Tenakh TAALGEBRUIK L
Overzicht van Tenakh : Tenakh
: overzicht , Tenakh
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Tenakh
: commentaar ,
Overzicht van Septuaginta : Septuaginta
: overzicht , Septuaginta
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z
- , Septuaginta
: commentaar ,
ALGEMEEN OVERZICHT
- bijbeloverzicht
, bijbelverwijzingen
- A
- B
- C
- D
- E
- F
- G
- H
- I
- J
- K
- L
- M
- N
- O
- P
- Q
- R
- S
- T
- U
- V
- W
- X
-Y
- Z -
, Oude Testament
, Pentateuch
, Historische
boeken , Profeten
, Wijsheidsboeken
, NT overzicht
, Evangelies
, Synoptici
, Brieven
van Paulus , Apostolische
brieven .
Overzicht van het NT : NT
: overzicht , NT
: taalgebruik - A
- B
- C
- D
- E
- F
- G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X
-Y
- Z - ,
NT : commentaar
,
- OT : Gn (Genesis)
, Ex (Exodus)
, Lv (Leviticus)
, Nu (Numeri)
, Dt (Deuteronomium)
, Joz (Jozua)
, Re (Rechters)
, Rt (Ruth)
, 1 S (1 Samuël)
, 2 S (2 Samuël)
, 1 K (1 Koningen)
, 2 K (2 Koningen)
, 1 Kr ( 1
Kronieken) , 2
Kr (2 Kronieken) , Ezr
(Ezra) , Neh
(Nehemia) , Tob
(Tobia) , Jdt
(Judith) , Est
(Esther) , 1 Mak
(1 Makkabeeën) , 2
Mak (2 Makkabeeën) , Job
, Ps (Psalmen
) , Spr (Spreuken)
, Pr (Prediker)
, Hl (Hooglied)
, W (Wijsheid)
, Sir (Sirach)
, Js (Jesaja)
, Jr (Jeremia)
, Kl (Klaagliederen)
, Bar (Baruch)
, Ez (Ezechiël)
, Da (Daniël)
, Hos (Hosea)
, Jl (Joël)
, Am (Amos)
, Ob (Obadja)
, Jon (Jona)
, Mi (Micha)
, Nah (Nahum)
, Hab (Habakuk)
, Sef (Sefanja)
, Hag (Haggai)
, Zach (Zacharia)
, Mal (Maleachi)
.
- NT : Mt
(Matteüs) - Mc
(Marcus) - Lc
(Lucas) - Joh
(Johannes) - Hnd
(Handelingen) , Rom
(Rome) , 1 Kor
(Korinte) , 2
Kor (Korinte) , Gal
(Galatië) , Ef
(Efese) , Fil
(Filippi) , Kol
(Kolosse) , 1
Tes (Tessalonika) , 2
Tes (Tessalonika) , 1
Tim (Timoteüs) , 2
Tim (Timoteüs) , Tit
(Titus) , Film
(Filemon) , Heb
(Hebreeën) , Jak
(Jakobus) , 1 Pe
(Petrus) , 2 Pe
(Petrus) , 1 Joh
(Johannes) , 2
Joh (Johannes) , 2
Joh (Johannes) , Jud
(Judas) , Apk
(Apokalyps) .
Overzicht van
de bibliografie van de bijbelboeken - bibliografie
bijbel -
bibliografie
van het Oude Testament - bibliografie
Matteüsevangelie - bibliografie
Marcusevangelie - bibliografie
Lucasevangelie - bibliografie
van het Johannesevangelie - bibliografie
van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)
| 1. LXX , Griekse tekst NT | 2. Vulgata | 3. Synopsis Denaux - Vervenne | 4. Statenvertaling | 5. Willibrordvertaling | 6. Nieuwe Vertaling | 7. Naardense vertaling , zie |
| 8. Bible de Jérusalem | 9. Statenvertaling | 10. King James Bible - King James Bible | 11. Luther-Bibel | liturgische lezing |
| ZOEKEN OP DEZE WEBSITE |
| http://www.bible-history.com/isbe/ | http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm | Studiebijbel 3 | Luther-Bibel 1984 | Targumim | rubrieken (1) |
| bijbelvertalingen Lexilogos | De Griekse bijbel - | bijbelweb | info-bible | interBible | http://www.diebibel.de/ |
- l-kh (lâkh of lëhkâ = aan jou) < voorzetsel lë = suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. OF act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. lekh (ga) . Zie hâlakh (gaan) . Taalgebruik in Tenach : hâlakh (gaan) . Getalwaarde : he = 5 1S lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 28 (2 X 2 X 7) of 55 (5 X 11) . Structuur : 5 - 3 - 2 . Tenakh (827 . Pentateuch (276) . Eerdere Profeten (188) . Latere Profeten (147) . 12 Kleine Profeten (30) . Geschriften (186) . Dt (121) . (1) Dt 17,2 . (2) Dt 17,4 . (3) Dt 17,9 . (4) Dt 17,10 . (5) Dt 17,12 . (6) Dt 17,11 . (7) Dt 17,14 .
