PSALM 86 -
Deze websitepagina is een onderdeel van de website van Arseen De Kesel: http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.html.

Overzicht van de Psalmen : - Ps 1 - Ps 2 - Ps 3 - Ps 4 - Ps 5 - Ps 6 - Ps 7 - Ps 8 - Ps 9 - Ps 10 - Ps 11 - Ps 12 - Ps 13 - Ps 14 - Ps 15 - Ps 16 - Ps 17 - Ps 18 - Ps 19 - Ps 20 - Ps 21 - Ps 22 - Ps 23 - Ps 24 - Ps 25 - Ps 26 - Ps 27 - Ps 28 - Ps 29 - Ps 30 - Ps 31 - Ps 32 - Ps 33 - Ps 34 - Ps 35 - Ps 36 - Ps 37 - Ps 38 - Ps 39 - Ps 40 - Ps 41 - Ps 42 - Ps 43 - Ps 44 - Ps 45 - Ps 46 - Ps 47 - Ps 48 - Ps 49 - Ps 50 - Ps 51 - Ps 52 - Ps 53 - Ps 54 - Ps 55 - Ps 56 - Ps 57 - Ps 58 - Ps 59 - Ps 60 - Ps 61 - Ps 62 - Ps 63 - Ps 64 - Ps 65 - Ps 66 - Ps 67 - Ps 68 - Ps 69 - Ps 70 - Ps 71 - Ps 72 - Ps 73 - Ps 74 - Ps 75 - Ps 76 - Ps 77 - Ps 78 - Ps 79 - Ps 80 - Ps 81 - Ps 82 - Ps 83 - Ps 84 - Ps 85 - Ps 86 - Ps 87 - Ps 88 - Ps 89 - Ps 90 - Ps 91 - Ps 92 - Ps 93 - Ps 94 - Ps 95 - Ps 96 - Ps 97 - Ps 98 - Ps 99 - Ps 100 - Ps 101 - Ps 102 - Ps 103 - Ps 104 - Ps 105 - Ps 106 - Ps 107 - Ps 108 - Ps 109 - Ps 110 - Ps 111 - Ps 112 - Ps 113 - Ps 114 - Ps 115 - Ps 116 - Ps 117 - Ps 118 - Ps 119 - Ps 120 - Ps 121 - Ps 122 - Ps 123 - Ps 124 - Ps 125 - Ps 126 - Ps 127 - Ps 128 - Ps 129 - Ps 130 - Ps 131 - Ps 132 - Ps 133 - Ps 134 - Ps 135 - Ps 136 - Ps 137 - Ps 138 - Ps 139 - Ps 140 - Ps 141 - Ps 142 - Ps 143 - Ps 144 - Ps 145 - Ps 146 - Ps 147 - Ps 148 - Ps 149 - Ps 150 -
Uitleg vers per vers : - Ps 86,1 - Ps 86,2 - Ps 86,3 - Ps 86,4 - Ps 86,5 - Ps 86,6 - Ps 86,7 - Ps 86,8 - Ps 86,9 - Ps 86,10 - Ps 86,11 - Ps 86,12 - Ps 86,13 - Ps 86,14 - Ps 86,15 - Ps 86,16 - Ps 86,17 -


Ps 86,1 - Ps 86,1 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Ps 86,1 .

3. act. hifil imperat. 2de pers. mann. enk. הַטֵּה = hatteh (neig) van het werkw. נָטַה = nâtah (uitstrekken, neigen, zich wenden) . Taalgebruik in Tenakh : nâtâh (uitstrekken, neigen, zich wenden) . Getalwaarde : nun = 14 of 50 , tet = 9, he = 5; totaal : 28 (2² X 7) OF 64 (2³ X 2³) . Structuur : 5 - 9 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (10) : (1) 2 K 19,16 . (2) Js 37,17 . (3) Ps 31,3 . (4) Ps 71,2 . (5) Ps 86,1 . (6) Ps 88,3 . (7) Ps 102,3 . (8) Ps 116,2 . (9) Da 9,18 . (10) Ezr 7,28 .

Ps 86,2 - Ps 86,2 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ps 86,3 - Ps 86,3 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ps 86,4 - Ps 86,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

שַׂמֵּחַ, נֶפֶשׁ עַבְדֶּךָ:    כִּי אֵלֶיךָ אֲדֹנָי, נַפְשִׁי אֶשָּׂא.

