Salafisme


Janny Groen en Annieke Kranenberg in : De Volkskrant , 5 juli 2005 : Salafisme : compromisloos en rechtlijnig , maar "niet gevaarlijk" : http://www.volkskrant.nl/binnenland/salafisme-compromisloos-en-rechtlijnig-maar-niet-gevaarlijk~a683859/ .

- AIVD : Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (Nederland) .
- http://corpus.quran.com/qurandictionary.jsp?q=slf . The triliteral root sīn lām fā (س ل ف) occurs eight times in the Quran, in three derived forms:

Salafisme is een stroming in de islam . Het woord is afgeleid van het Arabische salaf : dat "voorouders", "voorganger", "vroegere generatie" betekent. Zie : https://nl.wikipedia.org/wiki/Salafisme .

Een aantal jongeren van de als radicaal te boek staande As Soennah-moskee aan de Haagse Fruitweg wil best praten over hun gedachtegoed. Ze hangen het salafisme aan, een fundamentalistische islamitische stroming die door de AIVD is gekenmerkt als een bedreiging voor de nationale veiligheid. De verslaggeefsters krijgen geen hand van de vier jongemannen die, onder het wakend oog van sjeich Fawaz, vertellen over hun religie. Minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken maakte enkele maanden geleden ‘een enorm politiek nummer’ van het feit dat haar uitgestoken hand werd geweigerd door de Tilburgse imam Salaam. Het is absoluut geen gebrek aan respect, zeggen de jongemannen, ze mogen gewoon geen vrouwenhanden schudden. Dat is tegen de regels van hun geloof.We zitten in de werkkamer van Fawaz, geschaard rond een enorm bord met noten en zoete koekjes: Mohamed El Ghabzouri(28), Jamal Ahajjaj(30), Abdel Maoula(26) , Said(20) en de imam. ‘Jullie denken dat het salafisme een gevaarlijke stroming is, maar om te beginnen is het geen stroming’, betoogt Abdel. ‘Het salafisme is de ware islam. Wat salafisten in Nederland doen, is een zoektocht ondernemen naar de zuivere islam, ontdaan van allerlei culturele toevoegingen.’Jamal, die onder de naam Abu Ismail lessen aquidah (geloofsleer) en fiqh (jurisprudentie) geeft aan beginnelingen, vertelt dat er in de loop van de eeuwen een islamitisch ‘mengelmoesje’ is ontstaan. ‘Wij vragen mensen te leven naar de koran en de soennah van de profeet, zoals deze geïnterpreteerd werden door as-Salaf as-Saalih (de Oprechte Voorgangers) die tot de drie beste generaties behoorden die ooit hebben bestaan en die door de profeet zijn geprezen.’ Alles wat na die drie uitverkoren generaties is gekomen, is in zijn ogen ‘een hersenschim van de mens’. Imam Fawaz vat samen: ‘Wat wij proberen in de moderne samenleving, is een generatie te vormen die bijna identiek is aan die van de profeet.’ Dus moeten ze de omgangsvormen en regels en gewoonten van die tijd, 1400 jaar geleden, nauwgezet bestuderen en volgen. Abdel zegt dat hun leven daarmee niet in strijd hoeft te zijn met de westerse waarden en normen. ‘We zijn allemaal geïntegreerd, hebben allemaal een baan.’ Hij is als docent verbonden aan de islamitische middelbare school Ibn Ghaldoun in Rotterdam. ‘We lezen zelfs de Volkskrant’, reageert Mohamed. ‘En we zijn actief op internet’, zegt Said, een voormalige hangjongere die in het salafisme vooral ‘rust’ heeft gevonden.Volgens de AIVD is het streven naar de zuivere islam wel degelijk in strijd met westerse waarden en normen. In een ambtsbericht over de activiteiten van drie salafistische imams in de Eindhovense Al Fourqaan-moskee, die minister Verdonk zo snel mogelijk het land wil uitzetten, staat dat die stroming ‘een vergaande afzondering en mijding van andersgezinden predikt’. Daarmee wordt aangezet tot isolationisme en wordt ‘exclusivisme en parallellisme gepropageerd die leiden tot radicaal puritanisme’. Kortom, dat komt neer op een gevaarlijke ondermijning van de Nederlandse samenleving, aldus de geheime dienst. Vast staat in elk geval dat salafisten er bijna een dagtaak aan hebben om uit te vinden hoe ze, anno 2005, de gedragsregels van 1400 jaar geleden moeten interpreteren. Ze moeten vijf keer per dag bidden en lezen, studeren, lezingen en lessen volgen, die over het hele land worden gegeven.Dat gebeurt onder meer in de Eindhovense Al Fourqaan-moskee, waar op een zondagochtend in juni de lezing Gevaren die moslimhuizen bedreigen wordt gegeven aan vrouwen. Broeder Elyazid Aouichi van de As Soennah-zustermoskee, probeert het salafistische gedachtegoed naar de dagelijkse praktijk te vertalen. Hij mag zich van zijn geloof niet onder de vrouwen begeven. Tientallen jonge vrouwen hebben zich verzameld in de grote zaal, waar normaal de mannen bidden. De meesten hebben schrijfgerei klaarliggen, de baby naast zich in een Maxi-Cosi. Aouichi spreekt vanuit een aanpalende geluidskamer. De broeder begint bij het huwelijk. ‘Trouwen is het stichten van een klein koninkrijk. Daarbij is de man de koning en de vrouw de premier, de kinderen zijn de onderdanen.’ Voorkomen moet worden dat kwade geesten en de duivel het huis binnen komen. Daarom moet er altijd drie keer worden geklopt en voordat de moslim het huis binnengaat. Er mogen geen zaken in huis zijn die ‘haram’ (slecht) zijn, zoals spullen die verkregen zijn door de handel in drugs. Haram in huis is ook: reclame met naaktfotografie, wijn, muziek, een hond en bijvoorbeeld een schilderij met de afbeelding van een levend wezen erop. Want ‘dat houdt de engelen tegen het huis binnen te komen’.Gevaarlijk, maar niet verboden zijn: televisie, internet, kranten (‘alleen raadplegen als je die echt nodig hebt’) en tijdschriften. Het gaat erom: ‘Ga goed met die dingen om.’ Televisie kan goed zijn voor de ontwikkeling van de kinderen. Met een cassetterecorder is niets mis, als die maar gebruikt wordt voor het afspelen van koranteksten en niet voor muziek. ‘In kranten staat ook nuttige informatie, maar ze zijn gevaarlijk voor de islamitische ontwikkeling. Dus uitkijken zou ik zeggen.’ Echtgenoten, zegt de broeder, moeten elkaar helpen ‘imaanvol’ (vol van het geloof) te leven. Ze mogen elkaar waterdruppels in het gezicht gooien als de een ’snachts niet wakker wordt voor het gebed. Wat ook niet mag ontbreken is koranrecitatie, want die beschermt het gezin tegen shaitaan (de duivel) en bezetenheid.Drie gevaren bedreigen een goed huwelijk: onwetendheid, het ontbreken van godsvrees en feministische gedachten. Om dat laatste uit te leggen heeft hij eigenlijk wel drie lezingen nodig, meent de broeder. ‘Feminisme is een ziekte die de gezinnen van binnen kapot maakt, zoals aidscellen het lichaam van binnen ondermijnen.’ Hij wijst erop dat er in Nederland 1,3miljoen singles zijn, vooral veel vrouwen boven de dertig. Hij wijt dat aan het ongezonde feminisme. ‘Want dat is de strijd tussen man en vrouw om macht. De laatste tijd zijn er zusters die deze ideeën hebben overgenomen van anderen. In godsnaam, wat heb je bij je man te zoeken als je om macht strijdt. En andersom?’ Hij stelt dat mannen wolven zijn, die net zo lang van een vrouw willen genieten als mogelijk is en haar vervolgens dumpen. Althans in de westerse samenleving. Want de islam behoedt vrouwen voor die vernedering. ‘In de islam zijn mannen de voogden van de vrouw, de islam beschermt het gezin.’Dat salafisme een voedingsbodem creëert voor de gewelddadige jihad, zoals de AIVD meldt, bestrijden de broeders van de As Soennah-moskee. Abdel Maoula: ‘Wij wensen kufar (ongelovigen) niet de dood, maar de islam toe.’ Toch lopen er in Nederland salafisten rond die geweld prediken, geven ze toe. ‘Dat zijn de takfiri, de mensen rond de Hofstadgroep.’ Ook die zeggen de metgezellen van de profeet te volgen, maar zij gaan te rade bij geestelijke leiders die de koranteksten op een andere, meer gewelddadige wijze interpreteren. Ze verketteren alle ongelovigen, spuwen vuur over vreedzame salafisten, die ze selefies noemen. Ze staan ook wel te boek als de Salafiyya Jihadiyya.Dan is er ook nog een groep salafisten –volgelingen van de Rotterdamse Surinaamse bekeerling Mohamed Khaled en de Tilburgse leider Bouchta–, die iedere bemoeienis met de politiek afwijst. Sjeich Fawaz zegt dat zo’n groep ‘dwaallichten’ vorig jaar onrust wilde zaaien in zijn moskee. Hij heeft ze de deur gewezen. Fawaz: ‘Bouchta en Khaled zijn niets, ze hebben geen kennis. Ze zijn de handlangers van de Saudische geestelijk leider Rabeeh. Die zegt dat salafisten zich niet met de politiek mogen bemoeien. In Saudi-Arabië mag je geen kritiek hebben op de regering, die steun van de Verenigde Staten heeft gevraagd. Islamitisch gezien is het niet toegestaan om Amerika te hulp te roepen.’De zuivere islam, zegt Fawaz, is holistisch. Daarom kan er ook geen verschil worden gemaakt tussen de islam en de politieke islam, zoals bijvoorbeeld rechtsgeleerde Afshin Ellian doet. ‘De islam is volledig, omvat alle zaken, heeft te maken met de politiek, met economie, met maatschappelijke kwesties. Zo was het ook ten tijde van de profeet. De zuivere islam is het enige geloof dat een antwoord heeft op alle vraagstukken. Daarom bestaat in het Westen, dat zich de natuurlijke leider van de wereld waant, zo’n angst voor het salafisme.’Wereldwijd manifesteert zich een grote animositeit tussen de diverse stromingen in het salafisme, ook in Nederland. Takfiri en politieke en a-politieke selefies bestrijden elkaar op internet. Aanhangers van de stromingen bezoeken islamitische boekwinkels en eisen, op soms intimiderende wijze, dat bepaalde boeken uit de schappen worden gehaald. ‘De salafisten hebben een tunnelblik’, zegt de verkoper in een islamitische boekwinkel, die niet nader mag worden aangeduid. Hij is bang voor represailles. ‘Sommigen komen binnen en zeggen dat we geen donaties mogen innen voor de Palestijnen, want dat komt neer op politieke inmenging. Anderen eisen dat we de deur op slot doen als een vrouw naar binnen wil, want vrouwen mogen niet in contact komen met mannen.’Salafisten zijn, zegt de boekverkoper, niet van deze tijd. ‘Het is alsof ze in een grot leven, ze zijn zo kortzichtig. Dat kan niet, de wereld van de islam is heel breed.’
Salafisme: een lastig te plaatsen stroming uit de begintijd van de profeet Cijfers over het aantal salafisten, moslims die de zuivere islam uit de begintijd van de profeet nastreven, geven de islamdeskundigen niet en ook de AIVD waagt zich niet aan schattingen. ‘Het is lastig om die stroming goed in kaart te brengen’, zegt Martijn de Koning, onderzoeker bij The International Institute for the Study of Islam in the Modern World (ISIM) en medeauteur van het pas verschenen boek Nederlandse moslims. De Koning heeft de indruk dat salafisten wel een grote religieuze invloed hebben op zoekende moslimjongeren. Ze zijn uiterst actief op internet (www.selefiepublikaties.com), geven lessen en organiseren lezingen. Salafisme is een verzamelnaam van diverse bewegingen met als gemeenschappelijk kenmerk: een compromisloze, rechtlijnige uitleg van de islamitische bronnen. In het moderne salafisme worden twee hoofdgroepen onderscheiden: Salafiyya Ilmiyya die geweld afwijst en Salafiyya Jihadiyya, die het gezag van de aan het Saudische koningshuis gelieerde ulema (theologische schriftgeleerden) niet erkent en de mondiale jihad propageert tegen zowel het Westen als Arabische regeringen.De Salafiyya Ilmiyya is opgesplitst in een stroming die zich bezighoudt met religie en een die zich met de politiek bemoeit. Tot de laatste groep behoren onder andere de imams sjeich Fawaz van de Haagse As Soennah-moskee, Mahmoud el Shershaby van de omstreden Al Tawheed moskee in Amsterdam en Ahmed Salaam, die de hand weigerde van minister Verdonk


Frank Verhoef in Dagelijkse Standaard : 13 april 2012 : De radicale moslims worden steeds gekker : http://www.dagelijksestandaard.nl/2012/04/de-radicale-moslims-worden-steeds-gekker/ .

