BIJBELBOEK RECHTERS 20 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van Rechters : - Re 1 - Re 2 - Re 3 - Re 4 - Re 5 - Re 6 - Re 7 - Re 8 - Re 9 - Re 10 - Re 11 - Re 12 - Re 13 - Re 14 - Re 15 - Re 16 - Re 17 - Re 18 - Re 19 - Re 20 - Re 21 -
Tekstuitleg per pericope :
Overzicht vers per vers : - Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -

() Re 20,1 . () Re 20,2 . () Re 20,3 . () Re 20,4 . () Re 20,5 . () Re 20,6 . () Re 20,7 . () Re 20,8 . () Re 20,9 . () Re 20,10 . () Re 20,11 . () Re 20,12 . () Re 20,13 . () Re 20,14 . () Re 20,15 . () Re 20,16 . () Re 20,17 . () Re 20,18 . () Re 20,19 . () Re 20,20 . () Re 20,21 . () Re 20,22 . () Re 20,23 . () Re 20,24 . () Re 20,25 . () Re 20,26 . () Re 20,27 . () Re 20,28 . () Re 20,29 . () Re 20,30 . () Re 20,31 . () Re 20,32 . () Re 20,33 . () Re 20,34 . () Re 20,35 . () Re 20,36 . () Re 20,37 . () Re 20,38 . () Re 20,39 . () Re 20,40 . () Re 20,41 . () Re 20,42 . () Re 20,43 . () Re 20,44 . () Re 20,45 . () Re 20,46 . () Re 20,47 . () Re 20,48 .

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,
Overzicht NT
: NT : overzicht , NT : taalgebruik - NT A - NT B - NT C - NT D - NT E - NT F - NT G - NT H - NT I - NT J - NT K - NT L - NT M - NT N - NT O - NT P - NT Q - NT R - NT S - NT T - NT U - NT V - NT W - NT X - NT Y - NT Z - NT : commentaar .


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
     
 
http://www.bible-history.com/isbe/ http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm Studiebijbel 3 Luther-Bibel 1984      
bijbelvertalingen Lexilogos De Griekse bijbel bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat
Bibliografie
Literatuur
Liturgisch gebruik

Overzicht van de bijbelboeken - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -
- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken: - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

- Re 20,1-48 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -

Re 20,1 - Re 20,1 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
1kai exèlthon pantes oi uioi israèl kai exekklèsiasthè pasa è sunagôgè ôs anèr eis apo dan kai eôs bèrsabee kai gè galaad pros kurion eis massèfa 1 egressi sunt itaque omnes filii Israhel et pariter congregati quasi vir unus de Dan usque Bersabee et terra Galaad ad Dominum in Maspha         20:1 Dan trekken alle zonen Israël uit en vergadert zich de samenkomst als één man, van Dan tot Beëer Sjeva en het land van de Gilead,- bij de Ene te Mitspa. Richteren 1. Tous les Israélites sortirent donc, et, comme un seul homme, toute la communauté se réunit, depuis Dan jusqu'à Bersabée et le pays de Galaad, auprès de Yahvé à Miçpa.

MT :

King James Bible . [1] Then all the children of Israel went out, and the congregation was gathered together as one man, from Dan even to Beer-sheba, with the land of Gilead, unto the LORD in Mizpeh.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Re 20,1 . Muispa : een wachtpost in de steppe . hbr : broeder . als één man (rMadrid ; jongerendagen) Bij den Here (

Re 20,1.1. wajjetsë´û (en zij gingen uit) < waw consecutivum en qal actief imperfectum derde persoon mann. meervoud van het werkw. jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Ex : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 70 , aleph = 1 ; totaal : 29 OF 81 (3³ X 3²) . Structuur : 1 - 7 - 1 . De Griekse vertaling van jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) is vaak een vorm van het werkw. exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in de LXX : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in het NT : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Een vorm van exagô (uitleiden, naar buiten leiden) in de LXX (221) , in het NT (12) . Tenakh (56) . Pentateuch (14) . Eerdere Profeten (31) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (3) . Re (8) : (1) Re 3,19 . (2) Re 9,27 . (3) Re 11,3 . (4) Re 15,19 . (5) Re 20,1 . (6) Re 20,21 . (7) Re 20,31 . (8) Re 21,24 .

Re 20,1.2. kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (2709) . Pentateuch (824) . Eerdere Profeten (584) . Latere Profeten (505) . 12 Kleine Profeten (104) . Geschriften (692) . Gr. pas , pasa, pan (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. heel, al, gans . D. al . E. whole . 2 K (81) . Re (78) . Re 20 (13) : (1) Re 20,1 . (2) Re 20,2 . (3) Re 20,8 . (4) Re 20,11 . (5) Re 20,16 . (6) Re 20,17 . (7) Re 20,25 . (8) Re 20,26 . (9) Re 20,35 . (10) Re 20,37 . (11) Re 20,44 . (12) Re 20,46 . (13) Re 20,48 .

Re 20,1.1. - 2. wajjetsë´û kl (en zij (allen) gingen uit) . Ex 35,20 : wajjetsë´û kl `ädath bëne(j) jishërâ´el (en de hele ghemeenschap van de Israëlieten trok uit) . Re 20,1 : wajjetsë´û bëne(j) jishërâ´el (en alle Israëlieten trokken uit) .

Re 20,1.4. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (2044) . Pentateuch (502) . Eerdere Profeten (765) . Latere Profeten (350) . 12 Kleine Profeten (89) . Geschriften (337) . Joz (131) . Re (133) . Re 20 (32) : (1) Re 20,1 . (2) Re 20,2 . (3) Re 20,3 . (4) Re 20,6 . (5) Re 20,7 . (6) Re 20,10 . (7) Re 20,11 . (8) Re 20,12 . (9) Re 20,13 . (10) Re 20,14 . (11) Re 20,17 . (12) Re 20,18 . (13) Re 20,19 . (14) Re 20,20 . (15) Re 20,22 . (16) Re 20,23 . (17) Re 20,24 . (18) Re 20,25 . (19) Re 20,26 . (20) Re 20,27 . (21) Re 20,29 . (22) Re 20,30 . (23) Re 20,32 . (24) Re 20,33 . (25) Re 20,34 . (26) Re 20,35 . (27) Re 20,36 . (28) Re 20,38 . (29) Re 20,39 . (30) Re 20,41 . (31) Re 20,42 . (32) Re 20,48 .

Re 20,1.3. - 4. bëne(j) jishërâ´el (Israëlieten) . Tenakh (109) . Re (21/101 en 21/133) : (1) Re 2,6 . (2) Re 2,11 . (3) Re 3,7 . (4) Re 3,8 . (5) Re 3,9 . (6) Re 3,14 . (7) Re 3,15 . (8) Re 3,27 . (9) Re 4,3 . (10) Re 6,1 . (11) Re 6,6 . (12) Re 6,7 . (13) Re 10,15 . (14) Re 20,3 . (15) Re 20,19 . (16) Re 20,23 . (17) Re 20,24 . (18) Re 20,27 . (19) Re 20,30 . (20) Re 20,35 . (21) Re 21,18 . EN Tenakh (419) . Re (33) . Re 20 (7) : (1) Re 20,1 . (2) Re 20,3 . (3) Re 20,7 . (4) Re 20,13 . (5) Re 20,14 . (6) Re 20,18 . (7) Re 20,26 .

Re 20,1.15. - 16. ´èl JHWH (naar JHWH, tot JHWH) . Tenakh (160) . Re (15) : (1) Re 3,9 . (2) Re 3,15 . (3) Re 4,3 . (4) Re 6,6 . (5) Re 6,7 . (6) Re 10,10 . (7) Re 10,15 . (8) Re 11,35 . (9) Re 11,36 . (10) Re 13,8 . (11) Re 15,18 . (12) Re 16,28 . (13) Re 20,1 . (14) Re 21,5 (2X) . (15) Re 21,5 .

Re 20,2 - Re 20,2 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
2kai estè to klima pantos tou laou pasai ai fulai israèl en tè ekklèsia tou laou tou theou tetrakosiai chiliades andrôn pezôn spômenôn romfaian 2 omnesque anguli populorum et cunctae tribus Israhel in ecclesiam populi Dei convenerunt quadringenta milia peditum pugnatorum         20:2 Dan posteren zich de hoekstenen van heel de gemeente, van alle stammen van Israël in een vergadering van de gemeente van God: vierhonderdduizend man zwaardtrekkend voetvolk. • 2. Les chefs de tout le peuple, toutes les tribus d'Israël assistèrent à l'assemblée du peuple de Dieu, quatre cent mille hommes de pied, sachant tirer l'épée.

King James Bible . [2] And the chief of all the people, even of all the tribes of Israel, presented themselves in the assembly of the people of God, four hundred thousand footmen that drew sword.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Hoekstenen, legerhoofden, voetvolk , trekken, hanteren het zwaard chârèb (laatse woord) .

Re 20,3 - Re 20,3 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
3kai èkousan oi uioi beniamin oti anebèsan oi uioi israèl pros kurion eis massèfa kai eipan oi uioi israèl lalèsate pou egeneto è kakia autè 3 nec latuit filios Beniamin quod ascendissent filii Israhel in Maspha interrogatusque Levita maritus mulieris interfectae quomodo tantum scelus perpetratum esset         20:3 De zonen van Benjamin horen dat de zonen van Israël zijn opgeklommen naar Mitspa; de zonen van Israël zeggen: spreekt!- hoe heeft dit kwaad kunnen geschieden?! 3. Les Benjaminites apprirent que les Israélites étaient montés à Miçpa... Les Israélites dirent alors : « Racontez-nous comment ce crime a été commis! »

King James Bible . [3] (Now the children of Benjamin heard that the children of Israel were gone up to Mizpeh.) Then said the children of Israel, Tell us, how was this wickedness?
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Benjamin is op de hoogte . Hoe is dit kwaad is geschied . Zij hebben dit vlees gekregen .

6. - 7. bëne(j) jishërâ´el (Israëlieten) . Tenakh (109) . Re (21/101 en 21/133) : (1) Re 2,6 . (2) Re 2,11 . (3) Re 3,7 . (4) Re 3,8 . (5) Re 3,9 . (6) Re 3,14 . (7) Re 3,15 . (8) Re 3,27 . (9) Re 4,3 . (10) Re 6,1 . (11) Re 6,6 . (12) Re 6,7 . (13) Re 10,15 . (14) Re 20,3 . (15) Re 20,19 . (16) Re 20,23 . (17) Re 20,24 . (18) Re 20,27 . (19) Re 20,30 . (20) Re 20,35 . (21) Re 21,18 .

10. -11. bëne(j) jishërâ´el (Israëlieten) . Tenakh (109) . Re (21/101 en 21/133) : (1) Re 2,6 . (2) Re 2,11 . (3) Re 3,7 . (4) Re 3,8 . (5) Re 3,9 . (6) Re 3,14 . (7) Re 3,15 . (8) Re 3,27 . (9) Re 4,3 . (10) Re 6,1 . (11) Re 6,6 . (12) Re 6,7 . (13) Re 10,15 . (14) Re 20,3 . (15) Re 20,19 . (16) Re 20,23 . (17) Re 20,24 . (18) Re 20,27 . (19) Re 20,30 . (20) Re 20,35 . (21) Re 21,18 .

Re 20,4 - Re 20,4 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
4kai apekrithè o anèr o leuitès o anèr tès gunaikos tès pefoneumenès kai eipen eis gabaa tès beniamin èlthon egô kai è pallakè mou katalusai 4 respondit veni in Gabaa Beniamin cum uxore mea illucque deverti         20:4 Dan antwoordt de man, de Leviet, de man van de vrouw die vermoord is, en zegt: in Gibea dat van Benjamin is kwam ik aan, ikzelf en mijn bijvrouw, om te overnachten; 4. Le lévite, le mari de la femme qui avait été tuée, prit la parole et dit : « J'étais venu avec ma concubine à Gibéa de Benjamin pour y passer la nuit.

King James Bible . [4] And the Levite, the husband of the woman that was slain, answered and said, I came into Gibeah that belongeth to Benjamin, I and my concubine, to lodge.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van verdubbeling , ik en mijn bijvrouw ,

Re 20,5 - Re 20,5 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
5kai anestèsan ep' eme oi andres oi para tès gabaa kai periekuklôsan ep' eme tèn oikian nuktos kai eme èthelèsan apokteinai kai tèn pallakèn mou etapeinôsan kai enepaixan autè kai apethanen 5 et ecce homines civitatis illius circumdederunt nocte domum in qua manebam volentes me occidere et uxorem meam incredibili libidinis furore vexantes denique mortua est         20:5 maar de heren van Gibea stonden tegen mij op en omringden 's nachts het huis met kwaad in de zin tegen mij; mij dachten ze om te brengen maar ze hebben mijn bijvrouw zó vernederd dat zij stierf; 5. Les habitants de Gibéa se sont soulevés contre moi et, pendant la nuit, ils ont entouré la maison où j'étais; moi, ils voulaient me tuer et, quant à ma concubine, ils lui ont fait violence au point qu'elle en est morte.

