Tenakh TAALGEBRUIK G

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

ALGEMEEN OVERZICHT

-
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
http://www.bible-history.com/isbe/ http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm Studiebijbel 3 Luther-Bibel 1984   Targumim rubrieken (1)
bijbelvertalingen Lexilogos De Griekse bijbel - bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/

gâbhâh (hoog / verheven zijn, uitsteken) . gâbhâh (hoog / verheven zijn, uitsteken) . Taalgebruik in Tenakh : gâbhâh (hoog / verheven zijn, uitsteken) .
--- hammagëbîhî . Participium hifil . Hapax in Ps 113,5 .

- gėbhohāh (hoog, hoogmoedig, trots) . gëbhohâh (hoog, hoogmoedig, trots) . Taalgebruik in Tenakh : gëbhohâh (hoog, hoogmoedig, trots) . Getalwaarde : gimel = 3 , beth = 2 , he = 5 ; totaal : 15 (3 X 5) . Structuur : 3 - 2 - 5 - 5 . Tenakh (6) : (1) Dt 3,5 . (2) 1 S 2,3 . (3) 1 K 14,23 . (4) 2 K 17,10 . (5) Jr 2,20 . (6) Da 8,3 .

- gibhë`âh (heuvel) . gibhë`âh (heuvel) . Taalgebruik in Tenakh : gibhë`âh (heuvel) . miggëbhâ`ôth (boven de heuvels) . Tenakh (4) : (1) Lv 8,14 . (2) Js 2,2 . (3) Jr 3,23 . (4) Mi 4,1 .

- gabhëhûth (hoogmoed, trots) . gabhëhûth (hoogmoed, trots) . Taalgebruik in Tenakh : gabhëhûth (hoogmoed, trots) . Getalwaarde : gimel = 3 , beth = 2 , he = 5 , waw = 6 , taw = 22 of 400 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 416 (2² X 2³ X 13) . Structuur : 3 - 2 - 5 - 6 - 4 .
- nom. vr. enk. stat. constr. gabhëhûth (hoogmoed, trots) . Tenakh (3) : (1) Js 2,11 . (2) Js 2,17 . (3) Da 8,11 .

- gābhar (sterk, machtig zijn, overwinnen) . gâbhar (sterk, machtig zijn, overwinnen) . Taalgebruik in Tenakh : gâbhar (sterk, machtig zijn, overwinnen) . Getalwaarde : gimel = 3 , beth = 2 , resj = 20 of 200 ; totaal : 25 (5²) OF 205 (5 X 41) . Structuur : 3 - 2 - 2 .

- gād (Gad) . gâd (Gad) OF zelfst. naamw. gad / gâd (koriander, geluk) . Taalgebruik in Tenakh : gād (Gad) . Getalwaarde : gimel = 3 , daled = 4 ; totaal : 7 . Structuur : 3 - 4 . Hij is de 1ste zoon van Zilpa , de bijvrouw van Lea . Hij is de 7de zoon van Jakob .
- gâd wë´asjer (Gad en Aser) . Tenakh (4) : (1) Gn 35,26 . (2) Ex 1,4 . (3) Dt 27,13 . (4) 1 Kr 2,2 .

- gādā“ (afouwen, uitrukken; pi. omhakken, stukslaan) . gâdâ´ (afhouwen, uitrukken; pi. omhakken, stukslaan) . Taalgebruik in Tenakh : gādā“ (afouwen, uitrukken; pi. omhakken, stukslaan) . Getal waarde : gimel = 3 , daleth = 4 , ajin = 16 of 70 ; totaal : 23 OF 77 (7 X 11) . Structuur : 3 - 4 - 7 .
- act. piël imperf. 2de pers. mann. mv. thëgadde`ûn (jullie zullen omhakken) . Tenakh (2) : (1) Dt 7,5 . (2) Dt 12,3 .