Duitse journalisten worden bedreigd omdat ze kritisch zijn over het uitdelen van miljoenen korans. Vrouwendag is een joodse uitvinding. Het wordt steeds gekker.
In de landen om ons heen wordt het gezicht van de radicale islam steeds meer zichtbaar. We zien het in België met de debielen van Sharia4Holland, in Groot-Brittannië met talloze haatbaarden die regelmatig op straat demonstreren voor hun ‘vrijheden’ en nu ook in Frankrijk en Duitsland.

In Frankrijk pleitte de sjeik al-Haddouchi ervoor dat Franse moslims het land verlaten richting een Noord-Afrikaans land, omdat ze worden tegengewerkt met bijvoorbeeld een boerkaverbod en het inperken van de oproep tot het vrijdaggebed. Hartstikke mooi natuurlijk, hoe minder radicale moslims in Europa, hoe beter.

In Duitsland worden journalisten bedreigd door salafistische moslims .

Duitse journalisten die kritisch hebben geschreven over het gratis uitdelen van 25 miljoen korans, zijn op internet bedreigd. Het Openbaar Ministerie heeft al een onderzoek geopend, aldus de autoriteiten donderdag. “Het is voor ons absoluut niet aanvaardbaar dat in Duitsland journalisten worden bedreigd en daarmee de persvrijheid wordt beperkt,” aldus staatssecretaris Fritsche van Binnenlandse Zaken.

Er werden tijdens de paasdagen 300.000 gratis korans uitgedeeld in tientallen steden. Dit is zeer gewiekst van ze. De veiligheidsdiensten krijgen er ontzettend veel extra werk bij door deze actie van de radicale salafisten. Je zou willen dat zoiets kan worden verboden, maar ze gebruiken onze westerse vrijheden, juist om zich tegen ons af te zetten en die vrijheden uiteindelijk helemaal af te schaffen. Zwijnen en apen, dat zijn de kritische journalisten in de ogen van deze moslims. Misselijkmakend.

En in België blijkt een Brusselse imam Vrouwendag een joodse uitvinding te vinden

Het feest dat die ondankbaren, die vulgairen gecreëerd hebben, behoort niet tot de moslimcultuur. Alleen onwetenden respecteren dit feest, of partijpolitici die de mensen van de goddelijke weg willen afleiden. Vrees God en volg de Soenna, en mijd vernieuwende culturen die niet tot de islam behoren.

Houdt het dan nooit op? Ik wil collega Michael graag geloven dat het in bovenstaande voorbeelden gaat om radicale, fundamentalistische moslims en dat lang niet iedere moslim radicaal is. Dat zal best. Maar mag ik zeggen dat ik ervan schrik hoeveel radicale moslims er in Europa wonen? Er wonen alleen al 500 salafisten in de aan Nederland grenzende deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen. We accepteren het allemaal maar. Het is wachten op een volgende aanslag, terwijl er intussen nog meer journalisten en politici met de dood worden bedreigd en voor het leven moeten worden beveiligd.

Geen politicus die durft te zeggen wat al-Haddouchi zegt: ga terug naar een islamitisch land als je zo ontevreden bent over het vrije westen. Blijf met je poten van onze mooie democratieën af.


Cecile Hendriks : april 2014 , Salafisme : fascinerend , intolerant en idealistisch : http://www.nieuwwij.nl/interview/salafisme-fascinerend-intolerant-en-idealistisch/ . http://www.uitgeverijparthenon.nl/parthenon_koning.html .

Volgende maand verschijnt het eerste Nederlandstalige boek over salafisme. De bredere samenleving bekijkt deze islamitische stroming met argusogen. De grotere moslimgemeenschap beschouwt het salafisme vaak als intolerant. De schrijvers van Salafisme benaderen het als een utopisch idealisme. “Ik geloof niet dat de lezers hun mening zullen bijstellen aan de hand van ons boek”, zegt antropoloog Martijn de Koning. “Maar we willen wel graag informeren. Salafisme is actueel en fascinerend.” 

Salafisme, utopische idealen in een weerbarstige praktijk is door islamkenners Martijn de Koning, Joas Wagemakers en Carmen Becker geschreven voor een breder, redelijk geïnformeerd publiek. “Moslims en niet-moslims, beleidsmakers, journalisten en politici kunnen hun vragen over de stroming in ieder geval voor een groot deel beantwoorden aan de hand van het boek”, zegt De Koning die zowel aan de Radboud Universiteit van Nijmegen als aan de Universiteit van Amsterdam verbonden is.

“Sinds de jaren tachtig is het salafisme al in opkomst in Nederland”, vertelt hij. “Toen ik me er in de beginperiode in verdiepte, kraaide er geen haan naar. Pas toen Mohammed Bouyeri Theo van Gogh vermoordde werd het in Nederland echt actueel. Hij bezocht de El-Tawheed en de As Soennah moskee en begaf zich daarmee in salafistische kringen.”

‘De term ‘salafisme’ is daarbij steeds meer verbonden geraakt met geweld, terreur en dreiging’, staat er in het boek. Maar is de stroming echt zo gevaarlijk? “Men probeert niet om de samenleving te ontwrichten of om de shari’a te implementeren”, antwoordt de onderzoeker. “Salafisten willen zich wel afzonderen van de maatschappij en een eigen niche creëren”, gaat hij verder. “Ze zijn fundamentalistisch, maar in principe niet extremistisch in de zin dat het aannemelijk is dat ze in Nederland geweld toe zullen passen.”

Toch heerst bij de overheid het geloof dat het ‘vijf voor twaalf’ is, weet De Koning. “Laatst trok iemand me nog benauwd aan mijn jasje om zijn zorg uit te spreken. De overheid is ervan overtuigd dat er een aanslag zal komen.” Volgens De Koning zal het zo’n vaart niet lopen. “In mijn ogen creëert de overheid haar eigen vijand. Ze neemt maatregelen om risico’s te vermijden en de dreiging weg te nemen. Maar daarmee isoleert ze een groep die zich toch al af wil zonderen en zorgt de overheid ervoor dat de salafisten zich bedreigd voelen.”

Als je aan de wetenschapper vraagt waar salafisme over gaat dan zijn er volgens hem vier mogelijke ingangen voor een antwoord: “Je hebt het perspectief van de overheid”, begint hij te vertellen, “waarbij de nadruk gelegd wordt op de bedreiging van veiligheid en cohesie in de maatschappij. De kijk op salafisme vanuit de salafistische netwerken draait om manieren waarop de samenleving geïslamiseerd kan worden. Vanuit de individuele gelovige bekeken, gaat salafisme over de vraag hoe je een zo vroom mogelijke moslim kunt worden en afscheid kan nemen van het leven vóórdat je salafist werd. Als wetenschappers beschouwen we het salafisme als een islamitische trend.”