Tekstuitleg van

8. אֶשָּׂא (= ´èshshâ´: ik zal dragen; wkw act qal imperf 1ste pers enk van het wkw נָשָׂא = nâshâ´: dragen, opnemen, verheffen). Taalgebruik in Tenach: nâshâ´ (dragen, opnemen, verheffen). Getalswaarde: nun = 14 of 50, shin = 21 of 300, aleph = 1; totaal: 36 (2² X 3²) OF 351 (3³ X 13). Structuur: 5 - 3 - 1. נָשָׂא (= nâshâ´: dragen, opnemen, verheffen) wordt gebruikt in uitdrukkingen als de ogen opslaan, zijn stem verheffen, zijn voeten opheffen (= voortgaan), zijn handen omhoogheffen. Ik til mezelf op naar U. Ik richt me tot U. Ik concentreer me op U. Tenakh (24). Ps (7): (1) Ps 16,4. (2) Ps 25,1 (אֵלֶיךָ יְהוָה, נַפְשִׁי אֶשָּׂא = ´elè(j)khâ. JHWH naphësjî ´èshshâ´: tot U JHWH verhef ik mijn ziel). (3) Ps 63,5. (4) Ps 86,4 (אֵלֶיךָ אֲדֹנָי, נַפְשִׁי אֶשָּׂא = ´elè(j)khâ ´ädonâj naphësjî ´èshshâ´: tot U mijn Heer verhef ik mijn ziel). (5) Ps 116,13. (6) Ps 121,1 (Ik licht mijn ogen op). (7) Ps 139,9.

Ps 86,5 - Ps 86,5 -
Griekse tekst Vulgaat Masoretische tekst Targum Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
    kî ´attâh ´ädonâj tôbh wesallâch werab chèsèd            

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


--- hifil imperatief 2de persoon mannelijk enkelvoud ha´äzînah (luister ernaar) . Tenach (16) : (1) Ps 5,2 . (2) Ps 17,1 . (3) Ps 39,13 . (4) Ps 54,4 . (5) Ps 55,2 . (6) Ps 78,1 . (7) Ps 80,2 . (8) Ps 84,9 . (9) Ps 86,6 . (10) Ps 140,7 . (11) Ps 141,1 . (12) Ps 143,1 .

Ps 86,6 - Ps 86,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ps 86,7 - Ps 86,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ps 86,8 - Ps 86,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8 οὐκ ἔστιν ὅμοιός σοι ἐν θεοῖς, Κύριε, καὶ οὐκ ἔστι κατὰ τὰ ἔργα σου.              

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ps 86,9 - Ps 86,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ps 86,10 - Ps 86,10 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

- phâl`a (buitengewoon, wonderbaar zijn). Verwijzing : phâl`a (buitengewoon, wonderbaar zijn), zie Ps 86,10 .
--- niphëlâ`ôth (wonderbare dingen, wonderen). Niphal participium meervoud. Getalwaarde : nun = 14, phe = 17, lamed = 12, aleph = 1, waw =: 6, taw = 22; totaal : 72. Dit is de helft van het aantal woorden in deze Psalm. In 13 verzen in de bijbel. In 6 verzen in de Psalmen: (1) Ps 72,18 . (2) Ps 86,10 . (3) Ps 98,1 . (4) Ps 106,22 . (5) Ps 119,18 . (6) Ps 136,4 .

Ps 86,11 - Ps 86,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ps 86,12 - Ps 86,12 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ps 86,13 - Ps 86,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ps 86,14 - Ps 86,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ps 86,15 - Ps 86,15 -
Griekse tekst Vulgaat Masoretische tekst Targum Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Persoonlijke vertaling
    ´el rachûm wechannûn ´èrèkh ´appaîm werab chèsèd we ´èmeth           een barmhartige en genadige God. lankmoedig en vol liefde. 

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

- rachûm (barmhartig). In 12 verzen in de bijbel. (1) Ex 34,6 . (2) Dt 4,31 . (3) Ps 78,38 . (4) Ps 86,15 . (5) Ps 103,8 . In Ezra - Nehemia is het de eigennaam Rehum. (6) Ezr 2,2 . (7) Ezr 4,8 . (8) Ezr 4,9 . (9) Ezr 4,17 . (10) Ezr 4,23 . (11) Ne 3,17 . (12) Neh 10,26 . Verwijzing : râcham (beminnen, zich ontfermen), zie Ps 111,5 .

Ps 86,15 ´el rachûm wechannûn ´èrèkh ´appaîm werab chèsèd we ´èmeth is dezelfde als in Ex 34,6 en ongeveer dezelfde in Ps 103,8 .