- gibōr (sterk, machtig, held, machthebber, krijgsman) . gibôr (sterk, machtig, held, machthebber, krijgsman) . Taalgebruik in Tenakh : gibôr (sterk, machtig, held, machthebber, krijgsman) . Getalwaarde : gimel = 3 , beth = 2 , waw = 6 , resj = 20 of 200 ; totaal : 31 OF 211 . Structuur : 3 - 2 - 6 - 2 .
- mann. mv. giborîm van . g-b-r-j-m . Tenakh (8) : (1) Joz 10,2 . (2) 1 S 2,4 . (3) 2 S 1,25 . (4) 2 S 17,8 . (5) 2 S 23,9 . (6) Jr 41,16 . (7) Spr 21,22 . (8) Hl 3,7 .

-gâdal (groot worden, opgroeien) . gâdal (groot worden, opgroeien) . Taalgebruik in Tenakh : gâdal (groot worden, opgroeien) . De getalwaarde van gdl is : gimmel = 3 , daleth = 4 , lamed = 12 of 30 ; totale waarde : 19 of 37 . 37 is de ster met zeshoek 19 . De verhouding 3 - 4 - 3 vinden we in de derde letter , de gimmel : gimmel = 3 , mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 ; totale waarde : 28 (2² X 7) of 73 . Wellicht is het van hieruit begrijpelijk dat in alfabetische Psalmen bij de derde letter gimmel het woord gdl wordt gebruikt . De getalwaarde van beide woorden is elkaars omgekeerde : 37 (gdl) - 73 (gml) . 73 is de ster met 37 als zeshoek .
- act. piël , 1ste pers. enk. giddalëthî (ik bracht groot) . g-d-l-th-j . Tenakh (4) : (1) Js 1,2 . (2) Js 23,4 . (3) Ps 71,21 . (4) 1 Kr 25,4 .
--- gaddëlû (maakt groot) . Piel imperatief tweede persoon enkelvoud : Ps 34,4 . LXX : megalunate ton kurion sun emoi (verheft de Heer met mij) ; megalunate is een hapax .
--- gâdëlû (zij zijn groot) . Qal perfectum derde persoon enkelvoud . qâdëlô of gudëlô (zijn majesteit). Zelfstandig naamwoord godèl + suffix 3de persoon enkelvoud. In 12 verzen in de bijbel.
- higëdîl (hij doet groot zijn) . Hifil derde persoon enkelvoud . In dertien verzen in de bijbel .

- act. ind. jussief 3de pers. mann. enk. jigëdal (dat groot worde) . Tenakh (4) : (1) Nu 14,17 . (2) Ps 35,27 . (3) Ps 40,17 . (4) Ps 70,5 . In de 3 Psalmen is de vertaling megalunthètô (dat hij groot gemaakt worde) (pass. imperat. aor. 3de pers. enk.) . In (1) Ps 35,27 en (2) Ps 40,17 is JHWH , in Ps 70,5 ´èlohîm (God) lijdend voorwerp .
--- gâdôl (groot) . De getalwaarde In 174 verzen in de bijbel. In 17 verzen in de Psalmen : (1) Ps 21,6 . (2) Ps 47,3 . (3) Ps 48,2 . (4) Ps 76,2 . (5) Ps 77,14 . (6) Ps 86,10 . (7) Ps 86,13 . (8) Ps 95,3 . (9) Ps 96,4 . (10) Ps 99,2 . (11) Ps 99,3 . (12) Ps 104,25 . (13) Ps 108,5 . (14) Ps 135,5 . (15) Ps 138,5 . (16) Ps 145,3 ( gimel in de alfabetische psalm). (17) Ps 147,5 .
- gâdôl JHWH (groot is JHWH) . Tenakh (4) : (1) Ex 18,11 . (2) 1 Kr 16,25 . (3) Ps 96,4 . (4) Ps 135,5 . ´el gâdôl (een grote God) . Tenakh (3) : (1) Dt 7,21 . (2) Ps 77,14 . (3) Ps 95,3 .
- haggâdôl wënôrâ´ (de grote en de vreeswekkende) . Tenakh (6) : (1) Dt 1,19 . (2) Dt 1,19 . (3) Neh 4,8 . (4) Da 9,4 . (5) Jl 3,4 . (6) Mal 3,23 .
--- gëdolîm . Mannelijk en onzijdig meervoud . In drieëntwintig verzen in de bijbel : (1) . (18) Ps 111,2 . (19) Ps 136,7 . (20) Ps 136,17 . (21)

