BIJBELBOEK OBADJA -- OB -- Ob
(Obadja) -
Overzicht vers per vers : - Ob
1 - Ob 2
- Ob 3 -
Ob 4 - Ob
5 - Ob 6
- Ob 7 -
Ob 8 - Ob
9 - Ob
10 - Ob
11 - Ob
12 - Ob
13 - Ob
14 - Ob
15 - Ob
16 - Ob
17 - Ob
18 - Ob
19 - Ob
20 - Ob
21 -
WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE
VERSA)
websitenaam : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/
en http://www.bijbelleerhuis.be
(zie bijbel)
. WEBLOG : BIJBELLEERHUIS
Nieuwe website : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ
DE HAND - NIEUW
- OVERZICHT
- TIJDSCHRIFTEN
- ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
JAARTAL - A - B
- C - D
- E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y - Z
HOOFDTHEMA'S :
allochtonen , armoede , bahá'í
, bezinningsteksten
, bijbel , bijbel en koran ,
boeddhisme ,
christendom ,
extreemrechts
( Vlaams Blok
) , fundamentalisme
, globalisering en antiglobalisering
, hindoeïsme
, interlevensbeschouwelijke
dialoog , interreligieuze
meditatie , islam , jodendom
, koran
, levensbeschouwing
, levensbeschouwing / godsdienst
en onderwijs , migratie , racisme , samenleving ,
sikhisme , NIEUWE
RUBRIEK : SPIRITUALITEIT
, tewerkstelling
van allochtonen , vluchtelingen
en asielzoekers , vrijzinnigheid
, witte scholen , multiculturele
scholen en concentratiescholen , - Eigen-zinnige
beschouwingen - Het
kleine of grote ongenoegen -
|
Woordenschat (zie verder onder :
verwijzingen
)
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik
Overzicht bijbelboeken
:
OT :
Gn (Genesis )
, Ex (Exodus)
, Lv (Leviticus)
, Nu (Numeri)
, Dt (Deuteronomium)
, Joz (Jozua)
, Re (Rechters)
, Rt (Ruth) ,
1 S (1 Samuël)
, 2 S (2 Samuël)
, 1 K (1 Koningen)
, 2 K (2 Koningen)
, 1 Kr ( 1 Kronieken)
, 2 Kr (2 Kronieken)
, Ezr (Ezra)
, Neh (Nehemia)
, Tob (Tobia)
, Jdt (Judith)
, Est (Esther)
, 1 Mak (1
Makkabeeën) , 2
Mak (2 Makkabeeën) , Job
, Ps (Psalmen
) , Spr (Spreuken)
, Pr (Prediker)
, Hl (Hooglied)
, W (Wijsheid)
, Sir (Sirach)
, Js (Jesaja)
, Jr (Jeremia)
, Kl (Klaagliederen)
, Bar (Baruch)
, Ez (Ezechiël)
, Da (Daniël)
, Hos (Hosea)
, Jl (Joël)
, Am (Amos) ,
Ob (Obadja) ,
Jon (Jona) ,
Mi (Micha) ,
Nah (Nahum)
, Hab (Habakuk)
, Sef (Sefanja)
, Hag (Haggai)
, Zach (Zacharia)
, Mal (Maleachi)
.
- NT :
Mt (Matteüs)
- Mc (Marcus)
- Lc (Lucas)
- Joh (Johannes)
- Hnd
(Handelingen) , Rom
(Rome) , 1 Kor
(Korinte) , 2 Kor
(Korinte) , Gal
(Galatië) , Ef
(Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1 Tes
(Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2
Joh (Johannes) , 2
Joh (Johannes) , Jud
(Judas) , Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van de
bibliografie van de bijbelboeken :
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie van het
Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
| Ob 1 - Ob 1 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
1 Het gezicht van Obadja. Alzo zegt de Heere HEERE
van Edom: Wij hebben een gerucht gehoord van den HEERE, en er is een
gezant geschikt onder de heidenen: Staat op, en laat ons opstaan tegen
hen ten strijde. |
[1] Het visioen van Obadja: zo spreekt de Heer god
tot Edom. Proloog [1] Wij hebben een boodschap van de heer gehoord,
en een bode is onder de volken rondgestuurd: ‘Vooruit! Laat ons tegen
Edom ten strijde trekken!’ Edoms straf |
[1] De profetie van Obadja. De HEER heeft een bode
gestuurd naar alle volken; ook wij hebben zijn boodschap gehoord:
‘Kom, laten we ten strijde trekken tegen Edom!’ Dit is wat God, de
HEER, over dat volk zegt: |
|
1. Vision d'Abdias. Sur Édom. J'ai reçu de Yahvé
un message, un héraut était dépêché parmi les nations : «Debout !
