VOOR U GELEZEN : LEVENSBESCHOUWELIJKE EN RELIGIEUZE BOEKEN EN ARTIKELS : Voor U gelezen . Zie ook Vormingplus .
Deze websitepagina is een onderdeel van de website van Arseen De Kesel : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.htm

In plaats van Voor U gelezen wordt deze activiteit voortaan Gelezen voor U genoemd , omdat een andere , oudere en gelijkaardige activiteit Voor U gelezen is genoemd .

Een lezersgroep leest een levensbeschouwelijk / religieus boek . Om de maand worden TWEE boeken voorgesteld . Data 2017-2018 : vrijdag 8 september 2017 , 6 oktober 2017 , 10 november 2017 , 1 december 2017 , 12 januari 2018 , 2 februari 2018,, 2 maart 2018 , 20 april 2018 , 4 mei 2018 , 1 juni 2018 (niet tijdens vakanties of brugdagen) telkens om 09:30-12.00 u. in Vormingplus , Cellebroersstraat 13-15 (de straat naast het oude Gerechtsgebouw : Havermarkt) , 3500 Hasselt .
Programma : 1ste boekvoorstelling - pauze - 2de boekvoorstelling . Meer informatie bij Arseen De Kesel : arseen.de.kesel@telenet.be . Tel : 0485/729 030 OF bij Sam Stefani , Vormingplus : sam.stefani@vormingpluslimburg.be . Tel : 011 560 193 .

Boekenvoorstelling op vrijdag 8 september 2017 :
- Bert Smeets stelt voor : Krijn van der Jagt, De weg omhoog. Een antropologische lezing van de bijbel. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2016.
- Paul Libert stelt het boek voor : ‘Maar er was geen plaats in de herberg’ van Rob Riemen.

Boekenvoorstelling op vrijdag 6 oktober 2017 :
-
-

WERKJAAR 2017-2018 :

  1. 8 september 2017
  2. 6 oktober 2017
  3. 10 november 2017 (OPGELET: 2de vrijdag)
  4. 1 december 2017
  5. 12 januari 2018 (OPGELET : 2de vrijdag)
  6. 2  februari 2018
  7. 2 maart 2018
  8. 20 april 2018 (OPGELET: 3de vrijdag)
  9. 4  mei 2018
  10. 1 juni 2018

Lezersgroep

Misschien wil je wel toetreden tot de lezersgroep. Er komen geen extra vergaderingen. Het boek dat je leest , heeft een religieuze / spirituele / levensbeschouwelijke inhoud. Bij voorkeur wordt gekozen voor een boek dat recent verschenen is. Je spreekt met mij af welk boek je wilt lezen (of reeds gelezen hebt), om te voorkomen dat een boek  reeds is voorgesteld of een ander persoon het in de nabije toekomst zal voorstellen. Je kiest je eigen tempo van lezen. Je krijgt 20 minuten om je boek voor te stellen en 40 min om vragen te beantwoorden.


  1. Voorgestelde boeken
  2. LEVENSBESCHOUWELIJKE EN RELIGIEUZE BOEKEN EN ARTIKELS : Vóór 2015 - In het jaar 2015 - Verschenen in 2016 - Verschenen in 2017 -
  3. TIJDSCHRIFTEN .

Voorgestelde boeken :

  1. Ayaan Hirsi Ali , Ketters . Pleidooi voor een hervorming van de islam. Uitgeverij Augustus , Amsterdam-Antwerpen, april 2015, 288 blz. (voorgesteld op vrijdag 3 februari 2017 door Arnout Van Reusel)
  2. Beeckman Tinneke , Macht en onmacht (voorgesteld op vrijdag 13 mei 2016 door Paul Janssen)  
  3. Benhaddou Khalid , Is dit nu de islam ? Hoe ik als moslim voor nieuwe tijden ga : rationeel , Europees en verzoenend , 2016 (voorgesteld op vrijdag 18 november 2016 door Guy Meynen)
  4. Benima Tamarah Maionah , Joodser dan dit krijgt u het niet (voorgesteld op vrijdag 4 maart 2016 door Arseen De Kesel)
  5. Benzine Rachid , De Quran uitgelegd aan jongeren(voorgesteld op vrijdag 13 mei 2016 door Guy Tariq Meynen)
  6. Brague Rémi, Europa, de Romeinse weg. Uitg Klement/Pelckmans, 2013 (vertaling van Europe, la voie romaine. Parijs, 1993) (voorgesteld op vrijdag 21 april 2017 door Paul Janssen)
  7. Coene Gily & Marc Van de Bossche , Vrij(heid) van religie , VUB , 2016 . Reeks : Humanismen (voorgesteld op vrijdag 18 november 2016 door Guido Cooreman) .  
  8. Dall'Ogglio Paolo , Uit liefde voor de islam.  In het voetspoor van de in Syrië vermiste jezuïet Paolo Dall'Oglio , Halewijn , 2016 (voorgesteld op vrijdag 2 december 2016 door Jac De Bruyn)    
  9. Grün Anselm en Michael, God en Kwantumfysica.  Twee kanten van dezelfde medaille. Averbode 2016, 103 blz. (voorgesteld voor Bert Smeets op vrijdag 10 maart 2017)
  10. Hens Tine, Het klein verzet , Berchem, Epo, 2015. (boekvoorstelling op donderdag 12 januari 2017 door Arseen De Kesel) .
  11. Holland Tom, Het vierde beest (voorgesteld op vrijdag 15 april 2016 door Paul Libert)
  12. Israel Jonathan , Revolutie van het denken, Radicale Verlichting en de wortels van onze democratie (voorgesteld op vrijdag 3 juni 2016 door Johny Wijnants)
  13. Jones E. Stanley, The Christ of the Indian Road , Nederlandse vertaling door Johanna E. Kuiper: ‘Christus langs den Indischen Heirweg’, uitg. H.J. Paris, Amsterdam, 1927 (voorgesteld op vrijdag 5 mei 2017 door Jacqueline Conings)
  14. Leman Johan, Van totem tot verrezen Heer (voorgesteld op vrijdag 4 maart 2016 door Bert Smeets) .
  15. Lemmelijn Bénédicte , Mijn geloof als bijbelwetenschapper ? Een broos en eerlijk antwoord , Antwerpen , Halewijn , 2016 (voorgesteld op vrijdag 6 januari 2017 door Bert Smeets)
  16. Lenaers Roger, Jezus van Nazaret – Een mens als wij?  (voorgesteld op vrijdag 15 april 2016 door Vic Vaes)
  17. Leroy Daniël R., Van ambt tot voorganger . Voorbij de crisis in de kerk? Van ambt tot voorganger, Gent, 2017, eigen beheer, 128 p. (voorgesteld op vrijdag 2 juni 2017 door Arseen De Kesel)
  18. Libbrecht Ulrich , Adieu à Dieu . Naar een religieus atheisme , Garant , 2014 (voorgesteld op vrijdag 3 juni 2016 door Betty Pëeters)
  19. Libbrecht Ulrich , De bricoleur & de dummies , 2015 , Garant (voorgesteld op vrijdag 7 oktober 2016 door Paul Libert)
  20. Meijer Fik , Jezus & de vijfde evangelist (voorgesteld op vrijdag 13 mei 2016 door Bert Smeets)
  21. Neels Marcel G., M. Afr., Een andere kijk op de priester, Boekscout (Soest, Nederland), ISBN: 9789462067196, Verschijningsdatum: 1 maart 2013. 148 blz. € 16,75 (voorgesteld op vrijdag 2 juni 2017 door Arseen De Kesel)
  22. Oosterhuis Huub als inspiratiebron in geloof en zingend leven. Vriend voor het leven. (Lannoo). Ik versta onder liefde. (Ten Have). Red hen die geen verweer hebben. (Ten Have) (voorgesteld op vrijdag 5 mei 2017 door Frans Swartelé)
  23. Poorthuis Marcel , De Kruijf Theo , Avinoe . De joodse achtergronden van het Onze Vader , Amsterdam , Adveniat , 2016 (voorgesteld op vrijdag 10 maart 2017 door Guido Cooreman)
  24. Safai Darya , Lopen tegen de wind. De vijf religies van de wereld (voorgesteld op vrijdag 4 maart 2016 door Guido Cooreman)
  25. Schouten Henk , De vijf religies van de wereld : hun oorsprong, bronnen, leefregels, stromingen en verhalen , Ten Have , 2009 (voorgesteld op vrijdag 3 juni door Guido Cooreman) .
  26. Souleymane Bachir Diagne , Filosoferen in de islam , 2016 , vertaling van 'Comment philosopher en Islam?' (2008) (voorgesteld op vrijdag 21 april 2017 door Guy Tariq Meynen)
  27. Van Schaik Carel , Michel Kai , Het oerboek van de mens . De evolutie en de bijbel , Amsterdam , Balans , 2016 (voorgesteld op vrijdag 7 oktober 2016 door Bert Smeets) .
  28. Van Tente Marc , Vensters op het mysterie , een pelgrimstocht met Raimon Panikkar , Averbode , Altiora , 2014 (voorgesteld op vrijdag 6 januari 2017 door Betty Peeters) .
  29. Vanheeswijck Guido, Voorbij het onbehagen (voorgesteld op vrijdag 4 maart 2016 door Paul Janssen) .
  30. Thierry Verhelst & Anne Ducrocq “ Als ik zwak ben, ben ik sterk (voorgesteld op vrijdag 15 april 2016 door Jac De Bruyn) .
  31. Vermeersch Etienne, Over God, Antwerpen, Uitgeverij Vrijdag, 2016 (voorgesteld op vrijdag 18 november 2016 door Arseen De Kesel) .

Ayaan Hirsi Ali , Ketters . Pleidooi voor een hervorming van de islam. Uitgeverij Augustus , Amsterdam-Antwerpen, april 2015, 288 blz. (voorgesteld op vrijdag 3 februari 2017 door Arnout Van Reusel)

SITUERING AUTEUR

VOORWOORD

In het voorwoord  citeert ze een aantal persreacties op terroristische aanslagen.
“Al meer dan dertien jaar is mijn reactie op dergelijke terreurdaden een simpel betoog. Het is absurd om vol te houden, zoals onze leiders doorgaan doen, dat
de gewelddaden van radicale islamisten losstaan van de religieuze idealen waardoor zij zich laten inspireren. We moeten erkennen dat zij worden gedreven door een politieke ideologie, een ideologie die is verankerd in de islam zelf, in het heilige boek de Koran en in het leven en de leer van de profeet Mohammed, zoals vastgelegd in de Hadith.”
Vanwege haar mening dat islamitische geweld niet alleen het gevolg is van sociale , economische of politieke omstandigheden , maar veeleer is verankerd in de basisteksten van de islam zelf, is ze weggezet als fanaticus en “islamhater.”

Met dit boek wil ze eeuwenoude religieuze opvattingen aanvechten die als ketters zullen verworpen worden. Zij pleit voor een islamitische reformatie.
Het probleem van het politiek geweld in naam van de islam kan volgens haar alleen opgelost worden als een aantal kernwaarden van de islam wezenlijk worden veranderd.

Inleiding: EEN ISLAM, DRIE GROEPEN MOSLIMS

Zij maakt een onderscheid in sociologische groeperingen, niet in een onderverdeling van de islam.

De MEDINA-moslims:

Dit noemen wij de fundamentalisten. Zij willen leven naar de strikte letter van hun geloofsbelijdenis. Zij stellen zich een regime voor gebaseerd op de sharia.
Bovendien zien ze het als een eis van hun geloof dat ze die aan iedereen willen opleggen. Men schat dat een 3 % van de moslims de islam op deze manier opvatten. Ongeveer 48 miljoen mensen. Wel stijgend  volgens haar. ( Dit cijfer van 48 miljoen is te laag ingeschat volgens Ruud Koopmans , socioloog aan de Humboldt universiteit in Berlijn, en migratie deskundige.)

De MEKKA-moslims:

Een overgrote  meerderheid in de moslimwereld , bestaat uit moslims die trouw zijn aan de centrale geloofsovertuiging en vroom hun godsdienst belijden, maar niet geneigd zijn geweld uit te oefenen. Zij leven wel in een gespannen verhouding tot de moderniteit. Tot deze groep vooral richt ze zich met dit boek.

De DISSIDENTEN:

Dit is de groep die probeert kritisch na te denken over het geloof waarin ze zijn opgegroeid. Sommigen hebben de islam volledig de rug toegekeerd (zoals de auteur zelf). Zij worden ketters genoemd door de andere groepen. Zij willen de islam hervormen. En aanpassen aan de 21ste eeuw. Zij wijst vijf centrale voorschriften aan die afgewezen moeten worden om tot een echte islamitische hervorming te komen.
Elk van die amendementen worden hoofdstuk per hoofdstuk behandeld.
Zij wil een debat uitlokken binnen de moslimwereld en over de moslimwereld.
Zij wil dat we geen beperkingen accepteren op de kritiek op de islam.
De ketter van vandaag is de hervormer van morgen.

Hoofdstuk 1

HET VERHAAL VAN EEN KETTER.

In dit hoofdstuk beschrijft ze haar reis weg van de islam.
Ze werd opgevoed als praktiserend moslim en bleef dat gedurende bijna de helft van haar leven. Ze bezocht madrassa’s en leerde grote delen van de Koran uit haar hoofd. Als kind woonde ze een tijdje in Mekka en daar bezocht ze regelmatig de Grote Moskee. Als tiener, als zestienjarige werd ze actief in het Moslimbroederschap (de islam uit Medina). Zo vond ze het in 1989 heel terecht dat Rushdie moest sterven.
Dan beschrijft ze hoe ze afvalt van haar geloof.
Ze stelde steeds waarom vragen. Bijv. Waarom word ik anders behandeld dan mijn broer? Waarom zou de goede God de wereld zo inrichten dat de ene helft van de bevolking tweederangs is?

In januari 1992 wordt ze uitgehuwelijkt aan een nonkel in Canada, het huwelijk zou daar plaats vinden. Op weg naar Canada neemt ze in Duitsland de trein naar Nederland.
Daar begint ze te twijfelen aan haar geloof, en leeft ze niet meer volgens de regels van de islam.
De cursussen politicologie, filosofie die ze volgde, samen met de aanslagen van 9/11 deden haar breken met de islam. Twijfels uitspreken over de islam was niet toegelaten. Als je je twijfels uitspreekt word je niet meer geaccepteerd als lid van de moslimgemeenschap.
Zij stelt zich de vraag of er al dan niet een derde weg bestaat.

Hoofdstuk 2

WAAROM IS ER GEEN ISLAMITISCHE REFORMATIE GEWEEST ?

De auteur beschrijft aan de hand van een seminarie dat zij in Harvard leidt over islam en politiek, hoe moeilijk het is, zo niet onmogelijk om vragen te stellen bij de islam.
Zij vermoedt dat vele islamitische geestelijken bang zijn dat men de islam zou verlaten als kritisch denken wordt toegestaan.
Geloofsvernieuwing is een van de zwaarste zonden in de islam.
Zij stelt zich de vraag of de islamitische reformatie er zal uitzien zoals de christelijke?
Zij beschrijft kort de reformatie, bespreekt de rol van Luther, citeert uit Max Weber, en stelt dat door de bevrijding van het individueel geweten van hiërarchisch en priesterlijk gezag er ruimte kwam voor kritisch denken op elk terrein van menselijke activiteit. Hierdoor kwam er vanaf de 17 de eeuw een intellectuele , economische en sociale revolutie op gang.

Eeuwen later is er in de islam nog geen vergelijkbare doorbraak geweest.
In de 8ste tot 10 eeuw is er in Bagdad een school geweest die de Griekse filosofie probeerde te incorporeren in de islam. Maar die werd verslagen door Ashari, met de boodschap dat met Mohammed het einde van de geschiedenis was gekomen.

In het begin van vorige eeuw is er ook een periode van vernieuwing geweest.
Na de tweede wereldoorlog werd in veel moslimlanden de sharia vervangen door wetten naar Europees model. In die tijd werd de islam zelf steeds vaker geherinterpreteerd als onderdeel van een lang proces in het streven van de mens naar sociale rechtvaardigheid en soms zelf ingezet om socialistische
opvattingen over herverdeling te bekrachtigen.

Leerrijk is te zien wat moslimdenkers voorstelden en hoe erop gereageerd werd. Telkens als moslimgeleerden, zoals aan de Al-Azhar universiteit  voorstelden om bijvoorbeeld de islam te scheiden van de politiek, werd dit verworpen, en werd de geleerde zijn mandaat afgenomen. De geleerde moest dan in ballingschap gaan, om van een erger lot gespaard te blijven.

De auteur geeft voorbeelden van Egypte, Soedan, Iran waar telkens kritische moslimgeleerden moesten vluchten of opgehangen werden.
Al deze potentiële hervormers baseerden zich op de islamitische theologie.
Op dit moment is er geen andere moderne godsdienst waar afwijkende opvattingen nog een misdrijf zijn dat bestraft kan worden met de dood.

De onverwachte reformatie.

De auteur denkt dat de reformatie gestart is.
Internet kan de reformatie vergemakkelijken. De groeiende groep moslims in de diaspora in West-Europa en Noord-Amerika staan open voor een nieuwe koers in de islam, om zo de moderniteit te verzoenen met hun geloof. Er bestaat momenteel ook een draagvlak voor religieuze hervormingen in centrale landen van de islamitische wereld. Zo citeert Ayaan,  Sisi de president van Egypte die in een toespraak op de Al-Azhar de moslimgeleerden oproept voor een religieuze revolutie(2015).

Volgens Ayaan zijn er vijf belangrijke elementen in de islam die moeten hervormd worden zodat alle moslims hun plaats kunnen vinden in onze moderne eenentwintigste eeuw.
Haar stelling is dat de islam alleen kan samengaan met de moderniteit, dat islamitische staten op deze planeet alleen kunnen samenleven met andere landen, en vooral dat de tientallen miljoenen gelovige moslims in westerse samenlevingen zich alleen kunnen ontplooien als er vijf hervormingen plaats vinden in de islam.

De vijf te hervormen zaken  zijn:

1° De  semi goddelijke  en onfeilbare status van Mohammed en de letterlijke lezing van de Koran, met name de delen die geopenbaard werden in Medina;
2° De investering in het leven na de dood in plaats van het leven voor dood;
3° De sharia, de uit de Koran en de Hadith afgeleide wetgeving en de overige islamitische rechtsleer;
4° Het gebruik om individuele personen de bevoegdheid te geven de islamitische wet af te dwingen door het goede te bevelen en het kwade te verbieden;
5° Het gebod tot het voeren  van de jihad, ofwel de heilige oorlog.

Hoofdstuk 3

MOHAMMED EN DE KORAN

Hoe onvoorwaardelijke eerbied voor de profeet en zijn boek hervormingen belemmert.

De auteur beschrijft Mohammed als strijder en profeet, maar ook als stamhoofd. Zij beschrijft hoe in Medina vele tribale gebruiken integraal deel gingen uitmaken van wat zich zou ontwikkelen tot de sharia.
Vanuit het perspectief van de islamhervormers is een van de voornaamste problemen dat de tribale militaire en patriarchale waarden die aan de oorsprong liggen worden gekoesterd als spirituele waarden die moeten worden gevolgd tot in alle eeuwigheid.

De heiligheid van de koran

Hedendaagse moslims leren dat de Koran een volledige en definitieve openbaring is die niet kan worden veranderd: het is letterlijk Gods laatste woord.
Omdat het geweld in naam van de islam zo vaak door de Koran wordt gerechtvaardigd, moeten moslims worden aangespoord tot kritisch nadenken over hun allerheiligste tekst.

De erkenning dat de Profeet zelf een mens was en dat mensen een rol hebben gespeeld bij de schepping van de heilige teksten van de Koran, moet de eerste cruciale stap in dit hervormingsproces zijn.
Er is dus geen reden om bepaalde militante verzen altijd voorrang te geven .

Als laatste stelt ze de vraag over de rede en de Koran.
Zij stelt dat islamitische geleerden die pleitten voor de rede, aan het kortste eind trokken in dogmatische geschillen. In de 11de eeuw werden de poorten van mogelijke interpretaties definitief gesloten. Een zekere Al Ghazali speelde hierin een sleutelrol.

Hoofdstuk 4

ZIJ DIE DE DOOD LIEFHEBBEN

De fatale gerichtheid van de islam op het hiernamaals.

Bij heel veel medina moslims bestaat er een minachting voor de centrale waarden van het Westen, en een grotere verering van de dood dan van het leven.
Zij beschrijft hoe het hiernamaals een zeer grote rol speelt. “Het werd me geleerd dat het leven in deze wereld kort en tijdelijk is.”

Zij beschrijft  hoe martelaarschap in de Koran beschreven wordt, en martelaars al hun zonden vergeven worden.

Zij schrijft ook over opoffering buiten de Islamitische wereld.

Ook het christendom heeft een traditie van martelaarsverering, maar anders dan islamitische martelaren waren christelijke martelaren vrijwel altijd de ongewapende slachtoffers van wrede executies, waarbij enkele uitverkorenen juist vanwege hun verheven lijden heilig werden verklaard. Ten tijde van de kruistochten en de godsdienstoorlogen na de reformatie leken christendom en islam erg op elkaar.

Ook de hemel wordt veel gedetailleerder beschreven bij de islam in vergelijking met Jodendom en Christendom.( Iedereen kent te teksten over de talrijke maagden die ter beschikking staan van de martelaren).

Zij schrijft nog een hoofdstuk over martelaarschap en moord.
Zij schrijft dat het unieke aan de islam het moorddadige martelaarschap is, waarbij de martelaar om religieuze redenen tegelijk zichzelf en anderen doodt.

Zij geeft dan voorbeelden van moderne martelaarsoperaties.

Jarenlang waren er ook financiële prikkels voor plegers van zelfmoordaanslagen. (Saddam Hussein betaalde tot 25000 dollars aan families van Palestijnse aanslagplegers op Israeli’s.)
Zij geeft dan talrijke voorbeelden uit de moslimwereld van hoe kinderen de doodwens worden ingeprent. Bijv bij Hamas in de Gaza.
“Inshallah”, een van de meest gebruikte uitdrukkingen in de islamwereld werkt het fatalisme nog meer in de hand.

Als conclusie van dit hoofdstuk stelt de auteur, dat pas als de islam niet langer gefixeerd is op het hiernamaals, pas als de islam ontdaan is van dat verleidelijke verhaal over het leven na de dood, pas als er actief wordt gekozen voor het leven op aarde en de dood niet meer hoger wordt gewaardeerd, dan pas kunnen moslims in deze wereld gaan leven.

Hoofdstuk 5

GETEKEND DOOR DE SHARIA

Hoe de onbuigzame religieuze code van de islam moslims gevangenhoudt in de zevende eeuw.

De auteur begint met het dramatisch voorbeeld van een Soedanese vrouw Meriam, die op het moment dat ze 8 maanden zwanger was, veroordeeld werd tot honderd zweepslagen en dood door ophanging omdat ze overspel had gepleegd en een afvallige was. Zij was de dochter van een Ethiopische christelijke moeder en van een moslim vader en had gekozen voor het geloof van haar moeder. Deze straf werd in 2014 uitgesproken. Dank zij internationale protesten zijn de straffen niet uitgevoerd.
Deze straffen zijn geen op zichzelf staande incidenten. In een groot deel van de islamitische wereld beroept men zich in allerlei omstandigheden stelselmatig op de sharia en worden haar wetten toegepast.

De sharia komt voort uit een combinatie van de Koran en de voorbeeldfunctie van Mohammed.(vb. trouwen met zeer jonge meisjes zoals Mohamed met Aïcha). Ze komen voort uit de goddelijke openbaringen en staan daarmee vast en kunnen niet veranderd worden.

Mondiale sharia

De auteur geeft voorbeelden van de toepassing van de sharia zowel in streng islamitische landen, als in meer gematigde landen. 70 tot 80% van de moslims in die landen kiezen voor de sharia als basis voor de wetgeving.
Zelfs in Groot-Brittannië zijn er nu shariarechtbanken actief.

De auteur toont dan ook aan dat de islamitische vrouwen hard getroffen worden door de sharia. De ongelijkheid van de geslachten staat centraal in de sharia. Een van de zwaarste lasten die de sharia oplegt is het principe van voogdijschap. Dit gaat er bijv over dat meisjes zonder dat ze ermee instemmen door hun vader kunnen worden uitgehuwelijkt. Voor de meest basale activiteiten buitenshuis zijn ze afhankelijk van hun mannelijke voogden.
Ook polygamie is alleen voor de man. Vrouwen mogen alleen met een moslimman trouwen, en voor mannen moet dit niet.
Overspel wordt anders gestraft voor mannen dan voor vrouwen.
Dertig islamitische landen verbieden homoseksualiteit, met straffen van zweepslagen tot levenslange gevangenisstraf.

Dood door steniging.

Er zijn nog steeds minstens 15 moslimlanden die dood door steniging toestaan of eisen. In Pakistan bleek in 2008 dat slechts 5%  tegen steniging wegens overspel is, 86 % is voor. Iran heeft het hoogst per hoofd van de bevolking aantal stenigingen van de wereld.
Volgens de auteur is het significant dat bijvoorbeeld in 2014 een groep , Women Living Under Moslim Laws , slechts 12000 handtekeningen verzamelde voor een petitie die vroeg aan de Verenigde Naties om internationale wetten tegen steniging op te stellen.

Als besluit stelt ze dat die wetten niet getolereerd kunnen,  zij vindt ook dat er veel te weinig tegen gereageerd wordt.
Er is weinig kans dat moslims in landen als Pakistan zullen instemmen met de opheffing van de sharia.
Wij in het westen, zo schrijft de auteur, moeten er echter op staan dat moslims die in onze maatschappij leven zich houden aan onze wetten. We moeten eisen dat islamitische inwoners shariapraktijken en –straffen afzweren die in strijd zijn met fundamentele mensenrechten en westerse wetgeving.

Hoofdstuk 6

SOCIALE CONTROLE BEGINT THUIS

Hoe het gebod “het goede te bevelen en het kwade te verbieden” moslims in het gareel houdt.

De auteur legt uit dat in de tijd van de Grieken ook al het idee bestond dat de “wet moet bevelen wat zou moeten gebeuren en verbieden wat niet mag gebeuren.”
De auteur citeert Koranverzen die het allesomvattende hiervan in de Islam benadrukken. In de Middeleeuwen stelden islamitische heersserss een zedenmeester en een straatinspecteur aan , om ervoor te zorgen dat de mensen zich in het openbaar aan de wet hielden.

Duizend jaar later is er maar weinig veranderd.
De religieuze politie in Iran en Saudi-Arabië die vrouwen slaat omdat ze de enkel laten zien, de sharia politie in Wuppertal, islamvolgelingen die in Londen als moslimburgerwachten patrouilleren.

De extreemste vorm van dit concept komt tot uiting op het moment dat mannelijke familieleden hun toevlucht nemen tot eermoord, wanneer vrouwelijke familieleden onherstelbare zonden zouden hebben begaan.
Wereldwijd zouden er jaarlijks zeker vijfduizend eermoorden plaatsvinden.
Zij geeft enkele voorbeelden :
Toen in Basra (Irak) een 17 jaar oude dochter door haar vader werd vermoord omdat die verliefd geworden was op een Britse soldaat , merkten plaatselijke ambtenaren op :” in geval van eermoord kunnen we niet veel doen. Je zit in een islamitische samenleving en vrouwen moeten volgens de religieuze wetten leven”.

Het goede bevelen en het kwade verbieden kan ook de moord op homoseksuelen en moslimafvalligen rechtvaardigen. Het gaat hier in veel gevallen over mannen die met stokken zwaaien om correct gezag af te dwingen.
De auteur schrijft dan ook dat als men een andere mening heeft, men er het best zijn mond over houdt.
In vroegere periodes, o.a. in de Middeleeuwen waren er in de Islam meningsverschillen over de reikwijdte van dit gebod. In privéruimtes en ook in een bepaalde literatuur kon men op de grens van het aanvaardbare balanceren.

Tegenwoordig komen deze regels weer het extreemst tot uiting  bij IS in het kalifaat, in fundamentalistisch gebieden in Syrië, in bepaalde gebieden in Irak.
Homoseksuele mannen hebben het nu in Irak veel moeilijker  dan tijde van Saddam.
De auteur stelt ook dat het probleem van eermoord meer en meer een probleem wordt in moslimgemeenschappen in het Westen. Zij geeft voorbeelden uit Canada, USA.
In het Westen worden de termen eergerelateerd geweld en huiselijk geweld vaak door elkaar gebruikt.

Als slot geeft de auteur nog voorbeelden van het kwade te bevelen, met voorbeelden uit Brittannië, zowel van folders die opriepen tot geweld tegen homo’s als van een islamitische radiozender die haat predikte tegen mogelijke huwelijken van moslims met niet-moslims.

Zij besluit dan ook :

Alleen wanneer moslims- vooral de moslims in westerse landen- vrij zijn om te zeggen wat ze willen, te bidden of niet te bidden, moslim te blijven of zich te bekeren, of geen enkel geloof te hebben, alleen wanneer moslimvrouwen vrij zijn om zich te kleden zoals ze willen, uit te gaan wanneer ze willen, de partner te kiezen die ze willen, alleen dan zijn we op weg te ontdekken wat nou echt het goede en  het kwade is in de eenentwintigste eeuw.
Dus deze woorden moeten uit het belangrijkste islamitische credo verwijderd worden.

Hoofdstuk 7

DE JIHAD

Waarom de oproep tot een heilige oorlog een handvest voor terreur is.
De auteur geeft enkele voorbeelden van aanslagen , de marathon in Boston, de moord op een ongewapende Canadese soldaat  in Ottawa, een Pakistaanse Amerikaanse staatsburger die een autobom probeerde te laten ontploffen op Times Square, telkens motiveerden die aanslagers zich op teksten van de islam en zien ze de aanslagen als het  gebod van de jihad, dat  verankerd is in de islam zelf.
Zij legt uit hoe de jihad aan jonge moslims voorgesteld wordt als een innerlijke strijd om een goede moslim te zijn, maar geleidelijk wordt het een strijd buiten jezelf, tegen de vijanden van Allah en de ongelovigen. Zij geeft met feiten weer hoe er een ongelooflijke stijging is van het aantal jihadistische aanvallen de voorbije jaren.
Een niet onbelangrijk deel van de moslims, meer dan7%  hebben een positief beeld van Al-Qaida of IS.
De auteur begrijpt niet waarom we steeds op zoek zijn naar verklaringen voor hun gedrag, terwijl de echte verklaring overduidelijk is.
Vb. Boko Haram werd opgericht door Mohamed Yussuf die zich op de islam baseerde.

De praktijk van de Jihad : de wereldwijde oorlog tegen de christenen.

Een van de meest verwoestende gedaanten van de jihad in onze moderne tijd is de gewelddadige onderdrukking van christelijke minderheden in landen over de hele wereld met een moslimmeerderheid.
De traditionele islam gaf een speciaal onderdanig statuut aan joden en christenen (de dhimitude, ).
Moderne islamisten gaan verder. In sommige landen propageren regeringen en hun functionarissen openlijk antichristelijk geweld. In andere landen regelen rebellen en burgerwachten hun zaakjes zelf.

Over dit verschijnsel van christofobie komen westerse media met opvallend weinig berichtgeving.

Zij beschrijft schrijnende  voorbeelden  uit Nigeria, uit Soedan, Egypte, Irak. Pakistan, (Pakistaanse christenen vormen slechts een kleine minderheid van 1,6 % op 180 miljoen inwoners, maar ze worden vergaand gediscrimineerd.)  Geloven in de christelijke-drie-eenheid is onwettig en valt onder de officiële godslasteringswetten. Zelfs in Indonesië , een gematigd islamitisch land nemen de gewelddadige incidenten tegen religieuze minderheden snel toe. In Saudi-Arabië bijv. is ondanks het feit dat daar een miljoen christelijke buitenlandse werknemers wonen,  het ook voor privépersonen verboden als christen te bidden.

Waarom winnen de jihadisten? Omdat wij dat toestaan.

Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw hebben in het buitenland geboren imams zich in kleine enclaves in Londen en andere grote Europese steden gevestigd. Daar prediken ze en verspreiden ze geluidsopnames waarin expliciet en aanhoudend wordt opgeroepen tot de jihad.
Soms zijn het imams die als asielzoekers binnen kwamen en konden delen in de voordelen van de verzorgingsstaat. Ze geeft voorbeelden uit Londen. (Wij zouden het voorbeeld van Molenbeek kunnen geven).
De jihad is een sterk eenduidig antwoord op complexe problemen. Alle schuld wordt gegeven aan vijandige buitenstaanders en “complotten tegen moslims”
Ontmanteling van de jihad.

De auteur pleit voor een theologisch antwoord.
We moeten erkennen dat het om een ideologisch conflict gaat, dat pas gewonnen wordt wanneer de jihad zelf ontmanteld is.
Ze is daarom van mening dat het beste zou zijn om de jihad van de agenda te halen. Wat zou er gebeuren als de honderden imams in het westen afstand zouden nemen van het hele concept van de jihad? Als geestelijken, imams, geleerden en politieke leiders het woord ‘jihad’ haram-verboden-verklaarden , dan zou er een duidelijke scheidinglijn zijn.

Hoofdstuk 8

DE SCHEMERING VAN DE TOLERANTIE

De auteur schrijft hier dat de islam een Voltaire nodig heeft.
Zolang er moslims zijn die de Medina leerstellingen belangrijker achten dan hun loyaliteit aan het land waarvan ze burgers zijn, is er een legitieme reden om aan te nemen dat het tolereren van de islam de veiligheid van die  landen in gevaar brengt.
De centrale vraag blijft : Wat kunnen we niet tolereren?

Zij begint met de situatie van de vrouwen in de moslimwereld , en stelt dat de vrouwenrechten er op achteruit gaan.
Zij geeft het voorbeeld van de kledij, van de verlaging van de huwbare leeftijd voor meisjes in Irak bijv naar 9 jaar.
Over de praktijken van genitale verminking, die praktisch uitsluitend nog in moslimgemeenschappen gebeuren.
Ook het niet toestaan van andere godsdiensten, en andere grondrechten kunnen we niet tolereren.
Volgens haar mogen we geen intolerantie tolereren.
We moeten erop staan dat niet wij in het Westen ons aanpassen aan de gevoeligheden van de moslims; de moslims moeten zich aanpassen aan de liberale ideeën van het Westen.
Zij maakt een vergelijking tussen de acties en de strijd die het Westen voerde tegen het apartheidsregime, en het stilzwijgen rond de miskenning van vrouwen en grondrechten in de moslimwereld.
Zij is ontgoocheld dat ze in haar strijd voor grondrechten voor vrouwen en meisjes zo weinig steun en zo veel hoon over zich heen gekregen heeft van juist mensen in het Westen die zichzelf feministisch en progressief noemen.
Een unieke rol  voor het westen

Haar stelling is dat we niet zozeer met militaire middelen het moslimfundamentalisme kunnen verslaan, maar dat we de moslimdissidenten  moeten beschermen en faciliteren en weerstand moeten bieden aan het enorme netwerk van islamitische centra, madrassa’s en moskeeën die verantwoordelijk zijn voor de verspreiding van die vormen van islamitisch fundamentalisme.
We hebben niet de moeite genomen om met een effectief tegenverhaal te komen, omdat vanaf het begin ontkend werd dat islamitisch extremisme enig verband hield met de islam.
Zij maakt de vergelijking met de koude oorlog, waar het westen ook veel geld gestoken heeft om anticommunistische intellectuelen en ideeën te steunen, om radio free europe overal te laten beluisteren, enz.

Slot

DE ISLAMITISCHE REFORMATIE

Ondanks dat de Medina moslims blijkbaar aan de winnende hand zijn ( boek is geschreven begin 2015 ) , gelooft zij toch dat er een islamitische reformatie in zicht is. De meeste moslims willen een beter leven voor zichzelf en hun kinderen, en ze hebben steeds meer gegronde reden om te betwijfelen of de Medina-moslims dat wel te bieden hebben.

Waarom volgens haar het tij positief keert ?

De nieuwe informatietechnologie, biedt heel veel mogelijkheden. Zij verwijst naar de Arabische lente, en acties op internet.

Ook in de moslimgemeenschappen in het Westen is  er volgens haar sprake van verandering, ondanks dat de spanningen zullen toenemen tussen westerlingen en moslims , zullen vele moslims meer oog krijgen voor westerse vrijheden en waarden.

Ook is er de afschuw van zeer vele moslims voor de wreedheden van islamfundamentalisten (IS, Al qaida, boko haram enz ).
Zij citeert zowel een ambassadeur van de Ver. Ar. Emiraten , als president Sisi van Egypte die oproepen voor een religieuze revolutie.

Een laatste reden waarom zij optimistisch is, is dat ze hoopt dat het Westen eindelijk tot inzicht komt.
N.a.v. de aanslag op Charlie Hebdo , hoopt zij dat iedereen nu gaat inzien dat de extremisten wel iets te maken hebben met ‘de religie van de vrede’. Als we dat niet doen zullen de fanatici, zoals Pegida, en andere populistische partijen  aan populariteit winnen.(zij schrijft dit begin 2015 )

Als besluit stelt ze nogmaals dat de islam vijf kernideeën heeft die volgens haar in essentie onverenigbaar zijn met onze moderne tijd.

1° De positie van de Koran als het laatste, onveranderlijke woord van God en van de onfeilbaarheid van Mohammed als de laatste, goddelijk geïnspireerde boodschapper.
2° De nadruk die de islam legt op het hiernamaals in plaats van op het hier en nu.
3° De stelling dat de sharia een allesomvattend rechtssysteem is dat over zowel de geestelijke als de wereldlijke rijken kan heersen.
4° De plicht van gewone moslims om het goede te bevelen en het kwade te verbieden.
5° Het concept van de jihad, of heilige oorlog.

Deze vijf stellingen houden eenvoudigweg in dat deze ideeën zodanig moeten worden herzien dat een moslim gemakkelijker zijn weg vindt in de wereld van de eenentwintigste eeuw.

Appendix

MOSLIMDISSIDENTEN EN HERVORMERS

Zij ziet een steeds grotere groep actieve dissidenten en hervormers over de hele wereld.
Enerzijds dissidenten in het westen, die zich vooral op het standpunt richten dat de Koran en de Hadith in hun historische context moeten bezien worden, en dat de menselijke, civiele wetten als leidraad moeten worden aanvaard.

Dan noemt ze nog enkele burgerhervormers in de islamitische wereld.

Tenslotte noemt ze nog dissidente geestelijken.
Maar ze gelooft meer in de burgerhervormer dan in de hervorming door geestelijken.
Ten slotte doet ze een oproep aan het westen om deze dissidenten en hervormers hulp en waar nodig veiligheid te bieden.

CHRONOLOGIE
( komt uit het boek van Berkelon S en Wansik H.  “ De orkaan Ayaan” 2006 )

Op 13 nov. ‘ 69 geboren Mogadishu, Somalië.
1976: gezin vlucht naar Saoedi-Arabië.
1977: ze vestigen zich in Ethiopië.
1980: ze vestigen zich in Kenia Ze volgt lagere school.
1984-89: studies in Nairobi. Het gezin krijgt een vluchtelingenstatuut.
1989-91: secretaresse bij UNDP in Somalië en Kenia.
1992: komt met de trein aan in Nederland. Op een tussenlanding op weg naar haar gearrangeerd huwelijk met een oom in Canada, vlucht ze vanuit Duitsland naar Nederrland.
1992-93:  als asielzoekster is ze vrijwilligster in het Asiel Centrum.
1993-94: volgt ze een intensieve cursus Nederlands.
1994-95:  propedeuse maatschappelijk werk in Driebergen.
1995-2000: tolk vertaalster in diverse  diensten en instellingen terwijl ze politicologie aan Univ Leiden studeert; recht  en vluchtelingenrecht Univ  Utrecht.
1997:  genaturaliseerd  tot Nederlandse . Lid van de pvda,(1997 tot 2002) en werkzaam op de studiedienst , speciaal rond migratie en islam.
Vanaf 2001, begint ze kritiek te maken op het islamitisch fundamentalisme, in kranten en ook op tv.
Ontvangt in lente 2002 de eerste haatmails.
Verlaat in sept. 2002 de islam, en noemt de islam achterlijk.
Vanaf dan krijgt ze politiesurveillance en persoonlijke beveiliging.
Er worden solidariteitsacties voor haar opgezet. Zij laakt de pvda houding t.a.v. achtergestelde moslimvrouwen.

In okt. 2003 wordt ze lid van de VVD (Rutte nu) , en wordt verkozen voor VVD in de kamer.
Er wordt druk uitgeoefend vanuit een grote groep islamitische landen , omdat ze in een interview Mohammed een perverse man genoemd heeft. De VVD leider Zalm steunt haar volledig.
Ayaan maakt ook kritiek op de vrijheid van onderwijs, ze probeert te toename van islamitische scholen tegen te gaan( werkt segregatie in de hand).
29 aug 2004: vertoning van de film Submission  die ze samen met Theo Van Gogh realiseerde.
Eerste boek: “ De maagdenkooi”.
2 nov.:  Van Gogh ritueel vermoord. Ayaan wordt met de dood bedreigd en duikt onder.
In 2005 is ze terug in de kamer. De rechter zegt dat ze verder mag gaan met uiten van kritiek op islam en een deel 2 van de film Submission mag maken.
Ze komt in conflict met een leider van de VVD, Wiegel, terzelfdertijd krijgt ze prijzen van zowel Time, als van readers digest,
In het voorjaar 2006  vertrekt ze naar de Verenigde Staten om te werken voor een conservatieve denktank in Washington.
In Nederland heeft er dan nog een discussie plaats over de intrekking van haar paspoort.
Regering Balkenende wordt zelfs nog demissionair, naar aanleiding van dit dispuut.
(nu vooral uit wikipedia ) 
Sept 2006:  publicatie van haar autobiografie: “ Mijn vrijheid”.
Nederland moest in de USA instaan voor haar veiligheid.
Ook in de USA lokte haar standpunten controverse uit.
Op verschillende universiteiten worden haar lezingen verhinderd  en een eredoctoraat geweigerd onder druk van moslimgemeenschappen.
Zij is nu fellow van de Kennedy Government school aan de Universiteit van Harvard.
In april 2013 verkreeg ze het staatsburgerschap van de Verenigde Staten.

Ze verklaarde naar aanleiding hiervan: ”De politieke islam maakte mijn leven in Nederland uiteindelijk onmogelijk. Ware het niet voor de politieke islam, dan zou ik bijna zeker nog steeds Nede

Beeckman Tinneke , Macht en onmacht. Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting. A’dam, Antwerpen, De Bezige Bij 2015 (voorgesteld op vrijdag 13 mei 2016 door Paul Janssen)  

Van filosofen verwachten wij dat zij de lezer helpen bij het ontrafelen van levensproblemen, het helder definiëren van begrippen en dat zij bijdragen tot zingeving en ‘levenslust’.

De ondertitel “Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting”  verwijst naar de Verlichting: dus er is een aanslag gebeurd? Welke bedenkingen zal ze maken? Zal ik mij bij die verkenning laten verrassen?

Filosofen, journalistiek en literatuur. Filosofen schrijven soms romans: Patricia de Martelaere, Joost de Vries, Alicja Gescinska; Nietzsche schrijft profetische poëzie in ‘Also sprach Zarathoustra’, en dan de Verlichtingsfilosofen: Voltaire, Diderot, Rousseau. Hamlet, als dramatisch personage van Shakespeare, is filosoof met to be or not to be’: romanfiguren stellen existentiële vragen.

 Op p. 48 schrijft T. B. : “De filosoof is de arts van de cultuur”. En de actualiteit levert genoeg stof om te filosoferen: radicalisering, globalisme, economisme en consumisme, investeren en management…

 René Girard (“la vérité romanesque et le mensonge romantique”)  is volledig afwezig in dit boek, ook in de bibliografie is hij niet vermeld. Vreemd want als antropoloog-filosoof maakt hij een originele analyse van onbehagen en ressentiment, van mimetische begeerte en geweld. Herman De Dijn zwijgt ook over R. Girard…

Titel: macht en onmacht is zo ’n typische tegenstelling of een tweepolige eenheid zoals meerderheid/minderheid, globalisering/begrenzing, gelijkheid/ongelijkheid,  rechts en links, schuld en onschuld, immanentie en transcendentie, dictatuur en democratie…

Filosofie is niet zo ’n onschuldig academisch tijdverdrijf, al sinds Socrates leggen filosofen spanningen bloot in individu en samenleving, zoeken ze waarheden en onwaarheden te onderscheiden. Vandaag ook zijn filosofen aanwezig in de opiniërende pers met columns en actuele bijdragen,  naast collega’s van andere disciplines zoals de socioloog, de moraalfilosoof, gedragsbioloog, de jurist, de historicus enz.

Na de Inleiding (“de moord op mei ’68: Charlie Hebddo”) volgt

Deel I: De postmoderne filosofie

Nietzsche, hij voedt de postmoderne kritiek op universele waarden. Michel Foucault: er is geen neutrale kennis, alles draait om interpretatie. Vrij onderzoek is een illusie, welke is de historische context waarin ideeën zijn ontstaan?

Machtsstructuren: wie domineert, wie is de gedomineerde? Neveneffect is dat slachtofferschap aantrekkelijk wordt. Herman De Dijn schrijft op 56: “De zekerste manier om zich niet schuldig hoeven te voelen, is zelf de rol van slachtoffer opnemen en de schuld bij anderen te leggen. Dit leidt tot het welbekende fenomeen van het zoeken naar zondebokken”.

 Deel II De Inspirator / Martin Heidegger

p. 105: summiere schets van Heideggers denken, zijn erfenis. Hij heeft een specifiek filosofisch antisemitisme uitgedacht (complottheoriëen / de Protocollen van de Wijzen van Sion), antidemocratische ideeën die verregaande gevolgen hebben voor de democratie en de politieke macht van de burgers, “omdat Verlichtingsdenkers – in ruime zin – de basisvoorwaarden voor democratie, gelijkheid en vrijheid hebben uitgetekend. Heidegger, als grondlegger van het postmodernisme, hangt ronduit antidemocratische ideëen aan…”

Citaat Hannah Arendt: “Denken is het gesprek dat je voert met jezelf, het is de stille dialoog, waarin je zowel vragen stelt als ze beantwoordt”.

P. 57: Zonder strijd voor waarachtigheid (véracité) heb je geen enkel verweer wanneer democratie wordt bedreigd, door bijvoorbeeld desinformatie van fundamentalisten, terroristen, lobbyisten of complotdenkers. De democratie heeft tot doel het geweld tussen burgers te controleren.

P. 81: Heidegger verwijst vaak naar de oorsprong en evolutie van woorden, hij is een taalvirtuoos; de etymologie dient vaak als argumentatie en diepere analyse. Sommigen vinden dat vergezocht, retorische onzin. Voor Heidegger bevat de taal in haar diepste lagen een existentiëel getuigenis van de lotsbestemming van de mens. De denker kan die oorspronkelijke betekenissen opnieuw blootleggen. (Deconstructie bij de postmoderne denkers?), .

Deel III: DOLLARTEKENS IN DE HEMEL

Michel Houellebecq – roman ‘Onderwerping’ (Soumission): Alles is bedrijfsgeest, economisme, consumentisme, individualisme, waarderelativisme (‘les valeurs républicaines’), cynische zoektocht naar macht.

Cit. 118: De essentie van de religieuze boodschap is dat er een hiërarchie bestaat, geen gelijkheid.  De Verlichtingsfilosofen trekken die bovennatuurlijke orde radicaal in twijfel, de mens wordt de bron, doel en middel van de politiek. Mensen kijken niet meer naar het verleden, maar naar de toekomst.

Analyse van ‘neoliberalisme’ : investeren en winst maken; aan alles is geld te verdienen: water, lucht, rust, stilte. Links en rechts hebben de vrije markt omarmd, ideaal is de gelukkige consument. Waarden en deugden minder belangrijk dan winst (Herman De Dijn heeft het  meer over de zwakken, de uitgeslotenen, zijn ondertitel: Politiek, zorg en onderwijs).

Neoliberalisme wil een open, vrije en leuke samenleving bevorderen die tolerant is en waar genot centraal staat. Concurrentie tussen de individuen (mimetische begeerte) produceert  nieuwe macht en kennis, wekt genot op.

Cit p. 130: Postmodernisme heeft de waarheid afgeschaft en de Grote Verhalen gedeconstrueerd.

Ayn Rand, De almacht van het individu. Zij staat bekend als filosofe, maar verspreidt haar ideeën vooral in fictiewerken.

DEEL IV: DE MACHT VAN HET COMPLOT

Crisis van waarachtigheid in het Westen: oorlogsretoriek en klokkenluiders; stille machtsgreep van de overheid over onschuldige burgers – “wie kitiek heeft op de groeiende almacht vd staat wordt zelf verdachte”.

Slaapwandelend naar een gesurveilleerd leven; G. Orwell 1984, Big Brother en de iPhone; ‘bij terreurdreiging primeert veiligheid boven de vrijheid’.

Opmars van samenzweringsdenken. Nog bespreking van de Protocollen van de Wijzen van Zion. (schrikbeeld van Joodse overheersing, maar ook machtsverlangen van wie erin gelooft), doorspekt met antisemitische clichés, verschijnt eerst in Rusland 1903. ‘Vermits het wereldjodendom complotteert tegen de westerse beschaving is oorlog een legitieme zelfverdediging / oorlogsretoriek’.

Epiloog. Weerbaarheid door waarheid / verlichting en democratie /

In de bestrijding van de onmacht is Spinoza’s filosofie een fenomenale  hulp: “zelfkennis, kritische methode en volharding om angst te overwinnen, dat hebben we nodig’.



Benhaddou Khalid , Is dit nu de islam ? Hoe ik als moslim voor nieuwe tijden ga : rationeel , Europees en verzoenend , 2016 (voorgesteld op vrijdag 18 november 2016 door Guy Meynen) .

Nooit eerder heeft -bij mijn weten- een Vlaamse Imam een theologisch boek geschreven, voor een doorsnee Vlaams publiek. Het is een didactisch meesterwerkje. De meeste eerdere publicaties van Vlaamse Moslims waren vooral sociaal en maatschappelijk gericht. Wat evengoed noodzakelijk is. Het ontbrekende theologisch aspect is nu ingevuld.

Publicaties van en interviews met gelovigen o.a. Suleyman van Ael en Omar Nahas haalden niet dit niveau en lieten op mij een gebrekkige indruk na. Te zeer apologetisch, verhullend en ontwijkend.  De bijdragen van seculiere allochtone intellectuelen wens ik buiten beschouwing te laten.

Het is het eerste boek van deze 28-jarige Gentse Imam en hopelijk komt er snel een volgende. Het brede publiek zal dan voorbereid zijn om te vertrekken vanaf het reeds bereikte niveau. Méér details en uitleg graag, beste Imam. Misschien wat reacties verwerken van lezers en vragen vanuit het publiek tijdens uw talrijke lezingen. Het mag dan gerust een dikker boek zijn. Met aan het einde een literatuurverwijzing en voetnoten register. Zodat de namen van de Moslim-geleerden die U citeert, ook van een korte biografie worden voorzien. Misschien krijgen de lezers de smaak van zelfstudie wel te pakken.

Enkele passages wens ik toe te lichten :

Blz. 21 : Opvallend is de nadruk op de wisselwerking tussen lokaal en mondiaal.

Blz. 32 :  Segregatie als optie wordt verworpen. Of toch niet helemaal?

Rationele Islam wordt gebruikt als enige mogelijkheid die nog overblijft. De verlichte Islam wordt als 'Islam der Verlichting' afgewezen.

(Blz. 34) De term 'gematigde Islam' wordt eveneens afgewezen (Blz. 37) omdat het geen concrete inhoud heeft en niet efficient is.

De rationele Islam dient als een mogelijk herstel van de Traditie zoals die werd uitgevoerd door o.a. de 'Bayt al Hiqmat'. Een veelvoud van theologische benaderingen is mogelijk in deze rationaliteit.

De Sharia dient naar de geest gelezen te worden, blz. 38 vermeldt.

Dan, zeer belangrijk : Moslim-Schriftgeleerden van Shia en Sunni orientatie kunnen slechts zinvol met elkaar dialogeren indien ze hun respectievelijke oriëntaties loslaten. Betekent dit dat Khaled Benhaddou zélf ook afstand neemt van zijn Sunni achtergrond? Zo ja, wat komt er dan in de plaats? Er moet iéts ter vervanging zijn : non-denominational Islam misschien? Moslim buiten elke gevestigde groep. Zou kunnen. Een Moslim intellectueel die ik enkele jaren geleden in Antwerpen heb gesproken ( Farid Esack) deed precies dat.

Blz. 43 vermeldt Khalid hier Muhammad Arkoun die als bekend wordt verondersteld.

De vele gezichten der Islam :

Blz. 52 wordt het Medina-charter vernoemd, de 1e Moslim 'Grondwet' of eerder een sociaal pact.

De vorming der Quran-tekst wordt vereenvoudigd voorgresteld, vetgeleken met de voorstelling in het boek van Peter Derie. De geschiedenis der Moslim-gemenschappen wordt eveneens véél te beknopt voorgesteld.

Blz. 59 worden 2 interessante vermeldingen gemaakt : die van de Andalusische geleerde Abu Ishaq al Shatibi en de school dr M%u'tazila.

Blz. 60 wordt een té korte beoordeling der Shia gemaakt : irrationeel luidt het...

Een klassiek-fundamentalistische groep (Hizb-ut-Tahrir) is vernoemd op blz. 66. Deze groep heeft toevallig in Hasselt ook een adres.

Het Salafi-Jihadisme is verbonden met het Wahhabisme én met de Moslim-broeders. Dat laatste klopt volgens mij niet.

Blz. 70 wordt de grote en tragische hervormer Ali Abderraziq vermeldt, afsluitende schrijver uit de meest recente poging om een hervorming der Sunni-Islam tot stand te brengen. Alles bleef beperkt tot Egyptische academische kringen in de periode 1890-1925.

Vanaf blz. 75 gaat het over deradicalisering. In dit verband noemt Khalid Benhaddou zichzelf een constructieve radicaal. Hij vermeldt dan een hedendaagse Jihadi-ideoloog Abu Basir Attartoussi, die waarschijnlijk doch niet zeker uit de Syrische havenstad Tartous afkomstig zou zijn. Hoogstwaarschijnlijk een schuilnaam zoals gebruikelijk in Jihadi-kringen.

Blz. 84 wordt het politiek messianisme van de US even vernoemd.

Op blz. 86 komt een zeer belangrijke Italiaanse onderzoeks journaliste/econome aan bod namelijk Loretta Napoleoni. Sterk aan te bevelen.

Dit hoofdstuk impliceert een burgerlijke methodiek die ook noodzakelijk is, naast een theologische benadering. De juiste optie van een burgermaatschappij tegenover extremisme is niet moeilijk te bepalen. (Blz. 91)

De opleiding van imams (Blz. 100) krijgt volgens mij teveel nadruk. Ook zonder deze of enige andere titel kunnen Moslims een voorbeeldfunctie hebben. Van de onderzoeksproblematiek die Khalid beschrijft ken ik té weinig.

Op blz. 106 wordt de multiculturaliteit als onvermijdelijk beschreven. Op blz. 112 komt -even- de arbeidsmarkt situatie aan bod.

Op Blz. 116 is beschreven dat Islam de nieuwe vijand werd na de val de SowjetUnie. Niet omdat het nodig was doch omdat een machtsuitbreiding in Arabische landen mogelijk werd. Landen die daarbij ook Moslimlanden zijn.

Blz. 135 : De Quran lezen naar de geest, niet de letter. Lezen in de context van de tijd waarin de eerste Moslims leefden. De theologische benadering van toen bestuderen. Dit sluit nauw aan met de methode die Rachid Benzine hanteerde in een eerder voorgesteld boek bij

'voor U gelezen' enkele maanden geleden. Hierdoor ordt Islam hervorming mogelijk. Dit verklaart ook waarom de Turkse Moslim gemeenschap de benadering van Khalid Benhaddou afwijzen. Volgens het Diyanet instituut (en volgens Erdogan) is een Islam hervorming absoluut overbodig.

Jihad als individuele verplichting valt weg voor Imam Benhaddou. Daarbij gebruikt hij de term Jihad eigenlijk zoals de Salafisten het doen.

Hoe Islamitisch moet een Staat vandaag de dag zijn? Het begrip 'Islamitische Staat' wordt door Isis buiten alle proporties opgeblazen volgens hem. Ook volgens mij.

Europa beschrijven in termen van 'Dar al...' valt weg.  De klassieke omschrijvingen van Dar al Salaam en Dar al Dawa zijn onnauwkeirig en zelfs beledigend. ze drukken een dualiteit in de beleving uit die moet vervangen worden door iets anders doch wàt precies?
---------------------------------------------------
Om een morele wereldautoriteit  te worden als Moslim kun je best politieke projecten laten vallen. Dat zou mijn raad zijn aan hem indien ik hem nog eens zou kunnen ontmoeten.

Misschien is het leeftijdsverschil tussen ons beiden té groot opdat ik mij in zijn plaats kan stellen, denken zoals hij het doet. Om een zinvolle dialoog te voeren is een lange voorbereiding nodig en tijdsgebrek is het beslissend probleem.

Ik heb van dit boek bijgeleerd dat de stijlbreuk tussen hem en mij geen inhoudelijke breuk is.

Een absolute aanrader al bij al.

GT Meynen



BOEKVOOSTELLING: Benima Tamarah Maionah , Joodser dan dit krijgt u het niet. De levenskunst van de Joodse beschaving , Amsterdam, Prometheus - Bert Bakker, 2015.
4 maart 2016. Arseen De Kesel

OMSLAG
Een spel van kleur en contrasten: rood en blauw, wit en zwart; rode, blauwe en witte achtergrond; rode, blauwe, witte, zwarte letters.
De voorzijde.  Witte achtergrond, een balkje blauwe achtergrond en twee balkjes rode achtergrond . De hoofdtitel  in grote hoofdletters is gedeeltelijk in het rood, gedeeltelijk in het blauw. Rood: het boek spruit voort uit 10 lezingen in de Rode Hoed in Amsterdam tussen oktober 2014 en juni 2015. Blauw: de auteur Tamarah Benima werd op  1 juni 2015 aangesteld als rabbijn van de liberale joodse gemeente Beit Hachidoesj  van Amsterdam. 
Auteur in een lettergrootte tussen de hoofd- en de ondertitel, in hoofdletters, witte letters tegen een blauwe achtergrond. Ondertitel in gewone letters, witte letters tegen een rode achtergrond.
Uitgeverij en uitgever. in kleine letters, zwart tegen een witte achtergrond, onderaan de bladzijde.
De keerzijde van de omslag geeft twee inleidingen. De bovenste inleiding in witte letters tegen een blauwe achtergrond geeft een inleiding op het boek. In die inleiding staan een zevental vragen. Vragen stellen is heel  joods. De onderste inleiding in rode letters tegen een witte achtergrond stelt ons de auteur voor als journalist, schrijver, rabbijn.  Onderaan de bladzijde in zwarte letters tegen een witte achtergrond vind je de website van de uitgeverij.

HOOFDTITEL
De hoofdtitel  luidt: Joodser dan dit krijgt U het niet. Wat bedoelt de auteur hiermee? We vinden het antwoord in het tweede hoofdstuk (over het recht) op blz. 43: “Als u ooit wilde weten wat het is om joods te zijn…  joodser dan dit krijgt u het niet.” Dit is een besluit na 112 (2² X 2² X 7) vragen over een denkbeeldig voorschrift: “Bak een chocoladetaart die door iedereen kan worden gegeten.” Dit is een illustratie hoe joden omgaan met hun 613 (365 + 248) voorschriften. Ze roepen duizenden vragen op. Typisch joods is: het voortdurend stellen van vragen en het erkennen van tientallen antwoorden. Voorschrift na voorschrift doornemen, alle denkbare aspecten ervan bespreken, analyseren, wegen, ook de beslissingen van vroegere rabbijnen wegen… dat is joods. Het is een ingesteldheid waarmee men opgroeit en die men nooit meer kwijtraakt. Het is een attitude die doorwerkt op alle levensdomeinen.  (zie blz.43-44).

ONDERTITEL
Het begin van het tiende en laatste hoofdstuk over God – een soort nul – geeft ons inzicht in de ondertitel en de opbouw van het boek: “Ik had me bij het begin van het schrijven van dit boek voorgenomen in de eerste negen hoofdstukken het Jodendom te beschrijven als een beschaving en niet als een godsdienst. En ik had me ook voorgenomen God echt alleen in het laatste hoofdstuk te noemen, maar dat is me niet gelukt” (blz. 201). Op het einde van datzelfde hoofdstuk lezen we: “Als je nadenkt over leven en dood, man en vrouw… is het handig om de uitpuilende joods-religieuze gereedschapskist te gebruiken. Je kunt het axioma ‘God’ volledig negeren en je prima ontwikkelen. Kan de Joodse Beschaving zich zonder het axioma ‘God’ blijven ontwikkelen? Dat weet ik niet.” (blz.226).
In het achtste hoofdstuk over de vrijheid lezen we in de context van de vrije wil: “De idee dat de vrije wil zijn eigen momentum heeft, zit diep in de Joodse Beschaving verankerd. Jodendom is nu eenmaal een beschaving waarin tot een paar eeuwen geleden bijna alles in religieuze taal werd verwoord. Maar daar moet men doorheen kijken.” (blz.161).
De inhoud van de ondertitel is goed weergegeven in de eerste alinea van de inleiding, waarmee het boek wordt geopend: “Men kan het zo gek niet bedenken of Joden hebben erover nagedacht, verteld, geschreven, gestreden. In de manier waarop ze dat hebben gedaan en doen, zit structuur. Dat denken heeft een manier van leven voortgebracht en die levenswijze heeft op zijn beurt het denken aangezwengeld. Zo ontstond en ontwikkelde zich de Joodse Beschaving, die nu een paar duizend jaar oud is.” (blz.7)
Een belangrijk element van die Joodse Beschaving is de taal (blz.8). “Bovendien met het Jodendom als religie die extreem gericht is op teksten in talen die men niet van huis uit meekrijgt en tijd kosten om te leren (Hebreeuws, Aramees)” (blz.9).

AUTEUR
Tamarah Benima werd geboren in 1950. Ze werd psychotherapeute, werd journalist en werd hoofredacteur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 1992 tot 1999. Op 27 augustus 2008 rondde ze haar rabbijnenstudie af. Op 1 juni 2015 werd ze rabbijn in Amsterdam. Ze was toen al 65 jaar.
Haar vader  “was een atheïst tot in zijn botten. Net als zijn broers en zusters. “ (blz.224-225) Maar hij voelde zich verbonden met de joden en het jodendom. Haar grootvader langs moederszijde ging zijn hele leven naar de synagoge en zat in het bestuur van de joodse gemeente. Toen hij stokoud was, werd hem gevraagd of hij in God geloofde. “Niet meer” was zijn antwoord (zie blz.225).
Haar grootmoeder werd als protestantse geboren en werd Jodin.
Vele familieleden verloor ze in de sjoa, de uitroeiing van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Wat weten we over haar zelf? In het 3de hoofdstuk over de teksten zegt ze: “Ik wil erover spreken als mysticus. Niet alle rabbijnen zijn mystici, maar ik wel. En ik noem mezelf een mysticus op basis van een breed scala aan mystieke ervaringen: veranderingen in het bewustzijn en veranderingen in de beleving ‘van het hart’… Kenmerkend voor die mystieke ervaringen is dat ze lijken te behoren tot een werkelijkheid die zich presenteert als de ‘echte’ werkelijkheid, de ‘ware’ werkelijkheid, de ‘onverwoestbare’ werkelijkheid; een werkelijkheid die zich achter en onder de dagdagelijkse werkelijkheid bevindt.” (blz.59-60).
Ze rekent zich ook tot de feministen (zie blz.120 in het hoofdstuk over de sjabbat, waarbij de loftrompet werd geschald over de vrouw – zich uitslovend – waarop feministen kritiek hebben.
In het zevende hoofdstuk over seks zegt ze: “Het gaat dus niet alleen om seks sec, maar ook om de sensitiviteit van de man voor de gevoelens van zijn vrouw… de seksuele bevrediging van de man is niet de maat der dingen. Integendeel. Terwijl de rabbijnen veel oog hebben voor de noodzaak voor de vrouw om seksueel aan haar trekken te komen, is het devies voor de mannen om zich te beheersen, om niet op elke seksuele behoefte van zichzelf in te gaan, om zich niet, zoals de Talmoed zegt, te gedragen als hanen die voortdurend hun vrouw bespringen.” (blz.148)

DOELGROEP
Over de doelgroep vinden we informatie in de laatste alinea van de inleiding: “Dit boek gaat over wat relevant is voor Joden én wat relevant zou kunnen zijn voor niet-Joden. Het is geschreven voor lezers van allerlei pluimage en achtergrond. Het wil het joodse levensgevoel voelbaar en het joodse universum toegankelijk maken.” (blz.11) .

BESLUIT
Het boek beoogt geen objectieve informatie over de joodse geschiedenis en de joodse godsdienst in engere zin te geven. Het is een verhaal hoe het door rabbijn Tamarah Benima wordt beleefd. Als Jodin stelt ze in het boek honderden vragen, wikt en weegt haar antwoorden, somt op (soms halve bladzijden lang bv over de veelheid van joodse geschriften). 

BEDENKINGEN

KORTE VOORSTELLING VAN HET BOEK
Een titelbladzijde met keerzijde (blz.3-4) , inhoud(stafel) (blz.5) , inleiding (blz. 7-11), 10 hoofdstukken (blz.13-226), (verklarende)  woordenlijst (212 = 2² X 2² X 7; blz.227-231), leessuggesties (40; blz.233-236), woord van dank (blz.237-238).
Bovenaan iedere linker bladzijde (blz.8-236) staat de hoofdtitel van het boek, bovenaan de rechterzijde het onderdeel van het boek.
De hoofdstukken zijn genummerd. Naast een hoofdtitel is er telkens een ondertitel.
Bij  inleiding en hoofdstukken loopt de tekst door zonder tussentitels.
Alinea’s horen bij elkaar of worden van elkaar gescheiden door al dan niet een witte tussenregel.  Soms is die witte ruimte op zijn plaats, soms niet: blz.26: De derde factor…; blz. 30:  Dat brengt me op de vierde strategie…).
Het is me niet duidelijk waarom deze hoofdstukken op deze wijze elkaar opvolgen. Ze kunnen als afzonderlijke eenheden gelezen worden.

INLEIDING
Heel kort wordt in de eerste alinea de titel toegelicht. In tweede en derde alinea geeft de auteur aan wat het boek niet en wel brengt. In een volgende paragraaf wordt de Joods Beschaving toegelicht met de klemtoon op de taal. De Joodse Beschaving onder druk: opkomst van christendom, van islam, de sjoa, de seculiere levenswijze, de globalisering, de individualisering. Een voorlaatste paragraaf betreft de bronnen.  Enerzijds gaat het over bijbel en andere joodse teksten, anderzijds om wetenschappelijke werken die tot publieksboeken zijn omgewerkt.  De overgrote meerderheid van de Joden maakt gebruik van een cognitieve dissonantie: men weet wel  dat het om mythologie en literatuur gaat, maar men doet alsof het om waargebeurde feiten zijn. Daarenboven hanteert de auteur een ‘tweesporig bewustzijn’:  tegelijkertijd een bewustzijn van bestaan en een bewustzijn van niet-bestaan. De auteur geeft het voorbeeld van Awraham. “Heeft Awraham echt bestaan? Geen idee. Heeft Awraham echt de dingen gezegd en gedaan die staan opgeschreven in Genesis? Heel onwaarschijnlijk. Toch is Awraham een figuur-die-leeft voor mij. Van belang is dat Joden die verhalen met een tweesporig bewustzijn lezen en gebruiken. Ook al weet men dat de verhalen niet ‘waar’ zijn in de zin van ‘bewijsbaar gebeurd’, men neemt ze totaal serieus, sterker nog: ze worden gebruikt als fundament van de joodse levenswijzen, filosofieën, joods-juridische beslissingen en wat dies meer zij.” (blz.10-11) In een laatste alinea geeft de auteur aan voor wie het boek bedoeld is.

10 HOOFDSTUKKEN  

  1. Volk – op weg naar huis (blz.13-35)
  2. Recht – basis van samenleven (blz.36-56)
  3. Teksten – een doorlaatbare wand (blz.57-83)
  4. A Mentsch – humanisme op zijn joods (blz.84-103)
  5. Sjabbat – de omarming van woe – wei (blz.104-122)
  6. Kasjroet – leren nee zeggen (blz.123-141)
  7. Seks – vrijmoedige hoogtepunten (blz.142-158)
  8. Vrijheid – een herstelmechanisme (blz. 159-175)
  9. Sociale modellen – een verankerd bestaan (blz.176-200)
  10. God – een soort nul (blz.201-226)

Het boek daagt uit om doorheen de religieuze taal van de godsdienst te kijken en te ontdekken  wat het aan Beschaving inhoudt dat kan bijdragen tot een vredevol samenleven met anderen.


* Benzine Rachid De Quran uitgelegd aan jongeren.  Le Coran explique aux jeunes (voorgesteld op vrijdag 13 mei 2016 door Guy Tariq Meynen)

Boekbespreking Franstalige, originele versie 2013.   220 Blz.    Editions du Seuil
De Nederlandstalige versie was voorzien voor het najaar 2015 doch is er nu, 16 april 2016, nog steeds niet. De blz. indeling slaat op de Franse pocket-editie. Vertaling is van mezelf. De keuze tussen hoofdletter en gewone letter bij gebruikte termen is uiterst belangrijk en ik kan niet weten of daar in de Nederlandse vertaling perfect rekening wordt mee gehouden. Lezers gelieve daar op te letten.
Bedoeling van deze presentatie is vooral de betekenis van hermeneutiek en exegese uit te leggen in verband met de Quran. De betekenis van deze begrippen in Christelijke context veronderstel ik als bekend zijnde, bij tenminste een aantal aanwezigen.

                                                -------------------------------------------------------

Inleiding : Opnieuw het Quran-paleis bezoeken.  Blz 11

Naar de grondslagen van de Quran : Blz. 19-76.
Blz. 13, onderaan wordt vermeld dat de tekst van de Quran pas veel later werd geschreven. Dit is van beslissend belang voor de hermeneutiek en de exegese.  Dus het ontstaan en de uitleg.                                            
1. De Quran, een verbazingwekkend 'boek' : blz 19 tot 37
De Quran tegenover de geschiedenis. Er zijn gelukkig verschillende mogelijke manieren om de Quran te lezen. (blz.21) Zoals een gelovige, zoals een theoloog, zoals een linguist/wetenschapper of zoals een nieuwsgierige leek.   
De 'auteur' van de Quran is God zelf, geloven de Moslims (blz.24) Waarbij de betekenis van het woord auteur anders is dan de gewone materiele betekenis.
Het ware van het schijnbare (of foutieve?) onderscheiden? Er is het poetische aspect dat noch als alleen juist of fout kan worden benoemd. (blz.33)   
De Quran : woord en tekst. Quran betekent 'opzegging'. Deze komt uit een mondelinge bron.
Blz. 35.

2. Muhammad : blz. 38 tot 50
Wie was de profeet Muhammad? Biografie, naamsbetekenis,...
Hoe kende men Muhammad? Bronnen voor een betrouwbare biografie. Voorstelling van hem als een perfecte mens (blz. 47) of niet? Eigenlijk is onvoldoende zeker over
Muhammad.

3. Het sleutelmoment van de Openbaring : blz. 51 tot 60
Wat de Traditie zegt over de Openbaring aan Muhammad. (tot blz.55) Wat zegt de Traditie  over het totstand komen der Openbaring?
Wat de Quran zegt over de Openbaring.: en over de persoon van de Profeet Muhammad?
Waren de Openbaringen toevallig of gebonden aan omstandigheden? Voor zover we het kunnen weten was er inderdaad zulke binding.

4. Van het Woord naar de tekst : blz. 61 tot 76. Dit is zeer belangrijk in het geheel.
'Kitab'  ( demondelinge overleveringen verzameld) en 'Mushaf', het neergeschreven Boek. Als de Quran over zichzelf spreekt als 'kitab' dan verwijst dit niet naar een boek-voorwerp.
Volgens de Quran is de boodschap van God neergedaald vanuit een Geschrift dat al eerder bestond in de hemel. Het is 'Umm al Kitab' of 'Moeder van het geschrevene', een
oorspronkelijke bron, ontoegankelijk voor de mens.                      
Een boodschap, uit de hemel neergedaald, blz. 69. Het concept van het Hemels Boek is een  oude traditie; De Quran kan dynamischer en rijker gelezen worden. Betekenis van 'Aya'
(teken) blz. 71. Het juridisch concept 'opheffing' wegens juridische tegenstrijdigheden in de Quran. (blz.72 tot 75) Om in de traditie het juridisch karakter te kunnen behouden.

-Hierbij neem ik de vrijheid om het schema van Muhammad Arkoun te tonen, buiten tekst, in  diens boek, blz. 56. Dit is duidelijker dan de tekst van Rachid Benzine, in dit en volgend hoofdstuk.-

Een Woord dat tekst werd. blz. 77 tot 108 (Woord met hoofdletter, tekst niet !)

1. Geschiedenis van het verzamelen der Quran . Blz. 77 tot 87.
De vorming van de geschreven Quran : Volgens de Traditie was er bij de dood van Muhammad geen enkele volledige en definitieve tekst van de Quran door hem toegestaan. Zulke
tekst was nochtans belangrijk om onderlinge ruzies te vermijden.
Hoe de huidige Quran zich heeft opgelegd : Dit gebeurde door de 'vulgaat' tekst van Othman, de derde 'Kalief'. Toch bleven de verschillende geschriften bestaan. Doch nu is er van
de niet-goedgekeurde versies geen enkele meer over.Over het belang van de afwijking valt dus niet meer te discussieren. De verzameling van Othman is het prototype van
de hedendaagse Quran.
Geschreven Arabisch, zoals bij alle Semitische talen, is een medeklinker-taal. De klinker invulling gebeurde vanuit het geheugen bij de eerste generatie Molims. De auditieve
versie van buiten kennen was nodig om te kunnen lezen. Pas leter werd de Arabische schrijfwijze nauwkeuriger.    
De ouderdom van de geschreven tekst. In het beste geval enkele generaties nà Muhammad.

2. Samenstelling en structuur van de Quran. Blz. 88 tot 99;
De soura's der Quran.
De eenheid der Quran
De verzen.
De letters en de Basmala in het begin der soura's

3. Taal en literaire stijlen der Quran. blz. 100 tot 108
De arabische taal, taal der Quran
Quran en poezie

De Quran in Mekka. blz. 109 tot 146
Dit hoofdstuk is een sociologische en historische omschrijving van de maatschappij waarin Muhammad opgroeide, die ook de 'reden' verklaarde waarom Verzen werden geopenbaard.
Inhoud is vooral theologisch en filosofisch.

    De omstandigheden der Openbaring
De stammen en de clans.
Mekka
Voorafgaand aan de Quran
De andere geloofsvormen in Mekka
Muhammad en diens tegenstanders in Mekka
De tegenstanders in de Quyran
Muhammad verworpen door de Mekkanen

De Quran in Medina. blz. 147 tot 166
Dit hoofdstuk beschrijft de hulp der Quran openbaring bij politieke en sociale besluitvorming bij de eerste Moslims. De Verzen en Soura's hebben een andere stijl en inhoud dan de vorige 
hoofdstukken der Quran;      

Yathrib/Medina :  een nieuwe context.
Het optreden van Muhammad in Medina.
De gevechten van Muhammad
Muhammad en Abraham
Muhammad en de christenen

Over het Woord van God. blz 167 tot 184
Woord van God en uitspraken van de mens.
Het woord van God en de menselijke talen : Arabisch is ook een mensentaal
De mensentaal, vertolking van het Woord van God. Het bestaan van een mysterie erkennen.
Wie is afgodendienaar? Hiermee verbonden : de status van het Qoran-schrift.
Woord van God en beeldspraak.
De betekenis van de beeldspraak, metafoor.
Vertrouwen in de taal.

De juridische bepalingen in de Quran. Blz. 185 tot 196
Voor dit en het laatste hoofdstuk laat ik eerst vragen stellen, dan reageer ik erop, buiten tekst  van het boek. .
De Sharia : de weg, de methode. Niet de wettelijke voorschriften.
De noodzakelijke interpretatie.
De plaats van de vrouw.

De Quran en het geweld. blz. 197 tot 216.

Kritische benadering en aansluiting. Blz. 217 tot 220.

                                                      -------------------------------------------------------------

Het boek is samengesteld als een dialoog, precieser : als een vraag-en-antwoord afwisseling. Een aantal vragen en opmerkingen zal ik vermelden ter keuze van aanwezigen. Dan kan ik daarop antwoorden in het beperkte tijdsbestek. Gelukkig is het boekje erg compact.
Wat Rachid Benzine schrijft is, voor kenners van de hedendaagse Moslim intellectuelen, niets nieuws. Hij beroept zich in het bijzonder op Mohammed Arkoun en Nasr Hamid Abu Zaid. Van deze 2 auteurs zijn boeken in het Nederlands vertaald en die heb ik bij.  Het zijn Islam in discussie uit 1992 (Arkoun) en Vernieuwing in het Islamitisch denken uit 1996 (Abu Zaid).
Vooral van de eerste auteur is veel terug te vinden in dit boek van Rachid Benzine.
Wie alleen dit boek van deze auteur kent kan geneigd zijn om te denken dat hij helemaal geen Moslim is doch een Arabische humanist. Doch een ouder boek,uit 1997 waarvan hij de co-auteur is wijst duidelijk op een religieuze identiteit.
In het Nederlands is zijn boek voorzien van een 'onvolledige' titel. Namelijk 'De Quran uitgelegd' zonder verwijzing naar een leeftijdsgroep. Vrijheid van de vertaler blijkbaar.
De doelgroep van dit boek zijn hoe dan ook 'beginnelingen' Moslim zowel als niet-Moslim. De didactiek is eenvoudig, bijna zoals onze klassieke catechismus van haast 50 jaar geleden. Deze presentatie is pas zinvol indien gevolgd door een bespreking met mensen die het boek hebben gelezen en het beetje per beetje behandelen. De eenvoud van dit boekje van Rachid Benzine is slechts schijn. Deze voorstelling is voor velen té kort om de 'Quran' juist te begrijpen doch lang genoeg om het bestaan van dit gebrek te kennen.

                                                       --------------------------------------------------------------

G.T. Meynen, Hasselt, 13/05/2016



Brague Rémi, Europa, de Romeinse weg, de Romeinse weg. Uitg Klement/Pelckmans, 2013 (vertaling van Europe, la voie romaine. Parijs, 1993) (voorgesteld op vrijdag 21 april 2017 door Paul Janssen)

Inleidende citaten uit György Konrád, De oude brug. Dagboekaantekeningen. A’dam, Van Gennep, 1997. Hij was in 1992 voorzitter van het PEN - schrijverscongres in Barcelona.

Slotzin van Bert over Kwantumfysica: "Er is meer in hemel en op aarde", of: There are more things in heaven and earth, Horatio, than are dreamt of in your philosophy"  Shakespeare, Hamlet 1.5. 167-8.

Rémi Brague over de essentie van de Europese cultuur. In het Frans heet dat boek Europe, la voie romaine (Europa, de Romeinse weg), Parijs 1992 Pelckmans 2013. In het Engels is het vertaald als Eccentric Culture – ‘excentriek’ in de letterlijke zin van buiten het centrum liggend.
In het Gallo-Romeins Museum lees je een motto: "Wat volgt, staat altijd in verband met wat eraan voorafging". Marcus Aurelius (2e eeuw na Chr.) Bij mijn bezoek aan de tentoonstelling Timeless Beauty (foto's Marc Lagrange) zag ik in de boekenafdeling tot mijn blijde verrassing o.a. ook Rémi Brague, Europa, de Romeinse weg.
Rémi Brague verliest zijn vader (gedood na WO II in Indochina) als hij maar een jaar oud is. Leerling Ecole normale supérieure (ENS) rue d’Ulm in 1967, diploma filosofie in 1971, prof universiteit Parijs, München, Boston, VS. Specialist joodse en arabische filosofie van de Middeleeuwen.
Dit boek is niet specifiek spiritueel of religieus, wel een cultuurhistorisch essay, de auteur schetst het brede kader waarin onze beschaving zich heeft ontwikkeld. Volgens Van Dale is een essay een niet te korte, subjectief gekleurde verhandeling voor ruim publiek, het handelt over een wetenschappelijk of letterkundig onderwerp en is gekenmerkt door een goede persoonlijke stijl.
De grondgedachte van het boek is dat de westerse beschaving in haar ontwikkeling open staat voor het andere, het voorgaande (zie Marcus Aurelius), geen gesloten systeem van superioriteit zo van 'daar hebben we niets van te leren' (in tegenstelling tot bv Byzantium of de Islam).
De Romeinen leggen -letterlijk- wegen aan, bruggen, aquaducten.

Imitari quam invidere bonis malebant.

(Recensie Bart Jan Spruyt)
« De essentie van de Europese cultuur ligt buiten of aan de marge van het continent. Twee steden hebben Europa geschapen: Jeruzalem en Athene. In de hoofdstad van het oude Europa, Rome, bestond het besef dat er een norm buiten haar was waartoe iedereen zich moest verheffen. Er was een cultuur waarin Europeanen moesten assimileren, het geloof en de cultuur van de Joden en Grieken. En er was een barbarij die iedereen moest bedwingen – de eigen barbarij. De Europese cultuur is een cultuur die zichzelf door de eigen bronnen voortdurend laat corrigeren. Alle renaissances in de Europese geschiedenis zijn er het bewijs van. De Renaissance van de vijftiende en zestiende eeuw was, bijvoorbeeld, een geslaagde poging om het verval in kerk en samenleving te corrigeren door de Bijbel en de klassieken te herontdekken.
In dit opzicht verschilt de Europese, christelijke cultuur wezenlijk van de islamitische, Bragues tweede terrein van onderzoek. De Islam assimileert niet maar eigent zich iets toe, sluit het andere in zichzelf in zonder het nog langer als iets vreemds te erkennen. Gebruikte bronnen worden vernietigd, en worden niet gecultiveerd als een soort ‘tegenover’ dat moslims tot renaissances dwingt, tot een correctie van het eigen denken en geloven aan andere, ‘vreemde’ bronnen.

Daarom zal de Islam in het moderne Europa altijd een lastig verschijnsel blijven. Moslims geloven dat hun religie de beste van de wereld is, het geloof dat alle andere geloven overbodig heeft gemaakt en dat daarom dient te domineren. Maar de werkelijkheid in het Midden-Oosten bewijst eerder het tegendeel. Woede en rancune zijn het gevolg. Filosofie en een scheiding van kerk en staat laat zich binnen de islam niet denken. Als de Koran het onveranderlijk Woord van God is, dient de werkelijkheid zich aan dat boek aan te passen. Niet andersom.” (Bart Jan Spruyt 2012)

In de Griekse mythologie was Europa (Grieks: Ευρώπη) een Fenicische prinses op wie oppergod Zeus zijn oog liet vallen. Volgens de bekendste versie van het verhaal was de jonge Europa op een dag met haar vriendinnen aan het spelen op het strand in de buurt van Sidon toen Zeus getroffen werd door de charmes van het meisje. Om aan het oog van zijn echtgenote Hera te ontsnappen, maar ook om het meisje met zijn goddelijke verschijning niet af te schrikken, veranderde Zeus zich in een witte stier. Toen Europa spelenderwijs op de rug van het schitterende, zich vriendelijk voordoende dier was geklommen, liep hij met haar de zee in en zwom in één stuk door naar het eiland Kreta, zijn geboorteplaats,

Omdat ook het Grieks alfabet teruggaat op het Fenicische, lijkt het niet zo vreemd dat de mythologie Europa voorstelt als de moeder van Minos en daarmee van de Minoïsche cultuur, de oudste bekende beschaving in het werelddeel Europa.


Het Semitische woord erebu betekent "zonsondergang" , het Fenicische woord ereb  betekent  "avond"; vanuit het Midden-Oosten  gezien gaat de zon onder in Europa: in het westen, het avondland. (Wikipedia)

Hoofdstuk I
Twee benaderingen: de ruimte en de inhoud. De ruimte – geografisch - kan verdeeld worden in een horizontale (oost-west) en een verticale (noord-zuid) as.  Scheidingen, scheuren, verwondingen, littekens. Tegenstellingen: hellenisme en barbaren, Islam en christendom, katholiek en orthodox (schisma 1054), Rooms en protestants/calvinistisch/anglikaans (reformatie 1517), mediterraan en Germaans, Slavisch en angelsaksisch. Grenzen,   en indringers, plunderaars en veroveraars, conquista  en reconquista
‘Europa is een variabel begrip’. Byzantium heeft zich nooit als ‘Europees’ beschouwd, wel als ‘Romeins’, het tweede Rome (Constantijn 330), de Grieken vandaag spreken niet van Istamboel, maar van Constantinopoulis en Istamboel komt van Ειςτηνπολη, ‘naar de stad’ (ze valt in handen van de Osmanen in 1453). Moskou pretendeert dan de titel van derde Rome.
De geografische ruimte doorkruist de cultureel-spirituele inhoud in vele richtingen en etages.
Hoofdstuk II
Hoe kunnen we de Romeinse houding in het algemeen karakteriseren? De dubbele eigenheid van de Europese cultuur is de band (en bron) met de joodse en later de christelijke traditie enerzijds, en anderzijds de traditie van het antieke heidendom. Symbolisch samengevat in Athene  en Jeruzalem; de polariteit esthetica tegenover ethica, of rede tegenover geloof, of de religie van de schoonheid tegenover die van gehoorzaamheid… Die onderlinge spanning geeft Europa zijn eigen dynamiek.
Na Grieks en Hebreeuws is de derde term Romeins, Latijn, Rome. De Romeinen zijn de gelukkige erfgenamen van het antieke erfgoed dat ze verder ontwikkeld hebben en vruchten doen dragen. Als insecten hebben zij het bestaand stuifmeel naar een vruchtbare bodem gebracht. De romaniteit is dus een bepaald cultuurmodel als overdracht van hetgeen ontvangen is. De manier van overdracht? Wat voor hen oud was, hebben zij als nieuw gebracht. Het genie van Vergilius: hij gebruikt de Trojaanse legende (Homerus) om iets nieuws te scheppen, de Grieken te overtreffen, Aeneas verlaat Troje en vestigt zich op nieuwe grond en de ervaring is een herbegin. De geslaagde transplantatie schept een nieuwe orde (cf. Europa en Amerika).
Minderwaardigheid, tweederangsplaats? Zeker voor het Latijn dat niet de oorspronkelijke taal was van de Schrift (Hebreeuws, dan Grieks/Septuagint, dan Vulgaat). De Romeinen hebben de moed gehad te buigen voor de Griekse cultuur en getoond dat ze in staat waren om te leren.

Hoofdstuk III
De religieuze romaniteit, Europa en het jodendom. De term ‘secundariteit’ wijst op het innemen van de tweede plaats ten opzichte van een voorgaande cultuur en dat is de zgn Romeinse houding.
Na verwoesting van de Tempel, de diaspora, de pogroms, het anti-judaïsme , de kruistochten en algemene minachting (deicide) en uitdrijving uit Spanje (1492), deze samenvatting: “De joden verlaten Europa, sedert XIXe eeuw naar Amerika, sedert de XXe naar Israël, uitstroom van sovjet-joden… Men kan zich terecht afvragen of de Europese cyclus van de joodse geschiedenis niet op het punt staat afgesloten te worden”.

Anderzijds heeft het Bijbelse gedachtengoed – Oud Testament – Europa in ruime mate gemaakt tot wat het is. Door bemiddeling van het christendom – Nieuw Testament. De Romeinse structuur is ook die van het christelijk feit. Onze Grieken, dat zijn de joden. Of: het christendom verhoudt zich tot het Oude Veerbond zoals de Romeinen tot de Grieken. De christenen zijn op het joodse volk geënt. De Kerk is ‘Romeins’ omdat zij met betrekking tot Israël herhaalt wat Rome met het hellenisme heeft gedaan. Oude Verbond = Nieuwe Verbond, of beter: het Eerste en het Tweede (secundariteit). De relatie is er een van spanning, conflicten. Marcion had een radicale oplossing: het oude, met de god van de wrake, laten vallen en opgeven ten gunste van het nieuwe met de god van liefde (…gnostici…). De stroming ‘marcionisme’ wordt  bestreden door de Kerkvaders.
De Islam als voortzetting van de joodse en later christelijke traditie. Maar de Koran snijdt de bekende Bijbelse personages af van de heilseconomie, Jezus als ‘Messias’ staat er los van het joodse messiaanse idee als de voltooiing van de geschiedenis van Israël.
P. 77: “Een van de oorzaken van het succes van de prediking van Mohammed is in feite het minderwaardigheidscomplex van de Arabieren ten opzichte van het jodendom: zij hadden geen heilig boek”.

Hoofdstuk IV:
De culturele romaniteit, Europa en het hellenisme. De islamitsche wereld is ook een volkomen wettige erfgenaam van de Oudheid. De veroveringen gebeurden in gebieden met gehelleniseerde cultuur. In de Middeleeuwen waren de Arabieren de grote vertalers. Aanvankelijk – voor de Islam – waren het meestal Arabische christenen, de gemeenschappelijke godsdienst in het Midden-Oosten (Grieks naar Syriaaks). De Arabieren hebben ook uit het Perzisch en het Indisch vertaald (geneeskunde). De islamitische wereld was schakel en bemiddelaar tussen Oost en West. Bijna geen vertalingen van geschiedenis of dichtkunst, wel wiskunde, astronomie, geneeskunde, filosofie.
Kort besluit: wij mogen ons niet met trots opstellen tegenover de anderen die niets hebben uitgevonden. Ons Romeinen noemen is dat wij in wezen niets hebben uitgevonden, maar zonder onderbreking een stroom hebben weten door te geven die een hogere oorsprong had.
Hoofdstuk V: Het zich toe-eigenen van het vreemde. Wat is eigen, wat vreemd?
Hoofdstuk VI: Wat betekent dat zijn bronnen buiten zichzelf zijn; hoe moet  men deze bereiken?
Hoofdstuk VII: : Een excentrische identiteit; enkele regels om tot een gezonde verhouding tot zijn eigen identiteit te komen?
Hoofdstuk VIII: het ‘eurocentrisme’
Hoofdstuk IX: de katholieke Kerk ‘Rooms’? Onderscheid met Islam, Byzantium en de protestantse wereld.
Besluit: hoe kan het ‘Romeinse model’ nog actueel blijven?
P.S.
P. 128 : ivm toe-eigening en commentaren van klassieke teksten ; houd je je bij het commentaar of ga je terug tot de oorspronkelijke tekst ; behoud van de kern of van de schil ; de inhoud vertalen en de vorm/schil wegwerpen = Islamitische wereld ? Europa behield de vorm (esthetisch model) en de inhoud. In deze zin is het de pôëzie die Europa gered heeft. Door het model van de secundariteit ; een klassieke tekst heeft ons altijd weer iets te leren, dus moet hij letterlijk bewaard blijven (Aristoteles en Thomas van Aquino ; Erasmus…)
Bloemlezing: Nicolaas van Cusa, Benjamin ben Jona van Tudela, Frits Van der Meer, Afanasij Nikitin, Erik Raspoet, Rutilius Namtianus, Roemi (Ar-Roemi), Omar Khayyam, Al-Mu’tamid, Salah Charif Ar Rindi, Ibn Al-Kardabus, Goethe, Victor Hugo… (Vormingplus / april 2017)

ח  הַרְעִיפוּ שָׁמַיִם מִמַּעַל, וּשְׁחָקִים יִזְּלוּ-צֶדֶק; תִּפְתַּח-אֶרֶץ וְיִפְרוּ-יֶשַׁע, וּצְדָקָה תַצְמִיחַ יַחַד--אֲנִי יְהוָה, בְּרָאתִיו.  {ס}

8. εὐφρανθήτω ὁ οὐρανὸς ἄνωθεν καὶ αἱ νεφέλαι ῥανάτωσαν δικαιοσύνην ἀνατειλάτω ἡ γῆ ἔλεος καὶ δικαιοσύνην ἀνατειλάτω ἅμα ἐγώ εἰμι κύριος ὁ κτίσας σε (Septuagint)
Rorate, caeli, desuper, et nubes pluant justum; aperiatur terra, et germinet Salvatorem, et justitia oriatur simul: ego Dominus creavi eum. (Vulgaat)
Druppelt, hemelen, van boven en laten de wolken gerechtigheid doen neerstromen; de aarde opene zich, opdat het heil ontluike en zij daarbij gerechtigheid doe uitspruiten; Ik, de Here, heb dit geschapen. (Jesaja 45, 8)
Frits Van der Meer, Christus’ oudste gewaad. Over de oorspronkelijkheid der oud-christelijke kunst. Utrecht-Brussel, Spectrum 1949
Brengt het nieuwe geloof ook een nieuwe kunstvorm? De hybride wereld van XIIIe en XIVe eeuw vertoont geen sprake van ommekeer, wel verval van het antieke. De ambachtelijke technieken gaan voort (mozaïeken), de oude clichés van het hellenisme spelen een nieuwe rol op een oude wijs; de jongeling, grijsaard, visser, herder zijn nu apostelen, profeten, gelovigen, engelen, de Goede Herder.
Wat is dan wel nieuw, oorspronkelijk?
Hoofdstuk III: Onbewuste continuïteit (p. 40) – deze titel is eigenlijk een hoofdstelling. Als voorbeeld geeft hij de ontwikkeling van de antieke Tempel tot de christelijke basilica.

Het begin van het christelijke Westen ligt in het Oosten: Constantijn verplaatst de hoofdstad van het Romeinse Rijk naar Byzantium aan de Bosporus,
de zee-engte tussen de Zwart Zee en de Middellandse Zee met zijn gunstige handelsligging. Het Tolerantieverdrag van 313 was ten voordele van de Christenen.



Coene Gily & Marc Van de Bossche , Vrij(heid) van religie , VUB , 2016 . Reeks : Humanismen (voorgesteld op vrijdag 18 november 2016 door Guido Cooreman) .  

Het boek is een uitgave van VUB press. Het kan dan ook niet verwonderen dat de nadruk ligt op ‘vrij’ van religie, en dat de vrijheid van religie slechts hier en daar aan bod komen.

Maar laten we beginnen met het boek door te nemen:
Het boek is verdeeld in een inleiding en twee hoofdstukken. Deel I gaat over “Religie en secularisme: conceptuele verkenningen en filosofische reflecties. In deel II gaat het dan over “Betekenissen en actuele vraagstukken van religieuze en levensbeschouwelijke vrijheid”.

De inleiding stelt de vraag “Vrijheid of vrij zijn van religie?” Dit maakt duidelijker waar het in het boek juist over gaat. Coene en Van den Bossche zijn allebei verbonden aan de VUB.
Het blijkt dat een overkoepelende rationele moraal die de religieuze en ethische verschillen in de maatschappij overstijgt niet mogelijk is. Voorbeelden zijn het homohuwelijk, euthanasie, medisch geassisteerde voortplanting en de hoofddoek. De herintrede van religie in het publieke domein wordt door hen gezien als een verdere stap in het laïciseringsproces.

De vraag die in dit boek gesteld word is of het gebruik van de termen religie en secularisering niet zelf een uiting is van een vorm van etnocentrisme en mogelijke vormen van uitsluiting die daarmee gepaard gaan. Het gaat ook over de discussie onder vrijzinnigen, atheïsten en humanisten of de staat ‘vrij moet zijn van religie’ en een strikte exclusieve neutraliteit moet toepassen of eerder vrijheid van religie en een inclusieve neutraliteit moet waarborgen.

Religie, de vlottende betekenaar // Sarah Bracke, Nadia Fadil en Anya Topolski

Dit stuk werd dus geschreven door een vrijzinnige, een moslima en een liberaal joodse.
Zij stellen ten eerste dat er geen algemeen aanvaarde definitie van religie is. Eerst bespreken ze twee sociologische definities van religie: de eerste is die van Durkheim, die religie bekijkt vanuit de sociale rol die ze vervult. Hierbij ligt het accent op de groep, en het individu heeft geen belang. De tweede sociologische definitie is een functionalistische. Zij omvat alle verschijnselen die een bepaalde functie uitoefenen. Deze benadering ligt ook aan de basis van het secularisatie paradigma. Zo komt het begrip ‘civil religion’ ook uit die hoek. (Robert Bellah, John Dewey). Deze benadering laat geen onderscheidt toe tussen religie en levensbeschouwing.

Deze beide definities voldoen niet. Zij staan eerder voor een substantiële benadering van religie. Hierbij wordt uitgegaan van de geloofsinhoud van religie. Gevolg is wel dat, volgens hen, het boeddhisme dan uitgesloten wordt. Ook stelde zich in de Verenigde Staten het probleem of yoga al dan niet deel van een religieuze traditie is. De reden is dat voor het westen de ‘substantie’ van religie vooral gemeten wordt aan het christendom. Maar afhankelijk hoe men religie definieert komt men ook tot andere conclusies over de status van religie in de samenleving.

Daarna gaan ze in op de relatie tussen sociologie en religie. Moderniteit wordt gesteld tegenover niet-moderniteit. De religie is dan het andere waardoor moderniteit zich kan definiëren. Ook de postkoloniale kritiek komt aan bod. De basisconcepten van de sociologie werden ontwikkeld in verhouding tot de ‘ander’ zoals die doorheen ontdekkingsreizen en koloniale missies bekend was. Dit is duidelijk bij Durkheim en bij Weber.

Postkoloniale denkers beschouwen 3 dimensies in de moderniteit: ten eerste is er het evolutionisme. Dit wil zeggen dat er een voortgaande ontwikkeling is. Dit evolutionisme heeft echter christelijke dimensies, zoals de invloed van de christelijke heilsleer, de notie van schuld en uitverkoren zijn.
Ten tweede veronderstelt het moderniteitsparadigma een humanistische kijk op de mens: dit wil zeggen dat de mens als “an sich” staand wordt begrepen en niet in relatie tot bovennatuurlijke krachten. Ten derde bouwt het op het idee van natuurlijke wetmatigheden die door de mens kunnen beheerst worden.

Religie is dus een complex en geladen geheel. Ons begrip van religie is geworteld in een onderscheid tussen wat religie is en wat niet. Het sociale aan de andere kant is een relatief autonoom gebied. Talal Asad analyseert de manier waarop geloof centraal is komen te staan in het gangbaar idee van religie. Daardoor worden belichaamde praktijken gemarginaliseerd. Het moderne begrip van religie is eveneens gekenmerkt door een hoge graad van universalisme. Tevens kwam er een classificatie van religies naar voor, in Arische (hindoeïsme, christendom) en Semitische religies (jodendom, islam).

Dan komen we bij de keuzevrijheid van religie. Hier speelt het onderscheid dat gemaakt wordt tussen het geloof van iemand en zijn religieuze praktijk of de religieuze uitdrukking van zijn geloof. Voorstanders van het verbod zien de hoofddoek bijvoorbeeld als een uitdrukking en niet als een praktijk. Daartegenover wordt bijvoorbeeld ras of geslacht als aangeboren gezien. Religie daarentegen is een gevolg van vrije keuze. Maar geslacht of ras kan ook een gevolg zijn van keuzes die mensen maken. Dus dit onderscheid is niet waterdicht. Ook kunnen we in plaats van het geloof de praktijk centraal stellen in de godsdienst (Saba Mahmood).

De auteurs vinden tenslotte dat de conceptuele verwevenheid van ras en religie in Europa verder dienen onderzocht te worden.

Sacraliteit en Seculariteit: over de complexe relatie tussen humanisme en religie / Laurens te Kate

Ook hier begint het bij de definities: seculariteit, secularisering en secularisme worden onderzocht. We zitten nu (volgens Taylor) in de 3de en laatste fase van het seculariseringsproces. Het is een fase van geloofsomstandigheden warbij de interactie tussen immanentie en transcendentie zeker niet weg is. Religie is in de moderne tijd een indringer omdat ze transcendentie, het onmetelijke en onmeetbare, ter sprake brengt in onze afgemeten wereld. De sociale beeldvorming die de moderne mens schept, gaat van een boeddhistisch beeld over een christelijk ritueel in een moderne omgeving. Deze beelden maken we, maar zij maken ons ook op elk moment.

Daarna gaat ze over het humanisme. Dat definieert ze op drie manieren, als drie cirkels. De binnenste cirkel is het humanisme als levensbeschouwing met eigen rituelen, gebruiken … De tweede definitie ziet het humanisme als sociaal-politieke beweging. De derde cirkel is het humanisme als seculariteit en moderniteit zelf. Dit is het humanisme waar we nu in zijn belandt.

De seculiere tijd wordt gekenmerkt door een voortdurend gesprek tussen humanisme en religie. Zo heeft het christendom in het westen zich aangepast en is als de ander de moderniteit blijven uitdagen. De God die de wereld bestuurt en beheerst is verdwenen, maar het christendom niet. Volgens Jean-Luc Nancy is dit omdat het koninkrijk Gods van het christendom nooit een soort tweede wereld was, maar het andere van deze wereld.

Laurens te Kate stelt dat er een nieuwe verhouding moet komen tussen seculiere samenleving, humanisme en religie. Zij stelt dat seculariteit veel ouder is dan de moderne tijd. Zij is aanhangster van de axiale theorie van Karl Jaspers in zijn boek “Vom Ursprung und Ziel der Geschichte”. (1949) Men kan de moderne tijd analyseren als een intensieve herneming en voortzetting van hetgeen begon in de axiale tijd. In deze axiale tijd maakt de mens meer en meer onnatuurlijke dingen, die hem in staat stellen zich boven de natuur te verheffen en deze aan zich te onderwerpen. Hier ontstaat het subject (de wereld, en de mens) en het object (de mens). De axiale tijd is de tijd dat de mens naar het tijdperk van de logos gaat. Het is de tijd dat het humanisme ontstaat: de mens staat centraal.

Volgens Karen Armstrong is het ook de tijd van axialisering van de religie: de dicht bij de wereld en de mens staande God verdwijnt en de absoluut transcendente God komt op de voorgrond. God geeft de mens de vrijheid zich te ontplooien op de aarde. Hij wordt zo een afstandelijke God, een God tegenover de mens. Hij is een mysterieuze, afstandelijke Jahwe. Jodendom, christendom en islam deconstrueren zichzelf. Dit wil zeggen dat we van het christendom als instelling af zijn, maar niet van de (christelijke) God. Laten we dit bekijken aan de hand van twee kernstukken van de christelijke godsdienst: de scheppingsleer en de incarnatieleer. In de schepping bestaat God slechts als ook de schepping bestaat. God krijgt bestaansrecht doordat hij de mens de adem inblaast. En Hij trekt zich terug op de zevende dag. Volgens de incarnatieleer wordt God tenslotte mens en zo wordt God tot niets. God tenslotte sterft als mens. De dood van God stelt ons opnieuw voor de vraag wat de transcendentie is.

De mens moet dus zijn leven leiden in deze wereld. Door de overgang van mythos naar logos en ethos. De antropotechnische mens moet zichzelf een ethos uitvinden. De wereld wordt in de axiale tijd (her)uitgevonden, geschapen. De axiale tijd schept een kloof tussen mens en wereld. Zij kent begin noch einde en haar belangrijkste kenmerk is pluraliteit. (Aldus Hannah Arendt) De moderne cultuur is een cultuur van wereldvervreemding: de wereld is niet van mij, ik ben niet van mij, ik en de wereld verblijven in een leegte tussen immanentie en transcendentie.

Democratie na de dood van God / Marc van den Bossche

Marc van den Bossche stelt dat de dood van God zonder meer noodzakelijk is om een democratisch samenleven van verschillende religies mogelijk te maken. Hij wil dat met de filosofie van Gianni Vatimo aantonen.

Het nihilisme is bij Vatimo een waarlijk nieuw denken van het zijn: een denken dat het zijn gelijkschakelt met het zijnde en uiteindelijk met het door de technowetenschap gemanipuleerde object. Vatimo aanvaard dat wij niet langer in staat zijn eeuwig geldende, objectivistische waarden te formuleren. Volgens hem is het christendom als een overwonnen ziekte, die echter haar sporen heeft achtergelaten. En met die sporen hebben we te leven. God wil hij niet meer zien als onwrikbare grond van de geschiedenis. Hij stelt dat het christendom de secularisatie altijd al in zich gedragen heeft. Met Jezus heeft het christendom de natuurlijke orde vernietigd in naam van de naastenliefde. Onze westerse wereld is nu seculier geworden. Hij wil christendom zien als een voorwaarde voor laiciteit. Het universalisme van het christendom moet nu ook plaats maken voor gastvrijheid voor andere religies.

Hier grijpt Marc van den Bossche terug op Heidegger. Zijn filosofie is een interpretatie. Heidegger vraagt. Het is van belang wat iemand bedoelt als hij naar God of het goddelijke verwijst.  Een consequentie is dat we eigenlijk niet over iets als neutraliteit kunnen spreken. Ook neutraliteit is uitdrukking van een belang en van een voorafgaande interpretatie. We denken daarbij aan het hoofddoekendebat en hoe daar ook geschermd werd met een positie van vermeende neutraliteit. De verveelvoudiging van de informatiebronnen maken het onmogelijk dat er nog één wereldbeeld is.

Het mag duidelijk zijn dat deze interpretatie verregaande gevolgen heeft voor de macht van de kerk. Dat is niet het enige probleem. Vatimo wijst erop dat zolang de kerk gevangen blijft in haar natuurrechterlijke metafysica en haar letterlijke schriftuuruitleg zij er niet in zal slagen om vrij en broederlijk de dialoog aan te gaan met andere christelijke kerken en met de wereldgodsdiensten.

Volgens Vatimo moeten wij een vrij en diepgaand gesprek begunstigen tussen de laicistische geest van de westerse cultuur en haar christelijke oorsprong. Deze niet dogmatische ingesteldheid wordt natuurlijk van alle partijen verlangd.

Dewey tenslotte maakt een verschil tussen de religion of love en de religion of fear. De eerste is een religie waarbij mensen op zichzelf durven vertrouwen. Dewey heeft de democratische gevolgen van de dood van God ten volle uitgewerkt.

Het christendom zou kunnen worden gezien als een universele religie en als promotor van een nieuwe vorm van samenleven. Het zou echter te ver leiden om aan te tonen dat de liefde ook in andere godsdiensten als jodendom en islam te vinden is. Wat volgens Marc van den Bossche van tel is, zijn moraal, ethiek en naastenliefde, en niet de religies als stichters van kerken of politieke theologieën.

Religie in het publieke domein: John Dewey’s democratisch ideaal tegen de achtergrond van het actuele religiedebat / Hans A. Alma

Is een opvatting van seculariteit als levensbeschouwelijk neutraal realistisch en het weren van religie uit de publieke ruimte constructief ? Deze vragen heeft John Dewey behandeld, o.m. in A common Faith. Democratie en religie zijn volgens Dewey zeer sterk met elkaar verbonden. Democratische religie en religieuze democratie zijn sleutelwoorden.

Dewey verdedigt dat elke ervaring religieuze kwaliteit kan hebben. Dit geldt zeker voor de ervaring van kunst. Ervaring is pas bewust wanneer we aandachtig stilstaan bij wat we waarnemen. Verbeelding is de poort waardoor dit mogelijk is. Een ervaring kan zo intens worden dat Dewey haar religieus noemt. Iedere activiteit die wordt volgehouden ten behoeve van een ideaal heeft religieuze kwaliteit. Dit wordt los gezien van godsdienst in institutionele zin. Godsdienst in institutionele zin is geloven dat door bepaalde regels te volgen iets kan bereikt worden in een volgend leven. De bron van religieus geloof ligt in het menselijk streven naar het goede leven. Dewey probeert het morele en het mystieke aspect van de religieuze ervaring in balans te houden. Religieuze ervaring is belangrijk vanwege haar eenheidsstichtende ideaal. Deweys A Common Faith biedt mogelijkheden om het religieus gevoel van agnosten en humanisten te begrijpen.

Democratie bij Dewey is meer dan een politiek model. Het omvat een manier van leven die zich moet uiten in alle vormen van menselijke associatie (school, werk, religie). Daarvoor is een publieke intelligentie nodig waartoe iedereen toegang heeft. Dat waar mensen in geloven, duidt hij aan als het goede. Democratie betekent dat we dit samen trachten te bereiken in onderzoek, debat en experiment. Dit goede kan als God worden aangeduid zolang daarmee de werkingskracht van het eenheidsstichtende ideaal wordt bedoeld.