- thigëdal (en zij maakt groot) . Tenakh (2) : (1) 1 S 26,24 . (2) Zach 12,7 . (Zie Lc 1,46.4.)

- waägaddëlâh (en dat ik groot make) : act. ind. imperf. (cohortatief) 1ste pers. enk. van het werkw. Tenakh (1) : Gn 12,2 . Gr. megalunô (groot maken, verheffen) . Taalgebruik in het NT : megalunô (groot maken, verheffen) . Taalgebruik in de Septuaginta : megalunô (groot maken, verheffen) . Een vorm van megalunô (groot maken, verheffen) in de Septuaginta (92) , in het NT (8) .
--- wajjigëdal (en hij groeide) . wa consecutivum . Imperfectum derde persoon enkelvoud . In achttien verzen in de bijbel : (1) Gn 21,8 . (2) Gn 21,20 . (3) Gn 24,35 . (4) Gn 26,13 . (5) Ex 2,10 . (6) Ex 2,11 . (7) Re 13,24 . (8) 1 S 2,21 . (9) 1 S 3,19 . (10) 2 S 7,26 . (11) 1 K 1,37 . (12) 1 K 1,47 . (13) 1 K 10,23 . (14) 2 K 4,18 . (15) Kl 4,6 . (16) 1 Kr 17,24 . (17) 1 Kr 29,25 . (18) 2 Kr 9,22 .
--- -- hajjèlèd wajjigëdal (en het kind groeide op) . In twee verzen in de bijbel : (1) Gn 21,8 . (5) Ex 2,10 .
--- -- hanna`ar wajjigëdal (en de knaap groeide op) . In twee verzen in de bijbel : (7) Re 13,24 . (8) 1 S 2,21 .

-- ´îsj gâdôl (een groot man) . Tenakh (2) : (1) 2 S 19,33 . (2) 2 K 5,1 .

- wënigëlâh (en zal geopenbaard worden) < wë + pâssief nifal perf. 3de pers. mann. enk. . Tenakh (6) : (1) Js 22,14 . (2) Js 38,12 . (3) Js 40,5 . (4) Ez 13,14 . (5) Ez 23,29 . (6) Hos 7,1 .
- gâlâh (openen, ontbloten, openbaren) . gālāh (openen, ontbloten, openbaren) . Taalgebruik in Tenakh : gâlâh (openen, ontbloten, openbaren) . Getalwaarde : gimel = 3 , lamed = 12 of 30 , he = 5 ; totaal : 20 (2² X 5) of 38 (2 X 19) . Structuur : 3 - 3 - 5 .

- gam (tezamen, ook, zelfs) . gam (tezamen, ook, zelfs) . Taalgebruik in Tenakh : gam (tezamen, ook, zelfs) . Getalwaarde : gimel = 3 , mem = 13 of 40 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 43 . Structuur : 3 - 4 . Tenakh (433) . Pentateuch (97) . Eerdere Profeten (97) . Latere Profeten (64) . 12 Kleine Profeten (29) . Geschriften (146) . Gn (54) . Gn 50 (3) : (1) Gn 50,9 . (2) Gn 50,18 . (3) Gn 50,23 . Re (16) : (1) Re 1,3 . (2) Re 1,22 . (3) Re 2,21 . (4) Re 3,22 . (5) Re 3,31 . (6) Re 5,4 . (7) Re 6,35 . (8) Re 7,18 . (9) Re 8,9 . (10) Re 8,22 . (11) Re 8,31 . (12) Re 9,19 . (13) Re 9,49 . (14) Re 10,9 . (15) Re 19,19 . (16) Re 20,48 .