De belangrijkste dogma’s binnen het salafisme zijn volgens De Koning tawhid, het geloof in één volstrekt unieke god en het kernbegrip al-wala wa-l-bara. “Dit laatste houdt in dat salafisten loyaal dienen te zijn aan God, de islam en aan moslims, maar aan de andere kant afstand moeten nemen van alles wat in strijd is met God en de ware islam”, legt hij uit. “Samenvattend kun je zeggen dat ze een grote liefde voor God hebben en een sterke haat tegen ongeloof.”

Dit maakt de salafisten uitermate separatistisch. “Het zorgt er ook voor dat er een spanning ontstaat binnen het salafisme”, zegt hij. “De ouders van de meeste bekeerlingen worden in de regel geen salafist. De salafistische kinderen zouden zich moeten afkeren van hun ouders, terwijl het geloof ook respect voor diezelfde ouders predikt.”

De Koning kent een gezin met drie dochters die allen op een verschillende manier hun geloof belijden. Twee dochters houden zich met het salafisme bezig, maar beiden op een andere manier. “De ouders leggen binnen de islam meer de nadruk op de familiebanden en de derde dochter is moslima maar geen salafist”, vertelt hij. “Het leidt tot felle discussies binnen het gezin. Desondanks is er geen sprake van dat ze elk hun eigen weg zouden gaan, of dat de meest fundamentalistische dochter haar ouders zou verketteren.”

Zoals altijd, vindt het geloof ook in deze spagaat uitwegen: “Je kunt het omzeilen door het ongeloof te haten, maar de ongelovige niet”, legt De Koning uit. “Bovendien is het verdienstelijk om beproevingen te doorstaan. Wonen in het Westen en de omgang met ongelovigen maken in die zin deel uit van de beproeving waardoor je punten verdient voor het hiernamaals.” Daarnaast is da’wa, het bekeren van ongelovigen, een belangrijk onderdeel van het salafisme. “Iedere ongelovige is een potentiële gelovige”, meent de wetenschapper. “Maar om te kunnen bekeren moet je anderen ontmoeten of zelfs met de ander samenleven.”

Hoe makkelijk is het eigenlijk om als bekeerling in het salafistische netwerk te rollen? “Vrij gemakkelijk”, zegt De Koning stellig. Volgens hem is de stroming bijzonder open en toegankelijk: “Je kunt met al je vragen bij ze terecht, bovendien hebben de salafisten het goed voor elkaar: ze bieden overal cursussen aan, zijn sterk vertegenwoordigd binnen de Nederlandse taal en actief binnen chatrooms.” Ongemerkt in een salafistische omgeving terechtkomen is er volgens hem echter niet meer bij: “Misschien dat je je jaren geleden, toen ze niet zo bekend waren, per ongeluk bij ze aan kon sluiten. Maar tegenwoordig lijkt me dat niet meer aan de orde.”

Afgezien van het gemak waarmee je toegang kunt krijgen tot het salafisme, vormen juist de hoge eisen die aan je nieuwe geloof worden gesteld, een trekpleister. ‘De persoonlijke strijd met de nadruk op het overwinnen van spanningen en verleidingen die mensen van het rechte pad afbrengen, maakt het salafisme veeleisend maar ook waardevol voor mensen, geeft hen een gevoel van verbondenheid en het idee met iets goeds bezig te zijn’, laat het boek lezen.

Salafisten zijn uitermate vrome moslims, alhoewel ze vanuit de rest van de islamitische gemeenschap wel eens het verwijt krijgen zich vooral met uiterlijk vertoon bezig te houden, meent De Koning: “Het is waar dat ze grote nadruk leggen op het dragen van sluiers en goed gedrag. Maar de spirituele component is er wel degelijk en die is ook heel belangrijk.”

Het boek Salafisme gaat niet alleen in op de oorsprong en de leer van de islamitische stroming in Nederland. Ook de dieperliggende wortels worden erin uitgegraven en de plaats van het salafisme in Europa wordt verkend. Volgens De Koning is het vooral van belang om als overheid te proberen te voorkomen mee te werken aan een breuk tussen salafisten en de maatschappij. “In salafistische kringen voelt men zich behoorlijk bedreigd”, zegt hij. “In eerste instantie dacht ik dat het om een enkeling ging. Maar toen Wilders zijn politieke overwinningen behaalde een paar jaar geleden, vroegen steeds meer mensen aan me of het tijd werd de koffers te pakken. ‘Wie beschermt ons?’, was de vraag die telkens opnieuw en heel serieus gesteld werd.”

Hoewel salafisten zich op dat soort momenten misschien afvragen of het niet beter is de biezen te pakken en hun heil buiten Nederland te zoeken, zal de stroming zelf niet verdwijnen. De Koning: “We moeten een goede manier zien te vinden om samen te leven, want het salafisme gaat niet weg.”


Salafisme. Ultraorthodoxe islam in Nederland. Wat moeten we ermee? Discussie met o.a. o.a. Martijn de Koning en Joas Wagemakers . Woensdag 14 mei 2014, 19.30 - 21.30 uur, Huize Heyendael, Radboud Universiteit Nijmegen Soeterbeeck Programma . http://www.ru.nl/radboudreflects/terugblik/terugblik-2014/terugblik-2014/salafisme-moeten-we/info/utopische/ . Utopische vreemdelingen - Onderzoek naar salafisme .

Het is al weer enige tijd geleden, maar in 2010 was ik in Utrecht op de universiteit. Studenten aldaar hadden een debat georganiseerd over ‘salafisme in Nederland' en ik was uitgenodigd om een lezing te geven. Ik was niet alleen. Ook één van de bekendere Nederlandse salafistische predikers was uitgenodigd. Die vertelde onder het genot van een glaasje fris op het einde de volgende anekdote:

‘Ooit vroeg een journalist mij: "Ben je een salafist?" Ik antwoordde: "Nee! Ik ben geen salafist." Hij zei: "Ben je me nu in de maling aan het nemen?" Ik zei: "Nee, ik weet namelijk dat je een beeld in je hoofd van het salafisme hebt. Dat soort salafist ben ik niet! Ik ben niet de salafist die jij in je hoofd hebt."

In zijn bijdrage eerder had deze prediker verteld hoe salafisme géén aparte stroming in de islam is, maar de islam uitdraagt zoals deze door de eerste generaties moslims werd gepraktiseerd en hoe deze geldt als voorbeeld en praktische richtlijn voor het leven van alle hedendaagse moslims waar dan ook ter wereld.

Salafisme als onderzoeksveld
Deze anekdote, en de anekdote in de anekdote, laten denk ik goed zien waar het om gaat bij salafisme als religieus en maatschappelijk fenomeen.

