BIJBELBOEK SEFANJA 3 , Sef 3 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -
- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 --
Sef 3,18-20 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website

Overzicht van : - Sef 1 - Sef 2 - Sef 3 -
Bijbeluitleg per pericope
Uitleg vers per vers : - Sef 3,1 - Sef 3,2 - Sef 3,3 - Sef 3,4 - Sef 3,5 - Sef 3,6 - Sef 3,7 - Sef 3,8 - Sef 3,9 - Sef 3,10 - Sef 3,11 - Sef 3,12 - Sef 3,13 - Sef 3,14 - Sef 3,15 - Sef 3,16 - Sef 3,17 - Sef 3,18 - Sef 3,19 - Sef 3,20 -

Sefanja : A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

- bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
bijbelvertalingen Lexilogos   bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/
1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing  

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , getallen , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Woordenschat

Bibliografie
Literatuur .
Liturgisch gebruik

ALGEMEEN OVERZICHT

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën) :

- Sef 3,1-8 . Oordeel over Jeruzalem en haar leiders - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 -Sef 3,1 - Sef 3,2 - Sef 3,3 - Sef 3,4 - Sef 3,5 - Sef 3,6 - Sef 3,7 - Sef 3,8 -

Sef 3,1 - Sef 3,1 . Oordeel over Jeruzalem en haar leiders - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 -Sef 3,1 - Sef 3,2 - Sef 3,3 - Sef 3,4 - Sef 3,5 - Sef 3,6 - Sef 3,7 - Sef 3,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1ô è epifanès kai apolelutrômenè è polis è peristera  1 vae provocatrix et redempta civitas columba      1 Wee der ijselijke, en der bevlekte, der verdrukkende stad!   [1] Wee de rebelse, de bezoedelde, de hardvochtige stad! Naar een oproep luistert ze niet,   [1] Wee de opstandige, bezoedelde, gewelddadige stad!   1 ¶ Wee de eens geziene en verloste,– stad als een duif!   1. Malheur à la rebelle, la souillée, à la ville tyrannique!  

King James Bible . 3 [1] Woe to her that is filthy and polluted, to the oppressing city!
Luther-Bibel . 3 1 Weh der widerspenstigen, befleckten, tyrannischen Stadt!

Tekstuitleg van Sef 3,1 .

Sef 3,2 - Sef 3,2 . Oordeel over Jeruzalem en haar leiders - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 -Sef 3,1 - Sef 3,2 - Sef 3,3 - Sef 3,4 - Sef 3,5 - Sef 3,6 - Sef 3,7 - Sef 3,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2ouk eisèkousen fônès ouk edexato paideian epi tô kuriô ouk epepoithei kai pros ton theon autès ouk èggisen  2 non audivit vocem et non suscepit disciplinam in Domino non est confisa ad Deum suum non adpropiavit     2 Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HEERE; tot haar God nadert zij niet.   [2] een vermaning aanvaardt ze niet. Ze vertrouwt niet op de heer en nadert niet tot haar God.   [2] Ze luistert naar niemand, neemt geen terechtwijzing aan, vertrouwt niet op de HEER, wendt zich niet tot haar God.   2 zij heeft naar geen stem willen horen, geen vermaning aangenomen; zij heeft haar toevlucht niet gezocht bij de ENE, is tot haar God niet genaderd.  2. Elle n'a pas écouté l'appel, elle n'a pas accepté la leçon; à Yahvé, elle ne s'est pas confiée, de son Dieu, elle ne s'est pas approchée. 

King James Bible . [2] She obeyed not the voice; she received not correction; she trusted not in the LORD; she drew not near to her God.
Luther-Bibel . 2 Sie will nicht gehorchen noch sich zurechtweisen lassen; sie will auf den HERRN nicht trauen noch sich zu ihrem Gott halten.

Tekstuitleg van Sef 3,2 .

Sef 3,3 - Sef 3,3 . Oordeel over Jeruzalem en haar leiders - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 -Sef 3,1 - Sef 3,2 - Sef 3,3 - Sef 3,4 - Sef 3,5 - Sef 3,6 - Sef 3,7 - Sef 3,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3oi archontes autès en autè ôs leontes ôruomenoi oi kritai autès ôs lukoi tès arabias ouch upeliponto eis to prôi  3 principes eius in medio eius quasi leones rugientes iudices eius lupi vespere non relinquebant in mane     3 Haar vorsten zijn brullende leeuwen in het midden van haar; haar rechters zijn avondwolven, die de beenderen niet breken tot aan den morgen. [3] De leiders binnen haar muren zijn brullende leeuwen, haar rechters zijn wolven bij avond, die ’s ochtends niets meer te kluiven hebben.   [3] Haar leiders zijn brullende leeuwen, haar rechters wolven in de avond die ’s ochtends niets meer te kluiven hebben.   3 In haar midden zijn haar vorsten brullende leeuwen; haar rechters zijn wolven ‘s avonds, tegen de ochtend hebben ze niets meer te knagen.  3. Ses princes au milieu d'elle sont des lions rugissants; ses juges, des loups de la steppe qui ne gardent rien pour le matin;  

King James Bible . [3] Her princes within her are roaring lions; her judges are evening wolves; they gnaw not the bones till the morrow.
Luther-Bibel . 3 Ihre Oberen sind brüllende Löwen und ihre Richter Wölfe am Abend, die nichts bis zum Morgen übrig lassen.

Tekstuitleg van Sef 3,3 .

Sef 3,4 - Sef 3,4 . Oordeel over Jeruzalem en haar leiders - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 -Sef 3,1 - Sef 3,2 - Sef 3,3 - Sef 3,4 - Sef 3,5 - Sef 3,6 - Sef 3,7 - Sef 3,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4oi profètai autès pneumatoforoi andres katafronètai oi iereis autès bebèlousin ta agia kai asebousin nomon  4 prophetae eius vesani viri infideles sacerdotes eius polluerunt sanctum iniuste egerunt contra legem     4 Haar profeten zijn lichtvaardig, gans trouweloze mannen; haar priesters verontreinigen het heilige, zij doen der wet geweld aan.   [4] Haar profeten zijn zwetsers en bedriegers; haar priesters schenden wat heilig is en doen de Wet geweld aan.   [4] Haar profeten zijn gewetenloze bedriegers, haar priesters ontwijden wat heilig is en doen de wet geweld aan.   4 Haar profeten zijn woordkramers, mannen van verraad; haar priesters hebben het heiligdom ontwijd, het onderricht overweldigd.   4. ses prophètes sont des vantards, des imposteurs; ses prêtres profanent les choses saintes, ils violent la Loi. 

King James Bible . [4] Her prophets are light and treacherous persons: her priests have polluted the sanctuary, they have done violence to the law.
Luther-Bibel . 4 Ihre Propheten sind leichtfertig und voll Trug; ihre Priester entweihen das Heiligtum und deuten das Gesetz freventlich.

Tekstuitleg van Sef 3,4 .

Sef 3,5 - Sef 3,5 . Oordeel over Jeruzalem en haar leiders - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 -Sef 3,1 - Sef 3,2 - Sef 3,3 - Sef 3,4 - Sef 3,5 - Sef 3,6 - Sef 3,7 - Sef 3,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5o de kurios dikaios en mesô autès kai ou mè poièsè adikon prôi prôi dôsei krima autou eis fôs kai ouk apekrubè kai ouk egnô adikian en apaitèsei kai ouk eis neikos adikian 5 Dominus iustus in medio eius non faciet iniquitatem mane mane iudicium suum dabit in luce et non abscondetur nescivit autem iniquus confusionem     5 De rechtvaardige HEERE is in het midden van haar, Hij doet geen onrecht; allen morgen geeft Hij Zijn recht in het licht, er ontbreekt niet; doch de verkeerde weet van geen schaamte. [5] Maar de rechtvaardige heer is in haar midden, Hij doet geen onrecht; ochtend* aan ochtend velt Hij zijn oordeel zonder te falen, zodra het licht is. Maar de onrechtvaardige kent geen schaamte.   [5] Maar de HEER is in haar midden, hij is rechtvaardig, hij doet geen onrecht. Iedere ochtend wanneer het licht wordt spreekt hij recht, en nooit ontbreekt hij. Maar wie onrecht doet, kent geen schaamte.   5 De ENE is in haar midden de rechtvaardige, hij doet geen onrecht; morgen aan morgen geeft hij zijn oordeel, zodra het licht wordt blijft het niet uit; een onrechtvaardige kent geen schaamte.   5. Au milieu d'elle, Yahvé est juste; il ne commet rien d'inique; matin après matin, il promulgue son droit, à l'aube il ne fait pas défaut. Mais l'inique ne connaît pas la honte.  