King James Bible . [5] And the men of Gibeah rose against me, and beset the house round about upon me by night, and thought to have slain me: and my concubine have they forced, that she is dead.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. wajjâqumû (en zij stonden op) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. qûm (opstaan) . Taalgebruik in Tenakh : qûm (opstaan) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 146 (2 X 73) . Structuur : 100 - 6 - 40 OF 1 - 6 - 4 . Tenakh (27) . Pentateuch (6) . Eerdere Profeten (14) . Latere Profeten ( 1) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (6) . Eerdere Profeten (14) : (1) Joz 18,4 . (2) Joz 18,8 . (3) Re 20,5 . (4) Re 20,18 . (5) 1 S 17,52 . (6) 1 S 28,25 . (7) 2 S 2,15 . (8) 2 S 12,17 . (9) 2 S 13,29 . (10) 1 K 1,49 . (11) 1 K 11,18 . (12) 2 K 3,24 . (13) 2 K 12,21 . (14) 2 K 25,26 .

16. waththâmâth / waththâmoth (en zij stierf) < wë + .act. qal imperfectum derde persoon vrouwelijk enkelvoud van het werkw. mwth (sterven, ondergaan) . Taalgebruik in Tenakh : mwth (sterven, ondergaan) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , waw = 6 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 41 OF 446 (2 X 223) . Structuur : 4 - 6 - 4 . Tenakh (9) : : (1) Gn 23,2 (Sara) . (2) Gn 35,8 (Debora , de voedster van Rebekka) . (3) Gn 35,19 (Rachel) . (4) Gn 38,12 (Juda's vrouw , de dochter van Sua) . (5) Nu 20,1 (Mirjam) . (6) Re 20,5 (de bijvrouw van een Leviet) . (7) Js 50,2 . (8) Ez 24,18 . (9) 1 Kr 2,19 (Azuba , de vrouw van Kaleb) .

Re 20,6 - Re 20,6 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
6kai epelabomèn tès pallakès mou kai emelisa autèn kai exapesteila en panti oriô klèronomias israèl oti epoièsan afrosunèn en tô israèl 6 quam arreptam in frusta concidi misique partes in omnes terminos possessionis vestrae quia numquam tantum nefas et tam grande piaculum factum est in Israhel         20:6 ik greep mijn bijvrouw, deelde haar in stukken en zond haar uit door elk veld van Israëls erfdeel,- omdat ze bij Israël schandalig en dwaas hebben gedaan; 6. J'ai pris alors ma concubine, je l'ai coupée en morceaux et je l'ai envoyée dans toute l'étendue de l'héritage d'Israël, car ils ont commis une chose honteuse et une infamie en Israël.

King James Bible . [6] And I took my concubine, and cut her in pieces, and sent her throughout all the country of the inheritance of Israel: for they have committed lewdness and folly in Israel.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

13. bëjishërâ´el (in/tegen Israël) < voorzetsel be + jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (118) . Pentateuch (22) . Eerdere Profeten (63) . Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (16) . Re (21) : (1) Re 2,14 . (2) Re 2,20 . (3) Re 3,8 . (4) Re 5,2 . (5) Re 5,7 . (6) Re 5,8 . (7) Re 5,11 . (8) Re 6,4 . (9) Re 10,7 . (10) Re 11,39 . (11) Re 14,4 . (12) Re 17,6 . (13) Re 18,1 . (14) Re 18,19 . (15) Re 19,1 . (16) Re 20,6 . (17) Re 20,10 . (18) Re 20,21 . (19) Re 20,31 . (20) Re 21,3 . (21) Re 21,25 .

Re 20,7 - Re 20,7 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
7idou pantes umeis oi uioi israèl dote eautois logon kai boulèn 7 adestis omnes filii Israhel decernite quid facere debeatis         20:7 ziehier, allen zijt gij zonen van Israël; zoekt zelf maar woord en raad hierover! 7. Vous voici tous ici, Israélites. Consultez-vous et ici même prenez une décision. »

King James Bible . [7] Behold, ye are all children of Israel; give here your advice and counsel.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Tenakh : hen / hinneh (zie) . Taalgebruik in Jesaja : hen / hinneh (zie) . Getalwaarde : he = 5 , nun = 14 of 50 ; totaal : 19 OF 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 5 . Gr. idou (zie) . Taalgebruik in het NT : idou (zie) . Taalgebruik in LXX : idou (zie) . Lat. ecce . E. behold. D. Siehe . Fr. voici < vois ici . idou (zie) in de LXX (1145) , in het NT (200) . Tenakh (495) . Pentateuch (96) . Eerdere Profeten (153) . Latere Profeten (140) . 12 Kleine Profeten (29) . Geschriften (77) . Re (21) : (1) Re 1,2 . (2) Re 6,15 . (3) Re 6,37 . (4) Re 7,13 . (5) Re 8,15 . (6) Re 9,31 . (7) Re 9,36 . (8) Re 9,37 . (9) Re 13,3 . (10) Re 13,10 . (11) Re 14,16 . (12) Re 16,2 . (13) Re 16,10 . (14) Re 16,13 . (15) Re 17,2 . (16) Re 18,12 . (17) Re 19,9 . (18) Re 19,12 . (19) Re 19,24 . (20) Re 20,7 . (21) Re 21,19 .

3. - 4. bëne(j) jishërâ´el (Israëlieten) . Tenakh (109) . Re (21/101 en 21/133) : (1) Re 2,6 . (2) Re 2,11 . (3) Re 3,7 . (4) Re 3,8 . (5) Re 3,9 . (6) Re 3,14 . (7) Re 3,15 . (8) Re 3,27 . (9) Re 4,3 . (10) Re 6,1 . (11) Re 6,6 . (12) Re 6,7 . (13) Re 10,15 . (14) Re 20,3 . (15) Re 20,19 . (16) Re 20,23 . (17) Re 20,24 . (18) Re 20,27 . (19) Re 20,30 . (20) Re 20,35 . (21) Re 21,18 . EN Tenakh (419) . Re (33) . Re 20 (7) : (1) Re 20,1 . (2) Re 20,3 . (3) Re 20,7 . (4) Re 20,13 . (5) Re 20,14 . (6) Re 20,18 . (7) Re 20,26 .

Re 20,8 - Re 20,8 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
8kai anestè pas o laos ôs anèr eis legôn ouk eiseleusometha anèr eis to skènôma autou kai ouk ekklinoumen anèr eis ton oikon autou 8 stansque omnis populus quasi unius hominis sermone respondit non recedemus in tabernacula nostra nec suam quisquam intrabit domum         20:8 Dan staat heel de gemeente als één man op en zegt: niet gaan we ieder naar zijn tent, niet wijken we uit, ieder naar zijn huis!- 8. Tout le peuple se leva comme un seul homme en disant : « Personne d'entre nous ne regagnera sa tente, personne d'entre nous ne retournera dans sa maison!

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van [8] And all the people arose as one man, saying, We will not any of us go to his tent, neither will we any of us turn into his house.

1. w-j-q-m . qûm (opstaan) . Taalgebruik in Tenakh : qûm (opstaan) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 146 (2 X 73) . Structuur : 100 - 6 - 40 OF 1 - 6 - 4 . (1) wajjâqâm (en hij stond op) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. (2) wajjaqèm (en hij deed opstaan) < wë + act. hiufil 3de pers. mann. enk. . Tenakh (125) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (76) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (19) . Re (21) : (1) Re 2,10 . (2) Re 2,16 . (3) Re 3,9 . (4) Re 3,15 Re 3,15 . (5) Re 3,20 . (6) Re 8,21 . (7) Re 9,34 . (8) Re 9,35 . (9) Re 9,43 . (10) Re 10,1 . (11) Re 10,3 . (12) Re 13,11 . (13) Re 16,3 . (14) Re 19,3 . (15) Re 19,5 . (16) Re 19,7 . (17) Re 19,9 . (18) Re 19,10 . (19) Re 19,27 . (20) Re 19,28 . (21) Re 20,8 .

Re 20,9 - Re 20,9 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
9kai nun touto to rèma o poièsomen tè gabaa anabèsometha ep' autèn en klèrô 9 sed hoc contra Gabaa in commune faciemus         20:9 nu is dit het woord dat wij aan Gibea zullen doen: op haar af volgens het lot!- 9. Maintenant, voici ce que nous allons faire contre Gibéa. Nous tirerons au sort,

King James Bible . [9] But now this shall be the thing which we will do to Gibeah; we will go up by lot against it;
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,10 - Re 20,10 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
10kai lèmpsometha deka andras tois ekaton kai ekaton tois chiliois kai chilious tois muriois labein episitismon tô laô tois eisporeuomenois epitelesai tè gabaa tou beniamin kata pasan tèn afrosunèn èn epoièsan en israèl 10 decem viri eligantur e centum ex omnibus tribubus Israhel et centum de mille et mille de decem milibus ut conportent exercitui cibaria et possimus pugnantes contra Gabaa Beniamin reddere ei pro scelere quod meretur         20:10 nemen zullen we tien mannen per honderdtal van alle stammen van Israël, honderd per duizendtal en duizend per tienduizend om proviand te halen voor de gemeente,- om na hun aankomst aan Gibea van Benjamin te doen overeenkomstig al het dwaze dat zij bij Israël hebben gedaan! 10. et nous prendrons dans toutes les tribus d'Israël dix hommes sur cent, cent sur mille et mille sur dix mille, ils chercheront des vivres pour le peuple, pour que dès leur arrivée, celui-ci traite Gibéa de Benjamin selon l'infamie qu'elle a commise en Israël. »

King James Bible . [10] And we will take ten men of an hundred throughout all the tribes of Israel, and an hundred of a thousand, and a thousand out of ten thousand, to fetch victual for the people, that they may do, when they come to Gibeah of Benjamin, according to all the folly that they have wrought in Israel.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

23. bëjishërâ´el (in/tegen Israël) < voorzetsel be + jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (118) . Pentateuch (22) . Eerdere Profeten (63) . Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (16) . Re (21) : (1) Re 2,14 . (2) Re 2,20 . (3) Re 3,8 . (4) Re 5,2 . (5) Re 5,7 . (6) Re 5,8 . (7) Re 5,11 . (8) Re 6,4 . (9) Re 10,7 . (10) Re 11,39 . (11) Re 14,4 . (12) Re 17,6 . (13) Re 18,1 . (14) Re 18,19 . (15) Re 19,1 . (16) Re 20,6 . (17) Re 20,10 . (18) Re 20,21 . (19) Re 20,31 . (20) Re 21,3 . (21) Re 21,25 .

Re 20,11 - Re 20,11 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
11kai sunèchthè pas anèr israèl ek tôn poleôn ôs anèr eis erchomenoi 11 convenitque universus Israhel ad civitatem quasi unus homo eadem mente unoque consilio         20:11 Zo verzamelt zich alle manvolk van Israël tegen de stad, als één man verbonden. • 11. Ainsi s'assemblèrent contre la ville tous les gens d'Israël, unis comme un seul homme.

King James Bible . [11] So all the men of Israel were gathered against the city, knit together as one man.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,12 - Re 20,12 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
12kai exapesteilan ai fulai israèl andras en pasè fulè beniamin legontes tis è kakia autè è genomenè en umin 12 et miserunt nuntios ad omnem tribum Beniamin qui dicerent cur tantum nefas in vobis reppertum est         20:12 Dan zenden de stammen van Israël mannen uit door heel de stammen van Benjamin, om te zeggen: wat is dit voor een kwaad dat bij u geschied is?- 12. Les tribus d'Israël envoyèrent des émissaires dans toute la tribu de Benjamin pour dire : « Quel est ce crime qui a été commis parmi vous ?