Marchons contre ce peuple ! Au combat !» Ainsi parle le Seigneur Yahvé
: |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
1 .
1. châzôn / chäzôn (visioen, gezicht) . Taalgebruik
in Tenach : chäzôn
(visioen, gezicht) . Getalwaarde : chet = 8 , zain = 7 , waw = 6 , nun =
14 of 50 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 71 . Structuur : 8 - 7 - 6 - 5 . Niet in de
Pentateuch . Slechts 1X in de Vroege Prof. : 1
S 3,1 . Tenach (23) . Js (2) : (1) Js
1,1 . (2) Js
29,7 . 12 kl. Prof. (2) : (1) Ob
1 . (2) Nah
1,1 . Zie ook 2
Kr 32,32 .
- machäzeh (visioen, gezicht) < prefix m + stam ch-z-h . Getalwaarde
: mem = 13 of 40 , chet = 8 , zain = 7 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 60
(2² X 3 X 5) . Structuur : 4 - 8 - 7 - 5 . m-ch-z-h . Tenach (5) . machäzeh
. Tenach (3) : (1) Nu
24,4 . (2) Nu
24,16 . (3) Ez
13,7 .
| Ob 2 - Ob 2 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
2 Ziet, Ik heb u klein gemaakt onder de heidenen,
gij zijt zeer veracht. |
[2] Luister, Ik maak u klein onder de volken, u
zult diep veracht worden. |
[2] Ik maak van jou een onbeduidend volk, veracht
door iedereen. |
|
2. Vois, je te rends petit parmi les peuples, tu
es au plus bas du mépris ! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
2 .
| Ob 3 - Ob 3 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
3 De trotsheid uws harten heeft u bedrogen; hij,
die daar woont in de kloven der steenrotsen, in zijn hoge woning;
die in zijn hart zegt: Wie zou mij ter aarde nederstoten? |
[3] De trots van uw hart heeft u misleid, u die
in de rotskloven* woont. U die uw woonplaats in de hoogte vestigt
en in uw hart zegt: ‘Wie haalt mij omlaag naar de aarde?’: |
[3] Door je hoogmoed heb je je laten verleiden:
hoog woon je, hoog in de rotskloven, daar heb je je huis gebouwd,
en je denkt: Wie haalt mij naar beneden? |
|
3. L'arrogance de ton coeur t'a égaré, toi qui
habites au creux du rocher, toi qui fais des hauteurs ta demeure,
toi qui dis en ton cœur : «Qui me fera descendre à terre ?» |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
3 .
| Ob 4 - Ob 4 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
4 Al verhieft gij u gelijk de arend, en al steldet
gij uw nest tussen de sterren, zo zal Ik u van daar nederstoten, spreekt
de HEERE. |
[4] al vliegt u zo hoog als de arend en al bouwt
u tussen de sterren uw nest, Ik haal u daarvandaan naar omlaag – godsspraak
van de heer. |
[4] Maar al vlieg je zo hoog als een adelaar,
al bouw je je nest in de sterren, dan nog haal ik je neer – spreekt
de HEER. |
|
4. Quand tu t'élèverais comme l'aigle, quand tu
placerais ton nid parmi les étoiles, je t'en précipiterais ! oracle
de Yahvé. |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
4 .
| Ob 5 - Ob 5 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
5 Zo er dieven, zo er nachtrovers tot u gekomen
waren (hoe zijt gij uitgeroeid!), zouden zij niet gestolen hebben
zoveel hun genoeg ware? Zo er wijnlezers tot u gekomen waren, zouden
zij niet een nalezing hebben overgelaten? |
[5] Als de dieven* bij u indringen, rovers bij nacht,
wat zult u dan te gronde gericht worden! Zij stelen immers alles wat
hun van pas komt. En als de druivenplukkers bij u indringen, laten
die meer over dan de napluk? |
[5] Komen er dieven, rovers in de nacht – ze stelen
alleen wat hun van pas komt. Maar Edom, jij bent leeggeroofd! En komen
er druivenplukkers – niet alle trossen snijden ze af. |
|
5. Si des voleurs venaient chez toi (ou des pillards
de nuit), ne déroberaient-ils pas ce qui leur suffit ? Si des vendangeurs
venaient chez toi, ne laisseraient-ils rien à grappiller ? Comme tu
as été ravagé ! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
5 .
