , dan bekomen we het woord מַיִם= majim (water) . Het volgende verhaal vertelt over het water uit de rots . Aldus wordt een verband gelegd tussen Mirjam en het water .



Water uit de rots - Nu 20,2-13 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 -

Nu 20,2 - Nu 20,2 : Water uit de rots -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
2kai ouk èn udôr tè sunagôgè kai èthroisthèsan epi môusèn kai aarôn  2 cumque indigeret aqua populus coierunt adversum Mosen et Aaron    2 En er was geen water voor de vergadering; toen vergaderden zij zich tegen Mozes en tegen Aäron. 
[2] Eens was er geen water voor de gemeenschap. Het volk schoolde samen tegen Mozes en Aäron  
     

King James Bible . And there was no water for the congregation: and they gathered themselves together against Moses and against Aaron.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Nu 20,2 . Dit vers Nu 20,2 telt 9 (3 X 3) woorden en 31 letters . De getalwaarde van Nu 20,2 is 1220 (2 X 2 X 5 X 61) .

3. מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (254) . Pentateuch (53) . Eerdere Profeten (46) . Latere Profeten (72) . 12 Kleine Profeten (15) . Geschriften (68) . Ex (15) : (1) Ex 7,18 . (2) Ex 7,21 . (3) Ex 7,24 . (4) Ex 15,8 . (5) Ex 15,22 . (6) Ex 15,23 . (7) Ex 15,27 . (8) Ex 17,1 . (9) Ex 17,2 . (10) Ex 17,6 . (11) Ex 23,31 . (12) Ex 30,18 . (13) Ex 30,20 . (14) Ex 40,7 . (15) Ex 40,30 . Nu (13) : (1) Nu 5,17 . (2) Nu 19,17 . (3) Nu 20,2 . (4) Nu 20,8 . (5) Nu 20,10 . (6) Nu 20,11 . (7) Nu 21,5 . (8) Nu 21,16 . (9) Nu 24,6 . (10) Nu 24,7 . (11) Nu 33,9 . (12) Nu 33,11 . (13) Nu 33,14 . Ps (28) : (1) Ps 1,3 . (2) Ps 18,12 . (3) Ps 18,16 . (4) Ps 29,3 . (5) Ps 32,6 . (6) Ps 42,2 . (7) Ps 58,8 . (8) Ps 63,2 . (9) Ps 65,10 . (10) Ps 69,2 . (11) Ps 69,3 . (12) Ps 69,15 . (13) Ps 69,16 . (14) Ps 72,8 . (15) Ps 77,17 . (16) Ps 77,18 . (17) Ps 78,13 . (18) Ps 78,16 . (19) Ps 78,20 . (20) Ps 93,4 . (21) Ps 104,6 . (22) Ps 105,41 . (23) Ps 106,11 . (24) Ps 107,33 . (25) Ps 107,35 . (26) Ps 114,8 . (27) Ps 119,136 . (28) Ps 147,18 .
- הַמָּיִם = hammajim (de wateren) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfstandig naamw. מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (85) . Pentateuch (45) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (12) . Ex (12) : (1) Ex 2,10 . (2) Ex 4,9 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 7,20 . (5) Ex 14,21 . (6) Ex 14,26 . (7) Ex 14,28 . (8) Ex 15,25 . (9) Ex 15,27 . (10) Ex 32,20 .
- Grieks : zelfst. naamw. nom. onz. enk. ὑδωρ = hudôr (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Taalgebruik in de LXX : hudôr (water) . LXX (313) . Pentateuch (95) . Gn (29) . Ex (26) .

  hudôr (water)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
1 nom. + acc. onz. enk. hudôr   313  292  21    10  13   
  totaal 666  596  70  19  10  17  18  37 

- Ned. : water . Arabisch : مَأء = mâh (water) . Taalgebruik in de Qoran : mâh (water) . D. : Wasser . E. : water . Fr. : eau . Grieks : ὑδωρ = hudôr (water) . Hebreeuws : מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Lat. : aqua .

6. - 9. `al mosjèh (tegen Mozes) wë`al ´ahäron (en tegen Aäron) . In zeven verzen in de bijbel : (1) Ex 16,2 . (2) Nu 14,2 . (3) Nu 16,3 . (4) Nu 17,6 . (5) Nu 17,7 . (6) Nu 20,2 . (7) Nu 26,9 .

Nu 20,3 - Nu 20,3 : Water uit de rots -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3kai eloidoreito o laos pros môusèn legontes ofelon apethanomen en tè apôleia tôn adelfôn èmôn enanti kuriou  3 et versi in seditionem dixerunt utinam perissemus inter fratres nostros coram Domino    3 En het volk twistte met Mozes, en zij spraken, zeggende: Och, of wij den geest gegeven hadden, toen onze broeders voor het aangezicht des HEEREN den geest gaven!  [3] en begon Mozes verwijten* te maken. Zij zeiden: ‘Waren wij maar door ingrijpen van de heer gestorven zoals onze broeders!       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,4 - Nu 20,4 : Water uit de rots -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
4kai ina ti anègagete tèn sunagôgèn kuriou eis tèn erèmon tautèn apokteinai èmas kai ta ktènè èmôn  4 cur eduxistis ecclesiam Domini in solitudinem ut et nos et nostra iumenta moriantur    4 Waarom toch hebt gijlieden de gemeente des HEEREN in deze woestijn gebracht, dat wij daar sterven zouden, wij en onze beesten?  [4] Hebt u de gemeente van de heer naar deze woestijn geleid om er mens en dier de dood te laten vinden?       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,5 - Nu 20,5 : Water uit de rots -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
5kai ina ti touto anègagete èmas ex aiguptou paragenesthai eis ton topon ton ponèron touton topos ou ou speiretai oude sukai oude ampeloi oude roai oude udôr estin piein 5 quare nos fecistis ascendere de Aegypto et adduxistis in locum istum pessimum qui seri non potest qui nec ficum gignit nec vineas nec mala granata insuper et aquam non habet ad bibendum     5 En waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, om ons te brengen in deze kwade plaats? Het is geen plaats van zaad, noch van vijgen, noch van wijnstokken, noch van granaatappelen; ook is er geen water om te drinken.  [5] Waarom hebt u ons uit Egypte geleid naar dit ellendig oord, waar geen koren is, geen vijg, geen wijnstok, geen granaatappel, en zelfs geen water?’       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,6 - Nu 20,6 : Water uit de rots -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
6kai èlthen môusès kai aarôn apo prosôpou tès sunagôgès epi tèn thuran tès skènès tou marturiou kai epesan epi prosôpon kai ôfthè è doxa kuriou pros autous  6 ingressusque Moses et Aaron dimissa multitudine tabernaculum foederis corruerunt proni in terram et apparuit gloria Domini super eos    6 Toen gingen Mozes en Aäron van het aangezicht der gemeente tot de deur van de tent der samenkomst, en zij vielen op hun aangezichten; en de heerlijkheid des HEEREN verscheen hun.   [6] Toen verwijderden Mozes en Aäron zich van de gemeente en gingen naar de ingang van de tent van samenkomst en wierpen zich ter aarde. De heerlijkheid van de heer verscheen voor hen        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

