ZACHARIA , Zach -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Zach (Zacharia) -
Deze websitepagina is een onderdeel van de website van Arseen De Kesel : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.html.

Overzicht van Tenach :Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

ALGEMEEN OVERZICHT

-
bijbeloverzicht , taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

Overzicht taalgebruik :- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -

Overzicht van het boek Zacharia: Zach 1 - Zach 2 - Zach 3 - Zach 4 - Zach 5 - Zach 6 - Zach 7 - Zach 8 - Zach 9 - Zach 10 - Zach 11 - Zach 12 - Zach 13 - Zach 14 -
Tekstuitleg per perikope
:
- Zach 6,1 - Zach 6,2 - Zach 6,3 - Zach 6,4 - Zach 6,5 - Zach 6,6 - Zach 6,7 - Zach 6,8 - Zach 6,9 - Zach 6,10 - Zach 6,11 - Zach 6,12 - Zach 6,13 - Zach 6,14 - Zach 6,15 -



Documentatie : http://www.earlyjewishwritings.com/zechariah.html .

Zach 6,1 - Zach 6,1 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Zach 6,2 - Zach 6,2 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Zach 6,3 - Zach 6,3 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Zach 6,4 - Zach 6,4 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Zach 6,5 - Zach 6,5 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Zach 6,6 - Zach 6,6 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Zach 6,7 - Zach 6,7 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Zach 6,8 - Zach 6,8 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

9. rûchî (mijn geest) < zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers; enk. van het zelfst. naamw. rûach (geest) . Taalgebruik in Tenach : rûach (geest) . Getalwaarde : resj = 20 of 200 . waw = 6 . chet = 8 . Totaal : 34 (2 X 17) of 214 (2 X 107) . Structuur : 2 - 6 - 8 . LXX : pneuma (geest) . Taalgebruik in de Septuaginta : pneuma (geest) . Taalgebruik in het N.T. : pneuma (geest) . Lat. spiritus . Fr. esprit . E. spirit . Ned. geest . D. Geist . Een vorm van pneuma (geest) in het N.T. (379) , in de LXX (382) . Tenach (31) . 12 Kleine Profeten (3) : (1) Jl 3,1 . (2) Jl 3,2 . (3) Zach 6,8 .

8. - 9. ´èth rûchî (mijn geest) . Tenakh (4) : (1) Ez 39,29 . (2) Jl 3,1 . (3) Jl 3,2 . (4) Zach 6,8 .

Zach 6,9 - Zach 6,9 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Zach 6,10 - Zach 6,10 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

11. - 12. bajjôm hahû´ (op die dag) . Tenach (188 X) . Zach (19) : (1) Zach 2,15 . (2) Zach 3,10 . (3) Zach 6,10 . (4) Zach 9,16 . (5) Zach 11,11 . (6) Zach 12,4 . (7) Zach 12,6 . (8) Zach 12,8 . (9) Zach 12,9 . (10) Zach 12,11 . (11) Zach 13,1 . (12) Zach 13,4 . (13) Zach 14,4 . (14) Zach 14,6 . (15) Zach 14,8 . (16) Zach 14,9 . (17) Zach 14,13 . (18) Zach 14,20 . (19) Zach 14,21 .

Zach 6,11 - Zach 6,11 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Zach 6,12 - Zach 6,12 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12 καὶ ἐρεῖς πρὸς αὐτόν· τάδε λέγει Κύριος παντοκράτωρ· ἰδοὺ ἀνήρ, ἀνατολὴ ὄνομα αὐτῷ, καὶ ὑποκάτωθεν αὐτοῦ ἀνατελεῖ, καὶ οἰκοδομήσει τὸν οἶκον Κυρίου· 12 et loqueris ad eum dicens haec ait Dominus exercituum dicens ecce vir Oriens nomen eius et subter eum orietur et aedificabit templum Domino     [12] Zeg dan tegen hem – zo spreekt de heer van de machten: “Daar is de man die de telg heet; hij schiet omhoog waar* hij is en hij bouwt de tempel van de heer.      

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van Zach 6,12.

- Vulg: oriens (= de opgaande zon, het oosten; zn nom mann enk). Vulg (3): (1): Sir 26,21.  (2) Zach 6,12. (3) Lc 1,78.
- Op 21 december wordt bij het Magnificat van de vespers de O-antifoon O Oriens gezongen. https://youtu.be/1BsZH7e27Dg?t=54. O Oriens, splendor lucis aeternae et sol justitiae, veni et illumina sedentes in tenebris et umbra mortis (= O opkomende zon, schittering van altijddurend licht en zon van gerechtigheid, kom en verlicht hen die in duisternis en in de schaduw van de dood zitten).