| Ob 6 - Ob 6 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
6 Hoe zijn Ezau's goederen nagespeurd, zijn verborgen
schatten opgezocht! |
[6] Wat zal Esau* doorzocht worden, wat zal men
speuren naar zijn verborgen schatten! |
[6] Maar Esaus volk is uitgeschud, zijn schuilplaatsen
geplunderd! |
|
6. Comme Ésaü a été fouillé, ses trésors cachés,
explorés ! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
6 .
| Ob 7 - Ob 7 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
7 Al uw bondgenoten hebben u tot aan de landpale
uitgeleid; uw vredegenoten hebben u bedrogen, zij hebben u overmocht;
die uw brood eten, zullen een gezwel onder u zetten, er is geen verstand
in hem. |
[7] Tot aan de grens wordt u voortgedreven door
al uw bondgenoten; u wordt bedrogen en overweldigd, door degenen met
wie u in vrede leefde en met wie u uw brood deelde: zij leggen valstrikken
voor u. Er is geen verstand meer in Edom. |
[7] Bondgenoten verdreven je uit je eigen land,
vrienden hebben je verraden en verslagen, tafelgenoten lokken je in
de val, en je blijft verbijsterd achter. |
|
7. Ils t'ont chassé jusqu'aux frontières, ils se
sont joué de toi, tous tes alliés ! Ils t'ont dupé, tes bons amis
! Ceux qui mangeaient ton pain tendent des pièges sous tes pas : «Il
n'a plus sa raison !» |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
7 .
| Ob 8 - Ob 8 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
8 Zal het niet te dien dage zijn, spreekt de HEERE,
dat Ik de wijzen uit Edom, en het verstand uit Ezau's gebergte zal
doen vergaan? |
[8] Op die dag – godsspraak van de heer – laat Ik
de wijzen uit Edom verdwijnen, het verstand uit het bergland van Esau.
|
[8] De dag komt – spreekt de HEER – dat ik de wijzen
in Edom zal doden, zodat er in het bergland van Esau niemand meer
is met enig verstand. |
|
8. Est-ce qu'en ce jour-là - oracle de Yahvé -
je ne supprimerai pas d'Édom les sages et l'intelligence de la montagne
d'Ésaü ! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
8 .
| Ob 9 - Ob 9 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
9 Ook zullen uw helden, o Theman! versaagd zijn;
opdat een ieder uit Ezau's gebergte door den moord worde uitgeroeid. |
[9] Uw helden, Teman*, zullen de moed verliezen,
zodat uit Esaus bergland de mensen worden uitgeroeid. Motivering van
de strafuitspraak [9] Vanwege de moord |
[9] De helden van Teman zullen verlamd staan van
schrik; in het bergland van Esau wordt iedereen omgebracht, niemand
blijft in leven. |
|
9. Témân, tes guerriers seront figés de terreur,
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
9 .
| Ob 10 - Ob 10 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
10 Om het geweld, begaan aan uw broeder Jakob,
zal schaamte u bedekken; en gij zult uitgeroeid worden in eeuwigheid.
|
[10] en het geweld dat uw broeder Jakob is aangedaan,
zult u met schande overladen worden, zult u eens en voorgoed worden
uitgeroeid. |
[10] Je hebt je tegen het volk van Jakob gekeerd,
geweld gebruikt tegen je eigen broeder. Daarom zul je met schande
worden overdekt en voor altijd worden uitgeroeid. |
|
10. pour la violence exercée contre Jacob ton frère,
la honte te couvrira et tu disparaîtras à jamais ! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
10 .
| Ob 11 - Ob 11 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
11 Ten dage als gij tegenover stondt, ten dage als
de uitlanders zijn heir gevangen voerden, en de vreemden tot zijn
poorten introkken, en over Jeruzalem het lot wierpen, waart gij ook
als een van hen. |
[11] Op* de dag dat u zich afzijdig hield, op de
dag dat vreemdelingen het leger gevangen wegvoerden, toen buitenlanders
de poorten binnendrongen om over Jeruzalem het lot te werpen, hebt
u zich gedragen als een van hen. |
[11] Op de dag dat je toekeek hoe andere volken
de bezittingen van je broeder wegsleepten, hoe vreemdelingen de stadspoorten
binnengingen en het lot wierpen over Jeruzalem, toen was jij zoals
zij. |
|
11. Quand tu te tenais à l'écart, le jour où des
étrangers emmenaient ses richesses, où des barbares franchissaient
sa porte et jetaient le sort sur Jérusalem, toi tu étais comme l'un
d'eux ! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
11 .