lâbhasj (kleden, zich kleden) . lëbhusj (= lëbhûsj = malëbusj) : kleed , gewaad . Verwijzing : lâbhasj (kleden, zich kleden) , zie Bar 5,1 . In dertien verzen in de bijbel . Zie website http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02/index.htm .
- lajelâh (nacht) . lajelâh (nacht) . Taalgebruik in Tenakh : lajelâh (nacht) . Gr. nux (nacht) . Taalgebruik in de Septuaginta : nux (nacht) . Taalgebruik in het NT : nux (nacht) . Lat. nox . Fr. nuit . E. night . Ned. nacht . D. Nacht . De getalwaarde van lajelâh (nacht) is : lameth = 12 of 30 , jod = 10 , he = 5 . Totaal : 39 of 75 .
- lqsj (piel : napluk houden) . lâqasj (piël : napluk houden) . Taalgebruik in Tenakh : lqsj (piel : napluk houden) .
- lâcham (strijden) . lâcham (strijden)
. Taalgebruik in Tenakh : lâcham
(strijden) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , chet = 8 , mem = 13 of 40
; totaal : 33 (3 X 11) OF 78 (2 X 3 X 13) . Structuur : 3 - 8 - 4 .
-- act. nifal imperf. 3de pers. mann. enk. wajjillâhèm (en hij
streed) van het werkw. lâcham (strijden) . Taalgebruik in Tenakh : lâcham
(strijden) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , chet = 8 , mem = 13 of 40
; totaal : 33 (3 X 11) OF 78 (2 X 3 X 13) . Tenakh (20) . Pentateuch (3) : (1)
Ex 17,8
. (2) Nu 21,1
. (3) Nu
21,23 . In Ex 17,8-16 4X 'l-ch-m' (strijd-en) : (1) Ex
17,8 : wajjillâhèm (en hij streed) . (2) Ex
17,9 : hillâchêm (strijd) . (3) Ex
17,10 : lêhillâchem (om te strijden) . (4) Ex
17,16 : milëchâmâh (strijd, oorlog) . In Ex 17,8-18 komt
4X voor : Jozua , JHWH , strijden en zeggen . In Ex
17,8 kwam Amalek en streed met Israël . In de overige 3 verzen in Ex
17,8-16 met 'l-ch-m' (strijd-en) gaat het over een strijd met Amalek : ba`ämâleq
(tegen Amalek) .
- act. nifal perfect. 3de pers. mv. nilëchämû (zij voerden oorlog)
van het werkw. Tenakh (5) : (1) Re
5,19 . (2) Re
5,20 . (3) Re
11,5 . (4) 1
Kr 10,1 . (5) 2
Kr 17,10 .
- act. nifal imperf. 3de pers. mann. mv. wajjillâhämû (en zij
streden) van het werkw. Tenakh (15) : (1) Joz
10,5 . (2) Joz
10,34 . (3) Joz
10,36 . (4) Joz
19,47 . (5) Joz
24,8 . (6) Joz
24,11 . (7) Re
1,5 . (8) Re
1,8 . (9) Re
11,4 . (10) 1
S 4,10 . (11) 1
S 12,9 . (12) 2
S 10,17 . (13) 2
S 11,17 . (14) 2
S 21,15 . (15) 1
Kr 19,17 .
