KORAN - SOERA 96 - soera 96 -
- soera 1 - soera 2 - soera 3 - soera 4 - soera 5 - soera 6 - soera 7 - soera 8 - soera 9 - soera 10 - soera 11 - soera 12 - soera 13 - soera 14 - soera 15 - soera 16 - soera 17 - soera 18 - soera 19 - soera 20 - soera 21 - soera 22 - soera 23 - soera 24 - soera 25 - soera 26 - soera 27 - soera 28 - soera 29 - soera 30 - soera 31 - soera 32 - soera 33 - soera 34 - soera 35 - soera 36 - soera 37 - soera 38 - soera 39 - soera 40 - soera 41 - soera 42 - soera 43 - soera 44 - soera 45 - soera 46 - soera 47 - soera 48 - soera 49 - soera 50 - soera 51 - soera 52 - soera 53 - soera 54 - soera 55 - soera 56 - soera 57 - soera 58 - soera 59 - soera 60 - soera 61 - soera 62 - soera 63 - soera 64 - soera 65 - soera 66 - soera 67 - soera 68 - soera 69 - soera 70 - soera 71 - soera 72 - soera 73 - soera 74 - soera 75 - soera 76 - soera 77 - soera 78 - soera 79 - soera 80 - soera 81 - soera 82 - soera 83 - soera 84 - soera 85 - soera 86 - soera 87 - soera 88 - soera 89 - soera 90 - soera 91 - soera 92 - soera 93 - soera 94 - soera 95 - soera 96 - soera 97 - soera 98 - soera 99 - soera 100 - soera 101 - soera 102 - soera 103 - soera 104 - soera 105 - soera 106 - soera 107 - soera 108 - soera 109 - soera 110 - soera 111 - soera 112 - soera 113 - soera 114 -


Religie.opzijnbest.nl
ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
de koran in het Nederlands : 1 , 2 , 3 , http://www.islaam.nl/index.asp getal 19 apocriefe evangeliën      
http://www.altafsir.com/ViewTranslations.asp?Display=yes&SoraNo=96&Ayah=0&Language=18&TranslationBook=0    

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

Soera De Bloedklomp
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De Bloedklomp Soera 96
Transcriptie Al-Alaq
Geopenbaard in Mekka
Aantal aya's 19
Djuz' dag 30
Geopenbaard na eerste openbaring

Soera De Bloedklomp is een soera van de Koran.

De soera is vernoemd naar de tweede aya waar duidelijk gemaakt wordt dat de mens uit een bloedklomp geschapen is. Verder gaat de soera in op de overmoedigheid van de mens.

[bewerk] Bijzonderheden

Deze soera wordt beschouwd als de eerste die aan Mohammed geopenbaard werd door God via de engel Djibriel tijdens Laylat al-Qadr. Bij recitatie van aya 19 wordt de sudjud, de nederwerping, verricht. Deze soera wordt ook wel Al-Iqra ( Reciteer) of Al-Qalam (De Pen) genoemd. De stam van het eerste woord van de soera, iqra (reciteer), heeft dezelfde wortel als quran (koran), die gereciteerd moet worden.

Website : http://www.voem-vzw.be/voem/index.php?option=com_content&task=view&id=1410&Itemid=84 .

De betekenis van “alaqah” in Koran en Hadith PDF Afdrukken E-mail
dinsdag 19 februari 2008
Image
Dr.Stefan DRIESEN, "De betekenis van 'alaqah' in Koran en Hadith"

In de Koran lezen we:
"Hij heeft de mens geschapen van een bloedklomp (alaqah)".[1]
Elders echter lezen we ook:
"Hij is Degene Die jullie uit klei schiep en Hij
heeft vervolgens een bepaalde tijd (voor de doden)
vastgelegd. En een bepaalde tijd is er bij Hem (voor
de opwekking). Toch twijfelen jullie."[2]

