PSALM 9 - Ps 9 -- Ps 9 -- verwijzingen -
-
Deze websitepagina is een onderdeel van de website van Arseen De Kesel http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.html.

Overzicht van de Psalmen: - Ps 1 - Ps 2 - Ps 3 - Ps 4 - Ps 5 - Ps 6 - Ps 7 - Ps 8 - Ps 9 - Ps 10 - Ps 11 - Ps 12 - Ps 13 - Ps 14 - Ps 15 - Ps 16 - Ps 17 - Ps 18 - Ps 19 - Ps 20 - Ps 21 - Ps 22 - Ps 23 - Ps 24 - Ps 25 - Ps 26 - Ps 27 - Ps 28 - Ps 29 - Ps 30 - Ps 31 - Ps 32 - Ps 33 - Ps 34 - Ps 35 - Ps 36 - Ps 37 - Ps 38 - Ps 39 - Ps 40 - Ps 41 - Ps 42 - Ps 43 - Ps 44 - Ps 45 - Ps 46 - Ps 47 - Ps 48 - Ps 49 - Ps 50 - Ps 51 - Ps 52 - Ps 53 - Ps 54 - Ps 55 - Ps 56 - Ps 57 - Ps 58 - Ps 59 - Ps 60 - Ps 61 - Ps 62 - Ps 63 - Ps 64 - Ps 65 - Ps 66 - Ps 67 - Ps 68 - Ps 69 - Ps 70 - Ps 71 - Ps 72 - Ps 73 - Ps 74 - Ps 75 - Ps 76 - Ps 77 - Ps 78 - Ps 79 - Ps 80 - Ps 81 - Ps 82 - Ps 83 - Ps 84 - Ps 85 - Ps 86 - Ps 87 - Ps 88 - Ps 89 - Ps 90 - Ps 91 - Ps 92 - Ps 93 - Ps 94 - Ps 95 - Ps 96 - Ps 97 - Ps 98 - Ps 99 - Ps 100 - Ps 101 - Ps 102 - Ps 103 - Ps 104 - Ps 105 - Ps 106 - Ps 107 - Ps 108 - Ps 109 - Ps 110 - Ps 111 - Ps 112 - Ps 113 - Ps 114 - Ps 115 - Ps 116 - Ps 117 - Ps 118 - Ps 119 - Ps 120 - Ps 121 - Ps 122 - Ps 123 - Ps 124 - Ps 125 - Ps 126 - Ps 127 - Ps 128 - Ps 129 - Ps 130 - Ps 131 - Ps 132 - Ps 133 - Ps 134 - Ps 135 - Ps 136 - Ps 137 - Ps 138 - Ps 139 - Ps 140 - Ps 141 - Ps 142 - Ps 143 - Ps 144 - Ps 145 - Ps 146 - Ps 147 - Ps 148 - Ps 149 - Ps 150 -
Uitleg vers per vers: - Ps 9,1 - Ps 9,2 - Ps 9,3 - Ps 9,4 - Ps 9,5 - Ps 9,6 - Ps 9,7 - Ps 9,8 - Ps 9,9 - Ps 9,10 - Ps 9,11 - Ps 9,12 - Ps 9,13 - Ps 9,14 - Ps 9,15 - Ps 9,16 - Ps 9,17 - Ps 9,18 - Ps 9,19 - Ps 9,20 - Ps 9,21 -


Ps 9 behoort tot de 8 Psalmen met een alfabetisch acrostichon: (1) Ps 9 - Ps 10. (2) Ps 25. (3) Ps 34. (4) Ps 37. (5) Ps 111. (6) Ps 112. (7) Ps 119. (8) Ps 145.

Ps 9,1 - Ps 9,1 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [1] Voor* de leider van de muzikanten, op gedempte toon, bij het onderwijs. Een zangstuk op naam van David.        

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,2 - Ps 9,2 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
    ´ôdèh JHWH bekhôl libbî     alef [2] Met heel mijn hart zing ik een danklied, heer, ik ga vertellen over al uw wonderdaden,      Ik loof JWHW met heel mijn hart 

King James Bible.
Luther-Bibel.

 אוֹדֶה יְהוָה, בְּכָל-לִבִּי;    אֲסַפְּרָה, כָּל-נִפְלְאוֹתֶיךָ.