13. - 15. wajjerâ´ JHWH (en JHWH verscheen) . Tenach (5) : (1) Gn 12,7 (bij de eerste halte van Abram in het land Kanaän) . (2) Gn 17,1 (bij de verbondssluiting met Abraham) . (3) Dt 31,15 (bij de aanstelling van Jozua) . (4) 1 K 9,2 (aan Salomo) . (5) 2 Kr 7,12 (aan Salomo) .
- wajjerâ´ ´elâjw JHWH (en JHWH verscheen aan hem) . Tenach (3) : (1) Gn 18,1 (JHWH aan Abraham) . (2) Gn 26,2 (JHWH aan Isaak) . (3) Gn 26,24 (JHWH aan Isaak) .
- wajjerâ´ khëbhôd JHWH (en de heerlijkheid van JHWH verscheen) . Tenach (4) : (1) Lv 9,23 . (2) Nu 16,19 . (3) Nu 17,7 . (4) Nu 20,6 .
- wajjerâ´ malë´akh JHWH (en de engel van JHWH verscheen) . Tenach (2) : (1) Ex 3,2 (aan Mozes in de doornstruik) . (2) Re 13,3 (aan de moeder van Simson) .
- wajjerâ´ ´èlohîm (en God verscheen) . Enkel in Gn 35,9 (aan Jakob) .
- wajjerâ´ (en Hij verscheen aan Abraham... ) . Tenach (1) : Ex 6,3 (aan Mozes) .
Volgens deze gegevens zou JHWH driemaal aan Abram / Abraham verschenen zijn : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 17,1 . (3) Gn 18,1 .
Tweemaal wordt uitdrukkelijk vermeld dat JHWH verscheen aan Abram (wajjerâ´ JHWH ´èl ´abhërâm : (1) Gn 12,7 . (2) Gn 17,1) . In Gn 18,1 wordt de naam van Abraham niet vermeld . Het kan betekenen dat het vers in het verlengde ligt van het vorige hoofdstuk waar de belofte van Isaak werd aangekondigd . Dit is een belangrijk verschijnen van JHWH , want in Gn 18 wordt de geboorte van Isaak aangekondigd .

Nu 20,7 - Nu 20,7 : Water uit de rots -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7kai elalèsen kurios pros môusèn legôn  7 locutusque est Dominus ad Mosen dicens    7 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:  [7] en de heer sprak tot Mozes:        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,8 - Nu 20,8 : Water uit de rots -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8labe tèn rabdon kai ekklèsiason tèn sunagôgèn su kai aarôn o adelfos sou kai lalèsate pros tèn petran enanti autôn kai dôsei ta udata autès kai exoisete autois udôr ek tès petras kai potieite tèn sunagôgèn kai ta ktènè autôn  8 tolle virgam et congrega populum tu et Aaron frater tuus et loquimini ad petram coram eis et illa dabit aquas cumque eduxeris aquam de petra bibet omnis multitudo et iumenta eius    8 Neem dien staf, en verzamel de vergadering, gij en Aäron, uw broeder, en spreekt gijlieden tot de steenrots voor hun ogen, zo zal zij hun water geven; alzo zult gij hun water voortbrengen uit de steenrots, en gij zult de vergadering en haar beesten drenken.  [8] ‘Neem de staf en roep met uw broer Aäron de gemeenschap bijeen. U moet in hun bijzijn de rots gebieden water te geven, dan zult u uit die rots water laten stromen en de gemeenschap en het vee laten drinken.’       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

18. מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (254) . Pentateuch (53) . Eerdere Profeten (46) . Latere Profeten (72) . 12 Kleine Profeten (15) . Geschriften (68) . Ex (15) : (1) Ex 7,18 . (2) Ex 7,21 . (3) Ex 7,24 . (4) Ex 15,8 . (5) Ex 15,22 . (6) Ex 15,23 . (7) Ex 15,27 . (8) Ex 17,1 . (9) Ex 17,2 . (10) Ex 17,6 . (11) Ex 23,31 . (12) Ex 30,18 . (13) Ex 30,20 . (14) Ex 40,7 . (15) Ex 40,30 . Nu (13) : (1) Nu 5,17 . (2) Nu 19,17 . (3) Nu 20,2 . (4) Nu 20,8 . (5) Nu 20,10 . (6) Nu 20,11 . (7) Nu 21,5 . (8) Nu 21,16 . (9) Nu 24,6 . (10) Nu 24,7 . (11) Nu 33,9 . (12) Nu 33,11 . (13) Nu 33,14 . Ps (28) : (1) Ps 1,3 . (2) Ps 18,12 . (3) Ps 18,16 . (4) Ps 29,3 . (5) Ps 32,6 . (6) Ps 42,2 . (7) Ps 58,8 . (8) Ps 63,2 . (9) Ps 65,10 . (10) Ps 69,2 . (11) Ps 69,3 . (12) Ps 69,15 . (13) Ps 69,16 . (14) Ps 72,8 . (15) Ps 77,17 . (16) Ps 77,18 . (17) Ps 78,13 . (18) Ps 78,16 . (19) Ps 78,20 . (20) Ps 93,4 . (21) Ps 104,6 . (22) Ps 105,41 . (23) Ps 106,11 . (24) Ps 107,33 . (25) Ps 107,35 . (26) Ps 114,8 . (27) Ps 119,136 . (28) Ps 147,18 .
- הַמָּיִם = hammajim (de wateren) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfstandig naamw. מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (85) . Pentateuch (45) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (12) . Ex (12) : (1) Ex 2,10 . (2) Ex 4,9 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 7,20 . (5) Ex 14,21 . (6) Ex 14,26 . (7) Ex 14,28 . (8) Ex 15,25 . (9) Ex 15,27 . (10) Ex 32,20 .
- Grieks : zelfst. naamw. nom. onz. enk. ὑδωρ = hudôr (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Taalgebruik in de LXX : hudôr (water) . LXX (313) . Pentateuch (95) . Gn (29) . Ex (26) .

  hudôr (water)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
1 nom. + acc. onz. enk. hudôr   313  292  21    10  13   
  totaal 666  596  70  19  10  17  18  37 

- Ned. : water . Arabisch : مَأء = mâh (water) . Taalgebruik in de Qoran : mâh (water) . D. : Wasser . E. : water . Fr. : eau . Grieks : ὑδωρ = hudôr (water) . Hebreeuws : מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Lat. : aqua .