Ten eerste staat salafisme in Nederland in ruime mate in de aandacht. Vandaar ook dat studenten van de universiteit belangstelling hadden voor een verhaal van deze prediker en, hoop ik, ook voor het mijne.

Ten tweede heeft het salafisme in politiek, beleid en media een reputatie van een intolerante, gewelddadige stroming die haaks staat op de seculiere en seksuele vrijheden van het Westen. De vraag aan deze prediker kwam vlak na een gewelddadige actie van moslims die tot deze islamitische trend gerekend worden.

Ten derde hebben moslims in het algemeen en ook deze prediker een verwachting van hoe de buitenwereld op hen reageert en daar passen zij hun reactie op aan. Vandaar de, op het eerste oog wellicht, paradoxale reactie van een salafistische prediker die na een bijeenkomst over salafisme de anekdote vertelt waarin tegen hij een journalist die iets wil weten over salafisme zegt dat hij geen salafist is. Er is dus een voortdurende interactie tussen overheid, media en moslims; een interactie die overal anders is en er dus ook voor zorgt dat salafisme in Nederland weer iets anders is dan in Engeland, Egypte of Zuid-Amerika.

Ten vierde heeft het salafisme voor de predikers en ook voor veel gewone gelovigen weer een andere betekenis: namelijk die van de ‘ware' islam van de beginperiode van de islam.

Ten vijfde hebben wij in ons onderzoek voortdurend te horen gekregen ‘wij zijn de echte salafis' en anderen zijn extremisten, jihadisten, takfiri, khawarij of wat dan ook. Of ‘salafis zijn de echte moslims' (zowel door moslims als niet-moslims overigens) en de andere moslims zijn maar halve moslims. Door verschillende groepen, of dit nu beleidsmakers zijn, politici, moslims, islamofobe en andere opinieleiders, de term salafisme wordt ook gebruikt als een manier om zichzelf of juist de Ander aan te wijzen. Op deze manier is de term onderdeel van de politiek van identiteit van mensen.

Dit betekent ook dat de vraag naar wat salafisme is of wie nu een salafist is of wie niet, niet zo vanzelfsprekend en eenduidig te beantwoorden is. We dienen eerst te kijken welk perspectief wij als wetenschappers innemen waarbij we rekening houden met die vijf verschillende dimensies van salafisme die ik net genoemd heb.

Eén van de zaken die daarbij voorop staat is dat wij geen positie innemen in de debatten over wie nu de ware islam volgt en wie niet. Ongetwijfeld zal daar kritiek op zijn van moslimse en niet-moslimse mensen die willen dat we juist wel een positie innemen. Dat heeft niet te maken met het idee dat die mensen niet zouden begrijpen wat wetenschap is zoals van de week in een artikel in Trouw werd gesuggereerd, maar met een andere invalshoek. Als onderzoekers kunnen wij niet bepalen wat de ‘zuivere' islam is, kunnen wij ook niet klakkeloos de invullingen van islamitische groeperingen of van anti-islam groeperingen overnemen. Evenmin dienen we lichtvaardig de definities van overheden of van groeperingen die het secularisme verdedigen navolgen. Dan zouden we hun interpretatie overnemen en die interpretatie maar ook de onderlinge discussies, vetes en dergelijke moeten juist onderdeel zijn van het onderzoek.

Salafisme als utopische beweging
In het Nijmeegse onderzoeksproject Salafisme als transnationale beweging hebben Joas Wagemakers, Carmen Becker, Roel Meijer en ik vanaf 2007 geprobeerd om samen met professor Harald Motzki en professor Martin van Bruinessen de verschillende dimensies van salafisme in het Midden-Oosten en Europa te onderzoeken waarbij we ook veel besproken hebben met onze collega's Zoltan Pall (die in Koeweit en Libanon onderzoek deed naar salafisme) en Din Wahid (die in Indonesië onderzoek deed). Het boek Salafisme - Utopische idealen in een weerbarstige praktijk is het resultaat van de onderzoeken van Joas Wagemakers, Carmen Becker en mij. In dit boek benaderen we salafisme als islamitische trend. Wat salafisten tot salafisten maakt, zo stellen we in de inleiding, wordt niet bepaald door de vraag hoe gevaarlijk zij wel of niet zijn. Evenmin wordt dat bepaald door het gegeven dat zij terug zouden willen naar de fundamenten van het geloof en de begintijd van de islam. Veel moslims zien dat als een wenkend perspectief.

Wat salafisten tot salafisten maakt zijn hun ideaalbeelden over hoe die fundamenten en het begin van de islam eruit zien, hun ambities over de hedendaagse implementatie van die ideaalbeelden en hun praktijken om betekenis te geven aan het leven en de wereld om hen heen die gekenmerkt worden door een strikte, letterlijke interpretatie van de Koran en Soenna. Binnen een dergelijk perspectief kunnen we de salafisten beschouwen als utopische beweging. De term utopie, dat zowel ‘geen plaats' als ‘gelukkige plaats' als betekenis draagt, kan gezien worden als een verwijzing naar iets dat nastrevenswaardig, wenselijk en mogelijk is, maar dat ook tegen de bestaande situatie in gaat en onhaalbaar is. In zijn Utopia uit 1516 beschreef Sir Thomas More ideaaltypische vormen van sociale organisatie en samenleven waarmee hij enerzijds zijn ambities voor perfecte vormen van samenleven gestalte gaf en anderzijds kritiek gaf op de bestaande samenleving van die tijd. In het geval van salafisten kunnen we stellen dat zij proberen de islam te revitaliseren en reorganiseren op basis van een ideaalbeeld van de eerste drie generaties moslims en een zo strikt, zo gedetailleerd en zo letterlijk mogelijke uitleg van de schriftelijke bronnen van islam. Zo probeert men een leefstijl te ontwikkelen die betrokkenen correcter, rechtvaardiger en bevredigender vinden dan hun huidige leefstijl.

Een utopische transformatie
Thomas More's Utopia was enerzijds een maatschappijkritiek en anderzijds een ideaal samenlevingsmodel en moreel programma. Dat geldt ook voor het salafisme. Of het nu in het Midden-Oosten is of in Europa, het ideaalbeeld van het salafisme is een kritiek op de huidige samenlevingen die in een morele crisis zouden verkeren. Daarmee is het salafisme recalcitrant of zelfs rebels en omdat men in staat blijkt te zijn mensen te mobiliseren op basis van hun utopie is het ook niet verwonderlijk dat men vaak door overheden en opinieleiders met argusogen wordt bekeken. Zeker wanneer in debatten aan bijna alle militante en gewelddadige acties van moslims het etiket salafisme wordt geplakt (en zeker niet altijd terecht of genuanceerd genoeg), wordt het salafisme al snel hét symbool van de ongewenste islam. Daarbij speelt natuurlijk ook mee dat mensen die zich tot de salafistische lezing van islam bekennen, wel degelijk gewelddaden hebben gepleegd, zich intolerant hebben uitgelaten en verschillende visies hebben voor de correcte rollen van vrouwen en mannen in de samenleving. Juist in samenlevingen die zich voorstaan op tolerantie, gelijke rechten voor vrouwen en mannen en vreedzaam democratisch samenleven kunnen deze groepen voor grote onrust zorgen en zijn ze ook een dankbaar doelwit voor menig politicus.