"Vraag hen: “Zijn zij (de mensen) moeilijker om
te scheppen of dat (hemel en aarde en wat er tussen
is) wat wij hebben geschapen?” Voorwaar, Wij
hebben hen van kleverige klei geschapen."[3]
Heeft Allah de mens nu uit klei of uit een bloedklomp (alaqah) geschapen?
Het feit dat de mens uit klei geschapen is, valt goed te begrijpen daar de mens na
zijn overlijden ontbindt en terug aarde wordt. Deze uitspraak ligt dan ook in de lijn van de
bijbelse uitspraak:
"In het zweet zult ge werken voor uw brood, tot gij terugkeert naar de grond, waaruit gij zijt genomen: gij zijt stof en tot stof keert gij terug".[4]
De Koran stelt hierbij uitdrukkelijk:
"Degene Die alles wat Hij schiep op de beste manier
heeft geschapen. En Hij begon de schepping
van de mens uit klei.
Daarna maakte Hij zijn nageslacht van een uittreksel
van nederig water" (sperma).[5]
De eerste mens werd dus uit klei geschapen en vervolgens verliep de verdere
voortplanting via bevruchting van de vrouw door de man.
Maar hoe zit het dan met die bloedklomp?
C.Luxenberg lanceerde de stelling dat heel wat woorden uit de Koran aan het Syrisch ontleend zouden zijn. Volgens hem zou het woord “alaqah” uit het Aramees-Syrisch afkomstig zijn en óók “klei” betekenen.[6] De onderliggende hypothese van zijn boek is dat de Koran een verzameld corpus is van Syrische teksten die uit de oosterse christelijke kerken stammen. Volgens hem zou Lailat al Qadr oorspronkelijk op de christelijke Kerstnacht duiden.
Om echter zijn stelling te verdedigen, moet Luxenberg grammaticale fouten maken.[7] Luxenberg houdt ook geen rekening met vroegere werken over koranstudies, de vroegere heidense periode (jahiliyya), de Arabische poëzie of met de contacten die de Arabieren onderhielden met de joden. Alles blijft beperkt tot louter taalanalyse.[8] In feite duikt met zijn boek weer een oud spook op uit de middeleeuwen: de islam zou slechts een ketterij of vervalsing zijn van het christendom.[9]
We kunnen het woord alaqah beter begrijpen als we ons niet enkel toespitsen op de Koran maar ook gebruik maken van de hadithverzamelingen. In westerse studies over de islam gaat men spijtig genoeg maar al te vaak voorbij aan een serieuze implementatie van het hadithmateriaal. De term alaqah krijgt echter een heel nieuwe dimensie als we de volgende hadith in rekening brengen:

Abdullah Ibn Mas´ud zei: De Boodschapper van Allah, van wie de betrouwbaarheid bevestigd is, zei:
“De wijze waarop ieder van jullie is geschapen is dat jullie samengebracht zijn in de baarmoeder van jullie moeder voor veertig dagen als een druppel sperma en dan voor dezelfde tijdsspanne als een bloedklonter en dan voor dezelfde tijdsspanne als een vleesklomp. Dan wordt er een engel gezonden die jouw ziel in jou ademt en die belast is met vier opdrachten: het opschrijven van jouw voorzieningen, jouw levensduur, jouw handelingen of je treurig of gelukkig zal zijn.” [10]

De ontwikkeling van het embryo wordt volgens de Koran onderverdeeld in 3 stadia:[11]
- Nutfah: dit verwijst naar het begin van de embryologische ontwikkeling en omvat de
periode vanaf de samensmelting van eicel met zaadcel tot de implanting van de
zygote in de uterus. De ééncelige zygote splitst zich ondertussen verder op
tot een complexere vorm die meercellig is.
- Khalaqna of Takhliq: dit is de tweede faze in de embryologische ontwikkeling en de
periode van de organogenese. Ze begint in de derde week en eindigt met de achtste week van de zwangerschap. Er gebeurt een verdere celdeling en differentiatie tot organen. Deze faze wordt onderverdeeld in 4 subfazen Alaqah, Mudgah, Izam en Lahm.
- Ansha´na of Nash´ah: de derde en laatste faze van de foetale ontwikkeling. De snelle
celdeling, differentiatie en groei monden uit in de definitieve vorm van de mens.