-- lë + act. inf. construct. nifal lêhillâchem (om te strijden)
van het werkw. lâcham (strijden) . Taalgebruik in Tenakh : lâcham
(strijden) . Tenakh (41) . Pentateuch (5) . Eerdere Profeten (24) . Latere
Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (7) . Pentateuch (5) : (1)
Ex 17,10
. (2) Nu
22,11 . (3) Dt
20,4 . (4) Dt
20,10 . (5) Dt
20,19 . Re (11) : (1) Re
1,1 . (2) Re
1,9 . (3) Re
8,1 . (4) Re
10,9 . (5) Re
10,18 . (6) Re
11,9 . (7) Re
11,12 . (8) Re
11,27 . (9) Re
11,32 . (10) Re
12,1 . (11) Re
12,3 .
--- wajjillâhèm (en hij streed) `im jishërâ´el
(Israël) . Tenakh (2) : (1) Ex
17,8 . (2) Re
11,20 .
-- In Ex 17,8-16 4X 'l-ch-m' (strijd-en) : (1) Ex
17,8 : wajjillâhèm (en hij streed) . (2) Ex
17,9 : hillâchêm (strijd) . (3) Ex
17,10 : lêhillâchem (om te strijden) . (4) Ex
17,16 : milëchâmâh (strijd, oorlog) . In Ex 17,8-18 komt
4X voor : Jozua , JHWH , strijden en zeggen .
--- In Ex 17,8
kwam Amalek en streed met Israël . In de overige 3 verzen in Ex 17,8-16
met 'l-ch-m' (strijd-en) gaat het over een strijd met Amalek : ba`ämâleq
(tegen Amalek) .
- lëma`an (omwille van) . lëma`an (omwille van) . Taalgebruik in Tenakh : lëma`an (omwille van) .
- lëma`an dâwid (omwille van David) . Tenakh (5) : (1) 1 K 11,12 . (2) 1 K 11,13 . (3) 1 K 11,34 . (4) 1 K 15,4 . (5) 2 K 8,19 .
- lëma`an `abhëdî dâwid (omwille van mijn dienaar David) . Tenakh (1) : 1 K 11,32 .
- lâmmâh (waarom) . lâmmâh
(waarom) . Taalgebruik in Tenakh : lâmmâh
(waarom) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal
: 30 (2 X 3 X 5) OF 75 (3 X 5²) . Structuur : 3 - 4 - 5 . Gr. ti , zie
voornaamwoord tis . Taalgebruik in de LXX : voornaamwoord
tis . Taalgebruik in het NT : voornaamwoord
tis . Lat. quare . Fr. pourquoi . D. warum . E. wherefore . Tenakh (140)
. Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (44) . Latere Profeten (16) . 12 Kleine
Profeten (5) . Geschriften (42) . Js (4) : (1) Js
1,11 . (2) Js
40,27 . (3) Js
55,2 . (4) Js
58,3 . (5) Js
63,17 .
- lat. quare (ablatief qua re : om welke zaak, waarom) . Bijbel (219) . Js (6)
: (1) Js
3,15 . (2) Js
40,27 . (3) Js
55,2 . (4) Js
58,3 . (5) Js
63,2 . (6) Js
63,17 .
- lâmmâh lî (waarom voor mij) . Tenakh (3) : (1) Gn
27,46 . (2) Job
30,2 . (3) Js
1,11 .
- lâqach (nemen, grijpen, ontvangen)
. lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) . Taalgebruik in Tenakh : lâqach
(nemen, grijpen, ontvangen) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , qoph = 19 of
100 , chet = 8 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23) . Structuur : 3 - 1
- 8 . Gr. lambanô (nemen) . Taalgebruik in de Septuaginta : lambanô
(nemen) . Taalgebruik in het NT : lambanô
(nemen) . Lat. accipere (ad-capere = aan-grijpen, aannemen) . Fr. prendre
. N. nemen . D. nehmen . E. take .
- act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. (jiqtal) jiqqach
(en hij nam) van het werkw. Tenakh (47) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (9) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine
Profeten (3) . Geschriften (11) . Eerdere Profeten (9) : (1) 1 S 2,14 . (2) 1 S 2,15 . (3) 1 S 8,11 . (4) 1 S 8,13 . (5) 1 S 8,14 . (6) 1 S 8,16 . (7) 2 S 19,31 . (8) 2 S 24,22 . (9) 2 K 20,18 .
- nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. (jiqtal) jiqqach
(hij nam) van het werkw. Tenakh (199) . Pentateuch (86) . Eerdere Profeten (80) . Latere Profeten (17) . 12 Kleine
Profeten (1) . Geschriften (15) . Ex (15) : (1) Ex
2,1 . (2) Ex
4,20 . (3) Ex
6,20 . (4) Ex
6,23 . (5) Ex
13,19 . (6) Ex
14,7 . (7) Ex
18,2 . (8) Ex
18,12 . (9) Ex
24,6 . (10) Ex
24,7 . (11) Ex
24,8 . (12) Ex
32,4 . (13) Ex
32,20 . (14) Ex
34,4 . (15) Ex
40,20 . Ex 24 (3) . Ex
24,6 - Ex
24,7 - Ex
24,8 beginnen met wajjiqqach (en hij nam) . 1 S (18) : (1) 1 S 7,9 . (2) 1 S 7,12 . (3) 1 S 9,22 . (4) 1 S 10,1 . (5) 1 S 11,7 . (6) 1 S 15,21 . (7) 1 S 16,13 . (8) 1 S 16,20 . (9) 1 S 17,40 . (10) 1 S 17,49 . (11) 1 S 17,51 . (12) 1 S 17,54 .
(13) 1 S 17,57 . (14) 1 S 24,3 . (15) 1 S 25,35 . (16) 1 S 26,12 . (17) 1 S 30,20 . (18) 1 S 31,4 .
- wajjiqqach sjëmû´el
(en Samuel nam) . Tenakh (5) : (1) 1 S 7,9 . (2) 1 S 7,12 . (3) 1 S 9,22 . (4) 1 S 10,1 . (5) 1 S 16,13 .
- act. qal imperat. 2de pers. mann. enk. qach (neem) van het werkw. Tenakh (66) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (18) . Latere Profeten (15) . 12 Kleine
Profeten (3) . Geschriften (4) . Gn (10) : (1) Gn 6,21 . (2) Gn 12,19 . (3) Gn 14,21 . (4) Gn 19,15 . (5) Gn 22,2 . (6) Gn 23,13 . (7) Gn 24,51 . (8) Gn 27,13 . (9) Gn 33,11 . (10) Gn 34,4 . qach nâ´ (neem dan) . Tenakh (8) : (1) Gn 22,2 . (2) Gn 33,11 . (3) 1 S 9,3 . (4) 1 S 17,17 . (5) 1 S 26,11 . (6) 2 K 5,15 . (7) Job 22,22 . (8) Jon 4,3 .
- le´âh (Lea) . le´âh (Lea) . Taalgebruik in Tenakh : le´âh (Lea) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 36 (2² X 3²) . Structuur : 3 - 1 - 5 . Tenakh (26) . Gn (26) . Gn 29 (6) : (1) Gn 29,16 . (2) Gn 29,17 . (3) Gn 29,23 . (4) Gn 29,25 . (5) Gn 29,31 . (6) Gn 29,32 . Gn 30 (11) : (1) Gn 30,9 . (2) Gn 30,10 . (3) Gn 30,11 . (4) Gn 30,12 . (5) Gn 30,13 . (6) Gn 30,14 . (7) Gn 30,16 . (8) Gn 30,17 . (9) Gn 30,18 . (10) Gn 30,19 . (11) Gn 30,20 . Gn 31 (1) : Gn 31,33 . Gn 33 (3) : (1) Gn 33,1 . (2) Gn 33,2 . (3) Gn 33,7 . Gn 34 (1) : Gn 34,1 . Gn 35 (2) : (1) Gn 35,23 . (2) Gn 35,26 . Gn 46 (1) : Gn 46,15 . Gn 49 (1) Gn 49,31 . In Rt 4,11 vinden we ûkhële´âh (en zoals Lea) . Lea is de oudste dochter van Laban , de zus van Rebekka . Jakob is de zoon van Rebekka en Izaak (zoon van Abraham) . Lea krijgt 6 zonen : Ruben , Simeon , Levi , Juda , Issakar , Zebulon en 1 dochter : Dina . De bijvrouw van Lea is Zilpa . Zij krijgt 2 zonen : Gad en Aser . In totaal zijn er bij Lea - Zilpa 8 zonen en 1 dochter . Wat zonen betreft , is de verhouding Lea (6) - Zilpa (2) tot Rachel (2) - Bilha (2) : 2/3 (8) en 1/3 (4) . Anders gezegd : Lea - Bilha heeft dubbel zoveel kinderen als Rachel - Bilha .