King James Bible . [12] And the tribes of Israel sent men through all the tribe of Benjamin, saying, What wickedness is this that is done among you?
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,13 - Re 20,13 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
13kai nun dote tous andras tous asebeis tous en gabaa tous uious belial kai thanatôsomen autous kai exaroumen kakian ex israèl kai ouk èthelèsan oi uioi beniamin eisakousai tès fônès tôn adelfôn autôn tôn uiôn israèl 13 tradite homines de Gabaa qui hoc flagitium perpetrarunt ut moriantur et auferatur malum de Israhel qui noluerunt fratrum suorum filiorum Israhel audire mandatum         20:13 geeft die mannen, die Belialszonen uit Gilead, over, zodat wij ze kunnen doden en zo het kwaad uit Israël wegbranden! Maar die van Benjamin hebben niet willen horen naar de stem van hun broeders, de zonen van Israël. 13. Maintenant, livrez ces hommes, ces vauriens, qui sont à Gibéa, pour que nous les mettions à mort et que nous fassions disparaître le mal du milieu d'Israël. » Mais les Benjaminites ne voulurent pas écouter leurs frères les Israélites.

King James Bible . [13] Now therefore deliver us the men, the children of Belial, which are in Gibeah, that we may put them to death, and put away evil from Israel. But the children of Benjamin would not hearken to the voice of their brethren the children of Israel:
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,14 - Re 20,14 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
14kai sunèchthèsan oi uioi beniamin ek tôn poleôn autôn eis gabaa exelthein tou polemèsai meta uiôn israèl 14 sed ex cunctis urbibus quae suae sortis erant convenerunt in Gabaa ut illis ferrent auxilium et contra universum Israhel populum dimicarent         20:14 En de zonen van Benjamin verzamelen zich uit hun steden naar Gibea om uit te trekken voor oorlog met de zonen van Israël. 14. Les Benjaminites, quittant leurs villes, s'assemblèrent à Gibéa pour combattre les Israélites.

King James Bible . [14] But the children of Benjamin gathered themselves together out of the cities unto Gibeah, to go out to battle against the children of Israel.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,15 - Re 20,15 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
15kai epeskepèsan oi uioi beniamin en tè èmera ekeinè ek tôn poleôn eikosi kai pente chiliades andrôn spômenôn romfaian chôris tôn katoikountôn tèn gabaa outoi epeskepèsan eptakosioi andres neaniskoi eklektoi 15 inventique sunt viginti quinque milia de Beniamin educentium gladium praeter habitatores Gabaa         20:15 De zonen van Benjamin die op die dag uit de steden aanmonsteren zijn zesentwintig duizendtallen zwaardtrekkend manvolk,- nog niet meegerekend dat uit de ingezetenen van Gibea hebben aangemonsterd: zeven honderdtallen uitgelezen manvolk. 15. En ce jour-là, on dénombra les Benjaminites venus des diverses villes, ils étaient vingt-six mille hommes sachant tirer l'épée; c'est à part des habitants de Gibéa qu'ils furent dénombrés.

King James Bible . [15] And the children of Benjamin were numbered at that time out of the cities twenty and six thousand men that drew sword, beside the inhabitants of Gibeah, which were numbered seven hundred chosen men.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,16 - Re 20,16 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
16amfoterodexioi pantes outoi sfendonètai ballontes lithous pros tèn tricha kai ou diamartanontes 16 qui septingenti erant viri fortissimi ita sinistra ut dextra proeliantes et sic fundis ad certum iacientes lapides ut capillum quoque possent percutere et nequaquam in alteram partem ictus lapidis deferretur         20:16 Uit heel de manschap zeven honderdtallen uitgelezen manvolk met een gebrek aan de rechterhand,- maar al dezen met de steen slingerend naar een haar zonder te missen. • 16. Dans toute cette armée, il y avait sept cents hommes d'élite gauchers. Tous ceux-ci, avec la pierre de leur fronde, étaient capables de viser un cheveu sans le manquer.

King James Bible . [16] Among all this people there were seven hundred chosen men lefthanded; every one could sling stones at an hair breadth, and not miss.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,17 - Re 20,17 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
17kai pas anèr israèl epeskepèsan chôris tôn uiôn beniamin tetrakosiai chiliades andrôn spômenôn romfaian pantes outoi andres polemistai 17 virorum quoque Israhel absque filiis Beniamin inventa sunt quadringenta milia educentium gladios et paratorum ad pugnam         20:17 De mannen van Israël die hebben aangemonsterd: behalve uit Benjamin vierhonderdduizend man zwaardtrekkend,- al dezen zijn mannen van oorlog. 17. Les gens d'Israël furent également dénombrés, sans compter Benjamin; ils étaient quatre cent mille, sachant tirer l'épée, tous gens de guerre.

King James Bible . [17] And the men of Israel, beside Benjamin, were numbered four hundred thousand men that drew sword: all these were men of war.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,18 - Re 20,18 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
18kai anestèsan kai anebèsan eis baithèl kai epèrôtèsan en tô theô kai eipan oi uioi israèl tis anabèsetai èmin afègoumenos polemèsai meta beniamin kai eipen kurios ioudas anabèsetai afègoumenos 18 qui surgentes venerunt in domum Dei hoc est in Silo consulueruntque eum atque dixerunt quis erit in exercitu nostro princeps certaminis contra filios Beniamin quibus respondit Dominus Iudas sit dux vester         20:18 Ze staan op, klimmen op naar Bet El en stellen een vraag aan God; de zonen van Israël zeggen: wie zal voor ons als eerste opklimmen ten oorlog met de zonen van Benjamin? De Ene zegt: als eerste Juda! 18. Ils se mirent en marche pour monter à Béthel, pour consulter Dieu : « Qui de nous montera le premier au combat contre les Benjaminites ? » demandèrent les Israélites. Et Yahvé répondit : « C'est Juda qui montera le premier. »

King James Bible . [18] And the children of Israel arose, and went up to the house of God, and asked counsel of God, and said, Which of us shall go up first to the battle against the children of Benjamin? And the LORD said, Judah shall go up first.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Re 20,18 .

1. wajjâqumû (en zij stonden op) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. qûm (opstaan) . Taalgebruik in Tenakh : qûm (opstaan) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 146 (2 X 73) . Structuur : 100 - 6 - 40 OF 1 - 6 - 4 . Tenakh (27) . Pentateuch (6) . Eerdere Profeten (14) . Latere Profeten ( 1) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (6) . Eerdere Profeten (14) : (1) Joz 18,4 . (2) Joz 18,8 . (3) Re 20,5 . (4) Re 20,18 . (5) 1 S 17,52 . (6) 1 S 28,25 . (7) 2 S 2,15 . (8) 2 S 12,17 . (9) 2 S 13,29 . (10) 1 K 1,49 . (11) 1 K 11,18 . (12) 2 K 3,24 . (13) 2 K 12,21 . (14) 2 K 25,26 .

2 . wajja`älû (en wij gaan) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . (1) `âlâh (hij ging op) . act. qal perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . (2) `äleh (ga) . act. qal imperatief tweede persoon mannelijk enkelvoud . (3) `olâh (brandoffer) . Tenakh (66) . Pentateuch (14) . Eerdere Profeten (39) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (7) . Re (17) : (1) Re 1,22 . (2) Re 4,5 . (3) Re 6,35 . (4) Re 9,51 . (5) Re 15,6 . (6) Re 15,9 . (7) Re 16,5 . (8) Re 16,8 . (9) Re 16,18 . (10) Re 16,31 . (11) Re 18,12 . (12) Re 18,17 . (13) Re 20,18 . (14) Re 20,23 . (15) Re 20,26 . (16) Re 20,30 . (17) Re 21,4 .

3. - 4. be(j)th ´el (Betel) . Tenakh (7) : (1) Gn 35,1 . (2) Re 20,18 . (3) Re 20,26 . (4) Re 20,31 . (5) Ezr 2,28 . (6) Neh 7,32 . (7) Am 4,4 .

5. wajjisjë´älû (en zij vroegen) < wë + act. qal 3de pers. mann. mv. van het werkw. sjâ´al (verlangen, eisen, vragen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâ´al (verlangen, eisen, vragen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 331 (priemgetal) . Structuur : 3 - 1 - 3 . Tenakh (11) : (1) Gn 26,7 . (2) Ex 11,2 . (3) Ex 12,35 . (4) Ex 18,7 . (5) Re 1,1 . (6) Re 18,15 . (7) Re 20,18 . (8) Re 20,23 . (9) Re 20,27 . (10) 1 S 10,22 . (11) Jr 38,27 .

10. mî (wie) . Taalgebruik in Tenakh : mî (wie) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 4 - 1 . Spiegelbeeld van j-m / jâm (zee, meer, stroom) . Taalgebruik in Tenakh : jâm (zee, meer, stroom) . Getalwaarde : jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 1 - 4 . In de medeklinkers m-j-m zitten de woorden m-j (mî = wie) , j-m (jâm = zee) , m-j-m (water) ; in sjâmajim (hemel) zit het woord m-j-m (water) . Zie : majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . EN : sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Tenakh (348) . Pentateuch (59) . Eerdere Profeten (70) . Latere Profeten (82) . 12 Kleine Profeten (17) . Geschriften (120) . Re (13) : (1) Re 1,1 . (2) Re 5,19 . (3) Re 6,29 . (4) Re 7,3 . (5) Re 9,28 . (6) Re 9,38 . (7) Re 10,18 . (8) Re 13,17 . (9) Re 15,6 . (10) Re 18,3 . (11) Re 20,18 . (12) Re 21,5 . (13) Re 21,8 .

11. act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. ja`älah / ja`älèh (hij zal opgaan) van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . . Tenakh (56) . Pentateuch (8) . Eerdere Profeten (18) . Latere Profeten (18) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (10) . Re (4) : (1) Re 1,1 . (2) Re 1,2 . (3) Re 13,5 . (4) Re 20,18 . Een vorm van `âlâh (opgaan, opklimmen) in Re 1 (6) : (1) Re 1,1 . (2) Re 1,2 . (3) Re 1,3 . (4) Re 1,4 . (5) Re 1,16 . (6) Re 1,22 .

10. - 11. mî ja`älah (wie zal opgaan ?) . Tenakh (5) : (1) Dt 30,12 . (2) Re 1,1 . (3) Re 20,18 . (4) 1 S 6,20 . (5) Ps 24,3 .

12. lânû (voor ons) , prefix voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw. 1ste pers. mv. . Zie : Taalgebruik in Tenakh : lî (voor mij) . Tenakh (219) . Pentateuch (61) . Eerdere Profeten (62) . Latere Profeten (33) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (56) . Re (12) : (1) Re 1,1 . (2) Re 6,13 . (3) Re 8,1 . (4) Re 10,15 . (5) Re 11,6 . (6) Re 11,8 . (7) Re 14,15 . (8) Re 15,10 . (9) Re 15,11 . (10) Re 16,25 . (11) Re 18,19 . (12) Re 20,18 .

13. baththëchillâh (in het begin) < bë + ha + zelfst. naamw. thëchillâh (begin) . Taalgebruik in Tenakh : thëchillâh (begin) . Getalwaarde : thaw = 22 of 400 , chet = 8 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 47 OF 443 (priemgetal) . Structuur : 4 - 8 - 3 - 5 . Afgeleid van het wqerkw. châlal (beginnen) . Tenakh (9) : (1) Gn 13,3 . (2) Gn 41,21 . (3) Gn 43,18 . (4) Gn 43,20 . (5) Re 1,1 . (6) Re 20,18 . (7) 2 S 17,9 . (8) Da 8,1 . (9) Da 9,21 .

20. jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Tenakh : jëhûdâh (Juda) . Taalgebruik in Jesaja : jëhûdâh (Juda) . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , daleth = 4 ; totaal : 24 (2³ X 3) . Structuur : 1 - 5 - 4 - 5 . Tenakh (633) . Pentateuch (40) . Eerdere Profeten (178) . Latere Profeten (190) . 12 Kleine Profeten (53) . Geschriften (172) . Re (18) : (1) Re 1,2 . (2) Re 1,3 . (3) Re 1,4 . (4) Re 1,8 . (5) Re 1,9 . (6) Re 1,10 . (7) Re 1,16 . (8) Re 1,17 . (9) Re 1,18 . (10) Re 1,19 . (11) Re 15,10 . (12) Re 17,7 . (13) Re 17,8 . (14) Re 17,9 . (15) Re 19,1 . (16) Re 19,2 . (17) Re 19,18 . (18) Re 20,18 . bîhûdâh (in Juda, tegen Juda) . Re (3) : (1) Re 10,9 . (2) Re 15,9 . (3) Re 18,12 . mîhûdâh (uit Juda) . Re (1) Re 15,11 .