Zach 6,13 - Zach 6,13 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

Zach 6,14 - Zach 6,14 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van

9. לְזִכְרוֹן = lëzikhërôn (tot gedachtenis) < prefix voorzetsel lë + zelfst. naamw. זִכָּרוֹן = zikkârôn (gedachtenis, gedenkteken) . Zie het werkw. זָכַר = zâkhar (gedenken, zich herinneren) . Taalgebruik in Tenakh : zâkhar (gedenken) . Tenakh (5) : (1) Ex 12,14 . (2) Ex 30,16 . (3) Nu 10,10 . (4) Joz 4,7 . (5) Zach 6,14 . Vertaling in Hebreeuws NBG Lc 22,19 .
- Grieks . μνημοσυνον = mnèmosunon (gedenkteken) . Bijbel (65) . LXX (62) . NT (3) . Ex (7) : (1) Ex 3,15 . (2) Ex 12,14 . (3) Ex 13,9 . (4) Ex 17,14 . (5) Ex 28,12 . (6) Ex 28,29 . (7) Ex 30,16 . Een vorm van μνημοσυνον = mnèmosunon in de LXX (75) , in het NT (3) . Zie het werkw. μιμνησκομαι = mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) . Taalgebruik in het NT : mimnèskomai (zich herinneren, gedenken) .
- Latijn . monumentum (moment, gedenkteken) . Bijbel (27) : (1) Ex 12,14 . (2) Ex 13,9 . (3) Ex 17,14 . (4) Ex 30,16 . (5) Ex 39,7 . (6) Lv 5,12 . (7) Lv 6,8 . (8) Lv 24,7 . (9) Nu 31,54 . (10) Joz 4,7 . (11) 2 S 18,18 . (12) Mc 16,2 . (13) Lc 23,55 . (14) Lc 24,1 . (15) Lc 24,12 . (16) Lc 24,22 . (17) Lc 24,24 . (18) Joh 11,31 . (19) Joh 11,38 . (20) Joh 19,41 . (21) Joh 19,42 . (22) Joh 20,1 . (23) Joh 20,3 . (24) Joh 20,4 . (25) Joh 20,6 . (26) Joh 20,8 . (27) Joh 20,11 .

Zach 6,15 - Zach 6,15 -
Griekse tekst Vulgaat MT Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
               

King James Bible .
Luther-Bibel .

Tekstuitleg van


SEPTUAGINTA (LXX)

