Tenakh TAALGEBRUIK M

-- mah / mâh (wat?) -- mâsjâh (uittrekken) -- mî (wie) -- mikhëthabh (geschrift) --

Overzicht van Tenakh : Tenakh : overzicht , Tenakh : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Tenakh : commentaar ,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta : overzicht , Septuaginta : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Septuaginta : commentaar ,

ALGEMEEN OVERZICHT

-
bijbeloverzicht , bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , Oude Testament , Pentateuch , Historische boeken , Profeten , Wijsheidsboeken , NT overzicht , Evangelies , Synoptici , Brieven van Paulus , Apostolische brieven .

Overzicht van het N.T. : NT : overzicht , NT : taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z - , NT : commentaar ,

- OT : Gn (Genesis) , Ex (Exodus) , Lv (Leviticus) , Nu (Numeri) , Dt (Deuteronomium) , Joz (Jozua) , Re (Rechters) , Rt (Ruth) , 1 S (1 Samuël) , 2 S (2 Samuël) , 1 K (1 Koningen) , 2 K (2 Koningen) , 1 Kr ( 1 Kronieken) , 2 Kr (2 Kronieken) , Ezr (Ezra) , Neh (Nehemia) , Tob (Tobia) , Jdt (Judith) , Est (Esther) , 1 Mak (1 Makkabeeën) , 2 Mak (2 Makkabeeën) , Job , Ps (Psalmen ) , Spr (Spreuken) , Pr (Prediker) , Hl (Hooglied) , W (Wijsheid) , Sir (Sirach) , Js (Jesaja) , Jr (Jeremia) , Kl (Klaagliederen) , Bar (Baruch) , Ez (Ezechiël) , Da (Daniël) , Hos (Hosea) , Jl (Joël) , Am (Amos) , Ob (Obadja) , Jon (Jona) , Mi (Micha) , Nah (Nahum) , Hab (Habakuk) , Sef (Sefanja) , Hag (Haggai) , Zach (Zacharia) , Mal (Maleachi) .
- NT : Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen) , Rom (Rome) , 1 Kor (Korinte) , 2 Kor (Korinte) , Gal (Galatië) , Ef (Efese) , Fil (Filippi) , Kol (Kolosse) , 1 Tes (Tessalonika) , 2 Tes (Tessalonika) , 1 Tim (Timoteüs) , 2 Tim (Timoteüs) , Tit (Titus) , Film (Filemon) , Heb (Hebreeën) , Jak (Jakobus) , 1 Pe (Petrus) , 2 Pe (Petrus) , 1 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , 2 Joh (Johannes) , Jud (Judas) , Apk (Apokalyps) .
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

1. LXX , Griekse tekst N.T.   2. Vulgata   3. Synopsis Denaux - Vervenne  4. Statenvertaling   5. Willibrordvertaling   6. Nieuwe Vertaling   7. Naardense vertaling , zie
8. Bible de Jérusalem 9. Statenvertaling   10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   liturgische lezing      

WEDERKERIGHEID (DIVERSITEIT - VICE VERSA) . Meer info : Arseen De Kesel . Email: arseen.de.kesel@pandora.be .
websitenamen : http://users.telenet.be/arseen.de.kesel/ en http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm
- STARTPAGINA - AGENDA - BIJ DE HAND - NIEUW - OVERZICHT -  TIJDSCHRIFTEN -
ALFABETISCH OVERZICHT VAN THEMA'S EN WEBSITES :
- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z
HOOFDTHEMA'S : allochtonen , armoede , bahá'í ,  bezinningsteksten , bijbel , bijbel en koran , boeddhisme , christendom , extreemrechts ( Vlaams Blok ) , fundamentalisme , globalisering en antiglobalisering ,  hindoeïsme , interlevensbeschouwelijke dialoog , interreligieuze meditatie , islam , jodendom , koran , levensbeschouwing , levensbeschouwing / godsdienst en onderwijs , racisme , samenleving , sikhisme , spiritualiteit , tewerkstelling van allochtonen , vluchtelingen en asielzoekers , vrijzinnigheid , witte scholen , multiculturele scholen en concentratiescholen , Eigen-zinnige beschouwingen , Het kleine of grote ongenoegen

ZOEKEN OP DEZE WEBSITE
PicoSearch
  Hulp
Verzorgd door PicoSearch
 
 
http://www.bible-history.com/isbe/ http://www.sacrednamebible.com/kjvstrongs/index2.htm Studiebijbel 3 Luther-Bibel 1984   Targumim rubrieken (1)
bijbelvertalingen Lexilogos De Griekse bijbel - bijbelweb info-bible interBible http://www.diebibel.de/

  Gn 1 Gn 2 Gn 3 Gn 4 Gn 5 Gn 6 Gn 7 Gn 8 Gn 9 Gn 10 Gn 11 Gn 12 Gn 13 Gn 14 Gn 15 Gn 16 Gn 17 Gn 18 Gn 19 Gn 20 Gn 21 Gn 22 Gn 23 Gn 24 Gn 25
                                                   

 

  Gn 26 Gn 27 Gn 28 Gn 29 Gn 30 Gn 31 Gn 32 Gn 33 Gn 34 Gn 35 Gn 36 Gn 37 Gn 38 Gn 39 Gn 40 Gn 41 Gn 42 Gn 43 Gn 44 Gn 45 Gn 46 Gn 47 Gn 48 Gn 49 Gn 50
                                                   

  Tenakh  Gn   Ex   Nu   Re   1 K  2 K  1 Kr  Ps  Js  Hag  Zach  Mal 
malë´akh JHWH (engel van JHWH) 45 (48)   6 10  15 (18 X)  1

- ma`al (ontrouw, bedrog) . מַעַל = ma`al (ontrouw, bedrog) . Taalgebruik in Tenakh : ma`al (ontrouw, bedrog) . Getalwaarde : mem = 13 ofd 40 , ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 41 of 140 (2² X 5 X 7) . Structuur : 4 - 7 - 3 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (13) : (1) Lv 5,15 . (2) Lv 5,21 . (3) Nu 5,6 . (4) Nu 5,27 . (5) Nu 31,16 . (6) Joz 7,1 . (7) Joz 22,20 . (8) 2 Kr 28,19 . (9) 2 Kr 36,14 . (10)Ez 14,13 . (11) Ez 15,8 . (12) Ezr 9,4 . (13) Ezr 10,6 . Een vorm van ma`al (ontrouw, bedrog) in Joz (5) : (1) Joz 7,1 . (2) Joz 22,16 . (3) Joz 22,20 . (4) Joz 22,22 . (5) Joz 22,31 .

- werkw. מָעַל = mâ`al (trouweloos handelen, trouweloos zijn , zich vergrijpen) . Zie het zelfst. naamw. מַעַל = ma`al (ontrouw, bedrog) . Taalgebruik in Tenakh : ma`al (ontrouw, bedrog) . Getalwaarde : mem = 13 ofd 40 , ajin = 16 of 70 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 41 of 140 (2² X 5 X 7) . Structuur : 4 - 7 - 3 . De som van de elementen is telkens 5 .


- ma`ashèh (daad, werk) . ma`äshèh (daad, werk) . Taalgebruik in Tenakh : ma`ashè (daad, werk) . Tenakh (93) .
-- meervoud status constructus ma`äshê(j) van het zelfst. naamw. ma`äshèh (daad, werk) . Taalgebruik in Tenakh : ma`ashè (daad, werk) . m`shj in Tenakh (11) , in Ps (7) : (1) Ps 8,4 . (2) Ps 45,2 . (3) Ps 107,24 . (4) Ps 111,2 . (5) Ps 111,7 . (6) Ps 118,17 . (7) Ps 138,8 .
- hamma`äshèh (de daad, het werk) . Tenakh (12) : (1) Gn 44,15 . (2) Ex 18,20 . (3) Re 2,10 . (4) 1 S 20,19 . (5) 1 K 13,11 . (6) Ez 46,1 . (7) Pr 2,17 . (8) Pr 3,11 . (9) Pr 3,17 . (10) Pr 4,3 . (11) Pr 4,4 . (12) Pr 8,17 . pragma (daad) . Bijbel (37) . OT (34) . NT (3) : (1) Hnd 5,4 . (2) 1 Kor 6,1 . (3) Gal 3,16 .

- mâbô´(plaats van de ondergang van de zon , westen) . mâbô´(plaats van de ondergang van de zon , westen) . Taalgebruik in Tenakh : mâbô´(plaats van de ondergang van de zon , westen) . mëbô´ô (zijn ondergang) . Tenakh (3) : (1) Ps 104,19 . (2) Ps 113,3 . (3) Mal 1,11 .

- mâchâh (verdelgen, uitroeien, vernietigen) . mâchâh (verdelgen, uitroeien, vernietigen) . Taalgebruik in Tenakh : mâchâh (verdelgen, uitroeien, vernietigen) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , chet = 8 , he = 5 ; totaal : 26 OF 53 .
- act. qal imperf. cohort. 1ste pers. enk. ´èmëchèh (ik zal verdelgen) . Tenakh (1) : Gn 6,7 . act. qal imperf. 1ste pers. mann. enk. ´èmëchèh (ik zal verdelgen) . Tenakh (1) : Ex 17,14 .

- mchr (morgen, spoedig, eens) . mâchâr (morgen, spoedig, eens) . Taalgebruik in Tenakh : mchr (morgen, spoedig, eens) . Getalwaarde : Tenakh (42) . Pentateuch (14) . Eerdere Profeten (22) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (4) .

- mad (kleed, tapijt) . vr. enk. מַד = mad (kleed, tapijt) . Taalgebruik in Tenakh : mad (kleed, tapijt) .

- מִדּוֹתָיו = middôthâ(j)w (zijn kleren) < vr. mv. + suffix bezittel. voornaamw. 3de pers. mann. enk. van het zelfst. naamw. vr. enk. מַד = mad (kleed, tapijt) . Taalgebruik in Tenakh : mad (kleed, tapijt) . Tenakh (1) : Ps 133,2 .


- מַה / מָה / מֶה = mah / mâh / mèh (wat?)

- mah / mh (wat?) . מַה / מָה / מֶה = mah / mâh / mèh (wat?) . Taalgebruik in Tenakh : mah / mh (wat?) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 45 (3² X 5) . Structuur : 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (424) . Pentateuch (74) . Eerdere Profeten (111) . Latere Profeten (59) . 12 Kleine Profeten (39) . Geschriften (141) . Ps (38) . Ps 114 (1) Ps 114,5 . Pr (18) : (1) Pr 1,3 . (2) Pr 1,9 . (3) Pr 2,2 . (4) Pr 2,12 . (5) Pr 2,22 . (6) Pr 3,9 . (7) Pr 3,15 . (8) Pr 6,8 . (9) Pr 6,10 . (10) Pr 6,11 . (11) Pr 6,12 . (12) Pr 7,10 . (13) Pr 7,24 . (14) Pr 8,4 . (15) Pr 8,7 . (16) Pr 10,14 . (17) Pr 11,2 . (18) Pr 11,5 .
- Slechts op het einde van een woord kan de he leesmoeder zijn van o.a. een korte a . Zo is dit het geval in מַה = mah (wat?) (Lettinga , 12 , 2012 , 2c) .

- מַה לָּכֶם = mah lâkhèm (wat voor jullie?) . Tenakh (3) : (1) Joz 22,24 . (2) Js 3,15 . (3) Ez 18,2 .

- בַּמָּה = bammâh (waardoor) < prefix bë + vragend naamw. מַה / מָה / מֶה = mah / mâh / mèh (wat?) . Taalgebruik in Tenakh : mah / mâh (wat?) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 45 (3² X 5) . Structuur : 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (8) : (1) Gn 15,8 . (2) Re 6,15 . (3) 1 S 14,38 . (4) 1 K 22,21 . (5) Mi 6,6 . (6) Mal 1,2 . (7) Mal 2,17 . (8) 2 Kr 18,20 .

- כַּמָּה = kammâh (hoe veel? hoe dikwijls? hoe lang? hoe groot? . Zie : מַה / מָה / מֶה = mah / mâh / mèh (wat?) . Taalgebruik in Tenakh : mah / mâh (wat?) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , he = 5 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 45 (3² X 5) . Structuur : 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 .


- מַעַן = ma`an (beweegreden, beweeggrond) .

- m-j-d (o.a. Meden) . m-j-d (o.a. Meden) . Taalgebruik in Tenakh : m-j-d (o.a. Meden) . Tenakh (26) .
- mâdaj / mâdâj (Meden) . Js (2) : (1) Js 13,17 . (2) Js 21,2 .


- majim (water) . מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (254) . Pentateuch (53) . Eerdere Profeten (46) . Latere Profeten (72) . 12 Kleine Profeten (15) . Geschriften (68) .

- Ned. : water . Arabisch : مَأء = mâh (water) . Taalgebruik in de Qoran : mâh (water) . D. : Wasser . E. : water . Fr. : eau . Grieks : ὑδωρ = hudôr (water) . Hebreeuws : מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Taalgebruik in het NT : hudôr (water) . Lat. : aqua .

Tenakh (254) . Pentateuch (53) . Eerdere Profeten (46) . Latere Profeten (72) . 12 Kleine Profeten (15) . Geschriften (68) . Ex (15) : (1) Ex 7,18 . (2) Ex 7,21 . (3) Ex 7,24 . (4) Ex 15,8 . (5) Ex 15,22 . (6) Ex 15,23 . (7) Ex 15,27 . (8) Ex 17,1 . (9) Ex 17,2 . (10) Ex 17,6 . (11) Ex 23,31 . (12) Ex 30,18 . (13) Ex 30,20 . (14) Ex 40,7 . (15) Ex 40,30 . Nu (13) : (1) Nu 5,17 . (2) Nu 19,17 . (3) Nu 20,2 . (4) Nu 20,8 . (5) Nu 20,10 . (6) Nu 20,11 . (7) Nu 21,5 . (8) Nu 21,16 . (9) Nu 24,6 . (10) Nu 24,7 . (11) Nu 33,9 . (12) Nu 33,11 . (13) Nu 33,14 . Ps (28) : (1) Ps 1,3 . (2) Ps 18,12 . (3) Ps 18,16 . (4) Ps 29,3 . (5) Ps 32,6 . (6) Ps 42,2 . (7) Ps 58,8 . (8) Ps 63,2 . (9) Ps 65,10 . (10) Ps 69,2 . (11) Ps 69,3 . (12) Ps 69,15 . (13) Ps 69,16 . (14) Ps 72,8 . (15) Ps 77,17 . (16) Ps 77,18 . (17) Ps 78,13 . (18) Ps 78,16 . (19) Ps 78,20 . (20) Ps 93,4 . (21) Ps 104,6 . (22) Ps 105,41 . (23) Ps 106,11 . (24) Ps 107,33 . (25) Ps 107,35 . (26) Ps 114,8 . (27) Ps 119,136 . (28) Ps 147,18 .
- הַמָּיִם = hammajim (de wateren) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfstandig naamw. מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (85) . Pentateuch (45) . Eerdere Profeten (23) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (12) . Ex (12) : (1) Ex 2,10 . (2) Ex 4,9 . (3) Ex 7,17 . (4) Ex 7,20 . (5) Ex 14,21 . (6) Ex 14,26 . (7) Ex 14,28 . (8) Ex 15,25 . (9) Ex 15,27 . (10) Ex 32,20 . `al hammajim (op de wateren) . Ex (2) : (1) Ex 7,17 . (2) Lv 14,6 .
- לָמָיִם = lammajim (naar de wateren) < prefix voorzetsel lë + bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfstandig naamw. מַיִם= majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (7) : (1) Gn 1,6 . (2) Ex 17,3 . (3) Joz 7,5 . (4) 2 K 2,21 . (5) Js 55,1 . (6) Jr 14,3 . (7) Am 8,11 .