Tekstuitleg van

- Ps 111,1a telt 4 woorden, 9 lettergrepen en 14 letters. Het begin van Ps 9,2a is op 1 letter na identiek. Aleph is de beginletter van het alfabet en van de Psalm. De getalswaarde is 1. De getalswaarde van jod, de laatste letter van het eerste halfvers, is 10 (eveneens een één).

1. אוֹדֶה (= ´ôdèh: ik zal lofzingen, ik loof; wkw act hifil imperf 1ste pers enk van het wkw יָדָה = jâdah: loven, prijzen). Taalgebruik in Tenach: jâdah (loven, prijzen). Getalswaarde: jod = 10, daleth = 4, he = 5; totaal 19. Tenakh (9). Ps (7): (1) Ps 7,18. (2) Ps 9,2. (3) Ps 32,5. (4) Ps 54,8. (5) Ps 109,30. (6) Ps 111,1. (7) Ps 118,19. Rest: Gn 29,35 en Js 25,1.

1. - 2. אוֹדֶה יְהוָה (= ´ôdèh JHWH: ik zal JHWH loven). Tenakh (4):
(1) Ps 7,18: אוֹדֶה יְהוָה (= ´ôdèh JHWH: ik zal JHWH loven; in het laatste vers van de Psalm).
(2) Ps 9,2: אוֹדֶה יְהוָה, בְּכָל-לִבִּי (= ´ôdèh JHWH bekhôl libbî: ik loof JHWH met heel mijn hart; in het eerste vers van de alfabetische Psalm).
(3) Ps 109,30: אוֹדֶה יְהוָה (= ´ôdèh JHWH: ik zal JHWH loven; in het voorlaatste vers van de Psalm).
(4) Ps 111,1: הַלְלוּ-יָהּ: אוֹדֶה יְהוָה, בְּכָל-לֵבָב (= halelû jâh ´ôdèh JHWH bekhôl libbî: Alleluia, ik zal JHWH loven met heel mijn hart).
- Gn 29,35: אוֹדֶה אֶת-יְהוָה (= ´ôdèh ´èth JHWH: ik zal JHWH loven). In Gn 29,35 (het laatste vers van het hoofdstuk) wordt verteld dat Lea haar vierde en laatste zoon baarde. Ze noemde hem Jehouda / Juda. De naam werd gezien als een combinatie van יְה (= Jâh: JHWH) en אוֹדֶה (= ´ôdèh: ik zal loven): JHWH zal ik loven.

Ps 9,3 - Ps 9,3 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [3] blij zijn en U toejuichen, uw naam bezingen, Allerhoogste;        

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,4 - Ps 9,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        bet [4] want al mijn vijanden* deinzen terug, struikelen en vallen voor uw aanschijn.       

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,5 - Ps 9,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [5] U neemt het voor mij op, U kiest mijn zijde, als een rechtvaardige rechter zetelt U op de troon;        

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,6 - Ps 9,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        gimel [6] U wijst goddelozen terug, U vernietigt bozen: uitgewist is hun naam, voor eeuwig.       

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,7 - Ps 9,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [7] Afgelopen is het met de vijand: voorgoed een puinhoop, hun steden zijn gesloopt, hun namen zijn vergeten.       

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,8 - Ps 9,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        he [8] Zo vergaat het hun, maar de troon van de heer is eeuwig, zijn rechterstoel staat onwankelbaar vast.        

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,9 - Ps 9,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [9] De heer, Hij zal de wereld rechtvaardig oordelen; de heer oordeelt de volken in gerechtigheid.        

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,10 - Ps 9,10 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        waw [10] Voor onderdrukten blijft Hij een hoge burcht, een hoge burcht in bittere tijden.        

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,11 - Ps 9,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
     lo´ ´âzabhëthâ   [11] Wie uw naam kennen, kunnen op U vertrouwen; wie U zoekt* laat U nooit in de steek, heer. zajin        

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

-´âzabhëthâ (jij hebt verlaten). Perfectum 2de persoon enkelvoud. In 1 vers in de bijbel: Ps 9,11 ; `âzab (verlaten, achterlaten), zie Ps 22,2.