- gâmâl (kameel) . Gr. kamèlos . L. camelus . Fr. chameau .
-- gâmâl (kameel) . In acht verzen in de bijbel .
-- haggâmal (de kameel) . In zes verzen in de bijbel .

- gëmûl (het voolbrachte, handeling, vergelding) .

- gârasj (verdrijven, uitwerpen) . gârasj (verdrijven, verjagen, uitwerpen) . Taalgebruik in Tenakh : gârasj (verdrijven, uitwerpen) . Getalwaarde : gimel = 3 , resj = 20 of 200 , sjin = 21 of 300 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 503 (priemgetal) . Structuur : 3 - 2 - 3 . Fr. chasser < volkslatijn captiare < captare < capere (nemen) : proberen te nemen , grijpen . Een vorm van gârasj (verdrijven, uitwerpen) in Pentateuch (21) . Eerdere Profeten (9) . Gn (3) : (1) Gn 3,24 . (2) Gn 4,14 . (3) Gn 21,10 . Ex (11) : (1) Ex 2,17 . (2) Ex 6,1 . (3) Ex 10,11 . (4) Ex 11,1 . (5) Ex 12,39 . (6) Ex 23,28 . (7) Ex 23,29 . (8) Ex 23,30 . (9) Ex 23,31 . (10) Ex 33,2 . (11) Ex 34,11 . Lv in (1) Lv 21,7 . (2) Lv 22,13 . (3) . Nu (3) : (1) Nu 22,6 . (2) Nu 22,11 . (3) Nu 30,10 . Dt (1) : Dt 33,27 . Joz (2) : (1) Joz 24,12 (+ ´ôthâm = hen) . (2) Joz 24,18 . Re (5) : (1) Re 2,3 (+ ´ôthâm = hen) . (2) Re 6,9 (+ ´ôthâm = hen) . (3) Re 9,41 . (4) Re 11,2 . (5) Re 11,7 . 1 S (1) : 1 S 26,19 . 1 K (1) : 1 K 2,27 .
- act. piël perf. 2de pers. mann. enk. gerasjëthâ (jij verdrijft) van het werkw. Tenakh (1) : Gn 4,14 .
- act. piël imperf. 1ste pers. enk. ´ägâresj (ik verdrijf) . Tenakh (1) : Re 2,3 .
- wâ´ägâresj (en ik verdrijf) . Tenakh (1) : Re 6,9 .
- wajëgârèsj (en hij verdrijft) < wë + act. piël imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. Tenakh (7) : (1) Gn 3,24 . (2) Ex 10,11 . (3) Dt 33,27 . (4) Joz 24,18 . (5) Re 9,41 . (6) 1 K 2,27 . (7) Ps 78,55 . wathëgârèsj (en jij verdrijft) < wë + act. piël imperf. 2de pers. mann. enk. van het werkw. Tenakh (1) Joz 24,12 .
- pass. pual perf. 3de pers. mann. mv. gorësjû (zij werden verdreven) van het werkw. Tenakh (1) : Ex 12,39 .

- gèsjèm (regen) . gèsjèm (regen) . Taalgebruik in Tenakh : gèsjèm (regen) . Getalwaarde : gimel = 3 , sjem = 21 of 300 , mem = 13 of 40 ; 37 OF 343 (7³) . Tenakh (12) : (1) 1 K 17,7 . (2) 1 K 17,14 . (3) 1 K 18,45 . (4) 2 K 3,17 . (5) Js 5,24 . (6) Jr 14,4 . (7) Ez 13,11 . (8) Jl 2,23 . (9) Zach 10,1 . (10) Ps 68,10 . (11) Spr 25,23 . (12) Pr 11,3 .