Anderzijds vindt Dewey ook het pluralisme een fundamentele waarde. De ervaring van eenheid is bij Dewey nooit het eindpunt. Pluralisme betekent dat er geen absolute zekerheid en waarheid bestaan. Ook democratie is een probleem dat nooit een definitieve oplossing krijgt. Vanuit deze spanningsrelatie kritiseert Dewey de institutionele religie. Daartegenover staat de visie van Appiah: volgens hem zijn er kosmopolitische vormen van religie die zich zeer goed laten verenigen met Deweys democratische model.

Een samenleving inrichten is geen levensbeschouwelijk neutraal proces, en vraagt een energie die slechts aan de religieuze ervaring ontleend kan worden. Hoewel Dewey afwijzend stond tegenover institutionele religie betwijfelt Hans Alma dat hij de uitingsvormen daarvan zou willen verbieden in het publieke domein, aangezien dat zelf geen neutrale ruimte is.

Vrijheid van religie in een superdiverse verstedelijkte wereld / Rik Pinxten

Vrijheid heeft twee interpretaties. Een eerste is dat van negatieve vrijheid. Dit gaat over het zich vrijmaken van, of het niet gehinderd of belemmerd worden door. Dit leidde politiek tot een passieve tolerantie. Door de verstedelijking en migratie is vooral in West-Europa een superdiversiteit ontstaan.

Nu verdedigen de gevestigde religies en levensbeschouwingen in België nog steeds de oude vrijheidsgedachte. De opvatting van negatieve vrijheid kan volgend Pinxten enkel begrepen worden vanuit een godsdienstvisie van de boekgodsdiensten (jodendom, christendom, islam). Dit heeft geleid tot religionisme, d.w.z. dat men andere religies slechts kan beschrijven met termen uit de eigen godsdienst, én dat men deze als hoger of zelfs algemeen menselijk denkt.

Maar nu zijn er veranderingen in dit systeem gekomen. Een eerste is de veelheid van religies en levensbeschouwingen in ons stedelijk gebied. Er zijn het boeddhisme en de radicale evangelische kerken, de therapeutische tradities, rechtse christelijke en islamitische groepen, wicca en sjamanisme, enz. Al deze religies en overtuigingen door wetten regelen is onbegonnen werk. Zo was in Antwerpen een vrouw in hoofddoek na het verbod op het dragen van religieuze tekens vervangen door een vrouw die duidelijk een Wiccateken droeg. Maar dit werd niet opgemerkt door de bezoekers en kon dus. Aldus leidt het verbod op religieuze tekens eigenlijk tot een verbod van de herkende religieuze tekens en dus een verbod op de hoofddoek van de islam. Daarom is het nu tijd om van de passieve tolerantie en onze religionistische visie af te stappen.

Daarvoor is een positieve visie op vrijheid nodig. Hoe kan ik een samenleving zo organiseren dat alle leden ervan een optimale vrijheid kennen? We zullen daartoe een dubbel spoor moeten bewandelen. Een eerste is dat we universele afspraken zullen moeten maken zoals het Handvest van de Rechten van de Mens. Het tweede spoor zijn opvattingen en regels voor bepaalde religieuze of levensbeschouwelijke groepen. Zo kan het dragen van een hoofddoek of wiccateken getolereerd worden.

De samenleving moet ook met die verschillen kunnen omgaan. Het leren leven vanuit de evidentie van verschil is onontwijkbaar om een duurzame maatschappelijke orde te hebben. Bovendien is in een stad iedereen afhankelijk van iedereen. Passieve tolerantie, waar men de andere slechts gedoogd, is geen optie meer. Zelfs het opvoeden enkel in de eigen traditie en van daaruit de ander leren kennen wordt een onmogelijke zaak wanneer er honderden verschillende overtuigingen leven.
Alleen actief pluralisme biedt een oplossing voor het samenleven in integrale vrijheid van religie.

Als onze vrijheid de vrijheid van anderen wordt: voor een vrijzinnig humanisme dat de anderen uitnodigt / Eddy Borms

Twee figuren zijn beslissend: Spinoza en Rousseau. Spinoza bepleit vrijheid van godsdienst en meningsuiting. Rousseau daarentegen legt nadruk op de staat en op unanimiteit. Ook sciëntisme bepleit onder de vlag van Wetenschap voor unanimiteit.

Het humanistisch Verbond in Nederland stelt een verantwoord humanisme tegenover een geestelijk nihilisme. Er bestaan vrijzinnige, christelijke, joodse, islamitische, boeddhistische humanisten. De verlichting heeft zich verschillende malen moeten herpakken. Hoe consequent voeren we de vrijheden die we opeisen in voor anderen ? Hoe universeel is universeel ? Wie is mens ? Wie is burger ?

De cruciale les van de verlichting is de veelheid positief te benaderen. Dit houdt een les in voor de Franse laïcité. Deze wil meer zijn dan de scheiding tussen kerk en staat, ze wil de belichaming zijn van de Franse staat. Maar men kan eisen dat iemand de wetten respecteert, maar niet dat hij houdt van het land. Martha Nussbaum stelt dat we de Franse laicité kunnen beschouwen als een geval waarin de staatsreligie een vorm van non-religie is. Daartegenover staat dat godsdienstvrijheid, het recht om te kiezen of niet te kiezen, geldt als een essentieel democratisch grondrecht.

De discussie gaat ook over privé en publiek. Betekent privé dat ik mijn levensbeschouwing enkel in de privésfeer mag beleven ? De vraag is hoever we willen gaan om het straatbeeld ‘neutraal’ te houden. Moeten we ‘omwille van de rust’ alle levensbeschouwelijke tekens wegwerken ? Ook de discussie rond loketten roept vragen op. Het gaat over neutraliteit. Is neutraliteit niet te omschrijven als het functioneren van een ambtenaar die iedereen onbevooroordeeld van dient is ?

Ook de officiële school komt in beeld als een publieke plaats. Het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap heeft een hoofddoekenverbod. Maar fundamenteel is dat we dwang (om een hoofddoek te dragen) niet met dwang (de hoofddoek verbieden) kunnen veranderen. Dit is wat Rawls en Nussbaum verdedigen.

Ook wat betreft het LEF (levensbeschouwing, ethiek en filosofie) speelt dezelfde discussie. Loobuyck, die tegen het hoofddoekverbod is, wil een overkoepelend vak opgelegd door de overheid. Hoe zit het dan met de scheiding tussen religie en staat ?

Maar justice must be seen to be done. Zo is het ook met godsdienstvrijheid. Zo ook in Vlaanderen. Naast de lessen in de verschillende godsdiensten en levensbeschouwingen is er vanaf het schooljaar 2013-2014 het engagement van deze vakken om rond inter-levensbeschouwelijke competenties te werken. Zo scheppen we rechtvaardige instellingen.

Humanisme, feminisme en religie in Vlaanderen: en exploratie van humanistisch feministische houdingen ten aanzien van religie met een focus op de ‘islamkwestie’ / Nella van den Brandt & Eline Huygens

Sinds 1993 is het vrijzinnig humanisme officieel erkend als een niet-confessionele levensbeschouwing. Deze vond plaats in een context van toenemende secularisering. Tegelijkertijd is de religieuze diversiteit toegenomen. Dat leidde op zijn beurt tot de opkomst van het neutraliteitsbegrip in termen van de Franse laicité in publieke domeinen en de arbeidsmarkt. Het islamofoob betoog stelt de islam voor als een homogene en onderdrukkende religieuze traditie, die geen ruimte biedt voor individualiteit en emancipatie.

Verlichtingsfilosofie is een strijd van vrijheid en emancipatie voor iedereen. Het inzetten van verlichtingswaarden tegen het gelijke burgerschap van religies en etnische minderheidsgroepen is volgens hen een aanval op de oorspronkelijke waarden.

Het centraal aspect waartegen verlichtingsdenkers streden is het idee van een absolute waarheidsclaim. Verlichting werd echter soms zelf een absolute waarheidsclaim. Van daaruit ontwikkelde zich een vijandige houding ten aanzien van religieuze praktijken van moslims. Daartegenover staat de opvatting van meervoudige moderniteiten. Daarbij gaat het om tot een genuanceerde visie die enerzijds godsdienst als patriarchaal instituut beschouwt en anderzijds het geloof als inspiratiebron voor emancipatie.

Ze analyseren daarna twee visies die in ‘Antenne’ (het tijdschrift van de Unie van Vrijzinnige Verenigingen) werden gepubliceerd. De eerste is deze van Magda Michielsen. Zij roept op tot de oprichting van een platform dat religie afwijst en de vrijzinnigheid van vrouwen verdedigt. Het artikel van Michielsen kan worden gezien als een voorbeeld van een West-Europese humanistische traditie die voortdurend een conflict met religie inhoudt.

De tweede visie is die van Gily Coene, de mederedactrice van dit boek. Coene spreekt over een gebrek aan consensus onder feministen in de discussie over de hoofddoek, huwelijksmigratie, vrouwenbesnijdenis enz. De uitdaging voor humanisten en feministen ligt dan ook volgens Coene in het vinden van oplossingen voor de problemen van vrouwen zonder dat die bijdragen aan de stigmatisering van minderheden. Ze wil oplossingen die zowel het multiculturalisme als het feminisme respecteren. Coene’s humanistisch feministische visie veronderstelt geen conflict met religie.

Volgens van den Brandt en Huygens is de tweede visie de toekomst: nieuwe formuleringen van feministische visies en argumenten binnen het humanisme verdienen onze aandacht.

Het privatiseren van religie / Abdelilah Ljamai

Ljhamaj behandelt twee vragen in verband met moderniteit. Een eerste is of religie een bedreiging vormt voor de vrijheid van de mens en een belemmering is voor de modernisering ? Deze leidde tot het franse begrip van religie als privéaangelegenheid. De tweede vraag is wat is secularisatie ? We kunnen drie vormen van secularisatie onderscheiden: ontkerkelijking, maatschappelijke differentiatie en privatisering van het geloof. Dit betekent dat religie steeds minder gevormd wordt door collectieve rituelen. Daartegenover staat de visie van Max Weber. Hij vindt dat de Amerikaanse samenleving wordt gekenmerkt door een religieuze dynamiek, en dat het rationaliseren van de religie een bijzonder rol gespeeld heeft in het ontstaan van de moderniteit.

Sadiq Jalal al-Azm, Abdullah Laroui en Abdullahi An-Na’im staan voor een voortdurende herinterpretatie van het morele ideaal. Maar regelkritiek wordt zowel binnen de soennitische als sjiïetische islam gezien als kritiek op de islam. Zowel wat betreft de grenzen van de individuele vrijheid als de heiligheid van de geopenbaarde tekst leiden de verschillen tussen moderniteit en religie tot spanningen.

De voorstanders van de laicité benadrukken dat religie de vooruitgang van de moderne mens belemmert. Het zien van religieuze symbolen is een aanval op de persoonlijke vrijheid van het individu. Bovendien is religie in de (Nederlandse) samenleving vooral een individuele zaak. In Nederland kwam de kwestie in de belangstelling door het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid “geloven in het publieke domein” van 2006. De vraag is of religieuze symbolen manifest mogen zijn in openbare functies. De voorstanders halen drie argumenten aan: ten eerste vormt het behouden van eigen cultuur en religie in de publieke sfeer de basis voor een democratische samenleving. Ten tweede heeft iedere vrije burger het recht zijn geloof in praktijk te brengen. Ten derde zijn zij van mening dat de manifestatie van religieuze praktijken in het openbaar de vertaling is van religieuze teksten die zij als heilig beschouwen.

Ljamaj heeft dit onderzocht bij een groep Marokkaanse vrouwen. Zij onderzocht niet de boerka of gezichtsbedekkende sluier, maar enkel de hoofddoek. De laïcisten vinden dat het dragen van een hoofddoek in het westen een schending is van de secularisten de democratie en de moderniteit. Van de 24 moslimvrouwen die onderzocht werden stellen er zes dat zij het gevoel hebben gediscrimineerd te worden. 18 vrouwen vinden dat de Koran expliciet vermeld dat vrouwen een hoofddoek moeten dragen; 6 vrouwen vinden dat dit een culturele kwestie is onder Marokkanen. Maar allemaal vinden ze dat de moslimvrouw het recht moet hebben haar religieuze symbolen te uiten in het publieke domein. Het privatiseren van de hoofddoek werd als een aanval gezien op hun persoonlijke vrije keuze.

Daartegenover staat dat het dragen van opvallende islamitische kledij invloed kan hebben op de verhouding tussen bevolkingsgroepen. Jongeren worden psychologisch beïnvloed als ze geen ‘islamitische’ kledij dragen. Dat vormt volgens de neo-conservatieven een bedreiging voor secularisatie en moderniteit.

Na de aanslagen in Parijs en Brussel is er echter een negatievere beeldvorming van de islam ontstaan in het Westen. Maar de basis van moraliteit van een seculiere en democratische samenleving is vrijheid. De mens moet het gevoel krijgen dat hij/zij vrij is en dat haar/zijn individuele grenzen niet worden geschonden.

Islamitische kledij, neutraliteit en vivre ensemble: een kritische analyse / Eva Brems en Stijn Smet

Tot eenzelfde conclusie komen Eva Brems en Stijn Smet. Zij vinden ‘neutraliteit’ een schijnreden. In Frankrijk wordt sterk de nadruk gelegd op de laïcité, dat één van de basisprincipes is van de Franse grondwet. In België is dit niet het geval.

De exclusieve neutraliteit van de laicité, die ernaar streeft de neutraliteit niet alleen wat daden betreft, maar ook wat indrukken aangaat te vestigen. Bij de inclusieve neutraliteit daarentegen dienen enkel handelingen te worden vermeden in de publieke ruimte. Men evolueert echter steeds meer naar een exclusieve neutraliteit. Dit wordt duidelijk bij het hoofddoekenverbod voor leerlingen in openbare scholen. Maar de Raad van State heeft aangegeven dat wat de leerlingen betreft moet onderzocht worden of de maatregel past als middel om de openbare orde of de rechten van anderen te beschermen.

Daaruit volgt dat de zogenaamde neutraliteit meestal slechts een schijnargument is. Een gelijkaardig geval doet zich voor bij de Hema werkneemster die in 2011 werd ontslagen. Uit het arrest blijkt echter dat, mocht er een reglement zijn dat een neutraliteitsverplichting inhoudt, het dan wel toegelaten was de werkneemster te ontslaan. Daarmee zijn Eva Brems en Stijn Smet het echter niet eens. Neutraliteit is in de eerste plaats een opgave voor de staat. Voor prive-ondernemingen geldt echter in de eerste plaats het tevreden stellen van hun klanten. Het beroep op de neutraliteit was dus slechts een poging om een geldige reden te vinden voor haar ontslag. In de zaak Feryn oordeelde het Europees Hof van Justitie dat het vermijden van negatieve reacties van klanten geen reden tot ontslag kan zijn.

Blijven de gevallen van ambtenaren en leerkrachten in het onderwijs. Hier moet steeds onderzocht worden of de bescherming van het recht op vrijheid van levensbeschouwing in gevaar is. Er moet daarbij volgens Brems en Smet een onderscheid gemaakt worden tussen de staat en de ambtenaar. De ambtenaar heet immers het recht op godsdienstvrijheid. Wanneer de neutraliteit van de staat kan gewaarborgd worden zonder inperking van de godsdienstvrijheid dient dit te gebeuren. Als tegen-argument wordt aangehaald dat de indruk van niet-neutraal zijn ipso facto ontstaat. Dit wordt besreden door Brems en Smet. Nochtans worden dergelijke verboden op het dragen van religieuze tekenen nu ook uitgebreid tot personen die werken in gemeentelijke kindercrèches en poetsvrouwen.

Het enige rechtvaardigingselement hierbij is het ‘vivre ensemble’ argument, of maatschappelijke bezorgdheid. Het europees Hof van Justitie oordeelde in de zaak S.A.S. tegen Frankrijk het ‘vivre ensemble’ argument het enige was dat een verbod kon rechtvaardigen. Daardoor legitimeert het Europees hof het monopoliseren van de publieke ruimte door een dominante meerderheidscultuur. Een dergelijk discours vinden Brems en Smet echter gevaarlijk. Het Hof stelde wel dat een staat die een dergelijk wetgevend proces aangaat het risico loopt stereotypen te consolideren.

Het is dus duidelijk dat zowel ‘neutraliteit’ als ‘vivre ensemble’ een grondig onderzoek verdienen.

De pragmatiek van het levensbeschouwelijk samenleven. Zin en onzin van redelijke aanpassingen / Gily Coene

In dit hoofdstuk wil ik enkele filosofische vragen en problemen die zich opwerpen in het debat over redelijke aanpassingen verder onderzoeken. In mart 2008 werd beslist tot inrichten van rondetafels van de interculturaliteit. Eén van de vragen was of de Belgische anti-discriminatiewet moest uitgebreid worden tot redenen die verband houden met de culturele of religieuze overtuiging. Voor de tegenstanders is handicap een objectief gegeven, terwijl religie een subjectief gegeven is. Verder stelde zich de vraag of wettelijke aanpassingen het gevolg zijn van de individuele religieuze of gewetensvrijheid dan wel op te vatten zijn als culturele factoren die onderdeel uitmaken van onderhandeling. Ook stelt zich de vraag waarom religieuze redenen in een seculiere context speciale beschermwaardigheid genieten. Is de vraag naar een halal maaltijd meer waard dan een vraag naar een vegetarische maaltijd.

Martha Nussbaum zet uiteen dat vrijstellingen of aanpassingen de bovenhand kregen in de USA. Dit is een invloed van het denken van Aristoteles. In tegenstelling tot Plato wees hij erop dat naarmate een regel algemener is, hij vaak ook onrechtvaardiger wordt in zijn concrete toepassing.

Het blijft echter vreemd dat aan de vrijheid van religie een uitzonderlijk primaat wordt verleend precies in een seculiere tijd. Charles Taylor bepleit daarom religieuze en niet-religieuze levensbeschouwingen op gelijke voet te behandelen. Zo kan een individu op grond van een zingevingsverbintenis een uitzondering afdwingen, onafgezien die ondersteund wordt door een officiële religie of levensbeschouwing. Deze subjectieve conceptie ontneemt staten, religieuze instellingen of rechters dus de autoriteit om te bepalen wat voor het betrokken individu een zingevingsverbintenis is.

Van fundamentele aard is de vraag hoe om te gaan met diepe overtuigingen die ingaan tegen de morele orde: een ambtenaar die geen homohuwelijk wil sluiten, een persoon die niet onder een vrouwelijke leiding wil werken. Dar waar aanpassingen in geval van een handicap geen normatieve waarde hebben is die niet altijd het geval bij religieus of cultureel geïnspireerde verzoeken.

De Europese richtlijn beperkt de redelijke aanpassingen tot personen met een handicap. Voor religieuze redenen moet beroep worden gedaan op art. 9 en 14 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Art. 9 gaat over godsdienstvrijheid en art. 14 over verbod op discriminatie. Daarin staat dat er sprake is van indirecte discriminatie wanneer een neutrale handelswijze personen met bepaalde godsdienst, handicap, seksuele geaardheid benadeelt.

Aanpassingen zijn goed, maar een inclusieve aanpak is beter. Zo kan men bijvoorbeeld de officiële kalender van feestdagen inclusiever maken door er ook niet-christelijke feesten in op te nemen. Maar dat is niet altijd mogelijk. In tegenstelling tot de USA is het voorzien van aanpassingen om religieuze redenen echter geen wettelijke verplichting. Een inclusieve praktijk is echter niet altijd mogelijk, en in het algemeen maakt men zowel van het inclusieve als het exclusieve model gebruik. Toetsing aan beginselen als gelijk respect, bescherming van religieuze en gewetensvrijheid en pragmatische overwegingen bepalen de uiteindelijke uitkomst.

In Québec leiden de aanbevelingen van de commissie tot een verdere evolutie van het open secularisme (laïcité ouverte). Zo worden hoofddoeken in publieke scholen toegelaten, maar wordt godsdienstig onderricht ingeruild voor een vak “Ethics and Religious Culture”. Over de ‘redelijke aanpassingen’ echter was de commissie zeer verdeeld. Zij kozen eerder voor het ‘vivre ensemble’ model dan voor rechtsbescherming van personen uit minderheidsgroepen. Dit was ook het standpunt van de rondetafels in België. Het is de weg van de overlegde aanpassing. Deze weg leidde in België tot een informele oplossing van de verzoeken. Toch word in Franstalig België veel meer verwezen naar het argument van de neutraliteit dan in Vlaanderen. 47 van de 417 vragen om aanpassing hadden betrekking op de man-vrouw verhouding.

In ‘Secularism end freedom of conscience’ pleiten Maclure en Charles Taylor voor een wettelijke verplichting van redelijke aanpassingen. Daarbij stellen zich drie problemen: de betekenis van religie en de vrijheid van geweten; de redelijkheid van een verzoek. Hierbij stellen MacLure en Taylor dat redelijk is wat de vrijheid van anderen niet in het gedrang brengt. Ten derde is dat een juridische benadering inhoudt dat personen hun gelijk moeten halen bij een rechtbank.

Opmerkingen

1. Een opmerking die voor heel het boek geldt: religie is inderdaad meer dan het individueel beleven van een godsdienst. Men zou zelfs kunnen zeggen dat het iets anders is. Want ook het vervullen van zekere gemeenschappelijke praktijken is niet het enige wat een religie is. Religie is het zoeken naar waarheid en rechtvaardigheid. Dit kan individueel of in groep, met leden van eenzelfde religie of met andere religieuze groepen gebeuren.

Bij het eerste hoofdstuk heb ik volgende bemerking:
De relatie tussen ras en religie lijkt me een vergezocht en totaal niet ter zake doend element in het onderzoek naar vrijheid van godsdienst. De meeste religies worden meer en meer door mensen van alle rassen beleden. Moslim discriminatie uit te drukken in discriminatie van Semieten, sikh discriminatie als discriminatie van Indiërs enz. is totaal ongeloofwaardig geworden. De twee vormen van discriminatie kunnen gecombineerd voorkomen, maar hebben niets met elkaar te maken. Het grote aantal bekeerlingen bewijst dit.

Bij het tweede hoofdstuk ga ik niet akkoord met het begrip ‘axiale tijd’. Dat is volgens mij in de eerste plaats een uitvinding van het christelijke westen, waarin ze later de Islam hebben willen inpassen. Volgens mij is er eerder een op evolutie gerichte ontwikkeling van religie. De grote godsdiensten zijn volgens mij ontwikkelingsstadia in de voortdurende evolutie van de mensheid. Deze evolutie stopt niet; ze zal nog miljoenen jaren verder gaan. Theologen en historici die spreken van een axiale tijd hebben volgens mij een veel te korte kijk op de geschiedenis. Zij denken nog steeds dat met het christendom, en de islam als nakomertje, de geschiedenis geschreven is. dat is echter geenszins het geval.

Ook bij Marc van den Bossche zien we een sterke benadrukking van het christendom (Vatimo, Heidegger). Dit staat volgens mij een werkelijk universalistische visie in de weg.

Het pleidooi van Rik Pinxten daarentegen sluit aan bij mijn persoonlijke overtuiging dat we de diversiteit moeten waarderen en zelfs koesteren. Maar hijzelf geeft geen oplossingen voor de problemen die dit stelt. Die vinden we wel gesuggereerd bij Borms. Hij stelt dat er veel vragen opkomen bij talrijke aspecten van de ‘neutraliteit’. Ook het vak LEF, voorgesteld door Loobuyck, kan volgens hem niet zomaar toegepast worden, want waar blijft de neutraliteit van de staat als we een staatsideologie verplichten. Indien dit onderwerp aanleiding geeft tot meer discussie dan kunnen we er dieper op ingaan.

Het artikel van Nella van den Brandt & Eline Huygens over vrouwenkwesties en islam daarentegen roept enkele vragen op: Vooral wat betreft vrouwenbesnijdenis is het niet duidelijk of die nu moet getolereerd worden of niet. Inderdaad, wij zien besnijdenis bij mannen als ‘normaal’ terwijl we besnijdenis bij vrouwen categoriek afwijzen. Is dit ook één door onze mannelijke overheersing ingegeven standpunten ? Of moeten we besnijdenis helemaal verbieden, bij mannen zowel als vrouwen ?

Ljamaj, Eva Brems en Stijn De Smet hebben het over de islamitische kleding. Het onderzoek van Ljamaj os te beperkt om er algemene conclusies aan vast te knopen. Maar er kan wel gezegd worden dat, hoewel de hoofddoek behoort tot de persoonlijke vrijheid van klederdracht, er ook een zekere dwang van kan uitgaan naar andere moslims toe om ook een hoofddoek te dragen. Deze dwang echter moet volgens mij niet met het verbod op hoofddoeken worden bestreden, maar met het leven in een seculiere maatschappij, die alle mogelijke vormen van kleding (en haardracht) toelaat, zonder dat men gedwongen wordt het voorbeeld te volgen.

Tenslotte het artikel van Gily Coene. Darin worden redelijke aanpassingen. Daar wordt gekozen voor het ‘vivre ensemble’ model tegenover de rechterlijke aanpassing. Mijns inziens zouden echter ook wettelijk heel wat hinderpalen uit de weg kunnen geruimd worden, verder gaand dan wat in de ronde tafel gesprekken wordt gesuggereerd. Zo zou men alle (ook de niet religieuze) wettelijke feestdagen kunnen schrappen en deze vervangen door vrij te kiezen dagen. Wat de gevangenissen en instellingen betreft stelt zich wel een probleem: kan een instelling verplicht worden alle mogelijke vormen van maaltijden ter beschikking te stellen of niet ?

Guido Cooreman



Dall'Ogglio Paolo , Uit liefde voor de islam . In het voetspoor van de in Syrië vermiste jezuïet Paolo Dall'Oglio , Halewijn , 2016 (voorgesteld op vrijdag 2 december 2016 door Jac De Bruyn)   

Paolo Dall'Oglio

Zuster Houda, letterlijk en figuurlijk aan de rechterhand van pater Paolo. © BM


'
Uit liefde voor de islam. In het voetspoor van de in Syrië vermiste jezuïet Paolo Dall'Oglio'. 
 is een uitgave van Halewijn, paperback, 192 pagina's, ISBN: 978-90-8528-383-6, prijs: 17.50.

Het is een vertaling van vertaling van het boek Amoureux de l’Islam, croyant en Jésus dat Paolo Dall’Oglio samen met Églantine Gabaix-Hialé schreef in de periode  2005- 2009.

In 1977 op zijn 23 jarige leeftijd deelt deze jonge Italiaanse novice zijn overste van de Jezuïten mee, dat hij zijn leven wil geven voor het heil van de moslims. Hij studeert tijdens zijn verdere opleiding in Libanon, Napels en nadien Jeruzalem om daar Arabisch te leren Wordt dan uitgestuurd naar Damascus, waar hij besluit zich priester te lijden wijden volgens de Syrische ritus, die volgens hem dicht aansluit bij de gebedsritmes van de Islamitische sjeiks.
In 1982 ontdekt hij bij toeval het verlaten woestijnklooster van de heilige Mozes, of in het Arabisch Deir Mar Moussa Al-Habachi , nabij de stad Nebek, op 80 km ten Noorden van Damascus.
Tijdens een retraite in de ruïnes van dat verlaten klooster Deir Mar Moussa ontdekt hij onverhoeds de plek die zijn missie vorm zou geven. Hij renoveerde en herstichtte het klooster en werd er de bezieler van een gemengde oecumenische Syrisch katholieke gemeenschap met als missie: dialoog met de Islam. Paolo en zijn gezellen wijdden hun leven aan het leren kennen en beminnen van de islam en de moslimgemeenschap, de Oumma, die hen als christelijke minderheid in Syrië omringt.

Het is een historische plek waar het monastieke leven begonnen is midden van de zesde eeuw. De huidige kerk ervan zou gebouwd zijn in 450 van de Hidjra of 1058 na Christus volgens een inscriptie die die begint met de Koranische woorden “ In naam van de Erbarmer, de Barmhartige.”
In 1992 start Paolo daar zijn oecumenische en interreligieuze gemeenschap
Meer hierover in het boek van Guyionne de Montjou: Mar Moussa, un monastère, un homme, un désert. Albin Michel, Parijs, 2006
Jacques de Syriër was de eerste die hem vervoegde, nog geen twintig jaar oud. Dan kwamen er anderen die langere tijd bleven en soms de keuze maken om er voorgoed te blijven. ( Zie bijlage Jac Mourad en de liefde voor Syrië.)
De gemeenschap nam de naam is: al-Khalil “ Vriend van God” de Bijbelse en Koranische titel van Abraham.
Na meer dan 15 jaar van terughoudendheid vanwege het bisdom en het Vaticaan, van misverstanden, verbeten verder doen… volgde uiteindelijk in 2006 de goedkeuring van hun regel door Rome.
Dit boek: “Uit liefde voor de Islam”, gaat terug op de verdediging van Paolo op de opmerkingen van de Congregatie van de geloofsleer van het Vaticaan bij het ontwerp van de Constituties en Regel voor deze nieuwe monastieke gemeenschap, als een oecumenische en interreligieuze gemeenschap, in het bijzondere woestijnklooster Mar Moussa in Syrië.

Dit boek kwam tot stand door medewerking van de Franse journaliste Gabaix-Hialé.  Zij verbleef geruime tijd in Mar Moussa en zij geeft een inleiding in het boek waarin ze het ontstaan schets van deze gemeenschap en hoe dit boek tot stand kwam.
Paolo Dall’Oglio,  (die in 2009 een eredoctoraat kreeg van de KU Leuven,) maakt in dit boek duidelijk waarom  en waar hij zich opende voor de moslimziel. Hij nam de islam ernstig en bevestigde de authenticiteit van de religie en hun stichter Mohammed.
Hij gaat daarbij de grote vragen van het christendom over de relatie met de islam niet uit de weg. Maar in plaats van wantrouwen, voedt hij hoop. In plaats van afwijzing is er grote betrokkenheid. Hij spreekt over een dubbel toebehoren, niet over een fusie, maar wel over een authentiek respect.
Land uitgezet door Syrisch regime
Toen Paolo in 2011 radicaal partij koos voor het Syrische volk, werd hij niet veel later het land uitgezet door het Syrische regime. Hij nam zijn intrek in het tweede klooster van de gemeenschap in Irak, van waaruit hij geregeld naar het Westen trok om de Syrische zaak te bepleiten.
Het Syrische conflict verscheurde Paolo. Hij deed er alles aan om het te stoppen.
Naast clandestiene bezoeken aan Syrië om te bemiddelen tussen verschillende groeperingen of om te onderhandelen over de vrijlating van gijzelaars, probeerde hij de internationale gemeenschap een geweten te schoppen door op haar verantwoordelijkheid te wijzen en jongeren aan te sporen zich voor de Syrische zaak te engageren.
In het boek La rage et la lumière. Un prêtre dans la Révolution Syrienne dat in 2013 verscheen, wenst hij dat de mensheid met meer medeleven en solidariteit naar de angsten en de kwetsuren van de moslimgemeenschap zou kijken.
We zijn allen ingescheept op deze fragiele planeet. Elkaars lasten niet dragen, maakt het leven voor elkeen ondraaglijk. Paolo dall'Oglio
Het was voor hem ondraaglijk geworden om niets te doen, om onbewogen te blijven, terwijl de bevolking van het land dat hem zo hartelijk ontvangen had, door extreem lijden geteisterd werd. Hij daagde jongeren uit om de onverschilligheid ten opzichte van de ander naast zich neer te leggen, om alle angsten van zich af te schudden. Neem je leven, je verlangen serieus. Laat je niet het zwijgen opleggen door het heersende discours, maar spreek en kom op voor je mening.
Baad niet in onverschilligheid, maar word ’s morgens wakker met het besef dat opkomen voor vrijheid en menselijk waardigheid voor allen de inspanning waard is. Hoewel Paolo soms hard van leer kan gaan als hij anderen, vaak het Westen en de Kerk, op hun verantwoordelijkheden wijst, is zijn visie altijd op verzoening gericht en kiest hij voor geweldloos verzet.
Voor Paolo is Syrië een uiterste symbolische plek. De strijd die in het land gestreden wordt en die het Syrische volk zo zwaar treft, gaat over kwesties die ons allen wereldwijd aanbelangen. Het gaat over onze relaties onderling, tussen joden, christenen en moslims. Staan we als broeders naast elkaar, geven we om elkaars lot, of kiezen we voor onverschilligheid, afwezigheid en berusting?
Paolo is radicaal in zijn keuzes en in zijn engagement. Meermaals gaf hij aan zijn leven te willen geven voor het lot van de moslimgemeenschap, maar ook voor de vrijheid en de waardigheid van het Syrische volk. De wereld heeft nood aan waarheid en aan waarachtige getuigen die bereid zijn een offer te brengen, volgens Paolo.
3 jaar geleden keerde Paolo niet terug van een clandestien bezoek uit Syrië.
Op 29 juli 2013 werd hij ontvoerd, toen hij naar Syrië terugkeerde om er tussen Koerdische en radicaal-islamitische opstandelingen ging bemiddelen. Aanvankelijk werd ervan uitgegaan dat hij in de stad Raqqa, dat nu zwaar wordt belegerd, gevangen werd gehouden. Sinds zijn ontvoering is er echter geen enkele betrouwbare informatie meer over hem. Er kwam ook nooit een eis om losgeld. Daarom wordt gevreesd dat hij intussen is omgebracht, al waren er vorig jaar ook enkele getuigenissen van Syriëstrijders die beweerden dat zij hem nog levend hadden gezien.
Paolo’s onverwoestbare geloof en hoop in de andere had hem ongetwijfeld de moed gegeven die stappen te zetten. Want, besluit Paolo in zijn boek, we zullen de ander ontmoeten, op wie we durfden te hopen.
Hoeveel mannen en vrouwen van dialoog - christenen en moslims – zullen nog uitgesloten, vervolgd en misschien vermoord moeten worden, vooraleer we erin zullen slagen om samen te leven met elkaar, vooraleer we elkaar geen geweld meer zullen aandoen.

Nu doorlopen we alle delen van dit boek.
Confrater Jacques Haers SJ schreef een voorwoord in het boek onder de titel:
Vriendschap en sympathiek vooroordeel gedreven door de godservaring in Jezus van Nazareth.

Hij wijst op de figuren die Paolo hebben geïnspireerd en aan hem verwant zijn zoals Chistian de Chergé, de abt van het klooster van Tibhirine in Algerije, die in 1996 ontvoerd werd, samen met zes confraters.
Paolo is zo’n Jezuïet van het “sympathieke oordeel –a-priori”. In het spoor van Jezus verlangt hij naar de ontmoeting met de Islam en met moslims. Ook daar… openbaart God zich op een voor christenen belangrijke wijze, ook daar ligt toekomst vanwege God voor mensen, ook daar heeft God lief. De ontmoeting met de anders is een goddelijk gebeuren en verruimt de blik op het goddelijke.
.. het laat christenen toe hun eigen geloof als zoektocht naar de Ene te verdiepen. Het gesprek met moslims leert hen bv kritische te kijken naar hun eigen verraad van de Ene en naar hun eigen incoherenties: de Islam ontmaskert ontrouw en pervers christendom en daagt christenen uit tot een diepere reflectie. Zie citaat dat hij gebruikt van Paolo op p. 6

Paolo schrijft over “de praktijk van een nederige en welwillende gastvrijheid, verliefd als men is op de goddelijke schoonheid die men weerspiegeld vindt in de “alteriteit”.
Dit is de taal zegt J Haers van Paus Franciscus en die we vinden in de ervaringen van de Vlaamse mysticus, priester-arbeider Egied van Broekhoven.
Het is een enigszins moeilijke maar alleszins boeiende taal die we ons vandaag echt niet kunnen besparen in een gepolariseerde en gewelddadige wereld, die mensen tgo elkaar stelt in wedijver en concurrentie, en in de wederzijdse angst om de ander; die als bedreigend wordt ervaren.
Dit boek is daarom belangrijk: het opent tot vriendschap die broodnodig is om samen duurzame toekomst uit te bouwen. Dit “samen” van de godsdiensten is Gods echte geschenk aan deze getormenteerde wereld.

Het boek heeft ook een kort voorwoord van mede vertaalster Babs Mertens.
Babs Mertens deed in 2009 stage in Syrië bij Jesuit Refugee Service, en bezocht Deir Dar Moussa en bleef met Paolo, zijn gemeenschap en vrienden in contact.
Hieronder haar voorwoord wat ik toevoeg als een getuigenis van een jonge vrouw voor wie de ontmoeting met Paolo richtinggevend werd in haar leven.

Zeven, welgeteld zeven. Het is zeven jaar geleden dat ik moe en op zoek naar inspiratie, niets vermoedend de trappen naar het oude klooster van Deir Mar Moussa in de Syrische woestijn beklom. Zeven jaar dus, maar er lijkt geen dag voorbij te gaan zonder dat mijn ervaringen in Syrië en in Deir Mar Moussa bij de gemeenschap van pater Paolo Dall’Oglio nog op me inwerken.
De authentieke religieuze beleving die ik bij moslimcollega’s op het werk vond, had me onverhoeds op een weg gebracht die me veel verder zou leiden dan ik durfde hopen. Mijn ongeremde nieuwsgierigheid naar hun van islam doordrongen levenswijze, keerde al snel als een boemerang naar me terug.
Hoe beleven jullie dat binnen het christendom?, klonk het alsmaar vaker. Tot mijn schaamte slaagde ik er zelden in om een antwoord te formuleren waarin ik ook zelf voldoening vond.
Ik had het gevoel op een leegte in mezelf te stuiten en was vastberaden het daar niet bij te laten. Mijn afsluitproject voor de voortgezette opleiding Intercultureel Management (CIMIC) te Mechelen bleek een uitgelezen kans. Een module rond zingeving en religie had me niet alleen voorzien van de nodige handvaten om religie met open vizier te benaderen, ook had ik er (h)erkenning gevonden voor een broos religieus verlangen waar ik tot dan toe amper raad mee wist. Dat verlangen won het uiteindelijk van een diepgewortelde weerstand. Ik waagde de sprong en koos voor een inleefstage rond interreligieuze dialoog in Syrië.
Ik wou dichter bij de prille wortels van het christendom komen, maar niet zonder de islam.
Eerste ontmoeting met pater Paolo
Het avontuur begon 2 weken vóór ik vertrok. In ( 2009) een kleine aula van de universiteit in Leuven ontmoette ik pater Paolo voor het eerst. Hij gaf er een lezing, enkele dagen nadat hij zijn eredoctoraat als doctor honoris causa voor zijn inzet voor de dialoog tussen christenen en moslims in ontvangst had genomen. Onder de indruk van zijn vurige discours en zijn imposante persoonlijkheid, stelde ik me achteraf weifelend aan hem voor. En terwijl ik hem mijn nakende bezoek aan Deir Mar Moussa aankondigde, ontgingen de zachtheid en de geïnteresseerdheid in zijn blik me niet.
Neem maar warme kleren mee, fluisterde zuster Houda, zijn trouwe rechterhand binnen de gemeenschap, me hartelijk toe. Het was immers nog winter in Syrië. Zo zette ik aarzelend doch vastberaden de eerste stappen op een pad dat ik sindsdien niet meer verlaten heb.
 Zeven jaar geleden in een late lentezon doorworstelde ik op de berg achter het vrouwenklooster Al-Hayek van Deir Mar Moussa het manuscript van het boek Amoureux de l’Islam, croyant en Jésus, waarvan de Nederlandse vertaling nu voor u ligt. Pater Paolo had het me toevertrouwd na afloop van een bewogen gesprek waarbij heel wat tranen vloeiden.
Ik was niet de enige westerse jongere die zich door de woestijn een weg naar Deir Mar Moussa gebaand had en die oog in oog met een authentiek doorleefd oosters christendom alles binnenste buiten voelde keren.
Maar ook pater Paolo zelf, zijn bezieling en zijn charisma, drukten een onvergetelijke stempel op mijn leven. De kunst van de dialoog beoefende hij als geen ander. Dat ondervond ik toen hij schijnbaar zonder moeite het goed verborgen toegangspoortje opende naar datgene wat wezenlijk is in en voor mij. Mijn ontmoeting met hem was niet meer en niet minder dan een appel om mijn eigen leven, mijn eigen verlangen en mijn eigen missie serieus te nemen.
Tegen de achtergrond van de oorlog in Syrië
Pas 3 jaar later, in september 2012, zou ik pater Paolo opnieuw ontmoeten, dit keer in geheel andere omstandigheden. Het geweld begon Syrië alsmaar meer te overwoekeren. Pater Paolo was door het Syrische regime het land uitgezet omdat hij openlijk partij gekozen had voor de Syrische Revolutie.
In een kleine conferentiezaal van de KU Leuven sprak hij zich, zoals altijd vol vuur maar ook vol verontwaardiging, uit over de benarde situatie van het Syrische volk en over de nood aan een adequaat optreden van de internationale gemeenschap. Toch ontbraken hoopvolle en verbindende verhalen van dialoog niet in zijn discours.
Opnieuw overdonderde de authenticiteit van zijn getuigenis me. Maar de diepte van die getuigenis en van zijn engagement drong pas ten volle tot me door toen een klein jaar later het bikkelharde bericht kwam dat hij vermist was in Syrië.
Onverzettelijk vasthoudend aan zijn missie van dialoog trok pater Paolo herhaaldelijk terug naar Syrië, om te onderhandelen over de vrijlating van gijzelaars of om te bemiddelen tussen de verschillende gewapende groeperingen. Van zijn laatste bezoek keerde hij echter nooit terug. Hij zou ontvoerd zijn in de Syrische stad Raqqah. Tegenstrijdige berichten over zijn lot doen sindsdien de ronde, maar bij veel van zijn naasten leeft de hoop dat hij nog steeds in leven is.
Kostbaar getuigenis in conflictueuze wereld
Zeven jaar lang al, op de meest wezenlijke momenten, kom ik telkens terug uit bij mijn ervaringen in Syrië, in Deir Mar Moussa. Mijn verblijf daar heeft me fundamenteel veranderd. Ik ben teruggekomen met een droom die me niet meer loslaat. Een verlangen ook dat pater Paolo en zijn gemeenschap in Deir Mar Moussa ten volle belichaamden, en nog steeds belichamen.
Het gaat erom zo stevig in het christendom geworteld te zijn dat men zonder angst iets van zichzelf te verliezen, de ander met een open blik tegemoet kan treden om samen een weg te zoeken naar een warme harmonieuze toekomst.
Gelukkig kwam ik gaandeweg mensen tegen die een gelijkaardig verlangen koesteren en die haarfijn konden plaatsen wat deze ervaring met me gedaan had. Marc Colpaert is zo iemand. Als oprichter van de voortgezette opleiding Intercultureel Management in Mechelen en als gedreven bruggenbouwer tussen culturen en religies, kon hij wonderwel begrijpen wat er in me leefde en waar ik naar op zoek was. Hij hielp me vaak dit vuur brandend te houden op momenten dat ik me er nog geen weg mee wist.
Hoewel hij pater Paolo nog niet ontmoette, deelde hij al snel mijn liefde voor Paolo’s werk. Beiden overtuigd van het feit dat in deze conflictueuze tijd het getuigenis van pater Paolo uitermate kostbaar geworden is, besloten we zijn boek samen te vertalen.
Paolo’s krachtige en hoopvolle discours van dialoog met en liefde voor de islam, biedt een broodnodige tegenstem in een tijd waar de angst voor de islam in het Westen als maar breder en uitgesprokener gedragen wordt.
Want hoezeer hij ook van leer kan gaan tegen onrecht, geweld en onderdrukking, telkens getuigt pater Paolo van een schijnbaar onwrikbaar en hoopvol geloof in een harmonieuze toekomst.
Wie het leven in Mar Moussa, zoals het in de inleiding door Églantine Gabaix-Hialé zo mooi beschreven wordt, en de bezieling van Paolo niet in levenden lijve heeft ervaren, zal ongetwijfeld struikelen over zijn soms groots aandoend taalgebruik, zijn doorgedreven betrachtingen en zijn haarscherp omlijnde standpunten. Ook wij zijn meer dan één keer over zijn woorden en visie gestruikeld. Op die momenten was Benoît Standaert osb onze gids. Dankzij zijn grondige kennis van de islam en zijn theologische achtergrond wist hij ons met zijn deskundig advies meermaals doorheen soms complexe passages en vakjargon te loodsen.

Een derde stuk
Inleiding van Eglantine Gabaix-Hialé;
die met Paulo het originele boek in het Frans heeft geschreven.
Haar inleiding van p 11 tot p.24 helpt de lezer om een beter beeld te krijgen van Paolo en vooral van zijn gemeenschap. Zij schrijft over:
De geschiedenis van de Heilige Mozes en van het klooster.
De fresco’s van de kerk
Het klooster: verlatenheid en restauratie
Een jezuïet valt voor de charme van een ruïne
De weg van een geëngageerde gemeenschap 
De gemeenschap al-Khalil vandaag
De geboorte van de gemeenschap
Symbolische aanwezigheid, levend geworden uitwisselingen
Het dagelijks leven
De gastvrijheid
De projecten van het klooster
Beloning: de prijs die ze kregen van de Euro-mediterrane Anne Lindh stichting voor dialoog tussen culturen in 2008
Oorsprong van dit boek
Toegepaste theologie
En tenslotte methodologische opmerkingen

Hoofdstuk I :
Het klooster van Mar Moussa, een werk van dialoog.

Hierin wordt de context geschetst van dit project in een overwegend moslimland (85%) met een 10% kristenen van heel diverse groepen zoals Melkitisch-Byzantijnse, Armeense, Syrische en Maronitische katholieken en nog enkele protestantse gemeenschappen.
Er wordt gewezen op de eeuwenoude band met het oude monnikenwezen in die regio.
Want dat heeft een bijzonder en positief statuut in de Koran, daar het in zekere zin beschouwd  wordt als een ideaal christendom.
Er wordt stilgestaan bij de levenswijze die aansluit bij die van eenvoudige mensen, met voorkeur voor de armen, zoals Charles de Foucould, en aansluit bij de oosterse manier van leven die eeuwenlang gemeenschappelijk was voor onze christelijke en islamitische broeders. Zo oefenen we kritiek uit op de huidige westerse globalisering waarvoor plaatselijke christenen percentueel meer gevoelig zijn dan moslims. Dat vergroot de culturele kloof tussen die gemeenschappen
Er wordt uitleg gegeven over de taalkeuze voor het Arabisch als gemeenschapstaal, ook in de liturgie, taal die lang gemeenschappelijk was voor christenen en moslims.
De gemeenschap roept op om de kennis van het Arabisch niet te snel op te geven.
Solidariteit met de moslimgemeenschap door het beoefenen van de gastvrijheid dag na dag.
Solidariteit met de christenen in het Oosten.
Inculturatie door het aangaan van ecologische uitdagingen, zoals strijd tegen verwoestijning, duurzame ontwikkeling door verantwoord cultureel toerisme en het opnemen van sociale verantwoordelijkheden, zoals deelname aan sociale activiteiten van ngo’s

Hoofdstuk II
Mijn relatie met de Islam

Zijn relatie met de Islam definieert Paolo als een dubbel toebehoren dat zijn oorsprong heeft in Christus en dat zijn weg slechts kan vinden in een kerk in beweging.
Dat begint bij zijn eerste verblijf als student in het Midden Oosten en zijn bezoek aan een moskee in Bosra, waarvan hij had gedacht dat het een kerk was, en uitgenodigd deel te nemen aan het avondgebed krijgt hij een bijzondere beleving. P.32
“ De schoonheid, de universaliteit, de zachtheid, de waarheid van het islamitisch gebed ontsluierde zich voor mij in al zijn kracht! Ik was daar met deze boeren en tegelijk was ik in alle moskeeën van de wereld. Moslims zeggen dat in gebed zijn betekent dat men zich in de handen van de Barmhartige weet, zoals God in de Bijbel met zijn twee handen de klei boetseert om de mens te maken. Zo deed in deze moskee te midden van deze gelovigen, het mysterie van het moslimgebed heel eenvoudig zijn intrede in mijn eigen gebedsleven.”
Mijn christelijk geloof wordt niet weggestopt of geringschat door dit toebehoren… op cultureel, linguïstisch en symbolisch vlak voel ik me intens thuis in de moslimwereld.”
Het is de naastenliefde van Christus die me gebracht heeft tot een geëngageerd wortel schieten –hoewel onvolledig en zoekend- in de culturele en dus ook de religieuze en spirituele wereld van de islam. Ik ben moslim owv de liefde van Jezus voor moslims en voor de islam. Moslim volgens de Geest en niet volgens de letter. Jezus, en de apostelen waren degelijk joods. Maar ze hebben hun toebehoren tot het volk en de religie van de bijbel in vrijheid van Geest geïnterpreteerd en niet vanuit een fundamentalistische lezing. P.34

Christendom is een beweging.
Jezus heeft niet onmiddellijk een religie gesticht. Hij heeft een gemeenschap in beweging geïnitieerd…. Gaandeweg voelde de christelijke gemeenschap zich aangezet door de Geest van Jezus om zich te wortelen in religieuze culturen die niet-joods waren, zoals de Griekse milieus, de Armeense, de Egyptische, de Latijnse.
Christen worden betekent niet zozeer behoren aan een gemeenschap die geboden oplegt als wel een gemeenschap integreren in een beweging die, aangezet door de naastenliefde van Jezus, de ganse wereld ontmoet.p.35
Het is in de Kerk, in de gemeenschap die leeft van de beweging van Jezus, dat ik naar de islam ga, met nieuwsgierigheid en aandacht voor het werk van Gods Geest in de ‘Oumma’, de moslimgemeenschap.
De islam presenteert zich massief als onontvankelijk voor missie van de kerk. De schok die de islam teweegbracht is belangrijk voor de geschiedenis van de kerk. .. beide gemeenschappen voelen een sterke nood om de criteria van toebehoren exclusief te beperken…. Er is een wederzijds bewustzijn dat de dogmatiek niet verzoenbaar is.. tot op de dag van vandaag dat toch niet.
De islam is ontstaan en ontwikkelde zich met een sterk bewustzijn een andere gemeenschap te zijn dan de Kerk. De Kerk, van haar kant, heeft de islam onmiddellijk als een concurrerende en polemische gemeenschap beschouwd. Beide tellen teveel dogmatisch en symbolische elementen die ze tegelijkertijd gemeen hebben en anders interpreteren. Wat er telkens toe leidt volledig partij te kiezen voor ofwel de ene of de andere familie van Abraham.
Dat dubbel toebehoren is geen relativisme.
wie gelooft dat een dubbel toebehoren mogelijk is, gelooft ook dat de dogmatische en theoretische tegenstellingen tussen de islam en de Kerk op zijn minst in de toekomst kunnen worden overstegen.
Het dubbel  toebehoren moet geworteld zijn in het mysterie van christus.

Paolo spreekt ook over drie functies van de Islam p 40
- Islam als vervulling van de openbaring
- Islam als geloof en natuurlijke openbaring.
“ Als Israël geworteld is in hoop, en het christendom voorbestemd voor naastenliefde, dan centreert de islam zich op het geloof.” Abraham blijft het model van de relatie met God. P41
- Islam als een uitdaging
De ambitie van de oosterse christenen om de macht te behouden door het nieuwe islamitische rijk te dopen draaide uit op een mislukking. Vandaag is dat nog steeds.

Het hedendaagse zelfmoordterrorisme is wel degelijk een tragisch symptoom van onbehagen en van radicaal leed, zowel van de Arabische natie als van de universele moslimgemeenschap Het dient nergens toe te beweren dat terroristen geen ‘echte’ moslims zijn. … onze religieuze tradities hebben het gebruik van geweld altijd gerechtvaardigd. Elke gemeenschap zou er beter aan doen in zichzelf de wortels te erkennen van deze gewelddadige uitwassen die altijd mogelijk zijn binnen de eigen traditie. Dit bewustzijnsonderzoek zou hen verplichten die diepe wortels van de haat te vinden en bijgevolg verantwoordelijke keuzes te maken. p 43
In mijn ogen, schrijft Paolo, is het de grote verdienste van de islam dat ze een halt heeft toegeroepen aan het imperialistische christelijke politiek project.
De islam heeft een muur gecreëerd als bescherming tegen het integristisch totalitarisme van het christelijke Europa. Ze vormt een kritiek op het westers wereldlijke secularisme.

Christenen zitten gekneld tussen de tweeledige schaamte oprecht afgewezen te worden in hun geloof in de Zoon van de Reddende God, zowel door het in oorsprong pre-christelijke jodendom als door de post-christelijke islam. Ik spreek als christen als ik zeg dat het beste wat de islam ons gebracht heeft, het tot mislukking brengen is van onze poging om macht te sacraliseren. De islam heeft de pretentie van het christendom om een ideale , ultieme en eschatologische maatschappij te vormen en halt toegeroepen. In de kunst uit Middeleeuwen en Renaissance wordt christus als heerser voorgesteld. Wat machtssymbolen betreft lijkt de anti-christus veel op hem! P46 Let mysterie van de nederigheid van God wordt zo icoon van de Moloch van de macht. Deze tegenstelling bracht de evangelische ziel van Ch. de Fouc.  ertoe zijn katholiek geloof, zijn toebehoren aan de Westerse samenleving, zijn Franse nationalisme en zelfs zijn adellijke afkomst uit te zuiveren in de islamitische woestijn.
Het is tijd om te stoppen met alle fundamentalisten langs moslimzijde te plaatsen on onze eigen integristische koorts te verantwoorden en te promoten.
Het wordt tijd dat ook moslims hetzelfde doen door op te houden alle problemen in hun gemeenschap op de rug van het Westen te schuiven. We hebben er alle belang bij ons te verbinden in een logica van gezamenlijk toebehoren aan een post-nationale mensheid die in zekere zin ook post-religieus is. p 51

Hoofdstuk III
Een kerk van de islam.
Waar hij in het begin sprak van “Islamitisch-christelijke” Kerk is Paolo overgeschakeld naar de uitdrukking “Kerk van de islam”
Dit wijst op een bepaalde manier om naar de ander toe te gaan en gefixeerde en beperkende identiteiten te doorbreken. Het is “een gaan naar” dat geen absorptie noch een eenvoudige vermenging wil zijn. Het is een diepe inculturatie die de identiteiten respecteert van de christelijke Kerken in de moslimwereld.
Kerk betekent eenvoudigweg “Verenigde Gemeenschap”. P.53
Een lokale of particuliere Kerk zal katholiek en universeel zijn, of ze zal niet kerkelijk zijn.
( De tegenstelling tussen de Kerk van de islam en de katholieke Kerk zou analoog zijn aan de onmogelijke tegenstelling tussen de Italiaanse, de Franse of de katholieke Kerk.
Op dezelfde manier zij er christenen van verschillende origine (geografisch, familiaal en religieus) die bewust een Kerk van Christus in de moslimcontext willen bouwen. )
Deze gemeenschap wil zich niet tgo de moslimcontext stellen, noch ermee concurreren. Ze wil haar ten dienste staan.
Nee het is niet de bedoeling andersheid te verslinden en te assimileren. Het gaat er integen-deel om verliefd te worden op de andersheid, in dit geval die van de moslim. We willen op elkaar inwerken en deelnemen aan de vreugde en de glorie van de voltooiing van de ander.
Er bestaat al een Kerk die diepgaand geïncultureerd is in de omringende moslimcontext. Cfr de Oosterse historische Kerken. P. 54

Hij legt de nadruk op de theologische waarde van het sacrament van goed nabuurschap. Ik denk daarbij onmiddellijk aan veertien eeuwen van gemeenschappelijk leven van oosterse christenen en moslims, zonder de joden te vergeten.
Probleem is dat dit goede nabuurschap in crisis is…. Vandaag worden de christelijke meisjes onder invloed van reizen en televisie tot het karikaturale toe meer westers, terwijl de moslimvrouwen zich op Saoedische wijze kleden. De gemeenschappelijke ruimte wordt zo steeds kleiner. De gedeelde traditie, waar vrouwen vroeger zich kleden op dezelfde wijze, raakt in de vergetelheid. De initiatie tot goed nabuurschap dat normaal deel was van het dagelijks leven, moet vandaag tegen de stroom in voorwerp worden van een gedeelde en bewuste catechese.
Paulo benoemt de objectieve moeilijkheden voor niet-moslim minderheden in een wettelijk islamitisch milieu. De enige gemeenschappen die de islam wettelijk in haar omgeving aanvaardt zijn de joodse en christelijke. P56
Alles wat gezien kan worden als afgodendienst of paganisme, zoals Afrikaanse en Aziatische tradities wordt uitgesloten.
Goed nabuurschap ondanks discriminatie.
De christenen in de Arabische moslimlanden lijden onder de discriminatie die moeilijk kan verzwegen, nog verdergezet.
Op p56 en 57 worden deze benoemd. Volgens Paolo denken moslims in het algemeen en van heel verschillende argumenteringen, dat de doodstraf voor afvalligen niet legitiem is. Anderen prijzen wegen naar de laïcisering van de civiele ruimte, gestoeld op het concept van burgerschap. Hij denkt dat Europese moslims hier veel kunnen bijdragen.
“Mijn wens is dat een volledige gewetensvrijheid kan ontstaan van uit een religieuze islamitische reflectie, en niet ondanks of tegen de religie zelf.”
De Kerk van de Arabische christenen.
Paolo geeft ook een overzicht van diegenen die vandaag Arabische christenen worden genoemd. P.57
Arabieren die christen werden voor de komst van de islam.
Christenen die oud-Syrisch, Grieks, Koptisch of nog een andere taal als moedertaal hebben en gearabiseerd werden.
Derde groep bestaat uit burgers uit een Arabisch land die in de 20’ eeuw immigreerden. Ze spreken hun eigen taal en gebruiken die ook in hun liturgie: Armeniërs, Chaldeeuwse of Syrische kristenen die gevlucht zijn voor de genocide bij het einde van het Ottomaanse Rijk.
Vierde groep zijn christenen zoals hij die ervoor kiezen Arabisch te worden omdat de Kerk hen gezonden heeft om de dynamiek van incarnatie en inculturatie van het evangelie in dit milieu te openbaren. Het heeft iets van een gemengd huwelijk, waarbij één partner de keuze maakt om de culturele identiteit van de ander ten diepste te” integreren.
Een vijfde groep bestaat: moslims, in dit geval Arabieren, maar ze zouden ook een andere taal kunnen spreken. Ze kiezen ervoor christen te zijn. Ze vormen Kerk zonder hun cultureel en religieus moslim –zijn op te geven of te willen opgeven.
Christelijke moslims?
Het is onmogelijk om in het kader van deze bespreking alle elementen over dit thema aan bod te brengen. Paolo maakt duidelijk dat de meeste bekeringen van de islam naar het christendom gebeuren in de logica van een tegenstelling, waarbij men van een foute naar een ware religie zou overgaan. Het lijkt op een project waarbij dat de islam overstegen of uitgeschakeld wordt. Het roept gewelddadige reacties op uit de moslimwereld tegen proselitisme.
Hij erkent het recht van christenen om de moslimgemeenschap te integreren. Anderzijds zou de mogelijkheid toe te treden tot de islam zonder de Kerk te verlaten, ook overwogen moeten worden.
Risico’s van directe evangelisering. P61
Dit zijn pogingen van vooral protestantse christelijke gemeenschappen, met als vertrekpunt het oordeel dat de islam in wezen onwaar is. De Kerk deelt deze visie niet meer sinds Vat.II
Het is noch waarschijnlijk, noch wenselijk dat de Kerk zich in deze vorm in de moslimwereld installeert. Godzijdank blijft de  islam hiervoor voldoende immuun. Hiermee keur ik geenszins de repressie van de gewetensvrijheid goed die in verschillende islamitische staten op verdekte of minder verdekte wijze huishoud. Familiaal geweld treft men ook in het Westen, op familiaal niveau of in de wijk. Maar ik neem het risico om te bevestigen dat de Mensenrechten …slechts verinnerlijkt kunnen worden door een intern proces binnen de moslimgemeenschap. Van buiten kan men dit niet opleggen. .. De aanhangers van de Mensenrechten zullen veel overtuigender zijn door hun universele toepassing en door hun concrete initiatieven dan door utspreken van en moreel princiepsoordeel over anderen, terwijl ze blind zijn voor hun eigen gedrag. Het Westen van Amnesty International is hetzelfde als dat van Guantanamo… p62 Het zal echter vaker voorkomen dat authentieke nationale solidariteit en gedeeld burgerschap in crisis geraken naarmate de islamisering van de staat en de samenleving vordert en de emigratie van christenen naar het Westen blijvend wordt.
De Kerk tgo het syncretisme
(Ik  beperk me hier tot enkele belangrijke citaten) :De waarheid van de Kerk lijkt me niet vervat in een religieuze cultuur die definitief samengeperst werd en in een pakket wordt aangeboden. Wel integendeel, net zoals het relationele en conflictueuze mysterie van de Bijbelse openbaring zich doorheen onze cultuur uitdrukt, zou het christelijk zelfbewustzijn dat altijd relationeel is, het verwoed verlangen moeten loslaten zich steeds te definiëren in tegenstelling tot iets… om trouw te blijven aan onze eigen waarheid hebben wij het niet meer nodig de waarheid van de ander af te wijzen, vaak door middel van karikaturen. We zijn niet bang om de taal, de bezorgdheden, de culturele en religieuze geschiedenis van mensen en gemeenschappen die we op onze christelijke pelgrimstocht ontmoeten te aanvaarden… het is meer een pelgrimstocht, een hadj, dan een missiecampagne.. en al zeker geen kruistocht. P68
De wereld lijkt vandaag opgedeeld in twee groepen die elk een eigen tendens aan hangen.
De eerste is algemeen verspreid en heeft blijkbaar de bovenhand. Het is die van zich geleidelijk ontwikkelend syncretisme dat leeg en consumentistisch is en gebouwd op economische en technologische superioriteit van het Westen. Datzelfde Westen pretendeert trouwens de superioriteit van zijn culturele joodse en christelijke wortels te bekrachtigen, maar ontdoet ze tegelijkertijd van hun authenticiteit. Deze wortels zijn ontdaan van betekenis, gesteriliseerd en ten diepste verraden. p 70
De tweede tendens vandaag de dag probeert te reageren op de globalisering door culturele identiteiten en bijzonderheden te herbevestigen. Ze verschuilt zich zo in gesloten, zelf-behoudende doctrines die gemakkelijk fundamentalistisch worden, defensief en dikwijls agressief zijn.
Inculturatie aanvaardt de culturele complexiteit
Sinds 11 september 2001 kan niemand nog hetzelfde blijven, niet in de moslimwereld, noch in de christelijke wereld: een moedige en eschatologische interpretatie van de heilige teksten dringt zich op. Cfr Maalouf  p. 72
Daarom hebben we nood aan een nieuw profetisme, van interreligieuze dialoog in een steeds nieuwe ervaring van het handelen van Gods Geest, in de heilige ruimte van onze ontmoetingen, onze wederzijdse gastvrijheid.
De visie daarop wordt sterk verwoord op p. 74

Hoofdstuk IV
De Abrahamitische relaties

In de huidige kerkelijke context zien we een contradictorische beweging. Langs de ene kant zet het genereuze werk van dialoog zich voort door wederzijdse kennis, door ontwikkeling van authentiek goed nabuurschap en door een perspectief van harmonie. Anderzijds zien we een tendens in conservatieve middens, gekenmerkt door pessimisme en gealarmeerd dor de evolutie van de moslimgemeenschap in Europa. Een houding waarbij de islam wordt uitgesloten uit de toekomst van ‘de christelijke beschaving’.
Onder christenen ontwikkelt zich een belangrijke stroming die bewust anti-islamitisch en zelfs islamofoob is. Zij vergelijken religies om de superioriteit van de katholieke religie aan te tonen, ten koste van de andere. Onze methode –zegt Paolo- is anders. p.75
Dit hoofdstuk gaat in op de plaats van Abraham, de Vriend van God, in de islam. Hoe kan deze relatie toegang verschaffen tot een beter begrip van de betekenis van het mysterie van de islam voor christenen. Dit hoofdstuk kijkt naar elementen die we gemeenschappelijk hebben en belicht die vanuit de beleving binnen de islam.
We vormen ‘een Abrahamitische gemeenschap’
Een gemeenschappelijke ervaring van mededogen. P77
Vat. II benadrukt de gemeenschappelijke elementen: het herinnert aan het geloof van Abraham waaraan moslims vasthouden, aan het gemeenschappelijke monotheïsme, de gemeenschappelijke ervaring van het goddelijke mededogen en het gemeenschappelijk perspectief op het einde.
Het Abrahamitische Verbond
Abraham, modelgelovige
Ismaël, zoon van Abraham.
Moslims beschouwen zichzelf als afstammelingen van Ismaël, en als erfgenamen van de zegeningen die hij ontving op voorspraak van de heilige aartsvader Abraham.
Heel relevant in die context is het citaat dat Paolo aanhaalt van Bijbelkenner kardinaal Martini: zie p. 81.

Hoofdstuk V
De voorwaarden voor inculturatie p85
Inculturatie is het concept dat op de meest vanzelfsprekende manier wordt beleefd in het klooster van Mar Moussa. Nochtans blijft het interpelleren. Hoe kan men zich één voelen met de islam zonder in een naïef syncretisme te hervallen.
In dit hoofdstuk wordt verwezen naar de missionaire houding van Matteo Ricci. “Ze symboliseert een manier waarop de Kerk naar de ander, in zijn cultuur en in zijn religieuze ervaring toegaat, nml met een enorme nieuwsgierigheid en een verlangen te valoriseren.
Dit wordt geïllustreerd door enkele ervaringen van Paolo op andere plaatsen met ontmoeting met andere tradities.
“ In Deir Mar Moussa laten we ons leiden door de houding van Ricci, maar het zijn Charles de Foucauld en Louis Mattignon die ons rechtstreeks inspireren.
Volgens Charles de F.  duwt het mysterie van de islamitische weerstand tgo de evangelisatie van de Kerk naar een meer radicale navolging van de nederigheid van Jezus en van zijn geest van gastvrijheid en dienstbaarheid. Dit is het tgo gestelde van een missionair militantisme van koloniale allure.”
“ Ik houd niet van de term ‘bekering’. Ik gebruik hem niet veel, want bekering doet aan een context van zonde denken. Ik verkies het begrip ‘toetreding’: toetreden tot een traditie, tot een meester, tot een gemeenschap. Het woord impliceert geen afwijzing van wat ik voordien was en van wat ik grotendeels blijf zijn.”
Vragen komen aan bod als dopen van moslims? De communie geven aan moslims bij gemeenschappelijke diensten? Hoe godsdienstvrijheid beschermen?
Paolo houdt een pleidooi voor ‘een Kerk, als gist, in zachtheid en transparantie.
Gaat in op vragen over het interreligieus gebed p. 99 en besluit met volgende sterke uitspraak: ‘ ik ken de islam een rol toe in de spirituele geschiedenis van de mensheid. Er zij dus geen noodzaak zijn en urgentie om moslims te dopen. Dit doet niets af van de missie van de Kerk om van elke mens te houden.. dat moslims op verschillende manieren en wegen door de Geest gebracht kunnen worden leerling van Jezus te worden, als nederige en zachte gist, … door loyaal verbonden en transparant solidair te blijven met de Oumma van de islam. p 102

Hoofdstuk VI
De profetie van Mohammed
We zijn aanbeland bij de kern van dit boek: mogen christenen Mohammed beschouwen als een profeet? Het is een gevoelige vraag die door moslims onophoudelijk gesteld wordt aan christenen. De inzet is de erkenning van de authenticiteit van een hele gemeenschap en van ieder lid. Moslims vragen om erkend te worden, om te beginnen met de eerste onder hen, Mohammed.
Volgens Paolo is het geschenk van de profetie één van de geschenken van de Geest aan de Kerk, die in plaats van te eindigen met Christus zich pas vanuit Hem begint te ontplooien.
Het is ook een Bijbels verlangen dat de geest van de profetie zou gedeeld worden met alle mensen opdat ze God zouden kennen en opdat God alles in allen zou kunnen zijn.p.105

Niemand twijfelt er ook niet aan de Mohammed een ervaring heeft gehad waarin hij zichzelf als een ontvankelijke voedingsbodem zag voor het Woord van God.
Christenen kunnen toegang hebben tot de authenticiteit van de profetie van Mohammed door de intieme kennis die de meest authentieke en nederige moslims van hem hebben. Op basis hiervan zouden christenen de islamitische profetie kunnen erkennen.

Het is niet opportuun om taalkundig de titel ‘profeet’ te monopoliseren en exclusief te maken voor de christelijke theologie.
Ik ben ook niet de enige die het verlangen koestert om bij het noemen van de naam Mohammed de traditionele zegewens te voegen: “over hem het gebed en de vrede van God”. Ik doe dat niet alleen uit sympathie voor de devotie van mijn vrienden, wat niet verkeerd zou zijn, want de zegen vragen voor mensen is altijd goed. Maar het is een devotioneel teken van respect voor de oceaan van moslimdevotie voor de persoon van de Profeet. p 110
Christenen zijn vaak in de war als ik met mijn hart en lippen de vrede vraag voor de Profeet.
Het wensen van “Vrede en erbarmen voor de Profeet en voor zijn geloofsgemeenschap ligt helemaal in de lijn van ons aanwezig zijn voor hen en met hen, met het oog op de voltooiing van een gemeenschappelijke bestemming. We voelen ons op ons gemak met deze wezenlijke roeping. Misschien daarom dat moslims zich ook op hun gemak voelen in Deir Mar Moussa.
P 119
Christenen en moslims geloven dat ze een universeel mandaat hebben ontvangen en zijn trouw aan dat mandaat.
Dat toont duidelijk dat deze twee gemeenschappen concurrenten zijn. Maar ze zijn ook verbonden met elkaar in wat ze gemeenschappelijk verkondigen. De harmonisatie van de christelijke en de islamitische hoop is vermoedelijk de voorwaarde  op dat de hele mensheid de toekomst hoopvol zou kunnen bekijken.
Het is ook belangrijk dat de Kerk zou kunnen inzien hoe het islamitisch verlangen om de mensheid te verenigen  in de erkenning van God, verbindt en participeert in de universaliteit van de Kerk, in haar katholiciteit. p 125
( het is onmogelijk om alle facetten van de reflectie over de vragen van dit hoofdstuk van 43 blz in deze bespreking op te nemen. Ze is inhoudelijk zeer rijk maar vraagt ook een grote kennis van Bijbel Koran en theologie)

Hoofdstuk VII
De openbaring in de Islam
In het christelijke milieu beschouwd men de openbaring van Jezus Christus ook als definitief en in zekere zin afgesloten. Er is dus geen plaats voor een te laat gekomen islamitische openbaring.
Hoe kan een christen spreken over een openbaring in de islam?
Naar analogie van erkenning van Joodse geloof als een antwoord op de openbaring van God in het Oude Verbond en met het oog op toekomstbeeld dat de moslims die Abrahamitisch zijn en ook de terugkeer van Issa-Jezus, zoon van Maria, de Messias verwachten, acht Paolo het legitiem te stellen dat de islamitische openbaring- in de mate ze zich begeeft naar en voorbereidt op de volledige kennis van Jezus Christus, meester van de Laatste Dag- misschien kan worden beschouwd als een openbaring.
Paulo neemt ook het getuigenis op van Christian de Chergé, abt van Tibhirine wiens geestelijk testament uitdrukt waar onze generatie nood aan heeft om zich te kunnen bevrijden van de ellendige koersafwijking van de Clash of Civilisations waarvan we de verschrikkelijke gevolgen nu ondervinden. Lees p 158

En verder ook nog een toespraak tijdens Journées romaines van
september 1989:
Zijn we hier niet samen om deze profetische functie te beoefenen?
Is dit
geen 'project' dat wij graag samen zouden ontwikkelen?
Wij zijn een 'volk van profeten', en ik zou hier samen met u willen
getuigen dat zowel in de islam als in het christendom - wat ze
ook zeggen - het profetisme noch dood, noch gesloten is. (p.2) ...
Het Oordeel over deze wereld is al begonnen en wacht ons daar
waar wij ons onbekwaam tonen trouw te zijn aan onszelf: "Ga
weg van Mij, vervloekten naar het eeuwige vuur ... want ik had
honger ... " (Mt 25,41 e.v.) Men leest hetzelfde: "Wat heeft jullie de
hellehitte binnengevoerd? .. " (Koran 74, 40-46) Gedurende de
dertig jaar dat ik het bestaan van de islam in mij draag als een
prangende vraag, voel ik een immense nieuwsgierigheid naar
de plaats die ze in het mysterieuze plan van God heeft. De dood
alleen, denk ik. zal het verwachte antwoord bieden. Ik ben zeker
dat
ik het zal ontcijferen, verblind in het Paaslicht van Hem die
zich aan mij zal tonen als
de enig mogelijke moslim omwille
van zijn overgave, zijn la' aan de wil van de Vader. Maar ik ben
ervan overtuigd dat ik - achtervolgd door de vraag - beter de
solidariteit leer ontdekken en zelfs het hele leven van vandaag,
het geloof inbegrepen. Ik kan leren de andere niet te laten
stollen tot het beeld dat
ik van hem heb gemaakt en dat mijn
Kerk mij misschien heeft overgeleverd. zelfs ook
niet tot wat de
meerderheid van de Kerk over hem zegt...
En het Woord van God laat zich horen zowel voor de ene als voor
de andere als een 'viaticum'. een communie. voor de doortocht
door de woestijn. voor Pasen. voor de Exodus. voor de Hidjra.
De Schriften zijn de schatkamer waar de christenen. dag en
nacht. het nieuwe en het oude zoeken. 'Ausculto, 0 ri/i... Luister.
zoon!", de eerste woorden van de Regel van de heilige Benedictus.
"Ekra, reciteert Dit ander bevel opent de Koran! Elke moslim
hoort het voor zichzelf. De verleiding bestaat erin letterlijk.
fundamentalistisch te lezen. te lezen naar de gestolde letter.
Maar velen ondernemen een gelijkaardige exodus: "Leg je oor
te luisteren bij je hart!". preciseert Benedictus. Moet men verder
doof blijven
voor de boodschap van de ander door in principe
de oorspronkelijke band met de Gans Andere te betwisten? .. Ik
denk dat
de Christus van Pasen ons iets over Hem zou kunnen
zeggen doorheen deze Koranische
en andere verzen. als we Hem
zouden toelaten
op een soort nieuwe tocht naar Emmaüs.
En als zijn Geest die de letter waarin hij verborgen zit doet
trillen van licht en van vreugde. is het dan niet omdat Hij die
alle Schriften voltooit ook volle betekenis zou kunnen geven aan
dit Geschrift zonder iets te veranderen aan zijn gelaat? Het is
onmogelijk om hiervan overtuigd te zijn als men de Korantekst
niet benadert met een nederig en ontwapend hart. bereid
om te luisteren naar elk Woord dat uit de mond komt van de
Allerhoogste. Want zouden we tenslotte de durf en de eenvoud
hebben
om samen een zelfde ladder te gebruiken. als we eerst
weigeren te geloven dat eenzelfde Geest ons daartoe uitnodigt? 103
Heilige boeken van andere religies op hetzelfde niveau plaatsen
als de Geschriften van de Kerk komt niet op bij volgelingen van Jezus
zoals Christian de Chergé. die door de liefde van Christus gezonden
werd naar de moslimwereld.
Het gaat erom sporen en getuigenissen van het werk van Gods
Geest te zoeken in de Koran. in de andere teksten over het leven van
de Profeet van de islam en in de hele moslimliteratuur. Want het is de
Geest die - met de bedoeling 'alle dingen onder één hoofd bijeen te bren-
gen in Christus' (Ef 1,10) - ons tot de radicaliteit van de dialoog aanzet.

Paolo zet zich af tegen wat hij noemt een “dogmatisch rationalisme
We zullen altijd moeite hebben om onze vrienden moslims te begrijpen als we ons niet bevrijden van het rationeel conceptualisme dat in het Westen wordt gehanteerd om de wereld systematisch te desacraliseren. Het leidt niet alleen tot leegstand van de kerken, maar ook tot verschraling van de ziel en verlies van zingeving; Ik denk niet dat een theologie over de afwezigheid van God echt vruchtbaar kan zijn , zelfs niet voor het instellen van een radicaal menselijke autonomie of om de wereld te bevrijden van wonderen en hem radicaal te onderwerpen aan de wetenschap. Deze manier van denken gaat bij religieuze intellectuelen gepaard met een rationalistisch dogmatisme, dat overigens een tegenhanger heeft in de islam en dat paradoxaal en niet communiceerbaar is: Gods aangelegenheden zijn voortaan versteend in gerationaliseerde scholastieke systemen die elkaar uitsluiten. p.163
Hij besluit dit punt: “ de conservatieve en traditionalistische angst zal vervagen en de Geest van vernieuwing zal zijn wegen vinden om het religieuze gezicht van de wereld te vernieuwen aan de hand van een respectvolle dialoog, liefdevolle nieuwsgierigheid, een broederlijk en niet –ideologisch getuigenis. P.166

Hoofdstuk VIII Dood en Verrijzenis

Moslims weigeren de aanname van christenen dat de geliefde Jezus vernederd werd en gestorven is op het kruis.” Gods heilige hoeft niet schandelijk te lijden, een rechter moet niet veroordeeld worden, een profeet mag geen boeteling zijn, geen overwonnene, want dat zou de mislukking van God betekenen”
De ontrouw van christenen aan de goddelijke nederigheid en het verraad tgo de gefolterde Christus versluieren het mysterie van Golgotha. Het kruis wordt symbool van het folterende rijk, en de naties worden aangetrokken of onderdrukt in een logica van macht en voegen zich bij de Kerk met een gelijkaardige intentie. Joden en moslims bevinden zich dus gescheiden van het mysterie van Christus omwille van de hoogmoed van de christenen. Vaak kennen de gedoopte christenen alleen maar de naam van het mysterie van hun heil. Het zijn de mensen die uitgesloten zijn en vernederd die de smaak ervan kennen.

De politieke verlamming, de symbolische ontreddering, het gebrek aan toekomst en de vernedering door het materialisme van de globalisering veroorzaken een fundamentalistische ontsporing met betrekking tot de lezing van de Koran. Een lezing zonder nuance, zonder diepgang, zonder gelaagdheid. Het paradijs wordt een mentale werkelijkheid waarin men kan schuilen, een soort virtuele wereld die compacter is dan de tijd. En zo kan men zich omgorden met explosieven. Het is niet altijd de haat die stuwt, maar eerder het ondraaglijk perspectief, gekoppeld aan een belofte waaraan niet wordt getwijfeld. p 174
De lezing van de Koran zit vandaag gekneld tussen politiek fundamentalisme en inefficiënt symbolisme. De islamitische gemeenschap leeft in een pijnlijke verwarring, want er is nood aan hervorming, participatie, en aan het ontstaan van een civiele maatschappij die bewust islamitisch is en drager van een ethisch en spiritueel Koranisch pathos. In de moslimgemeenschap hebben we behoefte aan religieus pluralisme en bewust gekozen tolerantie, want een uniforme, eenduidige oplossing zou leugenachtig zijn.

De bedevaart van Mekka verbindt de hoop van de verrijzenis met de samenkomst van de gelovigen rond het huis van God, gesticht door Adam, gebouwd door Abraham en gerestaureerd door Mohammed. Het gaat over een algemene repetitie voor de uiteindelijke verrijzenis waar geen rijken en geen armen meer zullen zijn, zelfs geen verschil meer tussen mannen en vrouwen. Ze vertrekken allemaal in het wit, het kleed van de hadj, voorafspiegel-ing van de lijkwade, en ze komen bijeen om te getuigen van hun uiteindelijk geloof. p. 177
Tenslotte lezen we op p181 en 182 wat ik zou noemen het testament van Paolo.
Als we mediteren over de tragedies van de 20 eeuw, over de verdeeldheid van de Kerken en binnen de Kerk, over de massieve ontoegankelijkheid van het christelijk geloof voor enorme groepen mensen van grote religies en over het onvermogen diepgaand met hen te communiceren, over het beangstigend fenomeen van de secularisatie, over de verbazingwekkende planetaire verspreiding van het ijdel hedonisme, enz… kunnen we concluderen dat het jaar 2000 ook een gelegenheid is voor een grote bekering.p 183

Conclusie
In elk geval islamfolie.
Paolo haalt nog een mooie verhaal naar voor over een vroom kristen enerzijds en een vrome moslim anderzijds die niet tot het paradijs worden toegelaten omdat ze geen vriend hebben onder moslims voor de christen en voor de moslim omgekeerd.
Ook roept hij ons Westerse christenen op tot bescheidenheid, broederlijkheid want elkeen zal die ander ontmoeten op wie hij heeft durven hopen. Vertrouw je buurman moslim, neem een constructieve houding aan tgo je werkmakkers die en andere religie hebben.
Geen mens kan zich indenken dat een moslimwereld die laatdunkend bejegend wordt, vernederd door de atoomacht van vijanden, beroofd van zijn grondstoffen, tot instrumenten gereduceerd vanwege perverse strategische plannen , beroofd van zijn beste jeugd, overgeleverd aan tribale en archaïsche conservatieve structuren of evenzeer gevaarlijke revolutionaire ontsprongen.. geen mens kan zich inbeelden dat deze moslimwereld het beste van zichzelf zal kunnen geven aan een geglobaliseerde samenleving.
We zullen de islam krijgen waarop we hebben kunnen hopen.
Waarop Paolo zijn boek eindigt met een zegengebed p. 189.

Bespreking van het boek op de site uit Katholiek Nl
In juli 2013 verdween de Italiaanse jezuïet Paolo Dall’Oglio terwijl hij tijdens de burgeroorlog in Syrië probeerde te bemiddelen. Sindsdien werd niets meer van hem vernomen. Het boek ‘Uit liefde voor de islam’ zou je daarom kunnen beschouwen als zijn testament, al is de hoop nog niet vervlogen dat er ooit nog een teken van leven van hem vernomen zal worden.
De dialoog met de islam was het levenswerk van Dall’Oglio. In 1992 stichtte hij in Syrië een interreligieuze gemeenschap in het verlaten klooster Mar Moussa. ‘Uit liefde voor de islam’ is een theologische verantwoording voor zijn omgang met moslims. Aanvankelijk was het een verantwoording in de letterlijke zin van het woord want toen hij de constituties en de regel van zijn gemeenschap aan de Congregratie voor de geloofsleer in Rome voorlegde, werd hij kritisch bevraagd over enkele passages die als weinig orthodox werden beschouwd.
Dall’Oglio probeert in het boek uit te leggen waarom hij zich aangetrokken voelt tot de islam en tegelijkertijd christen blijft. Een ‘dubbel toebehoren’ noemt hij het. Hij staat hiermee in een jezuïtische traditie die poogt het christendom te verkondigen in niet-westerse culturen zonder deze culturen te verwerpen. “Mijn dubbel toebehoren komt overeen met de rode draad in mijn leven. De Kerk die gepassioneerd is door universaliteit en verliefd op de spirituele rijkdom van de volken, mij heeft gezonden om mijn gips van christelijke identiteit in de mal van de islam te gieten. Om deze identitaire evolutie uit te leggen, zowel aan de Kerk als aan de islam, is een noodzakelijke communicatie-inspanning nodig.”
Daarom bekritiseert hij pogingen om moslims te bekeren. Vroeger probeerde de rooms-katholieke Kerk dat omdat de islam ‘onwaar’ zou zijn. “De Kerk deelt deze visie niet meer sinds Vaticanum II”, schrijft hij. Het zijn nu vooral Amerikaanse zendelingen die weliswaar de Arabische taal gebruiken, maar die verbonden zijn met een Amerikaanse manier van religieus beleven en die niet in staat zijn tot een diepgaande culturele aanpassing, waardoor ze bij de moslims die ze weten te bekeren een culturele ontworteling veroorzaken, aldus Dall’Oglio.
Hij is er dus niet uit om moslims te bekeren. Maar wat wil hij dan wel bereiken met zijn dialoog met hen: “We evolueren niet naar assimilatie toe, noch naar dubbelzinnige vermengingen, maar naar een gedeelde horizon waarop syntheses geprojecteerd worden die in staat zijn tot pluralisme binnen de gemeenschap.”
Een gedeelde horizon waarop syntheses geprojecteerd worden: geen gemakkelijk te begrijpen taal. Het is dan ook geen gemakkelijk te lezen boek: de vertalers hebben er de nodige moeite mee gehad. Concreet was de visie pas in het klooster van Mar Moussa. Daar werd bijvoorbeeld duidelijk wat Dall’Oglio bedoelde met de ‘dubbelzinnige vermengingen’ die hij afwees.
De eucharistie was er alleen voor christenen. Elke avond legden wij met pijn in het hart, zo schrijft Dall’Oglio, uit “dat de eucharistie voorbehouden is voor gedoopten die geloven in de communie van het lichaam en het bloed van Christus, zoon van God, en verrezen voor het heil van de wereld”.
Maar zelfs in dat geval denkt hij niet in zwart-wit. “De mooiste momenten van de dag zijn precies de dageraad en de schemering, het uur van de nuances”, schrijft hij elders in het boek.
Tussen afwijzen en vrijblijvend omhelzen liggen de vele nuances die een echte dialoog tussen christenen en moslims mogelijk maken. Paulo Dall’Oglio bracht die dialoog in de praktijk en voorzag met dit boek die praktijk van een theologische onderbouwing. Het is te hopen dat hij hierop zal kunnen voortbouwen.
Sinds zijn ontvoering in 2013 zijn er verschillende berichten geweest die spreken over zijn dood of van getuigen die hem in leven hebben gezien. Geen van deze berichten zijn ooit bevestigd.
Het klooster in Mar Moussa wordt nog steeds bewoond door een aantal Syriërs, maar door de burgeroorlog zijn er nog slechts weinig bezoekers. De gemeenschap in het klooster probeert in deze omstandigheden aan spirituele verdieping te werken.
(bespreking uit Katholiek Nl )

Paolo Dall’Oglio, christen uit overtuiging, moslim door genade

Hij werd gekidnapt en vermoedelijk vermoord door IS: de Italiaanse jezuïet Paolo Dall’Oglio. Wat dreef hem? In een recent verschenen boek spreekt hij over zijn bezieling en idealen.
Drie jaar geleden, midden in de Syrische burgeroorlog, verdween Paolo Dall’Oglio in Raqqa, de hoofdstad van de ‘Islamitische Staat’. Hij was daarheen gegaan om de contacten te bevorderen tussen de verschillende oppositiegroepen in het land. Hij werd er gekidnapt en volgens sommige (onbevestigde) bronnen kort daarna gedood.
Opstand
Paolo Dall’Oglio – zoals zijn naam zegt, van Italiaanse afkomst – is een jezuïet die zich met hart en ziel verbonden heeft met de cultuur en de bevolking van Syrië. Wanneer in 2011 de – aanvankelijk geweldloze – opstand tegen het regime van president Bachar al-Assad uitbreekt, verklaart hij zich direct solidair met deze beweging, in tegenstelling tot veel medebroeders en de meeste kerkelijke leiders. Zij zien het regime, hoe onderdrukkend ook, toch vooral als de beschermer van de minderheden in het land, waaronder de christenen.


In een klooster op een steile rotsheuvel ontving hij veel gasten en pelgrims, christenen en moslims

Ook als de opstand gewelddadiger wordt en groeperingen die de jihad (heilige oorlog) uitroepen en strijden in naam van de soennitische islam steeds dominanter worden, blijft Dall’Oglio de opstandelingen steunen. Alles is voor hem beter dan het gewelddadige bewind van president al-Assad. In 2012 wordt hij vanwege zijn politieke stellingname verbannen uit Syrië.
‘De vriend’
Het recent in het Nederlands verschenen boek Uit liefde voor de islam dateert van vóór deze periode. De Franse tekst verscheen in 2009. Vanuit zijn persoonlijke betrokkenheid op de islam en zijn inzet voor de dialoog tussen christenen en moslims heeft Dall’Oglio in de ruïnes van een oud klooster in de Syrische woestijn een nieuwe kloostergemeenschap gesticht. Hij noemt deze ‘al-Khalil’, ‘de Vriend’, daarmee verwijzend naar oude benamingen voor Abraham. Hij vindt voor de gemeenschap een plaats binnen de Syrisch-Katholieke Kerk, waar hij de oorspronkelijke oosterse christelijke spiritualiteit terugvindt en ook de nabijheid tot de islam en moslims. In dit klooster op een steile, moeilijk bereikbare rotsheuvel ontvangt hij met de leden van de gemeenschap veel gasten en pelgrims, christenen en moslims, uit oost en west.
Hij is christen en jezuïet vanuit zijn diepste geloofsovertuiging. Maar vanuit diezelfde geloofshouding noemt hij zich ook moslim: “moslim door de genade van en de gehoorzaamheid aan het evangelie, omdat de liefde van Christus mij wortel heeft doen schieten in de culturele en de religieuze wereld van de islam”.
Intrigerend
Het boek bevat vooral de neerslag van gesprekken die een Franse journaliste met hem heeft gevoerd. Door de tekst heen ervaar je een gedreven man, begeesterd, met uitgesproken, voor sommige lezers zeker te ver gaande uitspraken over de relatie tussen christendom en islam. Boeiend en intrigerend om hem als het ware te horen spreken over zijn ideaal en over de context van zijn klooster.


“De jihadisten hebben zich niet vergist: als ze de beste christen wilden vermoorden, was pater Paolo het ideale slachtoffer”

Van Paolo Dall’Oglio zelf is al drie jaar niets meer vernomen, zijn klooster is slachtoffer geworden van de Syrische burgeroorlog, de leden van de gemeenschap vertrokken naar het Noorden van Irak. Maar in dit boek komt de periode van bloei en inspiratie van deze gemeenschap voor de lezer opnieuw tot leven. Het is met pijn in het hart dat je beseft dat ook hier de oorlog heeft toegeslagen.
Goede herinneringen
De Franse journalist en auteur Bruno Deniel Laurant, besluit een recent artikel over Dall’Oglio met woorden van respect en dankbaarheid:
Voor Pater Paolo zijn ‘godsdiensten, en in het bijzonder de islam, vindplaatsen bij uitstek van waarden en menselijke vorming, voedingsbronnen voor echte menselijkheid, voor trouw, belangeloosheid, schoonheid, offerbereidheid, genegenheid en gevoel voor het mysterie, zo belangrijk ook voor een democratische maatschappij die wacht op een nieuwe begeestering’. Paolo zelf heeft ongetwijfeld al deze waarden tot de zijne gemaakt. Veel bezoekers bewaren goede herinneringen aan de schoonheid van de gerestaureerde twaalfde-eeuwse fresco’s en van het gezongen avondgebed, aan Paolo’s liefdevolle omgang met gasten uit elke cultuur, zijn belangeloze inzet, zijn obsessie om de Syrische woestijn schoon te houden, zijn brandende liefde voor het land en tenslotte het offer van zijn eigen persoon. De ‘jihadisten’ in Raqqa hebben zich niet vergist: als ze de beste christen hadden willen vermoorden – en wellicht ook een ‘goede moslim’, dan was Abouna (pater) Paolo het ideale slachtoffer.
Jan Peters SJ is jezuïet, islamoloog en arabist. Hij is redacteur van Ignis Webmagazine.
Jezuïeten in Midden-Oosten doorbreken het stilzwijgen

In een gezamenlijk document analyseren jezuïeten uit het Midden-Oosten de huidige crisis in hun regio. Enkele hoogtepunten uit deze tekst.
Ervoor kiezen te spreken, ook met anderen, met de juiste woorden, dat is de eerste stap in een lang proces van wederopbouw van deze regio. De toekomst van een regio waar christenen hun eigen plek hebben en die van groot belang is voor de mensen die er wonen en voor heel de wereld.
Zo eindigt het document dat een aantal jezuïeten uit het Midden-Oosten heeft geschreven op verzoek van hun algemene overste, pater Adolfo Nicolás. In een bescheiden omvang van zes bladzijden beschrijft het de achtergrond van de huidige problemen in de Arabische wereld, maar probeert het vooral lijnen uit te zetten naar de toekomst. Veel nadruk ligt in deze tekst op de plaats van de christenen. Een document dat oproept tot engagement van mensen en kerken ter plekke, maar ook van ieder die deze streek – de bakermat van het christendom – ter harte gaat. Hieronder volgen enkele passages uit dit document.
Spirituele crisis
“De situatie van het Midden-Oosten toont ook een spirituele en religieuze crisis in deze regio. De dramatische situaties, de krimp van de publieke ruimte en de voortwoekerende economische problemen, ze leiden ertoe dat veel mensen terugvallen op de gebruiken en tradities van de eigen religieuze gemeenschap als de enige plek waar hun menselijke en spirituele identiteit bevestiging vindt.


Bij de allereerste opstanden riep de bevolking al om waardigheid, democratie, mensenrechten

De sterke verwevenheid van religie en politiek heeft er al langere tijd toe bijgedragen dat verantwoordelijkheden en belangen zijn gaan vervagen. Vaak zijn het religieuze leiders die een politieke rol spelen. Talrijke problemen die boven alles politiek van aard zijn maar niet als zodanig worden behandeld hebben langzamerhand dit karakter verloren en zijn overgegaan naar het domein van de religie, met alle risico’s van religieuze groepsvorming en zelfs radicalisering.”
Hoop
“De tragedie van de christenen en van alle burgers in de Arabische wereld mag ons niet verhinderen toch een teken van hoop te zien in de recente volksopstanden. Welke rol spelen deze? Mensen willen betere levensomstandigheden; opeenvolgende regimes waren er niet in geslaagd echte vooruitgang te bieden; de politieke islam, die vaak de enige georganiseerde oppositie vormde, was absoluut bij machte een politiek en sociaal systeem te bouwen dat de beginselen van de moderne tijd kon integreren. Bij de allereerste opstanden riep de bevolking al om waardigheid; het ging om emancipatie van het volk, gevoed door de waarden van de moderne tijd, democratie, mensenrechten, sociale gerechtigheid en culturele openheid met behulp van de moderne communicatiemiddelen.”
Wat te doen?
“De politiek is vaak gegijzeld door groeperingen die zich de macht hebben toegeëigend, waardoor het terugvallen op de eigen religieuze gemeenschap voor burgers vaak de minst slechte oplossing lijkt.

De crisis in het Midden-Oosten is vóór alles een crisis van het spreken

Wat allereerst zal moeten gebeuren is de vorming van een nieuwe leidende klasse: mannen en vrouwen die werkelijk vertegenwoordigers zijn van hun gemeenschap moeten toegang krijgen tot politieke verantwoordelijkheid. Dit perspectief kan in veel landen onbereikbaar lijken. Maar hoeveel tijd het ook kost, hieraan zal bij voorrang moeten worden gewerkt.”
Democratische vorming
“Het is van vitaal belang, dat onze landen het belang van het ‘bonum commune’ (goed samenleven, zoals ook uitgewerkt in de christelijke sociale leer) ontdekken en dit een plaats geven in her recht en in de politieke en economische praktijk. Dit veronderstelt een inzet voor verandering van mentaliteit en van maatschappelijke structuren om zodoende de waardigheid van alle burgers op gelijk niveau te beschermen.
Democratische vorming vraagt om een grote en continue inzet, niet alleen van de politieke machthebbers maar van iedereen die zich bezig houdt met opvoeding en vorming. Het is door middel van de cultuur en het leren kennen en ontmoeten van de ander dat wantrouwen, vooroordelen en schematisering van de werkelijkheid kunnen verdwijnen en een nieuwe maatschappelijke samenhang kan ontstaan. Leren luisteren naar elkaar, met elkaar spreken, elk ander respecteren, zowel de persoon als de gemeenschap een plaats geven, conflicten beheersen, dit alles moet voor de maatschappij en binnen de opvoeding en vorming een hoge urgentie krijgen. De vorming tot volwaardige burgers veronderstelt een integratie van de rechten van de mens en een bezinning op het Franse begrip ‘laicité’ als een maatschappelijk beginsel dat de culturele en religieuze veelvormigheid erkent en respecteert. Dan kan de godsdienst een haar toekomende plaats krijgen in het publieke domein en een positieve bijdrage leveren aan het menselijk samenleven.”
Rol van christenen
“Christenen worden opgeroepen tot spirituele en theologische vernieuwing. Hoe dan ook vraagt dit om een waarachtige keuze voor dialoog binnen de kerken zelf, maar ook – te beginnen bij de religieuze leiders – om een inhoudelijk getuigenis, een eenvoud van leven naar de geest van het Evangelie en een profetisch afstand houden tot de macht. Het vraagt ook om een eerlijke, moedige poging om de eenheid van de kerken, waar de christelijke bevolking zo’n behoefte aan heeft, te bewerkstelligen.

Persoonlijke ontmoeting vermindert angst en wekt nieuw vertrouwen

Door te kiezen voor deze openheid, die afziet van een terugvallen op de eigen maatschappelijke en religieuze groepering, kan de Kerk in het Midden-Oosten draagster zijn van menselijke waarden ten dienste van alle burgers, vooral de zwaksten in de maatschappij.”
Ontmoeting met moslims
“Meer dan ooit moeten we moslims ontmoeten, waar dat nog mogelijk is, hoe bescheiden deze ontmoetingen ook mogen zijn. Het is de persoonlijke kennismaking die de angst vermindert en nieuw vertrouwen kan wekken. Daarna kan er samen worden gestreden om de rechtstaat tot stand te brengen, democratisch, met eerbiediging van de gerechtvaardigde verlangens van personen en groeperingen binnen de maatschappij. De christenen, die hun rol hebben gespeeld in de Arabische culturele, intellectuele en artistieke renaissance in de 19e en 20ste eeuw en die actief zijn geweest in de maatschappelijke veranderingen, kunnen opnieuw een belangrijke bijdrage leveren aan het schrijven van een nieuwe bladzijde in het geschiedenisboek van deze regio.”
Geweten
“De crisis in het Midden-Oosten is vóór alles een crisis van het spreken. Een spreken dat tot zwijgen is gebracht of gemuilkorfd, een spreken dat halfslachtig is of leugenachtig, een spreken dat geen verband meer heeft met het leven van de mensen. Dit heeft geleid tot het bijna totale faillissement van de politiek en het heeft ook het culturele en religieuze domein tot afstervens toe geïnfecteerd.
Tegenover dit drama moeten we het stilzwijgen doorbreken en het geweten wakker schudden van elk van ons en van de internationale gemeenschap.”

De in 2009 overleden Poolse filosoof Leszek Kolakowski onderscheidt twee interpretaties van aggiornamento: “Volgens de ene staat een christen niet alleen buiten, maar ook in de wereld; volgens de andere kan een christen nooit tegen de wereld zijn.” In de eerste interpretatie neemt de kerk vanuit haar spiritualiteit het op voor de zwaksten; in de tweede conformeert ze zich aan de dominante waarden en modes van de heersende cultuur en schaart ze zich zo aan de zijde van wie het voor het zeggen heeft. Volgens Kolakowski is de tweede vorm van aggiornamento ingegeven door een begrijpelijke angst voor isolering, maar is ze uiteindelijk zelfdestructief omdat ze haar identiteit uitholt. Opkomen voor de zwakkeren is onlosmakelijk verbonden met openheid op het sacrale. Een kerk die de band tussen contemplatie en actie losmaakt, is zelfdestructief. En zowel conservatieve als progressieve groeperingen zijn wel eens in die val getrapt.
Klooster Mar Musa Maar in plaats van over het statuut van aggiornamento te theoretiseren, kunnen we het beter bekijken in zijn concrete gestalte. Al dertig jaar werkt de Italiaanse jezuïet Paolo Dall’Oglio in Syrië. In 1982 bezocht hij, als jonge priester met een opleiding Arabisch, in de Syrische woestijn de ruïne van het klooster Mar Musa, dat dateert uit de zesde eeuw. Geschokt door de burgeroorlog in het naburige Libanon, koos hij die historische plek uit om een kloostergemeenschap te stichten, gericht op gebed, gastvrijheid en dialoog met de islam. Mar Musa werd heropgebouwd, bij de tijd gebracht als een plaats van gebed en contemplatie, maar ook als oord van gesprek tussen moslims en christenen, van debat en sociaal engagement. Vanuit zijn geloof in Jezus preekte pater Paolo liefde voor de moslims, zoals ook de titel van zijn eerste boek luidt. De rots van Mar Musa, een uitgelezen plek van aggiornamento.
Toen in maart 2011 de revolutie in Syrië uitbrak, uitte pater Paolo openlijk kritiek op het regime van president Bahsar alAssad. Daarmee nam hij een uitermate precaire positie in. Voor een deel van de christelijke hiërarchie klonk zijn standpunt als een vorm van verraad. Is Assad immers niet een van
de weinige leiders in de regio die de christelijke minderheid bescherming verleent? En toch bleef Paolo aandringen op een eerlijke dialoog tussen regime en oppositie. Hij weigerde de uitleg van het regime dat alleen op terroristen wordt geschoten, terwijl hij wist dat onder de  ‘terroristen’ ook vele mensen van allerlei gezindten slechts vreedzaam betoogden. Bescherming van christenen mocht nooit een alibi zijn voor het afslachten van onschuldigen. Vanuit zijn geloof in de waardigheid van elke mens bleef hij de mogelijkheid van dialoog tussen regime en rebellen verdedigen. Het enige alternatief zou een bloedbad zijn.
Midden 2012 werd hij het land uitgezet. Vandaag heeft het Syrische conflict al aan ontelbare mensen het leven gekost. Syrië is een wespennest geworden; ingrijpen in dit kluwen is gokken op hoog niveau. Voor dit alles heeft pater Paolo al jaren gewaarschuwd. Onvermoeibaar voerde hij actie, gaf lezingen overal ter wereld, schreef brieven aan toppolitici, nog geen jaar geleden was deze eredoctor van de KU Leuven te gast in het Hollands college. Hij zocht de dialoog, maar vond nauwelijks gehoor. Vandaag rest ons alleen machteloze verontwaardiging. Op 28 juli 2013 werd hij ontvoerd in Raqqa, een door rebellen gecontroleerd gebied in het noorden van Syrië. Wellicht is hij in handen van een jihadistische groepering, met wie hij clandestien onderhandelde om enkele vrijwilligers vrij te krijgen. Wanneer ik dit schrijf, weet niemand of pater Paolo, de apostel van het aggiornamento, nog in leven is.
Tertio

Dit boek kan op geen beter moment komen. Dall’Oglio’s uitgangspunt is de vriendschap: de luisterbereidheid naar de islamitische medemens, het verlangen om ook in anderen Gods aanwezigheid te ontwaren en te beluisteren. Hij beroept zich op Jezus om in de islam kracht te putten voor het christelijk geloof, zonder daarbij moslims tot christenen te degraderen en zonder het eigen christelijk geloof achter zich te laten. Op die manier zet Dall’Oglio ook ons vandaag op weg: hoe kunnen mensen die zo sterk van elkaar verschillen, toch medestanders zijn bij de bouw van een vredevolle en toekomstdragende wereld? Dit is boek is een hoopvol boek, een frisse en bemoedigende kijk op interreligieuze relaties en samenwerken.
Sterk aanbevolen voor wie het hart op de juiste plaats wil dragen.

Winnaar van de prijs van het relig. Boek 2016
De jury apprecieerde de geëngageerde, doorleefde en verantwoorde zoektocht naar het samen aanwezig zijn van beide godsdiensten in onze samenleving. Dit boek is een wezenlijke en positieve bijdrage om antwoorden te vinden op de vele vragen en onzekerheden van vandaag, aldus de jury. 



Anselm en Michael Grün, God en Kwantumfysica. Twee kanten van dezelfde medaille. Averbode 2016, 103 blz. (voorgesteld voor Bert Smeets op vrijdag 10 maart 2017)

Pater Anselm Grün is een Duitse Benedictijn, monnik van de abdij van Münsterschwarzach en een van de bekendste spirituele auteurs. Hij schreef meer dan 200 boeken.                                                   Michael Grün is de broer van Anselm en was leraar wiskunde en fysica aan een gymnasium.
In zijn voorwoord geeft Michael Grün aan hoe dit boek is ontstaan. Nadat hij een aantal lezingen gegeven had over natuurkunde en religie, waarin hij als natuurwetenschapper het bestaan van een transcendentie voor mogelijk hield en dat de fysica niet ontkent dat er meer is dan wat je met je zintuigen kunt waarnemen kwam de vraag naar een publicatie. Zijn broer, pater Anselm Grün heeft daar vanuit theologisch oogpunt een aantal kanttekeningen bij geschreven en zo is dit boek ontstaan, bestaande uit twee delen. Beide gebroeders willen hiermee aantonen dat de dialoog tussen kwantumfysica en religie niet alleen zinvol is maar ook vruchtbaar kan zijn.
Deel 1.  De klassieke natuurkunde.   Michael Grün
Volgens Michael probeert de fysica de natuur te begrijpen door de principes die eraan ten grondslag liggen te doorvorsen en zo goed mogelijk in wiskundige vergelijkingen te vatten. Religie is het gegeven dat de mens zich verhoudt tot het transcendente en zich afhankelijk weet van God.  In de oudheid en de middeleeuwen waren natuurkunde en religie onscheidbaar. God leerde je immers niet alleen kennen via de Bijbel maar ook via de natuur. Met wat men de klassieke natuurkunde noemt wordt die verhouding tussen natuurkunde en religie grondig gewijzigd. Galileï, Descartes, Newton, Kant liggen aan de grondslag ervan. Volgens deze natuurkunde functioneert het heelal en alles wat het bevat als een machine die vanzelf loopt volgens de wetten van de fysica, met een streng causaliteitsbeginsel, elke werking heeft een eenduidige oorzaak. En als je die kent kan je berekenen hoe alles verder verloopt. Die klassieke natuurkunde slaagde erin gebeurtenissen te verklaren en te berekenen hoe ze verder zouden verlopen volgens vaststaande wetten. Eind 19e eeuw dacht men dat er geen grenzen waren aan de beheersing van de natuur en de kennis van de waarheid. Toen Max Planck als hoogbegaafde 16jarige zijn middelbare studies afhad, raadde men hem af om natuurkunde te gaan studeren omdat alles al bijna gevonden was. Maar in de 20ste eeuw is daar verandering in gekomen. Drie deelgebieden van de natuurkunde zijn daar verantwoordelijk voor : de kwantumfysica, de speciale relativiteitstheorie en een aantal ontdekkingen in de kosmologie na 1925.
Kosmologie
1 In 1920 dachten natuurkundigen en ook Einstein dat het heelal een statisch geheel was. Hubble in 1928 ontdekte het tegendeel. Het heelal is dynamisch en dijt uit. Vandaar de oerknaltheorie. 13.8 miljard jaar geleden. (uitgelokt door iets dat ook God kan genoemd worden?)                                                                                                          
2 Het heelal is veel groter dan we vermoeden. In onze Melkweg zijn er honderd miljard sterren en er bestaan honderd miljard dergelijke Melkwegen. Het heelal heeft een diameter van ongeveer veertig miljard lichtjaren. De vraag blijft of dit het enige heelal is ? (het onvoorstelbare)                                                                                                                       
3 Slechts 5% van alles in dit reusachtige heelal bestaat uit materie of energie zoals wij die kennen. 27% noemt men donkere materie en 68% donkere energie. (Ruimte voor religieuze interpretatie ?)                                                                                                                             
4 Met alle natuurkundige wetten die we kennen kan het ontstaan van koolstof of bepaalde aminozuurfrequenties haast een wonder genoemd worden. Vandaar dat vele natuurkundigen vanaf de jaren 1970 het ‘antropisch principe’ huldigen dwz. dat achter de schepping een idee moet zitten waarin het bestaan van de mens een rol speelt.  (Hier besluit de auteur is er dus de mogelijkheid op opening voor een schepper.)
Relativiteitstheorie
De tijd schrijdt voort en wordt door geen uiterlijke gebeurtenissen beïnvloed. In de relativiteitstheorie is tijd een relatief gegeven. Tijd hangt af van de snelheid en de zwaartekracht van een lichaam tov. een ander lichaam. Dit doet de auteur besluiten dat dit gevolgen heeft voor een eventueel godsbegrip. Voor God is de tijd iets anders dan voor ons. De tijd is pas met de oerknal ontstaan. God heeft tijd en wereld samen geschapen en is zelf niet aan tijd onderworpen.  Volgens de relativiteitstheorie zijn energie en massa equivalent dwz. materie kan omgezet worden in energie en vice versa, dat geest en materie niet meer volledig van elkaar te scheiden zijn.
Kwantumfysica
De kwantumfysica heeft de klassieke natuurkunde nog sterker aan het wankelen gebracht en de verhouding tussen natuurkunde en religie blijvend veranderd.            
 1 Het toeval ligt fundamenteel in de natuur verankerd. Bijgevolg zijn alle natuurkundige uitspraken waarschijnlijkheidsuitspraken. Het toeval is verankerd in de natuur (radioactief verval van tritium). Hoe kleiner iets is, uit hoe minder elementaire bouwstenen iets bestaat, des te duidelijker komt het toeval aan de oppervlakte. Dat betekent dat het strenge causaliteitsbeginsel (alles heeft een éénduidige oorzaak) niet langer houdbaar is en evenmin het determinisme want je kan nooit alle beginvoorwaarden voldoende kennen.                                                                         
 2 Non-lokaliteit en niet objectiviteit.  Ik als waarnemer beïnvloed de aard van de dingen. Ik kan dus niet doorstoten tot de absolute waarheid. Ik zie de waarheid alleen zoals ze zich aan mij vertoont als ik er mijn zintuigen of mijn waarnemingsinstrumenten op richt. Mijn waarneming schept dus dingen en een realiteit die daarzonder niet op die manier bestaat. Naast die realiteit is er een andere werkelijkheid, maar daar heb ik met mijn zintuigen principieel geen toegang toe. In de kwantumfysica zijn er dus meerdere virtuele werelden en één daarvan wordt door mijn waarneming reëel. Er bestaat dus geen ding op zich, geen objectieve wereld. Pas het subject, het Ik, schept realiteit. Subject en object horen samen.
Niets staat op zichzelf.
De kwantumfysica leert ons dat de dingen niet zo primitief, zielloos en lokaal beperkt zijn als de klassieke natuurkunde ons leerde. Geen deeltje bestaat op zichzelf, maar elk deeltje heeft een ‘vermoeden’ van de hele omgeving, van de hele wereld. De hele wereld beïnvloedt elk deeltje en elk deeltje beïnvloedt de hele wereld. “De individuele mens is verbonden met de hele kosmos”. Alles is verbonden met elkaar.  Kwantumfysica toont aan dat alles samenhangt en niets op zichzelf staat. Dit vermoeden leeft in vele religies.
De grenzen van onze kennis.
Wat houden wij voor waar als wij met onze zintuigen waarnemen ? Kwantumfysica leert ons dat wij bij zintuiglijke waarnemingen eigenlijk alleen onszelf weerspiegelen. Over de absolute waarheid van het geziene object kunnen wij geen uitspraak doen. De moderne fysica is ervan overtuigd dat er meer is dan de door haar beschreven natuurkundige werkelijkheid die wij kunnen waarnemen met zintuigen en instrumenten dus dat er iets transcendents is dat zijzelf niet kan beschrijven. De fysische werkelijkheid is slechts een projectie  van de absolute waarheid op het vlak van onze zintuigen. Cfr. Plato.  Nu blijkt dat ons zogenaamde standaardmodel om de opbouw van alle materie te kunnen beschrijven onvolledig is en geen juiste beschrijving van de waarheid levert.
De taak van de religies.
De fysische werkelijkheid is dus slechts een projectie van de absolute waarheid op ons buitenvlak. Daarnaast zijn er nog andere projecties op ons binnenvlak. Onze gevoelswereld, onze ‘ziel’, bewustzijn ? Ook deze projecties komt de werkelijkheid toe. Deze beschrijven is de taak van de religies. Ze zijn niet in tegenspraak met de natuurkunde, ze zijn gewoon een andere kant van de absolute waarheid. Het is de taak van de religies de projectie van de absolute waarheid op het binnenvlak te beschrijven en te duiden. In die zin kunnen beide, natuurkunde en religie ons een vermoeden bieden van de absolute waarheid.                                                                                      
 Einstein : “Wetenschap zonder religie is lam, religie zonder wetenschap is blind”. Wetenschap alleen kan het leven geen zin geven en religie alleen laat een belangrijk deel van de absolute waarheid buiten beschouwing.                                                                             
Fides et ratio van Johannes-Paulus II : “Geloof en rede zijn als twee vleugels waarmee de menselijke geest zich verheft om de waarheid te beschouwen…”
Conclusie : de moderne natuurkunde heeft de eeuwenlange vijandschap tussen religie en natuurkunde uit de wereld geholpen en is overtuigd van iets dat voorbij het zintuiglijk waarneembare ligt, donkere materie, donkere energie, hogere dimensies van de snaartheorie, de virtuele werelden van de kwantumfysica, het transcendente ! De moderne natuurkunde heeft ons ook weer, nederig en verwonderd leren kijken naar de onmetelijke grootsheid van de natuur en haar wetten, niet alleen in het grote, in de kosmologie, maar ook in het kleine, de microfysica. Ze wekt in ons het vermoeden dat achter de wereld iets heel groots moet schuilgaan, dat sommigen God noemen. “De eerste slok uit de beker van de natuurwetenschappen stemt je atheïstisch, maar als je hem uitdrinkt, zie je op de bodem God verschijnen” Heisenberg.

