MATTEÜSEVANGELIE: ZESENTWINTIGSTE HOOFDSTUK, MT 26 -- TAALGEBRUIK -- COMMENTAAR -
- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -

- Bibliografie - Literatuur - Liturgisch gebruik - Overzicht bijbelboeken - Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken - Overzicht van deze website -

Overzicht van het Matteüsevangelie: Mt: overzicht, Mt: taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -, Mt: commentaar,
Overzicht van het N.T.
: NT: overzicht, NT: taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -, NT: commentaar,
Hoofdstukken van het Matteüsevangelie:
Mt 1, Mt 2, Mt 3, Mt 4, Mt 5, Mt 6, Mt 7, Mt 8, Mt 9, Mt 10, Mt 11, Mt 12, Mt 13, Mt 14, Mt 15, Mt 16, Mt 17, Mt 18, Mt 19, Mt 20, Mt 21, Mt 22, Mt 23, Mt 24, Mt 25, Mt 26, Mt 27, Mt 28.
Pericopen - Mt 26,1-5 - Mt 26,6-13 - Mt 26,14-16 - Mt 26,17-19 - Mt 26,20-25 - Mt 26,26-29 - Mt 26,30-35 - Mt 26,36-46 - Mt 26,47-56 - Mt 26,57-58 - Mt 26,59-66 - Mt 26,67-68 - Mt 26,69-75 -
Vers per vers - Mt 26,1 - Mt 26,2 - Mt 26,3 - Mt 26,4 - Mt 26,5 - Mt 26,6 - Mt 26,7 - Mt 26,8 - Mt 26,9 - Mt 26,10 - Mt 26,11 - Mt 26,12 - Mt 26,13 - Mt 26,14 - Mt 26,15 - Mt 26,16 - Mt 26,17 - Mt 26,18 - Mt 26,19 - Mt 26,20 - Mt 26,21 - Mt 26,22 - Mt 26,23 - Mt 26,24 - Mt 26,25 - Mt 26,26 - Mt 26,27 - Mt 26,28 - Mt 26,29 - Mt 26,30 - Mt 26,31 - Mt 26,32 - Mt 26,33 - Mt 26,34 - Mt 26,35 - Mt 26,36 - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 - Mt 26,47 - Mt 26,48 - Mt 26,49 - Mt 26,50 - Mt 26,51 - Mt 26,52 - Mt 26,53 - Mt 26,54 - Mt 26,55 - Mt 26,56 - Mt 26,57 - Mt 26,58 - Mt 26,59 - Mt 26,60 - Mt 26,61 - Mt 26,62 - Mt 26,63 - Mt 26,64 - Mt 26,65 - Mt 26,66 - Mt 26,67 - Mt 26,68 - Mt 26,69 - Mt 26,70 - Mt 26,71 - Mt 26,72 - Mt 26,73 - Mt 26,74 - Mt 26,75 -



- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -
- OT: Gn (Genesis), Ex (Exodus), Lv (Leviticus), Nu (Numeri), Dt (Deuteronomium), Joz (Jozua), Re (Rechters), Rt (Ruth), 1 S (1 Samuël), 2 S (2 Samuël), 1 K (1 Koningen), 2 K (2 Koningen), 1 Kr ( 1 Kronieken), 2 Kr (2 Kronieken), Ezr (Ezra), Neh (Nehemia), Tob (Tobia), Jdt (Judith), Est (Esther), 1 Mak (1 Makkabeeën), 2 Mak (2 Makkabeeën), Job, Ps (Psalmen ), Spr (Spreuken), Pr (Prediker), Hl (Hooglied), W (Wijsheid), Sir (Sirach), Js (Jesaja), Jr (Jeremia), Kl (Klaagliederen), Bar (Baruch), Ez (Ezechiël), Da (Daniël), Hos (Hosea), Jl (Joël), Am (Amos), Ob (Obadja), Jon (Jona), Mi (Micha), Nah (Nahum), Hab (Habakuk), Sef (Sefanja), Hag (Haggai), Zach (Zacharia), Mal (Maleachi).
- NT: Mt (Matteüs) - Mc (Marcus) - Lc (Lucas) - Joh (Johannes) - Hnd (Handelingen), Rom (Rome), 1 Kor (Korinte), 2 Kor (Korinte), Gal (Galatië), Ef (Efese), Fil (Filippi), Kol (Kolosse), 1 Tes (Tessalonika), 2 Tes (Tessalonika), 1 Tim (Timoteüs), 2 Tim (Timoteüs), Tit (Titus), Film (Filemon), Heb (Hebreeën), Jak (Jakobus), 1 Pe (Petrus), 2 Pe (Petrus), 1 Joh (Johannes), 2 Joh (Johannes), 3 Joh (Johannes), Jud (Judas), Apk (Apokalyps).
Overzicht van de bibliografie van de bijbelboeken- bibliografie bijbel - bibliografie van het Oude Testament - bibliografie Matteüsevangelie - bibliografie Marcusevangelie - bibliografie Lucasevangelie - bibliografie van het Johannesevangelie - bibliografie van het Nieuwe Testament (behalve evangeliën)

Overzicht van Tenakh: Tenakh: overzicht, Tenakh: taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -, Tenakh: commentaar,
Overzicht van Septuaginta
: Septuaginta: overzicht, Septuaginta: taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -, Septuaginta: commentaar,
Overzicht van het NT: NT: overzicht, NT: taalgebruik - A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -, NT: commentaar,
- C-jaar -- Lc 1, Lc 2, Lc 3, Lc 4, Lc 5, Lc 6, Lc 7, Lc 8, Lc 9, Lc 10, Lc 11, Lc 12, Lc 13, Lc 14, Lc 15, Lc 16, Lc 17, Lc 18, Lc 19, Lc 20, Lc 21, Lc 22, Lc 23, Lc 24, 2de (tweede) zondag van de advent C.

1. Hebreeuwse bijbel   2. Targumim 3. LXX (1), LXX (2), Griekse tekst N.T.   4. Vulgata   
5. Statenvertaling   6. Willibrordvertaling   7. Nieuwe Vertaling   8. http://naardensebijbel.nl/zoek.php.
9. Bible de Jérusalem 10. King James Bible  - King James Bible 11. Luther-Bibel   12. liturgische lezing   13. Arabisch: http://wjsn.home.xs4all.nl/arab.htm  

In hun synopsis van de eerste drie evangeliën (Leuven, Vlaamse Bijbelstichting, 1986; Turnhout, Brepols, ) onderscheiden Adelbert Denaux en Marc Vervenne volgende pericopen in het zesentwintigste hoofdstuk van het Matteüsevangelie:
317. Complot tegen Jezus: Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2
318. Zalving van Jezus te Betanië: Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50
319. Verraad van Judas: Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6
320. Voorbereiding van het paasmaal: Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13
321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14
322. Instelling van de eucharistie: Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20
328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening: Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39
329. Jezus in Getsemane: Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46
330. Gevangenneming van Jezus: Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53
331. Naar de hogepriester: Mc 14,53-54 - Mt 26,57-58 - Lc 22,54-55
332. Jezus voor het Sanhedrin: Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71
333. Bespotting van Jezus: Mc 14,65 - Mt 26,67-68 - Lc 22,63-65
334. Verloochening van Petrus: Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62

317. Complot tegen Jezus: Mt 26,1-5 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 -- Mt 26,1 - Mt 26,2 -- Mt 26,3 - Mt 26,4 - Mt 26,5 -

Mt 26,1 - Mt 26,1: 317. Complot tegen Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 -- Mt 26,1 - Mt 26,2 -- Mt 26,3 - Mt 26,4 - Mt 26,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:1 kai egeneto ote etelesen o ièsous pantas tous logous toutous eipen tois mathètais autou 1 et factum est cum consummasset Iesus sermones hos omnes dixit discipulis suis   1 En het is geschied, als Jezus al deze woorden geëindigd had, dat Hij tot Zijn discipelen zeide: [1] Toen Jezus al deze woorden beëindigd* had, zei Hij tegen zijn leerlingen: [1] Toen Jezus deze laatste rede had uitgesproken, zei hij tegen zijn leerlingen: 1 ¶ En het geschiedt:  wanneer Jezus al deze woorden voleindigt zegt hij tot zijn leerlingen: 1. Et il advint, quand Jésus eut achevé tous ces discours, qu'il dit à ses disciples:

King James Bible. [1] And it came to pass, when Jesus had finished all these sayings, he said unto his disciples,
Luther-Bibel. 1 Und es begab sich, als Jesus alle diese Reden vollendet hatte, dass er zu seinen Jüngern sprach:

Tekstuitleg van Mt 26,1. Dit vers Mt 26,1 telt 14 (2 X 7) woorden en 72 (2 X 2 X 2 X 3 X 3 of 8 X 9) letters. De getalwaarde van Mt 26,1 is 8937 (3 X 3 X 3 X 331). Dit vers telt twee delen. In het ene deel wordt de apocalyptische (Mt 24-25) rede afgesloten en in het tweede deel van het vers wordt het lijdensverhaal (Mt 26-27) ingeleid.

Matteüs beëindigt de vijf redes van Jezus telkens met een bijna identieke formulering. Hiermee is het ook duidelijk dat Matteüs in zijn evangelie vijf redes brengt.