- Het Nutfah-stadium:
'nutfah' betekent druppel of een kleine hoeveelheid vocht in het Arabisch. Het is een uitgebreide term en omvat de mannelijke en vrouwelijke gameten, de zygote, morula en blastocyste tot de implantatie in de baarmoeder.[1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11]
"Was hij niet eerst een druppel van uitgestort sperma (mani)?"[12]
De term mani duidt erop dat het vocht mannelijke of vrouwelijke kiemcellen bevat. [13], [14], [15]
"Voorwaar, Wij hebben de mens geschapen uit
een gemengde druppel om hem te beproeven. Daarop
gaven Wij hem het gehoor en gezichtsvermogen".[16]
Amshaj betekent een mengsel in het Arabisch en de term Al-Nutfah Al-Amshaj wijst op een combinatie van verschillende mengsels in één enkele druppel; de combinatie van het
genetisch materiaal (chromosomen) van vader en moeder in één enkele bevruchtte cel.[17,18,19,20,21,22,21] De interpretatie van dit vers duidt dus op de samensmelting van de mannelijke en vrouwelijke gameet tot een zygote. Bevruchting gebeurt door samensmelting van een eicel (oöcyt) met een zaadcel (spermatozoön) en vindt plaats in het wijdste gedeelte van de eileider (het ampullaire gedeelte, dicht bij de eierstok). De bevruchtte eicel noemen we een zygoot. De zygoot ondergaat een aantal celdelingen. Na drie tot vier delingen wordt de zygoot, die dan op een moerbei lijkt, de morula genoemd. Dit stadium wordt ongeveer drie dagen na de bevruchting bereikt en het embryo staat dan op het punt de uterus te bereiken. Wanneer de morula het lumen van de uterus binnengaat vormt zich er een holte in de binnenzijde van de morula. Het embryo wordt nu blastocyste genoemd.[22]
Het was de Italiaanse wetenschapper Spallanzani die pas in 1775 kon aantonen dat zowel de eicel en de zaadcel noodzakelijk waren om nieuw leven te creeëren. Daarvoor waren er al heel wat andere theorieën geformuleerd: lange tijd bestond er onenigheid tussen degenen die geloofden dat het embryo uit menstrueel bloed voortkwam en degenen die meenden dat er in het sperma een soort van dwergembryo zat. Dit dwergembryo kwam volgens deze theorie dan pas tot volledige ontwikkeling in de baarmoeder.

Figuur 1: het dwergembryo zoals dat werd voorgesteld door Leonardo da Vinci
in de 15de eeuw (links) en de spermacel als dwergmens door Hartsoeker
in de 17de eeuw (rechts).

"Vervolgens maakten Wij hem tot een druppel in een stevige bewaarplaats".[23]
De baarmoeder of uterus wordt in de Koran vernoemd als een stevige bewaarplaats, “Quarar Makeen”. De blastocyste gaat zich vasthechten aan de binnenzijde van de baarmoeder.
"Hij schept jullie in de schoten van jullie moeders, een schepping na een schepping, in drie duisternissen".[24]
De drie "duisternissen" kunnen uitgelegd worden als de abdominale wand, de baarmoederwand en het coeliacusmembraan die het embryo omgeven. Deze drie lagen
kunnen op hun beurt ook weer onderverdeeld worden in drie lagen. De buikwand wordt van buiten naarbinnen gevormd door drie spierlagen: de musculus obliquus externus, de musculus obliquus internus en de musculus transversus. De baarmoederwand is op zijn beurt van buiten naar binnen opgebouwd uit het epimetrium, het myometrium en het endometrium. De membranen rond de foetus worden gevormd door het amnion, het chorion en de decidua.[25],[26]

Figuur 2: een sagittale doorsnede van de baarmoeder met kind. De drie
duisternissen zijn de buitenste 3 spierlagen (1), de baarmoederwand (2) en het coeliacusmembraan (3).

- Khalaqna: het Alaqah-stadium
"Vervolgens schiepen Wij de druppel tot een
bloedklonter, toen vormden Wij de bloedklonter tot
een vleesklomp, waarna Wij de vleesklomp voorzagen
van beenderen, die Wij vervolgens met vlees bekleedden.
Later scheppen Wij een andere schepping. Gezegend is
daarom Allah, de Beste der Scheppers".[27]
Het woord Alaqah heeft verschillende betekenissen in het Arabisch die allemaal op de ontwikkeling van een embryo toegepast kunnen worden. [28,29,30,31,32,33,34]
a. iets dat kleeft
Een week na de bevruchting begint de blastocyste zich te hechten aan de uteruswand en rond de 11de tot de 12de dag ligt ze volledig ingebed in de uteruswand. In dit stadium lijkt het alsof de blastocyste met worteltjes vastgehecht zit in de uteruswand. Deze vasthechting vormt een belangrijk kenmerk van de vrucht vanaf dag 7 tot en met dag 21 en wordt perfect beschreven door de koranische term alaqah.[35]
b. iets dat opgehangen is
In de 3de week zien we het beeld van een vrucht die opgehangen is aan de uteruswand dmv een hechtsteel.[36]
c. gelijkend op een bloedzuiger
Een 24 dagen oud embryo lijkt van de zijkant bekeken erg op een bloedzuiger. Het embryo is trouwens afhankelijk van het maternele bloed voor zijn voeselaanvoer en gedraagt zich derhalve dus ook als een bloedzuiger. [36,37,38,39,40,41,42,43,44]

Figuur 3: bovenaan een afbeelding van een bloedzuiger
met eronder een 24 dagen oud embryo.