Nu 20,9 - Nu 20,9 : Water uit de rots -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
9kai elaben môusès tèn rabdon tèn apenanti kuriou katha sunetaxen kurios  9 tulit igitur Moses virgam quae erat in conspectu Domini sicut praeceperat ei     9 Toen nam Mozes den staf van voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als Hij hem geboden had.   [9] Mozes nam de staf uit het heiligdom, zoals de heer hem gezegd had.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,10 - Nu 20,10 : Water uit de rots -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
10kai exekklèsiasen môusès kai aarôn tèn sunagôgèn apenanti tès petras kai eipen pros autous akousate mou oi apeitheis mè ek tès petras tautès exaxomen umin udôr  10 congregata multitudine ante petram dixitque eis audite rebelles et increduli num de petra hac vobis aquam poterimus eicere    10 En Mozes en Aäron vergaderden de gemeente voor de steenrots, en hij zeide tot hen: Hoort toch, gij wederspannigen, zullen wij water voor ulieden uit deze steenrots hervoorbrengen?   [10] Toen riepen Mozes en Aäron de gemeente voor de rots bijeen. Mozes zei tegen hen: ‘Luister, opstandigen! Zullen wij voor mensen als jullie water uit deze rots laten stromen?’       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

19. מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (254) . Pentateuch (53) . Eerdere Profeten (46) . Latere Profeten (72) . 12 Kleine Profeten (15) . Geschriften (68) . Ex (15) : (1) Ex 7,18 . (2) Ex 7,21 . (3) Ex 7,24 . (4) Ex 15,8 . (5) Ex 15,22 . (6) Ex 15,23 . (7) Ex 15,27 . (8) Ex 17,1 . (9) Ex 17,2 . (10) Ex 17,6 . (11) Ex 23,31 . (12) Ex 30,18 . (13) Ex 30,20 . (14) Ex 40,7 . (15) Ex 40,30 . Nu (13) : (1) Nu 5,17 . (2) Nu 19,17 . (3) Nu 20,2 . (4) Nu 20,8 . (5) Nu 20,10 . (6) Nu 20,11 . (7) Nu 21,5 . (8) Nu 21,16 . (9) Nu 24,6 . (10) Nu 24,7 . (11) Nu 33,9 . (12) Nu 33,11 . (13) Nu 33,14 . Ps (28) : (1) Ps 1,3 . (2) Ps 18,12 . (3) Ps 18,16 . (4) Ps 29,3 . (5) Ps 32,6 . (6) Ps 42,2 . (7) Ps 58,8 . (8) Ps 63,2 . (9) Ps 65,10 . (10) Ps 69,2 . (11) Ps 69,3 . (12) Ps 69,15 . (13) Ps 69,16 . (14) Ps 72,8 . (15) Ps 77,17 . (16) Ps 77,18 . (17) Ps 78,13 . (18) Ps 78,16 . (19) Ps 78,20 . (20) Ps 93,4 . (21) Ps 104,6 . (22) Ps 105,41 . (23) Ps 106,11 . (24) Ps 107,33 . (25) Ps 107,35 . (26) Ps 114,8 . (27) Ps 119,136 . (28) Ps 147,18 .
- הַמָּיִם = hammajim (de wateren) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfstandig naamw. מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (85) . Pentateuch (45) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (12) . Ex (12) : (1) Ex 2,10 . (2) Ex 4,9 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 7,20 . (5) Ex 14,21 . (6) Ex 14,26 . (7) Ex 14,28 . (8) Ex 15,25 . (9) Ex 15,27 . (10) Ex 32,20 .
- Grieks : zelfst. naamw. nom. onz. enk. ὑδωρ = hudôr (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Taalgebruik in de LXX : hudôr (water) . LXX (313) . Pentateuch (95) . Gn (29) . Ex (26) .

  hudôr (water)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
1 nom. + acc. onz. enk. hudôr   313  292  21    10  13   
  totaal 666  596  70  19  10  17  18  37 

- Ned. : water . Arabisch : مَأء = mâh (water) . Taalgebruik in de Qoran : mâh (water) . D. : Wasser . E. : water . Fr. : eau . Grieks : ὑδωρ = hudôr (water) . Hebreeuws : מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Lat. : aqua .

Nu 20,11 - Nu 20,11 : Water uit de rots -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
11kai eparas môusès tèn cheira autou epataxen tèn petran tè rabdô dis kai exèlthen udôr polu kai epien è sunagôgè kai ta ktènè autôn  11 cumque elevasset Moses manum percutiens virga bis silicem egressae sunt aquae largissimae ita ut et populus biberet et iumenta     11 Toen hief Mozes zijn hand op, en hij sloeg de steenrots tweemaal met zijn staf; en er kwam veel waters uit, zodat de vergadering dronk, en haar beesten.  [11] Mozes hief zijn hand op en sloeg met zijn staf op de rots, tweemaal: toen stroomde er volop water uit, zodat de gemeenschap en het vee konden drinken.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Nu 20,11 .

Nu 20,11.11. מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (254) . Pentateuch (53) . Eerdere Profeten (46) . Latere Profeten (72) . 12 Kleine Profeten (15) . Geschriften (68) . Ex (15) : (1) Ex 7,18 . (2) Ex 7,21 . (3) Ex 7,24 . (4) Ex 15,8 . (5) Ex 15,22 . (6) Ex 15,23 . (7) Ex 15,27 . (8) Ex 17,1 . (9) Ex 17,2 . (10) Ex 17,6 . (11) Ex 23,31 . (12) Ex 30,18 . (13) Ex 30,20 . (14) Ex 40,7 . (15) Ex 40,30 . Nu (13) : (1) Nu 5,17 . (2) Nu 19,17 . (3) Nu 20,2 . (4) Nu 20,8 . (5) Nu 20,10 . (6) Nu 20,11 . (7) Nu 21,5 . (8) Nu 21,16 . (9) Nu 24,6 . (10) Nu 24,7 . (11) Nu 33,9 . (12) Nu 33,11 . (13) Nu 33,14 . Ps (28) : (1) Ps 1,3 . (2) Ps 18,12 . (3) Ps 18,16 . (4) Ps 29,3 . (5) Ps 32,6 . (6) Ps 42,2 . (7) Ps 58,8 . (8) Ps 63,2 . (9) Ps 65,10 . (10) Ps 69,2 . (11) Ps 69,3 . (12) Ps 69,15 . (13) Ps 69,16 . (14) Ps 72,8 . (15) Ps 77,17 . (16) Ps 77,18 . (17) Ps 78,13 . (18) Ps 78,16 . (19) Ps 78,20 . (20) Ps 93,4 . (21) Ps 104,6 . (22) Ps 105,41 . (23) Ps 106,11 . (24) Ps 107,33 . (25) Ps 107,35 . (26) Ps 114,8 . (27) Ps 119,136 . (28) Ps 147,18 .
- הַמָּיִם = hammajim (de wateren) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfstandig naamw. מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (85) . Pentateuch (45) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (12) . Ex (12) : (1) Ex 2,10 . (2) Ex 4,9 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 7,20 . (5) Ex 14,21 . (6) Ex 14,26 . (7) Ex 14,28 . (8) Ex 15,25 . (9) Ex 15,27 . (10) Ex 32,20 .
- Grieks : zelfst. naamw. nom. onz. enk. ὑδωρ = hudôr (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Taalgebruik in de LXX : hudôr (water) . LXX (313) . Pentateuch (95) . Gn (29) . Ex (26) .