Mt 7,28 Mt 11,1  Mt 13,53 Mt 19,1 Mt 26,1
Kai (en) Kai (en)  Kai (en) Kai (en) Kai (en)
egeneto (het gebeurde) egeneto (het gebeurde) egeneto (het gebeurde) egeneto (het gebeurde) egeneto (het gebeurde)
hote (toen) hote (toen) hote (toen) hote (toen) hote (toen)
etelesen (beëindigde) etelesen (beëindigde) etelesen (beëindigde) etelesen (beëindigde) etelesen (beëindigde)
ho Iijsous (Jezus) ho Iijsous (Jezus) ho Iijsous (Jezus) ho Iijsous (Jezus) ho Iijsous (Jezus)
tous logous toutous (deze woorden)    tas parabolas tautas (deze parabels) tous logous toutous (deze woorden) pantas tous logous toutous (al deze woorden)
bergrede: Mt 5-7 zendingsrede:Mt 10  parabelrede: Mt 13 kerkrede: Mt 18 eschatologische rede:Mt 25
54. Slot van de bergrede: Mc 1,22 // Mt 7,28-29 // Lc 4,32  -  Hierna volgt: 145. Prediking te Nazaret en verwerping: Mc 6,1-6a // Mt 13,53-58 ( // Lc 4,16-30)  264. Van Galilea naar Judea: Mc 10,1 // Mt 19,1-2  Hierna volgt het passieverhaal. 317. Complot tegen Jezus: Mc 14,1-2 // Mt 26,1-5 // Lc 22,1-2
bergrede: Mt 5-7 zendingsrede:Mt 10  parabelrede: Mt 13 kerkrede: Mt 18 eschatologische rede:Mt 25

Mt 26,1.3. ὁτε = hote (toen). Taalgebruik in het NT: hote (toen). Taalgebruik in de LXX: hote (toen). Matteüs (12): (1) Mt 7,28. (2) Mt 9,25. (3) Mt 11,1. (4) Mt 12,3. (5) Mt 13,26. (6) Mt 13,48. (7) Mt 13,53. (8) Mt 19,1. (9) Mt 21,1. (10) Mt 21,34. (11) Mt 26,1. (12) Mt 27,31.

hote (toen)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
hote  220  118  102  12  12  12  21  10  22  13  36  47  20 

Mt 26,1.4. וַיְכַל = wajëkhal (en hij eindigde, voltooide) < prefix voegwoord wë + piel imperfect. 3de pers. mann. enk.. Zie het werkw. כָּלָה = kâlâh (voltooien, eindigen). Taalgebruik in Tenakh: kâlâh (voltooien, eindigen). Getalwaarde: kaph = 11 of 20, lamed = 12 of 30, he = 5 ; totaal: 28 OF 55. Structuur: 2 - 3 - 5. De som van de elementen is telkens 1. Bijbel (14). Pentateuch (6): (1) Gn 2,2. (2) Gn 17,22. (3) Gn 49,33. (4) Ex 34,33. (5) Ex 40,33. (6) Dt 31,1.
- act. ind. aor. 3de pers. enk. συνετελεσεν = sunetelesen (hij beëindigde / voltooide) van het werkw. συντελεω = sunteleô (voltooien). Taalgebruik in het NT: sunteleô (voltooien). Taalgebruik in de LXX: sunteleô (voltooien). Bijbel (42). LXX (42). NT (0). Pentateuch (7): (1) Gn 2,2. (2) Gn 17,22. (3) Ex 40,33. (4) Nu 7,1. (5) Dt 31,1. (6) Dt 31,24. (7) Dt 32,45. Variante lezing: Mt 7,28 .
- act. ind. aor. 3de pers. enk. ετελεσεν = etelesen van het werkw. τελεω = teleô (1. voleindigen, voltooien, vervullen. 3. betalen). Taalgebruik in het NT: teleô (voleindigen, voltooien, vervullen). Taalgebruik in de LXX: teleô (voleindigen, voltooien, vervullen). Bijbel = NT (5): (1) Mt 7,28 . (2) Mt 11,1. (3) Mt 13,53. (4) Mt 19,1. (5) Mt 26,1.

Mt 26,1.7. כל = kl (al). Taalgebruik in Tenakh: kl (al). Getalwaarde: kaph = 11 of 20, lamed = 12 of 30 ; totaal: 23 OF 50 (2 X 5²). Structuur: 2 - 3. Tenakh (2709). Pentateuch (824). Eerdere Profeten (584). Latere Profeten (505). 12 Kleine Profeten (104). Geschriften (692).

Mt 26,1.8. - 9. acc. mann. mv. λογους = logous (woorden) van het zelfst. naamw. λογος = logos (woord). Taalgebruik in het NT: logos (woord). logos (woord). Taalgebruik in de LXX: logos (woord).

  logos (woord) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev. 
8 acc. mv. logous 286 264 22 6 1 3 2 4 1 5    
  Totaal   1393  1071  322 31 24 32 38 65 114 18 87  125 

- הַדְּבָרִים = haddëbhârîm (de woorden) < bepaald lidw. ha + mann. mv. van het zelfst. naamw. דָבָר = dâbhâr (woord, daad). Zie het werkw. דָבַר = dâbhar (spreken). Taalgebruik in Tenakh: dâbhar (spreken). Getalwaarde: daleth = 4, beth = 2, resj = 20 of 200 ; totaal: 26 (2 X 13) OF 206 = 2 X 103. Structuur: 4 - 2 - 2. De som van de elementen is telkens 8. Tenakh (132). Pentateuch (44). Eerdere Profeten (34). Latere Profeten (35). 12 Kleine Profeten (4). Geschriften (15). Gn (11): (1) Gn 15,1. (2) Gn 20,8. (3) Gn 22,1. (4) Gn 22,20. (5) Gn 24,66. (6) Gn 29,13. (7) Gn 39,7. (8) Gn 40,1. (9) Gn 43,7. (10) Gn 44,6. (11) Gn 48,1. Ex (12): (1) Ex 4,15. (2) Ex 4,30. (3) Ex 18,19. (4) Ex 19,6. (5) Ex 19,7. (6) Ex 20,1. (7) Ex 24,3. (8) Ex 24,8. (9) Ex 34,1. (10) Ex 34,27. (11) Ex 34,28. (12) Ex 35,1. Lv (1): Lv 8,36. Nu (2): (1) Nu 14,39. (2) Nu 16,31. Dt (18): (1) Dt 1,1. (2) Dt 1,18. (3) Dt 1,44. (4) Dt 4,9. (5) Dt 4,13. (6) Dt 4,30. (7) Dt 5,22. (8) Dt 6,6. (9) Dt 9,10. (10) Dt 10,2. (11) Dt 10,4. (12) Dt 12,28. (13) Dt 28,14. (14) Dt 30,1. (15) Dt 31,1. (16) Dt 31,28. (17) Dt 32,45. (18) Dt 32,46.

Mt 26,1.7. - 9. כל הַדְּבָרִים = kâl haddëbharîm (alle woorden / gebeurtenissen). Tenakh (43). Pentateuch (14). Gn (3): (1) Gn 20,8. (2) Gn 24,66. (3) Gn 29,13. Ex (4): (1) Ex 4,30. (2) Ex 19,7. (3) Ex 20,1. (4) Ex 24,3. (5) Ex 24,8. Lv (1) Lv 8,36. Nu (1): Nu 16,31. Dt (5): (1) Dt 1,18. (2) Dt 4,30. (3) Dt 12,28. (4) Dt 30,1. (5) Dt 32,45.

Mt 26,1.7. - 9.bis אֵת כל הַדְּבָרִים = `eth kâl haddëbharîm (alle woorden / gebeurtenissen). Tenakh (38). Gn (3). Ex (4). Nu (2). Dt (8). Gn (3): (1) Gn 20,8. (2) Gn 24,66. (3) Gn 29,13. Ex (3): (1) Ex 4,30. (2) Ex 19,7. (3) Ex 20,1. Lv (1): Lv 8,36. Nu (1): Nu 16,31. Dt (3): (1) Dt 1,18. (2) Dt 12,28. (3) Dt 32,45.

Mt 26,1.10. הָאֵלֶּה = hâ´ellèh (deze) < bepaald lidw. ha + aanwijz. voornaamw. אֵלֶּה = ´ellèh (deze /dit). Taalgebruik in Tenakh: ´lh. Getalwaarde: aleph = 1, lamed = 12 of 30, he = 5 ; totaal: 18 (2 X 3²) OF 36 (2² X 3²). Structuur: 1 - 3 - 5. De som van de elementen is telkens 9.Tenakh (282). Pentateuch (84). Eerdere Profeten (91). Latere Profeten (65). 12 Kleine Profeten (7). Geschriften (35). Gn (20): (1) Gn 15,1. (2) Gn 15,17. (3) Gn 20,8. (4) Gn 21,29. (5) Gn 22,1. (6) Gn 22,20. (7) Gn 24,28. (8) Gn 29,13. (9) Gn 34,21. (10) Gn 35,4. (11) Gn 38,25. (12) Gn 39,7. (13) Gn 39,17. (14) Gn 39,19. (15) Gn 40,1. (16) Gn 41,35. (17) Gn 43,7. (18) Gn 44,6. (19) Gn 44,7. (20) Gn 48,1.

Mt 26,1.9. - 10. הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה = haddëbharîm hâ´ellèh (deze woorden/gebeurtenissen). Tenakh (81). Pentateuch (24). Gn (10). Ex (4). Nu (2). Dt (8). Gn (10): (1) Gn 15,1. (2) Gn 20,8. (3) Gn 22,1. (4) Gn 22,20. (5) Gn 29,13. (6) Gn 39,7. (7) Gn 40,1. (8) Gn 43,7. (9) Gn 44,6. (10) Gn 48,1. Ex (4): (1) Ex 19,7. (2) Ex 20,1. (3) Ex 24,8. (4) Ex 34,27. Lv (0). Nu (2): (1) Nu 14,39. (2) Nu 16,31. Dt (8): (1) Dt 4,30. (2) Dt 5,22. (3) Dt 6,6. (4) Dt 12,28. (5) Dt 30,1. (6) Dt 31,1. (7) Dt 31,28. (8) Dt 32,45.