21. baththëchillâh (in het begin) < bë + ha + zelfst. naamw. thëchillâh (begin) . Taalgebruik in Tenakh : thëchillâh (begin) . Getalwaarde : thaw = 22 of 400 , chet = 8 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 47 OF 443 (priemgetal) . Structuur : 4 - 8 - 3 - 5 . Afgeleid van het wqerkw. châlal (beginnen) . Tenakh (9) : (1) Gn 13,3 . (2) Gn 41,21 . (3) Gn 43,18 . (4) Gn 43,20 . (5) Re 1,1 . (6) Re 20,18 . (7) 2 S 17,9 . (8) Da 8,1 . (9) Da 9,21 .

 

Re 20,19 - Re 20,19 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
19kai anestèsan oi uioi israèl kai parenebalon epi tèn gabaa 19 statimque filii Israhel surgentes mane castrametati sunt iuxta Gabaa         20:19 In de ochtend staan de zonen van Israël op,- en legeren zich voor Gibea. • 19. Au matin les Israélites se mirent en marche et ils dressèrent leur camp en face de Gibéa.

King James Bible . [19] And the children of Israel rose up in the morning, and encamped against Gibeah.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

2. - 3. bëne(j) jishërâ´el (Israëlieten) . Tenakh (109) . Re (21/101 en 21/133) : (1) Re 2,6 . (2) Re 2,11 . (3) Re 3,7 . (4) Re 3,8 . (5) Re 3,9 . (6) Re 3,14 . (7) Re 3,15 . (8) Re 3,27 . (9) Re 4,3 . (10) Re 6,1 . (11) Re 6,6 . (12) Re 6,7 . (13) Re 10,15 . (14) Re 20,3 . (15) Re 20,19 . (16) Re 20,23 . (17) Re 20,24 . (18) Re 20,27 . (19) Re 20,30 . (20) Re 20,35 . (21) Re 21,18 .

Re 20,20 - Re 20,20 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
20kai exèlthen pas anèr israèl eis polemon meta beniamin kai paretaxanto met' autôn eis polemon anèr israèl pros tèn gabaa 20 et inde procedentes ad pugnam contra Beniamin urbem obpugnare coeperunt         20:20 Het manvolk van Israël trekt uit, ten oorlog met Benjamin; ze stellen zich op in slagorde, het manvolk van Israël, ten oorlog tegen Gibea. 20. Les gens d'Israël s'avancèrent au combat contre Benjamin, ils se rangèrent en bataille en face de Gibéa.

King James Bible . [20] And the men of Israel went out to battle against Benjamin; and the men of Israel put themselves in array to fight against them at Gibeah.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,21 - Re 20,21 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
21kai exèlthon oi uioi beniamin ek tès poleôs kai dieftheiran en israèl en tè èmera ekeinè duo kai eikosi chiliadas andrôn epi tèn gèn 21 egressique filii Beniamin de Gabaa occiderunt de filiis Israhel die illo viginti duo milia viros         20:21 Maar dan doen de zonen van Benjamin een uitval uit Gibea,- en stichten op die dag verderf bij Israël: tweeëntwintigduizend man ter aarde. 21. Mais les Benjaminites sortirent de Gibéa et, ce jour-là, ils massacrèrent vingt-deux mille hommes d'Israël.

King James Bible . [21] And the children of Benjamin came forth out of Gibeah, and destroyed down to the ground of the Israelites that day twenty and two thousand men.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

7. bëjishërâ´el (in/tegen Israël) < voorzetsel be + jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (118) . Pentateuch (22) . Eerdere Profeten (63) . Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (16) . Re (21) : (1) Re 2,14 . (2) Re 2,20 . (3) Re 3,8 . (4) Re 5,2 . (5) Re 5,7 . (6) Re 5,8 . (7) Re 5,11 . (8) Re 6,4 . (9) Re 10,7 . (10) Re 11,39 . (11) Re 14,4 . (12) Re 17,6 . (13) Re 18,1 . (14) Re 18,19 . (15) Re 19,1 . (16) Re 20,6 . (17) Re 20,10 . (18) Re 20,21 . (19) Re 20,31 . (20) Re 21,3 . (21) Re 21,25 .

Re 20,22 - Re 20,22 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
22kai enischusen anèr israèl kai prosethento parataxasthai polemon en tô topô ô paretaxanto ekei en tè èmera tè prôtè 22 rursum filii Israhel et fortitudine et numero confidentes in eodem loco in quo prius certaverant aciem direxerunt         20:22 De gemeente, het manvolk van Israël, voelt zich gesterkt; ze gaan door en formeren een slagorde ten oorlog op de plaats waar ze een slagorde hebben geformeerd op de eerste dag. • 22. Alors l'armée des gens d'Israël reprit courage et de nouveau se rangea en bataille au même endroit que le premier jour.

King James Bible . [22] And the people the men of Israel encouraged themselves, and set their battle again in array in the place where they put themselves in array the first day.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

5. wajjosiphû (en zij voegden toe) < wë + act. hifil imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. jâsaph (toevoegen) . Taalgebruik in Tenakh : jâsaph (toevoegen) . Getalwaarde : jod = 10 , samekh = 15 of 60 , pe = 17 of 80 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) of 150 (2 X 3 X 5²) . Structuur : 1 - 6 - 8 . Tenakh (9) . Pentateuch (1) . Eerdere Profeten () . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (0) . Eerdere Profeten (7) : (1) Re 3,12 . (2) Re 4,1 . (3) Re 10,6 . (4) Re 13,1 . (5) Re 20,22 . (6) 2 S 3,34 . (7) 2 S 5,22 .

Re 20,23 - Re 20,23 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
23kai anebèsan oi uioi israèl kai eklausan enôpion kuriou eôs esperas kai epèrôtèsan en kuriô legontes ei prosthô proseggisai eis polemon meta beniamin tou adelfou mou kai eipen kurios anabète pros auton 23 ita tamen ut prius ascenderent et flerent coram Domino usque ad noctem consulerentque eum et dicerent debeo ultra procedere ad dimicandum contra filios Beniamin fratres meos an non quibus ille respondit ascendite ad eum et inite certamen         20:23 De zonen van Israël klimmen op en weeklagen tot aan de avond voor het aanschijn van de Ene; ze stellen de Ene een vraag en zeggen: zal ik doorgaan aan te treden voor de oorlog met zonen van mijn broeder Benjamin?- en de Ene zegt: klimt op tegen hen! 23. Les Israélites vinrent pleurer devant Yahvé jusqu'au soir, puis ils consultèrent Yahvé en disant : « Dois-je encore engager le combat contre les fils de Benjamin mon frère ? » Et Yahvé répondit : « Marchez contre lui! »

King James Bible . [23] (And the children of Israel went up and wept before the LORD until even, and asked counsel of the LORD, saying, Shall I go up again to battle against the children of Benjamin my brother? And the LORD said, Go up against him.)
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. wajja`älû (en zij gaan) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . (1) `âlâh (hij ging op) . act. qal perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . (2) `äleh (ga) . act. qal imperatief tweede persoon mannelijk enkelvoud . (3) `olâh (brandoffer) . Tenakh (66) . Pentateuch (14) . Eerdere Profeten (39) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (7) . Re (17) : (1) Re 1,22 . (2) Re 4,5 . (3) Re 6,35 . (4) Re 9,51 . (5) Re 15,6 . (6) Re 15,9 . (7) Re 16,5 . (8) Re 16,8 . (9) Re 16,18 . (10) Re 16,31 . (11) Re 18,12 . (12) Re 18,17 . (13) Re 20,18 . (14) Re 20,23 . (15) Re 20,26 . (16) Re 20,30 . (17) Re 21,4 .

2. - 3. bëne(j) jishërâ´el (Israëlieten) . Tenakh (109) . Re (21/101 en 21/133) : (1) Re 2,6 . (2) Re 2,11 . (3) Re 3,7 . (4) Re 3,8 . (5) Re 3,9 . (6) Re 3,14 . (7) Re 3,15 . (8) Re 3,27 . (9) Re 4,3 . (10) Re 6,1 . (11) Re 6,6 . (12) Re 6,7 . (13) Re 10,15 . (14) Re 20,3 . (15) Re 20,19 . (16) Re 20,23 . (17) Re 20,24 . (18) Re 20,27 . (19) Re 20,30 . (20) Re 20,35 . (21) Re 21,18 .

1. - 3. wajja`älû bëne(j) jishërâ´el (en Israëlieten gaan) . Tenakh (2) : (1) Re 20,23 . (2) Re 20,30 .

Re 20,24 - Re 20,24 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
24kai prosèlthosan oi uioi israèl pros beniamin en tè èmera tè deutera 24 cumque filii Israhel altero die contra Beniamin ad proelium processissent         20:24 Dan naderen de zonen van Israël tot de zonen van Benjamin op de tweede dag. 24. Le second jour les Israélites s'approchèrent donc des Benjaminites,

King James Bible . [24] And the children of Israel came near against the children of Benjamin the second day.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

2. - 3. bëne(j) jishërâ´el (Israëlieten) . Tenakh (109) . Re (21/101 en 21/133) : (1) Re 2,6 . (2) Re 2,11 . (3) Re 3,7 . (4) Re 3,8 . (5) Re 3,9 . (6) Re 3,14 . (7) Re 3,15 . (8) Re 3,27 . (9) Re 4,3 . (10) Re 6,1 . (11) Re 6,6 . (12) Re 6,7 . (13) Re 10,15 . (14) Re 20,3 . (15) Re 20,19 . (16) Re 20,23 . (17) Re 20,24 . (18) Re 20,27 . (19) Re 20,30 . (20) Re 20,35 . (21) Re 21,18 .

Re 20,25 - Re 20,25 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
25kai exèlthen beniamin eis apantèsin autôn ek tès gabaa en tè èmera tè deutera kai dieftheiren ek tou laou oktôkaideka chiliadas andrôn epi tèn gèn pantes outoi espasmenoi romfaian 25 eruperunt filii Beniamin de portis Gabaa et occurrentes eis tanta in illos caede baccati sunt ut decem et octo milia virorum educentium gladium prosternerent         20:25 Vanuit Gibea trekt op die tweede dag Benjamin uit, hun tegemoet; ze stichten nogmaals verderf bij de zonen van Israël: achttienduizend man ter aarde,- al dezen zijn zwaardtrekkers. 25. mais, en cette seconde journée, Benjamin sortit de Gibéa à leur rencontre et il massacra encore dix-huit mille hommes des Israélites; c'étaient tous des guerriers sachant tirer l'épée.

King James Bible . [25] And Benjamin went forth against them out of Gibeah the second day, and destroyed down to the ground of the children of Israel again eighteen thousand men; all these drew the sword.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,26 - Re 20,26 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
26kai anebèsan pantes oi uioi israèl kai pas o laos kai èlthosan eis baithèl kai eklausan enanti kuriou kai enèsteusan en tè èmera ekeinè kai anènegkan olokautômata sôtèriou enanti kuriou 26 quam ob rem omnes filii Israhel venerunt in domum Dei et sedentes flebant coram Domino ieiunaveruntque illo die usque ad vesperam et obtulerunt ei holocausta et pacificas victimas         20:26 Dan klimmen alle zonen van Israël ja heel de gemeenschap, óp en komen aan in Bet El; wenend zitten ze daar neer voor het aanschijn van de Ene en vasten op die dag tot aan de avond; ze laten opgangsgaven opgaan en vredesgaven voor het aanschijn van de Ene. 26. Alors tous les Israélites et tout le peuple s'en vinrent à Béthel, ils pleurèrent, ils s'assirent là devant Yahvé, ils jeûnèrent toute la journée jusqu'au soir et ils offrirent des holocaustes et des sacrifices de communion devant Yahvé;

King James Bible . [26] Then all the children of Israel, and all the people, went up, and came unto the house of God, and wept, and sat there before the LORD, and fasted that day until even, and offered burnt offerings and peace offerings before the LORD.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. wajja`älû (en wij gaan) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . (1) `âlâh (hij ging op) . act. qal perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . (2) `äleh (ga) . act. qal imperatief tweede persoon mannelijk enkelvoud . (3) `olâh (brandoffer) . Tenakh (66) . Pentateuch (14) . Eerdere Profeten (39) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (7) . Re (17) : (1) Re 1,22 . (2) Re 4,5 . (3) Re 6,35 . (4) Re 9,51 . (5) Re 15,6 . (6) Re 15,9 . (7) Re 16,5 . (8) Re 16,8 . (9) Re 16,18 . (10) Re 16,31 . (11) Re 18,12 . (12) Re 18,17 . (13) Re 20,18 . (14) Re 20,23 . (15) Re 20,26 . (16) Re 20,30 . (17) Re 21,4 .

