ZACHARIA 12 , Zach 12 -
Deze websitepagina is een onderdeel van de website van Arseen De Kesel http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.html -


- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1-14 -- Zach 12,10-11 -

- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : taalgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -

Overzicht van Tenach : Tenach : overzicht , Tenach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenach : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

ALGEMEEN OVERZICHT

-
bijbeloverzicht , taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven.

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

Zach : overzicht , Zach : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Zach : commentaar ,

Overzicht van het boek Zacharia: Zach 1 - Zach 2 - Zach 3 - Zach 4 - Zach 5 - Zach 6 - Zach 7 - Zach 8 - Zach 9 - Zach 10 - Zach 11 - Zach 12 - Zach 13 - Zach 14 -
Tekstuitleg per perikope
: - Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -


Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd. Zach 12,1-14 -- Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -

Zach 12,1 - Zach 12,1. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling   Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
1lèmma logou kuriou epi ton israèl legei kurios ekteinôn ouranon kai themeliôn gèn kai plassôn pneuma anthrôpou en autô  1 De last van het woord des HEEREN over Israël. De HEERE spreekt, Die den hemel uitbreidt, en de aarde grondvest, en des mensen geest in zijn binnenste formeert.     1 onus verbi Domini super Israhel dixit Dominus extendens caelum et fundans terram et fingens spiritum hominis in eo  [1] Een uitspraak. Een woord van de heer over Israël. Godsspraak van de heer, die de hemel heeft uitgespannen, de aarde heeft gegrondvest en de levensgeest van de mens in zijn binnenste gevormd heeft:   [1] Profetie. De woorden van de HEER over Israël. Zo spreekt de HEER, die de hemel heeft uitgespannen en de aarde heeft gegrondvest, die de mens het leven heeft gegeven:   1 ¶ Draaglast, een woord van de ENE over Israël,– een tijding van de ENE, die de hemelen uitspreidt, de aarde grondvest en de geest van de mens formeert in diens binnenste. •   1. Proclamation. Parole de Yahvé sur Israël.  

King James Bible. [1] The burden of the word of the LORD for Israel, saith the LORD, which stretcheth forth the heavens, and layeth the foundation of the earth, and formeth the spirit of man within him.
Luther-Bibel. 12 1 Ausspruch. Das Wort des Herrn über Israel. Der Spruch des Herrn, der den Himmel ausgespannt, die Erde gegründet und den Geist im Innern des Menschen geformt hat:

Tekstuitleg van Zach 12,1.

Zach 12,2 - Zach 12,2. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling   Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
2idou egô tithèmi tèn ierousalèm ôs prothura saleuomena pasi tois laois kuklô kai en tè ioudaia estai periochè epi ierousalèm  2 Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling allen volken rondom; ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering tegen Jeruzalem.     2 ecce ego ponam Hierusalem superliminare crapulae omnibus populis in circuitu sed et Iuda erit in obsidione contra Hierusalem  [2] ‘Zie, Ik maak van Jeruzalem een bedwelmende beker voor alle omwonende volken; maar bij het beleg van Jeruzalem zal het ook tegen Juda gaan.   [2] Ik zal van Jeruzalem een beker wijn maken die de omringende volken bedwelmt. Als Jeruzalem wordt belegerd, zal ook Juda onder de voet gelopen worden.   2 Zie, ik maak van Jeruzalem een bekken vol bedwelming voor alle gemeenschappen rondom; maar ook tegen Juda zal het gaan bij het beleg van Jeruzalem.   2. et aussi sur Juda. Oracle de Yahvé qui a tendu les cieux et fondé la terre, qui a formé l'esprit de l'homme au-dedans de lui. Voici que moi je fais de Jérusalem une coupe de vertige pour tous les peuples alentour. Cela sera lors du siège contre Jérusalem.  

King James Bible. [2] Behold, I will make Jerusalem a cup of trembling unto all the people round about, when they shall be in the siege both against Judah and against Jerusalem.
Luther-Bibel. 2 Seht, ich mache Jerusalem zur Schale voll berauschendem Getränk für alle Völker ringsum [und auch für Juda wird dies gelten bei der Belagerung Jerusalems].

Tekstuitleg van Zach 12,2.

Zach 12,3 - Zach 12,3. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling   Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
3kai estai en tè èmera ekeinè thèsomai tèn ierousalèm lithon katapatoumenon pasin tois ethnesin pas o katapatôn autèn empaizôn empaixetai kai episunachthèsontai ep' autèn panta ta ethnè tès gès  3 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastigen steen allen volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen gewisselijk doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen.     3 et erit in die illa ponam Hierusalem lapidem oneris cunctis populis omnes qui levabunt eam concisione lacerabuntur et colligentur adversum eam omnia regna terrae   [3] Op die dag zal Ik van Jeruzalem een zwaar te tillen steen voor alle volken maken; al degenen die hem optillen zullen zich eraan snijden. Tegen hem zullen alle volkeren van de aarde samenspannen.   [3] Op de dag dat alle volken op aarde tegen Jeruzalem oprukken, zal ik van de stad een zware steen maken waaraan haar belagers zich vertillen.   3 Geschieden zal het te dien dage dat ik Jeruzalem zal maken tot een niet te torsen steen voor alle gemeenschappen: allen die haar willen torsen zullen er zich inkervingen aan kerven,– al zullen ook tegen haar zich verzamelen alle volkeren der aarde.   3. Il arrivera en ce jour-là que je ferai de Jérusalem une pierre à soulever pour tous les peuples, et tous ceux qui la soulèveront se blesseront grièvement. Et contre elle se rassembleront toutes les nations de la terre. 

King James Bible. [3] And in that day will I make Jerusalem a burdensome stone for all people: all that burden themselves with it shall be cut in pieces, though all the people of the earth be gathered together against it.
Luther-Bibel. 3 An jenem Tag mache ich Jerusalem für alle Völker zum Stein, den man hochstemmen will: Jeder, der ihn hebt, wird schwer zerschunden. Alle Völker der Erde werden sich gegen Jerusalem verbünden.

Tekstuitleg van Zach 12,3.