Mt 26,1.7. - 10. כל הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה = kâl haddëbharîm hâ´ellèh (al deze woorden / gebeurtenissen). Tenakh (28). Pentateuch (12). Gn (3): (1) Gn 20,8. (2) Gn 29,13. Ex (4): (1) Ex 20,1. (2) Ex 24,8. Lv (0). Nu (1): Nu 16,31. Dt (4): (1) Dt 4,30. (2) Dt 12,28. (3) Dt 30,1. (4) Dt 32,45. Jr (11).
- παντας τους λογους τουτους = pantas tous logous toutous (al deze woorden). LXX (25). Pentateuch (7): Gn (1): Gn 29,13. Ex (2): (1) Ex 19,7. (2) Ex 20,1. Lv (0). Nu (1): Nu 16,31. Dt (3): (1) Dt 31,1. (2) Dt 31,28. (3) Dt 32,46. Jr (11). NT (1): Mt 26,1.

Mt 26,1.7. - 10.bis. אֵת כל הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה = `eth kâl haddëbharîm hâ ellèh (al deze woorden / gebeurtenissen). Pentateuch (7): Tenakh (25). Gn (2): (1) Gn 20,8. (2) Gn 29,13. Ex (2): (1) Ex 19,7. (2) Ex 20,1. Nu (1): Nu 16,31. Dt (2): (1) Dt 12,28. (2) Dt 32,45.
- אֵת הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה = eth haddëbharîm hâ´ellèh (deze woorden / gebeurtenissen). Tenakh (30). Pentateuch (6): (1) Gn 44,6. (2) Ex 34,27. (3) Nu 14,39. (4) Dt 5,22. (5) Dt 31,1. (6) Dt 31,28.


Mt 26,2 - Mt 26,2: 317. Complot tegen Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 -- Mt 26,1 - Mt 26,2 -- Mt 26,3 - Mt 26,4 - Mt 26,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:2 oidate oti meta duo èmeras to pascha ginetai kai o uios tou anthrôpou paradidotai eis to staurôthènai 2 scitis quia post biduum pascha fiet et Filius hominis tradetur ut crucifigatur Jullie weten dat na twee dagen het Pascha komt, en dat de Mensenzoon overgeleverd wordt om gekruisigd te worden. 2 Gij weet, dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden. [2] ‘Zoals jullie weten is het over twee dagen Pasen*, en dan wordt de Mensenzoon overgeleverd om gekruisigd te worden.’ [2] ‘Over twee dagen is het, zoals jullie weten, Pesach. Dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden.’ 2 ge weet dat over twee dagen Pasen wordt gevierd; dan wordt de mensenzoon overgegeven om gekruisigd te worden! 2. « La Pâque, vous le savez, tombe dans deux jours, et le Fils de l'homme va être livré pour être crucifié. »

King James Bible. [2] Ye know that after two days is the feast of the passover, and the Son of man is betrayed to be crucified.
Luther-Bibel. 2 Ihr wisst, dass in zwei Tagen Passa ist; und der Menschensohn wird überantwortet werden, dass er gekreuzigt werde.

Tekstuitleg van  Mt 26,2. Dit vers Mt 26,2 telt 17 woorden, 82 (2 X 41) letters en 37 lettergrepen. De getalwaarde van Mt 26,2 is 9681 (3 X 7 X 461).

15. - 18. ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon). Verwijzing: huios (zoon). Hebr. ben. Lat. filius. Fr. fils.

huios tou anthrôpou (mensenzoon) N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd syn.  ev. 
nom. enk. huios tou anthrôpou 52 22 9 16 5   47 52
totaal 82  31  13  26  11  70  81 

Bij Mt is er vijfmaal sprake van de overlevering van de Mensenzoon.

  1. aankondiging (2de) 2. aankondiging (3de) 3. 4. 5. vervulling (2de)
bijbelplaats   Mt 17,22  // Mc 9,31 // Lc 9,44 Mt 20,18 // Mc 10,33 // Lc 18,32 Mt 26,2 Mt 26,24 // Mc 14,21 // Lc 22,22 Mt 26,45 // Mc 14,41
Jezus mellei ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon staat op het punt) kai ho huios tou anthrôpou (en de mensenzoon) kai ho huios tou anthrôpou (en de mensenzoon) ouai de tôi anthrôpôi ekeinôi di'hou ho huios tou anthrôpou (wee echter die mens door wie de mensenzoon) kai ho huios tou anthrôpou (en de mensenzoon)
wordt overgeleverd paradidosthai (overgeleverd te worden) paradothèsetai (zal overgeleverd worden) paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (wordt overgeleverd)
tot eis cheiras anthrôpôn (in handen van mensen)  kai katakrinousin auton thanatôi (en zullen veroordelen hem ter dood) eis to staurothènai (om gekruisigd te worden)   eis cheiras hamartôlôn (in handen van zondaars)
  171. Tweede lijdensvoorspelling: Mc 9,30-32 - Mt 17,22-23 - Lc 9,43b-45 273. Derde lijdensvoorspelling: Mc 10,32-34 - Mt 20,17-19 - Lc 18,31-34 - 317. Complot tegen Jezus: Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 329. Jezus in Getsemane: Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46

19. paradidotai (hij wordt overgeleverd). Verwijzing: paradidômi (overleveren) . Lat. tradere (trans -dare). Fr. trahir. Ned. overleveren, overgeven. Eng. betraye (t-r-). Hebr. mâsar. Passief praes. 3de pers. enk.. Bij (Gr. para) langs, naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is. Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over: tegenover, aan de andere zijde. Zo kan para-didômi betekenen: geven aan de tegenovergestelde, de andere, de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen. N.T. (7). Mt (3): (1) Mt 26,2. (2) Mt 26,24 // Mc 14,21. (3) Mt 26,45 // Mc 14,41. Mc (3): (1) Mc 9,31 . (2) Mc 14,21 // Mt 26,24. (3) Mc 14,41 // Mt 26,45. Lc (1): Lc 22,22.
Drie teksten in het schema aankondiging - vervulling, drie teksten rond de wee-klacht over de overlevering van Jezus en één tekst nl. de inleiding van het lijdensverhaal bij Matteüs.

paradidômi (overleveren)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
pass. ind.  pr. 3de pers. enk. paradidotai

        7: (1) Mc 14,21 // Mt 26,24 // Lc 22,22. (2)  Mc 14,41 // Mt 26,45.    

Bijbel: O.T.: 1. N.T.: 1. 4. 6. 5.   1. 3. 2. 7. 
  aankondiging (2de) vervulling  Judas    vervulling  Judas  Judas
bijbelplaats   Mc 9,31  Mc 14,41 // Mt 26,45 Mc 14,21 // Mt 26,24 // Lc 22,22 Mt 26,2 Mt 26,45 // Mc 14,41 Mt 26,24 // Mc 14,21 // Lc 22,22 Lc 22,22 // Mc 14,21 // Mt 26,24
 Jezus hoti ho huios tou anthrôpou (dat de mensenzoon) idou paradidotai ho huios tou anthrôpou (zie wordt overgeleverd de mensenzoon) ouai de tôi anthrôpôi ekeinôi di'hou ho huios tou anthrôpou (wee echter die mens door wie de mensenzoon) kai ho huios tou anthrôpou (en de mensenzoon) kai ho huios tou anthrôpou (en de mensenzoon) ouai de tôi anthrôpôi ekeinôi di'hou ho huios tou anthrôpou (wee echter die mens door wie de mensenzoon) plèn ouai tôi anthrôpôi ekeinôi di'hou (maar wee die mens door wie
wordt overgeleverd paradidotai (wordt overgeleverd)   paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (hij wordt overgeleverd)
tot eis cheiras anthrôpôn (in handen van mensen) eis tas cheiras tôn hamartôlôn (in de handen van de zondaars)   eis to staurothènai (om gekruisigd te worden) eis cheiras hamartôlôn (in handen van zondaars)    
  171. Tweede lijdensvoorspelling: Mc 9,30-32 - Mt 17,22-23 - Lc 9,43b-45 329. Jezus in Getsemane: Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 317. Complot tegen Jezus: Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 329. Jezus in Getsemane: Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14

19. - 22. paradidotai eis to staurôthènai (hij wordt overgeleverd om gekruisigd te worden).
- staurôthènai (gekruisigd worden). Passief inf. aor. In drie verzen: (1) Mt 26,2. (2) Lc 23,23 // Mt 27,23 (staurôthètô = dat hij gekruisigd worde) // Mc 15,14 (staurôson = kruisig). (3) Lc 24,7 (hoti dei... staurôthènai = dat hij moet... gekruisigd worden).
-

 

- staurôthènai (gekruisigd worden). In drie verzen: (1) Mt 26,2. (2) Lc 23,23 // Mt 27,23 (staurôthètô = dat hij gekruisigd worde) // Mc 15,14 (staurôson = kruisig). (3) Lc 24,7.

Mt 26,3 - Mt 26,3: 317. Complot tegen Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 -- Mt 26,1 - Mt 26,2 -- Mt 26,3 - Mt 26,4 - Mt 26,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:3 tote sunèchthèsan oi archiereis kai oi presbuteroi tou laou eis tèn aulèn tou archiereôs tou legomenou kaiafa 3 tunc congregati sunt principes sacerdotum et seniores populi in atrium principis sacerdotum qui dicebatur Caiaphas   3 Toen vergaderden de overpriesters en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen des volks, in de zaal des hogepriesters, die genaamd was Kajafas; [3] Toen kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk bij elkaar in het paleis van de hogepriester, die Kajafas heette. [3] Ondertussen kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk bijeen in het paleis van de hogepriester, Kajafas. 3 Dan verzamelen zich de overpriesters en de oudsten van de gemeenschap in de binnenhof van de hogepriester die Kajafas heet, 3. Alors les grands prêtres et les anciens du peuple s'assemblèrent dans le palais du Grand Prêtre, qui s'appelait Caïphe,

King James Bible. [3] Then assembled together the chief priests, and the scribes, and the elders of the people, unto the palace of the high priest, who was called Caiaphas,
Luther-Bibel. 3 Da versammelten sich die Hohenpriester und die Ältesten des Volkes im Palast des Hohenpriesters, der hieß Kaiphas,

Tekstuitleg van  Mt 26,3.