- Het Mudgah-stadium
Mudgah betekent in het Arabisch “iets dat lijkt op een gekauwd stuk vlees”. Een 28 dagen oud embryo heeft nog geen duidelijk vastliggende structuur. Het wordt gekenmerkt door een onregelmatig oppervlak met inhammen en uitstulpingen.[45,46,47]
"Toen (fa) vormden (khalaq) Wij de bloedklonter tot een vleesklomp (mudghah)."[48]
De snelle verandering van het stadium van alaqah naar mudghah wordt aangeduid door het gebruik van de term “fa”. Het embryo krijgt nu immers voeding via de uterus en ondergaat daardoor een snel groeiproces. Het embryo in dit stadium is nog steeds vrij klein: een lengte van 1 cm in het mudghah-stadium. Dit komt overeen met de tweede betekenis; “een kleine substantie”.
De derde betekenis van mudghah wijst op een stukje, een hapje en wijst hiermee ook op de afmetingen van het embryo.[49]

Figuur 4: rechts zien we een 28 dagen oud embryo en
links een gekauwd stuk vlees met de tanden erin staan.

"Toen vormden Wij de bloedklonter tot een vleesklomp, waarna Wij de vleesklomp voorzagen van beenderen".[50]
In het mudgah-stadium bezit het embryo nog geen spierstructuren. De spierontwikkeling komt pas na de botontwikkeling. De term khalaq duidt op de ontwikkelingsproces dat het embryo doormaakt: het embryo is al deels gedifferentieerd maar bestaat ook nog uit delen die niet gedifferentieerd zijn.[51]
"O mensen, als jullie in twijfel verkeren over de
Opstanding: voorwaar, Wij schiepen jullie uit aarde,
vervolgens uit sperma, daarop uit een bloedklonter,
toen uit een vleesklomp, gevormd en niet gevormd;
om aan jullie (de schepping) duidelijk te maken".[52]
We beschouwen al het voorgaande nog eens in het kader van de volgende hadith:

Abdullah Ibn Mas´ud zei: De Boodschapper van Allah, van wie de betrouwbaarheid
bevestigd is, zei: “De wijze waarop ieder van jullie is geschapen is dat jullie samengebracht zijn in de baarmoeder van jullie moeder voor veertig dagen als een druppel sperma en dan voor dezelfde tijdsspanne als een bloedklonter en dan voor dezelfde tijdsspanne als een vleesklomp. Dan wordt er een engel gezonden die jouw ziel in jou ademt en die belast is met vier opdrachten: het opschrijven van jouw voorzieningen, jouw levensduur, jouw handelingen en of je treurig of gelukkig zal zijn.”[53]

De stadia van nutfah, alaqah, en mudghah voltrekken zich in de eerste 40 dagen. Bovenstaande hadith werd in het verleden regelmatig geïnterpreteerd alsof ieder stadium
40 dagen zou duren. De totale periode zou dan 120 dagen omvatten hetgeen wetenschappelijk niet correct is. Deze fout wordt dan wel eens gebruikt om de islamitische visie op de embryologie te bekritiseren. Deze kritiek is echter gemakkelijk te weerleggen:
+ Ibn Azzamlakani stelde reeds in de 13de eeuw dat de stadia van alaqah en mudghah
binnen de eerste 40 dagen voltooid werden. Alles kan hierbij herleid worden tot een
verschil in interpretatie van de zinsconstructie in het Arabisch. “Dezelfde tijdsspanne” duidt
dus niet op drie periodes van ieder 40 dagen die mekaar opvolgen maar op drie
periodes die alle in één enkele en dezelfde periode van 40 dagen voltooid worden. Hiermee wordt dan ook de stelling weerlegd dat de tekstinterpretatie werd aangepast aan de moderne stand van de wetenschap daar men in de 13de eeuw nog niet op de hoogte was van die kennis en toch al onafhankelijk van de wetenschap louter taalkundig een
correcte lezing van deze hadith kon aantonen.[54]
Het woord nutfah zou in de oorspronkelijke tekst van de hadith nooit gestaan hebben.
Het zou pas later toegevoegd zijn geweest ter verduidelijking van de tekst. Hierdoor
werd de tekst dan ook later verkeerd geïnterpreteerd.[55]
+ Al het vorige wordt nog eens bevestigd door een andere hadith:

Wanneer 42 nachten zijn voorbijgegaan over de druppels zend Allah een engel die het (embryo) vormt en (de engel) geeft het oren, ogen, een huid, vlees en beenderen. Dan zegt hij: O, Heer, is het mannelijk of vrouwelijk? En jouw Heer beslist erover en de engel noteert het.[56]