 

Ps 9,12 - Ps 9,12 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [12] Bezing de heer die op de Sion woont, vermeld zijn daden onder de volken.        

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,13 - Ps 9,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [13] Bloedschuld vergeldt Hij, houdt Hij in gedachte, de schreeuw van de arme* vergeet Hij nooit.       

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,14 - Ps 9,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        chet [14] Genade, heer, zie de ellende die de vijand mij aandoet, haal mij weg van de poorten* van de dood.        

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,15 - Ps 9,15 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15 ὅπως ἂν ἐξαγγείλω πάσας τὰς αἰνέσεις σου ἐν ταῖς πύλαις τῆς θυγατρὸς Σιών. ἀγαλλιάσομαι ἐπὶ τῷ σωτηρίῳ σου.       [15] Dan zal ik uw roemrijke daden verkondigen, jubelen over mijn redding in de poorten van Sion:       

King James Bible.
Luther-Bibel.

  לְמַעַן אֲסַפְּרָה, כָּל-תְּהִלָּתֶיךָ:    בְּשַׁעֲרֵי בַת-צִיּוֹן--אָגִילָה, בִּישׁוּעָתֶךָ.

Tekstuitleg van Ps 9,15.

Ps 9,15.8. אָגִילָה (= ´âgîlâh: dat ik juiche, ik zal juichen; wkw act qal imperf - jiqtol - 1ste pers enk, cohortatief, van het wkw גיל / גול = gîl / gûl: zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen). Taalgebruik in Tenakh: gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen). Getalswaarde: gimel = 3, lamad = 12 of 30, jod = 10, waw = 6; totaal: 25 (5²) / 21 (3 X 7) OF 43 / 39 (3 X 13). Structuur: 3 - 1 - 3 / 3 - 6 - 3. De som van de elementen is telkens 7 / 3. Tenakh (3): (1) Hab 3,18. (2) Ps 9,15. (3) Ps 31,8. In de 2 Psalmverzen wordt het vertaald door het Griekse αγαλλιασομαι (= agalliasomai: ik zal juichen).
- αγαλλιασομαι (= agalliasomai: ik zal jubelen; wkw med ind fut 1ste pers enk van het wkw αγαλλιαω = agalliaô: jubelen). Taalgebruik in het NT: agalliaô (jubelen). Taalgebruik in de LXX: agalliaô (jubelen). Bijbel (11): (1) Js 65,19. (2) Hab 3,18. (3) Ps 9,3. (4) Ps 9,15. (5) Ps 31,8. (6) Ps 59,17. (7) Ps 60,8. (8) Ps 63,8. (9) Ps 75,10. (10) Ps 92,5. (11) Ps 119,162. In de LXX is een vorm van het wkw αγαλλιαω = agalliaô de vertaling van 11 verschillende Hebreeuwse werkwoorden.
- De verschillende werkwoorden kunnen verwantschap hebben: g-l (Hebr: גיל / גול = gîl / gûl), in g-l (Gr: αγαλλιαω = agalliaô), g-l en k-l (Ned: galmen en klinken).

Ps 9,15.9. בִּישׁוּעָתֶך (= bîsjô`âtèkhâ: op jouw redding; < voorzetsel b=bë + zn vr enk stat constr van het zn nw ישׁוּעה = ָ jësjû`âh / tësjû`âh: redding, verlossing, heil + suffix pers. vnw 2de pers mann enk). Tenakh (6): (1) 1 S 2,1. (2) Ps 9,15. (3) Ps 13,6. (4) Ps 20,6. (5) Ps 21,6. (6) Ps 106,4.
- LXX: σωτηρίῳ (= sôtèriô: op zijn redding; zn dat onz enk van het zn σωτηριον = sôtèrion: redding); zn nom onz enk). LXX (7).
-- επι τῳ σωτηρίῳ σου (= epi tô sôtètio sou: op jouw redding). LXX (3): (1) Ps 9,15. (2) Ps 13,6. (3) Ps 21,2. (LXX: Ps 20).