Mt 26,4 - Mt 26,4: 317. Complot tegen Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 -- Mt 26,1 - Mt 26,2 -- Mt 26,3 - Mt 26,4 - Mt 26,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:4 kai sunebouleusanto ina ton ièsoun dolô kratèsôsin kai apokteinôsin 4 et consilium fecerunt ut Iesum dolo tenerent et occiderent   4 En zij beraadslaagden te zamen, dat zij Jezus met listigheid vangen en doden zouden. [4] Ze maakten plannen om Jezus met een list in handen te krijgen en ter dood te brengen. [4] Daar beraamden ze het plan om Jezus door middel van een list gevangen te nemen en hem te doden. 4 en beraadslagen samen hoe zij Jezus met een list kunnen overmeesteren en doden; 4. et se concertèrent en vue d'arrêter Jésus par ruse et de le tuer.

King James Bible. [4] And consulted that they might take Jesus by subtilty, and kill him.
Luther-Bibel. 4 und hielten Rat, wie sie Jesus mit List ergreifen und töten könnten.

Tekstuitleg van  Mt 26,4.

4. - 5. τον ιησουν = ton Ièsoun (de Jezus). NT (66). Mt (9): (1) Mt 14,29. (2) Mt 17,8. (3) Mt 26,4. (4) Mt 26,50. (5) Mt 26,57. (6) Mt 27,20. (7) Mt 27,26. (8) Mt 27,27. (9) Mt 27,54.

Mt 26,5 - Mt 26,5: 317. Complot tegen Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 -- Mt 26,1 - Mt 26,2 -- Mt 26,3 - Mt 26,4 - Mt 26,5 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:5 elegon de mè en tè eortè ina mè thorubos genètai en tô laô 5 dicebant autem non in die festo ne forte tumultus fieret in populo   5 Doch zij zeiden: Niet in het feest, opdat er geen oproer worde onder het volk. [5] Ze zeiden: ‘Niet op het feest, er moet onder het volk geen opschudding ontstaan.’ [5] ‘Maar niet op het feest,’ zeiden ze, ‘want dan komt het volk in opstand.’ 5 ‘maar’ hebben ze gezegd, ‘niet op het feest, opdat er geen opschudding ontstaat in de gemeenschap!’ 5. Ils disaient toutefois: « Pas en pleine fête ; il faut éviter un tumulte parmi le peuple. »

King James Bible. [5] But they said, Not on the feast day, lest there be an uproar among the people.
Luther-Bibel. 5 Sie sprachen aber: Ja nicht bei dem Fest, damit es nicht einen Aufruhr gebe im Volk.

Tekstuitleg van Mt 26,5.

318. Zalving van Jezus te Betanië: Mt 26,6-13 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 -- Mt 26,6 - Mt 26,7 - Mt 26,8 - Mt 26,9 - Mt 26,10 - Mt 26,11 - Mt 26,12 - Mt 26,13 -

Mt 26,6 - Mt 26,6: 318. Zalving van Jezus te Betanië - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 -- Mt 26,6 - Mt 26,7 - Mt 26,8 - Mt 26,9 - Mt 26,10 - Mt 26,11 - Mt 26,12 - Mt 26,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:6 tou de ièsou genomenou en bèthania en oikia simônos tou leprou 6 cum autem esset Iesus in Bethania in domo Simonis leprosi   6 Als nu Jezus te Bethanië was, ten huize van Simon, den melaatse, [6] Toen Jezus in Betanië was, in het huis van Simon de melaatse, [6] Toen Jezus in Betanië in het huis van Simon – degene die aan huidvraat had geleden – aanlag voor een maaltijd, 6 ¶ Intussen is Jezus in Betanië in het huis van Simon de Melaatse; 6. Comme Jésus se trouvait à Béthanie, chez Simon le lépreux,

King James Bible. [6] Now when Jesus was in Bethany, in the house of Simon the leper,
Luther-Bibel. 6 Als nun Jesus in Betanien war im Hause Simons des Aussätzigen,

Tekstuitleg van  Mt 26,6.

Mt 26,7 - Mt 26,7: 318. Zalving van Jezus te Betanië - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 -- Mt 26,6 - Mt 26,7 - Mt 26,8 - Mt 26,9 - Mt 26,10 - Mt 26,11 - Mt 26,12 - Mt 26,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:7 prosèlthen autô gunè echousa alabastron murou barutimou kai katecheen epi tès kefalès autou anakeimenou 7 accessit ad eum mulier habens alabastrum unguenti pretiosi et effudit super caput ipsius recumbentis    7 Kwam tot Hem een vrouw, hebbende een albasten fles met zeer kostelijke zalf, en goot ze uit op Zijn hoofd, daar Hij aan tafel zat.  [7] kwam een vrouw naar Hem toe met een albasten flesje kostbare balsem, en goot dat over zijn hoofd leeg, terwijl Hij aan tafel was.  kwam er een vrouw naar hem toe. Ze had een albasten flesje met zeer kostbare olie bij zich en goot die uit over zijn hoofd.   7 er komt tot hem een vrouw met een albasten flesje heel kostbare mirre bij zich, en dat giet zij uit over zijn hoofd, terwijl hij daar aanligt.  7. une femme s'approcha de lui, avec un flacon d'albâtre contenant un parfum très précieux, et elle le versa sur sa tête, tandis qu'il était à table. 

King James Bible. [7] There came unto him a woman having an alabaster box of very precious ointment, and poured it on his head, as he sat at meat.
Luther-Bibel. 7 trat zu ihm eine Frau, die hatte ein Glas mit kostbarem Salböl und goss es auf sein Haupt, als er zu Tisch saß.

Tekstuitleg van  Mt 26,7.

Mt 26,8 - Mt 26,8: 318. Zalving van Jezus te Betanië - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 -- Mt 26,6 - Mt 26,7 - Mt 26,8 - Mt 26,9 - Mt 26,10 - Mt 26,11 - Mt 26,12 - Mt 26,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:8 idontes de oi mathètai èganaktèsan legontes eis ti è apôleia autè 8 videntes autem discipuli indignati sunt dicentes ut quid perditio haec   8 En Zijn discipelen, dat ziende, namen het zeer kwalijk, zeggende: Waartoe dit verlies? [8] Toen zijn leerlingen dat zagen, zeiden ze verontwaardigd: ‘Waar is die verspilling goed voor? [8] De leerlingen ergerden zich toen ze dit zagen en zeiden: ‘Wat een verspilling! 8 Maar als de leerlingen dat zien zijn ze misnoegd en zeggen: waarom zo’n verkwisting? 8. A cette vue les disciples furent indignés: « A quoi bon ce gaspillage ? dirent-ils ;

King James Bible. [8] But when his disciples saw it, they had indignation, saying, To what purpose is this waste?
Luther-Bibel. 8 Als das die Jünger sahen, wurden sie unwillig und sprachen: Wozu diese Vergeudung?

Tekstuitleg van  Mt 26,8.

Mt 26,9 - Mt 26,9: 318. Zalving van Jezus te Betanië - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 -- Mt 26,6 - Mt 26,7 - Mt 26,8 - Mt 26,9 - Mt 26,10 - Mt 26,11 - Mt 26,12 - Mt 26,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:9 edunato gar touto prathènai pollou kai dothènai ptôchois 9 potuit enim istud venundari multo et dari pauperibus   9 Want deze zalf had kunnen duur verkocht, en de penningen den armen gegeven worden. [9] Want dat had voor veel geld verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden.’ [9] Die olie had immers duur verkocht kunnen worden, dan hadden we het geld aan de armen kunnen geven.’ 9 want dit had voor heel veel verkocht kunnen worden en aan de armen gegeven! 9. cela pouvait être vendu bien cher et donné à des pauvres. »

King James Bible. [9] For this ointment might have been sold for much, and given to the poor.
Luther-Bibel. 9 Es hätte teuer verkauft und das Geld den Armen gegeben werden können.

Tekstuitleg van  Mt 26,9.

Mt 26,10 - Mt 26,10: 318. Zalving van Jezus te Betanië - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 -- Mt 26,6 - Mt 26,7 - Mt 26,8 - Mt 26,9 - Mt 26,10 - Mt 26,11 - Mt 26,12 - Mt 26,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:10 gnous de o ièsous eipen autois ti kopous parechete tè gunaiki ergon gar kalon èrgasato eis eme 10 sciens autem Iesus ait illis quid molesti estis mulieri opus bonum operata est in me   10 Maar Jezus, zulks verstaande, zeide tot hen: Waarom doet gij deze vrouw moeite aan? want zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht. [10] Jezus merkte het en zei: ‘Wat maken jullie het die vrouw lastig? Ze heeft namelijk een goed werk gedaan aan Mij. [10] Jezus hoorde het en zei: ‘Waarom vallen jullie deze vrouw lastig? Zij heeft iets goeds voor mij gedaan. 10 Maar als Jezus dat merkt zegt hij tot hen: waarom maakt ge het de vrouw moeilijk?– want zij heeft een goed werk aan mij bewerkt; 10. Jésus s'en aperçut et leur dit: « Pourquoi tracassez-vous cette femme ? C'est vraiment une »bonne œuvre» qu'elle a accomplie pour moi.