Zeker voor Europa speelt daarbij een rol dat secularisering grote gevolgen heeft gehad voor de positie van religie. Daarbij zijn er steeds meer mensen die een seculier Europa als norm verdedigen. Secularisering is daarbij niet alleen een beschrijving van een bescheidener wordende rol van het religieuze maar ook een norm die oplegt dat religie in het openbare leven in een afgebakend kader moet blijven. Seculier is op deze wijze ook een identiteit die rust op een ideaalbeeld van tolerantie, vrijheid en gelijkheid die ook aan andersdenkenden, in het bijzonder religieuze mensen, moet worden opgelegd. Net zoals er binnen het christendom en andere religies in de laatste jaren stromingen zijn opgekomen die zich niet zomaar willen neerleggen bij de huidige seculiere status quo, zijn die stromingen er ook binnen islam en salafisme is er daar één van.

Als het gaat om salafisme worden in Nederland vaak de moord op Theo van Gogh door Mohammed Bouyeri aangehaald en het verketteren door predikers van Nederlandse opinieleiders zoals Ayaan Hirsi Ali. Ook allerlei opvattingen over vrouwen en homoseksualiteit komen in die discussies terug. Al wijst een groot deel van de salafisten gewelddadige acties af en stellen sommigen zelfs dat, met name gewelddadige maar ook vreedzame groepen die zich met politiek inlaten, niet tot het salafisme behoren, is er angst voor het geweld dat salafisten zouden kunnen gebruiken. Hun pogingen om te participeren in de samenleving worden gewantrouwd en er bestaat de angst dat salafisten met hun geloofsovertuiging grote druk uitoefenen op anderen, in het bijzonder vrouwen. Het gaat daarbij niet (meer) zozeer om het feit dat er een dreiging van geweld uitgaat van de salafisten, maar om de salafisten als bedreiging voor de normen en waarden van de Nederlandse samenleving, in het bijzonder de vrijheid die bedreigd zou worden door de vermeende af keer (haat) van salafisten tegen het Westen. In de praktijk echter blijkt dat een groot deel van de salafisten zeer gezagsgetrouw is en niet snel zal protesteren tegen de wereldlijke macht; laat staan met geweld in opstand komen. In die zin is salafisme zelfs redelijk burgerlijk te noemen met een sterke nadruk op studie, werk en gezin. Wel is het duidelijk dat voor individuen het salafisme makkelijk de gedaante aan kan nemen van een oppositionele politiek-religieuze stroming. Of salafisme dan ook daadwerkelijk uitgroeit tot een grotere beweging en hoe die er politiek gezien uitziet, is mede afhankelijk van bijvoorbeeld het beleid van de staten en de infrastructuur en samenstelling van moslimgemeenschappen. De wijze waarop salafistische groeperingen zijn omgegaan met de Arabische opstanden zijn daar een uitstekend voorbeeld van.

Persoonlijke transformatie
Het is echter niet zo dat het salafisme zich alleen ergens tegen keert. Het gaat ook om een programma voor moslims om aan zichzelf te werken als vrome moslims. Dit is misschien nog wel het duidelijkst te zien bij vrouwen. Eén van de meest opvallende kenmerken van het salafisme is de grote nadruk op een scheiding tussen de seksen. Zowel in het debat over islam en salafisme als onder salafisten is de positie van de vrouw sowieso een centraal issue. Aan beide zijden fungeren de vrouw en haar lichaam en opvattingen daarover als een symbolische grens tussen wij en zij. Zoals vaker in dit type religieuze bewegingen wordt het ‘vrije' gedrag van vrouwen niet alleen gezien als een symptoom van een morele crisis, maar zelfs als één van de oorzaken van die crisis. Er zijn dan ook talloze regels en gedragscodes omtrent seksescheiding, het contact tussen mannen en vrouwen en de bedekking van het lichaam die daarbij hoort. Deze regels dienen overigens niet alleen door vrouwen nageleefd te worden, maar ook door mannen die bijvoorbeeld hun blikken moeten neerslaan. De toepassing van deze regels is afhankelijk van de plaats waar men zich bevindt (publiek/privé), het specifieke gezelschap (echtgenoot, gezinsleden, vreemden) en de specifieke situatie (gebed, werk, feest). In sommige gevallen gaat het bij de bedekking van lichaamsdelen niet alleen om de buitenkant van het lichaam, maar ook om de stem. Vrouwen worden geacht niet hard te spreken of te zacht of ‘met verleidelijke stem'. In chatrooms willen en mogen vrouwen soms daarom helemaal niet spreken. Niet iedereen houdt zich daaraan overigens, ondanks de talloze verhalen die rondgaan over mannen die misbruik zouden maken van goedgelovige vrouwen. Ook mannen dienen zich te houden aan de strikte regels over scheiding, bedekking en uiterlijk (baard- en haardracht), maar de praktijk is toch dat zij hier makkelijker mee omgaan en dat de consequenties van het overtreden van de regels minder groot zijn. Met name vrouwen die in een sociaal isolement verkeren kunnen het erg zwaar hebben zeker als zij ook de verantwoordelijkheid over kinderen dragen. De vraag is dan hoeveel macht vrouwen in de praktijk hebben om daadwerkelijk tegen ongewenste zaken zoals huiselijk geweld in te gaan, vooral als het gaat om vrouwen met een zwak ondersteunend netwerk en om zaken die zich in de privésfeer afspelen. Juist doordat vrouwen naar het privédomein worden verwezen hebben zij in de praktijk minder macht.