King James Bible . [5] The just LORD is in the midst thereof; he will not do iniquity: every morning doth he bring his judgment to light, he faileth not; but the unjust knoweth no shame.
Luther-Bibel . 5 Der HERR handelt gerecht in ihrer Mitte und tut kein Arges. Er bringt alle Morgen sein Recht ans Licht, und es bleibt nicht aus; aber der Frevler kennt keine Scham.

Tekstuitleg van Sef 3,5 .

1. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Sefanja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . 12 kl. Prof. (387) . Sef (24) . Sef 1 (10) . Sef 2 (7) . Sef 3 (7) : (1) Sef 3,5 . (2) Sef 3,8 . (3) Sef 3,9 . (4) Sef 3,12 . (5) Sef 3,15 . (6) Sef 3,17 . (7) Sef 3,20 .

2. tsaddîq (rechtvaardige) . Zie : tsèdèq (rechtvaardig) . Taalgebruik : tsèdèq (rechtvaardig) . Gr. dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in de Septuaginta : dikaios (rechtvaardig) . Taalgebruik in het N.T. : dikaios (rechtvaardig) . ts-d-q . Tenach (108) . 12 kl. Prof. (6) : (1) Am 2,6 . (2) Am 5,12 . (3) Hab 1,13 . (4) Sef 3,5 . (5) Zach 9,9 . (6) Mal 3,18 . wëtsaddîq (en een rechtvaardige) . w-ts-d-q . Tenach (10) . 12 kl. Prof. (1) Hab 2,4 . tsëdâqâh (rechtvaardigheid) . ts-d-q-h . Tenach (32) . 12 kl. Prof. (2) : (1) Am 6,12 . (2) Mal 3,20 . ûtsëdâqâh (en rechtvaardigheid) . u-ts-d-q-h . Tenach (31) . 12 kl. Prof. (2) : (1) Am 5,7 . (2) Am 5,24 .

Sef 3,6 - Sef 3,6 . Oordeel over Jeruzalem en haar leiders - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 -Sef 3,1 - Sef 3,2 - Sef 3,3 - Sef 3,4 - Sef 3,5 - Sef 3,6 - Sef 3,7 - Sef 3,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6en diafthora katespasa uperèfanous èfanisthèsan gôniai autôn exerèmôsô tas odous autôn to parapan tou mè diodeuein exelipon ai poleis autôn para to mèdena uparchein mède katoikein  6 disperdi gentes et dissipati sunt anguli earum desertas feci vias eorum dum non est qui transeat desolatae sunt civitates eorum non remanente viro nec ullo habitatore     6 Ik heb de heidenen uitgeroeid, hun hoeken zijn verwoest, Ik heb hun straten eenzaam gemaakt, dat niemand daardoor gaat; hun steden zijn verstoord, zodat er niemand is, dat er geen inwoner is.   [6] Volken heb Ik uitgeroeid, hun hoektorens zijn verwoest; hun straten heb Ik zo vernield dat niemand er meer langs kan; hun steden liggen in puin, zodat er geen mens meer over is, geen bewoner er meer verblijft.   [6] Volken heb ik uitgeroeid, hun torens vernield, hun straten verwoest, niemand kan er door. Hun steden zijn vernietigd, geen mens kan er meer wonen.   6 Volkeren zal ik wegmaaien, hun hoektorens zullen worden verwoest, een puinhoop maak ik van hun straten, daar trekt niemand meer doorheen; hun steden gaan in puin tot er niemand meer is, geen enkele ingezetene.  6. J'ai retranché les nations, leurs tours d'angle ont été détruites; j'ai rendu leurs rues désertes : plus de passants! leurs cités ont été saccagées : plus d'hommes, plus d'habitants! 

King James Bible . [6] I have cut off the nations: their towers are desolate; I made their streets waste, that none passeth by: their cities are destroyed, so that there is no man, that there is none inhabitant.
Luther-Bibel . 6 Ich habe Völker ausgerottet, ihre Burgen verwüstet und ihre Gassen so leer gemacht, dass niemand darauf geht; ihre Städte sind zerstört, dass niemand mehr darin wohnt.

Tekstuitleg van Sef 3,6 .

Sef 3,7 - Sef 3,7 . Oordeel over Jeruzalem en haar leiders - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 -Sef 3,1 - Sef 3,2 - Sef 3,3 - Sef 3,4 - Sef 3,5 - Sef 3,6 - Sef 3,7 - Sef 3,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7eipa plèn fobeisthe me kai dexasthe paideian kai ou mè exolethreuthète ex ofthalmôn autès panta osa exedikèsa ep' autèn etoimazou orthrison diefthartai pasa è epifullis autôn  7 dixi attamen timebis me suscipies disciplinam et non peribit habitaculum eius propter omnia in quibus visitavi eam verumtamen diluculo surgentes corruperunt omnes cogitationes suas     7 Ik zeide: Immers zult gij Mij vrezen, gij zult de tucht aannemen, opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden; al wat Ik haar bezocht hebbe, waarlijk, zij hebben zich vroeg opgemaakt, zij hebben al hun handelingen verdorven. [7] Ik heb toch gezegd: ‘Heb ontzag voor Mij en aanvaard vermaning. Dan zou haar woonplaats niet zijn vernield, en al mijn straf haar niet getroffen hebben.’ Maar zij hebben zich gehaast om altijd kwaad te bedrijven. [7] Ik zei: ‘Heb toch ontzag voor mij, laat je door mij vermanen.’ Dan zou haar woonplaats niet vernietigd zijn, dan had ik haar niet hoeven te straffen. Maar nee, ze deden telkens weer de schandelijkste dingen.   7 Wel heb ik gezegd: echt, vrees mij en neem mijn vermaan aan!, en dan zou haar woonstee niet worden weggemaaid naar alles waarmee ik haar zou bezoeken,– zij echter hebben hun schouders gerecht en het met al hun handelingen verdorven. 7. Je disais : « Au moins tu me craindras, tu accepteras la leçon; à ses yeux ne peuvent s'effacer tant de venues dont je l'ai visitée. » Mais non! ils se sont hâtés de pervertir toutes leurs actions!  

King James Bible . [7] I said, Surely thou wilt fear me, thou wilt receive instruction; so their dwelling should not be cut off, howsoever I punished them: but they rose early, and corrupted all their doings.
Luther-Bibel . 7 Ich sprach: Mich sollst du fürchten und dich zurechtweisen lassen –, so würde ihre Wohnung nicht ausgerottet und nichts von allem kommen, womit ich sie heimsuchen wollte. Aber sie sind von jeher eifrig dabei, alles Böse zu tun.

Tekstuitleg van Sef 3,7 .

8.

12. wpqdthj . Tenach (20) . prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal perf. 1ste pers. enk. pâqadëthî (ik zag om) van het werkw. pâqad (omzien, aanstellen, voorschrijven, in bewaring geven) . Taalgebruik in Tenach : pâqad (omzien) . Getalwaarde : pe = 17 of 80 , qoph = 19 of 100 , daled = 4 ; totaal : 40 OF 184 . Structuur : 8 - 1 - 4 . . 12 kl. Prof. (7) : (1) Hos 1,4 . (2) Hos 2,15 . (3) Hos 4,9 . (4) Am 3,14 . (5) Sef 1,8 . (6) Sef 1,9 . (7) Sef 1,12 .
- act. qal perf. 1ste pers. enk. pâqadëthî (ik zag om) . Tenach (6) : (1) Ex 3,16 . (2) 1 S 15,2 . (3) Js 38,10 . (4) Jr 44,13 . (5) Jr 50,18 . (6) Sef 3,7 .