Ps 9,15.8. - 9. LXX: Ps 9,15: ἀγαλλιάσομαι ἐπὶ τῷ σωτηρίῳ σου (= agalliasomai epi tô sôtètio sou: ik zal jubelen op jouw redding).
- Ps 21,2. (LXX: Ps 20,2). ἐπὶ τῷ σωτηρίῳ σου ἀγαλλιάσεται (= epi tô sôtètio sou agalliasetai: op jouw redding zal ik jubelen).
- Ps 13,6: ἀγαλλιάσεται ἡ καρδία μου ἐπὶ τῷ σωτηρίῳ σου (= agalliasetai hè kardia mou epi tô sôtètio sou: mijn hart zal juichen op jouw redding).


Ps 9,16 - Ps 9,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling ). Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        tet [16] de volken vallen in de kuil die zij groeven, hun voet raakt vast in het net dat zij zelf spanden;        

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,17 - Ps 9,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [17] de heer maakt zich waar, de heer velt vonnis; de boze raakt verstrikt in zijn eigen werk.       

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,18 - Ps 9,18 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        jod [18] De bozen gaan terug naar het dodenrijk, alle volken die God zijn vergeten*.        

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,19 - Ps 9,19 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        kaf [19] Maar de arme wordt nooit vergeten, de arme hoeft nooit de hoop te verliezen.        

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,20 - Ps 9,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [20] Sta op, heer, gun de mensen geen triomf, laat de volken voor uw aanschijn het oordeel horen.       

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van

Ps 9,21 - Ps 9,21 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
        [21] Ja, sla hen met schrik, heer, laat de volken weten dat zij mensen zijn.        

King James Bible.
Luther-Bibel.

Tekstuitleg van


MT (MASORETISCHE TEKST).