Re 20,27 - Re 20,27 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
27kai epèrôtèsan oi uioi israèl en kuriô kai ekei è kibôtos diathèkès kuriou en tais èmerais ekeinais 27 et super statu suo interrogaverunt eo tempore ibi erat arca foederis Dei         20:27 De zonen van Israël stellen aan de Ene een vraag; dáár is immers de ark van het verbond van God in die dagen 27. puis les Israélites consultèrent Yahvé. - L'arche de l'alliance de Dieu se trouvait alors en cet endroit

King James Bible . [27] And the children of Israel inquired of the LORD, (for the ark of the covenant of God was there in those days,
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

2. - 3. bëne(j) jishërâ´el (Israëlieten) . Tenakh (109) . Re (21/101 en 21/133) : (1) Re 2,6 . (2) Re 2,11 . (3) Re 3,7 . (4) Re 3,8 . (5) Re 3,9 . (6) Re 3,14 . (7) Re 3,15 . (8) Re 3,27 . (9) Re 4,3 . (10) Re 6,1 . (11) Re 6,6 . (12) Re 6,7 . (13) Re 10,15 . (14) Re 20,3 . (15) Re 20,19 . (16) Re 20,23 . (17) Re 20,24 . (18) Re 20,27 . (19) Re 20,30 . (20) Re 20,35 . (21) Re 21,18 .

9. - 10. bajjâmîm hâhem (in die dagen) . Tenakh (31) . In één vers in Gn : Gn 6,4 . In één vers in Ex : Ex 2,11 . In Ex 2,23 staat tussen bajjâmîm en hâhem het bijvoeglijk naamwoord hârabbîm (vele) . In drie verzen in Dt . In één vers in Joz . Re (6) : (1) Re 17,6 . (2) Re 18,1 . (3) Re 19,1 . (4) Re 20,27 . (5) Re 20,28 . (6) Re 21,25 . In twee verzen in 1 S . In één vers in 2 S . In drie verzen in 2 K . In één vers in 2 Kr . In twee verzen in Neh . In twee verzen in Est . In één vers in Js . In vier verzen in Jr . In één vers in Ez . In één vers in Da . In één vers in Zach .

Re 20,28 - Re 20,28 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
28kai finees uios eleazar uiou aarôn parestèkôs enôpion autès en tais èmerais ekeinais legôn ei prosthô eti exelthein eis polemon meta uiôn beniamin tou adelfou mou è kopasô kai eipen kurios anabète oti aurion paradôsô auton en cheiri sou 28 et Finees filius Eleazari filii Aaron praepositus domus consuluerunt igitur Dominum atque dixerunt exire ultra debemus ad pugnam contra filios Beniamin fratres nostros an quiescere quibus ait Dominus ascendite cras enim tradam eos in manus vestras         20:28 en Pinchas, zoon van Elazar zoon van Aäron, staat voor zijn aanschijn in die dagen; ze zeggen: zal ik doorgaan en nogmaals uittrekken ten oorlog met de zonen van mijn broeder Benjamin, of zal ik ophouden? Maar de Ene zegt: klimt op, want morgen geef ik hem in je hand! 28. et Pinhas, fils d'Éléazar, fils d'Aaron, en ce temps-là, la desservait. - Ils dirent : « Dois-je sortir encore pour combattre les fils de Benjamin mon frère, ou bien dois-je cesser ? » Et Yahvé répondit : « Marchez, car demain, je le livrerai entre vos mains. »

King James Bible . [28] And Phinehas, the son of Eleazar, the son of Aaron, stood before it in those days,) saying, Shall I yet again go out to battle against the children of Benjamin my brother, or shall I cease? And the LORD said, Go up; for to morrow I will deliver them into thine hand.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. - 9. bajjâmîm hâhem (in die dagen) . Tenakh (31) . In één vers in Gn : Gn 6,4 . In één vers in Ex : Ex 2,11 . In Ex 2,23 staat tussen bajjâmîm en hâhem het bijvoeglijk naamwoord hârabbîm (vele) . In drie verzen in Dt . In één vers in Joz . Re (6) : (1) Re 17,6 . (2) Re 18,1 . (3) Re 19,1 . (4) Re 20,27 . (5) Re 20,28 . (6) Re 21,25 . In twee verzen in 1 S . In één vers in 2 S . In drie verzen in 2 K . In één vers in 2 Kr . In twee verzen in Neh . In twee verzen in Est . In één vers in Js . In vier verzen in Jr . In één vers in Ez . In één vers in Da . In één vers in Zach .

Re 20,29 - Re 20,29 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
29kai ethèkan oi uioi israèl enedra en tè gabaa kuklô 29 posueruntque filii Israhel insidias per circuitum urbis Gabaa         20:29 Dan legt Israël tegen Gibea rondom hinderlagen. • 29. Alors Israël plaça des troupes en embuscade tout autour de Gibéa.

King James Bible . [29] And Israel set liers in wait round about Gibeah.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,30 - Re 20,30 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
30kai etaxen israèl pros ton beniamin en tè èmera tè tritè kai paretaxanto pros gabaa kathôs apax kai apax 30 et tertia vice sicut semel et bis contra Beniamin exercitum produxerunt         20:30 Op de derde dag klimmen de zonen van Israël op tegen de zonen van Benjamin,- en formeren ze een slagorde tegen Gibea als keer op keer. 30. Le troisième jour, les Israélites marchèrent contre les Benjaminites, et comme les autres fois, ils se rangèrent en bataille en face de Gibéa.

King James Bible . [30] And the children of Israel went up against the children of Benjamin on the third day, and put themselves in array against Gibeah, as at other times.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

1. wajja`älû (en wij gaan) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . (1) `âlâh (hij ging op) . act. qal perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . (2) `äleh (ga) . act. qal imperatief tweede persoon mannelijk enkelvoud . (3) `olâh (brandoffer) . Tenakh (66) . Pentateuch (14) . Eerdere Profeten (39) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (7) . Re (17) : (1) Re 1,22 . (2) Re 4,5 . (3) Re 6,35 . (4) Re 9,51 . (5) Re 15,6 . (6) Re 15,9 . (7) Re 16,5 . (8) Re 16,8 . (9) Re 16,18 . (10) Re 16,31 . (11) Re 18,12 . (12) Re 18,17 . (13) Re 20,18 . (14) Re 20,23 . (15) Re 20,26 . (16) Re 20,30 . (17) Re 21,4 .

2. - 3. bëne(j) jishërâ´el (Israëlieten) . Tenakh (109) . Re (21/101 en 21/133) : (1) Re 2,6 . (2) Re 2,11 . (3) Re 3,7 . (4) Re 3,8 . (5) Re 3,9 . (6) Re 3,14 . (7) Re 3,15 . (8) Re 3,27 . (9) Re 4,3 . (10) Re 6,1 . (11) Re 6,6 . (12) Re 6,7 . (13) Re 10,15 . (14) Re 20,3 . (15) Re 20,19 . (16) Re 20,23 . (17) Re 20,24 . (18) Re 20,27 . (19) Re 20,30 . (20) Re 20,35 . (21) Re 21,18 . EN Tenakh (419) . Re (33) . Re 20 () : (1) Re 20,1 . (2) Re 20,3 . (3) Re 20,7 . (4) Re 20,13 . (5) Re 20,14 . (6) Re 20,18 . (7) Re 20,26 .

1. - 3. wajja`älû bëne(j) jishërâ´el (en Israëlieten gaan op) . Tenakh (2) : (1) Re 20,23 . (2) Re 20,30 . Zie ook wajja`älû kâl bëne(j) jishërâ´el (en alle Israëlieten gaan op) . Tenakh (1) : Re 20,26 .

Re 20,31 - Re 20,31 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
31kai exèlthon oi uioi beniamin eis apantèsin tou laou kai exeilkusthèsan ek tès poleôs kai èrxanto tuptein ek tou laou kathôs apax kai apax en tais odois è estin mia anabainousa eis baithèl kai mia anabainousa eis gabaa en tô agrô ôsei triakonta andras en tô israèl 31 sed et filii Beniamin audacter eruperunt de civitate et fugientes adversarios longius persecuti sunt ita ut vulnerarent ex eis sicut primo et secundo die et caederent per duas semitas terga vertentes quarum una ferebat in Bethel altera in Gabaa atque prosternerent triginta circiter viros         20:31 De zonen van Benjamin trekken uit, de manschap tegemoet en raken afgesneden van de stad; ze beginnen uit de manschap doorboorden neer te slaan als keer op keer, op de straatwegen waarvan er één opklimt naar Bet El en één door het veld naar Gibea leidt,- bij Israël zo'n dertig man. 31. Les Benjaminites sortirent à la rencontre du peuple et se laissèrent attirer loin de la ville. Ils commencèrent comme les autres fois à tuer du monde parmi le peuple, sur les chemins qui montent, l'un à Béthel, et l'autre à Gibéa par la campagne : une trentaine d'hommes d'Israël.

King James Bible . [31] And the children of Benjamin went out against the people, and were drawn away from the city; and they began to smite of the people, and kill, as at other times, in the highways, of which one goeth up to the house of God, and the other to Gibeah in the field, about thirty men of Israel.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

26. bëjishërâ´el (in/tegen Israël) < voorzetsel be + jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (118) . Pentateuch (22) . Eerdere Profeten (63) . Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (16) . Re (21) : (1) Re 2,14 . (2) Re 2,20 . (3) Re 3,8 . (4) Re 5,2 . (5) Re 5,7 . (6) Re 5,8 . (7) Re 5,11 . (8) Re 6,4 . (9) Re 10,7 . (10) Re 11,39 . (11) Re 14,4 . (12) Re 17,6 . (13) Re 18,1 . (14) Re 18,19 . (15) Re 19,1 . (16) Re 20,6 . (17) Re 20,10 . (18) Re 20,21 . (19) Re 20,31 . (20) Re 21,3 . (21) Re 21,25 .

Re 20,32 - Re 20,32 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
32kai eipan oi uioi beniamin proskoptousin enôpion èmôn kathôs emprosthen kai oi uioi israèl eipan fugômen kai ekspasômen autous ek tès poleôs eis tas odous 32 putaverunt enim solito eos more cedere qui fugam arte simulantes iniere consilium ut abstraherent eos de civitate et quasi fugientes ad supradictas semitas perducerent         20:32 De zonen van Benjamin zeggen al: die voor ons aanschijn zijn neergestoten zoals eerder!, maar de zonen van Israël hebben gezegd: laten we vluchten en hen zo afsnijden van de stad, de straatwegen op! 32. Les Benjaminites se dirent : « Les voilà battus devant nous comme la première fois », mais les Israélites s'étaient dit : « Nous allons fuir et nous les attirerons loin de la ville sur les chemins. »

King James Bible . [32] And the children of Benjamin said, They are smitten down before us, as at the first. But the children of Israel said, Let us flee, and draw them from the city unto the highways.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,33 - Re 20,33 - De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
33kai pas anèr israèl anestè ek tou topou autou kai paretaxanto en baalthamar kai to enedron israèl epalaien ek tou topou autou apo dusmôn tès gabaa 33 omnes itaque filii Israhel surgentes de sedibus suis tetenderunt aciem in loco qui vocatur Baalthamar insidiae quoque quae circa urbem erant paulatim se aperire coeperunt         20:33 Alle manvolk van Israël, als ze zijn opgestaan uit hun schuilplaats formeren ze een slagorde bij Baäl Tamar,- terwijl Israëls hinderlaag opbreekt uit zijn schuilplaats, uit de spelonk van Geva. 33. Alors tous les hommes d'Israël quittèrent leur position et se rangèrent à Baal-Tamar, tandis que l'embuscade d'Israël surgit de sa position, à l'ouest de Géba.

King James Bible . [33] And all the men of Israel rose up out of their place, and put themselves in array at Baal-tamar: and the liers in wait of Israel came forth out of their places, even out of the meadows of Gibeah.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,34 - Re 20,34 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
34kai paregenonto ex enantias tès gabaa deka chiliades andrôn eklektôn ek pantos israèl kai o polemos ebarunthè kai autoi ouk egnôsan oti afèptai autôn è kakia 34 et ab occidentali urbis parte procedere sed et alia decem milia virorum de universo Israhel habitatores urbis ad certamina provocabant ingravatumque est bellum contra filios Beniamin et non intellexerunt quod ex omni parte illis instaret interitus         20:34 Zo komen er van tegenover Gibea uit heel Israël tien duizendtallen uitgelezen manvolk aan, en de strijd wordt zwaar; en zij weten niet dat het kwaad hen al aanraakt. • 34. Dix mille hommes d'élite, choisis dans tout Israël, parvinrent en face de Gibéa; le combat était acharné et les autres ne se doutaient pas du malheur qui les frappait.