Sef 3,8 - Sef 3,8 . Oordeel over Jeruzalem en haar leiders - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 -Sef 3,1 - Sef 3,2 - Sef 3,3 - Sef 3,4 - Sef 3,5 - Sef 3,6 - Sef 3,7 - Sef 3,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8dia touto upomeinon me legei kurios eis èmeran anastaseôs mou eis marturion dioti to krima mou eis sunagôgas ethnôn tou eisdexasthai basileis tou ekcheai ep' autous pasan orgèn thumou mou dioti en puri zèlous mou katanalôthèsetai pasa è gè  8 quapropter expecta me dicit Dominus in die resurrectionis meae in futurum quia iudicium meum ut congregem gentes et colligam regna ut effundam super eas indignationem meam omnem iram furoris mei in igne enim zeli mei devorabitur omnis terra     8 Daarom verwacht Mij, spreekt de HEERE, ten dage als Ik Mij opmake tot den roof; want Mijn oordeel is, de heidenen te verzamelen, de koninkrijken te vergaderen, om over hen Mijn gramschap, de ganse hittigheid Mijns toorns uit te storten, want dit ganse land zal door het vuur van Mijn ijver verteerd worden. [8] Daarom: wacht op Mij, – godsspraak van de heer – wacht op de dag dat Ik als aanklager optreed. Want mijn oordeel is dat Ik de volken verzamel en de koninkrijken bijeen breng, om mijn gramschap over hen uit te storten, al mijn gloeiende toorn. Want door het vuur van mijn jaloezie zal heel de aarde verteerd worden.   [8] Wacht maar – spreekt de HEER –, wacht op de dag dat ik mijn buit kom halen. Ik heb besloten volken te verzamelen en koninkrijken bijeen te halen, en mijn toorn, mijn laaiende woede over ze uit te storten. Door het vuur van mijn woede vergaat heel de aarde.   8 ¶ Daarom, verbeidt mij, is de tijding van de ENE, en de dag dat ik opsta als getuige; want ik houd gericht door volkeren te verzamelen, doordat ik koninkrijken vergader, door over hen mijn gramschap uit te gieten, heel mijn laaiende toorn, want door het vuur van mijn naijver zal heel het land worden verteerd.   8. C'est pourquoi, attendez-moi - oracle de Yahvé - au jour où je me lèverai en accusateur; car j'ai décrété de réunir les nations, de rassembler les royaumes, pour déverser sur vous ma fureur, toute l'ardeur de ma colère. Car du feu de ma jalousie toute la terre sera dévorée. 

King James Bible . [8] Therefore wait ye upon me, saith the LORD, until the day that I rise up to the prey: for my determination is to gather the nations, that I may assemble the kingdoms, to pour upon them mine indignation, even all my fierce anger: for all the earth shall be devoured with the fire of my jealousy.
Luther-Bibel . 8 Darum wartet auf mich, spricht der HERR, bis auf den Tag, an dem ich zum letzten Gericht auftrete; denn mein Beschluss ist es, die Völker zu versammeln und die Königreiche zusammenzubringen, um meinen Zorn über sie auszuschütten, ja, alle Glut meines Grimmes; denn alle Welt soll durch meines Eifers Feuer verzehrt werden. Verheißung für das arme und geringe Volk in Israel

Tekstuitleg van Sef 3,8 .

5. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Sefanja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . 12 kl. Prof. (387) . Sef (24) . Sef 1 (10) . Sef 2 (7) . Sef 3 (7) : (1) Sef 3,5 . (2) Sef 3,8 . (3) Sef 3,9 . (4) Sef 3,12 . (5) Sef 3,15 . (6) Sef 3,17 . (7) Sef 3,20 .

4. - 5. në´um JHWH (godsspraak van JHWH) . Tenach (267) . Sef (5) : (1) Sef 1,2 . (2) Sef 1,3 . (3) Sef 1,10 . (4) Sef 2,9 . (5) Sef 3,8 .

6. lëjôm of lajjôm . Voorzetsel lë / la en het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenach : jôm (dag) . Taalgebruik in Am : jôm (dag) . Gr. hèmera (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenach (42) . 12 kl. Prof. (7) : (1) Hos 9,5 . (2) Jl 1,15 . (3) Am 6,3 . (4) Hab 3,16 . (5) Sef 3,8 . (6) Zach 4,10 . (7) Mal 3,17 . Verder een vorm van jôm (dag) nog in Sef in 14 verzen : (1) Sef 1,1 . (2) Sef 1,7 . (3) Sef 1,8 . (4) Sef 1,9 . (5) Sef 1,10 . (6) Sef 1,14 . (7) Sef 1,15 . (8) Sef 1,16 . (9) Sef 1,18 . (10) Sef 2,2 . (11) Sef 2,3 . (12) Sef 3,8 . (13) Sef 3,11 . (14) Sef 3,16 .

26. ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenach : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het N.T. (248) . Tenach (453) . Sef (1) : Sef 2,5 .
- hâ´ârèts (het land) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw . Tenach (851) . Pentateuch (316) . Sef (6) : (1) Sef 1,18 . (2) Sef 2,3 . (3) Sef 2,11 . (4) Sef 3,8 . (5) Sef 3,19 . (6) Sef 3,20 .

- Sef 3,9-13 . Beloften - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 - Sef 3,9 - Sef 3,10 - Sef 3,11 - Sef 3,12 - Sef 3,13 -

Sef 3,9 - Sef 3,9 . Beloften - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 - Sef 3,9 - Sef 3,10 - Sef 3,11 - Sef 3,12 - Sef 3,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9oti tote metastrepsô epi laous glôssan eis genean autès tou epikaleisthai pantas to onoma kuriou tou douleuein autô upo zugon ena  9 quia tunc reddam populis labium electum ut vocent omnes in nomine Domini et serviant ei umero uno     9 Gewisselijk, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder. [9] Maar dan geef Ik mijn volk andere lippen, reine lippen, om de naam van de heer aan te roepen en Hem te dienen, zij aan zij.   [9] Dan zal ik de lippen van de volken rein maken, zij zullen de naam van de HEER aanroepen, ze zullen hem dienen, zij aan zij.   9 Maar dán schenk ik aan gemeenschappen een andere, gelouterde lip,– om allen de naam van de ENE aan te roepen, om hem te dienen één van schouder 9. Oui, je ferai alors aux peuples des lèvres pures, pour qu'ils puissent tous invoquer le nom de Yahvé et le servir sous un même joug.  

King James Bible . [9] For then will I turn to the people a pure language, that they may all call upon the name of the LORD, to serve him with one consent.
Luther-Bibel . 9 Dann aber will ich den Völkern reine Lippen geben, dass sie alle des HERRN Namen anrufen sollen und ihm einträchtig dienen.

Tekstuitleg van Sef 3,9 .

11. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Sefanja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . 12 kl. Prof. (387) . Sef (24) . Sef 1 (10) . Sef 2 (7) . Sef 3 (7) : (1) Sef 3,5 . (2) Sef 3,8 . (3) Sef 3,9 . (4) Sef 3,12 . (5) Sef 3,15 . (6) Sef 3,17 . (7) Sef 3,20 .

Sef 3,10 - Sef 3,10 . Beloften - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 - Sef 3,9 - Sef 3,10 - Sef 3,11 - Sef 3,12 - Sef 3,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10ek peratôn potamôn aithiopias oisousin thusias moi  10 ultra flumina Aethiopiae inde supplices mei filii dispersorum meorum deferent munus mihi     10 Van de zijden der rivieren der Moren zullen Mijn ernstige aanbidders, met de dochter Mijner verstrooiden, Mijn offeranden brengen.   [10] Van over de rivieren van Ethiopië, waar zij verspreid zijn, komen ze, degenen die Mij aanbidden, om mijn offer aan Mij te brengen.   [10] Van over de rivieren van Nubië zullen zij die ik verstrooid heb mij komen vereren en mij hun offergaven brengen.   10 Van over de rivieren van Koesj,– zullen mijn verspreide aanbidders mij een broodgift brengen.   10. De l'autre rive des fleuves d'Éthiopie, mes suppliants m'apporteront mon offrande.  

King James Bible . [10] From beyond the rivers of Ethiopia my suppliants, even the daughter of my dispersed, shall bring mine offering.
Luther-Bibel . 10 Von jenseits der Ströme von Kusch werden meine Anbeter, mein zerstreutes Volk, mir Geschenke bringen.

Tekstuitleg van Sef 3,10 .

Sef 3,11 - Sef 3,11 . Beloften - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 - Sef 3,9 - Sef 3,10 - Sef 3,11 - Sef 3,12 - Sef 3,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11en tè èmera ekeinè ou mè kataischunthès ek pantôn tôn epitèdeumatôn sou ôn èsebèsas eis eme oti tote perielô apo sou ta faulismata tès ubreôs sou kai ouketi mè prosthès tou megalauchèsai epi to oros to agion mou  11 in die illa non confunderis super cunctis adinventionibus tuis quibus praevaricata es in me quia tunc auferam de medio tui magniloquos superbiae tuae et non adicies exaltari amplius in monte sancto meo     11 Te dien dage zult gij niet beschaamd wezen vanwege al uw handelingen, waarmede gij tegen Mij overtreden hebt; want alsdan zal Ik uit het midden van u wegnemen, die van vreugde opspringen over uw hovaardij, en gij zult u voortaan niet meer verheffen om Mijns heiligen bergs wil.   [11] Op* die dag wordt er bij u geen misdaad meer tegen Mij begaan waarvoor u zich schamen moet, want dan verwijder Ik uit uw midden uw vrolijke grootsprekers; dan is het afgelopen met uw hoogmoedig gedrag op mijn heilige berg.   [11] Op die dag hoef je je niet meer te schamen voor alle daden waarmee je tegen mij in opstand kwam. Wie van overmoed vrolijk is laat ik uit je midden verdwijnen, op mijn heilige berg zul je niet meer hoogmoedig zijn.   11 Op die dag hoef je je niet meer te schamen voor al je handelingen waarmee je tegen mij hebt misdaan; want dán zal ik uit je midden verwijderen jouw uitgelatenen vol trots, en zul jij niet doorgaan jezelf nog eens te verhogen op mijn heilige berg.  11. Ce jour-là tu n'auras plus honte de tous les méfaits que tu as commis contre moi, car j'écarterai de ton sein tes orgueilleux triomphants; et tu cesseras de te pavaner sur ma montagne sainte.  