Ps 86,16 - Ps 86,16 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Ps 86,17 - Ps 86,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


MASORETISCHE TEKST (MT)

Psalms Chapter 86 תְּהִלִּים

א  תְּפִלָּה, לְדָוִד:
הַטֵּה-יְהוָה אָזְנְךָ עֲנֵנִי--    כִּי-עָנִי וְאֶבְיוֹן אָנִי.
1 A Prayer of David. {N}
Incline Thine ear, O LORD, and answer me; for I am poor and needy.
ב  שָׁמְרָה נַפְשִׁי,    כִּי-חָסִיד אָנִי:
הוֹשַׁע עַבְדְּךָ, אַתָּה אֱלֹהַי--    הַבּוֹטֵחַ אֵלֶיךָ.
2 Keep my soul, for I am godly; {N}
O Thou my God, save Thy servant that trusteth in Thee.
ג  חָנֵּנִי אֲדֹנָי:    כִּי אֵלֶיךָ אֶקְרָא, כָּל-הַיּוֹם. 3 Be gracious unto me, O Lord; for unto Thee do I cry all the day.
ד  שַׂמֵּחַ, נֶפֶשׁ עַבְדֶּךָ:    כִּי אֵלֶיךָ אֲדֹנָי, נַפְשִׁי אֶשָּׂא. 4 Rejoice the soul of Thy servant; for unto Thee, O Lord, do I lift up my soul.
ה  כִּי-אַתָּה אֲדֹנָי, טוֹב וְסַלָּח;    וְרַב-חֶסֶד, לְכָל-קֹרְאֶיךָ. 5 For Thou, Lord, art good, and ready to pardon, and plenteous in mercy unto all them that call upon Thee.
ו  הַאֲזִינָה יְהוָה, תְּפִלָּתִי;    וְהַקְשִׁיבָה, בְּקוֹל תַּחֲנוּנוֹתָי. 6 Give ear, O LORD, unto my prayer; and attend unto the voice of my supplications.
ז  בְּיוֹם צָרָתִי, אֶקְרָאֶךָּ:    כִּי תַעֲנֵנִי. 7 In the day of my trouble I call upon Thee; for Thou wilt answer me.
ח  אֵין-כָּמוֹךָ בָאֱלֹהִים אֲדֹנָי;    וְאֵין כְּמַעֲשֶׂיךָ. 8 There is none like unto Thee among the gods, O Lord, and there are no works like Thine.
ט  כָּל-גּוֹיִם, אֲשֶׁר עָשִׂיתָ--יָבוֹאוּ וְיִשְׁתַּחֲווּ לְפָנֶיךָ אֲדֹנָי;    וִיכַבְּדוּ לִשְׁמֶךָ. 9 All nations whom Thou hast made shall come and prostrate themselves before Thee, O Lord; and they shall glorify Thy name.
י  כִּי-גָדוֹל אַתָּה, וְעֹשֵׂה נִפְלָאוֹת;    אַתָּה אֱלֹהִים לְבַדֶּךָ. 10 For Thou art great, and doest wondrous things; Thou art God alone.
יא  הוֹרֵנִי יְהוָה, דַּרְכֶּךָ--    אֲהַלֵּךְ בַּאֲמִתֶּךָ;
יַחֵד לְבָבִי,    לְיִרְאָה שְׁמֶךָ.
11 Teach me, O LORD, Thy way, that I may walk in Thy truth; {N}
make one my heart to fear Thy name.
יב  אוֹדְךָ, אֲדֹנָי אֱלֹהַי--בְּכָל-לְבָבִי;    וַאֲכַבְּדָה שִׁמְךָ לְעוֹלָם. 12 I will thank Thee, O Lord my God, with my whole heart; and I will glorify Thy name for evermore.
יג  כִּי-חַסְדְּךָ, גָּדוֹל עָלָי;    וְהִצַּלְתָּ נַפְשִׁי, מִשְּׁאוֹל תַּחְתִּיָּה. 13 For great is Thy mercy toward me; and Thou hast delivered my soul from the lowest nether-world.
יד  אֱלֹהִים, זֵדִים קָמוּ-עָלַי,    וַעֲדַת עָרִיצִים, בִּקְשׁוּ נַפְשִׁי;
וְלֹא שָׂמוּךָ    לְנֶגְדָּם.
14 O God, the proud are risen up against me, and the company of violent men have sought after my soul, {N}
and have not set Thee before them.
טו  וְאַתָּה אֲדֹנָי, אֵל-רַחוּם וְחַנּוּן;    אֶרֶךְ אַפַּיִם, וְרַב-חֶסֶד וֶאֱמֶת. 15 But Thou, O Lord, art a God full of compassion and gracious, slow to anger, and plenteous in mercy and truth.
טז  פְּנֵה אֵלַי, וְחָנֵּנִי:    תְּנָה-עֻזְּךָ לְעַבְדֶּךָ; וְהוֹשִׁיעָה, לְבֶן-אֲמָתֶךָ. 16 O turn unto me, and be gracious unto me; give Thy strength unto Thy servant, and save the son of Thy handmaid.
יז  עֲשֵׂה-עִמִּי אוֹת,    לְטוֹבָה:
וְיִרְאוּ שֹׂנְאַי וְיֵבֹשׁוּ--    כִּי-אַתָּה יְהוָה, עֲזַרְתַּנִי וְנִחַמְתָּנִי.
17 Work in my behalf a sign for good; {N}
that they that hate me may see it, and be put to shame, because Thou, LORD, hast helped me, and comforted me. {P}