Deel 2  Aantekeningen van een theoloog bij het thema ‘natuurkunde en religie’                                                                                                                                                    Anselm Grün  
De natuurkunde verklaart het ontstaan en het wezen van de natuur. De theologie zoekt antwoorden op vragen naar de zin en het doel van het mensenbestaan.
Het verhaal van de dialoog tussen natuurwetenschappen en theologie.
Al van in de Oudheid was er een dialoog tussen filosofie en theologie.  Wij kunnen Jezus’boodschap pas aan natuurwetenschappers verkondigen als we hun inzichten en kennis kennen en serieus nemen. Thomas van Aquino ontwikkelde zijn theologie in dialoog met de filosofie en het natuurbeeld van Aristoteles idem voor Albertus Magnus en de natuurwetenschappelijke kennis van zijn tijd. Maar die theologen hebben zich te zeer geïdentificeerd met een zeer beperkt wereldbeeld. Toen Galileï en Copernicus kwamen lokte dat hevige weerstand uit. De natuurwetenschap keerde zich dan ook tegen de theologie en zo ontstond de leer van het determinisme. Natuurwetenschappers dachten dat ze alle vragen konden beantwoorden en dat alles volledig uit natuurwetten kon afgeleid worden. De kwantumfysica maakt hier een einde aan, maar kan zelf geen uitspraak doen over God. Daarom moet de moderne theologie in dialoog gaan met de huidige natuurwetenschap, met kwantumfysica, kosmologie en hersenonderzoek.  Natuurwetenschap en theologie bevinden zich elk  op een ander vlak, maar deze vlakken hebben gemeenschappelijke snijlijnen. Bij de natuurwetenschappen zijn er nog veel aanhangers van de klassieke natuurkunde. God is een projectie van de mens en alles wordt bepaald door de wetten van de natuurwetenschap. Zo zocht ook Stephen Hawking naar de grote theorie die alles kon verklaren. De kwantumfysica heeft de visie van een objectief kenbare natuur in twijfel getrokken. Geest en materie worden veel minder strikt gescheiden. Er zit bewustzijn in materie. Je bezighouden met kwantumfysica is een uitnodiging om vragen te stellen bij je godsbegrippen en-beelden, en eventueel beelden te gaan gebruiken die aansluiten bij de huidige fysica. Hoe dan ook staat God buiten alle beelden en begrippen. Het serieus nemen van de kwantumfysica kan ons helpen om theologische thema’s op een nieuwe manier te berde te brengen. Natuurwetenschap kan iets aan  met de uitspraak dat God de oergrond is van alle zijn, de energie die de materie doordringt, de geest die alles ordent in de wereld. Natuurwetenschap reikt ons beelden aan om ons God voor te stellen. Maar beelden, blijven beelden. Oppassen dat God geen gatenvuller wordt !
Eenheid van al wat is.     
Kwantumfysica beschrijft de eenheid van al wat is, innerlijke verbinding van al het zijnde. Al het bestaande is één. (Parmenides to hèn). Als mens staan wij dus niet apart in de kosmos, wij hebben deel aan de materie. Wat wij doen heeft uitwerking op de rest van de wereld. Alles wat in de wereld gebeurt heeft uitwerking op de hele wereld. Mensen zijn sinds mensenheugnis in contact met elkaar. Wat bij de een gebeurt verandert de premissen bij de ander.  Grün trekt dit door naar Jezus Christus. De zege van liefde op de haat (kruisdood) werkt door tot in onze tijd.  
Geest en materie.
Geest en materie waren vroeger gescheiden van elkaar. De geest werd gezien als een product van de materie (hersenevolutie). De kwantumfysica leert ons een andere kijk op geest en materie. Al voor het ontstaan van het leven was de materie van geest doordrongen. Lichtdeeltjes en –golven blijken intelligent te zijn en herkennen de opstelling van proeven die de mens heeft uitgedacht. Kwantumfysica leert ons dat de materie geen op zich gesloten en volledig objectiveerbaar iets is. We kunnen materie en geest niet volledig uit elkaar houden.
De werkzaamheid van gebed en sacramenten.    
Vanuit het inzicht dat alles met alles verweven is, biedt de kwantumfysica ons een idee van de manier waarop bidden kan werken en ons en de wereld veranderen. Als wij voor iemand anders bidden, verandert dat onszelf, wekt het bij ons hoop voor hem en kan die hoop hem in beweging brengen.
Een nieuw godsbeeld.    
We kunnen God niet meer in causale categorieën denken, als de onbewogen beweger, schepper … Natuurwetenschappers vandaag staan vaak open voor de geest, het transcendente, het goddelijk ? God is geen binnen-, boven- of buiten-werelds wezen. God is in dit universum en dit universum is in God. Hij is het absolute, de oergrond van al wat is, een energie, een liefde die al het zijnde doordringt. Christenen leven in een spanningsveld tussen de onbegrijpelijke God, van wie uiteindelijk niets klopt van wat we erover zeggen en het jij dat we ontmoeten en dat ons in die ontmoeting verandert.
God en het schone.          
Schoonheid is Gods spoor in deze wereld. De schoonheid van de wereld geeft ons een voorgevoel van God, want Hij is absolute schoonheid, oplichtend in de schoonheid van de natuur en in de schoonheid van menselijk kennen.
Geloof en rede.                
Het geloof mag nooit voorbijgaan aan wat de menselijke rede ons leert. Maar de taal van het geloof wil het mysterie open houden. Zowel in de theologie als in de kwantumfysica vermoeden wij iets van het mysterie van de werkelijkheid. In de theologie noemen wij die numineuze werkelijkheid God. De natuurwetenschap staat daarvoor open, maar kan God niet met haar wetenschappelijke begrippen omschrijven. Ze kan alleen de natuur zo beschrijven dat spreken over God niet overkomt als antiredelijk. Alle hinderpalen die de oude natuurwetenschap op weg naar religie had opgericht, zijn weg. De theologie moet bevindingen van de natuurwetenschap ernstig nemen maar moet ook beseffen dat ze over God enkel in beelden kan spreken. Van de onbegrijpelijke, oneindige werkelijkheid kunnen we nooit een welomschreven idee hebben, alleen maar een vermoeden.

Conclusie
Theologie moet luisteren naar kwantumfysica, kosmologie en hersenonderzoek. Deze drie disciplines zeggen iets over de mens en zijn relatie tot de kosmos en de geest. Als ze op een gepaste manier over God, de mens en de relatie van de mens tot God wil spreken, moet ze rekening houden met al hun inzichten. Omgekeerd kan de natuurwetenschap ook leren van de theologie. Door naar haar te luisteren kan ze het gevaar ontlopen het mensbeeld te reduceren tot wat ze zelf heeft gevonden en kan ze herinnerd worden aan de verantwoordelijkheid die ze met haar inzichten voor de toekomst van de mensheid heeft.
NAWOORD
Natuurkunde en religie kan je zien als twee complementaire zienswijzen op een diepere waarheid die wij, mensen, nooit helemaal kunnen kennen, en dat natuurkunde en religie twee verschillende manieren zijn om de mens in zijn levenskunst bij te staan. Religie en natuurkunde hebben twee dingen gemeen : de verwondering over het onvoorstelbare en over wat voor de mens nooit helemaal te begrijpen is – in de religie gaat het dan over de onvoorstelbare God, in de fysica over het onvoorstelbaar grote universum, de natuur en haar wetten – en de betekenis van schoonheid. Natuurkunde en religie hebben nog meer inzichten en ervaringen gemeen : het spreken in beelden en gelijkenissen, het zoeken naar de eenheid van de werkelijkheid en naar de oerbronnen van alle zijn …                                                               Natuurkunde en religie willen de mens verschillende manieren aanreiken om op een vruchtbare manier in het leven te staan en tot kennis van de waarheid te komen.
Al deze door de wetenschap ontdekte eigenschappen hebben een opmerkelijk raakvlak met het denken van de spirituele mens. Er lijkt nu een wetenschappelijke basis te komen van hetgeen door godsdiensten al vanaf het begin wordt verkondigd: "er is meer tussen hemel en aarde"



Hens Tine, Het klein verzet, Berchem, Epo, 2015. (boekvoorstelling op donderdag 12 januari 2017 en vrijdag 3 februari 2017 door Arseen De Kesel) .

Inleiding
De inhoudstafel en de proloog: De Reis (blz.14-26) vind je op de website van de uitgeverij van het boek:
 - https://www.epo.be/fragmenten/9789462670044-A-inhoud.pdf .
 - https://www.epo.be/fragmenten/9789462670044-B-De_reis.pdf .
Boekvoorstellingen:
 - http://www.campo.nu/nl/production/1886/boekvoorstelling-klein-verzet-tine-hens .  
 - http://www.epo.be/uitgeverij/boekinfo_boek.php?isbn=9789462670044 .

Interviews en conferenties
Met Evelien Pauwels in het  Openbaar Entrepot voor de Kunsten (OPEK) in Leuven op 15 mei 2015:
- http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2015/05/20/het-klein-verzet-de-wereld-na-het-kapitalisme# .
- StampMedia/Peter Vanwijnsberghe, 31 mei 2015: http://www.knack.be/nieuws/belgie/het-klein-verzet-de-deelfilosofie-heeft-veel-potentieel/article-normal-574427.html .
- Bruno Iserbyt in de Triodosbank (Gent) op 12 april 2015: https://dekleurvangeld.be/tine-hens-het-klein-verzet/ .
-  Café Congo in Kortrijk en Jan Timmerman op 1 april 2015: https://detoekomstmakers.be/2015/04/03/soepele-tred-klein-verzet-met-tine-hens/ .

Tine Hens (40) is historica en werkt als freelance journaliste voor Knack Focus. Ze woont in Herent. Selectie van artikels van Hilde Hens: http://www.mo.be/alles-van?f%5B0%5D=sm_field_author_profile%3Anode%3A45962 .

Via haar grootouders en familie heeft Tine Hens de polders rond Doel, de uitbreiding van de haven, de rationalisatie en de bedrijfsmatige aanpak van de landbouw, het onvoorwaardelijke geloof in meststoffen, onkruidverdelgers, antibiotica, kernenergie. Lange tijd was ze geëngageerd in de milieubeweging, nu komt ze op voor een complementaire economie. Vaak gaat het om groenten kweken en delen. Daarenboven verzet ze zich tegen de kernenergie en gaat ze op zoek naar coöperatieve projecten van propere energie (wind- en zonenergie).  

In haar boek vertelt Tine Hens vaak over haar familie en verweeft deze geschiedenis met de gebeurtenissen in die tijd. In 1887 werd haar overgrootmoeder Maria geboren. Het is het tijdperk van de opkomst van de elektriciteit (Edison, Tesla). De Wereldtentoonstelling in 1893 in Chicago werd de tentoonstelling van het elektrische licht. Haar overgrootouders Leontine en Albert hadden een boerderij in Doel en kregen negen kinderen. De kinderen banden hun ouders naar een rijhuis in Doel, niet ver van de boerderij. Haar grootmoeder werd geboren op een ijskoude novembernacht 1917. Het was oorlog. De bommen vielen in en rond Antwerpen. De zus van haar grootvader (Maria Vercauteren) kwam om.
In 1930 nam haar grootvader Jozef op 21-jarige leeftijd (geboren in 1909) de boerderij van zijn vader over, die aan maagkanker was overleden. Haar grootmoeder  huwde in 1942 met Jozef en verhuisde naar de Muggenhoek in de Prosperpolder. In augustus 1945 vielen twee atoombommen in Hiroshima en Nagasaki waardoor de oorlog beëindigd werd. In de hete zomer van 1947 werd haar moeder Godelieve geboren. Op de Wereldexpo van 1958 in Brussel stond de kernenergie (met het Atomium als symbool) als de energie van de toekomst. In 1971 (grootvader: 62 jaar) verhuisden haar grootouders naar Kieldrecht en werd de boerderij overgelaten aan zijn oudste dochter. Het was het jaar van het grote boerenprotest tegen de plannen van Sico Mansholt. Volgens Mansholt was de toekomst het grote, strak geleide en efficiënt beheerde boerenbedrijf.
In 1960 (? 1965?) ging haar moeder naar de universiteit in Leuven. Haar vader is ingenieur. In 1974 werd Tine geboren. De koeltorens van Doel 1 en Doel 2 stonden in de steigers. De prachtige herenboerderij, het Lindenhof, waar Alphonsine, de zus van haar grootmoeder woonde, werd onteigend voor veel geld, dat oneerlijk verdeeld werd in de familie en de familie uiteendreef. Constant, een broer van haar grootmoeder, kon zich na vele inspanningen tegen grof geld laten onteigenen. In 1982 vierden haar grootouders hun veertigste huwelijksverjaardag, in D’Angelus, de café naast de kerk van Prosperpolder.
Haar grootvader had Parkison; een verband met de pesticiden? In november 1984 stierf hij. Tine was 10 jaar.
Als 15-jarige (1989) verkocht ze op school recyclagepapier om  het kappen van de bomen van het Regenwoud tegen te gaan. Ook was ze lid van de Jeugdbond voor Natuur en Milieu en nam ze deel aan vele acties. Ze kwam tot het besef dat klein verzet heel waardevol kan zijn. En ze trok (wellicht in 2014, 40 jaar oud) op reis om de kleine projecten van een alternatieve economie in Europa te zien gebeuren.
In het voorwoord schrijft Dirk Holemans: “Dat ze daarbij ook haar familiegeschiedenis verweeft in het verhaal, maakt het boek alleen maar authentieker. Het daagt de lezer om ook in zijn eigen familiegeschiedenis de evolutie en  de toekomst, van onze samenleving te lezen”. (blz.10)
Op blz. 139 zien we een foto van het viergeslacht langs vrouwelijke kant.

Het boek kreeg als titel: het klein verzet.
Tine Hens is tot de overtuiging gekomen dat klein verzet de moeite waard is. Het gaat om een alternatieve / complementaire economie. De vrije markteconomie wordt van bovenaf bepaald. Door zelf te doen worden de mensen zich weer bewust van wat ze eten, waarmee ze zich kleden enz… Door zelf te produceren, te delen, te ruilen ontstaan netwerken. Het gaat niet louter daarom. “Het gaat even goed over ontmoetingen en gesprekken, over samenkomen, over solidariteit, over het herontdekken van een ondergesneeuwd en klef geworden gemeenschapsgevoel.” (blz.25). Dit boek geeft vele voorbeelden van klein verzet.
Tine Hens  gaat op bezoek bij initiatiefnemers met geslaagde en niet-geslaagde projecten in binnen- en buitenland.  Het boek is gedeeltelijk een reisverhaal met heel concrete beschrijvingen van personen, van projecten. Daardoor komen zovele herhalingen voor. Haar materiaal is verwerkt in vier thema’s: droom, plant, energie, ruilen en delen. ‘En verder’ (de Hart boven Hardbeweging) komt over als een aanhangsel. Het voorwoord van Dirk Holemans als een toevoeging.
Tine Hens bezoekt mensen uit (in alfabetische volgorde) België (Bilzen, Prosperpolder, Rabot en Machariuswijk van Gent, Rotselaar), Denemarken (Thisted), Duitsland (Hamburg, Schönau), Griekenland (Thessaloniki, Athene), Nederland (Amsterdam), Portugal (Porto), Spanje (Barcelona), het Verenigd Koninkrijk (Londen, Totnes),  Zwitserland (Basel) . 

De omslag .
Omslagontwerper is de Compagnie Paul Verrept, zie website: http://www.paulverrept.be/ . Paul Verrept (geb. Antwerpen, 1963) is grafisch ontwerper en tekenaar.
Coverillustrator en illustrator binnenwerk (blz.13, 29, is Jan De Kinder. Hij is vooral illustrator van kinderboeken. Website: http://www.jandekinder.be/ .
Een kleurrijke voorzijde.
Kleuren: blauw (van de lucht), groen (van het gras en de boom), geel (licht van de zon, van een venster, een luik, een schop), rood (warmte van de zon, de naam van de auteur, de achtergrond van de naam van de uitgeverij, de das van de persoon, rood en zwart van de aarde), bruin (van de gebouwen), zwart (van de titel van het boek, de zonnepanelen, de aarde, delen van de boom en van de man, het zwart aan de voeten van de man, de naam LIZZA), wit (van delen van de boom en van de persoon, de vlag).
Op het dak van een appartementsgebouw wordt naast de witte vlag (vrede) een boom geplant.
De ontwerper speelt met de grootte en dikte van de letters van de titel. Misschien is de titel zonder zijn kleinste letters (t, i, r) dialectisch : he kleen vezet? of gaat het om louter typografische schoonheid?
Speelt de uitgever ook met het aantal letters ? (Tine Hens : 4 + 4; Het klein verzet: 14; de titels van de proloog + de vier hoofdstukken: 40; de titels van de hoofdstukken 1,2,3: telkens 7; vergeten we niet de geboortegetallen 1887, 1917 en 1947; de geboorte van Tine Hens: 1974)
De voorzijde oogt fris, suggestief, symbolisch. De titel is kort: slechts 14 letters. Wat komt die naam LIZZA doen? Een suggestie: https://en.wikipedia.org/wiki/Ryan_Lizza .
De achterzijde is wit. Grijs en zwart zijn overwegend. Rood voor het thema en voor de naam van de auteur.  Verdere uitleg in het zwart. Wat wil de illustrator ons duidelijk maken? De naam Oikos in lichtgroen met een streep in het bruin en daaronder een wolkje in het bruin valt op. Door de steun van Oikos, denktank voor sociaalecologische verandering (de naam eco-nomie is een samenstelling van de Griekse woorden: oikos (eco): huis en nomos: wet)  en van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek (geen aandacht in het boek)  kwam het boek tot stand. Dirk Holemans, de coördinator van Oikos, schreef het voorwoord. 

De rugzijde heeft de kenmerken van de voorzijde.

Blz.1 : de titel. Kort weergegeven, in kleine letters.
Blz.2: boeken binnen dit thema, door EPO uitgegeven.
Blz. 3: titelpagina. Sober.
Blz. 4: Colofon. Een dergelijke opsomming wordt overigens geen colofon genoemd, maar Impressum (https://nl.wikipedia.org/wiki/Colofon).
Blz.5: Inhoud.
Meestal is er een wit blad tussen de verschillende hoofdstukken en epiloog. Behalve het voorwoord (door Dirk Holemans) krijgt ieder hoofdstuk een titelpagina met een illustratie. Op de tekening op blz.13 waait de wind uit de tegengestelde richting (de vlag waait richting Oosten en de wolk uit de fabriek  drijft naar het Oosten).
Blz.6. Wit. Hiertegenover : aan wie het boek gericht is en twee citaten. Eerst van Remco Campert: “Verzet begint niet met grote woorden maar met kleine daden” en dan van Thomas Piketty: “Er is geen onzichtbare hand die het systeem weer rechttrekt. Dat moeten we zelf doen.”
Aan de helden van morgen. Zijn dit de namen van haar kinderen?

Voorwoord: Samen een nieuw verhaal schrijven (blz.9-11) door Dirk Holemans, coördinator van Oikos (blz.9-11)
“Dit boek toont de kracht van mensen en hun verhalen.” (blz.9)
“Dit is een verhaal over een Europa dat ons verbindt. De menselijke ellende die het neoliberale beleid van de weinig democratische Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds veroorzaakt met zijn “zakelijke” eisen in Zuid-Europa, wordt op een doorleefde wijze zichtbaar… Omgekeerd is dit ontnuchterende beeld van het Zuiden ook een wake up call: zonder weerstand en eigen initiatieven kan ook bij ons de welvaartsstaat genadeloos ontmanteld worden.” (blz.10)
De denktank van Oikos liet reeds veel theoretische boeken verschijnen. Nu brengt Tine Hens een boek uit de praktijk.

Proloog: De reis (blz.13-26)
Tine Hens heeft wel één en ander gelezen over transitie. Ze stelt zich vragen over handel en economie. Door uitwisselingscontacten besluit ze op zoek te gaan naar initiatieven in binnen- en buitenland. Meestal heeft ze contact met de initiatiefnemers, meestal niet met de gewone deelnemers. Ik heb ook de indruk dat ze soms een  beperkte tijd op de plaatsen doorbracht. Het zijn gesprekken, rondleidingen, maar heeft ze er wel voldoende tijd doorgebracht om het te zien leven en het zelf te ervaren?

Tine Hens begint haar verhaal met concrete ervaringen: een krantenknipsel van de eerste klimaatsveranderingsvluchtelingen, kiwi’s rond Kerstmis in de supermarkt, de massa’s kleren in de lente in de winkels, bezoek aan Ikea, de kieskeurigheid van de kringloopwinkel bij het opruimen van een huis, Doel waar haar grootmoeder Maria geboren is met zicht op de chemiefabrieken en met de dreiging van een nieuw dok.
De auteur stelt kritische vragen aan een economie van groei, van steeds meer en groter en beter. Haar fundamenteel uitgangspunt verwoordt ze als volgt: “Economie speelt zich niet boven onze hoofden af, het speelt zich elke dag opnieuw tussen ons af. “
In haar zoektocht naar antwoorden start ze met een boek van senior en junior Skidelsky: Hoeveel is genoeg? Geld en het goede leven. Zie boekbespreking door Kristien Bonneure (4 april 2013): http://cobra.canvas.be/cm/cobra/boek/boek-recensie/boenon-fictie-recensie/1.1584587 . Ik citeer uit die boekbespreking: "genoeg voor een goed leven". “In navolging van Aristoteles formuleren ze dan ook criteria voor dat goede leven: gezondheid, vriendschap, veiligheid, respect, persoonlijkheid, harmonie met de natuur en ontspanning. Alleen wie ze alle zeven op een rijtje heeft, kan spreken van een goed leven.” Volgens de Skidelsky’s maakte de grote economist Keynes twee kapitale fouten. Hij ging ervan uit dat mensen een eindige hoeveelheid materiële behoeften hebben en hij slaagde er niet in het onderscheid te maken tussen behoeften en verlangens. Keynes had een tijdperk van voldoening verwacht; we belandden echter in een tijd van permanente onvrede.
Een teveel aan spullen lokte uit: “ontrommelen” (de inboedel op dieet zetten), dingen weggeven, geefkast. Tegenover koopkracht en concurrentie komt samenwerking, kleinschaligheid, kwaliteit. “De mens, leken ze vanuit de praktijk te bewijzen, is niet te reduceren tot een egoïstisch wezen dat enkel reageert op economische prikkels. Hij heeft meer nodig dan koopkracht alleen. Ontmoetingen en uitwisselingen zijn minstens zo noodzakelijk voor ons welzijn als voor de democratie in zijn geheel.” (blz.19)
Uit de vele kleine initiatieven ziet Tine Hens dat er een alternatief is en dat er langzamerhand een beweging ontstaat. Dit sprak haar wel aan in tegenstelling met het resultaat van haar groeiproces in de milieubeweging waarin ze vanaf vijftien jaar geëngageerd was en een gevoel van onmacht en ontgoocheling kreeg:  “Waren we in al onze wereldverbeterende ijver het goede leven niet uit het oog verloren?” (blz. 22) Kleine acties van onderuit zijn belangrijk. Ze verwijst naar de Duitse socioloog Harald Welzer met zijn boek: Zelf denken. Een leidraad voor verzet (2014). Zie boekbespreking: http://www.oikos.be/item/645-nieuw-boek-harald-welzer-roept-op-tot-verzet .
En tenslotte inspireert Tine Hens zich aan het boek van Michel Bauwens: De wereld redden over de nieuwe economie, de deeleconomie of de burgereconomie. Zie boekbespreking door Lieven Monserez: http://www.liberales.be/boeken/wereld . Na een lezing van Bauwens in Gent zat ze in een kring waarin de deelnemers allerlei initiatieven van alternatieve economie namen. Ze was benieuwd hoe het in de rest van Europa was. “En zo vertrok ik op reis”.  (blz.25). Zij beëindigt haar proloog: “Van ondenkbaar alternatief werd het neoliberalisme het enig denkbare alternatief. Waarom zou dit voor de deeleconomie anders zijn. Het is aan ons om dat te beslissen.” (blz.26)

Hoofdstuk 1: De droom (blz.29-76).
Ze gaat naar Londen (Chrystal Palace)

Naar Londen : Het glazen paleis Chrystal Palace werd gebouwd in Hyde Park om de wereldtentoonstelling van 1851 te herbergen. Het verhuisde daarna naar een buitenwijk van Londen. In 1936 brandde het uit. Recent werden plannen gemaakt om er een shoppingcentrum te maken. De buurt reageerde. Er kwamen moestuintjes en een markt. Hierbij gaan contacten, samenwerking en uitwisseling gepaard.

Haar eerste contactpersoon is Clare, een journaliste die vooral een andere economische en sociale werkelijkheid in beeld wil brengen. Hun vertrekpunt is het Chrystal Palace Museum in Londen. Het gebouw werd ontworpen door een  tuinman, Joseph Paxton. Dat gebouw (1851 voet lang: 3,6 km en op zijn hoogste punt 39 m) was het gebouw dat onderdak had gegeven aan de eerste Wereldtentoonstelling in 1851 in Hyde Park. Daarna was het naar deze heuvel buiten Londen verhuisd. De tentoonstelling was het snufje van de toenmalige wetenschappelijke en technische ontwikkeling. Het gebouw getuigde van het onvoorwaardelijk geloof in de vooruitgang, die uiteindelijk iedereen ten goede zou komen. Dit glazen gebouw, een grote veranda, brandde uit in 1936. Een Chinese zakenman kocht het gebouw en wilde ervan een shoppingcentrum maken. Daarop kwam protest. Bij dit gebouw werden nu  moestuintjes gemaakt, als uiting van een droom en geloof in een nieuwe tijd. Het geheel wordt Patchwork Farm genoemd. (http://www.crystalpalacetransition.org.uk/patchwork-farm.html ). Op vrijdag wordt er in de tuintjes gewerkt voor al wie komen. Op zaterdag houden ze markt. “Het is niet slecht om klein te beginnen en groots te denken”.
Dat brengt Tine Hens naar de jaren 70. De club van Rome met het rapport Grenzen aan de groei en Ernst Schumacher: Hou het klein (1974).
Dan gaat ze verder met haar verhaal. Een lokale markt van een 20-tal kramen op Hackney Lane, een 5 km van Chrystal Palace. Karen en Paul, medeoprichters van de Transition Town Chrystal Palace staan er ook met groenten en fruit. “Transitie is het antwoord dat Rob Hopkins (The Power of Just Doing Stuff) formuleerde op de ‘uitzonderlijke tijd waarin we leven’. (blz.50) Volgens hem is de lokale actie het begin van grote veranderingen. Hij gebruikt ook het woord transformatie. Het houdt in “dat je weer grip krijgt op de dingen om je heen, op het voedsel dat je eet, de kleren die je aantrekt, de soort energie die je verbruikt.” (blz.50).

Naar Totnes: de stad van Rob Hopkins, de ‘goeroe” van de transitie. Totnes is de eerste officiële transitiestad. Tine Hens werd in de stad rondgeleid. Blijkbaar heeft ze niet met Rob Hopkins gesproken. In maart 2007 voerde het zijn eigen lokale munteenheid in : de Totnes Pound.  Te onthouden valt : de notenboomactie en de overgang naar transitiestraten (energie, voedsel, afval, enz).

Een stadje van 8000 inw.  aan de rivier de Dart. Het is de stad waar Rob Hopkins kwam wonen. Totnes is sinds 2007 de eerste officiële transitiestad: Transition Town Totnes (TTT). Sindsdien zijn er zo’n duizend transitie-initiatieven in een 40-tal landen. De treinreis van Londen naar Totnes geeft Tine Hens gelegenheid om stil te staan bij utopieën. Ze leest in het boek van Bergman: De geschiedenis van de vooruitgang. Ze vernoemt het experiment van Frederik van Eeden met de coöperatieve kolonie Walden, dat na 7 jaar ophield. De utopie van Ebenezer Howard van een tuinstad werd gerealiseerd in Letchworth, maar gaf niet het gehoopte resultaat. Een utopie moet een utopie van de poging zijn.
Tine Hens wordt in Totnes begeleid door Hal Gilmore. Terwijl hij vertelt, krijgt Tine Hens een stadswandeling. Eerst was er de notenbomenactie. Dan volgde de actie om de verloren stukken grond met bessen of aardbeien te beplanten. De winkelstraat straalt zelfbewustzijn en overlevingsdrang uit, door de variëteit en diversiteit van producten. Eerst waren de bijeenkomsten te elitair. Er werd overgegaan naar transitiestraten. Uitgangspunt was de energierekening, vervolgens waterverbruik, voedsel, afval en transport. De leefkwaliteit van de buurt verbeterde.
Totnes heeft ook een eigen, lokale munt, de Totnes Pound. Geld dat lokaal blijft heeft een wonderbaarlijk vermenigvuldigingseffect. Hierbij verwijst Hal Gilmore naar Keynes’ hoofdwerk.
En toch. Er werd een gids van alle producenten en boeren in de buurt gemaakt, een local food guide. Een visie over lokale economie werd met verschillende partners uitgewerkt. En zo kwam Transition Town Totnes in een leegstaand gebouw, dat in Reconomy werd omgedoopt. En een project met crowdfunding staat nog op stapel.

In Totnes ontmoet Tine Hens een vrouw, Julie, die in Brighton heeft gewoond. Ze had er een LETS-groep (Local Exchange and Trade System), een lokale ruilhandel.
Ze gaat naar Dartmoor, naar het Schumacher College. Op weg ernaartoe reflecteert ze en denkt o.a.: “Een transitiebeweging wil niet zozeer alternatief zijn als wel complementair.” (blz.70) Ze verwijst naar Hal: “Ooit hadden ze een boek gepubliceerd met de zogenaamd twaalf stappen van transitie. Ze spreken er nog nauwelijks over omdat het te dwingend werd.”(blz.70). In het College maakt ze een bijeenkomst mee waarin Mark Boyle zijn plannen ontvouwt voor de oprichting van een geldloze gemeenschap en Fergus Drennan pleit om een jaar lang te leven van wild voedsel.
Ze eindigt het hoofdstuk met een verwijzing naar haar grootvader en met de zin: “Onderschat niet de kracht van een mens die zijn eigen voedsel kweekt.” (blz.74)

Hoofdstuk 2: De plant (blz.77-134)

Naar Thessaloniki  (blz.78-102). In Griekenland laat de crisis zich voelen. Het begon met de aardappelbeweging: rechtstreekse verkoop van boeren naar consumenten (tegen de wetgeving in). Andere initiatieven ontstaan uit bittere noodzaak: om te overleven. Op  een verlaten militair domein worden groenten en kruiden gekweekt. Verder ontstaan er plaatsen van sociaal contact en coöperatieven waarbij mensen samen een bedrijfje  runnen (zeepfabriekje, grootwarenhuis, coöperatief café, collectief uitgebate bar).

In Thessaloniki begon het verzet met de aardappelbeweging; boeren verkochten hun aardappelen rechtstreeks aan de consumenten, op de markt (wat illegaal was).

Giorgios (onderhoudstechnicus) en Dora (sociaal assistente) zijn haar gidsen. Ze vertellen. In januari 2011 kwamen mensen samen om te zoeken hoe ze aan stadslandbouw konden doen in een stad zonder groen. In maart 2011 werd beslist om een deel van het militair domein Karatsou in te nemen om er groenten en kruiden te telen. “We doen dit niet om geld te verdienen, wel om het bewustzijn aan te scherpen.” (blz.83) Ze bouwden een oven, renoveerden slaapbarakken tot café en materiaalkot. “Het was alsof ze uit rommel en afval een ondenkbare droom deden ontluiken.” (blz.83). En er is ook tegenstand: van de politie, van aanhangers van de Gouden Dageraad. Maar er is sociale verandering.
Sinds de crisis vanaf 2008 zijn in heel Griekenland 2500 sociaaleconomische projecten opgestart. Uitgangspunten: de economie ontvetten en democratiseren; niet winst en aanhoudende groei, maar eerlijke uitwisseling van goederen.
Tine Hens maakt kennis met Theodoros (Theo) Karyotis, master in de sociologie en politicologie, medeoprichter van de Volksuniversiteit voor de Sociale en Solidaire Economie. Om meer te doen dan tomaten te kweken ontstond Mikropolis, een “social place for freedom” (http://micropolis-socialspace-en.blogspot.be/ ). Het geeft onderdak aan een opmerkelijk amalgaam van verenigingen. Toen een chemische fabriek in maart 2011 failliet ging, namen de werknemers haar over en maakten er een zeepfabriek (Vio.Me. Website: http://www.viome.org/ ) van (zoals de Fabricas Recuperadas in Argentinië). Ze verkopen allesreinigers. Een vrouw die ze aankocht zegt: “Ik had nooit gedacht dat poetsen een daad van verzet kon worden.” (blz.92)
Sintrofia, een consumentencoöperatieve: http://solidaritaet.blogsport.eu/2014/04/17/mikropolis-vom-kollektiven-gestalten-politischer-sozialer-und-kultureller-ideen/ .
Kennismaking met Kostas Nikolaou, professor natuurkunde en Lazaros Aggelou, gepensioneerd ingenieur telecommunicatie.  Kostas doet vrijwilligerswerk in Bioscoop, een nieuwe supermarkt, dat eigendom is van een collectief van een honderdtal burgers en de mogelijkheid voor iedereen om een aandeel van 150 euro te kopen. Om het fietsen te promoten organiseerde Kostas op 27 juni 2008 een eerste Naked Bike Ride langs de kust in Thessaloniki. “Met de heraanleg van de strandboulevard kreeg Thessaloniki zijn allereerste fietspad.” (blz.93).
Kostas was de zoon van een legerofficier. De grootvader (Lazaros) van Lazaros was tijdens de driejarige burgeroorlog na WOII terechtgesteld omdat hij zijn communistische vrienden niet wilde verraden. Met de supermarkt wordt een rechtstreekse band tussen consumenten en producenten gemaakt. De voedselketen in eigen handen nemen.

Het is een aanleiding voor Tine Hens om over voedsel te reflecteren. 95% van wat we eten is in handen van tien grote bedrijven. Er is van vrije markt al lang geen sprake.
De sociale coöperatie was niet nieuw. In 1844 richtten textielarbeiders in Lancashire een verbruikerscoöperatie op, een supermarkt. In 1916 opende Piggly Wiggly de zelfbediening in de supermarkt. Voordien was een supermarkt een sociaal centrum.
In de supermarkt ontmoet Kostas een jongeman Nikos. Zijn vader heeft iets verderop een café. Hij had al op pensioen moeten zijn. Zijn klanten vroeger het niet te sluiten; het is een soort sociaal centrum. Nikos denkt eraan het over te nemen en er een coöperatief café van te maken. In het gesprek zegt hij tot Nikos: “Dit is niet alleen een supermarkt, dit is een gevecht voor de democratie.” (blz.97)
Terug in Athene heeft Tine Hens een gesprek met Stratis Vogiatzis in een café op het Exarchionplein, een collectief uitgebate gekraakte bar. Stratis was rondgetrokken om verhalen van mensen te horen en mensen  te filmen. Er is de foto van een boer op de heuveltop in het noorden van Griekenland. Hij woont op een berg van goud. Maar hij wil er niet weg. Het is land van zijn grootouders en hij is er opgegroeid.

Naar de Prosperpolder, naar haar grootvader Jozef
Dat deeltje is reeds enigszins verwerkt in de familiekroniek. In 1971 had haar grootvader de boerderij verlaten en haar oom had de boerderij overgenomen. Het was de tijd van een onmetelijk geloof in massaproductie, meststoffen, pesticiden, medicijnen. Haar oom ruilde de hoogstamboomgaard voor varkensstallen. Sico Mansholt bekeek de landbouw als een industriële tak. In 1971 verscheen het rapport van Rome en Sico Mansholt wou het beleid een andere wending geven.
Justus von Liebig, de uitvinder van kunstmest, ontdekte dat de grond steeds meer kunstmest nodig heeft en dat ze op termijn de bodem helemaal uitput. Hij bezorgde de wereld bouillonblokjes, melkpoeder en bakpoeder. Zijn pamflet tegen kunstmest in 1861 werd weggelachen. In 1936, de graanschuur, deed zich een ecologische ramp voor. Eve Balfour toonde wetenschappelijk aan wat Liebig vermoed en gevreesd had: kunstmest put de grond uit en maakt hem uiteindelijk dood. Maar de Zwitserse scheikundige Paul Hermann Müller ontdekte in 1873 dat DDT allerlei insecten doodde. Hij kreeg er de Nobelprijs voor. En DDT werd volop gebruikt.
Monsanto streeft naar een volledige controle van het productieproces, van zaad tot eindproduct. “Zonder verbeterde zaden en bestrijdingsmiddelen, zonder antibiotica voor de beesten zette de boer een stap terug naar de armoede.”(blz.110).
De landbouw van de toekomst lijkt kleinschalig. (blz.114)

Naar Porto  

Door de crisis is het verval in de stad zichtbaar. Ook hier proberen mensen te overleven. Het sociaal karakter van de republiek wordt stelselmatig afgebouwd. Kenniusmaking met Casa Viva, een sociaal-culturele vrijplaats.

Ze ontmoet er de 31-jarige architecte Gui Castro Felga. Ze probeert te overleven. Ze doet gratis  rondleidingen in de stad om te tonen hoe het verval in de stad om zich heen grijpt. Het toerisme op de kade is een façade van een stad die kreunt onder de woekerende leegstand. Een gesloten kinderbibliotheek. In 2012 werd op eigen initiatief met vrijwilligers opnieuw een bibliotheek ingericht. Na 3 dagen kwam de oproerpolitie het gebouw leeghalen en barricaderen. Nu zijn de boeken in Casa Viva, een sociaal-culturele vrijplaats; er zijn allerlei ateliers , een café, een keuken en diensten; achteraan is een tuin. De grote winkelstraat Rua Santa Catharina is vervallen. Achter een poort schuilt een grote groentetuin (een vroegere binnenkoer). 40 jaar geleden vochten de Portugezen voor democratie. Er kwam een sociale republiek. Deze wordt nu stelselmatig afgebouwd. Op het einde van de stad maken ze kennis met Francesco, die op het niemandsland tussen spoorweg en snelweg een stadsakker heeft gemaakt. En het verlaten gebouw werd omgevormd tot bruikbare ruimte. De nabijgelegen wijk is erbij betrokken. “Deze tuin heeft een sociale gemeenschap gevormd.” (blz.125) Tenslotte stappen ze voorbij het voormalige postgebouw, een oud art-deco-gebouw. Het is helemaal ingepakt in doeken en staat in de stijgers. Het is gevelarchitectuur. Hier moet een vijfsterrenhotel komen. Het wordt door de Europese Unie gesubsidieerd met vier miljoen euro.

Naar Gent : Op de website van De Site kan je kennismaken met een stadsboerderij maar ook hoe mensen moeten investeren in burgerparticipatie.

De kortste weg van consument naar producent (De Site) gebeurt in het Rabot in Gent waar Wannes en Zübeyde de gekuiste prei naar restaurant De Torekens brengen. Vroeger woonden er de textielarbeid(st)ers rond de textielfabrieken die ondertussen gesloten zijn. De arbeiders van toen zijn vervangen door nieuwkomers van gisteren, vooral Turken uit Emirdag. Het Rabot is één van de armste en jongste buurten van Vlaanderen; 27% van de bevolking is -18. Op de oude Alcatel Bell terreinen kwamen 160 percelen. Met het werk kan lokaal geld verdiend worden ‘de Torekens’.

Op weg naar huis (Herent) overdenkt Tine Hens hoe het met de landbouw in België is gesteld. Dagelijks verdwijnen 150 ha landbouwgrond, per dag houden minstens 25 boeren ermee op. Ze denkt terug aan de jonge boer Tijs die ze in Brussel had ontmoet. Hij voerde een tweestrijd tussen realisme en idealisme. Voedsel draait om verbondenheid. Groot aanbod maar weinig diversiteit. Tine Hens verwijst naar de Turijnse verzamelaar Francesco Garnier Valletti:  soorten appels, peren en perziken. Van elk van de gevonden soorten maakte hij een wassen schaalmodel. ¾ van de variëteiten is verdwenen.
Maar er is een tegenbeweging: de Community Supported Agriculture (CSA). Er bestaan er reeds 25 in Vlaanderen. “Het is een manier om biologisch te boeren, om vergeten teelten en verloren groenten opnieuw te kweken.” (blz.133). Bij het begin van het zaaiseizoen betalen de gebruikers een vooraf afgesproken bedrag.
Tine Hens eindigt dit hoofdstuk: “Ik mag dan de kleindochter van een boer zijn, er is weinig boer aan mij verloren gegaan.” (blz.134).

Op zaterdag 28 januari 2017 gaat in Herent (de woonplaats van Tine Hens) een uitwisseldag (transitie) door: http://www.transitie.be/Uitwisseldag_Dec2016 .

Hoofdstuk 3: Energie (blz.137-196)

Doel
Bij Doel stonden we stil naar aanleiding van de familiekroniek. Kernenergie wordt propere energie genoemd. De vaten afval wil men in langdurig stabiele kleilagen op 200 m diepte stockeren. Of dit werkt wil men de kleilaag gedurende tien jaar tot 80° verwarmen. Na 1 miljoen jaar zou de straling niet meer schadelijk zijn.

Naar Thisbed in Denemarken .
Denemarken koos voor wind- en zonenergie en voor biomassa.

Jane Kruse en Preben Maergaard, onderwijzers, lagen aan de basis van een kennis- en praktijkcentrum voor hernieuwbare energie. Hier worden nieuwe molens getest en moeten voldoen aan strenge criteria om een certificaat te krijgen. Naast de windmolens kwamen er de biogasinstallaties met biomassa (mest). Open ontwerpen en lokale initiatieven waren de basis. En dan nog de zonnepanelen. De hernieuwbare energie is variabel. Er is dus nood aan opslagcapaciteiten en aan de omzetting van zonne- en windenergie naar warmte. Bij dit alles is democratisering essentieel.
Bij kernenergie is de winst tijdelijk. De kost weegt langer door op de samenleving dan de levensduur van een centrale.

Naar Schönau , in het Zwarte Woud, Duitsland.
Wegens zijn ligging is Schönau zeer kwetsbaar bij een eventueel falen van de kerncentrale aan de grens van Frankrijk. Schönau koos voor een Atoomvrije Toekomst. Er ontstond een onafhanklelijke,lokale energiecoöperatie.

Tine Hens heeft een gesprek met Sebastian Sladek, de zoon van huisarts Sladek. Sebastian is huidig directeur van de lokale energiecoöperatie.   
Schönau, bekend om zijn borstelindustrie. In Schönau begon onverwacht de Energiewende, de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. In de zomer van 1986 was kernreactor 4 in Tsjernobyl geëxplodeerd en dreef er een nucleaire wolk boven Europa. Men merkte dat er iets gebeurd was toen in Zweden radioactieve neerslag werd geregistreerd. In Duitsland was de onrust groter dan in België. In Schönau kende men al langer het verzet tegen atoomenergie, o.a. tegen de bouw van een kerncentrale aan de Franse grens einde de jaren 70.  In Schönau ontstond in de zomer 1986 een vereniging Ouders tegen Kernenergie, later Ouders voor een Atoomvrije Toekomst. En er ontstond een onafhankelijke, lokale energiecoöperatie EWS. Na Fukusjima kondigde Merkel een kernuitstap af.
Het initiatief voor een eigen energiecoöperatie kwam o.a. van Michael Sladek, huisarts. Op 10 maart 1996 werd een referendum georganiseerd in het stadhuis van Schönau. De ongeruste ouders van 1986 heetten nu de stroomrebellen van het Zwarte Woud. De uitkomst van het referendum was nipt, met 24 stemmen verschil. Het was de eerste stad in Duitsland die het stroomnet overnam. Men wil mensen samenbrengen rond de energie die ze produceren en verbruiken.
Electriciteitsproductie hoeft niet het alleenrecht van grote bedrijven of mastodonten van centrales te zijn.

Van Gent over Rotselaar tot Bilzen  
Op 13 december 2013 werd in Gent een nieuw energiebedrijf opgericht: Energent, coöperatie, in de Machariuswijk, in de schaduw van de vroegere  Sint-Baafsabdij. Op   27 december 2012 waren ze voor de eerste keer samengekomen.
In 1991 werd Ecopower als eerste coöperatie voor duurzame energieproductie opgericht. Sindsdien zijn er 30.
In de molen van Rotselaar heeft Tine Hens een gesprek met Dirk Vansintjan over de restauratie van het molenrad die elektriciteit produceert. Het werd Ecopower (50.000 leden). Een aandeel kost 250 euro. Dirk Vansintjan probeert de verschillende Europese energiecoöperaties bij elkaar te brengen (229, maar er zijn er meer).
In Bilzen,  heeft Tine een gesprek met Herman Stulens, vroeger agent aan de mijn van Waterschei, oud pompbediende. Hij had van een windmolen te Houyet gehoord, waarvan de kinderen aandeelhouders waren. Het idee kwam van Bernard Delville, een vroegere mijningenieur. Met een minibusje bezochten ze (onder wie de gouverneur) op een winterdag de molen van Houyet. Een journalist stuurde het bericht door en het stond ’s  avonds op VRT Telekekst : Sociale woonwijk bouwt windmolen. De windmolen is er tot nu toe niet gekomen. Wel hebben mensen meer contact met elkaar. “De wijk hangt aan elkaar”. (blz.181)

Naar Hamburg  
Op 22 september 2013 stemde de inwoners van Hamburg in een referendum ja aan het voorstel dat het stedelijk energiebedrijf het elektriciteitsnet moest overkopen van de Zweedse energiereus Vattenfall. Icoon van de verandering is de bunker Flakturm VI, die omgevormd werd tot regeneratieve elektriciteitscentrale met warmte- en energieopslag. Een warmtenet verbindt de omliggende huizen (3000) met de bunker, die tevens elektriciteit levert aan 1000 gezinnen.  27 miljoen euro kostte de energie-installatie en alle 700 zonnepanelen aan de buitenkant. Naast de bunker kwam er een ‘cultuurcentrum’ van de nieuwe economie. “Die is lokaal waar kan, solidair, coöperatief en niet gebaseerd op groei maar  op delen en hergebruiken van wat er is.” (blz.192)

Hoofdstuk 4: Ruilen en delen (blz.199-276)

Naar Barcelona
Voor het hoofdstuk Ruilen en delen reist Tine Hens naar Barcelona. Ze zal er de trein nemen in Gare de Lyon in Parijs.  Ze vult de tijd van het wachten op de trein met beschouwingen over muziek en muzikale indrukken. Op de trein staat ze stil bij de weerstand die de nieuwe levensstijl oproept. Na Lyon leest ze het boek van George Orwell: Saluut aan Catalonië. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Saluut_aan_Cataloni%C3%AB ) In december 1936 stapte hij op de trein van Parijs naar Barcelona om te vechten tegen het fascisme van Franco en voor de democratie. Barcelona was in die tijd een vrijstad, een stad van revolutie. In juli 1936 hadden er de Olympische Spelen voor het Volk plaats, als tegenhanger van de Spelen in Berlijn met Hitler aan de macht. Op 3 mei 1937 werden de tegenstanders van het fascisme het oneens met elkaar en beschoten ze elkaar op de Plaça de Catalunya.  De stalinisten namen de macht en de stad veranderde in een hel. Eind juni 1937 keerde Orwell naar het Verenigd Koninkrijk terug.
Haar correspondente en gids is Joanna Conill. Wat in december 1936 gebeurde, gebeurde opnieuw op 15 mei 2011. De “indignados” protesteerden op de Plaça de Catalunya. Joanna Conill had onderzoek gedaan naar alternatieve economische activiteiten die na de crisis waren ontstaan. Samen met Manuel Castells schreef ze het boek Aftermath. Ze ontdekte 324 verschillende systemen van ruilhandel, time banking of complementaire munten. Ze ontmoet Joana. Haar grootouders hadden beiden in  de revolutie van 1936 gestaan. Haar vader werd geboren in 1939 en was tijdens zijn studentenjaren bij het ondergronds verzet. Na een mislukte aanslag op Franco in 1962 werd hij opgepakt, ter dood veroordeeld en gevangen tot 1972. Omwille van de vele (economische) vragen deed Joanna sociologisch onderzoek. Ze dompelde zich onder in de alternatieve economie. Ik citeer: “De alternatieve economie wil verbinden en dat betekent dat ze alle verschoppelingen van het kapitalisme wil bereiken. Van werklozen over werkende armen tot migranten en bejaarden.” (blz. 216). Joanna leidt Tine naar de Plaça del Sol. Daar is het kantoor met een eigen krant en een eigen TV-station om de alternatieve economie een gezicht en een stem te geven. Twee huizen verder hebben een schrijnwerker, een fietsenmaker en een productontwikkelaar een gemeenschappelijk atelier. Het is één van de vele Fablab (fabrication laboratry). Er zijn 3D-printers. Dat is aanleiding om over de 3D-printer en de verschuiving van de economie uit te weiden. “Hoe verschuif je een economisch systeem zonder dat zij in de afvallade belanden.” (blz. 217).

Iedere maand vindt de grootste ruil- en geefmarkt van Barcelona op de Plaça de la Virreina plaats, aan de kerk van Sant Joan. In Bar Canigo op de  Plaça de la Revolució de Setembre de 1868 vertelt Joana het verhaal van Joan Carol Lupi. Deze computerdeskundige zette in 2007 een punt achter zijn carrière en verkocht zijn vijf bedrijven. Hij richtte een bank zonder intrest op.  Hij is de drijvende kracht achter de Cooperativa Integral Catalana (CIC), de parapluorganisatie van verschillende coöperatieven, het vliegwiel van de alternatieve economie.
In Café de Centre (1873) in de wijk Eixample (ten Zuiden van de wijk Gracia) ontmoeten Joana en Tine Ruben Padilla, redacteur en medeoprichter van het tijdschrift Opcions, dat informeert over bewust en transformatief consumeren. Vanuit dit café schoot Antich in 1973 een agent neer. Hij behoorde tot de Spaanse Bevrijdingsbeweging die banken overviel en met dat geld het verzet tegen Franco en hun eigen publicaties financierde. Nu richten de geweldloze opvolgers van de revolutionairen eigen, ethische banken op. Ruben studeerde economie en koos een stageplaats bij Opcions. Hij maakte een eindwerk over de door burgers georganiseerde alternatieve economieën in Barcelona. “Schaalvergroting, ofwel ja, blijft een knelpunt, maar ook de relatie die je aanknoopt met de overheid”. (blz. 230) De solidaire economie kent twee zwaktes: te veel traagheid en te weinig geld.

Naar Vic , Las Casas (69 km van Barcelona, ongeveer 85 min. reistijd met de trein)
In een terugblik vat Tine Hens het samen: “Joana en Ruben hadden het gehad over een autonome economie, over kleine, op zichzelf draaiende systemen. En zijzelf of hun vrienden waren uit de stad vertrokken om in oude boerderijen te experimenteren met hun persoonlijke micro-economieën en utopieën op zakformaat. Zoals de zesendertigjarige Guiomar Vargas met haar man en twee kinderen waar ik nu naar onderweg ben. Met een aantal bevriende buren en kennissen en hun gezinnen uit de wijk Garcia waren ze neergestreken in een minidorp in de bergen rond Vic.” (234)   
In een vervallen maar bouwvallige vakantiekolonie met een tiental barakken rond een centraal plein waren een aantal gezinnen neergestreken in de bergen rond Vic. Het is een half uur rijden naar het eerst bewoonde huis. De meesten van hen hadden een doctoraat, gaven les in het middelbaar of werkten met onderzoeksbeurzen aan de universiteit.
Tine Hens wordt er begeleid door Guiomar Vargas. Zij werkt met vluchtelingen en migranten in Vic . Haar man werkt drie dagen in Barcelona.
In Vic maakt Tine Hens kennis met Francesc, een astrofysicus die aan de universiteit van Barcelona theoretisch onderzoek naar het heelal deed, zijn werk opzegde om praktische dingen te doen. Samen met David, een vroegere leraar Frans,  brouwen ze bier. David ging niet mee met zijn vriendin naar Las Casas. Zonder zijn vriendin voelde hij een leegte. Een telefoontje van zijn vriendin om zijn droom om een eigen bier te brouwen deed hem overstag gaan. En dan: “Dan blijft er een onvervulde intellectuele uitdaging achter. Ik had het nooit gedacht, maar ik mis het soms om mijn hersenen te pijnigen.” (blz. 241). En ook: “Het gros van die wetten (voor de productie van bier) zijn geschreven voor industriële grootproductie… Honderd liter (per keer) is het maximum. Maar daarvoor bestaat geen wettelijk kader.” (blz.241). Een naam voor het bier stelt Tine Hens voor: resistencia pequena , ‘klein verzet’.

Naar Amsterdam
Tine Hens maakt gedurende een half uur kennis met Thomas Rau, architect, Hamerstraat 3, aan de overzijde van Het IJ .  Websites: http://www.rau.eu/  .  https://translate.google.be/translate?hl=nl&sl=de&u=https://de.wikipedia.org/wiki/Thomas_Rau&prev=search   . “Ook al heeft hij  in zijn taal het begrip ‘duurzaam’ al lang verruild voor ‘levensvatbaarheid’ en ‘toekomstbestendigheid’… Het is een containerbegrip dat als een losgeslagen en gepokte container doelloos op de oceaan van botsende meningen klotst.” (blz.243). Volgens Thomas Rau moeten producten zo gemaakt worden dat de onderdelen later volledig hergebruikt kunnen worden. De producent moet voordeel hebben bij dat hergebruik. Hij pleit voor gebruik in plaats van verbruik. Hij laat leasecontracten voor terugname maken.
Vandaar gaat Tine Hens naar de overkant in de Oude Stad, naar het Pakhuis De Zwijger, op de Piet Heinkade 179, in het oudere deel van de haven. Het is een plek waar de geef- en deeleconomie vorm krijgt. Het is een centrum van sociale en culturele innovatie. Websites: https://dezwijger.nl/ . https://www.google.be/maps/place/Pakhuis+De+Zwijger/@52.3768451,4.9221174,15z/data=!4m5!3m4!1s0x0:0x2d9e404fc8f71f8d!8m2!3d52.3768451!4d4.9221174?hl=nl . Daar ontmoet Tine Hens Bas van Abel, oprichter van het bedrijf Fairphone (2013). Zie website: https://nl.wikipedia.org/wiki/Fairphone . Het is een onderzoeksproject naar een afvalloze productie, een technologie zonder patenten en een eerlijke industrie. “We tonen aan dat het anders kan.” (blz.252) ;”Iedere oude Fairphone moet de basis worden van een nieuwe, maar om die cirkel van de circulaire economie rond te krijgen, zijn er inzamelpunten nodig, ontmantelingsateliers en herstelwerkplaatsen.” (blz.252) Bas van Abel schreef het boek: Open Design now, over het letterlijk openbreken en –schroeven van producten. Ook werd een Fablab opgericht, een gemeenschappelijk technologisch atelier. Ieder kan er zijn ontwerp met een 3D-printer realiseren. Het ontwerp wordt gemeenschappelijk bezit. Een design in  het Fablab mag door iedereen overgenomen en gekopieerd worden. Zo brachten we consument, producent, ontwerper en maker bij elkaar, de gescheiden rollen vervaagden en vloeiden door elkaar. 
Ifixit is een website en onlinewinkel van alle mogelijke reservestukken die een bibliotheek van herstelhandleidingen wil samenstellen. Zie http://ifixit.org/ . https://nl.ifixit.com/ . In oktober 2009 werd op initiatief van Martine Postma en Peter Van Vliet in de foyer van het Fijnhout Theater in Amsterdam het eerste Repair georganiseerd. Zelf was Tine Hens betrokken bij het inrichten van een Repair Café in haar woonplaats Herent.
Bij haar terugreis mist ze haar trein van Amsterdam naar Brussel. Ze moet een nieuw ticket kopen. De loketbediende, die een verzamelaar van vreemde munten is, ziet dat Tine Hens een biljet van tien Brixton Pounds bijheeft. Een reden om uit te weiden over geld en om het boek van Bernard Lietaer, Geld en duurzaamheid te citeren. (http://www.rektoverso.be/artikel/bernard-lietaer-boekvoorstelling-geld-en-duurzaamheid . https://nl.wikipedia.org/wiki/Bernard_Lietaer . http://www.lietaer.com/ ). Volgens hem is geld een afspraak tussen mensen. Hij vindt het gezond dat er verschillende soorten economieën en verschillende soorten geld naast elkaar bestaan. De lokale munt was bedoeld voor de lokale markt van Brixton (http://brixtonmarket.net/) en niet als curiosum voor toeristen. Duncan Law , met tijdelijke jobs als acteur, regisseur en soms adviseur, die Tine Hens ontmoette in de Rosie’s Deli Café (https://www.tripadvisor.co.uk/ShowUserReviews-g186338-d1154735-r141992959-Rosie_s_Cafe_Deli-London_England.html ) heeft de lokale munt , de Brixton Pound mee gelanceerd. Ook had hij in een ondergrondse garage een atelier voor herstellingen en hergebruik gemaakt. Ze (Duncan met anderen) hadden ook een lokale energiecoöperatie opgericht en mee groentetuintjes aangelegd, een werkplaats waar een vijftal vrouwen oude stoelen, bureaustoelen en canapés  met tweedehandsstoffen.
Ze stapt de trein in terwijl onder en naast de sporen de avondspits op gang komt. Een gelegenheid om na te denken over werk, zinvol werk, over werk en geld en het loskoppelen van elkaar. Ze haalt Rutger Bregman “Gratis geld voor iedereen” aan (https://decorrespondent.nl/rutgerbregman ). Nixon  probeerde in 1969 het basisinkomen in te voeren. Tweemaal keurde het Huis van Afgevaardigden het goed; tweemaal stuurde de Senaat het terug. Een rapport uit 1832 dat een basisinkomen een moreel verval zou betekenen gaf de doorslag om het niet in te voeren. Later bleek dat de studies die het basisinkomen onderuit hadden gehaald, fout waren.
In Unternehemen Mitte in Bazel (http://www.mitte.ch/ ) ontmoette Tine Hens Enno (Schmidt), die samen met Daniel Häni een gefilmd essay over het onvoorwaardelijk basisinkomen maakte: “Een basisinkomen is als lucht onder de vleugels”. (https://www.youtube.com/watch?v=ExRs75isitw )  “Het basisinkomen, zeggen de voorstanders, breekt dromen open. Het haalt mensen uit armoede, liefdadigheid en andere vormen van onderdrukking.” In 1973 kregen 30% van 13.000 inwoners van twee  dorpen van de  provinciegouverneur van  Winnipeg (Canada) een (basis)inkomen.  (http://delangemars.nl/basis-inkomen-partij-bip/basisinkomen-succesvol-in-canada-mincome/ ). Na 4 jaar werd het experiment afgevoerd. De onderzoeksresultaten werden pas in 2004 bekeken en waren positief voor het basisinkomen.
“En wat zou jij doen?” herhaalt hij (Enno) zijn vraag (aan Tine Hens). Zonder hem aan te kijken, antwoord ik: ‘Een boek schrijven’. (blz.276).

Epiloog: En verder (blz.280-290). Het burgerplatform Hart boven hard. Websites: http://www.hartbovenhard.be/ . http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2014/09/22/hart-boven-hard-de-alternatieve-septemberverklaring . http://www.clint.be/node/267810 (een keihard kritisch artikel over het ontstaan van Hart boven hard).
Manifestatie van rond 20.000 personen op 29 maart 2015 in Brussel met 10 hartenwensen, een parade voor een warme samenleving. Aanleiding was de aangekondigde besparingen van de nieuwe regering(en). Op die dag ontmoet Tine Hens Wouter Hillaert in Café Madeleine (wellicht website http://www.la-madeleine.be/ ). Op 13 augustus 2014 namen Wouter Hillaert en Hugo Franssen met een e-mail het initiatief. Op 16 augustus 2014 daagden een 50-tal mensen op voor een eerste bijeenkomst. Na drie vergaderingen was er de naam Hart boven hard.
Er schieten overal lokale kernen op. In Brussel wordt de Franstalige zusterorganisatie Tout Autre Chose opgericht.
In januari 2015 won Syriza (http://www.syriza.gr/page/who-we-are.html#.WHPfGPYzW01 ) in Griekenland de verkiezingen. Er komen kritische geluiden over die overwinning. In essentie gaat het erom hoe je als overheid met de burgers samenwerkt, hoe je met de macht omgaat. In Thessaloniki werd het burgerinitiatief K136 opgericht om de buitenlandse overname van het stedelijk waterbedrijf te verhinderen; als iedere inwoner van Thessaloniki een aandeel van  136 euro zou kopen, dan konden ze het zelf kopen.  In juni 2014 werd bij de Europese verkiezingen een referendum georganiseerd over de privatisering. 98% zei neen. Een voorbeeld van collectieve politiek.
Begin februari 2015 spreekt Pablo Iglesias op de Puerto del Sol (https://nl.wikipedia.org/wiki/Puerta_del_Sol ) in Madrid   150.000 personen toe en eindigt met Podemos (https://podemos.info/ ): wij kunnen het. Een jaar eerder was Podemos als politieke partij opgericht in de kleine theaterzaal in Lavapiès (https://en.wikipedia.org/wiki/Lavapi%C3%A9s ), het alternatief centrum van Madrid.
In Grenoble groeit bij de Franse gemeenteraadsverkiezingen de groenlinkse burgerbeweging Rassemblement Citoyen uit tot de grootste politieke partij van de stad en wordt Eric Piolle, ingenieur, ecologist en activist burgemeester. “Gewoon uitgaan van je eigen kracht”.  (blz.289) (https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89ric_Piolle )
En uiteindelijk: Vlaanderen. Een rechtszaak voor de ‘Klimaatzaak’. (http://www.klimaatzaak.eu/nl/de-dagvaarding/#klimaatzaak ).
‘Hoe gaat het verder? (blz.290). Het beeld van een rups onder een confituurpot.

Nabeschouwingen

Nog enkele websites :

12 januari en 3 februari 2017
Arseen De Kesel



- Holland Tom, Het vierde beest, (voorgesteld op vrijdag 15 april 2016 door Paul Libert)

ISLAM-VOCABULARIUM

(volgens prof..dr Hans Jansen, arabist)
.
Aboe Bakr: de  eerste kalief: schoonvader van Mohammeds  lievelingsvrouw Aisha (bl. 38.
Allahu Akbar:   strijdkreet (God  is) de ‘Grootste’,  oproep tot het gebed.
Djimmi-contract: een lange reeks vernederende bepalingen van toepassing op de djimmi’s; dit zijn de joden en christenen die het oppergezag van de islam hebben moeten erkennen. Djimmi betekent letterlijk: verdrag.
Fatwa: veroordeling.
Fiqh: de studie van de sharia.
Fitna: bekoring.
Fitra: de ingeboren neiging tot de islam, die iedere mens zou hebben.
Ginn:  demonen.
Gizzija-belasting:  speciale belasting door de sharia opgelegd aan de joden en de christe-nen.
Hadith: geschreven traditieverzameling.
Hafiz: iemand die de Koran uit het hoofd kent.
Halal: toegestaan, zuiver, (‘koosjer’ voor de joden)
halal slachten: door een halssnede; dit is zuiver.  Binnen één seconde valt de bloeddruk weg, verliest het dier zijn bewustzijn en sterft.
Haram: verboden (taboe).
Hassan en Hoessein: zonen van Ali en Fatima (de dochter van Mohammed).
Hidjrat:de uitwijking van Mohammed van mekka naar Medina.
Hoedoed: vaste straffen.
Huri: paradijsvrouw.
Imam: religieuze functionarissen van de islam, de voorganger.
‘in’ : indien. Shaa: hij die wil.  De hele formule  (inshala): ‘als God het wil’.
Islam: het is de vraag of islam een godsdienst of wel een religie is, ofwel een ideologie zoals de radicale moslims met hun uiterste best lijken te doen (blz. 187).
Jihad: de heilige oorlog tegen ongelovige die de islam bestrijden, vooral de joden.
Juma:  het wekelijkse gezamenlijke middaggebed op vrijdag.
Kaaba:  de heilige kubus in Mekka, met de bijzondere ‘zwarte steen’, waarin de hoef van het paard zou staan waarmee Mohammed ten hemel zou opgestegen zijn.  (blz. 73)
Kafir: ‘ongelovige’.  Alle ongelovigen worden in de Koran ‘beesten’ genoemd.  God is volgens commentatoren vertoornd op de Joden, en de Christenen dwalen.
Kalief: de leider van de Islamitische gemeenschap, een kalifaat;
Koran: het woord van God, verkondigd door Mohammed.  Hij leefde van 570 tot 632.
Madrarsa: school.
Makruh: afkeurenswaardig, nog niet zo erg als har  am.
Moefti: geeft een fatwa: oordeel.  Dit hoeft nog geen doodvonnis te zijn, maar een belediging van Mohammed leidt in de praktijk wel tot een doodvonnis.
Mujaahidiin: meervoud van mujaahid.
Qibla: gebedsrichting (naar de kaaba in Mekka).
Salafi: even vrome moslim en militant als het vrome voorgeslacht. Het Salafisme is de fundamentele stroming binnen de soennitische islam. Het tegengesteld van een salafi is een takfin.
Shahada: getuigenis, bijzonder de formule ‘ik getuig dat er geen God is behalve Allah, en dat Mohammed zijn Gezant is.
Sharia: de islamitische gezagsleer die zegt wat moet, wat goed is, wat niet zo goed is en wat moet bestraf worden.
Sjiieten:  moslims die Ali, de pleegbroer, neef en tegelijk schoonzoon van Mohammed, als kalief (opvolger van Mohammed) beschouwen, alsook diens nakomelingen.
Slachtfeest:  herdenking van het offer van Abraham.  Het maakt deel uit van de rituelen van het feest van de pelgrimage naar Mekka.
Soefi: de mystici van de islam.
Soennah: 1- de gebruikelijke manier van doen van Mohammed.
2- een aanbevelingswaardige handeling.  Het zijn de Soennieten die zich houden   Mohammed’s manier van doen en aan zijn leefwijze.
Soennieten: moslims die de traditionele regentenfamilie van Mekka, de Oemayaden, als Mohammed’s  opvolgers beschouwen.
Soera: een hoofdstuk van de koran.
Suikerfeest: feest ter afsluiting van de ramadan, de vastenmaand.
Tafsin: korancommentaren.
Takfin: ketter, ook kafir genoemd.
Tawhid: eenheid, in het bijzonder de eenheid van God.
Ulama: geleerde functionarissen van het religieuze gezag. (enkelvoud: aalim
Vijf zuilen van de Islam: 1 – shaháda: de getuigenis dat er maar één God is en Mohammed                                                    Zijn profeet.
2 – salat: gebed, vijf maal per dag te bidden.
3 – zakat: het  geven van aalmoezen en het bedrijven van    weldadigheid.
4 –ramadan: de vasten in de negende maand ‘ramadan’ van het
ismalitisch jaar.
5 – hagg: de bedevaart naar Mekka.
(ook de heilige oorlog ‘jihad’ zou hierbij horen en dan zou de sha-háda niet bij het rijtje horen.
Woedoe: wassing van het aangezicht, met de natte hand over de haren wrijven, het wassen van de handen en armen tot de ellebogen, en de voeten.
Zakat-belasting: de vermogensbelasting. (zie blz. 69)

Ibrahim: de gemeenschappelijke stamvader  der Joden, Christenen en Moslims wordt door de Moslims Ibrahim genoemd.  Deze had bij zijn bijvrouw Hagar een zoon: Ismaël.  Volgens de Islam zou Ibrahim zijn zoon Ismaël  aan God hebben moeten offeren en niet Isaak, wat de engel Gods heeft behoed.   Ismaël werd  met zijn moeder Hagar de woestijn ingestuurd. 
-  -  -

En  nu wat méér over de islam zelf.
Ik las een boek over  het ontstaan van de islam:  een turf van een 507 bladzijden.  De titel luidde..

HET VIERDE BEEST
Auteur: Tom  Holland

De ondertitel verduidelijkte:

‘GOD, DE STRIJD OM DE WERELDMACHT
EN HET EINDE VAN DE  OUDHEID..

Waarom kocht ik, Paul Libert, nu pas, in februari 2016, dit boek dat notabene al in 2012 verscheen en heb ik me daarin al twee maanden vastgebeten?
Ik wilde wat méér weten over die vreemde religie: hoe en wanneer ze ontstond, hoe geloofwaardig ze is en welk verband er is met de islam van vandaag, die ons zó in de problemen brengt.

Vier jaar geleden, in 2012 las ik in ‘Knack’ een interview  met de Britse historicus, TOM HOLLAND. Hij had met de televisiezender Chanel 4 een uitgebreide documentaire ingeblikt  over het ontstaan van de islam waarover hij al hogervermeld boek had geschreven.  Tom Holland had er vijf jaar aan gewerkt.  Het mag opgemerkt worden dat de Nederlandse vertaling verscheen vóór de Engelse  publicatie. Voor dit televisieprogramma was hij  al naar  het Midden-Oosten gereisd.  De documentaire  is echter nooit uitgezonden want de bazen van Chanel 4 vreesden problemen. Tom Holland kwam tot de conclusie dat ‘de profeet Mohammed een mythe is’…..Zoiets is natuurlijk vragen om moeilijkheden.
Ondertussen vragen wij ons ernstig af hoe de wereld een uitweg kan zien voor de  oorlogen die vandaag heel het Midden-Oosten teisteren, al vijf jaar.   En we maakten vorige maand weerzinwekkende aanslagen mee  van z.g. moslimextremisten.  Wat heeft dit alles te maken met de islam?

De islam wordt als één der drie monotheïstische godsdiensten beschouwd naast  het Jodendom en het christendom.  Dat wringt voor mij: een godsdienst die duidelijk geweld impliceert  in zijn leer!

    Europa wordt vandaag tot overmaat van ellende overrompeld door vluchtelingen.
Europa ziet al vijf jaar vluchtelingen die in massa naar Europa gejaagd worden en wij worden dagelijks via de media geïnformeerd over de moorden, bombardementen en de weerzinwekkende terroristische daden van moslimextremisten, die zich notabene ook nog menen te kunnen beroepen op de islam, de  profeet Mohammed en zijn Koran..
Gaat er wel één dag voorbij dat wij niets lezen in onze dag- en weekbladen over de islam?  Wij worden overdadig geconfronteerd met de islamitische cultuur, religie en leefwijze, die ons op zijn minst vreemd is.
‘Nous sommes en guerre’ orakelde de Franse president Hollande na de aanslagen in Parijs,  november vorig jaar.  “De Derde wereldoorlog is begonnen”, panikeerde Luckas Vander Taelen twee weken geleden.

Ik wilde echt toch wat méér weten over die islam en verzamelde al heel wat informatie er over door boeken, uittreksels uit  periodieken en televisieprogramma’s.
-----

… Jawel, ik  heb dit boek van Tom Holland gekocht die zeer uitvoerig en grondig verhaalt over het ontstaan van de islam als invulling in het tijdsgewricht van het einde van de Romeinse  en Perzische overheersing in de grote regio waar het jodendom en het christendom ontstonden.  Het was een tijdsgewricht van grote verwarring,  maar dat was de tijd van het ontstaan van het christendom precies ook..
Ik heb me even afgevraagd waar de titel van het boek op alludeert en voor een deel vond ik de uitleg op de eerste pagina waar een spreuk van Daniêl 7;23 vermeld staat: .. Hij zei ”het vierde dier duidt op een vierde koninkrijk dat op aarde zal komen, anders dan alle andere koninkrijken, en dat de hele aarde zal verslinden, vertrappen en vermorzelen’.
Brengt Tom Holland deze uitspraak in verband met de vestiging van de islam tussen de zevende en negende eeuw?  Hij zegt het wel niet met zoveel woorden.  Maar welke zijn dan die andere  ‘dieren’?  Babyloniërs,  Perzen, Romeinen…?

    Tom Holland noemt zijn verhaal ‘het geweldigste verhaal aller tijden. (blz.20)
Hij vertrekt van christenen die Rome zonder slag of stoot uiteindelijk voor zich winnen met caesar Constantijn.
De focus van Tom Holland ligt enerzijds op het historisch verloop in het Midden-Oosten dat vooral eeuwen lang door het Romeinse rijk was ingepalmd  maar ook – en daaraan   dacht ik vroeger nooit – door het Oosten werd belaagd, met name door de Perzen.  Anderzijds blikt hij zeer kritisch naar het ontstaan en de ontwikkeling van de islam.
Heel deze geschiedenis is een geschiedenis, geschreven in bloed.   (en dit bloed vloeit ook vandaag nog, in wreedheid, verdwazing en fanatisme  - p.l..).
Ik wil er hier al op wijzen dat Tom Holland de hele geschiedenis van het ontstaan van de islam niet los kon beschouwen zonder verwijzing naar de oorsprong van het judaïsme en het christendom:  de islam kwam niet uit de lucht gevallen!

     Tom Holland neemt een historische kijk in het Midden-Oosten van de oudheid. Hij kijkt eerst naar het Perzische rijk.   Perzen meenden van zichzelf dat ze ‘het meest hoogstaande volk waren van de wereld’. Hun rijk werd bestuurd  door de ‘sjahansjah’, koning der koningen, die een letterlijk bovennatuurlijk charisma meende te bezitten.  De Perzen heersten bijvoorbeeld lange tijd in het tweestromenland Mesopotamië. Niet onbelangrijk was dat de leer van Zoroaster daarbij nog zeer belangrijk was. Zoroaster (of Zarathustra) was een profeet uit Perzië, die ergens leefde tussen  1200 en 1400 vóór Christus. Zijn leer gaf de aanzet  tot  het monotheïsme. Er bestond voor hem een god van het goede en een god van het kwade.  Zarathustra was de profeet van de ‘goede’ god.
De Perzen zagen in de 6e eeuw het einde der tijden. Ik citeer T.H. (blz.89)  ..”geheimzinnige geruchten zegden: er zou een nieuwe profeet opstaan, het zegel van alle profeten, die een gouden tijdperk zou inluiden van gelijkheid, gerechtigheid en vrede.”

Aan de westelijke kant was er het Romeinse rijk. Dat de Romeinen het Midden-Oosten eeuwenlang in hun greep hadden is ons genoeg bekend.  En de oostelijke provincies daarvan waren al lange tijd de meest onrustige in heel het Romeinse rijk.  Dat er voortdurend weerzinwekkende oorlogen waren  vertelt Tom Holland uitvoerig en gedetailleerd.  Onder keizer Constantijn ontstond in 324 het ‘nieuwe Rome’: Constantinopel, de stad aan de westzijde van de Bosporus, het vroegere Byzantium.  Aan de andere kant van de Bosporus lag Chalcedon, lange tijd in handen van de Perzen.
Het hele Midden-Oosten kende daarbij ook nog de spanning Joden-christenen.  In een groot deel van de wereld heerste het christendom, gesteund door een sterk Romeins karakter.  Eén rijk, één God dat leek sinds Constantijns bekering heel vanzelfsprekend.  De Joden beriepen er zich op dat God hen, Zijn ‘uitverkoren volk’ een redder had beloofd.  En die zagen ze maar niet.  Ze waren al eeuwen onderworpen aan de Romeinen en begonnen de christenen begrijpelijk te vrezen die hen vertelden dat de Messias al was gekomen, Jezus Christus.  De Joden waren niet langer de enigen die zich konden beschouwen als het uitverkoren volk van één God. Zo verloren de Joden hun zelfvertrouwen  al helemaal. 
Niet onbelangrijk is de vermelding dat aan het begin van de 6e eeuw  de pest uitbrak in het Midden-Oosten.  Mensen dachten aan het einde van de tijden..

Terwijl het Romeinse Rijk in de problemen kwam en de Perzen ook niet meer konden domineren rijpte er in de zesde eeuw in het grensgebied tussen de Romeinen en de Perzen (en dat  was precies  de grote woestijn) een nieuw religieus-politieke beweging, die zich juist als de Joden en christenen ook beriep op Abraham en de afstammelingen van Ismaël, het bastaardgeslacht van Abraham en zijn slavin Hagar:  de Arabieren
Arabieren  leidden karavanen en waren handelaars in parfum, wierook, peper, edelstenen.

    Hier in de woestijn ontstond de islam,  met de figuur van Mohammed, geboren in 570 in Mekka, een verstokt heidense stad midden in de uitgestrekte woestijn. Er is geopperd dat deze Mohammed, die kon lezen noch schrijven misschien op zakenreizen in Syrië Joodse en christelijke invloeden en kennis opdeed.   Er komen inderdaad in de Koran zoveel namen voor uit de bijbel. Mohammed was ook bekend met Jezus. .Misschien waren er wel degelijk Joodse en christelijke kolonies in Mekka, zijn geboortestad.  Of dat er mogelijk sprake was van  een kapitalistische crisis onder het volk van Mekka, (de Quraisj) waarbij succesvolle kooplieden en financiers obsceen rijk werden, terwijl er voor de armen niets anders opzat dan ‘op zoek te gaan naar een nieuwe spirituele en politieke oplossing voor de malaise en onlusten in de stad’ (zo stelt Tom Holland op bladzijde 278).  In dromen ‘ontving’ Mohammed regelmatig ‘boodschappen’ van God zelf, gebracht door de engel Gabriël.  (Gabriël als boodschapper van God, waar hebben we dat nog gehoord?) Op den duur werd Mohammed daarbij badend in zweet wakker.  (Is het oneerbiedig te durven veronderstellen dat hij misschien ijlde?  En wie noteerde alle informatie die  Mohammed kreeg?)  De boodschappen van God zelf werden de basis van de Koran.  Hier mag toch genoteerd worden dat de hele Koran pas  bijna 200 jaar na de dood van Mohammed (in 633) werd voltooid.
Tom Holland heeft heel wat vragen over de Koran.  Deze wijzen al eens op dubbelzinnigheid en zijn zó compact. Ik licht er enkelen uit.  Er zijn frivole verhalen.  Hoe wilde God dat een overspelige vrouw werd  gestraft? In de ene hadith (uitspraak van Mohammed) moest ze gestenigd worden  maar in de Koran verlangde God alleen ‘honderd zweepslagen’).
Mekka zou volgens Holland in die tijd een zeer schimmig bestaan hebben geleid: de Mekkanen vereerden een veelheid aan goden. Elk huis had bovendien zijn eigen afgodsbeeld.

Naar verluidt verdacht Mohammed zelf aanvankelijk een djinn, een geest van de woestijn en de wind. Volgens één van zijn twee biografen, Ibn Hisham, was heel Mekka vergeven van heksen en demonen.  In de stad stond een heiligdom van steen en klei – de kaäba – of kubus waarin een hele meute goden huisde.
Mohammed kreeg Gods opdracht  om hardop te preken:  dat God niet in verband kon worden gebracht met andere wezens.  Hij was ‘de Heer der Werelden’, altijd genadig en had keer op keer profeten gestuurd: Noach, Abraham, Mozes en Jezus. Maar hij, Mohammed was ‘het Zegel der profeten’.
  Mohammeds stadsgenoten beschouwden hem aanvankelijk als een grappige man,

Daarom nam Mohammed, samen met volgelingen in 622 de wijk naar  Yatrib het latere Medina, waar ze zaten te springen op een leidersfiguur,  misschien een geestelijke leider, maar waarschijnlijk ook een wereldse leider. En hij zou er inderdaad een wereldse staat stichten, zo schrijft Tom Holland.... .
Toen de ‘Quraisj’ (zijn volksstam uit Mekka) vernamen dat Mohammed van plan was hun karavaan te beroven stuurden ze hun troepen op hem af.  Bij de waterplaats Badr  werden ze aangevallen door De Profeet en zijn  gevolg.   Voor zover ik begrijp uit T.Hollands boek was dit de enige verdedigingsoorlog van Mohammed en de zijnen.
Ik citeer Tom Holland: ‘het spectaculairste van alle tekenen van Gods zegen was de transformatie van Mohammed, in amper tien jaar tijd, van vluchteling tot feitelijke leider van Arabië.   Volgens Ibn Isham heeft hij bij elkaar zevenentwintig veldtochten gehouden…!   Deze waren weliswaar niet allemaal een succes. Wèl heeft hij zijn eigen stad, Mekka, veroverd – twee jaar vóór zijn dood in 632  (dit lees ik allemaal op bldz. 25 en 26).
God had Mekka heilig gemaakt en Mekka werd het ‘heilige der heiligen tot op de dag van de opstanding’.  Deze verzekering bood zijn volgelingen (en gelovigen)  veel troost. (blz.28).
Zijn volgelingen begonnen met de verovering van de (toenmalige) wereld.  De mannen die aan het hoofd  hadden gestaan van deze ‘schitterende’  zegetochten werden de leiders die de naam kregen van ‘kaliefen of ‘opvolgers’.

het kalifaat:
  dat in de zevende eeuw werd gevestigd was het prototype van elk islamitisch rijk dat nadien zou verrijzen, maar het was méér dan dat: het definitieve rijk van de oudheid. (blz. 59)

De moslims veroverden  ook Jerusalem en daar werd de Rotskapel een belangrijk islamitisch heiligdom. Ze wilden Constantinopel veroveren en daarvan werden ze teruggeslagen  in 717, Uiteindelijk viel  Constantinopel pas in …  1453 onder het leger van de Ottomaanse sultan Memeth II veroverd, waarmee een einde kwam aan het Byzantijnse rijk.

Het woord jihad daagde  op onder Ibn al-Mubarak die niets liever wilde dan de Profeet als voorbeeld volgen: oorlog voeren in naam van God.  Naar de grenzen van het belaagde  Huis van de islam oprukken en halsstarrig ‘christenen afslachten was dus niet alleen een optie maar zelfs een expliciete plicht voor  ‘gewetensvolle moslims’.  (blz. 383).  Het woord jihad kreeg zo de connotatie van strijd in naam van God.  (dezelfde God die voor ons christenen een liefdevolle God is (p.l).

    In 762 begon de bouw van de stad Bagdad, z.g. ‘ de stad van de Vrede’  en hoofdstad van de wereld.

Tom Holland eindigt zijn boek over de eindverwezenlijking  van het islamrijk met het doel van Abu Muslim: dat één familie, aangewezen door God over de wereld zou heersen. Dat dit met een bloederige oorlog zou gebeuren lag voor de hand.  Net zoals  het christendom de val van de Romeinse macht had overleefd, leek de islam uitstekend te gedijen zonder een kalifaat.

.    Over de Koran:
    Wie schreef (schreven de Koran?  Namen worden niet genoemd…(Vóór de 9e  waren er geen commentaren over de Koran.)
De Koran ontstond in de loop van veel jaren en bestond volgens T.H. uit ‘een cocktail van teksten’.  De teksten vanuit Mekka waren kort, deze uit Medina werden lang. De Koran bestaat uit hoofdstukken, soera’s genoemd. De Koran werd aangevuld door de overleveringen van de Profeet en zijn volgelingen aangevuld door hadiths, de mondelinge overlevering van Mohammed.
De oudste Koran is ontdekt in Jemen, in een oude moskee, ongeveer 40 – 50 jaar geleden, maar ze moest al opgedoken zijn in het  begin van de 8ste eeuw.
Vertelt de Koran iets over Joden en christenen?
Soms werden de Thora en het evangelie geroemd als leidraad voor de mens, gezonden uit de hemel.  Andere keren werden Joden met razernij vervloekt om hun verraderlijkheid en de christenen omdat ze aan God  een Zoon toeschreven.   Joden christenen moesten ook een speciale belasting betalen.
In de Koran krijgen alleen God zelf en zijn Profeet een stem, verder komt niemand aan bod. 
T.H. noemt de Koran een ’twistziek’ boek.  Altijd blijven degenen die de Profeet afwisselend beschimpt,  berispt en weerlegt op de achtergrond, ‘als  acteurs in de coulissen’, wier stem niet gehoord wordt en wier mening ongeuit blijft.

    Wat betekent dan wel het hele ontstaan van de Koran en de rol van Mohammed?
De Koran staat niet mijlenver verwijderd van de ontwikkelingen en onlusten van zijn tijd, maar is er juist het ultieme momentum van, zo stelt Holland op bladzijde 310.  De rampen van die tijd waren evengoed politiek als spiritueel en evengoed economisch als moreel..  Mohammed en zijn volgelingen wilden een eigen staat stichten, een vestiging van een nieuwe orde, op de puinen van de oude.

    .    Hoe betrouwbaar is de Koran dan wel?  Ook daarover heeft Tom Holland veel vragen.  De Koran staat vol tegenstellingen.  (Men leze daarvoor bv. het boekje van professor Hans Jansen).  Moderne onderzoekers stellen vast dat zelfs de meest authentiek lijkende hadiths vaak ‘wel blinken maar geen goud zijn’ volgens  de auteur. Al te dikwijls wordt de Profeet gebruikt als spreekbuis voor een serie vaak tegenstrijdige tradities die soms helemaal niet afkomstig zijn van Mohammed en zelfs niet uit Arabië.  Zo ook de uitspraak in de Koran: “denk aan toen je vurig bad tot de Heer en hij je antwoordde: ik zal je versterken met duizend engelen, die in golven zullen komen”. (van fantasieën gesproken). Islamwetenschappers hadden vastgesteld dat zulks alleen een zinsspeling kon zijn op de slag bij Badr. twee jaar nadat Mohammed naar  Medina was getrokken). Zo geeft Holland nog voorbeelden van zijn twijfels over de Koran.

    Uiteindelijk werd heel de geschiedenis van het begin van de islam geschreven in Bagdad, de hoofdstad van het kalifaat van de islam. Ibn Ishaq, was de (eerste?) biograaf van Mohammed en één der talloze geleerden die in  de hoofdstad terecht kwamen.  De tweede biograaf was de al vaker geciteerde Ibn Hisham. In de loop van de decennia na 755 zou het werk van de ulama van Bagdad, Islamitische geleerden vastgelegd worden waarop vrome moslims de oorsprong van hun ‘religie’ voor altijd zouden vastleggen.  De biografieën van de Profeet, de eerste commentaren en de eerste verzameling hadiths waren vastgelegd.  Alles werd geaccepteerd als waarheid van de Profeet, en niemand anders, want hij was toch de Plaatsvervanger van God.

Mijn nabeschouwing:
Het boek van Tom Holland is wel leerrijk. Door deze geschiedenis stel ik vast hoe onwrikbaar de islam is verankerd in het Midden-Oosten.  85% van alle Arabieren is moslim.  
De ruggengraat van het machtsgeloof van Mohammed is vandaag nog niet veranderd.  Allah, God kan door de islammachthebbers misbruikt worden in het Midden-Oosten.  Hebben de terroristen van Zaventem en Maalbeek de mosterd voor hun fatalistische opzet niet bij deze islam gehaald? is zodoende  de islam niet een stap die leidt tot geweld en fatalisme.  Het fatalisme van IS  is lafheid en blind fanatisme!
De moslim zegt: God, Allah,  is macht.
De christen zegt God is Liefde!.

Voor zulke  islam is mijn afgrijzen, mijn afschuw, mijn weerzin groot.

De vorige paus Benedictus XVI heeft in 2006 terecht een schitterende rede gehouden in Regensburg waarin hij stelde dat godsdienst zich goed verhoudt tot de Rede maar niet tot geweld…
Dat moeten moslims gehoord hebben, een reactie bleef niet uit.  Want moslims hebben lange tenen..   (even tussendoor een mening  van Gilbert Keith Chesterton: “een godsdienst kan maar echt zijn als je er grapjes over kunt maken.)

Hendrik Munsterman, Nederlandse katholieke theoloog, kent als christen de Koran niet als een ‘door God gedicteerde tekst’, zo citeert hij in Tertio, 2 maart 2016. Dat de islam vanaf Mohammeds verhuizing naar Medina vervelde tot een vechtlustige  groep is toch onmogelijk te verzoenen met Jezus’ boodschap van  liefde en geweldloosheid.  Het is niet helemaal verwonderlijk dat  moslimextremisten vandaag het kalifaat terug willen oprichten, al zijn ze niet meer dan angstaanjagende terroristen.  De hele regio die wij het Midden-Oosten noemen lijdt door de waanzin en de complexe machtsverhoudingen waarbij elke machthebber zich min of meer meent te baseren op zijn eigen gelijk, en zijn interpretatie van de islam, van Khomeini en de volgende ayatolla’s, van Sadam Hoessein, over de soennieten, sjiieten, alawieten en anderen.

    Verder  zie ik toch zoveel mythische elementen in de islamleer die in onze moderne tijd  als zo  onredelijk voorkomen.  Rachid Benzine constateert dat Mohammed pas in de periode van het kalifaat van Bagdad (vanaf 749)  als een profeet wordt uitgeroepen en dezelfde Rachid Benzine stelt dat elke periode zijn eigen Koran had. Terecht  stelt Tom Holland dat de islam schatplichtig is aan het jodendom en het christendom en zelfs aan het Perzische zoroastrisme.  “de Koran noemt hij een groot meer waarin alle stromen van de oudheid samenkomen” .

    De Koran bevat nogal tegenstrijdige  passages, zoals Tom Holland aanhaalt.. dat mag ons niet verwonderen, als we weten dat de Koran niet door één mens is geschreven. Zo ook de tegenstrijdigheid over verdraagzaamheid.  In soera 10/99 toont de islam zich onverdraagzaam maar in soera 9/2 is ze tolerant. Het valt op dat in het dikke boek geen sprake is van de sharia, het strafrecht van de islam, die toch geliëerd is aan Mohammed en vandaag  nog rigoureus wordt toegepast in Saoudi-Arabie en misschien al iets minder  hardvochtig in Iran.  Huiveren wij ook niet van het enge beeld van de in het zwart gehulde moslima’s die in sommige landen schichtig door een kleine oogopening naar de wereld kijken, vernederd door een mannenheerschappij..
Tragisch is daarbij de dominante  rol van de steenrijke oliestaten die kunnen heersen dankzij  moderne slavenarbeid, het oliegeld een hypocrisie.

Waarover Tom Holland niets vemeldt:  de hoogstaande islamitische wetenschap
Vanaf 749 toen het kalifaat van de Abassiden tot stand kwam brak er in de Arabische wereld een periode van rust aan waardoor de Arabische wetenschappen een hoge vlucht namen:

Is  een moderne islam mogelijk?

Wat leerde ik vooral uit dit boek?

De islam negeert:

    Is het niet bijzonder ironisch en  wrang dat het Westen en vooral Europa vandaag met de islam diep in de problemen is geraakt om nog te zwijgen van de uitwas van de terroristen, die zich ook nog menen te mogen beroepen op die ene man die zij DE PROFEET van God  noemen. Kan de islam bijvoorbeeld Europees denken?  Daaraan heeft het weekblad ‘Kerk en Leven’ dit jaar (17 februari 2016) een  artikel gewijd, met goedwillende experts als Johan Leman,  Khaled Benhaddou. (van het platform van Vlaamse imams). “De Europese samenleving zit gewrongen met de islam”, zo meent deze laatste.  Een Tariq Ramadan gelooft nog “in een heilige oorlog” maar wat hij zich daarbij voorstelt is mij onduidelijk.  Ook streeft deze goedbedoelende Ramadan naar ‘een Europese islam’..(Alsof er ook zoiets bestaat als een Europees christendom.)

    Is een dialoog christendom-islam mogelijk?  Dat is momenteel toch zó moeilijk, door de dogmatische en statische islam.  Deze dialoog kan ook vallen met de geloofwaardigheid van de christelijke getuigenis wat  de islam zou kunnen bevestigen in een superioriteitsgevoel.  En dat de islam het Westen decadent vindt is ook niet  te loochenen. 
Ik wil hier even een opinie aanhalen van de islam-professor MOHAMMED ARNOUK, (Sorbonne):
“Europa moet zich sterk maken want het is verzwakt door:

Daartegenover staat dan weer dat  de islam onverdraagzaamheid toont tegenover de joden:  “doodt ze” is de enige uitspraak.  Of: de volgende uitspraak: een meisje mag trouwen met een moslim, als ze zich bekeert, maar een jongen mag zich niet  bekeren tot  het christendom om met een christelijk meisje te huwen...
Wat er ook van weze:  de islam wil zich vandaag  manifesteren als  monotheïstische. godsdienst, maar is er wel een waarmee de moderniteit de grootste problemen heeft.
Dat het boek afgelopen maanden stapelhoog op een opvallende plek ligt in de boekhandel verklaart duidelijk zijn actuele waarde.
Het wordt er voor mij niet gemakkelijker op om de islam als godsdienst ernstig te nemen.

Ik schuil me achter de Britse Jood Lord Maurice Glasman (die de katholieke sociale leer van paus Leo XIII omarmt): “er schuilt iets gewelddadigs in de islam”.

Ze vermoordt christenen, Koerden… en vooral zijn eigen volk.

En wij staan er bij en kijken er naar…  Paul Libert,  Hasselt, voorjaar 2016



, Jonathan Israel, Revolutie van het denken, Radicale Verlichting en de wortels van onze democratie . Uitgeverij Van Wijnen – Frannker, 2011. Vertaald uit het Engels, 2010. (Dit boek werd voorgesteld op vrijdag 3 juni 2016 door Johny Wijnants)

Vooraf. De Radicale Verlichting was in de 17de eeuw een illegale beweging, in de 18de eeuw een tegenspeler voor de gematigde grondstroom van de Verlichting. Radicale Verlichting - toen ook Philosophie moderne genoemd - is een verzameling basisprincipes als democratie, etnische en seksuele gelijkheid, persoonlijke vrijheid van leefstijl, volledige vrijheid van denken, spreken en drukpers, uitschakeling van religieus gezag in wetgeving en onderwijs, en volledige scheiding van kerk en staat. (blz7)
Vandaag zijn deze ideeën ingeburgerd, niet alleen in het Westen, ook ‘wereldwijd’, en toch is de geschiedenis van dit proces en van die strijd van illegale naar belangrijke stroming weinig onderzocht. Dat is wat de auteur doet, om de waarde ervan te onderstrepen, om meer begrip op te brengen voor de intellectuele onderbouwing van deze idealen, en om er nog altijd bruikbare, vaak onthutsende lessen uit te trekken. Zijn boek is een eerbetoon aan Sir Isaiah Berlin, die filosofie en geschiedenis op elkaar betrok in het nieuwe vak ‘ideeëngeschiedenis.’ (blz. 12)
Terloops vermeldt hij dat hedendaags verzet tegen de Radicale Verlichting van het multiculturalisme komt. Dat spreekt zich categorisch uit tegen de gedachte van een universeel systeem van hogere waarden, die naar rede en billijkheid vanzelf spreken, of die een hogere status verdienen dan andere waarden.

H1. Vooruitgang en de twee onverenigbare manieren waarop de Verlichting de wereld wil verbeteren.
Ideeën over vooruitgang stonden centraal in de Verlichting. De grondleggers van de Verlichting meenden dat de meeste mensen onjuiste beelden hadden over fundamentele kwesties, en dat een verbetering van die kennis een aanzienlijke verbetering voor het menselijk bestaan zou opleveren. Spinoza met zijn monistische leer van de ene substantie – lichaam en ziel, materie en geest zijn één - trok die tendens verder door dan anderen. Zijn principes zouden een samenleving opleveren die beter bestand zou zijn tegen manipulatie van religieus gezag, autocratie, oligarchie, en dictatuur, en met een meer democratisch, liberaal en egalitair karakter. Hij maakte een scherpe tegenstelling tussen filosofie en theologie, wat hem bestempelt tot de eerste hoofdfiguur van de Radicale Verlichting.(blz. 14).
Vooruitgangsideeën waren niet naïef en werden vaak getemperd door een flinke dosis scepticisme, pessimisme, een besef van de maatschappelijke en politieke  moeilijkheden, en … de Voorzienigheid. Het al dan niet aanvaarden van de Voorzienigheid zorgde voor twee fundamenteel verschillende denkbeelden over vooruitgang in de Verlichting, het radicale democratische met de rede als soevereine macht, en het gematigde providentiële dat steun geeft aan de monarchaal-aristocratische ordening. (blz. 24). Kant probeert (tevergeefs) deze tegenstelling begripsmatig te overbruggen door de werkelijkheid op te splitsen in twee kennisgebieden, de fenomenale ( zintuiglijke) sfeer en de noumenale sfeer ( Voorzienigheid).
Veel gematigde verlichters kunnen de bestaande hiërarchie niet verwerpen (wel aanpassen) , omdat de evolutie wel positief moet zijn, en enkel voor (beperkte) verbetering vatbaar kan zijn, want geleid door de Goddelijke Voorzienigheid. Ze kunnen zich geen samenleving – ook geen koloniaal imperium - voorstellen als intrinsiek gebrekkig, onderdrukkend, onrechtvaardig.
Er waren dus twee Verlichtingen, enerzijds de Gematigde (dualistische) Verlichting die een evenwicht tussen rede en traditie poneerde, en anderzijds de Radicale (monistische) Verlichting die de rede als enig richtsnoer aanvaart. De tegenstelling kan niet verengd worden tot theïsme versus atheïsme, zoals dikwijls beweerd in wetenschappelijke studies, want er waren atheïstische Verlichters die niet ‘radicaal’ waren. (blz. 31).
Beide strekkingen vulden de rede ook anders in: voor de gematigden was de rede onstoffelijk en veelal berustend in God, een geschenk aan de mens waardoor de mens boven de rest verheven is. Voor de radicalen is de mens een dier naast de andere, terwijl de rede niets anders is dan de door ervaring gewijzigde natuur. (blz. 44)
Radicale Verlichting is ook niet gelijk te stellen met atheïsme. Zolang men deze stroming niet erkent als een ‘spinozistische’ stroming, kan men het grondpatroon van de 18de -eeuwse gedachtenstrijd niet zichtbaar maken. (blz. 33) De auteur gaat dan in op de deelname van gelovige christenen - joden en moslims kondigt hij ook aan maar werkt het niet uit - aan het Radicale denken. Hij verwijst naar het socinianisme en het christelijke unitarisme (blz. 35) Dit bondgenootschap heeft beide stromingen baat opgeleverd bij het verspreiden van de ideeën.
Verder beklemtoont hij dat de tegenstellingen in de Verlichting ook worden aangejaagd door maatschappelijke krachten. (blz. 40) In de 18de eeuw was de neiging tot sociaal protest wijd verbreid, ook al stond het gewone volk grotendeels vijandig tegenover de radicale ideeën. Dit vermeldt hij maar hij werkt het niet uit.

H 2. Democratie of maatschappelijke hiërarchie. De politieke tweespalt.
De echte structuurverandering van voor 1789 is veelal over het hoofd gezien, doordat het een revolutie van het denken was. Tegenover het aanvaarden van de monarchie, de verlicht despoot, de standenmaatschappij , de aristocratie, de adel, de kerkelijke overheid door de gematigde Verlichting, poneerden de radicalen een radicaal democratisch model.
De intellectuele triomfen van de radicale filosofen van 1970 tot 1789 in Frankrijk en Holland, maar ook in Amerika, kregen weinig aandacht, maar waren onlosmakelijk verbonden met het revolutionaire proces dat volgde. (blz. 49) De Franse revolutie kan niet los gezien van de Amerikaanse ( 1976-83) en de Nederlandse ( 1780-87) De Amerikaanse revolutie was inspiratiebron, maar radicaal gezien ook schrikbarend gebrekkig. Het meest schandalige was dat het geen vrijheid bracht voor de slaven in het zuiden en slechts beperkt in het noorden. Maar ook de manier waarop indianen over het hoofd gezien werden, de intolerantie in kleine steden, de te grote macht van de president, het te beperkt universeel basisonderwijs, en het laten ontstaan van een informele en zelfs van een formele aristocratie waren kritische punten voor de radicale denkers. De Amerikanen hebben vooroordelen van de Engelsen geërfd, waarvan het schadelijkst het onverklaarbare welbehagen in aristocratie en de grenzeloze hoogachting voor juristen. (blz. 56)
Voor de auteur ligt de stroom aan radicale geschriften aan de basis van de democratische tendens in de Amerikaans revolutie, in de Nederlandse Patriottenbeweging, en in de Franse revolutie. Ideeën waren echter niet genoeg, de leefomstandigheden waren schrijnend voor de grote massa. Het leek erop dat het leven vaak op een onnodig en vermijdbaar armoedige, beroerde, afhankelijke en onderdrukte manier geleefd werd. Mensen hebben daarover echter verkeerde ideeën en heropvoeding van het publiek is een cruciaal eerste stap op weg naar een rechtvaardige samenleving. Maar dat moest gepaard gaan met een grondige politieke omwenteling. ( blz. 61) Er was aarzeling om geweld goed te keuren, maar soms was het het enige, gaf Diderot toe. Het werk van ‘d Holbach, Systeme de la nature, kende een ongekende verspreiding door heel West Europa. Samen met andere werken groeide de stroom van revolutionaire literatuur in de jaren 1770-1780.
Opvallend is dat de Radicalen geen oplossing zien in de directe democratie naar Atheens model. Ze kiezen voor een systeem van gekozen vertegenwoordigers, (blz. 66) zonder enig erfrecht of privilege.(blz. 70). Het natuurlijk recht voor lidmaatschap van de nationale vergadering van vertegenwoordigers is voor burgers die het best geïnformeerd zijn, volgens sommigen de Achilleshiel van het radicaal programma.
De auteur beschrijft dan hoe Nederlandse radicale denkers zoals Rutger Jan Schimmelpenninck in het spoor treden van de Franse radicalen (blz. 73). Nadien bespreekt hij de Duitse denkers Lessing, Herder ( blz. 75) en Weishaupt (blz78) én Struenzee die in Scandinavië actief was.(blz 79). En hij besluit dat revolutie een ingewikkeld samenspel is van denken en handelen, dat zich in een bepaald tijdsgewricht stapsgewijs voordoet.