Deze hadith stelt dat de nutfah-, alaqah- en mudghah stadia alle voltooid worden binnen de 42 dagen waarna de engel komt.
De meerderheid echter van de hadithgeleerden hebben deze hadith altijd geïnterpreteerd alsof de drie stadia samen 120 dagen duren. Daardoor vond binnen de islam de algemene acceptatie plaats dat de ziel pas op de 120ste dag van het foetale leven bij het kind wordt ingeblazen. Er bestaat dan ook een consensus in brede kringen dat abortus om medische redenen pas na 120 dagen niet meer toegestaan is. Doordat de ziel al na 42 dagen en niet na 120 dagen wordt ingeblazen, zullen de rechtsgeleerden zich in de toekomst onvermijdelijk moeten buigen over een mogelijke herziening van de islamitische jurisprudentie omtrent dit onderwerp.[57]

Het Izam-stadium
Het stadium dat volgt op mudghah wordt het izam-stadium genoemd en markeert de botvorming bij het embryo. We schrijven de 7de week (het mudghah-stadium eindigt omstreeks de 40ste dag zoals we uit bovenstaande hadith kunnen afleiden).
"Toen vormden Wij de bloedklonter tot een vleesklomp, waarna Wij de vleesklomp voorzagen van beenderen".[58]
Het skelet echter is in deze faze nog opgebouwd uit een zachte substantie, het kraakbeen. Pas in een later stadium (al-nash´ah) zal de stevige botstructuur gevormd worden zoals wij die kennen.

Het Lahm-stadium
"Waarna Wij de vleesklomp voorzagen van beenderen, die Wij vervolgens met vlees bekleedden".[59]
Volgens de bovenste aya wordt de botten eerst gevormd en dan de spieren die zich rond de botten vormen. Tijdens de zevende week krijgen de botten hun bekende vorm. Tegen het einde van de zevende week en de achtste week nemen de spieren hun posities in rond de botten.[60]
De verdere ontwikkeling na de 42ste dag wordt meer in detail beschreven:
"Wanneer 42 nachten zijn voorbijgegaan over de druppels zend Allah een engel die het (embryo) vormt en (de engel) geeft het oren, ogen, een huid, vlees en beenderen. Dan zegt hij: O, Heer, is het mannelijk of vrouwelijk? En jouw Heer beslist erover en de engel noteert het".[61]
De aanleg van de ogen en de oren verschijnt reeds voor de 7de week maar hebben dan nog niet hun herkenbare vorm. Na de 24ste week kan de foetus geluiden horen en rond de 28ste week wordt de retina van het oog lichtgevoelig. De binnen- en buitenzijde van het oor worden gevormd na de 42ste dag en verkrijgen dan hun typisch menselijk uitzicht.
De spieren en de huid worden volledig gevormd en verkrijgen hun menselijke kenmerken na de 42ste dag. De morfologische kenmerken van de externe genitalia zijn in deze faze nog onvoldoende om het geslacht te bepalen. De uitspraak van de engel is een verwijzing naar deze vaststelling.[62]

- Ansha´na of Nash´ah (begin van de foetale periode):
"Vervolgens schiepen Wij de druppel tot een
bloedklonter, toen vormden Wij de bloedklonter tot
een vleesklomp, waarna Wij de vleesklomp voorzagen
van beenderen, die Wij vervolgens met vlees bekleedden.
Later scheppen Wij een andere schepping. Gezegend is
daarom Allah, de Beste der Scheppers".[63]
Op het einde van de 8ste week verschijnt zoals reeds gezegd de spierstructuur (Al-Kisa Bil-Lahm) en dit markeert het einde van de foetale periode.
Het werkwoord ansha´a betekent “beginnen met”, “een ontwikkeling starten” en slaat dus op de nieuwe ontwikkelingen die de foetale periode markeren.
Vanaf de 12de week ontstaat er een sterkere groei van de foetus en verwerft het het definitief uitzicht van de mens: centra van botvorming zijn aanwezig in de meeste beenderen. Tenen en vingers met nagels zijn aanwezig. De huid wordt onderverdeeld in epidermis en hypodermis. De uitwendige geslachtsdelen worden ontwikkeld en men kan een mannelijke van een vrouwelijke foetus onderscheiden op basis van die geslachtsdelen. De foetus maakt spontane bewegingen en reflexen dankzij gladde en dwarsgestreepte spieren.[64]