King James Bible. [10] When Jesus understood it, he said unto them, Why trouble ye the woman? for she hath wrought a good work upon me.
Luther-Bibel. 10 Als Jesus das merkte, sprach er zu ihnen: Was betrübt ihr die Frau? Sie hat ein gutes Werk an mir getan.

Tekstuitleg van  Mt 26,10.

Mt 26,11 - Mt 26,11: 318. Zalving van Jezus te Betanië - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 -- Mt 26,6 - Mt 26,7 - Mt 26,8 - Mt 26,9 - Mt 26,10 - Mt 26,11 - Mt 26,12 - Mt 26,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:11 pantote gar tous ptôchous echete meth eautôn eme de ou pantote echete 11 nam semper pauperes habetis vobiscum me autem non semper habetis   11 Want de armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd. [11] Want de armen heb je altijd bij je, maar Mij hebben jullie niet altijd. [11] Want de armen zijn altijd bij jullie, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn. 11 altijd immers hebt ge de armen bij u, maar mij hebt ge niet altijd! 11. Les pauvres, en effet, vous les aurez toujours avec vous, mais moi, vous ne m'aurez pas toujours.

King James Bible. [11] For ye have the poor always with you; but me ye have not always.
Luther-Bibel. 11 Denn Arme habt ihr allezeit bei euch, mich aber habt ihr nicht allezeit.

Tekstuitleg van  Mt 26,11.

Mt 26,12 - Mt 26,12: 318. Zalving van Jezus te Betanië - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 -- Mt 26,6 - Mt 26,7 - Mt 26,8 - Mt 26,9 - Mt 26,10 - Mt 26,11 - Mt 26,12 - Mt 26,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:12 balousa gar autè to muron touto epi tou sômatos mou pros to entafiasai me epoièsen 12 mittens enim haec unguentum hoc in corpus meum ad sepeliendum me fecit   12 Want als zij deze zalf op Mijn lichaam gegoten heeft, zo heeft zij het gedaan tot een voorbereiding van Mijn begrafenis. [12] Want toen ze die balsem over mijn lichaam goot, deed ze dat met het oog op mijn begrafenis. [12] Door die olie over mij uit te gieten, heeft ze mijn lichaam voorbereid op het graf. 12 want met dat zij de mirre over mijn lichaam uitgiet, doet zij dat voor mijn begrafenis; 12. Si elle a répandu ce parfum sur mon corps, c'est pour m'ensevelir qu'elle l'a fait.

King James Bible. [12] For in that she hath poured this ointment on my body, she did it for my burial.
Luther-Bibel. 12 Dass sie das Öl auf meinen Leib gegossen hat, das hat sie für mein Begräbnis getan.

Tekstuitleg van  Mt 26,12.

13. act. inf. aor. ενταφιασαι = entafiasai (te balsemen, begrafenis voor te bereiden) van het werkw. ενταφιαζω = entafiazô (voor de begrafenis gereedmaken, balsemen, afleggen, begraven). Bijbel (2): (1) Gn 50,2. (2) Mt 26,12. Een vorm van ενταφιαζω = entafiazô in de LXX (1): Gn 50,2 (2 vormen), in het NT (2): (1) Mt 26,12. (2) Joh 19,40.
- Na de dood van Jakob gaf zijn zoon Jozef aan de balsemers de opdracht om zijn vader te balsemen (Gn 50,2). In Mt 26,12 goot een vrouw balsem over het hoofd van Jezus. Ze deed dit om Jezus te balsemen. Wellicht wou de auteur Matteüs een link tussen beide verhalen leggen. Zoals Jozef de balsemers zijn vader Jakob liet balsemenen, zo balsemde de vrouw Jezus'lichaam, nog voor hij gestorven is. Jezus is als Jakob.
- Deze werkwoordvorm brengt ons bij de begrafenis van Jakob. Daar komen we de 40 dagen van de balseming tegen, d.i. een periode van rouw. Zo komen we ook 40 dagen tegen tussen de opstanding en de hemelvaart van Jezus. Bij de begrafenis van Jezus werd hij in een linnen doek gewikkeld en gelegd in... Dit komt heel sterk overeen met wat na het sterven van Jozef gebeurde. De steen die weggerold wordt roept het verhaal van de ontmoeting van Jakob en Rachel op. Door die ontmoeting komt Jakob vele jaren in dienst van zijn oom Laban, maar daar wordt het funadment van de 12 stammen van Israël gelegd. Met de dood van Jozef komt de familie van Jakob in een andere situatie terecht en zal weldra de slavenperiode beginnen.

15. act. ind. aor. 3de pers. enk. εποιησεν = epoièsen (hij deed) van het werkw. ποιεω = poieô (doen, maken). Taalgebruik in het NT: poieô (doen, maken). Taalgebruik in de LXX: poieô (doen, maken). Mt (13): (1) Mt 1,24. (2) Mt 12,3. (3) Mt 13,26. (4) Mt 13,28. (5) Mt 13,58. (6) Mt 19,4. (7) Mt 20,5. (8) Mt 21,15. (9) Mt 21,31. (10) Mt 22,2. (11) Mt 26,12. (12) Mt 26,13. (13) Mt 27,23. Mc (9): (1) Mc 2,25. (2) Mc 3,14. (3) Mc 3,16. (4) Mc 5,20. (5) Mc 6,21. (6) Mc 10,6. (7) Mc 14,8. (8) Mc 14,9. (9) Mc 15,14. Lc (14): (1) Lc 1,49. (2) Lc 1,51. (3) Lc 1,68. (4) Lc 3,19. (5) Lc 5,29. (6) Lc 6,3. (7) Lc 6,10. (8) Lc 8,8. (9) Lc 8,39. (10) Lc 11,40. (11) Lc 16,8. (12) Lc 17,9. (13) Lc 19,18. (14) Lc 23,22. Een vorm van ποιεω = poieô (doen, maken) in de LXX (3390), in het NT (565), in Lc (88).

poieô (doen) bijbel LXX Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
act. ind. aor. 3de pers. enk. epoièsen 714 570 + 71 = 641 136 211 62 10 151 46 43 8 14 25 73 13 9 14 18 14 4 1 36 54

- Hebreeuws. `-sh-h. (1) act. qal. perf. 3de pers. mann. enk. עָשָׂה = `âshâh (hij maakt). (2) act. qal part. mann. enk. עֹשֶׂה = `oshèh (makende). Tenakh (503). Pentateuch (112). Eerdere Profeten (161). Latere Profeten (78). 12 Kleine Profeten (19). Geschriften (133).
- Ned.: doen. Arabisch: عَمَلَ = `amala (werken). Taalgebruik in de Qoran: `amala (werken). D.: tun. E.: do. Fr.: faire. Grieks: ποιεω = poieô (doen, maken). Taalgebruik in het NT: poieô (doen, maken). Hebreeuws: עָשָׂה = `âshâh (maken, doen). Taalgebruik in Tenakh: `âshâh (maken). Lat.: facere.


Mt 26,13 - Mt 26,13: 318. Zalving van Jezus te Betanië - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,3-9 - Mt 26,6-13 - Lc 7,36-50 -- Mt 26,6 - Mt 26,7 - Mt 26,8 - Mt 26,9 - Mt 26,10 - Mt 26,11 - Mt 26,12 - Mt 26,13 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:13 amèn legô umin opou ean kèruchthè to euaggelion touto en olô tô kosmô lalèthèsetai kai o epoièsen autè eis mnèmosunon autès 13 amen dico vobis ubicumque praedicatum fuerit hoc evangelium in toto mundo dicetur et quod haec fecit in memoriam eius zal er gesproken worden ook over wat deze gedaan heeft, tot haar gedachtenis.” 13 Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft. [13] Ik verzeker jullie, waar ook ter wereld deze goede boodschap verkondigd wordt, daar zal ook ter herinnering aan haar verteld worden wat zij gedaan heeft.’ [13] Ik verzeker jullie: waar ook ter wereld het goede nieuws verkondigd zal worden, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’ 13 zeker is het, zeg ik u: waar ook maar dit evangelie gepredikt wordt in heel de wereld, zal ook gesproken worden over wat zij heeft gedaan,– tot gedachtenis aan haar! 13. En vérité je vous le dis, partout où sera proclamé cet Évangile, dans le monde entier, on redira aussi, à sa mémoire, ce qu'elle vient de faire. »

King James Bible. [13] Verily I say unto you, Wheresoever this gospel shall be preached in the whole world, there shall also this, that this woman hath done, be told for a memorial of her.
Luther-Bibel. 13 Wahrlich, ich sage euch: Wo dies Evangelium gepredigt wird in der ganzen Welt, da wird man auch sagen zu ihrem Gedächtnis, was sie getan hat.

Tekstuitleg van Mt 26,13.

319. Verraad van Judas: Mt 26,14-16 -- Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,14 - Mt 26,15 - Mt 26,16 -

Mt 26,14 - Mt 26,14: 319. Verraad van Judas: Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,14 - Mt 26,15 - Mt 26,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Tote poreutheis heis tôn dôdeka, ho legomenos Ioudas Iskariôtès, pros tous archiereis tunc abiit unus de duodecim qui dicitur Iudas Scarioth ad principes sacerdotum Toen, nadat één van de twaalf, de zogenaamde Judas Iskarioth, naar de hogepriesters gegaan was,  14 Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters, schilderij van Duccio di Buoninsegna: Judas verraadt Christus   Toen ging een van de twaalf, die Judas Iskariot heette, naar de hogepriesters   Daarop ging een van de twaalf, die met de naam Judas Iskariot, naar de hogepriesters   Dán gaat één van de twaalf, die Judas Isjkariot heet, naar de overpriesters, en zegt:  14. Alors l'un des Douze, appelé Judas Iscariote, se rendit auprès des grands prêtres

King James Bible. [14] Then one of the twelve, called Judas Iscariot, went unto the chief priests,
Luther-Bibel. 14 Da ging einer von den Zwölfen, mit Namen Judas Iskariot, hin zu den Hohenpriestern

Tekstuitleg van Mt 26,14.