H3. Het probleem van gelijkheid en ongelijkheid: de opkomst van de economische wetenschap.
Het gelijkheidsbeginsel heeft al in de vroege, clandestiene Verlichting, met Spinoza en Bayle, een belangrijke rol gespeeld. De Radicale verlichting gaat uit van het principe dat alle mensen gelijke aanspraak hebben op geluk en derhalve op vervulling van materiële behoeften. Behoeften en inzichten van ieder mens zijn gelijk van gewicht. De RV maakte een einde aan het onderscheid tussen de theologische en de maatschappelijk status van de mens. Volgens Locke zijn mensen geestelijk gelijk voor Christus, maar niet gelijk als burgers, vandaar het verdedigen van de standenmaatschappij. Dit gaat terug op het filosofisch dualisme tussen lichaam en ziel. (blz. 92). Spinoza verwierp dit expliciet en in zijn zuivere seculiere ethiek is de idee van wederkerigheid en billijkheid in sociale verhoudingen, en ook in politieke verhoudingen, cruciaal.
Een breed uitgewerkte kritiek op maatschappelijke ongelijkheid – zoals hun kritiek op het erfelijkheidsprincipe - kwam pas in de tweede helft van de 18de eeuw, met Diderot en ‘d Holbach. Niet afkomst maar onderwijs maakt een mens geschikt voor hoge ambten, niet geboorte maar verdienste is het criterium.
Al waren ze voor gelijkheid, toch namen ze afstand van iedere intentie om de samenleving te nivelleren, of om een complete economische gelijkheid door te drukken. Want dit zou een nieuwe tirannie betekenen, en de vrijheid in het gedrang brengen. (blz. 95) Helvetius introduceerde een rechtvaardig evenwicht tussen de rijkdom van de ene burger en de andere. Dit moet de grondslag zijn van iedere politieke theorie. De algemene revolutie om dit te bereiken, moet vooral steunen op (het dogma van) de rede, met minimale wanorde en geweld. In hun denken streven ze naar een transformatie van denkbeelden over de diverse maatschappelijke standen. Zo opwaarderen ze het handwerk, het vakmanschap. Is een nijvere arbeider niet van groter nut voor een samenleving dan een nutteloze aristocraat? Zal de een rechtvaardiger samenleving niet eerder tot stand komen door de inzet van armen dan van rijken?
Het gelijkheidsdiscours kwam in botsing met de hoofdstroom van het Verlichtingsdenken, en vanaf 1760 met de economische wetenschap die daaruit ontstond als één van hun grootste intellectuele triomfen. De grondslag van de economie werd gelegd door drie pioniers: Turgot ( verdediger van de adel en nadien een machtig figuur in  de Franse regering), Beccaria, en Adam Smith, en dit tegen de achtergrond van de strijd tussen Radicaal en Gematigd Verlichtingsdenken. De centrale stelling van deze auteurs was dat er maatschappelijke vooruitgang en verbetering zal plaatsvinden als de wetten van de markt ruim baan en vrij spel krijgen. De kwestie van verdeling van rijkdom, en aanpak van armoede bleef buiten het gezichtsveld. De markt zou dat vanzelf oplossen. Deze vooruitgang is haalbaar, betoogden ze, zonder de principes van aristocratie en standenmaatschappij in het gedrang te brengen. Zij beklemtonen dat economie een zuivere wetenschap is van waarneembare natuurwetten. Maar eigenlijk zaten ze in de kluisters van hun ‘providentiële’ visie op menselijke vooruitgang. Smith stelde dat succes in zaken, net als hoge geboorte, moet worden gezien als teken van goddeloze gunst, en dat men rijkdom en uiterlijke eretekenen dient te beschouwen als gepaste beloning voor een deugdzaam leven en een beloning die de deugd maar zelden kan mislopen. (blz. 106) Later werd die taal wel afgezwakt maar verdwijnen deed de Voorzienigheid niet.
De laissez- faire economie en het radicaal – egalitaire denken kwamen voor het eerst met elkaar in conflict bij de pamflettenstrijd, de ‘graanoorlogen’. Deze strijd ontstond na de hongersnood in Frankrijk in 1769-70. Dit gebeurde nadat de graanhandel vrij gemaakt werd in 1764 onder invloed van Turgot en de nieuwe economische wetenschap . De Radicalen zullen daarop argumenteren dat de overheid nauwlettend moet toezien om speculatie, hamsteren, etc. te bestrijden. (blz. 111)
De gematigde verlichters konden hun ideeën in de realiteit omzetten, maar hun plannen mislukten. Ze waren ontoereikend voor het aanpakken van de grote structurele problemen waar Europa voor stond. In de periode 1770-90 groeide de verontwaardiging en de onvrede. Ze verloren het initiatief en het roer begon in handen te komen van de radicale verlichters, én van de regelrechte tegenstanders van elke verlichting, van de contra verlichtingscultuur.(blz. 115)

H 4. Het Verlichtingsdenken over oorlog en de zoektocht naar ‘eeuwige vrede’.
Minder oorlog kan er alleen komen door meer respect voor de ander. De gehele Verlichting veroordeelde de oorlog, waarom dan verschil maken tussen radicalen en gematigden? Omdat de anti-oorlogssentimenten in 18de -eeuws Europa en Amerika heel verschillende vormen en graden hadden.
Zo hekelde Herder de verlichte vorst Frederik de Grote die feitelijk bijdroeg aan een bijna permanente toestand van oorlog. In de visie van Frederik de Grote, Voltaire en de gematigde hoofdstroom van de verlichting waren oorlog, staande legers, de militaristische hofcultuur, de koloniën vast onderdeel van een wereld van vorsten en aristocratie. En van de Voorzienigheid. ( Ferguson) Eeuwige vrede was voor hen een utopische droombeeld van wereldvreemde mensen, gespeend van praktische zin. (blz. 119) Ook Rousseau wijst eeuwige vrede af, terwijl Kant daar wel voor opkomt, maar geen perspectief opent in zijn denken. (blz. 121).
De radicalen daarentegen leggen de oorzaak van oorlog bij de monarchie en de aristocratie. Ze wijzen er op dat politiek bijgeloof - geloven dat de monarchie, aristocratie, … de enig goede ordening is  bijna even sterk is als religieus bijgeloof en even universeel als werktuig van tirannie. Ook de notie van roem, verbonden aan de status van militair,- en bij uitbreiding het chauvinisme van de natie - is volgens ‘d Holbach een relict van de wilde toestand die bij volkeren heerste voordat ze beschaafd werden. (blz 124) Niet alleen monarchie en elke willekeurige heerschappij, maar ook koloniale expansie en ambitie en mercantilistische plannen om andermans handel met onderdrukking en geweld af te pakken zijn niet te verrechtvaardigen.
De radicalen waren niet pacifistisch, maar ze hadden een afschuw van oorlogen die om buit, prestige en territorium gingen, en niet om het verdrijven van een tiran, of het afweren van onrechtmatige agressie. En ook dan moet worden toegezien of er geen onrecht wordt begaan.(blz. 125)
Ze pleiten er voor om in het onderwijs de veroveraars niet op te hemelen, maar neer te zetten voor wat ze waren: de Spartanen waren barbarij, Alexander de Grote een neurotische veroveraar. Ze onderschreven de stelling van Hobbes dat een slecht mens niet wezenlijk verschilt van een deugdzaam mens, maar veeleer onrijp is, een soort groot kind. Ze menen dat de morele regels van gelijkheid van mensen in een rechtvaardige samenleving ook gelden tussen landen en samenlevingen, zodat de mensheid als geheel de universele samenleving vormt. (blz. 131) En ze pleitten voor een internationaal tribunaal van volkeren, een rechtbank der natiën, die morele principes in de plaats doen komen van rivaliteit en hebzucht.
Maar hoe kan er vrede zijn wanneer alle samenlevingen worden beheerst door intern geweld. Achteloos omgaan met andermans kwetsbaarheid, ellende, armoede, en zwakheid is een morele schande, een vergrijp tegen de mensheid. Er is dus een revolutie nodig om tot vreedzame samenlevingen te komen.

H 5 Botsing van twee typen moraalfilosofie.
De grote verscheidenheid van religies in de wereld neemt niet weg dat alle volkeren ongeveer op dezelfde wijze een noodzaak voelen om rechtvaardig te zijn. In ieder land worden deugden als goedheid, vriendschap, trouw, oprechtheid en dankbaarheid in ere gehouden. (blz. 139) De bron moeten we niet zoeken in één gebeurtenis of openbaring, maar in een universele moraal die puur seculier is en gebaseerd op de rede. Gelijkheid en wederkerigheid zijn de gulden regels. Dat religieuze voorgangers het oneens zijn komt doordat ze heer en meester willen zijn over alles wat de mensen doen en willen. De radicalen ontmoetten hier opnieuw de filosofische unitariërs en de socinianen. Het pleidooi voor een strikte scheiding tussen theologie en moraal, en de noodzaak van de zuivere rede deelden ze.
Daarmee komen ze in conflict met Rousseau en Hume, en met hen de gematigde verlichters, die de traditie, de praktijk, het menselijk gevoel voor het morele en het religieuze gezag als bepalend zien voor de moraal. Op verschillende punten komen de twee moraalcodes in conflict. De christelijke principes van compassie en vergeving staan in contrast met ideeën van rechtvaardigheid van de radicalen. Seksualiteitsbeleving, homoseksualiteit, beteugeling van verlangens, vrouwelijke ingetogenheid, celibaat, maar ook zelfdoding,… op al die punten verschillen ze van mening.
Niet de religie beteugelt menselijke harstochten, niet een moreel gevoelen maar een door onderwijs versterkte rede in combinatie met vrees voor smaad en straf. Voor de gematigden was dit maar camouflage voor losbandigheid. (blz. 150) En bovendien namen ze Diderot zijn ethisch universalisme kwalijk, zijn bewondering voor de moraal van Confucius en van Confucius’ Japanse discipel Moosi, die het beste uit de Shinto traditie omvatte, met als centraal uitgangspunt dat men mensen rechtvaardig moet behandelen, en dat mensen de deugd moeten beoefenen omdat alleen de deugd mensen zo gelukkig maakt als ze van nature maar kunnen zijn. Mensen kunnen deugen omdat ze redelijk zijn, zegt de Japanse wijsheid. (blz. 152)
Intussen gingen de radicalen niet geheel voorbij aan de uitspraak van Spinoza dat religie niet identiek is aan bijgeloof, en dat ‘ware’ religie een zinvolle herdefinitie toelaat. Spinoza verwees naar de morele richtlijnen in de boeken van het Oude Testament en vooral in het zuiver ethische onderwijs van Christus. Het juiste soort religie kan dienstig zijn, maar de hervorming van onderwijs, instituties en wet is meer dienstig om het valse morele bewustzijn te verdrijven. (blz. 164)
Diderot en ‘d Holbach gaven in navolging van Spinoza hun morele mechanica een vast vorm in het axioma dat alle menselijke emoties en verlangens aan dezelfde wetten onderworpen zijn dan alle lichamen in de natuur en dat ze regelmatig en gedetermineerd zijn, maar complex. Er is geen groots plan of doel dat het menselijk handelen dirigeert, maar een complex pakket van driften, neigingen en drijfveren. Deze benadering stelt hen in staat om zich een begrip van temperament, van persoonlijkheidsverschillen en van intelligentie te vormen dat genuanceerd en gevarieerd is. Een bewustzijn van het eigenbelang verbreedt en verdiept zich met de groei van het bewustzijn in het algemeen, (blz 167) waarin een centrale rol toegekend wordt aan rechtvaardigheid.
De correcte manier om de inhoud van de moraal te bepalen is eerst het universele en collectieve belang van de mens te bepalen. Geen mens kan uit het oog verliezen wat in zijn eigen belang is, zijn ware belang dat vereist dat men zich nuttig en aangenaam voor anderen maakt. De natuur doet de mens immers samenleven met anderen met dezelfde drijfveren. Om medewerking van anderen te krijgen moet men hen behandelen zoals men zelf behandeld wil worden. Door moreel te handelen, op basis van eerlijkheid, gelijkheid en wederkerigheid bevordert het individu zijn eigen geluk tegelijk met dat van anderen. Wordt het najagen van eigen belang op ervaring en rede gebouwd en heeft het als oogmerk nuttige dingen voor de samenleving, dan wordt het groot, nobel, subliem, eigenlijk wordt het de deugd zelf. Najagen van eigenbelang is verwerpelijk en minderwaardig bij wie blindelings opgaat in zichzelf, onoplettend en onverlicht. (blz 168) De mens is niet goed of slecht , maar verwerft morele eigenschappen door samenleven en onderwijs. Fout, zegt Richard , het morele bederf komt niet door onwetendheid, maar door aangeboren hoogmoed, eerzucht, begeerte, hang naar zingenot, en daar kan geen filosofie tegenop, alleen religie.
Morele vooruitgang is wel denkbaar, ook zonder religie, zeggen de radicalen, maar mensen moeten wel rechtvaardige wetten en overheden hebben, voordat er enig reëel uitzicht kan zijn op een toestand waarin ze rechtvaardig, gemodereerd en sociaal kunnen zijn. Eerst een revolutie in denkbeelden, dan een revolutie van daden, vreedzaam of met geweld. (blz 171)

H 6. Voltaire versus Spinoza: de Verlichting als filosofisch tweestromenland.
‘D Holbach betoogde dat mensen geen echte liefde en loyaliteit voor hun overheid zullen hebben wanneer ze niet beseffen wat de voordelen zijn van een rechtvaardig en onpartijdig bestuur. Daarom moeten we het volk verlichten via algemeen onderwijs. Maar zolang dat onderwijs in handen is van de kerkelijke overheden of alleen toegankelijk voor de adel, is men genoopt tot zelfstudie. Het geloof in de rede is niet eenvoudig, omdat men zich moet ontdoen van denkbeelden die je als kind zijn bijgebracht en niets is moeilijker dan dat. De vooruitgang van de menselijke geest is niet mogelijk zonder grote inspanningen, zonder grote weerstand te ontmoeten, en zonder revolutie. Het is bovendien een collectief proces.
Door hun historisch onderzoek en hun redactiewerk vormden Diderot en ‘d Holbach een brandpunt van de radicale denkrichting. De reikwijdte en betekenis van de revolutie van het denken was al in 1770 duidelijk door de grote invloed van hun geschriften.
Niet toevallig zal Voltaire de laatste 10 jaar van zijn leven vooral in discussie gaan met de radicalen. Hij concentreerde zich op het bestrijden van spinozisme, atheïsme en materialisme. Hij gaf in zijn laatste werk wel toe dat de goddelijke kracht gelokaliseerd moet zijn in de natuur, maar verder ging hij niet. Hij bleef vasthouden aan de Schepping, aan de onveranderlijkheid van soorten, en aan de leer van Newton dat de regelmatigheid en ordening van het planetenstelsel een combinatie van interactieve wetten laat zien die door een enkele Intelligentie op touw gezet moet zijn. Dit moet de basis zijn van een metafysica. En deze Intelligentie ligt ook aan de basis van de moraal, eenzelfde systeem van goed en kwaad dat grotendeels terugkomt in alle religies en dat dus aan de mens geschonken is door de allerhoogste intelligentie, en dat inherent moet zijn aan de providentiële orde, iets wat de mens via ervaring ontdekt.(blz. 182)
Het tweespalt bleef onoplosbaar, en het schisma van de Verlichting was een publieke en onherstelbare zaak geworden. Aan de wortel van deze ramp lag voor Voltaire de leer van de ene (materialistische) substantie van Spinoza. Voltaire beproeft de gelijkstelling van God en natuur bij Spinoza en merkt op dat Spinoza ziet dat er niet aan te ontkomen valt een zowel noodzakelijke als intelligente macht in de natuur te erkennen, een Intelligente macht die noodzakelijkerwijze denkkracht bezit en dus een denkrichting, een Voorzienigheid.
Maar als God werkelijk de kosmos geschapen heeft, antwoordde Diderot en ‘d Holbach, dan zou niet alleen de orde maar ook de wanorde en geweld, de boosaardigheid en onderdrukking voortvloeien uit de Voorzienigheid, die dan wel onredelijk zou moeten zijn.
Spinoza was ontspoord, zei Voltaire, door zich voor te stellen dat de natuur zichzelf schept. Dit dwong hem in een evolutionaire richting, lijnrecht in tegenspraak met Voltaires leer van de Goddelijke schepping en de onveranderlijkheid van soorten. Voltaire kloeg er in 1770 over dat steeds meer mensen de nieuwe filosofen volgden, en hij raakte verbitterd.
De aanhoudende ‘oorlog’ tussen Gematigde en Radicale Verlichting was in de eerste plaats filosofisch maar lang niet alleen. Voltaire levenslange strijd voor meer tolerantie en zijn streven om bij de hogere lagen van de samenleving de kerk in diskrediet te brengen waren een poging om de wereld te veranderen in verbondenheid met de Europese adel en vorstendommen. Hij wilde de kerkelijke macht en theologie ondergraven, maar het geloof van het gewone volk intact laten. Het gewone volk behoefde een rem op de weerbarstige hartstochten, en dat kan alleen van de religie komen. Vandaar dat hij er op bleef hameren dat men het volk niet kan en mag ‘verlichten’. Door die positie kon hij zich politiek en cultureel niet permitteren op te schuiven naar de radicalen.

H 7. Besluit
Aan het einde van de jaren 1770 was de tweespalt in de Verlichting openbaar en onherstelbaar, en de radicalen hadden de overhand gekregen. De radicalen verspreiden dan wereldwijd een revolutionair bewustzijn, zoals bijv Volnay in het Midden Oosten. Zij zetten hun filosofie om in effectieve ideologie in een stroom van clandestiene publicaties. Hun doel was een transformatie van het politieke en maatschappelijke kader van het moderne leven. De verbreiding van de Radicale Verlichting is de belangrijkste factor van hoe en waarom de Revolutie zich ontwikkelde zoals zij zich ontwikkelde door op alle fronten de principes van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid in de plaats te stellen. (blz 193) De auteur poneert dit, afwijkend van de historici die niet wilden weten van de rol van ideeën in het ontstaan van de revolutie.
De Radicale Verlichting krijgt nog maar sinds kort aandacht van historici. Dit verklaart waarom de verhouding tussen Verlichting en Revolutie nog altijd heel gebrekkig is.

De Franse revolutie kwam en ging. Zij wist geen werkbare democratische republiek te vestigen. De duistere kant van de revolutie kwam niet van de radicalen maar van de Rousseau- richting. (blz. 198) Daarop hebben historici niet voldoende gewezen. Na de val van Robespierre kreeg de rede weer de bovenhand, tot de consolidatie door Napoleon. Ook na die periode blijven restanten van het radicale denken overeind, tot het uiteindelijk zal doorbreken vanaf 1945.

Unitarisme als christelijke strekking verwerpt de drieeenheid van God, en ontkent dat Jezus Christus goddelijk is. Bron Wikipedia.

De radicalen verwierpen het moreel gevoel als het niet huist in iets van fysieke aard. Ze verwerpen elk idee van een ziel, of een andere substantie naast het lichaam, die altijd gepaard gaan met pogingen om de rede in te perken. (blz 157)

Morele mechanica, omdat de Radicalen uitgaan van rede en wetenschap en de enige wetenschap in die tijd is de natuurwetenschappen.

Wat met de vrije wil van de mens, die de radicalen ontkennen. Dat wordt hier niet uitgewerkt.



Jones E. Stanley, The Christ of the Indian Road, Nederlandse vertaling door Johanna E. Kuiper: ‘Christus langs den Indischen Heirweg’, uitg. H.J. Paris, Amsterdam, 1927 (voorgesteld op vrijdag 5 mei 2017 door Jacqueline Conings)

Eli Stanley Jones (1884-1973) was een Amerikaanse methodisten predikant die zich geroepen voelde om als zendeling te gaan werken in Indië. Het land  stond toen nog onder Brits bestuur, tot groeiend ongenoegen van de bevolking die snakte naar onafhankelijkheid. Westerse zendelingen werden vaak gezien als vertegenwoordigers van het gehate Britse rijk.
Godsdiensten in Indië:
-hindoeïsme: de eeuwenoude inheemse religie
Begin XXste eeuw was het kastenstelsel nog volop gangbaar met 60 miljoen ‘onaanraakbaren’.
-reeds vanaf de 7de eeuw werd Indië geteisterd door invasies van moslims die met bloedig geweld de islam wilden opleggen (‘Indiase holocaust’ waarbij miljoenen hindoes werden uitgemoord); spanningen tussen moslims en hindoes
-boeddhisme, christendom en nog andere minderheden

Stanley Jones deed de eerste 8 jaar van zijn verblijf in Indië verschillende soorten missionair werk onder de lokale bevolking. Daarnaast leidde hij een bijbelstudie groep in een clubhuis voor hindoe- en moslimleiders.
Na acht jaar was hij volledig opgebrand, zowel lichamelijk als mentaal. Hij voelde zich niet opgewassen tegen zijn taak en werd gepijnigd door de vraag of hij zijn werk als zendeling definitief moest opgeven en terugkeren naar Amerika.
Tijdens zijn gebed leek een stem te zeggen:
Ben je klaar voor het werk waartoe Ik je geroepen heb?’
‘Nee...’
‘Als je dat aan Mij overlaat en er niet over piekert, zal Ik er zorg voor dragen.’
SJ schrijft dat op dat ogenblik een diepe vrede in zijn hart neerdaalde. Het was een keerpunt voor zijn hele verdere leven en werk. Vanaf dat ogenblik was hij niet meer moe, want:
Christus zelf nam het over, met zijn Leven en Vrede en Rust’ schrijft hij.

Hij werkte vanaf dan onvermoeibaar door tot op hoge leeftijd. Hij hield twee tot zes keer per dag voordrachten of preken en schreef achtentwintig boeken. Het verschil met de eerste acht jaar in Indië was, dat hij niet langer werkte vanuit eigen kracht, maar vanuit de kracht van de levende Christus zelf. Wegens zijn vruchtbare missionaire arbeid werd hij een tweede Paulus genoemd.
Hindoes en moslims bestookten hem soms urenlang met moeilijke vragen, maar hij ging de confrontatie nooit uit de weg en stelde zich altijd respectvol op. Hij had contacten met vele leidende figuren.
SJ was bevriend met Mahatma Gandhi en schreef een biografie over hem.
Martin Luther King ontdekte in de jaren ’60 deze biografie, die hem op zijn beurt inspireerde en grote invloed heeft gehad op de geweldloze strijd voor de erkenning van burgerrechten van Afro-Amerikanen (vgl. de marsen onder leiding van  King met de ‘zoutmars’ onder leiding van Gandhi).
In 1925 schreef SJ zijn eerste boek: ‘The Christ on the Indian Road’. Tot zijn eigen verrassing werd het meteen een bestseller.

VOORWOORD

De christelijke missies in Indië zijn in een crisis gekomen. We staan voor nieuwe uitdagingen. Om hiermee om te kunnen gaan moeten we Christus onverschrokken volgen op ongebaande paden.
Waarschuwing: dit boek is geen Indiase interpretatie van Christus, maar probeert te beschrijven hoe Christus op de Indiase Weg “genaturaliseerd” wordt.

INLEIDING
OPHELDEREN VAN DE KWESTIES

Stanley Jones (SJ) vertelt dat hij zijn aanpak als christelijke missionaris gaandeweg vereenvoudigde. Aanvankelijk legde hij de hele bijbel uit, van Genesis tot Openbaring, plus de geschiedenis van de westerse kerk en beschaving, maar dat werkte niet. Hij had het gevoel dat hij niet naar de kern ging en besloot uiteindelijk dat hij niets anders wilde kennen dan ‘Christus en die gekruisigd’.
Hij begreep dat het evangelie bestaat in de persoon van Jezus, dat Jezus zelf het goede nieuws is. Jones’ enige taak bestond erin om Jezus in woord en daad na te volgen en hem voor te stellen aan de Indiërs.
Deze nieuwe aanpak vereenvoudigde niet alleen de evangelieverkondiging, maar maakte ze ook levenskrachtig. Alle vragen vielen op hun plaats in de persoon van Jezus.
SJ geloofde nog steeds dat vóór de komst van Jezus het Oude Testament de hoogste openbaring van God was, maar het hoogtepunt werd bereikt in Jezus.
SJ wilde daarom niet langer werken vanuit een onvolmaakter stadium van openbaring, maar direct vanuit het volmaakte dat aanwezig is in Christus.
Het draait alléén om Jezus, niet om de christelijke kerk en beschaving, want die hebben heel de geschiedenis door al te dikwijls het verkeerde voorbeeld gegeven (bijvoorbeeld de gedwongen bekeringen van hele volkeren onder Constantijn, Karel de Grote, keizer Vladimir van Rusland, de slavenhandel door christenen…).

Het is van cruciaal belang dat de Indiërs ontdekten dat christendom en Jezus niet samenvallen, dat ze Jezus kunnen ontvangen los van het westerse systeem. Christus is het centrum van christen zijn; niets anders dan volledige toewijding aan hem en leven in zijn geest maakt iemand tot een ware christen.

I DE BOODSCHAPPER EN DE BOODSCHAP

SJ’ methode:
NIET:
-de zwakke punten van andere religies aanvallen
-aantonen dat christendom de oude religies vervangt
-vertrekken van onderwerp dat voor iedereen belangrijk is
WEL:
-volledige transparantie in de communicatie, de toehoorders moeten exact weten wat ze te horen zullen krijgen, nl.: Christus!
-van tevoren aankondigen dat de religie van de toehoorders niet wordt aangevallen,
er wordt enkel een positieve voorstelling van Christus gegeven
-na een lezing: gelegenheid om vragen te stellen, moeilijke onderwerpen niet uit de weg gaan
-er worden niet-christelijke leiders van de stad worden gevraagd om de samenkomsten voor te zitten, de christenen zijn in de minderheid
-christendom bestaat uit Christus, niet de westerse beschaving of de kerkelijke traditie; christen worden = Christus volgen!
-nadruk op christelijke ervaring in plaats van discussie 

Dus: breng CHRISTUS en niet ‘christendom’ of de eigen agenda!
Breng een Christus die in de cultuur van Indië is ingebed, met respect voor de individuele en nationale eigenheid, want Christus is de ‘Broeder van de mensen’.
Vgl. 2 Kor. 4:2-5: Christus de Heer verkondig ik, niet mijzelf.
SJ: ‘Laat Jezus zelf tot ieders geweten spreken, want hij en de ziel zijn voor elkaar gemaakt.’

Vergelijk dit met Paulus’ toespraak in Athene. Hij sluit aan bij hun religieuze gevoelens, hij verwijst naar hun altaar ‘voor een onbekende God’, hij spreekt in algemeenheden over God, maar hij verzuimt om over Christus te spreken… en zijn prediking had geen enkel effect! Hij kon in Athene geen gemeente stichten en leerde uit deze ervaring:
‘Ik besloot niets te weten dan Christus en die gekruisigd.’

Uitspraak van een Hindoe: ‘De christelijke missionarissen hebben ons een Christus voorgehouden volledig bedekt door hun christendom. Zij hebben onze religieuze doctrines aangevallen, en daarop hebben wij onszelf verdedigd.’
Uitspraak van een Brahmaan: ‘Niet de Christus van de geloofsbelijdenis en van de kerken, maar een ‘genaturaliseerde Christus’,  de Jezus die door Indië trekt zoals eertijds door Galilea en het koninkrijk Gods verkondigt aan de armen, de zieken, de uitgestotenen en ook de rijken.’

II MOTIEF EN DOEL VAN DE CHRISTELIJKE MISSIES

SJ: ‘Als christendom het niet waard is om te worden verspreid, is het ook niet waard om het te behouden’

Vroegere motieven van missies:
-mensen redden van de hel
-na WO I: verbreiden van democratie als redmiddel voor alle kwalen van de mensheid
-brengen van westerse beschaving aan ‘de wilden’

De Europese oorlogen leerden: er zijn geen ‘christelijke naties’ want we zagen hoe het heidendom doorheen het cultureel en christelijk vernis heen breekt. Er zijn alleen christelijke individuen en groepen, de naties zijn slechts gedeeltelijk gechristianiseerd.
Dus: in Indië geen kopieën maken van de westerse cultuur; de westerse kerkelijke en theologische systemen niet opleggen aan Indië.
De vertaling van het evangelie naar de westerse context (ook al heeft het gewerkt in het westen) is niet overdraagbaar naar een oosterse context.

Maar Jezus zelf is universeel, want hij spreekt tot het hart en dat is universeel menselijk.
Volgens SJ zijn er 3 universele noden, zowel in het oosten als in het westen:
1° een geschikt doel voor de persoonlijkheid
2° een vrij, vervuld leven
3°God

Mensen twijfelen vandaag aan God (door het onrecht in de wereld enz…)
Maar als God zoals Christus is, als Jezus ons God leerde kennen, dan is Hij een goede God, vol liefde en erbarmen. Dat is het grootste nieuws dat mensheid ooit te horen kreeg: God is zoals Christus.
Daarom is er voor de mens geen hoger ideaal dan te zijn zoals Christus, want:
-hij is het doel voor hun persoonlijkheid
-hij maakt het leven vrij en vervuld
Volgens SJ loopt alle vooruitgang in India stuk op religieuze en culturele barrières zoals fatalisme, zowel in de hindoeleer van ‘slecht karma’, als in de moslim overtuiging van ‘de wil van Allah’.

Gandhi had moslims en hindoes verenigd omdat ze onder zijn bezieling hun verlammende geloofsovertuigingen overstegen. Ze hadden een gemeenschappelijk ideaal dat noch hindoeïstisch noch islamitisch geïnspireerd was.
Maar terwijl Gandhi in de gevangenis zat stortte de beweging die hij op gang had gebracht, in.
Het gemeenschappelijk ideaal voor alle geloofsovertuigingen om uit de impasse te geraken zou de persoon van Christus kunnen zijn.
God als onpersoonlijke kracht werkt niet.
God-in-zichzelf zoeken werkt ook niet, dit is als zichzelf aan het eigen haar omhoog trekken.
‘God zoeken’ helpt evenmin,  maar God vinden in Christus werkt wel!
Hoe meer het Christusbewustzijn verdiept, hoe meer het Godsbewustzijn verdiept.

Het verschil met andere religies en levensbeschouwingen is dat zij Christus niet hebben. Hij is essentieel voor de mens, hij is het centrum van het morele en spirituele universum. Hij is geïncarneerd in de menselijke noden; hij is ons motief en ons doel.
Het verkondigen van zijn exclusiviteit wekt irritatie en tegenspraak op; je kunt dit natuurlijk niet opleggen aan mensen, alleen maar delen vanuit je eigen ervaring.
Het gaat er niet om zoveel mogelijk zieltjes te winnen!

III HET TOENEMENDE MORELE EN SPIRITUELE OVERWICHT VAN JEZUS

Jezus gaf ons twee gelijkenissen voor het Koninkrijk Gods:
de gelijkenis van het mosterdzaad: dit slaat op de groei van de kerk en is uiterlijk zichtbaar. Ten tijde van SJ waren er 1 miljoen nieuwe christenen op 10 jaar tijd, voornamelijk ‘onaanraakbaren’ . Deze voorheen verachte en vertrapte mensen hebben zich opgericht en hebben passief verzet geleerd (voorbeeld: zij zetten zich neer op een voor de lagere kasten verboden weg, tot er uiteindelijk een petitie werd aangeboden om alle wegen ook voor de laagste kasten open te stellen).
de gelijkenis van de zuurdesem: dit slaat op de verchristelijking van binnen uit: hart en geest worden doordrongen van christelijke waarheid, ook bij niet-christenen.
Zo is er in de hogere kasten een beweging naar de persoon van Christus waar te nemen.
-Moslims noemden Gandhi ‘that Christlike man’
-Hindoes zagen Gandhi als reïncarnatie van Jezus, of ‘moderne Christus’
-Indiërs zagen een parallel tussen het lijden van Jezus (Calvarieberg) en het lijden van Gandhi (gevangenis),  de ene voor de zonden van de wereld, de andere voor de vertrapten van de wereld.
-De Indiase samenleving raakt doordesemd van de ‘Christ-cult’: liefde, dienstbaarheid en zelfverloochening - dit alles buiten de kerk om, eerder als atmosfeer dan als organisatie.
-Het christendom breekt door de grenzen van de kerk heen; dit ‘outside Christianity’ gaat recht tot in het hart van de dingen; christen zijn is zijn als Christus.
Rituelen en doctrine zijn van weinig nut als ‘zijn als Christus’ niet het voornaamste kenmerk is van de kerkmensen, als de kerk niet het centrum is van de geest van Christus.
- Alhoewel hij nooit openlijk een volgeling van Jezus wilde worden, trachtte een  ‘christelijke Brahmaan’ te leven volgens de principes en geest van Jezus.
Hij zei tegen SJ: ‘Wees niet ontmoedigd want u weet niet hoe ver het evangelie al gekomen is.’

Ondanks de onvolmaakte uiterlijke expressie van het christendom komt het erop aan om ‘het geknakte riet niet te breken’, naar het voorbeeld van Jezus die steeds naar het  hart van de mensen keek en zei:
‘Ik heb nog andere schapen, die niet tot deze schaapstal behoren – zodat er één kudde en één herder zal zijn.’

IV JEZUS KOMT LANGS ONVERWACHTE KANALEN
HET AANDEEL VAN MAHATMA GANDHI

Gandhi noemde zichzelf een Hindoe, maar door zijn leven en voorkomen en methoden heeft hij voor een groot deel bijgedragen aan de belangstelling voor Christus.
Gandhi had begrepen dat er twee wegen waren om India naar de vrijheid te leiden:
-ofwel door geweld van de kant van bepaalde moslim leiders
-ofwel door geweld van de Bengaalse anarchisten
Gandhi verwierp geweld omdat hij met heel zijn wezen geloofde in:
-een ander soort macht: de macht van de ziel of de macht van het lijden
-een ander soort overwinning: de innerlijke overwinning van zichzelf, als voorloper van een nationale overwinning; de zuivering van het sociale en politieke leven van binnenuit.
Voor de eerste keer in de geschiedenis verwierp een natie fysieke kracht en verving deze door geestkracht.
In feite is dit een meer christelijke weg dan meestal in het westen werd toegepast!
SJ: ‘Als Indië Gandhi’s programma werkelijk in praktijk had gebracht, dan zou geen enkele natie aan India het recht op het morele leiderschap van de wereld hebben onthouden.
India zou ons dan een weg uit de vicieuze cirkel van het militarisme hebben getoond.
De uiteindelijke macht van de wereld ligt in de geest:
‘Niet door kracht of geweld, maar door Uw Geest” (Zacharia 4:6)

De beweging faalde omdat er geweld in sloop, maar was toch geen mislukking omdat er een geestelijk kapitaal in India werd gestort dat nooit verloren zal gaan. Het kruis werd begrijpelijk en vitaal.
Voorheen was dit ondenkbaar wegens de doctrine van karma, die eist dat je tot de laatste cent je schulden uit vorige levens moet afbetalen. Het is de wet van beloning en straf. SJ zag dat dit in Indië uiteindelijk verlammend werkte, want als alle lijden het gevolg is van fouten in vorige levens dan is het onverschillig of je iemand helpt of kwetst, alles is immers overeenkomstig zijn karma.

Gandhi leerde dat iemand lijden vreugdevol op zich kan nemen voor een groter doel.
Een Hindoe denker zei:
Wat de missionarissen in 50 jaar niet konden bereiken, heeft Gandhi door zijn leven en gevangenschap gedaan, nl. de ogen van India naar het kruis gericht.’
Hindoes en moslims begrepen dat Christus op een of andere geheimzinnige wijze geïdentificeerd wordt met de pijn en de onderdrukking van mensen.
Christus lijdt in het lijden van mensen.

De Non-Cooperation Movement (geweldloos verzet) werd door Indiërs gezien als een toepassing van de principes van Jezus op de politieke situatie van de jaren ’20 in Indië. Maar sommige Hindoes wezen deze beweging af omdat ze noch hindoeïstisch noch islamitisch was, maar ‘christelijk’!

Toen de menigte eens te hoop liep voor een toespraak van Gandhi, haalde hij een Nieuw Testament onder zijn kleding vandaan en las de Zaligsprekingen voor, zeggende: ‘Dat is mijn toespraak voor u. Handel ernaar.’

Niet-christelijke Indiërs lazen uit het Nieuwe Testament en zeiden:
‘Wij weten nu wat het voor jullie christenen betekent om te lijden voor Christus.’

Het principe om te overwinnen door geestkracht paste Gandhi niet alleen toe tegenover het Britse bestuur maar ook tegen zijn eigen volk, als ze volgens hem verkeerd zaten.

Voorbeeld: een jongen uit de ashram van Gandhi had tegen hem gelogen. Gandhi begon te vasten. Het lijden van Gandhi, die van hem hield, werkte op het geweten van de jongen die gelogen had. De conclusie was:
Als een man het op zich nam om te lijden om een jongen terug te brengen van de leugen tot de waarheid, hoeveel te meer was dit dan het geval als er iemand zou zijn die heilig genoeg was om de zonde van heel het menselijk geslacht op zich te nemen om ons terug te brengen tot het goede en tot God.’

Voorbeeld: de moslims en hindoes waren verenigd in Gandhi, maar terwijl hij in de gevangenis zat waren ze verdeeld en wantrouwig. Hij slaagde er niet in ze opnieuw tot eenheid te brengen, terwijl dit noodzakelijk was voor het verwerven van hun onafhankelijkheid.
Gandhi vastte toen 21 dagen als plaatsvervangende boetedoening voor zijn volk.
Op de 10de dag kwamen ze overeen om godsdienstvrijheid te erkennen, wat een grote stap voorwaarts betekende. Tot dan toe werd een moslim die de islam verliet, gedood; een hindoe die het hindoeïsme verliet, wachtte sociale uitsluiting.
De geest van Gandhi werkte in zijn volk, zoals de geest van Jezus werkte in Gandhi.


Een tegenstander van het christendom zei:
‘Ik begreep de betekenis van het christendom niet tot ik het zag in Gandhi.’

Er is een verschil tussen geestelijke conditie van mensen die strijden met geweld en zij die geen geweld gebruiken:
-bij oorlogvoering met militaire wapens ontstaat er geestelijke afstomping
-bij geweldloze strijd zoals Gandhi: verdieping van gevoel voor morele waarden en spiritualiteit, leidt tot zelfverloochening

V LANGS DE REGULIERE KANALEN
EVANGELISATIE

In Indië werd de bodem klaargemaakt voor het christendom door decades van missionaire activiteit, de tijd van SJ was rijp voor een andere benadering.

Slagzin: ‘Evangeliseer het onvermijdelijke’
Vgl. Labor in Groot-Brittanië werd verchristelijkt in plaats van over te laten aan de vijanden van het christendom. 
(Vgl. in Vlaanderen het werk van Daens en Cardijn onder de arbeiders.)

Doel van SJ: zich niet bemoeien met de sociale of politieke hervorming, maar het beste uit de nationalistische beweging benutten en de Indiërs tonen wat hijzelf in Jezus gezien had.
SJ organiseerde ‘Ronde Tafel Conferenties’, waarbij iedere deelnemer de ruimte kreeg om vrijuit te spreken over wat zijn religie voor hem betekende.
Voorzitters: rechters, advocaten, generaals, schooldirecteuren, professoren, Hindoe en moslimleiders.
Plaatsen: leslokalen, open ruimten, gemeentelijke vergaderzalen, ruimten in hindoetempels of theosofische hallen, zelfs in het paleis van sultan Tippu of van een Maharaja.
Er werden nooit vergaderingen voor moslims en hindoes belegd in christelijke kerken, wegens de vooroordelen!
SJ’ ervaring: 9/10 van de Indiërs bejegende hem zeer hoffelijk ondanks meningsverschillen

Er was zelfs een ultra-orthodoxe Hindoe-universiteit waar hindoe geloof & cultuur werd gepropageerd die SJ uitnodigde om te spreken over Christus en het kruis.
Een professor zei tegen studenten:
‘Er is in de geschiedenis nooit iemand geweest zoals Jezus, hij is de grootste persoonlijkheid die er ooit geweest is in de wereld. Vandaag is het een hindoe-feest, en we kunnen dit niet beter beginnen dan opnieuw te horen over deze Persoon.’

Leider van theosofen zei na samenkomst:
‘We zijn het misschien niet eens met hetgeen mijnheer Jones zegt, maar wij kunnen zeker allemaal trachten te zijn zoals Jezus Christus!’

Volgens SJ moet er op twee fronten worden gewerkt:
1° de kerk moet gespiritualiseerd worden
2° de niet-christen gewonnen voor Christus

Daarom: ochtendsamenkomsten voor christenen en avondsamenkomsten voor niet-christenen. Beide horen samen; de kerk kan niet vergeestelijkt worden los van zijn taken.
Het gaat eerst om het ervaren van Christus en dan om met die ervaring aan de slag te gaan in de dagelijkse realiteit.

VI DE GROTE HINDERPAAL

In India jaren ’20 gebruikte prof. Miller de term ‘oppressie psychosis’.
Oppressie = heersen van een groep tegenover een andere: politiek – economisch – cultureel, apart of gecombineerd (zoals Indië door het westen)
Psychose = aanhoudende mentale toestand die ontstaat als de ene groep de andere onderdrukt

Ten gevolgen van deze psychose heerst er bittere kritiek en is het psychologisch onmogelijk om westerse dingen te waarderen en openlijk te erkennen.
De enige oplossing voor Indië is zelfbestuur.

Om deze reden wordt Christus alleen aanvaard dankzij de loskoppeling van de westerse kerk en cultuur, en enkel voor zover missionarissen dienaars zijn van de Indiase bevolking en niet van Britse regering.
Maar juist daardoor zien Indiërs ook het onchristelijke van de westerlingen als ze neerkijken op de Indiërs alsof deze minderwaardig zijn. De westerse christenen richtten hun eigen witte kaste op, te vergelijken met de Brahmanen.

De hindoes ontdekten dat Jezus niet kijkt naar kleur of ras of afkomst, maar naar de de persoonlijkheid op zich. Ze hebben geen probleem met Jezus, maar wel met christenen die niet op Jezus gelijken!
Oost en west hebben Christus even hard nodig.

Een Bengaalse dichter vond dat er in Europa geen plaats voor Christus is want Europa is uit op oorlog, op macht en winst. Hij schreef:
‘Kom terug naar Azië, heer Christus! Leraar van liefde, kom in onze harten en leer ons het leed van anderen te voelen, om de melaatse en de paria te dienen in alomvattende liefde.’

SJ zei tegen Gandhi hoe zeer hij verlangde om het christendom genaturaliseerd te zien in Indië, zodat het geen vreemd ding zou zijn, afkomstig van een vreemd volk en regering, maar deel van het nationale leven in Indië en door zijn kracht bijdragend tot de verheffing en bevrijding van Indië. Hij vroeg wat Gandhi voorstelde om dit mogelijk te maken. G antwoordde:
1° Dat alle christenen meer zoals Jezus Christus beginnen te leven
2° Breng uw godsdienst in praktijk zonder ze te vervalsen of af te zwakken
(d.w.z. geen ontmand christendom, maar in al zijn eenvoud en hoge eisen)
3° Leg de nadruk op de liefde, want liefde is het middelpunt en de ziel van het christendom (liefde niet als sentiment maar als werkzame kracht)
4° Bestudeer de niet-christelijke religies en culturen met meer sympathie om er het goede in te vinden, zodat u de mensen met meer sympathie kunt benaderen.

De vraag van de Indiërs aan het Westen is om méér christelijk te zijn!

VII VRAGENUUR

Na elke samenkomst bood SJ de gelegenheid om vragen te stellen. Zijn gesprekspartners waren niet zelden mensen die grondig doorkneed waren in hun eigen religieuze tradities en die hem het vuur aan de schenen legden.
Toch ging hij de confrontatie nooit uit de weg. Hij ging er van uit dat het niet nodig was om het christendom angstvallig te beschermen tegen aanvallen. Het moet juist midden in het leven geplaatst worden, want Christus is in de realiteit geworteld, hij is de realiteit zelf.
De menselijke geest grijpt zich als een zoekende wijnrank vast aan dat wat soliede is en zal zich daarom aan Jezus hechten, want hij is de soliede realiteit.

Jezus bracht niet ‘een’ weg voor het leven, hij bracht het Leven zelf.
Hij kwam niet om een stel waarheden te brengen naast andere waarheden, hij is de Waarheid zelf. Wie diep genoeg zoekt naar de waarheid, zal uiteindelijk bij hem uitkomen.
Jezus is ultieme waarheid, ultieme liefde, ultieme puurheid, ultieme zelfverloochening

VIII JEZUS DOOR ERVARING

Religie = 1° het leven van God in de ziel 2° uitlopend in het Koninkrijk Gods op aarde
Eerst en vooral moet het leven van God in de ziel worden gerealiseerd.
Als dat niet gebeurt verwatert religie tot een doods ritueel.

We hebben het onverdiend gekregen, dus is het niet arrogant om het te delen met anderen, we hebben geen eigen verdiensten; we zijn alleen maar getuigen van de Gever.

De eerste leerlingen van Jezus herdachten niet hun herinneringen aan hem, maar beleefden zijn levende, verlossende, actuele Aanwezigheid: ‘Christus leeft in mij!’
Daarin zat de kracht van hun prediking.
SJ had dezelfde ervaring. Zijn eigen getuigenis van de levende Christus was datgene wat niet-christenen wilden horen. Zij vroegen hem telkens opnieuw om dit zo precies mogelijk te vertellen en uit te leggen hoe ze hetzelfde konden ervaren.
Het maakte een diepe indruk.
Een hindoe verklaarde dat volgens hem SJ bevrijd was uit de eindeloze reeks van reïncarnaties!
Een andere hindoe zei:
‘De kracht achter alles is extreem rechtvaardig (karma), maar de mens dwaalt en is fragiel. Ik zou willen dat er een vriendelijke God was die mijn zwakheid begrijpt en die mij losmaakt uit zonde en verleiding.’
Deze man had meer nodig dan Jezus als Voorbeeld/Leraar/Wijze – hij verlangde naar een Verlosser, een Herschepper, hij zocht geen waarheden maar Leven.

IX WAT? OF WIE?

Het gaat om Christus, die ons verenigt, niet om doctrines die ons verdelen.
Met andere woorden: het gaat er niet zozeer om ‘wat’ we geloven maar in de eerste plaats in ‘wie’ we geloven.

Niet een doctrine of onderricht kan een mens redden, alleen een Persoon.
De juiste visie zuiver houden is de beste manier om kleingeestige verdeeldheid te voorkomen. Het gaat niet om loyaliteit aan een geloof (dat leidt tot geestelijke dood), maar om loyaliteit aan een Persoon (dit maakt geestelijk levend). 

Heiligmaking en vervulling met de Geest vanuit Christus is onontbeerlijk,  anders wordt prediking van heiligheid ‘hol’, geen ‘holiness’ maar ‘hollowness’.
Om dicht bij de inspiratie van de Schrift te blijven moeten we dicht bij Jezus blijven.

X CHRISTUS EN DE ANDERE RELIGIES

De islam vroeg aan het hindoeïsme absolute overgave en een volledig uitwissen van het verleden, in ruil voor de voorschriften van Mohammed. 
Het hindoeïsme verzette zich hier tegen, want zijn leven in alle aspecten was erbij betrokken.

Vraagt Jezus eveneens om alles op te geven? Neen, want Jezus kwam ‘niet om op te heffen maar om te vervullen’. Alles wat er goed was in de Wet en de Profeten verzamelde hij en gaf het een nieuwe expressie. Hetzelfde kan hij ook in Indië doen met al het waardevolle van het hindoeïsme, namelijk:

*Het besef dat de ultieme realiteit geest is
Het westen stelt het materiële boven spirituele, Indië stelt het spirituele boven het materiële.

*Het gevoel van eenheid in alles, van eenheid van alle leven, van een betekenisvol universum. In overdreven vorm verwordt dit tot pantheïsme (alles en iedereen is goddelijk, er is geen persoonlijke God) maar in het christendom wordt het eerder panentheïsme (alles is ‘in’ God, Hij is de drijvende kracht achter het universum maar valt er niet mee samen; God is zowel transcendent als immanent).

*Er is rechtvaardigheid in het hart van het universum
In een mildere vorm kan de harteloze, ijzeren wet van karma een te gemakkelijke vergeving corrigeren.

*Passie voor innerlijke vrijheid: uit de slavernij van het uiterlijke breken

*De hoge kost van religieus leven
Religie vraagt alles en omvat alles: dit is een correctie op Westers denken en handelen in vakjes waar het religieuze bijvoorbeeld beperkt blijft tot kerkbezoek op zondag.

In de jaren ’20 was het hindoeïsme in verval geraakt; de leiders beseften dat er nieuwe impulsen nodig waren. De erfenis van het hindoeïsme kan niet in de oude vormen worden bewaard; er moet een nieuwe vorm komen. Sommige Brahmanen besloten daarom om christelijke samenkomsten te houden in de binnenhof van een hindoe tempel, die ze speciaal voor deze gelegenheid hadden versierd! SJ sprak er over de universaliteit van Jezus.
Uitspraken van hindoes:
Denkt u niet dat het hindoeïsme geleidelijk zal evolueren en veranderen in christendom zonder zijn goede punten te verliezen?’
‘Het hindoeïsme nieuw leven inblazen is enkel mogelijk door de geest van Christus.’
‘Christus is de enige hoop van het hindoeïsme.’

Beeldenstorm is gemakkelijk, maar alhoewel het veel moeilijker is om alle ethische en spirituele waarden te verzamelen die het waard zijn om behouden te worden, is dit veel vruchtbaarder.
God was vóór ons al in het oosten. Hij heeft er zijn sporen achtergelaten: overal waar de geest van de mens open was, is het licht van God naar binnen geschenen, ook in de niet-christelijke religies.
Jezus brengt de menselijke idealen tot vervulling.

XI DE CONCRETE CHRISTUS: geen woorden, maar daden

Enerzijds was Jezus de ultieme mysticus. Het onzichtbare was reëel voor hem.
Hij leefde in God, God leefde in hem: ‘Ik en de Vader zijn één’, zei hij.

Anderzijds was Jezus uiterst concreet en praktisch. Hij speculeerde niet, gaf geen theoretische uiteenzettingen, argumenteerde niet over de onsterfelijkheid van de ziel of over de Drievuldigheid. Hij gaf geen bewijs van het bestaan van God, hij bracht God want hij leefde in God.
In tegenstelling tot veel leraars legde hij weinig uit, maar veranderde alles.
Hij hield geen lange discussies over de weg naar God, maar hij zei: Ik ben de Weg.
Hij filosofeerde niet over de vraag: wat is waarheid? maar hij zei: Ik ben de Waarheid.
Hij speculeerde niet over de vraag: wat is leven? maar hij zei: Ik ben het Leven.

Er is geen grotere nood in de wereld dan juist dit soort praktisch mysticisme dat Jezus brengt.
Enkel mystiek = zwakte
Enkel praktisch = zwakte

XII INDIASE INTERPRETATIES VAN JEZUS

In het westen zijn de christelijke credo’s gekleurd vanuit de Griekse filosofie en Romeinse wetgeving, maar dit hoeft niet overgedragen te worden naar andere culturen.
Iedere natie mag zijn eigen interpretatie van het christendom uitwerken.
Jezus is het centrum en de essentie, maar dit is gekleurd door de cultuur die erdoor beïnvloed wordt.
De Mensenzoon is te groot om door slechts één deel van de mensheid te worden uitgedrukt.

In het Indiase christendom is het wachtwoord: ‘ATMA’, geest. Van nature zijn Indiërs een spiritueel begaafd volk. Filosofie, religie en leefwijze zijn sterk op elkaar betrokken, vandaar dat men dit hele stelsel niet zomaar kan afschaffen en vervangen door een andere religie. De kernfilosofie in de Upanishads draait om Brahman, de absolute en ultieme realiteit.
De hindoeïstische filosofie is veel verder ontwikkeld en verfijnder dan de westerse filosofieën. Deze oude tradities kunnen hun vervulling vinden in Christus. Bijvoorbeeld het begrip ‘bhakti’: geloof, devotie, het Zelf toegewijd aan de Ander, volledige zelfverloochening totdat de Ander het centrum van ons wezen wordt leunt al heel sterk aan bij de toewijding aan Christus.

Of het voorbeeld van een hindoe die sprak van ‘atunement’ in plaats van ‘atonement’: ‘Zonde en kwaad brengen een mens ‘out of tune’, hij snakt naar vrede en harmonie. Christus brengt hem door atonement/atunement terug tot de natuur van God: muziek
in plaats van wanklanken.’
Een groot voorbeeld is de eerste Indiase christelijke theoloog Sundar Sing. Hij maakte geen gebruik van de westerse filosofie en bouwde verder op zijn eigen Indiase tradities, waardoor hij gemakkelijker zijn eigen volk bereikte.

XIII DE CHRISTUS VAN DE INDIASE WEG
Achter veel bewegingen in het oosten kan de levende geest van Jezus worden gevoeld, die het geweten aanspreekt en aanzet tot verandering.
De bevrijding van de kastelozen bijvoorbeeld kan worden gezien als een antwoord op de woorden van Jezus die zich vereenzelvigt met de uitgestotenen:
‘Ik was in de gevangenis en gij hebt mij bezocht.’
Hindoe sociale werkers werden “Hindoe christenen” genoemd!
De gevoelige Indiase ziel weet dat Christus moeite en pijn en verdriet begrijpt. Hij voelt mee met de mensen: de blinde, de arme, de eenzaamheid van de rijke, de door schuld gekwelde zondaar.
Hij gaat geen filosofische debat met hen aan om uit te leggen waarom ze in die toestand zijn, maar hij legt zijn meelevende handen op hen en geneest hen.
Hij spreekt tot het geweten van de farizeeër en vraagt waarom hij dit alles heeft toegelaten, want de situatie waarin deze mensen verkeren is geen gevolg van hun zonden of van hun vorig leven, maar een teken van de zonden van de bevoordeelden die dit hebben toegelaten.

Een hindoe professor in moderne geschiedenis zei: ‘Er is een morele spil in de wereld en het beste leven van zowel oost als west draait rond deze spil.’
Deze spil is Christus. Het leven van mensen die aangetrokken worden door Jezus’ persoon en leven, die in zijn invloedssfeer komen, begint rond hem te draaien.
Alle andere invloedssferen in het oosten, geschapen voor uitbuiting en politieke intriges, zijn broedplaatsen voor jaloezie en strijd, maar de invloedssfeer van Jezus is helend en reddend.

Een eminente filosoof, grondig bekend met oosterse en westerse filosofie, zei:
‘Wij hadden hoge gedachten over God voor Jezus kwam. Maar Jezus is de hoogste uitdrukking van God die wij gezien hebben. Hij overwint ons louter door de kracht van zijn eigen persoon, zelfs tegen onze wil.’

Christus confronteert mensen overal. Een hindoe advocaat gaf een lezing getiteld:
‘The Inescapable Christ’:
‘Wij zijn niet in staat om aan hem te ontsnappen. Er was een tijd dat ons hart bitter en geïrriteerd was tegen hem, maar hij is ons hart aan het smelten door zijn innemendheid. Langzaam maar zeker is hij iedereen in Indië aan het veroveren, ja iedereen.’
Een Sadhu zei: ‘Alle andere godsdiensten zullen voorbijgaan; Jezus alleen zal blijven.’

Jezus brengt overal waar hij komt een nieuw gevoel van waarden, een nieuw gevoel dat er genezing in de lucht hangt, dat er een lente van de ziel aanbreekt, dat de oude bevroren vormen wegsmelten, dat er overal nieuw leven en nieuwe hoop doorbreekt – een regenerende Aanwezigheid is gekomen.

Stanley Jones ging naar Indië uit medelijden, maar bleef uiteindelijk uit respect.
Hij hield van Indië omdat het beminnenswaardig en innemend is.
Hij ging naar Indië om anderen te leren, maar bleef om er ook zelf te leren.
Een hindoe student zei tegen hem ‘Ik wil Christus kennen, maar ik weet niet hoe naar hem te gaan. Ik heb iemand nodig die mij introduceert bij hem.’
SJ zag zijn hoofdbezigheid en grootste vreugde in ‘mensen introduceren bij de Christus van de Indiase weg.’
Hij vergelijkt dit met een Indiaas huwelijksgebruik: vriendinnen begeleiden de bruid met muziek tot aan het huis van de bruidegom, dan trekken ze zich terug.
‘Trust India with the Christ and trust Christ with India’

Zoals beloofd de informatie over de locatie van de christelijke ashram(s), gesticht door E. Stanley Jones.
Zie: www.estanleyjonesfoundation.com/.../history-of-the-christian-ashrams

Sattal or Sat Tal (Hindi for "seven lakes") is an interconnected group of seven freshwater lakes situated in the Lower Himalayan Range near Bhimtal, a town of the Nainital district in Uttarakhand.



Leman Johan, Van totem tot verrezen Heer. Een historisch-antropologisch verhaal. Pelckmans 2014. (Voorstelling op 4 maart 2016 door Bert Smeets)

            Johan Leman (1946) is dominicaan, emeritus gewoon hoogleraar in de sociale en             culturele antropologie aan de KU Leuven en misschien meer gekend voormalig             directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.             Hij studeerde filosofie, theologie, oosterse filologie en geschiedenis en sociale en             culturele antropologie

Dit boek is voor mij enorm rijk aan originele inzichten en bijdragen ivm de kennis van de bijbel en van de godsdiensten die eruit voortkwamen. Het kan u alleen maar aanzetten om er nog meer over te lezen en over te denken. Uiteindelijk heeft heel de joods-christelijke traditie onze beschaving, alleszins hier in het westen, mee vorm gegeven en beïnvloedt ze nog altijd onze manier van denken over hoe de wereld in elkaar zit, hoe wij moeten handelen, en ook wat wij kunnen hopen, de vraag over een leven na de dood !

Met dit boek wil de schrijver nadenken over het ontstaan van het christendom, meer specifiek het verrijzenisgeloof, vanuit een historisch-antropologisch perspectief. Dat betekent dat hij hier 4à 5000 jaar geloofsgeschiedenis analyseert rekening houdend met de politieke, culturele en sociaaleconomische context.
Hij vertrekt vanuit een historisch-literaire reconstructie van het bijbels verhaal en toetst dan de inhoud van die verhalen aan archeologische vondsten. Wat bestaat er nu nog aan betrouwbare, historische, en literair-kritische inzichten over wat er in de Bijbel te lezen valt.
Alles wat in de wereld plaatsgrijpt, ook het religieuze heeft een historische context. Dat betekent dat religieuze teksten  als historische teksten moeten geïnterpreteerd worden. Religieuze teksten hebben een historische oorsprong en vertonen veel redactionele lagen. Zij zijn gegroeid in de tijd, werden niet op één moment geschreven, het is een proces geweest. Er zijn dus veel invloeden geweest. Zij  zijn zeker ook beïnvloed door mythologische verhalen. Hetgeen zeker niet betekent dat zij geen waarde hebben want  mythes zijn vaak een zaak van zingeving en kunnen een verrassende diepgang vertonen zodat zowel de samenleving als individuele personen zich erin kunnen herkennen en er zich door laten inspireren, vaak meer dan door pure feitelijkheid.
Het christendom en katholicisme zoals vandaag beleefd hebben een lange traditie en geschiedenis, tijdens dewelke de evolutie naar een verrijzenisgeloof in een monotheïstische godsdienst beïnvloed werd door het Jodendom, het Zoroastrisme, het hellenisme, de islam, de verlichting en natuurlijk ook door heel de politieke, culturele en sociaaleconomische context.
Als wij bijbel en geloof op deze manier willen toetsen en analyseren met een historisch-antropologische visie dan doet dat géén afbreuk aan de waarde en betekenis van het geloof zelf.
Prof. Leman is ervan overtuigd dat er geen tegenspraak hoeft te bestaan tussen geloof en wetenschap. Als gelovige vandaag zoek je toch een verstandige duiding van je geloofspunten. Waarom zou een kritische of wetenschappelijke houding het geloof moeten uithollen .
Vanuit die overtuiging gaat de schrijver op zoek naar de oorsprong van het verrijzenisgeloof. Waar komt het verrijzenisgeloof vandaan en wat zou verrijzenis kunnen betekenen ?
Een overzicht geven van heel de geschiedenis die gedetailleerd beschreven wordt in dit boek is in een kort tijdsbestek onbegonnen werk. Wat de schrijver vooral zeer mooi aanduid is dat in al deze fasen van ontwikkeling er buitenlandse, ideologische invloeden bestaan hebben die doorsijpelen vanaf de 8ste eeuw, de eeuw waarin wij een eerste totaalredactie krijgen van Genesis en Exodus en de verdere Thora.
Waar  in het begin, in het Jodendom het verrijzenisgeloof niet aanwezig is, zien we in de loop der tijden invloeden van buitenaf en verinnerlijking van binnenuit bv. het geestelijk messianisme van de profeten na de ballingschap en na de inbreng van het hellenisme dat de geest van de mens kan opstaan. In het boek Makkabeeën I  is er plaats voor het opstaan uit de dood van de rechtvaardige. Paulus maakt later van Jezus, in hellenistisch Klein-Azië van de verrijzenis van Jezus een centraal geloofspunt en een nieuw punt van gemeenschapsvorming. Met Jezus start een nieuwe schepping. De mens in navolging van Jezus verrijst en de menselijke daden tellen mee voor later.
De enorme opgave, de grote vraag blijft natuurlijk het juist plaatsen van de rationele constructie van de vorm die het verrijzenisgeloof heeft aangenomen t.o.v. het niet inzichtelijk kunnen maken van het mysterie zelf dat met de verrijzenisverhalen bedoeld wordt.

Verdeeld over 6 Delen beschrijft de auteur zijn zoektocht, beginnend in 800 v. Chr. en eindigend bij Jezus en het debat binnen de eerste kerk (1e-2e eeuw na Chr. ). Op het einde van het boek vinden wij een selectie uit de geraadpleegde literatuur en als extra bijlagen een tijdslijn alsook een verhelderen beknopt lexicon van gebruikte woorden en begrippen en enkele historische kaarten.
De archeologie leert ons dat Kanaän, en daar is uiteindelijk alles begonnen wat betreft de joods-christelijke religie, op de grens lag van twee grootmachten die enorme invloed hadden mede ook door de vruchtbare gronden rond grote stromen. Egypte rond de Nijl en Mesopothamië rond Tigris en Eufraat en die botsen tegen elkaar ter hoogte van Syrië en Noord Kanaän. Hetgeen betekent dat Kanaän dan onder Egyptische en dan onder suprematie van de machten uit Mesopothamië valt. (Deel I Van een pre-Messiaanse tot een politiek-Messiaanse periode 800-597 v. Chr.) In  Noord en Zuid Kanaän komen er etnische bewegingen op gang. Nomaden en seminomaden vormen groepen, stammen, clans met een eigen godheid en gemeenschappelijke rituelen. Creëren een eigen verleden . Zij zien zich als zonen van 1 stamvader. Daardoor ontstaan stammenmythes. Elohistische verhalen, Jahwistische verhalen. Er komt een verhalencyclus over een woestijntocht en een over de intocht in het beloofde land. Plicht om één godheid te vereren, en voorgeschreven huwelijksstrategie.
Dat leidt tot vorstendommen waar priesters en sjamanen het geloof bewaken. Vanuit de archeologie toont Leman dan telkens aan dat er vondsten zijn die bijvoorbeeld aanduiden dat er steden waren en ook verslagen van oorlogen. In 835 verslaat een Aramese vorst  de koning Achab, koning van Israël alsmede de zoon van de koning van het huis van David. Volgens aanwijzingen regeerde David in de 10de eeuw in Juda, lokale clanleider die Jeruzalem als hoofdplaats kiest.
In de 7de eeuw is er een crisismoment . Assyrië verovert Noord-Kanaän, volksverhuizing, elite vlucht naar het zuiden, naar Juda en daar ontstaat een nationalistisch project met als objectief één groot-Israël, noord en zuid in één koninkrijk. Daar ontstaat ook het monotheïsme – één Jahweh staatsideologie, asjera-palen worden vernietigd. Deuteronomium, één wet. De Deuteronomische hervorming.  Centralisatie rond de tempel, scheiding tussen het profane en het sacrale en de vorst wordt tot koning gezalfd (messias = gezalfde) en is onderworpen aan de Wet. Het gaat om een priesterlijk-politiek messianisme. Sjamanen evolueren tot profeten die de nadruk leggen op spiritualisering en sociale ethiek.
( Deel II De strijd tussen priesterlijk politiek en geestelijk messianisme 597-336 v. Chr.)               

In de 6de eeuw is er weer een grote crisis :de grote ballingschap in Babylonië. Het politiek messianisme krijgt een slag. Het geestelijk messianisme wint veld, gepromoot door de profeten, een verinnerlijking en universalisering van het geloof. Jeremia : Wet verinnerlijken, sociaal-moreel engagement. Ezechiël : Eigen lichaam is tempel Gods. Jesaja II : lijdende dienaar, dienst aan mens en wereld. Geen politiek heerser maar dienaar.
Hier leeft nog geen enkel idee voor verrijzenis of opstaan uit de dood
Vanaf de 5de eeuw terugkeer uit ballingschap. Politiek messianisme herstelt zich maar in beperkte vorm met een sterk priesterlijk-rituele betekenis. Lichaamsrituelen en tempelrituelen. Dan is er ook de standaardisering van de Hebreeuwse bijbel. De psalmen brengen thema naar voren van de eindigheid van de mens, wat moet er gebeuren met de rechtvaardige ? Profetisch spirituele richting ontwikkelt zich in vele richtingen, een ervan is het farizeïsme, dat de universaliteit van God overneemt van zoroastrisme alsook idee van de schepping, orde in de chaos.
(Deel III Hoe Jezus een Rechtvaardige wordt die opstaat van tussen de doden 336-28 v. Chr.) In 350 v. Chr. komt hellenisme Palestina binnen, via de verovering van Alexander de Grote, met de idee van de mens bestaat uit lichaam en geest. Dan ontstaat het idee bij het farizeïsme van het opstaan van de rechtvaardige na de dood. Er ontstaat een apocaliptiek : uitkijken naar een nieuwe wereld waarin de goeden beloond worden.  Men kijkt uit naar een Messias die een volwaardig geestelijk rijk zal stichten. Het  Hillel-farizeïsme ontwikkelt de gedachte dat naastenliefde en Godsliefde opdracht zijn voor de mens. Op dat moment , na Alexander de Grote nemen Seleuciden de macht over die hellenistische godendom willen invoeren, krijg je de opstand van de Makkabeeën en in het  boek Makkabeeën I, ontstaat een eerste idee  van verrijzenis :de rechtvaardige rebel die zijn leven geeft voor JHWH en opstaat uit de dood, bij het begin van een nieuwe wereld. Baptisten kijken uit naar die nieuwe wereld en roepen op tot bekering.
In die tijd ligt er een terrein open voor een charismatische prediker met een duidelijke, onderbouwde boodschap.
Historische Jezus  
Flavius Josephus (37-100 n Chr) : Antiquitates Judaicae)                                                             Tacitus (55-115 n Ch.) Annalen
Johannes de Doper : Preekt de boetedoop, afwenden van niet-joodse gebruiken,
Evangelies historisch ? Er zijn feiten die de boodschap bemoeilijken en toch worden aangenomen bv  doop door Johannes. Wat tegen de tijdsgeest ingaat bv. omgang met vrouwen. Abba.

Openbaar Leven :
Geboren in 4 v. Chr., heeft 4 broers en enkele zussen. Openbaar leven van 3 à 4 jaar. Heeft waarschijnlijk eerst geleefd in de omgeving van het Hillel-farizeïsme en later bij de volgelingen van Johannes de Doper, treedt dan op als Jezus de Nazoreeër, predikende gebedsgenezer. Keert zich dan tegen de te rituele en materialistische tempelcultus.
Jezus de Nazoreeër. Is bijnaam , iemand die op uitkijk staat, in verwachting van het einde der tijden, de komst van het Rijk Gods. Geboren in Bethlehem, wonend in Nazareth ? Jezus werd gezien als Nazoreeër en dan werd de associatie met Nazareth gelegd. Hij verklaart dit vanuit de Griekse term Nazaraios ipv Nazarenos. Bethlehem is om hem te verbinden met het huis van David, en daarna naar Egypte, verwijzing naar Mozes.
Jezus brengt een synthese van de leer van Hillel I de oudere en van de Jesajaanse profetische traditie. Jhwh liefhebben en tegelijk de mens liefhebben is de correcte manier om  God te vereren.
Jezus houdt er een baptistische en apocalyptische verwachtingspatroon op na aangaande de toekomst van de wereld. In parabels drukt hij uit dat er iets belangrijks en fundamenteel nieuws op komst is, een nieuw koninkrijk, met omkering van de rollen en waarden.
De Abba-ervaring is de kern van zijn religieuze beleving. Hij kan zich God niet anders voorstellen dan vol mededogen, genereus, liefdevol en bezorgd om de mens. Nieuw is zijn zeer intieme relatie tussen Jahweh en de mens. Nieuw is dat hij het Rijk Gods ziet aangebroken.
Hij wordt gevangen genomen tijdens het Soekotfeest (Loofhuttenfeest), is in de herfst. Terechtgesteld de dag voor de feestelijkheden van Pesach.
Deel IV Hoe Jezus een verrezen Heer wordt.
Belang van rituele maaltijd. Jezus kwam met hen samen, at met hen, onderrichtte hen, wederzijds vertrouwen en overtuiging, onderricht hen ook in zijn tempelkritiek. Tijdens zo een rituele maaltijd ervaren leerlingen een nieuwe aanwezigheid; stelllen zij zich open voor een intense ervaring waarin Jezus zelf een plaats komt innemen tussen hen. Fundamenteel voor hen was de ervaring van zijn aanwezigheid,ook na zijn dood.
Antropologisch valt op dat op de eerste plaats vrouwen de ervaring opdoen dat ze Jezus niet in een graf in Jeruzalem moeten zoeken maar in Galilea waar hij altijd gepreekt heeft. Vrouwen waren dominant aanwezig. Marcus : lege graf (70 n. Chr.)  Die vrouwen ervaren dat de kracht van Jezus hen nu nog steeds begeestert en hen ertoe beweegt dit aan derden mede te delen (rituele maaltijden) en hen motiveert tot verder zetten van zijn zending. Er bestaat natuurlijk geen historische toetsing van het lege graf. Wat hebben de vrouwen en leerlingen ervaren ? Kort na zijn dood doen zij, op bepaalde plaatsen en tijdstippen de ervaring op (tijdens rituele maaltijden) dat zij opnieuw in contact kunnen komen met Jezus, die nu voor hen de Christus is geworden. Zij ervaren dit als een kracht die hun leven verandert. Als gevolg hiervan engageren zij zich voor een zending onder de mensen naar Jezus’model.
Eerst het lege graf, later, na 70 de verschijningsverhalen, maar allen zeggen : Jezus is weg uit Juda, vraagt zijn volgelingen hun aandacht op Galilea te leggen, op de prediking. Verder zetten wat hij is begonnen. Daarna ontstaat de structuur van de eerste kerk in de Handelingen en ontwikkelt zich ook een christologie. Jezus wordt de lijdende dienaar van Jesaja.
Paulus : schrijft als eerste over Jezus (52 n. Chr.) Hij baseert de betekenis van Jezus, voor hem de Christus op 4 pijlers: opstanding, genereuze liefde , gemeenschapsvorming rond diakonie en relativering van de Mozaïsche wet. Paulus wil de apostel zijn van de heidenen, de niet joden. Hij interesseert zich voor wat Jezus betekent voor de wereld na zijn dood en verrijzenis. Hij valoriseert de Geest als uitstraling van de verrezen Heer tussen de mensen. Voor Paulus is de verrijzenis het scharniermoment tussen de oude en de nieuwe schepping. Zijn Geest zal kerkstichtend en kerkondersteunend werken.
Handelingen (80)
Debat joodse christenen en de hellenistisch christenen. Probleem van de sabbat en de besnijdenis. Vormgeving van wat later het christendom wordt. Paulus opening naar de niet-Joden. In 70 wordt de tempel verwoest door de Romeinen en delen de joodse christenen in de klappen. Het jodendom komt nu in handen van de farizeeën die hameren op de correcte uitvoering van de traditionele joodse praxis. Als na 70 de evangelies worden geschreven worden de farizeeën zogezegd de ware opponenten van Jezus in Galilea (sadduceeën zijn vermoord).
Evangelies
Marcus als oudste evangelie laat Jezus’leven eindigen in het lege graf. Hij wil zijn gehoor overtuigen dat de ware betekenis van Jezus niet in het graf ligt maar in zijn leven. Het Johannes evangelie is dan weer meer theologisch. Johannes legt een verband tussen JHWH’s schepping uit Genesis en de nieuwe wereld die er komt dankzij Jezus’verrijzenis. JHWH’s woord heeft de wereld geschapen. Jezus is JHWH’s  woord dat in de wereld komt en dus aan de basis ligt van een nieuwe schepping. Jezus komt duidelijk als goddelijk naar voren bij Johannes.
Binnenchristelijk debat. (Deel V Maatschappelijke context en binnenchristelijk debat (1e en 2e eeuw na Chr.)
Bij de eerste volgelingen : joods-christelijke strekking(Jacobus)/ joods-hellenistische strekking (Paulus)/ gnostische traditie = zelfkennis, diepe kennis, kennis van God, geen oog meer voor het lichamelijke. In de ogen van de gnostici wordt Jezus bijna een geest, leven en dood waren schijn, het is gewoon de geest die gebleven is. (Marcion). Voor Paulus begint alles wel degelijk bij Jezus aardse leven.
Na 100 jaar dispuut : Irenaeus slaagt erin de 4 evangelies te laten erkennen als authentiek. Zij geven een aanvaardbaar zicht op leven en dood van Jezus. Hij aanvaardt het recht om pluraal na te denken over wie Jezus is en hij wil geen eenheidsworst ervan maken. Verrijzenis blijft ‘mysterion’. (Paulus).De paulinische interpretatie van de verrijzenis zowel van Jezus als van de mens.
Overzicht. (Deel VI Het verrijzenisgeloof in het licht van mythemotoriek, kerkvorming en religieuze ervaring).
Uit alles blijkt dat er bij de groei naar een christelijk geloof een ontwikkeling was vanuit vroegere Bijbelse teksten naar het ideeën goed van Jezus. Hij heeft dit aangevuld met originele inzichten van zichzelf en na hem wordt dit verder ontwikkeld door de eerste leerlingen en later door de beginnende kerk.
In het begin primeert in de Bijbel een etnocentrische krijgsgod die tamelijk wraakzuchtig de belangen van zijn volk verdedigt. Men moet hem offers brengen en vereren. De etnische groep, het volk, onderscheidt zich van anderen door tal, eetgewoontes, huwelijkspraktijken. Men grijpt dan terug op een vermeend, mythisch verleden. Dat is wat er gebeurt in Kanaän, etnische groepen, nomaden, seminomaden, vormen clans. Dan volgt er een nationalistisch staatsproject. Priesters en profeten worden de bewakers van een religieus nationalisme.Dan volgt de Babylonische ballingschap resulterend in een transnationalisme. Invloeden van buiten uit , universele God, geen nationale . De heilsgeschiedenis wordt een voortdurend proces tussen heden en verleden met Jahweh als bindend element. Je krijgt nieuwe redactionele ingrepen om met elk nieuw laagje een nieuw theologisch inzicht toe te voegen. Redacteurs bewerken de verhalencyclus over de oertijd en oervaderen. Latere deuteronomisten werken erop verder. Dan krijg je priesterlijke redacteurs. Zo krijg je ook in Israël vele strekkingen.  Het originele van Jezus is dat hij aan die onkenbare God een gezicht geeft en radicaal kiest voor mededogen voor de medemens. Zijn verrijzenis wordt geïntegreerd in de schepping en in het vuur (Pinksteren). 
Na Jezus’ dood komen meerdere licht van elkaar afwijkende verhalen over zijn leven en dood in omloop. De 4 evangelies en Paulus leggen andere accenten vanuit een historische context, maar het gaat over dezelfde persoon. De bundeling van het NT. Duurde van 160 tot 360. Er is een consensus gegroeid met dialoog en pluralisme. Daarom dat respectvol, pluraal en constructief-kritisch denken binnen het christendom en traditie moet toegejuicht worden.
Irenaeus leert ons iets over het oorspronkelijk mandaat van de episkopoi. Zij moeten de plurale dialoog toelaten en bevorderen. Bij hen moet de ambitie leven om het aanvoelen bij hun actieve gelovigen te willen honoreren en begeleiden. Zij moeten blij zijn als er constructief kritisch denkende mensen opstaan die het goed menen met de kerk maar niettemin kritische vragen stellen.
Schrijver wil dat de lezer in dit boek de uitdrukking ziet, door een verengende bril van de antropoloog, van wat met een respectvol, pluraal, constructief-kritisch vrijdenken binnen het christendom en haar traditie bedoeld kan worden.



Lemmelijn Bénédicte , Mijn geloof als bijbelwetenschapper ? Een broos en eerlijk antwoord , Antwerpen , Halewijn , 2016 (voorgesteld op vrijdag 6 januari 2017 door Bert Smeets)

Mijn geloof als bijbelwetenschapper .  Een broos en eerlijk antwoord.
Bénédicte Lemmelijn,  Halewijn Antwerpen, 2016,  91 blz.

Bénédicte Lemmelijn is gewoon hoogleraar, professor Oude Testament  aan de faculteit van Theologie en Religiewetenschappen van de KUL.
In haar woord vooraf geeft zij aan waarom ze dit boekje schreef. Heel vaak werd zij immers geconfronteerd met de vraag hoe je als bijbelwetenschapper toch kan geloven ? Om aan te tonen dat beide tegelijk echt mogelijk zijn heeft zij dit boek geschreven. Zij onderstreept wel dat dit boekje geen ‘weten’ is maar een getuigenis van kwetsbaar zoeken. Vandaar ook de ondertitel : Een broos en eerlijk antwoord.
Het boek bestaat uit twee delen. In een eerste deel beschrijft zij waar wij vandaag staan als we het hebben over zowel de oorsprong als de actuele omgang met de Bijbel. In deel 2 tracht zij dan te verwoorden dat een rationeel-kritische wetenschapper toch kan geloven en dat dit een zoekend en evoluerend proces is.                                      “Ook voor mij is geloof een keuze. Die baseer ik niet op de historische juistheid van de Bijbel, maar op een overstijgende en dragende aanwezigheid in mijn leven.”
Deel I.   Een oude bibliotheek vol gouden wijsheid.
Van oudsher zijn er mensen geweest die niet alleen wilden leven maar die ook wilden weten waarom ze leefden. En die mensen maakten verhalen over andere mensen, over de wereld die hen omringt en over de wereld die hen overstijgt. Verhalen die de kern van het mens-zijn trachten te raken en die verwijzen naar een werkelijkheid die ze niet kunnen vatten. Zo kwam ook de Bijbel tot stand als het resultaat van het nadenken van mensen in de heel concrete, hen omringende politieke, sociale en culturele wereld. Een verzameling van teksten, van verschillende tijden, van verschillende auteurs, van redacteurs en schrijvers die deze verhalen doorgaven en voortdurend aanpasten aan hun eigen tijd.
Hoofdstuk 1. Waar staan we vandaag ?
De bijbel is een vreemd boek.
Geen enkele tekst in de Bijbel is tot mensen van de 21ste eeuw gericht. Geen enkele lezer vandaag maakt deel uit van de originele leefwereld van de Bijbelse auteurs. We hebben achtergrondinformatie nodig om te kunnen duiden waarover het gaat.
° er is een taalbarrière. Elke vertaling is een interpretatie en de lezer interpreteert die interpretatie opnieuw.
° er is een culturele kloof. De leefwereld van de Bijbel is die van een patriarchale cultuur zonder vrouwenemancipatie, zonder mondiale openheid en sterk agrarisch gericht. Om dit alles te begrijpen heb je historisch-culturele verduidelijking nodig.
° er is een chronologische kloof. Het is dus noodzakelijk om de historische context van elke tekst te achterhalen. Zeker omdat het een religieus geschrift is moet elk verhaal over historische gebeurtenissen omzichtig bekeken worden.
° het zijn gegroeide geschriften. Hoogstwaarschijnlijk is geen enkel oudtestamentisch boek door één auteur geschreven. Vaak is de huidige vorm van het boek het resultaat van een erg complex en langdurig proces van redactie, herschrijving, actualisatie en aanvulling. Je kan dus zeggen dat de Bijbel de neerslag is van een cultureel en theologisch gedachtengoed uit verschillende perioden, neergeschreven door verschillende auteurs, over verschillende eeuwen heen neergeschreven in een verzameling boeken die herhaaldelijk werden bewerkt en nadien in verschillende tekstversies zijn overgeleverd.
° het gaat bovendien over een veelheid van teksten. De oudste Hebreeuwse tekst van het O.T. dateert van ongeveer 1000 v.Chr. Maar in de 20ste eeuw werden aan de Dode Zee teksten gevonden die dateren van +/- 300 v. Chr. En die afwijken van de ‘grondtekst’. Wij beschikken dus niet over ‘de’ tekst’ maar over ‘een’ tekst. Vandaar kan je die tekst niet fundamentalistisch verabsoluteren. Er moet ruimte blijven voor andere, nieuwe mogelijke en legitieme interpretaties.
Wat nu ? Wat hebben zij ons wijsgemaakt ? Wat nog te geloven ?
Aan het begin van de 20ste eeuw heeft de historisch-kritische exegese aangetoond dat de Bijbel geen objectief rapport is van historische feiten maar een gelovige reflectie daarop. Het gaat om literatuur die wil verkondigen in plaats van beschrijven. Het is belangrijk te achterhalen welke diepere boodschap de Bijbelse auteurs willen brengen over wat er binnen hun historische gemeenschap leefde.
Langzamerhand is het accent op de geschiedenis in de tekst verschoven naar de geschiedenis achter de tekst en uiteindelijk naar de geschiedenis van de tekst. Om dan tenslotte te komen tot de relevantie en betekenis van de eindtekst.
Wat heeft de Bijbel ons dan te bieden ?                                                                                                          

Volgens de auteur bevat het Oude Testament het getuigenis van een levende en in het leven ingrijpende God. Daar waren de oudtestamentische auteurs van overtuigd, God is aanwezig. Geluk, vervulling en verlossing hangen samen met daadwerkelijke inzet op politiek en maatschappelijk vlak. Verlossing en bevrijding gebeuren binnen de geschiedenis. Heil moet je dus niet zoeken in het hiernamaals. Het gebeurt nu. Het gaat om de neerslag van een gedachtengoed waarin mensen gelovig hebben trachten te peilen naar de oorsprong, de zin en de horizon van hun bestaan. Daarom is het existentiële literatuur. Een boek over leven.

Hoofdstuk 2. Van in het Begin, van Lief en Leed.
Het Bijbelse Scheppingsgedicht.
Als existentiële literatuur zijn precies de scheppingsverhalen het vertrekpunt bij uitstek. Mensen van alle tijden, in alle culturen en religies, vragen zich af waarvandaan, waarom en waartoe zij leven en op welke wijze hun leven in een eventueel groter en hen overstijgend verband passen kan.                                                                     

De auteur gaat hier dan uitvoerig in op het eerste van de twee scheppingsverhalen, waar zij de opbouw van dit perfecte gedicht toelicht.  Het scheppingsverhaal is een ‘mythe’, niet in de zin van vervalsing, fictie of illusie, maar wel als symbolisch verhaal dat het intuïtief aangevoelde transcendente tracht te verwoorden. Het gaat in dit verhaal over de overtuiging dat de werkelijkheid groter is dan wat de mens beheerst of kan vatten m.a.w. dat God aan het begin van alles staat en dat Hij de dragende en oriënterende grond van de werkelijkheid is. Het scheppingsverhaal spreekt over een ideale toestand, een situatie van rust en harmonie, een wereld zonder dood en geweld. Dat is niet de wereld zoals hij ooit is geweest maar wel de wereld zoals hij zou moeten zijn. Als zodanig is het scheppingsverhaal geen verhaal over vroeger maar een uiterst actuele oproep aan het adres van de mensen om, als beeld van God, te streven naar een betere wereld.
God, geweld of gewelddadig ?
De Bijbelse teksten denken na over het leven van mensen en betrekken God in hun lotgevallen. Ook de Bijbelse mens kent verdriet, lijden, wanhoop en geweld.  Het leven zowel maatschappelijk als persoonlijk wordt getekend door de aanwezigheid van geweld. Oudtestamentische teksten staan vol van geweld. Zowel mensen als God  worden wreed afgeschilderd.                                                                 

Belangrijk is altijd een correcte interpretatie, het plaatsen in de juiste context.  Hier geeft de auteur een voorbeeld van de plagen van Egypte uit Exodus, waar Hij de eerstgeborenen doodt van de Egyptenaren. De Israëlieten bevinden zich in een onmogelijk, ellendige situatie (ballingschap in Babylonië). God kan dit niet laten gebeuren. Hij is een God die het gejammer en het hulpgeroep van de slaven hoort. Dan wordt het verhaal van Exodus waar God hun kant kiest een opbeurend en bemoedigend verhaal. God vindt er geen plezier aan mensen de duvel aan te doen, maar Hij kan het niet laten gebeuren dat Israël lijdt. Het perspectief van waaruit het geweld wordt verhaald is dus zeer belangrijk.
Liefde met de L. van Bijbel…
Bijbelse verhalen zijn betrokken op het menselijk leven. Dat betekent dat ook het meest intense van alle menselijke gevoelens aan bod komt, de liefde. Naast talrijke gezegden uit het boek der Spreuken, Wijsheid van Jezus Sirach, Prediker kom je dan terecht  bij ‘Het Hooglied’, een verzameling profane liefdesliederen, die de erotische liefde bezingen en waarin, waarschijnlijk, elke verwijzing naar God ontbrak. En toch staat het in de canon van de joodse en christelijke Bijbel.  Daaruit blijkt al dat erotisch-seksuele liefde zeker niét slecht of zondig is volgens de joods-christelijke traditie. Verschillende elementen in het Hooglied maken het plausibel dat de erotisch-seksuele liefde tussen man en vrouw als een terugkeer naar het paradijs wordt geduid. Uit het Hooglied blijkt ook dat de liefde tussen mensen op een goddelijke kracht teruggaat die dood en chaos overwint en die in het unieke van de partners tot manifestatie komt. Hooglied is een pleidooi voor een doorleefde en persoonlijke liefde. Hiermee is duidelijk dat de Bijbel geen levensvreemde literatuur is maar verankerd is in het dagelijkse leven en werken van mensen die zoeken en zuchten, pijn kennen en lijden maar evenzeer in staat zijn zichzelf te overtreffen in een alles vervullende, bijna transcendente liefde.                                                                                                 En al wat neergeschreven werd over God, is het resultaat van een behoedzaam vermoeden en een doordachte geloofservaring. Bovendien is dat steeds gebeurd op basis van analogieën met het (inter)menselijk bestaan. Het gaat over een boek van mensen (die in alle menselijke situaties getracht hebben waardevol mens te zijn) voor mensen (die ook vandaag nog hun menszijn pogen zin te geven) over een God die alle begrip te boven gaat.

Deel II  Omhoog reikend vrucht dragen.
Hoofdstuk 1  Niet wat, maar dat.
Het al dan niet historisch karakter van de Bijbelverhalen leert ons niets over wie God is. Als we in die verhalen iets horen over wie God is dan is het juist in de overtuiging en in de gedeelde ervaring die mensen getracht hebben uit te drukken van goddelijke betrokkenheid in hun kleine mensenleven. En die betrokkenheid staat niet in een historisch verslag maar in een levensverhaal. God staat altijd in relatie tot de mens.
Wij hebben nergens een absolute definitie, noch aangetoond bewijs van God. Geen tekst die Hem beschrijft en evenmin een Bijbelse, historische reportage. Geloven is immers niet in de eerste plaats een ‘wat’, maar wel een ‘dat’. Geloven is niet het aannemen van een pakketje wetenswaardigheden of waarheden. Geloven is geen ‘weten’ van kant en klare zekerheden. Geloven is een optie. Het is een stap zetten, niet in zekerheid maar in hoop. God is daarin geen kenbaar object. Dat is het intrinsieke van geloof en misschien de enige zekerheid : hij overstijgt ons. Hij is groter dan wij kunnen denken, voelen of weten. Daarom vergt de keuze voor geloof een heel diep vertrouwen, een overgave. Loslaten waar wij als mensen greep op willen hebben en te vertrouwen op een liefde die niet denkbaar is, op een werkelijkheidsgrond die ons goed gezind is, op een kracht ten goede die uiteindelijk alle leven draagt. Natuurlijk hebben wij daar beelden voor nodig, menselijke begrippen, menselijke metaforen hoe fragmentarisch die ook zijn. Het enige spoor dat wij hebben is het getuigenis van mensen, in de zoektocht van Bijbelse verhalen en in het voorbeeld van hedendaagse geïnspireerde mensen. Geloven wordt dan een ‘dat’, dat God er is, dat Hij groter is en niet te vatten en dat Hij voor en boven alles onvoorstelbare liefde is.
Hoofdstuk 2 God is groter.
De auteur tracht hier enkele kernideeën te verwoorden.  Leegte (waarvan vaak sprake in de mystiek) is voor haar geen negatieve afwezigheid, maar eerder een naar binnen keren, een tot inkeer komen, een tot rust komen van al wat er aan onrust in ons leeft. En zo kom je als mens tot een openheid voor het hier en het nu, voor een werkelijkheid waar je deel van uitmaakt en waarvan je de harmonie en de samenhang leert zien vanuit haar dragende en tegelijk overstijgende grond die God is. Je wordt je bewust van je eigen zijn, het zijn bij zichzelf, het zijn in de wereld, tussen de mensen, en het zijn ook voor God, als diepste grond van de werkelijkheid. Maar dat is geen wereldvreemde meditatie, maar een positieve dynamiek die je aanzet om terug naar de wereld te stappen, en verantwoordelijkheid op te nemen en zorg om de ontplooiing van alles en allen binnen de maatschappelijke en sociale context waarin wij leven. Godsontmoeting vindt niet plaats in neutrale leegte maar in gerichtheid op positiviteit die een dynamiek oproept naar het goede en het liefdevolle.
Terloops merkt de auteur op dat deze attitudes van bewuster leven, van algemene spiritualiteit vandaag de dag terug te vinden zijn in tal van hedendaagse pogingen zoals mindfullness, yoga, positieve psychologie en derg. En zij besluit dat deze tekenen des tijds doen vermoeden dat al die verschillende pogingen misschien de diepste grond van de werkelijkheid raken en in contact komen met de gemeenschappelijke verzuchting van mensen naar een oprechte religiositeit, gedragenheid en verbondenheid in verantwoordelijkheid. En misschien is het goed om ook de stem van onze eigen christelijke traditie hierin even sterk te laten klinken.
Wij hebben in de moderne mentaliteit de nood ontwikkeld om zoveel mogelijk te weten zodat wij er uiteindelijk vat en controle op krijgen. Moeten toegeven iets niet te weten wordt dan vaak een vervelende zaak. De auteur spreekt hier van een persoonlijke evolutie van niet-kritisch weten naar een kritisch niet-weten. Waarmee zij bedoelt dat door haar kritische theologische en Bijbelwetenschappelijke studie veel van het ‘weten’ van vroeger op de helling is komen te staan. Zogenaamde zekerheden worden onderuit gehaald. Maar doorheen het kritische denken wordt dat vroeger weten uitgezuiverd en wat overblijft is misschien minder, maar het raakt wel het fundamentele. Zo beschrijft zij de evolutie van niet-kritisch weten naar kritisch niet-weten, een aanvaard niet-weten. Moet dat beangstigen ? Is dat relativisme ? Misschien is deze houding veel minder ‘ketters’ dan de pretentie alles te weten en alles in teksten en doctrines te kunnen uitdrukken. Het is deemoedig vaststellen dat wij met ons gewone, rationele verstand het Goddelijke niet kunnen vatten. Zo wordt geloven veel minder een ‘wat’ maar wel een ‘dat’. Het is een bewuste keuze die men neemt. Een keuze in vertrouwen.
Van vertrouwen, overgave en positieve gelatenheid.
Drie begrippen die voor de auteur zeer belangrijk zijn in haar geloof.                                                      

Vertrouwen is een zeer diepe werkelijkheid, die puur rationeel vaak niet te begrijpen is. Vertrouwen is trouwens een levensnoodzakelijke werkelijkheid. Het basisvertrouwen is in de psychologie een grondvoorwaarde om op eigen benen te staan, om zijn eigen vleugels te durven uitslaan. Het is de grondvoorwaarde van elke dynamiek. En dat is zeker zo voor een gelovige die de werkelijkheid percipieert als gedragen in en door God. God als grond van de werkelijkheid is de reden voor alle vertrouwen. Een vertrouwen dat gegrond is, want Hij is ons goedgezind. Vertrouwen beaamt a.h.w. de werkelijkheid, als door God ten goede geleid.                                                                    

Overgave volgt op vertrouwen. Overgave betekent zichzelf een beetje uit handen geven, zichzelf overgeven, de controle lossen. Als God die diepe, overstijgende liefde en goedheid is, dan kan wat van Hem komt alleen maar ook van die strekking zijn. Een dergelijke houding impliceert en vereist niet om tot God te gaan als een ‘goede’ gelovige die alle regels en plichten van kerk of geloof vervult maar veeleer als iemand die net in alle kleinheid en in alle tekortschieten, in eenvoudige authenticiteit, in gewoon zichzelf zijn, zichzelf aanvaard weet in letterlijk onvoorwaardelijke Liefde.                                                                                                                              

Gelatenheid. Geen begrip in de zin van je m’en fous maar een rustig vertrouwen, een soort innerlijke vrede. Een laten gaan, een kunnen loslaten, in het vertrouwen dat het goed komt.  Er rest maar een zekerheid, in onze traditie geënt op het getuigenis van de Bijbelse mens in het algemeen en de bijzondere mens Jezus, die van een God die Liefde is .

Hoofdstuk 3  Waar is Hij te vinden ?
Als die goddelijke liefde en goedheid zo overstijgend is, waar is zij dan te vinden ?                                

Voor onze auteur kan schoonheid hiervoor in aanmerking komen. Echte schoonheid raakt, zij is niet vatbaar, niet maakbaar, niet grijpbaar, maar wel wezenlijk overstijgend, transcendent. Het is dat méér zien in het simpele hier en nu en geheel onverwacht. Zo is het dat schoonheid binnentreedt, en dan zegt zij : misschien is het ook zo dat God binnentreedt, je hoeft alleen maar je ogen te openen. Er is aandacht voor nodig, die het loutere weten overstijgt.                                                                                                

En is  schoonheid dat ‘extra’ in de werkelijkheid dat zijn mededogen en mildheid dat in onze verhoudingen, het grootmoedig over kleinheden heenstappen, het ondanks alles blijven dragen, zorgen, vergeven en doen groeien. Dat kan concrete transcendentie zijn. En ook tederheid sluit hierbij aan. Niet de zeemzoeterige versie, maar een liefde in een zichzelf overtreffende trap, die van zachtheid, van delicate aandacht, van fijngevoeligheid in altruïsme.                                                                                                

In die zin begrepen is schoonheid transcendent, zij verwijst over zichzelf heen naar meer. In diezelfde zin zijn mededogen en mildheid en tederheid transcendent, zij overstijgen de kleine en kleinmenselijke werkelijkheid en verwijzen daar over heen naar wat op rationeel en berekend vlak niet mogelijk is. En misschien functioneren zij daardoor als een wegwijzer naar God.
Zo kan je God ontmoeten in de werkelijkheid en in de mensen. God kan in de mens zichtbaar worden in wat de mensen voortbrengen en realiseren aan liefde, aan goedheid, aan positiviteit.
Die gerichtheid op liefde en goedheid valt te doen.                                                                                       

In het OT. boek Wijsheid van Jezus Sirach gaat het om dagdagelijkse inzet en dienstbaarheid, om de zorg en aandacht voor kinderen en medemensen, om een levenshouding die in deemoed en bescheidenheid zichzelf voor anderen durft weg te cijferen. Dit vinden wij ook terug bij Paulus in het Nieuwe Testament, …” als het niet in liefde tot stand komt en de liefde niet dient, is het niets dan ijle, gebakken lucht “.                                       

God komt het meest aanwezig in wat de auteur als zijn Geest benoemt : de diepe oriëntatie op Liefde en positiviteit en al wat daar concreet toe leidt naar buiten toe.
God ontmoet je in het goede, het lieve, het zachte, het zorgzame, het tedere, het nederige, het dienstbare, het zachtmoedige van elke dag. Wat telt is dus ‘goddelijke’ mens-overstijgende en toch in en door mensen geleefde en handen en voeten gegeven Liefde. En dat is de einder die zowel het Oude als het Nieuwe Testament beklemtonen wanneer ze beide de liefde tot God en de liefde tot de naaste evenwaardig aan elkaar centraal stellen als het hoogste gebod.
Wat valt er dan te hopen .                                                                                                      

Wij weten niets over wat er na onze dood met ons ‘ik’ gebeurt.  Maar als God, als Liefde werkelijk zo ver en diep reikt, kan dan die ultieme Liefde iets wat goed is verloren laten gaan ? Er is geen weten, wel een hopen in vertrouwen.
Waar kracht te halen ?
Er is rust van geest nodig om te beseffen waar het op aankomt, om te leren onderscheid te maken tussen wat telt en wat niet telt, om keuzes te maken voor of tegen, om telkens opnieuw te beginnen. Kracht vind je dan in inkeer, in het bewust worden van die gedragenheid en van waaruit men ook de kracht haalt om die liefde naar buiten te brengen.
En er zal zijn : Liefde, het laatste woord.
Geloof is het binnentreden in en meewerken aan een horizon van hoop op God als liefdevolle kracht van en in het bestaan. Dat is ook de uiteindelijke zingeving : meewerken aan die liefde. Geloof nodigt ons ook uit tot een grondhouding van stilte, deemoed en nederigheid zoals Felix Timmermans zei : de kern van alle dingen is stil en eindeloos.



Lenaers Roger, Jezus van Nazaret – Een mens als wij?  Pelckmans, 2015 (voorgesteld door Vic Vaes op vrijdag 15 april 2016)

Een zoveelste boek over Jezus van Nazareth. Verbazingwekkend hoeveel boeken de laatste jaren over de persoon van Jezus zijn verschenen. Ieder van de auteurs heeft zo zijn eigen uitgangspunt en reden om over Jezus te schrijven.
Dan is de vraag aan Roger Lenaers welke bedoeling hij heeft met zijn boek.
Met de titel van zijn essay geeft Lanaers aan wat hij beoogt. Hij zoekt een antwoord op de vraag of we Jezus en de verhalen over hem moeten interpreteren als de geschiedenis van een gewone mens, zoals jij en ik of stijgt deze figuur boven het gewoon menselijke uit?
Als ik het boekje goed gelezen heb raakt Lenaers zelf niet goed uit deze vraag. Het grootste deel van zijn betoog argumenteert voor een volmondige bevestiging dat Jezus een mens was zoals wij maar in de allerlaatste bladzijde van zijn boekje staat in dikke letters , toch niet maar een mens als wij.  Misschien kan ik op het einde van deze voorstelling van het boek een verklaring vinden voor deze uitspraak:                                 ja … maar toch ook niet.
De verhalen over Jezus zijn ontstaan zo’n 2000 jaar geleden. Ze zijn dus geschreven in de taal en vanuit het wereldbeeld van die periode. De evangelies stammen uit een cultuur die van het mythologisch denken doordrongen is.(zie p. 22, wat Lenaers onder mythologie verstaat.) Welke werkelijkheid schuilt daaronder? Lenaers tracht in zijn boek het Jezusverhaal los te weken uit die taal en dat wereldbeeld om het om te zetten in taal van onze wereld nu.
In alle culturen van het verleden en tot in de 16e eeuw ook in de christelijke gold onze wereld als volkomen afhankelijk van een andere wereld.
Die andere wereld werd gedacht en voorgesteld naar het model van onze wereld (de enige trouwens die we kennen), dus als bestuurd door een heerser  - omgeven door dienaren (engelen) – die wetten geeft, toekijkt, straft en beloont. Die wereld wordt spontaan boven de onze gelokaliseerd en heet daarom bovennatuurlijke wereld. en wordt ook hemel genoemd. Ze heeft van alles weet, ook van het meest verborgene. In vergelijking daarmee is onze kennis onwetendheid. Gelukkig voor ons openbaart ze op tijd en stond wat we tot meerdere eer en welzijn voor ons moeten weten, maar wat we zelf niet kunnen achterhalen.
In de voorstelling van christenen  en moslims neemt die andere wereld ons in haar hemels domein op voor een eeuwigdurend geluk. Immers die bovenwereld is de absoluut volmaakte wereld.
Eigen aan het christelijk denkpatroon is dat Jezus van Nazareth met goddelijke macht en kennis bekleed uit de hemel is neergedaald om na zijn dood weer naar de andere wereld terug te keren. Maar voor zijn hemelvaart heeft hij een plaatsbekleder aangesteld en heeft hem aandeel gegeven aan zijn macht en kennis.
Dit is een erg vereenvoudigde voorstelling van de traditionele christelijke voorstellingswereld. Een dergelijke voorstellingswereld noemt men heteronoom , want de andere (heteros) wereld stelt in onze wereld de wet (noumos).
Onder invloed van de ontwikkeling van de exacte wetenschappen in het westen kwam men geleidelijk aan tot het inzicht dat de natuur haar eigen vaste wetten volgt, dat men die wetmatigheden kan berekenen en dan ook de effecten ervan kan voorzien en er zich tegen kan wapenen.
Door de innerlijk wetmatigheden van de kosmos te ontdekken sloot men geleidelijk aan een ingrijpen vanuit een bovenaardse wereld uit. Een dergelijk ingrijpen zou immer die wetenschappelijke zekerheden op losse schroeven zetten. De kosmos volgt zijn eigen wetten, is een gesloten geheel dat geen inmenging vanuit een andere wereld kent. Deze kosmos is autonoom (autos = zelf  noumos = wet// eigen wetmatigheid.)
De vroeger vanzelfsprekende mening dat een bovenwereld bij gelegenheid straffend of helpend ingrijpt en altijd ingrijpen kan verdween meer en meer. De stap van onwerkzaamheid naar onwerkelijkheid is dan vlug gezet.
De kosmos volgt zijn eigen weg en wetten: zij is autonoom. Aangezien de mens een deel van die kosmos is, zelfs diens hoogste zelfexpressie is de mens(heid) ook autonoom en moet hij zijn eigen levensmodus (moraal, wet) in zichzelf kunnen vinden (reeds humanisme van de 15e, 16e eeuw dacht in die richting)
Heel dit gebeuren waarin het heteronoom denken geleidelijk aan vervangen werd door het autonoom paradigma noemt men de moderniteit.
Lenaers tracht nu het Jezusbeeld binnen deze moderniteit in te passen. De verhalen (de taal dus) over Jezus zijn immers ontstaan in een voorstellingswereld die door de tijd achterhaald is. Hij wil de boodschap van Jezus voor de mens van de moderniteit bevrijden van de mythologische beelden en voorstellingen waarin ze sinds eeuwen baadt. Hij wil het duidelijk onhistorische dat de toegang tot de historische Jezus belemmert verwijderen.
Wie de jezus-verhalen in zijn mythologische expressie leest en vasthoudt heeft een fantasiebeeld over Jezus en leeft in een voorwetenschappelijke verleden aldus Lenaers.
In zijn Jezus-boek concentreert Lenaers zich hoofdzakelijk op wat in exegetenkringen de klassieke FAC (Frequently Asked Questions) vragen wordt genoemd.
Is Jezus echt geboren uit de maagd Maria?       Heeft Jezus echt wonderen gedaan?      Is Jezus met zijn lichaam echt uit het graf opgestaan?
In elk van de drie vragen ligt de klemtoon telkens op het woordje echt.  Bedoeld wordt dan, was Maria ook biologisch echt maagd nadat Jezus geboren was? Heeft Jezus bij wijze van voorbeeld ook echt over het water gewandeld? En hebben zijn leerlingen Jezus na zijn verrijzenis opnieuw kunnen waarnemen , met hem spreken, hem kunnen voelen en wel op dezelfde manier als voor zijn dood?
De verhalen over deze drie gegevens noemt Lenaers mythologische verhalen. Daarmee bedoelt hij dat in onze huidige wereldvisie er geen grond is om ze als echt in bovenvermelde betekenis te verstaan.
Immers rationeel is het niet te aanvaarden dat er geen seksuele omgang zou zijn bij de conceptie van een kind en dat Jezus moeder maagd zou zijn gebleven. Parthenogenese komt niet voor in de familie der zoogdieren.
Over het water wandelen miskent de wetten van de zwaartekracht en nog veel andere wonderverhalen aan en door Jezus verricht doen het kader van de historische werkelijkheid springen.
Ook hier gaat Lenaers met zoveel anderen uit van het principe van de onverzoenbaarheid. W.z. Is iets vandaag niet meer denkbaar omdat het niet te verzoenen is met onze door de natuurwetten getekende visie en levenservaring , dan kunnen we dat ook in het verleden niet voor werkelijk gebeurd houden.
Wat de verrijzenis betreft gaat Lenaers radicaal in tegen wat hij leest in het Jezus-boek van Ratzinger (de vorige paus). In de moderniteit zo betoogt Lenaers is het onmogelijk te geloven in het herleven van een dood organisme en nog minder in de bewering dat het lichaam van Christus na zijn verrijzenis doet wat andere lichamen niet kunnen (verschijnen en verdwijnen, door gesloten deuren heengaan en tenslotte van de aarde omhoogstijgen.) Als men hieraan blijft vasthouden doet de kerk de deur dicht voor de inculturering van onze geloofsboodschap in de moderniteit.
Maar wat is dan volgens Lenaers de boodschap van deze wonderverhalen?
Ik citeer per FAQ slechts één paragraaf uit het boek.
Dat Jezus geboren is uit een maagd is een mythologisch vertaalde belijdenis dat Jezus geen mensenwerk is met al het beperkte en onaffe dat mensen eigen is, dat hij pure schepping Gods is, pure zelfexpressie Gods, een nieuw begin. (p.30)
De wonderverhalen zijn symbolische verhalen. De evangelisten wilden hiervan geen historisch verslag geven, maar doorheen deze verhalen verkondigen ze het goede nieuws. En dat goede nieuws was niet dat Jezus van Nazareth wonderen had verricht. Want wat hadden hun lezers en toehoorders zoveel jaren later voor hun eigen leven daaraan? Ze hadden integendeel wel heel veel aan dit besef: van Jezus was tijden zijn leven genezende en daardoor reddende kracht uitgegaan, dan bleef hij ook voor henzelf, dus na zijn dood, genezend, bevrijdend, reddend. Niet meer lichamelijk, maar dieper existentieel, hij maakte nieuwe mensen van hen. De wonderen waren beelden van het heil. (p.51)
En tenslotte over het verrijzenisgeloof:    Dat zien (van de verrezen Heer) is het gevolg van de verkondiging. Het verhaal van de Emmaüsgangers is een parabel van dat proces; de vreemde die de twee tot de verheugende ontdekking brengt dat jezus leeft is de verkondiger. Wat hij bij de twee wekt is een innerlijk zien, een ervaring van zinvolheid en vervulling, kortom van leven waaraan men door de toewending tot Jezus als de levende deel krijgt (p.97)
Tot zoverre Lenaers’ Jezus van Nazareth.     Wat opvalt is dat zijn geloofsuitingen over een gedemythologiseerde Jezus een andere taal is dan de rationaliserende taal waarin hij zijn bevraging doet. Blijkbaar volgt het zoeken naar rationele waarheden een ander spoor dan het zoeken en verwoorden van levensvragen en zinsvragen. Het is geweten dat geloven zich steeds uitdrukt in metaforische taal en zijn we dan niet terug in de buurt van mythische taal. Over het goddelijke kan enkel in beeldtaal worden gesproken, dat bewijst het boek van Lenaers daar waar hij zijn diepste overtuiging tracht mee te delen.
Waarom zou het minder mythologisch zijn te zeggen dat Jezus een mens is toch niet als wij of dat Jezus pure zelfexpressie Gods is, dat Jezus door zijn wonderen nieuwe mensen maakt of dat de metgezel bij de Emmaüsgangers een innerlijk zien wekt …..
Misschien laat het Christendom zich op geen enkele manier ontmythologiseren met het behoud van om het even welke betekenis ervan. En waarom zouden we de criteria van de rationaliteit moeten overnemen als criteria van de absolute waarheid?

Nog twee essays van belang in deze context.  Geert Van Oyen, Jezus. Toen, nu, dan. Acco 2004.   Leszek Kolakowski, Jezus. Een apologetisch en sceptisch essay. Klement, 2014



Leroy Daniël R., Van ambt tot voorganger . Voorbij de crisis in de kerk? Van ambt tot voorganger, Gent, 2017, eigen beheer, 128 p.

- Voorstelling van het boekje door de auteur zelf en de tekst van de inleiding: http://www.dominicusgent.be/2017/03/08/boek-van-ambt-tot-voorganger-voorbij-de-crisis-in-de-kerk/ .

De auteur geeft het boekje uit in eigen beheer. Ik mag veronderstellen dat hij ook de tekst van de achterflap heeft verzorgd. Bovenaan stelt hij in een 3-tal alinea's de inhoud van het boekje voor. Onderaan stelt hij zichzelf voor. In de drie alinea's van de voorstelling geeft hij een onnavolgbare inhoudsbeschrijving van het boekje.

Op de kerk in crisis (priestertekort ten gevolge van de keuze voor celibataire mannelijke priesters, lege kerken) komt de structuurhervorming (kerkenplannen, bestemming van kerken, centrumkerken, pastorale eenheden). De auteur maakt kritische beschouwingen vanuit de organisatiewetenschap en vanuit de theologie. Hij kiest voor het organisatie- en theologisch model van het 'Lichaam van Christus', voor gelijkwaardigheid en voor een diversiteit van functies ten dienste van de gemeenschap. Dat vertaalt hij dan naar de situatie van nu. Hij kiest voor de kerk een 'democratisch' organisatiemodel dat een voorbeeld voor de wereld kan zijn. Tenslotte zegt hij tot de plaatselijke parochiekernen: ga door (ook zonder bisschoppelijke toestemming). Zijn hoop is: "De alles-of-niets priester moet vervangen worden door een veelvormigheid van kerkelijk gemandateerde voorgangers, voor vrouwen en mannen, gehuwden en ongehuwden, beperkt in tijd en ruimte, en vernieuwbaar." (blz.101).

1. Kerk in crisis (blz. 12-17)

- Geen priesters meer. Er is een groot priestertekort. De auteur woont in het bisdom Gent en geeft een overzicht van het aantal priesters met leeftijdscategorie. Er zijn nog 6 priesters onder de 45 jaar. Reeds vele jaren werd er op het priestertekort gewezen, maar men bleef vasthouden aan mannelijke celibatairen. Wel werden inspanningen geleverd naar diakens (sinds 1967), parochie-assistenten en pastorale werk(st)ers (sinds 1990), godsdienstleerkrachten (sinds 1960) en belangstellende leken. Maar de leiding van de parochie en de eucharistieviering bleef voorbehouden aan de priester.
- In de tweede helft van de 20ste eeuw veranderde de samenleving grondig door allerlei factoren (secularisatie, technologie, communicatiemiddelen...). De volkskerk verdampte. Er vond een grote ontkerkelijking en ontkerstening plaats.
- Verschillende binnenkerkelijke oorzaken versterkten de crisis: mythologische geloofsformuleringen met de corresponderende godsbeelden, de letterlijke interpretatie van de bijbel en de dogma's, Humanae Vitae (1968), het in ongenade vallen van Suenens in Rome (1969), het autocratisch bestuur van Rome.
- Er is een lichtpunt: Franciscus, bisschop van Rome. Maar wat na hem?