VOETNOTEN:
1. Koran, soera 96, Al`Alaq (De Bloedklomp): 2.
2. Koran, soera 6, Al An`âm (Het Vee): 2.
3. Koran, soera 37, As Shaffât (De in Rijen staanden): 11.
4. De Bijbel uit de grondtekst vertaald, Willibrord-vertaling, 1981, Genesis, 3: 19
5. Koran, soera 32 As Sadjdah (De Neerknieling): 7-8
6. Luxenberg, C., Die Syro-Aramäische Lesart des Koran: Ein Beitrag zur Entschlüsselung der Koransprache, Berlijn 2000, 276-285.
7. Blois, F. de, “Review of "Christoph Luxenberg", Die syro-aramäische Lesart des Koran: Ein Beitrag zur Entschlüsselung der Qur'ansprache, Journal of Qur'anic Studies, 2000, Vol. V, Issue 1, 92-97.
8. Neuwirth, A., “Qur'an and History - A Disputed Relationship. Some Reflections on Qur'anic History and History in the Qur'an”, Journal of Qur'anic Studies, 2003, Vol. V, Issue 1, 1-18.
9. Armstong K., Mohammed, een westerse poging tot begrip van de islam, 21-57
10. Boekhari, Boek over het ontstaan van de schepping, hadith nr. 2969
11. Rehman, O., A., Does the Qur´an Plagiarise Ancient Greek Embryology? A Review.
12. Abu Abdullah Mohammad Ibn Ahmad Al-Qurtubi , Al-Jami´ Li´ Ahkam Al-Qur´an, Dar Ihia´ Al-Turath Al-Arabi, Beiroet, Libanon, 1965, 12:6, 17: 118, 19: 120.
13. Mohammad Ibn Ali Ibn Mohammad Al-Shaokani, Fath Al-Qadeer Al-Jami´ Bein Fannal Al-Rewayah Walderayah Min`Ilm Al-Tafseer, derde druk, 1973, Dar Al-Fikr, Beiroet, Libanon. 3: 436.
14. Shebab Al-Din Al-Sayad Mahmoud Al-Alousy Al-Baghdadi, Rouh Al-Ma´ani fi Tafseer Al-Qur´an Al-´Azeem wa Al-Sab Al-Mathani, Dar Ihia´Al-Turath Al-`Arabi, Beiroet, Libanon, 17: 116.
15. Abulfadl Ahmad Ibn ´Ali Ibn Mohammad Ibn Ahmad Ibn Hajar Al-´Asqalani, Fat´h Al-Bari, Dar Al-Ma´rifah, Beiroet, Libanon, 2:121.
16. Abu Abdullah Ahmad Ibn Mohammad Ibn Hanbal, Musnad Ahmad, Al-Mak-tab Al-Islami Lil-Tiba´ah Wa Al-
Nashr, Beiroet, Libanon, 3: 116.
6. Abu Al-Fadl Jamaluddin Muhammad Ibn Makram Ibn ´Ali Ibn Ahmad Ibn Manzoor, Lisan Al-´Arab, Dar Sadir,
Beiroet, Libanon, 9: 235-236.
7. Abu Al-Faidh Al-Sayed Mohammad Ibn Mohammad Ibn Mohammad Ibn El-Razzak (Mortada Al-Zabeedy),
Taj Al-´Aroos Min Jawahir Al-Qamoos, eerste druk, Caïro, 6: 258.
8. Mohammad Ibn Dhiya´uddin Omar, Tafsir Al-Fakhr Al-Razi, eerste druk, Dar Al-Fikr, Beiroet, Libanon, 1981,
30: 234.
9. Abu Al-Barakat Abdullah Ibn Ahmad Al-Nasfi, Madarik Al-Tanzeel wa Haqa´iq Al-Tanweel, Dar Ihia´ Al-Turath
Al´-Arabi, Beiroet, Libanon, 4: 336.
10. Burhanuddin Abu Al-Hassan Ibrahim Ibn Omar Al-Biqai, Nazm Al-Durar Fi Tanasub Al-Ayat Walsuwar,
Dar Al-Ma´arif Al-Othmaniah, India, 1975, 13:9
11. Ali Ibn Mohammad Al-Baghdadi Al-Sofi Al-Shafe´I, Lohab Al-Ta´weel fi Ma´ani Al-Tanzeel, Dar Ihia´ Al-Turath
Al-Arabi, Beiroet, Libanon, 4: 288.
12. Koran, soera 75, Al Qiâmah (De opstanding): 37.
13. Abu Al-Hussain Ahmad Ibn Zakariya Ibn Faris, Mu´jam Maqayees Al-Lughah, Dar Al-Kutub Al-Elmiyah, Iran,
5: 276.