  hudôr (water)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
1 nom. + acc. onz. enk. hudôr   313  292  21    10  13   
  totaal 666  596  70  19  10  17  18  37 

- Ned. : water . Arabisch : مَأء = mâh (water) . Taalgebruik in de Qoran : mâh (water) . D. : Wasser . E. : water . Fr. : eau . Grieks : ὑδωρ = hudôr (water) . Hebreeuws : מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Lat. : aqua .

Nu 20,12 - Nu 20,12 : Water uit de rots -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
12kai eipen kurios pros môusèn kai aarôn oti ouk episteusate agiasai me enantion uiôn israèl dia touto ouk eisaxete umeis tèn sunagôgèn tautèn eis tèn gèn èn dedôka autois  12 dixitque Dominus ad Mosen et Aaron quia non credidistis mihi ut sanctificaretis me coram filiis Israhel non introducetis hos populos in terram quam dabo eis     12 Derhalve zeide de HEERE tot Mozes en tot Aäron: Omdat gijlieden Mij niet geloofd hebt, dat gij Mij heiligdet voor de ogen der kinderen van Israël, daarom zult gijlieden deze gemeente niet inbrengen in het land, hetwelk Ik hun gegeven heb.  [12] Maar de heer zei tegen Mozes en Aäron: ‘Uw vertrouwen in Mij is niet zo groot geweest dat u tegenover de Israëlieten mijn heiligheid hebt hooggehouden. Daarom zult u deze gemeente niet binnenleiden in het land dat Ik hun gegeven heb.’        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (19) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

Nu 20,13 - Nu 20,13 : Water uit de rots -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,2 - Nu 20,3 - Nu 20,4 - Nu 20,5 - Nu 20,6 - Nu 20,7 - Nu 20,8 - Nu 20,9 - Nu 20,10 - Nu 20,11 - Nu 20,12 - Nu 20,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
13touto udôr antilogias oti eloidorèthèsan oi uioi israèl enanti kuriou kai ègiasthè en autois  13 haec est aqua Contradictionis ubi iurgati sunt filii Israhel contra Dominum et sanctificatus est in eis     13 Dit zijn de wateren van Meriba, daar de kinderen Israëls met den HEERE om getwist hebben; en Hij werd aan hen geheiligd.   [13] Dat water is het water van Meriba, waar de Israëlieten de heer verwijten maakten en Hij bij hen zijn heiligheid openbaarde.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Onderhandelingen met Edom - Nu 20,14-21 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Nu (Numeri) -- Nu 20 -- Nu 20,1 -- Nu 20,2-13 -- Nu 20,14-21 -- Nu 20,14 - Nu 20,15 - Nu 20,16 - Nu 20,17 - Nu 20,18 - Nu 20,19 - Nu 20,20 - Nu 20,21 -

Nu 20,14 - Nu 20,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        Onderhandelingen met Edom
[14] Vanuit Kades stuurde Mozes boden naar de koning van Edom: ‘Zo spreekt uw broeder* Israël. U kent alle wederwaardigheden die ons zijn overkomen.  
     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,15 - Nu 20,15 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [15] Onze voorouders zijn naar Egypte getrokken en wij hebben daar lange tijd gewoond. Maar de Egyptenaren hebben ons en onze voorouders slecht behandeld.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

3. מִצְרַיְמָה = mitsërajëmâh (Egyptewaarts) . Zie : מִצְרָיִם / מִצְרַיִם = mitsërajim / mitsërâjim (Egypte) . Taalgebruik in Tenakh : mitsërajim (Egypte) . Taalgebruik in Ex : mitsërajim (Egypte) . Taalgebruik in Js : mitsërajim (Egypte) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 4 - 9 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (28) . Pentateuch (27) . Gn (18) : (1) Gn 12,10 . (2) Gn 12,11 . (3) Gn 12,14 . (4) Gn 26,2 . (5) Gn 37,25 . (6) Gn 37,28 . (7) Gn 39,1 . (8) Gn 41,57 . (9) Gn 45,4 . (10) Gn 46,3 . (11) Gn 46,4 . (12) Gn 46,6 . (13) Gn 46,7 . (14) Gn 46,8 . (15) Gn 46,26 . (16) Gn 46,27 . (17) Gn 48,5 . (18) Gn 50,14 . Ex (3) : (1) Ex 1,1 . (2) Ex 4,21 . (3) Ex 13,17 . Nu (3) (1) Nu 14,3 . (2) Nu 14,4 . (3) Nu 20,15 . Dt (3) : (1) Dt 10,22 . (2) Dt 17,16 . (3) Dt 26,5 . 2 Kr (1) : 2 Kr 36,4 . In de Pentateuch komt מִצְרַיְמָה = mitsërajëmâh (Egyptewaarts) voor het eerst voor in Gn 12,10 en het laatst in Dt 26,5 .