2. Structuurhervorming als antwoord (blz. 18-31)

Kerkenplannen worden opgesteld. Hierin wordt de bestemming bepaald. Zie Richtlijnen van de Vlaamse bisschoppen voor het gebruik van de parochiekerken (8 nov. 2012). Dan is er de oprichting van nieuwe parochiefederaties of pastorale eenheden. Er zijn twee strekkingen: de parochies fuseren of de pastorale eenheid ondersteunt de parochiekernen; een centraal aangestuurde éénheid of een netwerkstructuur. Verder wordt een centrumkerk aangewezen waar 's zondags de eucharistieviering zal plaatsvinden. Hierbij zijn verschillende opties: enkel op zondag wordt de eucharistie gevierd of bestaat de mogelijkheid om in verschillende parochiekerken van de pastorale eenheid de eucharistie te vieren. In de parochiekerken waar geen eucharistie wordt gevierd, mogen geen gebedsdiensten plaatsvinden. Er is wrevel en ongerustheid bij veel parochiekernen over welk lot hen te wachten staat: zullen ze verder kunnen blijven werken of zullen ze moeten verdwijnen? Het is vooral dit laatste dat Daniël Leroy ertoe heeft aangezet om het boekje te schrijven. Zie blz.27: "Tot hiertoe is er weinig openlijk georganiseerd verzet van leken tegen de voorgenomen gang van zaken... En soms hoor je: Als ze onze kerk sluiten, huren we een zaaltje om bijeen te komen." Op de huidige dienstdoende priesters weegt een loodzware taak: hij moet een kerk voor allen zijn en van hem wordt verwacht dat er elke zondag een kwalitatief hoogstaande eucharistieviering plaats vindt. De structuurwijzigingen zijn doorgevoerd rond de centrale positie van de nog beschikbare celibataire mannelijke priesters. Maar deze oplossing biedt geen toekomstperspectief.

3. Kritische beschouwingen (blz.32-39)

Daniël Leroy werkte vijftien jaar lang als agoog o.a. rond organisatieontwikkeling in scholen. Hij bekijkt de herstructureringen en het effect die ze hebben op wie erbij betrokken is.
- De hervorming is drastisch. Dergelijke hervormingen gaan vaak gepaard met dwingende sturing. Twee vragen stellen zich hierbij: (1) in welke mate ervaren de betrokken christenen die aangewende macht als legitiem; (2) zijn zij het eens met de opgelegde veranderingen. Tegenover leken heeft de kerkelijke overheid bijna geen kerkrechterlijke macht. Ze moet een betrouwbaar gezag zijn. De kerkelijke overheid moet op instemming van haar basis en op consensus kunnen rekenen. Wie dichtbij de hervormingen staan, vinden ze pijnlijk, noodzakelijk en positief. Bij wie wat verder af staan, is er veel argwaan. Is de beste oplossing gekozen. Neen, want de structuur van het celibataire mannelijke priesterschap wordt bevestigd en er komt geen gesprek over het personeelstekort. Centraliseren en schaalvergroting is niet wat de meerderheid van de geëngageerde gelovigen verkiest. De actiefste parochiekernen willen zelfstandig doorgaan. Maar het beleid ziet hen vaak over het hoofd en wil soms dat ze hun werking stopzetten. Dat wekt veel frustratie.
- Er is een tegenstrijdige visie op het ambt, de kerk en haar toekomst. Op blz. 35 lezen we zeer scherpe kritiek. Over het algemeen is Daniël Leroy in zijn beoordelingen genuanceerd en vriendelijk. Op deze pagina komt zijn verontwaardiging en frustratie tot uiting: "Is de schaalvergroting dan een strategische terugtocht naar een commandopost van waaruit generaals toch nog het hele geruïneerde terrein kunnen overzien? Een priesterlijk panopticum om het heersende hiërarchische kerkmodel te handhaven? Met name door het handvol gewijden alle controle over het instituut te geven en zo het sacraal-hiërarchische ambt voor de ondergang te behoeden?"
- Vanuit de groepsdynamica en de organisatiekunde bekijkt Daniël Leroy de kerk als instituut. Vooreerst belicht hij het aspect bedrijfsblindheid voor om het even welke groep of instelling. Door succes en overmoed wordt een instelling of groep blind voor wat mank loopt. De bedrijfsblindheid van de kerkelijke overheid wordt verdoezeld door een theologie van haar bovennatuurlijke oorsprong waardoor ze een eeuwige garantie van haar bestaan krijgt (God laat ons niet verweesd achter en de kerk is niet van ons).

4. Hiërarchische en sacraal (blz.41-59)

Dit en volgend hoofdstuk vormen de cruciale hoofdstukken van het boekje. In het vierde hoofdstukje geeft de auteur ons een historische schets van de invulling van het leiderschap en de kerkorde. Hij besteedt hierbij veel ruimte voor de eerste vier eeuwen. Het uitgangspunt is: "De huidige gestalte van de katholieke kerk en het hiërarchisch ambt zijn het resultaat van eeuwenlange ontwikkelingen. Niets ervan valt rechtstreeks uit het Nieuwe Testament af te leiden." (blz.41). De "apostelperiode" (30-70 na Chr.) was wegens de verwachting van de wederkomst van Jezus niet van aard om in blijvend leiderschap en organisatie te investeren. De apostelen gedroegen zich als rondreizende filosofen of profeten. In de gemeenten ontstonden allerlei functies, naargelang de omstandigheden, maar dienstbaarheid aan de groep en de gelijkheid van de leden waren de kenmerken. De bekommernis ging om het fysieke instandhouding van de groep en de geestelijke doelen (geestesgaven). Met de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel loopt een periode af. De auteur vat de volgende periode op blz. 47 als volgt samen: "'Na de charismatische aposteltijd, op het einde van de eerste en het begin van de tweede eeuw vertonen christelijke groepen diverse, wat eenzijdige, deels tegenstrijdige organisatievormen; ook hun opvattingen over wat een gemeente hoort te zijn en het daarmee corresponderende gezag lopen uiteen." Vanaf de tweede eeuw rijst de vraag hoe de Jezusbeweging organiseren? En wie zegt dat het de juiste vormgeving is. De uitdaging is: hoe de groep in stand houden (de eenheid bewaren en gemeenschap stichten) en zijn doel bereiken. De plaatselijke gemeenten groeien uit tot stadskerken. Het hiërarchisch onderscheid tussen episkopen, presbuteroi , diakens en diakonessen dat Ignatius van Antiochië (rond 120 na Chr.) maakt, was bij het begin van de tweede eeuw zeker nog niet algemeen. De daaropvolgende jaren geraakt een episkopaal model van leidinggeven overal doorgevoerd. (blz.49) De stadskerk kiest een episkopos als leider, die vaak van elders komt. In de derde eeuw breidt het christendom zich uit. De christenen verwerven een belangrijke maatschappelijke positie omwille van hun voortreffelijke organisatie en moraliteit en krijgen daarenboven een sociale en economische betekenis. Twee culturen botsen tegen elkaar aan: de joods-christelijke en de hellenistisch christelijke die uitmondt in felle discussies en twisten over God en de persoon van Jezus Christus. Met Constantijn begon de christianisering van het imperium. Op het einde van de 4de eeuw werd het christendom staatsgodsdienst voor het hele rijk. Door die machtspositie veranderde op korte tijd spiritualiteit en theologie in een leer vastgelegd door de kerkleiding en doorgedrukt door de overheid. De maatschappelijke positie veranderde ook grondig de status, de rol en het zelfbeeld van de kerkleiding. (blz. 55) Naar het model van het Rijk werd de kerk een gehiërarchiseerde organisatie, van bovenuit tot stand komend. Dat alles heeft zijn invloed op theologie en liturgie. Er greep een imperialisering van het christendom plaats. Ieder kreeg zijn plaats en zijn functie in de gehiërarchiseerde maatschappij? Niemand kon zich eraan onttrekken. Er heeft een hiërarchisering van het priesterschap plaats. In plaats van vrije verkiezing door het volk, gebeurt de aanstelling van een bisschop via Gods vertegenwoordiger op aarde, een patriarch, een paus of een keizer. De pyramidale opbouw van de kerk werd een onderdeel van de middeleeuwse standenmaatschappij. Bovendien had een heidense sacralisering plaats. Het bevorderde de ontwikkeling van de koppeling van sacramenten aan het ambt en de sacramenten kregen een sacraal, magisch karakter. De priesters werden bemiddelaars die tegen betaling religieuze diensten verleenden?. Het onderscheid tussen priesters en leken kreeg een theologische fundering: het priesterschap maakte de priester essentieel en gradueel verschillend van de leek.

5. Kerk:  'Lichaam van Christus' (blz. 60-70)

De auteur inspireert zich op Paulus om de kerk te zien als 'Lichaam van Christus'. We komen bij een hoofdstuk, gewijd aan een theologie van de kerk als 'Lichaam van Christus', De auteur geeft ons een stevige brok theologie, vertrekkend van God als mysterie, via Christus tot ons. Ontmoetingen met het mysterie zijn sacramenten. Maar in sacrale rituelen wil men zich van het goddelijke verzekeren. Zo werden sacramenten vaak als sacrale rituelen benaderd en beleefd. De klemtoon werd gelegd op de juiste uitvoering van het ritueel omdat men geloofde in de magische kracht ervan. In het concilie van Trente werden zeven sacramenten vastgelegd. Aan de dogmatische verklaringen werden juridische en bestuurlijke maatregelen gekoppeld. Langzamerhand verloor men uit het oog dat de kerk in haar geheel sacramenteel is. Met Vat I (1870) werd de kerkelijke macht een monopolie van de paus en werd alles bij hem gecentraliseerd. Ondanks het mooie uitgangspunt van de kerk als volk van God werd het hiërarchisch model in Vat II (1962-1965) bevestigd en versterkt. Het ambtelijk priesterschap verschilt in essentie en gradueel van dat van het algemeen priesterschap van het volk van God. Hiertegen reageert de auteur dat deze benadering niet strookt met het NT en de praktijk van de eerste eeuwen. Twee theologieën die met elkaar botsen.

6. Naar vandaag (blz. 72-83)

"Kerk is: de gemeenschap van gelovigen. Tenminste als we gemeenschap begrijpen als een reële, ervaarbare gemeenschap, empirisch aanwezig op een plek en in een ruimere omgeving waar we dat geloof als levenshouding beleven." (blz.72). Die gebedsplek schept menselijke verbondenheid. Die plek afpakken is ontheemding.
- De kerk als gemeenschap van gelovigen bestaat uit groepen, gemeenschappen met gevarieerde en specifieke functies waaronder een leider die van de groep is, maar ook ertegenover staat. Kerk is priesterlijk Godsvolk. Het heilige is onbemiddeld toegankelijk. Dat Godsvolk heeft een zending naar de wereld. Niemand kan zich Christus' werk aanmatigen, toe-eigenen. Er is een gelijkwaardige inbreng van een diversiteit van gaven, diensten en werken, gericht op het geheel. Vaak draaide het in de loop van de geschiedenis anders uit.
- De evolutie bij de verantwoordelijke organen verloopt uiterst traag. Het optreden van paus Franciscus is hoopgevend. De Duitse bisschoppen pleiten in een brochure voor een herlezing van de concilieteksten in het licht van de ervaringen en uitdagingen van vandaag. Er zijn ook tegenstemmen die de huidige vormgeving van de kerk verdedigen. Op blz. 81-83 vinden we de visie van de auteur. Christelijk geloven is niet zozeer een aannemen van waarheden, maar een beleven van de boodschap van Jezus. Er is eerst de gemeenschap. Daaruit ontstaan allerlei "ambten" voor het welzijn van de groep, opborrelend vanuit de de Geest van God. Op blz. 83 besluit hij: "Is er dan niets 'geopenbaard' over gezag in de kerk? Het Nieuwe Testament biedt enkele grondprincipes: niemand doet het in eigen naam; allen staan onder de boodschap; niet als de andere heersers; niet als de farizeeën; altijd als dienst aan de anderen; met erkenning en waardering voor de verscheidenheid; gericht op de eenheid en verbondenheid van allen; wie leidt, moet de Heer beminnen en zijn schapen; en nooit in de naam van, maar vooral zoals Jezus." Al de rest hangt samen met onze menselijke sociale conditie en is historisch en cultureel bepaald."

7. Kerk met het oog op het Rijk Gods (blz. 84-94)

De auteur stelt de vraag: "Een democratische organisatie? En onmiddellijk erop volgend: Hoe moeten de volgelingen van Jezus, de Christus, zichzelf organiseren?" (blz. 85) "Democratie in de kerk betekent dat alle gezag voortkomt uit de kerk als Lichaam van Christus en gericht is op het heil van allen." (blz.85) En verder de vraag: "Hoe kunnen kerken op lokaal, regionaal en internationaal vlak een voorbeeld van goede organisatie worden?" (blz.86). Door een open communicatie met respect en liefde voor elkaar en het subsidiariteitsbeginsel: wat een échelon zelf kan doet , doet het dan ook. Vanuit deze visie worden de gaven, diensten, en werken benaderd, ook het priesterlijk ambt, de roeping, de kandidaat en opleiding, het opnemen van een gedifferentieerde pastorale taak. De apostolische traditie wordt waargemaakt met een gekozen bisschop die garant staat voor de éénheid.

8. En ondertussen? (blz.96-102)

Er zullen christenen zijn die een mandaat zullen krijgen. Maar het belangrijkste komt nog en dit is de reden waarom de auteur dit boekje schreef: een verantwoording geven waarom parochiale kerngroepen moeten doorgaan nadat ze hebben afgewogen of ze voldoende draagvlak en over de mogelijkheden beschikken om door te gaan met hun zondagsvieringen (eventueel zonder bisschoppelijke toestemming). En tot de verantwoordelijken zegt hij: "haar tijdskrediet is opgebruikt... Het geduld met de kerkleiding is bij veel mensen helemaal op. Wij zijn de kerk."
Daarenboven zijn er in Vlaanderen groepen die sinds tientallen jaren hun 'eigen' weg gaan.
De auteur doet een oproep aan priesters en bisschoppen om de plaatselijke parochiekernen te ondersteunen, evenals de voorgangers die de parochiekernen kiezen. En de auteur formuleert nog maar eens zijn standpunt: "De alles-of-niets priester moet vervangen worden door een veelvormigheid van kerkelijk gemandateerde voorgangers, voor vrouwen en mannen, gehuwden en ongehuwden, beperkt in tijd en ruimte, en vernieuwbaar." (blz.101).

30 april 2017 - Arseen De Kesel

Het boekje van Daniël  Leroy : Van ambt tot voorganger. Voorbij de crisis in de kerk? 
Samenvatting (in een andere bijlage) . Enkele bemerkingen naar aanleiding van het boekje.

Het boekje van Daniël  Leroy samenvatten is geen sine cure.  Ik heb het gevoel dat ik hierin niet geslaagd ben. Maar ik heb geprobeerd. (Ik heb geleerd dat een tekst die voorligt, gemakkelijker aan kritiek onderhevig is  dan als niets  voorligt).  Ik heb het boekje vooral samengevat voor hen die het boekje wellicht niet zullen lezen, maar toch geïnteresseerd zijn in de thematiek (Voor U Gelezen).
Het boekje  is prachtig opgebouwd en helder geschreven. Het is een pleidooi voor het bestaan van de plaatselijke parochiekernen en de basisgemeenschappen. De auteur  is deskundig in organisatieontwikkeling. De uitgelezen man dus om de thematiek van het sluiten van kerken en de vrees van parochiekernen om tot verdwijnen gedoemd te zijn te bekijken.  Wellicht vanuit zijn kennis  van de huidige stromingen in de organisatiekunde (een meer democratisch model) ziet hij in het model van Paulus die de gemeente als ‘Lichaam van Christus’ beschrijft, het aangewezen organisatiemodel  voor de kerk. Niet alleen het hiërarchisch karakter (van boven naar beneden) moest ontmijnd worden. (Terloops: hiërarchie komt van hiera archè – de auteur weet dat maar al te goed – betekent heilig  begin / hoofding. Hiërarchie kan dus twee richtingen uit : van boven naar beneden of  van beneden naar boven; er is altijd een hiërarchie binnen een groep). Ook het sacrale karakter van het ambtelijk priesterschap moest bekeken worden. Dat heeft de auteur dan ook theologisch bekeken. 
We mogen ons gelukkig prijzen dat we een deskundig iemand als de auteur hebben die de huidige structurele hervormingen vanuit organisatie-oogpunt bekijkt. Daarvoor heb ik de hoogste waardering.
De auteur is theologisch sterk onderlegd. Daaraan twijfel ik geen ogenblik. Vandaar dat dit boekje in plaatselijke parochiekernen en in basisgemeenschappen zeer goed onthaald zal worden en terecht.
Het probleem van de kerk is niet louter van organisatorische aard. Het christendom en alle geopenbaarde godsdiensten staan voor de uitdaging om hun theologisch erfgoed  fundamenteel te herdenken. Dat is een werk van generaties.  Parochiekernen en basisgroepen worden met ernstige theologische vragen van mensen geconfronteerd waarbij we vaak het antwoord schuldig moeten blijven (of ik althans toch). Ik hoop dat vanuit de concrete mensen, de parochiekernen, de basisgemeenschappen en de professionele vrijgestelden (exegeten, theologen) een nieuwe ‘theo’logie kan opgebouwd worden. Bij dit proces probeer ik alle taboes te doorbreken, vragen te stellen zonder de bedoeling een tabula rasa’ na te streven, ik hoop enkel dat we het gesprek durven aangaan.
Ik besef dat velen niet zullen meegaan met de bemerkingen die ik naar aanleiding van dit boekje maak. Ik wil in geen geval dat een discussie een gezamenlijk verzet tegen de uitvoering van de structurele hervormingen zou verzwakken. Ik lees immers het boekje als een oproep tot verzet en een alternatief voor  de huidige kerkstructuur.  En ik sluit mij daar volop bij aan.

Een aantal bemerkingen naar aanleiding van het boekje

  1. Wat we zeggen van boven, komt van beneden.
  2. Wat we over God, over Christus zeggen, komt van beneden. De motieven van ons spreken over God kunnen veelvuldig en diffuus zijn: poging om “het mysterie” ter sprake te brengen , poging om eigen macht te verwerven en te versterken. Hierbij kunnen we ons een rad voor de ogen draaien : In Lumen Gentium  nr 18 (over de bisschoppen) wordt gezegd dat zij macht ontvangen om hun broeders te dienen.  (‘Macht’hebbers zeggen vaak dat ze het volk willen dienen.)
  3. OT en NT  moeten kritisch gelezen worden.  De grondervaring van het volk van Israël is  de ervaring van de aanwezigheid van een mysterie dat zij JHWH noemen (Ex 3,14) en dat door Mozes wordt verwoord.  Die  ervaring wordt omgezet in een “verbond” waarin JHWH als een koning een overeenkomst sluit met het volk. Zo weet de stam Levi het priesterschap voor zich te reserveren. Het offeren in de tempel had vele voordelen voor de priesters, want zij ‘profiteerden’ van die offergaven, zoals een pastoor voordeel heeft van de offergaven bij een begrafenis, want die komen hem toe.  De ark van het verbond als symbool van de aanwezigheid van JHWH bij zijn volk krijgt goddelijke attributen, zoals het brood en de wijn als symbool van het delen van mensen onder elkaar waarin Gods aanwezigheid wordt ervaren goddelijke attributen krijgt (uitstelling van het H. Sacrament). De ervaring van de aanwezigheid van het “mysterie” onder mensen wordt gekatapulteerd buiten de gemeenschap, waarop een groep bedienaars / bemiddelaars het “goddelijke” naar de mensen en het “menselijke” naar God brengen. Is dit het onderscheid tussen sacramentaliteit (ervaring van het mysterie) en het sacrale (het heilige als iets buiten de mens)? 

In het OT betekende het priesterschap voor eeuwig  een priesterschap van generatie op generatie, want het priesterschap werd van vader op zoon doorgegeven.  Door een letterlijke lezing van de bijbel werd deze tekst geïnterpreteerd als een priesterschap voor altijd, tot in de hemel  toe. Hiermee lag de weg open om de wijding tot priester te beschouwen als een gebeuren waarin  aan de betrokkene  een onuitwisbaar ‘merkteken’ werd gegeven.  Daardoor kwam er in de katholieke kerk een essentieel en gradueel verschil tussen de priester en de leek, ongeacht of de priester al dan niet getrouwd zou zijn. Het celibaat wordt vereist zogezegd om de totale beschikbaarheid te funderen. (Ook het ambtelijk priesterschap van gehuwde mannen en vrouwen kan in deze visie ‘klerikaal  (klèros: erfdeel) zijn.)
Al heel vroeg werd de kruisdood van Jezus als een offer geïnterpreteerd. De lezing van de Torah en Tenach hadden gezorgd voor een zinvolle interpretatie van Jezus’ lijden en dood. Deze interpretatie sloot aan bij de tempeltheologie en het OTische priesterschap. De dagelijkse offers in de tempel van Jeruzalem werden vervangen door het onbloedig offer van Christus, die de priester dagelijks in het misoffer bracht.  Zoals in het OT slechts een bevoorrechte groep van priesters de offers aan God mocht opdragen, zo mocht een afgezonderde groep van priesters het onbloedig offer van Jezus opdragen.
In Mc 8,29 zegt Petrus tot Jezus: “ U bent de Messias”. Hier zien we al een koppeling tussen het toekomstige ambt van Petrus en de geloofsbelijdenis.

  1. De letterlijke interpretatie van de Bijbel, zoals die in Vat II wordt gehanteerd, komt de hiërarchische structuur van de kerk goed uit. Het onderbouwt de machtsstructuur. (Maar : De Twaalf (of Elf) in het NT staat symbool voor  de twaalf stammen van Israël, het hele volk Israël.)  Als hierbij nog komt dat de bisschoppen  zich beschouwen als de opvolgers van de Twaalf / Elf, dan rijzen er ernstige vragen, want roeping en zending was gericht tot de Twaalf / Elf en bij het Laatste Avondmaal waren ‘slechts’ de Twaalf aanwezig. Dat zou betekenen dat het ‘volk van God’ er niets mee te maken heeft. Roeping en zending zijn tot het hele volk gericht en het Laatste Avondmaal waarin brood gedeeld en de beker doorgegeven wordt is een gebeuren van het hele volk Gods. Een andere interpretatie van de Twaalf/Elf dringt zich op.
  2. Na Mc 1,14-15 zegt Jezus dat het Koninkrijk van God nabij is . Hierop volgt Mc 1,16-20 waarin de roeping van tweemaal twee broers wordt verteld. Dit verhaal beklemtoont dat de roeping bestaat in het worden van broer voor elkaar. Dat is de wording van het koninkrijk van God. Bij de roeping van de Twaalf worden ze twee aan twee genoemd en bij de zending worden ze twee aan twee gezonden. Hun boodschap bestaat in de allereerste plaats hoe ze de onderlinge broederschap beleven. 

 Je  gebruikt in je tekst enkele malen de uitdrukking:  Rijk Gods.  Dit mag nader verklaard worden.  Voor mij betekent Rijk Gods de ervaring  en de beleving van de broederlijkheid / zusterlijkheid  onder elkaar waarin tegelijkertijd  het “mysterie” ervaren wordt.

  1. Evenzo blijf ik moeite hebben met de termen sacramenten en  sacramentaliteit van de kerk. Sacrament betekent een middel tot heiliging;  sacramentaliteit is van sacramentum afgeleid. Ik zou liever de term ‘mysterie’ of ‘geheim’ gebruiken. In de ontmoeting van mensen met elkaar kunnen ze ervaren dat ze tegelijkertijd in contact komen met een/het mysterie. Die ervaring kan verwoord en door symbolen verduidelijkt worden.  Het mysterie op zich kan niet van bovenaf naar beneden gebracht worden, omdat de menselijke ervaring ontbreekt.  Zo kan een groep “geheimnisvol’ (sacramenteel) zijn. Geheimnisvolle gebeurtenissen (of sacramenten) veronderstellen een gemeenschap die het geheim ervaart. 

 In alles kan zich het ‘Mysterie’  openbaren voor wie het ‘Mysterie’ ziet. Het “Mysterie” openbaart zich in het breken van het brood en het delen van de beker of m.a.w. dat mensen gedachten en goederen met elkaar delen.  Denk b.v. aan Lévinas : ik en de ander / Ander.  Samen wordt er gedeeld. Volgens mij ligt hier de kracht van de ‘boodschap’ van Jezus. Dat doen is Jezus’ boodschap levendig houden. Dit is de kern. Of Jezus nog verder leeft, aanwezig is, goddelijk is, is mooie taal, maar hoeft voor mij niet persé.  Er is geen voorganger nodig die het brood breekt en de beker doorgeeft. Ieder breekt het brood voor de ander. Ieder deelt de beker. Een voorganger is nodig om alles in goede banen te leiden.  Maar er is hoegenaamd geen mandaat nodig om dit te doen. 

  1. ‘Lichaam van Christus’ is een beeld dat Paulus gebruikt. Paulus is ook degene die bijna geen aandacht besteedt aan de historische Jezus, maar des te meer aan de verrezen Heer. Dat doet sterk denken aan Plato. We leven hier als in een schaduw. Na dit leven zullen we in het volle licht leven. Zo is het aardse leven van Jezus maar een schaduw van wat komt na zijn dood.  De voorspellingen over de Messias (OT) worden beschouwd als vervuld in het NT, maar krijgen de volle dimensies na zijn leven op aarde. Hij krijgt een ‘goddelijke’ status. De zending van zijn apostelen wordt geïnterpreteerd als een mandaat van de verrezen en verheerlijkte Jezus. En zo was Jezus een gezondene van de Vader. Zo ontstaat een hiërarchie of heilige bestuursordening of een theocratie. Zoals reeds hierboven gezegd is dit menselijke speculatie.

Daarenboven zijn organisatievormen aan omstandigheden gebonden. Instellingen en groepen evolueren voortdurend en nemen andere vormen aan. Vroegere vormen moeten we niet idealiseren of dogmatiseren. Organisatievormen kunnen wel inspiratie bieden bij het zoeken naar een gepaste eigentijdse organisatievorm. Het organisatiemodel ‘Lichaam van Christus’ van het NT gebruiken om te oordelen over het hedendaags organisatiemodel van een hiërarchisch-sacramenteel karakter lijkt me niet opportuun. Het zijn twee verschillende modellen uit twee verschillende tijden.
Volgens mij kan het hiërarchisch-sacramenteel model  bediscussieerd worden vanuit de verschillende interpretaties van haar Oud- en Nieuwtestamentische bronnen. Lumen Gentium van Vaticanum hanteert  een letterlijke interpretatie van de Bijbel. Bijbelwetenschappen geven aan dat de auteurs van de Bijbelse geschriften geen letterlijke lezing van hun geschriften voor ogen hadden.
Bij een niet-letterlijke lezing en een grondige exegese kunnen we tot de kern van het hele verhaal komen: mensen die met elkaar delen en gemeenschap vormen kunnen iets van het geheim ervaren. Ze kunnen dat in woorden en symbolen tot uitdrukking brengen.
We moeten de moed hebben om onze theologie grondig te herzien.

  1. Jezus is inspiratiebron. Om met elkaar te delen bij het Laatste Avondmaal werden geen voorwaarden gesteld. Wellicht waren de meeste van de Twaalf niet eens gedoopt (laat staan gevormd). Judas nam er ook aan deel ofschoon hij Jezus zou overleveren. Jezus heeft hem er niet uitgegooid.   We moeten niemand navolgen, ook Jezus niet.  We kunnen kijken,  luisteren, inspiratie opdoen en onze verantwoordelijkheid opnemen. Ik lees op blz. 102: “De bevrijding, die de navolging van Christus brengt, het Rijk Gods… “ is verheven theologietaal.  
  2. Ik heb altijd wat moeite met de taal : “het algemeen priesterschap van de gelovigen” , door ons doopsel- en vormselgenade, de H. Geest enz.   Blijkbaar komt positieve energie van de H. Geest en negatieve ‘energie’ van de duivel. Het lijkt alsof een mens niet durft erkennen dat deze krachten uit zichzelf komen en de eigen verantwoordelijkheid proberen af te zwakken.

 Het “algemeen priesterschap van de gelovigen” lijkt me via Exodus 19,4 , over de 1 Petrusbrief naar ons te zijn gekomen.
Wat ik wil zeggen: ik heb wel wat moeite met de theologietaal.  Ik heb wel voldoende theologie gestudeerd om te weten wat er bedoeld wordt maar komt deze theologietaal tegemoet aan de ervaringen en vragen van ons , mensen?

  1. Er is vrijheid van mening, er is vrijheid van vergaderen. Dat geldt ook zo voor christenen. Ze hebben het recht om te geloven, om bij elkaar te komen, om met elkaar te delen, om een plek te zoeken om dat te doen.  Wie kan hen dat beletten? Kerkelijke overheden kunnen gelovigen verbieden om “gebedsdiensten”  te houden. Misschien hebben gelovigen nood om bij elkaar te komen om elkaar,  te bemoedigen. Geef het kind een andere naam en noem het b.v.  bijeenkomst van gelovigen.
  2. Ik ben coördinator van de basisgroep Te Elfder Ure van Hasselt. Deze groep bestaat bijna 40 jaar. Vorig jaar bespraken we het Godsbeeld. Bijna de hele groep had vragen rond het beeld van God als persoon. De uitdaging is: hoe over het “geheim” spreken in een nieuwe ‘theo’logische taal in een liturgische context. Het is zoeken.

29 april 2017 - Arseen De Kesel  


- Libbrecht Ulrich , Adieu à Dieu . Naar een religieus atheisme (voorgesteld op vrijdag 3 juni 2016 door Betty Peeters)

Adieu à Dieu                                                       Ulrich Libbrecht
Naar een religieus atheïsme                                     ISBN 978 90 441 3134 5    Uitgeverij GARANT   2014

“Dit boek is mijn vaarwel aan de religie waarin ik ben opgevoed. Het betekent geen vaarwel aan elke vorm van religiositeit. Ik wil de godsgelovigen uitnodigen om vaarwel te zeggen aan de pseudo-god van de westerse traditie, vooral aan de hemelse heer der heerscharen.

Mijn pelgrimstocht
De persoonlijke God was voor mij een mijlpaal ( ook een dogmatische ketting) in mijn jeugd. Alles daarbuiten was heidens. De priesters wisten het en de theologen.  Via  o.a. Ruusbroec en Eckhart  en Maimonides vond ik een nieuwe mijlpaal : het “Deus sive natura” van Spinoza. God en wereld zijn één .Nog een verdere mijlpaal ontdekte ik in het boeddhisme : God is pure energie en de wereld is een ver-schijn-sel ( maya).Via het Taoisme kwam ik bij nog een verdere mijlpaal : het Zen of aardgebonden boeddhisme. Hier werd de God van het Niets  één met het Al van de wereld.
Adieu betekent voor mij niet dat ik verbitterd en rancuneus God van mij afstoot, het is een adieu et merci. Ik wil van de mijlpalen geen totempalen maken waarvoor ik eerbiedig neerkniel, ik wil als pelgrim langs die vele wegwijzers trekken naar de diepte van het Grote Mysterie waarvoor ‘God’ slechts een naam is.
De meeste ‘gelovige mensen’ zoals mijn ouders en grootouders/ waren niet voldoende ontwikkeld of  ontvoogd van de macht van de priesters om zich vragen te stellen over ‘God’.  Geloof en gehoorzaamheid waren kapitale deugden, twijfel was een zonde ! Religie was een vorm van geborgenheid en troost in donkere dagen.
De westerse filosofie had/heeft 2 bronnen van waarheid : het christendom, geworteld in de Bijbel ‘het woord van God’     en    de Griekse filosofie die een logica aanbood voor het denkkader  van de wetenschap. Er is een derde bron waar het Westen nooit veel aandacht aan besteed heeft : de oosterse filosofie.
Als oriëntalist heb ik mijn hele leven geprobeerd deze 2 werelden met elkaar te verzoenen door me af te vragen of al deze diverse godsbeelden misschien maar ‘namen’ waren voor dezelfde realiteit.  Maar de meeste religies claimen dat zij en zij alleen De Waarheid bezitten !?Het grote gelijk heeft al veel  onnodige ellende opgeleverd . Ongelijk toegeven kan alleen vanuit  innerlijke zachtmoedigheid en de meeste panelgesprekken /debatten hebben niet als doel dichter bij de waarheid te komen.
Atheïsme leek me soms de eenvoudigste uitweg uit het oerwoud van mekaar bestrijdende meningen. Maar ik keek naar de sterrenhemel en de wetenschap onthulde me dit overweldigend wonder dat mijn hart niet onverschillig liet. In het chinees-japanse Zenboeddhisme vond ik diezelfde bewondering terug voor de kosmos, die grote energetische leegte.
Als volgeling van Popper heb ik bij meningsverschillen altijd de stelling onderschreven dat de ander gelijk kan hebben en ik ongelijk.
Voor mij  is gefundeerd atheïsme een op rationeel inzicht  gefundeerde keuze , een inzicht ondersteund door wetenschappelijk onderbouwde feiten dat ook ruimte laat voor  emotionaliteit
Ik wens een uitgangspunt dat voor iedereen een evidentie kan zijn. Dat lijkt mij de kosmos te zijn die men wetenschappelijk kan onderzoeken. Ik offer dus de God-persoon van de Bijbel en de Koran op als de winst een coherent wereldbeeld is.

Wat heeft de wetenschap mij geleerd?
De moderne kosmologie gaat  uit van een absolute leegte, een leegte enkel gevuld met energie.   De vormen , altijd onderhevig aan verandering,  ontstaan uit die energie  , ze worden hierbij gestuwd door de kosmische energie die volgens de wet van behoud van energie altijd bestaan heeft. 
De energie is eeuwig, dat is de enige absolute zekerheid die te vinden is in de kosmos. De oerknal       ( big bang)   is de overgang van pure energie naar informatie. Informatie betekent in-forma, een waarneembare vorm. Energie is alomtegenwoordig en almachtig want de oorzaak van elk fenomeen. (eigenschappen die men traditioneel aan God toekent.) Energie op zich is niet waarneembaar, alleen haar effecten,  gekoppeld aan informatieve patronen.
Het begrip Geest wordt traditioneel tegenover materie geplaatst. Het zijn echter verschillende aspecten van energie. Ze onderscheiden zich vanuit energetisch standpunt door hun graad van vrijheid. Materie is sterk vormgebonden.  Levende organismes hebben een veel grotere vrijheidsgraad waardoor ze snel kunnen evolueren . Bij levende organismen  bijv. geldt niet dat chaos toeneemt maar dat ordening ontstaat door de uitwisseling van allerlei stoffen met de omgeving.
Bewustzijn heeft de hoogste graad van vrije energie waardoor creativiteit mogelijk wordt. Geest is dan de creatieve vrije energie die haar plaats in onze hersenen vindt. Hersenen zijn het vormaspect, geest is de energetische werking.
De kosmos ontstond vanuit de “singulariteit” , een punt waar alle energie en massa waren samengeperst. De big bang veroorzaakte een uitdijend heelal.  Wat was er dan voor de big bang?  Hoe komt uit energie materie( vorm/informatie) voort? Vanuit de wiskunde ontstaan er allerlei hypotheses. De singulariteit ontstond vanuit een quantenfluctuatie van het Niets.( een toevallige gebeurtenis) Er worden ook hypotheses gebouwd over wat er voor de big bang was en over het multi-universum.
Fenomenen/dingen bevinden zich  in een energetisch veld dat heel de kosmos vult.  Bijv. de zon is een ‘kerncentrale’ die voortdurend energie uitzendt maar ook rondom zich een elektromagnetisch veld bezit dat heel de omringende ruimte  beïnvloedt.
Leven, in de moderne wetenschap (C.DE DUVE), is een energetisch gebeuren gekoppeld aan een materiële vorm. Lev ende systemen zijn open systemen die voortdurend energie en materie uitwisselen met hun omgeving. Zo groeien ze, planten zich voort en passen zich aan aan de omgeving. Leven is gekenmerkt door bewustzijn in de brede zin : het is materie die zich bewust is van haar omgeving , haar omgeving gewaar wordt. Levende wezens  op aarde voeden zich met externe energie ( van het energieveld van de zon)  en ze gedragen zich anti-entropisch ( de ordening neemt toe, niet de wanorde). Aangezien Leven behoort tot de wordingswereld is het vergankelijk, maar …de vorm vergaat, niet de energie. Die wordt herboren door o.a. voortplanting.
Dode systemen wisselen niets meer uit met de omgeving. De band tussen energie en vorm is verbroken. De vorm vervalt tot andere vormen en de onvergankelijke energie keert terug naar de kosmos
De klassieke positieve wetenschappen  en hun wetten functioneren uitstekend zolang ze het hebben over  de materiële macrowereld. De ontwikkelingen in de moderne kwantumfysica geven aan  dat op micro-niveau  heel andere wetten gelden.
Volgens de wetenschap is het energetisch veld dat de kosmos vult  een ziedende  ketel  vol van onrust en fluctuaties .Er is een permanente schepping van virtuele deeltjes die zo klein zijn dat we ze niet kunnen waarnemen in de fenomenale wereld, ze flitsen even op en verdwijnen weer.. Het energetisch veld is puur dynamisch en bestaat niet  uit ‘blijvende’ partikels  die onveranderlijke ‘zijnden’ zijn .Als de werkelijkheid een ‘wordingsproces’ is en de basisingrediênten geen ‘zijnden ‘ zijn dan moeten het ‘wordenden’ zijn.
In de moderne fysica heeft de snaartheorie een mogelijke verklaring : de snaren zijn die wordenden, het zijn trillingen die verschillende patronen (frekwenties en amplitudes) vertonen  en zo  door onze waarneming zich als verschillende deeltjes voordoen. Niemand heeft ooit een snaar gezien, alleen haar ‘afbeelding’ in deeltjes is waarneembaar.
Men dacht dat het heelal dat uitdijend was na de oerknal, na een tijdje zou stoppen met uitdijen en dan terug inkrimpen ( the big crunch)  maar recente waarnemingen hebben aangetoond dat de uitdijïng versnelt i.p.v. vertraagt. Dit betekent dat er energie moet toegevoegd worden !?
Klopt dit met het intuitieve idee van de SAMKHYA-filosofie dat het heelal wordt aangedreven door de RAJAS, een stuwkracht of energie  die de expansie voortdurend voedt.?
Het wereldbeeld van een ‘wordingswereld’ sluit aan bij de griekse denker Herakleitos (panta rhei). Maar in het westen is men blijven vasthouden aan het idee dat het minderwaardig Worden uit het eeuwige Zijn’ moet verklaard worden.

Wat  hebben het Boeddhisme en de oosterse filosofieën mij geleerd ?
In het oosten kennen noch het confucianisme, noch het taoisme, noch het boeddhisme een godsbegrip. Wat wij het Absolute noemen is voor oosterlingen het universum of de (energetische) Leegte. Hun atheïstische spiritualiteit is gerelateerd aan het mysterie van de kosmos.
God is een niets betekent : God is een niet-iets, informatieloze (vormloze) energie , dus moeilijk te vatten of ” een  niets” voor onze ver-beel-dende ratio .God is een leegte (sunyata)
Het chinese denken berust helemaal op energie (CH’I) en vorm (HSING,XING) .{ Het griekse woord energeia betekent : wat zich IN de werking bevindt en haar stuurt.} CH’I is een soort ether  die de hele ruimte vult en in alles aanwezig is
Ik heb over het boeddisme oeverloos veel gelezen maar het bleef allemaal bij de oppervlaktestructuur, de uiterlijkheden, tot ik STERBATSKY’S ‘BUDDHIST LOGIC’  las.
Het echte B. moeten we zoeken in de Pali-canon van de THERAVADA (teksten van de ouderen, uit de periode dat Boeddha leefde (480-400 VC) of in de UPANISHADEN (750 VC ) of in de VRAGEN VAN MILINDA (1e eeuw VC). .
De boeddhistische  logica wijkt sterk af van de logica van het grieks-westerse denken, waardoor ze heel slecht begrepen wordt. Het meest verrassende voor mij was dat vele concepten uit de moderne fysica beter aansloten bij de boeddhistische dan bij de westerse logica.
“God’ is voor boeddhisten  een naam voor het Absolute, de energetische volheid van de informatieve leegte. SUNYATA en NIRVANA zijn namen voor dat  onbekende en onkenbare mysterie. Er is geen openbaring tenzij in de fenomenale wereld. De boeddhanatuur ( de natuur van de verlichte) uit zich in de fenomenale wereld.
IN het westen kennen we vooral de lineaire causaliteit.  Oosterse filosofieën  zien meer in een veldcausaliteit  en een netwerk-causaliteit : alles is met alles verbonden ,  alles beïnvloedt alles . Het boeddhisme noemt dit prattitya-samutpada  co-arising.
De wetenschap is in China altijd holistisch geweest : waarneming door aandachtige aanwezigheid . In een tekst van de KUO-YU ( 4e eeuw VC) was YU  een cultuurheld die beweerde dat niet hijzelf het volk geleerd heeft hoe ze het stromende water konden beheersen maar dat ze dit geleerd hebben van het water zelf.
Het boeddhisme gaat uit  van de innerlijke ervaring, niet van overgeleverde  teksten. Alleen zo kan iemand  zijn ware boeddhanatuur ontdekken, de mysterieuze energie die alle informatie draagt , die ook in mij aanwezig is en die ik poog in haar zuiverheid te ervaren. Hier heerst de veldcausaliteit : ik word bewogen wanneer ik in de stilte de effecten van het universele veld ervaar.
In het boeddhisme en ook  bij de mystici is religiositeit gebaseerd op de innerlijke mystieke ervaring , op contact met het goddelijke in onszelf. Dit contact is mogelijk door meditatie. Heilige geschriften  maken  het mysterie God schijnbaar  toegankelijk voor de ratio, de theologie.  Boeddha heeft altijd gewaarschuwd voor de macht van het woord. Het woord kan nooit ‘’ de waarheid ‘’ vatten.. Een mysticus die zijn ervaring beschrijft, geeft geen objectieve waarheid weer  maar een innerlijke ervaring.
Religiositeit heeft dus twee aspecten : de directe  ervaring van de eigen boeddhanatuur  en de verbeeldende beschrijving ervan.  Die beschrijving   ( de leer) kan op verschillende manieren gebeuren en is belangrijk voor de communicatie maar heeft geen absolute waarde. Het boeddhisme kent geen dogma’s, alleen een filosofisch raamwerk en kan zich daarom goed aanpassen aan elke cultuur.
Ook in het boeddhisme  wijkt het volksboeddhisme. ontzettend ver af van het zuivere filosofisch  boeddhisme. Sinds ASHOKA ( 3e VC) werd het boeddhisme  meer en meer gepopulariseerd. De verering van de relikwieën van Boeddha in de Stupa herleidde de boeddhistische filosofie  tot een religie van verering i.p.v. een filosofie.  Dit volksboeddhisme is wat de westerse toerist ziet.  Veel boeddhistische  tempels leveren mij een wrang gevoel van onbehaaglijkheid met uitzondering van de ZEN-tempels.
De drie steunpilaren van de boeddhistische samenleving zijn : Boeddha, de DHARMA ( de leer) en de SANGHA ( het klooster). Boeddha is de verkondiger van de Dharma, de gedragsleer of de morele code. Iedereen heeft in zich de boeddhanatuur , die we kunnen ontdekken en ontwikkelen via meditatie.
De monniken in de sangha  beoefenen  en bewaren de zuivere mystieke leer. Zij worden geacht de leer te brengen aan het volk , hen te onderrichten en raad te geven op het ethische vlak, zodat iedereen zich vol zachtmoedigheid en mededogen gaat gedragen .In ruil krijgen de monniken allerlei giften van het volk zodat zij  ruimte krijgen om te mediteren.
De monniken  helpen de economie (comfortering van het bestaan) opbouwen vanuit maitri en karuna ( zachtmoedigheid en mededogen) als leidraad voor de ethiek.  Zo kan er voor iedereen ruimte komen voor spiritualiteit, fundament van het ware geluk.
De boeddhanatuur in de mens moet bevrijd worden van de ego-intentionele inkapseling .Filosofisch betekent dit dat ik de energie moet loskoppelen van de informatieve bolster. Dit is wat men (tijdelijk) probeert te realiseren in de meditatie. Ons bewustzijn is voortdurend vervuld van informatieve beelden die de energie binden. Door ontbeelding kom ik tot de zuivere ervaring van de energie, het diepste mysterie van het bestaan. Met de beelden verdwijnt ook de begeerte om ze te bezitten.
Buthan is het wellicht het meest zuivere boeddhistische land : niet het BNP maar het bruto nationaal geluk is het doel. Maitri laat niet toe dat ook maar één mens armoede lijdt ,evenmin dat iemand werkloos is. Karuna strekt zich uit tot alle levende wezens dus ook tot de hele natuur, zodat natuurbescherming van het hoogste belang is.
De basisintuitie van het  chinese denken sluit redelijk goed aan bij de moderne wetenschappelijke inzichten : de wereld is tzu-jen, vanzelf zo, en niet herleidbaar tot een extramondiale oorzaak . Er is geen god en geen schepping. Het tzu-jen bestaat uit QI/CH’I , uit energie . In onze waarneembare wereld uit CHI zich gekoppeld aan HSING/XING  of vormen. Aangedreven door de CH’I veranderen deze HSING voortdurend; de wereld is een wordingswereld. Bestaan is veranderen, niet chaotisch maar volgens bepaalde patronen die men TAO noemt, de weg. Wat bestaat verandert volgens een bepaalde weg. Wat wordt kan niet oneindig blijven worden maar moet ooit ophouden met worden, moet sterven. Alles verloopt cyclisch, yin-yang  …expansie en recessie.
Zen-boeddhisme stelt dat de Leegte, de onverklaarbare  diepste grond van ons bestaan, ook in onszelf aanwezig is. De Leegte  als  vat vol energie is reeël maar ook de wereld der fenomenen, der vormen, der verschijnselen is reeël. ( Het oude B. had het over maya of schijn.) Ik ben dus zelf één met het universum en deze ervaring is de grondslag van de taoïstische meditatie .
De materiële dimensie van de geest bevindt zich in de hersenen. Alles wat de menselijke geest voortbrengt overleeft in de  ‘karmische streng’ die de as vormt van de geestelijke evolutie van het mensdom.
Het bewustzijn is geen ‘ding’ het is een dimensie van het lichaam die ook met het lichaam vergaat.
De producten van dit bewustzijn leggen wij vast in o.a. het woord, dat het geheugen vormt van ‘de streng’, van de mensheid. Niet alles laat zich in woorden vastleggen.  Schoonheid  bijv .uit zich niet als een objectief gegeven dat ik in woorden kan omschrijven maar als een energetisch veld dat mij beroert en daardoor een diepere dimensie ontsluit. Kunst wordt  daarom beschouwd als een verfijning van dit bestaan door haar beroep ons hart.

4. Wat is dan, nu ik 84 ben , mijn  “Gods- en wereldbeeld ? Wat is mijn religieus atheïsme ?
De God –persoon is een creatie van het bewustzijn en verschilt van cultuur tot cultuur, is een schepping naar ons beeld en gelijkenis. Elke godsgestalte is een toneelmasker (Grieken) waardoor de nicht-Gott hoorbaar wordt (Eckhart)
De bijbelse vermenselijking van God draagt er schuld aan dat Hij alle kosmische betekenis verliest. Het overweldigende universum, dat verstand en hart doet duizelen, verdient beter dan een oude man op een troon boven de 7 hemelen.
In het boeddhistisch denken, dat  God als een energetische volheid en een informatief Niets beschouwt, voel ik me beter thuis maar als oriëntalist weet ik maar al te goed hoe moeilijk het is een vreemd cultureel kleed aan te trekken.
Monotheïsme nemen aan dat God de wereld heeft geschapen en dat God liefde is. Hoe rijmt men dat samen met alle ellende die in de wereld aanwezig is en met zijn Almacht ? Daarvoor heeft men dan de  kwade Satan nodig. De schepping heeft een  wetenschappelijk analogon  in het ontstaan van informatie (vorm) uit energie. God  (de schepper) is geen ‘zijnde’ maar een creatieve onrust die maakt dat de schepping een continu gebeuren is.
Als ik God vervang door energie dan valt alle connotatie met goed en kwaad weg. Energie geeft ons voedsel, leven en kracht maar zorgt ook voor vulkaanuitbarstingen en aardbevingen.
In het westen beroept men zich te pas en te onpas op de eeuwige waarheid van de Bijbel en het denkkader van Aristoteles
In de veldcausaliteit van het Boeddhisme  scheppen al de daden van mensen  ook een soort veld, een spirituele wereld waarin een mens geboren wordt. Dit veld bepaalt mijn verder leven . Mijn energie ontleen ik aan de oceaan van het grote mysterie, de energie in haar totaliteit en onherleidbaarheid. Bij mijn dood  geef ik mijn energie terug aan die oceaan. Ik ben een schakel in een eeuwig proces. De zin van mijn leven ligt in het karma( het gedane) dat ik heb opgebouwd ten goede of ten kwade, in de hulp die ik anderen heb geboden in liefde ( maitri) en mededogen (karuna). Dit is mijn bijdrage aan de verlichting in de wereld.
De namen die we voor het absolute gebruiken ( god, allah, jahweh…en ook Leegte ) zijn namen voor de informatieloze ( vormloze) energie. Dat wat ze benoemen is de diepste realiteit.
Veel  mensen hebben aan die mystiek-filosofische religie geen boodschap. Waar de directe ervaring onmogelijk blijkt, ontstaan verbindende tekens of symbolen, die soms in een mens een ervaringskern doen openbloeien. (heilige schriften, het gebed)
Theoriëen en woorden over God zijn mijlpalen die wel de weg kunnen wijzen maar ze kunnen onze ervaring niet verdiepen. We moeten wel oppassen dat we God niet verwarren met Godsbeelden. De beeldenstorm moet zich richten tegen woordbeelden die God proberen te vatten in woorden. We moeten wel erkennen dat veel mensen niet kunnen omgaan  met/ verwijlen in  het idee van ‘ de grote leegte’. Ook mystieke ervaringen ontstaan niet in ‘ de leegte’. Zen gaat bijv. uit van het mysterie van de natuur zelf, van de taoistische grondgedachte van het Tao, het eeuwige ritme.
In onze sociale samenleving spelen religies nog altijd een grotere rol dan de wetenschap, die wel een rol speelt in de comfortering maar veel minder in de zingeving. Het huidige economisme ziet de economie als ultieme zingever..
De godsdiensten zijn er en worden zeker nog niet afgeschaft. Mijn stelling is dat religieuze ervaring weinig te maken heeft met verstand maar alles met transcendente emotionaliteit. Het helpt niet om op  apologetische wijze het grote gelijk te “bewijzen”. Dergelijke bewijzen missen de overtuigingskracht van de wetenschap.
De weg naar de dieptestructuur van de religiositeit zou de weg van de ‘pure experience’ moeten zijn. Voor veel mensen kan die enkel vertrekken vanuit ‘verbindende tekens’. Die dreigen dan weer snel te verzanden in folklore.
De oude  heilige geschriften wil ik wel bekijken, als wegwijzers, niet als mijlpalen waaraan ik vastgeketend zit en waarvoor ik  in aanbidding moet neervallen.
Religieus bewustzijn is een proces  dat  me dus steeds sterker naar de eigen kern moet  laten toegroeien. Vermits wegwijzers de weg niet kunnen vervangen moeten we ze uiteindelijk achterlaten dankbaar voor de verstrekte informatie.
Monotheïsmen hebben altijd, naar het griekse zijnsdenken, de waarheid willen vastleggen in een strakke en onaantastbare dogmatiek.
De reductie ( … van de heilige geschriften) is geen sociologische maar een filosofische act die ieder  mystiek gevoelig mens voor zichzelf moet voltrekken. Voor mij betekende die reductie veel studie en veel historisch onderzoek. Ik heb niets verworpen omdat het mij niet beviel maar comparatief denken heeft mijn horizonten open getrokken. Ik heb afgeleerd het ‘vreemde’ als onwaar of ketters te beschouwen.
Welke religie komt het dichtst bij de  mystieke kern ? Voor mij is dat het boeddhisme ( niet in zijn volkse vorm) omwille van zijn helder filosofisch raamwerk .
Moet iedereen boeddhist worden? Neen, het boeddhisme heeft een oppervlaktestructuur die ons westerlingen heel vreemd is. Die vervreemding zou de authenticiteit van onze eigen innerlijke ervaring verstoren.
Veel mensen willen/kunnen niet denken in abstracties en hebben nood aan de beelden/tekens die hen werden aangereikt door profeten en theologen?  Daarin vonden ze geborgenheid en troost.
Intellectuelen die het niveau van de kritische rationaliteit bereikten, hebben dit ‘middeleeuws’ geloof van tafel geveegd  en vervangen door ostentatief atheïsme of  verborgen agnosticisme.
Voor mij is de Bijbel niet waardeloos, maar zijn zwaartepunt ligt in het theologische en zelfs in het puur literaire vlak. Literatuur is geen wetenschap maar kan wel diep doordringen in de betekenis van symbolen  als verbindende tekens. Ik ging dus op zoek naar de betekenis van de symboliek en probeerde die te herleiden tot de grondervaring die die verbindende tekens had geschapen.
Wie in het procesdenken gelooft, weet dat alles slechts een overgang betekent naar later en beter  De Bijbel is dus voor mij een reusachtige mijlpaal in de religieuze evolutie en een stapsteen naar christelijke mystiek.  De bijbelse teksten moeten niet verworpen worden maar moeten in de grote reductie als verbindende tekens beschouwd worden. We kunnen dan talrijke teksten schrappen ( bijv. het  wreedaardige boek Jona)  uit ons bewustzijn , terwijl ik prediker een schitterend boek vind Als God liefde is waarom moeten we dan in een niet aflatend gebed liefde en erbarmen afsmeken? Is de meditatief aangekweekte zachtmoedigheid, die zich uit in mededogen en liefde, niet veel meer waard dan de langs magische weg afgesmeekte vrede?  De Vader-symboliek van het nieuwe testament lijkt me ook veel rijker dan de godsbeelden van het oude testament,maar het blijven symbolen , treden op de ladder naar de Leegte. In die leegte kunnen veel mensen niet ademen .

Ik zeg vlakaf dat ik het godsbeeld van de bijbel niet tot het mijne kan maken.(passages over een wraakzuchtige, meedogenloze God!)Ik vind medestanders in het  reconstructionistisch jodendom  van Mordechai Kaplan ( 1881-1983  : ‘God is een macht, geen wezen, zeker geen persoonlijk wezen maar een kracht, een energie of een proces. Vandaag moeten joden op een creatieve wijze beantwoorden aan de uitdaging van de oosterse religies’.
Ook in de Islam doet zich minder uitgesproken een verschuiving voor. De soefileer beweert dat de wereld, in zover zij reeël is, niet compleet anders kan zijn dan God .De islam is vaak pan-en-theistisch  ( de wereld is een openbaring van God). Ook  bij de dichter RUMI is het pantheisme niet veraf
Waarom keren we niet terug naar de basis, naar het wonder van de kosmos dat meer en meer ontsloten wordt door de wetenschap ? Wetenschap wordt bijna religieuzer dan de godsdiensten die zich inkapselen in hun eigen groot gelijk. Mystieke bewegingen werden vaak veroordeeld en het zaad van de zuivere religiositeit viel op de rots van de theologie.
De vereconomisering van de wereld heeft godsdiensten nog meer in de marge gedrukt : religies droegen weinig bij aan de welvaart … dus vergeten of verdiepen!!! Winkelcomplexen werden de nieuwe tempels en constant aanwezig entertainment laat geen ruimte voor stilte en reflexie
Enkel in situaties van lijden, ziekte en dood hebben we behoefte aan troost en zingeving. De economie biedt hiervoor geen oplossing.
Religie is fundamenteel geen leer, maar een innerlijke ervarting en de leer is een SYMBOLON, een geheel van verbindende tekens( sumballein: ‘verbinden met’), niet nutteloos maar niet de waarheid. Ik laat de waarheid over aan de wetenschap die in een langzaam en moeizaam proces probeert te achterhalen hoe de kosmos in elkaar zit. Het enige wat haar ontsnapt is de Energie, de kracht die het heelal voortstuwt. En dat is voor mij God. Ik voel die mysterieuze kracht ook in mij .Die probeer ik in een meditatief leven te ervaren , niet te begrijpen. Dit is de boeddhanatuur, de natuur van de verlichte mens. Dit te ontsluiten is de ware zin van alle religie, die zo zachtmoedigheid, liefde en vrede in de wereld brengt.
Nishitani heeft gelijk als hij zegt : ‘Het christendom  kan en moet niet neerkijken  op het moderne atheisme, als iets dat moet geëlimineerd worden. Het moet het atheisme aanvaarden als een brug naar een nieuwe ontwikkeling van het christendom zelf.
In de natuur zijn logos en mysterie één. Bij de mens worden ze gedeeltelijk ontkoppeld zodat wetenschap en mystiek in elkaars domein een storend achtergrondgeruis veroorzaken dat kan ontaarden in een verkrampt samen bestaan. Kunnen we aan een gevoel van gespletenheid ontkomen als we willen aannemen dat de kosmos tegelijkertijd pure wiskunde én onpeilbaar mysterie is? Precies de wetenschap kan het mysterie ontsluiten : een wetenschapper met een hart ondergaat een diepe huiver bij het ontbergen van het grote geheim en dat is een religieuze ervaring.
Wetenschap moet dus atheistisch blijven wil ze voorkomen dat het magisch denken binnen sluipt. Religie moet zich ook niet wetenschappelijk legitimeren in een soort apologetica. Religieuze waarheden zijn geen logische waarheden maar symbolen die mystieke ervaringen bespreekbaar maken. Het vertheologiseren van dergelijke symbolen verstoort de stilte die eigen is aan die ervaringen. Het woord wordt vergoddelijkt in de monotheïstische godsdiensten terwijl Boeddha zegt dat het woord nooit dé waarheid kan weergeven.
Mijn persoonlijke verzoeningspoging komt uit op de identificatie van ‘God’ met de ‘oerenergie’.De sterrenkunde laat mij toe in ‘ de diepten des hemels’ te kijken . Ik word  diep ontroerd door dit wereldbeeld. Ik ben voor mezelf het emotioneel middelpunt van het reusachtig geheim dat het universum is.   Het informatieve aspect zal steeds grondiger ontsloten worden maar de Energie zal altijd een mysterie blijven. Ze is onvergankelijk dus eeuwig , de absolute grond van alles, ‘God’.
De grootste boeddhistische filosoof, Nagarnunja, leerde me dat ik ‘God’ in het conceptuele vacuüm moest houden, niet zozeer ‘het bestaan van God’ maar ‘het concept God’. Wanneer ik zeg dat ‘God’ een mysterie is dan vervang ik het ene woord door een ander. Ik leg me erbij neer dat niet-weten het beste is, zo kan ik mijn andere faculteit, die van de directe ervaring,  laten werken. Ik kan de godsdienst laten varen voor de mystiek  “The cloud of unknowing’
Wat mij het meest pijnigt is dat de weinig denkende mens de religie als geheel laat vallen en nog alleen de ‘rites de passage’ overhoudt  meestal omwille van de rituele luister die ze aan het vlakke leven geven.  Volksreligies verdwijnen omdat ze geen diepere mystieke basis hebben.
Als men God buiten het universum plaatst en Hem toch alle macht toekent, dan is de enige relatie die men met hem kan opbouwen ,die van het Gebed : smeken om de dreigingen af te wenden en offers brengen aan de Macht die ons leven beheerst.
De echte boeddhist bidt niet , hij mediteert om zijn eigen boeddhanatuur te ontdekken. Men smeekt Boeddha niet om verlichting, men volgt hem na. Woordeloze stilte is het ideaal voor de religieuze praxis.
Adieu à Dieu betekent dus niet : gooi het allemaal maar in de prullenmand, maar heb de moed om de vervreemding tegenover de eigen jeugd te ondergaan en de volheid van het Niets te aanvaarden in een religieus atheïsme. Religie is geen kwestie van Credo maar van religiare, verbonden met het grote Mysterie van de Energie die de wereld drijft. De persoonlijke god is maar een magere antropomorfe afbeelding van de geweldige rajas (stuwing) die ik in de kosmos kan aflezen.
Ben ik een boeddhist, een atheïst, een agnosticus? Ik ben zeker onder de indruk van de boeddhistische logica. Ik heb een half leven gezocht naar een wereldbeeld dat compatibel is met de moderne wetenschap maar dat ook de innerlijke ervaring ernstig neemt. Ik bewaar dan ook mijn achting voor religies op voorwaarde dat ze zichzelf niet zien als ‘de eeuwige waarheid’ maar als een proces van verlichting ,  als een toegangspoort tot verbinding met het Mysterie.   Dit kan alleen gecultiveerd worden door meditatie : dit is aandachtige aanwezigheid bij de eigen energetische impuls, bij onze boeddhanatuur  hoe onvolmaakt die ook is.
Mijn a-theïsme heeft niet als grondslag een controverse met het traditionele theïsme maar steunt wel op het doorvoeren van een reductie van dit theïsme tot een diepere mystieke ervaring.
“Wij hebben recht op een boeddhistisch geïnspireerde christelijke theologie”! Komt die er niet, dan zal onze traditionele theologie verder wegdeemsteren onder druk van de wetenschap.
Waar wordt in ons opvoedingssysteem nog kansen  gegeven aan de ontroering die ontstaat door beleving van goede muziek of  kunst, aan de  ontdekking van de schoonheid van de natuur? Waar leert men kinderen zich open stellen voor het grote mysterie van het universum om zo het echte religieuze gevoel te ontwikkelen ? Wie leert hen naar de sterrenhemel kijken? De economie heeft daar allemaal geen boodschap aan.
Vaak leert men dat wetenschap de wereld onttovert. Bij mij was het precies omgekeerd .Als ik opkijk naar de sterrenhemel vind ik dit een wonder, maar hoeveel groter is dit wonder als ik aan sterrenkunde doe. Dan kijk ik werkelijk in de diepte.
Mijn grootste ontdekking was dat de diepste werkelijkheid de Energie was en dat de waarneembare wereld slechts een afgeleide realiteit was.
Vermits Energie het absolute is, is de Energie God. Ik werd dus een atheïst in de boeddhistische zin : een religieuze atheist



Libbrecht Ulrich , De bricoleur & de dummies , 2015 , Garant (voorgesteld op vrijdag 7 oktober 2016 door Paul Libert)

DE  BRICOLEUR  &  DE  DUMMIES
Auteur:  Ulrich  Libbrecht,        Uitgeverij:  Garant,  2015
De titel zou ik in het Nederlands kunnen vertalen als: 
‘DE KNUTSELAAR EN DE MENSEN ZONDER VEEL ONTWIKKELING’
De ondertitel brengt  de lezer misschien in verwarring:  “ een boek voor jonge denkers en dromers”.
 Ik vond het uitdagend genoeg om het te kopen; alleen al omdat de auteur Ulrich Libbrecht heet die nog eens een boekje publiceert, zijn “afscheidsgroet aan hen die de toekomst dragen”.   In de inleiding noteert de auteur echter dat het  evenwel geen verboden lectuur is voor ouderen.  Ik mag het dus lezen, heb het gedaan en er veel plezier aan gehad.   Het sluit naadloos aan bij zijn eerder besproken kleinood “ADIEU A DIEU” door Betty Peeters.
in vier alleszeggende hoofdstukken legt Ulrich Libbrecht uit wat hem op 87-jarige leeftijd  op het hart ligt.
Het is u wel bekend dat Ulrich Libbrecht zich verdiepte in de Oosterse cultuur en religie:  de Chinese, Japanse en vooral het Boeddhisme.   Zo stichtte hij in Antwerpen zijn school voor Comparatieve Filosofie.  (een studiegenoot van me heeft daar cursussen gevolgd en ik vernam dat U.L. daar eens verklaarde dat hij ”het geloof in ons Westen  was kwijtgeraakt en in het Verre Oosten heeft teruggevonden”.
1 – Ik denk
Het eerste hoofdstuk vraagt van mij een  concentratie om hem te volgen in dat ‘denken’ al legt U.L. alles helder uit en merkt al direct op dat niets blijft en de wereld een ‘wordingswereld’ is, (geen schokkend nieuws natuurlijk).  En wij maar denken..  we hebben leren lezen en schrijven en denken dat woorden de waarheid kunnen vastleggen.  Dat heeft als gevolg dat die woorden (de steeds veranderende) werkelijkheid verdringen.  Wij geloven in de macht van het boek en het sterkste voorbeeld van die macht is in het Westen de bijbel en bij die bijbel hebben wij  al zo onze bedenkingen want die bijbel is mensenwerk.
Een stapje verder: dat ‘worden’ en ‘veranderen’ vraagt energie en U.L. legt uit wat hij daaronder verstaat: het wordingsproces in en rond mij evolueert door die energie.  Deze energie bestaat echter niet alleen in de werking, maar ook op zichzelf als een universeel krachtveld.
Vervolgens heeft hij het over ‘de evolutie’ van eenvoudige ééncelligen via amoeben en dieren  tot de mens met zijn voor mij niet uit te leggen vernuftig brein.  Ik mag toch toegeven dat de causaliteit in dit brein met zijn miljarden neuronen voor mij niet te verklaren is.
Verder ga ik niet teveel uitweiden over dit denken want dat hebben we al uitgebreid vernomen in de voortreffelijke bespreking van ‘Adieu à Dieu’.  Alleen haal ik enkele gedachten aan die de auteur storen of hem andere aanzetten geven. Zo schrijft U.Libbrecht dat vanuit het perspectief van de evolutie vrijheid een opgave is. “Voor mijn talenten ben ik niet verantwoordelijk, wel voor het gebruik ervan.  Er zijn heel wat mensen die hun vrije energie alleen aanwenden voor survival en comfortering”.  Hij vind verder dat onze maatschappij zeer bedreigend is.  Ze laat economie verworden  tot economisme: de levensvisie die alles wil herleiden tot GELD.  Hij vindt  het ook dramatisch als wijzelf niet meer denken maar gedacht worden.  “Wat b.v. te denken  van de uitspraak van (de huidige Britse minister van Buitenlandse Zaken)  Boris Johnson: ‘hebzucht en afgunst zijn waardevolle prikkels om de economie te stimuleren”?  Of Libbrechts’ opmerking dat wij nederig moeten luisteren naar moeder  natuur als we iets willen te weten komen.  Nog zo’n sterke opmerking: dat we moeten redelijk zijn want de genen voorzien ons van een gezond boerenverstand en de wetenschap kan soms blunderen: we hebben namelijk soms stoute hypothesen in onze wetenschap, die uit de verbeelding van de wetenschapper geboren worden  (blz. 43).
2 - Ik  voel
Dit tweede hoofdstuk laat mijn hart sneller kloppen!  Het is voor Ulrich Libbrecht ook precies de kern van het boekje.  ikzelf denk daarbij even spontaan aan de Portugese neurowetenschapper Antonio Damasio (eredoctor aan de K.U.  Leuven in 2013) die stelt dat de mens meer geleid wordt door emotie dan door kennis.   Wij zijn altijd in een zekere stemming.             
Libbrecht haalt eerst even aan waar de gevoelens ontstaan: volgens een Indische leer zijn er vijf zones (chakra’s) waar gevoelens ontstaan:

Ervaring en beleving gaan altijd gepaard met emotie en een mens is altijd in een emotionele stemming;  we worden steeds ‘gestemd’ door de situatie waarin we ons bevinden.  Meestal denken wij  dat alleen onze rationaliteit verankerd is in onze hersenen, maar dat is onze emotionaliteit evenzeer.
Hier komt ook de vrije energie weer om het hoekje en die energie is God.  We moeten inzien dat God in de kosmos is en er niet buiten staat.  Hij is volgens Hans Küng geen persoon maar de oer-oorsprong en het einde: het Alfa en Omega..
Het Mysterie, d.i. de energie, in casu God is de Grote Attractor die mijn emotionaliteit naar  zich toetrekt, weg van ego-gerichtheid.
Ulrich Libbrecht  is ook ontroerd door het wonder, met name door het ‘andere’: de natuur en daarom noemt hij zich graag een ‘groene’.
De andere, de mensheid is de ‘god met duizend ogen’ en uit al die ogen kijkt mij het wonder aan, maar die andere kan ik niet peilen, zijn diepste ervaring is voor mij een gesloten boek.  Als je verliefd bent kan ik dat misschien vaststellen, maar ik kan niet in je liefde binnendringen en die tot de mijne maken.  Als ik een Zen-monnik in volle rust en stilte naar de zandtuin zie kijken kan ik geen enkel uiterlijk teken zien van wat in hem omgaat.  Daarom denken buitenstaanders soms dat die in meditatie verzonken man maar een uiltje vangt!  Voor die meditatie  is stilte nodig , onze wereld is echter vol  lawaai..  De meditatie is geen denken of bidden, maar het leeg maken van de eigen geest.
In hun gevoelsleven gaan sommige mensen een stapje verder dan een algemeen gevoelsleven:  ze leggen zich toe op mystiek en die mystieke ervaring is strikt persoonlijk.  Maar, zal je zeggen, ik ben toch geen mystieker!
Ook religie  is een innerlijke ervaring en elke  mens is een beetje een mystieker, ook jij, zoals elke mens een rationeel wezen is.  Religie is ook geen wetenschap, geen kerk, geen leer, geen woord, geen bijbel, geen liturgie..  Religie is een innerlijke ervaring. Wij moeten volgens U.Libbrecht afstappen van de idee dat mystici een aparte klasse vormen, zij zijn alleen religieus de meerbegaafdenElke mens is een beetje mystieker,  ook jij, zoals elke mens een rationeel wezen is, we hebben ook niet allemaal dezelfde I.Q.                                                    
Zoals we  onze rationaliteit moeten ontwikkelen om tot een hoger niveau te komen moeten we ook onze emotionaliteit naar een hoger niveau optillen.   En dat gebeurt op de eerste plaats door stilte  waardoor we ons ontvankelijk opstellen voor de stemming, die het Mysterie in ons opwekt.  Om het eens erg christelijk te zeggen, zolang jij spreekt zwijgt God en als jij zwijgt zal God spreken.  Men kan deze transcendentie ook in de hand werken door meditatie. Twee technieken in deze meditatie zijn  niet toevallig tegenwoordig nogal populair:  yoga en mindfulness. Niet alleen mensen die emotioneel een beetje uit hun  balans zijn voelen zich tot een van deze technieken aangetrokken.
Meditatie  heeft niets te maken met denken of bidden, maar met het ontledigen van je eigen ‘geest’, waarbij we alle informatie terugdringen om de zuivere energie (in ons emotioneel leven) weer ervaren.
Ons religieuze leven heeft een hele ontwikkeling  doorgemaakt.  De eersten die de mens religieus vormden  waren tovenaars, fakirs.  Ze gebruikten ‘verbindende tekens’, gebeden, vrome verhalen, allegorieën, tekens.  Uiteindelijk  kwamen de grote religies: jodendom, christendom, islam.  Op zeker moment werden de tekens en elementen uit de leer  dogma’s  en daarvan hebben wij vandaag – toch terecht – stilaan onze bekomste.  De tijd van een dogmatisch geloof heeft onnoemelijk veel slachtoffers gekend, denken we b.v. maar aan de Katharen.   U.LIbbrecht noemt zo de kardinalen en andere bisschoppen van de inquisitie (de trieste)‘kampioenen van de waarheid’.   In  het christendom en de islam zijn duizenden mensen terechtgesteld omwille van vrije interpretaties.  “Toen ik de plaats van de terechtstellingen in Montségur bezocht werd ik aangegrepen door een  vervangende schaamte om wat ‘de kerk’ met de leer van Jezus uitgericht heeft”.
We spreken van heiligen,  van het Goede en het Kwaad.  De ware heilige is zacht en heeft geen ethische regels nodig.  Het kwaad in de wereld is geen gevolg van een mythische ‘erfzonde’, maar van het feit dat mensen hun vrije energie opofferen aan hun ego.  Het kwaad kan alleen ontstaan door misbruikte vrijheid.  Een Japanse filosoof stelt dat oorspronkelijk niets absoluut kwaad is, alle dingen zijn fundamenteel goed; het slechte is datgene  wat de spirituele groei hindert.
U.Libbrecht staat ook even stil bij religieuze massabedoeningen, “als ik terugdenk aan de katholieke massabijeenkomsten  waar de kerk haar macht en triomfalisme demonstreerde, begrijp ik nu dat  dat dit luchtbellen zijn”. Fijntjes merkt hij op dat het enthousiasme van de massa nu is overgegaan op grote sportevenementen – maar wie zou er durven beweren dat zulke voetbalwedstrijden de nieuwe religie vormen?  Op dezelfde lijn plaatst hij de grote muziekfestivals van vandaag..
Triest merkt hij op dat er een hogere vorm van emotionaliteit ontbreekt!  Dat slorpt alle vrije energie op en verhindert vergeestelijking.  Mystiek belandt zo al helemaal aan de rand van et christendom en de islam..
WAT HEBBEN WE DAN NODIG?
De op egoïsme gebaseerde economie (hij bedoelt wellicht het materiële consumentisme) verhindert dat we veel aandacht schenken aan marginale mensen en dito volkeren.  Hij voelt zich onbehaaglijk als hij denkt aan de diefstal van grondstoffen, de slavernij, moordpartijen, de natuurverwoesting, de inquisitie, de milieuproblemen, al die oorlogen en vraagt zich af wat het christendom vermag dat ‘zalig de zachtmoedigen’ in zijn handvest   heeft geschreven?
Wat we nodig hebben is een emotionele opvoeding.  Wat wij ouderen, die zoveel barbaarsheid hebben meegemaakt, moeten bijbrengen is  ZACHTMOEDIGHEID.  Al te veel van het entertainment (tv. videospelletjes, romans) is afgestemd op GEWELD  en BRUTALITEIT.
Het geluk is geen afgewerkte realiteit, maar een streefdoel, dat bij ons is overgeleverd aan het verziekte economisme van een consumptiemaatschappij waar de verdelende rechtvazardigheid van geringe waarde is.
U.Libbrecht is bang voor het ‘panem en circenses’ (brood en spelen’) dat ook de Romeinse decadente beschaving heeft genekt.
Libbrecht hecht bij dit alles veel waarde aan MUZIEK.. hij houdt van muziek die ontroert; dan pas komt muziek tot zichzelf.  Helaas verwordt muziek al te vaak tot lawaai en akoestisch behangpapier en dan begrijp ik mijn vriend de musicus Sigiswald Kuyken als hij zegt: “toch is de stilte nog den mooiste muziek’.  Dan kom ikzelf tot intense rust en heb de tijd voor bezinning en meditatie..
Kan ik met de twee vorige hoofdstukken stellen dat we tegelijkertijd verstandig  en  gevoelig zijn?  Wetenschap doet alleen beroep op  mijn verstand en niet op mijn hart dat we  toch als het symbool van  voelen beschouwen?  Dit ‘hart’ brengt alleen een storend geruis teweeg, zo zegt Ulrich Libbrecht.  Maar ik kan best afwisselend beide dimensies aan de orde laten komen.  Kernenergie is wetenschap, maar de atoombom is gebrek aan liefde en dus een ethisch probleem.
3 - AFSCHEID           
“Dit is mijn laatste  geschrift”  schrijft Libbrecht aan het begin van dit  laatste hoofdstuk.  “Voor ik deze wereld verlaat heb ik als afscheid dit bescheiden boekje geschreven waarvan ik hoop dat het een paar mensen een hulp zal zijn om een evenwichtige kijk op het leven te krijgen” .
“Wij deden volgzaam alles wat ‘De Kerk’ ons voorschreef, in alle nederigheid, en geloofden alles wat men ons voorhield.  We geloofden in de spreuk ‘vrede op aarde aan de mensen van goede wil’”   maar dat waren niet alle mensen.  Er kwam oorlog, een oorlog die wij vandaag nog ‘ de GROOTE oorlog’ noemen, jawel met dubbele O.  het werd een meedogenloze oorlog met miljoenen doden.  Horatius schreef dat het ‘zoet is voor het vaderland te sterven’.  Dit gelooft niemand meer: die doden zijn gestorven omdat gewetenloze schurken de politieke macht in handen hadden en per se oorlog wilden voeren.
En dan kwam nog die ‘Tweede Wereldoorlog’  met nog eens miljoenen slachtoffers en vernielde steden.  “Ik begon me af te vragen wat ik moest met de ‘Bergrede’ en de hele ‘Blijde Boodschap”…
WAAR KOMT TOCH DIE HAAT VANDAAN?    “hoe konden machthebbers en generaals honderd-duizenden jonge mensen offeren op het bloedige altaar van hun eigen hoogmoed”?  waren die lieden zo emotieloos?  En vandaag?  Met al die overconsumptie. Ulrich Libbrecht vindt ze  ‘ondraaglijk’ en ik deel zijn mening voluit.
Hij heeft (zoals ikzelf een bittere nasmaak van zijn schoolopvoeding: een dwangsysteem!  Met de verplichte dagelijkse mis-‘vieringen’ en de twee zondagmissen.  Wie afwezig was in een mis kreeg een uur strafstudie.  Jawel, er waren jeugdbewegingen maar daar werd soms met  ‘edelmoedige’ romantische  pathos gezongen: “Christus is onze koning, zijn ridders zijn wij!”!
Dat alles ligt nu ver achter ons.  Velen hebben zich afgewend van deze pathos, ook van ‘Kerk’ en geloof.  Vandaag vertrouwt menigeen ook geen politieke leiders meer.
Ulrich Libbrecht werd filosoof, ontdekte de waarden van het verre Oosten en verbond deze met de waarden van het Westen.  Zijn grote liefde legde  hij vast in de ‘Comparatieve Filosofie’.
Het motto van zijn laatste jaren zou wel eens kunnen luiden:  HANDELEN, LACHEN, ZWIJGEN.

“Ondanks mijn grote eerbied voor de wetenschap, ben ik altijd in het Wonder van het GROTE GEHEIM, het Mysterie van het Leven blijven geloven.  Het grijpt me aan, het ontroert mij, het stemt mij.  Het is een oceaan waarin alles drijft.  Sommigen noemen het ‘God’.  Het maakt de mens tot een religieus wezen als men nooit vergeet dat de mystieke ervaring kern en grond is van alle religies…  Uiteindelijk is de dood stilte en is het leven alleen maar een inleiding tot die stilte”.
Ulrich Libbrecht vertelt zijn ideeën  met veel bewogenheid, soms al een beetje sarcastisch of met een vleugje cynisme,  maar ook met fijnzinnige humor.  Een boekje dat ik koester.   
Dit boek las Paul  Libert  voor u



* Meijer Fik , Jezus & de vijfde evangelist (voorgesteld op vrijdag 13 mei 2016 door Bert Smeets)

JEZUS & de vijfde evangelist.                                            13 mei 2016.
Fik Meijer
Athenaeum-Polak & Van Gennep
Amsterdam 2015

Fik Meijer is de populairste schrijver over de oudheid in het Nederlands taalgebied. Samen met Marinus Wes vertaalde hij alle geschriften van de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (37-100 n. Chr.). Hij schreef ook meerdere boeken o.a. over Rome, Constantinopel en een biografie van Paulus.
Dit boek was voor mij het lezen waard omdat de auteur via zijn uitzonderlijke kennis van de geschiedschrijving van Flavius Josephus ons een veel duidelijker beeld kan ophangen van heel de historische wereld waarin Jezus is opgetreden en dat kan ons de waarde van zijn boodschap beter doen beseffen.
De evangeliën zijn geen historische verslagen. Wij komen daar dan ook weinig te weten over de wereld waarin Jezus leefde en de politieke, maatschappelijke en religieuze omgeving waarin hij optrad. Flavius Josephus is de enige auteur die de wereld van de Joden en de Romeinen in die eerste eeuw in samenhang heeft beschreven. Het is dan ook de bedoeling van de auteur met dit boek een poging te doen om Jezus’leven te beschrijven in de zeer turbulente samenleving van Judea en Galilea en Hem en zijn volgelingen een plaats te geven in de door de Romeinen beheerste en door talloze oproeren geplaagde Joodse wereld van zijn tijd. Zo komt Jezus naar voren als een man die een authentiek antwoord probeerde te vinden op de talloze problemen waarmee de samenleving van zijn tijd te kampen had.
Dit boek bestaat uit twee delen. In het eerste deel laat de auteur zich leiden door Flavius Josephus en beschrijft hij de politieke, maatschappelijke en religieuze geschiedenis van Judea en Galilea te beginnen vanaf de opstand van de Makkabeeën in 170 v.Chr. tot de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. In het tweede deel gaat hij na hoe Jezus zich bewoog in de door Josephus beschreven wereld vol conflicten en opstanden.
De titel Jezus en de vijfde evangelist komt eigenlijk van Jean Hardouin (1646-1729) die beweerde dat Flavius Josephus het vijfde evangelie van de protestanten heeft geschreven omdat Josephus’werk vanaf de 15de eeuw zeer populair was bij de protestanten.
Deel Een  De wereld van Flavius Josephus.
In een eerste hoofdstuk beschrijft de auteur het leven van Josephus die geboren in Jeruzalem uiteindelijk belandt in Rome aan het hof van keizer Vespasianus en diens opvolgers. Daar in Rome schrijft hij o.a. ‘De Joodse oorlog’ (een werk dat de geschiedenis van de confrontaties van de Joden en de Romeinen behandelt) en ‘De oude geschiedenis van de Joden’ (een alomvattende verhandeling over het Joodse volk, vanaf Gods schepping van hemel en aarde tot het uitbreken van de grote opstand). Josephus beschouwt de geschiedenis vanuit theocratisch oogpunt, God speelt een dominante rol in alles wat er op aarde gebeurt. Alles wat de Joden overkomt is door God gewild. Hij beschrijft dan de politieke achtergronden vanaf de opstand van de Makkabeeën tot de komst van de Romeinen en de rol die Herodes daar speelt. Achtereenvolgens beschrijft hij de rol van de Romeinse prefecten, het wangedrag van Pilatus en zijn opvolgers. Het volk werd totaal uitgebuit en  uitgezogen er was een enorme kloof tussen armen en rijken en dat leidde tot herhaalde opstanden en rebellie. Profeten en verlossers stonden op die iedereen die hen volgde voorspoed en redding beloofden. Vaak eindigde dit in een opstand tegen Rome en diegenen die met de bezetter meeheulden. En dan werd de beweging door de Romeinen uitgeroeid.  Tijdens de periode tussen Herodes (40 v. Chr.) en de verwoesting van de tempel in 70 n. Chr. waren er vele groepen actief. Er waren sociale opstandelingenleiders die zich het lot van de noodlijdende boeren aantrokken maar ook de leiders die zich als een door God aangekondigde koning presenteerden of beweerden dat ze de langverwachte Messias waren. Josephus maakt er melding van en noemt sommigen bij naam  er waren vele mannen die de ellende op het platte land hekelden en de Joden wilden redden. Je zou verwachten dat in deze context ook Jezus ter sprake zou gebracht worden maar Josephus vermeldt Jezus helemaal niet in de ‘Joodse Oorlog’ ( later in zijn werk ‘De oude geschiedenis van de Joden’  dat 20 jaar later werd geschreven wordt Jezus wel genoemd). In deze context vermeldt Josephus wel Johannes de Doper.  De incidenten leidden uiteindelijk tot de inname van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel. Voor Josephus waren de Joden ongehoorzaam geweest, ze hadden zich niets aangetrokken van Gods gebod en daarom worden zij door God gestraft via de Romeinen.  De vroeg-christelijke kerk heeft deze uitspraken van Josephus gebruikt om te zeggen dat de Joden hadden afgedaan en God zijn zegen voortaan aan de christenen gaf. Zo werd Josephus in de christelijke propaganda de vijfde evangelist.
Deel twee Jezus in de wereld van Josephus.
Jezus’leven duurde vermoedelijk 35 jaar maar van het grootste deel weten wij niets. De evangelies willen de boodschap uitdragen van het koninkrijk van God dat eraan zat te komen en geen chronologisch geordende geschiedenis schrijven. De brieven van Paulus bevatten nauwelijks iets over het leven en de uitspraken van Jezus alles draait daar om zijn dood, opstanding en wederkomst.  Flavius Josephus is de enige geschiedschrijver die uitdrukkelijk melding maakt van de persoon van Jezus hetgeen Fik Meijer ‘het testimonium Flavianum’ noemt. Alle andere schrijvers, Tacitus, Plinius de Jongere en Suetonius vermelden Jezus enkel als naamgever van een beweging.   In deel 2 wil de auteur Jezus volgen vanaf zijn geboorte in de wereld die Josephus heeft beschreven.  Hij overloopt al de gebeurtenissen vanuit de historische beschrijving van Josephus.Telkens plaats de auteur de historische context die Josephus beschrijft t.o.v. het waarheidsgehalte van de verhalen over Jezus in de evangelies met heel hun theologische en spirituele context. De geboorteverhalen, de vlucht naar Egypte, Jezus in de tempel, zijn familie enz… Johannes de Doperstaat bij Josephus vermeld als een zelfstandig optredende charismatische prediker die grote menigten op de been kon brengen. Voor de evangelisten was Johannes de voorbode, ondergeschikt aan Jezus maar zo eenvoudig is het niet. Johannes was al geruime tijd actief en oefende een grote aantrekkingskracht uit en had leerlingen die zijn ideeën verspreidden. In ieder geval was de korte tijd die Jezus bij hem was een keerpunt in zijn leven.  Korte tijd later start hij dan zelf zijn prediking. In eerste instantie richt hij zich vooral naar plattelandsbewoners die in behoeftige omstandigheden verkeerden en hoopten dat Jezus naast een morele en mentale omwenteling ook sociale veranderingen zou teweeg brengen. Maar Jezus deed geen concrete beloften of voorstellen ter verbetering van het dagelijkse leven en zijn woorden riepen ook niet op tot protest tegen de macht van Rome. Hij sprak over het naderend koninkrijk van God waar alles anders en beter zal zijn. Zijn boodschap was duidelijk en anders hielpen de wonderen wel om zijn woorden kracht bij te zetten. Wonderen hoorden bij het leven in de oudheid. Jezus was niet de enige die wonderen verrichtte. Josephus vermeldt meerdere wonderdoeners. Misschien is er een verschil. De anderen vragen God om een wonder. Jezus treedt zelf in actie, hij hoeft God niet te vragen, zijn relatie tot God is dieper. In de evangelies komt ook naar voren dat de uitdrijving van demonen belangrijk was bij de verkondiging. Josephus vermeldt ook andere exorcisten. Het gaat telkens over therapeutisch-exorcistische daden van een charismatisch persoon. Voor de evangelisten stonden deze daden niet op zichzelf maar ondersteunden zij de boodschap dat Gods rijk aanstaande was. De combinatie van liefde tot God en tot de naaste vormde de kern van Jezus’ betoog voor een nieuwe wereld. Hij koos duidelijk niet de weg van een gewapende strijd. De Romeinen waren argwanend voor een ontstaan van een nieuw rijk, de Joodse gezagdragers waren woedend omdat hij de bepalingen van het naleven van de Wet aan de kaak stelde. In de bergrede bepleit Hij een omkering van waarden. Meer mensen voelen zich aangesproken want mededogen met de minderbedeelden neemt een centrale plaats in. Maar dan krijg je natuurlijk dat Jezus geconfronteerd wordt met een immense druk. In Galilea was Herodes Antipas de wrede baas. In Judea duldde Pilatus geen aantasting van het gezag van Rome. Jezus riep verwachtingen op die Hij niet kon of wilde waarmaken. Er komt meer en meer een roep naar actie. Hij heeft twee jaar in Galilea gepredikt en daar veel aanhang gekregen. In Judea en Jeruzalem liep hij meer gevaar. Farizeeën en Sadduceeën hadden schrik dat hij de hiërarchie zou verstoren. In Jeruzalem komt hij in conflict met de overheid. Door Zijn rol in de tempel, waar hij enkele tafels omver gooit, tergt Hij de Joodse aristocratie. Daarna volgt snel zijn gevangenneming. In de evangelies wordt de rol van Pilatus erg geminimaliseerd, het zijn de Joden die Jezus willen kruisigen. Dit komt totaal niet overeen met de Pilatus die Josephus ons schetst, een brute magistraat die voor niets terugdeinst. Na de verwoesting van de tempel in 70 willen de christenen de Romeinen niet voor het hoofd stoten, vandaar dat de Joden alle schuld krijgen. Het Barabbas-verhaal is dan ook weinig waarschijnlijk; Over de opstanding van Jezus uit de dood zegt de auteur dat zijn volgelingen er zich van bewust waren dat als ze niet iets speciaals bedachten, zijn beweging met zijn dood snel uit elkaar zou vallen. De verhalen over de opstanding van Jezus zijn na zijn dood in die eerste jaren steeds sterker geworden. Ook Paulus gebruikt de verschijning als legitimering voor zijn apostel-zijn. Paulus komt dan met de vraag naar regels voor toelating voor de heidenen en Jakobus, de broer van Jezus komt met een compromis waardoor de eenheid van de jonge christengemeenschap bewaard blijft.Josephus vermeldt dat Jacobus door de hogepriester Ananus wordt veroordeeld tot steniging.
Flavius Josephus is heel zijn leven een trouwe Jood gebleven. De val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel waren een straf voor de Joden die zich van God hadden afgekeerd. Bij zijn aankomst in Rome (70) schrijft hij de Joodse Oorlog. Hier is geen enkele verwijzing naar Jezus te vinden, ondanks zijn uitvoerige behandeling van het regime van Pontius Pilatus. Wat hem bereikte over Jezus en zijn boodschap in Galilea en zijn kruisdood was niet interessant genoeg. Twintig jaar later schrijft hij De Oude Geschiedenis van de Joden. Nu ziet hij met eigen ogen hoe in Rome de christelijke gemeenschap is gegroeid. De persoon Jezus kon hij niet meer negeren.

Flavius Josephus heeft met zijn korte signalement het bewijs geleverd dat Jezus werkelijk heeft bestaan.    

- Neels Marcel G., M. Afr., Een andere kijk op de priester , Boekscout (Soest, Nederland), ISBN: 9789462067196, Verschijningsdatum: 1 maart 2013. 148 blz. € 16,75 (zie websitepagina: http://www.lavigerie.be/spip.php?article1319 (met tekst van blz. 18-19)

De auteur
Webmaster van de website van de Witte Paters van Afrika: http://www.lavigerie.be/ .
Zie website : NEELS.docx . Diamanten Priesterjubileum Getuigenis van een Jubilaris. Donderdag 29 maart 2012
Geboren en getogen in Brugge, trad ik in bij de Witte Paters in 1945, op het einde van de oorlog. Na het Noviciaat in Varsenare, meldde ik me vrijwilliger om naar een Engelssprekend vormingshuis te gaan. Ik werd dan ook in Schotland, en niet in België, priester gewijd in 1952  (zaterdag 31 mei, dag voor Pinksteren). Het waren de ‘vette jaren’ voor onze Sociëteit: 132 nieuwe priesters in één jaar, waaronder 43 Belgen!
Na de wijding werd ik naar Rome gestuurd voor verdere studies, en in 1955 benoemd tot professor in ons vormingshuis in Canada. Vier jaar later werd ik teruggeroepen naar Rome als begeleider van onze studenten aan de Romeinse universiteiten. Ik mocht er de prachtige jaren van het Tweede Vaticaans Concilie beleven.
Pas 13 jaar na mijn wijding, in 1965, mocht ik dan eindelijk naar Afrika. Ik leerde de taal in Malawi, mocht dan (slechts!) een jaar ervaring opdoen in de brousse en werd alweer prof aan het groot seminarie van Malawi en Zambia. In 1971 volgde een sabbatjaar in Londen om er een master-of-arts te behalen, om volgens de plannen van de bisschoppen, prof van religieuze studies te kunnen worden aan de jonge universiteit van Malawi. De protestanten staken daar echter een stokje voor – geen katholiek op die post!- en zo kwam ik terecht op een pas gesticht groot seminarie, in Zambia, waar ik drie jaar heb les gegeven.
In 1975 kwam de pasgewijde Afrikaanse bisschop van Mansa (Zambia) mij halen om als pastoraal coördinator te functioneren in zijn bisdom. Mijn taak was de lokale clerus en de missionarissen vier jaar lang maandelijks bijeen te brengen om een gezamenlijke pastorale visie en aanpak uit te werken, die ik moest opzetten en coördineren.
In 1979, na het afronden van mijn taak, haalde men mij naar Londen om missiologie te doceren aan het London Missionary Institute waar priesters van verschillende missiecongregaties werden opgeleid; in 1981 werd ik daar vervangen en kon ik terug naar de hoofdstad van Malawi, waar ik in een parochie een handje toestak, maar van waaruit ik de meeste tijd in heel het land rondtoerde om decanaatvergaderingen te animeren, en om voor verschillende congregaties retraites en sessies te geven. Ik was namelijk vrijgemaakt om voltijds voortgezette vorming te organiseren voor priesters en religieuzen van Malawi.
In 1985 kozen de confraters me als assistent-regionaal, en moest ik dan voltijds alle W.P. gemeenschappen van Malawi en Zuid-Afrika bezoeken. In 1991 liep mijn tijd in Afrika ten einde. Ik ging een opleiding in geestelijke counseling volgen in Chicago, en werd daarna benoemd aan het Generalaat in Rome om er een reeks vernieuwingssessies voor missionarissen, mannen en vrouwen, op te zetten en te leiden. Dat mocht ik met veel vreugde doen tot 1999.
Toen werd het tijd om naar de noordelijker streken terug te keren. Ik ging in een communiteit leven in Leidschendam bij Den Haag, van waaruit ik nog kon meewerken in een team dat psychologische vernieuwingsprogramma’s gaf in Amsterdam. Toen ons huis in Leidschendam werd gesloten, mocht ik een nieuwe communiteit in Brussel vervoegen, van waaruit ik vooral enneagram sessies kon leiden in verschillende plaatsen van ons land. Toen dat huis in Brussel alweer een andere bestemming kreeg, vond ik de tijd rijp om naar mijn geboortestad terug te gaan. Daar kon ik nog drie jaar op een flatje leven en regelmatige enneagram sessies, retraites en bezinningsdagen geven.
In 2010, begon mijn lichaam te laten voelen dat het nu allemaal wel was geweest. Ik mocht dan de communiteit van bejaarde confraters vervoegen in Varsenare, waar we met een 20-tal elkaar nog tot steun kunnen zijn.
Ik heb dus wel een heel rijk en gevarieerd missionarisleven gehad. Ik heb soms jammer gevonden dat ik voor geen langere tijd parochiepastoraal heb kunnen doen, ‘te velde’ in plaats van al die vormingshuizen. Daardoor stond ik niet zo dicht bij de vreugden en pijnen van de mensen, zoals de meesten van mijn confraters konden zijn.
Maar er zijn nu eenmaal verscheidene taken en gaven in de grote missieopgave en ik heb de mijne dan ook met toewijding en genoegen kunnen vervullen. Honderden mooie mensen heb ik mogen opleiden en begeleiden, en zoveel heb ik daarbij van hen gekregen dat me gelukkig heeft gemaakt en nog maakt. Nu is het tijd om te rusten, zegt men. Dat valt niet altijd mee, maar dat leer je toch ook, na zoveel aanpassingen gemaakt te hebben in de loop van die 60 jaar ministerie. Ik ben vervuld van grote dankbaarheid. Pater Marcel Neels 

Enkele opmerkingen vooraf (bij het samenvatten van het boekje).
Op zaterdag 31 mei 1952 werd Marcel Neels priester gewijd. In 2012 vierde hij zijn diamanten priesterjubileum. In dat jaar schrijft hij het boekje over de priester, vroeger en nu. Hij schetst in een tiental hoofdstukken de gedaanteverandering. Dat wordt telkens mooi aangegeven in de inhoudstafel. Daar krijgt elk hoofdstuk naast een titel ook een ondertitel. Het boekje is stap voor stap opgebouwd om tot het besluit te komen in de slotbeschouwing op blz.145-146.
Dit boekje handelt over de priester. Het is echter interessant voor al wie wat weten wat er zich de laatste zestig jaar aan veranderingen heeft voorgedaan wat de opvattingen over godsdienst, openbaring, ‘god’ , Jezus Christus, kerk, ethiek, de identiteit van de priester, eredienst, eucharistie en celibaat betreft.  
Het boekje is verschenen in 2013. Het is geschreven (in 2012) vóór het aftreden van paus Benedictus XVI in februari 2013 en het aantreden van paus Franciscus in maart 2013. Ik ben er zeker van dat het boekje anders zou geschreven zijn na het aantreden van paus Franciscus. Sinds het optreden van deze paus waait er een nieuwe wind door de kerk en hopen velen dat er verandering in de kerk zal komen. Het boekje blijft belangrijk omdat het een schets geeft van de veranderingen van de traditionele opvattingen van de kerk naar de geëvolueerde opvattingen vanuit de ‘basis’.
De auteur is een geleerde professor. Hij is goed op de hoogte van wat er gist in de kerk. Maar hij is er zich heel goed van bewust hoe gevoelig anders denken in de kerk ligt. Hij is uiterst voorzichtig. Hij citeert vaak auteurs die zijn opvattingen weergeven. Ze fungeren als  buiksprekers. Op deze wijze dekt hij zich in tegen de kritiek alsof zijn opvattingen de allerindividueelste expressie van een allerindividueelst denken zouden zijn. Maar hij is ook een geëngageerd denker en schrijver en kiest resoluut voor een nieuwe theologie en pastoraal.
Naar mijn mening is het boekje centripedaal (middelpuntzoekend) opgebouwd: van godsdienst tot eucharistie. Door de culturele omwenteling komt men tot het besef dat het goddelijke niet uit de hemel komt gevallen, maar dat het “geheim” zich aandient aan ons en dat wat over boven gezegd wordt van beneden komt. Al het spreken van God is een spreken van mensen, in de mond van God gelegd. Van wel en zeker weten naar een vermoeden, van doorgeven naar zoeken. Van vertegenwoordiger van God en de autoriteiten naar bezieler van gelovige mensen.  

Woord vooraf (blz 7-9)
Het traditionele priester model werd in de eerste jaren na het concilie (1965-1971) bevraagd, vooral wat de ontkoppeling van priesterschap en verplicht celibaat betreft. Nu dringt zich de noodzaak op van een bevraging van het dogmatisch concept.
Het in vraag stellen van het traditionele priester model heeft gedurende de 50 voorbije jaren weinig uitgehaald. Er waren pogingen en gelegenheden. Een poging van het pastoraal concilie in Nederland van 1968-1970 werd door Rome niet aanvaard. In diezelfde jaren bespraken de Belgische bisschoppen het thema van het priesterschap. In juli 1969 werd de 2de Europese bisschoppensymposion aan de priester gewijd. Tegelijkertijd had in die stad een bijeenkomst van priesters plaats. In het bisdom Brugge bereidde men zich voor op de komst van gehuwde mannen als priesters. In oktober 1971 werd een bisschoppensynode over dit onderwerp gehouden. Maar de paus klapte de deur dicht. “Er kwam zelfs een verbod om de zaak nog verder ter sprake te brengen. Tot op vandaag zijn de bisschoppen er ook niet in geslaagd de zaak opnieuw ter discussie voor te dragen.” (blz 9)
De verleiding bestaat om priesterschap en verplicht celibaat te ontkoppelen in de overtuiging zo het probleem van het priesterlijk model op te lossen. Maar “het heersende, eeuwenoude priester model vergt een veel radicalere bevraging…” (blz 9) En in het begin van zijn woord schrijft de auteur: “Men vraagt zich niet af of het dogmatisch concept van het katholiek priesterschap misschien niet zelf aan de basis ligt van het probleem.” (blz 7)

Inleiding (blz 11-21) . Oude ideeën en vormen doen het niet meer. Ze zijn niet relevant wegens de culturele omwenteling. Nieuwe interpretatie en taal is noodzakelijk, ook een nieuw beeld van de priester.
Priester Neels vertelt over zijn priesterwijding en de geplogenheden op die dag en de situatie van priesters,  60 jaar later. We verkeren in een situatie waarin oude ideeën en vormen niet relevant zijn. Er speelt veel meer mee dan de sexuele oriëntatie en problemen. “Het is ook een crisis van de aard en de rol van het priesterschap als zodanig, en die zijn op hun beurt onafscheidelijk van de crisis van de katholieke leer, ethiek, en het kerkelijk recht zoals ze traditioneel in stand worden gehouden.” (blz 15) En zo komt de priester tussen twee vuren te zitten: tussen hemzelf en de religieuze autoriteit of tussen hemzelf en de gemeenschap waarvoor hij staat. In dit spanningsveld vind de auteur de oplossing in het trouw blijven aan zichzelf en zo blijven evolueren, en de verantwoordelijkheid op eigen schouders nemen. “Dit boek is dus vooreerst een bevragen van mijn eigen priesterschap. Maar tevens wil ik graag iets bijdragen tot een bredere reflectie onder zowel priesters als gelovigen van onze tijd. Ik wil een poging doen om de traditionele aspecten van het priesterschap te bekijken en een deel historische ballast ervan te bevragen, en dit met het oog op een benadering die relevant is voor onze tijd – althans in onze westerse contreien.” (blz18) Dat heeft dan te maken met de grote culturele omwenteling. De christelijke boodschap moet herinterpreteerd en hertaald worden. En dus ook het beeld van de priester.

1ste hoofdstuk: de priester en de godsdienst (blz 21-30). Ondertitel in de inhoudstafel: Toen: man van de godsdienst. Nu: begeleider van Godzoekers.
Uit de nood aan inzicht en zekerheid gaven godsdiensten antwoord op de vragen van het geheim. Er ontstonden leerstellingen, rituelen, normen. De priester werd beschouwd als de vertegenwoordiger hiervan.
Godsdiensten proberen antwoorden te geven op de vraag op het geheim van alles. Daaruit zijn filosofische en mythologische verklaringen, rituelen en normen ontstaan. Hiermee hopen we een gevoel van verstandelijke en affectieve veiligheid te bekomen (geloof en vertrouwen). “Religieuze doctrine is niet meer dan gesystematiseerde religieuze interpretatie. Geloof, daarentegen, is relatie met en overgave aan het transcendente.” (blz 24). Priesters zijn dan vertegenwoordigers van die godsdienst en bedienaars van de eredienst. Maar ook voor de priester blijft het bestaan een groot mysterie.
Maar er kunnen pertinente vragen rijzen over dit alles. Bij gevormde christenen, bij de priester zelf. En wat als die priester zich niet meer op de golflengte voelt van de georganiseerde godsdienst die hij vertegenwoordigt? In de katholieke kerk ligt de nadruk op de geloofswaarheden, die onderwezen en beaamd werden.  De katholieke kerk beweert een “geloofsschat” te bezitten, de volle waarheid, door God geopenbaard. Dit wordt door een leergezag  doorgegeven in geloofsbelijdenissen, rituelen, wetten en structuren. Bisschoppen en professoren moeten een eed van trouw aan de leer zweren. In 1998 verscheen een pauselijk schrijven dat al wie zogenaamde definitieve geloofsuitspraken (zoals de onmogelijkheid dat vrouwen priester worden) verwerpt, zich verzet tegen de leer van de katholieke kerk.
Priesters doorgronden het mysterie van het bestaan al even weinig als anderen. Priesters moeten godzoekers zijn. Hun rol kan erin bestaan mensen te helpen contact te leggen met de wortels van hun bestaan en erop te vertrouwen dat het zinvol is.

2de hoofdstuk: de priester en ‘de openbaring’ (blz 31-45). Ondertitel in de inhoudstafel. Toen: doorgever van geopenbaarde waarheid. Nu: vertaler van de oude verhalen.
Openbaring had niet enkel in het verleden plaats, maar gebeurt nog steeds. De rol van de priester bestaat erin de mensen te helpen nadenken over de goddelijke dimensie van hun bestaan.
De geloofswaarheden zouden rechtstreeks door God geopenbaard zijn of tenminste logisch uit die openbaring afgeleid. Die zouden te vinden zijn in de Bijbel. Het Joodse volk ontwikkelde het gevoel van uitverkoren te zijn. In die geschriften wordt vaak een spreken als dat van God voorgesteld. De Openbaring wordt voorgesteld als een specifiek, gratis ingrijpen van God, van boven af.
De mensheid is van alle tijden op zoek naar het transcendente. Het mysterie God wordt ontdekt in de mate dat de mensheid zich van zichzelf bewust wordt. De christelijke Bijbel werd als Gods hoogsteigen openbaring beschouwd die eens en voor goed afgesloten is. De Schriften worden nog vaak gezien als een “schat van geloofswaarheden”, door God zelf geopenbaard als een vrije tussenkomst van God bij geprivilegieerde personen en schrijvers. En wie deze personen zijn, wordt bepaald door ‘de Kerk’.
Gaat het niet eerder om fijnbesnaarde mensen die nadachten over de zin van een waarlijk menselijk leven. Ze spraken in metaforen. De westerse cultuur zette vele Schriftuurlijke symbolen om in fysische of metafysische werkelijkheden. Men veranderde metaforen in ‘waarheden’. Dat heeft dan nog weinig te maken met ‘geloven’ in het mysterie van de werkelijkheid. Moderne westerse christenen aanvaarden niet meer dat mythologische verhalen als werkelijkheid worden genomen. Ze zijn beeldspraak over waardevolle en fundamentele inzichten op de werkelijkheid.
Jezus had de ervaring van een diepe en directe eenheid met het transcendente. Dat bracht bevrijding, hergeboorte, omkering van waarden, verlichting.
De auteur beschouwt nu de priester, de bedienaar van deze ‘geopenbaarde’ godsdienst. Klakkeloos overnemen lukt niet meer. Wat ze vanuit de oude verhalen willen zeggen, zal relevant moeten zijn, aftasten wat het kan inhouden voor mensen van vandaag, in de huidige cultuur. Ieder schrijft nieuwe pagina’s van geloof. Het geweten is de hoogste autoriteit. Dat is belangrijk in de huidige culturele omwenteling. We moeten nadenken over wat ons traditioneel als christelijk geloof wordt voorgesteld. Zo kan er een spanning ontstaan tussen de kerkelijke leer en wat we zelf geloven. Zo ook bij de priester. Hij moet de ‘openbaring’ doorgeven, maar “dan in de zin van mensen te helpen nadenken over de goddelijke dimensie van hun bestaan, in het licht van de originele verhalen, en zo de ‘openbaring’ verder te laten gebeuren.” (blz 43) Oude teksten moeten bevraagd worden naar hun onderliggende waarheid. Dat doen moet gebeuren in interactie met anderen.

3de hoofdstuk: de priester en ‘God’. (blz 46-59)  Ondertitel in de inhoudstafel: Toen: man van God. Nu: verwijzer naar het goddelijke.
Religieuze taal is metaforisch, is beeldspraak. Ook die over God. In de joods-christelijke traditie is ‘God’ een poging om in beelden het waarlijk menselijke uit te drukken.
Wat bedoelen we met ‘god’? “Tenslotte hebben we deze vage term uitgevonden om iets uit te drukken dat onvatbaar is, dat boven het zichtbare en grijpbare uitstijgt, en waarvan we toch een sterk vermoeden hebben dat het er is.” (blz 47) “We gebruiken het woordje ‘God’ nu net om aante duiden wat niet is zoals wij mensen, en niet zoals de kosmos.” (blz 48) “Maar ‘God’ is een naam voor de Levende, de Beweger en de Beweging, de alles omvattende ‘Grond’ of ‘Diepte’.” (blz 48) De naam JHWH wil uitdrukken dat de transcendente Kracht altijd en overal bij hen tegenwoordig was en met hen meeging.” (blz 49) In de Oudtestamentische boeken zien we een evolutie in opvattingen van Israël over God. Soms ongepaste opvattingen (een krijgsgod). In die traditie staat Jezus. Hij voelde zich innig verbonden met het transcendente. Paulus schrijft dat Jezus na zijn dood een ‘Levendmakende geest’ was.  geworden. En later werden metaforen als metafysische werkelijkheid voorgesteld. En werd er een drie-éénheid gecreëerd: één natuur en drie personen. Over die strijd van speculaties schrijft de auteur o.a.: “En de enig juiste formulering zou dan die zijn van de grote bijeenkomst in Chalcedon: een contextuele formulering van een particuliere cultuur (Midden-Oosterse) van een particuliere tijd in de geschiedenis (Vijfde eeuw) maar die nu als de absolute, onwrikbare norm van christelijke orthodoxie wordt verkondigd en opgelegd.” (blz 52) “En de priester moet de gemeenschap voorgaan in het opzeggen van NIcea en Chalcedon…” (blz 52). Een reden voor gelovigen om weg te blijven uit de kerk omwille van die raadselachtige taal.
Dan stelt de auteur de vraag: “Hoe kan een priester vandaag de dag spreken over God op een manier die voor de hedendaagse mens zinvol is.” (blz 52)
Alle religieuze taal is metaforisch. Ook die in ons spreken over God. Het is beeldspraak. De aloude Bijbelse metafoor ‘God’ kan ons inspireren om een waarlijk menselijke gemeenschap op te bouwen. Op blz 57 geeft de auteur een nieuwe invulling van de Triniteit.
In onze omgang met andersgelovigen en andersdenkenden moeten we elkaar bevragen naar de hoop van waaruit we leven, naar wat we gemeen hebben in ons zoeken naar de zin en de vorm van onze relatie met het transcendente. 