| Ob 12 - Ob 12 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
12 Toen zoudt gij niet gezien hebben op den dag
uws broeders, den dag zijner vervreemding; noch u verblijd hebben
over de kinderen van Juda, ten dage huns ondergangs; noch uw mond
groot gemaakt hebben, ten dage der benauwdheid; |
[12] Nee, u moet de dag van uw broeder, de dag van
zijn tegenspoed, niet met leedvermaak bezien. Nee, u moet zich niet
vrolijk maken over de zonen van Juda op de dag van hun ondergang,
u moet geen grote mond opzetten op de dag van hun nood. |
[12] Die dag had je je niet mogen verlustigen in
de rampspoed die je broeder trof, je had je niet mogen verheugen over
de ondergang van het volk van Juda, en op die dag van angst had je
hen niet mogen bespotten. |
|
12. Ne te délecte pas à la vue de ton frère au jour
de son malheur ! Ne fais pas des enfants de Juda le sujet de ta joie
au jour de leur ruine ! Ne tiens pas des propos insolents au jour
de l'angoisse ! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
12 .
| Ob 13 - Ob 13 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
13 Noch ter poorte Mijns volks ingegaan zijn, ten
dage huns verderfs; noch gezien hebben, ook gij, op zijn kwaad, ten
dage zijns verderfs; noch uw handen uitgestrekt hebben aan zijn heir,
ten dage zijns verderfs; |
[13] Nee, u moet de poort van mijn volk niet binnengaan
op de dag van zijn ongeluk, juist u moet zijn rampspoed niet met leedvermaak
bezien, op de dag van zijn ongeluk, u moet zich niet op zijn rijkdommen
werpen op de dag van zijn ongeluk. |
[13] Die dag had je de poorten van de stad niet
binnen mogen gaan, je had je op die dag van onheil niet mogen verlustigen
in het kwaad dat mijn volk werd aangedaan, en op die dag van ongeluk
had je je niet mogen vergrijpen aan hun bezittingen. |
|
13. Ne franchis pas la porte de mon peuple au jour
de sa détresse ! Ne te délecte pas, toi aussi, de la vue de ses maux
au jour de sa détresse ! Ne porte pas la main sur ses richesses au
jour de sa détresse ! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
13 .
| Ob 14 - Ob 14 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
14 Noch gestaan hebben op de wegscheiding, om zijn
ontkomenen uit te roeien; noch zijn overgeblevenen overgeleverd hebben,
ten dage der benauwdheid. |
[14] Nee, u moet niet bij de bressen gaan staan
om zijn vluchtelingen af te slachten, en zij die ontsnappen moet u
niet uitleveren op de dag van hun nood. |
[14] Op die dag van angst had je de mensen die vluchtten
de weg niet mogen versperren om ze te doden, en hen die ontkomen waren
niet mogen uitleveren. |
|
14. Ne te poste pas aux carrefours pour exterminer
ses fuyards ! Ne livre point ses survivants au jour de l'angoisse
! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
14 .
De dag van de HEER
| Ob 15 - Ob 15 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
15 Want de dag des HEEREN is nabij, over al de heidenen;
gelijk als gij gedaan hebt, zal u gedaan worden; uw vergelding zal
op uw hoofd wederkeren. |
[15] Want de dag* van de heer is nabij, en komt
over alle volken: wat u anderen aandoet wordt u aangedaan; uw daden
komen op uw eigen hoofd neer. |
[15] Maar de dag van de HEER is nabij voor alle
volken; dan zal met jou gedaan worden wat jij met hen gedaan hebt,
dan zullen je daden op je eigen hoofd neerkomen. |
|
15. Car il est proche, le jour de Yahvé, contre
tous les peuples ! Comme tu as fait, il te sera fait : tes actes te
retomberont sur la tête ! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
15 .
1. - 2. kî qärobh (want nabij) . Tenach (11) : (1) Ex
13,17 . (2) Dt
30,14 . (3) Dt
32,35 . (4) 2
S 19,43 . (5) Js
13,6 . (6) Ez
30,3 . (7) Jl
1,15 . (8) Jl
2,1 . (9) Jl
4,14 . (10) Ob
15 . (11) Sef
1,7 .