- lebh (hart) . lebh (hart) . Taalgebruik in Tenakh : lebh (hart) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , beth = 2 ; totaal : 14 (2 X 7) OF 32 (2² X 2³) . Structuur : 3 - 2 . kardia (hart) . Taalgebruik in het NT : kardia (hart) . Taalgebruik in de LXX : kardia (hart) . Lat. cor , cordis . Fr. coeur . Ned. hart .
E. heart . D. Herz . Arabisch : qalb (hart) . Taalgebruik in de Qoran : qalb (hart) . In qlb zit het Hebr. lb . Tenakh (194) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (37) . 12 Kleine
Profeten (5) . Geschriften (96) . libbî (mijn hart) < zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk. . Tenakh (74) . Pentateuch (2) . Eerdere Profeten (3) . Latere Profeten (10) . 12 Kleine
Profeten (1) . Geschriften (58) . Eerdere Profeten (3) : (1) Re 5,9 . (2) 1 S 2,1 . (3) 2 K 5,26 . Een vorm van kardia (hart) in de LXX (963) , in het NT (156) , in Hnd (20) . en tè(i) kardia(i) sou (in je hart) . NT (5) : (1) Mt
22,37 . (2) Hnd 5,4 . (3) Rom 10,6 . (4) Rom 10,8 . (5) Rom 10,9 . Hebr. (2) : (1) Js 47,10 (bhëlibbekh = in je hart ; suffix 2de pers. vr. enk.) . (2) Spr 2,10 (bhëlibbèkhâ = in je hart ; suffix 2de pers. mann. enk.) . `al lëbhâbhëkhâ (op je hart) . Tenakh (2) : (1) Dt 6,6 . (2) Ez
38,10 . bilëbhâbhëkhâ / bilëbhâbhèkhâ (in je hart) . Tenakh (17) : (1) Lv 19,17 . (2) Dt 7,17 . (3) Dt 8,2 . (4) Dt 8,17 . (5) Dt 9,4 . (6) Dt 18,21 . (7) 1 S 9,19 . (8) 1 S 14,7 . (9) 2 S 7,3 . (10) Js 14,13 . (11) Js 49,21 . (12) Jr 13,22 . (13) Ez 3,10 . (14) Spr 6,25 . (15) Job 10,13 . (16) Job 22,22 . (17) 1 Kr 17,2 .
- lebhabh / lëbhabh (hart) . Zie : lebh (hart) . Taalgebruik in Tenakh : lebh (hart) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , beth = 2 ; totaal : 16 (2² X 2²) OF 34 (2 X 17) . Structuur : 3 - 2 - 2 . Tenakh (42) . Pentateuch (5) . Eerdere Profeten (7) . Latere Profeten (6) . 12 Kleine
Profeten (0) . Geschriften (24) .
- lëbhâbhëkhâ (je hart) . Tenakh (38) . Pentateuch (19) . Eerdere Profeten (8) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine
Profeten (0) . Geschriften (7) .
- bëkâl lebh (met een heel hart) . Tenakh (4) : (1) 2
K 23,3 . (2) Ps
119,2 . (3) Ps
119,69 . (4) Sef
3,14 .
- bëkhôl lëbhâbhëkhâ (met heel je hart) . Tenakh
(6) : (1) Dt
4,29 . (2) Dt
6,5 . (3) Dt
10,12 . (4) Dt
26,16 . (5) Dt
30,2 . (6) Dt
30,10 .
- bëkhâl lëbhâbhô (met heel zijn hart) . Tenakh (6) : (1) 1 K 14,8 (verwijzing naar David tegenover Jerobeam) . (2) 2 K 10,31 (Jehu) . (3) 2 K 23,25 (Josia) . (4) 2 Kr 22,9 . (5) 2
Kr 31,21 . (6) 2
Kr 34,31 .
- ´èl lëbhâbhëkhâ (tot je hart) . Tenakh
(2) : (1) Dt
4,39 . (2) Dt
30,1 .
- `al lëbhâbhëkhâ (op je hart) . Tenakh (2) : (1) Dt
6,6 . (2) Ez
38,10 .