4de hoofdstuk: de priester en Jezus Christus. (blz 60-68). Ondertitel in de inhoudstafel: Toen: plaatsvervanger van Christus. Nu: getuige van Jezus Messias.
De visie op Jezus verandert fundamenteel. Van een goddelijke figuur naar een mens die innig verbonden leefde met het mysterie-‘God’. Daarom ook wordt hij messias = gezalfde van God genoemd.
Tijdens de priesteropleiding: een priester is een “alter Christus” (andere Christus), treedt op in de plaats van Christus; hij is een soort plaatsvervanger van Christus. Volgens het kerkelijk recht wordt religieuze ‘macht’ gegeven aan slechts één persoon in een hiërarchische afdalende lijn… en de pastoor over een parochie. Alle andere kerkleden hebben juridisch slechts een raadgevende inbreng (zie blz 60). De priester handelt ‘in persona Christi’, als hij in de eredienst voorgaat.
De officiële leer: God kwam in persoon op aarde en is daardoor ook de enige redder. De priester kan zich ongemakkelijk voelen tussen wat officieel over Jezus gezegd wordt en de moderne exegetische inzichten. De geschriften over Jezus in de eerste eeuwen van het christendom zijn contextueel; ze formuleerden hun inzichten in hun eigen culturele denkcategorieën. Waarom zouden moderne christenen het niet mogen doen vanuit hun eigen denkcategorieën. Na een tijd werd een aantal symbolen geïnterpreteerd als feitelijke werkelijkheid. En Jezus werd geïnterpreteerd als tweede persoon van de drievuldigheid.
“De priester mag vooral een getuige zijn van Jezus als de open poort naar het goddelijke, als de katalysator van onze verbinding met ‘God’.” (blz 67).

5de hoofdstuk: De priester en de kerk (blz 69-78). Ondertitel in de inhoudstafel: Toen: vertegenwoordiger van de Kerk. Nu: bezieler van de gelovige gemeenschap.
“Maar bestaat er wel zoiets als ‘De Kerk’? Er bestaan lokale gemeenschappen van volgelingen van Jezus.” (blz 69). “Als je al die gelovige gemeenschappen van de hele wereld samentelt, dan heb je wel een heel grote ‘Kerk’, een communie van vele lokale kerken. De priester is wel de bezieler en leider van zijn ‘ecclesia’, maar daarom vertegenwoordigt hij de gelovige gemeenschap niet meer dan gelijk welk ander lid van de groep.” (blz 69-70)
Dan schetst de auteur hoe ‘de Kerk’ vaal wordt gezien: als een geweldig en machtig instituut dat van hogerhand oplegt, gebouwd als een piramide, met een centraal gezag in Rome. Bisschoppen worden vaak beschouwd als afgezanten en als vertegenwoordigers van dat gezag. En priesters moeten de officiële lijn volgen. Ook het aantal gelovigen groeit dat zich niet meer met dit soort Kerk kan identificeren. Het onderscheid tussen priesters en leken wordt beklemtoond.
Er zou meer samenwerking en dialoog moeten komen op de verschillende ‘niveaus’. Maar dat ruikt naar democratie. En hiermee heeft ‘de Kerk’ moeite mee. “De Kerk’ is nog altijd theocratisch opgevat en opgezet.” (blz76)
De opdracht van de priester is de dialoog en besluitvorming op gang te brengen en te stimuleren. Vernieuwing van de kerk zal van onderuit moeten komen. “De priester is dus in de eerste plaats de bezieler van een gemeente.”  (blz 77)

6de hoofdstuk: Priester en ethiek. (blz 79-87). Ondertitel in de inhoudstafel: Toen: behoeder van kerkelijke ethische normen. Nu: begeleider van verantwoordelijke gewetensvrijheid.
In de ethiek werd vooral de klemtoon gelegd op de huwelijks- en sexuele moraal, minder op de economische en politieke ethiek.
Het kerkelijk leergezag baseert zich op de natuurwet: een objectieve en voor iedereen geldige wet, vaak nog louter fysiologisch opgevat.
De auteur pleit ervoor om over te stappen van de wetsethiek naar een liefdesethiek. “Dat we samen gaan nadenken over wat menselijk past, vooral in al de nieuwe ethische ontwikkelingen.”

7de hoofdstuk: de priester en zijn identiteit. Ondertitel in de inhoudstafel: Toen: gewijde man. Nu: voorganger/ster in de gemeente.
De auteur begint met een verwijzing naar de opvatting over de priester tijdens hun priesteropleiding. De auteur haalt Jean Kamp (één van zijn buiksprekers) aan: “Aan de wortel van de crisis ligt het priesterschap zelf.” (blz 89). Er zijn 2 gegevens die zich met elkaar vermengd hebben. 1) de priester verwijst naar het transcendente. 2) clerus is een sociologische term die verwijst naar het toebehoren tot een bepaalde groep. De vermenging geeft dat priesterlijke activiteiten voorbehouden zijn voor individuen die sociaal herkenbaar zijn door hun wijding. Dit heeft zich voltrokken in de 4de eeuw. Daarenboven kwam er een sterk hiërarchische clerus.
Gevolg is dat de priester zijn priesterlijke macht kan uitoefenen waar en wanneer ook. Dit priesterlijk model wordt op de kerken van de Latijnse ritus universeel opgelegd. Daaruit is klerikalisme ontstaan: een houding dat men voor het zeggen heeft.
Het is niet altijd zo geweest en is dus niet eeuwig. Er is verandering mogelijk. Maar we moeten afstappen van het concept van de status van de sacrale persoon. En ook “leken” moeten hun priesterlijke opdracht van hun doopsel en vormsel meer vorm geven.

8ste hoofdstuk: de priester en de eredienst (blz 101-113). Ondertitel in de inhoudstafel. Toen: uitvoerder van de eredienst. Nu: bezieler van de liturgische vieringen.
De verschuiving heeft plaats van de bemiddelaar, de zichtbare  plaatsvervanger van Christus om de goddelijke genaden toe te dienen naar een bezieler die de verbinding maakt tussen wat in de gemeenschap leeft en de woorden en daden van Christus. 
Alle culturen hebben sprekende symbolen, ook religieuze symbolen en riten. Riuelen in de Kerk zijn vaak “verchristelijkte” rituelen. Die rituelen werden instrumenten waarin Christus bovennatuurlijke dingen aan gelovigen doet. Dat gebeurt door een bemiddelaar, een priester, die de ‘sacramenten’ toedient en die ontvangen worden, werkzaam ‘ex opere operato’ (uit eigen kracht). De rituelen werden gelegaliseerd en verklerikaliseerd.
Voorbeelden. De vormselritus om de intrede in de christelijke volwassenheid te heiligen. Ziekenzalving. Ritus van vergeving. Bij elkaar vergeving schenken en vergeving ontvangen impliceert dat God vergeeft. Maar het geheel werd geritualiseerd. En de priester werd de enige die zonden kon vergeven of weerhouden. En hierbij moest hij de juiste formulering gebruiken. “En daartoe hebben we geen sacrale machten nodig, geen wettelijke tijden en formules, maar slechts een levendig bewustzijn van het belang van die oprechte verzoening. Het is een essentieel aspect van de pastorale taak van de leider van de gemeenschap om allen daartoe aan te sporen, hen daarin bij te staan en het als eerste te beoefenen.” (blz 110)
De priester wordt gezien als de bedienaar van de eredienst, de zichtbare plaatsvervanger van Christus. De gelovigen zijn toeschouwers en toehoorders. DE ritus van Trente werd weer toegelaten (2007). De vertaling van de liturgische boeken worden nagekeken naar de correctheid van de vertaling van de Latijnse teksten. Vele gelovigen hebben het moeilijk met het liturgisch taalgebruik. Hiertegenover staat de bekommernis dat de woorden en daden van Christus aansluiten bij de levenssituaties van gelovigen. Hierbij is creativiteit en heilzame controle goed bij het uitwerken van liturgische teksten en vieringen. 

9de hoofdstuk: de priester en de eucharistie (blz 114-129). Ondertitel in de inhoudstafel. Toen: ‘maker’ van de Eucharistie (blz 120). Nu: voorganger bij de Eucharistische viering (blz.127).
De verschuiving heeft plaats van het sacrale karakter van de eucharistie en de priester, waarin de verandering van het brood en de wijn in het Lichaam en het Bloed van Christus centraal staat, naar het bijeenkomen van de gemeenschap om het gebaar van Jezus’ gave te herdenken en om in zijn kracht te delen. 
Priester Neels vertelt hoe hij op Pinkstermorgen, de dag na zijn priesterwijding, aan een altaartje de mis deed , geassisteerd door een oudere priester, die erop moest toezien dat alle woorden en riten minutieus werden uitgevoerd om de geldigheid van de mis te garanderen. Alleen zijn ouders waren er aanwezig.
Vele gelovigen geloven niet meer in  de reële tegenwoordigheid van Jezus in de eucharistie. We zijn ver verwijderd van de beleving van de eerste christelijke gemeenten. Het is een gestereotypeerde cultushandeling geworden, aan gewijde priesters voorbehouden, en onderbouwd door een theologie van ‘offer’, en van ‘reële tegenwoordigheid’. Als zoenoffer voor de vele zonden.
Met de liturgische richtlijnen van 2000 en het Pauselijk schrijven van 2007 (mis volgens de ritus van Trente) wordt het sacrale karakter van de eucharistie terug versterkt. De officiële visie over de eucharistie hangt sterk samen met de visie over het sacrale karakter van de priester.
Waar gaat het dan wel over. Over het herhalen van het gebaar dat  de ultieme gave van Jezus symboliseert en over het delen van onszelf in zijn kracht.

10de hoofdstuk: de priester en het celibaat
Natuurlijk begint de auteur met het positieve: “Ongetwijfeld kan het vrijwillig gekozen en beleefd celibaat een positieve inbreng zijn voor de kwaliteit van het dienstwerk van voorgangers van christelijke gemeenten.
Tegenover het vrij gekozen celibaat staat de verplichting die wordt opgelegd. In sommige landen is het priestercelibaat en zware, soms ondraaglijke opgave. De koppeling van priesterschap en celibaat mag zelfs niet in vraag worden gesteld. En er wordt met twee maten en twee gewichten gewogen. Voor ‘de Kerk’ heeft de ongehuwde staat van de clerus  prioriteit over het pastoraal beschikbaar zijn voor de gemeenschap.
Het verplicht celibaat wordt in vraag gesteld. Immers, de hedendaagse cultuur verandert grondig en voortdurend. De keuze van zeer jonge mannen was vaak geen echte vrije keuze voor het celibaat. Ook de sexuele opleiding van vroegere priester-kandidaten schoot meestal te kort. Er worden heel wat motivaties gegeven voor het verplichte celibaat (gehuwd met de Kerk, liefde voor alle mensen).
Nu is er een aangepastere en positievere sexuele vorming voor priester-kandidaten. Dit neemt niet weg dat de vraag moet gesteld worden of een priestermodel dat niet per se aan het verplicht zou gebonden zijn, niet aangepaster zou zijn aan onze tijd.

Slotbeschouwing

De auteur betreurt dat de kerk in een theologisch en legalistisch systeem blijft opgesloten. Het enthousiasme van priesters bij het gebeuren van het Tweede Vaticaans Concilie heeft plaats gemaakt voor pijn bij het zien van wat er nu gebeurt door de restauratie van de officiële kerk.
Priesters willen geloofsgemeenschappen ondersteunen en ze zijn gelukkig een constructieve rol te mogen spelen in het wereldwijde broederschap die christenen vormen.
Een lang citaat moet het verlangen en de droom van de auteur doen uitkomen: “Ik geloof dat nieuwe vormen van het voorgangersambt zullen tot stand komen. Men zegt dat we in een priestercrisis zitten. Goddank. Mag deze crisis nog scherper aangevoeld worden opdat men de feiten in de ogen zou kijken. Ik droom van een tijd dat er geen ‘priesters’ meer zullen zijn in de betekenis die men tot op vandaag officieel nog aan hen geeft: ongehuwde gelovigen van uitsluitend mannelijk geslacht, bekleed met macht, zogezegd onuitwisbaar gemerkt met een teken dat hen essentieel verschillend maakt van de andere gedoopten, een soort sacramentele magiërs. Christelijke gemeenschappen zullen altijd leiderschap nodig hebben. Daarom zal de Geest Gods altijd mensen roepen, mannen en vrouwen, gehuwden en ongehuwden, Godgewijden en anderen, die de gemeenschap bekwaam en waardig zal bevinden om in hun midden het Woord te spreken en het Brood te breken om hen met Jezus te verbinden van de geboorte tot de dood. Merendeels gewoon goede mensen die een beroep uitoefenen, die met de twee voeten in de wereld staan, die op basis van de ernst van hun geloof en hun toewijding door de gemeente voorgedragen zullen worden en zich dan op een tijdelijke basis t.o.v. de gemeente zullen engageren. Dit alles onder het wijze ‘overzicht’ van enkele meer opgeleide en bezielde personen onder hen. Ik droom van een tijd dat er veel minder grote kerkgebouwen zullen zijn: slechts enkele centrale waar verschillende plaatselijke gemeenschappen van tijd tot tijd samen kunnen komen om hun geloof samen uit te zingen. Ik droom van plekken midden in de woonwijken waar gelovigen van een lokale gemeenschap mekaar kunnen vinden in kleine bijeenkomsten. Het is hoopgevend te constateren dat hier en daar, van onder af, zo’n initiatieven reeds worden genomen.” (blz 145-146)

Enkele aantekeningen naar aanleiding van dit boekje

  1. Door het feit dat het boekje zich richt tot de priester, is dit boekje minder gekend. Het is echter interessant voor gelovige en andersgelovige, voor theïst en atheïst. Dit boekje geeft op een samenvattende wijze een beeld van de ontwikkeling van het theologisch denken in de Rooms-katholieke kerk. Dit boekje is een aanrader.
  2. Van oudere priesters mag verwacht worden dat ze op de hoogte zijn van de ‘klassieke’ theologie. Ze hoeven niet al te veel uitleg hierbij. Van hen mag ook verondersteld worden dat ze zich op de hoogte houden van de ontwikkelingen in de theologie via gesprekken en lectuur. De ‘vernieuwde’ theologie en de spanningsvelden bij de priester worden weergegeven. Voor wie hiermee niet vertrouwd is, zal soms uitleg noodzakelijk zijn. Het boekje is uiterst vlot en zeer leesbaar geschreven. Het is een kunst om de materie zo helder te kunnen brengen. 
  3. Ik ben niet zeker of een dialoog tussen de ‘klassieke’ theologie en de ‘vernieuwde’ theologie kan slagen als men zijn eigen en verschillend interpretatiemodel niet durft bevragen. Er zijn in de voorbije jaren al zoveel initiatieven genomen voor een vernieuwde visie op allerlei gebieden van de kerk met weinig of geen resultaat. In de eigen basisgroep Te Elfder Ure haken leden af omdat de bijeenkomsten te weinig ‘sacraal’ zouden zijn. Er is dus b.v. nood aan een dialoog over de sacraliteit binnen de kerk, binnen de eigen basisgroep.
  4. In de dialoog moet men elkaars zwakke punten ter sprake durven brengen. Zo wordt het ongehuwd zijn van de priester als argument voor het sacraal karakter van de priester gebruikt. De kerk heeft veel Oudtestamentische gegevens in zijn denken opgenomen. Oudtestamentische priesters waren per definitie getrouwd; anders stierf het uit, want het werd van generatie op generatie doorgegeven. De Oudtestamentische priester lijkt me een sacraal persoon bij uitstek.

Soms hoort men het argument dat een vrouw geen priester kan zijn omdat de priester een plaatsvervanger van Christus zou zijn. Waarom zou een vrouw Christus niet kunnen vertegenwoordigen? Discriminatie op basis van geslacht?

  1. Persoonlijk vind ik het een drama wat kerkelijke autoriteiten vandaag de gelovigen aandoet met de wijze waarop ze kerkenplannen en  centrumkerken doorvoert en in sommige gevallen parochiekernen opdoekt. Er komt verontwaardiging en verzet. Hopelijk komt dit verzet niet te laat. Hopelijk haalt het iets uit. Een burcht neem je niet in met een handvol mensen, tenzij men een paard van Troje kan bedenken.

2 juni 2017
Arseen De Kesel


Oosterhuis Huub als inspiratiebron in geloof en zingend leven in geloof en zingend leven. Vriend voor het leven. (Lannoo). Ik versta onder liefde. (Ten Have). Red hen die geen verweer hebben. (Ten Have) (voorgesteld op vrijdag 5 mei 2017 door Frans Swartelé)

Hoe kwam ik bij Huub Oosterhuis terecht? Wat betekent hij voor mij?
Wie kent hem niet? Zijn psalmen, gedichten, liederen.
Hij wordt gezongen in huiskamers en kerken. Wij bidden hem in kerken en koren. Zijn taal tilt ons op, streelt het bestaan. Hij is mij lief, mijn broeder in het geloof. Ik heb hem eenmaal even ontmoet in levende lijve in Zonhoven een paar jaar geleden, naar aanleiding van zijn 80ste verjaardag.
Hij bracht een getuigenis die mij diep raakte Ik kocht drie boeken.
Red hen die geen verweer hebben. (Ten Have)
Wat ik versta onder liefde (Ten Have)
Vriend voor het leven (Lannoo)
Drie boeken, drie keer dezelfde boodschap, anders verwoord, andere vormgeving en structuur
maar duidelijk herkenbaar met veel vergelijkbare teksten, prachtig verwoord in een meeslepende bijbelse taal. Er zijn vele talen om op zoek te gaan naar het mysterie en de zin van het leven
Huub Oosterhuis verkiest de taal van Thora, de taal van de bijbel, de taal van het Oude en het Nieuwe Testament.
Deze boeken brengen vreugde in mijn leven, doen soms ook pijn, dwingen mij na te denken over mezelf, mijn geloof en de mij omringende wereld. Niet door te zingen, maar door te lezen heb ik hem beter leren kennen. Ik rol mij in zijn woorden. Ik dans in zijn teksten.
Hij verrast, hij laat zien, hij neemt mee, hij nodigt uit, hij dwingt tot denken. Hij spreekt woorden met leeuwentanden, sterk en krachtig. Hij inspireert. Hij opent mijn bestaan. Hij plaatst mij in een breder geheel. Hij draagt mij over de grenzen van de dood heen. Af en toe. Wij zijn geestesverwanten, soul mates! Wij zijn kinderen van dezelfde tijd. Eeuwen spelen zich af in ons leven nu. Wij delen dezelfde maatschappijanalyse en dezelfde politieke overtuiging. Wij zijn getuigen van dezelfde gebeurtenissen en houden van dezelfde filosofen, dichters en schrijvers: Levinas, Marsman, Multatuli, Pablo Neruda.
“Eenzaam in verlaten woestijnen wil ik huilen als rivieren, wil ik uitdoven en slapen. Waarom vallen de blinkende sleutels in bandietenhanden.”
Hij vermeldt zijn bronnen, spreekt duidelijke taal, structureert zijn teksten op een eenvoudige toegankelijke wijze. Bob Dylan kreeg de Nobelprijs voor litteratuur omwille van de poëtische kracht van zijn gezongen teksten. Ik zou Huub Oosterhuis de 'Nobelprijs van Bijbelse Zingeving' toekennen. Zijn teksten zingen.

Invloeden en gebeurtenissen die zijn leven getekend hebben.
-Het gezin: Goed draaiend Katholiek gezin in Amsterdam. Hij voelt zich gedragen en ervaart als kind een diepe verbondenheid met de totaliteit van het leven. Hij wordt aangetrokken door de eenvoud van het geloof. Zijn vader die met gesloten ogen het 'Onze Vader' bidt, Onze Vader die mij en heel de wereld vasthield.
-de parochie, de kerk, de pastoor, de liederen, de wierook, het orgel, de vrede van kerstmis, de vreugde van Pasen.
-de oorlog, 1933-1945, Hitler en de nazi's aan de macht, de bejubelde gruwel van de dictatuur, van de oorlog,  van de jodenvervolging, Auschwitz. De pastoor in verzet tegen deze waanzin, zijn preken, zijn gevangenschap, de bevrijding: Dit nooit meer!
-14 jaar de ontwrichte nekwervel, half verlamd, gips, kliniek, onzekere toekomst.
De stem van Jezus: Sta op een wandel! Geroepen. 'Ik hoorde en wist dat ik die jongeling was!'
-“Ik wilde iets terug doen en trad in bij de Jesuieten. Ik wou het niet, maar ik moest. Van God moest ik”, dacht-angsdroomde-fantaseerde ik. Een God die riep en die roepstem was een bevel, een ontonkoombare uitnodiging en wie die afsloeg ging bedroefd heen en miste de vervulling van het zijn leven. Het verplichte celibaat. Ik moest mijn mogelijke kinderen offeren zoals Abraham zijn zoon offerde op de berg Moira (Salomon, tempel Jeruzalem).

Het keerpunt: het stilvallen van het goddelijke geblaf! de veeleisende god bestaat niet.
Het was een veeleisende Moira-god: 'Gij komt mij verschrikken met dromen en angstvisioenen. Wend toch uw ogen van mij af en geef mij de tijd mijn speeksel door te slikken. Mensenbespieder.'
Nieuwe eis: Tijdens mijn meditaties blafte hij mij toe dat hij me wou als missionaris in Japan.
'Ik lag geknield en diep gebogen over de grafsteen, ik richtte mij op, ik zag de hoge blauwe lucht, de hemel open en dacht: Hij is bedacht, Hij bestaat niet. Ik duizelde, ik wist niet wat ik dacht, maar mijn ziel riep nee en weg jij. Ik boog opnieuw voorover, krabte, schraapte, spuwde, poetste met mijn mouw een stukje grafsteen blinkend schoon als een gootsteen en God verdween door de lozing. Dat goddelijke geblaf viel stil. De lucht bleef blauw, de stilte stil.' (blz.15) Ik voelde mij dagenlang vrolijk en licht. Ik liep mooier recht op dan in maanden en de soep smaakte mij weer. Ik had die 'Hound of Heaven', die hartverscheurende stem het zwijgen opgelegd, die tirannieke mensenbespieder 'afgeschaft' dacht ik toen. Nu weet ik met meer nuances dat ik de last van een oeroud godsbeeld had afgeschud. Het was van me afgegleden toen ik die middag op het kerkhof naar de blauwe lucht keek en de open hemel zag, Het oude voorbijgestreefde godsbeeld was weg.”
Wat moet je als priester als God niet bestaat? vroeg ik me af. Ik moest onvoorwaardelijk leren leven, met of zonder God, met of zonder kinderen, kome wat komt.

Er bestaan vele goden. Hoe kiezen? Welke is de juiste god?
Egyptische goden, Griekse goden, Indische goden, Germaanse goden, Gott mit uns!
Er zijn  vele goden in omloop: de god van Hitler en Auschwitz, de god van Pinochet, de god van de vrije markt en de rijken. “Kies maar uit. Goden genoeg. Als je de ene niet wil die je zijn woord heeft gegeven, die je de vreemdeling wijst als je naaste,  als je die ene niet wil als de grond van je leven zijn alle anderen voor hem om het even!”
De christelijke cultuurgod van het Vaticaan, de almachtige schepper van hemel en aarde. Ook het 'boek van de stem' is weerloos overgeleverd aan een veelvoud van interpretaties en manieren van lezen met als meest geduchte variant 'dat Jesus aan het kruis gestorven is om de zondige mens, jou en mij, met God te verzoenen. Door zijn kruisdood heeft hij, ons lichaam en onze ziel van de eeuwige verdoemenis gered. (Heidelbergse Cathechismus) (46) Johannes Passion Bach: “Herr, unser Herrscher! Door uw gevangenschap Zoon van God moet onze vrijheid komen. Uw kerker is een troon van genade; een toevluchtsoord voor alle gelovigen; want als u niet in knechtschap was gegaan, had onze slavernij eeuwig moeten duren. Rust zacht heilig gebeente dat ik nu verder niet beween. Rust zacht en breng ook mij rust. Het graf dat voor u is bestemd en verder geen rampspoed bevat maakt voor mij de hemel open en sluit de toegang tot de hel! Ach Heer, laat uw lieve engelen aan het eind mijn ziel naar Abrahams schoot brengen. Laat mijn lichaam in zijn slaapkamertje heel zacht, zonder kwellingen en pijn rusten tot aan de jongsten dag! Wek mij dan op uit de dood, opdat mijn ogen u mogen zien in alle vreugde o Zoon van God, mijn Heiland en Genadetroon! Heer Jesus verhoor mij. Ik wil U eeuwig prijzen!” (door de kruisdood van Jesus zal ik eeuwig leven!)

Is God dood? Afgedankte godsbeelden cultuur-historisch bekeken.
Wij leven in een samenleving zonder God, een goddeloze samenleving. (Karen Armstong, Wie is God?) De uitwissing van God was niet te vermijden. De Verlichting verdreef de religieuze duisternis. Met behulp van de rede zullen wij de religieuze barbarij eindelijk achter ons laten en een hemel stichten op aarde: liberté, égalité, fraternité! (Gedicht Heinrich Heine)
De oude middeleeuwse godsbeelden waren niet langer houdbaar. Zijn dood was pijnlijk maar noodzakelijk.
-Douwens Dekker, Multatuli
-Nietsche: Also sprach Zarathoestra: God is dood! 'De aarde ontkoppelt van de zon!' De omkering van alle oude, voorbijgestreefde christelijke waarden. Met als uitdaging de geboorte van een nieuwe mens: de Übermensch!
-Marx.: de god van de rijken als opium voor het volk!
-Freud: de god van het onbewuste verlangend naar een eeuwig leven en een liefdevolle vaderfiguur!
-Hitler: de Germaanse, wraakzuchtige goden, bejubeld door ontelbare Duitsers: Gott mit uns!
-Lenin en Stalin: de moordende goden van het communisme in naam van een onhaalbare utopieën.

Wat is de cultuur-historische betekenis van deze weggeblazen pluisjesgod, van deze godsmoord?
Het einde van de grote verhalen. Het wegdeemsteren van het onzichtbare, van hen heilige, van het numineuze (Karen Armsrong). Het einde van de grote utopieën (Hans Achterhuis)
Lyotard: De liquidatie van het moderne project. De verlichting produceerde meer duisternis dan licht.
G.Steiner: niet de hemel maar de hel werd herschapen.  Het was een aangekondigde catastrofe!
De beloften werden niet waargemaakt. De aarde werd ontkoppeld van de zon, leven zonder warmte!
Religieuze barbarij werd vervangen door politiek-industriële barbarij. De afdaling naar de hel!
WO 1, WO 2, de koude oorlog, Hiroshima, Nagasaki, atoomwapens, extreme armoede, groeiende ongelijkheid, de opwarming van de aarde, het vluchtelingenvraagstuk. In welke wereld zijn we terecht gekomen? Oude problemen geraken niet opgelost. Nieuwe problemen voegen zich toe en vormen een geglobaliseerd kluwen dat het verder bestaan van deze aarde bedreigt. Haalt de mens nog het volgende millennium (Stephen  Hawkins)
De eenzijdige economische-technische ontwikkelingen werden niet gevolgd door sociale, spirituele  ontwikkelingen met als gevolg oorlog, uitbuiting, armoede, ongelijkheid, vervreemding. Ik ben een toeval. Geen bezield verband. Mijn bestaan is zinloos. Losgelaten zweef ik eenzaam door de ruimte. Wat doe ik hier? Geen antwoord! Gedicht Marsmann
(Het ongeloof van vele mensen is een uitdrukking en weerspiegeling van de ervaren zinloosheid van hun bestaan in het kader van de georganiseerde ratrace!) 

De terugkeer naar de God van de bijbel als antwoord op deze situatie.
Huub Oosterhuis, dankbaar gedragen door het leven, gestreeld door God wil niet wegzinken in deze postmodernistische eenzaamheid. Hij kiest voor de God van de Thora. Hij leest. Hij luistert naar de 'stem van het boek'. Deze God komt hem tegemoet uit het Oude en het Nieuwe testament, uit deze oeroude, heilige teksten, die door zovelen op een andere manier gelezen en begrepen worden. Het is de God van de bijbel, zo mooi beschreven in het boek EXODUS, de God van Abraham, Isaac en Jacob die de 'ellende van de kinderen van Israël gezien heeft, hun geschreeuw vanuit hun onderdrukking gehoord heeft en 'afgedaald' is om hen te bevrijden. Hij heeft zijn troon verlaten om geboren te worden in een stal tussen herders, een os en een ezel. Hij is gestorven op het kruis. In een wereld waarin het woord 'God' nog altijd allerhoogste macht en opperwezen betekent, in een wereld waarin miljoenen smadelijk afhankelijk zijn van allerhoogste machten is een God-die-afdaalt-om-te-bevrijden een volstrekt onvoorstelbare God. Hij is God de onnoembare.  Het is de God van de profeten Amos en Jeremias, van de psalmen.
Wat is zijn naam? Vier letters: JWEH. 'Ik zal er zijn. Altijd. 'Ik ben die ik ben' (Karen A).
Het is een God die ons vrij laat, die ons uitnodigt:
'Waarom voedt uw God die de God van de armen is, de armen niet?' vraagt een romein aan Rabbi Akiba. 'Om ons aan de verdoemenis te laten ontkomen', antwoordt Rabbi Akiba.
God laat de mensen vrij. In de liefde voor zijn kinderen geeft hij alles op.  De mens is verantwoordelijk voor de gang van zaken op aarde.
“God loopt over de ruimte, over alle zonnestelsels en sterrenhemels als een akker onder zijn voeten. Dan vindt hij een schat in de akker verborgen. Het is deze aarde met mensen erop en in zijn vreugde verkoopt hij alles wat hij heeft: zijn almacht en zijn alziend oog, zijn hemel en zijn hel en koopt de aarde!' Hij schenkt de aarde aan zijn lievelingskind, de mens!
Huub Oosterhuis is er in geslaagd deze neergedaalde, machteloze God, deze zachte, zwijgende, fluisterende God, deze strelende stuwende stimulerende God die de mensen vrij laat, tot  leven te brengen in zijn liederen, teksten en politiek engagement.

Waar ontmoet je dan die machteloze God? Hoe Hem tot leven brengen?
Levinas: 'In het feit dat de relatie met het goddelijke via de relatie tot de mensen verloopt en met de sociale rechtvaardigheid samenvalt, ligt de hele geest van de joodse bijbel. Mozes en de profeten bekommeren zich, niet om de onsterfelijkheid van de ziel, maar om de arme, de weduwe, de wees en de vreemdeling.'
Huub wordt geïnspireerd door Joodse leermeester.  Op een dag staat een Romeinse soldaat, zwaar bepakt en gezakt voor Rabbi Hillel en vraagt: 'Leer mij uw Thora kennen in de tijd dat ik op één been kan staan.' Deze antwoordt:'Wat gij niet wil dat jou wordt aangedaan, doe dat je naaste niet aan. Dat is de hele Thora. De rest is commentaar. Ga heen en leer. Heb lief je naaste die is als jij!'

Die twee woorden 'liefde' en 'solidariteit' openen het Grote Verhaal van het Oude en het Nieuwe testament. Als je de weg kwijt bent in die 'heilige geschriften' grijp dan terug naar deze woorden, ga terug naar de eerste regels van het boek Genesis. 'In den beginne...God sprak. Er zij licht. Vergeet nooit dat het met het licht en om het licht begonnen is, tegen alle duisternis in. In die woorden ligt de 'levensleer' besloten die zichtbaar moet worden zowel in ons persoonlijk leven als in ons politiek-maatschappelijk leven.

Persoonlijk leven:
Ik versta onder liefde die duizenden nuances van vriendelijkheid en vriendschap, van harttocht en hoofsheid, van tact en geduld, van bedachtzame eerbied en mededogen, van lange rouw en spontaniteit waarmee mensen elkaar bejegenen. Ik versta onder liefde ook: de denkkracht en de intuïtiekracht, de wijsheid en de wetenschap, en alle fantasie en volharding en optimisme waarmee de aarde wordt opgebouwd, steeds opnieuw, tegen alle afbraak in.
Alles wat ten goede is, alles wat zingt en in vervoering brengt, alles wat troost en tot bezinning leidt en alles wat bijdraagt tot iets meer recht en vrede voor zoveel mogelijk mensen, noem ik liefde. (13)

We zaten met vrienden wat te praten over gewone dingen, drie collega's, twee mannen en een vrouw, toen er heel plotseling en onverwacht iets gebeurde. “Ik voelde een kracht in mij varen die niet te weerstaan was en die zeker niet van mij was. Voor, het eerst in mijn leven wist ik precies wat het betekent om je naaste lief te hebben als jezelf, omdat ik het dankzij die kracht deed. Ik was er ook zeker van dat mijn drie collega's dezelfde ervaring hadden, al bleef de conversatie heel alledaags. Mijn persoonlijke gevoelens tegenover hen waren niet veranderd, het waren nog steeds collega's, geen intieme vrienden, maar hun hoogst persoonlijk bestaan vond ik van oneindige waarde en een reden tot vreugde.” (19) 
Het eenvoudig samenzijn, hier en nu, heeft een oneindige waarde en is een bron tot grote vreugde!

Politiek-maatschappelijk leven, inclusief het politiek programma waaraan wij nog vele jaren schreeuwende behoefte hebben. Oosterhuis situeert zijn gelovig zijn in de politieke theologie. Hij staat in de lijn van Oscar Romero, Helder Camara, Leonardo Boff, Dietrich Bonhoeffer, Dorothee Sölle, Proano, Jef Ulburghs en vele anderen die zich verzetten tegen de neo-liberale samenleving, die strijden voor sociale gerechtigheid in sterke verbondenheid met hen die onder de voet gelopen worden, de vergetenen, de mensen zonder stem en geschiedenis,de ontrechten.(Jesaja 26:7-8)
Socialistische denkers van de 18/19de eeuw zijn daarvan de erfgenamen. Zij droomden van een revolutie tegen alle weerstanden en nederlagen in. Marx bood een samenhangende visie aan. Hij analyseerde de oorzaken van de onrechtstructuur en formuleerde een strategie voor de opstand en effectief verweer tegen het structurele noodlot. 'Alle verhoudingen omver werpen waarbinnen de mens een vernederd, geknecht, verlaten en verachtelijk wezen is'. Ongeloof in de heiligheid van het bestaande, geloof in de vernieuwbaarheid en historische noodzakelijkheid van een nieuwe wereld. Huub gelooft samen met Marx en vele anderen, bekenden en onbekenden, in het visioen van de bijbel. Lenin en Stalin hebben dit niet ongedaan kunnen maken.

'Wij kunnen niet meer kiezen' schreef de Duitse theoloog Helmut Gollwitzer toen Salvador Alliende werd vermoord en Pinochet aan de macht kwam in Chili, 'of we revolutie willen of niet. Wij kunnen slechts kiezen welke revolutie we willen hebben: de kapitalistische revolutie of het constructief ontwerp van een menselijke maatschappij?' In Chili zien wij in 1971 een ander vorm van geloof ontstaan: Christenen voor het Socialisme. Ze steunden de volksfrontregering van Alliende tegen de christendemocratische oppositie in, sterk verbonden met de Politieke Theologie die probeert de bijbel te verstaan in zijn oorspronkelijke revolutionaire betekenis. (Jef Ulburghs, Santiago, UNCTAD: No palabras peco accion! Parijs)
Marx verdient hernieuwde aandacht volgens de Poolse filosoof Leslek Kolakowski, juist in een tijd waarin zelfontplooiing en solidariteit tegen elkaar worden uitgespeeld. In Marx visioen is er geen tegenstrijdigheid tussen gemeenschappelijk en individueel belang. Solidaire verbondenheid met de totaliteit, dat is de menselijke maat en bestemming. Zelfontplooiing tot solidaire verbondenheid.

De Verklaring van ACCRA.
25.Verklaring van Accra (2004)Verenigde Protestantse Kerken.
Het beleid van onbeperkte groei in geïndustrialiseerde landen en het winststreven van multinationale ondernemingen hebben de aarde geplunderd en het milieu ernstig geschaad. In 1989 verdween er iedere dag één biologische soort en in 2000 zelfs ieder uur. Klimaatverandering en de bedreiging van visvoorraden, ontbossing, bodemerosie en bedreiging van zuiver water zijn slechts enige van de verwoestende effecten. Gemeenschappen zijn ontwricht, bestaanszekerheid verloren. Kustgebieden en eilanden in de Stille Oceaan worden bedreigd door overstromingen. Stormen nemen toe. Wij verwerpen de huidige economische wereldorde die ons door het wereldwijde neoliberale kapitalisme wordt opgelegd en elk ander economisch systeem waaronder absolute planeconomie, dat het verbond van God tart door de armen, de kwetsbaren en hele schepping uit te sluiten van de volheid van leven.
En het Vaticaan? Paus Paulus IV weigerde Ernesto Cardenal de hand te schudden. Paus Benedictus XVI veroordeelde de Politieke Theologie. Hij liep rond in rode schoentjes, de kleur van bloed. Nu is er Paus Franciscus, gelukkig:'Laudato Si' en de 'Vreugde van het Evangelie'

Paus Franciscus:de Vreugde van het Evangelie en Laudato si!
NEEN AAN DE ECONOMIE VAN DE UITSLUITING EN SOCIALE ONGELIJKHEID.
“Vandaag draait alles om competitiviteit en de wet van de sterkste; de sterkste eet de zwakkere op. Bijgevolg voelen  grote groepen van de bevolking zich uitgesloten en gemarginaliseerd: ze zitten zonder werk, hebben geen perspectief en zien geen uitweg. Het menselijk wezen wordt als een consumptiegoed beschouwd, dat na gebruik wordt weggegooid. We leven in een wegwerpcultuur.”
NEEN AAN HET TRICKLE-DOWN-EFFECT.
“Deze gaat ervan uit dat iedere economische groei die door de vrije markt wordt bewerkstelligd, uiteindelijk zal leiden tot een grotere gelijkheid en sociale cohesie in de wereld.”
'Als het water van de zee stijgt, stijgen alle boten! (Ronald Reagan)
Dit standpunt dat nooit door de feiten werd bevestigd, getuigt van een naïef vertrouwen in de goedheid van hen die de economische macht in handen hebben en in de heilig verklaarde mechanismen van het dominantie economische systeem. Intussen blijven de uitgeslotenen wachten.” (40)
NEEN AAN DE NIEUWE AFGODERIJ VAN HET GELD.
'De aanbidding van het gouden kalf kreeg een nieuw en meedogenloos gezicht in het fetisjisme van het geld en de dictatuur van een economie zonder gelaat, die niet op de mens is gericht.”
Terwijl de winsten van een kleine minderheid exponentieel groeien, blijft een meerderheid alsmaar meer verstoken van het welzijn dat die minderheid geniet. Dit onevenwicht is het gevolg van ideologieën, die de absolute autonomie van de markten en de financiële speculatie verdedigen en het controlerecht ontkennen van de staten die over het algemeen welzijn dienen te waken.” (41)
NEEN AAN DE MONDIALISERING VAN DE ONVERSCHILLIGHEID.
“Om een levensstijl te kunnen onderhouden die, anderen uitsluit of om verder enthousiast te kunnen blijven voor dit egoïstische ideaal, heeft men een mondialisering van de onverschilligheid ontwikkeld. Bijna ongeweten zijn wij gevoelloos voor de noodkreet van anderen. We worden niet meer beroerd door de drama's van anderen, hen aandacht schenken interesseert ons niet meer. We zijn beneveld in een welnesscultuur en schieten alleen wakker als er op de markt iets nieuws wordt aangeboden. “ (40)
NEEN AAN DE SOCIALE ONGELIJKHEID DIE LEIDT TOT GEWELD.
“Er is vandaag overal meer vraag naar meer veiligheid. Maar zolang er sociale uitsluiting en ongelijkheid blijft bestaan in de samenleving en tussen de volkeren, wordt het geweld niet uitgeroeid. Wanneer de lokale, nationale of mondiale samenleving een deel van zichzelf marginaliseert en aan zijn lot overlaat, bestaat er geen politiek programma, ordedienst of geheime dienst die de rust zal kunnen blijven garanderen.” (43)
NEEN AAN DE VERDERE AFBRAAK VAN HET GEZIN
“Het gezin is in een diepe culturele crisis verzeild, zoals trouwens alle gemeenschappen en sociale verbanden. Dit is heel erg, want het gaat over de fundamentele cel van de samenleving, de plaats waar men leert samenleven in verscheidenheid en in het elkaar toebehoren en waar de ouders het geloof aan hun kinderen doorgeven.
IEDER MENS IS WAARDEVOL
God leeft in ieder mens.” “Alles wat je voor één van  deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor mij gedaan” (Mt 25,40) Solidariteit is terug geven aan de arme wat hem toekomt.”
De planeet hoort toe aan de hele mensheid en is er voor heel de mensheid.  De rechten van de rijken op bezit zijn niet absoluut. Ze moeten luisteren naar de noodkreet der armen. Zonder grond, zonder dak, zonder brood, zonder gezondheid worden ze geschonden in hun rechten.”
DE VERDELING VAN DE INKOMSTEN.
“Een aanpak van de structurele  oorzaken van de armoede kan niet op zich laten wachten. Wij kunnen geen vertrouwen meer hebben in de blinde krachten en de onzichtbare hand van de markt. Een billijke groei vereist beslissingen, programma's, mechanismen en processen die specifiek leiden naar een betere verdeling van de inkomsten.”

Is dit geen onhaalbare utopie? Schuilt hier ieuw geweld, Heeft hij dan niets geleerd van de geschiedenis? Hoe verhinderen dat deze droom opnieuw ontaardt in barbarij?
Zie geschiedenis van het socialisme en het communisme.
-de ontgoocheling van Henriette Roland Holst en van zovelen anderen (ook van mezelf)
-de ontgoocheling van Wereldscholen. Hoe dit vermijden? Wat zijn de valkuilen?
-Opgepast voor zelfoverschatting. Laat u kritisch bevragen.  James Jaspert: ‘Een beweging zou er niet naar moeten streven haar vaak uiterst radicale idealen absoluut te realiseren, maar deze te toetsen in het politieke debat.’  Dit is niet eenvoudig. Wie zich verzet tegen structureel geweld, doet dat meestal vanuit een hoog moreel ideaal.  Dat laatste is in elke geval nodig om medestanders te vinden in de strijd. Welnu, je krijgt geen mensen in beweging als je je morele ideaal van meet af aan gaat relativeren, als je erop wijst dat er tegengeluiden bestaan of misschien zelfs in het leven moeten worden geroepen die een compromis noodzakelijk maken. Om niet in morele zuiverheid te ontaarden, dient de morele onverschrokkenheid zich tot deze spagaat uit te strekken. Alleen door de tegenstem van de ander aan het woord te laten komen, is het mogelijk om te ontsnappen aan de eventuele morele verblindingen van de ‘de duisternis van ons eigen eenzame hart’ (H.Arendt).
Is het mogelijk om niet alleen met inzet van je leven voor honderd procent te strijden voor een ideaal, maar ook tegelijkertijd aandachtig te luisteren naar kritieken, vragen, bedenkingen?
-Wij moeten ons bewust blijven dat deze bijbelse droom niet ten volle realiseerbaar is.
-Dat wij onze inzet en bereikte resultaten steeds opnieuw blijven toetsen aan de bijbel, aan kritische stemmen van anderen en niet aan ons zelf!  Dit veronderstelt nederig, volgehouden hard werken:
-Bewustwordingswerk: Vanzetti, P.Freire
-Basisgemeenschappen-leerhuizen-Verbonds- en Verbandshuizen
-Samen eten, studeren, zingen, lezen, leren, analyseren, debatteren, protesteren, experimenteren,
actie voeren,  feesten, bereikbaar zijn, een nieuwe taal veroveren,  'gemeenschap' bouwen.

frans.swartele@telenet.be  011.311033


HUUB OOSTERHUIS

De God van mijn jeugd.
Geboren: 1 november 1933 in Amsterdam in een goed draaiend katholiek gezin, actief in de parochie. Als kind voelt hij zich sterk verbonden met de totaliteit van het leven. 'Ik ben vier jaar, mijn vader die de strandkar trekt. Geluid van stemmen en van branding. En ik daarin. Ik zie zijn rug, zijn handen, de hoogte van de lucht. En ben bij alles!' Hij weet zich gedragen. Leven is goed.
Multatuli vroeg zich af in 'het gebed van de onwetende': Zijn we geschapen met een doel of zijn we een toeval? Multatuli: toeval!        Huub Oosterhuis: 'Ik wist dat wij geschapen zijn met een doel.'
Gefascineerd door het kruis, het altaar, de kaarsen, het orgel, de muziek, het onze vader werd hij aangetrokken tot het geloof. Van mijn vader die 'Onze Vader' zei met dichte ogen, wist ik dat God er was, begin en einde, bekende onbekende die mij en heel de wereld vasthield.

Drie gestorven kinderen...Sint Thomasparochie...Pastoor Dickman, sterk geëngageerde tegen Hitler en nazisme, regelmatig opgepakt omwille van zijn preken. Ook dat zal zijn denken over God en geloof diep beïnvloeden, Auschwitz, de  bevrijding, nooit meer oorlog, zeker!
14 jaar, 1 meter 80, ontwrichtte nekwervel 'bij het kammen van mijn haar', verlamde benen,
kliniek, maanden in het gips, het herstel, de herkenning. Kerkdienst. Jesus tot de jongeling van Jairus: ”Jongeling, sta op en wandel!”. “Ik hoorde het en wist dat ik die jongeling was! Ik wilde iets terug doen en trad in bij de Jesuieten. Ik wou het niet, maar ik moest. Van God moest ik”, dacht-angsdroomde-fantaseerde ik. Een god die riep en die roepstem was een bevel, een ontonkoombare uitnodiging en wie die afsloeg ging bedroefd heen en miste de vervulling van het zijn leven. Het verplichte celibaat. Ik moest mijn mogelijke kinderen offeren zoals Abraham zijn zoon offerde op de berg Moira. Het was een veeleisende Moira-god: 'Gij komt mij verschrikken met dromen en angstvisioenen. Wend toch uw ogen van mij af en geef mij de tijd mijn speeksel door te slikken. Mensenbespieder.'

Nieuwe eis: Tijdens mijn meditaties blafte hij mij toe dat hij me wou als missionaris in Japan.
'Ik lag geknield en diep gebogen over de grafsteen, ik richtte mij op, ik zag de hoge blauwe lucht, de hemel open en dacht: Hij is bedacht, Hij bestaat niet. Ik duizelde, ik wist niet wat ik dacht, maar mijn ziel riep nee en weg jij. Ik boog opnieuw voorover, krabte, schraapte, spuwde, poetste met mijn mouw een stukje grafsteen blinkend schoon als een gootsteen en God verdween door de lozing. Dat goddelijke geblaf viel stil. De lucht bleef blauw, de stilte stil.' (blz.15) Ik voelde mij dagenlang vrolijk en licht. Ik liep mooier recht op dan in maanden en de soep smaakte mij weer. Ik had die 'Hound of Heaven', die hartverscheurende stem het zwijgen opgelegd, die tirannieke mensenbespieder 'afgeschaft' dacht ik toen. Nu weet ik met meer nuances dat ik de last van een oeroud godsbeeld had afgeschud. Het was van me afgegleden toen ik die middag op het kerkhof naar de blauwe lucht keek en de open hemel zag, Het was weg.”

Wat moet je als priester als God niet bestaat? vroeg ik me af. Langzaam groeide het besef dat ik onvoorwaardelijk moest leren leven, met of zonder God, met of zonder kinderen, kome wat komt.
1964: gewijd.
1965: studentenpastor. Het meeste moest nog gebeuren en het is gebeurd ook, het meeste, het beslissende; dat wat nooit meer weg te denken is.'Tussen woorden vonken, seconden van inzicht, klom ik omhoog uit een afgrond van jeugd, haalde de aarde, meldde me, kreeg een adres mee.'
Ik begon op vraag liederen en psalmen te schrijven in het Nederlands.
De engel Gabriel heeft met zijn profetenstem de toon van mijn liedjes gezet, met zijn visioen van een koninkrijk van recht en vrede over alle grenzen heen, met zijn 'niets is bij God onmogelijk, geen woord'. Sinds 1973, de moord op Alliënde, het schrikbewind van Pinochet, heeft dat visioen mij geen drie dagen verlaten en het verlangen in mij gevestigd dat er een God moge zijn die de gemartelden en de gemisten zoekt en vindt. Maar hoe vlak naast me, en soms in me, is die onwetende stem van Multatuli die de wereld ziet en zegt, schreeuwt, huilt: 'O God, er is geen God!'
HOE EEN GELOVIG MENS WORDEN IN HET VOLLE BESEF DAT ER GEEN GOD BESTAAT: GEEN MOIRA GOD, GEEN DWINGENDE EISENDE GOD, GEEN KWAADTOELATER,  GEEN ALMACHTIG OPPERWEZEN, GEEN STRAFFENDE GOD.

Er zijn  vele goden in omloop: de god van Hitler en Auschwitz, de god van Pinochet, de god van de vrije markt en de rijken, de god van het Vaticaan.

'KIES MAAR UIT. GODEN GENOEG. ALS JE DIE ENE NIET WIL DIE JE ZIJN WOORD HEEFT GEGEVEN, DIE JE DE VREEMDELING WIJST ALS JE NAASTE, ALS JE DIE ENE NIET WIL ALS DE GROND VAN JE LEVEN, ZIJN ALLE ANDEREN EEN VOOR EEN OM HET EVEN.'     

Welke God dan wel?
De God van de bijbel, zo mooi beschreven in het boek EXODUS, is de God van Abraham, Isaac en Jacob die de 'ellende van de kinderen van Israël gezien heeft, hun geschreeuw vanuit hun onderdrukking gehoord heeft en 'afgedaald' is om hen te bevrijden. Hij heeft zijn troon verlaten om geboren te worden in een stal tussen herders, een os en een ezel. Hij is gestorven op het kruis. In een wereld waarin het woord 'God' nog altijd allerhoogste macht en opperwezen betekent, in een wereld waarin miljoenen smadelijk afhankelijk zijn van allerhoogste machten is een God-die-afdaalt-om-te-bevrijden een volstrekt onvoorstelbare God. Hij is God de onnoembare.

God moet op een andere manier tot leven gebracht worden. Hoe? In zoeken, in werken, in zingen, in woord en daad, in twijfel en zekerheid.  Huub Oosterhuis is er in geslaagd deze neergedaalde, machteloze God, deze zachte, zwijgende, fluisterende God, deze strelende God die de mensen vrij laat, tot  leven te brengen in zijn liederen, teksten en politiek engagement. Bovendien heeft hij aangetoond dat deze andere God de God is die leeft in de bijbel, in de Thora, in het oude en het nieuwe testament. Zijn God is geen persoonlijke schepping maar treedt hem tegemoet vanuit deze oeroude, heilige teksten, die door zovelen op een andere manier gelezen en begrepen worden. (wat ook geldt voor de Koran!)

'Ik had God wel eens willen voelen, zoals je dat leest bij mystieken: als een hand op mijn hoofd of, zoals Hans Andreus graag wou, 'als een lichtheid in mij ademend'.
Ik heb zoiets nooit gevoeld. Ik moet het doen met de beelden en gelijkenissen die mij steeds opnieuw tegemoet komen uit het grote bijbelse verhaal van dat koninkrijk, over die nieuwe wereld.  Geloven in de betekenis van vertrouwen, overgave, hoop: ik geef mij over, als in vriendschap, als in een grote liefde, aan die woorden dat Trouw en genadig is, aan die tartende beeldspraak dat Hij ons hoort en ziet. Geloof ik dat? Ik hoop dat, en ik heb het lief, dat visioen.
Samen met Huub Oosterhuis zeg ik: Ja, ik geloof. Ik geef mij over. God ademt in ons, blaast ons zachtjes vooruit, raakt ons aan met zijn onzichtbare handen, stuwt.

Red hen die geen verweer hebben.
In de film 'La historia official' zag ik een oude man huilen. Zijn zoon collaboreert met de machtshebbers en probeert dat goed te praten. De vader grijpt met zijn grote handen vertwijfeld naar zijn hoofd en huilt geluidloos. Zo huilt God dacht ik toen, denk ik nog.
Theologen stellen de vraag: wat of wie functioneert er in deze wereld als 'God'?
Er bestaan vele goden.  In  welke god gelooft hij niet?
Hij gelooft niet in de god van de militairen, noch in de god van het Neoliberale Economische Systeem zoals geconcipieerd door Ayn Rand, Milton Friedman, de School van Chicago, Reagan, Thatcher, Trump.

Hoe moeilijk is het te erkennen dat dit schaamteloze systeem onze wereld regeert, onze beschaving uitverkoopt, ons oorlogen opdringt en onze publieke moraal aantast. Wij worden dagelijks verleid hierin mee te gaan, het te accepteren, het goed te praten, te denken dat het niet anders kan en ons geweten aan te passen, te verdoven. Met groot geraffineerd vertoon, begeleid door ingenieuze media, wordt geprobeerd ons verstand te benevelen zodat wij massaal vergeten hoeveel stervende kinderen per dag de prijs betalen voor ons redelijk welvarende, rijke, schatrijke leven. (blz 9)
De god van dit systeem wordt in de joodse bijbel 'Baal' genoemd. 'Bezitter'. En in de evangelieên van Matteus en Lucas 'Mammon', dat betekent 'geldgod'.
Huub Oosterhuis gelooft niet in de profeten van het neo-liberalisme. Er zijn heel wat geruchten over god in omloop. Er bestaan gevaarlijke goden door de mens geschapen in functie van winstbejag en  macht: Gott mit uns! Hij gelooft niet in de god als almachtig opperwezen, die Auschwitz had kunnen voorkomen maar het niet gedaan heeft en daarom door Maarten 't Hart een 'almachtige sadist' genoemd wordt en door Karel van 't Reve een 'slechterik, slechter dan de slechtste mens'.

In welke God gelooft hij dan wel?
Levinas: 'In het feit dat de relatie met het goddelijke via de relatie tot de mensen verloopt en met de sociale rechtvaardigheid samenvalt, ligt de hele geest van de joodse bijbel. Mozes en de profeten bekommeren zich, niet om de onsterfelijkheid van de ziel, maar om de arme, de weduwe, de wees en de vreemdeling.'
'Waarom voedt uw God die de God van de armen is, de armen niet?' vraagt een romein aan Rabbi Akiba. 'Om ons aan de verdoemenis te laten ontkomen', antwoordt Rabbi Akiba.
God laat de mensen vrij. In de liefde voor zijn kinderen, de mens, heeft hij zijn almacht en zijn alziend oog, zijn hemel en zijn hel op gegeven.  God is niet verantwoordelijk voor de gang van zaken op aarde. Het is de mens! De mens is verantwoordelijk voor zijn eigen daden.

“GOD LOOPT OVER DE RUIMTE, OVER ALLE ZONNESTELSELS EN STERRENHEMLS ALS EEN AKKER ONDER ZIJN VOETEN. DAN VINDT HIJ EEN SCHAT IN DE AKKER VERBORGEN. HET IS DEZE AARDE MET MENSEN EROP. EN IN ZIJN VREUGDE VERKOOPT HIJ ALLES WAT HIJ HEEFT: ZIJN ALMACHT EN ZIJN ALZIEND OOG, ZIJN HEMEL EN ZIJN HEL EN KOOPT DE AARDE”.

Huub wordt geïnspireerd door Joodse leermeester. Hij kent het oude testament en de psalmen veel beter van ik.  Op een dag staat een Romeinse soldaat, zwaar bepakt en gezakt voor hem en zegt: 'Leer mij uw Thora kennen in de tijd dat ik op één been kan staan.'
Rabbi Hillel antwoordt:'Wat gij niet wil dat jou wordt aangedaan, doe dat je naaste niet aan. Dat is de hele Thora. De rest is commentaar. Ga heen en leer. Heb lief je naaste die is als jij!' (blz.12)

Die twee woorden 'liefde' en 'solidariteit' openen het Grote Verhaal van het Oude en het Nieuwe testament. Als je de weg kwijt bent in die 'heilige geschriften' grijp dan terug naar naar de eerste regels van het boek Genesis. 'In den beginne...God sprak. Er zij licht'. Vergeet nooit dat het met het licht en om het licht begonnen is, tegen alle duisternis in. Hierin ligt de 'levensleer' besloten en het politiek programma waaraan wij nog vele jaren schreeuwende behoefte hebben. Oosterhuis situeert zijn gelovig zijn in de politieke theologie. Hij staat in de lijn van Oscar Romero, Helder Camara, Leonardo Boff, Dietrich Bonhoeffer, Dorothee Sölle, Proano, Jef Ulburghs en vele anderen.

Moses is bestemd om de onderdrukte kinderen van Israël weg te voeren uit Egypte naar een goed wijd land. Hij twijfelt: 'Wie ben ik om de Farao te trotseren en mijn volk weg te leiden uit Egypte?' Ze zullen mij vragen stellen: Wie heeft je gezonden? Hoe is zijn naam?'
God antwoordde. Dit moet je zeggen tegen de kinderen van Israël: 'IK ZAL ER ZIJN ZOALS IK BEN' heeft mij gezonden. JHWH...Jahweh is mijn naam voor altijd.
Het is noodzakelijk steeds opnieuw de Naam van de bijbelse God uit te leggen en met elkaar af te spreken dat wij met 'God' bedoelen: die ene die het kermen van mensen hoort en niet harden kan dat zij vernederde, geknechte, verlaten en verachtelijke wezens zijn en daarom iemand, jou, mij stuurt naar hen toe om ze te bevrijden uit de macht van hun onderdrukkers.  Als je luisterend leeft, hoor je roepen en soms weet je dat het tot je gericht is. (16)

De joodse bijbel is een leersschool in menswording, een langdurig en geduldig volgehouden proces waarin het geweten gevormd wordt door het woord van hem die zegt: 'Ik zal er zijn'. Deze wereld is geen labyrint dat mij verslinden zal. Er is een gerichte weg en God zelf leert mij vliegen:
“Die mij droeg op adelaarsvleugels
die mij hebt geworpen in de ruimte en als ik krijsend viel
mij ondervangen met uw wieken
en weer opgegooid totdat ik vliegen kan
op eigen kracht.” (Deuteronomium 32:11)

God-Jesus-bevrijder verschijnt in mensen die 'afdalen' uit hun hemel, hun verte, hun onbereikbaarheid, hun bevoorrechten positie, hun erfelijke status, hun bezittingen, hun aanspraken en voorrechten, hun grote gelijk. Geloven is afdalen om te redden wat er nog te redden valt en in deze ogenschijnlijke onmogelijke opdracht zichzelf ontdekken en eeuwig leven veroveren, om voor elkaar zo goed als God te zijn. Kan dat? Ja! (19)
De God van de bijbel vraagt en smeekt hem na te volgen in zorg en liefde voor mensen.  Mensen moeten doorgeven wat ze krijgen: ruimte en vrijheid. (Kesz Valdez, Basje Vanstraelen)
“Dus jij oude man, oude vrouw volg hem na! Dit is niet onmogelijk. Het woord dat ik je geef is niet te hoog voor jou.  Het ligt niet buiten je bereik. Het is niet in de hemel. Het is niet overzee.
Het is dichtbij, in je mond in je hart. Je kunt het volbrengen.” (Deuteronomium 30:11-15)

De liturgie moet een stem geven aan deze profetische toekomstvisie:
“Kijk dan, Ik ga een nieuwe hemel maken en een nieuwe aarde. Daar wordt geen huilen gehoord meer, geen snikken en kermen. Geen kinderen zullen daar sterven. Oude mensen zullen hun dagen volbrengen en jonge mensen zullen daar pas op hun honderdste sterven. Zij zullen niet voor een leegte zwoegen, geen kinderen baren voor de verschrikking. Wij leren oorlog af.”
Hoe scherp staan deze teksten in contrast met de actualiteit: Assad...gifgas in Syrië...22 kinderen dood! Is dat wellicht ook de reden waarom steeds meer mensen deze teksten afwijzen? Omdat ze niet gepijnigd willen worden door de onhaalbaarheid van deze droom? Omdat het hen zwakker maakt te overleven in deze harde wereld.

Kinderen staan op. Zo heette een paar jaar geleden een tv-programma. Ik zag Andrea en Ronaldo in Santa Cruz, Bolivia. Ze zijn 12. Andrea zorgt voor vijf broertjes en zusjes, en voor haar verslaafde moeder en voor haar oma. Je kunt het zo bedenking allemaal, de chaos, de armoede. 'We strijden voor een rechtvaardige wereld' zeggen die 'kinderen'; ze hadden geleerd hoe ze met mekaar moeten omgaan, als er geen volwassenen bij zijn. Hoe komen ze aan die woorden 'rechtvaardige wereld'. Hoe baant dat visioen zich een weg tot in het hart van deze kinderen? Het is in ze. Het is God die in hen woont! Ze waren huiveringwekkend mooi, midden in de modder. (Stefan Vanistendael. Growth in de muddle of life! (Marie, Aidchatta, Hayana, droomfotograaf)

10. Twaalf jaar oud was hij toen hij een stem vernam. Jesus verlaat zijn ouders om terug te keren naar de tempel in Jeruzalem. Zijn ouders zijn doodongerust: 'Kind waarom heb je ons dit aangedaan? “Ik was weg van Hem, verslonden door de ogen van het licht; Ik kon niet anders.”
Het licht ontmoeten wij in ogen van kinderen meer dan in de ogen van de volwassenen. Tegenover de machteloosheid van de politiekers plaatst het evangelie de veranderingskracht van kinderen en jonge mensen: Anne Frank, Malala Yousafzai en vele anderen.

11. Het visioen van een nieuwe wereld is alles omvattend. Het omvat zowel de hele wereldpolitiek, maar ook de meest persoonlijke verzoening van de een met de ander; dat je opnieuw geboren kunt blijven worden tot je honderdste. (metamorfose!)
In liefde naar de andere toeleven. Je zelf erkennen in de andere. Ontdekken hoe kostbaar die andere is, hoe mooi, hoe waardevol, ook al heeft ze een verbrand gezicht. (Getuigenis van verbrande moeder, vol liefde voor haar kind. Mijn moeder is het mooiste van alle moeders. Ze houdt van mij!
De andere, ook het gekwetste, gehandicapte, ogenschijnlijke lelijke leven  erkennen in volle menselijkheid. Ook daar leven dezelfde behoeften, dezelfde zijnsstructuren als bij ieder van ons, dezelfde schoonheid, dezelfde lelijkheid. Heb elkander lief. Jezelf weggeven om je zelf te vinden.

12. Hij is niet enkel de zegsman maar ook de belichaming van het visioen. Hij wandelde door de dorpen, trok mensen aan, bezielde hen, bracht verzoening. Hij was niet steil, niet ongenaakbaar, noch hooghartig, geen heerser. Hij dook op de gestalte van een knecht, een dienaar die zijn leven voor zijn vrienden prijsgaf. Hem gedenk ik hier, Hem noem ik als een dode die niet dood is, als een levende geliefde. Christus wordt hij genoemd, de messias, de dienstknecht, de eeuwig levende! (Is er een hiernamaals? Is er leven na de dood?)

13. Hij brengt het evangelie, de vreugdetijding. Deze woorden hadden toen en hebben nu ook een 'politieke betekenis', zijn gericht op het vestigen van een nieuwe wereldorde. Vergeestelijking, verreligieuzing van die teksten ontnemen deze woorden een deel van hun kracht.
Geen knecht kan twee heren dienen. Je kunt God niet aanhangen en de Mammon. Wie de geldgod.
aanhangt, doemt anderen ter dood! Het evangelie is niet compatibel met het neoliberalisme, niet met Ayn Rand. God stuurt je naar mensen in nood, niet naar het geld en de macht. Hij maakt van je een partijganger van de armen. Jesus veroordeelt niet het dagelijks inkomen dat men nodigt heeft om te leven. Hij veroordeelt een stijl gericht op het verwerven en vermeerderen van zaak, stand en bezit.

14. Het Koninkrijk van God zal er komen, is haalbaar in de nabije toekomst. Deze boodschap wordt door velen mis begrepen. Wie zal de belangrijkste zijn in het Koninkrijk? Wie zal naast de heer op de troon mogen zitten. Jacobus en Johannes hadden grote verwachtingen.
Jesus antwoordt: 'Wie groot wil zijn moet de dienstknecht worden van allen!' Kun je de beker drinken die ik drinken moet?' Als je die woorden herkent, tot jou gericht en wilt doen, dan weet je ook hoe je ze politiek vertalen moet en hoe politiek persoonlijk is. Het is leven tegen de stroom in. Zonder een beetje onbaatzuchtige liefde, gelouterde liefde, houd je die keuze niet vol.

15. De beker drinken die je aangeraakt krijgt. Nelson Mandela! Vijfentwintig maal driehonderdvijfenzestig nachten later. Op 8 februari 1990, had hij de zee leeggedronken en kon hij oversteken naar het vasteland, het mooiste land op aarde. Toen begonnen de beklimmingen in het gebergte. Volhouden. Doorzetten. Het moet anders. Het kan anders. Ooit zal het goed komen met alles en iedereen. Zeker weten, tien seconden, dan jaren van niet weten en mystiek 'en toch'.

16. Het woord 'bekering' wordt verkeerd begrepen. Het is gaan betekenen dat je gaat geloven in Jesus die jouw ziel gaat redden voor het hiernamaals, die als 'enig zoenoffer ons lichaam en onze ziel van de eeuwige verdoemenis verlost.' (Heidelbergse Catechismus)
Het Christusvisioen aangekondigd door Johannes de doper  (de bijl ligt aan de wortel) bedoelt wat anders. Wie twee hemden heeft moet delen met wie er geen heeft, en wie te eten heeft moet hetzelfde doen. Dat is bekering! Breek met alle maatschappelijke, politieke constellaties waarin mensen ten dode gedoemd zijn.
De betekenisverschuiving van het woord 'bekering-tot-de-armen-hier-op aarde' naar 'bekering tot geloof in een hiernamaals' en de verschuiving van 'Koninkrijk van God als een samenleving zonder onrecht' naar een 'spiritueel koninkrijk-in-Jesus' waaraan mensen via 'sacramenten' deel krijgen tekent de geschiedenis van het christendom vanaf de vierde eeuw tot op vandaag! (34)

17. De listvraag van de sadduceeën: De 7 broers, de oudste sterft kinderloos, het zich herhalende drama...de weduwe die doorgegeven wordt van de ene broer naar de andere. Wie van de 7 zal zij bij de opstanding toebehoren? Sadduceeën...de heersende kleine religieuze klasse, de aanpappers met de Rome, de moordenaars van Jezus Christus misbruiken de bijbel om verwarring te zaaien (cfr IS )
Jesus antwoord hen: 'De kinderen van 'deze wereld' trouwen en worden getrouwd. Maar zij die zich de 'komende wereld' hebben waardig getoond en de opstanding uit de doden: ze trouwen niet meer en worden niet uitgetrouwd; en sterven kunnen zij niet meer.  Ze zijn de kinderen van God omdat zij de kinderen van de opstandig zijn. Deze wereld is chaos, is onrecht. Maar er bestaat ook een 'komende wereld': zij die breken met de heersende bezitsverhoudingen, zij die delen. Die bekering heet 'opstandig uit de doden' en 'niet meer kunnen sterven'. Ze zijn buiten het machtsbereik van de dood, van een leven dat geen leven is. Ze zijn niet meer gevangen in de wetmatigheden van bezitten en bezeten worden. Eindelijk vrij. Is er eeuwig leven? Ja! Kan de dood overwonnen worden? Ja!
Maar, het eeuwig leven verover je aan deze zijde van het leven, niet in het hiernamaals.
Als 'Kinderen van God', in Hem gedoopt, met Hem bekleed, dus niet meer Jood of Griek, knecht of Heer, man of vrouw worden wij  in Jesus één Adam, één mensheid, geschapen naar de gelijkenis van God, eeuwig.  Zo is het bedoeld en daarom is het begonnen. Om mens te worden!

18. 'Nog één ding ontbreekt je: “Verkoop alles wat je hebt en deel het uit aan de armen. Dan zul je een schat in de hemel hebben. Kom dan terug en volg mij.” (De rijke jongeling). Het is mogelijk.
'Ze had een lusthof, tuinen aan rivieren, goudmijnen, dure wijken. Ze verkocht ze. En toen werd ze een Zuster van Liefde in Cité Soleil, de sloppenwijk van Haiti. Nu is ze oud en woont nog met vier Zusters van Liefde in een grote Nederlandse stad in een flat waar ook een aantal uitgeprocedeerde asielzoekers wonen. Die leert ze Nederlands. “Ik heb een rijk leven ontvangen”, zegt ze.
'Het probleem van rijk en arm is doodeenvoudig. Wie zegt dat het gecompliceerd is, heeft het over de gecompliceerdheid van zijn eigen rijkdom', schreef Harry Mulisch.
De nieuwe komende wereld is een wereld waarin 'geen mens meer een geknecht, verlaten, vernederd en verachtelijk wezen is' (Marx). Die wereld bevrijdt zowel de armen  als de rijken.
Het is een wereld zonder muren, zonder standen en klassen, zonder geeuwende leegte.

19. Het is een keuze. Je moet kiezen net als Jezus voor een dienstknecht-leven. Je moet de voeten van je leerlingen wassen. Je moet het brood breken en uitdelen. Je moet je bloed (levenskracht in de taal van de Thora) delen. Maak je zelf tot brood voor hongerlijders. Wees bezield van het verlangen naar een wereld waar er geen hongersnood meer is noch onrecht.  Zo worden wij samen ekklesia, het 'Lichaam van de Messias', een kracht uitstralende gemeenschap, ieder mensenkind eerbiedigend.

20. Pesach, Pacha, Paasfeest...de gedachtenis van uittocht en bevrijding uit slavernij, weg uit het angstland, weg uit het vreemdelingenschap, uittocht naar een nieuwe wereld.
Jesus wordt vermoord op de eerste dag van het uittochtfeest, pasen. Tegenover Rome in, heeft hij het Koninkrijk van God uitgeroepen waarin alles verandert.  Blinden zien, lammen lopen, melaatsen worden rein, doven horen, doden worden opgewekt. Wij zijn de doden, de blinden, de doven.
Niets is onmogelijk bij God. Vergeving. Wie van jullie zonder zonde is werpe de eerste steen.
Johannes de Doper gebruikt het Aramese woord  'talja' om Jesus te omschrijven. Het woord talja heeft twee betekenissen: knecht en lam.  Met deze naamgeving begint de Jesusbeweging, mensen die hem volgen: Zie de knecht van God, zie het lam Gods, die wegdraagt de zondelast van de wereld. Beide woorden belichamen dezelfde zielehouding, de bereidheid om verantwoordelijkheid te dragen voor een nieuwe bijbelse door God aan geraakte wereld.  

21. De Goddelijke drie-eenheid en de 12 artikelen van het geloof (concilie van Nicea in 325)

22. 'Wat is politiek bedrijven?' , vroeg ik aan Edward Schillebeeckx. Hij antwoordde: “De samenleving saneren, gezonder maken, de heel-wording van de menselijke samenleving en van alle relaties daarin? Zo komen wij in de nabijheid van het Rijk Gods.”
Het doordringt je leven: werk, gezin, familie, school, buurt, stad. Politiek is het mechanisme doorbreken van de marktsamenleving, erger voorkomen, herstellen, saneren. Je het is mogelijk.
Is dit soort religieus idealisme niet erg gedateerd? 'Ik ben niet bang voor het pathos van dit taalgebruik dat naar genuanceerde vormen van solidariteit verwijst. Ik ben bang dat ik niet zal vasthouden wat mij in die woorden is aangezegd.

Om vol te houden heb ik een ekklesia-met-leerhuis nodig, liturgie, bezinning, studie, gesprek, zang, een ritueel, samen eten. Eucharistie! Het brood breken en levenskracht drinken. Je sterk maken voor een nieuw verbond met alle mensen, nu en in de toekomst, kome wat komt! (Martin Oluwadiran)
Hoe volhouden? Hoe leren van mekaar? Hoe kleine kansen aangrijpen en scheppen? Hoe mekaar troosten en moed inspreken? Hoe met twee visjes en vijf broden een menigte voeden?
Je komt ze tegen op de meest onverwachte plaatsen. Een paar hier, enkele daar. Ontelbaar weinigen-velen die hun levensmoeheid weerstaan en een nieuwe wereld blijven ontwerpen. Zij blijven trouw aan de ideaal dat in hen tekeergaat en rukt en trekt aan hun gezond verstand. Gezegend om dat oerverlangen, dat het goed zal komen voor alles en iedereen. God alles in allen. (M. al Bachiri)

23. 1969 gaf de Noord-Amerikaanse regering, bevreesd voor de toenemende invloed van Latijns-Amerikaanse bevrijdingsbewegingen, geïnspireerd door de bevrijdingstheologie aan de Commissie Rockefeller de opdracht een strategie te ontwikkelen die de massa immuun zou maken voor links-religieuze bewegingen. Het advies luidde: seks, drugs, muziek en religie over de massa's uit te storten in de vorm van charismatische en spiritualistische bewegingen, vluchten in een geesteswereld, reïncarnatiegeloof, noodlots- en aanvaardingsreligie als verslaving, religie in handen van Farao's, oude en nieuwe tsaren, religie als opium (K. Marx). In het leerhuis van de Tien Woorden wordt de Thora gespeld als een levensleer die orde tracht te scheppen in de gevoelens en aandriften van hart en verstand en die de waardigheid van ieder mens in bescherming neemt tegen willekeur en blinde agressiviteit. Het lijkt onmogelijk...en toch!

24. Religies worden niet door enkelingen ontworpen of gesticht. Religies ontstaan als landschappen: hoe, waar, wanneer is nauwelijks bij benadering te schatten. Landschappen veranderen, religies ook.
Sommige mensen ontwerpen een eigen godsdienst: Cyrill Conolly alias Palinurus in 1944. Alles zou liefde zijn, poëzie en twijfel. Het leven zou heilig zijn, omdat het alles is wat wij hebben en de dood, onze gemene deler, een bron van bespiegeling. De cyclus van de jaargetijden zou ritmisch gevierd worden, samen met de 7 levensfasen van de mens, zijn identiteit met alle levende dingen, zijn glorieuze verstand en zijn heilige instinctieve driften. Klinkt leuk maar opgepast voor het 'glorieuze verstand' en de 'heilige instinctieve driften'. Nero, het brandende Rome. Hitler, het brandende Europa. De bijbel hardnekkig: laat recht en gerechtigheid stromen als rivieren. (Amos)

25.Verklaring van Accra (2004)Verenigde Protestantse Kerken.
Het beleid van onbeperkte groei in geïndustrialiseerde landen en het winststreven van multinationale ondernemingen hebben de aarde geplunderd en het milieu ernstig geschaad. In 1989 verdween er iedere dag één biologische soort en in 2000 zelfs ieder uur. Klimaatverandering en de bedreiging van visvoorraden, ontbossing, bodemerosie en bedreiging van zuiver water zijn slechts enige van de verwoestende effecten. Gemeenschappen zijn ontwricht, bestaanszekerheid verloren. Kustgebieden en eilanden in de Stille Oceaan worden bedreigd door overstromingen. Stormen nemen toe. Wij verwerpen de huidige economische wereldorde die ons door het wereldwijde neoliberale kapitalisme wordt opgelegd en elk ander economisch systeem waaronder absolute planeconomie, dat het verbond van God tart door de armen, de kwetsbaren en hele schepping uit te sluiten van de volheid van leven.
En het Vaticaan? Paus Paulus IV weigerde Ernesto Cardenal de hand te schudden. Paus Benedictus XVI veroordeelde de Politieke Theologie. Hij liep rond in rode schoentjes, de kleur van bloed. Nu is er Paus Franciscus, gelukkig:'Laudato Si' en de 'Vreugde van het Evangelie'

frans.swartele@telenet.be  011.311033

IK VERSTA ONDER LIEFDE (Ten Have)
1. 1948...herstel ruggenwervel, de parochiekerk, het orgel, de kerstnacht, het alles gevoel,

2. De gedichten, verlangen naar een bezield bestaan.
Anton Van Duinkerken, Guido Gezelle, Slauerhoff, Marsman
“Ik die bij de sterren sliep en 't haar der ruimten droeg
als zilveren gewei en 't stuifmeel der planeten
over de melkweg blies en in de maan gezeten
langs 't grondeloze blauw der zomernachten voer.
Ik ben beroofd en leeg, mijn schepen zijn verbrand,
mijn stem verloor haar gloed en vindt geen weerklank meer.
Ik sta alleen, geen God of maatschappij
die mijn bestaan betrekt in een bezield verband!”

3. Deze twee regels drukken uit wat vele mensen voelen in onze tijd.

4. Het einde der grote verhalen. Eenzaamheid, onzekerheid, vervreemding, zonder zingeving.

5. Nood aan leerhuizen waar ondogmatisch en zonder missionaire bijbedoelingen het erfgoed van het jodendom, christendom, humanisme en socialisme ter sprake worden gebracht.
Studie, bezinning, debat, poëzie, muziek, theater. Zo bestaan er tien in Nederland. De Nieuwe Liefde, een huis voor bezield verband.

6. Ik versta onder liefde die duizenden nuances van vriendelijkheid en vriendschap, van harttocht en hoofsheid, van tact en geduld, van bedachtzame eerbied en mededogen, van lange rouw en spontaniteit waarmee mensen elkaar bejegenen. Ik versta onder liefde ook: de denkkracht en de intuïtiekracht, de wijsheid en de wetenschap, en alle fantasie en volharding en optimisme waarmee de aarde wordt opgebouwd, steeds opnieuw, tegen alle afbraak in.
Alles wat ten goede is, alles wat zingt en in vervoering brengt, alles wat troost en tot bezinning leidt en alles wat bijdraagt tot iets meer recht en vrede voor zoveel mogelijk mensen, noem ik liefde. (13)

7. Als kind tijdens de oorlog...parochiekerk Thomas...veiligste plek ter wereld. Pastoor Dickmann, tegen jodenvervolging, tegen de zwarte terreur, voor vrede en rechtvaardigheid.
'Mensen van goede wil'...ten diepste geraakt. Ik wilde priester worden.
Pas later in mijn leven leerde ik begrijpen dat de diepste laag van die roomse traditie niet het Vaticaans Katholicisme was, maar het grote bijbels verhaal over Abraham, Mozes en Jesus, door vele eeuwen verfomfaaid tot geheimtaal, en pas na 1945, mede uit schaamte voor de Jodenvervolging opnieuw ontdekt werd.

8. Wynstan Hugh Auden: gelovig, ongelovig, gelovig...anglicaanse kerk o.i.v. Hitler en Wo II: 'Een terugkeer naar de wereld van het absolute, naar het 'visioen van een objectieve orde van goed en kwaad' als houvast tegen dictatuur en aankomende verschrikkingen. Het woord van God als fundament van de humaniteit. Onder de titel 'Advent' beschrijft hij de eeuw van twee wereldoorlogen als een volstrekte gruwelijke zinloze leegte (de afdaling naar de hel) waarbinnen het kind opnieuw geboren wordt, Levende Liefde, dat de 'volheid der tijden' is en aankondigt.

9. Levende Liefde. We zaten met vrienden wat te praten over gewone dingen, drie collega's, twee mannen en een vrouw, toen er heel plotseling en onverwacht iets gebeurde.
“Ik voelde een kracht in mij varen die niet te weerstaan was en die zeker niet van mij was. Voor, het eerst in mijn leven wist ik precies wat het betekent om je naaste lief te hebben als jezelf, omdat ik het dankzij die kracht deed. Ik was er ook zeker van dat mijn drie collega's dezelfde ervaring hadden, al bleef de conversatie heel alledaags. Mijn persoonlijke gevoelens tegenover hen waren niet veranderd, het waren nog steeds collega's, geen intieme vrienden, maar hun hoogst persoonlijk bestaan vond ik van oneindige waarde en een reden tot vreugde.” (19)  Wat een ontdekking!
Het eenvoudig samenzijn, hier en nu, heeft een oneindige waarde en is een bron tot grote vreugde!

10. Geboortedag Huub op 1 nov. 1933.  31 jan. 1933: Hitler aan de macht.
Fakkeloptocht, commentaar Jozef Goebbels...'onbeschrijfelijke jubelstemming. Daar staat aan zijn raam de Rijkspresident, een hoog oprijzende heldengestalte, eerbiedwaardig en gehuld in een mythische toverglans. Duitsland ontwaakt.”
27 februari: brand Rijksdaggebouw, KP verboden,
4  maart:'Dag van 'nationale verheffing'.
5 maart: nieuwe verkiezingen, nazi's 44%
20 maart: concentratiekampen Dachau en Buchenwald.
14 juli: alle partijen verboden of heffen zichzelf op. Duitsland eenpartijstaat.
20 juli: Concordaat met het Vaticaan vertegenwoordigd door Eugenio Pacelli, Paus Pius XII.
14 oktober: Duitsland verlaat Volkerenbond, en de ontwapeningsconferentie in Genève.
1 november: oprichting van de cultuurkamers met totale censuur op kunst en cultuur.
Op 9 maanden werd Duitsland tot Hitler-Duitsland. De weg naar Auschwitz werd geplaveid met applaus.

11. 3 december 1965, jaren der bewustwording. Toneelstuk van Peter Weiss 'Oratorium in elf zangen' wordt opgevoerd in de Amsterdamse Stadsschouwburg: zang van het transport, zang van het eindstation, zang van cyclon-B, zang van de zwarte muur, zang van Boger de vrouw en het kind:
“Er was een vrachtauto voorgereden met een lading kinderen.
Een kleine jongen sprong er af, hij had een spiegel in de hand.
Op dat moment kwam Boger de deur uit.
Het kind stond daar met zijn appel.
Boger is toegegaan op het kind en heeft het bij de voeten genomen en het met zijn hoofd tegen de brak geslagen. Toen heeft hij de appel opgeraapt en mij gehaald en gezegd: 'boent u dat daar eens van de muur.' En toen ik later aanwezig was bij een verhoor zag ik dat hij de appel at.”
Ik heb sindsdien nooit meer een eigen kind willen hebben!
Toen de voorstelling gedaan was klonk geen applaus. In doodse stilte stroomde de zaal leeg.

12. 1972 Ik heb een kind ontvangen, een kleine jongen, hij, is al drie maanden en soms klinkt er iets alsof hij zingt. Ik, het kind, de bloemenvrouw, een mok koffie, een levensverhaal, een lezend meisje
“Wat lees je” vraag ik.
“Ik lees jouw eeuw” zegt ze. “God is dood. Wij hebben hem gedood, hier, het staat er, wij, dat ben ik ook hebben hem gedood. Heb ik hem gedood? Ik ken hem nog niet eens. Geloof jij in een God?”
Het meisje slaat een bladzijde om. Ze leest Nietsche: 'Also sprach Zarathoestra'.
“Nou, hier ga ik bij staan” zegt ze plechtig. 'Moet je horen. Hoe hebben wij dat gekund? Hoe konden wij de zee leegdrinken? Wie gaf ons de spons om de hele horizon uit te wissen? Wat hebben wij gedaan toen wij de aarde loskoppelden van haar zon? Dolen wij niet door een oneindig niets. Ademt ons niet de leegte tegemoet”
Ze klapt het boek dicht. “Wat zeg je daarvan, aangenomen moeder? En u mijnheer?'
“Ach kindje” zegt de bloemenvrouw. “Ik weet toch helemaal niets. Maar ik leef nog!”

13. 1882:Friedrich Nietsche...Vrolijke Wetenschap. Het verhaal van de dolle mens. (24)
De dood van God betekent dat er geen boven en geen beneden meer is, geen richting en geen oriëntatiepunt, geen gemeenschappelijk uitgangspunt, geen verbindende moraal, geen autoriteit die gezag heeft en geborgenheid biedt, die beslist en verzoent, geen ouderschap meer, geen vader.
Hier klinkt verbijstering, droefheid, die tot op vandaag, 130 jaar later, nog altijd voelbaar is.
Wij zijn in de steek gelaten kinderen. Niet waar. Wel waar!

14. Franse filosoof François Lyotard...100 jaar later.
Wat moeten wij ons voorstellen bij de dood van God?
'Auschwitz moet je je daarbij voorstellen. 'De aarde losgemaakt van de zon'.
Honderd jaar wereldgeschiedenis is uitgelopen op de 'liquidatie van het Moderne Project' ons aangereikt door wetenschappers, schrijvers en profetische dichters, gericht op de 'verwezenlijking van de universele gerechtigheid.'
“Sinds de Franse revolutie vertelden wijsgeren en wetenschappers ons hun grote verhalen over Verlichting en Vooruitgang. Ze wilden ons doen geloven dat de mensheid met behulp van wetenschap en techniek langzaam maar zeker zou emanciperen  tot vrijheid, gelijkheid en broederschap. De redelijke wil tot uitbanning van onrecht zou bij machte zijn een betere wereld te realiseren...ooit, binnen afzienbare tijd, dachten ze. Wij zouden de (religieuze) barbarij van vroeger eeuwen definitief achter ons laten.'
Is dat gebeurd? Heeft deze heilsboodschap zich voltrokken? Neen! De verschrikkingen van de XXste eeuw heeft deze 'moderne droom' gelogenstraft.  Auschwitz staat voor de liquidatie van het moderne project, voor de mislukking van al die grote, redelijke idealen..
Alles heeft een dubbelkarakter, zowel godsdienst als de wetenschap. De grootste misdaden van de de moderne tijd, de afdaling naar de hel vorige eeuw, de Napoleontische oorlogen, WO I en WO 2, Stalin, de Goelacharchipel hadden niets met religie te maken, maar werden gevoerd door mensen en groepen die God dood verklaart hadden en geloofden in de wetten van de wetenschap.

15. Deze naderende catastrofe werd scherp aa+ngevoeld door Nietsche zelf als hij schrijft: “Onze hele Europese cultuur beweegt zich reeds lang, en met een gekwelde spanning die van decennium tot decennium groeit, in de richting van een catastrofe: onrustig, gewelddadig, overijld. Een stroom die bang is om zich te bezinnen.”
Georg Steiner bevestigt deze mening in zijn boek 'Een seizoen in de hel' (1972)
Onze moderne geschiedenis begint bij de idealen van de Verlichting en de Franse Revolutie, door hem de 'invasie van de dageraad' genoemd.
Dan volgt een lange periode van stilstand. De burgers maken zich meester van de revolutie en slaan er economisch voordeel uit: het ontstaan van massafabricage, de groei van het monetair-industrieel stelsel, de moderne stad. Uitbuiting en vervreemding doen hun intree. Hij noemt dit 'het abrupte dichtrekken van de gordijnen'.
“De combinatie van een buitengewone economische en technische dynamiek met een grote mate van onbeweeglijkheid op sociaal vlak, moest wel leiden een explosief mengsel: 'heimwee naar rampspoed en barbarij'. Hierin manifesteert zich een 'drang tot catastrofe', fantasieën over 'wereldwijde vernietiging', de onbewust planning van het rampzalige avontuur gebaseerd op de eigen logica buiten de rede en de menselijke behoefte om, de vormgeving van de hel: zinloze pijn, eindeloze bestialiteit, willekeurige terreur.
“In de kampen werd de duizendjarige pornografie van angst en wraak gerealiseerd die in de westerse geest was gecultiveerd door de christelijke doctrines van verdoemenis.' (28) Niet de hemel maar de hel werd herschapen op basis van zeer gedetailleerde beelden. Omdat wij de hel niet kunnen missen hebben wij geleerd hoe haar op aarde te bouwen en draaiende te houden.
Stopte dit na de Shoah? Neen. 'Er is nauwelijks een methodiek van vernedering en pijn die op dit, ogenblik niet ergens op individuen en groepen mensen wordt toegepast. Het lijkt erop alsof de mens voorgoed afstand gedaan heeft van redelijkheid en menselijkheid. Horen wij thuis in de 'voorbije geschiedenis van de hoop?' (29)

16. Ook Douwes Dekker (Multatuli) voorvoelde de naderende ramp? In 1860 schrijft hij 'Max Havelaar', in 1861 'Het gebed van de onwetende”
“En ik dool rond en hijg
Naar 't uur waarop ik weten zal dat Gij bestaat...
Dan zal ik vragen: 'Vader, waarom nu voor het eerst
Uw kind getoond dat het en vader had...
en dat het niet alleen stond in de strijd
Den zwaren strijd voor menselijkheid en recht?
De vader zwijgt. O God er is geen  God!”

17. Bij ieder verkeersongeluk, en bij alle rampen beseffen mensen dat zij maar 'bij toeval' daar zijn.
In reactie op Grieks noodlotsdenken werd een 'theologie van van de voorzienigheid' gesmeed. God heeft jouw levensloop uitgestippeld, de mijne over rozen, de jouwe van de ene goot  in de andere. Ondoorgrondelijk zijn zijn besluiten: armoede en hongersnood in Afrika, Auschwitz. Oh God, er is geen God!

18. God is dood. Zeker. Maar, over welke God hebben wij het ?  Er bestaan vele goden: Griekse, Germaanse, Indische goden. Er zijn vele geruchten over god in omloop. De God als almachtig opperwezen, de God van de Christelijke beschaving, van de spraakverwarring, van het Heilig Roomse Rijk der Habsburgers, de god van de kruistochten, van van de SS'ers: Gott mit uns!

19. Ik heb geleerd te onderscheiden tussen de christelijke cultuurgoed en de God van de bijbel. 
Wie wil kan een ander verhaal over God op het spoor komen. Na 1945 groeide het besef dat de Europese cultuurgod niet dezelfde is als de God van de joodse bijbel.

20. De bijbel is het verhaal over een God die bevrijding wil uit onderdrukking. 'God' is Hij die de ellende van de onderdrukten ziet, die hun klachten en noodkreten hoort, die afdaalt om te bevrijden,, afdaalt uit de hemel van zijn 'troon', oud-oosterse nog altijd herkenbare beeldspraak.
Zieners en profeten oordelen zo over deze wereld. Het is een woedend oordeel. Amos:
“Een rouwklacht hef ik aan over u, gij die de zwakken vertrapt, onschuldigen grijpt en mishandelt, gij die beraamt uw moordaanslag op de armen, gij die uw plannen smeedt om de misdeelden te doden, gij die praat in uzelf: ik koop ze voor geld, de minsten, voor een paar schoenen de armen. Daarom wankelt de aarde.” Ze zijn verdwenen, ongeziene schoonheid, niet gekende namen, nooit geschreven geschiedenis. De gedichten van Pablo Neruda brachten ze terug tot leven.

21. Dit verhaal wordt, tegen de heersende stroom in, gedragen door velen:
Premsela...homobeweging...ik verkies te denken dat mensen wel deugen.
Ischa Meier: Yad Vashem een monument van hoop en overlevingskracht.
Anne Frank:.Ik blijf ondanks alles geloven in de goedheid van de mens.
Aanhangers van het 'onredelijke bijbelse optimisme', de mens die geschapen is naar het beeld van God, tot vrijheid geroepen, jij de wordende, jij zult zijn. Je bent mooi. De aarde en de mensen heeft hij aan mekaar gegeven. Hij heeft hen verantwoordelijk gemaakt voor elkaars toekomst, uitgerust voor het goede met een geweten dat een onderscheid maakt tussen goed en kwaad.
Er zijn mensen die het doen, anderen die blijven hangen in wreedheid, angst, ontrouw of meedraaien in het systeem, de banaliteit van het kwaad. Maar in de bijbel wordt hun gedrag niet geaccepteerd of tot noodzaak verheven. Wat mensen ook uitspoken, ze blijven mensen. Ze kunnen zich op ieder moment bekeren.
Uit kracht van die vrije-wil-ten-goede zal deze aarde tot nieuwe aarde uitgroeien. Ooit zullen wij onze verslaving aan macht en moord ontgroeid zijn. (41) De geschiedenis van de mensheid is pas begonnen. Binnen drie miljoen jaar, misschien!

22. Het ontstaan van de Thora in samenhang met de de geschiedenis van het Israëlische volk, lijden, uittocht en bevrijding: de vijf boeken, leermeester, in synagogen. Hoe vorm geven aan een samenleving op basis van vrede en recht, uiteindelijk samengevat in enkele woorden: Jij mens, wie je ook bent, heb liefde tot je naaste die is zoals jij! Wees solidair, red hen die geen verweer hebben.

23. Ik zal er zijn. Ik stuur jou naar mensen in nood. Uit het brandende braambos, uit de brandende wereld roept een stem: 'Red ze uit de vlammen. Waar ben je? Vlucht je weg of sta je bij?' Bidden is proberen die stem  te verstaan en gehoor te geven. Daarom werd hij aan het kruis genageld, omdat hij trouw blijft aan die stem. Ondertussen is dat 'boek van de stem' tot aan de uiteinden der aarde gegaan en weerloos overgeleverd aan een veelvoud van interpretaties en manieren van lezen met als meest geduchte variant 'dat Jesus aan het kruis gestorven is om de zondige mens, jou en mij, met God te verzoenen. Door zijn zoenoffer heeft hij, ons lichaam en onze ziel van de eeuwige verdoemenis gered. (Heidelbergse Cathechismus) (46) Johannes Passion Bach: “Herr, unser Herrscher! Door uw gevangenschap Zoon van God moet onze vrijheid komen. Uw kerker is een troon van genade; een toevluchtsoord voor alle gelovigen; want als u niet in knechtschap was gegaan, had onze slavernij eeuwig moeten duren. Rust zacht heilig gebeente dat ik nu verder niet beween. Rust zacht en breng ook mij rust. Het graf dat voor u is bestemd en verder geen rampspoed bevat maakt voor mij de hemel open en sluit de toegang tot de hel!
Ach Heer, laat uw lieve engelen aan het eind mijn ziel naar Abrahams schoot brengen. Laat mijn lichaam in zijn slaapkamertje heel zacht, zonder kwellingen en pijn rusten tot aan de jongsten dag! Wek mij dan op uit de dood, opdat mijn ogen u mogen zien in alle vreugde o Zoon van God, mijn Heiland en Genadetroon! Heer Jesus verhoor mij. Ik wil U eeuwig prijzen!” (door de kruisdood van Jesus zal ik eeuwig leven!)

24. Harry, Mulisch: De ontdekking van de hemel. Het gesprek tussen de hogere en de lagere engel.
De hogere engel:Het loopt mis met de aarde. De grote chef God heeft er genoeg van. De top-engel Lucifer heeft overwonnen. 'Hij weet dat de mensen liever hun hemel en aarde ten onder laten gaan, dan hun auto weg te doen'. Daarom heeft God besloten het Verbond met de mensen op te zeggen. De wereld en de mensen hebben afgedaan. Alles heeft afgedaan behalve Lucifer. De 'tien woorden' en 'Stenen Tafelen' moeten terug gebracht worden. Wie kan deze opdracht vervullen?
Enkel de lagere engel biedt weerstand:  'Misschien verschijnt er op aarde weer iemand die alles in orde brengt?' Laten wij proberen toch nog iets te verzinnen. We moeten vechten tot het allerlaatst.
Het kan nog steeds.
'Neen, de tijd is voorbij, je gaat op pensioen!'
'Dan doe ik het op eigen houtje. Hoort U mij? Ik laat het er niet bij zitten. Geef antwoord.'

25. Bekend verhaal. Genesis, de zondvloed, Noah, de onderhandeling met God, de ark, de redding, de uittocht, Moses, de berg Horep, de oproer beneden, het verlangen naar de vleespotten van Egypte. Ze maken zich een nieuwe god, van goud, een stierkalf op poten. Moses die naar beneden komt briest van woede en wanhoop en smijt de tafelen aan stukken. Maar hij, net als de lagere engel in het verhaal van Mulisch, laat het niet zo, hij komt op voor zijn volk en hij krijgt God om. Als ik vijftig, twintig, tien, vijf, één mens van goede wil vind! God geeft toe. Een nieuw Verbond wordt gesloten. Hij belooft dat zijn trouw en liefde duizend geslachten lang zal duren, ook al kan hij niet verhinderen dat het kwaad generaties lang zal blijven doorzieken, telkens weer.

26. God bevrijdt. We zijn niet gebonden aan de uitleg van vroegere eeuwen. Wij zijn nu beter in staat het Jesusverhaal te plaatsen binnen zijn context. God bevrijdt ons door de aanwezigheid van de tien woorden in onze geschiedenis, in ons moreel bewustzijn, in ons 'vlees'. Vlees worden is geschiedenis maken in gedoe en gedonder, in misverstand en mislukking, in tegenspraken en gevechten, alle kortstondige verrukkingen niet te na gesproken. In vlees word je wijs, gestaald, geduldig en misschien wel beminnenswaardig en onvergetelijk. Wij mensen moeten elkaar bevrijden en redden.

27. Geen mens is niet-ik. Zo denkt de bijbel over mensen. De Tien-Woorden zijn gegeven in alle talen van de wereld. Opdat niemand zou kunnen zeggen: 'Ik wist er niets van. Niet doden? Nooit van gehoord!' (53)
Ja, ik ben mijn broeders hoeder. 'Er is meer kracht in mij is dan de vitale kracht tot zelfbevestiging en zelfontplooiing; de kracht tot inperking van mijn vrijheid opdat mijn broeder kan leven; inperking van mijn kracht als de sterkste, opdat al die anderen, de minder sterkeren kunnen leven. Dat vertelt ons de bijbel: niet moorden, niet stelen, niet liegen, een ander zijn ander niet afpakken, je vader en moeder trouw blijven, je naaste liefhebben... !
Er is dus altijd, nacht en dag, thuis en onderweg, iets dat moet: het recht op leven moet bepleit, verdedigd, bevochten worden, steeds opnieuw, overal. Er moet gerekend en gestudeerd, een plan gesmeed, een woord gevonden, een droom opgeschreven, muziek gemaakt. Dat alles moet altijd. Want anders gaat het leven dood. (54) Heel de bijbel is een protest tegen de dood in.
Wat maakt deze wereld tot een hel waar de dood heerst? Niet dat er mensen doodgaan als hun dagen vervuld zijn, maar dat je kinderen ziet afgeslacht worden voor je ogen, dat er een systeem in het sterven zit. Dat de dood een regime is. Moses roept: “Kies toch voor het leven.”

28. Wij hebben leerhuizen nodig naar joodse traditie waar zeer geleerde en doodgewone menen bijeenkomen om anders te leren denken, vragen te stellen, scherper te leren lezen, de bijbel samen te lezen. Ik ben een andersdenkende geworden, een protestant, iemand die de bijbel las van kaft tot kaft. Katholieken deden dat niet, die geloofden gelaten in de paus. Wij moeten onze godsdienstige tradities opschonen, genezen van misverstanden, vernieuwen. Je moet van vele vooroordelen en dode woorden af. Er is nood aan nieuwe melodieën. Vele tijdgenoten zijn van het oude afgevallen, en dat was het. Het nieuwe heeft hen nog niet bereikt. Nog niet misschien. (Politiek wekt bij velen weerstand op en terecht. Het staat gelijk aan graaicultuur, poen scheppen,machtsmisbruik, vriendjespolitiek, compromissen, bedrog, onherkenbaarheid. Hoe die weerstanden doorbreken? Er is nood aan een soort evangelische politiek. Hoe? Ik kijk wanhopig rond. Tranen schieten in mijn ogen. Ik ween en schudt en hoofd! Zelf kon ik het niet.)

29. Amos: God is de stem die gerechtigheid uitroept tot het criterium van een menswaardig bestaan. Zo ook vele andere profeten. Nietsche spreekt met geen woord over die God. Als Nietzsche een toekomst van 'afbraak', 'leegte ' en 'ondergang' voorspelt spreekt hij niet van de gruwelijke ellende die de industriële revolutie van zijn eeuw veroorzaakte; met geen woord rept hij over de uitbuiting van het proletariaat. Door Nietzsche zijn ze niet gezien. In zijn analyse van de toekomst komen zij niet voor. Met zijn gnuivende tirades over 'onwaardige mensensoorten' en het 'zwakke' en 'zieke' dat moet vernietigd worden, speelde hij ongewild in de kaart van de onderdrukkers die dankbaar van zijn teksten gebruikt zullen maken.

30. Tegen de naderende catastrofe bedacht Nietzsche de 'Übermensch', die los van alle oude overgeleverde waarden, een nieuwe toekomst zou waarmaken. De übermensch, de supermens, de bovenmens is edel, trots, wilskrachtig, moedig, niet kleinzerig, stressbestendig, hard voor zichzelf en hard voor de anderen. Hij overstijgt 'alles wat tot dan toe als de grote eigenschappen van de mensheid beschouwd werd'. Hij is de 'enkeling' die zijn eigen ideaal opstelt en daarvan zijn wet, zijn vreugden en zijn rechten afleidt. Hij leeft enkel in Grote Mensen die de samenleving dienen en vaak niet begrepen worden en trots hun eigen weg gaan. (Ayn Rand!)
Na de dood van God bestaat er geen dragende zingevende gemeenschap meer.  Het nihilisme is dichtbij. Hoe deze onmetelijke leegte overwinnen?  God is dood. Geen bezield verband meer. En nu, hoe verder? De Übermensch toont de weg.  Hij leeft de 'Umwertung aller Werte!, de herwaardering van alle waarden. ' 'Vastberaden, heldhaftig en eenzaam gaat hij verder, maakt zich los van alle behoeften, alle bindingen, de laatste mens achter zich latend, de mens van de westerse cultuur, de gelovige christen met zijn schuldcomplexen en hiernamaalsdromen, de liberaal met zijn democratie, de socialisten met zijn gevaarlijke giftige waanidee van gelijke rechten voor allen. Illusieloos, zonder ijkpunten en utopie leeft hij op eigen kracht, autonoom, gaat door crises en extases heen en zo verwerkelijkt hij de zin van zijn leven. Aan gene zijde van goed en kwaad leeft hij een nooit eerder geleefd bestaan. ' (58)
'Mijn lot wil dat ik de eerste fatsoenlijke mens moet zijn, dat ik mijzelf in tegenspraak wil met de leugenachtigheid van duizenden jaren. Ik spreek tegen wat nog nooit tegengesproken is. Ik ben een blijde boodschapper zoals er nog nooit een geweest is. Ik ben vertrouwd met opgaan van een dermate hoog niveau, dat tot nu toe nog niemand er enig benul van heeft gehad; pas sedert mijn optreden is er weer hoop. Zo schrijft hij in' Ecce Homo' in 1888.
Adolf Hitler zal deze gedachten enthousiast overnemen. Ook Ayn Rand en vele anderen.
Je kunt met de Übermensch vele kanten uit, maar het is geen Moses, geen Jesaja, geen Marx, geen Helder Camara, geen Paulo, Freire, geen revolutionair leider die zijn volk uit de slavernij wegvoert.

31. Profeten, bijbel, verlangen naar wereldrevolutie, de opstand der verworpenen. Jesaja 'onder de voeten der armen vertreden, door ontrechten vertrapt( (Jesaia, 26:7-8)
Socialistische denkers van de 18/19de eeuw zijn daarvan de erfgenamen. Zij droomden van een revolutie tegen alle weerstanden en nederlagen in. Marx bood een samenhangende visie aan. Hij analyseerde de oorzaken van de onrechtstructuur en formuleerde een strategie voor de opstand en effectief verweer tegen het structurele noodlot. 'Alle verhoudingen omver werpen waarbinnen de mens een vernederd, geknecht, verlaten en verachtelijk wezen is'. Hij wees de godsdienst aan als een van de machtigste vijanden van de onderdrukten. Opium voor het volk. Ongeloof in de heiligheid van het bestaande, geloof in de vernieuwbaarheid en historische noodzakelijkheid van een nieuwe wereld. Samen met Marx vele anderen, bekenden en onbekenden...visioen van de bijbel.
Dat hebben Lenin en Stalin en andere communistische mastodonten niet ongedaan kunnen maken.

32. 'Wij kunnen niet meer kiezen' schreef de Duitse theoloog Helmut Gollwitzer toen Salvador Alliende werd vermoord en Pinochet aan de macht kwam in Chili, 'of we revolutie willen of niet. Wij kunnen slechts kiezen welke revolutie we willen hebben: de kapitalistische revolutie of het constructief ontwerp van een menselijke maatschappij?'
In Chili zien wij in 1971 een ander vorm van geloof ontstaan: Christenen voor het Socialisme.
Ze steunden de volksfrontregering van Alliende tegen de christendemocratische oppositie in, sterk verbonden met de Politieke Theologie die probeert de bijbel te verstaan in zijn oorspronkelijke revolutionaire betekenis. (Jef Ulburghs, Santiago, UNCTAD: No palabras peco accion! Parijs)
Marx verdient hernieuwde aandacht volgens de Poolse filosoof Leslek Kolakowski, juist in een tijd waarin zelfontplooiing en solidariteit tegen elkaar worden uitgespeeld. In Marx visioen is er geen tegenstrijdigheid tussen gemeenschappelijk en individueel belang. Solidaire verbondenheid met de totaliteit, dat is de menselijke maat en bestemming. Zelfontplooiing tot solidaire verbondenheid.

33. Oktober 1917. Het Rode Leger trekt Riga binnen waar op dat moment een grote religieuze viering plaats vond. Een van de soldaten gaat naar de lezenaar waarop de bijbel lag, slaat het boek open en leest: 'En Hij zal de tranen van hun ogen wissen, en de dood zal niet meer zijn, geen rouw, geen weeklacht meer want het oude is voorbij.' Hij sluit het boek en zegt: 'Vandaag is dit woord in vervulling gegaan.' Hij genoot van zijn hier-en-nu gevoel of was het zijn nu-of-nooit-gevoel?

34. Ook Henriette Roland Holst ervaarde dat heerlijke hier-en-nu gevoel toen zij in het voorjaar van 1897 in Arnhem het paascongres van de SDAP bijwoonde. Pasen viel tamelijk laat dat jaar. “Nooit nog, leek het ons, hadden wij dat gevoelen van ontwakend natuurleven zo intens gevoeld en genoten. Wij spraken het uit tegen elkaar, dat het ons eigen innerlijk leven was, dat ditmaal aan het lentefeest zulk een ware innigheid gaf. Voor het eerst in ons leven hadden wij iets beseft van de grote opstanding der onterfden, iets gevoeld van de grote kameraadschap der opgestanen. Dat maakte die lente anders-schoon, anders-rijk voor ons dan eenige vorige.”
Datzelfde ontmoeten wij bij Herman Gorter: 'Toen liet ik mij naar het socialisme gaan en daar vond ik wat ik gezocht had: den weg naar de algemeenen schoonheid onzer onmiddelijke wereld, onze maatschappij. Het bleek mij daar dat de schoonheid wel bestaat, maar dat ik haar alleen op verkeerde plaatsen had gezocht. (65)  Sociale gerechtigheid als criterium van de schoonheid en voorwaarde tot duurzaam persoonlijk geluk. Kan dat heerlijke gevoel vastgehouden worden?

35. Voor Henriette Roland Holst was de ontdekking van socialisme haar grote liefde. (cfr Wereldscholen) De ene helft van haar werk bestaat uit het bekennen van die liefde. De andere helft  uit teleurstelling en diepe smart om miskenning en verraad; en uit strijd om die liefde in stand te houden. In 1921 bezoekt ze Rusland en keert terug: 'brandend van teleurstelling'.
Na WO II zijn grote delen van Europa zijn socialistisch. Was er een einde gekomen aan de ongelijkheid tussen de mensen? Was er een einde gekomen aan de klassenmaatschappij?
In 1949 schrijft ze haar laatste dichtbundel: Wordingen.
“Is dit het socialisme?  Zijn gezicht heeft niets van d'oude glansdroom,
straalt geen licht uit, geen vrijheid en geen schoonheid.
Wat is er van u over, socialisme, mijn liefste?”
De utopie werd geen werkelijkheid. Deze utopie is enkel haalbaar is als mensen bereid zijn zichzelf om te vormen, hoogstpersoonlijk, innerlijk op het niveau van hun 'ziel'. “In de ziel van mensen begint de omwenteling der structuren. Slechts daar worden deze omwentelingen vastgehouden. Ik denk dat wij nu eerste lang moeten leeren ons van 't zelfzuchtig streven te ontdoen. Dan pas kan komen een nieuw jaargetijde.”