Nu 20,16 - Nu 20,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [16] Toen hebben wij de heer aangeroepen en Hij heeft ons verhoord. Hij zond een engel* en leidde ons uit Egypte. Nu zijn wij in Kades, een stad aan de grens van uw gebied.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. וַנַנִּצְעַק = wanannitsë`aq (en wij riepen) < prefix wë + act. qal imperf. 1ste pers. mv. van het werkw. צָעַק = tsâ`aq (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in Tenakh : tsâ`âq (schreeuwen, roepen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 53 of 260 (2² X 5 X 13 OF 10 X 26) . Structuur : 9 - 7 - 1 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (2) : (1) Nu 20,16 . (2) Dt 26,7 .
- וַיִּצְעֲקוּ = wajjitsë`äqû (en zij riepen) < prefix wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. צָעַק = tsâ`aq (schreeuwen, roepen) . Taalgebruik in Tenakh : tsâ`âq (schreeuwen, roepen) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 53 of 260 (2² X 5 X 13 OF 10 X 26) . Structuur : 9 - 7 - 1 . De som van de elementen is telkens 8 . Tenakh (10) : (1) Ex 5,15 . (2) Ex 14,10 . (3) Joz 24,7 . (4) Re 4,3 . (5) Ps 107,6 . (6) Ps 107,28 . (7) 2 Kr 13,14 .
- וַיִֹזְעָקוּ = wajjizë`âqû (en zij klaagden) < prefix wë + act. ind. imperf. 3de pers. mv. van het werkw. זָעַק = zâ`aq (schreien, klagen) . Taalgebruik in Tenakh : zâ`aq (schreigen, klagen) . Getalwaarde : zajin = 7 , ajin = 16 of 70 , qoph = 19 of 100 ; totaal : 32 (2² X 2³) OF 177 (3 X 59) . Structuur : 7 - 7 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (1) : Ex 2,23 .

3. יהוה = JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Exodus : JHWH . Getalswaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . Eerdere Profeten (1013) . Latere Profeten (1357) . 12 Kleine Profeten (387) . Geschriften (1110) . Dt (413) . Dt 26 (13/19) : Niet in (1) Dt 26,6 . (2) Dt 26,9 . (3) Dt 26,12 . (4) Dt 26,15 . (5) Dt 26,18 . (6) Dt 26,19 . De stam יהוה = JHWH komt voor in Tenakh (9743)

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt
´èlohîm (God) 299 216 28 25 12 16 140 31 0 7 29
JHWH 5193 1326 1013 1357 387 1110 128 299 199 287 413

- Grieks :
- Ned. : Heer . Arabisch : رَب = rabb (God, Heer) . Taalgebruik in de Qoran : rabb (God, Heer) . Aramees : יוי = JWJ . D. : Herr . E. : Lord . Fr. : seigneur . Grieks : κυριος = kurios (heer) . Taalgebruik in het NT : kurios (heer) . Hebreeuws : יהוה = JHWH . Taalgebruik in Tenakh : JHWH . Latijn : Dominus . (Eerste medeklinker Gr. k , Ned. + D. h ; tweede medeklinker : Gr. + Ned. + D. : r ) .
- Sabbah Messod & Roger , Les secrets de l'Exode , Jean-Cyrille Godefroy , 2000 , p.93-96 . Op deze blz. wordt een verband tussen anokhi Adonai (ik de Heer) en farao Achnaton gelegd . De uitspraak van JHWH is Adonai , waarin we het Egyptische Aton , de zonneschijf , zien .

8. יָצָא = jâtsa´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Ex : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 29 (priemgetal) OF 101 priemgetal . Structuur : 1 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 2 . j-ts-´ : Tenakh (141) . Pentateuch (42) . De Griekse vertaling van jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) is vaak een vorm van het werkw. exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in de LXX : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in het NT : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Een vorm van exagô (uitleiden, naar buiten leiden) in de LXX (221) , in het NT (12) .
- הוֹצִיא = hôtsî´ (hij deed uitgaan) : (1) act. hifil perf. 3de pers. mann. enk. OF (2) act. hifil imperatief 2de pers. enk. van het werkw. יָצַא = jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Tenakh (19) . (1) Gn 14,18 . Ex (4) : (1) Ex 12,51 . (2) Ex 13,3 . (3) Ex 16,6 . (4) Ex 18,1 . Verder : (6) Dt 6,23 . (7) Dt 7,8 . (8) Dt 22,19 . (9) 2 S 12,30 . (10) 2 S 12,31 . (11) 1 K 9,9. (12) Js 43,8 . (13) Jr 7,22 . (14) Jr 51,10 . (15) Ez 11,7 . (16) Ez 46,20 . (17) Ezr 1,7 . (18) 1 Kr 20,2 . (19) 1 Kr 20,3 .
- act. ind. aor. 3de pers. enk. εξηγαγεν = exègagen (hij leidde uit) van het werkw. εξαγω = exagô (uitleiden, naar buiten leiden) < ex (uit) + agô (leiden, voeren) . Taalgebruik in het NT : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in Lc : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in Hnd : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in de LXX : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Bijbel (67) . OT (62) . Pentateuch (30) . Gn (6) : (1) Gn 1,21 . (2) Gn 11,31 . (3) Gn 15,5 . (4) Gn 20,13 . (5) Gn 43,23 . (6) Gn 49,12 . Ex (12) : (1) Ex 12,51 . (2) Ex 13,3 . (3) Ex 13,9 . (4) Ex 13,14 . (5) Ex 13,16 . (6) Ex 16,6 . (7) Ex 16,32 . (8) Ex 18,1 . (9) Ex 19,17 . (10) Ex 32,1 . (11) Ex 32,12 . (12) Ex 32,23 . Nu (1) : Nu 20,16 . Dt (11) : (1) Dt 1,27 . (2) Dt 4,20 . (3) Dt 4,37 . (4) Dt 5,15 . (5) Dt 6,21 . (6) Dt 6,23 . (7) Dt 7,8 . (8) Dt 7,19 . (9) Dt 9,28 . (10) Dt 26,8 . (11) Dt 29,24 . NT (5) : (1) Lc 24,50 . (2) Hnd 7,36 . (3) Hnd 7,40 . (4) Hnd 12,17 . (5) Hnd 13,17 . Een vorm van exagô (uitleiden, naar buiten leiden) in de LXX (221) , in het NT (12) . Syn. (2) . Ev. (3) . Lc (1) Lc 24,50 . Dit is de enigste vorm in Lc .
- Latijn . eduxitque < werkwoordvorm act. ind. perf. 3de pers. enk. eduxit (hij leidde uit) + suffix -que (en hij leidde uit) van educere (uitleiden) . Bijbel (4) : (1) Gn 15,5 . (2) Gn 43,23 . (3) Dt 4,37 . (4) Dt 7,8 . eduxit (hij leidde uit) . Bijbel (81) . OT (73) . Pentateuch (26) . Gn (2) : (1) Gn 11,31 . (2) Gn 20,13 . Ex (8) : (1) Ex 12,42 . (2) Ex 12,51 . (3) Ex 13,3 . (4) Ex 13,9 . (5) Ex 13,14 . (6) Ex 32,1 . (7) Ex 32,12 . (8) Ex 32,23 . Nu (2) : (1) Nu 23,22 . (2) Nu 24,8 . Dt (14) : (1) Dt 1,27 . (2) Dt 4,20 . (3) Dt 6,13 . (4) Dt 6,21 . (5) Dt 6,23 . (6) Dt 8,14 . (7) Dt 8,15 . (8) Dt 9,28 . (9) Dt 13,6 . (10) Dt 13,11 . (11) Dt 16,1 . (12) Dt 20,1 . (13) Dt 26,8 . (14) Dt 29,24 . NT (8) : (1) Mc 8,23 . (2) Lc 24,50 . (3) Joh 18,10 . (4) Hnd 7,36 . (5) Hnd 7,40 . (6) Hnd 13,17 . (7) Hnd 13,23 . (8) Heb 13,20 . act. part. aor. nom. mann. enk. egressus (uitgeschreden) van het werkw. egredi (uitschrijden) . Bijbel (181) . Mc (6) .
- Naar buiten leiden : van binnen naar buiten . Binnen kan metaforisch betekenen : naar binnen gekeerd , opgesloten zijn in . Naar buiten leiden betekent de geslotenheid doorbreken , uitzicht krijgen , toekomst zien . Zo was Abram opgesloten in zijn vragen en gedachten . Hij kwam er niet uit . Maar door dit verhaal en door de beelden in dit verhaal krijgt Abram uitzicht en ziet hij toekomst . Ondanks de tocht door de woestijn was het volk nog opgesloten in zijn 'slavernij' , 'verslaafdheid' . In Ex 19,17 leidde Mozes het volk naar buiten om aan de voet van de berg het verbond van JHWH met het volk mee te maken en zo los te komen van hun slavernij . In Lc 24,50 waren de leerlingen van Jezus nog bevangen door zijn kruisdood . Jezus leidde hen naar buiten . Er komt uitzicht , hoop , verwachting .
- Het doen uitgaan heeft vaak te maken met de uittocht uit Egypte , het paschagebeuren . Samen met zijn leerlingen beleeft Jezus zijn pascha , de overgang van het slavenhuis naar het beloofde land . De dood van Jezus wordt gezien als een pascha , Pasen .