- lèchèm (brood) . lèchèm (brood) . Taalgebruik in Tenakh : lèchèm (brood) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , chet = 8 , mem = 13 of 40 . Totaal : 33 of 78 ( 2 X 39) . Gr. artos (brood) . Taalgebruik in de Septuaginta : artos (brood) . Taalgebruik in het NT : artos (brood) . Lat. panis . Fr. pain . N. brood . D. Brot . E. bread . Tenakh (227) . Pentateuch (51) . Gn (17) . Ex (13) . Fr. pain . Bijbel (256) . Pentateuch (60) .
- lewî (Levi) . lewî (Levi) . Taalgebruik in Tenakh : lewî
(Levi) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , waw = 6 , jod
= 10 ; totaal : 28 (2² X 7) of 46 (2 X 23) . Structuur : 3 - 6 - 10 . Het getal 46 is gelijk aan 2 X 23 (of : aleph + taw
, kaph + lamed , die samen een lemniscaat of een 8 vormen) . Gr. lewi (Levi) . Bijbel (75) . Tenakh (50) . Pentateuch (26) . Eerdere Profeten (5) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine
Profeten (3) . Geschriften (14) . Gn (3) : Gn
29,34 . (2) Gn
34,30 . (3) Gn 46,11 . Ex (5) : (4) Ex
1,2 . (5) Ex
2,1 . (6) Ex
6,16 . (7) Ex
32,26 . (8) Ex
32,28 . Nu (15) : (9) Nu
1,49 . (10) Nu
3,6 . (11) Nu
3,15 . (12) Nu
3,17 . (13) Nu
4,2 . (14) Nu
16,1 . (15) Nu
16,7 . (16) Nu
16,8 . (17) Nu
16,10 . (18) Nu
16,18 . (19) Nu
17,18 . (20) Nu
17,23 . (21) Nu 18, 2 . (22) Nu 18, 21 . (22) Nu 26,58 . (23) Nu 26,58 . Dt (3) : (24) Dt
18,1 . (25) Dt
21,5 . (26) Dt
31,9 . Levi , vader van Qehat , de tweede zoon van Levi . Amran , de zoon van Qehat , de kleinzoon van Levi
. Levi was de derde zoon van Lea en de derde zoon van Jakob .
- wëlewî (en Levi) < verbindingswoord wë + Tenakh (5) : (1) Gn 34,25 . (2) Gn 35,23 . (3) Gn 49,5 . (4) Dt 27,12 . (5) 1 Kr 21,6 .
- lî (voor mij) . lî (voor mij) , prefix
voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw. 1ste pers. enk. . Taalgebruik in
Tenakh : lî
(voor mij) . Taalgebruik in Jesaja : lî
(voor mij) . Tenakh (681) . Pentateuch (157) . Js (37) . Js 1-39 (15) .
Js 40-55 (19) . Js 56-66 (3) . Js 1 (2) : (1) Js
1,11 . (2) Js
1,13 . Js 49 (4) : (1) Js
49,3 . (2) Js
49,6 . (3) Js
49,20 . (4) Js
49,21 .
- lëkhâ (voor jou) . Voorzetsel lë + persoonlijk voornaamwoord
suffix tweede persoon mannelijk enkelvoud -khâ . l-k . Tenakh (827) . Pentateuch (276) . Eerdere Profeten (188) . Latere Profeten (147) . 12 Kleine
Profeten (30) . Geschriften (186) . Ps (53) . Ps 114 (1) : Ps 114,5 .
- lâhèm (aan hen) < prefix
voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . Tenakh (580) . Pentateuch (151) . Eerdere Profeten (133) . Latere Profeten (126) . 12 Kleine
Profeten (29) . Geschriften (141) . Gn (35) . Gn 19 (1) : Gn 19,3 . Dt (34) . Dt 29 (1) : Dt
29,25 . Re (41) . Re 2 (5) : (1) Re 2,12 . (2) Re 2,15 . (3) Re 2,17 . (4) Re 2,18 . (5) Re 2,19 .
- lânû (voor ons) , prefix
voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw. 1ste pers. mv. Tenakh (219) . Pentateuch (61) . Eerdere Profeten (62) . Latere Profeten (33) . 12 Kleine
Profeten (7) . Geschriften (56) . Re (12) : (1) Re 1,1 . (2) Re 6,13 . (3) Re 8,1 . (4) Re 10,15 . (5) Re 11,6 . (6) Re 11,8 . (7) Re 14,15 . (8) Re 15,10 . (9) Re 15,11 . (10) Re 16,25 . (11) Re 18,19 . (12) Re 20,18 .