King James Bible . [11] In that day shalt thou not be ashamed for all thy doings, wherein thou hast transgressed against me: for then I will take away out of the midst of thee them that rejoice in thy pride, and thou shalt no more be haughty because of my holy mountain.
Luther-Bibel . 11 Zur selben Zeit wirst du dich all deiner Taten nicht mehr zu schämen brauchen, mit denen du dich gegen mich empört hast; denn ich will deine stolzen Prahler von dir tun, und du wirst dich nicht mehr überheben auf meinem heiligen Berge.

Tekstuitleg van Sef 3,11 .

1. bëjôm / bajjôm (op een dag) . Voorzetsel bë (op) (+ bepaald lidw. ha) en het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenach : jôm (dag) . Taalgebruik in Am : jôm (dag) . Gr. hèmera (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenach (491) . Pentateuch (130) . 12 kl. Prof. (62 = 2 X 31) . Sef (7) : (1) Sef 1,8 . (2) Sef 1,9 . (3) Sef 1,10 . (4) Sef 1,18 . (5) Sef 2,3 . (6) Sef 3,11 . (7) Sef 3,16 . Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in Sef (12) , in het N.T. (388) . Een vorm van jôm (dag) in Sef in 14 verzen : (1) Sef 1,1 . (2) Sef 1,7 . (3) Sef 1,8 . (4) Sef 1,9 . (5) Sef 1,10 . (6) Sef 1,14 . (7) Sef 1,15 . (8) Sef 1,16 . (9) Sef 1,18 . (10) Sef 2,2 . (11) Sef 2,3 . (12) Sef 3,8 . (13) Sef 3,11 . (14) Sef 3,16 .

1. - 2. bajjôm hahû´ (op die dag) . Tenach (188X) . 12 kl. Prof. (27) . Hos (3) . Am (5) . Ob (1) . Mi (2) . Sef (3) . Hag (1) . Zach (12) . Sef (3) : (1) Sef 1,9 . (2) Sef 3,11 . (3) Sef 3,16 .

Sef 3,12 - Sef 3,12 . Beloften - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 - Sef 3,9 - Sef 3,10 - Sef 3,11 - Sef 3,12 - Sef 3,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12kai upoleipsomai en soi laon prau+n kai tapeinon kai eulabèthèsontai apo tou onomatos kuriou  12 et derelinquam in medio tui populum pauperem et egenum et sperabunt in nomine Domini     12 Maar Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen.   [12] Dan* laat Ik binnen uw muren alleen nog een nederig, bescheiden volk over, dat zijn toevlucht zoekt bij de naam van de heer,   [12] Ik zal een arm en zwak volk binnen je muren achterlaten dat in de naam van de HEER een toevlucht vindt.   12 Ik zal in je midden als rest overlaten een gemeenschap ootmoedig en arm; schuilen zullen zij bij de naam van de ENE.  12. Je ne laisserai subsister en ton sein qu'un peuple humble et modeste, et c'est dans le nom de Yahvé que cherchera refuge  

King James Bible . [12] I will also leave in the midst of thee an afflicted and poor people, and they shall trust in the name of the LORD.
Luther-Bibel . 12 Ich will in dir übrig lassen ein armes und geringes Volk; die werden auf des HERRN Namen trauen.

Tekstuitleg van Sef 3,12 .

2. bqrbk . Tenach (26) . bëqirëbekh < prefix voorzetsel bë (in) + zelfst. naamw. qèrèbh (midden) + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. vr. enk. . Zie qârabh (naderen, nabij zijn) . Taalgebruik in Tenach : qârabh (naderen, nabij zijn) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 41 OF 302 . Structuur : 1 - 2 - 2 . Tenach (8) : (1) Js 12,6 . (2) Jr 4,14 . (3) Nah 3,13 . (4) Sef 3,12 . (5) Sef 3,15 . (6) Sef 3,17 . (7) Zach 14,1 . (8) Ps 147,13 .

8. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Sefanja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . 12 kl. Prof. (387) . Sef (24) . Sef 1 (10) . Sef 2 (7) . Sef 3 (7) : (1) Sef 3,5 . (2) Sef 3,8 . (3) Sef 3,9 . (4) Sef 3,12 . (5) Sef 3,15 . (6) Sef 3,17 . (7) Sef 3,20 .

Sef 3,13 - Sef 3,13 . Beloften - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 - Sef 3,9 - Sef 3,10 - Sef 3,11 - Sef 3,12 - Sef 3,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13oi kataloipoi tou israèl kai ou poièsousin adikian kai ou lalèsousin mataia kai ou mè eurethè en tô stomati autôn glôssa dolia dioti autoi nemèsontai kai koitasthèsontai kai ouk estai o ekfobôn autous  13 reliquiae Israhel non facient iniquitatem nec loquentur mendacium et non invenietur in ore eorum lingua dolosa quoniam ipsi pascentur et accubabunt et non erit qui exterreat     13 De overgeblevenen van Israël zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedriegelijke tong gevonden worden; maar zij zullen weiden en nederliggen, en niemand zal hen verschrikken.  [13] De rest van Israël zal geen onrecht meer doen en geen onwaarheid meer spreken; in hun mond is geen tong die bedriegt. Want zij zullen hoeden en rusten, zonder door iemand te worden opgeschrikt.  [13] Wie er van Israël overblijven, zullen niet langer onrecht doen, ze zullen geen leugens spreken, uit hun mond zal geen bedrieglijke taal meer klinken. Ze zullen weiden en rustig liggen, en niemand die ze stoort.   13 Israëls rest, zij zullen geen onrecht doen, geen leugen spreken en in hun mond is niet meer te vinden een bedrieglijke tong; nee, zíj zullen weiden en zich neervlijen, en geen die hen opschrikt. ••   13. le reste d'Israël. Ils ne commettront plus d'iniquité, ils ne diront plus de mensonge; on ne trouvera plus dans leur bouche de langue trompeuse. Mais ils pourront paître et se reposer sans que personne les inquiète.  

King James Bible . [13] The remnant of Israel shall not do iniquity, nor speak lies; neither shall a deceitful tongue be found in their mouth: for they shall feed and lie down, and none shall make them afraid.
Luther-Bibel . 13 Und diese Übriggebliebenen in Israel werden nichts Böses tun noch Lüge reden, und man wird in ihrem Munde keine betrügerische Zunge finden, sondern sie sollen weiden und lagern ohne alle Furcht.

Tekstuitleg van Sef 3,13 .

2. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenach : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Tenach (2044) . Pentateuch (502) . Sef (4) : (1) Sef 2,9 . (2) Sef 3,13 . (3) Sef 3,14 . (4) Sef 3,15 .

- Sef 3,14-17 . Oproep tot vreugde - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 - Sef 3,14 - Sef 3,15 - Sef 3,16 - Sef 3,17 -

Sef 3,14 - Sef 3,14 . Oproep tot vreugde - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 - Sef 3,14 - Sef 3,15 - Sef 3,16 - Sef 3,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14chaire sfodra thugater siôn kèrusse thugater ierousalèm eufrainou kai kataterpou ex olès tès kardias sou thugater ierousalèm  14 lauda filia Sion iubilate Israhel laetare et exulta in omni corde filia Hierusalem   rânnî bath tsijjôn hârî`û jishërâ´el  shimëchî wë`ilëzî bëkâl lebh bath jërûsjâlaim 14 Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, Israël; wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems!  [14] Jubel, dochter van Sion! Juich, Israël. Verheug u en wees blij met heel uw hart, dochter van Jeruzalem!  [14] Jubel, vrouwe Sion, zing van vreugde, Israël, juich met heel je hart, vrouwe Jeruzalem!   14 ¶ Jubel, dochter Sions, laat het schallen, o Israël; verheug je en wees uitgelaten met heel je hart, dochter Jeruzalem!   14. Pousse des cris de joie, fille de Sion! une clameur d'allégresse, Israël! Réjouis-toi, triomphe de tout ton cœur, fille de Jérusalem!  