2. qârôbh (nabij, dichtbij) . Bijvoegl. naamw. Zie het werkw. qârab
(naderen, nabij zijn) . Taalgebruik in Tenach : qârab
(naderen, nabij zijn) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200
, beth = 2 ; totaal : 41 OF 302 . Structuur : 1 - 2 - 2 . Tenach (31) . 12 kl.
Prof. (6) : (1) Jl
1,15 . (2) Jl
2,1 . (3) Jl
4,14 . (4) Ob
15 . (5) Sef
1,7 . (6) Sef
1,14 .
2. - 3. qärobh jôm (nabij een dag) . Tenach (9) : (1) Dt
32,35 . (2) Js
13,6 . (3) Jl
1,15 . (4) Jl
2,1 . (5) Jl
4,14 . (6) Ob
15 . (7) Sef
1,7 . (8) Sef
1,14 . (9) Ez
30,3 .
3. - 4. jôm JHWH (dag van de Heer) . Tenach (14) : (1) Js
13,6 . (2) Js
13,9 . (3) Jl
1,15 . (4) Jl
2,1 . (5) Jl
2,11 . (6) Jl
3,4 . (7) Jl
4,14 . (8) Am
5,18 . (9) Am
5,20 . (10) Ob
15 . (11) Sef
1,7 . (12) Sef
1,14 . (13) Sef
2,2 . (14) Mal
3,23 .
2. - 4. qärobh jôm JHWH (nabij een dag van JHWH) . Tenach (6) :
(1) Js 13,6
. (2) Jl
1,15 . (3) Jl
4,14 . (4) Ob
15 . (5) Sef
1,7 . (6) Sef
1,14 .
1. - 4. kî qärobh jôm JHWH (want nabij een dag van JHWH) .
Tenach (6) : (1) Js
13,6 . (2) Jl
1,15 . (3) Jl
2,1 . (4) Jl
4,14 . (5) Ob
15 . (6) Sef
1,7 .
| Ob 16 - Ob 16 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
16 Want gelijk gijlieden gedronken hebt op den berg
Mijner heiligheid, zo zullen al de heidenen geduriglijk drinken; ja,
zij zullen drinken en inzwelgen, en zullen zijn als of zij er niet
geweest waren. |
[16] Zoals u, mijn volk, op mijn heilige berg hebt
gedronken*, zo zullen alle volken eeuwig drinken; zij zullen drinken
en wartaal uitslaan en worden alsof ze nooit hadden bestaan. |
[16] Zoals jullie, volk van Jakob, op mijn heilige
berg de beker van mijn woede moesten drinken, zo zal ieder volk die
drinken. Ze zullen moeten drinken tot ze niet meer kunnen, en het
zal zijn alsof ze nooit hadden bestaan. |
|
16. Oui, comme vous avez bu sur ma montagne sainte,
tous les peuples boiront sans trêve ; ils boiront et se gorgeront,
et ils seront comme s'ils n'avaient jamais été ! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
16 .
| Ob 17 - Ob 17 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
17 Maar op den berg Sions zal ontkoming zijn, en
hij zal een heiligheid zijn; en die van het huis Jakobs zullen hun
erfgoederen erfelijk bezitten. |
[17] Maar op de berg Sion is er redding voor de
ontsnapten: het zal heilige grond zijn en het huis Jakob krijgt zijn
eigendom terug. |
[17] Maar jullie vinden een toevlucht op de Sion;
de Sion wordt weer een heilige plaats. Het volk van Jakob zal zijn
bezetters verjagen:* |
|
17. Mais sur le mont Sion il y aura des rescapés
- ce sera un lieu saint - et la maison de Jacob rentrera dans ses
possessions ! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
17 .
8. - 9. be(j)th Ja`äqobh (huis van Jakob) . In veertien verzen in de bijbel
: (1) Ps
114,1 . (2) Js
2,5 . (3) Js
2,6 . (4) Js
10,20 . (5) Js
14,1 . (6) Js
29,22 . (7) Js
46,3 . (8) Js
48,1 . (9) Jr
2,4 . (10) Ez
20,5 . (11) Am
9,8 . (12) Ob
17 . (13) Mi
2,7 . (14) Mi
3,9 .