Zach 12,3.2. - 3. בַּיּוֹם הַהוּא = bajjôm hahû´ (op die dag). Tenach (20). 12 kl. Prof. (6) : (1) Hos 2,18. (2) Jl 4,18. (3) Mi 5,9. (4) Sef 1,10. (5) Zach 12,3. (6) Zach 13,2.

Zach 12,3.1. - 3. וְהָיָה בַּיּוֹם הַהוּא = wëhâjâh bajjôm hahû´ (en het zal zijn op die dag). Tenach (9) : (1) Jr 4,9. (2) Jr 30,8. (3) Ez 39,11. (4) Hos 2,18. (5) Jl 4,18. (6) Mi 5,9. (7) Sef 1,10. (8) Zach 12,3. (9) Zach 13,2.

Zach 12,4 - Zach 12,4. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling   Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
4en tè èmera ekeinè legei kurios pantokratôr pataxô panta ippon en ekstasei kai ton anabatèn autou en parafronèsei epi de ton oikon iouda dianoixô tous ofthalmous mou kai pantas tous ippous tôn laôn pataxô en apotuflôsei  4 Te dien dage, spreekt de HEERE, zal Ik alle paarden met schuwigheid slaan, en hun ruiters met zinneloosheid; maar over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openen, en alle paarden der volken zal Ik met blindheid slaan.     4 in die illa dicit Dominus percutiam omnem equum in stuporem et ascensorem eius in amentiam et super domum Iuda aperiam oculos meos et omnem equum populorum percutiam in caecitate   [4] Op die dag – godsspraak van de heer – sla Ik alle paarden met schichtigheid en hun berijders met verdwazing; terwijl Ik over het huis van Juda mijn ogen opendoe, sla Ik al de paarden van de volken met blindheid.   [4] Op die dag – spreekt de HEER – maak ik de paarden schichtig en zaai ik paniek onder hun berijders. Terwijl ik de paarden van de vijand verblind, zullen mijn ogen over het volk van Juda waken.   4 Te dien dage, is de tijding van de ENE, zal ik elk paard slaan met verbijstering en zijn berijder met razernij; over het huis Juda houd ik mijn ogen open en elk paard van de gemeenschappen zal ik slaan met blindheid.   4. En ce jour-là - oracle de Yahvé - je frapperai tous les chevaux de confusion, et leurs cavaliers de folie. Et je frapperai de cécité tous les peuples. Mais sur la maison de Juda j'ouvrirai les yeux.  

King James Bible. [4] In that day, saith the LORD, I will smite every horse with astonishment, and his rider with madness: and I will open mine eyes upon the house of Judah, and will smite every horse of the people with blindness.
Luther-Bibel. 4 An jenem Tag - Spruch des Herrn - bringe ich alle Pferde in Verwirrung und ihre Reiter zur Raserei. Über dem Haus Juda aber halte ich meine Augen offen, während ich alle Pferde der Völker mit Blindheit schlage.

Tekstuitleg van Zach 12,4.

1. - 2. bajjôm hahû´ (op die dag). Tenach (188 X). Zach (19) : (1) Zach 2,15. (2) Zach 3,10. (3) Zach 6,10. (4) Zach 9,16. (5) Zach 11,11. (6) Zach 12,4. (7) Zach 12,6. (8) Zach 12,8. (9) Zach 12,9. (10) Zach 12,11. (11) Zach 13,1. (12) Zach 13,4. (13) Zach 14,4. (14) Zach 14,6. (15) Zach 14,8. (16) Zach 14,9. (17) Zach 14,13. (18) Zach 14,20. (19) Zach 14,21.

Zach 12,5 - Zach 12,5. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling   Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
5kai erousin oi chiliarchoi iouda en tais kardiais autôn eurèsomen eautois tous katoikountas ierousalèm en kuriô pantokratori theô autôn 5 Dan zullen de leidslieden van Juda in hun hart zeggen: De inwoners van Jeruzalem zullen mij een sterkte zijn in den HEERE der heirscharen, hun God.    5 et dicent duces Iuda in corde suo confortentur mihi habitatores Hierusalem in Domino exercituum Deo eorum  [5] Dan zullen de stamhoofden van Juda in hun hart zeggen: “De kracht van de burgers van Jeruzalem ligt bij de heer van de machten, hun God.”   [5] Dan zullen de stamhoofden van Juda bij zichzelf zeggen: Onze kracht ligt bij de inwoners van Jeruzalem, dankzij de HEER van de hemelse machten, hun God.   5 In hun hart zullen Juda’s stamvorsten zeggen: stevigheid heb ik aan de ingezetenen van Jeruzalem door de ENE, de Omschaarde, hun God!  5. Alors les chefs de Juda diront en leur cœur : La force pour les habitants de Jérusalem est en Yahvé Sabaot, leur Dieu.  

King James Bible. [5] And the governors of Judah shall say in their heart, The inhabitants of Jerusalem shall be my strength in the LORD of hosts their God.
Luther-Bibel. 5 Dann werden die Anführer Judas denken: Die Einwohner Jerusalems sind stark durch den Herrn der Heere, ihren Gott.

Tekstuitleg van Zach 12,5.

Zach 12,6 - Zach 12,6. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling   Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
6en tè èmera ekeinè thèsomai tous chiliarchous iouda ôs dalon puros en xulois kai ôs lampada puros en kalamè kai katafagontai ek dexiôn kai ex euônumôn pantas tous laous kuklothen kai katoikèsei ierousalèm eti kath' eautèn  6 Te dien dage zal Ik de leidslieden van Juda stellen als een vurige haard onder het hout, en als een vurige fakkel onder de schoven; en zij zullen ter rechter zijde en ter linkerzijde alle volken rondom verteren; en Jeruzalem zal nog blijven in haar plaats te Jeruzalem.     6 in die illo ponam duces Iuda sicut caminum ignis in lignis et sicut facem ignis in faeno et devorabunt ad dextram et ad sinistram omnes populos in circuitu et habitabitur Hierusalem rursum in loco suo in Hierusalem   [6] Op deze dag maak Ik de stamhoofden van Juda tot een wierookschaal in het hout, tot een brandende fakkel in het stro. Zij zullen alle volken in de omtrek verslaan, rechts en links, terwijl Jeruzalem steeds op haar plaats blijft.   [6] Op die dag maak ik de stamhoofden van Juda tot een fakkel in een takkenbos, tot een vonk in een korenschoof, zodat de vlammen om zich heen grijpen en de omringende volken verzengen. Jeruzalem zal blijven staan waar het staat.   6 Te dien dage zal ik Juda’s stamvorsten maken als een vurige oven met blokken hout en als een vurige fakkel in het stro, en verteren zullen ze over rechts en over links alle gemeenschappen rondom; Jeruzalem mag nog blijven zitten op haar plek, in Jeruzalem. •  6. En ce jour-là, je ferai des chefs de Juda comme un brasier allumé dans un tas de bois, comme une torche allumée dans une gerbe. Ils dévoreront à droite et à gauche tous les peuples alentour. Et Jérusalem sera encore habitée en son lieu à Jérusalem.  