Psalms Chapter 9 תְּהִלִּים

א  לַמְנַצֵּחַ, עַל-מוּת לַבֵּן;    מִזְמוֹר לְדָוִד. 1 For the Leader; upon Muthlabben. A Psalm of David.
ב  אוֹדֶה יְהוָה, בְּכָל-לִבִּי;    אֲסַפְּרָה, כָּל-נִפְלְאוֹתֶיךָ. 2 I will give thanks unto the LORD with my whole heart; I will tell of all Thy marvellous works.
ג  אֶשְׂמְחָה וְאֶעֶלְצָה בָךְ;    אֲזַמְּרָה שִׁמְךָ עֶלְיוֹן. 3 I will be glad and exult in Thee; I will sing praise to Thy name, O Most High:
ד  בְּשׁוּב-אוֹיְבַי אָחוֹר;    יִכָּשְׁלוּ וְיֹאבְדוּ, מִפָּנֶיךָ. 4 When mine enemies are turned back, they stumble and perish at Thy presence;
ה  כִּי-עָשִׂיתָ, מִשְׁפָּטִי וְדִינִי;    יָשַׁבְתָּ לְכִסֵּא, שׁוֹפֵט צֶדֶק. 5 For Thou hast maintained my right and my cause; Thou sattest upon the throne as the righteous Judge.
ו  גָּעַרְתָּ גוֹיִם, אִבַּדְתָּ רָשָׁע;    שְׁמָם מָחִיתָ, לְעוֹלָם וָעֶד. 6 Thou hast rebuked the nations, Thou hast destroyed the wicked, Thou hast blotted out their name for ever and ever.
ז  הָאוֹיֵב, תַּמּוּ חֳרָבוֹת--לָנֶצַח;    וְעָרִים נָתַשְׁתָּ--אָבַד זִכְרָם הֵמָּה. 7 O thou enemy, the waste places are come to an end for ever; and the cities which thou didst uproot, their very memorial is perished.
ח  וַיהוָה, לְעוֹלָם יֵשֵׁב;    כּוֹנֵן לַמִּשְׁפָּט כִּסְאוֹ. 8 But the LORD is enthroned for ever; He hath established His throne for judgment.
ט  וְהוּא, יִשְׁפֹּט-תֵּבֵל בְּצֶדֶק;    יָדִין לְאֻמִּים, בְּמֵישָׁרִים. 9 And He will judge the world in righteousness, He will minister judgment to the peoples with equity.
י  וִיהִי יְהוָה מִשְׂגָּב לַדָּךְ;    מִשְׂגָּב, לְעִתּוֹת בַּצָּרָה. 10 The LORD also will be a high tower for the oppressed, a high tower in times of trouble;
יא  וְיִבְטְחוּ בְךָ, יוֹדְעֵי שְׁמֶךָ:    כִּי לֹא-עָזַבְתָּ דֹרְשֶׁיךָ יְהוָה. 11 And they that know Thy name will put their trust in Thee; for Thou, LORD, hast not forsaken them that seek Thee.
יב  זַמְּרוּ--לַיהוָה, יֹשֵׁב צִיּוֹן;    הַגִּידוּ בָעַמִּים, עֲלִילוֹתָיו. 12 Sing praises to the LORD, who dwelleth in Zion; declare among the peoples His doings.
יג  כִּי-דֹרֵשׁ דָּמִים, אוֹתָם זָכָר;    לֹא-שָׁכַח, צַעֲקַת עניים (עֲנָוִים). 13 For He that avengeth blood hath remembered them; He hath not forgotten the cry of the humble.
יד  חָנְנֵנִי יְהוָה--רְאֵה עָנְיִי, מִשֹּׂנְאָי;    מְרוֹמְמִי, מִשַּׁעֲרֵי מָוֶת. 14 Be gracious unto me, O LORD, behold mine affliction at the hands of them that hate me; Thou that liftest me up from the gates of death;
טו  לְמַעַן אֲסַפְּרָה, כָּל-תְּהִלָּתֶיךָ:    בְּשַׁעֲרֵי בַת-צִיּוֹן--אָגִילָה, בִּישׁוּעָתֶךָ. 15 That I may tell of all Thy praise in the gates of the daughter of Zion, that I may rejoice in Thy salvation.
טז  טָבְעוּ גוֹיִם, בְּשַׁחַת עָשׂוּ;    בְּרֶשֶׁת-זוּ טָמָנוּ, נִלְכְּדָה רַגְלָם. 16 The nations are sunk down in the pit that they made; in the net which they hid is their own foot taken.
יז  נוֹדַע, יְהוָה--מִשְׁפָּט עָשָׂה:    בְּפֹעַל כַּפָּיו, נוֹקֵשׁ רָשָׁע; הִגָּיוֹן סֶלָה. 17 The LORD hath made Himself known, He hath executed judgment, the wicked is snared in the work of his own hands. Higgaion. Selah
יח  יָשׁוּבוּ רְשָׁעִים לִשְׁאוֹלָה:    כָּל-גּוֹיִם, שְׁכֵחֵי אֱלֹהִים. 18 The wicked shall return to the nether-world, even all the nations that forget God.
יט  כִּי לֹא לָנֶצַח, יִשָּׁכַח אֶבְיוֹן;    תִּקְוַת ענוים (עֲנִיִּים), תֹּאבַד לָעַד. 19 For the needy shall not alway be forgotten, nor the expectation of the poor perish for ever.
כ  קוּמָה יְהוָה, אַל-יָעֹז אֱנוֹשׁ;    יִשָּׁפְטוּ גוֹיִם, עַל-פָּנֶיךָ. 20 Arise, O LORD, let not man prevail; let the nations be judged in Thy sight.
כא  שִׁיתָה יְהוָה, מוֹרָה--לָהֶם:    יֵדְעוּ גוֹיִם--אֱנוֹשׁ הֵמָּה סֶּלָה. 21 Set terror over them, O LORD; let the nations know they are but men. Selah {P}

 


LXX (SEPTUAGINTA)