King James Bible . [14] Sing, O daughter of Zion; shout, O Israel; be glad and rejoice with all the heart, O daughter of Jerusalem.
Luther-Bibel . 14 Jauchze, du Tochter Zion! Frohlocke, Israel! Freue dich und sei fröhlich von ganzem Herzen, du Tochter Jerusalem!

a. rânnî bath tsijjôn (jubelt , dochter Sion) .
b. hârî`û jishërâ´el (juicht , Israël) .
c. shimëchî wë`ilëzî bëkâl lebh bath jërûsjâlaim (verheug je en juich met een heel hart , dochter van Jeruzalem) .

Tekstuitleg van Sef 3,14 . Het vers Sef 3,14 telt 11 woorden en 41 letters . De getalwaarde van Sef 3,14 is 3203 . Het vers Sef 3,14 bestaat uit 3 versonderdelen , die parallel zijn opgebouwd . Het 1ste en 3de versonderdeel omarmen elkaar : imperat. vr. enk. en bath (dochter van) ... Er zijn 4 werkw. om zich verheugen , juichen... uit te drukken : `âlaz , rânan , rw` , shâmach . Ter vergelijking : er zijn drie scheppingsdagen en vier scheppingsdaden ; op de 3de scheppingsdag gebeuren er 2 scheppingsdaden .

Sef 3,14.1. act. qal imperatief 2de pers. vr. enk. rânnî van het werkw. rânan (roepen, jubelen, jammeren) . Taalgebruik in Tenach : rânan (roepen, jubelen, jammeren) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 OF 300 . Structuur : 2 - 5 - 5 . Tenach (5) : (1) Js 54,1 . (2) Sef 3,14 . (3) Zach 2,14 . (4) Ps 32,7 . (5) Kl 2,19 .

Sef 3,14.2. bath (dochter) . Taalgebruik in Tenach : bath (dochter) . Getalwaarde : beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 24 OF 402 . Structuur : 2 - 4 . Gr. thugatèr (dochter) . Taalgebruik in de LXX : thugatèr (dochter) . Taalgebruik in het N.T. : thugatèr (dochter) . Lat. filia . Fr. la fille . E. daughter . D. Tochter . Een vorm van thugatèr (dochter) in de LXX (641) , in het N.T. (28) . Tenach (193) . Pentateuch (51) . Sef (2) : (1) Sef 3,10 . (2) Sef 3,14 .

Sef 3,14.3. tsijjôn (Sion) . Taalgebruik in Tenach : tsijjôn (Sion) . Getalwaarde : tsade = 18 of 90 , jod = 10 , waw = 6 , nun = 14 of 50 ; totaal : 48 (2³ X 2 X 3) OF 156 (2³ X 3 X 13 OF 6 X 26) . Structuur : 9 - 1 - 6 - 5 . Tenach (108) . Sef (2) : (1) Sef 3,14 . (2) Sef 3,16 . De vermelding van Sion komt in Sef slechts 2X voor en wel in de vreugdeoproep . In Sef is wel enkele malen sprake van offers en offeren . Dat verwijst wellicht naar de tempel op de Sionsberg .

Sef 3,14.2. - 3. bath tsijjôn (dochter van Sion) . Tenach (19) . 1 K (1) . Js (3) . Jr (3) . Kl (7) . 12 kl. Prof. (5) : (1) Mi 4,8 . (2) Mi 4,10 . (3) Sef 3,14 . (4) Zach 2,14 . (5) Zach 9,9 .

Sef 3,14.4. act. hifil imperat. 2de pers. mann. mv. hârî`û (verheugt jullie) van het werkw. rw` (luid schreeuwen, juichen) . Taalgebruik in Tenach : rw` (luid schreeuwen, juichen) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 ; waw = 6 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 42 OF 276 . Structuur : 2 - 6 - 7 . Tenach (12) : (1) Joz 6,10 . (2) Joz 6,16 . (3) Js 44,23 . (4) Jr 50,15 . (5) Hos 5,8 . (6) Sef 3,14 . (7) Ps 47,2 . (8) Ps 66,1 . (9) Ps 81,2 . (10) Ps 98,4 . (11) Ps 98,6 . (12) Ps 100,1 . Tenach : Jl 2,1 .
- act. hifil imperat. 2de pers. vr. enk. hârî`î (verheug je) . Tenach (1) : Zach 9,9 .

Sef 3,14.5. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenach : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Tenach (2044) . Pentateuch (502) . Sef (4) : (1) Sef 2,9 . (2) Sef 3,13 . (3) Sef 3,14 . (4) Sef 3,15 .

Sef 3,14.6. act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. shimëchî (verheug je) van het werkw. shâmach (zich verheugen) . Taalgebruik in Tenach : shâmach (zich verheugen) . Getalwaarde : shin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , chet = 8 ; totaal : 42 OF 348 . Structuur : 3 - 4 - 8 . Tenach (1) : Sef 3,14 . ûshëmâchî / wëshimëchî (en verheug je) . Tenach (3) : (1) Jl 2,21 . (2) Zach 2,14 . (3) Kl 4,21 .
- act. qal imperat. 2de pers. mann. mv. shimëchû (verheugt jullie) . Tenach (4) : (1) Re 9,19 . (2) Js 66,10 . (3) Ps 32,11 . (4) Ps 97,12 . wëshimëchû (en verheugt jullie) . Tenach (1) : Jl 2,23 .

Sef 3,14.7. prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. wë`ilëzî (en verheug je) van het werkw. `âlaz (zich verheugen, juichen) . Taalgebruik in Tenach : `âlaz (zich verheugen, juichen) . Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 , zain = 7 ; totaal : 35 of 107 . Tenach (1) : Sef 3,14 . wë`ilëzû (en verheug je) act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. . Tenach (1) : Ps 68,5 .

Sef 3,14.8. - 9. bëkâl lebh (met een heel hart) . Tenach (4) : (1) 2 K 23,3 . (2) Ps 119,2 . (3) Ps 119,69 . (4) Sef 3,14 .

Sef 3,14.10. bath (dochter) . Taalgebruik in Tenach : bath (dochter) . Getalwaarde : beth = 2 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 24 OF 402 . Structuur : 2 - 4 . Gr. thugatèr (dochter) . Taalgebruik in de LXX : thugatèr (dochter) . Taalgebruik in het N.T. : thugatèr (dochter) . Lat. filia . Fr. la fille . E. daughter . D. Tochter . Een vorm van thugatèr (dochter) in de LXX (641) , in het N.T. (28) . Tenach (193) . Pentateuch (51) . Sef (2) : (1) Sef 3,10 . (2) Sef 3,14 . wë`ilëzî .

Sef 3,14.11. jërûsjâlaim (Jeruzalem) . Taalgebruik in Tenach : jërûsjâlaim (Jeruzalem) . Getalwaarde : jod = 10 , resj = 20 of 200 , waw = 6 , sjin = 21 of 300 , lamed = 12 of 30 , mem = 13 of 40 ; totaal : 82 (2 X 41) OF 586 (2 X 293) . Structuur : 1 - 2 - 6 -3 - 3 - 4 . Tenach (336) . Sef (3) : (1) Sef 1,4 . (2) Sef 1,12 . (3) Sef 3,14 .

Sef 3,14.10. - 11. bath jërûsjâlaim (dochter Jeruzalem) . Tenach (4) : (1) 2 K 19,21 . (2) Js 37,22 . (3) Kl 2,15 . (4) Sef 3,14 . (5) Zach 9,9 . habbath jërûsjâlaim (de dochter Jeruzalem) . Tenach (1) : Kl 2,13 .

In 4 verzen : (1) 2 K 19,21 . (2) Js 37,22 . (3) Sef 3,14 . (4) Zach 9,9 komt zowel bath tsijjôn (dochter Sion) als bath jërûsjâlaim (dochter Jeruzalem) voor ; in Kl 2,13 zowel bath tsijjôn (dochter Sion) als habbath jërûsjâlaim (de dochter Jeruzalem) .
Zowel in Sef 3,14 als in Zach 9,9 vinden we bovendien de hifil imperatief van het werkw. rw` (luid schreeuwen, juichen) ; Sef 3,14 : act. hifil imperat. 2de pers. mann. mv. hârî`û (verheugt jullie) ; Zach 9,9 : act. hifil imperat. 2de pers. vr. enk. hârî`î (verheug je) .