Nu 20,17 - Nu 20,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [17] Sta ons toe om door uw land te trekken. Wij zullen niet door uw akkers en wijngaarden trekken en uit uw putten geen water drinken. Wij zullen op de koninklijke weg blijven, zonder naar rechts of links af te wijken, tot wij door uw gebied heen zijn.’       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,18 - Nu 20,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [18] Maar Edom zei tegen hem: ‘Ik verleen u geen doortocht door mijn gebied. Trekt u er toch door, dan kom ik met het zwaard op u af.’       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,19 - Nu 20,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [19] De Israëlieten zeiden: ‘Wij zullen op de grote weg blijven. Mochten wij of ons vee water nodig hebben, dan zullen wij u daarvoor betalen. Het enige dat wij van u vragen is dat wij te voet door uw land mogen trekken.’       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,20 - Nu 20,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [20] Maar Edom antwoordde: ‘Ik verleen u geen doortocht.’ Hij kwam met een talrijk leger en een sterke macht op Israël af.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. - 2. נַעְבְּרָה נָּא = na`ëbërah-nâ´ (dat wij mogen doortrekken) < act. qal cohort. 1ste pers. mv. + versterking nâ´ van het werkw. עָבַר = `âbhar (overgaan, voorbijgaan, doortrekken) . Taalgebruik in Tenakh : `âbhar (overgaan, voorbijgaan, doortrekken) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 272 (2² X 2² X 17) . Structuur : 7 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (2) : (1) Nu 20,17 . (2) Re 11,19 .
- נַעֲבֹר = na`äbhor (wij zullen trekken door) van het werkw. עָבַר = `âbhar (overgaan, voorbijgaan, doortrekken) . Taalgebruik in Tenakh : `âbhar (overgaan, voorbijgaan, doortrekken) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 272 (2² X 2² X 17) . Structuur : 7 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (3) : (1) Nu 20,17 . (2) Nu 21,22 . (3) Nu 32,32 .

5. נַעְבְּרָה נָּא = na`ëbërah-nâ´ (dat wij mogen doortrekken) < act. qal cohort. 1ste pers. mv. + versterking nâ´ van het werkw. עָבַר = `âbhar (overgaan, voorbijgaan, doortrekken) . Taalgebruik in Tenakh : `âbhar (overgaan, voorbijgaan, doortrekken) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 272 (2² X 2² X 17) . Structuur : 7 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (2) : (1) Nu 20,17 . (2) Re 11,19 .
- נַעֲבֹר = na`äbhor (wij zullen trekken door) van het werkw. עָבַר = `âbhar (overgaan, voorbijgaan, doortrekken) . Taalgebruik in Tenakh : `âbhar (overgaan, voorbijgaan, doortrekken) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 272 (2² X 2² X 17) . Structuur : 7 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (3) : (1) Nu 20,17 . (2) Nu 21,22 . (3) Nu 32,32 .

Nu 20,21 - Nu 20,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [21] Toen Edom geen doortocht verleende, trok Israël van zijn gebied weg.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

De dood van Aäron

Nu 20,22 - Nu 20,22 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        De dood van Aäron
[22] Heel de gemeenschap van de Israëlieten vertrok vanuit Kades en kwam bij de berg Hor*. 
     

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,23 - Nu 20,23 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [23] Bij de berg Hor, aan de grens van Edom, zei de heer tegen Mozes en Aäron:       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. - 4. וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (19) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

Nu 20,24 - Nu 20,24 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [24] ‘Aäron zal met zijn voorvaderen verenigd worden. Hij zal het land dat Ik aan de Israëlieten schenk niet binnengaan, omdat u zich bij het water van Meriba allebei tegen mijn bevel hebt verzet.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,25 - Nu 20,25 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [25] Ga met Aäron en zijn zoon Eleazar de berg Hor op.        

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,26 - Nu 20,26 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [26] Daar moet u Aäron zijn gewaden laten afleggen en er zijn zoon Eleazar mee bekleden. Aäron zal daar met zijn voorvaderen verenigd worden en sterven.’       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,27 - Nu 20,27 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [27] Mozes deed wat de heer bevolen had. Ten aanschouwen van heel de gemeenschap gingen zij de berg Hor op.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,28 - Nu 20,28 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [28] Mozes liet Aäron zijn gewaden afleggen en bekleedde er diens zoon Eleazar mee. Daar, op de top van de berg, overleed Aäron. Toen Mozes en Eleazar van de berg naar beneden kwamen,       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Nu 20,29 - Nu 20,29 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
        [29] begreep heel de gemeenschap dat Aäron overleden was. Heel het huis van Israël beweende Aäron dertig dagen.       