Mt 26,15 - Mt 26,15: 319. Verraad van Judas: Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,14 - Mt 26,15 - Mt 26,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
eipen (hij zei), Tí thelete moi dounai, kagô humin paradôsô auton; hoi de estèsan autôi triakonta arguria et ait illis quid vultis mihi dare et ego vobis eum tradam at illi constituerunt ei triginta argenteos zei hij: "Wat wilt u mij geven, zodat ik hem aan u zal overleveren?" Zij nu stelden hem dertig geldstukken vast.   15 En zeide: Wat wilt gij mij geven, en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen.   en zei: ‘Wat wilt u me geven, als ik Hem aan u overlever?’ Ze telden dertig zilverstukken voor hem uit.   en zei: ‘Wat krijg ik van u als ik hem aan u uitlever?’ Ze betaalden hem dertig zilverstukken.   wát wilt ge mij geven?, dan zal ik hem aan u overgeven! Zij staan hem dertig zilverlingen toe.  15. et leur dit: « Que voulez-vous me donner, et moi je vous le livrerai ? » Ceux-ci lui versèrent trente pièces d'argent.

King James Bible. [15] And said unto them, What will ye give me, and I will deliver him unto you? And they covenanted with him for thirty pieces of silver.
Luther-Bibel. 15 und sprach: Was wollt ihr mir geben? Ich will ihn euch verraten. Und sie boten ihm dreißig Silberlinge.

Tekstuitleg van Mt 26,15.

Judas zal Jezus over- / uitleveren. In 10 verzen in Matteüs wordt dat verteld. In 6 verzen staat een deelwoord ; in 4 verzen het tegenwoordig deelwoord, in 2 verzen het verleden deelwoord (participium aorist). In 3 verzen staat de indicatief futurum (onvoltooid toekomende tijd) en in 1 vers de conjunctief.

  1. - 1. 10. - 2. 6. -  1. 7. - 2. 8. - 3. 9. - 4. 4. - 7. 5. - 8. 2. -  9. 3. - 10.
bijbeltekst   Mt 10,4 // (Mc 3,19) // (Lc 6,16) Mt 27,4 Mt 26,25 Mt 26,46  // Mc 14,42 Mt 26,48 // Mc 14,44 // (Lc 22,48) Mt 27,3 Mt 26,21 // Mc 14,18 Mt 26,23 // Lc 22,21 Mt 26,15 // Mc 14,10 // Lc 22,4 Mt 26,16 // Mc 14,11 // Lc 22,6  
Judas kai Ioudas ho Iskariôtès (Judas Iskariot)   apokritheis de Ioudas (geantwoord echter Judas idou èggiken (zie genaderd is) ho de (hij echter) Tote idôn Ioudas (toen gezien Judas) amèn legô humin hoti heis ex humôn (voorwaar ik zeg u dat één uit jullie) houtos (die) kagô (en ik) kai apo tote ezètei eukairian hina (en van dan af zocht hij een gunstige gelegenheid opdat)
 levert Jezus over ho kai paradous auton (die hem ook overleverde) paradous haima athôion (overgeleverd onschuldig bloed ) ho paradidous auton (die hem overlevert) ho paradidous me (die mij overlevert)  paradidous auton (hem overleverend) ho paradidous auton (die hem overlevert) paradôsei me (mij zal overleveren) me paradôsei (zal mij overleveren) humin paradôsô auton (zal hem aan jullie overleveren) auton paradôi (hij hem zou overleveren)
  75. Keuze van de twaalf en volmachtsoverdracht: Mt 10,1-4  337. Einde van Judas: Mt 27,3-10  321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 -  329. Jezus in Getsemane: Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 -  330. Gevangenneming van Jezus: Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -  337. Einde van Judas: Mt 27,3-10 - Mt 27,3-10 -  321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 -  321. Aanduiding van de verrader:Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - 319. Verraad van Judas: Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 - 319. Verraad van Judas: Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc

Mt 26,15.8. act. ind. fut. 1ste pers. enk. παραδωσω = paradôsô (ik zal overleveren) van het werkw. παραδιδωμι = paradidômi (overleveren). Taalgebruik in het NT: paradidômi (overleveren). Taalgebruik in de LXX: paradidômi (overleveren). Taalgebruik in Mc: paradidômi (overleveren). Bijbel (20). LXX (19). NT (1). Een vorm van παραδιδωμι = paradidômi (overleveren) in de LXX (277), in het NT (120), in Mc (21). In de LXX kan παραδιδωμι = paradidômi (overleveren) de vertaling van 28 verschillende Hebreeuwse (werk)woorden zijn.
- act. ind. fut. 1ste pers. enk. δωσω = dôsô ( ik zal geven) van het werkw. διδωμι = didômi (geven). Taalgebruik in de Septuaginta: didômi (geven). Taalgebruik in het NT: didômi (geven). Bijbel (209). OT (188). Gn (20): (1) Gn 12,7. (2) Gn 13,15. (3) Gn 13,17. (4) Gn 15,18. (5) Gn 17,8. (6) Gn 17,16. (7) Gn 17,20. (8) Gn 24,7. (9) Gn 26,3. (10) Gn 26,4. (11) Gn 28,13. (12) Gn 29,27. (13) Gn 30,28. (14) Gn 30,31. (15) Gn 34,12. (16) Gn 35,12. (17) Gn 38,18. (18) Gn 45,18. (19) Gn 47,16. (20) Gn 48,4. NT (21): (1) Mt 4,9. (2) Mt 16,19. (3) Mt 20,4. (4) Mc 6,22. (5) Mc 6,23. (6) Lc 4,6. (7) Lc 21,15. (8) Joh 4,14. (9) Joh 6,51. (10) Joh 13,26 . (11) Hnd 2,19. (12) Hnd 13,34. (13) Apk 2,7. (14) Apk 2,10. (15) Apk 2,17. (16) Apk 2,23. (17) Apk 2,26. (18) Apk 2,28. (19) Apk 3,21. (20) Apk 11,3. (21) Apk 21,6. Een vorm van didômi (geven) in de LXX (2131), in het NT (416).
- Hebreeuws: act. qal imperf. 1ste pers. enk. אֶתֵּן = ´èththen (ik geef) van het werkw. נָתַן = nâthan (geven). Taalgebruik in Tenakh: nâthan (geven). getalswaarde: nun = 14 of 50, thaw = 22 of 400 ; totaal: 50 of 500. Structuur: 5 - 4 - 5. De som van de elementen is telkens 5. Tenakh (81). Pentateuch (21). Eerdere Profeten (13). Latere Profeten (32). 12 Kleine Profeten (5). Geschriften (10). Gn (8): (1) Gn 12,7. (2) Gn 24,7. (3) Gn 26,3. (4) Gn 30,31. (5) Gn 34,11. (6) Gn 35,12. (7) Gn 38,18. (8) Gn 42,34.
- אֶתְּנֶנָּה = ´èththënènnâh (ik zal haar geven) < act. ind. perf. 1ste pers. enk. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. vrouw. enk. van het werkw. נָתַן = nâthan (geven). Taalgebruik in Tenakh: nâthan (geven). getalswaarde: nun = 14 of 50, thaw = 22 of 400 ; totaal: 50 of 500. Structuur: 5 - 4 - 5. De som van de elementen is telkens 5. Tenakh (10): (1) Gn 13,15. (2) Gn 13,17. (3) Gn 28,13. (4) Gn 35,12. (5) Ex 33,1. (6) Lv 20,24. (7) Dt 1,39. (8) Dt 34,4. (9) Joz 8,18. (10) 1 S 18,21.
- וְאֶתְּנֶנָּה = wë´èththënènnâh (en ik zal haar geven) < prefix voegwoord wë + act. qal imperf. 1ste pers. enk. van het werkw. נָתַן = nâthan (geven). Taalgebruik in Tenakh: nâthan (geven). getalswaarde: nun = 14 of 50, thaw = 22 of 400 ; totaal: 50 of 500. Structuur: 5 - 4 - 5. De som van de elementen is telkens 5. Tenakh (31). Pentateuch (9): (1) Gn 17,2. (2) Gn 30,28. (3) Gn 31,6 (opgelet: persoonl. voornaamw.). (4) Gn 34,12. (5) Gn 45,18. (6) Gn 47,16. (7) Ex 24,12. (8) Nu 8,19. (9) Nu 21,16.
- act. qal perf. 1ste pers.enkelv. נָתַתִּי = nâthaththî (ik zal geven) van het werkw. נָתַן = nâthan (geven). Taalgebruik in Tenakh: nâthan (geven). Getalswaarde: nun = 14 of 50, thaw = 22 of 400 ; totaal: 50 of 500. Structuur: 5 - 4 - 5. De som van de elementen is telkens 5. Tenakh (114). Pentateuch (43). Eerdere Profeten (10). Latere Profeten (44). 12 Kleine Profeten (5). Geschriften (12). Eerdere Profeten (10): (1) Joz 6,2. (2) Joz 8,1. (3) Re 1,2. (4) 1 S 9,23. (5) 2 S 9,9. (6) 1 K 3,12. (7) 1 K 3,13. (8) 1 K 9,6. (9) 1 K 9,7. (10) 2 K 21,8.
- וְנָתַתִּי = wënâthaththî (en ik zal geven) < prefix voegwoord wë + act. qal perf. 1ste pers.enkelv. נָתַן = nâthan (geven). Taalgebruik in Tenakh: nâthan (geven). Getalwaarde: nun = 14 of 50, thaw = 22 of 400 ; totaal: 50 of 500. Structuur: 5 - 4 - 5. De som van de elementen is telkens 5. Tenakh (102). Pentateuch (21). Gn (3): (1) Gn 17,8. (2) Gn 26,4. (3) Gn 48,4.
- Ned.: geven. D.: geben. E.: to give. Fr.: donner - don: geven - gave. Grieks: διδωμι = didômi (geven).Hebreeuws: נָתַן = nâthan (geven). Taalgebruik in Tenakh: nâthan (geven). Lat. dare / donare - donu

Mt 26,15.10. nom. mann. mv. οἱ = hoi (de) van het bepaald lidw.ὁ = ho / ἡ = hè / το = to. Taalgebruik in NT: bepaald lidwoord. Taalgebruik in Mt: bepaald lidwoord. Mt (196). Mt 26 (14).