huetos (regen)  bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
nom. mann. enk. huetos  28  27                     
gen. mann. enk. huetou  13  13                         
dat. mann. enk. huetô(i)                          
acc. mann. enk.   32  29               
totaal 77  73             

Verwijzing : gèsjèm (regen) , zie Zach 10,1 . In twaalf verzen in de bijbel : (1)
- huetos (regen) . In achtentwintig verzen in de bijbel .
--- hueton . Accusatief. In tweeëndertig verzen in de bijbel.
--- huetou . Genitief. In dertien verzen in de bijbel .
- cheima -tos (winterstorm, winterkoude) .
--- cheimarroos , -rous ((door storm en regen sneller stromend) , bergstroom . In zeventien verzen in de bijbel .
--- cheimerinos (in de wintertijd geschiedend) . In één vers in de bijbel . cheimerinon . Accusatief mannelijk enkelvoud . In één vers in de bijbel .

- gâ´al (verlossen, redden) . gâ´al (verlossen, redden) . Taalgebruik in Tenakh : gâ´al (verlossen, redden) . Getalwaarde : gimel = 3 , aleph = 1 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 34 (2 X 17) . Structuur : 3 - 1 - 3 . gô´el (verlosser, redder) = act. qal part. mann. enk . (met lectio plena van de o ; gô´el in plaats van go´el) . Tenakh (1) : Js 59,20 .
- goálëkhèm < act. qal part. mann. enk .+ suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. mv. van het werkw. . Tenakh (1) Js 43,14 .

- gilë`âd (Gilead) . gilë`âd (Gilead) OF galë`ed (Galed) . Taalgebruik in Tenakh : gilë`âd (Gilead) . Getalwaarde : gimel = 3 , lamed = 12 of 30 , ajin = 16 of 70 , daleth = 4 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 107 (priemgetal) . Structuur : 3 - 3 - 7 - 4 . Tenakh (71) . Pentateuch (7) . Eerdere Profeten (40) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (19) . Nu (5) : (1) Nu 26,29 . (2) Nu 26,30 . (3) Nu 27,1 . (4) Nu 32,1 . (5) Nu 36,1 .
- lëgilë`âd (voor Gilead) . Gilead is de zoon van Machir , de kleinzoon van Manasse , de achterkleinzoon van Jozef .
- haggilë`âdî (Gileadieten) . Tenakh (10) : (1) Nu 26,29 . (2) Re 10,3 . (3) Re 11,1 . (4) Re 11,40 . (5) Re 12,7 . (6) 2 S 17,27 . (7) 2 S 19,32 . (8) 1 K 2,7 . (9) Ezr 2,61 . (10) Neh 7,63 .

- gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) . gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) . Taalgebruik in Tenakh : gjl / gwl (zich verheugen, vrolijk zijn, vrezen) . Getalwaarde : gimel = 3 , lamad = 12 of 30 , jod = 10 , waw = 6 ; totaal : 22 (2 X 11) , 21 (3 X 7) OF 43 , 39 (3 X 13) . Structuur : 3 - 1 - 3 OF 3 - 6 - 3 . Gr. agalliaô (jubelen, juichen) . Taalgebruik in het NT : agalliaô (jubelen) . Taalgebruik in Lc : agalliaô (jubelen) . Bijbel = Lc (1) : Lc 1,47 . Een vorm van agalliaô (jubelen) in de LXX (74) , in het NT (11) , in Lc in 2 verzen : (1) Lc 1,47 . (2) Lc 10,21 .
- imperat. aor. 3de pers. enk. agalliasthô (dat hij / zij zich verheuge) . Bijbel (7) : (1) Js 35,1 . (2) Js 49,13 . (3) Js 61,10 . (4) Ps 14,7 . (5) Ps 96,11 . (6) Ps 97,1 . (7) 1 Kr 16,31 .
- act. qal imperf. 3de pers. vr. enk. thâgel (zij verheugt zich) . Tenakh (2) : (1) Js 60,10 . (2) Ps 97,1 .
- act. qal imperf. (cohortatief) 1ste pers. enk. ´âgîlâh (dat ik juiche) . Tenakh (3) : (1) Hab 3,18 . (2) Ps 9,15 . (3) Ps 31,8 .
- act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. gîlî (verheug je) . Tenakh (3) : (1) Jl 2,21 . (2) Zach 9,9 . (3) Ps 43,4 .
- act. qal imperat. 2de pers. mann. mv. gîlû (verheugen jullie) . Tenakh (1) : Jl 2,23 .