Maar veel vrouwen gebruiken een beroep op islamitische regels ook om zich enigszins los te maken van de tradities van hun ouders, zonder te breken met die ouders. In gevallen waar sprake is van gearrangeerde of gedwongen huwelijken, worden salafistische predikers bijvoorbeeld vaak ingeschakeld om te bemiddelen en ouders erop te wijzen dat hun dochters volgens de islam niet tegen hun wil uitgehuwelijkt zouden mogen worden. In andere gevallen is de verwerping van het gebruik van alcohol en de gereguleerde omgang van mannen en vrouwen, aantrekkelijk voor vrouwen die hun eigen gezins- en familieomstandigheden willen veranderen. Tegelijkertijd schikken zij zich in een regime dat vrouwen vooral een ondersteunende, verzorgende moederrol toekent en waarbij vrouwen beschermd moet worden door mannen. Zij ontlenen hun idee van vrijheid aan het zich onderwerpen aan gedrag- en kledingvoorschriften en meer in het algemeen aan het zich onderwerpen aan Gods wil.

Verenigen van idealen en ambities
Het salafisme wordt daarbij gebruikt als een manier om allerlei idealen en ambities te verenigen: een sterke identiteit als vrouw en moslim, complementair ten opzichte van mannen, vroomheid, vrijheid, moederschap, zekerheid, authenticiteit, het opdoen van kennis, het oprecht en zuiver aanbidden van God en soms maatschappelijk activisme om het negatieve beeld van islam te verbeteren, het recht op vrijheid van godsdienst uit te dragen of op verschillende manieren te strijden tegen onrecht. Het gaat dus, zowel bij mannen als vrouwen, om een mengeling van persoonlijke, maatschappelijke, politieke en religieuze ambities. De mengeling aan motieven en praktijken is te zien als een inspanning om verschillende morele ambities te verenigen en te verwezenlijken binnen een islamitisch ethos door zich te proberen te onderwerpen aan wat men ziet als de wil van God en zo een betere vrouw, betere moslim en, meer in het algemeen, een beter mens te worden.

Internet speelt daarbij een belangrijke rol als manier om kennis te verzamelen, te praten over politieke issues, onzekerheden en uitdagingen in het dagelijks leven en over hoe islamitische voorschriften in de praktijk moeten worden gebracht of hoe de dagelijkse praktijk in overeenstemming met islamitische voorschriften moet worden gebracht. Eén van de populaire verbeeldingen van hoe een goed moslimleven er idealiter uit ziet is dat van de Vreemdeling: iemand die standvastig blijft in het geloof, wel in de wereld is maar niet van de wereld. Dit kan een spirituele, sociale en politieke invulling krijgen zoals we zien bij de populaire nashid met de naam ghuraba (De Vreemdelingen).

De nadruk in de religiositeit van veel salafisten ligt op het je inspannen om je zo goed mogelijk te wijden aan God. In die zin is salafisme hard werken: hard werken aan jezelf ontwikkelen als vrome moslim, hard werken aan het verbeteren van je sociale relaties en hard werken aan je relatie met God. Dat leidt soms tot wat wel een salafi burn out genoemd wordt, maar het harde werken is niet per se problematisch. Velen zijn zeer gepassioneerd bezig met hun zoektocht en persoonlijke transformatie en het harde werken is onderdeel van de religiositeit: als alles mee zit wordt je geloof lui en zwak terwijl tegenstand en problemen louterend werken. Hoe dit alles uitwerkt en dus ook wat salafisme is, is uiteindelijk niet alleen afhankelijk van de persoon zelf of van de religieuze doctrines, maar ook van zijn of haar directe omgeving en de samenleving waarin hij of zij leeft.

Tot zover mijn lezing, maar niet zonder eerst enkele mensen te bedanken. Dat zijn in ieder geval de collega's van de afdeling Islamstudies aan de Radboud Universiteit met wie we al die tijd zeer prettig hebben samengewerkt en in het bijzonder ook met Roel Meijer en professor Harald Motzki die nauw verbonden waren aan het onderzoeksprogramma. Een bijzonder woord van dank is voor die moslims in Europa en het Midden-Oosten die ons open, vriendelijk en bereidwillig te woord hebben gestaan en met wie we altijd goede contacten hebben opgebouwd. Zonder hun medewerking is onderzoek als dat van ons niet mogelijk en dit boek ook niet. Dank u.


Carel Brendel, 2 juni 2014 : Leerzaam boek over salafisme neemt zorgen over radicalisme beslist niet weg . http://www.carelbrendel.nl/2014/06/02/leerzaam-boek-over-salafisme-neemt-zorgen-over-radicalisme-beslist-niet-weg/ .

Een nieuw boek over het salafisme geeft veel inzicht en achtergrond over deze stroming binnen de islam. Nuance over het onderwerp kan geen kwaad. Maar de zorgen blijven, met name over het jihadi-salafisme van Syrië-strijders, die na terugkeer niet allemaal hun Kalashnikov op de schroothoop werpen.

Begin jaren zestig viel Spartacus, het radencommunistische splintergroepje van mijn vader, uiteen in nog twee nog kleinere splinters. Jarenlange vriendschappen tussen kameraden veranderden opeens in vijandschap. Aanvoerders van beide groepen schreven lijvige brochures waarin ze uiteenzetten waarom de anderen waren afgeweken van de jarenlang gekoesterde principes. De strijd was niet alleen ideologisch, maar ging ook om de stencilmachine en de papiervoorraad.

Aan deze sektarische strijd moest ik denken bij het lezen van Salafisme, het recent verschenen boek van de Radboud-wetenschappers Martijn de Koning, Joas Wagemakers en Carmen Becker. Het gaat over de soennitische stroming binnen de islam, waarvan de aanhangers proberen om de veronderstelde levenswijze van hun profeet en zijn metgezellen tot in de kleinste details na te volgen. Over die details kun je al flink ruzie maken, maar nog lastiger is de vraag hoe je dit alles 1400 jaar later in de praktijk moet brengen in een moderne samenleving. Het gevolg is een aaneenschakeling van conflicten, scheuringen, verkettering en ook geweld.

Dat iets ‘doet denken aan’ betekent niet, dat iets op hetzelfde neerkomt. Waar het salafisme grossiert in richtlijnen en regeltjes over vrijwel alle dagelijkse bezigheden, was er maar weinig “haram” in radencommunistische kring. Mijn moeder zag liever niet dat wij op Koninginnedag rondliepen in het oranje, de kleur van de verderfelijke monarchie. We werden aangemoedigd om te studeren en te werken, maar daarbij speelde nauwelijks een rol dat de zelfstandige arbeidersstrijd geen activiteit was voor werkloze slampampers.

Levensgroot verschil was er ook in omvang. De beweging van mijn vader bestond uit zo’n 20 tot 40 mensen. Volgens schattingen houdt ongeveer tien procent van de Nederlandse moslims, ongeveer 80.000 mensen, er salafistische denkbeelden op na. Zelfs de kleinste van de drie stromingen binnen het Nederlandse salafisme, de aanhang van de revolutionaire jihad, heeft in ons land meer aanhangers dan Spartacus ooit had: ongeveer 150 strijders in Syrië plus (schat ik zelf) enkele honderden sympathisanten, die de jihad actief ondersteunen dan wel op hun laptop de virtuele jihadvlag hebben gehesen. Het internationale internet heeft een grotere impact dan de stencilmachine van de jaren 50 en 60.