King James Bible. [6] In that day will I make the governors of Judah like an hearth of fire among the wood, and like a torch of fire in a sheaf; and they shall devour all the people round about, on the right hand and on the left: and Jerusalem shall be inhabited again in her own place, even in Jerusalem.
Luther-Bibel. 6 An jenem Tag mache ich Judas Anführer gleich einem Feuerbecken im Holzhaufen und gleich brennenden Fackeln in den Garben. Sie fressen alle Völker ringsum, rechts und links. Jerusalem aber wird weiterhin an seinem Ort bleiben, in Jerusalem.

Tekstuitleg van Zach 12,6.

1. - 2. bajjôm hahû´ (op die dag). Tenach (188 X). Zach (19) : (1) Zach 2,15. (2) Zach 3,10. (3) Zach 6,10. (4) Zach 9,16. (5) Zach 11,11. (6) Zach 12,4. (7) Zach 12,6. (8) Zach 12,8. (9) Zach 12,9. (10) Zach 12,11. (11) Zach 13,1. (12) Zach 13,4. (13) Zach 14,4. (14) Zach 14,6. (15) Zach 14,8. (16) Zach 14,9. (17) Zach 14,13. (18) Zach 14,20. (19) Zach 14,21.

Zach 12,7 - Zach 12,7. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling   Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
7kai sôsei kurios ta skènômata iouda kathôs ap' archès opôs mè megalunètai kauchèma oikou dauid kai eparsis tôn katoikountôn ierousalèm epi ton ioudan  7 En de HEERE zal de tenten van Juda ten voorste behouden, opdat de heerlijkheid van het huis Davids, en de heerlijkheid der inwoners van Jeruzalem, zich niet verheffe tegen Juda.    7 et salvabit Dominus tabernacula Iuda sicut in principio ut non magnifice glorietur domus David et gloria habitantium Hierusalem contra Iudam   [7] Allereerst zal de heer de tenten van Juda redden, zodat de roem van Davids huis en de roem van Jeruzalems burgers niet boven die van Juda uitsteekt.   [7] Eerst zal de HEER de dorpen van Juda de overwinning schenken, opdat de roem van het huis van David en van de inwoners van Jeruzalem niet groter zal zijn dan die van de Judeeërs.  7 Bevrijden zal de ENE het eerst de tenten van Juda,– opdat de luister van het huis van David en de luister van Jeruzalems ingezetene niet groot zal doen tegen Juda.  7. Yahvé sauvera tout d'abord les tentes de Juda pour que la fierté de la maison de David et celle de l'habitant de Jérusalem ne s'exaltent aux dépens de Juda.  

King James Bible. [7] The LORD also shall save the tents of Judah first, that the glory of the house of David and the glory of the inhabitants of Jerusalem do not magnify themselves against Judah.
Luther-Bibel. 7 Dann wird der Herr zuerst die Zelte Judas retten, damit der Stolz des Hauses David und der Stolz der Einwohner Jerusalems nicht zu groß wird gegenüber Juda.

וְהוֹשִׁעַ יְהוָה אֶת-אָהֳלֵי יְהוּדָה, בָּרִאשֹׁנָה:  לְמַעַן לֹא-תִגְדַּל תִּפְאֶרֶת בֵּית-דָּוִיד, וְתִפְאֶרֶת יֹשֵׁב יְרוּשָׁלִַם--עַל-יְהוּדָה.

Tekstuitleg van Zach 12,7.

9. תִגְדַּל (= thigëdal: en zij maakt groot; wkw act qal imperf 3de pers vr enk van het wkw גָדַל = gâdal: groot worden, opgroeien). Tenakh (2): (1) 1 S 26,24. (2) Zach 12,7.

Zach 12,8 - Zach 12,8. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling   Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
8kai estai en tè èmera ekeinè uperaspiei kurios uper tôn katoikountôn ierousalèm kai estai o asthenôn en autois en ekeinè tè èmera ôs oikos dauid o de oikos dauid ôs oikos theou ôs aggelos kuriou enôpion autôn  8 Te dien dage zal de HEERE de inwoners van Jeruzalem beschutten; en die, die onder hen struikelen zou, zal te dien dage zijn als David; en het huis Davids zal zijn als goden; als de Engel des HEEREN voor hun aangezicht.    8 in die illo proteget Dominus habitatores Hierusalem et erit qui offenderit ex eis in die illa quasi David et domus David quasi Dei sicut angelus Domini in conspectu eius   [8] Op deze dag zal de heer de burgers van Jeruzalem beschutten: de man* die wankelde zal op deze dag als David zijn, het huis van David zal als een God zijn, als de engel van de heer aan hun spits.   [8] Maar de HEER zal tegelijkertijd de inwoners van Jeruzalem steunen: de zwakste onder hen zal op die dag zo sterk zijn als David en het huis van David zal hen leiden alsof God zelf hen leidde, alsof er een engel van de HEER voor hen uit ging.  8 Te dien dage zal de ENE Jeruzalems ingezetene beschutten en worden zal te dien dage de struikelende bij hen als David,– en het huis van David als goden, als de engel van de ENE voor hun aanschijn.  8. En ce jour-là, Yahvé protégera l'habitant de Jérusalem; celui d'entre eux qui chancelle sera comme David en ce jour-là, et la maison de David sera comme Dieu, comme l'Ange de Yahvé devant eux. 