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 

lidw. mv. Mt 1 Mt 2 Mt 3 Mt 4 Mt 5 Mt 6 Mt 7 Mt 8 Mt 9 Mt 10 Mt 11 Mt 12 Mt 13 Mt 14 Mt 15 Mt 16 Mt 17 Mt 18 Mt 19 Mt 20 Mt 21 Mt 22 Mt 23 Mt 24 Mt 25 Mt 26 Mt 27 Mt 28    
nom. m. mv. hoi   11  13  13  10  10  13  10  14  15  196   

Mt 26,15.11. δε = de (echter), afkorting δ' = d'. Taalgebruik in de bijbel: de (echter). Partikel. Het staat steeds als tweede woord in de zin. Het kan een lichte tegenstelling aanduiden. Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

partikel de (echter) Mt 1 Mt 2 Mt 3 Mt 4 Mt 5 Mt 6 Mt 7 Mt 8 Mt 9 Mt 10 Mt 11 Mt 12 Mt 13 Mt 14 Mt 15 Mt 16 Mt 17 Mt 18 Mt 19 Mt 20 Mt 21 Mt 22 Mt 23 Mt 24 Mt 25 Mt 26 Mt 27 Mt 28
421 21 11 9 5 12 13 3 16 16 13 5 17 25 19 19 14 11 9 15 13 22 17 13 15 21 31 27 9
12         3         2   1       1   1     1   2       1  
433 21 11 9 5 15 13 3 16 16 15 5 18 25 19 19 15 11 10 15 13 23 17 15 15 21 31 28 9

Mt 26,15.10. - 11. οἱ δε = hoi de (zij echter). NT (173). Mt 26 (5): (1) Mt 26,15. (2) Mt 26,57. (3) Mt 26,59. (4) Mt 26,66. (5) Mt 26,67.

Mt 26,16 - Mt 26,16: 319. Verraad van Judas: Mc 14,10-11 - Mt 26,14-16 - Lc 22,3-6 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,14 - Mt 26,15 - Mt 26,16 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
kai apo tote ezètei eukairian hina auton paradôi et exinde quaerebat oportunitatem ut eum traderet En van toen af zocht hij een goed ogenblik om hem over te leveren.   16 En van toen af zocht hij gelegenheid, opdat hij Hem overleveren mocht.   Vanaf toen zocht hij een gunstig moment om Hem over te leveren.  Vanaf dat moment zocht hij een gunstige gelegenheid om hem uit te leveren.  En van tóen af heeft hij gezocht naar een goed tijdstip om hem over te geven.  16. Et de ce moment il cherchait une occasion favorable pour le livrer.

King James Bible. [16] And from that time he sought opportunity to betray him.
Luther-Bibel. 16 Und von da an suchte er eine Gelegenheit, dass er ihn verriete.

Tekstuitleg van Mt 26,16.

320. Voorbereiding van het paasmaal: Mt 26,17-19 -- Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,17 - Mt 26,18 - Mt 26,19 -

Mt 26,17 - Mt 26,17: 320. Voorbereiding van het paasmaal: Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,17 - Mt 26,18 - Mt 26,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:17 tè de prôtè tôn azumôn prosèlthon oi mathètai tô ièsou legontes pou theleis etoimasômen soi fagein to pascha   17 prima autem azymorum accesserunt discipuli ad Iesum dicentes ubi vis paremus tibi comedere pascha   17 Op de eerste (dag) nu van de ongedesemde broden  17 En op den eersten dag der ongehevelde broden kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij U bereiden het pascha te eten?  [17] Op de eerste dag* van het feest van de ongedesemde broden kwamen de leerlingen* Jezus vragen: ‘Waar wilt U dat wij het paasmaal voor U voorbereiden?’   [17] Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood kwamen de leerlingen naar Jezus toe en vroegen: ‘Waar wilt u dat wij voorbereidingen treffen zodat u het pesachmaal kunt eten?’   17 ¶ Op de eerste van de ongezuurde broden komen de leerlingen tot Jezus en zeggen: waar wilt u dat wij het eten voor het paasmaal voor u voorbereiden?   17. Le premier jour des Azymes, les disciples s'approchèrent de Jésus et lui dirent: « Où veux-tu que nous te préparions de quoi manger la Pâque ? »  

King James Bible. [17] Now the first day of the feast of unleavened bread the disciples came to Jesus, saying unto him, Where wilt thou that we prepare for thee to eat the passover?
Luther-Bibel. 17 Aber am ersten Tage der Ungesäuerten Brote traten die Jünger zu Jesus und fragten: Wo willst du, dass wir dir das Passalamm zum Essen bereiten?

Tekstuitleg van Mt 26,17.

Mt 26,18 - Mt 26,18: 320. Voorbereiding van het paasmaal: Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,17 - Mt 26,18 - Mt 26,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:18 o de eipen upagete eis tèn polin pros ton deina kai eipate autô o didaskalos legei o kairos mou eggus estin pros se poiô to pascha meta tôn mathètôn mou   18 at Iesus dixit ite in civitatem ad quendam et dicite ei magister dicit tempus meum prope est apud te facio pascha cum discipulis meis     18 En Hij zeide: Gaat heen in de stad, tot zulk een, en zegt hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, Ik zal bij u het pascha houden met Mijn discipelen.  [18] Hij zei: ‘Ga naar de stad, naar die en die, en zeg hem: “De meester laat weten: Mijn tijd is nabij. Bij u wil Ik met mijn leerlingen het paasmaal houden.” ’   [18] Hij zei: ‘Ga naar de stad en zeg tegen de persoon die jullie bekend is: “De meester zegt: ‘Mijn tijd is nabij, bij jou wil ik met mijn leerlingen het pesachmaal gebruiken.’”’   18 En hij zegt: gaat heen, de stad in, naar die–en–die, en zegt tot hem: de leermeester zegt: mijn tijd is nabij, ik houd met mijn leerlingen het paasmaal bij ù!  18. Il dit: « Allez à la ville, chez un tel, et dites-lui: «Le Maître te fait dire: Mon temps est proche, c'est chez toi que je vais faire la Pâque avec mes disciples». » 

King James Bible. [18] And he said, Go into the city to such a man, and say unto him, The Master saith, My time is at hand; I will keep the passover at thy house with my disciples.
Luther-Bibel. 18 Er sprach: Geht hin in die Stadt zu einem und sprecht zu ihm: Der Meister lässt dir sagen: Meine Zeit ist nahe; ich will bei dir das Passa feiern mit meinen Jüngern.

Tekstuitleg van Mt 26,18.

Mt 26,19 - Mt 26,19: 320. Voorbereiding van het paasmaal: Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,17 - Mt 26,18 - Mt 26,19 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:19 kai epoièsan oi mathètai ôs sunetaxen autois o ièsous kai ètoimasan to pascha   19 et fecerunt discipuli sicut constituit illis Iesus et paraverunt pascha     19 En de discipelen deden, gelijk Jezus hun bevolen had, en bereidden het pascha.   [19] De leerlingen deden wat Jezus hun opgedragen had, en ze maakten het paasmaal klaar.   [19] De leerlingen deden wat Jezus hun had opgedragen en bereidden het pesachmaal.  19 Dan doen de leerlingen zoals Jezus hun heeft opgedragen, en zij maken het paasmaal gereed.   19. Les disciples firent comme Jésus leur avait ordonné et préparèrent la Pâque.  

King James Bible. [19] And the disciples did as Jesus had appointed them; and they made ready the passover.
Luther-Bibel. 19 Und die Jünger taten, wie ihnen Jesus befohlen hatte, und bereiteten das Passalamm.

Tekstuitleg van Mt 26,19.

 320. Voorbereiding van het paasmaal: Mc 14,12-16 - Mt 26,17-19 - Lc 22,7-13 - 1. de leerlingen van Jezus stellen een vraag 2. Jezus geeft aan zijn leerlingen een opdracht 3. de leerlingen voeren de opdracht uit
  Mt 26,17 Mt 26,18 Mt 26,19
  de (echter) als tweede woord de (echter) verandering van personage kai (en) ondanks verandering van personage

prosèthon - prosèlthon (zij kwamen naderbij. 14X bij Matteüs) - Is het meewerkend voorwerp (datief) een persoonlijk voornaamwoord, dan komt het onmiddellijk na het vervoegd werkwoord. Dat gebeurt wellicht om de nauwe band tussen het werkwoord met voorzetsel pros - èlthon (zij kwamen naderbij) en het meewerkend voorwerp (datief) aan te geven.