Sef 3,15 - Sef 3,15 . Oproep tot vreugde - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 - Sef 3,14 - Sef 3,15 - Sef 3,16 - Sef 3,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
15perieilen kurios ta adikèmata sou lelutrôtai se ek cheiros echthrôn sou basileus israèl kurios en mesô sou ouk opsè kaka ouketi 15 abstulit Dominus iudicium tuum avertit inimicos tuos rex Israhel Dominus in medio tui non timebis malum ultra     15 De HEERE heeft uw oordelen weggenomen, Hij heeft uw vijand weggevaagd; de Koning Israëls, de HEERE, is in het midden van u, gij zult geen kwaad meer zien.   [15] De heer heeft uw vonnis tenietgedaan, Hij heeft uw vijanden weggejaagd. De koning van Israël, de heer, Hij is binnen uw muren: u hebt geen kwaad meer te vrezen.   [15] De HEER heeft het vonnis over jou tenietgedaan en je vijand verdreven. De HEER, de koning van Israël, is in je midden, je hebt geen kwaad meer te vrezen.   15 Doen wijken zal de ENE de gerichten over jou, je vijanden wendt hij af; Israëls koning is de ENE in je midden, je hoeft geen kwaad meer te vrezen!   15. Yahvé a levé la sentence qui pesait sur toi; il a détourné ton ennemi. Yahvé est roi d'Israël au milieu de toi. Tu n'as plus de malheur à craindre.  

King James Bible . [15] The LORD hath taken away thy judgments, he hath cast out thine enemy: the king of Israel, even the LORD, is in the midst of thee: thou shalt not see evil any more.
Luther-Bibel . 15 Denn der HERR hat deine Strafe weggenommen und deine Feinde abgewendet. Der HERR, der König Israels, ist bei dir, dass du dich vor keinem Unheil mehr fürchten musst.

a. hesîr JHWH misjëpâtajikh (JHWH annuleert je rechtszaken) .
b.

Tekstuitleg van Sef 3,15 .

1. act. hifil perf. 3de pers. mann. enk. hesîr (hij doet weg, hij verwijdert) van het werkw. swr (wijken, afwijken, afvallen, zich ver houden van) . Taalgebruik in Tenach : swr (wijken, afwijken, afvallen, zich ver houden van) . Getalwaarde : samech = 15 of 60 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 41 OF 266 . Structuur : 6 - 6 - 2 . Tenach (16) : (1) Joz 11,15 . (2) 1 S 28,3 . (3) 2 K 17,23 . (4) 2 K 18,4 . (5) 2 K 18,22 . (6) 2 K 23,19 . (7) Js 18,5 . (8) Js 31,2 . (9) Js 36,7 . (10) Sef 3,15 . (11) Ps 66,20 . (12) Job 27,2 . (13) Job 34,5 . (14) 1 Kr 13,13 . (15) 2 Kr 17,6 . (16) 2 Kr 32,12 .

2. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Sefanja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . 12 kl. Prof. (387) . Sef (24) . Sef 1 (10) . Sef 2 (7) . Sef 3 (7) : (1) Sef 3,5 . (2) Sef 3,8 . (3) Sef 3,9 . (4) Sef 3,12 . (5) Sef 3,15 . (6) Sef 3,17 . (7) Sef 3,20 .

3. zelfst. naamw. stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. vr. enk. misjëpâtajikh van het zelfst. naamw. misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Tenach : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Jesaja : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , pe = 17 of 80 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 420 (2² X 3 X 5 X 7) . Structuur : 4 - 3 - 8 . Tenach (132) . Tenach (1) Sef 3,15 .

7. jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Tenach : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in 2 K : jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Jesaja: jishërâ´el (Israël) . Taalgebruik in Amos : jishërâ´el (Israël) . Getalwaarde : jod = 10 , shin = 21 of 300 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 , lameth = 12 of 30 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 541 (10de zeshoekige ster) . Structuur : 1 - 3 - 2 - 1 - 3 . Gr. israèl (Israël) . Taalgebruik in de LXX : Israèl (Israël) . Taalgebruik in het N.T. : Israèl (Israël) . Tenach (2044) . Pentateuch (502) . Sef (4) : (1) Sef 2,9 . (2) Sef 3,13 . (3) Sef 3,14 . (4) Sef 3,15 .

8. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Sefanja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . 12 kl. Prof. (387) . Sef (24) . Sef 1 (10) . Sef 2 (7) . Sef 3 (7) : (1) Sef 3,5 . (2) Sef 3,8 . (3) Sef 3,9 . (4) Sef 3,12 . (5) Sef 3,15 . (6) Sef 3,17 . (7) Sef 3,20 .

9. bqrbk . Tenach (26) . bëqirëbekh < prefix voorzetsel bë (in) + zelfst. naamw. qèrèbh (midden) + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. vr. enk. . Zie qârabh (naderen, nabij zijn) . Taalgebruik in Tenach : qârabh (naderen, nabij zijn) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 41 OF 302 . Structuur : 1 - 2 - 2 . Tenach (8) : (1) Js 12,6 . (2) Jr 4,14 . (3) Nah 3,13 . (4) Sef 3,12 . (5) Sef 3,15 . (6) Sef 3,17 . (7) Zach 14,1 . (8) Ps 147,13 .

Sef 3,16 - Sef 3,16 . Oproep tot vreugde - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 - Sef 3,14 - Sef 3,15 - Sef 3,16 - Sef 3,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
16en tô kairô ekeinô erei kurios tè ierousalèm tharsei siôn mè pareisthôsan ai cheires sou  16 in die illa dicetur Hierusalem noli timere Sion non dissolvantur manus tuae     16 Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden.   [16] Op die dag zal men tegen Jeruzalem zeggen: ‘Wees niet bang, Sion; laat uw handen niet verslappen.   [16] Op die dag zal men tegen Jeruzalem zeggen: ‘Wees niet bang, Sion! Laat de moed niet zinken!’   16 Op die dag zal tot Jeruzalem worden gezegd: vrees niet,– Sion, laat je handen niet hangen!  16. Ce jour-là, on dira à Jérusalem : Sois sans crainte, Sion! que tes mains ne défaillent pas!  

King James Bible . [16] In that day it shall be said to Jerusalem, Fear thou not: and to Zion, Let not thine hands be slack.
Luther-Bibel . 16 Zur selben Zeit wird man sprechen zu Jerusalem: Fürchte dich nicht, Zion! Lass deine Hände nicht sinken!

Tekstuitleg van Sef 3,16 .

1. bëjôm / bajjôm (op een dag) . Voorzetsel bë (op) (+ bepaald lidw. ha) en het zelfst. naamw. jôm (dag) . Taalgebruik in Tenach : jôm (dag) . Taalgebruik in Am : jôm (dag) . Gr. hèmera (dag) . Getalwaarde van jôm (dag) : jod = 10 , waw = 6 , mem = 13 of 40 ; totaal : 29 OF 56 (2³ X 7) . Structuur : 1 - 6 - 4 . Taalgebruik in de Septuaginta : hèmera (dag) . Taalgebruik in het N.T. : hèmera (dag) . Lat. dies . Ned. dag . D. Tag . E. day . F. jour < Lat. diurnum . Cfr journaal . Tenach (491) . Pentateuch (130) . 12 kl. Prof. (62 = 2 X 31) . Sef (7) : (1) Sef 1,8 . (2) Sef 1,9 . (3) Sef 1,10 . (4) Sef 1,18 . (5) Sef 2,3 . (6) Sef 3,11 . (7) Sef 3,16 . Een vorm van hèmera (dag) in de LXX (2567) , in Sef (12) , in het N.T. (388) . Verder een vorm van jôm (dag) nog in Sef in 14 verzen : (1) Sef 1,1 . (2) Sef 1,7 . (3) Sef 1,8 . (4) Sef 1,9 . (5) Sef 1,10 . (6) Sef 1,14 . (7) Sef 1,15 . (8) Sef 1,16 . (9) Sef 1,18 . (10) Sef 2,2 . (11) Sef 2,3 . (12) Sef 3,8 . (13) Sef 3,11 . (14) Sef 3,16 .

1. - 2. bajjôm hahû´ (op die dag) . Tenach (188X) . 12 kl. Prof. (27) . Hos (3) . Am (5) . Ob (1) . Mi (2) . Sef (3) . Hag (1) . Zach (12) . Sef (3) : (1) Sef 1,9 . (2) Sef 3,11 . (3) Sef 3,16 .

Sef 3,17 - Sef 3,17 . Oproep tot vreugde - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 - Sef 3,14 - Sef 3,15 - Sef 3,16 - Sef 3,17 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
17kurios o theos sou en soi dunatos sôsei se epaxei epi se eufrosunèn kai kainiei se en tè agapèsei autou kai eufranthèsetai epi se en terpsei ôs en èmera eortès  17 Dominus Deus tuus in medio tui Fortis ipse salvabit gaudebit super te in laetitia silebit in dilectione tua exultabit super te in laude     17 De HEERE, uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.   [17] De heer uw God is binnen uw muren, een reddende held. Hij zal zich verheugen in vreugde om u en zijn liefde stilzwijgend laten blijken. Hij juicht uit vreugde over u.’   [17] De HEER, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen.   17 De ENE, je God, is in je midden, een held die bevrijdt; hij is in vreugde vrolijk over je: hij kan zwijgen in zijn liefde en hij kan met jubel over jou juichen.   17. Yahvé ton Dieu est au milieu de toi, héros sauveur! Il exultera pour toi de joie, il te renouvellera par son amour; il dansera pour toi avec des cris de joie,  

King James Bible . [17] The LORD thy God in the midst of thee is mighty; he will save, he will rejoice over thee with joy; he will rest in his love, he will joy over thee with singing.
Luther-Bibel . 17 Denn der HERR, dein Gott, ist bei dir, ein starker Heiland. Er wird sich über dich freuen und dir freundlich sein, er wird dir vergeben in seiner Liebe und wird über dich mit Jauchzen fröhlich sein.