King James Bible. [8] In that day shall the LORD defend the inhabitants of Jerusalem; and he that is feeble among them at that day shall be as David; and the house of David shall be as God, as the angel of the LORD before them.
Luther-Bibel. 8 An jenem Tag beschirmt der Herr die Einwohner Jerusalems und dann wird selbst der von ihnen, der strauchelt, wie David sein und das Haus David an ihrer Spitze wie Gott, wie der Engel des Herrn.

Tekstuitleg van Zach 12,8.

1. - 2. bajjôm hahû´ (op die dag). Tenach (188 X). Zach (19) : (1) Zach 2,15. (2) Zach 3,10. (3) Zach 6,10. (4) Zach 9,16. (5) Zach 11,11. (6) Zach 12,4. (7) Zach 12,6. (8) Zach 12,8. (9) Zach 12,9. (10) Zach 12,11. (11) Zach 13,1. (12) Zach 13,4. (13) Zach 14,4. (14) Zach 14,6. (15) Zach 14,8. (16) Zach 14,9. (17) Zach 14,13. (18) Zach 14,20. (19) Zach 14,21.

11. - 12. bajjôm hahû´ (op die dag). Tenach (188 X). Zach (19) : (1) Zach 2,15. (2) Zach 3,10. (3) Zach 6,10. (4) Zach 9,16. (5) Zach 11,11. (6) Zach 12,4. (7) Zach 12,6. (8) Zach 12,8. (9) Zach 12,9. (10) Zach 12,11. (11) Zach 13,1. (12) Zach 13,4. (13) Zach 14,4. (14) Zach 14,6. (15) Zach 14,8. (16) Zach 14,9. (17) Zach 14,13. (18) Zach 14,20. (19) Zach 14,21.

Zach 12,9 - Zach 12,9. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling   Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
9kai estai en tè èmera ekeinè zètèsô tou exarai panta ta ethnè ta eperchomena epi ierousalèm  9 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik zal zoeken te verdelgen alle heidenen, die tegen Jeruzalem aankomen.     9 et erit in die illa quaeram conterere omnes gentes quae veniunt contra Hierusalem   [9] Op die dag zal Ik eropuit zijn om al de volkeren die tegen Jeruzalem zijn opgetrokken te verdelgen.   [9] Op die dag zal ik alles in het werk stellen om de volken uit te roeien die Jeruzalem belagen.   9 ¶ Geschieden zal het te dien dage: ik zal er naar zoeken alle volkeren te verdelgen die over Jeruzalem komen.   9. Il arrivera en ce jour-là que je chercherai à détruire toutes les nations qui viendront contre Jérusalem.  

King James Bible. [9] And it shall come to pass in that day, that I will seek to destroy all the nations that come against Jerusalem.
Luther-Bibel. 9 An jenem Tag werde ich danach trachten, alle Völker zu vernichten, die gegen Jerusalem anrücken.

Tekstuitleg van Zach 12,9.

2. - 3. bajjôm hahû´ (op die dag). Tenach (188 X). Zach (19) : (1) Zach 2,15. (2) Zach 3,10. (3) Zach 6,10. (4) Zach 9,16. (5) Zach 11,11. (6) Zach 12,4. (7) Zach 12,6. (8) Zach 12,8. (9) Zach 12,9. (10) Zach 12,11. (11) Zach 13,1. (12) Zach 13,4. (13) Zach 14,4. (14) Zach 14,6. (15) Zach 14,8. (16) Zach 14,9. (17) Zach 14,13. (18) Zach 14,20. (19) Zach 14,21.

1. - 3. wëhâjâh bajjôm hahû´ (en het zal zijn op die dag). Tenach (23 / 188). Zach (5 / 19) : (1) Zach 14,9. (2) Zach 13,4. (3) Zach 14,6. (4) Zach 14,8. (5) Zach 14,13.

Lezing op de 12de (twaalfde) zondag door het c-jaar : Zach 12,10-11. Zach 12,10-11.

Dan stort Ik over het huis van David een geest van genade en smeking uit, en zij zullen opblikken tot Hem, dien zij hebben doorstoken; zij zullen over Hem treuren als over een enigen zoon. als over een eerstgeborene over Hem wenen. Op die dag zal er een diepe rouw in Jerusalem zijn, als de rouw van Hadad-Rimmon in de vlakte van Migron.

Zach 12,10 - Zach 12,10. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling 12de (twaalfde) zondag door het c-jaar Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
10 καὶ ἐκχεῶ ἐπὶ τὸν οἶκον Δαυὶδ καὶ ἐπὶ τοὺς κατοικοῦντας ῾Ιερουσαλὴμ πνεῦμα χάριτος καὶ οἰκτιρμοῦ, καὶ ἐπιβλέψονται πρός με ἀνθ᾿ ὧν κατωρχήσαντο καὶ κόψονται ἐπ᾿ αὐτὸν κοπετόν, ὡς ἐπ᾿ ἀγαπητῷ, καὶ ὀδυνηθήσονται ὀδύνην ὡς ἐπὶ τῷ πρωτοτόκῳ. 10 Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.   Dan stort Ik over het huis van David een geest van genade en smeking uit, en zij zullen opblikken tot Hem, dien zij hebben doorstoken; zij zullen over Hem treuren als over een enigen zoon. als over een eerstgeborene over Hem wenen.  10 et effundam super domum David et super habitatores Hierusalem spiritum gratiae et precum et aspicient ad me quem confixerunt et plangent eum planctu quasi super unigenitum et dolebunt super eum ut doleri solet in morte primogeniti   [10] Maar over het huis van David en de bevolking van Jeruzalem zal Ik een geest van mededogen uitstorten, die hen tot bidden brengt. Dan zullen zij opzien naar hem* die zij doorstoken hebben, en vanwege hem een rouwklacht houden, zoals men rouwt over de enige zoon; zij zullen om hem klagen, zoals men klaagt om de eerstgeborene.   [10] Het huis van David en de inwoners van Jeruzalem echter zal ik vervullen met een geest van mededogen en inkeer. Ze zullen zich weer naar mij wenden, en over degene die ze hebben doorstoken,* zullen ze weeklagen als bij de rouw om een enig kind; hun verdriet zal zo bitter zijn als het verdriet om een oudste zoon.   10 Uitstorten zal ik over het huis van David en over de ingezetene van Jeruzalem een geest van genade en van smeken om genade, en kijken zullen ze naar mij, die zij doorstoken hebben; zij zullen over hem rouwklagen als de rouwklacht over een enig kind; bitter zal men zijn over hem zoals men bitter is over de eersteling.   10. Mais je répandrai sur la maison de David et sur l'habitant de Jérusalem un esprit de grâce et de supplication, et ils regarderont vers moi. Celui qu'ils ont transpercé, ils se lamenteront sur lui comme on se lamente sur un fils unique; ils le pleureront  