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


Septuaginta

1kai èlthon oi uioi israèl pasa è sunagôgè eis tèn erèmon sin en tô mèni tô prôtô kai katemeinen o laos en kadès kai eteleutèsen ekei mariam kai etafè ekei2kai ouk èn udôr tè sunagôgè kai èthroisthèsan epi môusèn kai aarôn3kai eloidoreito o laos pros môusèn legontes ofelon apethanomen en tè apôleia tôn adelfôn èmôn enanti kuriou4kai ina ti anègagete tèn sunagôgèn kuriou eis tèn erèmon tautèn apokteinai èmas kai ta ktènè èmôn5kai ina ti touto anègagete èmas ex aiguptou paragenesthai eis ton topon ton ponèron touton topos ou ou speiretai oude sukai oude ampeloi oude roai oude udôr estin piein6kai èlthen môusès kai aarôn apo prosôpou tès sunagôgès epi tèn thuran tès skènès tou marturiou kai epesan epi prosôpon kai ôfthè è doxa kuriou pros autous7kai elalèsen kurios pros môusèn legôn8labe tèn rabdon kai ekklèsiason tèn sunagôgèn su kai aarôn o adelfos sou kai lalèsate pros tèn petran enanti autôn kai dôsei ta udata autès kai exoisete autois udôr ek tès petras kai potieite tèn sunagôgèn kai ta ktènè autôn9kai elaben môusès tèn rabdon tèn apenanti kuriou katha sunetaxen kurios10kai exekklèsiasen môusès kai aarôn tèn sunagôgèn apenanti tès petras kai eipen pros autous akousate mou oi apeitheis mè ek tès petras tautès exaxomen umin udôr11kai eparas môusès tèn cheira autou epataxen tèn petran tè rabdô dis kai exèlthen udôr polu kai epien è sunagôgè kai ta ktènè autôn12kai eipen kurios pros môusèn kai aarôn oti ouk episteusate agiasai me enantion uiôn israèl dia touto ouk eisaxete umeis tèn sunagôgèn tautèn eis tèn gèn èn dedôka autois13touto udôr antilogias oti eloidorèthèsan oi uioi israèl enanti kuriou kai ègiasthè en autois14kai apesteilen môusès aggelous ek kadès pros basilea edôm legôn tade legei o adelfos sou israèl su epistè panta ton mochthon ton euronta èmas15kai katebèsan oi pateres èmôn eis aigupton kai parôkèsamen en aiguptô èmeras pleious kai ekakôsan èmas oi aiguptioi kai tous pateras èmôn16kai aneboèsamen pros kurion kai eisèkousen kurios tès fônès èmôn kai aposteilas aggelon exègagen èmas ex aiguptou kai nun esmen en kadès polei ek merous tôn oriôn sou17pareleusometha dia tès gès sou ou dieleusometha di' agrôn oude di' ampelônôn oude piometha udôr ek lakkou sou odô basilikè poreusometha ouk ekklinoumen dexia oude euônuma eôs an parelthômen ta oria sou18kai eipen pros auton edôm ou dieleusè di' emou ei de mè en polemô exeleusomai eis sunantèsin soi19kai legousin autô oi uioi israèl para to oros pareleusometha ean de tou udatos sou piômen egô te kai ta ktènè dôsô timèn soi alla to pragma ouden estin para to oros pareleusometha20o de eipen ou dieleusè di' emou kai exèlthen edôm eis sunantèsin autô en ochlô barei kai en cheiri ischura21kai ouk èthelèsen edôm dounai tô israèl parelthein dia tôn oriôn autou kai exeklinen israèl ap' autou22kai apèran ek kadès kai paregenonto oi uioi israèl pasa è sunagôgè eis ôr to oros23kai eipen kurios pros môusèn kai aarôn en ôr tô orei epi tôn oriôn gès edôm legôn24prostethètô aarôn pros ton laon autou oti ou mè eiselthète eis tèn gèn èn dedôka tois uiois israèl dioti parôxunate me epi tou udatos tès loidorias25labe ton aarôn kai eleazar ton uion autou kai anabibason autous eis ôr to oros enanti pasès tès sunagôgès26kai ekduson aarôn tèn stolèn autou kai enduson eleazar ton uion autou kai aarôn prostetheis apothanetô ekei27kai epoièsen môusès katha sunetaxen kurios kai anebibasen auton eis ôr to oros enantion pasès tès sunagôgès28kai exedusen aarôn ta imatia autou kai enedusen auta eleazar ton uion autou kai apethanen aarôn epi tès korufès tou orous kai katebè môusès kai eleazar ek tou orous29kai eiden pasa è sunagôgè oti apeluthè aarôn kai eklausan ton aarôn triakonta èmeras pas oikos israèl


Vulgaat

1 veneruntque filii Israhel et omnis multitudo in desertum Sin mense primo et mansit populus in Cades mortuaque est ibi Maria et sepulta in eodem loco 2 cumque indigeret aqua populus coierunt adversum Mosen et Aaron 3 et versi in seditionem dixerunt utinam perissemus inter fratres nostros coram Domino 4 cur eduxistis ecclesiam Domini in solitudinem ut et nos et nostra iumenta moriantur 5 quare nos fecistis ascendere de Aegypto et adduxistis in locum istum pessimum qui seri non potest qui nec ficum gignit nec vineas nec mala granata insuper et aquam non habet ad bibendum 6 ingressusque Moses et Aaron dimissa multitudine tabernaculum foederis corruerunt proni in terram et apparuit gloria Domini super eos 7 locutusque est Dominus ad Mosen dicens 8 tolle virgam et congrega populum tu et Aaron frater tuus et loquimini ad petram coram eis et illa dabit aquas cumque eduxeris aquam de petra bibet omnis multitudo et iumenta eius 9 tulit igitur Moses virgam quae erat in conspectu Domini sicut praeceperat ei 10 congregata multitudine ante petram dixitque eis audite rebelles et increduli num de petra hac vobis aquam poterimus eicere 11 cumque elevasset Moses manum percutiens virga bis silicem egressae sunt aquae largissimae ita ut et populus biberet et iumenta 12 dixitque Dominus ad Mosen et Aaron quia non credidistis mihi ut sanctificaretis me coram filiis Israhel non introducetis hos populos in terram quam dabo eis 13 haec est aqua Contradictionis ubi iurgati sunt filii Israhel contra Dominum et sanctificatus est in eis 14 misit interea nuntios Moses de Cades ad regem Edom qui dicerent haec mandat frater tuus Israhel nosti omnem laborem qui adprehendit nos 15 quomodo descenderint patres nostri in Aegyptum et habitaverimus ibi multo tempore adflixerintque nos Aegyptii et patres nostros 16 et quomodo clamaverimus ad Dominum et exaudierit nos miseritque angelum qui eduxerit nos de Aegypto ecce in urbe Cades quae est in extremis finibus tuis positi 17 obsecramus ut nobis transire liceat per terram tuam non ibimus per agros nec per vineas non bibemus aquas de puteis tuis sed gradiemur via publica nec ad dextram nec ad sinistram declinantes donec transeamus terminos tuos 18 cui respondit Edom non transibis per me alioquin armatus occurram tibi 19 dixeruntque filii Israhel per tritam gradiemur viam et si biberimus aquas tuas nos et pecora nostra dabimus quod iustum est nulla erit in pretio difficultas tantum velociter transeamus 20 at ille respondit non transibis statimque egressus est obvius cum infinita multitudine et manu forti 21 nec voluit adquiescere deprecanti ut concederet transitum per fines suos quam ob rem devertit ab eo Israhel 22 cumque castra movissent de Cades venerunt in montem Or qui est in finibus terrae Edom 23 ubi locutus est Dominus ad Mosen 24 pergat inquit Aaron ad populos suos non enim intrabit terram quam dedi filiis Israhel eo quod incredulus fuerit ori meo ad aquas Contradictionis 25 tolle Aaron et filium eius cum eo et duces eos in montem Or 26 cumque nudaveris patrem veste sua indues ea Eleazarum filium eius et Aaron colligetur et morietur ibi 27 fecit Moses ut praeceperat Dominus et ascenderunt in montem Or coram omni multitudine 28 cumque Aaron spoliasset vestibus suis induit eis Eleazarum filium eius 29 illo mortuo in montis supercilio descendit cum Eleazaro 30 omnis autem multitudo videns occubuisse Aaron flevit super eo triginta diebus per cunctas familias suas