Εἰς τὸ τέλος, ὑπὲρ τῶν κρυφίων τοῦ υἱοῦ· ψαλμὸς τῷ Δαυΐδ. - 2 ΕΞΟΜΟΛΟΓΗΣΟΜΑΙ σοι, Κύριε, ἐν ὅλῃ καρδίᾳ μου, διηγήσομαι πάντα τὰ θαυμάσιά σου· 3 εὐφρανθήσομαι καὶ ἀγαλλιάσομαι ἐν σοί, ψαλῶ τῷ ὀνόματί σου, ῞Υψιστε. 4 ἐν τῷ ἀποστραφῆναι τὸν ἐχθρόν μου εἰς τὰ ὀπίσω, ἀσθενήσουσι καὶ ἀπολοῦνται ἀπὸ προσώπου σου, 5 ὅτι ἐποίησας τὴν κρίσιν μου καὶ τὴν δίκην μου, ἐκάθισας ἐπὶ θρόνου ὁ κρίνων δικαιοσύνην. 6 ἐπετίμησας ἔθνεσι, καὶ ἀπώλετο ὁ ἀσεβής· τὸ ὄνομα αὐτοῦ ἐξήλειψας εἰς τὸν αἰῶνα καὶ εἰς τὸν αἰῶνα τοῦ αἰῶνος. 7 τοῦ ἐχθροῦ ἐξέλιπον αἱ ῥομφαῖαι εἰς τέλος, καὶ πόλεις καθεῖλες· ἀπώλετο τὸ μνημόσυνον αὐτοῦ μετ᾿ ἤχου, 8 καὶ ὁ Κύριος εἰς τὸν αἰῶνα μένει. ἡτοίμασεν ἐν κρίσει τὸν θρόνον αὐτοῦ, 9 καὶ αὐτὸς κρινεῖ τὴν οἰκουμένην ἐν δικαιοσύνῃ, κρινεῖ λαοὺς ἐν εὐθύτητι. 10 καὶ ἐγένετο Κύριος καταφυγὴ τῷ πένητι, βοηθὸς ἐν εὐκαιρίαις ἐν θλίψεσι· 11 καὶ ἐλπισάτωσαν ἐπὶ σοὶ οἱ γινώσκοντες τὸ ὄνομά σου, ὅτι οὐκ ἐγκατέλιπες τοὺς ἐκζητοῦντάς σε, Κύριε. 12 ψάλατε τῷ Κυρίῳ, τῷ κατοικοῦντι ἐν Σιών, ἀναγγείλατε ἐν τοῖς ἔθνεσι τὰ ἐπιτηδεύματα αὐτοῦ, 13 ὅτι ἐκζητῶν τὰ αἵματα αὐτῶν ἐμνήσθη, οὐκ ἐπελάθετο τῆς κραυγῆς τῶν πενήτων. 14 ἐλέησόν με, Κύριε, ἴδε τὴν ταπείνωσίν μου ἐκ τῶν ἐχθρῶν μου, ὁ ὑψῶν με ἐκ τῶν πυλῶν τοῦ θανάτου, 15 ὅπως ἂν ἐξαγγείλω πάσας τὰς αἰνέσεις σου ἐν ταῖς πύλαις τῆς θυγατρὸς Σιών. ἀγαλλιάσομαι ἐπὶ τῷ σωτηρίῳ σου. 16 ἐνεπάγησαν ἔθνη ἐν διαφθορᾷ, ᾗ ἐποίησαν, ἐν παγίδι ταύτῃ, ᾗ ἔκρυψαν, συνελήφθη ὁ ποὺς αὐτῶν. 17 γινώσκεται Κύριος κρίματα ποιῶν, ἐν τοῖς ἔργοις τῶν χειρῶν αὐτοῦ συνελήφθη ὁ ἁμαρτωλός. (ᾠδὴ διαψάλματος). 18 ἀποστραφήτωσαν οἱ ἁμαρτωλοὶ εἰς τὸν ᾅδην, πάντα τὰ ἔθνη τὰ ἐπιλανθανόμενα τοῦ Θεοῦ, 19 ὅτι οὐκ εἰς τέλος ἐπιλησθήσεται ὁ πτωχός, ἡ ὑπομονὴ τῶν πενήτων οὐκ ἀπολεῖται εἰς τέλος. 20 ἀνάστηθι, Κύριε, μὴ κραταιούσθω ἄνθρωπος, κριθήτωσαν ἔθνη ἐνώπιόν σου. 21 κατάστησον, Κύριε, νομοθέτην ἐπ᾿ αὐτούς, γνώτωσαν ἔθνη ὅτι ἄνθρωποί εἰσιν. (διάψαλμα). (Μασ. 10 1-18). 