King James Bible . [34] And there came against Gibeah ten thousand chosen men out of all Israel, and the battle was sore: but they knew not that evil was near them.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,35 - Re 20,35 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
35kai etropôsen kurios ton beniamin kata prosôpon israèl kai dieftheiran oi uioi israèl en tô beniamin en tè èmera ekeinè eikosi kai pente chiliadas kai ekaton andras pantes outoi spômenoi romfaian 35 percussitque eos Dominus in conspectu filiorum Israhel et interfecerunt ex eis in illo die viginti quinque milia et centum viros omnes bellatores et educentes gladium         20:35 Dan stoot de Ene Benjamin neer voor het aanschijn van Israël; de zonen van Israël verderven bij Benjamin op die dag vijfentwintigduizend en honderd man,- al dezen zijn zwaardtrekkend. 35. Yahvé battit Benjamin devant Israël et, en ce jour, les Israélites tuèrent à Benjamin vingt-cinq mille cent hommes, tous sachant tirer l'épée.

King James Bible . [35] And the LORD smote Benjamin before Israel: and the children of Israel destroyed of the Benjamites that day twenty and five thousand and an hundred men: all these drew the sword.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

8. - 9. bëne(j) jishërâ´el (Israëlieten) . Tenakh (109) . Re (21/101 en 21/133) : (1) Re 2,6 . (2) Re 2,11 . (3) Re 3,7 . (4) Re 3,8 . (5) Re 3,9 . (6) Re 3,14 . (7) Re 3,15 . (8) Re 3,27 . (9) Re 4,3 . (10) Re 6,1 . (11) Re 6,6 . (12) Re 6,7 . (13) Re 10,15 . (14) Re 20,3 . (15) Re 20,19 . (16) Re 20,23 . (17) Re 20,24 . (18) Re 20,27 . (19) Re 20,30 . (20) Re 20,35 . (21) Re 21,18 .

Re 20,36 - Re 20,36 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
36kai eiden beniamin oti tetropôtai kai edôken anèr israèl tô beniamin topon oti èlpisan epi to enedron o etaxan pros tèn gabaa 36 filii autem Beniamin cum se inferiores esse vidissent coeperunt fugere quod cernentes filii Israhel dederunt eis ad fugiendum locum ut ad praeparatas insidias devenirent quas iuxta urbem posuerant         20:36 De zonen van Benjamin zien in dat ze neergestoten zijn; de mannen van Israël geven plaats aan Benjamin omdat ze zich veilig weten vanwege de hinderlaag die ze voor Gibea hebben gelegd. 36. Les Benjaminites virent qu'ils étaient battus. - Les gens d'Israël cédèrent du terrain à Benjamin parce qu'ils comptaient sur l'embuscade qu'ils avaient placée contre Gibéa.

King James Bible . [36] So the children of Benjamin saw that they were smitten: for the men of Israel gave place to the Benjamites, because they trusted unto the liers in wait which they had set beside Gibeah.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,37 - Re 20,37 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
37kai to enedron ôrmèsen kai exechuthèsan pros tèn gabaa kai eporeuthè to enedron kai epataxan olèn tèn polin en stomati romfaias 37 qui cum repente de latibulis surrexissent et Beniamin terga caedentibus daret ingressi sunt civitatem et percusserunt eam in ore gladii         20:37 Die van de hinderlaag haasten zich en verspreiden zich richting Gibea; de hinderlaag rukt op en slaat heel de stad met de bek van het zwaard. 37. Ceux de l'embuscade se hâtèrent de s'élancer contre Gibéa; ils se déployèrent et passèrent toute la ville au fil de l'épée.

King James Bible . [37] And the liers in wait hasted, and rushed upon Gibeah; and the liers in wait drew themselves along, and smote all the city with the edge of the sword.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,38 - Re 20,38 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
38kai è suntagè èn andri israèl pros to enedron tou anenegkai autous purson tou kapnou tès poleôs 38 signum autem dederant filii Israhel his quos in insidiis conlocaverant ut postquam urbem cepissent ignem accenderent et ascendente in altum fumo captam urbem demonstrarent         20:38 De overeenkomst van Israëls manvolk met die in de hinderlaag is geweest: te zwaard!, wanneer zij de walm van de rook zouden laten opstijgen uit de stad. 38. Or il y avait cette convention entre les gens d'Israël et ceux de l'embuscade : ceux-ci devaient, en guise de signal, faire monter de la ville une fumée;

King James Bible . [38] Now there was an appointed sign between the men of Israel and the liers in wait, that they should make a great flame with smoke rise up out of the city.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,39 - Re 20,39 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
39kai anestrepsan anèr israèl en tô polemô kai beniamin èrktai tou tuptein traumatias en tô andri israèl ôsei triakonta andras oti eipan plèn tropoumenos tropoutai enantion èmôn kathôs o polemos o emprosthen 39 quod cum cernerent filii Israhel in ipso certamine positi putaverunt enim filii Beniamin eos fugere et instantius sequebantur caesis de exercitu eorum triginta viris         20:39 Als Israëls manvolk zich omdraait in de strijd en Benjamin zo'n dertig man doorboorden begint neer te slaan bij Israëls manvolk, omdat, zeiden ze, hij beslist omgestoten en neergestoten is voor ons aanschijn als in de eerdere strijd, 39. alors les gens d'Israël engagés dans le combat feraient volte-face. Benjamin commença par tuer du monde aux Israélites, une trentaine d'hommes. » Certainement les voilà encore battus devant nous, se disait-il, comme dans le premier combat. »

King James Bible . [39] And when the men of Israel retired in the battle, Benjamin began to smite and kill of the men of Israel about thirty persons: for they said, Surely they are smitten down before us, as in the first battle.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,40 - Re 20,40 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
40kai o pursos èrxato anabainein ek tès poleôs stulos kapnou kai epeblepsen beniamin opisô autou kai idou anebè sunteleia tès poleôs eis ton ouranon 40 et viderent quasi columnam fumi de civitate conscendere Beniamin quoque retro aspiciens captam cerneret civitatem et flammas in sublime ferri         20:40 begint de walm uit de stad op te stijgen, een zuil van rook; Benjamin wendt zich om, kijkt achter zich en zie, heel de stad stijgt als een brandoffer op ten hemel. 40. Mais le signal, une colonne de fumée, commença à s'élever de la ville, et Benjamin, se retournant, aperçut que la ville tout entière montait en feu vers le ciel.

King James Bible . [40] But when the flame began to arise up out of the city with a pillar of smoke, the Benjamites looked behind them, and, behold, the flame of the city ascended up to heaven.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,41 - Re 20,41 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
41kai anèr israèl apestrepsen kai espeusen anèr beniamin kai eiden oti èptai autou è kakia 41 qui prius simulaverant fugam versa facie fortius resistebant quod cum vidissent filii Beniamin in fugam versi sunt         20:41 Israëls manvolk heeft zich weer omgedraaid, en het manvolk van Benjamin is verbijsterd,- omdat het heeft gezien dat het kwaad hen heeft aangeraakt. 41. Les gens d'Israël firent alors volte-face et les Benjaminites furent dans l'épouvante, car ils voyaient que le malheur les avait frappés.

King James Bible . [41] And when the men of Israel turned again, the men of Benjamin were amazed: for they saw that evil was come upon them.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,42 - Re 20,42 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -: De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
42kai eklinan enôpion andros israèl eis tèn odon tès erèmou kai o polemos katefthasen auton kai oi apo tôn poleôn dieftheiran auton en mesô autôn 42 et ad viam deserti ire coeperunt illuc quoque eos adversariis persequentibus sed et hii qui urbem succenderant occurrerunt eis         20:42 Ze wenden zich voor het aanschijn van Israëls manvolk om naar de woestijnweg, maar de strijd is hun blijven aankleven; die uit de steden vernietigen hen ter plekke. 42. Ils s'enfuirent devant les gens d'Israël en direction du désert, mais les combattants les serraient de près et ceux qui venaient de la ville les massacrèrent en les prenant à revers.

King James Bible . [42] Therefore they turned their backs before the men of Israel unto the way of the wilderness; but the battle overtook them; and them which came out of the cities they destroyed in the midst of them.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,43 - Re 20,43 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
43kai ekopsan ton beniamin katapausai auton katapausin kai katepatèsan auton eôs ex enantias tès gabaa apo anatolôn èliou 43 atque ita factum est ut ex utraque parte ab hostibus caederentur nec erat ulla morientium requies ceciderunt atque prostrati sunt ad orientalem plagam urbis Gabaa         20:43 Ze hebben Benjamin ingesloten en hem achtervolgd, zonder hem rust te gunnen hem de weg op gedreven tot tegenover Gibea aan de kant van het gloren van de zon. 43. Ils cernèrent Benjamin, le poursuivirent sans répit et l'écrasèrent en face de Gibéa, du côté du soleil levant.

King James Bible . [43] Thus they inclosed the Benjamites round about, and chased them, and trode them down with ease over against Gibeah toward the sunrising.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,44 - Re 20,44 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
44kai epesan ek tou beniamin oktôkaideka chiliades andrôn sun pasin toutois andres dunatoi 44 fuerunt autem qui in eodem loco interfecti sunt decem et octo milia virorum omnes robustissimi pugnatores         20:44 Er vallen van Benjamin achttienduizend man,- al dezen mannen van vermogen. 44. De Benjamin, dix-huit mille hommes tombèrent, tous hommes vaillants. -

King James Bible . [44] And there fell of Benjamin eighteen thousand men; all these were men of valour.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,45 - Re 20,45 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
45kai exeklinan kai efugon eis tèn erèmon pros tèn petran tèn remmôn kai ekalamèsanto en tais odois pente chiliadas andrôn kai prosekollèthèsan opisô autou eôs gadaam kai epataxan ex autôn dischilious andras 45 quod cum vidissent qui remanserant de Beniamin fugerunt in solitudinem et pergebant ad petram cuius vocabulum est Remmon in illa quoque fuga palantes et in diversa tendentes occiderunt quinque milia viros et cum ultra tenderent persecuti sunt eos et interfecerunt etiam alios duo milia         20:45 Zij wenden zich om en vluchten de woestijn in tot aan de Rots van Rimon; maar op de straatwegen daarheen ruimen zij nog vijfduizend man op; zij kleven hem achterna tot aan Gidom en verslaan van hen tweeduizend man. 45. Alors ils tournèrent le dos et s'enfuirent au désert, vers le Rocher de Rimmôn. Sur les chemins, on ramassa cinq mille hommes, puis on serra Benjamin de près jusqu'à Gideom, et on lui tua deux mille hommes.

King James Bible . [45] And they turned and fled toward the wilderness unto the rock of Rimmon: and they gleaned of them in the highways five thousand men; and pursued hard after them unto Gidom, and slew two thousand men of them.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,46 - Re 20,46 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
46kai egenonto pantes oi peptôkotes en tô beniamin eikosi kai pente chiliades andrôn spômenôn romfaian en tè èmera ekeinè sun pasi toutois andres dunatoi 46 et sic factum est ut omnes qui ceciderant de Beniamin in diversis locis essent viginti quinque milia pugnatores ad bella promptissimi         20:46 Zo wordt het totaal van de gevallenen uit Benjamin: vijfentwintigduizend man zwaardtrekkers, op die ene dag; al dezen zijn mannen van vermogen. 46. Le nombre total des Benjaminites qui tombèrent ce jour-là fut de vingt-cinq mille hommes sachant tirer l'épée, et c'étaient tous des hommes vaillants.

King James Bible . [46] So that all which fell that day of Benjamin were twenty and five thousand men that drew the sword; all these were men of valour.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,47 - Re 20,47 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
47kai exeklinan kai efugon eis tèn erèmon pros tèn petran tèn remmôn exakosioi andres kai ekathisan en tè petra remmôn tetramènon 47 remanserunt itaque de omni numero Beniamin qui evadere potuerant et fugere in solitudinem sescenti viri sederuntque in petra Remmon mensibus quattuor         20:47 Om wenden zich en vluchten de woestijn in naar de Rots van Rimon: zeshonderd man; zij blijven zitten bij de Rots van Rimon vier maanden lang. 47. Six cents hommes tournèrent le dos et s'enfuirent au désert, vers le rocher de Rimmôn. Ils y restèrent quatre mois.