Tekstuitleg van Sef 3,17 .

1. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Sefanja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . 12 kl. Prof. (387) . Sef (24) . Sef 1 (10) . Sef 2 (7) . Sef 3 (7) : (1) Sef 3,5 . (2) Sef 3,8 . (3) Sef 3,9 . (4) Sef 3,12 . (5) Sef 3,15 . (6) Sef 3,17 . (7) Sef 3,20 .

3. bqrbk . Tenach (26) . bëqirëbekh < prefix voorzetsel bë (in) + zelfst. naamw. qèrèbh (midden) + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. vr. enk. . Zie qârabh (naderen, nabij zijn) . Taalgebruik in Tenach : qârabh (naderen, nabij zijn) . Getalwaarde : qoph = 19 of 100 , resj = 20 of 200 , beth = 2 ; totaal : 41 OF 302 . Structuur : 1 - 2 - 2 . Tenach (8) : (1) Js 12,6 . (2) Jr 4,14 . (3) Nah 3,13 . (4) Sef 3,12 . (5) Sef 3,15 . (6) Sef 3,17 . (7) Zach 14,1 . (8) Ps 147,13 .

- Sef 3,18-20 . Terugkeer en herstel - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 -- Sef 3,18 - Sef 3,19 - Sef 3,20 -

Sef 3,18 - Sef 3,18 . Terugkeer en herstel - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 -- Sef 3,18 - Sef 3,19 - Sef 3,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
18kai sunaxô tous suntetrimmenous ouai tis elaben ep' autèn oneidismon  18 nugas qui a lege recesserant congregabo quia ex te erant ut non ultra habeas super eis obprobrium     18 De bedroefden, om der bijeenkomst wil, zal Ik verzamelen, zij zijn uit u; de schimping is een last op haar.   [18] De gekwelden haal Ik daar bij u weg, zij blijven ver van het feest. Zij waren een last en een schande voor u.   [18] Alle treurenden zal ik bijeenbrengen, verzamelen wie op je feesten moesten ontbreken. Hun vernedering drukte zwaar op de stad.   18 De bedroefden uit een samenkomst zal ik verzamelen, uit jou zullen ze weg zijn; de smaad zal ik van je wegdragen.   18. comme aux jours de fête. J'ai écarté de toi le malheur, pour que tu ne portes plus l'opprobre.  

King James Bible . [18] I will gather them that are sorrowful for the solemn assembly, who are of thee, to whom the reproach of it was a burden.
Luther-Bibel . 18 Wie an einem festlichen Tage nehme ich von dir hinweg das Unheil, dass du seinetwegen keine Schmach mehr trägst.

Tekstuitleg van Sef 3,18 .

Sef 3,19 - Sef 3,19 . Terugkeer en herstel - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 -- Sef 3,18 - Sef 3,19 - Sef 3,20 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
19idou egô poiô en soi eneken sou en tô kairô ekeinô legei kurios kai sôsô tèn ekpepiesmenèn kai tèn apôsmenèn eisdexomai kai thèsomai autous eis kauchèma kai onomastous en pasè tè gè  19 ecce ego interficiam omnes qui adflixerunt te in tempore illo et salvabo claudicantem et eam quae eiecta fuerat congregabo et ponam eos in laudem et in nomen in omni terra confusionis eorum     19 Ziet, Ik zal te dien tijde al uw verdrukkers verdoen; en Ik zal de hinkenden behoeden, en de uitgestotenen verzamelen; en Ik zal ze stellen tot een lof, en tot een naam, in het ganse land, waar zij beschaamd zijn geweest.   [19] Let op, hoe Ik in die tijd af zal rekenen met al uw verdrukkers. Ik zal degenen die kreupel zijn redden en wie uiteen zijn gejaagd samenbrengen. Zij die over heel de aarde veracht werden breng Ik eer en roem.   [19] In die tijd zal ik afrekenen met je verdrukkers, de kreupelen zal ik redden, de verstrooiden bijeenbrengen. En hen die in de hele wereld werden veracht zal ik met eer en roem overladen.   19 Zie, ik zal doende zijn met al wie jou hebben verdrukt in die tijd, bevrijden zal ik wat mank gaat, wat was weggestoten zal ik weer vergaren; ik zal hen maken tot voorwerp van lof en tot mensen van naam in alle land waar men schande van hen sprak.   19. Me voici à l'œuvre avec tous tes oppresseurs. En ce temps-là, je sauverai les éclopées, je rallierai les égarées, et je leur attirerai louange et renommée par toute la terre, quand j'accomplirai leur restauration.  

King James Bible . [19] Behold, at that time I will undo all that afflict thee: and I will save her that halteth, and gather her that was driven out; and I will get them praise and fame in every land where they have been put to shame.
Luther-Bibel . 19 Siehe, zur selben Zeit will ich mit allen denen ein Ende machen, die dich bedrängen, und will den Hinkenden helfen und die Zerstreuten sammeln und will sie zu Lob und Ehren bringen in allen Landen, wo man sie verachtet.

Tekstuitleg van Sef 3,19 .

6. be`eth / bâ`eth = in (de) tijd van . Voorzetsel bë + (bepaald lidw. ha-) + zelfstandig naamwoord `eth (tijd) . Taalgebruik in Tenach : `eth (tijd) .Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 38 OF 470 . Structuur : 7 - 4 . Gr. kairos (gunstig moment) . Taalgebruik in de LXX : kairos (gunstig moment) . Taalgebruik in het N.T. : kairos (gunstig moment) . Lat. tempus , -oris . Fr. le temps . E. time . Ned. tijd . D. Zeit . Een vorm van kairos (gunstig moment) in de LXX (487) , in het N.T. (85) . Tenach (89) . 12 kl. Prof. (6) : (1) Am 5,13 . (2) Mi 3,4 . (3) Sef 1,12 . (4) Sef 3,19 . (5) Sef 3,20 . (6) Zach 10,1 .

6. - 7. bâ`eth hahî´= in die tijd . Tenach (40) . 12 kl. Prof. (5) : (1) Am 5,13 . (2) Mi 3,4 . (3) Sef 1,12 . (4) Sef 3,19 . (5) Sef 3,20 .

9. prefix verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. hifil perf. 1ste pers. enk. wëhôsja`thî (ik breng redding, ik red) van het werkw. jâsj`a (redden, bevrijden, verlossen) . Taalgebruik in Tenach : jâsj`a (redden, bevrijden, verlossen) . Getalwaarde : jod = 10 , sjin = 21 of 300 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 47 OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 1 - 3 - 7 . Gr. sôzô (redden) . Taalgebruik in het N.T. : sôzô (redden) . Taalgebruik in de LXX : sôzô (redden) . L. salvator (salvare - salus) . Fr. sauver - saveur . Ned. b.v. salie (een heilbrengend kruid) . E. saviour . N. heiland . D. Heiland . môsjî`a (de reddende) act. part. hifil nom. mann. enk. van het werkw. jâsj`a (redden, bevrijden, verlossen) , is heel nauw verwant wat letters betreft : mâsjach (zalven) . (mâsjîach = gezalfde, messias, G. christos = Christus) . Een vorm van sôzô (redden) in de LXX (363) , in het N.T. (106) . Tenach (5) : (1) Js 43,12 . (2) Ez 34,22 . (3) Ez 36,29 . (4) Ez 37,23 . (5) Sef 3,19 . hôsja`thî (ik red) . Tenach (0) .

18. ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenach : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het N.T. (248) . Tenach (453) . Sef (1) : Sef 2,5 .
- hâ´ârèts (het land) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw . Tenach (851) . Pentateuch (316) . Sef (6) : (1) Sef 1,18 . (2) Sef 2,3 . (3) Sef 2,11 . (4) Sef 3,8 . (5) Sef 3,19 . (6) Sef 3,20 .