King James Bible. [10] And I will pour upon the house of David, and upon the inhabitants of Jerusalem, the spirit of grace and of supplications: and they shall look upon me whom they have pierced, and they shall mourn for him, as one mourneth for his only son, and shall be in bitterness for him, as one that is in bitterness for his firstborn.
Luther-Bibel. 10 Doch über das Haus David und über die Einwohner Jerusalems werde ich den Geist des Mitleids und des Gebets ausgießen. Und sie werden auf den blicken, den sie durchbohrt haben. Sie werden um ihn klagen, wie man um den einzigen Sohn klagt; sie werden bitter um ihn weinen, wie man um den Erstgeborenen weint.

Tekstuitleg van Zach 12,10. Het vers Zach 12,10 telt 25 (5²) woorden en 99 (3² X 11) letters. De getalwaarde van Zach 12,10 is 6073. Opkijken naar en behouden worden.

Zach 12,11 - Zach 12,11. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling 12de (twaalfde) zondag door het c-jaar Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
11en tè èmera ekeinè megalunthèsetai o kopetos en ierousalèm ôs kopetos roônos en pediô ekkoptomenou  11 Te dien dage zal te Jeruzalem de rouwklage groot zijn, gelijk die rouwklage van Hadadrimmon, in het dal van Megiddon.   Op die dag zal er een diepe rouw in Jerusalem zijn, als de rouw van Hadad-Rimmon in de vlakte van Migron.   11 in die illa magnus erit planctus in Hierusalem sicut planctus Adadremmon in campo Mageddon   [11] Zoals de rouwklacht om Hadadrimmon* in de vlakte van Megiddo, zo groot zal de rouwklacht in Jeruzalem zijn.   [11] Op die dag zal men in Jeruzalem zo luid weeklagen als er in de vlakte van Megiddo wordt geweeklaagd om Hadad-Rimmon.   11 Te dien dage zal de rouwklacht in Jeruzalem zo groot zijn als de rouwklacht over Hadad Rimon in de kloof van Megidon.   11. En ce jour-là grandira la lamentation dans Jérusalem, comme la lamentation de Hadad Rimmôn, dans la plaine de Megiddôn. 

King James Bible. [11] In that day shall there be a great mourning in Jerusalem, as the mourning of Hadadrimmon in the valley of Megiddon.
Luther-Bibel. 11 An jenem Tag wird die Totenklage in Jerusalem so laut sein wie die Klage um Hadad-Rimmon in der Ebene von Megiddo.

Tekstuitleg van Zach 12,11. Het vers Zach 12,11 telt 10 (2 X 5) woorden en 46 (2 X 23) letters. De getalwaarde van Zach 12,11 is 2089.

10 καὶ ἐκχεῶ ἐπὶ τὸν οἶκον Δαυὶδ καὶ ἐπὶ τοὺς κατοικοῦντας ῾Ιερουσαλὴμ πνεῦμα χάριτος καὶ οἰκτιρμοῦ, καὶ ἐπιβλέψονται πρός με ἀνθ᾿ ὧν κατωρχήσαντο καὶ κόψονται ἐπ᾿ αὐτὸν κοπετόν, ὡς ἐπ᾿ ἀγαπητῷ, καὶ ὀδυνηθήσονται ὀδύνην ὡς ἐπὶ τῷ πρωτοτόκῳ.

1. - 2. bajjôm hahû´ (op die dag). Tenach (188 X). Zach (19) : (1) Zach 2,15. (2) Zach 3,10. (3) Zach 6,10. (4) Zach 9,16. (5) Zach 11,11. (6) Zach 12,4. (7) Zach 12,6. (8) Zach 12,8. (9) Zach 12,9. (10) Zach 12,11. (11) Zach 13,1. (12) Zach 13,4. (13) Zach 14,4. (14) Zach 14,6. (15) Zach 14,8. (16) Zach 14,9. (17) Zach 14,13. (18) Zach 14,20. (19) Zach 14,21.

- ἐπιβλέψονται (epiblepsontai: zij keken op; wkw med fut 3de pers mv επιβλεπω = epiblepô: kijken op, neerzien).

Zach 12,12 - Zach 12,12. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling   Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
12kai kopsetai è gè kata fulas fulas fulè kath' eautèn kai ai gunaikes autôn kath' eautas fulè oikou dauid kath' eautèn kai ai gunaikes autôn kath' eautas fulè oikou nathan kath' eautèn kai ai gunaikes autôn kath' eautas  12 En het land zal rouwklagen, elk geslacht bijzonder; het geslacht van het huis Davids bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder; en het geslacht van het huis van Nathan bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;     12 et planget terra familiae et familiae seorsum familiae domus David seorsum et mulieres eorum seorsum   [12] Het land zal rouwen, alle geslachten, ieder geslacht voor zich: het geslacht van Davids huis voor zich en hun vrouwen voor zich, het geslacht van Natans* huis voor zich en hun vrouwen voor zich;   [12] Het hele land zal rouwen: de nakomelingen van David en die van Natan,   12 Rouwklagen zal het land, families naast families apart; de familie van het huis van David apart en hun vrouwen apart, de familie van het huis van Natan apart en hun vrouwen apart;   12. Et il se lamentera, le pays, clan par clan. Le clan de la maison de David à part, avec leurs femmes à part. Le clan de la maison de Natân à part, avec leurs femmes à part.  

King James Bible. [12] And the land shall mourn, every family apart; the family of the house of David apart, and their wives apart; the family of the house of Nathan apart, and their wives apart;
Luther-Bibel. 12 Das Land wird trauern, jede Sippe für sich: die Sippe des Hauses David für sich und ihre Frauen für sich; die Sippe des Hauses Natan für sich und ihre Frauen für sich;

Tekstuitleg van Zach 12,12. Het vers Zach 12,12 telt 17 woorden en 71 letters. De getalwaarde van Zach 12,12 is 6125 (5³ X 7²).