De Koning, Wagemakers en Becker geven een leerzaam inzicht in veel aspecten van het salafisme. Ze vertellen over het ontstaan en de groei van deze stroming, eerst in het Midden-Oosten en later in Europa. Ze leggen uit hoe salafisten elkaar op webfora helpen bij het vinden van antwoorden op voor de buitenstaanders nogal buitenissige vragen. Handig is ook de woordenlijst met Arabische begrippen die tot het vaste salafistische jargon behoren.

Uitvoerig gaan de auteurs in op de drie hoofdrichtingen binnen deze sector van de islam: de nogal passieve “quiëtisten”, die vooral bezig zijn met zich af te zonderen van het zondige Westen; de “politico’s”, die een plekje willen veroveren in het maatschappelijke middenveld; en tenslotte de jihadi’s, die sympathiseren met of zelfs deelnemen aan de revolutionaire jihad tegen de zittende regimes in het Midden-Oosten. De verdeeldheid uit zich in “felle ideologische tegenstellingen die moeilijk te overbruggen zijn,” lees ik. Dat klinkt geruststellend voor de niet-salafist. Maar elders betogen de auteurs dat de scheidslijnen niet absoluut zijn en dat de drie groepen bepaalde zaken gemeen hebben. Dat klinkt weer minder geruststellend.

De drie auteurs hebben gekozen voor een begripvolle benadering van hun onderzoeksdoelgroep. Maar om bepaalde ongemakkelijke feiten draaien ze niet heen. De verspreiding van het salafisme heeft alles te maken met de olierijkdom van Saoedi-Arabië, de bakermat van deze stroming. Egyptische gastarbeiders in de Arabische olie-industrie waren “bij terugkomst niet alleen veel conservatiever maar ook veel rijker”. “Dit geld gebruikten zij vaak voor de bouw van moskeeën en het opzetten van een alternatieve religieuze infrastructuur.”

Het Koninkrijk Saoedi-Arabië speelde ook een actieve rol in de salafistische groei, via de oprichting van zendingsorganisaties die het seculiere Arabische nationalisme van Nasser en de Baath-partij moesten keren. Een tweede stimulans was de val van de Perzische sjah en de opkomst van de ayatollahs. “Gesteund door de olie-inkomsten, die na de oliecrisis van 1973 nog grotere hoogten hadden aangenomen dan daarvoor, voerde Saoedi-Arabië zijn ideologische tegenoffensief dan ook verder op, met als gevolg dat het salafistische gedachtegoed een niet meer weg te denken factor werd in grote delen van de moslimwereld sinds de jaren ’80.”

Het kan geen kwaad dat de Saoedische rol bij de verbreiding van deze religieuze ideologie wordt belicht, net op het moment dat een Nederlandse minister zich opmaakt om te buigen en te knipmessen voor chanterende oliesjeiks.

De Koning, Wagemakers en Beckers ontlopen evenmin een ander heikel onderwerp, het jihadisme. In ons land heeft slechts een klein deel van de salafistische moslims zich uitgesproken voor deelname van westerse gelovigen aan de jihad in Syrië en elders. In Salafisme lees ik echter dat “alle salafisten in principe geloven in de legitimiteit van jihad, maar sterk van mening verschillen over wanneer dat mag worden gevoerd.”

Kortom, het gaat bij de imams niet om een principiële afwijzing van de jihad, maar eerder een tactisch meningsverschil met de radicalen. De auteurs: “Wij definiëren jihadi-salafisten hier dan ook als salafisten die, naast hun geloof in de kernleer die ook de quiëtisten en politico’s onderschrijven, voorstanders zijn van het gebruik van jihad tegen de eigen regimes in de moslimlanden, die zij als ongelovig bestempelen.” Daarna volgen interessante beschouwingen over de vele onderlinge conflicten, die er ook rond het onderwerp jihadisme bestaan in salafistische kringen – met veel nuance, die inderdaad wel eens ontbreekt in berichtgeving over de polderjihad in Syrië.

Alle nuances kunnen mijn zorgen rond de opmars van het salafisme niet wegnemen. We hebben te maken met een groeiende, zeer conservatieve van bekeringsdrang vervulde politiek-religieuze stroming. De salafisten genieten aanzien bij andere moslims en weren zich ook buiten de bekende oorspronkelijke salafistische centra zoals Al Fourkaan in Eindhoven en het Haagse “As-Soennah”.

Om een voorbeeld te noemen. De El-Fath moskee in mijn woonplaats Amersfoort werd in 2007 feestelijk geopend. Onze burgemeester Alberdine van Vliet (D66) was blij, omdat de stad er een “prachtige moskee” had bijgekregen. Christelijke kerkleiders spraken mooie welkoms woorden. Zeven jaar later blijkt dat sprekers van As-Soennah, zoals binnenkort “Aboe Tariq”, regelmatig langskomen. Over de groei van deze salafistische “periferie”, zichtbaar via hun aanwezigheid in niet-salafistische centra en hun samenwerking met Moslimbroeder-achtige groepen, lees ik weinig in Salafisme.

Gerustgesteld werd ik evenmin tijdens de recente presentatie van het boek in Nijmegen, waarbij de auteurs benadrukten dat slechts 150 Nederlandse moslims hadden gekozen voor de jihad in Syrië. Inderdaad is dat getalsmatig te verwaarlozen op 80.000 salafisten. Maar dankzij de vloeiende grenzen met andere salafistische stromingen kunnen de radicalen hopen op een blijvende aanwas uit minder radicale kring. Bovendien worden zowel de radicale als de minder radicale varianten van het salafisme permanent gevoed vanuit het Midden-Oosten, de een vooral via internet, de ander ook via satellietschotels.

Het “salafisme light” kan als buffer fungeren tegen radicalisering, maar ook als visvijver waaruit de radicalen naar hartenlust kunnen vissen. De discussie daarover is actueel nu er een tweerichtingverkeer tussen Nederland en Syrië is met vertrekkende en terugkerende jihadstrijders. De aanslag op het Joods Museum in Brussel leert dat niet alles kan worden weggenuanceerd.

Martijn de Koning, Joas Wagemakers en Carmen Becker: Salafisme. Uitg. Parthenon, 29 euro, ISBN/EAN: 9789079578504


 

 

http://www.jonasslaats.net/sites/default/files/downloads/hetmodernismevanetsalafisme_jonasslaats.pdf .