 ΚΑΙ ἐπέστρεψα καὶ ᾖρα τοὺς ὀφθαλμούς μου καὶ εἶδον καὶ ἰδοὺ τέσσαρα ἅρματα ἐκπορευόμενα ἐκ μέσου δύο ὀρέων, καὶ τὰ ὄρη ἦν ὄρη χαλκᾶ. 2 ἐν τῷ ἅρματι τῷ πρώτῳ ἵπποι πυρροί, καὶ ἐν τῷ ἅρματι τῷ δευτέρῳ ἵπποι μέλανες. 3 καὶ ἐν τῷ ἅρματι τῷ τρίτῳ ἵπποι λευκοί, καὶ ἐν τῷ ἅρματι τῷ τετάρτῳ ἵπποι ποικίλοι ψαροί. 4 καὶ ἀπεκρίθην καὶ εἶπα πρὸς τὸν ἄγγελον τὸν λαλοῦντα ἐν ἐμοί· τί ἐστι ταῦτα, κύριε; 5 καὶ ἀπεκρίθη ὁ ἄγγελος ὁ λαλῶν ἐν ἐμοὶ καὶ εἶπε· ταῦτά ἐστιν οἱ τέσσαρες ἄνεμοι τοῦ οὐρανοῦ, ἐκπορεύονται παραστῆναι τῷ Κυρίῳ πάσης τῆς γῆς· 6 ἐν ᾧ ἦσαν οἱ ἵπποι οἱ μέλανες, ἐξεπορεύοντο ἐπὶ γῆν βορρᾶ, καὶ οἱ λευκοὶ ἐξεπορεύοντο κατόπισθεν αὐτῶν, καὶ οἱ ποικίλοι ἐξεπορεύοντο ἐπὶ γῆν νότου, 7 καὶ οἱ ψαροὶ ἐξεπορεύοντο καὶ ἐπέβλεπον τοῦ πορεύεσθαι τοῦ περιοδεῦσαι τὴν γῆν. καὶ εἶπε· πορεύεσθε καὶ περιοδεύσατε τὴν γῆν· καὶ περιώδευσαν τὴν γῆν. 8 καὶ ἀνεβόησε καὶ ἐλάλησε πρός με λέγων· ἰδοὺ οἱ ἐκπορευόμενοι ἐπὶ γῆν βορρᾶ ἀνέπαυσαν τὸν θυμόν μου ἐν γῇ βορρᾶ. 9 Καὶ ἐγένετο λόγος Κυρίου πρός με λέγων· 10 λάβε τὰ ἐκ τῆς αἰχμαλωσίας παρὰ τῶν ἀρχόντων καὶ παρὰ τῶν χρησίμων αὐτῆς καὶ παρὰ τῶν ἐπεγνωκότων αὐτὴν καὶ εἰσελεύσῃ σὺ ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ ε᾿ς τὸν οἶκον ᾿Ιωσίου τοῦ Σοφονίου τοῦ ἥκοντος ἐκ Βαβυλῶνος 11 καὶ λήψῃ ἀργύριον καὶ χρυσίον καὶ ποιήσεις στεφάνους καὶ ἐπιθήσεις ἐπὶ τὴν κεφαλὴν ᾿Ιησοῦ τοῦ ᾿Ιωσεδὲκ τοῦ ἱερέως τοῦ μεγάλου 12 καὶ ἐρεῖς πρὸς αὐτόν· τάδε λέγει Κύριος παντοκράτωρ· ἰδοὺ ἀνήρ, ἀνατολὴ ὄνομα αὐτῷ, καὶ ὑποκάτωθεν αὐτοῦ ἀνατελεῖ, καὶ οἰκοδομήσει τὸν οἶκον Κυρίου· 13 καὶ αὐτὸς λήψεται ἀρετὴν καὶ καθιεῖται καὶ κατάρξει ἐπὶ τοῦ θρόνου αὐτοῦ, καὶ ἔσται ἱερεὺς ἐκ δεξιῶν αὐτοῦ, καὶ βουλὴ εἰρηνικὴ ἔσται ἀναμέσον ἀμφοτέρων. 14 ὁ δὲ στέφανος ἔσται τοῖς ὑπομένουσι καὶ τοῖς χρησίμοις αὐτῆς καὶ τοῖς ἐπεγνωκόσιν αὐτὴν καὶ εἰς χάριτα υἱοῦ Σοφονίου καὶ εἰς ψαλμὸν ἐν οἴκῳ Κυρίου. 15 καὶ οἱ μακρὰν ἀπ᾿ αὐτῶν ἥξουσι καὶ οἰκοδομήσουσιν ἐν τῷ οἴκῳ Κυρίου, καὶ γνώσεσθε διότι Κύριος παντοκράτωρ ἀπέσταλκέ με πρὸς ὑμᾶς· καὶ ἔσται, ἐὰν εἰσακούοντες εἰσακούσητε τῆς φωνῆς Κυρίου τοῦ Θεοῦ ὑμῶν.


VULGAAT

1 et conversus sum et levavi oculos meos et vidi et ecce quattuor quadrigae egredientes de medio duorum montium et montes montes aerei 2 in quadriga prima equi rufi et in quadriga secunda equi nigri 3 et in quadriga tertia equi albi et in quadriga quarta equi varii fortes 4 et respondi et dixi ad angelum qui loquebatur in me quid sunt haec domine mi 5 et respondit angelus et ait ad me isti sunt quattuor venti caeli qui egrediuntur ut stent coram Dominatore omnis terrae 6 in quo erant equi nigri egrediebantur in terra aquilonis et albi egressi sunt post eos et varii egressi sunt ad terram austri 7 qui autem erant robustissimi exierunt et quaerebant ire et discurrere per omnem terram et dixit ite perambulate terram et perambulaverunt terram 8 et vocavit me et locutus est ad me dicens ecce qui egrediuntur in terram aquilonis requiescere fecerunt spiritum meum in terra aquilonis 9 et factum est verbum Domini ad me dicens 10 sume a transmigratione ab Oldai et a Tobia et ab Idaia et venies tu in die illa et intrabis domum Iosiae filii Sofoniae qui venerunt de Babylone 11 et sumes argentum et aurum et facies coronas et pones in capite Iesu filii Iosedech sacerdotis magni 12 et loqueris ad eum dicens haec ait Dominus exercituum dicens ecce vir Oriens nomen eius et subter eum orietur et aedificabit templum Domino 13 et ipse extruet templum Domino et ipse portabit gloriam et sedebit et dominabitur super solio suo et erit sacerdos super solio suo et consilium pacis erit inter duos illos 14 et coronae erunt Helem et Tobiae et Idaiae et Hen filio Sofoniae memoriale in templo Domini 15 et qui procul sunt venient et aedificabunt in templo Domini et scietis quia Dominus exercituum misit me ad vos erit autem hoc si auditu audieritis vocem Domini Dei vestri

 

 