Zach 12,13 - Zach 12,13. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling   Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
13fulè oikou leui kath' eautèn kai ai gunaikes autôn kath' eautas fulè tou sumeôn kath' eautèn kai ai gunaikes autôn kath' eautas  13 Het geslacht van het huis van Levi bijzonder, en hun vrouwen bijzonder; het geslacht van Simeï bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;     13 familiae domus Nathan seorsum et mulieres eorum seorsum familiae domus Levi seorsum et mulieres eorum seorsum familiae Semei seorsum et mulieres eorum seorsum   [13] het geslacht van Levi’s huis voor zich en hun vrouwen voor zich; het geslacht van Simi’s* huis voor zich en hun vrouwen voor zich;   [13] de nakomelingen van Levi en die van Simi,   13 de familie van het huis van Levi apart en hun vrouwen apart; de familie van de Sjimiet apart en hun vrouwen apart;  13. Le clan de la maison de Lévi à part, avec leurs femmes à part. Le clan de la maison de Shiméï à part, avec leurs femmes à part. 

King James Bible. [13] The family of the house of Levi apart, and their wives apart; the family of Shimei apart, and their wives apart;
Luther-Bibel. 13 die Sippe des Hauses Levi für sich und ihre Frauen für sich; die Sippe des Hauses Schimi für sich und ihre Frauen für sich;

Tekstuitleg van Zach 12,13.

Zach 12,14 - Zach 12,14. Ontzetting van het belegerde Jeruzalem. Messiaanse tijd - Zach 12,1-14 -- bijbeloverzicht -- taalgebruik -- Zach (Zacharia) -- Zach 12 -- Zach 12,1 - Zach 12,2 - Zach 12,3 - Zach 12,4 - Zach 12,5 - Zach 12,6 - Zach 12,7 - Zach 12,8 - Zach 12,9 - Zach 12,10 - Zach 12,11 - Zach 12,12 - Zach 12,13 - Zach 12,14 -
Griekse tekst Statenvertaling   Vulgaat Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
14pasai ai fulai ai upoleleimmenai fulè kath' eautèn kai ai gunaikes autôn kath' eautas   14 Al de overige geslachten, elk geslacht bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder.     14 omnes familiae reliquae familiae et familiae seorsum et mulieres eorum seorsum   [14] alle andere geslachten, alle geslachten, ieder geslacht voor zich en hun vrouwen voor zich.  [14] en alle overige families, elke familie afzonderlijk en de vrouwen steeds afzonderlijk van de mannen.  14 en alle families die dan resten als families naast families apart,– en hun vrouwen apart. ••   14. Et tous les clans, ceux qui restent, clan par clan à part, avec leurs femmes à part. 

King James Bible. [14] All the families that remain, every family apart, and their wives apart.
Luther-Bibel. 14 alle überlebenden Sippen, jede Sippe für sich und ihre Frauen für sich.

Tekstuitleg van Zach 12,14.