King James Bible . [47] But six hundred men turned and fled to the wilderness unto the rock Rimmon, and abode in the rock Rimmon four months.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Re 20,48 - Re 20,48 : De strijd tegen de Benjaminieten - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Re (Rechters) -- Re 20 -- Re 20,1-48 -- Re 20,1 - Re 20,2 - Re 20,3 - Re 20,4 - Re 20,5 - Re 20,6 - Re 20,7 - Re 20,8 - Re 20,9 - Re 20,10 - Re 20,11 - Re 20,12 - Re 20,13 - Re 20,14 - Re 20,15 - Re 20,16 - Re 20,17 - Re 20,18 - Re 20,19 - Re 20,20 - Re 20,21 - Re 20,22 - Re 20,23 - Re 20,24 - Re 20,25 - Re 20,26 - Re 20,27 - Re 20,28 - Re 20,29 - Re 20,30 - Re 20,31 - Re 20,32 - Re 20,33 - Re 20,34 - Re 20,35 - Re 20,36 - Re 20,37 - Re 20,38 - Re 20,39 - Re 20,40 - Re 20,41 - Re 20,42 - Re 20,43 - Re 20,44 - Re 20,45 - Re 20,46 - Re 20,47 - Re 20,48 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de JÚrusalem
48kai anèr israèl apekleisen tous uious beniamin kai epataxan autous en stomati romfaias apo poleôs exès eôs ktènous eôs pantos tou eurethentos eis pasas tas poleis kai tas poleis tas euretheisas exapesteilan en puri 48 regressi autem filii Israhel omnes reliquias civitatis a viris usque ad iumenta gladio percusserunt cunctasque urbes et viculos Beniamin vorax flamma consumpsit         20:48 Als de mannen van Israël zijn teruggekeerd naar de zonen van Benjamin slaan zij hen met de bek van het zwaard, van stad tot stad van mens tot dier tot al wat er te vinden is; ook hebben ze alle steden die te vinden waren in de brand gestoken. • 48. Les gens d'Israël revinrent vers les Benjaminites, ils passèrent au fil de l'épée la population mâle de la ville, et même le bétail et tout ce qu'ils trouvaient. Ils mirent aussi le feu à toutes les villes qu'ils rencontrèrent.

King James Bible . [48] And the men of Israel turned again upon the children of Benjamin, and smote them with the edge of the sword, as well the men of every city, as the beast, and all that came to hand: also they set on fire all the cities that they came to.
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


SEPTUAGINTA

1kai exèlthon pantes oi uioi israèl kai exekklèsiasthè pasa è sunagôgè ôs anèr eis apo dan kai eôs bèrsabee kai gè galaad pros kurion eis massèfa2kai estè to klima pantos tou laou pasai ai fulai israèl en tè ekklèsia tou laou tou theou tetrakosiai chiliades andrôn pezôn spômenôn romfaian3kai èkousan oi uioi beniamin oti anebèsan oi uioi israèl pros kurion eis massèfa kai eipan oi uioi israèl lalèsate pou egeneto è kakia autè4kai apekrithè o anèr o leuitès o anèr tès gunaikos tès pefoneumenès kai eipen eis gabaa tès beniamin èlthon egô kai è pallakè mou katalusai5kai anestèsan ep' eme oi andres oi para tès gabaa kai periekuklôsan ep' eme tèn oikian nuktos kai eme èthelèsan apokteinai kai tèn pallakèn mou etapeinôsan kai enepaixan autè kai apethanen6kai epelabomèn tès pallakès mou kai emelisa autèn kai exapesteila en panti oriô klèronomias israèl oti epoièsan afrosunèn en tô israèl7idou pantes umeis oi uioi israèl dote eautois logon kai boulèn8kai anestè pas o laos ôs anèr eis legôn ouk eiseleusometha anèr eis to skènôma autou kai ouk ekklinoumen anèr eis ton oikon autou9kai nun touto to rèma o poièsomen tè gabaa anabèsometha ep' autèn en klèrô10kai lèmpsometha deka andras tois ekaton kai ekaton tois chiliois kai chilious tois muriois labein episitismon tô laô tois eisporeuomenois epitelesai tè gabaa tou beniamin kata pasan tèn afrosunèn èn epoièsan en israèl11kai sunèchthè pas anèr israèl ek tôn poleôn ôs anèr eis erchomenoi12kai exapesteilan ai fulai israèl andras en pasè fulè beniamin legontes tis è kakia autè è genomenè en umin13kai nun dote tous andras tous asebeis tous en gabaa tous uious belial kai thanatôsomen autous kai exaroumen kakian ex israèl kai ouk èthelèsan oi uioi beniamin eisakousai tès fônès tôn adelfôn autôn tôn uiôn israèl14kai sunèchthèsan oi uioi beniamin ek tôn poleôn autôn eis gabaa exelthein tou polemèsai meta uiôn israèl15kai epeskepèsan oi uioi beniamin en tè èmera ekeinè ek tôn poleôn eikosi kai pente chiliades andrôn spômenôn romfaian chôris tôn katoikountôn tèn gabaa outoi epeskepèsan eptakosioi andres neaniskoi eklektoi16amfoterodexioi pantes outoi sfendonètai ballontes lithous pros tèn tricha kai ou diamartanontes17kai pas anèr israèl epeskepèsan chôris tôn uiôn beniamin tetrakosiai chiliades andrôn spômenôn romfaian pantes outoi andres polemistai18kai anestèsan kai anebèsan eis baithèl kai epèrôtèsan en tô theô kai eipan oi uioi israèl tis anabèsetai èmin afègoumenos polemèsai meta beniamin kai eipen kurios ioudas anabèsetai afègoumenos19kai anestèsan oi uioi israèl kai parenebalon epi tèn gabaa20kai exèlthen pas anèr israèl eis polemon meta beniamin kai paretaxanto met' autôn eis polemon anèr israèl pros tèn gabaa21kai exèlthon oi uioi beniamin ek tès poleôs kai dieftheiran en israèl en tè èmera ekeinè duo kai eikosi chiliadas andrôn epi tèn gèn22kai enischusen anèr israèl kai prosethento parataxasthai polemon en tô topô ô paretaxanto ekei en tè èmera tè prôtè23kai anebèsan oi uioi israèl kai eklausan enôpion kuriou eôs esperas kai epèrôtèsan en kuriô legontes ei prosthô proseggisai eis polemon meta beniamin tou adelfou mou kai eipen kurios anabète pros auton24kai prosèlthosan oi uioi israèl pros beniamin en tè èmera tè deutera25kai exèlthen beniamin eis apantèsin autôn ek tès gabaa en tè èmera tè deutera kai dieftheiren ek tou laou oktôkaideka chiliadas andrôn epi tèn gèn pantes outoi espasmenoi romfaian26kai anebèsan pantes oi uioi israèl kai pas o laos kai èlthosan eis baithèl kai eklausan enanti kuriou kai enèsteusan en tè èmera ekeinè kai anènegkan olokautômata sôtèriou enanti kuriou27kai epèrôtèsan oi uioi israèl en kuriô kai ekei è kibôtos diathèkès kuriou en tais èmerais ekeinais28kai finees uios eleazar uiou aarôn parestèkôs enôpion autès en tais èmerais ekeinais legôn ei prosthô eti exelthein eis polemon meta uiôn beniamin tou adelfou mou è kopasô kai eipen kurios anabète oti aurion paradôsô auton en cheiri sou29kai ethèkan oi uioi israèl enedra en tè gabaa kuklô30kai etaxen israèl pros ton beniamin en tè èmera tè tritè kai paretaxanto pros gabaa kathôs apax kai apax31kai exèlthon oi uioi beniamin eis apantèsin tou laou kai exeilkusthèsan ek tès poleôs kai èrxanto tuptein ek tou laou kathôs apax kai apax en tais odois è estin mia anabainousa eis baithèl kai mia anabainousa eis gabaa en tô agrô ôsei triakonta andras en tô israèl32kai eipan oi uioi beniamin proskoptousin enôpion èmôn kathôs emprosthen kai oi uioi israèl eipan fugômen kai ekspasômen autous ek tès poleôs eis tas odous33kai pas anèr israèl anestè ek tou topou autou kai paretaxanto en baalthamar kai to enedron israèl epalaien ek tou topou autou apo dusmôn tès gabaa34kai paregenonto ex enantias tès gabaa deka chiliades andrôn eklektôn ek pantos israèl kai o polemos ebarunthè kai autoi ouk egnôsan oti afèptai autôn è kakia35kai etropôsen kurios ton beniamin kata prosôpon israèl kai dieftheiran oi uioi israèl en tô beniamin en tè èmera ekeinè eikosi kai pente chiliadas kai ekaton andras pantes outoi spômenoi romfaian36kai eiden beniamin oti tetropôtai kai edôken anèr israèl tô beniamin topon oti èlpisan epi to enedron o etaxan pros tèn gabaa37kai to enedron ôrmèsen kai exechuthèsan pros tèn gabaa kai eporeuthè to enedron kai epataxan olèn tèn polin en stomati romfaias38kai è suntagè èn andri israèl pros to enedron tou anenegkai autous purson tou kapnou tès poleôs39kai anestrepsan anèr israèl en tô polemô kai beniamin èrktai tou tuptein traumatias en tô andri israèl ôsei triakonta andras oti eipan plèn tropoumenos tropoutai enantion èmôn kathôs o polemos o emprosthen40kai o pursos èrxato anabainein ek tès poleôs stulos kapnou kai epeblepsen beniamin opisô autou kai idou anebè sunteleia tès poleôs eis ton ouranon41kai anèr israèl apestrepsen kai espeusen anèr beniamin kai eiden oti èptai autou è kakia42kai eklinan enôpion andros israèl eis tèn odon tès erèmou kai o polemos katefthasen auton kai oi apo tôn poleôn dieftheiran auton en mesô autôn43kai ekopsan ton beniamin katapausai auton katapausin kai katepatèsan auton eôs ex enantias tès gabaa apo anatolôn èliou44kai epesan ek tou beniamin oktôkaideka chiliades andrôn sun pasin toutois andres dunatoi45kai exeklinan kai efugon eis tèn erèmon pros tèn petran tèn remmôn kai ekalamèsanto en tais odois pente chiliadas andrôn kai prosekollèthèsan opisô autou eôs gadaam kai epataxan ex autôn dischilious andras46kai egenonto pantes oi peptôkotes en tô beniamin eikosi kai pente chiliades andrôn spômenôn romfaian en tè èmera ekeinè sun pasi toutois andres dunatoi47kai exeklinan kai efugon eis tèn erèmon pros tèn petran tèn remmôn exakosioi andres kai ekathisan en tè petra remmôn tetramènon48kai anèr israèl apekleisen tous uious beniamin kai epataxan autous en stomati romfaias apo poleôs exès eôs ktènous eôs pantos tou eurethentos eis pasas tas poleis kai tas poleis tas euretheisas exapesteilan en puri