WILLIBRORDVERTALING

Achtste visioen [1] Weer sloeg ik mijn ogen op en had ik een visioen: Ik zag vier wagens, die tussen de twee bergen uit kwamen, en die bergen waren bergen* van koper. [2] Voor de eerste wagen stonden rode paarden, voor de tweede wagen zwarte, [3] voor de derde wagen witte, voor de vierde wagen gevlekte paarden, sterke paarden. [4] Ik nam het woord en vroeg de engel die met mij sprak: ‘Wat betekent dit, heer?’ [5] De engel antwoordde mij: ‘Dit zijn de vier winden van de hemel, die vertrekken vanuit de plaats waar zij staan, bij de Heer van de gehele aarde. [6] De zwarte paarden gaan met hun wagen naar het noordland, de witte gaan naar het westland, de gevlekte naar het zuidland.’ [7] Toen de sterke paarden zich in beweging zetten, hunkerend om te vertrekken en de aarde te doorkruisen, zei hij: ‘Ga en doorkruis de aarde!’ En zij doorkruisten de aarde. [8] Toen schreeuwde hij naar mij: ‘Zie, die naar het noordland vertrekken, brengen mijn toorn tegen het noordland tot bedaren.’ De kroon voor de HEERser [9] Het woord van de heer werd tot mij gericht: [10] ‘Neem de gaven aan uit de handen van de ballingen, van Cheldai*, Tobia en Jedaja*; nog vandaag moet u naar het huis van Josia gaan, de zoon van Sefanja, bij wie zij na hun komst uit Babel hun intrek hebben genomen. [11] Daar moet u zilver en goud in ontvangst nemen; u moet er een kroon* van laten maken en die de hogepriester Jozua, de zoon van Josadak, op het hoofd zetten. [12] Zeg dan tegen hem – zo spreekt de heer van de machten: “Daar is de man die de telg heet; hij schiet omhoog waar* hij is en hij bouwt de tempel van de heer. [13] Hij* bouwt niet alleen de tempel van de heer, maar hij zal ook met luister bekleed worden en als heerser op zijn troon zetelen. Ook een priester zal op zijn troon zetelen en er zal vrede zijn tussen die twee*.” [14] Wat de kroon betreft, hij zal ter ere van Cheldai, Tobia, Jedaja en de welwillende zoon van Sefanja als aandenken in de tempel van de heer blijven. [15] Mensen* uit verre landen zullen komen en meebouwen aan de tempel van de heer. En u zult weten dat de heer van de machten mij naar u gezonden heeft. Dit zal geschieden, wanneer u nauwlettend luistert naar de stem van de heer uw God.’


NIEUWE VERTALING

[1] Opnieuw sloeg ik mijn ogen op, en daar zag ik vier wagens tussen twee bergen vandaan komen. Die bergen waren van koper. [2] Voor de eerste wagen waren voskleurige paarden gespannen, voor de tweede zwarte, [3] voor de derde witte en voor de vierde gevlekte. Het waren sterke paarden. [4] Ik vroeg aan de engel die met mij sprak: ‘Wat betekent dat, mijn heer?’ [5] Hij antwoordde: ‘Dat zijn de vier winden van de hemel, die uitrijden nadat ze hun opwachting hebben gemaakt bij de Heer van de hele aarde. [6] De wagen met de zwarte paarden rijdt uit naar het noorden, de witte paarden gaan naar het westen en de gevlekte naar het zuiden.’ [7] De paarden stonden te trappelen om uit te rijden en de aarde te doorkruisen. Zodra het bevel daartoe werd gegeven, stoven ze ervandoor, de hele aarde over. [8] Luid werd mij toegeroepen: ‘Let op, de paarden die uitrijden naar het noorden zullen ervoor zorgen dat mijn woede daar tot bedaren komt.’

[9] Toen richtte de HEER zich tot mij: [10] ‘Je moet de geschenken van de ballingen Cheldai, Tobia en Jedaja, die uit Babel zijn gekomen, in ontvangst nemen en diezelfde dag nog naar het huis van Josia, de zoon van Sefanja, gaan. [11] Laat van het goud en zilver een kroon maken en zet die op het hoofd van de hogepriester Jozua, de zoon van Josadak. [12] Zeg tegen hem: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Let op, een man met de naam Telg, die aan de stam zal uitbotten, herbouwt de tempel van de HEER. [13] Hij is het die de tempel van de HEER zal herbouwen; hij is het die de koninklijke waardigheid zal dragen en zal heersen vanaf zijn troon. Er zal ook een priester zijn op een eigen troon, en samen zullen zij het land in goede vrede besturen. [14] De kroon zal in de tempel van de HEER worden bewaard ter herinnering aan Cheldai, Tobia en Jedaja, en ter herinnering aan de welwillendheid van de zoon van Sefanja. [15] Uit verre landen zullen mensen hierheen komen om te helpen bij de bouw van de tempel van de HEER.”’ Dan zullen jullie inzien dat de HEER van de hemelse machten mij naar jullie gezonden heeft. Dit alles zal gebeuren als jullie luisteren naar de HEER, jullie God.