MT - Masoretische tekst

Zechariah Chapter 12 זְכַרְיָה

א  מַשָּׂא דְבַר-יְהוָה, עַל-יִשְׂרָאֵל:  נְאֻם-יְהוָה, נֹטֶה שָׁמַיִם וְיֹסֵד אָרֶץ, וְיֹצֵר רוּחַ-אָדָם, בְּקִרְבּוֹ. 1 The burden of the word of the LORD concerning Israel. The saying of the LORD, who stretched forth the heavens, and laid the foundation of the earth, and formed the spirit of man within him:
ב  הִנֵּה אָנֹכִי שָׂם אֶת-יְרוּשָׁלִַם סַף-רַעַל, לְכָל-הָעַמִּים--סָבִיב; וְגַם עַל-יְהוּדָה יִהְיֶה בַמָּצוֹר, עַל-יְרוּשָׁלִָם. 2 Behold, I will make Jerusalem a cup of staggering unto all the peoples round about, and upon Judah also shall it fall to be in the siege against Jerusalem.
ג  וְהָיָה בַיּוֹם-הַהוּא אָשִׂים אֶת-יְרוּשָׁלִַם אֶבֶן מַעֲמָסָה, לְכָל-הָעַמִּים--כָּל-עֹמְסֶיהָ, שָׂרוֹט יִשָּׂרֵטוּ; וְנֶאֶסְפוּ עָלֶיהָ, כֹּל גּוֹיֵי הָאָרֶץ. 3 And it shall come to pass in that day, that I will make Jerusalem a stone of burden for all the peoples; all that burden themselves with it shall be sore wounded; and all the nations of the earth shall be gathered together against it.
ד  בַּיּוֹם הַהוּא נְאֻם-יְהוָה, אַכֶּה כָל-סוּס בַּתִּמָּהוֹן, וְרֹכְבוֹ, בַּשִּׁגָּעוֹן; וְעַל-בֵּית יְהוּדָה, אֶפְקַח אֶת-עֵינַי, וְכֹל סוּס הָעַמִּים, אַכֶּה בַּעִוָּרוֹן. 4 In that day, saith the LORD, I will smite every horse with bewilderment, and his rider with madness; and I will open Mine eyes upon the house of Judah, and will smite every horse of the peoples with blindness.
ה  וְאָמְרוּ אַלֻּפֵי יְהוּדָה, בְּלִבָּם:  אַמְצָה לִי יֹשְׁבֵי יְרוּשָׁלִַם, בַּיהוָה צְבָאוֹת אֱלֹהֵיהֶם. 5 And the chiefs of Judah shall say in their heart: 'The inhabitants of Jerusalem are my strength through the LORD of hosts their God.'
ו  בַּיּוֹם הַהוּא אָשִׂים אֶת-אַלֻּפֵי יְהוּדָה כְּכִיּוֹר אֵשׁ בְּעֵצִים, וּכְלַפִּיד אֵשׁ בְּעָמִיר, וְאָכְלוּ עַל-יָמִין וְעַל-שְׂמֹאול אֶת-כָּל-הָעַמִּים, סָבִיב; וְיָשְׁבָה יְרוּשָׁלִַם עוֹד תַּחְתֶּיהָ, בִּירוּשָׁלִָם. 6 In that day will I make the chiefs of Judah like a pan of fire among the wood, and like a torch of fire among sheaves; and they shall devour all the peoples round about, on the right hand and on the left; and Jerusalem shall be inhabited again in her own place, even in Jerusalem.
ז  וְהוֹשִׁעַ יְהוָה אֶת-אָהֳלֵי יְהוּדָה, בָּרִאשֹׁנָה:  לְמַעַן לֹא-תִגְדַּל תִּפְאֶרֶת בֵּית-דָּוִיד, וְתִפְאֶרֶת יֹשֵׁב יְרוּשָׁלִַם--עַל-יְהוּדָה. 7 The LORD also shall save the tents of Judah first, that the glory of the house of David and the glory of the inhabitants of Jerusalem be not magnified above Judah.
ח  בַּיּוֹם הַהוּא, יָגֵן יְהוָה בְּעַד יוֹשֵׁב יְרוּשָׁלִַם, וְהָיָה הַנִּכְשָׁל בָּהֶם בַּיּוֹם הַהוּא, כְּדָוִיד; וּבֵית דָּוִיד כֵּאלֹהִים, כְּמַלְאַךְ יְהוָה לִפְנֵיהֶם. 8 In that day shall the LORD defend the inhabitants of Jerusalem; and he that stumbleth among them at that day shall be as David; and the house of David shall be as a godlike being, as the angel of the LORD before them.
ט  וְהָיָה, בַּיּוֹם הַהוּא; אֲבַקֵּשׁ, לְהַשְׁמִיד אֶת-כָּל-הַגּוֹיִם, הַבָּאִים, עַל-יְרוּשָׁלִָם. 9 And it shall come to pass in that day, that I will seek to destroy all the nations that come against Jerusalem.
י  וְשָׁפַכְתִּי עַל-בֵּית דָּוִיד וְעַל יוֹשֵׁב יְרוּשָׁלִַם, רוּחַ חֵן וְתַחֲנוּנִים, וְהִבִּיטוּ אֵלַי, אֵת אֲשֶׁר-דָּקָרוּ; וְסָפְדוּ עָלָיו, כְּמִסְפֵּד עַל-הַיָּחִיד, וְהָמֵר עָלָיו, כְּהָמֵר עַל-הַבְּכוֹר. 10 And I will pour upon the house of David, and upon the inhabitants of Jerusalem, the spirit of grace and of supplication; and they shall look unto Me because they have thrust him through; and they shall mourn for him, as one mourneth for his only son, and shall be in bitterness for him, as one that is in bitterness for his first-born.
יא  בַּיּוֹם הַהוּא, יִגְדַּל הַמִּסְפֵּד בִּירוּשָׁלִַם, כְּמִסְפַּד הֲדַדְרִמּוֹן, בְּבִקְעַת מְגִדּוֹן. 11 In that day shall there be a great mourning in Jerusalem, as the mourning of Hadadrimmon in the valley of Megiddon.
יב  וְסָפְדָה הָאָרֶץ, מִשְׁפָּחוֹת מִשְׁפָּחוֹת לְבָד:  מִשְׁפַּחַת בֵּית-דָּוִיד לְבָד, וּנְשֵׁיהֶם לְבָד--מִשְׁפַּחַת בֵּית-נָתָן לְבָד, וּנְשֵׁיהֶם לְבָד. 12 And the land shall mourn, every family apart: the family of the house of David apart, and their wives apart; the family of the house of Nathan apart, and their wives apart;
יג  מִשְׁפַּחַת בֵּית-לֵוִי לְבָד, וּנְשֵׁיהֶם לְבָד; מִשְׁפַּחַת הַשִּׁמְעִי לְבָד, וּנְשֵׁיהֶם לְבָד. 13 The family of the house of Levi apart, and their wives apart; the family of the Shimeites apart, and their wives apart;
יד  כֹּל, הַמִּשְׁפָּחוֹת הַנִּשְׁאָרוֹת--מִשְׁפָּחֹת מִשְׁפָּחֹת, לְבָד; וּנְשֵׁיהֶם, לְבָד. 14 All the families that remain, every family apart, and their wives apart.

 