- sârû maher min haddèrèkh (zij weken vlug af van de weg) . Tenakh (3) : (1) Ex 32,4 . (2) Dt 9,12 . (3) Re 2,17 .


- mâkhar (verkopen) . מָכַר = mâkhar (verkopen) . Taalgebruik in Tenakh : mâkhar (verkopen) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 260 (2² X 5 X 13) . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Een vorm van מָכַר = mâkhar (verkopen) in Gn (10) : (1) Gn 25,31 . (2) Gn 25,33 . (3) Gn 31,15 . (4) Gn 37,27 . (5) Gn 37,28 . (6) Gn 37,36 . (7) Gn 45,4 . (8) Gn 45,5 . (9) Gn 47,20 . (10) Gn 47,22 . Een vorm van מָכַר = mâkhar (verkopen) in Lv (16) : (1) Lv 25,14 . (2) Lv 25,15 . (3) Lv 25,16 . (4) Lv 25,23 . (5) Lv 25,25 . (6) Lv 25,27 . (7) Lv 25,29 . (8) Lv 25,34 . (9) Lv 25,39 . (10) Lv 25,42 . (11) Lv 25,47 . (12) Lv 25,48 . (13) Lv 25,50 . (14) Lv 27,20 . (15) Lv 27,27 . (16) Lv 27,28 .
- m-k-r : (1) act. ind. perf. 3de pers. mann. enk. mâkhar (hij verkocht) . (2) act. participium perf. nom. mann. enk. mokher (verkopende) . (3) zelfst. naamw. mèkhèr (koopprijs, koopwaar) . Zie : Tenakh (5) : (1) Lv 25,16 . (2) Lv 25,27 . (3) Lv 27,20 . (4) Dt 14,21 . (5) Neh 13,16 .
- act. ind. perf. 3de pers. mann. mv. מָכְרוּ = mâkhërû (zij verkochten) van het werkw. m-k-r-w . Tenakh (6) . mâkhërû (zij verkochten) . Tenakh (4) : (1) Gn 37,36 . (2) Gn 47,20 . (3) Gn 47,22 . (4) Jl 4,3 . Zie ook Hnd 2,45 .

- j-m-k-r . (1) act. ind. perf. 3de pers. mann. enk. יִמְכֹּר / יִמְכָּר = jimëkâr / jimëkor (hij verkocht) . (2) pass. (nifal) imperf. 3de pers. mann. enk. יִמָּכֵר = jimmâkher (het zal verkocht worden) . Zie het werkw. מָכַר = mâkhar (verkopen) . Taalgebruik in Tenakh : mâkhar (verkopen) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , kaph = 11 of 20 , resj = 20 of 200 ; totaal : 44 (2² X 11) OF 260 (2² X 5 X 13) . Structuur : 4 - 2 - 2 . De som van de elementen is telkens 8 . Bijbel (8) : (1) Ex 21,7 . (2) Lv 25,15 . (3) Lv 25,29 . (4) Lv 25,34 . (5) Lv 27,28 . (6) Dt 15,12 . (7) Re 4,9 . (8) Jr 34,14 . Een vorm van מָכַר = mâkhar (verkopen) in Gn (10) : (1) Gn 25,31 . (2) Gn 25,33 . (3) Gn 31,15 . (4) Gn 37,27 . (5) Gn 37,28 . (6) Gn 37,36 . (7) Gn 45,4 . (8) Gn 45,5 . (9) Gn 47,20 . (10) Gn 47,22 . Een vorm van מָכַר = mâkhar (verkopen) in Lv (16) : (1) Lv 25,14 . (2) Lv 25,15 . (3) Lv 25,16 . (4) Lv 25,23 . (5) Lv 25,25 . (6) Lv 25,27 . (7) Lv 25,29 . (8) Lv 25,34 . (9) Lv 25,39 . (10) Lv 25,42 . (11) Lv 25,47 . (12) Lv 25,48 . (13) Lv 25,50 . (14) Lv 27,20 . (15) Lv 27,27 . (16) Lv 27,28 .

- wajjimëkor (en hij verkocht) < verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. ind. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. Tenakh (2) : (1) Gn 25,33 . (2) 1 S 12,9 .
- wajjimëkërem (en hij verkoopt hen) < wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. mv. van het werkw. Tenakh (4) : (1) Re 2,14 . (2) Re 3,8 . (3) Re 4,2 . (4) Re 10,7 .
- wajjimëkërem bëjad (en hij verkoopt hen in de hand van) . Tenakh (3) : (1) Re 2,14 . (2) Re 3,8 . (3) Re 10,7 .
- wajjimëkërû (en zij verkochten) < verbindingswoord wë + werkwoordvorm act. ind. imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. Tenakh (1) : Gn 37,28 . Zie ook : Hnd 2,45 .
- th-m-k-r . (1) act. ind. imperf. 2de pers. mann. enk. thimëkhor (jij zult verkopen) . Tenakh (2) (1) Ps 45,13 . (2) Spr 23,23 . (2) passief nifal perf. 3de pers. vr. enk. thimmâkher (het zal verkocht worden) . Tenakh (1) : Lv 25,23 .
- D. verkaufen . E. to sell . Lat. vendere . Fr. vendre .


- mkhr (Makir) . mâkhîr (Makir) . Taalgebruik in Tenakh : mkhr (Makir) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , kaph = 11 of 20 , jod = 10 , resj = 20 of 200 ; totaal : 54 (2 X 3³) OF 270 (2 X 3³ X 5) . Structuur : 4 - 2 - 1 - 2 . Tenakh (15) : (1) Gn 50,23 . (2) Nu 27,1 . (3) Nu 32,39 . (4) Nu 36,1 . (5) Joz 13,31 . (6) Joz 17,3 . (7) Re 5,14 . (8) 2 S 9,4 . (9) 2 S 9,5 . (10) Ps 142,5 (part. hifil van mâkhar) . (11) 1 Kr 2,21 . (12) 1 Kr 2,23 . (13) 1 Kr 7,14 . (14) 1 Kr 7,16 . (15) 1 Kr 7,17 . Makir is de oudste zoon van Manasse , de kleinzoon van Jozef .
- bèn mâkhîr (zoon van Makir) . Met verbindingsstreep . Tenakh (4) : (1) Nu 27,1 . (2) Nu 36,1 . (3) Joz 17,3 . (4) 1 Kr 7,17 .
- bëne(j) mâkhîr (zonen van Makir) . Tenakh (3) : (1) Gn 50,23 . (2) Nu 32,39 . (3) 1 Kr 2,23 .


- מַלְאַך = malë´akh (engel)

- malakh (engel) . מַלְאַך = malë´akh (engel) . Taalgebruik in Tenakh : malakh (engel) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 37 OF 91 . Structuur : 4 - 3 - 1 - 2 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (64) . Pentateuch (23) . Eerdere Profeten (25) . Latere Profeten (2) . 12 Kleine Profeten (7) . Geschriften (7) . Gn (8) : (1) Gn 16,7 . (2) Gn 16,9 . (3) Gn 16,10 . (4) Gn 16,11 . (5) Gn 21,17 . (6) Gn 22,11 . (7) Gn 22,15 . (8) Gn 31,11 . Re (18) : (1) Re 2,1 . (2) Re 2,4 . (3) Re 5,23 . (4) Re 6,11 . (5) Re 6,12 . (6) Re 6,20 . (7) Re 6,21 . (8) Re 6,22 . (9) Re 13,3 . (10) Re 13,6 . (11) Re 13,9 . (12) Re 13,13 . (13) Re 13,15 . (14) Re 13,16 . (15) Re 13,17 . (16) Re 13,18 . (17) Re 13,20 . (18) Re 13,21 .
- Grieks . αγγελος = aggelos (engel) . Taalgebruik in het NT : aggelos (engel) . Taalgebruik in de LXX : aggelos (engel) . Gn (10) : (1) Gn 16,7. (2) Gn 16,8 . (3) Gn 16,9 . (4) Gn 16,10 . (5) Gn 16,11 . (6) Gn 21,17 . (7) Gn 22,11 . (8) Gn 22,15 . (9) Gn 31,11 . (10) Gn 48,16 . Ex (5) : (1) Ex 3,2 . (2) Ex 4,24 . (3) Ex 14,19 . (4) Ex 23,23 . (5) . Re (18) : (1) Re 2,1 . (2) Re 2,4 . (3) Re 5,23 . (4) Re 6,11 . (5) Re 6,12 . (6) Re 6,14 . (7) Re 6,16 . (8) Re 6,20 . (9) Re 6,21 . (10) Re 6,22 . (11) Re 13,3 . (12) Re 13,9 . (13) Re 13,11 . (14) Re 13,13 . (15) Re 13,16 . (16) Re 13,18 . (17) Re 13,20 . (18) Re 13,21 .

  aggelos (engel) bijbel  OT NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
1 nom. enk. aggelos 155 108 47 6   10 1 11 2 17 16 17

- Stam : n - g - l . L. angelus . Fr. ange . N. engel . E. angel . D. Engel . Fr. un messager uit L. mittere (zenden) , missus = gezonden . Arabisch : مَلَك = malak (engel) . Taalgebruik in de Qoran : malak (engel) . Qoran (11) .

- מַלְאַך יהוה = malë´akh JHWH (engel van JHWH) . Tenakh (48) . Gn (6) : (1) Gn 16,7 . (2) Gn 16,9 . (3) Gn 16,10 . (4) Gn 16,11 . (5) Gn 22,11 . (6) Gn 22,15 . Re (15) : (1) Re 2,1 . (2) Re 2,4 . (3) Re 5,23 . (4) Re 6,11 . (5) Re 6,12 . (6) Re 6,21 . (7) Re 6,22 . (8) Re 13,3 . (9) Re 13,13 . (10) Re 13,15 . (11) Re 13,16 . (12) Re 13,17 . (13) Re 13,18 . (14) Re 13,20 . (15) Re 13,21 .
- מַלְאַך הָאֱלֹהִים = malë´akh hâ´èlohîm (de engel van God) . Tenakh (6) : (1) Gn 31,11 . (2) Ex 14,19 . (3) Re 6,20 . (4) Re 13,6 . (5) Re 13,9 . (6) 2 S 14,20 .

- וַיּאֹמֶר לָהּ מַלְאַך יהוה = wajjo´mer lâh malë´akh JHWH (de engel van JHWH zei tot haar) . Tenakh (3) : (1) Gn 16,9 . (2) Gn 16,10 . (3) Gn 16,11 .
- וַיּאֹמֶר מַלְאַך יהוה = wajjo´mer malë´akh JHWH (de engel van JHWH zei) . Tenakh (4) : (1) Nu 22,35 . (2) Re 13,13 . (3) Re 13,16 . (4) Re 13,18 .
- וַיּאֹמֶר מַלְאַך הָאֱלֹהִים = wajjo´mer malë´akh ´èlohîm (de engel van God zei) . Tenakh (1) : Gn 21,17 .


- מְלָאכָה = mëlâ´kâh (werk, arbeid, vermogen, have, voorraad)

- mëlâ´kâh (werk, arbeid, vermogen, have, voorraad) . מְלָאכָה = mëlâ´kâh (werk, arbeid, vermogen, have, voorraad) . Taalgebruik in Tenakh : ml kh (werk, arbeid, vermogen, have, voorraad) . Tenakh (37) . Lv (7) : (1) Lv 7,24 . (2) Lv 11,32 . (3) Lv 16,29 . (4) Lv 23,3 . (5) Lv 23,28 . (6) Lv 23,30 . (7) Lv 23,31 .

- מְלָאכָה כָּל (al het werk) .Tenakh (8) : (1) Ex 12,16 . (2) Ex 35,35 . (3) Lv 23,3 . (4) Lv 23,30 . (5) Lv 23,31 . (6) Nu 29,7 . (7) 1 K 7,14 . (8) Jr 17,24 .

- מְלָאכְתֶּךָ (jouw werk) < zelfst. naamw. vr. enk. stat. construct. + persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. enk. . Tenakh (4) : (1) Ex 20,9 . (2) Dt 5,13 . (3) Jon 1,8 . (4) Spr 24,27 .


- mâlâ´ (vullen, vervullen) . מָלָא = mâlâ´ (vullen, vervullen) . Taalgebruik in Tenakh : mâlâ´ (vullen, vervullen) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , aleph = 1 ; totaal : 26 OF 71 . Structuur : 4 - 3 - 1 . De som van de elementen is telkens 8 . Gr. pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in de Septuaginta : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Taalgebruik in het NT : pimplèmi (vervullen, vol maken) . Lat. replere . Fr. remplir . Ned. vervullen . D. erfüllen . E. to fill . Een vorm van pimplèmi (vervullen, vol maken) in de LXX (116) . Een vorm van plèroô (vullen) in de LXX (112) , in het NT (86) , in Hnd (16) . m-l-´ . Tenakh (76) . Pentateuch (17) . Eerdere Profeten (17) . Ex (6) : (1) Ex 9,8 . (2) Ex 16,32 . (3) Ex 16,33 . (4) Ex 35,35 . (5) Ex 40,34 . (6) Ex 40,35 .
- w-th-m-l-´ . Tenakh (9) . wë + pass. nifal imperf. 3de pers. vr. enk. waththimmâle´ (en zij werd vervuld) . Tenakh (6) : (1) Gn 6,11 . (2) Ex 1,7 . (3) 2 K 3,20 . (4) Js 2,7 . (5) Js 2,8 . (6) Ez 9,9 . In deze 6 verzen is een vorm van ´èrèts (land, aarde) onderwerp . wë + act. piël imperf. 3de pers. vr. enk. wathëmalle´ (en hij vulde) . Tenakh (3) : (1) Gn 21,19 . (2) Gn 24,16 . (3) Ps 80,10.
- act. qal perf. 3de pers. mann. mv. mâle´û / mâlë´û (zij zijn vol van) . Tenakh (28) . Js (7) : (1) Js 1,15 . (2) Js 2,6 . (3) Js 15,9 . (4) Js 21,3 . (5) Js 22,7 . (6) Js 28,8 . (7) Js 30,27 .
- mille´thi(j)w : werkwoordvorm piel perf. 1ste pers. enk. mille´thî (ik + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. enk. (hem) van het werkw.

-


- mâle´ (vol) . מָלֵא = mâle´ (vol) . Zie :

; stat. constr. מְלֵא = mële´ (vol, rijk) . Taalgebruik in Tenakh : mâle´ (vol) .


- mlat (ontkomen, redden) . מָלַט = mâlat (ontkomen, redden) . Taalgebruik in Tenakh : mlat (ontkomen, redden) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , tet = 9 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 79 (priemgetal) . Structuur : 4 - 3 - 9 . De som van de elementen is telkens 7 .
- pass. nifal imperf. 3de pers. mann. enk. וַיִּמָּלֵט = wajjimmalet (en hij redde zich) van het werkw. מָלַט = mâlat (ontkomen, redden) . Taalgebruik in Tenakh : mâlat (ontkomen, redden) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , tet = 9 ; totaal : 34 (2 X 17) OF 79 (priemgetal) . Structuur : 4 - 3 - 9 . De som van de elementen is telkens 7 .