- gôj (volk) . gôj (volk) . Taalgebruik in Tenakh : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het N.T. : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenakh (53) . Pentateuch (8) . Js (11) : (1) Js 1,4 . (2) Js 2,4 . (3) Js 14,32 . (4) Js 18,2 . (5) Js 18,7 . (6) Js 26,2 . (7) Js 49,7 . (8) Js 50,6 . (9) Js 55,5 . (10) Js 65,1 . (11) Js 66,8 .
- mann. mv. gojim (volken) . Tenakh (133) .
- haggôjim (de volkeren) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. Tenakh (174) . Pentateuch (27) . Eerdere Profeten (27) . Latere Profeten (74) . 12 Kleine Profeten (25) . Geschriften (19) . Dt (19) : (1) Dt 7,17 . (2) Dt 7,22 . (3) Dt 9,4 . (4) Dt 9,5 . (5) Dt 11,23 . (6) Dt 11,23 . (7) Dt 12,29 . (8) Dt 12,30 . (9) Dt 17,14 . (10) Dt 18,9 . (11) Dt 18,14 . (12) Dt 19,1 . (13) Dt 20,15 . (14) Dt 26,19 . (15) Dt 29,15 . (16) Dt 29,17 . (17) Dt 29,23 . (18) Dt 30,1 . (19) Dt 30,1 . 2 K (11) : (1) 2 K 16,3 . (2) 2 K 17,8 . (3) 2 K 17,15 . (4) 2 K 17,26 . (5) 2 K 17,33 . (6) 2 K 17,41 . (7) 2 K 18,33 . (8) 2 K 19,12 . (9) 2 K 19,17 . (10) 2 K 21,2 . (11) 2 K 21,9 . haggôjim ´äsjèr (de volkeren die) . Tenakh (8) : 2 K (8) : (1) 2 K 16,3 . (2) 2 K 17,8 . (3) 2 K 17,15 . (4) 2 K 17,26 . (5) 2 K 17,33 . (6) 2 K 19,12 . (7) 2 K 21,2 . (8) 2 K 21,9 .