| Ob 18 - Ob 18 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
18 En Jakobs huis zal een vuur zijn, en Jozefs huis
een vlam, en Ezau's huis tot een stoppel; en zij zullen tegen hen
ontbranden, en zullen ze verteren, zodat Ezau's huis geen overgeblevene
zal hebben; want de HEERE heeft het gesproken. |
[18] Dan is het huis Jakob een vuur, het huis Jozef
een vlam, en het huis Esau een stoppelveld: Jakob en Jozef steken
er de brand in en verteren het, zodat niemand van Esau ontsnapt, want
de heer heeft gesproken. |
[18] Jakobs volk zal het vuur zijn, Jozefs volk
de vlam, en het volk van Esau de stoppels. De stoppels gaan in vlammen
op, het vuur zal ze verteren, en niemand van Esaus volk zal ontkomen
– de HEER heeft gesproken. |
|
18. La maison de Jacob sera du feu, la maison de
Joseph, une flamme, la maison d'Ésaü, du chaume ! Elles l'embraseront
et la dévoreront, et nul ne survivra de la maison d'Ésaü : Yahvé a
parlé ! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
18 .
19. - 21. kî (+ pî) JHWH dibber = want (de mond van) JHWH spreekt
. Tenach (10) : (1) 1
K 14,11 . (2) Js
1,2 . (3) Js
1,20 (+) . (4) Js
22,25 . (5) Js
25,8 . (6) Js
40,5 (+) . (7) Js
58,14 (+) . (8) Jr
13,15 . (9) Jl
4,8 . (10) Ob
18 .
| Ob 19 - Ob 19 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
19 En die van het zuiden zullen Ezau's gebergte,
en die van de laagte zullen de Filistijnen erfelijk bezitten; ja,
zij zullen het veld van Efraïm en het veld van Samaria erfelijk bezitten;
en Benjamin Gilead. |
[19] Zij* zullen de Negeb bezetten, het bergland*
van Esau, en de Sefela, het gebied van de Filistijnen; zij zullen
het gebied van Efraïm bezetten en het gebied van Samaria, en Benjamin*
zal Gilead bezetten. |
[19] Het volk van Jakob zal de Negev en het bergland
van Esau in bezit nemen, het heuvelland en het gebied van de Filistijnen,
en ook de gebieden van Efraïm en Samaria, en Benjamin en Gilead. |
|
19. Ceux du Négeb posséderont la montagne d'Ésaü,
ceux du Bas-Pays, la terre des Philistins, ils posséderont le territoire
d'Éphraïm et le territoire de Samarie, et Benjamin possédera Galaad.
|
|
King James Bible .
Luther-Bibel . Ob
19 .
| Ob 20 - Ob
20 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
20 En de gevankelijk weggevoerden van dit heir der
kinderen Israëls, hetgeen der Kanaänieten was, tot Zarfath toe; en
de gevankelijk weggevoerden van Jeruzalem, hetgeen in Sefarad is,
zij zullen de steden van het zuiden erfelijk bezitten. |
[20] Israëls ballingen worden een legermacht en
zullen Kanaän* bezetten tot Sarefat* toe; de ballingen van Jeruzalem
die in Sefarad* zijn, zullen de steden van de Negeb bezetten. |
[20] De ballingen uit Israël, een legermacht geworden,
zullen het land van de Kanaänieten veroveren tot aan Sarefat, en de
ballingen uit Jeruzalem, nu nog in Sefarad, zullen de steden van de
Negev in bezit nemen. |
|
20. Les exilés de cette armée, les enfants d'Israël,
posséderont la terre des Cananéens jusqu'à Sarepta, et les exilés
de Jérusalem qui sont à Sepharad posséderont les villes du Négeb.
|
|
Tekstuitleg van
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
20 .
| Ob 21 - Ob 21 - |
| Griekse tekst |
Vulgaat |
MT |
Statenvertaling |
Willibrordvertaling |
Nieuwe vertaling (2005) |
Naardense bijbel |
Bible de Jérusalem |
| |
|
|
21 En er zullen heilanden op den berg Sions opkomen,
om Ezau's gebergte te richten; en het koninkrijk zal des HEEREN zijn. |
[21] Op de berg Sion zullen de redders* rechtspreken*
over het bergland van Esau. En aan de heer zal het koningschap toebehoren.
|
[21] Bevrijders zullen de Sion opgaan en regeren
over het bergland van Esau – en aan de HEER zal het koningschap toebehoren. |
|
21. Ils graviront, victorieux, la montagne de Sion
pour juger la montagne d'Ésaü, et à Yahvé sera l'empire ! |
|
King James Bible .
Luther-Bibel .
Tekstuitleg van Ob
21 .