- malkt (koningschap, koninklijke waardigheid, koninkrijk) . מַלְכוּת = malëkût (koningschap, koninklijke waardigheid, koninkrijk) . Taalgebruik in Tenakh : malkt (koningschap, koninklijke waardigheid, koninkrijk) . Tenakh (9) :

- zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 2de pers. mann. enk. מַלְכוּתֶךָ = malëkhûthèkhâ (jouw koningschap, jouw koninkrijk) van het zelfst. naamw. מַלְכוּת = malëkût (koningschap, koninklijke waardigheid, koninkrijk) . Taalgebruik in Tenakh : malëkût (koningschap, koninklijke waardigheid, koninkrijk) . Tenakh (8) : (1) Ps 45,7 . (2) Est 3,8 . (3) 2 Kr 7,18 .
- מַלְכוּתְךָ = malëkhûthëkhâ . Tenakh (2) : (1) Ps 145,11 . (2) Ps 145,13 .
- מַלְכוּתָךְ = malëkhûthâkh . Tenakh (3) : (1) Da 4,23 . (2) Da 5,26 . (3) Da 5,28 .

- Tenakh (8) : (1) Ps 45,7 . (2) Ps 145,11 . (3) Ps 145,13 . (4) Est 3,8 . (5) Da 4,23 . (6) Da 5,26 . (7) Da 5,28 . (8) 2 Kr 7,18 .


- malëqôsj (late regen) . מַלְקוֹשׁ = malëqôsj (late regen) . Taalgebruik in Tenakh : malëqôsj (late regen) . In Palestina in de maanden maart en april . Tenakh (2) : (1) Zach 10,1 . (2) Spr 16,15 .

- וּמַלְקוֹשׁ = ûmalëqôsj (en late regen) < prefix voegwoord wë + zelfst. naamw. מַלְקוֹשׁ = malëqôsj (late regen) . Taalgebruik in Tenakh : malëqôsj (late regen) . Tenakh : (1) Dt 11,14 . (2) Jr 3,3 . (3) Jr 5,24 . (4) Jl 2,23 .

Zie lâqasj (piël : napluk houden) . Taalgebruik in Tenakh : lqsj (piel : napluk houden) .


- mamëre´ (Mamre) . מַמְרֵא = mamëre' (Mamre) . Taalgebruik in Tenakh : mamëre´ (Mamre) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 , aleph = 1 ; totaal : 47 OF 281 (priemgetal) . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (9) : (1) Gn 13,18 . (2) Gn 14,13 . (3) Gn 18,1 . (4) Gn 23,17 . (5) Gn 23,19 . (6) Gn 25,9 . (7) Gn 35,27 . (8) Gn 49,30 . (9) Gn 50,13 .
- בְאֵלֹנֵי מַמְרֵא = bë´elonè(j) mamëre´ (bij de eik van Mamre) . Tenakh (3) : (1) Gn 13,18 . (2) Gn 14,13 . (3) Gn 18,1


- mân (1. manna . 2. wat ?)

- mn (1. manna . 2. wat ?) . מָן = mân (1. manna . 2. wat ?) . Taalgebruik in Tenakh : mn (1. manna . 2. wat ?) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 ; nun = 14 of 50 ; totaal : 27 of 90 . Structuur : 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 .

- וּמָן = ûmân (en wat?) < prefix voorzetsel wë + naamwoord . Zie : מָן = mân (1. manna . 2. wat ?) . Taalgebruik in Tenakh : mân (1. manna . 2. wat ?) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 ; nun = 14 of 50 ; totaal : 27 of 90 . Structuur : 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (97) .


- mashshâ´ (profetie, godsspraak) . mashshâ´ (profetie, godsspraak) . Taalgebruik in Tenakh : mashshâ´ (profetie, godsspraak) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , shin = 21 of 300 , aleph = 1 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 341 (11 X 31) . Structuur : 4 - 3 - 1 . Tenakh (37) . 12 kl. Prof. (4) : (1) Nah 1,1 . (2) Zach 9,1 . (3) Zach 12,1 . (4) Mal 1,1 . Js (12) : (1) Js 13,1 . (2) Js 15,1 . (3) Js 17,1 . (4) Js 19,1 . (5) Js 21,1 . (6) Js 21,11 . (7) Js 21,13 . (8) Js 22,1 . (9) Js 23,1 . (10) Js 30,6 . (11) Js 46,1 . (12) Js 46,2 . Zie ook Spr 30,1 . Spr 31,1 . hammashshâ´ (profetie, godsspraak) . Tenakh (10) . js (2) : (1) Js 14,28 . (2) Js 22,25 . In Js komt mashshâ´ (profetie, godsspraak) 12X voor . In Js 1-39 : 10X , in Js 40-55 : 2X .

- maqm (plaats, verblijfplaats) . מַקוֹם = maqôm (plaats, verblijfplaats) . Taalgebruik in Tenakh : maqm (plaats, verblijfplaats) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , qoph = 19 of 100 , waw = 6 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 186 (2 X 3 X 31) . Structuur : 4 - 1 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 6 .
- Gr. τοπος = topos (plaats) . Taalgebruik in het NT : topos (plaats) . Taalgebruik in de LXX : topos (plaats) . Taalgebruik in Mc : topos (plaats) . Een vorm van τοπος = topos in de LXX (613) , in het NT (95) . L. locus . F. place . N. plaats . E. place . D. Stätte .
- הַמַּקוֹם = hammâqôm (de plaats) < bepaald lidw. ha + מַקוֹם = maqôm (plaats, verblijfplaats) . Taalgebruik in Tenakh : maqôm (plaats, verblijfplaats) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , qoph = 19 of 100 , waw = 6 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 186 (2 X 3 X 31) . Structuur : 4 - 1 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 6 .Tenakh (114) . Pentateuch (51) . Eerdere Profeten (26) . Latere Profeten (21) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (14) .Gn (22) : (1) Gn 13,3 . (2) Gn 13,14 . (3) Gn 18,26 . (4) Gn 19,12 . (5) Gn 19,13 . (6) Gn 19,14 . (7) Gn 19,27 . (8) Gn 20,13 . (9) Gn 22,3 . (10) Gn 22,4 . (11) Gn 22,9 . (12) Gn 22,14 . (13) Gn 26,7 . (14) Gn 28,11 . (15) Gn 28,17 . (16) Gn 28,19 . (17) Gn 29,22 . (18) Gn 32,3 . (19) Gn 32,31 . (20) Gn 33,17 . (21) Gn 35,15 . (22) Gn 38,22 . Dt (8) : (1) Dt 1,31 . (2) Dt 9,7 . (3) Dt 11,5 . (4) Dt 11,24 . (5) Dt 12,3 . (6) Dt 12,5 . (7) Dt 12,11 . (8) Dt 12,21 . (9) Dt 12,26 . (10) Dt 14,24 . (11) Dt 14,25 . (12) Dt 16,6 . (13) Dt 17,8 . (14) Dt 17,10 . (15) Dt 18,6 . (16) Dt 26,2 . (17) Dt 26,9 . (18) Dt 29,6 .
-- אֶת הַמַּקוֹם = ´èth hammâqôm (de plaats) . Tenakh (7) : (1) Gn 19,13 . (2) Gn 22,4 . (3) Rt 3,4 . (4) 1 S 26,5 . (5) 2 K 6,6 . (6) Jr 19,4 . (7) Jr 42,18 .
- bammâqôm (op de plaats) < voorzetsel bë + bepaald lidw. ha + OF bimêqôm (op de plaats van) < voorzetsel bë + stat. constr. van Tenakh (70) . Pentateuch (34) . Eerdere Profeten (8) . Latere Profeten (18) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (9) . Ps (2) : (1) Ps 24,3 . (2) Ps 44,20 . bimëqôm qâdësjô (op de plaats van zijn heiligheid) . Tenakh (2) : (1) Ezr 9,8 . (2) Ps 24,3 .


- מָשָׁה = mâsjâh (uittrekken)

- msjh (uittrekken) . מָשָׁה = mâsjâh (uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : msjh (uittrekken) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 ; totaal : 39 OF 345 . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 .

- act. qal imperat. 2de pers. vr. enk. מְשִׁי = mesjî (trek uit) van het werkw. מָשָׁה = mâsjâh (uittrekken) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjâh (uittrekken) .


- מָשַׁח = mâsjach (zalven)

- mâsjach (zalven) . act. qal perf. 3de pers. mann. enk. מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , chet = 8 ; totaal : 42 (6 X 7) OF 348 (2² X 3 X 29) . Structuur : 4 - 3 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenak (2) : (1) Nu 35,25 . (2) Js 61,1 . Heel wat woorden hebben de mem en sjin gemeenschappelijk : sj-m . שָׁם = sjâm (daar) OF שֵׁם = sjem (naam) . Taalgebruik in Tenakh : sjem (naam) , מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) , מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) , שֶּמֶן = sjèmèn (vet, olie, zalf) OF bijvoegl. naamw. (= sjamen , vr. = sjëmenâh = vet, dik, sterk) . Taalgebruik in Tenakh : sjèmèn (vet, olie, zalf) , שֶׁמֶשׁ = sjèmèsj (zon) < sjamsj . Taalgebruik in Tenakh : sjèmèsj (zon) .

- מָשִׁיחַ = mâsjîach (messias , gezalfde) . Zie het werkw. מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 248 (2³ X 31) . Structuur : 4 - 3 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . m-sj-j-ch . Tenakh (11) : (1) 1 S 24,7 . (2) 1 S 24,11 . (3) 1 S 26,16 . (4) 2 S 1,14 . (5) 2 S 1,16 . (6) 2 S 1,21 . (7) 2 S 19,22 . (8) 2 S 23,1 . (9) Kl 4,20 . (10) Da 9,25 . (11) Da 9,26 . Getalwaarde van מָשִׁיחַ = mâsjîach (messias , gezalfde) : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , jod = 10 , chet = 8 ; totaal : 52 (2 X 26) OF 358 (2 X 179) . Hoe de jod in de 2de lettergreeep verklaren ?
- תוֹרַת מָשִׁיחַ = thôrath mâsjîach (de wet van de messias , gezalfde) .Getalswaarde : 70 (7 X 10) OF 1006 (2 X 503) + 52 (2 X 26) OF 358 (2 X 179) = 122 OF 1364 . De som van deze twee getalswaarden (rangtalwoorden en hoofdtelwoorden) : 122 + 1364 = 1486 .

- מְשִׁיחוֹ = mësjîchô (zijn gezalfde) < zelfst. naamw. mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . Zie het werkw. מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 248 (2³ X 31) . Structuur : 4 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (7) : (1) 1 S 2,10 . (2) 1 S 12,3 . (3) 1 S 12,5 . (4) 1 S 16,6 . (5) Ps 2,2 . (6) Ps 20,7 . (7) Ps 28,8 .

- מִשְׁחָה = misjëchâh (zalving)

- וַיִּמְשַׁח

= wajjimësjach (en hij zalfde) < prefix wë consecutivum + act. qal imperf. 3de pers. enk. van het werkw. מָשַׁח = mâsjach (zalven) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjach (zalven) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal : 41 OF 248 (2³ X 31) . Structuur : 4 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (6) : (1) Lv 8,10 . (2) Lv 8,11 . (3) Lv 8,12 . (4) Nu 7,1 . (5) 1 S 16,13 . (6) 1 K 1,39 .

- אֹתוֹ וַיִּמְשַׁח = wajjimësjach ´othô (en hij zalfde hem / het) . Tenakh (3) : (1) Lv 8,12 . (2) Nu 7,1 . (3) 1 S 16,13 . In Nu 7,1 gaat het over de zalving van de sjekina , de woonst van God ; in Lv 8,12 over de zalving van Aäron tot hogepriester , in 1 S 16,13 over de zalving van David tot koning .


- masjëger (slot, gevangenis) . masjëger (slot, gevangenis) . Taalgebruik in Tenakh : masjëger (slot, gevangenis) . Zelfst. naamw. gevormd uit het werkw. sâgar (sluiten) . Taalgebruik in Tenakh : sâgar (sluiten) . Getalwaarde : samech = 15 of 60 , gimel = 3 , resj = 20 of 200 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 263 .Getalwaarde van masjëger (slot, gevangenis) ; mem = 13 of 40 ; totaal : 51 OF 303 . Tenakh (2) : (1) Js 42,7 . (2) Ps 142,8 .

- `egèl massekhâ (een kalf, een gegoten afgodsbeeld) . Tenakh (4) : (1) Ex 32,4 . (2) Ex 32,8 . (3) Dt 9,16 . (4) Neh 9,18 .


- מָשַׁל = mâsjal (heersen, macht hebben)

- mâsjal (heersen, macht hebben) . מָשַׁל = mâsjal (heersen, macht hebben) . Taalgebruik in Tenakh : msjal (heersen, macht hebben) .

- וְלִמְשֹׁל = wëlimësjol (en om te heersen) < prefix voegwoord wë + prefix voorzetsel lë + act. qal inf. construct. van het werkw. מָשַׁל = mâsjal (heersen, macht hebben) . Taalgebruik in Tenakh : mâsjal (heersen, macht hebben) .


- מָצָא = mâtsâ´ (vinden)

- mâtsâ´ (vinden) . מָצָא = mâtsâ´ (vinden) . Taalgebruik in Tenakh : mâtsâ´ (vinden) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 32 ( 2² X 2³) of 131 . Structuur : 4 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Een vorm van מָצָא = mâtsâ´ (vinden) in 403 verzen .

- act. qal perf. 2de pers. mann. enk. מָצָאתָ = mâtsâthâ (jij vondt) van het werkw. מָצָא = mâtsâ´ (vinden) . Taalgebruik in Tenakh : mâtsâ´ (vinden) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 32 ( 2² X 2³) of 131 . Structuur : 4 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (8) : (1) Gn 31,37 . (2) Ex 33,12 . (3) Ex 33,17 . (4) 1 S 29,8 . (5) 2 S 18,22 . (6) Js 57,10 . (7) Spr 24,14 . (8) Spr 25,16 .

- act. qal perf. 3de pers. mann. mv. מָצָאוּ / מָצְאוּ = mâtsâ´û / mâtsë´û (zij vonden) van het werkw. מָצָא = mâtsâ´ (vinden) . Taalgebruik in Tenakh : mâtsâ´ (vinden) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 32 ( 2² X 2³) of 131 . Structuur : 4 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (10) : (1) Ex 15,22 . (2) Ex 16,27 . (3) Joz 2,22 . (4) Re 21,14 . (5) 1 S 9,4 . (6) 2 S 17,20 . (7) 2 K 9,35 . (8) Ps 76,6 . (9) Neh 5,8 . (10) Ps 107,4 .

- וַיִּמְצָא = wajjimëtsâ´ (en hij vond) < prefix voegw. wa-consecutivum + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. מָצָא = mâtsâ´ (vinden) . Taalgebruik in Tenakh : mâtsâ´ (vinden) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 32 ( 2² X 2³) of 131 . Structuur : 4 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (23) . Pentateuch (4) : (1) Gn 26,12 . (2) Gn 30,14 . (3) Gn 39,4 . (4) Gn 44,12 . 5 . Een vorm van מָצָא = mâtsâ´ (vinden) in 403 verzen .

- וַיִּמְצָאָהּ = wajjimëtsâ´âh (en hij vond haar) < prefix voegw. wa-consecutivum + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. vr. enk. van het werkw. מָצָא = mâtsâ´ (vinden) . Taalgebruik in Tenakh : mâtsâ´ (vinden) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 32 ( 2² X 2³) of 131 . Structuur : 4 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (2) : (1) Gn 16,7 . (2) 1 Kr 20,2 . Een vorm van מָצָא = mâtsâ´ (vinden) in 403 verzen .

- וַיִּמְצְאוּ = wajjimëtsë´û (en zij vonden) < prefix verbindingswoord wa (consecutivum) + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. מָצָא = mâtsâ´ (vinden) . Taalgebruik in Tenakh : mâtsâ´ (vinden) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 32 ( 2² X 2³) of 131 . Structuur : 4 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (13) :

- וַיִּמְצְאוּ = wajjimëtsë´û (en zij vonden) < prefix verbindingswoord wa (consecutivum) + act. qal imperf. 3de pers. mann. mv. van het werkw. מָצָא = mâtsâ´ (vinden) . Taalgebruik in Tenakh : mâtsâ´ (vinden) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , aleph = 1 ; totaal : 32 ( 2² X 2³) of 131 . Structuur : 4 - 9 - 1 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (13) : (1) Gn 11,2 . (2) Gn 26,19 . (3) Nu 15,32 . (4) Re 1,5 . (5) Re 21,12 . (6) 1 S 30,11 . (7) 1 S 31,8 . (8) 1 K 1,3 . (9) Jr 41,12 . (10) Neh 8,14 . (11) 1 Kr 4,40 . (12) 1 Kr 10,8 . (13) 2 Kr 20,25 .

- εὑρες χαριν ( jij vondt genade) . NT = Lc (1) : Lc 1,30 .
- εὑρεν χαριν (hij vond genade) . NT = Hnd (1) : Hnd 7,46 .
- הֵן מָצָאתָ = mâtsâthâ hen (jij vondt genade) . Tenakh (2) : (1) Ex 33,12 . (2) Ex 33,17 .
- הֵן מָצָא = mâtsâ hen (hij vond genade) . Tenakh (3) : (1) Gn 6,8 . (2) 1 S 16,22 . (3) Jr 31,2 .


- matstsâh (ongezuurd brood, twist, strijd) . matstsâh (ongezuurd brood, twist, strijd) . Taalgebruik in Tenakh : matstsâh (ongezuurd brood, twist, strijd) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 135 (3³ X 5) . Structuur : 4 - 9 - 5 .
- wëmatstsâh (en strijd) < wë + Tenakh (1) Js 58,4 .

- matstsebhh (gewijde steen, obelisk, zuil, opgerichte steen) . matstsebhâh (gewijde steen, obelisk, zuil, opgerichte steen) . Taalgebruik in Tenakh : matstsebhh (gewijde steen, obelisk, zuil, opgerichte steen) . getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , beth = 2 , he = 5 ; totaal : 38 (2 X 19) OF 137 (priemgetal) . Structuur : 4 - 9 - 2 - 5 . Tenakh (11) : (1) Gn 28,18 . (2) Gn 28,22 . (3) Gn 31,13 . (4) Gn 31,45 . (5) Gn 35,14 . (6) Gn 35,20 . (7) Ex 24,4 . (8) Dt 16,22 . (9) 2 S 23,36 . (10) Hos 3,4 . (11) Zach 9,8 .
- ûmatstsebhothâm (en hun zuilen) < wë + zelfst. naamw. vr. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . Tenakh (1) : Dt 7,5 .

 

- mâtâr (regen) . mâtâr (regen) . Taalgebruik in Tenakh : mâtâr (regen) . Status constructus mëtar . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tet = 9 , resj = 20 of 200 ; totaal : 42 (2 X 3 X 7) OF 249 (3 X 83) . Tenakh (19) : (1) Dt 11,14 . (2) Dt 11,17 . (3) Dt 28,12 . (4) Dt 28,24 . (5) 2 S 1,21 . (6) 1 K 8,35 . (7) 1 K 8,36 . (8) 1 K 18,1 . (9) Js 5,6 . (10) Js 30,23 . (11) Zach 10,1 . (12) Ps 147,8 . (13) Spr 28,3 . (14) Job 5,10 . (15) Job 36,27 . (16) Job 37,6 . (17) 2 Kr 6,26 . (18) 2 Kr 6,27 . (19) 2 Kr 7,3 .
- ûmâtâr (en de regen) . In vijf verzen in de bijbel : (5) Zach 10,1 .
- mtr . Nifal : door regen besproeid worden . Hifil : doen regenen .

- matth (stok, staf) . mattèh / matteh (stok, staf) . Taalgebruik in Tenakh : matth (stok, staf) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tedt = 9 , he = 5 ; totaal : 27 (3³) OF 54 (2 X 3³) . Structuur : 4 - 9 - 5 . Tenakh (75) . Pentateuch (34) . Eerdere Profeten (16) . Latere Profeten (12) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (11) .
- bammattèh (met de staf) < voorzetsel bë + bepaald lidw. he + zelfst. naamw. Tenakh (4) : (1) Ex 7,17 . (2) Ex 7,20 . (3) 1 S 19,15 . (4) Js 28,27 .
- hammatteh (de staf, de stok) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. Tenakh (24) . Pentateuch (10) . Eerdere Profeten (11) . Latere Profeten (1) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (2) .

- mazzlth (planeten, sterrenbeelden) . mazzâlôth (planeten, sterrenbeelden) . Taalgebruik in Tenakh : mazzlth (planeten, sterrenbeelden) .
- wëlammazzâzôth (en aan de planeten) < wë + lë + bepaald lidw. ha + Tenakh (1) : 2 K 23,5 .


- מֵאָה = me´âh (honderd)

- meh (honderd) . מֵאָה = me´âh (honderd) , zie 100 . Taalgebruik in Tenakh : meh (honderd) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 19 , zie 19 , of 46 (2 X 23) , zie 46 . Structuur : 4 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (98) . Pentateuch (15) . Eerdere Profeten (17) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (54) . Gn (6) : (1) Gn 6,3 . (2) Gn 17,17 . (3) Gn 23,1 . (4) Gn 26,12 . (5) Gn 50,22 . (6) Gn 50,26 . Re (2) : (1) Re 2,8 . (2) Re 8,10 .
- Grieks . ἑκατον = hekaton (honderd) , zie 100 . Taalgebruik in het NT : hekaton (honderd) . Taalgebruik in de LXX : hekaton (honderd) . Bijbel (211) . OT (194) . Gn (29) . NT (17) : (1) Mt 13,8 . (2) Mt 13,23 . (3) Mt 18,12 . (4) Mt 18,28 . (5) Mc 4,8 . (6) Mc 4,20 . (7) Mc 6,40 . (8) Lc 15,4 . (9) Lc 16,6 . (10) Lc 16,7 . (11) Joh 19,39 . (12) Joh 21,11 . (13) Hnd 1,15 . (14) Apk 7,4 . (15) Apk 14,1 . (16) Apk 14,3 . (17) Apk 21,17 . ἑκατον = hekaton (honderd, 100) .
- Latijn . centum (honderd, 100) . Bijbel (193) . OT (177) , NT (16) . Gn (20) .
- Ned. : honderd . Aramees : מְאָה = mëâh (honderd, 100) . Arabisch : مِئَة OF مِائَة = mija of miaja (honderd, 100) . D. : hundert . E. : hundred . Fr. : cent . Grieks : ἑκατον = hekaton (honderd, 100) . Hebreeuws : מֵאָה = me´âh (honderd) . Taalgebruik in Tenakh : me´âh (honderd) . Latijn : centum (honderd, 100) .

- בֶּן מֵאָה = ben me´ah (100 'jaar' oud) . Tenakh (7) : (1) Gn 50,26 . (2) Dt 31,2 . (3) Dt 34,7 . (4) Joz 24,29 . (5) Re 2,8 . (6) 2 Kr 24,15 . (7) Js 65,20 .
- וּמְאַת = ûm´ath (en honderd) < prefix verbindingswoord wë + telwoord vr. enk. stat. constr. Tenakh (22) : (1) Gn 5,3 . (2) Gn 5,6 . (3) Gn 5,18 . (4) Gn 5,25 . (5) Gn 5,28 . (6) Gn 7,24 . (7) Gn 8,3 . (8) Gn 11,25 . (9) Gn 47,9 . (10) Gn 47,28 . (11) Ex 6,16 . (12) Ex 6,18 . (13) Ex 6,20 . (14) Lv 16,5 . (15) Nu 31,52 . (16) Nu 33,39 . (17) Nu 35,8 . (18) Joz 22,32 . (19) Zach 6,10 . (20) Rt 4,5 . (21) Est 1,4 . (22) Neh 5,11 .
- וּמְאַת שָׁנָה = ûmë´ath sjânâh (en honderd jaar, en 100 jaar) . Tenakh (12) : (1) Gn 5,3 . (2) Gn 5,6 . (3) Gn 5,18 . (4) Gn 5,25 . (5) Gn 5,28 . (6) Gn 11,25 . (7) Gn 47,9 . (8) Gn 47,28 . (9) Ex 6,16 . (10) Ex 6,18 . (11) Ex 6,20 . (12) Nu 33,39 .

- מֵאָה שָׁנָה = me´âh sjânâh (honderd jaar) . Tenakh (3) : (1) Gn 17,17 . (2) Gn 23,1 . (3) Js 65,20 (2X) . In Gn 17,17 lacht Abraham om de aankondiging van zoon Isaak , in Gn 23,1 weent Abraham om de dood van zijn vrouw Sara .

- vr. mv. מֵאוֹת = me´ôth (honderden) . Zie : מֵאָה = me´âh (honderd) . Taalgebruik in Tenakh : me´âh (honderd) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , aleph = 1 , he = 5 ; totaal : 19 of 46 (2 X 23) . Structuur : 4 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (278) . Pentateuch (101) . Eerdere Profeten (59) . Latere Profeten (14) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (104) . Gn (33) . Gn 5 (17) : (1) Gn 5,5 . (2) Gn 5,7 . (3) Gn 5,8 . (4) Gn 5,10 . (5) Gn 5,11 . (6) Gn 5,13 . (7) Gn 5,14 . (8) Gn 5,16 . (9) Gn 5,17 . (10) Gn 5,19 . (11) Gn 5,20 . (12) Gn 5,22 . (13) Gn 5,23 . (14) Gn 5,26 . (15) Gn 5,27 . (16) Gn 5,31 . (17) Gn 5,32 . Ex (12) : (1) Ex 12,37 . (2) Ex 12,40 . (3) Ex 12,41 . (4) Ex 14,7 . (5) Ex 18,21 . (6) Ex 18,25 . (7) Ex 30,23 . (8) Ex 30,24 . (9) Ex 38,24 . (10) Ex 38,25 . (11) Ex 38,26 . (12) Ex 38,29 .
- Grieks . ἑκατον = hekaton (honderd, 100) . Bijbel (211) . OT (194) . NT (17) . Gn (29) .
- Ned. : honderd . Aramees : מְאָה = mëâh (honderd, 100) . Arabisch : مِئَة OF مِائَة = mija of miaja (honderd, 100) . D. : hundert . E. : hundred . Fr. : cent . Grieks : ἑκατον = hekaton (honderd, 100) . Hebreeuws : מֵאָה = me´âh (honderd) . Taalgebruik in Tenakh : me´âh (honderd) . Latijn : centum (honderd, 100) . Bijbel (193) . OT (177) , NT (16) . Gn (20) .

- מֵאוֹת שָׁנָה = me´ôth sjânâh (honderd jaar, 100 jaar) . Tenakh (31) : (1) Gn 5,5 . (2) Gn 5,7 . (3) Gn 5,8 . (4) Gn 5,10 . (5) Gn 5,11 . (6) Gn 5,13 . (7) Gn 5,14 . (8) Gn 5,16 . (9) Gn 5,17 . (10) Gn 5,19 . (11) Gn 5,20 . (12) Gn 5,22 . (13) Gn 5,23 . (14) Gn 5,26 . (15) Gn 5,27 . (16) Gn 5,31 . (17) Gn 5,32 . (18) Gn 7,6 . (19) Gn 7,11 . (20) Gn 8,13 . (21) Gn 9,28 . (22) Gn 9,29 . (23) Gn 11,11 . (24) Gn 11,13 . (25) Gn 11,15 . (26) Gn 11,17 . (27) Gn 15,13 . (28) Ex 12,40 . (29) Ex 12,41 . (30) Re 11,26 . (31) 1 K 6,1 .


- m`rh (grot, hol spelonk) . מְעָרָה = më`ârâh (grot, hol spelonk) . Taalgebruik in Tenakh : m`rh (grot, hol spelonk) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 , resj = 20 of 200 , he = 5 ; totaal : 54 (2 X 3³) OF 315 (3² X 5 X 7) . Structuur : 4 - 7 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (1) : 1 S 24,4 .
- הַמְּעָרָה = hammë`ârâh (de grot, hol spelonk) .

- m`l (bovenkleed, mantel) . מְעִיל = më`îl (bovenkleed, mantel) . Taalgebruik in Tenakh : m`l (bovenkleed, mantel) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 150 (2 X 3 X 5²) . Structuur : 4 - 7 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 .
- הַמְּעִיל = hammë`îl (het bovenkleed) < prefix bepaald lidw. ha + zelfst. naamw. מְעִיל = më`îl (bovenkleed, mantel) . Taalgebruik in Tenakh : më`îl (bovenkleed, mantel) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , ajin = 16 of 70 , jod = 10 , lamed = 12 of 30 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 150 (2 X 3 X 5²) . Structuur : 4 - 7 - 1 - 3 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (5) : (1) Ex 28,34 . (2) Ex 39,23 . (3) Lv 8,7 . (4) 1 S 18,4 . (5) 1 S 24,5 .

- mèlèkh (koning) . מֶלֶך = mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenakh : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (816) . Pentateuch (58) . Eerdere Profeten (345) . Latere Profeten (188) . 12 Kleine Profeten (22) . Geschriften (203) . Joz (37) . Re (22) . 1 S (29) . 2 S (18) . 1 K (82) . 2 K (157) . Ex (13) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,15 . (3) Ex 1,17 . (4) Ex 1,18 . (5) Ex 2,23 . (6) Ex 3,18 . (7) Ex 3,19 . (8) Ex 5,4 . (9) Ex 6,11 . (10) Ex 6,13 . (11) Ex 6,27 . (12) Ex 6,29 . (13) Ex 14,8 . Re (22) : (1) Re 3,8 . (2) Re 3,10 . (3) Re 3,12 . (4) Re 3,14 . (5) Re 3,15 . (6) Re 3,17 . (7) Re 4,2 . (8) Re 4,17 . (9) Re 4,23 . (10) Re 4,24 . (11) Re 9,8 . (12) Re 9,14 . (13) Re 11,12 . (14) Re 11,13 . (15) Re 11,14 . (16) Re 11,17 . (17) Re 11,19 . (18) Re 11,25 . (19) Re 11,28 . (20) Re 17,6 . (21) Re 18,1 . (22) Re 21,25 . Dt (17) : (1) Dt 1,4 . (2) Dt 2,24 . (3) Dt 2,26 . (4) Dt 2,30 . (5) Dt 3,1 . (6) Dt 3,2 . (7) Dt 3,3 . (8) Dt 3,6 . (9) Dt 3,11 . (10) Dt 4,46 . (11) Dt 4,47 . (12) Dt 7,8 . (13) Dt 11,3 . (14) Dt 17,14 . (15) Dt 17,15 . (16) Dt 29,6 . (17) Dt 33,5 . Js (37) . Js 1-39 (34) . Js 40-55 (3) . Vanaf Js 7,1 . Js 7 (3) : (1) Js 7,1 . (2) Js 7,6 . (3) Js 7,17 . Js 38 (2) : (1) Js 38,6 . (2) Js 38,9 .
- הַמֶּלֶךְ = hammèlèkh (de koning) < prefix bepaald lidw. + zelfst. naamw. מֶלֶך = mèlèkh (koning) . Taalgebruik in Tenakh : mèlèkh (koning) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , lamed = 12 of 30 , kaph = 11 of 20 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 3 - 2 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (819) . Pentateuch (6) . Eerdere Profeten (422) . Latere Profeten (67) . 12 Kleine Profeten (9) . Geschriften (315) . 2 K (91) . 2 K 23 (8) : (1) 2 K 23,1 . (2) 2 K 23,2 . (3) 2 K 23,3 . (4) 2 K 23,4 . (5) 2 K 23,12 . (6) 2 K 23,13 . (7) 2 K 23,21 . (8) 2 K 23,29 . Js (13) : (1) Js 6,1 . (2) Js 6,5 . (3) Js 14,28 . (4) Js 36,2 . (5) Js 36,4 . (6) Js 36,8 . (7) Js 36,13 . (8) Js 36,14 . (9) Js 36,16 . (10) Js 36,21 . (11) Js 37,1 . (12) Js 37,5 . (13) Js 39,3 .
- mèlèkh ´ärâm (koning van Aram) . Tenakh (36) . 2 K (22) : (1) 2 K 5,1 . (2) 2 K 5,5 . (3) 2 K 6,11 . (4) 2 K 6,24 . (5) 2 K 8,7 . (6) 2 K 8,9 . (7) 2 K 8,13 . (8) 2 K 8,28 . (9) 2 K 8,29 . (10) 2 K 9,14 . (11) 2 K 9,15 . (12) 2 K 12,18 . (13) 2 K 12,19 . (14) 2 K 13,3 . (15) 2 K 13,4 . (16) 2 K 13,7 . (17) 2 K 13,22 . (18) 2 K 13,24 . (19) 2 K 15,37 . (20) 2 K 16,5 . (21) 2 K 16,6 . (22) 2 K 16,7 . Js (1) Js 7,1 .
- mèlèkh ´asjsjûr (koning van Assur) . Tenakh (21) : (1) Js 7,17 . (2) Js 8,4 . (3) Js 8,7 . (4) Js 10,12 . (5) Js 20,1 . (6) Js 20,4 . (7) Js 20,6 . (8) Js 36,1 . (9) Js 36,2 . (10) Js 37,4 . (11) Js 36,13 . (12) 36,15 . (13) Js 36,18 . (14) Js 37,4 . (15) Js 37,6 . (16) Js 37,8 . (17) Js 37,10 . (18) Js 37,21 . (19) Js 37,33 . (20) Js 37,37 . (21) Js 38,6 .
- ´èl chizëqijjâhû (tot Hizkia) . Tenakh (20) : (1) 2 K 18,19 . (2) 2 K 18,31 . (3) 2 K 18,32 . (4) 2 K 18,37 . (5) 2 K 19,9 . (6) 2 K 19,10 . (7) 2 K 19,20 . (8) 2 K 20,5 . (9) 2 K 20,12 . (10) 2 K 20,16 . (11) 2 Kr 29,18 . (12) Js 36,4 . (13) Js 36,16 . (14) Js 36,22 . (15) Js 37,9 . (16) Js 37,10 . (17) Js 37,21 . (18) Js 38,5 . (19) Js 39,1 . (20) Js 39,5 .
- hammèlèkh chizëqijjâhû (koning Hizkia) . Tenakh (8) :
- mèlèkh jëhûdâh (koning van Juda) . Tenakh (149) . Js (3) : (1) Js 7,1 . (2) Js 37,10 . (3) Js 38,9 .
- mèlèkh
- malëkhe(j) (koningen van) . Stat. constr. mann. mv. . Tenakh (7) : (1) Js 1,1 . (2) Js 14,9 . (3) Js 14,18 . (4) Js 19,11 . (5) Js 24,21 . (6) Js 37,11 . (7) Js 37,18 -- malëkhe(j) jëhûdâh (koningen van Juda) . Tenakh (20) . Js (1) : Js 1,1 .
Bibliografie
- De rol 'koning' in het boek Jesaja , in : VAN WIERINGEN Archibald , Jesaja , 's-Hertogenbosch , Katholiek Bijbelstichting ; Leuven , Vlaamse Bijbelstichting , 2009 . (Belichting van het bijbelboek) , blz. 108-119 .

- mnasjsjh (Manasse) . מְנַשֶּׁה = mënasjsjèh (Manasse) . Taalgebruik in Tenakh : mnasjsjh (Manasse) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , nun = 14 of 50 , sjin = 21 of 300 , he = 5 ; totaal : 53 (priemgetal) OF 395 (5 X 79) . Structuur : 4 - 5 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 8 . Manasse is de oudste zoon van Jozef , de zoon van Jakob . Tenakh (103) . Pentateuch (28) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (4) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (29) . Gn (8) : (1) Gn 41,51 . (2) Gn 46,20 . (3) Gn 48,1 . (4) Gn 48,13 . (5) Gn 48,14 . (6) Gn 48,17 . (7) Gn 48,20 . (8) Gn 50,23 . Nu (18) : (1) Nu 1,34 . (2) Nu 1,35 . (3) Nu 2,20 . (4) Nu 7,54 . (5) Nu 10,23 . (6) Nu 13,11 . (7) Nu 26,28 . (8) Nu 26,29 . (9) Nu 26,34 . (10) Nu 27,1 . (11) Nu 32,33 . (12) Nu 32,39 . (13) Nu 32,40 . (14) Nu 32,41 . (15) Nu 34,14 . (16) Nu 34,23 . (17) Nu 36,1 . (18) Nu 36,12 . Manasse , koning van Juda . 2 K (11) : Js (1) : Js 9,20 .
- bèn mënasjsjèh (zoon van Manasse) . tenakh (12) : (1) Gn 50,23 . (2) Nu 27,1 . (3) Nu 32,39 . (4) Nu 32,40 . (5) Nu 32,41 . (6) Nu 36,1 . (7) . (8) . (9) . (10) . (11) . (12) .
- ´èphëraîm ûmënasjsjèh (Efraïm en Manasse) . Tenakh (5) : (4) Gn 48,5 . (2) Dt 34,2 . (3) 1 Kr 9,3 . (4) 2 Kr 30,1 . (5) 2 Kr 30,10 .
- ´èth mënasjsjèh (Manasse) . Tenakh (4) : (1) Gn 46,20 . (2) Gn 48,1 . (3) 2 Kr 33,11 . (4) Js 9,20 .
- mënasjsjèh wë´èphëraîm (Manasse en Efraïm) Tenakh (3) : (1) Nu 26,28 . (2) Joz 14,4 . (3) Joz 16,4 .


- mod (hevigheid, kracht, vermogen) . מְאֹד = më´od (hevigheid, kracht, vermogen) . Taalgebruik in Tenakh : mod (hevigheid, kracht, vermogen) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , aleph = 1 , daleth = 4 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 45 (3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 .

- מְאֹדֶך? = më´odèkhâ (jouw kracht) < zelfst. naamw. + suffix bezitt. voornaamw. 2de pers. enk. . Zie : מְאדֹ = më´od (hevigheid, kracht, vermogen) . Taalgebruik in Tenakh : më´od (hevigheid, kracht, vermogen) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , aleph = 1 , daleth = 4 ; totaal : 18 (2 X 3²) OF 45 (3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (1) : Dt 6,5 .

- mërî´ (gemest vee) . mërî´ (gemest vee) . Taalgebruik in Tenakh : mërî´ (gemest vee) . Getalwaarde : mem = 14 of 50 , resj = 20 of 200 , jod = 10 , aleph = 1 ; totaal : 45 (3² X 5) OF 261 . Structuur : 5 - 2 - 1 - 1 . mann. mv. mërî´îm (gemest vee) van het zelfst. naamw. Tenakh (1) : Js 1,11 .
- mërî´e(j)khèm (jullie gemest vee) < mann. mv. stat. constr. + suffix 2de pers. mann. mv. van het zelfst. naamw. . Tenakh (1) : Am 5,22 .

Methûsjâlach (Metuselach) . Methüsjâlach (Metuselach) . Taalgebruik in Tenakh : Methüsjâlach (Metuselach) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 ; taw = 22 of 400 ; waw = 6 ; sjin = 21 of 300 ; lamed = 12 of 30 ; chet = 8 ; totaal : 92 (2² X 23) of 784 (2² X 2² X 7² of 16 X 49) . Structuur : 4 - 4 - 6 - 3 - 3 - 8 . Tenakh (6) : (1) Gn 5,21 . (2) Gn 5,22 . (3) Gn 5,25 . (4) Gn 5,26 . (5) Gn 5,27 . (6) 1 Kr 1,3 .
17 : het gemeenschappelijk priemgetal bij de leeftijden van Metuselach (achtste in de reeks van de 10 generaties van Adam ; als achtste leeft hij lang). Metuselach wordt 969 jaar , de oudste van heel de bijbel . 969 is een spiegelgetal .
· De leeftijd waarop Metuselach Lamech verwekte : 187 = 17 x 11 (Gn 5,25) .
· De jaren van Metuselach na de verwekking van Lamech : 782 = 17 X 23 X 2 = 17 x 46 = 23 x 34 (Gn 5,26) .
· De totale leeftijd van Metuselach: 969 = 17 x 57 (11 + 46) = 17 X 19 X 3 (Gn 5,27) .


- מִי = mî (wie)

- mî (wie) . מִי = mî (wie) . Taalgebruik in Tenakh : mî (wie) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 4 - 1 . Spiegelbeeld van j-m / jâm (zee, meer, stroom) . Taalgebruik in Tenakh : jâm (zee, meer, stroom) . Getalwaarde : jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 23 OF 50 (2 X 5²) . Structuur : 1 - 4 . In de medeklinkers m-j-m zitten de woorden m-j (mî = wie) , j-m (jâm = zee) , m-j-m (water) ; in sjâmajim (hemel) zit het woord m-j-m (water) . Zie : majim (water) . Taalgebruik in Tenakh : majim (water) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 ; totaal : 36 (2² X 3²) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 1 - 4 . EN : sjâmajim / sjâmâjim (hemelen) . Taalgebruik in Tenakh : sjâmajim (hemelen) . Taalgebruik in Jesaja : sjamaîm (hemelen) . Getalwaarde : sjin = 21 of 300 , mem = 13 of 40 , jod = 10 , mem = 13 of 40 ; totaal : 57 (3 X 19) OF 390 (2 X 3 X 5 X 13 = 15 X 26) . Structuur : 3 - 4 - 1 - 4 . Tenakh (348) . Pentateuch (59) . Eerdere Profeten (70) . Latere Profeten (82) . 12 Kleine Profeten (17) . Geschriften (120) . Re (13) : (1) Re 1,1 . (2) Re 5,19 . (3) Re 6,29 . (4) Re 7,3 . (5) Re 9,28 . (6) Re 9,38 . (7) Re 10,18 . (8) Re 13,17 . (9) Re 15,6 . (10) Re 18,3 . (11) Re 20,18 . (12) Re 21,5 . (13) Re 21,8 . Js (52) . Js 1-39 (17) . Js 40-55 (30) . Js 56-66 (5) . Js 40 (6) : (1) Js 40,12 . (2) Js 40,13 . (3) Js 40,14 . (4) Js 40,18 . (5) Js 40,25 . (6) Js 40,26 . Ps (37) . Ps 113 (1) Ps 113,5 .
- מִי = mî (wie) < een woord met 1 medeklinker . De lange î is î gebleven omdat het een proclitisch woord is . Proclitisch wil zeggen dat een eenlettergrepig onbeklemtoond woord wordt gehecht aan het volgende (Lettinga(6) 13d) .
- Ned. : wie ? Arabisch : مَن = man (wie) . Taalgebruik in de Qoran : man (wie) . Aramees : מַן = man (wie?) . Hebreeuws : מִי = mî (wie) . Taalgebruik in Tenakh : mî (wie) .


- midbr (woestijn, woestenij) . midëbâr (woestijn, woestenij) . Taalgebruik in Tenakh : midbr (woestijn, woestenij) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , daleth = 4 , beth = 2 , res = 20 of 200 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 246 (2 X 3 X 41) . Structuur : 4 - 4 - 2 - 2 . erèmos (woestijn, eenzame plaats) . Taalgebruik in het NT : erèmos (woestijn) . Taalgebruik in de LXX : erèmos (woestijn) . heremiet < herèmitos : kluizenaar . désert < Latijnse de-sertus : verlaten ; serere , sertum : aaneenrijgen , aaneenschakelen . Fr. désert . Een vorm van erèmos (woestijn, eenzame plaats) in de LXX (386) , in het NT (47) . Tenakh (83) . Pentateuch (18) . Eerdere Profeten (17) . Latere Profeten (24) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (20) . Js (9) : (1) Js 16,8 . (2) Js 21,1 . (3) Js 32,15 . (4) Js 35,1 . (5) Js 41,18 . (6) Js 42,11 . (7) Js 50,2 . (8) Js 63,1 . (9) Js 64,9 . Een plaats is eenzaam om tot rust te komen . Een huis is verlaten nadat de bewoners zijn gevlucht , gestorven of gedood . Een weg is verlaten .


- midjn (Midjan) . מִדְיָן = midjân (Midjan) . Taalgebruik in Tenakh : midjn (Midjan) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , daled = 4 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 41 OF 104 (4 X 26) . Structuur : 4 - 4 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (52) . Pentateuch (14) : (1) Gn 25,2 (een persoonsnaam , de zoon van Abraham en Ketoura) . (2) Gn 25,4 . (3) Gn 36,35 . (4) Ex 2,15 . (5) Ex 2,16 . (6) Ex 3,1 . (7) Ex 18,1 .


- mîkhâh (Micha) . mîkhâh (Micha) . Taalgebruik in Tenakh : mîkhâh (Micha) . Taalgebruik in Micha : mîkhâh (Micha) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 , kaph = 11 of 20 , he = 5 ; totaal : 39 (3 X 13) OF 75 (3 X 5²) .


- מִכְתַּב / מִבְתָּב = mikhëthabh of mikhëthâbh (geschrift, gedicht, lied , brief)

- mikhëthabh (geschrift) . מִכְתַּב / מִבְתָּב = mikhëthabh of mikhëthâbh (geschrift, gedicht, lied , brief) . Taalgebruik in Tenakh : mikhëthabh (geschrift) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , kaph = 11 of 20 , thaw = 22 of 400 , beth = 2 ; totaal : 48 (2² X 2² X 3) OF 462 (2 X 3 X 7 X 11) . Structuur : 4 - 2 - 4 - 2 . Tenakh (4) : (1) Ex 32,16 . (2) Ex 39,30 . (3) Js 38,9 . (4) 2 Kr 21,12 . bëmikhëthabh (in een geschrift) . Tenakh (2) : (1) Ezr 1,1 . (2) 2 Kr 36,22 .


- millâh (woord) . מִלָּה = millâh (woord) . Taalgebruik in Tenakh : millh (woord) .


- milëchâmâh (strijd, oorlog) . milëchâmâh (strijd, oorlog) . Taalgebruik in Tenakh : milëchâmâh (strijd, oorlog) . Zie ook lâcham (strijden) . Taalgebruik in Tenakh : lâcham (strijden) . Tenakh (89) . Pentateuch (12) . Ex (5) : (1) Ex 1,10 . (2) Ex 13,17 . (3) Ex 15,3 . (4) Ex 17,16 . (5) Ex 32,17 .


- mn (soort, aard) . מִין= mîn (soort, aard) . Taalgebruik in Tenakh : mn (soort, aard) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 37 OF 100 . Structuur : 4 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 .

- לְמִינוֹ = lëmînô (naar zijn soort) < prefix lë + zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . Zie : מִין= mîn (soort, aard) . Taalgebruik in Tenakh : mîn (soort, aard) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 37 OF 100 . Structuur : 4 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (4) : (1) Gn 1,11 .(2) Lv 11,15 . (3) Lv 11,22 . (4) Dt 14,14 .

- - לְמִינֵהוּ = lëmînô (naar zijn soort) < prefix lë + zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . Zie : מִין= mîn (soort, aard) . Taalgebruik in Tenakh : mîn (soort, aard) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , jod = 10 , nun = 14 of 50 ; totaal : 37 OF 100 . Structuur : 4 - 1 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh


- min (uit) . מִן = min (uit) . Taalgebruik in Tenakh : min (uit) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , nun = 14 of 50 ; totaal : 27 (3³) OF 90 (2 X 3² X 5) . Structuur : 4 - 5 . De som van de elementen is telkens 9 . Tenakh (645) . Pentateuch (195) . Eerdere Profeten (146) . Latere Profeten (62) . 12 Kleine Profeten (21) . Geschriften (221) . 1 S (14) : (1) 1 S 1,1 . (2) 1 S 2,20 . (3) 1 S 4,16 . (4) 1 S 7,11 . (5) 1 S 9,5 . (6) 1 S 11,5 . (7) 1 S 13,15 . (8) 1 S 14,11 . (9) 1 S 17,40 . (10) 1 S 17,50 . (11) 1 S 24,9 . (12) 1 S 28,9 . (13) 1 S 28,13 . (14) 1 S 30,19 .


- מִין = mîn (soort, aard

- mn (soort, aard) . מִין = mîn (soort, aard) . Taalgebruik in Tenakh : mn (soort, aard) .

- לְמִינָהּ = lëmînâh (naar zijn soort) < prefix voorzetsel lë + zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 3de pers. vr. enk. . Zie het zelfst. naamw. מִין = mîn (soort, aard) . Taalgebruik in Tenakh : mîn (soort, aard) . Tenakh (9) : (1) Gn 1,24 . (2) Gn 1,25 . (3) Gn 6,20 . (4) Gn 7,14 . (5) Lv 11,14 . (6) Lv 11,19 . (7) Dt 14,13 . (8) Dt 14,18 . (9) Ez 47,10 .


- minëchâh (geschenk, offer, spijsoffer) . minëchâh (geschenk, offer, spijsoffer) . Taalgebruik in Tenakh : minëchâh (geschenk, offer, spijsoffer) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , nun = 14 of 50 , chet = 8 , he = 5 ; totaal : 40 OF 103 . Structuur : 4 - 5 - 8 - 5 . Tenakh (54) . Pentateuch (22) . Js (3) : (1) Js 57,6 . (2) Js 66,3 . (3) Js 66,20 .
- ûminëchote(j)khèm (en jullie spijsoffers) < prefix verbindingswoord wë + vorm van het zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 2de pers. mann. mv. . Zelfst. naamw. Tenakh (1) : Am 5,22 .


- מִרַיָם = mirajâm (Miriam)

- mirëjâm (Miriam) . מִרְיָם / מִרַיָם = mirëjâm / mirajâm (Miriam) . Taalgebruik in Tenakh : mirajm (Miriam) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 56 (2³ X 7) OF 290 (2 X 5 X 29) . Structuur : 4 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (8) : (1) Ex 15,20 . (2) Ex 15,21 . (3) Nu 12,1 . (4) Nu 12,4 . (5) Nu 12,10 . (6) Nu 12,15 . (7) Nu 20,1 . (8) Nu 26,59 .
- Volkse etymologie : mârâh (bitter) en jâm (zee) ; bitter is de zee .


- misjëkan (woning, tent) . מִשְׁכָּן = misjëkan (woning, tent) . Taalgebruik in Tenakh : misjëkan (woning, tent) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , kaph = 11 of 20 , nun = 14 of 50 ; totaal : 59 (priemgetal) OF 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 4 - 3 - 2 - 5 . De som van de elementen is telkens 5 . m-s-k-n . Tenakh (24) . Pentateuch (15) . Ex (5) : (1) . (2) . (3) . (4) . (5) .
- Bepaald lidwoord ha + zelfstandig naamwoord : הַמִּשְׁכָּן = hammisjëkân (de woning, tent) . מִשְׁכָּן = misjëkan (woning, tent) . Taalgebruik in Tenakh : misjëkan (woning, tent) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , kaph = 11 of 20 , nun = 14 of 50 ; totaal : 59 (priemgetal) OF 410 (2 X 5 X 41) . Structuur : 4 - 3 - 2 - 5 . Tenakh (70) . Pentateuch (69) + 1 Kr 23, 26 . Ex (43) . Ex 40 (11) : (1) Ex 40,9 . (2) Ex 40,17 . (3) Ex 40,18 . (4) Ex 40,19 . (5) Ex 40,21 . (6) Ex 40,22 . (7) Ex 40,24 . In vier verzen in Ex 40,34-38 : (1) Ex 40,34 . (2) Ex 40,35 . (3) Ex 40,36 . (4) Ex 40,38 . מוֹעַד אֹהֶל = ´ohèl mô`ed = de tent van de samenkomst komt voor in 1) Ex 40,34 . (2) Ex 40,35 . Samen : zeven . Lv (1) : Lv 8,10 .

- ´èth hammisjëkân (de woning, de tent) . Tenakh (14) : (1) Ex 26,30 . (2) Ex 35,11 . (3) Ex 36,8 . (4) Ex 39,33 . (5) Ex 40,9 . (6) Ex 40,18 . (7) Ex 40,34 . (8) Ex 40,35 . (9) Lv 8,20 . (10) Nu 1,50 . (11) Nu 7,1 . (12) Nu 9,15 . (13) Nu 10,21 . (14) 1 Kr 23, 26 .
- ûkhëbhôd JHWH (en de heerlijkheid van JHWH) mâle´ ´èth hammisjëkân (vulde de woning, de tent) . Tenakh (2) : (1) Ex 40,34 . (2) Ex 40,35 .
-- ûkhëbhôd JHWH (en de heerlijkheid van JHWH) mâle´ ´èth habbâjith (vulde het huis) . Tenakh (1) : 2 Kr 7,1 .


- מִשְׁפַּחְָה = misjëpâchâh (geslacht, stam)

- misjpchh (geslacht, stam) . מִשְׁפַּחְָה = misjëpâchâh (geslacht, stam) . Taalgebruik in Tenakh : misjpchh (geslacht, stam) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , pe = 17 of 80 , chet = 8 , he = 5 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 433 (priemgetal) . Strructuur : 4 - 3 -8 - 8 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 .

- מִשְׁפַּחְתּוֹ = misjëpachëthô (zijn stam) : zelfst. naamw. stat. constr. vr. enk. + suffix bezitt. voornaamw. 3de pers. mann. enk. . Zie het zelfst. naamw. מִשְׁפַּחְתָה = misjëpâchâh (geslacht, stam) . Taalgebruik in Tenakh : misjëpâchâh (geslacht, stam) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , pe = 17 of 80 , chet = 8 , he = 5 ; totaal : 64 (2³ X 2³) OF 433 (priemgetal) . Strructuur : 4 - 3 -8 - 8 - 5 . De som van de elementen is telkens 1 . Tenakh (4) : (1) Lv 25,10 . (2) Lv 25,41 . (3) Nu 27,4 . (4) Re 1,25 .

- lëmisjëpëchothâm (volgens hun stammen) < lë + zelfst. naamw. vr. mv. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. mv. . Tenakh (72) . Pentateuch (48) . Eerdere Profeten (24) . Latere Profeten (0) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (0) . Nu (42) . Nu 26 (15) : (1) Nu 26,12 . (2) Nu 26,15 . (3) Nu 26,20 . (4) Nu 26,23 . (5) Nu 26,26 . (6) Nu 26,28 . (7) Nu 26,35 . (8) Nu 26,37 . (9) Nu 26,38 . (10) Nu 26,41 . (11) Nu 26,42 . (12) Nu 26,44 . (13) Nu 26,48 . (14) Nu 26,50 . (15) Nu 26,57 .



- misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Tenakh : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Taalgebruik in Jesaja : misjëpât (rechtzaak, vonnis, oordeel) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , pe = 17 of 80 ; totaal : 51 (3 X 17) OF 420 (2² X 3 X 5 X 7) . Structuur : 4 - 3 - 8 . misjephât (recht) . Tenakh (132) . Pentateuch (18) . Eerdere Profeten (14) . Latere Profeten (50) . 12 Kleine Profeten (10) . Geschriften (40) . Eerdere Profeten (14) : (1) Re 13,12 . (2) 1 S 8,3 . (3) 1 S 8,9 . (4) 1 S 8,11 . (5) 1 S 10,25 . (6) 2 S 8,15 . (7) 1 K 3,11 . (8) 1 K 3,28 . (9) 1 K 8,59 . (10) 1 K 10,9 . (11) 2 K 1,7 . (12) 2 K 17,26 . (13) 2 K 17,27 . (14) 2 K 25,6 . 12 kl. Prof. (10) : (1) Hos 5,11 . (2) Hos 10,4 . (3) Am 5,7 . (4) Am 5,15 . (5) Am 5,24 . (6) Am 6,12 . (7) Mi 3,9 . (8) Mi 6,8 . (9) Hab 1,4 . (10) Zach 7,9 . ûmisjephât (en recht) . Tenakh (29) . Pentateuch (3) . Eerdere Profeten (4) . Latere Profeten (5) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (14) . Eerdere Profeten (4) : (1) Joz 24,25 . (2) 1 S 2,13 . (3) 2 S 15,4 . (4) 1 K 8,59 . 12 kl. Prof. (3) : (1) Hos 12,7 . (2) Mi 3,8 . (3) Zach 8,16 .
- zelfst. naamw. stat. constr. mann. mv. + suffix pers. voornaamw. 2de pers. vr. enk. misjëpâtajikh van het zelfst. naamw. Tenakh (1) Sef 3,15 .
- misjëpât (recht) ûtsëdâqâh (en rechtvaardigheid) . Tenakh (22) . (1) 2 S 8,15 . (2) 1 K 10,9 . (3) 1 Kr 18,14 . (4) 2 Kr 9,9 . (5) Ps 99,4 . (6) Js 32,16 . (7) Js 33,5. (8) Js 59,14 . (9) Jr 9,23 . (10) Jr 22,3 . (11) Jr 22,15 . (12) Jr 23,5 . (13) Jr 33,15 . (14) Ez 18,5 . (15) Ez 18,19 . (16) Ez 18,21 . (17) Ez 18,27 . (18) Ez 33,14 . (19) Ez 33,16 . (20) Ez 33,19 . 12 kl. Prof. : (1) Am 5,7 . (2) Am 5,24 .
Bibliografie : Koot A. e. a. , Nader om te horen . Bijbelkatechese . a. Serie 1 . De Wet - Torah . Hilversum , Gooi en Sticht , 1981 , p.306 .


- מִצְרָיִם / מִצְרַיִם = mitsërajim / mitsërâjim (Egypte)

- mitsërâjim (Egypte) . מִצְרָיִם / מִצְרַיִם = mitsërajim / mitsërâjim (Egypte) . Taalgebruik in Tenakh : mitsërajim (Egypte) . Taalgebruik in Ex : mitsërajim (Egypte) . Taalgebruik in Js : mitsërajim (Egypte) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 4 - 9 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (434) . Pentateuch (219) . Eerdere Profeten (42) . Latere Profeten (123) . 12 Kleine Profeten (23) . Geschriften (27) . Gn (49) : (1) Gn 13,10 . (2) Gn 15,18 . Ex (119) . Ex 1 (5) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 1,13 . (3) Ex 1,15 . (4) Ex 1,17 . (5) Ex 1,18 . Ex 12 (13) : (1) Ex 12,1 . (2) Ex 12,12 . (3) Ex 12,13 . (4) Ex 12,17 . (5) Ex 12,23 . (6) Ex 12,27 . (7) Ex 12,29 . (8) Ex 12,30 . (9) Ex 12,33 . (10) Ex 12,36 . (11) Ex 12,41 . (12) Ex 12,42 . (13) Ex 12,51 . Ex 32 (7) : (1) Ex 32,1 . (2) Ex 32,4 . (3) Ex 32,7 . (4) Ex 32,8 . (5) Ex 32,11 . (6) Ex 32,12 . (7) Ex 32,23 .
- Grieks . αιγυπτοç . Latijn : Aegyptus . Ned. Egypte . Fr. 'Egypte . E. Egypt . D. Ägypten . Aramees : מִצְרַיִם (mitsrajim = Egypte) . Arabisch : مِصْرُ = (misr = Egypte) .

- בְּמִצְרַיִם = bëmitsërajim (in Egypte) < bë + מִצְרָיִם / מִצְרַיִם = mitsërajim / mitsërâjim (Egypte) . Taalgebruik in Tenakh : mitsërajim (Egypte) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 4 - 9 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (53) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (6) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (6) . Gn (7) : (1) Gn 42,1 . (2) Gn 42,2 . (3) Gn 45,13 . (4) Gn 46,27 . (5) Gn 47,29 . (6) Gn 50,22 . (7) Gn 50,26 . Uiterste ring van de concentrische opbouw van Gn 50,22-26 .

- `al mitsërâjim (over Egypte) . Tenakh (3) : (1) Ex 1,8 . (2) Ex 7,5 . (3) Js 19,12 .
- bëmitsërajim (in Egypte) < bë + . Tenakh (53) . Pentateuch (33) . Eerdere Profeten (6) . Latere Profeten (8) . 12 Kleine Profeten (0) . Geschriften (6) . Gn (7) : (1) Gn 42,1 . (2) Gn 42,2 . (3) Gn 45,13 . (4) Gn 46,27 . (5) Gn 47,29 . (6) Gn 50,22 . (7) Gn 50,26 .
-- me´èrèts mitsërâjim (uit het land van Egypte) . Tenakh (45) . Ex (13) : (1) Ex 6,13 . (2) Ex 12,17 . (3) Ex 12,41 . (4) Ex 12,42 . (5) Ex 13,18 . (6) Ex 16,1 . (7) Ex 16,6 . (8) Ex 16,32 . (9) Ex 19,1 . (10) Ex 32,4 . (11) Ex 32,7 . (12) Ex 32,8 . (13) Ex 33,1 . me´èrèts mitsërajim (uit het land van Egypte) . Tenakh (46) . Pentateuch (26) . Ex (8) : (1) Ex 6,26 . (2) Ex 7,4 . (3) Ex 12,51 . (4) Ex 20,2 . (5) Ex 29,46 . (6) Ex 32,1 . (7) Ex 32,11 . (8) Ex 32,23 . Re (2) : (1) Re 2,12 . (2) Re 19,30 .


- מִמִּצְרָיִם / מִמִּצְרַיִם = mimmitsërajim / mimmitsërâjim (uit Egypte) < prefix voorzetsel min (met assimilatie van de nun) + מִצְרָיִם / מִצְרַיִם = mitsërajim / mitsërâjim (Egypte) . Taalgebruik in Tenakh : mitsërajim (Egypte) . Taalgebruik in Ex : mitsërajim (Egypte) . Taalgebruik in Js : mitsërajim (Egypte) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 4 - 9 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (89) . Pentateuch (44) . Eerdere Profeten (25) . Latere Profeten (7) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (10) . Ex (16) : (1) Ex 3,10 . (2) Ex 3,11 . (3) Ex 3,12 . (4) Ex 6,27 . (5) Ex 12,35 . (6) Ex 12,39 . (7) Ex 13,3 . (8) Ex 13,8 . (9) Ex 13,9 . (10) Ex 13,14 . (11) Ex 13,16 . (12) Ex 14,11 . (13) Ex 17,3 . (14) Ex 18,1 . (15) Ex 23,15 . (16) Ex 34,18 . Dt (13) : (1) Dt 4,20 . (2) Dt 4,37 . (3) Dt 4,45 . (4) Dt 4,46 . (5) Dt 6,21 . (6) Dt 9,12 . (7) Dt 9,26 . (8) Dt 16,1 . (9) Dt 16,6 . (10) Dt 23,5 . (11) Dt 24,9 . (12) Dt 25,17 . (13) Dt 26,8 .

Ps (2) : (1) Ps 80,9 . (2) Ps 114,1 .

- מִצְרַיְמָה = mitsërajëmâh (Egyptewaarts) . Zie : מִצְרָיִם / מִצְרַיִם = mitsërajim / mitsërâjim (Egypte) . Taalgebruik in Tenakh : mitsërajim (Egypte) . Taalgebruik in Ex : mitsërajim (Egypte) . Taalgebruik in Js : mitsërajim (Egypte) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , resj = 20 of 200 , jod = 10 ; totaal : 74 (2 X 37) OF 380 (2² X 5 X 19) . Structuur : 4 - 9 - 2 - 1 - 4 . De som van de elementen is telkens 2 . Tenakh (28) . Pentateuch (27) . Gn (18) : (1) Gn 12,10 . (2) Gn 12,11 . (3) Gn 12,14 . (4) Gn 26,2 . (5) Gn 37,25 . (6) Gn 37,28 . (7) Gn 39,1 . (8) Gn 41,57 . (9) Gn 45,4 . (10) Gn 46,3 . (11) Gn 46,4 . (12) Gn 46,6 . (13) Gn 46,7 . (14) Gn 46,8 . (15) Gn 46,26 . (16) Gn 46,27 . (17) Gn 48,5 . (18) Gn 50,14 . Ex (3) : (1) Ex 1,1 . (2) Ex 4,21 . (3) Ex 13,17 . Nu (3) (1) Nu 14,3 . (2) Nu 14,4 . (3) Nu 20,15 . Dt (3) : (1) Dt 10,22 . (2) Dt 17,16 . (3) Dt 26,5 . 2 Kr (1) : 2 Kr 36,4 . In de Pentateuch komt מִצְרַיְמָה = mitsërajëmâh (Egyptewaarts) voor het eerst voor in Gn 12,10 en het laatst in Dt 26,5 .


- mitswh (bevel, gebod) . מִצְוָה = mitsëwâh (bevel, gebod) . Taalgebruik in Tenakh : mitsëwâh (bevel, gebod) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 42 OF 141 . Structuur : 4 - 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 6 .

- מִצְוֹתַי = mitsëwothaj (mijn geboden / bevelen) < zelfst. naamw. stat. construct. vr. mv. + suffix bezittel. voornaamw. 1ste pers. enk. . Zie : מִצְוָה = mitsëwâh (bevel, gebod) . Taalgebruik in Tenakh : mitsëwâh (bevel, gebod) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , tsade = 18 of 90 , waw = 6 , he = 5 ; totaal : 42 OF 141 . Structuur : 4 - 9 - 6 - 5 . De som van de elementen is telkens 6 . Tenakh (18) . Pentateuch (9) . Dt (2) : (1) Dt 5,29 . (2) Dt 11,13 .

-הַמִּצְוָה = hammitsëwâh (het bevel, het gebod) < prefix bepaald lidw. + zelfst. naamw. .


- mizëbeach (altaar) . מִזְבֵחַ = mizëbeach (altaar) . Taalgebruik in Tenakh : mizëbeach (altaar) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , zajin = 7 , beth = 2 , chet = 8 ; totaal : 28 (2² X 7) OF 57 (3 X 19) . Structuur : 4 - 7 - 2 - 8 . De som van de elementen is telkens 3 . Tenakh (111) . Pentateuch (49) . Eerdere Profeten (31) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (4) . Geschriften (24) . 2 K (1) 2 K 23,9 .

- mizëbeach JHWH (altaar van JHWH) . Tenakh (22) : (1) Lv 17, 6 . (2) Dt 12,27 (2X) . (3) Dt 16,21 . (4) Dt 26,4 . (5) Dt 27,6 . (6) Joz 22,19 . (7) Joz 22,28 . (8) Joz 22,29 . (9) 1 K 8,22 . (10) 1 K 8,54 . (11) 1 K 18,30 . (12) 2 K 23,9 . 2 Kr (7) . (20) Neh 10,35 . (21) Mal 2,13 .

- hammizëbeach (het altaar) . Tenakh (132) . Pentateuch (83) . Eerdere Profeten (32) . Latere Profeten (11) . 12 Kleine Profeten (3) . Geschriften (3) . 2 K (11) : (1) 2 K 12,10 . (2) 2 K 16,10 . (3) 2 K 16,11 . (4) 2 K 16,12 . (5) 2 K 16,13 . (6) 2 K 16,14 . (7) 2 K 16,15 . (8) 2 K 18,22 . (9) 2 K 23,15 . (10) 2 K 23,16 . (11) 2 K 23,17 .
- hammizëbëchôth (de altaren) < bepaald lidw. ha + vr. mv. Tenakh (8) : (1) 2 K 11,18 . (2) 2 K 23,12 . (3) 2 K 23,30 . (4) Js 17,8 . (5) 2 Kr 23,17 . (6) 2 Kr 30,14 . (7) 2 Kr 33,15 . (8) 2 Kr 34,7 .
- mizëbëchothe(j)hèm (hun altaren) < zelfst. naamw. mv. + suffix pers. voornaamw. 3de pers. mann. mv. van het zelfst. naamw. Tenakh (1) : Dt 7,5 .


- mizërâch (oosten, opkomst) . mizërâch (oosten, opkomst) . Taalgebruik in Tenakh : mizërâch (oosten, opkomst) . Zie : zârach (rijzen, opgaan) . Taalgebruik in Tenakh : zârach (rijzen, opgaan) . Getalwaarde : zajin = 7 , resj = 20 of 200 , chet = 8 ; totaal : 35 (5 X 7) OF 215 (5 X 43) . Structuur : 7 - 2 - 8 . Lat. oriri / exoriri . Fr. se lever . D. aufheben . E. to flash up . Tenakh (15) : (1) Dt 4,47 . (2) Joz 1,15 . (3) Joz 4,19 . (4) Joz 13,5 . (5) Joz 19,12 . (6) Joz 19,27 . (7) Joz 19,34 . (8) 2 K 10,33 . (9) Am 8,12 . (10) Zach 8,7 . (11) Ps 103,12 . (12) Neh 12,37 . (13) 1 K 5,10 . (14) 1 K 9,24 . (15) 2 K 5,12 .
- mizërâch sjèmèsj (zonsopgang) . Tenakh (1) : Dt 4,47 . mimmizërach sjèmesj (van het opkomen van de zon) . Tenakh (6) : (1) Re 11,18 . (2) Js 41,25 . (3) Js 45,6 . (4) Mal 1,11 . (5) Ps 50,1 . (6) Ps 113,3 . ûmimmizërach sjèmèsj (en vanaf zonsopgang, en vanaf het oosten) . Tenakh (1) : Js 59,19 .


- mô´abh (Moab) . מוֹאָב = mô´abh (Moab) . Taalgebruik in Tenakh : mô´abh (Moab) . Getalswaarde : mem = 13 of 40 , waw = 6 , aleph = 1 , beth = 2 ; totaal : 22 OF 49 (7²) . Structuur : 4 - 6 - 1 - 2 . De som van de elementen is telkens 4 . Tenakh (148) . Pentateuch (43) . Js (13) : (1) Js 15,1 . (2) Js 15,2 . (3) Js 15,4 . (4) Js 15,8 . (5) Js 15,9 . (6) Js 16,2 . (7) Js 16,4 . (8) Js 16,6 . (9) Js 16,7 . (10) Js 16,12 . (11) Js 16,13 . (12) Js 16,14 . (13) Js 25,10 . ûmô´abh (en Moab) . Tenakh (4) : (1) Js 11,14 . (2) Da 11,41 . (3) 2 Kr 20,10 . (4) 2 Kr 20,23 . Volgens Gn 19 zouden de Moabieten afstammen van de oudste dochter van Lot , de broer van Abraham , de Ammonieten van de jongste dochter van Lot . De uitspraak over Moab omvat Js 15-16.


- mô`ed (afspraak, samenkomst, feest) . mô`ed (afspraak, samenkomst, feest) . Taalgebruik in Tenakh : mô`ed (afspraak, samenkomst, feest) . Getalwaarde mem = 13 of 40 , waw = 6 , ajin = 16 of 70 , daleth = 4 ; totaal : 39 OF 120 (2³ X 3 X 5) . Structuur : 4 - 6 - 7 - 4 . Tenakh (155) . Pentateuch (132) . Ex (34) . Ex 40 (12) : (1) Ex 40,2 . (2) Ex 40,6 . (3) Ex 40,7 . (4) Ex 40,12 . (5) Ex 40,22 . (6) Ex 40,24 . (7) Ex 40,26 . (8) Ex 40,29 . (9) Ex 40,30 . (10) Ex 40,32 . (11) Ex 40,34 . (12) Ex 40,35 .
- lammô`ed (naar de afspraak) < voorzetsel lë + bepaald lidw. ha + . Tenakh (18) . Gn (3) : (1) Gn 17,21 . (2) Gn 18,14 . (3) Gn 21,2 .


- מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes)

- Mosjèh (Mozes) . מֹשֶׁה = mosjèh (Mozes) . Taalgebruik in Tenakh : Mosjèh (Mozes) . De getalwaarde van Mosjèh (Mozes) is : mem = 13 of 40 , sjin = 21 of 300 , he = 5 . Totaal : 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) ; het omgekeerde 543 (3 X 181 : het zesde zeszijdige stergetal) . Structuur : 4 - 3 - 5 . De som van de elementen is telkens 3 . Zie : יהוה אֶחָד = JHWH ´èchâd (JHWH is één) . Getalswaarde : 26 + 13 = 39 . Tenakh (675) . Pentateuch (569) . Eerdere Profeten (67) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Ex (248) = (2³ X 31) . Ex 16 (15) : (1) Ex 16,2 . (2) Ex 16,4 . (3) Ex 16,6 . (4) Ex 16,8 . (5) Ex 16,9 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 16,15 . (8) Ex 16,19 . (9) Ex 16,20 . (10) Ex 16,24 . (11) Ex 16,25 . (12) Ex 16,28 . (13) Ex 16,32 . (14) Ex 16,33 . (15) Ex 16,34 , in Ex 17 (11) : (1) Ex 17,2 . (2) Ex 17,3 . (3) Ex 17,4 . (4) Ex 17,5 . (5) Ex 17,6 . (6) Ex 17,9 . (7) Ex 17,10 . (8) Ex 17,11 . (9) Ex 17,12 . (10) Ex 17,14 . (11) Ex 17,15 . in Ex 19 (11 / 13X) : (1) Ex 19,7 . (2) Ex 19,8 . (3) Ex 19,9 (tweemaal) . (4) Ex 19,10 . (5) Ex 19,14 . (6) Ex 19,17 . (7) Ex 19,19 . (8) Ex 19,20 . (9) Ex 19,21 . (10) Ex 19,23 . (11) Ex 19,25 . Ex 24 (11) : (1) Ex 10,12 . (2) Ex 10,14 . (3) Ex 19,18 . (4) Ex 19,20 . (5) Ex 24,9 . (6) Ex 24,13 . (7) Ex 24,15 . (8) Ex 24,18 . (9) Ex 34,4 . (10) Ex 40,25 . (11) Ex 40,29 . In zeven verzen in Ex 3 (zie Ex 3,14) . In vijftien verzen in Ex 16 . In twaalf verzen in Ex 24 . Dt (34) : (1) Dt 1,1 . (2) Dt 1,3 . (3) Dt 1,5 . Joz (51 = 3 X 17)) . Joz 1 (9) : (1) Joz 1,1 . (2) Joz 1,2 . (3) Joz 1,3 . (4) Joz 1,5 . (5) Joz 1,7 . (6) Joz 1,13 . (7) Joz 1,14 . (8) Joz 1,15 . (9) Joz 1,17 . 2 K (6) : (1) 2 K 14,6 . (2) 2 K 18,4 . (3) 2 K 18,6 . (4) 2 K 18,12 . (5) 2 K 21,8 . (6) 2 K 23,25 .
- Gr. μωυσης = môusès (Mozes) . Taalgebruik in de LXX : môusès (Mozes) . Taalgebruik in het NT : môusès (Mozes) . Een vorm van μωυσης = môusès (Mozes) in het NT (79) .

- תוֹרַת מֹשֶׁה = thorath mosjèh (de wet van Mozes) (7) : (1) Joz 8,31 . (2) Joz 8,32 . (3) Joz 23,6 . (4) 2 K 14,6 . (5) 2 K 23,25 . (6) Neh 8,1 . (7) Mal 3,22 . Getalswaarde : 70 (7 X 10) OF 1006 (2 X 503) + 39 (3 X 13) of 345 (3 X 5 X 23) = 109 (priemgetal) OF 1351 (7 X 193) .
- תוֹרַת מָשִׁיחַ = thôrath mâsjîach (de wet van de messias , gezalfde) . Getalswaarde : 70 (7 X 10) OF 1006 (2 X 503) + 52 (2 X 26) OF 358 (2 X 179) = 122 OF 1364 . De som van deze twee getalswaarden (rangtalwoorden en hoofdtelwoorden) : 122 + 1364 = 1486 .

- mosjèh (Mozes) . Verwijzing : Mosjèh (Mozes) , zie Ex 24,18 . In Ex 24 komt mosjèh (Mozes) veertienmaal voor : (1) . Ex 24,1 . (2) Ex 24,2 . (3) Ex 24,3 . (4) Ex 24,4 . (5) Ex 24,6 .(6) Ex 24,8 . (7) Ex 24,9 . (8) Ex 24,12 . (9) Ex 24,13 (tweemaal) . (10) Ex 24,15 . (11) Ex 24,16 . (12) Ex 24,18 (tweemaal) . In Ex 24 is mosjèh (Mozes) elfmaal onderwerp , telkens na het vervoegd werkwoord ; negenmaal bij het begin van een vers . In Ex 24,1 staat mosjèh (Mozes) als tweede woord van het vers na het voorzetsel ´èl (tot) . Bijgevolg staat mosjèh (Mozes) tienmaal op de tweede plaats in een vers . In Ex 24,5 , Ex 24,7 staat het vervoegd werkwoord aan het begin van het vers en is het onderwerp mosjèh (Mozes) niet uitdrukkelijk vermeld . In Ex 24,2-9 , in Ex 24,13 , Ex 24,15 en Ex 24,18 is Mozes onderwerp van de zin . Driemaal richt JHWH zich tot Mozes : ´èl mosjèh = tot Mozes (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .
- ûmosjèh (en Mozes) . Tenakh (16) . Ex (9) . In één vers in Ex 3 : Ex 3,1 . In één vers in Ex 17 : Ex 17,10 . In één vers in Ex 19 : Ex 19,3 .
- mosjèh `èbhèd JHWH (Mozes, dienaar van JHWH, knecht van JHWH) . Tenakh (17) . Dt (1) : Dt 34,5 . Joz (14) : (1) Joz 1,1 . (2) Joz 1,13 . (3) Joz 1,15 . (4) Joz 8,31 . (5) Joz 8,33 . (6) Joz 11,12 . (7) Joz 12,6 . (8) Joz 13,8 . (9) Joz 14,7 . (10) Joz 18,7 . (11) Joz 22,2 . (12) Joz 22,4 . (13) Joz 22,5 . 2 K (1) : 2 K 18,12 . 2 Kr (2) : (1) 2 Kr 1,3 . (2) 2 Kr 24,6 .
---אֶל מֹשֶׁה = ´èl mosjèh (tot Mozes) . Tenakh (203) . In twee verzen in Ex 3 : (1) Ex 3,14 . (2) Ex 3,15 . wë´èl mosjèh (en tot Mozes) komt slechts in Ex 24,1 . In vijf verzen in Ex 16 : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,11 . (3) Ex 16,20 . (4) Ex 16,28 . (5) Ex 16,34 . Ex 24 (3) : (1) Ex 24,1 . (2) Ex 24,12 . (3) Ex 24,16 .

- וַיּאֹמֶר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr JHWH ´èl mosjèh (en JHWH zei tot Mozes) . Tenakh (66 = 2 X 3 X 11) . Ex (42 = 6 X7) . Ex 4 (3) : (1) Ex 4,4 . (2) Ex 4,19 . (3) Ex 4,21 . Ex 6 (1) : Ex 6,1 . Ex 7 - 12 (20) : (1) Ex 7,1 . (2) Ex 7,8 . (3) Ex 7,14 . (4) Ex 7,19 . (5) Ex 7,26 . (6) Ex 8,1 . (7) Ex 8,12 . (8) Ex 8,16 . (9) Ex 9,1 . (10) Ex 9,8 . (11) Ex 9,12 . (12) Ex 9,13 . (13) Ex 9,22 . (14) Ex 10,1 . (15) Ex 10,12 . (16) Ex 10,21 . (17) Ex 11,1 . (18) Ex 11,9 . (19) Ex 12,1 . (20) Ex 12,43 . Ex 14 (2) : (1) Ex 14,15 . (2) Ex 14,26 . Ex 16 (2) : (1) Ex 16,4 . (2) Ex 16,28 . Ex 17 (2) : (1) Ex 17,5 . (2) Ex 17,14 . Ex 19-24 (5) : (1) Ex 19,9 . (2) Ex 19,10 . (3) Ex 19,21 . (4) Ex 20,22 . (5) Ex 24,12 . Ex 25-31 (2) . Ex 30 (1) : Ex 30,34 . Ex 31 (1) : Ex 31,12 . Ex 32 (2) : : (1) Ex 32,9 .(2) Ex 32,33 . Ex 33 (2) : Ex 33,5 . (2) Ex 33,17 . Ex 34 (1) : Ex 34,1 . Lv (2) : (1) Lv 16,2 . (2) Lv 21,1 . Nu (19) : (1) Nu 3,40 . (2) Nu 7,4 . (3) Nu 7,11 . (4) Nu 11,16 . (5) Nu 11,23 . (6) Nu 12,14 . (7) Nu 14,11 . (8) Nu 15,35 . (9) Nu 15,37 . (10) Nu 17,25 . (11) Nu 20,12 . (12) Nu 20,23 . (13) Nu 21,8 . (14) Nu 21,34 . (15) Nu 25,4 . (16) Nu 26,1 . (17) Nu 27,6 . (18) Nu 27,12 . (19) Nu 27,18 . (20) Nu 31,25 . Dt (2) : (1) Dt 31,14 . (2) Dt 31,16 .
- וַיְדַבֵּר יהוה אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber JHWH èl mosjèh (en JHWH sprak tot Mozes) . Tenakh (91 = 7 X 13) . Pentateuch (91 = 7 X 13) . Ex (14 = 2 X 7) . (1) Ex 6,10 . (2) Ex 6,13 . (3) Ex 6,29 . (4) Ex 13,1 . (5) Ex 14,1 . (6) Ex 16,11 . (7) Ex 25,1 . (8) Ex 30,11 . (9) Ex 30,17 . (10) Ex 30,22 . (11) Ex 31,1 . (12) Ex 32,7 . (13) Ex 33,1 . (14) Ex 40,1 .
- וַיּאֹמֶר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajjo´mèr ´èlohîm 'èl mosjèh (en God zei tot Mozes) . Tenakh (1) . Ex 3,14 .
- וַיְדַבֵּר אֱלֹהִים אֶל מֹשֶׁה = wajëdabber ´èlohîm ´èl mosjèh (en God sprak tot Mozes) . Tenakh (1) : (1) Ex 6,2 .

--- wajj´omèr Mosjèh (en Mozes zei) . In zesenvijftig (7 X 8) verzen in de bijbel . In vijfendertig (5 X 7) verzen in Ex (Exodus) . Ex 17 (1) Ex 17,9 . In drie verzen in Ex 32 , zie Ex 32,21 : (1) Ex 32,21 . (2) Ex 32,29 . (3) Ex 32,30 .
-- -- wajj´omèr Mosjèh ´èl jëhôsju`a (en Mozes zei tot Jozua) . Tenakh (1) Ex 17,9 .

wajja`al Mosjèh (en Mozes klom op) . Tenakh (5) : (1) Ex 19,20 (Mozes) . (2) Ex 24,9 (Samen met Mozes klimmen nog drie personen met naam en zeventig oudsten op naar de berg) . (3) Ex 24,13 (Mozes en 'Jozua') . (4) Ex 24,15 (Mozes) . (5) Dt 34,1 (Mozes) . In al deze teksten gaat Mozes naar boven op uitnodiging van God / JHWH . De inleiding op deze uitnodiging verschilt van tekst tot tekst .
-- wajjâsjâbh mosjèh (en Mozes keerde terug) . Tenakh (2) : (1) Ex 5,22 . (2) Ex 32,31 .
-- wajjâsjâbh mosjèh ´èl JHWH (en Mozes keerde terug naar JHWH) . Tenakh (2) : (1) Ex 5,22 . (2) Ex 32,31 .
--- Môüsès (Mozes) . In 401 verzen in de bijbel . In drieënveertig verzen in het N.T. . Vormen van Môsès of Môusès komt in het N.T. tachtigmaal voor . In zeven verzen in Matteüs . In acht verzen bij Marcus . In tien verzen bij Lucas . Twaalfmaal in elf verzen bij Johannes . In elf verzen in Hnd : (1) Hnd 3,22 . (2) Hnd 6,14 . (3) Hnd 7,20 . (4) Hnd 7,22 . (5) Hnd 7,29 . (6) Hnd 7,31 . (7) Hnd 7,32 . (8) Hnd 7,37 . (9) Hnd 7,40 . (10) Hnd 15,21 . (11) Hnd 26,22 .
--- genitief mannelijk enkelvoud Môuseôs . In vijf verzen in Hnd : (1) Hnd 13,38 . (2) Hnd 15,1 . (3) Hnd 15,5 . (4) Hnd 21,21 . (5) Hnd 28,23 .
--- Môüsèn (Mozes) Accusatief mannelijk enkelvoud . In 234 verzen in de bijbel . In 230 verzen in het O.T. . In vier verzen in het N.T. .In twee verzen in Hnd : (1) Hnd 6,11 . (2) Hnd 7,35 .


- môtâh (draagboom, juk) . môtâh (draagboom, juk) . Taalgebruik in Tenakh : môtâh (draagboom, juk) .


- mâwèth / mâwëthâh (dood) . mâwèth / mâwëthâh (dood) . Taalgebruik in Tenakh : mâwèth / mâwëthâh (dood) .

- mwth (sterven, ondergaan) . מות = mwth (sterven, ondergaan) . Taalgebruik in Tenakh : mwth (sterven, ondergaan) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , waw = 6 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 41 OF 446 (2 X 223) . Structuur : 4 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 .
- m-w-th . Tenakh (123) . Pentateuch (41) . Jesaja (5) . act. qal inf. construct. מוֹת = môth (sterven) OF zelfst. naamw. mâwèth / mâwëthâh (dood) . Tenakh (123) . Pentateuch (41) . Eerdere Profeten (30) . Latere Profeten (16) . 12 Kleine Profeten (2) . Geschriften (34) . Joz (2) : (1) Joz 1,1 . (2) Joz 20,6 . Re (3) : (1) Re 1,1 . (2) Re 13,22 . (3) Re 21,5 . 1 S (6) : (1) 1 S 5,11 (mawèth) . (2) 1 S 14,39 . (3) 1 S 14,44 . (4) 1 S 20,31 . (5) 1 S 22,16 . (6) 1 S 26,16 . 2 S (7) : (1) 2 S 1,1 . (2) 2 S 12,5 (mawèth) . (3) 2 S 12,14 . (4) 2 S 14,14 . (5) 2 S 19,29 (mawèth) . (6) 2 S 22,5 (mawèth) . (7) 2 S 22,6 (mawèth) . 1 K (4) : (1) 1 K 2,26 (mawèth) . (2) 1 K 2,37 . (3) 1 K 2,42 . (4) 1 K 11,40 . 2 K (8) : (1) 2 K 1,1 . (2) 2 K 1,4 . (3) 2 K 1,6 . (4) 2 K 1,16 . (5) 2 K 2,21 (mawèth) . (6) 2 K 4,40 (mawèth) . (7) 2 K 8,10 . (8) 2 K 14,17 . Js (2) : (1) Js 6,1 . (2) Js 14,28 .
-- ´achäre(j) môth (na de dood van) . Tenakh (11) : (1) Gn 25,11 (Abraham) . (2) Gn 26,18 (verwijzing naar de dood van Abraham) . (3) Lv 16,1 (na de dood van de twee zonen van Aäron) . (4) Joz 1,1 (Mozes) . (5) Re 1,1 (Jozua) . (6) Rt 2,11 (na de dood van je man. Dit is : de dood van Kiljon , de man van de Moabitische Ruth) . (7) 2 S 1,1 (Saul) . (8) 2 K 1,1 (Achab) . (9) 2 K 14,17 (Joas) . (10) 2 Kr 22,4 (na de dood van zijn vader; d.i. Achab) . (11) 2 Kr 25,25 (Joas) .
- act. hifil part. nom. mann. enk. memîth (doen stervende) . Tenakh (1) : 1 S 2,6 .
- thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in de LXX : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Taalgebruik in het N.T. : thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) . Een vorm van thanatoô (doden , ter dood veroordelen, terechtstellen) in de LXX (161) , in het NT (11) .
- apokteinô (doden) . Taalgebruik in de LXX : apokteinô (doden, vermoorden) . Taalgebruik in het N.T. : apokteinô (doden, vermoorden) . Gr. kteinô (doden, vermoorden) . Lat. occidere < ob-cadere (tegenslaan, doodslaan) . Fr. tuer . Ned. doden . D. : töten . E. to die .
Lat. mori (sterven) ; mors , mortis (de dood) ; mortuus (dode) ; cfr. mortuarium (dodenhuisje) . Fr. le mort (de dode) . mourir (sterven) .
-
- וַיָּמֹת / וַיָּמָת = wajjâmoth / wajjâmâth (en hij stierf) < verbindingswoord wë + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. מות = mwth (sterven, ondergaan) . Taalgebruik in Tenakh : mwth (sterven, ondergaan) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , waw = 6 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 41 OF 446 (2 X 223) . Structuur : 4 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (132) . Pentateuch (41) . Eerdere Profeten (58) . Latere Profeten (3) . 12 Kleine Profeten (1) . Geschriften (29) . Gn (24) . Ex (3) . Lv (0) . Nu (13) . Dt (1) . Joz (1) . Re (14) . 1 S (7) . 2 S (13) . 1 K (12) . 2 K (11) . Gn (24) : (1) Gn 5,5 . (2) Gn 5,8 . (3) Gn 5,11 . (4) Gn 5,14 . (5) Gn 5,17 . (6) Gn 5,20 . (7) Gn 5,27 . (8) Gn 5,31 . (9) Gn 9,29 . (10) Gn 11,28 . (11) Gn 11,32 . (12) Gn 25,8 . (13) Gn 25,17 . (14) Gn 35,29 . (15) Gn 36,33 . (16) Gn 36,34 . (17) Gn 36,35 . (18) Gn 36,36 . (19) Gn 36,37 . (20) Gn 36,38 . (21) Gn 36,39 . (22) Gn 38,10 . (23) Gn 46,12 . (24) Gn 50,26 . Dt (1) Dt 34,5 . Joz (1) Joz 24,29 . Ex (3) : (1) Ex 1,6 . (2) Ex 2,23 . (3) Ex 9,6 . Re (14) : (1) Re 1,7 . (2) Re 2,8 . (3) Re 2,21 . (4) Re 3,11 . (5) Re 4,21 . (6) Re 6,30 . (7) Re 8,32 . (8) Re 9,54 . (9) Re 10,2 . (10) Re 10,5 . (11) Re 12,7 . (12) Re 12,10 . (13) Re 12,12 . (14) Re 12,15 .
- Grieks . act. aor. 3de pers. enk. απεθανεν = apethanen (hij stierf) van het werkw. αποθνῃσκω = apothnè(i)skô (sterven) . Taalgebruik in de Bijbel : apothnè(i)skô (sterven) . Bijbel (200) . OT (269) . NT (31) . Een vorm van αποθνῃσκω = apothnè(i)skô (sterven) in de LXX (600) , in het NT (113) .
- Latijn . mori (sterven) . Fr. mourir (sterven) . E. die . D. sterben . Aramees : מִית = mîth (sterven) . Arabisch : مَاتَ = mâta (sterven) . Taalgebruik in de Qoran : mâta (sterven) .

- qal inf. absol. מוֹת = môth (te sterven) . Zie het werkw. מות = mwth (sterven, ondergaan) . Taalgebruik in Tenakh : mwth (sterven, ondergaan) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , waw = 6 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 41 OF 446 (2 X 223) . Structuur : 4 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (127) .

- waththâmâth / waththâmoth (en zij stierf) < wë + .act. qal imperfectum derde persoon vrouwelijk enkelvoud van het werkw. mwth (sterven, ondergaan) . Taalgebruik in Tenakh : mwth (sterven, ondergaan) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , waw = 6 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 41 OF 446 (2 X 223) . Structuur : 4 - 6 - 4 . Tenakh (9) : : (1) Gn 23,2 (Sara) . (2) Gn 35,8 (Debora , de voedster van Rebekka) . (3) Gn 35,19 (Rachel) . (4) Gn 38,12 (Juda's vrouw , de dochter van Sua) . (5) Nu 20,1 (Mirjam) . (6) Re 20,5 (de bijvrouw van een Leviet) . (7) Js 50,2 . (8) Ez 24,18 . (9) 1 Kr 2,19 (Azuba , de vrouw van Kaleb) .

- act. qal part. mann. mv. = methîm (de stervenden, de doden) van het werkw. מות = mwth (sterven, ondergaan) . Taalgebruik in Tenakh : mwth (sterven, ondergaan) . Getalwaarde : mem = 13 of 40 , waw = 6 , thaw = 22 of 400 ; totaal : 41 OF 446 (2 X 223) . Structuur : 4 - 6 - 4 . De som van de elementen is telkens 5 . Tenakh (7) : (1) Ex 12,33 . (2) 2 S 19,7 . (3) 2 K 19,35 . (4) Js 26,14 . (5) Js 37,36 . (6) Ez 24,17 . (7) Ps 106,28 .