Sef 3,20 - Sef 3,20 . Terugkeer en herstel - bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Sef (Sefanja) -- Sef 3 -- Sef 3,1-8 -- Sef 3,9-13 -- Sef 3,14-17 -- Sef 3,18-20 -- Sef 3,18 - Sef 3,19 - Sef 3,20 - 
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling Naardense bijbel Bible de Jérusalem
20kai kataischunthèsontai en tô kairô ekeinô otan kalôs umin poièsô kai en tô kairô otan eisdexômai umas dioti dôsô umas onomastous kai eis kauchèma en pasin tois laois tès gès en tô epistrefein me tèn aichmalôsian umôn enôpion umôn legei kurios .   20 in tempore illo quo adducam vos et in tempore quo congregabo vos dabo enim vos in nomen et in laudem omnibus populis terrae cum convertero captivitatem vestram coram oculis vestris dicit Dominus    20 Te dier tijd zal Ik ulieden herwaarts brengen, ten tijde namelijk, als Ik u verzamelen zal; zekerlijk Ik zal ulieden zetten tot een naam en tot een lof, onder alle volken der aarde, als Ik uw gevangenissen voor uw ogen wenden zal, zegt de HEERE.   [20] In die tijd leid Ik u terug; in de tijd dat Ik u verzamel, breng Ik u eer en roem onder alle volken van de aarde, wanneer Ik u, voor uw ogen, in uw vroegere staat herstel, zegt de heer.   [20] In die tijd breng ik jullie terug.  20 In die tijd laat ik u binnenkomen, in die tijd dat ik u vergader,– want ik zal u vrijgeven als mensen van naam en als voorwerp van lof onder alle gemeenschappen der aarde, wanneer ik voor uw ogen in uw kerkeringen een keer breng, heeft gezegd de ENE !   20. En ce temps-là, je vous guiderai, au temps où je vous rassemblerai; alors je vous donnerai louange et renommée parmi tous les peuples de la terre, quand j'accomplirai votre restauration sous vos yeux, dit Yahvé. 

King James Bible . [20] At that time will I bring you again, even in the time that I gather you: for I will make you a name and a praise among all people of the earth, when I turn back your captivity before your eyes, saith the LORD.
Luther-Bibel . 20 Zur selben Zeit will ich euch heimbringen und euch zur selben Zeit sammeln; denn ich will euch zu Lob und Ehren bringen unter allen Völkern auf Erden, wenn ich eure Gefangenschaft wenden werde vor euren Augen, spricht der HERR.

Tekstuitleg van Sef 3,20 .

1. be`eth / bâ`eth = in (de) tijd van . Voorzetsel bë + (bepaald lidw. ha-) + zelfstandig naamwoord `eth (tijd) . Taalgebruik in Tenach : `eth (tijd) .Getalwaarde : ajin = 16 of 70 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 38 OF 470 . Structuur : 7 - 4 . Gr. kairos (gunstig moment) . Taalgebruik in de LXX : kairos (gunstig moment) . Taalgebruik in het N.T. : kairos (gunstig moment) . Lat. tempus , -oris . Fr. le temps . E. time . Ned. tijd . D. Zeit . Een vorm van kairos (gunstig moment) in de LXX (487) , in het N.T. (85) . Tenach (89) . 12 kl. Prof. (6) : (1) Am 5,13 . (2) Mi 3,4 . (3) Sef 1,12 . (4) Sef 3,19 . (5) Sef 3,20 . (6) Zach 10,1 .

1. - 2. bâ`eth hahî´= in die tijd . Tenach (40) . 12 kl. Prof. (5) : (1) Am 5,13 . (2) Mi 3,4 . (3) Sef 1,12 . (4) Sef 3,19 . (5) Sef 3,20 .

15. ´èrèts (land, aarde) . Taalgebruik in Tenach : ´èrètz (land) . Getalwaarde : aleph = 1 , resj = 20 of 300 , tsade = 18 of 90 ; totaal : 39 (3 X 13 of 26 + 13) of 391 (17 X 23) . Structuur : 1 - 3 - 9 . Gr. gè (aarde, land) . Taalgebruik in de Septuaginta : gè (aarde) . Taalgebruik in het N.T. : gè (aarde) . Lat. terra . Fr. terre . Ned. aarde . E. earth . D. Welt . Een vorm van gè (aarde, land) in de LXX (3154) , in het N.T. (248) . Tenach (453) . Sef (1) : Sef 2,5 .
- hâ´ârèts (het land) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw . Tenach (851) . Pentateuch (316) . Sef (6) : (1) Sef 1,18 . (2) Sef 2,3 . (3) Sef 2,11 . (4) Sef 3,8 . (5) Sef 3,19 . (6) Sef 3,20 .

21. JHWH . Eigennaam van God . Taalgebruik in Tenach : JHWH . Taalgebruik in Sefanja : JHWH . Getalwaarde : jod = 10 , he = 5 , waw = 6 . Totaal : 10 + 5 + 6 + 5 = 26 . Structuur : 1 - 5 - 6 - 5 . Tenach (5193) . Pentateuch (1326) . 12 kl. Prof. (387) . Sef (24) . Sef 1 (10) . Sef 2 (7) . Sef 3 (7) : (1) Sef 3,5 . (2) Sef 3,8 . (3) Sef 3,9 . (4) Sef 3,12 . (5) Sef 3,15 . (6) Sef 3,17 . (7) Sef 3,20 .


SEPTUAGINTA

1ô è epifanès kai apolelutrômenè è polis è peristera2ouk eisèkousen fônès ouk edexato paideian epi tô kuriô ouk epepoithei kai pros ton theon autès ouk èggisen3oi archontes autès en autè ôs leontes ôruomenoi oi kritai autès ôs lukoi tès arabias ouch upeliponto eis to prôi4oi profètai autès pneumatoforoi andres katafronètai oi iereis autès bebèlousin ta agia kai asebousin nomon5o de kurios dikaios en mesô autès kai ou mè poièsè adikon prôi prôi dôsei krima autou eis fôs kai ouk apekrubè kai ouk egnô adikian en apaitèsei kai ouk eis neikos adikian6en diafthora katespasa uperèfanous èfanisthèsan gôniai autôn exerèmôsô tas odous autôn to parapan tou mè diodeuein exelipon ai poleis autôn para to mèdena uparchein mède katoikein7eipa plèn fobeisthe me kai dexasthe paideian kai ou mè exolethreuthète ex ofthalmôn autès panta osa exedikèsa ep' autèn etoimazou orthrison diefthartai pasa è epifullis autôn8dia touto upomeinon me legei kurios eis èmeran anastaseôs mou eis marturion dioti to krima mou eis sunagôgas ethnôn tou eisdexasthai basileis tou ekcheai ep' autous pasan orgèn thumou mou dioti en puri zèlous mou katanalôthèsetai pasa è gè9oti tote metastrepsô epi laous glôssan eis genean autès tou epikaleisthai pantas to onoma kuriou tou douleuein autô upo zugon ena10ek peratôn potamôn aithiopias oisousin thusias moi11en tè èmera ekeinè ou mè kataischunthès ek pantôn tôn epitèdeumatôn sou ôn èsebèsas eis eme oti tote perielô apo sou ta faulismata tès ubreôs sou kai ouketi mè prosthès tou megalauchèsai epi to oros to agion mou12kai upoleipsomai en soi laon prau+n kai tapeinon kai eulabèthèsontai apo tou onomatos kuriou13oi kataloipoi tou israèl kai ou poièsousin adikian kai ou lalèsousin mataia kai ou mè eurethè en tô stomati autôn glôssa dolia dioti autoi nemèsontai kai koitasthèsontai kai ouk estai o ekfobôn autous14chaire sfodra thugater siôn kèrusse thugater ierousalèm eufrainou kai kataterpou ex olès tès kardias sou thugater ierousalèm15perieilen kurios ta adikèmata sou lelutrôtai se ek cheiros echthrôn sou basileus israèl kurios en mesô sou ouk opsè kaka ouketi16en tô kairô ekeinô erei kurios tè ierousalèm tharsei siôn mè pareisthôsan ai cheires sou17kurios o theos sou en soi dunatos sôsei se epaxei epi se eufrosunèn kai kainiei se en tè agapèsei autou kai eufranthèsetai epi se en terpsei ôs en èmera eortès18kai sunaxô tous suntetrimmenous ouai tis elaben ep' autèn oneidismon19idou egô poiô en soi eneken sou en tô kairô ekeinô legei kurios kai sôsô tèn ekpepiesmenèn kai tèn apôsmenèn eisdexomai kai thèsomai autous eis kauchèma kai onomastous en pasè tè gè20kai kataischunthèsontai en tô kairô ekeinô otan kalôs umin poièsô kai en tô kairô otan eisdexômai umas dioti dôsô umas onomastous kai eis kauchèma en pasin tois laois tès gès en tô epistrefein me tèn aichmalôsian umôn enôpion umôn legei kurios .