22 ῾Ινατί, Κύριε, ἀφέστηκας μακρόθεν, ὑπερορᾷς ἐν εὐκαιρίαις ἐν θλίψεσιν; 23 ἐν τῷ ὑπερηφανεύεσθαι τὸν ἀσεβῆ ἐμπυρίζεται ὁ πτωχός, συλλαμβάνονται ἐν διαβουλίοις, οἷς διαλογίζονται. 24 ὅτι ἐπαινεῖται ὁ ἁμαρτωλὸς ἐν ταῖς ἐπιθυμίαις τῆς ψυχῆς αὐτοῦ, καὶ ὁ ἀδικῶν ἐνευλογεῖται· 25 παρώξυνε τὸν Κύριον ὁ ἁμαρτωλός· κατὰ τὸ πλῆθος τῆς ὀργῆς αὐτοῦ οὐκ ἐκζητήσει· οὐκ ἔστιν ὁ Θεὸς ἐνώπιον αὐτοῦ. 26 βεβηλοῦνται αἱ ὁδοὶ αὐτοῦ ἐν παντὶ καιρῷ, ἀνταναιρεῖται τὰ κρίματά σου ἀπὸ προσώπου αὐτοῦ, πάντων τῶν ἐχθρῶν αὐτοῦ κατακυριεύσει· 27 εἶπε γὰρ ἐν καρδίᾳ αὐτοῦ· οὐ μὴ σαλευθῶ, ἀπὸ γενεᾶς εἰς γενεὰν ἄνευ κακοῦ. 28 οὗ ἀρᾶς τὸ στόμα αὐτοῦ γέμει καὶ πικρίας καὶ δόλου, ὑπὸ τὴν γλῶσσαν αὐτοῦ κόπος καὶ πόνος. 29 ἐγκάθηται ἐνέδρᾳ μετὰ πλουσίων, ἐν ἀποκρύφοις τοῦ ἀποκτεῖναι ἀθῷον· οἱ ὀφθαλμοὶ αὐτοῦ εἰς τὸν πένητα ἀποβλέπουσιν· 30 ἐνεδρεύει ἐν ἀποκρύφῳ ὡς λέων ἐν τῇ μάνδρᾳ αὐτοῦ, ἐνεδρεύει τοῦ ἁρπάσαι πτωχόν, ἁρπάσαι πτωχὸν ἐν τῷ ἑλκύσαι αὐτόν· 31 ἐν τῇ παγίδι αὐτοῦ ταπεινώσει αὐτόν, κύψει καὶ πεσεῖται ἐν τῷ αὐτὸν κατακυριεῦσαι τῶν πενήτων. 32 εἶπε γὰρ ἐν καρδίᾳ αὐτοῦ· ἐπιλέλησται ὁ Θεός, ἀπέστρεψε τὸ πρόσωπον αὐτοῦ τοῦ μὴ βλέπειν εἰς τέλος. 33 ἀνάστηθι, Κύριε ὁ Θεός μου, ὑψωθήτω ἡ χείρ σου, μὴ ἐπιλάθῃ τῶν πενήτων. 34 ἕνεκεν τίνος παρώργισεν ὁ ἀσεβὴς τὸν Θεόν; εἶπε γὰρ ἐν καρδίᾳ αὐτοῦ· οὐκ ἐκζητήσει. 35 βλέπεις, ὅτι σὺ πόνον καὶ θυμὸν κατανοεῖς τοῦ παραδοῦναι αὐτοὺς εἰς χεῖράς σου· σοὶ ἐγκαταλέλειπται ὁ πτωχός, ὀρφανῷ σὺ ᾖσθα βοηθός. 36 σύντριψον τὸν βραχίονα τοῦ ἁμαρτωλοῦ καὶ πονηροῦ, ζητηθήσεται ἡ ἁμαρτία αὐτοῦ, καὶ οὐ μὴ εὑρεθῇ. 37 βασιλεύσει Κύριος εἰς τὸν αἰῶνα καὶ εἰς τὸν αἰῶνα τοῦ αἰῶνος, ἀπολεῖσθε ἔθνη ἐκ τῆς γῆς αὐτοῦ. 38 τὴν ἐπιθυμίαν τῶν πενήτων εἰσήκουσε Κύριος, τὴν ἑτοιμασίαν τῆς καρδίας αὐτῶν προσέσχε τὸ οὖς σου 39 κρῖναι ὀρφανῷ καὶ ταπεινῷ, ἵνα μὴ προσθῇ ἔτι μεγαλαυχεῖν ἄνθρωπος ἐπὶ τῆς γῆς.