Statenvertaling

1 Als de kinderen Israëls, de ganse vergadering, in de woestijn Zin gekomen waren, in de eerste maand, zo bleef het volk te Kades. En Mirjam stierf aldaar, en zij werd aldaar begraven. 2 En er was geen water voor de vergadering; toen vergaderden zij zich tegen Mozes en tegen Aäron. 3 En het volk twistte met Mozes, en zij spraken, zeggende: Och, of wij den geest gegeven hadden, toen onze broeders voor het aangezicht des HEEREN den geest gaven! 4 Waarom toch hebt gijlieden de gemeente des HEEREN in deze woestijn gebracht, dat wij daar sterven zouden, wij en onze beesten? 5 En waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, om ons te brengen in deze kwade plaats? Het is geen plaats van zaad, noch van vijgen, noch van wijnstokken, noch van granaatappelen; ook is er geen water om te drinken. 6 Toen gingen Mozes en Aäron van het aangezicht der gemeente tot de deur van de tent der samenkomst, en zij vielen op hun aangezichten; en de heerlijkheid des HEEREN verscheen hun. 7 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: 8 Neem dien staf, en verzamel de vergadering, gij en Aäron, uw broeder, en spreekt gijlieden tot de steenrots voor hun ogen, zo zal zij hun water geven; alzo zult gij hun water voortbrengen uit de steenrots, en gij zult de vergadering en haar beesten drenken. 9 Toen nam Mozes den staf van voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als Hij hem geboden had. 10 En Mozes en Aäron vergaderden de gemeente voor de steenrots, en hij zeide tot hen: Hoort toch, gij wederspannigen, zullen wij water voor ulieden uit deze steenrots hervoorbrengen? 11 Toen hief Mozes zijn hand op, en hij sloeg de steenrots tweemaal met zijn staf; en er kwam veel waters uit, zodat de vergadering dronk, en haar beesten. 12 Derhalve zeide de HEERE tot Mozes en tot Aäron: Omdat gijlieden Mij niet geloofd hebt, dat gij Mij heiligdet voor de ogen der kinderen van Israël, daarom zult gijlieden deze gemeente niet inbrengen in het land, hetwelk Ik hun gegeven heb. 13 Dit zijn de wateren van Meriba, daar de kinderen Israëls met den HEERE om getwist hebben; en Hij werd aan hen geheiligd. 14 Daarna zond Mozes boden uit Kades tot den koning van Edom, welke zeiden: Alzo zegt uw broeder Israël: Gij weet al de moeite, die ons ontmoet is; 15 Dat onze vaders naar Egypte afgetogen zijn, en wij in Egypte vele dagen gewoond hebben; en dat de Egyptenaars aan ons en onze vaderen kwaad gedaan hebben. 16 Toen riepen wij tot den HEERE, en Hij hoorde onze stem, en Hij zond een Engel, en Hij leidde ons uit Egypte; en ziet, wij zijn te Kades, en stad aan het uiterste uwer landpale. 17 Laat ons toch door uw land trekken; wij zullen niet trekken door den akker, noch door de wijngaarden, noch zullen het water der putten drinken; wij zullen den koninklijken weg gaan, wij zullen niet afwijken ter rechter hand noch ter linkerhand, totdat wij door uw landpalen zullen getrokken zijn. 18 Doch Edom zeide tot hem: Gij zult door mij niet trekken, opdat ik niet misschien met het zwaard uitga u tegemoet! 19 Toen zeiden de kinderen Israëls tot hem: Wij zullen door den gebaanden weg optrekken, en indien wij van uw water drinken, ik en mijn vee, zo zal ik deszelfs prijs daarvoor geven; ik zal alleenlijk, zonder iets anders, te voet doortrekken. 20 Doch hij zeide: Gij zult niet doortrekken! En Edom is hem tegemoet uitgetrokken, met een zwaar volk, en met een sterke hand. 21 Alzo weigerde Edom Israël toe te laten door zijn landpale te trekken; daarom week Israël van hem af. 22 Toen reisden zij van Kades; en de kinderen Israëls kwamen, de ganse vergadering, aan den berg Hor. 23 De HEERE nu sprak tot Mozes, en tot Aäron, aan den berg Hor, aan de pale van het land van Edom, zeggende: 24 Aäron zal tot zijn volken verzameld worden; want hij zal niet komen in het land, hetwelk Ik aan de kinderen Israëls gegeven heb, omdat gijlieden Mijn mond wederspannig geweest zijt bij de wateren van Meriba. 25 Neem Aäron, en Eleazar, zijn zoon, en doe hen opklimmen tot den berg Hor. 26 En trek Aäron zijn klederen uit, en trek ze Eleazar, zijn zoon, aan; want Aäron zal verzameld worden, en daar sterven. 27 Mozes nu deed, gelijk als de HEERE geboden had; want zij klommen op tot den berg Hor, voor de ogen der ganse vergadering. 28 En Mozes trok Aäron zijn klederen uit, en hij trok ze zijn zoon Eleazar aan; en Aäron stierf aldaar, op de hoogte diens bergs. Toen kwam Mozes en Eleazar van dien berg af. 29 Toen de ganse vergadering zag, dat Aäron overleden was, zo beweenden zij Aäron dertig dagen, het ganse huis van Israël.