- lô (voor hem) , prefix voorzetsel lë + suffix pers. voornaamw.
3de pers. enk. . Tenakh (1044) . Pentateuch (316) . Eerdere Profeten (323) . Latere Profeten (98) . 12 Kleine
Profeten (40) . Geschriften (267) . Gn (121) . Gn 21 (3) : (1) Gn 21,3 . (2) Gn 21,5 . (3) Gn 21,21 . Js (40) . Js 49 (1) : Js
49,5 .
- lo´(niet) . lo´(niet) . Taalgebruik in Tenakh : lo´(niet) . Taalgebruik in Jesaja : lo´(niet) . Getalwaarde : lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 13 of 31 (elkaars spiegelbeeld). De getalwaarde van lo´ is de helft van de getalwaarde van de schrijfwijze van aleph ; 13 - 26 of een verhouding van 1 - 2 . Tenakh (2767) . Pentateuch (801) . Eerdere Profeten (456) . Latere Profeten (611) . 12 Kleine Profeten (150) . Geschriften (749) . Ex (145) . Ex 1 (2) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,19 . Dt (249) . Dt 6 (4) : (1) Dt 6,10 . (2) Dt 6,11 . (3) Dt 6,14 . (4) Dt 6,16 . Dt 29 (5) : (1) Dt 29,4 . (2) Dt 29,5 . (3) Dt 29,19 . (4) Dt 29,22 . (5) Dt 29,25 . Re (66) . Re 1 (9) : (1) Re 1,19 . (2) Re 1,21 . (3) Re 1,28 . (4) Re 1,29 . (5) Re 1,30 . (6) Re 1,31 . (7) Re 1,32 . (8) Re 1,33 . (9) Re 1,34 . 1 S (86) . 1 S 2 (4) : (1) 1 S 2,9 . (2) 1 S 2,12 . (3) 1 S 2,16 . (4) 1 S 2,33 . 190 verzen in de Psalmen . wëlo´ (en niet) . Tenakh (1381) . Pentateuch () . Eerdere Profeten () . Latere Profeten () . 12 Kleine Profeten () . Geschriften () . oude heis (niet iemand) . NT (3) : (1) Hnd 4,32 . (2) Rom 3,10 . (3) 1 Kor 6,5 . lo´ ´èhad . Tenakh (2) : (1) Ex 9,6 lo´ ... ´èhad. (2) Job 14,4 .
- hälo´ (niet?) . hälo´ (niet?) . Taalgebruik in Tenakh : hälo´ (niet?) . Tenakh (125) . Pentateuch (17) . Eerdere Profeten (38) . Latere Profeten (15) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (54) .
- lwn / ljn (morren tegen) . lwn / ljn (morren
tegen) . Taalgebruik in Tenakh : lwn
/ ljn (morren tegen) .
wajjillînû (en zij morden) . prefix wë (en) + werkwoordvorm
hifil imperfect. 3de pers. mann. mv. van het werkw. lwn / ljn (morren tegen)
. Taalgebruik in Tenakh : lwn
/ ljn (morren tegen) . Slechts in Ex
16,2 in Tenakh . Zie verder : wajjillonû (zij morden tegen) . prefix
wë (en) + werkwoordvorm nifal imperfect. 3de pers. mann. mv. . Tenakh (4)
: (1) Ex
15,24 . (2) Nu
14,2 . (3) Nu
17,6 . (4) Joz
9,18 .
(1) Ex 15,24
(wajjillonû hâ`âm `al ; LXX : kai diegogguzen ho laos epi
- en het volk morde tegen) .
(2) Nu 14,2
(wajjillonû `al ; LXX : kai diegogguzon epi : en zij morden tegen) .
(3) Nu 17,6
(wajjillonû kâl `ädath bënê jishërâ´el...
`al (en de hele bijeenkomst van de zonen van Israël morde tegen ; LXX :
kai egoggusan hoi huoi Israèl ... epi : en de zonen van Israël morden
... tegen) .
() Joz 3,1
(wajjâlinû : en zij kampeerden ; qal imperfectum derde persoon mannelijk
meervoud) .
(4) Joz
9,18 (wajjillonû kâl `ädâh `al (en de hele bijeenkomst
morde tegen ; LXX : kai egoggusan pasa hè sunagôgè epi :
en de hele samenkomst morde tegen) .