Pi;ροσευχὴ τῷ Δαυΐδ. - ΚΛΙΝΟΝ, Κύριε, τὸ οὖς σου καὶ ἐπάκουσόν μου, ὅτι πτωχὸς καὶ πένης εἰμὶ ἐγώ. 2 φύλαξον τὴν ψυχήν μου, ὅτι ὅσιός εἰμι· σῶσον τὸν δοῦλόν σου, ὁ Θεός μου, τὸν ἐλπίζοντα ἐπὶ σέ. 3 ἐλέησόν με, Κύριε, ὅτι πρὸς σὲ κεκράξομαι ὅλην τὴν ἡμέραν. 4 εὔφρανον τὴν ψυχὴν τοῦ δούλου σου, ὅτι πρὸς σέ, Κύριε, ἦρα τὴν ψυχήν μου. 5 ὅτι σύ, Κύριε, χρηστὸς καὶ ἐπιεικὴς καὶ πολυέλεος πᾶσι τοῖς ἐπικαλουμένοις σε. 6 ἐνώτισαι, Κύριε, τὴν προσευχήν μου καὶ πρόσχες τῇ φωνῇ τῆς δεήσεώς μου. 7 ἐν ἡμέρᾳ θλίψεώς μου ἐκέκραξα πρὸς σέ, ὅτι ἐπήκουσάς μου. 8 οὐκ ἔστιν ὅμοιός σοι ἐν θεοῖς, Κύριε, καὶ οὐκ ἔστι κατὰ τὰ ἔργα σου. 9 πάντα τὰ ἔθνη, ὅσα ἐποίησας, ἥξουσι καὶ προσκυνήσουσιν ἐνώπιόν σου, Κύριε, καὶ δοξάσουσι τὸ ὄνομά σου. 10 ὅτι μέγας εἶ σὺ καὶ ποιῶν θαυμάσια, σὺ εἶ Θεὸς μόνος. 11 ὁδήγησόν με, Κύριε, ἐν τῇ ὁδῷ σου, καὶ πορεύσομαι ἐν τῇ ἀληθείᾳ σου· εὐφρανθήτω ἡ καρδία μου τοῦ φοβεῖσθαι τὸ ὄνομά σου. 12 ἐξομολογήσομαί σοι, Κύριε ὁ Θεός μου, ἐν ὅλῃ καρδίᾳ μου, καὶ δοξάσω τὸ ὄνομά σου εἰς τὸν αἰῶνα. 13 ὅτι τὸ ἔλεός σου μέγα ἐπ᾿ ἐμὲ καὶ ἐρρύσω τὴν ψυχήν μου ἐξ ᾅδου κατωτάτου. 14 ὁ Θεός, παράνομοι ἐπανέστησαν ἐπ᾿ ἐμέ, καὶ συναγωγὴ κραταιῶν ἐζήτησαν τὴν ψυχήν μου καὶ οὐ προέθεντό σε ἐνώπιον αὐτῶν. 15 καὶ σύ, Κύριε ὁ Θεός μου, οἰκτίρμων καὶ ἐλεήμων, μακρόθυμος καὶ πολυέλεος καὶ ἀληθινός. 16 ἐπίβλεψον ἐπ᾿ ἐμὲ καὶ ἐλέησόν με, δὸς τὸ κράτος σου τῷ παιδί σου καὶ σῶσον τὸν υἱὸν τῆς παιδίσκης σου. 17 ποίησον μετ᾿ ἐμοῦ σημεῖον εἰς ἀγαθόν, καὶ ἰδέτωσαν οἱ μισοῦντές με καὶ αἰσχυνθήτωσαν, ὅτι σύ, Κύριε, ἐβοήθησάς μοι καὶ παρεκάλεσάς με.