14. Abu Al-Faidh Al-Sayed Mohammad Ibn Mohammad Ibn Mohammad Ibn El-Razzak (Mortada Al-Zabeedy),
Taj Al-´Aroos Min Jawahir Al-Qamoos, eerste druk, Caïro, 10:348.
15. Abu Nasr Isma´il Ibn Hammad Al-Jawhary, Al-Sihah, Taj Al-Lughah wa Sihah Al-Al-Arabiah, Dar Al-´Ilm Lil-
Malayeen, Second Printing, Beiroet, Libanon, 1979, 6: 2497.
16. Koran soera 76, Al Insân (De Mens): 2.
17. Abu Ja´afar Mohammad Ibn Jareer Al-Tabari, Jami´Al-Bayan fi Tafseer Al-Qur´an, Dar Al-M´arifa, derde druk, Beiroet, Libanon, 29: 126-127.
18. Abul Qasim Jar Allah Mahmoud Ibn Omar Al-Zamakhshari, Al-Kashshaf an Haqaiq Al-Tanzeel wa Uyun Al-Aqaweel fi Wujuh Al-T´aweel, Dar Al-M´arifa, Beiroet, Libanon, 2:195.
19. Abu Abdullah Mohammad Ibn Ahmad Al-Qurtubi, Al-Jami´ Li´Ahkam Al-Qur´an, Dar Ihia´ Al-Turath Al-´Arabi, Beiroet, Libanon, 1965, 19: 121.
20. Abu Al-Barakat Abdullah Ibn Ahmad Al-Nasfi, Madarik Al-Tanzeel wa Haqa´iq Al-Taweel, Dar Ihia´ Al-Turath Al-´Arabi, Beiroet, Libanon, 6: 418.
21. Abu Abdullah Mohammad Ibn Yusuf Al-Andalusy, Al-Tafseer Al-Kabeer, Al-Nasr Al Hadithah Press, Riadh, Saudi Arabia, 8: 393.
22. Abu Al-Fida´ Isma´il Ibn Katheer Al Qurashi Al-Dimashqy, Tafseer Al-Qur´an Al-´Azeem, eerste druk, Dar Al-Fikr, Beirut, Lebanon, 1980, 2: 454.
23. Abu All-Fadl Jamaluddin Mohammad Ibn Makram Ibn ´Ali Ibn Ahmad Ibn Manzoor, Lisan Al-Árab, Dar Sadir, Beiroet, Libanon, 2: 367.
24. Sadler, T. W., Langman´s medische embryologie, Bohn Stafleu Van Loghum, tiende herziene druk, 24-32.
25. Moore and Persaud, The Developing Human, Clinically Oriented Embryology, Fifth Edition, W.B. Saunders, 7-10.
26. Koran, soera 23, Al Moe´minôen (De Gelovigen): 13.
27. Koran, soera 39, Az Zoemar (De Menigten): 75.
28. Syed, I., B., Attitude of a Muslim Scholar at Human Embryology, JISHIM, 2003, 1
29. Al-Bar, N. A., The Three Veils of Darkness, Islamic World Medical Journal, 1986, 2 (2): 54-56.
30. Koran, soera 23, Al Moe´minôen (De Gelovigen): 14.
31. Abu Abdullah Ahmad Ibn Mohammad Ibn Hanbal, Musnad Ahmad, Al-Maktab Al-Islami Lil-Tiba´ah wa Al-Nashr, Beirut, Lebanon, 5: 440.
32. Abu Al-Hussain Ahmad Ibn Zakariya Ibn Faris, Mu´jam Maqayees Al-Lughah, Dar Al-Kutub Al-Elmiyah, Iran, 4: 125.
33. Abu Nasr Isma´il Ibn Hammad Al-Jawhary, Al-Sihah, Taj Al-Lughah wa Sihah Al-Al-Arabiah, Dar Al-´Ilm Lil-Malayeen, tweede druk, Beiroet, Libanon, 1979, 4: 1529.
34. Abut Al-Qasim Husain Ibn Mohammad Ibn Al-Fadl, Al-Mofradat Fi Ghareeb Al-Qur´an, Dar Al-Ma´-refah, Beiroet, Libanon, 343.
35. Abu All-Fadl Jamaluddin Mohammad Ibn Makram Ibn ´Ali Ibn Ahmad Ibn Manzoor, Lisan Al-Árab, Dar Sadir, Beiroet, Libanon, 10: 267.
36. Abu Al-Faidh Al-Sayed Mohammad Ibn Mohammad Ibn Mohammad Ibn El-Razzak (Mortada Al-Zabeedy), Taj Al-´Aroos Min Jawahir Al-Qamoos, eerste druk, Caïro, 7: 20.
37. Hussain S., Al-Alaq: the mystery explored, Ark Journal, London, 1986, 31-36.
38. Sadler, T. W., Langman´s medische embryologie, Bohn Stafleu Van Loghum, tiende herziene druk, 42-43.