- kâl haggôîm (alle volkeren) . Tenakh (37) . Dt (3) : (1) Dt 11,23 . (2) Dt 26,19 . (3) Dt 29,23 . Verder : 1 Kr 14,17 . Neh 6,16 . Ps 59,6 . Js (11) : (1) Js 2,2 . (2) Js 14,26 . (3) Js 25,7 . (4) Js 29,7 . (5) Js 29,8 . (6) Js 34,2 . (7) Js 40,17 . (8) Js 43,9 . (9) Js 52,10 . (10) Js 61,11 . (11) Js 66,18 . Jr (8) : (1) Jr 25,9 . (2) Jr 25,13 . (3) Jr 25,15 . (4) Jr 25,17 . (5) Jr 27,7 . (6) Jr 28,11 . (7) Jr 28,14 . (8) Jr 36,2 . Verder : Jl 4,2 . Jl 4,12 . Ob 15 . Hag 2,7 (tweemaal) . Zach (5) : (1) Zach 7,14 . (2) Zach 12,9 . (3) Zach 14,2 . (4) Zach 14,14 . (5) Zach 14,19 . Verder : Mal 3,2 .
- këkâl haggôîm (als alle volkeren) . Tenakh (4) : (1) Dt 17,14 . (2) 1 S 8,5 . (3) 1 S 8,20 . (4) Ez 25,8 .
- ´èth kâl haggôîm (alle volkeren) . Tenakh (11) : (1) Dt 11,23 . (2) Js 66,18 . (3) Jr 25,17 . (4) Jr 25,17 . (5) Jl 4,2 . (6) Jl 4,12 . (7) Hag 2,7 . (8) Zach 12,9 . (9) Zach 14,2 .
- këgôj (als een volk) < kë (als) + . lëgôj (tot volk) . Voorzetsel lë + zelfstandig naamwoord gôj (volk) . Taalgebruik in Tenakh : gôj (volk) . Gr. ethnos (volk) . Getalwaarde : gimel = 3 , waw = 6 , jod = 10 ; totaal : 19 . Structuur : 3 - 6 - 1 . Taalgebruik in de Septuaginta. : ethnos (volk) . Taalgebruik in het NT : ethnos (volk) . Lat. populus . Fr. peuple . E. people . Ned. volk . D. Volk . Tenakh (15) : (1) Gn 12,2 . (2) Gn 17,20 . (3) Gn 18,18 . (4) Gn 21,13 . (5) Gn 21,18 . (6) Gn 46,3 . (7) Ex 9,24 . (8) Ex 32,10 . (9) Nu 14,12 . (10) Dt 9,14 . (11) Dt 26,5 . (12) Js 26,15 . (13) Js 60,22 . (14) Ez 37,22 . (15) Mi 4,7 . lëgôj gädôl (tot een groot volk) . Tenakh : (1) Gn 12,2 . (2) Gn 17,20 . (3) Gn 18,18 . (4) Gn 21,18 . (5) Gn 46,3 . (6) Ex 32,10 . (7) Nu 14,12 . (8) Dt 26,5 .

- wajjâgar (hij verbleef als vreemdeling) . In zes verzen in de bijbel : (1) Gn 20,1 . (2) Gn 21,34 . (3) . (4) Dt 26,5 .
- gwr (zich als vreemdeling ophouden) . Verwijzing : gwr (zich als vreemdeling ophouden) , zie Dt 26,5 .
- lâgûr (om vreemdeling te zijn) . Qal infinitief constructus . In achttien verzen in de bijbel : (1) Gn 12,10 . (2) Gn 19,9 . (3) Gn 47,9 .
--- lâgûr sjâm (om daar vreemdeling te zijn) . In tien verzen in de bijbel . In Gn 12,10 . In één vers in Js . In acht verzen in Jr .

- gilë`âd (Gilead) . gilë`âd (Gilead) . Taalgebruik in Tenakh : gilë`âd (Gilead) . Getalwaarde : gimel = 3 , lamed = 12 of 30 , ajin = 16 of 70 , daleth = 4 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 107 (priemgetal) . Structuur : 3 - 3 - 7 - 4 . Jozef had 2 zonen : Manasse en Efraïm . De kleinzoon van Manasse is Gilead (Nu 26,29) . g-l-`-d . Tenakh (71) . Pentateuch (7) . Eerdere Profeten (40) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (19) . Nu (5) : (1) Nu 26,29 . (2) Nu 26,30 . (3) Nu 27,1 . (4) Nu 32,1 . (5) Nu 35,1 . Joz (1) : Joz 17,3 . Re (19) : (1) Re 5,17 . (2) Re 10,18 . (3) Re 11,1 . (4) Re 11,2 . (5) Re 11,5 . (6) Re 11,7 . (7) Re 11,8 . (8) Re 11,9 . (9) Re 11,10 . (10) Re 11,11 . (11) Re 11,29 . (12) Re 12,4 . (13) Re 12,5 . (14) Re 12,7 . (15) Re 21,8 . (16) Re 21,9 . (17) Re 21,10 . (18) Re 21,12 . (19) Re 21,14 . galë`ed : (1) Gn 31,47 . (2) Gn 31,48 .