LXX

ΛΗΜΜΑ λόγου Κυρίου ἐπὶ τὸν ᾿Ισραήλ· λέγει Κύριος ἐκτείνων οὐρανὸν καὶ θεμελιῶν γῆν καὶ πλάσσων πνεῦμα ἀνθρώπου ἐν αὐτῷ· 2 ἰδοὺ ἐγὼ τίθημι τὴν ῾Ιερουσαλὴμ ὡς πρόθυρα σαλευόμενα πᾶσι τοῖς λαοῖς κύκλῳ, καὶ ἐν τῇ ᾿Ιουδαίᾳ ἔσται περιοχὴ ἐπὶ ῾Ιερουσαλήμ. 3 καὶ ἔσται ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ θήσομαι τὴν ῾Ιερουσαλὴμ λίθον καταπατούμενον πᾶσι τοῖς ἔθνεσι· πᾶς ὁ καταπατῶν αὐτὴν ἐμπαίζων ἐμπαίξεται, καὶ ἐπισυναχθήσονται ἐπ᾿ αὐτὴν πάντα τὰ ἔθνη τῆς γῆς. 4 ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ, λέγει Κύριος παντοκράτωρ, πατάξω πάντα ἵππον ἐν ἐκστάσει καὶ τὸν ἀναβάτην αὐτοῦ ἐν παραφρονήσει, ἐπὶ δὲ τὸν οἶκον ᾿Ιούδα διανοίξω τοὺς ὀφθαλμούς μου καὶ πάντας τοὺς ἵππους τῶν λαῶν πατάξω ἐν ἀποτυφλώσει. 5 καὶ ἐροῦσιν οἱ χιλίαρχοι ᾿Ιούδα ἐν ταῖς καρδίαις αὐτῶν· εὑρήσομεν ἑαυτοῖς τοὺς κατοικοῦντας ῾Ιερουσαλὴμ ἐν Κυρίῳ παντοκράτορι Θεῷ αὐτῶν. 6 ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ θήσομαι τοὺς χιλιάρχους ᾿Ιούδα ὡς δαλόν πυρὸς ἐν ξύλοις καὶ ὡς λαμπάδα πυρὸς ἐν καλάμῃ, καὶ καταφάγονται ἐκ δεξιῶν καὶ ἐξ εὐωνύμων πάντας τοὺς λαοὺς κυκλόθεν, καὶ κατοικήσει ῾Ιερουσαλὴμ ἔτι καθ᾿ ἑαυτὴν ἐν ῾Ιερουσαλήμ. 7 καὶ σώσει Κύριος τὰ σκηνώματα ᾿Ιούδα καθὼς ἀπ᾿ ἀρχῆς, ὅπως μὴ μεγαλύνηται καύχημα οἴκου Δαυὶδ καὶ ἔπαρσις τῶν κατοικούντων ῾Ιερουσαλὴμ ἐπὶ τὸν ᾿Ιούδα. 8 καὶ ἔσται ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ ὑπερασπιεῖ Κύριος ὑπὲρ τῶν κατοικούντων ῾Ιερουσαλήμ, καὶ ἔσται ὁ ἀσθενῶν ἐν αὐτοῖς ἐν ἐκείνῃ τῇ ἡμέρᾳ ὡς οἶκος Δαυίδ, ὁ δὲ οἶκος Δαυὶδ ὡς οἶκος Θεοῦ, ὡς ἄγγελος Κυρίου ἐνώπιον αὐτῶν. 9 καὶ ἔσται ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ ζητήσω τοῦ ἐξᾶραι πάντα τὰ ἔθνη τὰ ἐρχόμενα ἐπὶ ῾Ιερουσαλήμ. 10 καὶ ἐκχεῶ ἐπὶ τὸν οἶκον Δαυὶδ καὶ ἐπὶ τοὺς κατοικοῦντας ῾Ιερουσαλὴμ πνεῦμα χάριτος καὶ οἰκτιρμοῦ, καὶ ἐπιβλέψονται πρός με ἀνθ᾿ ὧν κατωρχήσαντο καὶ κόψονται ἐπ᾿ αὐτὸν κοπετόν, ὡς ἐπ᾿ ἀγαπητῷ, καὶ ὀδυνηθήσονται ὀδύνην ὡς ἐπὶ τῷ πρωτοτόκῳ. 11 ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ μεγαλυνθήσεται ὁ κοπετὸς ἐν ῾Ιερουσαλὴμ ὡς κοπετὸς ροῶνος ἐν πεδίῳ ἐκκοπτομένου, 12 καὶ κόψεται ἡ γῆ κατὰ φυλὰς φυλάς· φυλὴ οἴκου Δαυὶδ καθ᾿ ἑαυτὴν καὶ αἱ γυναῖκες αὐτῶν καθ᾿ ἑαυτάς, φυλὴ οἴκου Νάθαν καθ᾿ ἑαυτὴν καὶ αἱ γυναῖκες αὐτῶν καθ᾿ ἑαυτάς, 13 φυλὴ οἴκου Λευὶ καθ᾿ ἑαυτὴν καὶ αἱ γυναῖκες αὐτῶν καθ᾿ ἑαυτάς, φυλὴ τοῦ Συμεὼν καθ᾿ ἑαυτὴν καὶ αἱ γυναῖκες αὐτῶν καθ᾿ ἑαυτάς· 14 πᾶσαι αἱ ὑπολελειμμέναι φυλαί, φυλὴ καθ᾿ ἑαυτὴν καὶ αἱ γυναῖκες αὐτῶν καθ᾿ ἑαυτάς.

12 1lèmma logou kuriou epi ton israèl legei kurios ekteinôn ouranon kai themeliôn gèn kai plassôn pneuma anthrôpou en autô2idou egô tithèmi tèn ierousalèm ôs prothura saleuomena pasi tois laois kuklô kai en tè ioudaia estai periochè epi ierousalèm3kai estai en tè èmera ekeinè thèsomai tèn ierousalèm lithon katapatoumenon pasin tois ethnesin pas o katapatôn autèn empaizôn empaixetai kai episunachthèsontai ep' autèn panta ta ethnè tès gès4en tè èmera ekeinè legei kurios pantokratôr pataxô panta ippon en ekstasei kai ton anabatèn autou en parafronèsei epi de ton oikon iouda dianoixô tous ofthalmous mou kai pantas tous ippous tôn laôn pataxô en apotuflôsei5kai erousin oi chiliarchoi iouda en tais kardiais autôn eurèsomen eautois tous katoikountas ierousalèm en kuriô pantokratori theô autôn6en tè èmera ekeinè thèsomai tous chiliarchous iouda ôs dalon puros en xulois kai ôs lampada puros en kalamè kai katafagontai ek dexiôn kai ex euônumôn pantas tous laous kuklothen kai katoikèsei ierousalèm eti kath' eautèn7kai sôsei kurios ta skènômata iouda kathôs ap' archès opôs mè megalunètai kauchèma oikou dauid kai eparsis tôn katoikountôn ierousalèm epi ton ioudan8kai estai en tè èmera ekeinè uperaspiei kurios uper tôn katoikountôn ierousalèm kai estai o asthenôn en autois en ekeinè tè èmera ôs oikos dauid o de oikos dauid ôs oikos theou ôs aggelos kuriou enôpion autôn9kai estai en tè èmera ekeinè zètèsô tou exarai panta ta ethnè ta eperchomena epi ierousalèm10kai ekcheô epi ton oikon dauid kai epi tous katoikountas ierousalèm pneuma charitos kai oiktirmou kai epiblepsontai pros me anth' ôn katôrchèsanto kai kopsontai ep' auton kopeton ôs ep' agapèton kai odunèthèsontai odunèn ôs epi prôtotokô11en tè èmera ekeinè megalunthèsetai o kopetos en ierousalèm ôs kopetos roônos en pediô ekkoptomenou12kai kopsetai è gè kata fulas fulas fulè kath' eautèn kai ai gunaikes autôn kath' eautas fulè oikou dauid kath' eautèn kai ai gunaikes autôn kath' eautas fulè oikou nathan kath' eautèn kai ai gunaikes autôn kath' eautas13fulè oikou leui kath' eautèn kai ai gunaikes autôn kath' eautas fulè tou sumeôn kath' eautèn kai ai gunaikes autôn kath' eautas14pasai ai fulai ai upoleleimmenai fulè kath' eautèn kai ai gunaikes autôn kath' eautas