VULGAAT

1 egressi sunt itaque omnes filii Israhel et pariter congregati quasi vir unus de Dan usque Bersabee et terra Galaad ad Dominum in Maspha 2 omnesque anguli populorum et cunctae tribus Israhel in ecclesiam populi Dei convenerunt quadringenta milia peditum pugnatorum 3 nec latuit filios Beniamin quod ascendissent filii Israhel in Maspha interrogatusque Levita maritus mulieris interfectae quomodo tantum scelus perpetratum esset 4 respondit veni in Gabaa Beniamin cum uxore mea illucque deverti 5 et ecce homines civitatis illius circumdederunt nocte domum in qua manebam volentes me occidere et uxorem meam incredibili libidinis furore vexantes denique mortua est 6 quam arreptam in frusta concidi misique partes in omnes terminos possessionis vestrae quia numquam tantum nefas et tam grande piaculum factum est in Israhel 7 adestis omnes filii Israhel decernite quid facere debeatis 8 stansque omnis populus quasi unius hominis sermone respondit non recedemus in tabernacula nostra nec suam quisquam intrabit domum 9 sed hoc contra Gabaa in commune faciemus 10 decem viri eligantur e centum ex omnibus tribubus Israhel et centum de mille et mille de decem milibus ut conportent exercitui cibaria et possimus pugnantes contra Gabaa Beniamin reddere ei pro scelere quod meretur 11 convenitque universus Israhel ad civitatem quasi unus homo eadem mente unoque consilio 12 et miserunt nuntios ad omnem tribum Beniamin qui dicerent cur tantum nefas in vobis reppertum est 13 tradite homines de Gabaa qui hoc flagitium perpetrarunt ut moriantur et auferatur malum de Israhel qui noluerunt fratrum suorum filiorum Israhel audire mandatum 14 sed ex cunctis urbibus quae suae sortis erant convenerunt in Gabaa ut illis ferrent auxilium et contra universum Israhel populum dimicarent 15 inventique sunt viginti quinque milia de Beniamin educentium gladium praeter habitatores Gabaa 16 qui septingenti erant viri fortissimi ita sinistra ut dextra proeliantes et sic fundis ad certum iacientes lapides ut capillum quoque possent percutere et nequaquam in alteram partem ictus lapidis deferretur 17 virorum quoque Israhel absque filiis Beniamin inventa sunt quadringenta milia educentium gladios et paratorum ad pugnam 18 qui surgentes venerunt in domum Dei hoc est in Silo consulueruntque eum atque dixerunt quis erit in exercitu nostro princeps certaminis contra filios Beniamin quibus respondit Dominus Iudas sit dux vester 19 statimque filii Israhel surgentes mane castrametati sunt iuxta Gabaa 20 et inde procedentes ad pugnam contra Beniamin urbem obpugnare coeperunt 21 egressique filii Beniamin de Gabaa occiderunt de filiis Israhel die illo viginti duo milia viros 22 rursum filii Israhel et fortitudine et numero confidentes in eodem loco in quo prius certaverant aciem direxerunt 23 ita tamen ut prius ascenderent et flerent coram Domino usque ad noctem consulerentque eum et dicerent debeo ultra procedere ad dimicandum contra filios Beniamin fratres meos an non quibus ille respondit ascendite ad eum et inite certamen 24 cumque filii Israhel altero die contra Beniamin ad proelium processissent 25 eruperunt filii Beniamin de portis Gabaa et occurrentes eis tanta in illos caede baccati sunt ut decem et octo milia virorum educentium gladium prosternerent 26 quam ob rem omnes filii Israhel venerunt in domum Dei et sedentes flebant coram Domino ieiunaveruntque illo die usque ad vesperam et obtulerunt ei holocausta et pacificas victimas 27 et super statu suo interrogaverunt eo tempore ibi erat arca foederis Dei 28 et Finees filius Eleazari filii Aaron praepositus domus consuluerunt igitur Dominum atque dixerunt exire ultra debemus ad pugnam contra filios Beniamin fratres nostros an quiescere quibus ait Dominus ascendite cras enim tradam eos in manus vestras 29 posueruntque filii Israhel insidias per circuitum urbis Gabaa 30 et tertia vice sicut semel et bis contra Beniamin exercitum produxerunt 31 sed et filii Beniamin audacter eruperunt de civitate et fugientes adversarios longius persecuti sunt ita ut vulnerarent ex eis sicut primo et secundo die et caederent per duas semitas terga vertentes quarum una ferebat in Bethel altera in Gabaa atque prosternerent triginta circiter viros 32 putaverunt enim solito eos more cedere qui fugam arte simulantes iniere consilium ut abstraherent eos de civitate et quasi fugientes ad supradictas semitas perducerent 33 omnes itaque filii Israhel surgentes de sedibus suis tetenderunt aciem in loco qui vocatur Baalthamar insidiae quoque quae circa urbem erant paulatim se aperire coeperunt 34 et ab occidentali urbis parte procedere sed et alia decem milia virorum de universo Israhel habitatores urbis ad certamina provocabant ingravatumque est bellum contra filios Beniamin et non intellexerunt quod ex omni parte illis instaret interitus 35 percussitque eos Dominus in conspectu filiorum Israhel et interfecerunt ex eis in illo die viginti quinque milia et centum viros omnes bellatores et educentes gladium 36 filii autem Beniamin cum se inferiores esse vidissent coeperunt fugere quod cernentes filii Israhel dederunt eis ad fugiendum locum ut ad praeparatas insidias devenirent quas iuxta urbem posuerant 37 qui cum repente de latibulis surrexissent et Beniamin terga caedentibus daret ingressi sunt civitatem et percusserunt eam in ore gladii 38 signum autem dederant filii Israhel his quos in insidiis conlocaverant ut postquam urbem cepissent ignem accenderent et ascendente in altum fumo captam urbem demonstrarent 39 quod cum cernerent filii Israhel in ipso certamine positi putaverunt enim filii Beniamin eos fugere et instantius sequebantur caesis de exercitu eorum triginta viris 40 et viderent quasi columnam fumi de civitate conscendere Beniamin quoque retro aspiciens captam cerneret civitatem et flammas in sublime ferri 41 qui prius simulaverant fugam versa facie fortius resistebant quod cum vidissent filii Beniamin in fugam versi sunt 42 et ad viam deserti ire coeperunt illuc quoque eos adversariis persequentibus sed et hii qui urbem succenderant occurrerunt eis 43 atque ita factum est ut ex utraque parte ab hostibus caederentur nec erat ulla morientium requies ceciderunt atque prostrati sunt ad orientalem plagam urbis Gabaa 44 fuerunt autem qui in eodem loco interfecti sunt decem et octo milia virorum omnes robustissimi pugnatores 45 quod cum vidissent qui remanserant de Beniamin fugerunt in solitudinem et pergebant ad petram cuius vocabulum est Remmon in illa quoque fuga palantes et in diversa tendentes occiderunt quinque milia viros et cum ultra tenderent persecuti sunt eos et interfecerunt etiam alios duo milia 46 et sic factum est ut omnes qui ceciderant de Beniamin in diversis locis essent viginti quinque milia pugnatores ad bella promptissimi 47 remanserunt itaque de omni numero Beniamin qui evadere potuerant et fugere in solitudinem sescenti viri sederuntque in petra Remmon mensibus quattuor 48 regressi autem filii Israhel omnes reliquias civitatis a viris usque ad iumenta gladio percusserunt cunctasque urbes et viculos Beniamin vorax flamma consumpsit


- A

- wajja`älû (en wij gaan) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. `âlâh (opgaan, opklimmen) . Taalgebruik in Tenakh : `âlâh (opgaan, opklimmen) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7) . Structuur : 7 - 3 - 5 . (1) `âlâh (hij ging op) . act. qal perfectum derde persoon mannelijk enkelvoud . (2) `äleh (ga) . act. qal imperatief tweede persoon mannelijk enkelvoud . (3) `olâh (brandoffer) . Tenakh (66) . Pentateuch (14) . Eerdere Profeten (39) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (7) . Re (17) : (1) Re 1,22 . (2) Re 4,5 . (3) Re 6,35 . (4) Re 9,51 . (5) Re 15,6 . (6) Re 15,9 . (7) Re 16,5 . (8) Re 16,8 . (9) Re 16,18 . (10) Re 16,31 . (11) Re 18,12 . (12) Re 18,17 . (13) Re 20,18 . (14) Re 20,23 . (15) Re 20,26 . (16) Re 20,30 . (17) Re 21,4 .

- B

- stat. constructus mann. mv. bëne(j) = (zonen van) OF ... + suffix pers. voornaamw. 1ste pers. enk. bânaj / bânâj (mijn zonen) van het zelfst. naamw. . Tenakh (1481) . Pentateuch (582) . Eerdere Profeten (355) . Latere Profeten (83) . 12 Kleine Profeten (25) . Geschriften (436) . Re (101) . Re 20 (20) : (1) Re 20,1 . (2) Re 20,3 . (3) Re 20,7 . (4) Re 20,13 . (5) Re 20,14 . (6) Re 20,15 . (7) Re 20,18 . (8) Re 20,19 . (9) Re 20,21 . (10) Re 20,23 . (11) Re 20,24 . (12) Re 20,26 . (13) Re 20,27 . (14) Re 20,28 . (15) Re 20,30 . (16) Re 20,31 . (17) Re 20,32 . (18) Re 20,35 . (19) Re 20,36 . (20) Re 20,48 .

- bëne(j) jishërâ´el (Israëlieten) . Tenakh (109) . Re (21/101 en 21/133) : (1) Re 2,6 . (2) Re 2,11 . (3) Re 3,7 . (4) Re 3,8 . (5) Re 3,9 . (6) Re 3,14 . (7) Re 3,15 . (8) Re 3,27 . (9) Re 4,3 . (10) Re 6,1 . (11) Re 6,6 . (12) Re 6,7 . (13) Re 10,15 . (14) Re 20,3 . (15) Re 20,19 . (16) Re 20,23 . (17) Re 20,24 . (18) Re 20,27 . (19) Re 20,30 . (20) Re 20,35 . (21) Re 21,18 . EN Tenakh (419) . Re (33) . Re 20 (7) : (1) Re 20,1 . (2) Re 20,3 . (3) Re 20,7 . (4) Re 20,13 . (5) Re 20,14 . (6) Re 20,18 . (7) Re 20,26 .

- C - D - E - F - G - H - I - J

- wajjetsë´û (en zij gingen uit) < waw consecutivum en qal actief imperfectum derde persoon mann. meervoud van het werkw. jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Taalgebruik in Ex : jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) . Getalwaarde : jod = 10 , tsade = 18 of 70 , aleph = 1 ; totaal : 29 OF 81 (3³ X 3²) . Structuur : 1 - 7 - 1 . De Griekse vertaling van jâtsâ´ (uitgaan, uittrekken) is vaak een vorm van het werkw. exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in de LXX : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Taalgebruik in het NT : exagô (uitleiden, naar buiten leiden) . Een vorm van exagô (uitleiden, naar buiten leiden) in de LXX (221) , in het NT (12) . Tenakh (56) . Pentateuch (14) . Eerdere Profeten (31) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (3) . Re (8) : (1) Re 3,19 . (2) Re 9,27 . (3) Re 11,3 . (4) Re 15,19 . (5) Re 20,1 . (6) Re 20,21 . (7) Re 20,31 . (8) Re 21,24 .

- jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (2044) . Pentateuch (502) . Eerdere Profeten (765) . Latere Profeten (350) . 12 Kleine Profeten (89) . Geschriften (337) . Joz (131) . Re (133) . Re 20 (32) : (1) Re 20,1 . (2) Re 20,2 . (3) Re 20,3 . (4) Re 20,6 . (5) Re 20,7 . (6) Re 20,10 . (7) Re 20,11 . (8) Re 20,12 . (9) Re 20,13 . (10) Re 20,14 . (11) Re 20,17 . (12) Re 20,18 . (13) Re 20,19 . (14) Re 20,20 . (15) Re 20,22 . (16) Re 20,23 . (17) Re 20,24 . (18) Re 20,25 . (19) Re 20,26 . (20) Re 20,27 . (21) Re 20,29 . (22) Re 20,30 . (23) Re 20,32 . (24) Re 20,33 . (25) Re 20,34 . (26) Re 20,35 . (27) Re 20,36 . (28) Re 20,38 . (29) Re 20,39 . (30) Re 20,41 . (31) Re 20,42 . (32) Re 20,48 .

- bëjishërâ´el (in/tegen Israël) < voorzetsel be + jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenakh : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het NT : Israèl (Israël) . Tenakh (118) . Pentateuch (22) . Eerdere Profeten (63) . Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (16) . Re (21) : (1) Re 2,14 . (2) Re 2,20 . (3) Re 3,8 . (4) Re 5,2 . (5) Re 5,7 . (6) Re 5,8 . (7) Re 5,11 . (8) Re 6,4 . (9) Re 10,7 . (10) Re 11,39 . (11) Re 14,4 . (12) Re 17,6 . (13) Re 18,1 . (14) Re 18,19 . (15) Re 19,1 . (16) Re 20,6 . (17) Re 20,10 . (18) Re 20,21 . (19) Re 20,31 . (20) Re 21,3 . (21) Re 21,25 .

- K

- kl (al) . Taalgebruik in Tenakh : kl (al) . Getalwaarde : kaph = 11 of 20 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 2 - 3 . Tenakh (2709) . Pentateuch (824) . Eerdere Profeten (584) . Latere Profeten (505) . 12 Kleine Profeten (104) . Geschriften (692) . Gr. pas , pasa, pan (ieder, elk) . Taalgebruik in de Septuaginta : pas (ieder, elk) . Taalgebruik in het NT : pas (ieder, elk) . Lat. omnis . Fr. tout . Ned. heel, al, gans . D. al . E. whole . 2 K (81) . Re (78) . Re 20 (13) : (1) Re 20,1 . (2) Re 20,2 . (3) Re 20,8 . (4) Re 20,11 . (5) Re 20,16 . (6) Re 20,17 . (7) Re 20,25 . (8) Re 20,26 . (9) Re 20,35 . (10) Re 20,37 . (11) Re 20,44 . (12) Re 20,46 . (13) Re 20,48 .

- L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -