Tenakh TAALGEBRUIK O

Overzicht van Tenakh: Tenakh: overzicht, Tenakh: taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -, Tenakh: commentaar,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta: overzicht, Septuaginta: taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -, Septuaginta: commentaar,

ALGEMEEN OVERZICHT

-
bijbeloverzicht, bijbelverwijzingen - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -, Oude Testament, Pentateuch, Historische boeken, Profeten, Wijsheidsboeken, NT overzicht, Evangelies, Synoptici, Brieven van Paulus, Apostolische brieven.

Overzicht van het NT: NT: overzicht, NT: taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -, NT: commentaar,

- OT: Gn (Genesis), Ex (Exodus), Lv (Leviticus), Nu (Numeri), Dt (Deuteronomium), Joz (Jozua), Re (Rechters), Rt (Ruth), 1 S (1 Samuël), 2 S (2 Samuël), 1 K (1 Koningen), 2 K (2 Koningen), 1 Kr ( 1 Kronieken), 2 Kr (2 Kronieken), Ezr (Ezra), Neh (Nehemia), Tob (Tobia), Jdt (Judith), Est (Esther), 1 Mak (1 Makkabeeën), 2 Mak (2 Makkabeeën), Job, Ps (Psalmen ), Spr (Spreuken), Pr (Prediker), Hl (Hooglied), W (Wijsheid), Sir (Sirach), Js (Jesaja), Jr (Jeremia), Kl (Klaagliederen), Bar (Baruch), Ez (Ezechiël), Da (Daniël), Hos (Hosea), Jl (Joël), Am (Amos), Ob (Obadja), Jon (Jona), Mi (Micha), Nah (Nahum), Hab (Habakuk), Sef (Sefanja), Hag (Haggai), Zach (Zacharia), Mal (Maleachi).
- NT: Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen), Rom (Rome), 1 Kor (Korinte), 2 Kor (Korinte), Gal (Galatië), Ef (Efese), Fil (Filippi), Kol (Kolosse), 1 Tes (Tessalonika), 2 Tes (Tessalonika), 1 Tim (Timoteüs), 2 Tim (Timoteüs), Tit (Titus), Film (Filemon), Heb (Hebreeën), Jak (Jakobus), 1 Pe (Petrus), 2 Pe (Petrus), 1 Joh (Johannes), 2 Joh (Johannes), 2 Joh (Johannes), Jud (Judas), Apk (Apokalyps).
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)


- `obadëjâh (Obadja). `obadëjâh (Obadja). Taalgebruik in Tenakh: `obadëjâh (Obadja). Getalswaarde: ajin = 16 of 70, beth = 2, daleth = 4, jod = 10, he = 5; totaal: 37 OF 91 (7 X 13). Tenakh (6). Gr. abdios (Obadja). Taalgebruik in de Septuaginta: abdios (Obadja). Een vorm van abdios (Obadja) in de bijbel in 9 verzen.


- `˘d (nog, weer, nogmaals). `ôd (nog, weer, nogmaals). Taalgebruik in Tenakh: `ôd (nog, weer, nogmaals). Getalswaarde: ajin = 16 of 70, waw = 6, nun = 14 of 50; totaal: 36 (2² X 3²) OF 126 (2 X 3² X 7). Structuur: 7 - 6 - 5. Tenakh (367). Js (38). Js 1-39 (15). Js 40-55 (14). Js 56-66 (9). Js 40-55 (14): (1) Js 45,5. (2) Js 45,6. (3) Js 45,14. (4) Js 45,18. (5) Js 45,21. (6) Js 45,22. (7) Js 46,9. (8) Js 47,8. (9) Js 47,10. (10) Js 49,20. (11) Js 51,22. (12) Js 52,1. (13) Js 54,4. (14) Js 54,9.
- wë´e(j)n `ôd (en er is niet nog). Tenakh (9): (1) Spr 9,5. (2) Js 45,5. (3) Js 45,6. (4) Js 45,14. (5) Js 45,18. (6) Js 45,21. (7) Js 45,22. (8) Js 46,9. (9) Jl 2,27.


- ´ohèl (tent, woning). אֹהֶל = ´ohèl (tent, woning). Taalgebruik in Tenakh: ´ohèl (tent, woning). Getalswaarde: aleph = 1, he = 5, lamed = 12 of 30; totaal: 18 (2 X 3²) OF 36 (2² X 3²). Structuur: 1 - 5 - 3. De som van de elementen is telkens 9. Ned. tabernakel. L. tabernacula (hut, tent), houten woning van tabula: hout. Tenakh (121). Pentateuch (100). Ex (27). Ex 40 (9): (1) Ex 40,2. (2) Ex 40,6. (3) Ex 40,7. (4) Ex 40,12. (5) Ex 40,29. (6) Ex 40,30. (7) Ex 40,32. (8) Ex 40,34. (9) Ex 40,35. Eerdere Profeten (9): (1) Joz 9,1 . (2) Joz 19,51. (3) Re 4,17. (4) 1 S 2,22. (5) 1 K 2,28. (6) 1 K 2,29. (7) 1 K 2,30. (8) 1 K 8,4. (9) 2 K 7,8.

- אֶל אֹהֶל מוֹעֵד = ´èl ´ohèl mô`ed (naar de tent van de samenkomst). Bijbel (18): (1) Ex 28,43. (2) Ex 29,30. (3) Ex 30,19. (4) Ex 33,7. (5) Ex 40,32. (6) Ex 40,35. (7) Lv 4,5. (8) Lv 4,16. (9) Lv 6,23. (10) Lv 9,23. (11) Lv 10,9. (12) Lv 16,23. (13) Nu 7,89. (14) Nu 11,16. (15) Nu 12,4. (16) Nu 17,7. (17) Nu 18,22. (18) Nu 31,54.
- ´èth ´ohèl mô`ed (tent van samenkomst). Tenakh (5): (1) Ex 29,44. (2) Ex 30,26. (3) Ex 40,34. (4) Nu 8,15. (5) Joz 18,1.

-


- עֹל / עוֹל = `ol / `ôl (juk)

- `ol / `˘l (juk). עֹל / עוֹל = `ol / `ôl (juk). Taalgebruik in Tenakh: `ol / `˘l (juk). Getalswaarde: ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30; totaal: 28 OF 100. Structuur: 7 - 3. De som van de elementen is telkens 1.
- עֻלִּי = `ullî (mijn juk) < zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 1ste pers. enk.. Zie het zelfst. naamw. עֹל / עוֹל = `ol / `ôl (juk). Taalgebruik in Tenakh: `ol / `ôl (juk). Getalswaarde: ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30; totaal: 28 OF 100. Structuur: 7 - 3. De som van de elementen is telkens 1.
- עֻלּוֹ = `ullô (zijn juk) < juk) < zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 3de pers. mann. enk.. Zie het zelfst. naamw. עֹל / עוֹל = `ol / `ôl (juk). Taalgebruik in Tenakh: `ol / `ôl (juk). Getalswaarde: ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30; totaal: 28 OF 100. Structuur: 7 - 3. De som van de elementen is telkens 1.
- עֻלָּהּ = `ullâh (haar juk) < k) < zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 3de pers. vr. enk.. Zie het zelfst. naamw. עֹל / עוֹל = `ol / `ôl (juk). Taalgebruik in Tenakh: `ol / `ôl (juk). Getalswaarde: ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30; totaal: 28 OF 100. Structuur: 7 - 3. De som van de elementen is telkens 1.
- עֻלָּמ = `ullâm (hun juk) < k) < zelfst. naamw. + suffix bezittel. voornaamw. 3de pers. mann. mv.. Zie het zelfst. naamw. עֹל / עוֹל = `ol / `ôl (juk). Taalgebruik in Tenakh: `ol / `ôl (juk). Getalswaarde: ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30; totaal: 28 OF 100. Structuur: 7 - 3. De som van de elementen is telkens 1.


- `olâh (brandoffer, opgang). `olâh (brandoffer, opgang). Taalgebruik in Tenakh: `olâh (brandoffer, opgang). Getalswaarde: ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30, he = 5; totaal: 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7). Structuur: 7 - 3 - 5. Tenakh (158). Pentateuch (53).
- vr. mv. `olôth stat. construct. (brandoffers). Tenakh (46). Pentateuch (6). Js (2): (1) Js 1,11. (2) Js 40,11. 12 kl. Prof. (2): (1) Am 5,22. (2) Am 7,1.
- bë`olôth (in brandoffers) < prefix voorzetsel bë + vr.mv. van het zelfst. naamw. `olâh (brandoffer, opgang). Taalgebruik in Tenakh: `olâh (brandoffer, opgang). Getalswaarde: ajin = 16 of 70, lamed = 12 of 30, he = 5; totaal: 33 (3 X 11) OF 105 (3 X 5 X 7). Structuur: 7 - 3 - 5. Tenakh (1): 1 S 15,22.


- `ôlâm (eeuwigheid). עוֹלָם = `ôlâm (eeuwigheid). Taalgebruik in Tenakh: `ôlâm (eeuwigheid). Getalswaarde: ajin: 16 of 70, waw = 6, lamed = 12 of 30, mem = 13 of 40; totaal: 47 of 146 (2 X 73) Structuur: 7 - 6 - 3 - 4. De som van de elementen is telkens 2. Tenakh (205). Pentateuch (59). Eerdere Profeten (24). Latere Profeten (62). 12 Kleine Profeten (8). Geschriften (52).

- הָעוֹלָם = hâ`ôlâm (het eeuwige). Zie: עוֹלָם = `ôlâm (eeuwig). Taalgebruik in Tenakh: `ôlâm (eeuwig). Getalswaarde: ajin: 16 of 70, waw = 6, lamed = 12 of 30, mem = 13 of 40; totaal: 47 of 146 (2 X 73) Structuur: 7 - 6 - 3 - 4. De som van de elementen is telkens 2. Tenakh (10).
-- lë`ôlâm (voor eeuwig) < prefix voorzetsel lë + mann. enk. `ôlâm (eeuwig). Taalgebruik in Tenakh: `ôlâm (eeuwig). Getalswaarde: ajin: 16 of 70, waw = 6, lamed = 12 of 30, mem = 13 of 40; totaal: 47 of 146 (2 X 73). Tenakh (155). Pentateuch (2). Eerdere Profeten (4). Latere Profeten (20). 12 Kleine Profeten (8). Geschriften (121). Kl (2): (1) Kl 3,31. (2) Kl 5,19. Een vorm van `ôlâm (eeuwig) in Kl (3): (1) Kl 3,6. (2) Kl 3,31. (3) Kl 5,19.


- עוֹף = `ôph (gevogelte, gevleugelde dieren)

- `˘ph (gevogelte, gevleugelde dieren). עוֹף = `ôph (gevogelte, gevleugelde dieren). Taalgebruik in Tenakh: `˘ph (gevogelte, gevleugelde dieren).
- וְעוֹף = wë`ôph (en gevogelte) < prefix voegwoord wë + zelfst. naamw.. Zie: עוֹף = `ôph (gevogelte, gevleugelde dieren). Taalgebruik in Tenakh: `ôph (gevogelte, gevleugelde dieren).

- עוף = `ûph (vliegen, fladderen, vervliegen). Zie: עוֹף = `ôph (gevogelte, gevleugelde dieren). Taalgebruik in Tenakh: `ôph (gevogelte, gevleugelde dieren).
- act. pilel imperf. 3de pers. mann. enk. jussief יְעוֹפֵף = jë`ôfef (dat het vliege) van het werkw. עוף = `ûph (vliegen, fladderen, vervliegen). Zie: עוֹף = `ôph (gevogelte, gevleugelde dieren). Taalgebruik in Tenakh: `ôph (gevogelte, gevleugelde dieren).


- werkw. אוֹר = ´ôr (doorboren, doorbreken van licht, schijnen). Zie het zelfst. naamw. אוֹר = ´ôr (licht).

- אוֹר (= ´ôr: licht; zn). Taalgebruik in Tenakh: ´ôr (licht). Getalswaarde: aleph = 1, waw = 6, resj = 20 of 200; totaal: 27 (3³) OF 207 (3³ X 23). Structuur: 1 - 6 - 2. De som van de elementen is telkens 9. Gr. fôs (licht).Taalgebruik in het NT: fôs (licht). Taalgebruik in de LXX: fôs (licht). Een vorm van fôs (licht) in de bijbel (209), het OT (146), het NT (63). Lat.: lux / lumen. Fr.: lumière. E.: light. D.: Licht. Arabisch: nûr (licht). Taalgebruik in de Koran: nûr (licht). Tenakh (55). Pentateuch (3). Eerdere Profeten (6). Latere Profeten (9). 12 Kleine Profeten (7). Geschriften (30). Gn (2): (1) Gn 1,3. (2) Gn 1,4. hâ´ôr (het licht) < bepaald lidw. ha + zelfst. naamw.. Tenakh (6): (1) Gn 1,4. (2) Gn 1,18. (3) Re 19,26. (4) Pr 2,13. (5) Pr 11,7. (6) Neh 8,3.

Ned.: licht. Arabisch: نور = nûr (licht). Taalgebruik in de Qoran: nûr (licht). D.: Licht. E.: light. Fr.: lumière. Grieks: φως = fôs (licht).Taalgebruik in het NT: fôs (licht). Hebreeuws: אוֹר = ´ôr (licht). Taalgebruik in Tenakh: ´ôr (licht). Lat.: lux / lumen.
Volgens Gn 1,3 werd het licht op de eerste dag geschapen. ´ôr (licht) begint met de letter aleph (1).
Volgens Gn 1,4 maakte God een scheiding tussen het licht en de duisternis. Licht en duisternis vormen een dualiteit, elkaars tegenpool.
- chosjèkh (duisternis). Taalgebruik in Tenakh: chosjèkh (duisternis). Getalswaarde: chet = 8, sjin = 21 of 300, kaph = 11 of 20; totaal: 40 (2³ X 5) OF 328 (2³ X 41). Structuur: 8 - 3 - 2. Tenakh (57). Gr. skotos (duisternis). Taalgebruik in het NT: skotos (duisternis). Taalgebruik in de Septuaginta: skotos (duisternis). Een vorm van skotos (duisternis) in de Septuaginta (120), in het NT (30). Lat. tenebrae. Fr. ténèbres. E. darkness. D. Finsternis. Gn (1): Gn 39,9. Een vorm van chosjèkh (duisternis) in Js (13).
- vr. mv. ´ôroth (lichten) van het zelfst. naamw. Tenakh (1): Js 28,19.

- lë´ôr (tot licht)

- אוֹר = ´ôr (verlichten, helder zijn). Zie het zelfst. naamw. אוֹר = ´ôr (licht). Taalgebruik in Tenakh: ´ôr (licht). Getalswaarde: aleph = 1, waw = 6, resj = 20 of 200; totaal: 27 (3³) OF 207 (3³ X 23). Structuur: 1 - 6 - 2. De som van de elementen is telkens 9.
- act. hifil jussief 3de pers. mann. enk. יָאֵר = jâ´er (moge hij verlichten) van het werkw. אוֹר = ´ôr (verlichten, helder zijn). Zie het zelfst. naamw. אוֹר = ´ôr (licht). Taalgebruik in Tenakh: ´ôr (licht). Getalswaarde: aleph = 1, waw = 6, resj = 20 of 200; totaal: 27 (3³) OF 207 (3³ X 23). Structuur: 1 - 6 - 2. De som van de elementen is telkens 9. Tenakh (2): (1) Nu 6,25. (2) Ps 67,2.

- Lemmelijn Bénédicte, Licht en duisternis. De weg van een bijbelse metafoor, in: Debel Hans, Verbonden door het boek. Bijbelse essays voor Paul Kevers, Averbode, 2011, blz.19-41.


- ┤˘th (teken, bewijs, wonder). אוֹת = ´ôth (teken, bewijs, wonder). Taalgebruik in Tenakh: ┤˘th (teken, bewijs, wonder). Getalswaarde: aleph = 1. waw = 6, thaw = 22 of 400; totaal: 29 of 407 (11 X 37). Structuur: 1 - 6 - 4. De som van de elementen is telkens 2.

- לְאוֹת = lë´ôth (tot teken, tot getuige) < prefix voorzetsel lë + zelfst. naamw. אוֹת = ´ôth (teken, bewijs, wonder). Taalgebruik in Tenakh: ´ôth (teken, bewijs, wonder). Getalswaarde: aleph = 1. waw = 6, thaw = 22 of 400; totaal: 29 of 407 (11 X 37). Structuur: 1 - 6 - 4. De som van de elementen is telkens 2. Tenakh (14): (1) Gn 9,13. (2) Gn 17,11. (3) Ex 13,9. (4) Ex 13,16. (5) Nu 17,3. (6) Nu 17,25. (7) Dt 6,8. (8) Dt 11,18. (9) Dt 28,46. (10) Js 19,20. (11) Js 55,13. (12) Ez 14,8. (13) Ez 20,12. (14) Ez 20,20.


- `orèph (nek, hals). `orèph qësjeh (hardnekkig, halsstarrig).

- `âthënî´el (Otniël). `âthënî´el (Otniël). Taalgebruik in Tenakh: `âthënî´el (Otniël). Getalswaarde: ajin = 16 of 70, thaw = 22 of 400, nun = 14 of 50, jod = 10, aleph = 1, lamed = 12 of 30; totaal: 75 (3 X 5²) OF 561 (3 X 11 X 17). Strructuur: 7 - 4 - 5 - 1 - 3. Tenakh (5): (1) Joz 15,17. (2) Re 1,13. (3) Re 3,9. (4) Re 3,11. (5) 1 Kr 4,13.