36. Zondag 21 februari 1992: Beurs van Berlage te Amsterdam 'teach-in' over de zin van het leven.
Aanleiding: Ruud Lubbers-Vaclav Havel: 'Door de secularisatie en het verval der ideologieën is de zin van het leven problematisch geworden. Wij hebben een visioen nodig, een zingevingsverhaal om menswaardig te kunnen leven. Zonder zin, geen richting, geen gezin meer, geen reisgezelschap.
Een enkele mens voor een andere volstaat om betreffende heel de wereld in zekerheid te verkeren'. (Martinus Nijhofff)
Opening tekst boek Prediker: 'Ijdelheid der ijdelheden. Welk voordeel heeft de mens van zal zijn zwoegen, waarmee hij zich aftobt onder de zon?' 26 getuigenissen, veel volk, kakafonie

37. Györgi Konrad: Op de vraag naar de zin van het leven antwoordt iedereen met zijn eigen levensverhaal. Postmodern gebeuren, ieder zijn eigen verhaal, zijn eigen strohalm.
Jaap van Heerden: Wees blij dat het leven geen zin heeft. Ieder die geboren wordt heeft het eigenaardige voorrecht even op deze wereld te zijn, het raadselachtige ervan te ervaren en er iets prettigs van te maken. Zo'n kans krijg je maar een keer.'  Wat zou Hannah Arendt hiervan zeggen?
Wie krijgt die kans en wie niet?

38. Sicco Mansholt: socialist, democraat, Europeeër. Hij duidt de zingevingsvraag in relatie tot de groeiende kloof tussen rijk en arm en voorziet een 'snelle ontwikkeling naar een mondiale catastrofe, indien niet....''Een geheel nieuw tijdperk van minder voor de rijken om nog ruimte te scheppen voor de armen is aangebroken. Een vermindering van productie en consumptie hier om elders in het grootste deel van de wereld en zelfs voor ons nageslacht de nodige ruimte te laten. Kunnen wij deze solidariteit aan?”' (70-71)

39. Niemand sloot aan bij Sicco Mansholt. Hij stond alleen. Hij was de enige die een nieuwe inhoud gaf aan het 'socialisme' en aan het begrip 'solidariteit'. Hoe welvarende mensen tot een uiterste inspanning van solidariteit en redelijk altruïsme te bewegen?  Is ook goed begrepen eigenbelang. Wordt zijn stem beluisterd of komt de naderende catastrofe steeds dichterbij? Waar blijft het legioen van de 'lagere engelen' die het toch nog een kans willen geven tegen de grote chef in!

40. Dichters en schrijvers van de XXste eeuw blijven de wereld ondubbelzinnig typeren.
“Er is alles in de wereld de dolle hondenglimlach van de honger, de heksenangsten van de pijn.” (Lucebert) Hij laat uit de een mensetende god de andere vreter geboren worden, heksenketel van geslachten,  van lust en moord: 'verwarmd de warmen, verarmd de armen, uitgebeend de benigen.'

41. Sicco Mansholt vroeg om een uiterste inspanning, een nieuw tijdperk.
2010: 18 jaar later krijgt hij zijn antwoord: het sociaal minimum van de allerarmsten wordt verlaagd. Er wordt bezuinigd op de bijstand, op de jong-gehandicapten, op sociale werkplaatsen. De straatveger betaalt voor de topbestuurder. Sicco, draai je maar om in je graf. (VVD-CDA, PVV)

42. idem: het Rapport van Joop den Uyl: 'Om de kwaliteit van het bestaan.' (1963)
Beter onderwijs, betere woningen, grotere gelijkheid, meer cultuur, beperking van de individuele consumptie, rechtvaardige belastingen; solidariteit. (bijbels-christelijk)
Weggeschreven als verhullend taalgebruik: bevoogdend, pamperend, luiheid promotend, contraproductief, onbetaalbaar; ontkennend van individuele verantwoordelijkheid met als vijanden  het liberale visioen, Ayn Rand, de vrije markt, privatisering, deregularisering, concurrentie. Weg met de solidariteitsstaat, Weg met den Uyl. Het einde van de christelijke beginselen in de Nederlandse politiek. (78)

43. Een nieuw tijdperk is aangebroken, maar anders als wij gedacht en gehoopt hadden: Ministerie van Veiligheid, Heropvoedingskampen, de jacht op politiek vluchtelingen, moskeeën en  islamscholen dicht, verbied de boerka en de Koran, belast hoofddoekjes... Dit is een tijd om te kiezen.

44. 1935: Huizinga...'In de schaduwen van morgen': Wij leven in een bezeten wereld, waanzin, naderende razernij, verstomming en verdwazing, de geweken geest. Waar naartoe? Is er nog hoop?
Ja: 'al diegenen die de ernstige euvelen en gebreken van het heden zien, die niet weten hoe ze te helen of te keren zullen zijn, maar die erkennen en hopen, die zoeken te begrijpen en bereid zijn te dragen. Een ontelbaar aantal mensen, een gemeente.' (79)  Alles is immers beter dan dit!
(Een maatschappelijke catastrofe komt niet uit de lucht gevallen. Ze bouwt zich langzaam op. Ze wordt altijd aangekondigd door tal van kleinere mekaar opvolgende rampen. We zien het gebeuren en slagen er niet in het tijd te keren. Het is als een trein die naar de afgrond dendert. (Tuur)

45. Marsman, opgevoed in de schaduw van de bijbel, blijft ondanks alles geloven in een 'bezield verband' bereikbaar via de 'lichten van de creatieven geest'. God sprak: Er zij licht!
Idem Huizinga in 1943, verlangend naar een onmogelijke nieuwe geboorte. 'Overal staan miljoenen mensen gereed in wie de behoefte leeft aan recht en zin voor orde.'
Huub O. heeft deze hoopvolle woorden van Huizinga bewaard in zijn ziel, heeft gezien met zijn ogen  en getuigt 'Ik zie mensen, gelovigen en ongelovigen, die niets zeggen over zichzelf, daar hebben ze geen woorden voor, maar ze doen en wat ze doen is evident en behoeft geen uitleg.  Ze proberen iets te veranderen in de gang van zaken, omstandigheden en praktijken waarin mensen vernederd en uitgebuit worden. Ze proberen zo goed mogelijk te zijn, op een vierkante meter of kilometer, voor hun kinderen, voor de klas, in de wijk, in de muziek. Gewone mensen, lagere engelen, bijna onzichtbaar. Zij houden deze wereld leefbaar! Ze vormen samen een verborgen gemeente, een onzichtbaar netwerk, een verborgen bezield verband!

46. Thora, bijbel, evangelie, christelijk humanisme, socialisme, verborgen gemeente.
Het verhaal van de 36 rechtvaardigen die ongezien en onbekend voor mekaar de wereld dragen, niet zwichten voor geld, niet  kiezen voor geweld. (Al Bachiri, Leiris, Eddy Hekman)
Wat deed Eddy Hekman? Zijn dochter werd doodgeslagen door haar vriend. Hij zocht de dader op in de gevangenis en samen schreven ze een boek. (De Morgen 11 april) Het kan een koetsier zijn, een waterdrager, een draagmoeder, een timmerman, een schrijver, een rechter, een bloemenvrouw

47. 1972: Rapport van de Club van Rome: Grenzen aan de groei.
1974: Grenzen aan de concurrentie (Club van Lissabon) Onopgemerkt. Wat is de boodschap?
Dit boek beschrijft de vernietigende triomftocht van het neo-liberale model (cfr Naomi Klein)
De wereld geregeerd door industriële giganten en het militair-industriële complex steeds verder wegdrijvend van democratie en gerechtigheid. Het einde van de geschiedenis (Fukuyama), eeuwige terugkeer van hetzelfde, strijd, concurrentie, een eeuwig gevecht om het bezit van de aarde. (83)
Wij worden verleid, geprogrammeerd op consumptie en concurrentie. (Temptation Island) We vergeten, zijn op ons zelf gericht. Wie zijn de slachtoffers van dit systeem? Het inleefvermogen wordt zwaar op de proef gesteld. De waarheid wordt ontkend. Zo erg zal het wel niet zijn.
D. Day toont de weg: feministe, tegen de Vietnamoorlog, voor daklozen, alcoholisten, geestelijk zieken, gaarkeukens, onvermoeibaar. Weende soms dagen lang, ontroostbaar.. La Historia Official: de vader die geluidloos huilt om zijn collaborerende zoon. Zo huilt God dacht ik toen, denk ik nog.   

48. Grenzen aan de concurrentie, de 'mondiale civiele maatschappij' als een samenspel van vele groepen en instellingen actief op lokaal, nationaal en mondiaal vlak met als doel de kwaliteit van het samenlevingsgebeuren te verbeteren. Nog veel breder dan het Metroplan Kleur Bekennen.
Gefragmenteerd, niet gecoördineerd, intern verdeeld, maar tegelijk is zij op 'planetair vlak de stem van het morele bewustzijn', de spreekbuis van de wereldbevolking, een tegenbeweging, de stem van Sicco Mansholt,  hooguit 5 miljoen mensen. Meer dan ooit is hun bewustwordingswerk belangrijk.

49. Bewustwordingswerk is hard, volgehouden werken. De gevangenisbrieven van Bartolomeo Vanzetti die vlak na de Eerste WO samen met Nicolaas Sacco eindigde op de elektrische stoel omwille van een 'roofmoord'. Beiden behoorden tot de anarchistische arbeidersbeweging: 'Wij nederige arbeiders, zijn opgegroeid zonder school, in arme woningen, overwerkt en behoeftig vanaf geboorte. Wij hebben gedaan en geloofd wat onze vijanden deden en geloofden en we hebben als zij geleefd. (imitatiebewustzijn). Wij waren gelijk aan onze tegenstanders. Het is slechts door onophoudelijk met de geest te werken, door een lange en verschrikkelijke beproeving van het geweten, dat wij zo anders zijn geworden, zoals wij nu zijn. Dat wil zeggen wij hebben geanalyseerd alle ideeën, geloven en criteria die men ons opdrong vanaf onze jeugd en die wij hebben veroordeeld en afgewezen sinds de dag waarop een nieuw geloof werd geboren.” (87)
Hoe afstand nemen van wat ons opgedrongen en aangepraat is door onze ouders, door leerkrachten, door pastoors, door de reclame, door de bedrijven, door de media. ( Wereldscholen)
Het veroveren van een eigen overtuiging, het leren zien van de structurele werkelijkheid vanuit eigen ervaringen, het vermogen veroveren om door duizenden verwikkelingen heen de ware toedracht van de feiten, van oorzaken en gevolgen te onderscheiden. Hoe de bedrieglijke schijn waarbinnen ons leven zich afspeelt doorbreken? Wij kunnen mekaar opvoeden! Wij kunnen dichter bij de werkelijkheid komen. Wij kunnen onze verkorte begrippen verlengen (Freire, Oscar Negt (Exemplarisch leren en sociologische fantasie.) We resist! Common Dreams.

Dagboekbrieven van Huub: 50-53, blz. 89-98.
1 november 2005: Gekleurde Wake in Schiphol voor 11 vreemdelingen die daar omkwamen in een brand op het detentiecentrum met spandoeken, kaarsen, bloemen, foto's. Jong en oud.  Er wordt gebeden en gezongen tegen het geluid van de dalende en stijgende vliegtuigen. Zou God het horen?
Kerstnacht 2005: Overal bestaan er basisgroepen. Overal zijn mensen die die de leugen geen toegang geven, hun knieën niet buigen voor onrecht. 'Vannacht zijn er hier twaalf weggehaald. Gezinnen worden gescheiden, een kind van twee kreeg handboeien om. Wat moeten wij? Onderduiken. We hebben al drie adressen.'
1 november 2006:  Vraag na de dienst van de Ekklesia (verborgen gemeente van het licht): 'Moet het nou echt bijna iedere week daar over gaan?” Ja, iedere week opnieuw, omdat er iedere week op weerloze mensen wordt ingebeukt! Omdat wij in een mum vergeten waar het om gaat en afstompen en verharden en geneigd zijn het rechtvaardigheidsvisioen in te ruilen voor laffe redeneringen.
4 november 2006: Grote demonstratie in Den Haag tegen het afwijzen van een Generaal Pardon door de politiek van Jan Peter Balkenende, het verraad aan de kernwoorden van de joods-christelijke beschaving i.v.m. vreemdelingen. Is er een vergelijking mogelijk met de jodendeportatie
tijdens Wereldoorlog II? Zelfs kinderen worden niet ontzien. Zo heb ik het gezien in de Rivierenbuurt in 1943. Regel is regel. Bevel is bevel m.a.g. vernedering, vertwijfeling, wanhoop van velen toen en nu.
13 november 2006:Etty Mulder, hoogleraar Holocauststudies: “Er zijn oorlogsgevolgen van de periode 1933-1945 die als destructieve structuur doorwerken in maatschappelijke bureaucratische organisatievormen gericht op onderdrukking en vernietiging van hen die er niet mogen zijn.
30 november 2006: Generaal Pardon goedgekeurd met 75 tegen 74 stemmen. Tv-uitzending: Klokkenluider getuigt anoniem tegen contractuele zwijgplicht in: Het systeem van detentie is  onrechtvaardig en wreed, maakt van gezonde gevangenen psychiatrische patiënten. Hevig debat.
15 maart 2010: Geen kinderen in gesloten asielcentra. Ieder kind een thuis! Geen zwerftochten.
Rapport Amnesty International: Vreemdelingendetentie: in strijd met Mensenrechten
21 november 2010: Geboren worden een wonder. Je werd prachtig geweven en gevlochten in de schoot van je moeder (Januzs Korczak). Een ding weet ik: als de kinderen van mijn kinderen recht hebben op een zo gelukkig mogelijk leven hier op aarde omdat ze geboren zijn, dan hebben ook al die asielzoekerskinderen daar recht op. Ook zij zijn 'geboren' zijn. We schreeuwen om cultuur, we bedelen geld voor toneel en concerten, ik schreeuw mee. We moeten nog harder schreeuwen om recht voor kinderen die in meedogenloze centra worden opgesloten. (97)
1 december 2010: Regeerakkoord: Illegaal verblijf wordt strafbaar. Er ontwikkeld zich een 'maatschappelijke vuist' tegen het Kabinet. Bidden is nadenken, je afvragen hoe het verder moet, niet wegkijken. Bidden is bonken op luiken midden in de nacht. Mag dit wanhopige illegale gezin bij jullie onderduiken? 
5 december 2010: Roodkoper, vluchtelingenopvang in een klooster, Zusters van Liefde, wakes,  opvang, acties, flyers, bewustwording. Psalm 88: “Gij hebt mijn bekenden mij ontnomen, tot een afschuwelijk ding mij gemaakt, mij tot vergetelheid gedoemd, Naaste en vriend ver van mij verwijderd, die ik kende is duister voor mij.” Levinas: Niemand is helemaal thuis bij zichzelf. Wij horen samen. De blik van de ander brengt mij tot leven. Verscheurdheid brengt mensen samen.

55. Jodenhaat in de Hitlerjaren en de omgang met vreemdelingen nu? Is er een vergelijk?
'Gij zult liefhebben de vreemdeling, want zelf zijn jullie vreemdelingen geweest in het land Egypte!'
(Deuteronomium 10: 16-19)  Je moet ze niet omarmen. Het gaat om brood en kleding, recht op leven, om elementaire levensbehoeften. (De 'Jungle van Calais', brand in kamp Duinkerke...1500 vluchtelingen, een concentratiekamp, geen water, geen elektriciteit, chaos, raten, stank, luizen)
Je moet je wagen aan de 'moeilijkste liefde', de liefde tot de vreemdeling met alle risico's en onzekerheden die er bij horen. Hij is als jij, een mens! Leren werken met mensen in de marge.

56. Huizinga: 'een gemeenschap van de geest', de geest van de bijbel, Moses en Jesus. Vast ijkpunt! Levinas: De relatie tot het goddelijke verloopt via de relatie et de mens en valt samen met sociale rechtvaardigheid. Mozes en de profeten bekommeren zich niet om de onsterfelijkheid van de ziel, maar om de armen, de weduwe, de wees en de vreemdeling.' (102) Het gaat om een 'rechtvaardige economie' waarvoor wij allen verantwoordelijk zijn, alles omvattend.

57. Leerhuizen voor een betere wereld: bewustwording, ontmoeting, studie, bezinning, zang, debat daar waar het recht van de zwaksten het ijkpunt is van onze normen en waarden, gesteund door democratische politiek. Het gaat om onze 'beschaving': welkom heten, problemen oplossen, elkaar helpen, xenofobie en chaos bestrijden en overwinnen. Maak huizen boven die chaos uit!

58. Woorden, tekortschietende taal, oefenen in het spreken van de juiste woorden. De taal is onuitputtelijk rijk. Iedere taal is een melkwegstelsel, is bron, schatkamer, landschap, geheugen en geweten. Iedere pijn, iedere kreet heeft zijn klank. Stromen zijn teksten waarin wij kunnen rondzwemmen en verdrinken. Wie heeft toegang tot deze rijkdom. Zoals geneesmiddelen niet voor iedereen bereikbaar zijn, zo zijn woorden, taalschatten, openbaringsteksten ook niet voor iedereen bereikbaar. Hoe dit ombuigen. Taal is bezield verband, moet aangeleerd worden, kansen krijgen in 'bezielde verbandhuizen'.

59. 1922 TS Eliot, gedicht 'Waste Land' Europa na de dood van god, na de Eerste WO.
Deel 1: Het begraven van de doden: 'Een wereld van loopgraven, en doodsbeenderen, gebroken beelden op een hoop, een lege kapel, een dode boom, een dorre rots, geen klank van water? (105)
Deel 2: Een partij schaak als uitbeelding van richtingsloos en verward praten, door en langs elkaar heen, geeuwende leegte, leven in een woestijn van vervreemding. Het sterven van de taal, het triomferen van de leugen! (Trump, Social Media, fakeberichten...wat is nog waar?)
1943: de Apocalyptische nacht! Europa wandelt de duisternis in, de absolute leegte met als zijn grote schrijvers, kunstenaars, staatslieden, vorsten, ondernemers en wetenschappers.

60.1933-1945: het einde van de oude Europese cultuur, het einde van de waardevaste betekenissen der woorden. Taal en cultuur wankelen op hun grondvesten. De woorden van een massamoordenaar  bleken vernietigende overtuigingskracht te hebben gehad. (Oh wankele mens die zo gemakkelijk weggeblazen wordt!)  De taal die gegeven is om te verbinden, om liefde te verklaren werd systematisch gebruikt om mensen uit elkaar te slaan en tegen elkaar op te zetten. (107)
George Steiner noemt dit het tijdperk van de 'epi-loog', tijdperk-na-het-woord, waarin de logos, het eerlijke met scheppingskracht geladen woord tot zwijgen is gebracht. Wat is er in de plaats gekomen? Is er nog taalgemeenschap tussen mensen mogelijk? Met de taal is er iets onherstelbaars gebeurd. 'Zij is zo vreselijk misbruikt voor vernietiging en besmet met leugens dat zij misschien wel nooit meer bij machte zal zijn waarheid en licht over te dragen. Taal werd gebruikt om de hel te besturen.” (107) Leugen en sadisme heeft zich genesteld in het merg van de taal! Taal moet uitgezuiverd, heroverd worden in bezielde Leer- en verbandhuizen.

61. Maaike Meyer: nood aan poëzie, nood aan gedichten, aan bezielde woorden. Lucebert:
'In deze tijd heeft men wat men altijd noemde schoonheid haar gezicht verbrand, zij troost niet meer de mensensoorten, zij troost de larven de reptielen de ratten, maar de mens verschrikt zij en treft hem met het besef een broodkruimel te zijn op de rok van het universum.' Hoe taal weer in haar schoonheid herstellen? De taal van het leven, van de bloei, van de 'verlichte waters'?

62. Poëzie als 'utopische verbeelding in lyriek. 'Ik zing de aarde, de aarde met haar carnivale uiterweide'. Uiterweiden zijn vrolijke stralende stroken aarde, langs brede vruchtbare rivieren, grazige weiden aan het water! (110) Jurgen Habermas (Frankfurter Schule): Wanneer utopische oasen uitdrogen, zal zich een woestenij van banaliteit en radeloosheid verbreiden.' De aarde is het paradijs der mensen. Waar ligt dat paradijs? 1516: Thomas More: Utopia!, Een eiland met 54 steden omringd door tuinen, de knechten en meiden  dragen er gouden kettingen, het land is bezit van de gemeenschap. Wat kwam er van terecht? (Zie film Fabio!)

63. Opgepast voor moordende utopieën: nazisme, communisme, Ayn Rand (Hans Achterhuis)
Maar toch, hoe het cynisme en het doemdenken doorbreken? 'Hij die de weg van het woord weet, gaat de weg van het wordend zaad! (Lucebert, Marsman). De utopie is ons bewustzijn op zijn best!
Een betere wereld is  noodzakelijk en mogelijk, geïnspireerd door de 'oer-utopie van de bijbel!

64.De utopie van het hiernamaals is niet in strijd met de utopie van een betere wereld, zeker niet voor de christelijke basisbeweging die ontstond in 1972 in Latijns Amerika. Ook niet voor de Provo en Kabouterbeweging' (Roel Van Duyn) in Amsterdam, de stem van de basis en woordvoerder van een oeroude, bijbelse utopie die hij creatief vertolkte in het hier en nu: daktuintjes op auto's, een stadsboerderij in de Jordaan, het Witte Fietsenplan, bejaardenzorg, Haast u-Naast u! (2 vrouwen, de moeder van mijn kinderen.' (Luc Versteylen)

65. De wereld van de bijbel is de alles omvattende wereld, is hemel en aarde en alles wat er tussen ligt. Deze wereld'=apocalyps (Johannes), is de oude wereld, versus de nieuwe wereld die vanuit de hemel neerdaalt van Godswege als een vrouw in bruidstooi, klaar om begin en de bron van nieuw leven te zijn; uit de Thora, ingedaald, uit kracht van ontferming, trouw en volharding geboren. Een nieuwe Heilige Stad wordt aangekondigd. Verscheidenheid tot eenheid geworden. Pinksteren. We zullen mekaar verstaan en in liefde samenleven. Karl Marx: 'Pas als wij ons bevrijd hebben van de doem van onderdrukking en uitbuiting, dan pas begint de werkelijke mensengeschiedenis.' (117) Is dit haalbaar? Ik weet het niet. Laat ons beginnen. Waar, Hier! Wanneer? Nu? Met wie? Samen.
66. Met dat visioen voor de ogen nu leven tegen alle weerstanden, ongeloof en onmogelijkheden in.
Velen hebben cynisch afgehaakt. Jammer. We hebben leerhuizen nodig, waar ieder spraakgebrek aanvaard wordt, waar naar joods model gesproken wordt over individuele en  gemeenschappelijke denkbeelden en ervaringen als een alternatief op de 'mysteriegodsdiensten' (de vele religieuze kerken) die zullen wegzinken in religieuze marktmechanismen, in devoties, in engelenervaringen, in esoterie, reïncarnatie, in hiernamaals scenario's. (119)

67. Met welk woord het goddelijke tot leven brengen? Hoe uitdrukking geven aan wat mensen het hoogste goed en de belangrijkste werkelijkheid vinden? God is een leeg en vluchtig woord, een mompeling dat een verkeerd beeld oproept: man met de baard op troon!.
Het woord LIEFDE is een alternatief, ik denk, het enige dat in aanmerking komt. In al zijn betekenissen staat het het dichtst bij de bijbelse God. Het is allesomvattend en drukt verlangen, inzet, trouw, engagement, groei, genade, mededogen en solidariteit uit...tot in het duizendste geslacht.. God is liefde! Oude godsbeelden, hoe sterk ook, moeten verlaten worden. Er ontstaat een oude-nieuwe taal in het spreken over God, nieuwe beelden en benamingen van een 'God-boven-God', die puur licht is en zonder schaduw, die ruimte schept, ruimte is, die vrijlaat, die mensen aanbeveelt aan elkaar, die niets voor zichzelf vraagt, geen aanbidding en geen geloof, maar alles voor weduwe, wees en vreemdeling. (121)

68. God is het grootste wat gedacht kan worden. Hij bestaat werkelijk (Anselmus van Canterbury, 11de eeuw). Maar wat is bestaan? Zijn er bestaanswijzen die wij niet kunnen denken? Is er 'bestaan' boven gevoel, verbeelding en denkkracht uit? Ik denk het.  Na enige kolommen tekst draagt God zijn unieke naam: JHWH: Ik zal zijn die ik ben. Deze God met zijn unieke naam spreekt verstaanbare mensentaal, laat zich zien aan Abraham, roept Mozes en stuurt hem naar mensen in nood, om zich te bevrijden uit hun slavernij, uit de almacht van de Farao-god, de tirannieke onderdrukker. Binnen dat verhaal spreken profeten en worden psalmen gezongen, het hooglied van de liefde: 'Uit de diepte roep ik jou. Gij, Gij peilt mijn hart. Als, ik kijk naar de hemel, de maan en de sterren, wat is dan de mens? ' (122).

69. Heb je ooit God ervaren? Ervaar je God als je redder zoals dat in psalmen gezongen wordt?
Bestaat die God van het bijbelse verhaal echt, niet als projectie, niet als beeldspraak, maar echt zoals jij en ik bestaan? Er is geen bewijs. Er bestaat 'niet kunnen geloven' en 'niet niet kunnen geloven!' (Ik geloof niet. Ik krijg het niet uit mijn mond) Zijn woord blijkt zo sterk en activerend dat het soms in mensen de kracht opwekt om die onbewezen neergeschreven God gehoor te geven, zich in liefde te laten sturen naar mensen in nood. Het gaat om gewone mensen in deze woeste wereld, die geen kwaad met kwaad vergelden, maar het kwaad proberen te overwinnen door het goede. Die, geïnspireerd door het bijbelse verhaal, proberen om voor elkaar zo goed als God te zijn. Is God dood? “God is ieder ogenblik nieuw”, zei E. Schillebeeckx.  “God is ieder ogenblik nieuwe liefde.”

70. Er zijn mensen die ongelovig zijn, maar leven in de geest van de bijbelse utopie.

71. Geloven is vertrouwen, overgave: dat Hij trouw en genadig is, sterker, eeuwiger dan de dood!

72. Mijn zoon, de bloemenvrouw en Huub. 'Ik heb gisteren een droom over God gehad', zegt ze. 'Weet je nog dat Hij dood was? Ik stond op een ster die geen licht meer gaf, een uitgebrande vulkaan of, zo iets, in een zwarte ruimte, ik kon mezelf niet eens meer zien. Maar beneden mij zag ik de aarde, mooi, blauw en jong. Ik dacht daar moet nog heel wat gebeuren. Toen hoorde ik een stem. 'Jij bent drie miljoen jaar oud', zei de stem. En ineens dacht ik 'de aarde losgekoppeld van de zon, dat moet nu maar eens voorbij zijn.” En toen was het voorbij. Ik werd wakker en voelde mij jong en gelukkig. (126)

frans.swartele@telenet.be  011.311033



Poorthuis Marcel , De Kruijf Theo , Avinoe . De joodse achtergronden van het Onze Vader , Amsterdam , Adveniat , 2016 (voorgesteld op vrijdag 10 maart 2017 door Guido Cooreman)

Over de titel: Avinoe is het Aramees voor Onze Vader

Over de auteurs:
Theo de Kruijf is in 2014 overleden. De heruitgave van dit boek uit 1985 kwam dan ook zonder hem tot stand. Deze heruitgave was van belang wegens de nieuwe tekst van het Onze Vader in de Rooms Katholieke Kerk.
Theo de Kruijf is hoogleraar exegese van het Nieuwe Testament. Van 1972 tot 1978 was hij voorzitter van de Katholieke Raad voor Kerk en Jodendom.

Marcel Poorthuis is velen welbekend. Hij studeerde theologie aan de Katholieke Theologische Universiteit (KTU) te Utrecht. Van 1982 tot 1992 werkte hij op het Secretariaat van de Katholieke Kerk in Nederland op het gebied van joods-christelijke betrekkingen. In 1992 promoveerde hij in Utrecht op de commentaren van de Frans-joodse filosoof Levinas op de Talmoed. Sinds 1992 is hij als universitair (hoofd-) docent verbonden aan de Faculteit Katholieke Theologie (FKT) van de Tilburg University. Zijn leeropdracht is de dialoog tussen godsdiensten.
Verder coördineert Poorthuis binnen de FKT het onderzoeksproject “Relations between Judaism en Christianity”, over de beeldvorming van het jodendom, het boeddhisme en de islam. In het kader van dit project is een drieluik verschenen over de beeldvorming van de verschillende wereldreligies (jodendom,boeddhisme en islam).
Daarnaast is Poorthuis onder meer lid van de Katholieke Raad voor betrekkingen tussen Jodendom en Katholicisme in Nederland, bestuurslid van de Nederlandse Levinaskring en voorzitter van de stichting ParDeS voor Joodse wijsheid (v.h. Folkertsma stichting).

Het is duidelijk dat hoofdstuk 1, 2, 5 en 6 en het slothoofdstuk van Marcel Poorthuis zijn, terwijl 3 en 4 van Theo de Kruijf.

Het boek Avinoe is een nieuwe uitgave van het in 1985 uitgegeven boek. Avinoe betekent ‘onze vader’ in het Aramees. Het heeft enkele een kleine aanvulling van 6 pagina’s gekregen vanwege de nieuwe Rooms Katholieke vertaling voor het Onze Vader. Die worden in een laatste § besproken. Hoewel dus maar 4% van het boek ‘nieuw’ is vormt het toch een goede aanleiding het hier te bespreken. Ten eerste omdat het over de joodse wortels van het christendom gaat, en ten tweede omdat het wijdere implicaties heeft.
Het Onze Vader is het christelijk gebed bij uitstek, en komt voor in Lucas (korstste versie), Matteüs en de Didachè.

Het voorwoord

In het voorwoord wordt geklaagd over de afnemende belangstelling voor het joodse achtergronden van de bijbel bij christenen. Ik weet niet of dat waar is, maar het zou in ieder geval een erge zaak zijn. Tenslotte was Jezus een jood.

Het boekje richt zich tot ‘zoekers’ binnen en buiten de kerken. Dus ook tot mij als bahá’í, hoewel de auteurs daar wel niet aan gedacht zullen hebben. In de eerste hoofdstukken wordt het joods gebed behandeld. In het derde en vierde hfdst. komt dan het Onze Vader aan zelf bod. In hfdst. 5 en 6 tenslotte wordt teruggegaan naar de joodse context en krijgt het ritme van het gebed enige aandacht.
Tenslotte wordt de nieuwe vertaling van het Onze Vader kort besproken.

Het eigenlijke boek begint met een kort verhaal, waarvan ik enkel de conclusie geef: “gij zijt met drieën, wij zijn met drieën, ontferm U over ons.” dit gebed is belangrijker dan het hele Onze Vader, als we doen wat in de Schrift staat. Dit wil zeggen, het leven gaat boven de woorden van het bidden.

1. Over het joodse bidden

Het gebed en de bijbel zijn woorden die ons gegeven zijn. Wil dit zeggen dat zij vanuit het goddelijke onze menselijke wereld hebben bereikt ? Of wil het gewoon zeggen dat het woorden zijn die wij traditiegetrouw herlezen en herzeggen ?

Dan gaat het over het belang van stilte, maar vooral over het belang van Gods roepstem naar de mens. Deze staat in contrast met het zwijgen van de goden. (Psalm 115, 7-8) “Zoals zij, zo worden ook hun makers en ieder die op hen vertrouwt”.

Poorthuis herinterpreteert de afgoderij van de bijbel naar onze tijd, door aan het bidden voor een afgod een bepaalde betekenis te geven: het gaat erom dat de mens neerknielt voor zijn eigen projectie, ambitie of hartstocht. Afgoderij is slavernij. Dit gaat volgens mij te ver: de afgoden waren (zoals Poorthuis zelf zegt) slechts een “cultuurgebonden expressie”

Wat wel waar is, is dat God een Naam heeft die niet mag uitgesproken worden. Maar deze gedachte vinden we ook terug in de negatieve theologie, het boeddhisme en het bahá’í geloof: God is de onkenbaarste van het onkenbare. Dit wil zeggen: de Naam van God is onbekend, wij benoemen God slechts.

Over / Voor G’d moeten wij zwijgen. De stilte is Zijn lofprijzing. Daarom gebiedt Jezus het bidden in uw binnenkamer, in het verborgene (Matteüs 6,6). Hij moet bidden met de woorden van God zelf, de woorden van God. Daarom kunnen we het Onze Vader niet ‘zomaar’ bidden, maar slechts in volle aandacht.

Als (joods) voorbeeld voor de biddende mens wordt Mozes genoemd. Zowel voor het lange als het korte gebed. De auteur omschrijft Mozes niet als een ideaalfiguur, maar als een herkenbare mens. Dit is misschien niet helemaal volgens de joodse traditie, die Mozes wel ziet als ideaalfiguur, maar ook als herkenbare mens.

Van Mozes wordt ook het verhaal verteld van de herdersjongen, die tot hem kwam en slechts in heel eenvoudige woorden kon bidden. Daarop sprak Mozes dat hij dan maar in de woestijn moest slapen. Waarop God hem berispte en zei: Ik heb met die man geheel zijn leven geleefd, en jij kan niet eens één nacht met hem leven. Ga gauw de herder halen en geef hem een bed.

In het jodendom bestaat er een relatie tussen leraar en leerling. Dat wordt goed uitgedrukt door Mozes Maimonides toen hij zei: “Dank zei de mannen van de grote synagoge kunnen we bidden, omdat zij de woorden in het gebed gebracht hebben.”

Tussen haakjes: ook hier wordt gewezen op de noodzakelijk volgen van de juiste woorden bij het gebed. Dit in tegenstelling tot het beginverhaal van het boek.

Dan wordt er ingegaan op de roeping van de profeet (met gebreken) en wordt Mozes de profeet bij uitstek genoemd. Hij maakte geen onderscheid tussen de horizontale dimensie (het volk) en de verticale dimensie van het gebed (God).

Dan wordt er nader ingegaan op de psalmen. De verlatenheid en eenzaamheid van de mens staat hier vooraan. Er wordt een analyse van Psalm 22 (Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten) gemaakt. De psalmen zijn zowat het liedboek van de tempel voor de joden. De analyse volgt Erich Fromm in zijn boek “Gij zult zijn als goden”. Erich Fromm was een joods atheïstisch humanist. De psalm verloopt van verlatenheid en wanhoop naar vreugde en bevrijding.

Ook handelt de auteur over de tijd: maar ‘Abdu’l-Bahá zei dat de woorden van het Onze Vader voor de eeuwigheid zijn gegeven: “In de wereld van God is er geen verleden, geen toekomst en geen heden, alle zijn één. Toen Christus dus zei, "In den beginne was het Woord." wil dat zeggen dat het er was, is en altijd zal zijn, want in de wereld van God bestaat geen tijd. De tijd heeft invloed op de mensen, maar niet op God. In het "Onze Vader" zegt Hij bijvoorbeeld: "Uw naam worde geheiligd"; dit betekent dat uw naam werd. wordt en altoos zal worden geheiligd. Ochtend, middag en avond hebben betrekking op deze aarde, maar op de zon bestaat geen ochtend, middag of avond.”

Een spreuk van Hillel over de tijd zegt: “Als ik niet voor mij ben, wie is voor mij? Maar als ik alleen voor mezelf ben, wat ben ik? En als niet nu, wanneer dan?

Tenslotte sluit dit hoofdstuk af met de tegenstelling tussen discipline en spontaneïteit. Er wordt gesteld dat de spontane expressie de ideale vorm van bidden is. Het wekt de innerlijke toewijding op (kawana). Zoals bij de herdersjongen. In tegenstelling tot het formele gebed.

2 Enkele joodse gebeden

In het tweede hoofdstuk van het boek gaat het over het joodse gebed, en dan vooral over het Achttiengebed en het Sjema Israel.
Het eerste punt is: het leven is belangrijker dan het gebed: “… als je aanhoudend bidt, luister ik niet. Aan jullie handen kleeft bloed. … maak een eind aan je misdaden … bied wezen bescherming, sta weduwen bij.” (Jasaja 1, 11-17)
Zoals Jezus in de Bergrede zei: “Wanneer je je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je je broeder of zuster iets verwijt, laat dan je gave achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen.”

Dan wordt er ingegaan op de gebedstijd: driemaal daags zult gij bidden, zoals het Achttiengebed driemaal wordt gezegd: ’s morgens, ’s namiddags en ‘s avonds. Er staat in de Didachè na het Onze Vader: “Zo zult gij bidden, driemaal per dag.”

Over het Achttiengebed zou veel kunnen gezegd worden, maar er wordt in dit boek niet op ingegaan. Een heldere uitleg vind je in “Het gebed van Israël” uit 1985. In Avinoe wordt enkel een verkorte versie van het middengedeelte van het Achttiengebed gegeven, dat inhoudelijk veel overeenkomsten vertoont met het Onze Vader.

Dan volgt een uitgebreide bespreking van het Sjema Israel. Het gaat daarbij om Deutoronomium 6, 4-9. dat begint met: “Hoor Israël, de Heer onze God, de Heer is één. Heb daarom de Heer lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.” Daarin kunnen we enige gelijkenis vinden met de beginregels van het Onze Vader “Geheiligd zij uw Naam. Uw rijk kome, Uw wil geschiedde”

Bahá’u’lláh voorzegde, dat op de Eindtijd in de Laatste Dagen hetzelfde geestelijk Koninkrijk, dat Hij in de harten van de enkeling legde, in de gehele wereld onder alle mensen zou worden opgericht. Hij gaf deze lering in Zijn 'Onze Vader', dat niet alleen een gebed, maar ook een profetie is: "...uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, zoals in den hemel zo op de aarde."

Jezus zelf gebuikt het Sjema Israël als hem gevraagd wordt wat het grootste gebod is. Hij antwoordt daarbij met het Sjema Israël als eerste gebod, en vult aan met het tweede: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.” Dit is “met inzet van al uw krachten”.

Met heel uw hart zult gij liefhebben: d.w.z. zowel met de goede als met de kwade driften. Maar er staat levav sjalem: het geheelde hart. Zo is bijvoorbeeld de seksuele drift een noodzakelijk kwaad om zich voort te planten.

De “jetser hara” zoals de kwade driften worden genoemd, zijn ook een symbool voor afgodendienst, dit is voor alles wat niet in de Thora staat.

Vervolgens spreekt het boek over de privégebeden van de rabbijnen. Naar aanleiding daarvan gaat Poorthuis in op de term “zuurdesem”. Dit is een aanduiding van de “jetser hara” en duidt op verderf en verknechting, slavernij. Maar het kan ook duiden op iets wat klein begint en dan alles-omvattend wordt, zoals het Koninkrijk bij Jezus.

Tenslotten eindigt Poorthuis met het Kaddisj-gebed. Daarin vinden we de sterkste overeenkomsten met het Onze Vader. Het is een lofprijzing van de Heer. Het bevat dus niet de 3 smeekbeden van het Onze Vader: geef ons ons dagelijks brood, vergeef onze schulden, leidt ons niet in beproeving.

3. De overlevering van het Onze Vader en 4. Vergelijking van de overgeleverde teksten

Vooral Matteüs situeert het Onze Vader historisch. Men moet het gebed niet huichelachtig bidden, maar in het verborgene. Lucas daarentegen situeert het Onze Vader door middel van associatie. Bij Lucas vragen de leerlingen dat Hij hen leert bidden zoals Johannes de Doper. In de Didachè tenslotte gaat het om een liturgisch gebed.

Bij de vergelijking van de overgeleverde teksten moeten we kijken naar de vertaling: van het Aramees (de taal van Jezus) en het Grieks (de taal van de evangelist). Het gaat in het bijzonder over het woord “toekomende”. In de drie versies van het Onze Vader lezen we immers:”het brood het toekomende geef ons heden”.

Beginnen we bij Lucas:
Hier begint het gebed met “Vader”, of beter “Abba”. Dit vinden we ook in het evangelie van Johannes, bij het zogenaamde hogepriesterlijk gebed: “Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van Uw Zoon …” Ook in de brieven van Paulus vinden we naast het Griekse Vader ook het Aramees Abba en bij Marcus in het lijdensverhaal. Het is duidelijk een ‘gewoon’ woord.

Dan komen de twee wensbedes: “Geheiligd worde uw naam” en “Kome uw heerschappij”
Dan komt “Ons brood het toekomende geef ons heden”. Dit kan zowel betekenen “Geef ons het brood dat ons toekomt” als “Geef ons het brood voor de toekomende dag”. Ook het werkwoord “geven” in Lucas en Matteüs heeft twee verschillende betekenissen. In Lucas betekent het “geef ons telkens opnieuw” terwijl het in Matteüs is “Geef ons vanaf nu, definitief”. Wat volgens mij belangrijker is, is de referentie naar het Manna, waar God zei: “Ik zal voor jullie brood uit de hemel laten regenen. De mensen moeten er dan elke dag op uitgaan om net zoveel te verzamelen als ze voor die dag nodig hebben.” Hier is het sociale gerechtigheidsgevoel gekoppeld, dat in beide teksten zit.

Bij de volgende zin over de vergeving van zonden gebruikt Matteüs de woorden schuld en schuldenaren, terwijl Lucas het over zonden heeft. Misschien is Lucas hier beïnvloedt door Paulus, die ook dikwijls het woord zonden gebruikt.

Tenslotte de zin “leid ons niet in beproeving”. Het verschil in betekenis wordt duidelijk door het verschil in de katholieke vertaling als “bekoring” en de protestantse als “verzoeking”. Door terug te keren naar het oorspronkelijke woord komt ook de band met de Bijbelse verhalen van Abraham, Mozes en Jezus terug op de voorgrond.

De voorkeur van de gebruikers van het Onze Vader ging echter uit naar de versie in het evangelie van Matteüs. Hij sluit meer aan bij de joodse teksten (zeker als we de afsluitende bede erbij betrekken) en misschien was het gebed al in gebruik toen Matteüs zijn evangelie schreef. Zo bijvoorbeeld het meervoud “hemelen”. Het woord hemel kent immers geen enkelvoud in het hebreeuws.

De derde bede, “kome uw heerschappij” was voor Matteüs van groot belang. Zijn evangelie is immers geheel doordrongen van de komst van het koninkrijk van God. Zo schrijft hij bijvoorbeeld: “bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is gekomen.”
“Geschiede Uw wil, zoals in de hemel zo op aarde”. Volgens de joodse overlevering betekent dit dat Gods wil zowel in de hemel als op aarde geschieden. Maar in de christelijke traditie ging de betekenis over naar: uw wil geschiedde op aarde, zoals hij in de hemel al geschied.

“Ons brood het toekomende geef ons heden”: bij Matteüs wordt duidelijk gevraagd om nu, heden, het brood voor de toekomst al te geven. Er kan echter ook een eschatologische uitleg aan gegeven worden, waardoor de bede betekent dat heden het koninkrijk van God moet beginnen.

Aan de 6de bede “en leid ons niet in beproeving” voegt Matteüs toe: “maar bewaar ons voor de (of het) boze”. Daarbij kan “de boze” zowel persoonlijk verstaan worden als de satan, als ook als “het boze”.

5. De thema’s van het Onze Vader

Tenslotte spreekt het boek nogmaals over de thema’s in het Onze Vader.  Zo wordt er aandacht gegeven aan God, de Vader in het Joods-Bijbels spreken. We vinden die uitdrukking in heel wat Talmoedische teksten terug. Ook in het Achttiengebed begint de 5de zegenspreuk met: “Doe ons omkeren, onze Vader, tot de Tora”. Geheiligd zij uw Naam: dit wil zeggen dat de Naam, het tetragammaton JHWH niet uitgesproken wordt. De derde zegenspreul van het Achttiengebed begint met “Gij zijt heilig en uw naam is heilig”. En op de sabbat bidden joden “Uw Naam, Heer onze God worde geheiligd”.

Dan volgt “uw koninkrijk kome”. Dit is verbonden met een messiaanse verwachting. Volgens het boek is messianisme: de spanning levendig houden tussen realisatie en berusting. In het Kaddisj-gebed staat: “Moge Hij zijn koninkrijk vestigen in uw leven en in uw dagen … snel en in de nabije tijd.” Het messianisme heeft een ethisch-religieuze betekenis: hij is te vinden onder de armen. In het gebed dat bij een overlijden gezegd wordt staat “De Eeuwige zal Koning zijn over de hele wereld – op die dag zal de Eeuwige één zijn en Zijn Naam één”.

Over God’s wil staat in Pirke Avot: “Doe Gods wil als uw wil, opdat Hij uw wil doet als Zijn wil. Laat uw wil plaatsmaken voor Zijn wil.”

Dan wordt er nogmaals ingegaan op de vraag naar de betekenis van het brood voor vandaag. Ook hier weer de vergelijking met het manna uit de woestijn. Juist doordat het manna het gewone dagelijkse brood tot een teken van Gods zorg maakt, wordt het volk elke dag opnieuw herinnerd aan Gods Tora. Zo ook Jezus in de Bergrede: “Wees niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten … zie naar de vogelen des hemels ze maaien niet en zaaien niet …”. En in de bahá’í gebeden lezen we “vernederd zijn wij, geef ons Uw heerlijkheid. De vogels in de lucht en de dieren op het veld ontvangen iedere dag van U hun voedsel en alle schepselen ondervinden Uw zorg en goedertierenheid.”  Ook is er overeenkomst tussen Rabbi Simeon bar Yochai (auteur vande Zohar) die zei: “De Tora is ter bestudering gegeven aan de manna-eters” en de uitzending van de leerlingen van Jezus: “Neem geen brood mee, geen reistas, geen geld”. Ook in de tegenstelling tussen Hillel en Sjammai zien we dit: Sjammai zei: “Tref vanaf de eerste werkdag voorzorg voor de Sabat”, terwijl Hillel sprak: “Geprezen is de Heer, dag na dag”.

Over zonde en omkeer staat het volgende in Jezus Sirach: “Vergeef uw naaste zijn onrecht, dan worden, wanneer gij er om bidt, uw eigen zonden kwijtgescholden.” En in de Babylonische Talmoed staat: “Laat de zonden verdwijnen van de aarde” en niet de zondaren die wij allemaal zijn.

Tenslotte over beproeving en verlossing: In de brief van Jacobus lezen we “Wie inbeproeving komt, moet niet zeggen “die beproeving komt van God”. … Als iemand beproeft wordt dan is dat door het trekken en lokken van zijn eigen begeerte.”. Hier zien we een overeenkomst met het boeddhisme: Om het lijden te vermijden dienen we ons los te maken van onze eigen verlangens en behoeften.

Notities bij het voorwoord en de inleiding: Er wordt van uit gegaan dat de Didache (uitspraak: Didakèh) in het gebied van Egypte, mogelijk Syrië, is ontstaan omdat de verspreiding vooral in deze gebieden, en in de Koptische (Egyptische) en Ethiopische kerkordes, is terug te vinden. Mogelijk dat de Didache ook in Klein-Azie bekend was, hoewel de brieven van Paulus in de Didache niet worden aangehaald. We weten niet precies hoe oud de Didache is. De meningen over de datering van de Didache lopen uiteen van 44 tot 131 na Chr. Veel van de teksten in de Didache zijn in Mattheüs terug te vinden, maar zonder dat zij hieruit overgenomen lijken te zijn, waardoor het mogelijk is dat beide geschriften in dezelfde tijdperiode zijn ontstaan.(1) Het evangelie van Mattheüs is (op basis van historische bronnen) waarschijnlijk rond 58 na Chr. ontstaan. Sommige onderzoekers menen dat Mattheüs gedeeltes uit de Didache en Marcus zou hebben overgenomen, anderen zeggen dat het juist andersom is. Mogelijk ook dat de woorden van Jezus mondeling of schriftelijk los werden overgeleverd. Omdat de Didache geen verwijzing naar de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr. heeft, wordt zij door een aantal onderzoekers vóór die datum geplaatst. Anderen kiezen voor een latere datering omdat de Didache spreekt van de ‘gemeente in de uiteinden der aarde’ (Didache IX:4), iets wat in de eerste jaren van de evangelieverspreiding nog niet het geval was. Omstreeks 107 na Chr. schrijft de kerkvader Ignatius over een (hiërarchische) kerkstructuur met een één-hoofdige leiding van een Bisschop, met daaronder oudsten en diakenen, iets waar in de Didache nog geen sprake van is. In de Didache wordt, net als Paulus dat doet, over meerdere opzieners (episcopos, bischoppen) gesproken. Waarschijnlijk is de Didache aan het einde van de eerste, of het begin van de tweede eeuw ontstaan, hoewel een vroegere datering niet is uitgesloten. De meest waarschijnlijke datering ligt tussen 90 en 110 na Chr.

Indeling
De Didache is opgedeeld in zestien kleine hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn in grote lijnen op te splitsen in drie delen

Deel 1: Aanwijzingen voor het leven
Dit gedeelte beslaat een groot deel van de Didache: de eerste zes hoofdstukken. De hoofdindeling in dit deel wordt gevormd door de ‘Leer van de twee wegen’: de weg van het leven en de weg van de dood. Veel uitspraken in dit gedeelte sluiten aan op de Bergrede.

Deel 2: Aanwijzingen voor de doop, vasten en dankzegging
Hoofdstuk 7 geeft praktische aanwijzingen voor het dopen. Opvallend is dat wordt aangegeven hoe, afhankelijk van de beschikbaarheid van (stromend) water, er gedoopt moet worden. Hoofdstuk 8 gaat over het vasten, en de hoofdstukken 9 en 10 geven praktische aanwijzingen voor de gebeden rond de dankzegging (de eucharistie of het avondmaal).

Deel 3: Aanwijzingen voor het gemeenschapsleven
De hoofdstuken 11 tot en met 13 geven praktische aanwijzingen voor het gemeenschapsleven; hoe om te gaan met gastvrijheid en rondtrekkende profeten en leraren. Hoofdstuk 14 gaat over het samenkomen, en hoofdstuk 15 over het kiezen van opzieners en diakenen. Hoofdstuk 16 vormt de afsluiting van de Didache met een voorspelling over de toekomst.


Schouten Henk , De vijf religies van de wereld : hun oorsprong, bronnen, leefregels, stromingen en verhalen , Ten Have , 2009 (voorgesteld op vrijdag 3 juni 2016 door Guido Cooreman) .

De vijf religies van de wereld
hun oorsprong, bronnen, leefregels, stromingen en verhalen

Door Henk Schouten

Als van een boek de twaalfde druk verschijnt dan kun je zeggen dat het zijn bestaansrecht meer dan bewezen heeft. Dat geldt voor de beknopte inleiding die Henk Schouten, godsdienstwetenschapper en met een achtergrond als docent meer dan tien jaar geleden schreef over de vijf grote wereldreligies. In licht gewijzigde vorm is daarvan nu de 12e druk verschenen. Schouten behandelt de religies in chronologische volgorde. Hij begint dus bij het hindoeïsme en boeddhisme als oudste religies, om vervolgens de drie grote monotheïstische religies van jodendom, christendom en islam te behandelen.
Volgens de inleiding schreef hij zijn boek met name voor studenten in het HBO en dat is goed te merken aan de opzet die zeer informatief is maar ook enigszins schools. De lezer krijgt vooral feiten voorgeschoteld, over oorsprong, bronnen, leer en leven. Ook word je geïnformeerd over diverse stromingen en tradities binnen de religies. Kort en bondig. En handig, wat ook geldt voor het register aan het einde van het boek, met een woordenlijst van de belangrijkste begrippen uit de diverse religies. Hier vind je alles overzichtelijk bij elkaar, op een evenwichtige manier gepresenteerd. Informatie die je ook wel op Internet kunt vinden, maar daar uit verschillende bronnen van ongelijk gewicht bij elkaar moet klikken.
Het boek beperkt zich tot zakelijke informatie. Tussen de regels door klinkt soms iets door van hoe mensen hun religie beleven, maar dat is slechts spaarzaam. Bij lezing vroeg ik me af of vertegenwoordigers van de diverse religies zich in de weergave zouden herkennen. Zij zijn toch de eerste informanten, zou je zeggen, maar komen op geen enkele manier aan het woord. 
In het slothoofdstuk wordt een voorzichtige vergelijking gemaakt tussen de religies. Maar de interreligieuze dialoog ontbreekt. Ook wordt er geen inventarisatie gemaakt van de uitdagingen waar de grote wereldgodsdiensten vandaag voor staan. Dat valt buiten de opzet van het boek, zal de schrijver zeggen. Terecht, maar dat maakt dan meteen de beperking van dit boek uit.
Dat het boek zich beperkt tot zakelijke informatie is waar. Maar deze zakelijke informatie beperkt zichzelf tot de zakelijke kant van religie, d.w.z. de praktische uiterlijke beleving zoals deze wordt waargenomen door de gewone man. Maar niet zoals deze beleeft wordt door een aanhanger van de religie. Het boek beschrijft wat er gebeurt, niet hoe het gebeurt. Dardoor komen toch wat beperkingen in zicht. Laten we deze bijvoorbeeld iets nader beschouwen voor het Hindoeïsme.

Henk Schouten legt de betekenis van kasten uit: de Tweede laag van het Hindoeïsme bestaat uit de religie der Ariërs, die hun stempel hebben gezet op de sociale orde, uitgegroeid tot het latere kastenstelsel. In de wereld heerst een kosmische orde. Tot die orde behoort ook het kastenstelsel. De vier kasten kennen ook nog duizenden subkasten of yati’s. Officieel is het kastenstelsel afgeschaft, maar in de praktijk werkt het nog heel sterk door.
Dit alles wordt besproken in 1.1. Naam en oorsprong en 1.2. Dharma – bestemming – kosmische orde – kaste. Ook later wordt hiernaar verwezen in 1.6. Ethiek, in 1.7.1. Overgangsrituelen  en 1.7.3. Reinheid en gezondheid.
Dit lezend zou je kunnen denken dat het kastensysteem nog steeds het leidend principe van de hindoe godsdienst is. Dat er in vele hindoe bewegingen, zoals de Hare Krishna beweging en Arya Samaj het kastesysteem wordt verworpen schijnt minder belangrijk hoewel deze laatste zowat 20% van de Nederlandse Hindoes vertegenwoordigt. Ook in de andere hindoe richtingen in het westen wordt aan de kastenindeling geen of weinig belang gehecht. En zelfs in meer en meer verstedelijkt India is het kastensysteem zeker niet meer door de religie bepaald. Het is veeleer de traditie waardoor je tot een bepaalde kaste behoort. Een goed voorbeeld is programmeur. Dit beroep past binnen geen enkele traditionele kaste. De eigenaarsfamilie van staalgigant Tata is dan weer Jain, een religie die buiten de kaste indeling valt.
Ook zou je kunnen denken dat alleen brahmanen de veda’s kunnen lezen (maar allen de brahmanen kunnen de veda’s lezen en uitleggen, staat er), maar dat is natuurlijk verleden tijd.

Dit verschijnsel doet zich voor bij de verschillende godsdiensten, waar de moderne evoluties niet of weinig aan bod komen, terwijl gefocust wordt op de (oude) tradities.

Een tweede punt van onderzoek is de vraag hoe het staat met de dialoog en het samenleven van de verschillende religies. Eigenlijk wil Hendrik Schouten daar niet over schrijven, maar hij gaat er meer op in in het laatste hoofdstuk: “Vergelijkenderwijs”.

Eerst enkele vergelijkingen die in het boek zelf worden gegeven:

Voor het hindoeïsme vinden we tweemaal christendom, en éénmaal jodendom, islam en boeddhisme.
Voor het boeddhisme vinden we tweemaal christendom en eenmaal hindoeïsme. Terwijl het boeddhisme toch in een hindoe-omgeving is ontstaan en in het begin als een sekte van het hindoeïsme werd beschouwd.
Voor het jodendom vinden we viermaal christendom, tweemaal islam en eenmaal atheïsme.
Voor het christendom vinden we dertien keer jodendom, tweemaal islam, boeddhisme en hidoeösme.
Voor de islam tenslotte vinden we twaalf maal christendom, acht maal het jodendom, eenmaal het hindoeisme en eenmaal de hanifs.

Deze voorbeelden duiden er eigenlijk op dat de dialoog tussen de religies niet aan bod komt. Enkel naar historische banden wordt veelvuldig verwezen. Bovendien zijn er nog een paar onduidelijkheden:

“De leeftijd waarop de besnijdenis plaatsvindt varieert van land tot land, meestal tussen twaalf en vijftien jaar”, staat er.  Nochtans wordt hier de besnijdenis vaak vroeger uitgevoerd, en wel als het kind nog klein is. Dit is trouwens niet in tegenspraak met de Islam, net zoals het niet besnijden trouwens.

De ‘Gulden Regel’ wordt voor het eerst en het laatst genoemd in het jodendom, zonder verdere uitleg. Dat is toch wel ver uit de bocht gaan. Wij weten wel wat de ‘gulden regel’ is, maar of alle leerkrachten dat weten is twijfelachtig, en studenten zeker niet, ook niet in het HBO.

In het laatste hoofdstuk (6) tenslotte, spreekt Schouten over de vergelijking tussen de godsdiensten. Dat is natuurlijk moeilijk, en hij wil dan ook slechts “op een paar vragen ingaan, ter verduidelijking”.
Wat houdt die “verduidelijking” in: dat alle religies overeenkomsten hebben en verschillen. Maar dat is niet voldoende volgens mij. Waar zitten de verschillen, en waar zitten de overeenkomsten? Volgens de bahá’í-leer zitten de verschillen in de sociaal-historische kant van de religie, terwijl de overeenkomsten zich aan de spiritueel-goddelijke kant bevinden. De ene waarheid kan steeds worden gevonden, of men nu christen, boeddhist of bahá’í is.

Schouten zet in 6.3 Wat is waarheid ? wetenschap en religie tegenover elkaar, als zouden ze een andere waarheid beschrijven. Ook dat is volgens mij onjuist. De waarheid is één. Als iets waar is in de godsdienst, dan is het ook waar in de wetenschap. Geloof “de” waarheid noemen is volgens mij fout. Geloven doe je omdat je dat geloof het beste vind, niet omdat het “de” waarheid is.

Ook bij 6.4 Mystiek en Spiritualiteit gaat Schouten mijns inziens te kort door de bocht. Hij onderscheidt twee centra van betrokkenheid: het ego en het transego. Het transego, dat instaat voor de ander zorgt dan voor religieuze ervaringen. Dit is volgens mij helemaal niet juist. Over de ziel heeft Schouten het niet: die bestaat blijkbaar niet voor hem. De ziel is echter een kernpunt voor elk geloof. Daarom meen ik dat Schouten geen kijk op geloof geeft, maar op godsdienst. Hij bekijkt de buitenkant, maar laat de innerlijke wereld onaangeraakt. Nochtans ligt daar volgens mij de kern van elke godsdienst.

Eindelijk, in het 6de deel van hoofdstuk 6 heeft Schouten het ook over “de humanisten”. Ook hier ontbreekt enige uitleg wie hij hiermee bedoelt. Hoewel hij zelf predikant is geweest. Hij bekijkt religies teveel als iets menselijks, niet van goddelijke oorsprong.

Ook in 6.7 Leven en dood spreekt hij over humanisten. Die kunnen immers niet weten wat er na de dood gebeurt, er is immers nog niemand teruggekomen. Het is de enige keer dat hij over de ziel spreekt, en dan vooral in de ‘westerse’ opvatting van religie (christendom, islam).

In 6.8 Ethiek en religie haalt Schouten geen specifieke ethische problemen aan. Hij gaat dit uit de weg en vermeld slechts algemeen dat elke religie zich wel om ethiek bekommert. Het hindoeïsme en boeddhisme zouden zelfs geen sociale ethiek hebben. Enkel de ‘monotheïstische’ religies en het daaruit voortvloeiend humanisme kennen sociale gerechtigheid en vrede.

Er wordt naar mijn inzicht telkens gewezen op de verschillen met andere godsdiensten, terwijl ik als bahá’í eerder de gelijkenissen zou zien. Schouten zegt in de verantwoording: “In de opbouw heb ik niet gestreefd naar één vaste volgorde van de onderdelen, omdat zoiets altijd geweld doet aan wat in de verschillende godsdiensten zelf het meest van belang is.” Wel maakt hij een duidelijk onderscheid tussen wat hij noemt de ‘monotheïstische” religies, christendom islam en jodendom, en de polytheïstische zoals het hindoeïsme. Anderzijds noemt hij hindoeïsme en boeddhisme monistische godsdiensten, d.w.z. dat er maar één waarheid is. Ik geloof zelf dat al deze onderscheiden gedeeltelijk waar zijn en gedeeltelijk niet waar, dus eigenlijk onbruikbaar om iets te zeggen over de verschillende religies. Ook noemt hij de Sikh relgie ‘syncretistisch’, maar ook dat is slechts waar vanuit een zeer westers oogpunt. Ik geloof niet dat de Sikhs zich graag als syncretisten zouden bestempelen.

Wanneer we dit alles bekijken zou men het boek eerder negatief moeten beoordelen. Anderzijds geeft het wel concrete informatie over de godsdiensten die handig en nuttig kan zijn. Persoonlijk vindt ik vooral deel 6 een onjuiste weergave van de godsdienst en zijn doelstellingen.



Souleymane Bachir Diagne , Filosoferen in de islam , 2016 , vertaling van 'Comment philosopher en Islam?' (2008) (voorstelling op vrijdag 21 april 2017 door Guy Tariq Meynen)

De Franstalige titel van het boek, in 2008 uitgegeven luidt : 'Comment philosopher en Islam?'  De vertaler/ vertaalster nam de vrijheid om de titel onjuist te vertalen, liet uitschijnen dat de mogelijkheid tot filosofie beoefening in Islam twijfelachtig is. een onverantwoordelijke vrijheid volgens mij en ook voor de schrijver zélf indien er van op de hoogte is. Hoeveel onnauwkeurigheden bevat deze vertaling nog méér? Ik kan onmogelijk een bespreking geven van het origineel vermits ik het niet kén. Tenzij ik het Franstalige boek ook koop en dan hierop mijn uitleg baseer. Dat heb ik er niet voor over. Bovendien zou ik de toehoorders dan min of meer verplichten om de Franstalige versie ook te kopen wat erg omslachtig is.

Nog een 2e zwak punt is dat het voorwoord onnauwkeurigheden bevat en niet van een auteursnaam voorzien is.

Ik heb echter de opdracht op mij genomen van dit boek te presenteren en daaraan hou ik mij.  Al neem ik ook mijn vrijheid :

Kort gehouden, op basis van eerdere kennis en de bedoeling van de schrijver : filosoferen in Islam is mogelijk. Alleen is niet duidelijk hoe. En hoe verhouden zich theologie en filosofie tot elkaar in het meest algemene gelovig perspectief? Zeker is dat de verwondering over het feit van de Quran Openbaring een filosofisch vertrekpunt was en nog steeds is voor hedendaagse Moslim - filosofen. Ook lijkt mij de verhouding tussen Islam en filosofie niet erg verschillend van die tussen Christendom en filosofie. Wellicht een discussiepunt.

Daarover kan de discussie nà de korte boekvoorstelling gaan.

De meest expliciete uitleg over filosofie door Moslims is in historisch perspectief geplaatst, in een maatschappij waarin de kennis beperkt werd tot een selecte groep die dan ook door het staatsgezag werd gecontroleerd. De meest uitvoerig besproken filosofen, Ibn Rushd en Ibn Tufayl een generatie eerder, waren staatsambtenaren in het Moorse Cordoba. De 2e, Ibn Rushd, bekender onder de Latijnse naam Averroes, was eerst een gesalarieerde hoveling, werd daarna een uitgespuwde paria omwille van puur politieke motieven, hij stierf in ballingschap in Marokko na een interne verbanning in Lucena. Dit weerspiegeld zich in diens filosofische stellingnames : hij was zich erg risico-bewust. Wat niet volstond om zijn manuscripten van de vernietiging te redden.

In de hedendaagse context van onze seculiere staten zou een discussie over filosoferen in Islam er heel anders uitzien, véél gunstiger.

Het nawoord van 2 Nederlandse commentatoren over dit boek ga ik evenmin behandelen. er zitten genoeg commentatoren in het lokaal.

Uit dit boek van ongeveer 140 blz. heb ik er, hoofdstukgewijs, zowat de helft geselecteerd.

De tekst op de achterflap is een goed begin : Dit boek is als een woning. Om binnen te komen moet de lezer de volgende zinnen uitspreken aan de deurtelefoon :

'Filosofie ontwikkeld zich waar vrije geesten naar waarheid zoeken, los van enig vooroordeel.'

Dit geldt ook voor de filosofie die bedreven wordt binnen de Islam. Denkers als Avicenna, Ghazali, Averroes en recenter al-Afghani, Aberraziq en Iqbal namen tal van filosofische kwesties onder handen...

Inleiding van 4 blz : auteur onduidelijk, niet behandeld.

1. Filosoferen is onvermijdelijk. De Koran-tekst is zo verbrokkeld, de originaliteit is zo versluierd en de linguïstiek bevat zoveel interpretatiemogelijkheden.  Alle menselijke kennis is noodzakelijk om het ethisch perspectief van de Quran op de voorgrond te halen. Filosofie is hierbij één der kennis terreinen.

Daarnaast is filosofie ook gebruikt door de vroege Moslim geleerden om in dialoog te kunnen treden met Griekse collega's van vooral de Mediterrane Christelijke Kerken. De kritiek der fundamentalisten op de filosofie heeft vooral met deze 2e toepassing te maken.

2. Hoe een taal filosofisch wordt : historische schets. Droom van kalief al-Mamun over de Griekse filosofie.

3. Wat betekent het dat een filosofie Islamitisch is? Meer met onderwerp dan met methode te maken.

4. Tegen de filosofie? Al Ghazali was een Asharitische theoloog met alle gevolgen en risico's  er aan verbonden. Hij beweerde de filosofen met eigen wapens te verslaan door hun argumentatie te ontleden en dan te weerleggen, weliswaar vanuit de eigen axioma's. Een cirkelredenering eigenlijk. Maar zijn verwerping moet bekeken worden in de toenmalige politieke realiteit.

5. Een les in ecologische filosofie met Ibn Tufayl van Cadiz. Historische schets nogmaals. Breng zijn boek even mee.

Mijn belangrijke conclusie is dat Ibn Tufayl de evenwaardigheid poneerde van intuitieve natuurReligie en de Geopenbaarde Religie der Quran.

6. De verplichting tot filosoferen. Interpretatie van Quran passage om te verduidelijken. Zeer belangrijk. Een sleutelzin veranderd van betekenis als de -achteraf toegevoegde- leestekens anders worden gelezen.

Dit zal ik voorlezen omdat de klank, de intonatie van een zin beslissend is.

7. De behoefte om te filosoferen. Kennismaking met de Islamkritische orientalist   Ernest Renan  (koloniaal-neerbuigend) en de hervormer  Djamal-ud-Din al-Afghani. In deze (bijna) hedendaagse tijd is er geen scheiding tussen de kennisgave voor 'elite' en 'massa'. Hierdoor is Al-Afghani verplicht te zigzaggen daar waar de klassieke reeds vermelde auteurs deze ruimte om 'af te wijken' zelfs theoretisch niet hadden.

Eigen opmerking , niet in het boek : Al Afghani was een vrije, zwervende reiziger tenminste als hij niet 2 maal voor enige tijd werd opgesloten in Egypte meen ik. 2 maal kon hij zich naar buiten praten wat hem een reputatie van 'jassendraaier' bezorgde.  Hier maakt de schrijver een sprong van 500 jaar voorbij de situatie in de vorige hoofdstukken.

8. De filosofie der hervorming : 3 belangrijke figuren Muhammad Abduh (Egypte / eind 19e eeuw) , Ali Abdrerraziq en Muhammad Allama Iqbal (1e helft 20e eeuw beiden, Egypte en Pakistan respectievelijk)  Zij gaven een eigen, Islamitische kleur aan de moderniteit.

Hun positie tussen Moslimgemeenschap en moderne bestaanswijze maakte hen het leven moeilijk.

9. De filosofie van de beweging : 2e helft 20e eeuw. Leopold Senghor, filosoof en staatsman uit Senegal.  Dan Iqbal nog die helaas té jong stierf om het onafhankelijke Pakistan te kennen.

Besluit over pluralisme en het concept der verwarring tussen de '73 sekten' die, hedendaags bekeken, allemaal naar het Paradijs kunnen gaan ipv. slechts één. Dit is de nieuwe interpretatie van  prof. Diagme zélf.

Dit is namelijk een overbekende 'Hadith' waarin het pluralisme verworpen lijkt te worden.

Dan volgt nog een nawoord van 2 Nederlandse commentatoren dat ik eveneens oversla.

Mijn aanbeveling : koop deze Nederlandse vertaling niét. Het Franstalige origineel is ongetwijfeld beter doch waarschijnlijk ook moeilijker. Beoefen filosofie ipv. erover te lezen.



Van Schaik Carel , Michel Kai , Het oerboek van de mens . De evolutie en de bijbel , Amsterdam , Balans , 2016 (voorgesteld op vrijdag 7 oktober 2016 door Bert Smeets) .

Het OERBOEK van de mens. 
Carel Van Schaik en Kai Michel, Uitgeverij Balans, Amsterdam, 2016.  424 blz.                                                                         
In de inleiding maken de auteurs duidelijk waarom zij dit boek hebben geschreven. Nadat de Bijbel eeuwenlang als het ‘Woord van God’ werd gelezen groeien vandaag de pogingen om ook de profane lagen van het boek te bekijken en het boek dus zonder religieuze bril te lezen. De auteurs willen de Bijbel lezen vanuit de nieuwste inzichten van de evolutiewetenschap. Wat heeft de Bijbel ons te vertellen over de culturele evolutie van de mens ?  Vanuit een systematische Bijbellezing trachten zij een reconstructie te maken van de ontwikkeling van cultuur en religie en ook de drijvende krachten en wetmatigheden achter deze ontwikkelingen.   
Het ontstaansproces van de Bijbel is enorm complex eigenlijk niet meer te reconstrueren. De tijdsperiode waarin het OT. ontstond wordt geschat op +/- 800 jaar (900-100 v Chr.). Met een redactie in de Perzisch-Hellenistische tijd (540-100 v Chr.) vooral tijdens de ballingschap, vaak teruggrijpend op ouder materiaal. Gods woord is mensenwerk, tot op de laatste punt en komma. Het bronmateriaal bestaat uit verhalen van de meest uiteenlopende oorsprong vaak doorgegeven van generatie op generatie, een smeltkroes van qua tekstsoort, herkomst en religieuze intentie extreem veelsoortig materiaal. De afzonderlijke boeken zijn zeker ook niet het werk van één afzonderlijke auteur. De Bijbel is een honderd-stemmen-stroom waarachter een oeroude specialiteit van de Homo Sapiens schuilgaat. Wij kunnen namelijk niet alleen kennis, ideeën en uitvindingen produceren maar wij kunnen die ook doorgeven en verder ontwikkelen en zo het beschikbare repertoire aan culturele kennis en technieken verder verrijken. Dat noemen de auteurs cumulatieve, culturele evolutie, een begrip dat heel dit boek door gehanteerd wordt.                                                                                    
De auteurs vertrekken van twee belangrijke uitgangspunten.                                                                               

1. Evolutionair gezien kunnen wij spreken van de opkomst van de Homo Sapiens vanaf 200.000 jaar geleden die als jagers-verzamelaars in kleine groepen rondtrokken. Maar sinds tien- of twaalfduizend jaar geleden vond hier de grootste gedragsverandering plaats die een diersoort ooit op deze aardbol heeft bewerkstelligd. De neolithische revolutie of uitvinding van de landbouw bracht met zich mee dat de mensen niet meer als kleine groepen jagers-verzamelaars, waar iedereen elkaar kende  door de wildernis zwierven zoals honderdduizenden jaren  voordien. Op zeker moment gaan die mensengroepen zich vestigen, landbouw en veeteelt ontstaan. In eerste instantie een succesverhaal. In een bestek van 10.000 jaar groeide het aantal mensen van 4 miljoen naar bijna 8 miljard. Maar in die grote anonieme samenlevingen ontstonden geweld, ziektes, honger, onrechtvaardige verdeling van goederen, onderdrukking van de vrouw.  Om al dat onheil de baas te worden zochten mensen naar een verklaring voor rampspoed, geweld en epidemieën en een methode om er zich tegen te kunnen beschermen. Alles was doortrokken van het geloof in bovennatuurlijke krachten. En die bovennatuurlijke krachten waren de mens ongunstig gezind omdat er zoveel rampspoed ontstond. Dus moest die toorn van die geesten gesust worden. Veel van wat tegenwoordig als religie wordt beschouwd begon als onderdeel van een cultureel beschermingssysteem. De Bijbel, volgens de auteurs presenteert ons dan ook de meest ambitieuze strategieën om de calamiteiten, ten gevolge van de landbouwrevolutie, het hoofd te bieden. 
De auteurs beschrijven dan chronologisch de belangrijkste verhalen van de Bijbel, waar zij vooral stilstaan bij het Oude Testament. Daar vind je de fundamentele veranderingen in het gedrag van de mens. Geconfronteerd met die problemen komen er meer verfijnde religieuze systemen tot ontwikkeling.   

2. Vanuit dat evolutionair perspectief onderscheiden de auteurs  drie naturen in de mens. De eerste natuur omvat onze aangeboren gevoelens, reacties en voorliefdes. Die zijn gevormd tijdens de honderdduizenden jaren dat de mens als jager-verzamelaar in kleine groepen over de aardbol zwierf. Die zijn genetisch verankerd, hoeven niet aangeleerd te worden en impliceren een soort van natuurlijke moraal ter regulering van het menselijk verkeer. Dat zijn bijv. liefde tussen ouders en kinderen,  gevoel van rechtvaardigheid, verontwaardiging over onrecht, angst voor onbekenden, het gevoel van verplichting tegenover anderen na verleende hulp (wederkerigheid) en zeker ook het aan het werk zien van bovennatuurlijke actoren. Heel die eerste natuur zit vol buikgevoel en intuïtie. Als mensen gaan wonen op vaste plaatsen ontstaan er een hoop problemen die er voordien niet waren en die leidden tot nieuwe gewoontes, reguleringen die de mens zich moet aanléren, dat is onze tweede natuur, onze cultuur-natuur. Dan gaat het over  zeden en gebruiken, religie als cultureel product (cultus), fatsoenregels, goede manieren een soort civilisatieproces. De derde natuur is onze verstand-natuur. Dat zijn de regels die wij navolgen omdat het common sense is. Gezond eten bijv. maximumsnelheid eerbiedigen. Je komt in de problemen als je ze niet naleeft. Vanaf het moment dat je een grote bevolkingsgroei krijgt met alle problemen van dien neemt natuur drie het over. De eerste natuur zit in onze genen en 12000 jaar zijn onvoldoende om die te veranderen.  Natuur twee en drie zijn een cultureel product, zij zorgen dat wij kunnen overleven in grote groepen, maar soms maken ze ons ongelukkig.
Met deze wetenschap gaan de auteurs de verhalen van de Bijbel analyseren en laten ze zien dat de mensen in al de problemen waarin ze verzeild geraken strategieën hebben ontwikkeld om daaruit te raken en religie werd zo een wapen voor alle mogelijke doeleinden van die culturele evolutie. Wie de Bijbel leest gaat er misschien niet altijd God vinden maar het wezen van de mens zal hij aan het einde wel beter begrijpen.

Deel 1.  Genesis : toen het leven moeilijk werd.   

Adam en Eva

Eigenlijk gaat het boek Genesis over onheil. Adam en Eva verdreven uit het paradijs. Kaïn vermoordt Abel, de zondvloed roeit de mensheid bijna uit. Verhalen van de aartsvaders gaan over moord, intriges, bloedbaden … Dat is de wereld waar mensen na de bevolkingsexplosie van de neolithische revolutie mee te maken hebben. En religie wordt de bescherming tegen al dat onheil. Het verhaal van Adam en Eva moeten wij plaatsen tegen de achtergrond van al de oosterse verhalen en mythen die toen de ronde deden en inspiratie leverden voor dit verhaal van Adam en Eva.  Het godenepos Enoema Elisj (scheppingsverhaal), de Babylonische Atrahasis-mythe (zondvloed en Noach), het Gilgamesh-epos (levensboom, slang). Bovendien moet je ook de tijd bekijken waarin deze verhalen geredigeerd werden.  Het verlies van het paradijs maakte de leefomstandigheden van het volk van Israël begrijpelijk.  Het Noordelijk Rijk Israël was door de Assyriërs verwoest, het Zuidrijk Juda volgde later en werd door de Babyloniërs ingenomen met de ballingschap tot gevolg.     Verklaring : God straft zijn eigen volk door toedoen van vreemde volkeren, omdat zij ongehoorzaam en ontrouw waren. Zowel bij het verlies van het Beloofde Land als bij het verlies van het paradijs was er sprake van een straf van God voor gebrek aan trouw. De essentie van het paradijsverhaal is dus dat de mensen ooit anders geleefd hebben en anders wil zeggen beter. Het paradijsverhaal is het verhaal van de achteruitgang in kwaliteit van leven. En dan zitten wij bij het thema van keerpunt in de menselijke geschiedenis. Waar ze als jagers-verzamelaars in kleine groepen rondtrokken, in nauw contact met elkaar, met weinig bezit, zonder echte hiërarchie en machtsconcentratie. De buit werd verdeeld. Samenwerking was cruciaal. Goede relaties waren van levensbelang, niemand kon in zin eentje overleven. Elke man en elke vrouw telde. De evolutionaire ontwikkeling maakten preferenties en morele intuïties voor  iedereen voorspelbaar.  Na de ijstijden, zo’n 15000 jaar geleden veranderden veel streken in een soort paradijselijke toestand, zoals de vruchtbare sikkel tussen de Nijl in het westen en de Eufraat en de Tigris in het Oosten. Omstreeks die tijd begint de landbouw en veeteelt-revolutie. Grote groepen ontstaan, er is niet altijd genoeg eten voor iedereen.  Droogte en overstromingen slaan harder toe. De vraag is kunnen de verhalen uit Genesis werkelijk de neerslag zijn van deze oeroude ervaringen ? Cultuurwetenschappers maken een onderscheid tussen een ‘communicatief’ geheugen dat omvat meestal drie generaties en een ‘cultureel geheugen’ dat veel verder teruggaat en opgesloten ligt in mythes, rituelen , liederen en spreekwoorden. Het lijkt alsof de verhalen in de Bijbel precies het verhaal van de problematische consequenties van de landbouwrevolutie weergeven. Voor de auteurs is dat precies de reden waarom Bijbelse verhalen ons nog steeds aanspreken. Want veel problemen bleven duizenden jaren virulent aanwezig bijvoorbeeld voedseltekort, ziektes en epidemieën, samenwerking, geweld … Problemen die de evolutie ons als erfenis heeft nagelaten.  Terug naar Adam en Eva. Eten van de boom was niet toegestaan, hij was Gods eigendom. Het ontstaan van eigendom is de belangrijkste consequentie van de landbouwrevolutie. Jagers verzamelaars kenden geen bezit. Hij had zijn mes en al de rest werd verdeeld. Al het land was van de groep. Dat veranderde toen mensen zich gingen vestigen. Vanaf toen waren dit mijn planten, mijn bomen, mijn vruchten. Om bezit te beschermen moest er dus iets bedacht worden, verboden, dreigementen.  Eet er niet van of je zal sterven. Hetzelfde geldt voor de positie van de vrouw. Bij de jager-verzamelaar was de verhouding tussen man en vrouw redelijk in balans. Een vrouw kon diverse partners na elkaar hebben. Er was een vrije seksuele moraal in egalitaire groepen. Zij schaamden zich niet voor elkaar. Dat verandert totaal als de man op zijn bezit is bedacht. Zijn zonen blijven bij hem om het familiebezit te beschermen, de dochters worden uitgehuwelijkt en ingezet als handelswaar. Zij worden eigendom van de man. Eva moet kleren aantrekken om haar bekoorlijkheid te bedekken. Op die manier vertellen bijbelverhalen een wereld van oeroude menselijke ervaringen. Zij gaan over rampen waarmee de mensen als gevolg van hun nieuwe levensstijl geconfronteerd worden. In tijden waarin geen wetenschap of filosofie of geneeskunde bestond moest die oplossing komen van wat wij nu religie noemen .

Kain en Abel

Op dezelfde manier kijken de auteurs naar het verhaal van Kaïn en Abel. Waarom ziet God enkel het offer van Abel ? Als de bevolking toeneemt en de vruchtbare gronden schaars is het best dat er maar één alles erft om versnippering tegen te gaan. En dat was de eerstgeborene. Daarom dat Abels bevoorrechting de gevestigde orde ondermijnde. Kaïn verdedigt zijn legitiem belang. Hij wordt bovendien maar mild gestraft. De op bezit berustende samenleving bracht concurrentie, ongelijkheid en geweld in de wereld. De mensen waren daar niet op voorbereid. Vandaar waren er nieuwe regels nodig ook al stonden die haaks op de aangeboren gevoelens.

De zondvloed                                                                                                                                                                                                     

Vanuit onze eerste natuur zoeken wij achter elke catastrofe een bovennatuurlijk wezen. Nietzsche noemde dat ‘de dwaling van foutieve oorzakelijkheid’. Vanuit evolutie-historisch oogpunt was dit zeer belangrijk. Het is beter om ons heen te veel activiteit te onderkennen dan te weinig. (Het niet opmerken van roofdieren kan fataal aflopen). Hoe vaker natuur- en andere rampen zich voordeden, hoe nadrukkelijker de vraag rijst naar het hoe en waarom van dit onheil en hoe meer zich het vermoeden opdringt dat dit veroorzaakt wordt door menselijk wangedrag. Vandaar de zondvloed. En als de natuurramp heeft plaatsgehad brengt Noach een offer aan God en deze sluit een verbond met Noach. Het zal niet meer gebeuren. Religie zorgt ervoor dat de mensen weer gerust kunnen zijn.
Wat is religie ? Religie is een product van cumulatieve culturele evolutie, een cultureel pakket van geloofsopvattingen en gebruiken. De basis van alle religie is religiositeit, zij vormt de biologische grondlaag en is deel van onze eerste natuur. Religiositeit is aangeboren (animisme, geloof in een bezielde natuur, vol geesten en totemdieren). Sjamanen zijn de eerste experts in het omgaan met geesten. En dan kom je bij religie, een afzonderlijk domein van denkbeelden en handelingen en een min of meer uitgewerkte godsdienstige leer. Religie is niét aangeboren maar het resultaat van een institutionaliseringsproces. Als systeem is religie dus cultuur en dus onderhevig aan historische verandering. Religie bemoeide zich aanvankelijk ook niet met moraal. Wij hebben geen goden nodig om ons moreel te gedragen. Maar religie waarborgt samenwerking. En die was nodig. Want in kleine groepen deed iedereen mee of hij lag eruit. In grote groepen weet men het niet altijd. Dan verschijnen er goden met belangstelling voor menselijke moraal, die alles zien. De straffende God is een product van culturele evolutie. Zo levert religie dus de sociale lijm in anonieme gemeenschappen.  Met de landbouwrevolutie ontstaat er een nieuwe wereld. Mensen moeten hun oude leefwijze opgeven en vechten om te overleven. Het ergst zijn de besmettelijke ziektes die de mensen overvallen(o.a. door het intensieve contact met vee en nieuwe huisdieren).  Daar konden alleen maar machtige goden achter zitten.  En die goden waren woedend en moesten dus tot bedaren gebracht worden en dus moest gezocht worden naar gedrag dat dit goddelijk misnoegen had opgewekt en moest dit in de toekomst vermeden worden (preventie). Steeds meer priesters waren nodig. Religie bereikte een hogere graad van institutionalisering. Een nieuwe moraal met regels van onze derde natuur. De goden kozen altijd voor collectieve bestraffing vandaar moest elk individu in de gaten gehouden worden, anders leed heel de gemeenschap daaronder.                                                                                                Omdat epidemieën en ziektes vaak opdoken in de context van seksualiteit, hygiëne of eetgewoonten, liepen vooral die gebieden het risico om zondig verklaard te worden. (Ging in tegen de eerste natuur en werd nu zondig). Maar het systeem was toch min of meer succesvol. Want deze moraal betekende toch enigszins een soort van pre-wetenschappelijke hygiëne.
Dus, ecologische catastrofes, epidemieën en sociale spanningen stonden aan de wieg van de goden. Religie en moraal ontstonden als cultureel beschermingssysteem, want het onheil wordt veroorzaakt door menselijk wangedrag.

De patriarchen.

Literair-historisch zijn de familieverhalen van Abraham, Isaac, Jacob en Jozef op diverse plaatsen ontstaan en op verschillende tijden. Maar alle conflicten die wij erin terugvinden zijn terug te voeren op dezelfde oorsprong : de invoering van landbouw en veeteelt gaan gepaard met een in de evolutionaire geschiedenis nieuw concept van eigendom van land, vee en voorraden. Mannen worden rijk, nemen meerdere vrouwen, krijgen meerdere zonen.  Je krijgt concurrentie tussen broers. Jonge vrouwen trekken hun zonen voor. Het is een blik van de Bijbel op het laboratorium van de culturele evolutie. Zij probeert nieuwe wegen voor een sociale samenleving vast te leggen en aan geweld, ziektes en rampen het hoofd te bieden. Het smeden van familiebanden maar ook bondgenootschappen aangaan, uitbreiden en bijeenhouden.  Ze wil het menselijk gedrag controleren om een einde te maken aan de verschrikkelijke situatie die mensen doet geloven dat een toornige God hen achtervolgt  met alle mogelijke straffen.

Deel  2. Mozes.  Hoe de enige God ontstond.

In het boek Genesis worden wij geconfronteerd met de uitdagingen die de mensheid gedurende de millennia na de neolithische evolutie steeds weer bezighielden. De 4 overige boeken van de Thora presenteren ons de maatregelen om op al die ziektes, oorlogen en catastrofes greep te krijgen. Hier ontstaat een geraffineerd cultureel beschermingssysteem. 4 boeken toegeschreven aan Mozes. Nu weten we ook hier weer dat ten tijde van de Babylonische gevangenschap (550 v. Chr.) de afzonderlijke overleveringen werden samengevoegd tot wat wij nu kennen en Mozes is de literaire kunstgreep die alles bijeenhoudt. Deze boeken bevatten een overvloed aan wetten, regels, aanwijzingen, verspreid over de vier boeken : Exodus, Numeri, Leviticus en Deuteronomium. Naast de 10 geboden vinden we er 613 mitswot (geboden) 365 verboden en 248 geboden. De ontstaanstijd van de Thora ligt tussen de ondergang van Israël in de 8ste eeuw en de terugkeer uit de ballingschap in de 6de en 5de eeuw v. Chr.  Alle wetten werden veelvuldig bewerkt en geredigeerd en de auteurs kwamen uit verschillende fracties van priesters en schriftgeleerden.  Waarom komt dit vooral bij het Joodse volk voor ?
Israël en Juda lagen tussen Egypte en Mesopothamië. Werden voortdurend door vijandelijke legers overrompeld. Er moest toch een oorzaak zijn voor dit onheil ? Daar groeit ook het besef dat één God de oorzaak is van dit alles. Als Hij het gedrag van zijn volk niet goed vindt (en dus straft) dan kunnen wij dat beter verbieden en voorkomen. Al de wetten trachten greep te krijgen op de problemen ontstaan door de opeenhoping van mensen op vaste woonplaatsen. Vandaar wetten voor bescherming tegen geweld, wetten voor bescherming tegen ziektes (doordat ziekte gezien wordt als straf van God is een door God gestrafte zieke dus onrein en is elk contact met hem besmettelijk, hetgeen natuurlijk bijdraagt aan preventie van ziektes), en dan de religieuze wetten (spijswetten, etnische merktekens), wetten voor bescherming tegen het ongewisse (zondebok), wetten voor offers en rituelen. Door offers betaalt de mens zijn schuld en brengt de balans weer in evenwicht. Of op voorhand offeren om God gunstig te stemmen. De schrijvers van de Bijbel hebben met de Thora het huishoudelijk reglement van Gods schepping geschreven. Een adequaat functionerend preventiesysteem.
Op dit moment in de literaire geschiedenis van de Bijbel komt het monotheïsme naar voren.
Het blijft eigenaardig dat het kleinste volk een supergod creëert met wiens hulp meer dan 2500 jaar lang de zwaarste beproevingen worden doorstaan. Machtige goden zoals Mardoek, Baäl, Zeus, Amon verdwenen in de nevelen van de tijd. Als aanvankelijk in Kanaän een bonte mix bestaat van regionale goden ontstaat in het koninkrijk van David en Salomo de behoefte aan een officiële staatsgod om een religieuze basis te creëren voor koning en volk. Jahwe paste perfect in dit profiel als god van de oorlog en het weer. Zo klom hij in Israël en Juda op tot God van de natie. Dan gebeurt de eerste catastrofe, Israël wordt weggeveegd door Assyrië.  De priesters presenteren dan een verklaring dat Israël ten onder ging omdat Jahwe er niet correct werd vereerd. Dus strafte Jahwe hen met behulp van Assyrië. Voor Juda was het duidelijk de wetten van Deuteronomium en co te onderhouden of ze ondergingen hetzelfde lot. Hetgeen gebeurt in 587 v.Chr. Babylonië vernietigt Jerusalem en voert het volk in ballingschap. Jahwe’s autoriteit blijft overeind. Als de catastrofe als straf wordt opgevat, kan de oorzaak van de ramp in de toekomst met correct gedrag worden vermeden. Maar nu is de tempel verwoest, de heilige voorwerpen voor de eredienst zijn verbrand, de hoofdstad is vernietigd, het land bezet. Als Jahwe met die materiële realiteiten verbonden was geweest zou dit zijn einde betekenen. Dus komt hij nu tevoorschijn als een transcendent wezen. Hij is onzichtbaar, woont in de hemel en kan nooit vernietigd worden. De monotheïstische Jahwe is het intellectueel meesterwerk van een kleine elite van priesters en schriftgeleerden, ontstaan in het cumulatieve proces van culturele evolutie, ontstaan vanuit de noodzaak om het eigen volk voor de definitieve ondergang te behoeden.  Ongeluk speelde een dominante rol bij de culturele evolutie van religie.
Maar het monotheïsme werd niet zomaar aanvaard. Het volk morde …
Religie speelt zich vaak af op verschillende domeinen. Het laagste domein is dat van het alledaagse leven. Dat is de volks-, gezins- of huisreligie. Veel mensen kwamen nooit in Jerusalem, het huisaltaar was hun enige tempel, waar zij baden voor welzijn van gezin, clan, gezondheid van kinderen en dieren, goede oogst. Vrouwen waren hier de religieuze experten van de huisreligie. Archeologen hebben tal van beeldjes, amuletten en zegels gevonden van ‘huisgoden’. Wij zullen dit de intuïtieve religie noemen. Dan is er een tweede domein van religie namelijk heilige plaatsen of heiligdommen waar mensen wonen die een bijzondere band hebben met goden en geesten. Het derde domein ontstaat met de komst van koninkrijken en staten. De officiële god die ook een politieke functie heeft. Heiligdom met officiële priesters.
Als de schrijvers van de bijbel, de elite die weggevoerd was naar Babylonië en daar de monotheïstische Jahwe beschrijven met zijn transcendent karakter, beschermer tegen rampspoed, dan is dat intellectueel-institutionele religie die elke andere vorm van religie verbood.
De monotheïstische God is abstract en onpersoonlijk. Hij is alleen. Directe communicatie met hem is nagenoeg onmogelijk. Die is voorbehouden aan priesters. Een monotheïstische god creëert een vacuüm. De alledaagse thema’s van de huisreligie komen niet aan bod. De vrouwen komen niet aan bod. Het volk mort.
De Jahwe-priesters creëren dan de Thora, verhalen die moeten aantonen dat God de enige ware is en dat de weg naar vrijheid loopt via getrouwheid aan de wet.

Deel 3.  Koningen en Profeten : de moraal komt van God.

De geschiedschrijvers van de bijbel, tijdens de ballingschap hanteerden een dubbele strategie : met de Thoraboeken schrijven ze Gods huishoudelijk reglement en met de Nevie’iem  (Profeten) leverden ze het bewijs dat God de naleving van zijn geboden ook vroeger al strikt controleerde.
Eigenlijk klopte dat niet want de machthebbers David, Jozua, Salomo konden zich niet aan de wet gehouden hebben want die was toen nog niet geschreven maar het gaat hier niet om geschiedschrijving, het gaat erom dat rampspoed terug te voeren is op ongehoorzaamheid aan Jahwe. Met kleurrijke verhalen toont het deuteronomistisch geschiedwerk aan dat de ene en enige God altijd over Israëls lot heeft beslist. Zo creëren zij ook een collectieve identiteit, wij zijn Gods uitverkoren volk. Hier speelt een pro-staatkundig element van de religie. Religie fungeert als een onheilsvermijdingssysteem ter bescherming van staat en samenleving. Mateloze en wetteloze heersers zullen het land naar de ondergang voeren. Maar zij werden ook te kijk gezet door de profeten. Despotisme is uit den boze. Gerechtigheid moet geschieden. God had een hekel aan mateloze luxe, verafschuwde ongerechtigheid en eiste dat iedereen goed was voor zijn medemens.

Deel 4.  De Geschriften  (Ketoeviem) : Psalmen, Job, ontdekking van het hiernamaals. De tweede God in de bijbel.

Deze boeken hebben als rode draad het vertrouwen op de rechtvaardige leiding van God, in een wereld die er dikwijls dreigend uitziet. 
Het monotheïsme zorgde voor problemen.  De officiële god Jahwe bekommerde zich enkel om de samenleving niet om de enkeling, de institutionele religie als cultureel beschermingssysteem stond in dienst van de gemeenschap, niet van de enkeling. Bijv. zieken werden uit de samenleving gebannen (straf van god).  Maar intuïtief (eerste natuur) heeft de mens behoefte aan een sterk persoonlijke religie, een spiritualiteit, nood aan geborgenheid (psychologische basisuitrusting van de mens).
Nieuwe culturele oplossingen, zoals het monotheïsme kunnen alleen maar duurzaam functioneren als ze niet in tegenspraak zijn met onze eerste natuur. Te rationele institutie (derde natuur) moet gecorrigeerd door eerste natuur. Zo functioneert cumulatieve, culturele evolutie.
En zo komen wij in de psalmen een nieuwe God tegen.  Het is een God zoals wij hem ons wensen, hij biedt bescherming en geborgenheid en doet dat zowel op persoonlijk als op maatschappelijk vlak. De Hebreeuwse Bijbel slaagt erin om institutionele en intuïtieve religie tot één geheel samen te smelten. Jahwe was er niet enkel voor de samenleving, maar ook voor de afzonderlijke mens.
Maar in de praktijk ging dat niet altijd op. De goede mensen die Gods wet naleefden waren niet altijd gelukkig en de slechte soms wel.  Gods gerechtigheid , de basis van menselijk samenleven, moest toch voor ieder mens in vervulling gaan.  En dan duikt in de bijbel het thema op van het hiernamaals. De dood wordt de laatste hoop op Gods gerechtigheid.
Tot dan toe kreeg leven na de dood geen aandacht in de bijbel. Maar in het boek Daniël, een van de jongste boeken uit het OT. wordt er ineens gesproken over de wederopstanding van de doden.
In de eeuwen na de ballingschap krijgt het monotheïsme vast voet aan de grond. Maar de politieke situatie blijft even erg. Na de Perzen valt Alexander de Grote binnen. Bij zijn dood achtereenvolgens de Ptolemaeën en dan de Seleuciden. Tijdens Antiochus IV Epiphanes krijg je een echte vervolging.  Dan komen de eerste martelaren onder de aandacht. Mensen zijn bereid te sterven voor hun geloof. Wat doet God dan ? Het monotheïsme vraagt om een nieuwe oplossing. In de intuïtieve religie, vanaf de oorsprong geloofde de mens (homo sapiens) dat mensen na hun dood voortleven als geesten en voorouders. Er zijn aanwijzingen van meer dan 100.000 jaar geleden dat mensen hun doden begroeven met geschenken. Er ontstond ook een verering van voorouders. Tijdens het monotheïsme werd die dodencultus verboden. Er was maar één God die mocht vereerd worden. Weer een clash tussen intuïtieve religie en institutionele religie. Ook hier weer moet het monotheïsme met een oplossing komen , de opstanding uit de dood, God oordeelt en straft of beloont de individuele mens na de dood.
In het christendom wordt dit thema verder uitgewerkt.

Deel  5. Het Nieuwe Testament  :  de hoop op verlossing.

De auteurs keren telkens terug naar hun oorspronkelijk uitgangspunt en dat is in hun ogen het punt waarop Homo Sapiens zich zo’n 10.000 à 12.000 jaar geleden genoodzaakt zag om zich geheel en al te  verlaten op zijn grootste talent : het scheppen van cultuur om problemen het hoofd te bieden. Zo zien zij ook Jezus als een schoolvoorbeeld van cumulatieve, culturele evolutie.
Het vroege jodendom was eigenlijk zeer succesvol geweest. In Palestina woonden ongeveer een miljoen joden en in de diaspora waren er 5 à 6 miljoen.  Voor een deel dankzij het culturele meesterwerk van de Hebreeuwse Bijbel die één God vooropstelde bezorgd voor samenleving en individu. Christenen hebben dan ook altijd veel moeite gedaan om het Nieuwe Testament als vervulling van het Oude Testament te laten lijken.
Wat maakte het christendom tot zo een groot succes ?
°Eerst en vooral door Paulus die in de diaspora grote menigten had bekeerd. Deze beweging overleefde de vernietiging van de Joods-Romeinse oorlog in 66-70.
°En een tweede keer toen de Romeinse keizer Constantijn in de vierde eeuw de kant van het christendom koos.
Het christendom had de potentie om miljoenen mensen aan te trekken en die potentie  is Jezus van Nazareth.
Hij komt uit de evangelies tevoorschijn als een getalenteerde wonderdoener die geen charlatan is. Hij overwon de dood en keerde terug naar het leven en zijn hele doen en laten had veel weg van de vervulling van de oude schriften van het jodendom.
Maar de rampspoed blijft duren. Rome is nu de grote onderdrukker.
Jezus beschikt over een groot zendingsgezag. Hij is ervan overtuigd dat de bestaande wereld slecht was en door een nieuwe vervangen moest worden en dat hij daarbij een grote rol speelde. Het koninkrijk Gods is nabij. Vandaar dat Jezus boodschap er eerst vooral gericht is op sociale cohesie. Heb de Heer uw God lief en heb de naaste lief als uzelf. Beide hebben betrekking op de eigen gemeenschap. Met de zaligsprekingen sluit Jezus aan bij de wereld van de eerste natuur. Ongerechtigheid, ongelijkheid, onderdrukking moeten geëlimineerd. Terug naar een wereld waar gelijkheid heerst. Jezus sluit perfect aan bij die eerste natuur. Jezus trekt met zijn apostelen door het landelijke Galilea.  Herhaaldelijk wordt het familiekarakter van de groep benadrukt.  Het groepsgevoel krijgt voorrang op de biologische familie. Ook de prominente rol van de vrouw wijst op de jagers-verzamelaarscultuur. Voor Jezus telt iedere mens. Hij laat niemand zitten. Hij vertegenwoordigt de God van de Psalmen en niet de God van de Thora. Vandaar het succes van het christendom : een religie van liefde die bereid is iedere volgeling van God op te nemen.
Jezus werd gekruisigd, een schok voor zijn volgelingen. Hij triomfeert op de dood. Het koninkrijk Gods moet heel nabij zijn. Maar dat liet op zich wachten. Intussen wordt Jeruzalem vernietigd en worden de christenen vervolgd. Dan treedt de culturele evolutie weer in werking. Dat wil zeggen dat het hiernamaals de plek is waar de verlossing plaatsvindt. Zodra hij gestorven is ontvangt ieder mens zijn bijzonder oordeel en komt Gods gerechtigheid tot stand.
Zonder de mens Jezus zou het christendom niets zijn. Hij gaf het goddelijke een gezicht en steekt de tekortkomingen weg die de monotheïstische God van de Thora in de ogen van onze eerste natuur had. Jezus is voorstelbaar, kan afgebeeld worden. Je kan je tot hem richten. Maar hij kan zich niet verweren tegen de vergoddelijking. Hij wordt Zoon van God.  God of mens of beiden? Monotheïsme ? De Griekse filosofie brengt redding het goddelijk wezen kon worden gezien als drie personen waarbij hun wezensgelijkheid als de hen betreffende eigenheid verzekerd werd.
En dan krijgt ook Maria een centrale plaats als moeder van Gods zoon. Ook zij gaf het goddelijke een menselijk gezicht. Onze eerste natuur van de jagers-verzamelaars ziet vele goddelijke actoren. Maria, engelen, heiligen vullen nu de leegte van het monotheïsme op.
Het christendom herbergt dus de animistische-polytheïstische wereld die strookt met onze eerste intuïtieve natuur  (wij mogen beelden maken, op bedevaart gaan, heiligen vereren) en aan de andere kant  beschikt het christendom over ons intellect strelende principe van een monotheïstische God, machthebber, schepper van het heelal. Zo bevredigt het christendom zowel  intuïtieve als intellectuele behoeften vandaar zijn succes.
Binnen enkele eeuwen ontstond dan de christelijke kerk, gebaseerd op de infrastructurele voordelen van het romeinse rijk en je krijgt een toenemende professionalisering. De intellectuele-institutionele religie heeft een vrijwel perfecte vorm gevonden in de christelijke kerk.

Het boek van de natuur : Gods tweede bijbel.

Er is geen twijfel mogelijk dat religie en theologie een grote rol speelden in de ontwikkeling van de moderne wetenschap.
De intellectuele religie ontstond als cultureel product ter bescherming van de samenleving tegen voor de mensheid nieuwe vormen van rampspoed. De oorsprong van de wetenschap ligt niet alleen in Griekenland. Zij heeft haar wortels overal waar intellectuele religie uit empirische observaties regels afleidde om mensen tegen rampspoed te beschermen. Maar als God de wereldrede is, de logos, dan moet de wereld in zijn materiële verschijningsvorm ook redelijk zijn ingericht. Daarom dook bij Augustinus de idee op dat God zich ook toont in de wetmatigheid van de wereld om ons heen.  De tweede bijbel is het boek van de natuur.
Aan de ene kant de onaantastbare autoriteit van de bijbel. De vaste canon. De Bijbel moest redelijk en consistent zijn en aan de andere kant zullen experts de natuurwetten trachten te ontdekken. Maar beide boeken accorderen niet altijd. De bijbel heeft zich tussen 800 v. Chr. en 200 na Chr. altijd aangepast aan de uitdagingen van het moment, nieuwe verhalen toegevoegd, oude bewerkt, een voortdurend nieuw product van cumulatieve culturele evolutie. Maar rond 400 na Chr. wordt de canon vastgelegd en de teksten bevroren, dus blijven die steken op niveau van de klassieke oudheid.
Maar de onderzoekers van de natuur deden wel nieuwe ontdekkingen.
De opkomst van het historisch bijbelonderzoek leidde tot het inzicht dat Gods woord mensenwerk is. En tegelijkertijd ontdekten wetenschappers meer en meer natuurwetten. Aanvankelijk geen probleem maar in de 19de eeuw ontstaan de moderne natuurwetenschappen en groeien religie en wetenschap uit elkaar. Religie zou verdwijnen.
Maar religie is niet verdwenen.
Wetenschappelijke vooruitgang kan alleen een bedreiging vormen voor de institutioneel-intellectuele kant van de religie. De religieuze kern, de intuïtief-individuele religie wordt helemaal niet aangetast. Die is eigen aan onze condition humaine.
Cognitief weten en intuïtief geloof behoren niet tot hetzelfde mentale domein.
Iets in mensen blijft geloven dat de wereld nu eenmaal bezield is en dat er bovenzinnelijke krachten in werkzaam zijn.
Religies met een grote intuïtieve component bloeien momenteel, maar met het intellectuele en institutionele is het erger gesteld. Mensen leven hun religiositeit uit op een andere manier.
Ook wat betreft de dood komt het animistisch geloof in het voortbestaan van de ziel weer naar voren.

De toekomst van religie.
Enkele tendenzen
1 De religie heeft haar opdracht volbracht om het functioneren van de wereld om ons heen te verklaren door zelf betere instrumenten te ontwikkelen. Dus zou er geen conflict met wetenschap meer moeten zijn;
2 Religie heeft de functie van moraalregeling op zich genomen in het geloof zo de gunst van God te bekomen. Maar moraal is veel ouder dan religie.  Die ontfermde zich over moraal waar  de samenleving dreigde te bezwijken onder despotisme. Daarmee heeft de Bijbel de basis gelegd voor mensenrechten en democratie.  Opdracht volbracht.
3 Als culturele beschermingsfuncties wegvallen doordat religie efficiëntere instituties mee heeft helpen creëren zal de intuïtieve religie groeien. Het samenleven komt voorop te staan, de spirituele ervaring.
4 Steeds meer, is er binnen traditionele kerken reactie en groeit er kritiek op de spiritualisering en individualisering van de religie. Religie mag niet vervallen tot het bieden van welness. Religie vraagt iets van de hele mens en heeft consequenties voor alle aspecten van het leven. Een religie light is onaanvaardbaar. Daarom zijn het vaak de strenge kerken die bloeien en niet de liberale.
Gevaar is dat religie dan een tweesnijdend zwaard wordt. Naar binnen smeedt ze aaneen, naar buiten sluit ze de gemeenschap af.
Volgens de auteurs staat één ding vast : religie zal de Homo Sapiens blijven vergezellen en de intuïtieve elementen van het christendom zullen aan kracht winnen.

Besluit

De Bijbel is een dagboek van de mensheid over haar pogingen om haar plek in deze wereld te vinden.
Het is een worsteling met de gevolgen van een radicale gedragsverandering in de mensheid door hun vermogen tot cumulatieve culturele evolutie. 
Aan de ene kant hebben wij een religieuze grondlaag die verankerd ligt in de condition humaine. Deze intuïtief-individuele religie kent geen voorgeschreven leerstelsels maar individuele gevoelens, aanleg.
Aan de andere kant gaat het over intellectueel-institutionele religie, een integraal onderdeel van de culturele set die ons moet helpen stand te houden in de nieuwe wereld, die ons moet beschermen tegen het onrecht van nieuwe omstandigheden. Eerst waren er reglementen om Gods straf te voorkomen. Dan evolueert het tot een sociale dimensie, een barmhartige God die oproept tot naastenliefde, zoals Jezus dat deed.
Dat deze gulden regel van de naastenliefde expliciet door de Bijbel wordt voorgeschreven bewijst dat die regel in grootschaliger geworden samenlevingen in hoge mate uit het dagelijks leven was verdwenen. En zo sluit het appel om de God en de naaste lief te hebben naadloos aan op het culturele beschermingssysteem van de Bijbel.


 Vanheeswijck Guido, Voorbij het onbehagen, Ressentiment en christendom. Davidsfonds, 2002 (voorgesteld op vrijdag 4 maart 2016 door Paul Janssen) .

De auteur is filosoof en doceert metafysica, cultuur-en godsdienstfilosofie aan UFSIA en KUL.

Filosofen stellen vragen, zoeken naar waarheid, staan open voor meningen,  ze doen aan wetenschap volgens  specifieke methodes. Kortom, het hoort volgens mij thuis bij ‘spirituele literatuur’. En zo een boek aanpakken  is ook de doos van Pandora openen…

Tussen proloog en epiloog staan zes hoofdstukken. De proloog zet de bakens uit. Hij verwijst naar zijn groot voorbeeld Max Wildiers en stelt de vraag: is het oude, grote verhaal van het christendom vandaag uitverteld? Is de God van de christenen uit onze cultuur verdwenen? Een van de meest getormenteerde en invloedrijke denkers van de 19e eeuw, Friedrich Nietzsche, ontmaskert de christelijke moraal van de naastenliefde  als het product van het ressentiment, dat is een  gevoel van vijandigheid wegens aangedaan of vermeend onrecht, meestal gepaard met het verlangen om zich te wreken… Het christendom is opgebouwd op dat heimelijk verlangen en is de religieuze uitdrukking van een slavenmoraal, het is de godsdienst van de schijnheiligheid. Nietzsche belichtte met verve de achterkant van de façade.