39. Sadler, T. W., Langman´s medische embryologie, Bohn Stafleu Van Loghum, tiende herziene druk, 45.
40. Abu Al-Fida´ Isma´il Ibn Katheer Al Qurashi Al-Dimashqy, Tafseer Al-Qur´an Al-´Azeem, eerste druk, Dar Al-Fikr, Beiroet, Libanon, 1980, 3: 242.
41. Mohammad Ali Al-Sabony, Safwat Al-Tafaseer, Dar Al-Qur´an Al-Kareem, Beiroet, 1980, 2: 281.
42. Abu Abdullah Ahmad Ibn Mohammad Ibn Hanbal, Musnad Ahmad, Al-Maktab Al-Islami Lil-Tiba´ah Wa Al-Nashr, Beiroet, Libanon, 5: 139.
43. Abu Nasr Isma´il Ibn Hammad Al-Jawhary, Al-Sihah, Taj Al-Lughah wa Sihah Al-Al-Arabiah, Dar Al-´Ilm Lil-Malayeen, tweede druk, Beiroet, Libanon, 1979, 4: 1529.
44. Abut Al-Qasim Husain Ibn Mohammad Ibn Al-Fadl, Al-Mofradat Fi Ghareeb Al-Qur´an, Dar Al-Ma´-refah, Beiroet, Libanon, 343.
45. Abu All-Fadl Jamaluddin Mohammad Ibn Makram Ibn ´Ali Ibn Ahmad Ibn Manzoor, Lisan Al-Árab, Dar Sadir, Beiroet, Libanon, 10: 267.
46. Moore, K., L., A scientists interpretation of references to embryology in the Qur´an, Journal of the Islamic Medical Association of US and Canada, 1986, 18:15.
47. Moore, K., L. and Azzindani, AMA.: The Developing Human, Clinically Orientated Embryology, With Islamic Additions. Third Edition, Dar Al-Qiblah and WB Saunders.
48. Musallam B., The human embryo in arabic scientific and religious thought. In DunstanGR (ed): The Human Embryo: Aristotle and the Arabic and European Traditions. Exeter, University of Exeter Press, 1990.
49. Koran, soera 23 Al Moe´minôen (De Gelovigen): 14.
50. Rehman, Omar, Abdul, Does the Qur´an Plagiarise Ancient Greek Embryology? A Review.
51. Koran soera, 22 Al Haddj (De Hadjj): 5.
52. Boekhari, Boek over het ontstaan van de schepping, hadith nr. 2969
53. Abu Al-Hussain Ahmad Ibn Zakariya Ibn Faris, Mu´jam Maqayees Al-Lughah, Dar Al-Kutub Al-Elmiyah, Iran, 5: 330.
54. Abu Al-Faidh Al-Sayed Mohammad Ibn Mohammad Ibn Mohammad Ibn El-Razzak (Mortada Al-Zabeedy), Taj Al-´Aroos Min Jawahir Al-Qamoos, eerste druk, Caïro, 6: 430.
55. Abu Nasr Isma´il Ibn Hammad Al-Jawhary, Al-Sihah, Taj Al-Lughah wa Sihah Al-Al-Arabiah, Dar Al-´Ilm Lil-Malayeen, tweede druk, Beiroet, Libanon, 1979, 4: 1529
56. Koran, soera 23, Al Moe´minôen (De Gelovigen): 14.
57. Rehman, O., A., Does the Qur´an Plagiarise Ancient Greek Embryology? A Review.
58. Rehman, O., A., Does the Qur´an Plagiarise Ancient Greek Embryology? A Review
59. Jamaal al-Din M. Zarabozo, Commentary on the Forty Hadith of Al-Anawawi, volume 1, 389.
60. Muslim, Kitab Al-Qadar.
61. Jamaal al-Din M. Zarabozo, Commentary on the Forty Hadith of Al-Anawawi, volume 1, 425.
62. Koran, soera 23, Al Moe´minôen (De Gelovigen): 14.
63. Koran, soera 23 Al Moe´minôen (De Gelovigen): 14.
64. Rehman, O., A., Does the Qur´an Plagiarise Ancient Greek Embryology? A Review
65. Muslim, Kitab Al-Qadar.
66. Koran, soera 23, Al Moe´minôen (De Gelovigen): 14.