De vraag van Vanheeswijck: vanwaar komt dat ressentiment? Hij wil tegendraads zijn en zoeken naar de spirituele bron van het christendom die schuilgaat onder het sluimerend onbehagen . Voor zijn onderzoek en betoog is  René Girard (vanaf de jaren 60) zijn gids.

Het uiteindelijk perspectief van de auteur: hoe kunnen we voorbij het sluimerend onbehagen dat onze cultuur aanvreet? Of anders gezegd: wat betekent het vandaag nog christen te zijn in het Europa van het derde millennium?

Hfdst 1: Ressentiment, de vader van het christendom.

Hfdst 2: Ressentiment, de vijand van het christendom.

Hfdst 3: Ressentiment, het kind van het christendom.

Hfdst 4: Ressentiment, vader van de moderne cultuur.

Hfdst 5: Ress., januskop van de christelijke moderniteit.

Hfdst 6: Voorbij het ressentiment. De opstand tegen twee goden.

René Girard, Het labyrint van het verlangen. Zes opstellen. Red. Paul Pelckmans en Guido Vanheeswijck. Uitg. Pelckmans en Kok Agora, 1996.
René Girard, Celui par qui le scandale arrive. Desclée De Brouwer, 2001.
René Girard, Je vois Satan tomber comme l’éclair. Grasset, Livre de poche, 1999.

Van Tente Marc , Vensters op het mysterie , een pelgrimstocht met Raimon Panikkar , Averbode , Altiora , 2014 (voorgesteld op vrijdag 6 januari 2017 door Betty Peeters)

Marc Van Tente : Vensters op het mysterie 
 Een pelgrimstocht met Raimon Panikkar   
 Uitgeverij Averbode   ISBN 978-90-317-3796-3

Raimon Panikkar : ( 1918-2010) Spaans-Indische theoloog, filosoof en mysticus   , Dr. in de chemie.
“Ik ben als christen vertrokken, heb mij als hindoe bevonden en ben als boeddhist teruggekomen, zonder ooit opgehouden te hebben christen te zijn. Bij mijn terugkomst heb ik ontdekt dat ik een beter christen geworden was.”
Marc Van Tente : oblaat theoloog , woont en werkt in een leefgemeenschap in Brussel.
“Ik ben een systematisch theoloog en behoor iets te weten over onze relatie tot God.      Ik ben altijd op zoek naar  ‘woorden die genezen’  uit  allerlei vormen van onvrijheid  en ideologie. Bij Panikkar heb ik woorden gevonden die de ruimte van ‘niet-weten en blijven zoeken’  verder openen en dat binnen de christelijke traditie.  Als aanvulling op de bevrijdingstheologie geeft hij aanwijzingen voor een bevrijding van de theologie .  Hij durft de schijnbaar evidente verworvenheden van de traditie in vraag te stellen. Zijn interpretaties zijn nooit dogmatisch,. Ze worden  wel als denkpistes en hypotheses aangereikt vanuit  zijn persoonlijke ervaring en intuïtie , met aandacht voor de contemplatieve, mystieke dimensie van het bestaan en rekening houdend met het huidige denken en levensaanvoelen.

Hfstk 1 :  Hoe kennen we de werkelijkheid ?
De  totale werkelijkheid is een samenspel van 3 dimensies : de mens, de kosmos en God.  Panikkar  kiest voor een kosmotheandrische intuïtie  of spiritualiteit waarin  die drie dimensies  niet te scheiden zijn
De kosmische werkelijkheid  of de materiële werkelijkheid  is één  aspect van de werkelijkheid dat we met  ons eerste oog, (  onze zintuigen,onze meetapparaten , onze onderzoeken  )kunnen kennen.  De wetenschappen hebben  sinds Copernicus en Galilei  een enorme vlucht gekend en kennis over de kosmos  opgeleverd. Deze kennis is vooral kwantitatief  en objectiverend..
De grote vergissing is dat je kennis kunt verkrijgen zonder liefde, zonder geweten.  Wetenschap zonder geweten breekt mens en natuur af en geweten zonder kennis blijft machteloos.
“Ik voel dat ik deel ben  van de kosmos,  dat ik deel  heb aan het lot van de aarde. Om de aarde in onze spiritualiteit te integreren moeten we een andere levensstijl aannemen en een andere opvatting  over beschaving. Onze kerk heeft te lang een vergeestelijkende spiritualiteit gepredikt.”
Panikkar pleit voor een spiritualiteit die  ook intens betrokken is op het materiële, het aardse, het lichamelijke.
De menselijke werkelijkheid  is al sinds 3 miljoen jaar op aarde aanwezig. Mensen  hebben ook een tweede oog omdat ze  begaafd  zijn met rede, bewustzijn, verbeelding. Daarmee kunnen zij de aarde bewerken en behoeden. Daarmee kunnen ze antwoorden zoeken op de vragen die door  de kennis van allerlei feiten opgeroepen worden.
De goddelijke werkelijkheid : van deze dimensie hebben wij weet door onze ‘mystieke ervaring’ ,ons derde oog.  Zo zoeken we naar de zin van alles wat gebeurt, naar de consequenties voor mens en kosmos. Deze goddelijke werkelijkheid  ligt ingegrift in ieders leven maar wordt niet door iedereen bewust ervaren. Het gaat om een fundamenteel aspect van alles wat is :  door een soort ademtocht die in al onze vezels zit worden wij verbonden met de hele werkelijkheid en krijgen we de onuitputtelijke mogelijkheid om te leven en te groeien in vrijheid.
Deze kosmotheandrische spiritualiteit  is geen ‘wetenschappelijke spielerei ‘ maar een uitnodiging om op een andere manier met de werkelijkheid om te gaan :  centraal staat de relatie tussen de drie dimensies , zonder dat de één de ander overheerst. Dit maakt het mogelijk dat ieder wezen een eigen unieke gestalte en waardigheid heeft.
Zoals voor elke spirituele weg is ook voor deze K. spiritualiteit stilte nodig en verdieping en inspanning.
Hfstk 2 :  Wanneer religies met mekaar in dialoog gaan.
Mensen zijn altijd al op zoek gegaan naar zin en waarheid  : wat is onze plaats in een werkelijkheid die voortdurend verandert? Wat heeft absolute waarde ? Waarom is alles zoals het is? De werkelijkheid  blijft één groot mysterie zelfs met alle kennis die ons aangereikt werd door de wetenschappen en met de antwoorden die de  verschillende religies proberen te geven.
Er bestaat een rijkdom aan religies en levensbeschouwingen :
In alle tijden en culturen zijn er mensen met een grote gevoeligheid voor het mysterie. Hun derde oog leverde hen mystieke ervaringen op die ze in symbolen  en verhalen probeerden  te vertellen. Hun bewonderaars en volgelingen gingen die verhalen interpreteren. Nog later werden die interpretaties verabsoluteerd, verhard   en vastgelegd in wetten en dogma’s.
Er bestaat een verschil tussen geloven ( foie, faith) en geloofsuitdrukkingen (instituties, rituelen)
Geloven is  me met het transcendente  willen  verbinden,  het is een ervaring die leidt naar overgave en vertrouwen. Geloofsuitdrukkingen  ( croyances)proberen dat onzegbare toch in woorden uit te drukken.  Temidden van andere culturen, met andere geloofsuitdrukkingen  gaan mensen hun eigen geloofsuitdrukkingen verwerpen of  verabsoluteren!
( ketters , atheïsten, fundamentalisten) ??? … of zoeken hoe we ,voorbij de ‘croyances’,  terug de bevrijdende kern van het geloven kunnen behoeden en bewaren.
Religies houden verhalen van dankbaarheid en bevrijding overeind en kunnen bronnen zijn van hoop en toekomst. … maar de symbolische taal die de religies hanteren mag nooit ‘vergoddelijkt’ worden.
Alles in tradities is mensenwerk dat alleen maar kan verwijzen naar het Mysterie dat vele namen draagt. Niemand heeft het recht zijn inzichten  (incarnatie bijv. ) op te leggen aan iemand anders.
 Naar  een dialogische dialoog ( DD )
Een DD is geen dialectische dialoog over geloofsuitdrukkingen , met angst voor het verlies van eigenheid en tradities.  Een DD veronderstelt:
1.openheid  aan weerszijde voor  wat een ander  te bieden heeft vanuit zijn ervaring, zijn traditie (kijken door een ander venster)
2. kritisch willen kijken naar wat in mijn traditie nog trouw is aan de kern van de oorspronkelijke ervaring ( ons eigen  venster proper maken - intrareligieuze dialoog )
3. liefde en waardering voor mensen met een andere cultuur en geschiedenis
Zo herkent en erkent men gelijkenissen en verschillen . We moeten onze eigen geloofsvormen  niet ‘verdunnen’ maar ons ook niet ergeren  aan of bedreigd voelen door de verscheidenheid. We kunnen wel   gensters van waarheid laten overspringen en mekaar zo bevruchten  in ons zoeken naar waarheid en zingeving.
De huidige crisis biedt kansen tot veranderingen van binnenuit
“God”  wordt afgedaan als een onhoudbare hypothese.  De technologie   sluipt  ongemerkt binnen in  heel ons mens-zijn.  De  heersende opvattingen over omgaan met geld en met de aarde worden in vraag gesteld. Mensen zijn  in allerlei vormen op zoek naar een nieuwe graad van bewustzijn , van spiritualiteit ( rechten van de mens , waardigheid van de vrouw, het behoud van de schepping,   … )
Kan dit  weer een kantelpunt zijn in ons kijken naar het Mysterie ?Een mutatie ?
Van  een kosmische invulling van het Mysterie als machtsinstantie , de schepper van de kosmos ( de natuurkrachten kunnen ons helpen maar ook verpletteren)… help en bescherm ons Heer !
Over een ‘menselijke invulling’ van het Mysterie als een persoon  buiten mij ,die ik liefheb en die mij liefheeft, die mij leidt naar een toekomst van heil, gerechtigheid en vrede.
Naar   een goddelijke invulling van het Mysterie als  ervaring van een uitnodiging tot overgave aan iets dat de dragende grond is van alles wat bestaat  en dat ik kan vinden binnen in mij , in de  stilte.
Deze goddelijke of dieptedimensie overstijgt elk dualisme  tussen God en mens  en ook elk monisme waarbij God en mens en kosmos samenvallen  (pantheïsme) ; ze zit verweven in alles wat bestaat.
Religies moeten niet verlaten worden. Ze moeten zichzelf uitzuiveren: rituelen, symbolen en dogma’s in vraag stellen  en zo ruimte  en fundament bieden voor ervaring,  uitwisseling en intüitie. Zo  kan het  veeleisende grondverlangen  naar ware menswording ,dat in alle mensen aanwezig is,  kansen krijgen.
Hfstk 4  : Kunnen wij ‘God’ ervaren ?
Een menselijke ervaring van  niet alleen te zijn in het heelal en niet de absolute meester van zijn eigen bestaan, opent de mens voor het goddelijke.  De zoektocht  naar dat goddelijke vergt een zuivere geest, een krachtige wil en een radicale verandering van levenswijze . ‘ Het meditatieve zwijgen helpt ons binnengaan  in de stilte van ons diepste binnenste’
Iedere naam die wij geven aan dat goddelijke is slechts zinvol binnen de context waarin we leven. Iedere uitspraak  over het goddelijke is altijd relatief en zeker niet universeel.
Boeddha gaat op een heel eigen manier om met de vraag of wij God kunnen ervaren  :  ‘ Die vraag is leeg en onbeduidend, we moeten de onbestendigheid van  al wat bestaat  begrijpen en ons op geen enkel antwoord verlaten. We moeten de moed hebben  om veeleer bezig te zijn met wat ons nu te doen staat : ons eigen leven en dat van de hele mensheid en de planeet te behoeden en tot bloei te laten komen.’
Cfr : (orthopraxie  i.p.v. orthodoxie  … bevrijding van de theologie)
Hfstk 5  : Jezus van Nazareth, icoon van het goddelijke
Wie is  die Jesjoea ?
We kunnen heel gemakkelijk de identiteitsgegevens van Jezus achterhalen : wie, wanneer, waar? ‘Om de ware identiteit van iemand te kennen is er liefde nodig, persoonlijke ontdekking. In deze ontmoeting wordt de andere gekend in zijn uniciteit en eigenheid. Met het ‘derde oog’  gaat Panikkar op zoek naar de mystieke ervaring die Jezus had  en de betekenis daarvan voor ons vandaag.
Hij gaat in op 3 uitspraken van Jezus:
“Abba  Vader”  :  ‘ Jij, goddelijk mysterie , jij Abba, bent de bron waaruit ik kom. Ik voel dat mijn leven niet van mijzelf  komt, maar van een bron die mij alles schenkt, ook mijn woorden, gedachten en inspiratie. Alles wat ik zeg, heb ik gehoord. ‘
“Ik en de Vader zijn één.” :  ‘ Ik en de Vader zijn één in de mate dat mijn ego verdwijnt, dat het aanvaardt om gedeeld te worden met al wie nader komt  en de Vader zoekt. Jezus heeft ons geen leer opgelegd maar  ons de ervaring  meegedeeld van het goddelijk mysterie ,dat  ook in ons aanwezig is... Daaraan ontleent elke mens zijn waardigheid
“Het is goed dat ik heen ga”  : Jezus heeft ons geen instituut, geen ritus, geen leer nagelaten maar alleen de Geest : Gods reddende en scheppende dynamiek, die als een zwijgende aanwezigheid ons zoeken naar waarheid en zin begeleidt en ons toerust om er ook in de praktijk naar te leven. Die geest nodigt ons uit om goddelijk te leven en geeft ons, als onze dood nadert , het vertrouwen  dat alles wat we wilden doen niet afgewerkt is maar dat ons verdwijnen ruimte geeft aan anderen om op hun manier ‘het werk’ voort te zetten.
Niets of niemand kan mijn plaats in de kosmos innemen omdat mijn plaats  onvervangbaar is. Dat is het mysterie van de mens.
‘Ik heb veel over Jezus gehoord,  ook in pijnlijke discussies en bedenkelijke confrontaties . Ik heb ook de stem gehoord van vele wijze mensen en ik ben tot het besluit gekomen dat ik uiteindelijk de voorrang moet geven aan de eigen persoonlijke ervaring,  om naar de Geest ,  die in mezelf  aanwezig is ,te luisteren.’
Hfstk 6  : Jezus van Nazareth en de christelijke godsdienst
De missiegeschiedenis toont aan dat vele culturen de christelijke traditie niet verstonden, tenzij zeer oppervlakkig als ze er voordelen in zagen of het met geweld opgedrongen kregen.
Kunnen wij het avontuur wagen om het christelijk geloven zo  fundamenteel te herdenken dat het los zou komen van zijn Joodse en latere Grieks-Romeinse verschijningsvormen? Kunnen we naast de Jordaan en de Tiber ook de Ganges in ogenschouw nemen?
Kunnen  we weg van het exclusieve  ( alleen wie zich bekeert tot Jezus zal gered worden) en  het inclusivisme ( alle religies zijn eigenlijk al in het christendom aanwezig zij het uitgezuiverd. In de christelijke openbaring is  alles wat we nodig hebben om ‘goed’ te leven  te vinden )?Kunnen we toegeven dat in de Bijbel en in de Koran pijnlijke verzen staan?
Willen wij groeien naar trouw aan de bevrijdende intuïties van Jezus dan moeten we onze tradities kritisch benaderen en hertalen. Zo kan het evangelie ook voor de 21e  goed nieuws zijn.
Hfstk 7 Triniteit : symbool of dogma
Panikkar had heel zijn leven een persoonlijke band met Jezus in wie hij een icoon van ieder menselijk leven zag. Hij spreekt over ‘christofanie’ : de openbaring van Gods kracht die zich in Jezus op een bijzondere wijze openbaarde.
In andere culturen en in andere tijden zijn er ook andere ‘gezalfden’ opgestaan die iets openbaarden over God. Al deze mensen zijn Christus, die hebben ook een ervaring van de diepste werkelijkheid meegemaakt en gedeeld.
Het dogma van de triniteit is geboren uit het grieks-romeinse denken, niet zomaar te verwerpen maar wel te herdenken.
Theologische constructies raken het hart van mensen niet. Mensen worden wel getroffen door het verhaal van een ervaring dat God liefde is  en één pool van de relatie  waarvan wij de andere pool zijn.
Hfstk 8  : Openbaring als manifestatie van de werkelijkheid
Panikkar situeert ‘openbaring’  in de sfeer van een ontmoeting, een vondst, een ontdekking,  een tekst waardoor iets  nieuws, iets verrassend ‘geopend’ wordt. Overal waar mensen fragmenten van de 3 dimensies van de werkelijkheid ontdekken gebeurt openbaring. Onze tijd is een tijd die  allicht rijp is  voor  nieuwe openbaringen.
In het christendom is  niet de bijbel de openbaring, wel de ervaring van Jezus’ leven,spreken en handelen. In hem blijkt wat echt leven is, wat bevrijding en hoop geeft. Daarom moeten gelovigen de herinnering in ere houden aan die wonderlijke joodse rabbi die Jezus was. Zij moeten die ervaring niet laten verduisteren door voorschriften en dogma’s die mensen gevangen houden en onvrij maken.
“ De huidige crisis is niet langer die van een streek, een model, een regime . Het gaat om een crisis van de mensheid. Misschien hebben we een nieuw concilie nodig dat zich niet enkel inlaat met binnenkerkelijke aangelegenheden maar dat zich op wezenlijker problemen zou toeleggen. :  drievierde van de wereldbevolking leeft in armoede, leiders geloven dat ze de angst en de onveiligheid van hun onderdanen kunnen bestrijden door almaar grotere legers op te richten.  We  zullen moeten uitzoeken hoe de Geest alle  mensen kan inspireren om in vrede te leven en het vreugdevolle nieuws van de hoop te verkondigen. “

Hfstk 9 : Waarom is er lijden, kwaad en dood ?
Het mysterie van het kwaad
Het probleem van het kwaad openbaart een feitelijke dimensie van de werkelijkheid: wij kunnen niet alles begrijpen met onze rede, wij hebben niet op alle vragen  een antwoord”. We kunnen wel met aandacht die feitelijke werkelijkheid zien en ons erdoor laten raken.
Hoe meer we ons bewust worden van allerlei vormen van kwaad, hoe dringender wij opgeroepen worden om het kwaad te bestrijden, in onze relaties met medemensen, in de grote wereldstructuren  én in onszelf. Samen met alle mensen zijn wij verantwoordelijk voor de weg die het universum uitgaat. Het is niet nodig dat wij  daarvoor het mysterie van het kwaad zouden doorgronden .
Dood, verrijzenis en eeuwig leven
Dood blijft een mysterie. Het pijnlijkste probleem van de dood is de dood van geliefden. Wanneer ikzelf sterf laat ik een plaats vrij voor iemand die na mij komt. Wat voorbijgaat is mijn leven, niet het Leven. Zolang ik leef, leeft het Leven in mij. Ik kan het schoner en beter maken. Als ik er niet meer ben zal dat werk door anderen gedaan worden.
Is er na mijn dood een ander, nieuw soort leven voor het individu dat ik ben? Dat zal niet kunnen,  door te sterven verlies ik mijn lichamelijke vorm en val ik buiten tijd en ruimte.
Panikkar herinterpreteert het beeld van de druppel water. Wij zijn druppels water. Als ik sterf verdwijnt de druppel  in zee, maar wat ben ik werkelijk : de druppel water of het water van de druppel? De druppel is de ruimte van mijn vallen en opstaan, van  al wat mij vreugde of verdriet verschaft. Als ik luister naar de werkelijkheid die ik in de diepte ben, dan ben ik water. Wat gebeurt er met het water als de druppel ophoudt te bestaan ? Niets. Het verdwijnt niet maar wordt opnieuw deel van de zee .
Verrijzenis heeft te maken met het besef dat wij ‘water’ zijn, zij het binnen de grenzen van onze individuele druppel. Verrijzenis heeft te maken met het ware leven, niet het biologische leven. Dit ware leven dat mij als individu overstijgt en mij met alle medemensen  nu en in de toekomst verbindt,  vindt na mijn dood een verlengstuk .
“Dit oneindige leven komt niet na het eindige leven : het is de dieptedimensie van het eindige leven. Als ik niet nu mijn verrijzenis beleef zal ik ze nooit beleven.”
“ Als ik het Leven in mijn leven ontdekt heb en besef dat het niet mijn eigendom is, dan zal ik ieder moment van het Leven genieten en niet bang of bedroefd zijn als mijn tijdelijk leven ten einde loopt.”
Hel en onze verantwoordelijkheid
“De hel is niets anders dan het sterkste symbool voor onze verantwoordelijkheid, onze uniciteit en onze vrijheid. Indien je niet de rol vervult die je toegekend is, blijft er een gaping in de kosmos. Niemand kan jouw ‘ zijn’ verwezenlijken. Er blijft voor altijd een leegte, dat is de hel.
De minste verandering die ik ten goede op aarde bewerk verandert heel de kosmos, maakt hem goddelijker. Dat noemt Panikkar ‘tempernité of de eeuwigheidsdimensie van mijn leven.
Hfstk 11 : De monnik in ieder van ons
Panikkar spreekt over het archetype van de monnik dat in ieder van ons leeft :  een grondvorm, een wijze van zijn dat in iedere mens een eigen gestalte aanneemt . Deze wijze van zijn  vraagt om zich te mogen ontplooien in een proces van  volwaardige menswording, samen mens worden; een boeiend avontuur vol creativiteit en wederzijdse verrijking, een uniek moment in het geheel van de kosmische evolutie.
Als Panikkar spreekt over het verlangen van de monnik naar een ‘volmaakt’ leven dan bedoelt hij een volwaardig leven vol zin en vreugde. Iedereen kan dat op zijn eigen manier verwezenlijken. Zo  ontstaat er een ‘nieuwe’ monnik die verschilt van en uitgegroeid is tot een andere monnik dan de traditionele.
Bijv : de traditionele monnik trekt weg uit  de  wereld. De nieuwe monnik wil weg van de ontmenselijkende technocratie, weg van competitie, geld en egoïsme. Hij leeft in verbondenheid met de medemensen en met de aarde.
De traditionele monnik zoekt het goddelijke in ‘ de hemel’ door contemplatie. De nieuwe monnik is bekommerd om het behoud van de aarde, om een rechtvaardige economie die eerbiedig omgaat met de rijkdommen van de aarde. Hij blijft de heiligheid zoeken  en waar maken in de seculiere wereld , niet daarbuiten .
Hfstk 12 : Hoe zullen wij bidden?
Wat als  wij het vandaag in een eeuw van wetenschappen en secularisatie bijzonder moeilijk hebben met een persoonlijke God.? Wat als wij het goddelijke dan toch vooral als de dieptedimensie van het leven opvatten ?
In dat geval gaat het niet meer om een persoonlijke relatie die we in de intimiteit van het bidden beleven en uitdrukken Bidden neemt dan veeleer de gestalte aan van het verlangen naar eenwording met het Mysterie.
Uit trouw aan de traditie moeten we afstand durven nemen van zo veel hoge woorden die ons beletten te ontdekken dat het echte bidden slechts kan ,waar mensen méns  zijn, waar zij samen mens proberen te worden in onderlinge verbondenheid, waar mensen het leven delen in goede en kwade dagen. Want daar openbaart zich de dieptedimensie van het leven. Willen stil worden ,nu en dan, is een belangrijke voorwaarde om ermee in contact te komen tussen de drukke bezigheden van elke dag.



Thierry Verhelst & Anne Ducrocq “ Als ik zwak ben, ben ik sterk. Rechtop in de beproeving.” Halewijn Antwerpen 2015 (voorgesteld op vrijdag 15 april 2016 door Jac De Bruyn) .

Wie was Thierry Verhelst.
De zoektocht van een man van de generatie van 68 ers.
Ontzettend veel mensen hebben Thierry Verhelst gekend vanuit zeer verschillende invalshoeken. Thierry was een veel gevraagd gastspreker in binnen- en buitenland, in het Franstalige landsgedeelte, maar evenzeer bij Vlaamse instituten, NGO's, bij CIMIC, de BTC, het Instituut voor Tropische Geneeskunde, hogescholen en universiteiten.
Voor mij is Thierry één van de meest markante figuren van onze generatie en zijn zoektocht naar zinvol leven, naar bevrijding uit verdrukking, die te lezen is in diverse boeken, zal in de toekomst een overzicht geven van de vraagstukken waar onze generatie mee heeft geworsteld. Ik heb Thierry persoonlijk gekend en hij is voor mij één van de mensen die me altijd heel geboeid heeft, maar die me ook telkens verrast heeft want in zijn proces was hij altijd anderen een stap voor.
Thierry had een groot en veelzijdig engagement tegenover alle facetten van het leven, en hij bezocht en onderzocht zowat alle continenten van deze – hem zeer dierbare – planeet. Zijn eigen (interculturele) zoektocht was avontuurlijk, flitsend, diepgravend, creatief, vindingrijk, maar niet evident.
Verstand en hart waren voor hem nooit in tegenspraak en hij pleitte altijd voor 'non-dualisme' (advaïta) ... tegen de versplinterende, fragmenterende en eendimensionale westerse visies in.
Gedreven bruggenbouwer
Hij was geboren in 1942  in Gent en Franstalig grootgebracht, maar sprak een zeer mooi Nederlands en voelde zich Vlaming. Hij genoot intens zowel van Emile Verhaeren als van Guido Gezelle.
Als 'cultuur- en ontwikkelingsdeskundige' - een woord dat hij zelf nooit zou gebruiken - had hij de wereld ingeademd. Toch bleef hij geworteld in het Westen, maar zijn kritiek was tegelijkertijd fundamenteel: de moderniteit heeft veel schade aangericht en moet worden overbrugd naar een 'transmoderniteit'. ‘Om dat te kunnen moet je een spiritualiteit hebben en wereldwijd de wijsheid van de tradities en de culturen niet uit het oog verliezen.’
Zijn thema's cirkelden vooral rond 'cultuur en ontwikkeling' en het belang van spiritualiteit in een wereld die 'in brand staat'. De Franse versie van zijn laatste boek heette 'Des racines pour l’avenir. Cultures et spiritualités dans un monde en feu'.
Daarover schreef hij in talloze publicaties in het Frans, het Nederlands en het Engels. Zijn eerste boek, 'Het recht anders te zijn' was een voltreffer. Zijn laatste boek – waar hij ontzettend blij mee was – 'Wie is toch die ander?' geldt een beetje als zijn testament. Hij gaat er de zingevingsvraag niet uit de weg en grondt zijn visie uiteindelijk vanuit een christelijk-orthodoxe attitude.
Naar de mystieke kant van het leven én de dood
Thierry Verhelst liep school in het Gentse St-Barbaracollege, bij de jezuïeten, waar je kritisch leerde denken, je engageerde en tegelijk ook katholiek werd. Hij was dankbaar voor die opleiding, maar had het moeilijk met het katholicisme, dat hij op latere leeftijd wou terugvoeren naar de tijd van de 'onverdeelde kerk', zoals hij die noemde.
Dat wil zeggen naar het wezen van het christendom van voor de schisma's, toen het verstand het hart niet in de weg stond, en toen dogma's of ingewikkelde theologieën niet zo van tel waren. Waar Oost en West elkaar dus ontmoetten.
Thierry zocht zijn hele leven lang met zijn verstand naar de mystieke kant van het leven én de dood.
Eerst wordt hij doctor in de rechten aan de universiteit van Gent in 1966. In 1968 – het magische jaar – vertrekt hij naar New York om er aan de Colombia University Comparative Law te studeren. Hij beleeft '68 vooral aan de University of California in Los Angeles, waar hij zich mag verdiepen in het Afrikaanse gewoonterecht en landhervormingen en er ook fungeert als visiting lecturer voor Europees Recht.
Tussen 1969 en 1973 verblijft hij met zijn echtgenote in Ethiopië als associate professor aan de Haile Sellassie I University in Addis Abeba. Zijn thema is dan al: institutionele en culturele aspecten van ontwikkeling. Vanaf 1973 doceert hij culturele antropologie van Afrikaanse politieke systemen en Afrikaans gewoonterecht aan de Vrije Universiteit Brussel.
Van 1973 tot 1976 woont en werkt hij in Algiers als juridisch adviseur in een advocatenkantoor. Het zijn de jaren die in hem de marxist wakker roepen, het idee ook van 'social engineering' en maakbaarheid.
Maar zijn grote liefde voor zijn broer Guy, die na een carrière als paracommando in het Midden-Oosten, broeder wordt van de gemeenschap van Charles de Foucauld, en zijn eigen reizen naar Azië, brengen andere dimensies in zijn leven.
Missing link in het ontwikkelingswerk
Vanaf 1977 wordt hij actief bij CIDSE, een Europees consortium van NGO's, en bij Broederlijk Delen. Hij staat er in voor de monitoring en evaluatie van ontwikkelingsprojecten in Afrika, Latijns-Amerika en Azië.
Het is in die periode dat hij ontdekt dat de missing link in het ontwikkelingswerk echt de culturele én spirituele benadering is. Hij ontmoet vele grote denkers en profetische figuren in diverse continenten.
Wat hij toen als een spons heeft opgezogen, staat in zijn boeken en publicaties. De lokale verhalen van mensen - in welke cultuur ook - wijzen allemaal in een zelfde richting: dat er een drang is naar harmonie en evenwicht, dat er geen yang mag zijn zonder yin, dat elkeen geïnitieerd moeten worden zowel in het leven als in de dood, en dat dit ook een collectieve, maatschappelijke, sociale en spirituele verantwoordelijkheid inhoudt.

In 1989 richt Thierry Verhelst samen met Edith Sizoo het South-North Network Cultures and Development, een internationale NGO, gesteund door de Europese Gemeenschap. Thierry wordt de coördinator en de hoofdredacteur van het tijdschrift 'Cultures and Development' en zo ook de bezielende en drijvende kracht in dat netwerk met vertegenwoordiging in Rio, Kinshasa, Bangalore en Mexico.
Het gedachtegoed dat er ontwikkeld werd, heeft er hem toe gebracht om in 1994 samen met Marc Colpaert en Greet Castermans de opleiding en het expertisecentrum CIMIC op te richten aan de KHMechelen, nu Th. More.
Solidariteit is een heilige taak
Thierry Verhelst was sterk geïnspireerd door zijn vriend Raimon Panikkar. Hij en Marc Colpaert verbleven in 2008 bij hem. Thierry schreef er over in zijn dagboek dat hij van Raimon leerde dat solidariteit een heilige taak is, dat verwondering en mythos opnieuw ontdekt moeten worden, en dat hoop in het onzichtbare schuilt. De taal van de mythos is de snelweg naar de interculturele en interreligieuze dialoog.

Duizenden studenten, cursisten en toehoorders hebben lezingen van Thierry Verhelst gehoord en ervan genoten. Waarschijnlijk honderdduizenden hebben het interview met hem gezien in de uitzending 'Noms de dieux' (RTBF Antenne, 13 januari 2009). ”. In dat televisiegesprek verduidelijkte Thierry o.a. wat vergoddelijking betekent: “meer en meer gaan gelijken op onze Schepper, in het los-laten ten diepste, de eenvoud en de liefde”.

Thierry was een hoopvol mens, een lieve echtgenoot, een trotse vader van kinderen en kleinkinderen, een bijzonder trouwe vriend, en als orthodox priester in de laatste decennia van zijn leven een vader voor zijn vernieuwende, vreugdevolle kleine parochie in Lillois (Waals-Brabant).

Ik ben niet de ziekte
In 2011 werd bij hem de ziekte ALS vastgesteld, Amyotrofe Laterale Sclerose, een progressieve verlamming van ledematen en spieren. Sinds die diagnose hield Verhelst een spiritueel dagboek bij De rode draad daarin is de ziekte is in mij, maar ik ben niet in de ziekte.
Verhelst belandde uiteindelijk in een rolstoel, verloor het vermogen tot spreken en schrijven en overleed op 25 april 2013.

Studenten interviewden hem in mei 2012. Een citaat uit dat interview "Ik kan nu niet meer weg. Ik zit altijd thuis. Het merkwaardige is dat ik er niet onder lijd. Ik ben niet goed, maar als ik naar de hemel kijk, de wolken en de vogels, dan geniet ik ervan. De verwondering voor de kleine dingen is groter geworden, en ze is verbonden met contemplatie ..."
"Ik geloof ook dat lijdende mensen in de wereld een fundamentele rol vervullen. De idee is dat het lijden niet absurd is. Het lijden is onrechtvaardig, zoals het lijden van Job, maar die onrechtvaardigheid heeft ook te maken met de sociale onrechtvaardigheid in de wereld. Maar als je kiest om dit in solidariteit te beleven met de mensen die onderdrukt zijn door onrecht of door ziekte, dan neemt je lijden een heel andere wending ..."
 
De Franse schrijfster en journaliste Anne Ducrocq publiceerde diverse boeken over spiritualiteit. Ze leerde Thierry Verhelst kennen en werd getroffen door diens houding tegenover leven en dood. In het boek dat ze na Verhelsts dood schreef, “Quand je suis faible, je suis fort” bewerkt ze interviews met hem en veel fragmenten van zijn dagboeken en intieme geschriften
Dit boek is Verhelsts spiritueel testament.
Dit boek heeft geen indeling in hoofdstukken, maar is als een soort dagboek, waarin je het proces kan volgen van zijn gaan naar zijn levenseinde, samen met zijn vrouw, familie en vrienden.
Er komen zo veel thema’s aan bod dat het onmogelijk is dit boek goed samen te vatten.
Het boek verscheen eerst in het Frans en werd vertaald door Marc en Guido Colpaert, vrienden van Thierry. Marc schrijft hierin ook een Woord Vooraf over zijn vriend en tochtgenoot.  “ Als ‘transmoderne man’ doorleefde hij op een authentieke manier de kosmologie van de orthodoxe traditie, maar zonder nationalisme. .. De grenservaring van de naderende dood bracht Thierry tot een mystieke ars moriendi. Aan die mystieke ervaring is een taal eigen waarzonder hij zijn beleving niet kan uitdrukken. Die taal was het ultieme antwoord op ALS, ten behoeve ook van alle mensen die met gruwel van aftakeling of leed geconfronteerd worden. Het lijden redt niet, de liefde in het lijden wel. De ziekte is in mijn lichaam. Ik ben niet in de ziekte” . De rest is stilte

In haar inleiding geeft Anne Ducrocq aan hoe hun contact tot stand gekomen is en zij met Thierry en zijn familie in die laatste jaren is opgetrokken.
De paradox waarvan dit boek getuigt omschrijft zij als volgt:
“Twee jaar lang doet de ziekte haar werk, maar genereert in Thierry ook “het meesterwerk” van het omgaan met leven, dood en opstanding. De ziekte treft niet alleen zijn lichaam, ze raakt alle dimensies van zijn leven…De kwetsbaarheid die hem overvallen heeft, maakt van hem de persoon die hij niet kon worden toen hij in volle kracht was. Door de ziekte aangetast leer hij de mystiek van de Lijdende Dienaar. In navolging van Christus doet hij zijn best om te zeggen ‘ Mijn leven laat ik me niet afnemen, ik geeft het’ . De vesting van zijn lichaam en de muren van zijn huis worden als die van een slotklooster…. Elke dag leert hij afhankelijk te worden, te krijgen, te zien wat het leven hem geeft en niet wat het hem ontneemt. Zijn maanden zijn geteld, maar de vreugde groeit nog en wordt intenser in plaats van te wijken. Een onvoorwaardelijke vreugde die hij nooit had vermoed.
Na een leven waarin hij bewust begaan was met de minstbedeelden was Thierry bereid zijn plaats in de groep lijdenden in te nemen. Tgo zijn bed had hij een kalligrafie met het woord van Ther. Van Avilla: ‘Op alles zeg ik ja’.
Het verhaal dat nu volgt is een hommage, in de vorm van brokstukken uit Thierry’s leven.. Ik heb bij de familie Verhelst een dans met het Leven meegemaakt. Ja je kan levend sterven. “

Zelf was ik er getuiten van dat op Thierry’s begrafenis op 29/4/2013 zijn vrouw, kinderen en vrienden de ceremonie besloten met te zingen aan zijn graf “lang zal hij leven, …lang zal hij leven in de gloria.”
Dit boek gaat over de laatste levensjaren van Thierry en zijn gezin, over zijn gevecht met ALS, over hoe het gezin zich organiseert om met die verminderende mogelijkheden om te gaan, over confrontatie met pijn, - met drie “zwarte psalmen met sprekende titels als “Salieri Verslagen, de zwarte wagen, vierendelen-  reflecties over de betekenis van het lijden, over het Godsbeeld, over het terugblikken en opmaken van een levensbalans, over de huidige crisis in onze samenleving, over Christus, over het genootschap van de Lijdende Dienaar waarvan hij lid wordt enz…maar ook over hoe het gezin tracht verder te leven “ten volle” en te genieten van lekkere dingen, mooie muziek, uitstappen. Over feesten met vrienden, over het ontdekken van nieuwe dimensies in hun relaties en in hun talenten. Dat maakt het boek zo rijk en levendig, en meteen zo aangrijpend.
Op elke bladzijde heb ik wel zaken aangestreept en zelfs na vier keer lezen kan ik dit boek niet samenvatten.

Daarom ga ik het hier houden bij een aantal citaten.
Zoals dit gedicht van Th. P. 80
Als je dit lichaam dat het jouwe is, ziet ineenstorten
en je handen die je bondgenoten waren je ziet verraden,
of je tong die gisteren nog zong zich verzegeld,
als je zonder ophouden blijft ja zeggen en je verwonderen
(…) Dan, mijn vriend, zal je de Werkelijkheid kennen
en je zal in jou de mensheid eren
en zoals de engel Gabriel Verkondigen
‘ De heer is waarlijk met jou”

God danken voor mijn vreugde, mijn geloof, het vertrouwen dat hij in mij stelt. Alles is gekregen. Mijn enig werk is me poreus maken voor zijn Aanwezigheid.
‘God is in levensgevaar als de liefde niet bemind wordt’ zegt Maurice Zundel. Ik moet op God passen als een moeder’ aan ons om Hem te beschermen. …Het is aan mij om voor Hem plaats te maken opdat Hij zou kunnen ademhalen.
God leer mij zorg te dragen voor Jouw leven in het mijne” M. Zundel.p 82 en 130
God is een liefde die zich verlaat op onze liefde. Ik geloof in de kwetsbaarheid van God omdat hij niets sterkers heeft dan de liefde, niets dat fragieler is.
Tot het einde der tijden zal Christus in doodstrijd zijn, want Chistus stijgt ten hemel, maar Gethsemani gaat verder. Kijk naar de verrezen Christus: op Paasavond verschijnt hij aan zijn leerlingen en zegt ‘vrede zij met u’, dan toont hij zijn wonden. Het lijden blijft in zijn glorierijk lichaam gegrift. … het betekent dat ze zijn geloofsbrieven zijn tgo de lijdende mensheid. P 203

Het boek is doorspekt met citaten die Thierry debiteert uit geschriften van mensen die hem inspireren waaronder ook Etty Hillesum, Felix Leclerc, Freddy Kunz, Christiane Singer en vele anderen.
Ik beklaag mensen die stappen, overal heenrennen en zichzelf voorbij hollen. Ondanks alle geeft ALS me de kans om in mezelf te graven, mezelf e leren kennen, en ten slotte vele mooie momenten te hebben.
Ten overstaan van ALS kan ik weigeren – berusten: maar dan blijf ik bij het uiterlijk aspect, ik onderga. Aanvaarden: dan kom ik tot innerlijke groei, ALS is dan initiërend. p 135
Mag ik mijn ALS offeren aan al wie lijdt?
‘Wat je voor de kleinsten hebt gedaan, heb je ook voor mij gedaan’
Als ik mijn ALS aanbiedt aan de slachtoffers van oorlog, pedofilie, honger, foltering, dan bied ik ze aan Christus aan. P 155
Er zijn geen sociologische, politieke, economische  veranderingen mogelijk zonder persoonlijke verandering. Als ik mijn hart sluit voor een verzoening, dan trek ik de wereld naar beneden. Als ik loof en dankbaar ben, dan trek ik de wereld op.
‘Het gaat niet over zin vinden maar zin geven. Het is van weinig belang wat de oorzaken van de ziekte zijn. Ik wil me overgeven aan het Mysterie in alle nederigheid en vertrouwen. IK weet niet of God de oorzaak daarvan is, maar ik weet wel dat hij aanwezig is in alles, en zeker in de beproeving. Zin geven dwz dat de ziekte een grote kans is voor een positieve transformatie, en een offerande. P184

“ Ik voel me het slagveld
van krachten
van goed en kwaad
in de wereld.
Van nu af aan zijn de verkrachte vrouwen in Kivu, de oorlog in Syrië, de daklozen van Brussel geen onderwerp meer van analyse, maar het Reële dat door mij heen gaat.
Mijn stilte doet mij binnentreden in de Ene  p196

Hij geeft bij het laatste interview Anne deze boodschap mee van Alexandre Jollien
De vreugde gaat ons vooraf. Probeer je open te stellen voor deze vreugde die reeds aanwezig is.
Let it be is de voorwaarde voor de vreugde. Als ik me uitsloof, kan ik niet in de vreugde zijn. Een mens moet zich overgeven in vertrouwen, pas dan komt in hem een lichtheid op die de rede niet kan vatten. Paradoxaal genoeg is loslaten een zeer zware arbeid.’  p 195

Naast dagboekfragmenten, en emailberichten tussen de familieleden zitten er in het boek drie langere stukken in: er is een bijzonder sterke brief van Thierry naar zijn zus, zie hieronder, die zijn levensvisie gebald uitdrukt. Dan
zijn er twee brokken met gesprekken met de journaliste Anne met Thierry over A van Amour, B van Beauté, C van Crise, over moderniteit en traditie, over orthodoxie, ziekte en meditatie, kortom over alle levensvragen en over ‘ het is zoals het is’ zegt de liefde.
Terwijl hij worstelt met aftakeling en pijn beschouwt hij de ziekte als een kans, een leerschool, een andere ontdekkingstocht.
Thierry beleeft op indrukwekkende wijze de laatste Goede Week in zijn leven en geeft via zijn vrouw Roseline commentaar op de liturgie van Palmzondag.” God die mens geworden is heeft alles vervuld, maar Hij maakt van ons geen marionetten; Hij wil onze medewerking, onze samenwerking. ..Hij heeft zijn Al-Macht in onze handen gegeven. En als Christus het heil van zijn mystiek lichaam weer in onze handen geeft, dan is het aan ons om het werk verder te zetten, om in ons lichaam en in onze ziel af te maken wat de kerk ontbreekt. We worden geroepen mede-verlossers te zijn. Hoe dit schokkend appèl beantwoorden? Het antwoord is eucharistisch. Het is de offergave van zichzelf. Het is aan ieder van ons om zijn eigen affectief, fysisch of ander leed te benaderen en aan te bieden als offergave. Offeren is niet verwerpen noch weigeren. Het is “ja” zeggen aan wat ons gegeven wordt, niet klagen. Een volledig ja en dan zich voegen bij het stralende “Ja” van Christus. Dat is onze weg.
Een van de laatste verstaanbare dingen die hij, daags voor zijn dood, zegt, is: Origines, derde eeuw, een verwijzing naar de kerkvader die het heeft over de verlossing aan het einde. Wierook, goud en mirre Kenners van de christelijke spiritualiteit zullen wellicht een band leggen met het spirituele dagboek van Theresia van Lisieux die ook terminaal ziek was. Net als dat dagboek strijken Verhelsts uitspraken tegen de haren in. Zijn reactie op het voorstel van artsen om naar palliatieve zorgen te gaan, is het vreugdevolle Halleluja. De laatste zelf genoteerde aantekening in het dagboek is een verwijzing naar de drie koningen die wierook, goud en mirre meebrachten, met het mirre dat verwijst naar de balseming van een dode.

Mail van 25/4/2013 van Roseline aan de vrienden:
“Lieve vrienden, Thierry is deze donderdag 25 april op het middaguur vertrokken voor de grote reis waarop hij zich intens heeft voorbereid. Wij waren alle drie aan zijn zijde terwijl we zongen :’Christus is verrezen’, ‘Let it be’, As-tu compté les étoiles?’ ‘Nada te turbe’, ‘Lang zal hij leven’…
De bloemen die ons nu duurbaarst zijn, zijn uw gebeden.
Liefde voor altijd.”

In de annexen vinden we
“Gebed en overgave van Charles de Foucauld.”
Drie psalmen die Thierry geschreven heeft na een val
Het gedicht van Thierry “ Het andere Gelaat” naar psalm 23
Twee gedichten van Louis Aragon die Thierry heel vaak heeft gelezen , beluisterd, en mee geneuried.
“Het leven, de liefde, de dood” van Felix Leclerc
Blijdschap “Een gedicht van Guido Gezelle dat Thierry sterk ontroerde tijdens de laatste weken van zijn leven.
Een korte toelichting over “De Fraterniteit van de Lijdende Dienaar.”

Bespreking door Jac De bruyn voor de leesclub van 15/4/16. Om het mooie Frans van Thierry te illustreren in bijlage de brief van Th aan zijn zus die de teneur van het boek schets.
Je kan nog meer info vinden over Thierry op http://memoire-thierry-verhelst.over-blog.com/
Voor deze bespreking heb  ik me ook geïnspireerd op een in memoriam van Marc Colpaert. Hij is germanist en cultuurfilosoof en specialiseerde zich als journalist in Zuidoost-Azië. Hij is medeoprichter van de opleiding Intercultureel Management (CIMIC) aan de Thomas More Hogeschool in Mechelen. Auteur van 'Tot waar de beide zeeën samenkomen' (Lannoo Campus, 2007).

Copie d’une lettre à ma sœur Bernadette : comment je vis l’handicap.                                    

                                                                                   Boitsfort, le 24 décembre 2011

 Ma chère Bernadette,

Nos petits et grands bobos posent l’éternelle question de la souffrance, et comment la vivre. Elle est partout, autour de nous et dans le vaste monde. Toi et moi avons notre part. Toi la championne de tennis, l’organisatrice festive, la mamy hyperactive, tu encaisses, avec la douleur en plus… Quant à moi, adieu au trekking en montagne ou sur les chemins de Compostelle, fini les courses à vélo avec les petits-enfants, les ballades en forêt. Je n’arrive même plus à m’habiller seul ni à faire quelque pas. La SLA me paralyse et gagne tout doucement du terrain. Je te livre ici mon sentiment, suite à notre petite conversation au téléphone quand je te disais qu’envers cet handicap et cette maladie dégénérative et sans remède, je m’octroyais « à huis clos » 5 minutes de commisération par jour. Pour le reste, je trouve que la vie est merveilleusement belle et de plus en plus intense.

Au fond, c’est assez banal de se dire heureux quand tout va bien. Par contre, demeurer joyeux quand ça va mal…. Cette attitude positive n’a rien d’héroïque. C’est naturel. Nous avons, dans notre famille, la chance (la grâce) d’avoir un bon moral. Je pense  notamment à la souriante bienveillance de Gérard, malgré son triple deuil. Et à Guy qui allait gaiement au BBQ de son anniv alors qu’il faisait un infarctus ! En tous cas en public, Jo n’est pas non plus trop mal dans son genre.

Ce qui me frappe actuellement, c’est que le bonheur et le malheur ne sont pas ce que je croyais. A travers tout ce que je vis, tout ce que Roseline et moi vivons, nous sentons une force et beaucoup de douceur, indéfinissable. Je suis émerveillé par la tendresse, le charme et le courage de Roseline. Emerveillé aussi par les arbres, les enfants, les couleurs (j’aime tant mes moments de peinture !), et  par tant d’amis chers qui nous accompagnent sur notre difficile chemin. Marguerite Yourcenar le dit quelque part : on peut être heureux au milieu des conditions désespérantes. Elles livrent un Appel secret.

La porte du bonheur s’ouvre vers l’intérieur. Dans la difficulté, je puis parfois faire l’expérience d’une mystérieuse liberté intérieure et entendre monter une douce petite musique. C’est comme un ronronnement intérieur, comme la Prière du cœur ou un air de l’Oratorio de Noël de J-S Bach qui montent en moi. Toi aussi tu refuses de sombrer dans la lamentation stérile. Cela participe du Divin en nous je crois. Nous sommes poussière et lumière, chair et esprit, terrestres et célestes en même temps. C’est notre magnifique dignité humaine. Cette dignité nous permet d’être plus forts que les évènements dits « terribles » ou « malheureux ». Face à ces renoncements, à ces «  petites morts », il nous est donné de vérifier concrètement que la vie en nous est plus forte que la mort..

L’amour est plus fort que la mort, c’est ce que chante la Bible. Je pense que la force dont parle Yourcenar, la résilience dont parlent les psys, ont quelque chose à voir avec la résurrection du Christ. Je vis Pâques non pas seulement comme un évènements d’il y a 2000 ans mais comme une réalité actuelle, une force vigoureuse et jubilatoire sur laquelle je puis me brancher et qui me donne de l’entrain, de l’élan. J’ai envie d’écrire Elan, avec un E majuscule. Elan de Vie. Dieu n’est pas un concept abstrait, l’objet d’une réflexion. De vieux auteurs chrétiens clament que nous pouvons ressentir Dieu dans ses Energies, qui se communiquent à nous (St Grégoire Palamas sur les Energies Incréées.)

Revenons à nos moutons, à nos bobos. Il est important de bénir nos bobos. Bénir, c’est dire du bien ; le contraire de maudire. Cela nous fait du bien et nous donne de l’humour. Notre attitude joyeuse fait également du bien à notre entourage et l’invite à bannir la pitié ((ça c’est l’horreur absolue, dont le film Intouchables se moque si bien !). Mais il y a plus. Si je m’enfonce dans l’aigreur, je tire le monde vers le bas et j’affirme que tout est mauvais et absurde. Si par contre je m’élève par la bénédiction et la joie, j’allège le monde avec le Christ et j’appelle toute la création à la paix. Quel rôle magnifique pour ceux qui souffrent ! Ils deviennent activement les prêtresses et les prêtres de l’univers. Ils ne sont plus des « souffrants » qui subissent passivement. Ils deviennent des « Serviteurs souffrants » (Isaïe). Même alités nous serons « utiles », comme le sont tous les contemplatifs. Ils portent le monde et ils sont solidaires, avec le Christ, de tous ceux qui souffrent. Marie Verhelst le savait. Et Guy, bien sûr, à la suite de Charles de Foucault.

« Let it be” chantaient les Beatles. C’est ma chanson (philosophiquement) préférée. Je pense que c’est essentiel. En toute circonstance d’échec, de tristesse, de déception, de souffrance je puis choisir de ne pas être « contre », de ne pas râler ni me crisper, mais de me laisser faire doucement. Lâcher-prise. Me laisser tomber comme à travers moi-même : alors  je tombe, oui, mais non pas dans l’absurde mais dans les bras amoureux du Christ en moi. Car Il est déjà-là. Il habite toute peine (Il est venu sur terre pour cela) et Il souhaite nous tirer vers la Lumière (Il est ressuscité pour cela). C’est pourquoi Barbara a vu juste en calligraphiant en lettres d’or, reprenant l’acronyme SLA (de Sclérose latérale amyotrophique) : « Salut, Lumière, Amour »… De son côté Nesle a eu la merveilleuse délicatesse d’encadrer certaines de mes peintures, afin que je puisse les offrir à nos petits-enfants chéris. Le don, l’amour, la créativité qui nous dépasse, c’est cela aussi, je pense, la Présence du Divin au tréfonds de nous-mêmes. 

Donc : bénir  et lâcher-prise. Mais pour ne pas occulter ou nier artificiellement ce qui fait mal, oui, allons au cabinet  grogner pendant 5 bonnes minutes, car qui fait l’ange fait la bête ! Puis goûtons la vie à pleines dents, comme tu sais si bien le faire. Elle est si belle, la Vie, elle est si forte en nous! Force qu’aucun mot ne pourra définir, un Au-Delà de tous les discours.

Aujourd’hui, je suis visité par cette sorte de certitude aérienne, mais plus tard, quand j’aurai très mal, qui sait ?, cela ne me sera plus donné. Alors j’aurai à entendre ces paroles données à St Silouane du Mont Athos : « Garde ton âme (et ton corps) en enfer, et ne désespère pas ».
Cette lettre, je m’aperçois que je ne te l’adresse pas rien qu’à toi mais aussi à moi-même, un peu comme un aide-mémoire à consulter lors de mes inévitables passages à vide.

Un jour ce sera notre grand passage. On se rappellera la bouteille de champagne laissée par maman sur son balcon, nous invitant, avec un « Alleluia ! »,  à trinquer pour célébrer sa mort, moment fort de la Vie.

Je t’embrasse de tout mon cœur,

Thierry


Vermeersch Etienne, Over God, Antwerpen, Uitgeverij Vrijdag, 2016 . https://books.google.be/books?id=wg8nDQAAQBAJ&pg=PT58&lpg=PT58&dq=Michael+Houlder&source=bl&ots=HjnWOATpEc&sig=loZQdr6Y7vHGvrro2sQCWP_rj_I&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjm9YXNp7DQAhXIOhoKHWdPDCs4ChDoAQgaMAA#v=onepage&q=Michael%20Houlder&f=false . Recensies : http://www.liberales.be/boeken/overgod. https://vreemderdanfictie.wordpress.com/2016/10/24/over-god-het-atheistisch-tussendoortje-van-etienne-vermeersch/ . http://katholiekonderwijs.vlaanderen/nieuws/lieven-boeve-over-de-god-van-vermeersch-en-die-van-de-christenen.
Boekbespreking op vrijdag 18 november 2016 in Vormingplus Hasselt door Arseen De Kesel

Inleiding

Ik heb een beetje filosofie, theologie en bijbelse filologie gestudeerd. Ik ben een christen, maar niet zoals dat meestal zijn invulling krijgt. Ik zal je dit boek van Etienne Vermeersch op een kritische maar tevens objectieve manier proberen voor te stellen. Ik moet bij mezelf onderkennen dat ik moeite heb met oudere vrijzinnigen die toch altijd maar weer op kerk en christendom moeten inhakken. Ik voel wel veel voor de stelling van Ignaas Devisch: “De zin van de wereld openen, misschien ligt daar dan wel de opgave voor het atheïsme vandaag”(DS 18/10:2016, blz.36).

Een boek presenteert zich. Vooreerst door zijn omslag met flappen, vervolgens met zijn inhoudstafel en tenslotte met zijn lay-out van de tekst.
De inhoudstafel van dit boek geeft in zijn geheel iets merkwaardigs . Het begint met een woord vooraf (blz. 7-11 : 5 blz.) , dan een prolegomena (vertaald: een voorwoord of woord vooraf in meervoud; blz. 15-26: 13 blz.), dan een vertoog over de god van het christendom (blz.29-68; 40 blz.), een postscriptum erop (blz.69-89), vervolgens een afsluitend nawoord (blz.93-127: 35 blz.) en tenslotte een slotbeschouwing (blz.129-140). Zonder vermelding in de inhoudstafel sluit het boek met noten (blz.141-142: 2 blz.). In totaal bevat het boek 128 blz. tekst met het kort vertoog als hoofdbrok (40 blz.). De inhoudstafel presenteert een ‘kunstmatige’ indeling: woord vooraf; deel 1: prolegomena; deel 2: vertoog en postscriptum; deel 3: afsluitend nawoord. Dan: slotbeschouwing.

Kort vertoog over de god van het christendom is een onveranderde herdruk van een publicatie in 1993 in het tijdschrift Parados. Periodiek van de Vereniging tot instandhouding van de Internationale School voor Wijsbegeerte, nr 37, 1993, blz 4-30. Een onveranderde herdruk van deze tekst verscheen reeds eerder als herdruk in het boek: Van (de oudgriekse koningsdochter) Antigone tot (het eerst gekloonde schaap) Dolly. Veertig jaar kritisch denken (1997) (blz.105-128: 34 blz.). De eerste druk verscheen in september 1997. Johan Braekman en Hugo Van den Enden verzamelden een aantal artikels. Aanleiding voor deze uitgave was het academisch afscheid van Etienne Vermeersch, die in oktober 1997 op pensioen zou gaan. Een voorstelling van dit boek op 25 september 1997 kan je vinden op de website SKEPP (http://skepp.be/nl/levensbeschouwing-evolutie/skeptisch-kritisch-denken/van-antigone-tot-dolly-etienne-vermeersch-met#.WCm7UfYzX3g).
Je kunt de tekst van ‘Kort vertoog…’ ook vinden op de website http://www.etiennevermeersch.be/artikels/godsdienst-religie/kort-vertoog-over-de-god-van-het-christendom. Tussen de eerste druk van ‘Kort Vertoog’ (1993) en het verschijnen van dit boek (2016) ligt een tijdsspanne van 23 jaar.

De aanleiding tot het schrijven van dit ‘Kort vertoog over de god van het christendom’ waren de vele reacties op een interview van VTM met Etienne Vermeersch op 10 augustus 1992 (hij was toen 58 jaar). VTM programmeerde een reeks interviews met bekende figuren over herinneringen toen ze 21 jaar waren. In 1955 was Vermeersch 21 jaar en bracht dat jaar volledig door in het noviciaat van de jezuïeten in Drongen. Hij vertelde o.a. over zijn diep religieuze gevoelens van toen. Hij voegde er evenwel aan toe dat hij al geruime tijd helemaal zeker was dat de god van het christendom niet bestaat en dat hij daar beslissende argumenten voor had (zie Woord vooraf, blz.7). Er volgde een lawine van reacties, waarop hij reageerde met zijn ‘Kort Vertoog… ‘.  Op dat vertoog kwamen opnieuw vele reacties, waarop hij een Postscriptum schreef. Dit kan je vinden in een licht andere vorm op de website http://www.etiennevermeersch.be/artikels/godsdienst-religie/postscriptum-over-de-god-van-het-christendom . Dat is gedateerd op 25/03/2005, maar moet wellicht dateren van rond 1994. Verder op de website  http://skepp.be/nl/levensbeschouwing-evolutie/creationisme/waarom-de-god-van-het-christendom-niet-kan-bestaan#.WCr5BvYzX3g (gedateerd 12/06/2009).
We bekijken de omslag (met flappen). De buitenkant is zwart , de binnenkant wit. De voorzijde geeft auteur, onderwerp en uitgeverij. De letters vertonen een zilverkleur. De naam van de auteur domineert de bladzijde; grote en brede letters; hetzelfde type letter maar kleiner voor de uitgeverij onderaan de bladzijde. In kleinere en dunnere letters de titel van het boek: over God.

De auteur: Etienne Vermeersch
Op de achterzijde van de omslag prijkt een foto van de wellicht 82-jarige Etienne Vermeersch.  Op de binnenflap staat de tekst: ‘Etienne Vermeersch (1934), door Knack uitgeroepen tot Vlaanderens grootste intellectueel, wordt alom geprezen als wetenschapper en invloedrijk opiniemaker.’ Deze tekst van de Uitgeverij is wellicht gekozen om ideologische en/of commerciële redenen.  Hij wil de autoriteit van Vermeersch benadrukken. Knacks waardering dateerde van 2008. Moest dat nog eens bevestigd worden? Twijfelde er misschien iemand?
Etienne Vermeersch werd geboren op 2 mei 1934 . Hij ging in 1997 op pensioen (63 j.) na een academische loopbaan van 37 jaar (dat begon dus in 1960) waarvan 30 jaar als gewoon hoogleraar (dat begon dus in 1967). Een uitgebreide biografie vind je op de website: http://www.etiennevermeersch.be/biografie. Je kunt er ook heel wat audio-visueel materiaal vinden. In zijn twee prolegomena wijdt hij een eerste prolegomenon aan zijn levensweg (blz.15-20), hoofdzakelijk tot rond 1960 (hij was toen 26 jaar en 2 jaar na zijn uittreden).  Hij schetst zijn ontwikkeling van een sterke emotionele betrokkenheid bij de christelijke godsdienst tot zijn rationele benadering met het besluit van het niet bestaan van de God van het christendom.
De titel is kort: ‘Over God’. Het doet denken aan één van de eerste tractaten in de theologie: de Deo. Over de inhoud van die God worden we wijzer door de tekst op de achterzijde van de omslag: “De God-Vader heeft zich in zijn ‘Openbaringen’ zwaar vergist; ofwel is hij niet echt liefdevol, ofwel heeft hij niet de almacht die de godsdiensten hem altijd hebben toegeschreven. Dus bestaat de ‘Vader’ zoals de godsdiensten hem voor ogen hebben, zeker niet.” Dit is een citaat uit de slotbeschouwing op blz. 137.
Het gaat om de God van het christendom. Maar wat bedoelt hij precies? In het postscriptum , blz. 79 verduidelijkt hij dat. Ik citeer: “Maar dit is nu juist de pointe van mijn betoog. De God die de christenen voor ogen hadden (tijdens de eerste zeventien eeuwen en voor velen ook nu nog) was in hun ogen volmaakt goed, en ze meenden dit uit zijn ‘Openbaring’ af te leiden, maar volgens ons is hij dit in het geheel niet. Als er een goede God zou bestaan in de betekenis die wij daar nu aan geven, kan die niet de God van het historische christendom geweest zijn, en ook niet de God die zich volgens de christenen in de Bijbel had geopenbaard.”
Vermeersch definieert de God van de christenen als volgt (blz.34): (a) hij is een persoon met zelfbewustzijn, communicatiemogelijkheden en ‘vrijheid’. (b) hij bezit alle positieve eigenschappen in oneindige mate: almachtig, alwijs, oneindig goed en liefdevol, oneindig rechtvaardig, oneindig barmhartig… (c) hij is de Schepper van alles wat buiten hem bestaat.
En hij vervolgt met de waarschuwing: “Wie het met deze definitie niet eens is, heeft het niet over de christelijke god.” (blz.35).

Gods almacht en wijsheid strookt niet met het lijden en het kwaad in de wereld. Daarom is er geen almachtige en alwijze God en bestaat hij dus niet (blz. 35). Vermeersch haalt een hele reeks Bijbelse argumenten aan tegen het bestaan van een christelijke god (blz.47-60): goddelijke aansporing tot moord en doodslag, goedkeuring van de slavernij, eeuwige verdoemenis, het laatste oordeel, de haat tegen de joden, wrede en brutale gedragingen, conflicten met nauwgezette en eerlijke wetenschapsmensen.
Hij stelt dan de vraag in welke mate de ‘Openbaring’ van de god van de monotheïstische godsdiensten iets positiefs aan waarheid en waarden tot stand heeft gebracht. Er zijn immorele voorschriften. De positieve waarden komen reeds in andere culturen voor. Vele gegevens van de Bijbel stellen de waarheid ervan in vraag, zijn gelogen of verzonnen.

We gaan terug naar de omslag (met flappen). Op de flap van de voorzijde van de omslag vinden we 4 alinea’s tekst. De eerste alinea verwijst naar wat we reeds hoger hebben vernoemd. De tweede en derde alinea citeren de eerste twee alinea’s van het besluit van het ‘Kort vertoog…’. 
‘Uit wat voorafgaat volgt mijn inziens met een onontkoombare overtuigingskracht dat we het bestaan van de god van het christendom niet alleen om principiële redenen, maar ook op grond van ‘zijn’ ‘Openbaring’ zowel op rationele als op ethische gronden niet kunnen aannemen.’
‘Alles wat positief is in de Bijbel kunnen we op wetenschappelijke, ‘naturalistische’ wijze verklaren zonder op zijn bestaan een beroep te doen. Alleen wat negatief is, wordt, als we in de leiding en inspiratie van een goede, wijze en almachtige god geloven, volkomen onbegrijpelijk en absurd.’
Vermeersch wijst de persoonlijke invullingen of hertalingen van de christelijke ‘God’ af als ze niet stroken met zijn definitie. Volgens hem hebben ze het dan niet over de christelijke ‘God’.
De vierde alinea van de binnenflap verwijst naar zijn bespreking van de god van de islam (blz118-127, in zijn afsluitend nawoord).

Tenslotte de rugzijde van het boek. Het vertoont dezelfde lay-out als de voorzijde van de omslag.

Wat heeft de omslag met flappen ons geleerd?

Een aantal bedenkingen bij het boekje van Vermeersch.
Heel wat christenen zullen het met Vermeersch eens zijn. De god van het christendom, zoals Vermeersch die beschrijft, bestaat niet. Vooreerst heeft hij het over de god van het historisch christendom (tot de zeventiende eeuw en in sommige kringen nu nog) en geeft een vaste, welomschreven definitie over de god van het christendom. Ik heb de indruk dat volgens Vermeersch de ‘Openbaring’ uit de hemel is komen vallen, dat God alles letterlijk heeft gedicteerd en dat Hij door Jezus, zijn zoon, ons alles heeft geopenbaard. Hij neemt de bijbel letterlijk. Vermeersch zal wellicht opwerpen dat het de christenen zelf zijn die zo denken. Als ik het goed voorheb, houdt hij er geen rekening mee dat de Verlichting, de Franse Revolutie en Vaticaan II heel wat in het denken van de katholieke theologie heeft veranderd. Het lijkt hem te ontgaan dat het Woord van God ook het woord van mensen is met alle consequenties ervan. God is niet te vatten in een vaste, onveranderlijke definitie, omdat het Godsbeeld evolueert met de geloofservaringen en –belevingen van gelovigen en gelovige gemeenschappen. Bijgevolg verandert de inhoud van het Godsbegrip. Theologie is de wetenschap die nadenkt over de religieuze en christelijke geloofservaringen en –belevingen van christenen. Het probeert dat op een verstandelijke wijze te doen zonder de verwondering, het mysterie , het geloof uit te sluiten. Vermeersch wil het geloof reduceren tot het rationele. Er is meer dan het rationele. Gelukkig moeten we Vermeersch niet geloven.

Wat de lay-out van het boek betreft . Het boek is samengesteld uit een woord vooraf , drie delen en een slotbeschouwing. Ieder deel wordt aangegeven door een witte bladzijde aan de rechterzijde met de titel van het deel in het midden. De volgende keerzijde - linkerzijde -  blijft wit. Aan de volgende rechterzijde begint dan de tekst van het deel. De bladzijdeaanduiding vinden we links op de linkerbladzijde en rechts op de rechterbladzijde. Bovenaan uiterst rechts van de linkerbladzijde vinden we de titel van het boek, uiterst links van de rechterbladzijde de titel van het onderdeel of deel van het boek. De bladzijde meet 14X21 cm . De tekst beslaat iets meer dan 9,5 cm breedte en  iets meer dan 15 cm hoogte. Onderverdelen zijn gemarkeerd met een spatieruimte boven en onder,  zijn genummerd en met een bijzonder lettertype aangeduid.
Uiteindelijk bevat het boek slechts 128 blz tekst en dan nog is er veel witte ruimte. Men mag dus eerder van een boekje dan van een boek spreken. Ik krijg de indruk dat de uitgever nog eens ‘Kort vertoog…’ en het bijhorende ‘Postscriptum…’ wou uitgeven (61 blz in dit boekje) en dat de rest als een aperitiefje en een dessert wordt geserveerd.

Wie ben ik om tegen zo’n geleerde professor op te tornen. Hij lijkt me wel een professor van een oudere generatie. Die professoren wisten het! Ze schuwden het ook niet om studenten voor schut te zetten en hen verwijten toe te sturen. De slotbeschouwing komt me over als een gebrek aan respect. Enkel de ‘atheïsten’ lijken de nieuwe heiligen.
Ik hoop dat een nieuwe generatie atheïsten goed luistert naar de geloofservaringen en –belevingen van gelovigen en erover nadenkt, dat ze zich de nieuwe inzichten in bijbelstudie en theologie eigen maakt en een respectvol gesprek aangaat met gelovigen, want samen zijn we verantwoordelijk voor deze aarde, voor de vrede, voor het milieu.
Arseen De Kesel
Hasselt, vrijdag 18 november 2016



- LEVENSBESCHOUWELIJKE EN RELIGIEUZE BOEKEN EN ARTIKELS

Tijdschriften : Telos : revue de l'Université domuni . Tijdschrift voor Theologie .

Vóór 2015

  1. De Bleeckere Sylvain , Baert Dennis en Dessin David , Het beloofde land , Averbode , Altiora , 2014 . Websites : http://www.averbode.nl/Pub/CatalogusNL-Maatschappij-en-Religie/CatalogusNL-Maatschappij-en-Religie-Geschiedenis.html?detail=67895 .
  2. Bonneure Kristien , Stil leven . Een stem voopr rust en ruimte in drukke tijden , Lannoo , 2014 , 258 blz. . http://www.lannoo.be/stil-leven .
  3. De Dijn Herman , Hoe overleven we de vrijheid? Modernisme, postmodernisme en het mystiek lichaam. Twintig jaar later. Kalmthout, Pelckmans, 2014, 176 p. http://www.hermandedijn.be/ .
  4. Halik Tomas , Geduld met God . Twijfel als brug tussen geloven en niet-geloven , Zoetermeer , Boekencentrum / Pelckmans , 2014 (3) . Websites : https://www.youtube.com/watch?v=b9l9VXLREGg . http://www.katholiek.nl/recensies/geduld-met-god/ . http://www.zinweb.nl/blog/2015/01/08/recensie-geduld-met-god . http://www.nieuwwij.nl/opinie/recensie-van-geduld-met-god/ .
  5. Hamans P.W.F.M. , Geschiedenis van de katholieke kerk . De vroege kerk en de Middeleeuwen, Deel 1 . Van de reformatie en Franse revolutie tot heden, Deel 2 . 2014 . http://www.uitgeverijparthenon.nl/parthenon_aanbieding.pdf .
  6. Jonckheere Francis , Jozef Van den Berg. Van poppenspeler tot acteur van Christus , Lannoo , 2014 . Websites : http://www.lannoo.be/jozef-van-den-berg . http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/programmas/journaal/2.35483?video=1.2079880 .
  7. Kalsky Manuela & Pruim Frieda , Flexibel Geloven: Zingeving voorbij de grenzen van religies , Uitgeverij Skandalon , 2014 . Websites : http://www.manuelakalsky.nl/ . http://www.manuelakalsky.net/index.php/nl/biografie.html .
  8. Kerremans Ilse , Edith Stein . Leven aan Gods hand , Halewijn , 2014 . Websites : http://www.halewijn.info/microsite/halewijn-uitgeverij/catalogus/uitgave.php?uitgaveID=2391 . https://www.youtube.com/watch?v=LOzhtJHFqVQ&feature=youtu.be .
  9. Mai Klaus-Rüdiger , Lof der religie . Waarom het niet om het even wat is wat u en uw buur geloven , Averbode , Altiora , 2014 . ISBN 9789031739042, 176 pagina’s, 22 euro. Websites : http://www.averbode.be/Pub/catalogusreligie/Maatschappij_en_religie-Spiritualiteit/Maatschappij_en_religie-Spiritualiteit-Spiritualiteit.html?detail=70728 . Prijs voor het beste religieuze boek 2015 . https://www.kerknet.be/kerknet-redactie/nieuws/winnaars-bekend-van-prijs-religieuze-en-spirituele-boek-2015 .
  10. Leman Johan , Van totem tot verrezen Heer, Kalmthout, Pelckmans, 2014, 270 p. . Websites : http://www.liberales.be/boeken/totem . https://nl.wikipedia.org/wiki/Johan_Leman .
  11. Neels M.G. , Een andere kijk op de priester , Soest , Boekscout , 2013 . Websites : https://www.boekscout.nl/shop2/boek.php?bid=3716 . http://www.lavigerie.be/spip.php?article1319 .
  12. Libbrecht Ulrich , Adieu à Dieu , Antwerpen , Garant , 2014 . Websites : http://www.h-vv.be/boekrecensies/non-fictie/adieu-%C3%A0-dieu-naar-een-religieus-athe%C3%AFsme . https://godenenmensen.wordpress.com/2014/03/26/de-ontdekking-van-het-religieus-atheisme/ .
  13. Meerbosch Janus , De grote misleiding . De bijbel in het vizier , Aspekt , 2014 . Websites : http://www.merlijnboekhandel.nl/janus-meerbosch . http://forum.politics.be/archive/index.php?t-14230.html . http://www.topicway.com/dictionary/TeKoS . http://racines.traditions.free.fr/mason/mason.pdf .
  14. Monnet Marie , La libre circulation des personnes entre ancienne et nouvelle mondalisation , Paris , Éditions du Cerf , 2014 , 224 blz. . 25 euro . Websites : http://www.domuni.eu/fr/recherche/la-maison-d-edition/livre?idBook=30 . http://www.domuni.eu/fr/vie-universitaire/professeur?idTeacher=184 .

In het jaar 2015

  1. Alde'emeh Montasser , Stockmans Piet , De jihadkaravaan . Reis naar de wortels van de haat , Tielt , Lanno , 2015 . Websites : http://www.lannoo.be/de-jihadkaravaan . http://www.pieterstockmans.be/blog/tag/de-jihadkaravaan/ .
  2. Achterhuis Hans , Van Buuren Maarten , Filosofische overwegingen bij de tien geboden , Lemniscaat , 2015 . Websites : http://www.lemniscaat.nl/Non-fictie/Filosofie/titels/9789047707585/Erfenis%20zonder%20testament . https://nl.wikipedia.org/wiki/Hans_Achterhuis . http://www.maartenvanbuuren.com/index.php .
  3. Ayaan Hirsi Ali , Ketters – Pleidooi voor een hervorming van de islam , uitgegeven bij atlas contact, 2015 . http://www.nieuwwij.nl/opinie/recensie-van-ketters-pleidooi-voor-een-hervorming-van-de-islam/ .
  4. Baekelmans Peter , Anders denken , Halewijn , 144 blz. . Websites : http://www.antwerpfvg.org/docenten-fvg-antwerp/peter-baekelmans.html . http://www.halewijn.info/microsite/halewijn-uitgeverij/nieuws_detail.php?subsiteID=2333&nieuwsID=133565 .
  5. Benhaddou Khalid , Is dit nu de islam ? Hoe ik als moslim voor nieuwe tijden ga : rationeel , Europees en verzoenend
  6. , Zie : https://solidair.stad.gent/kalender/boekvoorstelling-dit-nu-de-islam-khalid-benhaddou . https://solidair.stad.gent/sites/default/files/news/Boekvoorstelling%20Khalid%20Benhaddou_%20Is%20dit%20nu%20de%20Islam.pdf . http://www.standaard.be/cnt/dmf20160714_02385124 .
  7. Benima Tamarah Maionah , Joodser dan dit krijgt u het niet . De levenskunst van de Joodse beschaving , Amsterdam , Prometheus - Bert Bakker , 2015 . Websites : http://www.elsevier.nl/Cultuur--Televisie/blogs/2015/8/De-onorthodoxe-visie-van-rabbijn-Tamarah-Benima-2677669W/ . https://nl.wikipedia.org/wiki/Tamarah_Benima .
  8. Benyaich Bilal , radicalisme , extremisme , terrorisme , Leuven : Van Halewyck, 2015. 86 p.
  9. Bianchi Enzo , Nieuwe stijlen van evangelisatie , Averbode , Altiora , 2015 . Websites : http://www.averbode.be/Pub/catalogusreligie/Theologie-en-Mystiek.html?detail=73339 . https://nl.wikipedia.org/wiki/Enzo_Bianchi .
  10. Borgman Erik , Waar blijft de kerk, Adveniat/Halewijn , 15-10-2015 . Uitvoering: paperback 160 pagina's, 14 x 21 cm . ISBN: 978-94-9209-312-7 . Artikelcode: 499
  11. Boyne John , De grote stilte , Amsterdam , Meulenhopff , 2015 . Websites : http://www.voluitleven.info/#!monique-hulsbergen/c4i3 . http://www.johnboyne.com/ . http://mustreads.nl/recensie-de-grote-stilte-john-boyne/ .
  12. Bosman Frank G. , Toptheologen , the next generation , theologie aan het begin van de 21ste eeuw , Heeswijk : Berne media, 2015. 143 p.
  13. Bras Kick , Leven met Thomas Merton, Wegwijzer naar vrijheid , Boekencentrum , Websites : http://www.paagman.nl/product/leven-met-thomas-merton/3191682/index.html . http://www.kickbras.nl/boeken.html .
  14. Burgraeve Roger in gesprek met Guido Caerts 1 Paula Veestraeten , Hoog tijd voor een andere God . Bijbels diepgronden naar de ziel van ons mens-zijn , Leuven , Davidsfonds , 2015 . Websites : https://theo.kuleuven.be/apps/onderzoekers/14/ . http://www.kuleuven.be/thomas/page/mededelingen/view/142842/ . Caerts Guido oud directeur secundair onderwijs Blookbergstraat 8 3600 Genk 089/24 77 01 guido.caerts[at]telenet.be . 0473/51 01 39 . Eindredacteur van het tijdschrift Golfslag van de Unie van Religieuzen van Vlaanderen . Veestraeten Paula oud pedagogishe begeleidster Blookbergstraat 8 3600 Genk 089/24 77 01 paula.veestraeten[at]telenet.be .
  15. Burggraeve Roger , Meerstemmig opvoeden vandaag , Halewijn , 2015 . Websites : http://www.halewijn.info/microsite/halewijn-uitgeverij/catalogus/uitgave.php?uitgaveID=2684 . https://theo.kuleuven.be/apps/onderzoekers/14/ .
  16. Cappelle Wannes , Ont-ferm U , Lannoo , 2015 . Websites : http://www.pastoralezorg.be/page/maand-van-de-spiritualiteit/#maand-van-de-spiritualiteit-2015 .
  17. Carrière Emmanuel , Het Koninjkrijk , De Bezige Bij , 2015 . Websites : https://www.roelants.nl/boekennieuws/item/recensie-riet-de-jon-het-koninkrijk-van-carrere.html . https://fr.wikipedia.org/wiki/Emmanuel_Carr%C3%A8re .
  18. Chinchen Palmer , Op blote voeten . Samen het verschil maken . Terug naar het hart van het evangelie , Utrecht , Kok , 2015 . Websites : http://www.kok.nl/boek/op-blote-voeten/. http://zinvloed.nl/2015/05/boek-op-blote-voeten-van-palmer-chinchen/ .
  19. Colla Jan , Zuster Rebekka , trappistin en priorin van klooster Klaarland , Kerk & Leven , 22 april 2015 , blz. 8 . Websites : https://nieuw.kerknet.be/kerk-leven/artikel/als-je-alles-opgeeft-krijg-je-veel-de-plaats . http://www.priorijklaarland.be/ . https://www.youtube.com/watch?v=hBJe5BYWkbc . http://www.braambos.be/tv/date/2010/2010-05-23/TV-20100523-B/ .
  20. De Haes Theo , De kracht van de stilte , Averbode , Altiora , 2015 . Websites : http://www.dekrachtvandestilte.be/author/theo/ . http://www.dekrachtvandestilte.be/workshops/ .
  21. De Mey Peter . http://www.kuleuven.be/wieiswie/nl/person/00008676 .
  22. De Smet Erik , Peter Baekelmans . Scheutist en grensganger , Kerk & Leven , 16 september 2015 , blz. 7. Klapstoel . Websites : http://www.antwerpfvg.org/docenten-fvg-antwerp/peter-baekelmans.html .
  23. Debel Hans en Kevers Paul (red.) , Een God die geschiedenis schrijft ? De Historische Boeken van het Oude Testament , Leuven , Acco , 2015 .
  24. Demaerel Ignace, Jezus 2.0. Wat heeft Hij ons vandaag nog te vertellen? Davidsfonds , 2015, ISBN 978 90 5908 648 7. 120 blz., 14,99 euro . Websites : https://nieuw.kerknet.be/kerk-leven/artikel/ignace-demaerel-jezus-20 . http://www.ammibrussel.be/contact.html .
  25. Demyttenaere Bart , Mertens Marco , Tussen de regels - Achter de muren van een slotklooster, Davidsfonds . Websites : https://nl.wikipedia.org/wiki/Bart_Demyttenaere . http://www.bartdemyttenaere.be/ . De benedictijnerabdij Zevenkerken in Sint-Andries .
  26. Den Besten Leen , De moslimbroederschap en de utopie van islamisten , Soesterberg , Aspekt , 2015 . Websites : http://www.tscheldt.be/eula_sch/eula_index.php?opt=LVE&ord=DESC&lim=50&art=7503&rub=0&con=0&vv=yes . https://nl.linkedin.com/pub/leen-den-besten/52/a50/358 .
  27. Depuydt Ann , Spiritualiteit voor rationele mensen , Averbode , Altiora , 2015 . Website : https://literatuurplein.nl/boekdetail.jsp?boekId=1059839 .
  28. Dierickx G. , Religie als sociale constructie. Een menswetenschappelijke rondleiding , Garant , 412 blz. . Website : http://www.maklu.be/MakluEnGarant/BookDetails.aspx?id=9789044133103 .
  29. Drewermann Eugen , Keerpunten . Wat heeft het christendom werkelijk te zeggen ? Budel , Damon , 2015 . Websites : http://www.damon.nl/book/keerpunten . https://nl.wikipedia.org/wiki/Eugen_Drewermann .
  30. Galle Erik , Ik ben een pelgrim die de stilte als bestemming heeft , Halewijn , 2015 . Websites : http://www.oneindigeverhaal.be/Boek/Erik--Galle/Ik-ben-een-pelgrim-d.../9789085283539.html . http://www.lannoo.be/erik-galle .
  31. Galle Erik , Vijftig jaar interreligieuze dialoog . Tertio , 30 september 2015 , blz. 12 . Media-opener . Zie : zondag 4 oktober 2015 . Braambos . 09:00 op één en om 23.20 u. op Canvas : De Dialoog : Mensen van goede wil : Eten en vasten . http://www.braambos.be/tv/date/2015/2015-10-04/TV-20151004-B/ . https://www.facebook.com/KTROBraambos .
  32. Geldhof Joris . https://theo.kuleuven.be/apps/onderzoekers/Geldhof/ .
  33. Grün Anselm , Vergeet niet te leven , Ten Have , 2015 . Websites : http://www.boek-plus.nl/anselm-grun . https://nl.wikipedia.org/wiki/Anselm_Gr%C3%BCn .
  34. Grün Anselm , Voluit leven . Dagboek voor de ziel , Kok , 2015 . Websites : http://www.kok.nl/boek/voluit-leven/ .
  35. Hammer Karl , De zetel van Franciscus . Een fascinerend onderzoek naar religie, relieken en roof , Elmar , 2015 . Websites : http://www.uitgeverijelmar.nl/boek/de-zetel-van-franciscus/ . https://en.wikipedia.org/wiki/Karl_Hammer .
  36. Heirmann Ann . Websites : http://www.cbs.ugent.be/node/379 .
  37. Hoegaerts, J., Verstraete, P., De Coster, J., Kevers, R. (2015). Stamelen over stilte: Een poging tot inleiding. In: Verstraete P., Hoegaerts J. (Eds.), Stilte: Essays over macht, cultuur en verandering , Brussel , Academic Scientific Publishers , 2015 .
  38. Hornikx René , Ieder mens woont in verhalen . Aanzetten voor gesprek en viering in kleine groepen , Berne Media , 2015 . Websites : http://www.cosmox.be/boeken/ieder-mens-woont-in-verhalen-rene-hornikx-9789089721068 . https://twitter.com/renehornikx .
  39. Hulsbergen Monique - Bohlmeijer Ernst , Compassie als sleutel tot geluk : Voorbij stress en zelfkritiek , Amsterdam , Boom , 2015 . Websites : http://www.gezondheidskrant.nl/66324/compassie-als-sleutel-tot-geluk/ . http://www.voluitleven.info/#!monique-hulsbergen/c4i3 .
  40. Janssens Ugo , Heksenhoer , sterf ! Magie , ketterij en hekserjij , vroeger en nu , Van Halewyck . Websites : http://www.vanhalewyck.be/nieuws/ugo-janssens-op-radio-2-over-heksenhoer-sterf .
  41. Jorna Ton , Leget Carlo , In wetenschap van de ziel , Eburon , 2015 . Websites : http://www.eburon.nl/in_wetenschap_van_de_ziel . http://www.bol.com/nl/c/boeken/ton-jorna/30480/index.html . http://www.uvh.nl/uvh.nl/up/ZyrxbnmIE_toelichting_en_sprekersprofielen.pdf .
  42. Kabergs Valérie , Doctoraat Valérie Kabergs , Areopaag (2014-2015) , blz.115-118 . Dissertatie: Creativiteit in het spel? De Griekse weergave van expliciet Hebreeuws woordspel op basis van eigennamen in Pentateuch en Twaalf Profeten . Websites : http://www.ccv.be/hasselt/medewerkers/val%C3%A9rie+kabergs . https://www.linkedin.com/pub/val%C3%A9rie-kabergs/a2/57a/99 .
  43. Kalsky Manuela , J.H. van Oosbreelezing 15 - Het realistisch idealisme van een nieuw wij , 2015 . 36 blz. . http://www.manuelakalsky.nl/ .
  44. Kasper Walter , Paus Franciscus . Revolutie van de tederheid en de liefde , Antwerpen , Halewijn , 2015 .
  45. Kemp Hugh P. , Wereldreligies in kort bestek , Utrecht : Kok, 2015. – 126 p. : ill.
  46. Kevers Paul , De Bijbel over stilte , in : Ezra - Bijbels tijdschrift nr. 27 , jaargang 46 (2015, nr. 3, blz. 65-74 . Website : http://www.vlaamsebijbelstichting.be/ .
  47. Khan inayat , Filosofie , psychologie , mystiek . Soefi lezingen , Katwijk aan zee , 2015 .
  48. Kinneging Andreas , Slootweg Timo , Deugdethiek , levensbeschouwing en religie , Het Spectrum , 2015 . Websites : http://www.unieboekspectrum.nl/boek/9789000345274/Deugdethiek-levensbeschouwing-en-religie/ . http://www.nieuws.leidenuniv.nl/boeken/deugdethiek-levensbeschouwing-en-religie.html .
  49. Koning Hugo , Mythologie , Amsterdam , 2015 .
  50. Küng Hans , Websites : https://nl.wikipedia.org/wiki/Hans_K%C3%BCng .
  51. Labuschagne B. , T. Slootweg & R. Sneller (Red.) , Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5) , Garant , 323 blz. . Website : http://www.maklu.be/MakluEnGarant/BookDetails.aspx?id=9789044131604 .
  52. Lamberigts M. , Declerck Leo , Het concilie Vaticanum II , Uitgeverij Halewijn , Antwerpen , ISBN: 978-90-8528-363-8 , 224 pagina's , Prijs: €18,95 .
  53. Laszlo Ervin , Peake Anthony , Onsterfelijke geest . Wetenschap en continuïteit van bewustzijn buiten de hersenen , Bres , 2015 . Websites : http://www.bresmagazine.nl/boeken.php . https://nl.wikipedia.org/wiki/Ervin_L%C3%A1szl%C3%B3 .
  54. Lathouwers Ton , Zij is altijd soms . Vrouwelijke gestalten van compassie , Asoka , 2015 . Websites : https://www.milinda-uitgevers.nl/asoka/boek/3328/zij-is-altijd-soms . http://www.zengroephengelo.nl/index.php?page=wie-is-ton-lathouwers . https://www.youtube.com/watch?v=9kVx0K7yK14 . Een ten geleide van Manuela Kalsky : https://nl.wikipedia.org/wiki/Manuela_Kalsky .
  55. Lenaers Roger , Roger Lenaers, Jezus van Nazaret. Een mens zoals wij?Pelckmans, Kapellen, 2015, ISBN 978 90 2898 093 8, 128 blz. . Websites : https://nieuw.kerknet.be/kerk-leven/artikel/roger-lenaers-jezus-van-nazareth-een-mens-zoals-wij . https://nl.wikipedia.org/wiki/Roger_Lenaers .
  56. Leever Olga , Otten Idelette , vasten : de kunst van geven en loslaten , Baarn : Forte uitg., 2015. 152 p. : 11 foto’s.
  57. Libbrecht Ulrich . Bisschop Pierre , Oostveen Daan , De weg is wijzer dan de wegwijzer , Garant , 2015 . Websites : http://www.ulrichlibbrecht.com/ . http://libbrechtgenootschap.org/ .
  58. Maex Edel , Iedereen weet . Zen en religie in tijden van wetenschap , Lannoo , 2015 . Websites : http://www.lannoo.be/iedereen-weet . http://www.lannoo.be/edel-maex . http://levenindemaalstroom.drupalgardens.com/ .
  59. Malfliet Rudi , Seven manieren van minnen . Gewikt en gewogen . Beatrijs van Nazareth . Helvicus Theutonicus . Meister Eckhart , Antwerpen - Apeldoorn , Garant , 2015 . http://www.maklu.be/MakluEnGarant/BookDetails.aspx?ID=9789044132960 . http://kathedralenbouwers.clubs.nl/nieuws/detail/2364085_seven-manieren-van-minnen-rudi-malfliet .
  60. Mantels Ruben e.a. , Geloven in Gent . Plaatsen van het religieuze leven , Gent , Academia Press , 2015 . Websites : http://www.ugent.be/lw/geschiedenis/nl/contact/overzicht.htm/persoonlijke-paginas/ruben-mantels . http://www.ipg.ugent.be/archives/2914 .
  61. Mettepeningen Jürgen , Geloven . Spirituele denkers uit de hele wereld getuigen , Lannoo , 352 blz. . Websites : http://www.lannoo.be/geloven .
  62. Mettepenningen Jürgen , Schelkens Karim , Godfried Danneels – Biografie , ISBN 978-94-6310-022-9 . Prijs : € 39.50 . Websites : http://www.kuleuven.be/thomas/page/mededelingen/view/152479/ . http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/nieuws/binnenland/1.2449051 . http://www.knack.be/nieuws/mensen/godfried-danneels-was-al-jaren-in-de-weer-als-king-maker-van-paus-franciscus/article-longread-607599.html .
  63. Monballyu Jos , De heksen en hun buren . Heksenprocessen in de lage landen 1598-1652 , Davindsfonds , 2015 . Websites : http://www.nieuwpoort-digitaal.be/toon_impressie.asp?event=306 . http://www.kuleuven-kulak.be/nl/nieuws/hulde-aan-professor-jos-monballyu .
  64. Monnet Marie , La libre circulation des personnes entre ancienne et nouvelle mondalisation , Paris , Éditions du Cerf , 2014 , 224 blz. . 25 euro . Websites : http://www.domuni.eu/fr/recherche/la-maison-d-edition/livre?idBook=30 . http://www.domuni.eu/fr/vie-universitaire/professeur?idTeacher=184 .
  65. Monnet Marie , Levinas . La relation de l'autre , Domuni-Press , Toulouse , 2015 .
  66. Murre-van den Berg H.L. , Websites : http://radboud.academia.edu/HeleenMurrevandenBerg . http://www.rkk.nl/nieuws/nieuwe_directeur_instituut_voor_oosters_christendom .
  67. Nagel Bruno , Websites : http://www.filosofie.nl/nl/content/50771/nagel-over-oosterse-filosofie.html . http://www.filosofie-oostwest.nl/index.php/docenten/docenten-2014-2015/175-bruno-nagel .
  68. Neckebrouck V. , Wie is katholiek? Op zoek naar de katholieke identiteit , 112 blz. , Garant . Website : http://www.maklu.be/MakluEnGarant/BookDetails.aspx?id=9789044131949 .
  69. Notker Wolf, Hans-Günther Kaufmann, Wil Derkse , Ora et labora . De regel van Benedictus , Kok , 2015 . Websites : http://www.kok.nl/boek/ora-et-labora/ . http://www.katholiek.nl/recensies/ora-et-labora-de-regel-van-benedictus-in-beeld/ .
  70. O'Malley John W. , De Jezuïeten , Averbode , Altiora , 2015 . Websites : http://www.averbode.nl/Pub/CatalogusNL-Maatschappij-en-Religie/CatalogusNL-Maatschappij-en-Religie-Geloven.html?detail=75159 .
  71. Ochtman-de Boer Annegien , Nieuwe rituelen , Websites : http://www.ritualiter.nl/wie-is-annegien/ . http://www.ritualiter.nl/boek-nieuwe-rituelen/ . http://www.forteuitgevers.nl/boek/nieuwe-rituelen .
  72. Paas Stefan , Vreemdelingen en Priesters , Boekencentrum , 2015 . Websites : http://www.boekencentrum.nl/shop_details.php?productId=25084 . https://nl.wikipedia.org/wiki/Stefan_Paas .
  73. Philo van Alexandrië , Het leven van Mozes , ingeleid , vertaald en toegelicht door Albert-Kees Geljon , Budel , Damon , 2014 .
  74. Poorthuis Marcel , de Kruijf Theo , Avinoe, Onze Vader: de joodse achtergronden van het Onze Vader , Paperback, 160 pagina’s , ISBN 978 94 9209 332 5 , Prijs € 14,95 . http://www.adveniat.nl en http://www.pardes.nl . Websites : http://www.stichtingpardes.nl/algemeen/106/sub/137/29-november-Joodse-achtergronden-van-het-Onze-Vader.html . https://www.kerknet.be/kerknet-shop/product/avinoe-onze-varder . http://www.debezieling.nl/breng-ons-niet-in-beproeving-nieuwe-vertaling-van-het-onze-vader/ .
  75. Pot Miek , Naar het hart van mijn ziel . 12 jaar in een kluizenaarsklooster , Kampen , Ten Have ; Antwerpen , Standaard , 2007 . Websites : http://www.miekpot.com/ .
  76. Pot Miek , Doorkruist land . De contemplatieve weg , 2014 . Websites : http://www.miekpot.com/ . http://www.nieuwwij.nl/opinie/recensie-van-doorkruist-land-van-miek-pot/ .
  77. Quispel Chris , Historische Migratiestudies 5 - Anti-Joodse beeldvorming en Jodenhaat de geschiedenis van het antisemitisme in West-Europa , Paperback , 2015 . http://www.literatuurplein.nl/recensie.jsp?recensieId=879 .
  78. Raheb Mitri , Geloven onder bezetting Een Palestijnse theologie van verzet en hoop . 120 pagina's | Paperback | ISBN: 9789023970224 . Websites : http://www.mitriraheb.org/ . https://nl.wikipedia.org/wiki/Mitri_Raheb . http://www.nieuwwij.nl/nieuws/boekpresentatie-geloven-onder-bezetting-van-dr-mitri-raheb/ .
  79. Raphaël Melissa , The Female Face of God in Auschwitz A Jewish Feminist Theology of the Holocaust . London / Routledge , 2003 . Websites : https://books.google.be/books?id=Jqlx-vik3rEC&pg=PA105&lpg=PA105&dq=the+female+face+of+god+in+auschwitz&source=bl&ots=JZqjrjdjos&sig=tZJAzNYBFEdzRc2juln10umJSPw&hl=nl&sa=X&ved=0CEYQ6AEwBWoVChMIhoPxnoXAyAIVxuwUCh0thwCl#v=onepage&q=the%20female%20face%20of%20god%20in%20auschwitz&f=false
  80. Renckens Rik , Wie zoekt , die bidt , Licap , 2015 . Websites : http://www.kuleuven.be/thomas/page/mededelingen/view/155533/ .
  81. Riebling Mark , Spionnen van de paus . Het Vaticaan complot van Pius XII tegen Hitler , Lannoo , 2015 . Websites : http://www.lannoo.be/spionnen-van-de-paus .
  82. Riemer Else , Abdijmensen . Een inkijk in Norbertijns leven . De Peerle , 2015 . Websites : http://www.depeerle.be/a-41378029/verwacht/abdijmensen/ . https://twitter.com/elzeriemer .
  83. Roebben Bert , Inclusieve godsdienstpedagogiek . Grondlijnen voor levensbeschouwelijke vorming , Acco , 2015 . Websites : https://www.acco.be/nl-be/items/9789462922686/Inclusieve-godsdienstpedagogiek . https://de.wikipedia.org/wiki/Bert_Roebben .
  84. Rossiter Altazar , Spirituele intelligentie . Jij bent de kracht zelf , Ankh - Hermes , 2015 . Websites : http://www.ankh-hermes.nl/boek/spirituele-intelligentie/ .
  85. Rotsaert Mark , Ignatius in zijn brieven, vertaald en toegelicht door Mark Rotsaert, Altiora, Averbode, 2015, 172 blz., 25,00 euro, ISBN 978 90 3173 957 8 . Websites : http://www.jezuieten.org/nl/ignatius-in-zijn-brieven . http://www.cflimburg.be/archief/vorigeJaren/2014-2015/Conferentie5/Conferentie_5_2014-2015.html .
  86. Rouw Mattias , Woenstijnvaders . Inspiratie voor nu , 2015 . Websites : http://hetcolofon.nl/activiteiten/85-woestijnvaders . http://woestijnvaders.com/ .
  87. Safai Darya , Lopen tegen de wind : laat Iraanse vrouwen in hun stadions , Noorderwijk : De Vliegende Keeper, 2015. 169 p.
  88. Samuel Monique , Dagboek van een zoekend christen , Ark Media Amsterdam 2012, 136 pag., isbn 9789033800054, . Websites : http://www.bertaltena.com/monique-samuel-dagboek-van-een-zoekend-christen/ . http://www.mounirsamuel.nl/auteur/ .
  89. Schouten Henk , De vijf religies van de wereld : hun oorsprong, bronnen, leer, leefregels, stromingen en verhalen , Utrecht : Ten Have, 2015. 160 p. Websites : http://www.studeersnel.nl/nl/document/hogeschool-inholland/levensbeschouwing-1/samenvattingen/samenvatting-boek-vijf-religies-van-de-wereld-henk-schouten-hoofdstukken-3-4-en-5/174253/view . http://www.studeersnel.nl/nl/document/hogeschool-inholland/levensbeschouwing-1/samenvattingen/samenvatting-boek-vijf-religies-van-de-wereld-henk-schouten-hoofdstukken-3-4-en-5/174253/view
  90. Seyed-Gohrab Asghar , Soefisme . Een levende traditie , Prometheus , 2015 . Websites : http://webwinkel.uitgeverijprometheus.nl/book/asghar-seyed-gohrab . http://8weekly.nl/recensie/het-begin-van-de-parel-van-de-islam/ .
  91. Slaats Jonas , Soefi's , punkers & poëten . Een christen op reis door de islam , Websites : http://www.jonasslaats.net/boeken/soefis-punkers-poeten-een-christen-op-reis-door-de-islam . http://www.jonasslaats.net/ .
  92. Slavenberg Jacob , Vrijen met God . Over 'heilige bruiloften' , erotiek en religie , Zutphen , Walburg , 2015 . Websites : http://www.walburgpers.nl/vrijen-met-god/ . http://www.jacobslavenburg.nl/ .
  93. Slechten Bert .
  94. Soete Carlos , In zijn naam , Halewijn , 2015 . Websites : http://www.sint-baafs.be/site/node/7239 . http://www.kerknet.be/microsite/ademtocht/nieuws_detail.php?subsiteID=2388&nieuwsID=131059 .
  95. Stockman René , Christelijke identiteit: een utopie? Pelckmans, Kalmthout, 2015. Websites : http://www.hermandedijn.be/viewpic.php?LAN=E&TABLE=PUB&ID=1758 . https://nl.wikipedia.org/wiki/Ren%C3%A9_Stockman .
  96. Stockman René . Al kantelt de aarde . Hoe als christen staande blijven in deze wereld , Antwerpen - Apeldoorn , Garant .
  97. Stufkens Hein , Spiritualiteit - voeding voor de ziel , Dabar-Luyten , 2015 . Websites : http://www.nieuwwij.nl/nieuws/nieuw-boek-stufkens-over-spiritualiteit/ . https://nl.wikipedia.org/wiki/Hein_Stufkens .
  98. Swijnenburg Waldo , De schoonheid en de troost van een wereldbeeld zonder god , Amsterdam , Balans , 2015 . Websites : https://www.uitgeverijbalans.nl/boeken/de-schoonheid-en-de-troost-van-een-wereldbeeld-zonder-god/ . https://tasmedes.wordpress.com/2015/05/19/waldo-swijnenburg-en-de-troost-en-schoonheid-van-het-athesme-boekbespreking/ .
  99. Torfs Rik , De vrijheid van de twijfel , Halewijck . Websites : http://www.vanhalewyck.be/boek/de-vrijheid-om-te-twijfelen-0 . http://leveninleuven.be/2015/09/17/rik-torfs-stelt-nieuw-boek-voor-in-barboek/comment-page-1/ .
  100. Torrekens Corinne , Adam Ilke , Marokkaanse en Turkse Belgen : een (zelf)portret van onze medeburgers , Brussel : Koning Boudewijn Stichting, 2015. 215 p.
  101. Truyman André , Paus Franciscus, erfenis en toekomst. Van verdoken misbruik tot uitgesproken nederigheid, Acco, 2015 . Websites : https://nl.wikipedia.org/wiki/Andr%C3%A9_Truyman .
  102. Vanbelle Annelies A. A. , Vergeet Ibiza , ga in het klooster . Hoe het klooster van Chevetogne weer sexy maakt , De Standaard , di. 25 september 2015, D10-D11 .
  103. Vanbeselaere Norbert .
  104. Vandekerckhove Bieke , De smaak van de stilte . Hoe ik bij mezelf ben gaan wonen , Kampen , Ten Have ; Tielt , Lanno , 2010 . Websites : https://www.kuleuven.be/thomas/page/tijdschriften/viewarticle/61914/ . http://www.sint-michielsbeweging.be/wp-content/uploads/2015/05/op-mensenmaat.pdf . Geboren : 29 juli 1969 . Gestorven : 7 september 2015 : http://www.mahakarunachan.nl/files/2015/09/In-memoriam-Bieke-Vandekerckhove.pdf . http://www.mahakarunachan.nl/bieke-is-overgegaan/ . Boek . Hoofdstuk 1 begint met een citaat van Jenny Dejager : http://www.jennydejager.be/nl/wie-is-jenny-dejager .
  105. Van der Braak André , De spiritualiteit van Meister Eckhart. Een Dominicaans mysticus in een multireligieuze samenleving , 2014 . http://www.uitgeverijparthenon.nl/parthenon_aanbieding.pdf .
  106. Van Tente Marc , Vensters op het Mysterie, over Raimon Panikkar , Averbode , Altiora , 2014 . Websites : http://www.averbode.be/Pub/catalogusreligie/Maatschappij_en_religie-Spiritualiteit.html?detail=70729 . http://agenda.gva.be/agenda/e/boekvoorstelling-vensters-op-het-mysterie-een-zoek/2e321290-4afc-4ab3-b9f3-228111a68163 .
  107. VAN TENTE M., De monnik in ieder van ons. Raimon Panikkar over een nieuw monnikendom voor deze tijd, in TGL 57 (2001) nr. 4, 397-412. Op het internet: http://www.raimon-panikkar.org . Een gesprek met Panikkar (in het Nederlands) op http://www.kristijn.com/?subpage=133 .
  108. Van Willigen M.A. , Christus volgen . Doop en avondmaal in de Vroege kerk , Heerenveen , Royal Jongbloed , 2015 (2) . Websites : http://www.wevervanwijnen.nl/christus-volgen-m-a-van-willigen-9789088970955.html . http://www.cip.nl/god/december-2014/44607-De-Vroege-kerk-helpt-ons-christenen-op-weg .
  109. Verhelst Thierry , Ducrocq Anne , Als ik zwak ben, ben ik sterk. Rechtop in de beproeving , Halewijn , 2015 . Websites : http://www.halewijn.info/microsite/halewijn-uitgeverij/catalogus/uitgave.php?uitgaveID=2537 . https://www.youtube.com/watch?v=KbASeE6Z0zA .
  110. Visser Peter , Openberaing van Johannes . Vertrouwen en verlangen : hoop voor de wereld , Uitgeverij U2pi , 2015 .
  111. Wagemakers Joas , De Koning Martijn : vroomheid en vertier onder moslims binnen en buiten Nederland / Joas Wagemakers, Martijn de Koning. Almere : Parthenon, 2015. 334 p.
  112. Weyns Walter (red.) , Gedoofde kaarsen en uitslaande vlammen . De secularisatie onder de loep . Reeks : Hoezo religie . ISBN  978 94 6310 038 0 . Uitgeverij Polis, 224 pagina's .
  113. XX , Levensovertuigingen en geloof, om het hoofd te bieden aan maatschappelijke uitdagingen . Een luistercampagne in België . Website : http://www.face2faith.eu/PDF/F2F_campagne_ecoute_NL.pdf .

Verschenen in 2016

  1. Khalid Benhaddou , Is dit nu de islam ? Hoe ik als moslim voor nieuwe tijden ga : rationeel , Europeesd en verzoenend , Zie : https://solidair.stad.gent/kalender/boekvoorstelling-dit-nu-de-islam-khalid-benhaddou . https://solidair.stad.gent/sites/default/files/news/Boekvoorstelling%20Khalid%20Benhaddou_%20Is%20dit%20nu%20de%20Islam.pdf . http://www.standaard.be/cnt/dmf20160714_02385124 .
  2. Maitland Sarah , Alleen zijn . Hoe doe je dat ? De Arbeiderspers . http://www.singeluitgeverijen.nl/de-arbeiderspers/boek/alleen-zijn/ .
  3. Montasser AlDE'emeh. De weg naar radicale verzoening. In gesprek met Jan Lippens. Publicatie datum 05.10.2016. ISBN 978-94-6310-193-6. Prijs € 19.95.
  4. Mossoux Jean , Genoeg. Gooi het eens over een andere boeg , Halewijn , 2016 . Websites : http://www.ijd.be/genoeg-gooi-het-eens-over-een-andere-boeg . https://www.youtube.com/watch?v=OEQQD8dul6E&feature=youtu.be .
  5. Selderhuis H.J. , Luther , een mens zoekt God , Ichtus boekhandel , http://www.eo.nl/radio5/programmas/eo-live/fragment/artikel/herman-selderhuis-over-zijn-boek-luther/ .
  6. Smedes Taede A., God , iets of niets ? Amsterdam University Press , 2016 , 312 blz , 19,95 euro . Zie DS (donderdag 27 oktober 2016 D11) : Minten Dominique , 'We lijden aan religiestress' . http://tasmedes.nl/ , http://theo.kuleuven.be/uploads/file/ogtpc/Curriculum_Vitae_Taede_Smedes.pdf .
  7. Stockman René , Barmhartigheid wil ik , geen offers . Halewijn 20-01-2016 . Uitvoering: paperback 246 pagina's, 14,5 x 23,5 cm . ISBN: 978-90-8528-368-3 . Artikelcode: 510 . Websites :
  8. Van Schaik Carel , Michel Kai , Het oerboek van de mens . De evolutie en de bijbel , Amsterdam , Balans , 2016
  9. Vandewiele Wim , Langs het pad van de postulant . Binnenkijken in de trappistenabdij van Westvleteren , Halewijn 18-05-2016 , Uitvoering: paperback . 168 pagina's, 17 x 23,5 cm . ISBN: 978-90-8528-382-9 . Artikelcode: 491 . Websites : https://www.kerknet.be/kerknet-shop/product/langs-het-pad-van-de-postulant . http://www.wimvandewiele.be/2016/04/18/boekvoorstelling-op-18-mei-2016-17u-langs-het-pad-van-de-postulant-binnenkijken-in-de-trappistenabdij-van-westvleteren/ . https://www.youtube.com/watch?v=qUu2lXmhm6M .
  10. Vermeersch Etienne , Over God , Uitgeverij Vrijdag , 2016 . Zie : http://www.uitgeverijvrijdag.be/evenement/boekvoorstelling-over-god-etienne-vermeersch . https://www.standaardboekhandel.be/seo/nl/boeken/filosofie/9789460014703/etienne-vermeersch/over-god .
  11. Zaougui Chams Eddine , Dictators - Een Arabische Geschiedenis , Hardcover. 320 pagina's | Uitgeverij Polis , 19,95 euro .
  12. Zeegers Maarten , Ik was een van hen , drie jaar undercover onder moslims . Uitgeverij Podium B.V. , 333 pagina's , 9789057597527 , april 2016 , 19,90 euro . https://www.bol.com/nl/p/ik-was-een-van-hen/9200000051539610/?country=BE&suggestionType=browse .

Verschenen in 2017

  1. de Sautoy Marcus , Wat we niet kunnen weten. Verkenningen... Nieuwezijde
  2. Dessin David , God is een vluchteling. De terugkeer van het christendom in de Lage Landen, Polis, 2017 .

Leroy Daniël R. , Van ambt tot voorganger . Voorbij de crisis in de kerk ? , Gent , Reproduct , 2017 . Websites : http://www.bezieldverband.be/van-ambt-tot-voorganger . http://www.dominicusgent.be/2017/03/08/boek-van-ambt-tot-voorganger-voorbij-de-crisis-in-de-kerk/ .

4. TIJDSCHRIFTEN :

- Telos : revue de l'Université domuni . Tijdschrift voor Theologie .