321. Aanduiding van de verrader: Mt 26,20-25 -- Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,20 - Mt 26,21 - Mt 26,22 - Mt 26,23 - Mt 26,24 - Mt 26,25 -

Mt 26,20 - Mt 26,20: 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,20 - Mt 26,21 - Mt 26,22 - Mt 26,23 - Mt 26,24 - Mt 26,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:20 oyias de genomenès anekeito meta tôn dôdeka | [mathètôn*] | |   20 vespere autem facto discumbebat cum duodecim discipulis     20 En als het avond geworden was, zat Hij aan met de twaalven.   [20] Toen de avond gevallen was, was Hij met de twaalf aan tafel.   [20] Toen de avond was gevallen, lag hij samen met de twaalf aan voor de maaltijd.   20 Het wordt donker en hij ligt met de twaalf aan.  20. Le soir venu, il était à table avec les Douze. 

King James Bible. [20] Now when the even was come, he sat down with the twelve.
Luther-Bibel. 20 Und am Abend setzte er sich zu Tisch mit den Zwölfen.

Tekstuitleg van Mt 26,20.

Mt 26,21 - Mt 26,21: 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,20 - Mt 26,21 - Mt 26,22 - Mt 26,23 - Mt 26,24 - Mt 26,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:21 kai esthiontôn autôn eipen amèn legô umin oti eis ex umôn paradôsei me   21 et edentibus illis dixit amen dico vobis quia unus vestrum me traditurus est    21 En toen zij aten, zeide Hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, Mij zal verraden.  [21] Tijdens de maaltijd zei Hij: ‘Ik verzeker jullie, een van jullie zal Mij overleveren.’  [21] Onder het eten zei hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.’   21 Terwijl zij eten, zegt hij: zeker is het, zeg ik u, dat één van u mij zal overgeven!   21. Et tandis qu'ils mangeaient, il dit: « En vérité je vous le dis, l'un de vous me livrera. » 

King James Bible. [21] And as they did eat, he said, Verily I say unto you, that one of you shall betray me.
Luther-Bibel. 21 Und als sie aßen, sprach er: Wahrlich, ich sage euch: Einer unter euch wird mich verraten.

Tekstuitleg van Mt 26,21.

Mt 26,22 - Mt 26,22: 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,20 - Mt 26,21 - Mt 26,22 - Mt 26,23 - Mt 26,24 - Mt 26,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:22 kai lupoumenoi sfodra èrxanto legein autô eis ekastos mèti egô eimi kurie  22 et contristati valde coeperunt singuli dicere numquid ego sum Domine    22 En zij, zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?  [22] Buitengewoon bedroefd als ze waren, begonnen ze Hem één voor één te vragen: ‘Ik ben het toch niet, Heer?’   [22] Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: ‘Ik toch niet, Heer?’   22 Heel bedroefd beginnen zij tot hem te zeggen, één voor één: dat ben ik toch niet, heer?   22. Fort attristés, ils se mirent chacun à lui dire: « Serait-ce moi, Seigneur ? » 

King James Bible. [22] And they were exceeding sorrowful, and began every one of them to say unto him, Lord, is it I?
Luther-Bibel. 22 Und sie wurden sehr betrübt und fingen an, jeder einzeln, ihn zu fragen: Herr, bin ich's?

Tekstuitleg van Mt 26,22.

Mt 26,23 - Mt 26,23: 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,20 - Mt 26,21 - Mt 26,22 - Mt 26,23 - Mt 26,24 - Mt 26,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:23 o de apokritheis eipen o embayas met emou tèn cheira en tô trubliô outos me paradôsei   23 at ipse respondens ait qui intinguit mecum manum in parapside hic me tradet     23 En Hij, antwoordende, zeide: Die de hand met Mij in den schotel indoopt, die zal Mij verraden.   [23] Hij gaf hun ten antwoord: ‘Wie met Mij zijn hand in de schaal doopt, die zal Mij overleveren.   [23] Hij antwoordde: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren.   23 Ten antwoord zegt hij: wie met mij de hand indoopt in de schaal die zal mij overgeven;   23. Il répondit: « Quelqu'un qui a plongé avec moi la main dans le plat, voilà celui qui va me livrer ! 

King James Bible. [23] And he answered and said, He that dippeth his hand with me in the dish, the same shall betray me.
Luther-Bibel. 23 Er antwortete und sprach: Der die Hand mit mir in die Schüssel taucht, der wird mich verraten.

Tekstuitleg van Mt 26,23.

Mt 26,24 - Mt 26,24: 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,20 - Mt 26,21 - Mt 26,22 - Mt 26,23 - Mt 26,24 - Mt 26,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:24 o men uios tou anthrôpou upagei kathôs gegraptai peri autou ouai de tô anthrôpô ekeinô di ou o uios tou anthrôpou paradidotai kalon èn autô ei ouk egennèthè o anthrôpos ekeinos  24 Filius quidem hominis vadit sicut scriptum est de illo vae autem homini illi per quem Filius hominis traditur bonum erat ei si natus non fuisset homo ille     24 De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt; het ware hem goed, zo die mens niet geboren was geweest.  [24] De Mensenzoon gaat wel heen zoals over Hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de Mensenzoon overgeleverd wordt. Het zou beter zijn voor die mens, als hij niet geboren was.’   [24] De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’   24 de mensenzoon gaat wel heen zoals over hem is geschreven, maar wee die mens door wie de mensenzoon wordt overgegeven; het zou beter voor hem zijn als hij niet geboren was, die mens!  24. Le Fils de l'homme s'en va selon qu'il est écrit de lui ; mais malheur à cet homme-là par qui le Fils de l'homme est livré ! Mieux eût valu pour cet homme-là de ne pas naître ! » 

King James Bible. [24] The Son of man goeth as it is written of him: but woe unto that man by whom the Son of man is betrayed! it had been good for that man if he had not been born.
Luther-Bibel. 24 Der Menschensohn geht zwar dahin, wie von ihm geschrieben steht; doch weh dem Menschen, durch den der Menschensohn verraten wird! Es wäre für diesen Menschen besser, wenn er nie geboren wäre.

Tekstuitleg van Mt 26,24.

22. paradidotai (hij wordt overgeleverd). Verwijzing: paradidômi (overleveren) . Lat. tradere (trans -dare). Fr. trahir. Ned. overleveren, overgeven. Hebr. mâsar. Bij (Gr. para) langs, naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is. Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over: tegenover, aan de andere zijde. Zo kan para-didômi betekenen: geven aan de tegenovergestelde, de andere, de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen. N.T. (7). Mt (3): (1) Mt 26,2. (2) Mt 26,24 // Mc 14,21. (3) Mt 26,45 // Mc 14,41. Mc (3): (1) Mc 9,31 . (2) Mc 14,21 // Mt 26,24. (3) Mc 14,41 // Mt 26,45. Lc (1): Lc 22,22.

paradidômi (overleveren)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind.  pr. 3de pers. enk. paradidotai

        (1) Mc 14,21 // Mt 26,24 // Lc 22,22. (2)  Mc 14,41 // Mt 26,45.      

  aankondiging  vervulling  Judas    vervulling  Judas  Judas
bijbelplaats   Mc 9,31  Mc 14,41 // Mt 26,45 Mc 14,21 // Mt 26,24 // Lc 22,22 Mt 26,2 Mt 26,45 // Mc 14,41 // Lc 22,22 Mt 26,24 // Mc 14,21 Lc 22,22 // Mc 14,21 // Mt 26,24
 Jezus hoti ho huios tou anthrôpou (dat de mensenzoon) idou paradidotai ho huios tou anthrôpou (zie wordt overgeleverd de mensenzoon) ouai de tôi anthrôpôi ekeinôi di'hou ho huios tou anthrôpou (wee echter die mens door wie de mensenzoon) kai ho huios tou anthrôpou (en de mensenzoon) kai ho huios tou anthrôpou (en de mensenzoon) ouai de tôi anthrôpôi ekeinôi di'hou ho huios tou anthrôpou (wee echter die mens door wie de mensenzoon) plèn ouai tôi anthrôpôi ekeinôi di'hou (maar wee die mens door wie
wordt overgeleverd paradidotai (wordt overgeleverd)   paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (hij wordt overgeleverd)
tot eis cheiras anthrôpôn (in handen van mensen) eis tas cheiras tôn hamartôlôn (in de handen van de zondaars)    eis to staurothènai (om gekruisigd te worden)  eis cheiras hamartôlôn (in handen van zondaars)    
  171. Tweede lijdensvoorspelling:Mc 9,30-32 - Mt 17,22-23 - Lc 9,43b-45 329. Jezus in Getsemane: Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - 317. Complot tegen Jezus: Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 - 329. Jezus in Getsemane: Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 -
Mt 26,25 - Mt 26,25: 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,20 - Mt 26,21 - Mt 26,22 - Mt 26,23 - Mt 26,24 - Mt 26,25 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:25 apokritheis de ioudas o paradidous auton eipen mèti egô eimi rabbi legei autô su eipas 25 respondens autem Iudas qui tradidit eum dixit numquid ego sum rabbi ait illi tu dixisti     25 En Judas, die Hem verried, antwoordde en zeide: Ben ik het, Rabbi? Hij zeide tot hem: Gij hebt het gezegd.   [25] Judas, die Hem wilde overleveren, reageerde: ‘Ik ben het toch niet, rabbi*?’ Hij zei tegen hem: ‘Jij hebt het gezegd.’  [25] Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’   25 Ten antwoord zegt Judas, die hem zal overgeven: ik ben het toch niet, rabbi? Hij zegt tot hem: dat zeg jij!   25. A son tour, Judas, celui qui allait le livrer, lui demanda: « Serait-ce moi, Rabbi ? » - « Tu l'as dit », répond Jésus.  

King James Bible. [25] Then Judas, which betrayed him, answered and said, Master, is it I? He said unto him, Thou hast said.
Luther-Bibel. 25 Da antwortete Judas, der ihn verriet, und sprach: Bin ich's, Rabbi? Er sprach zu ihm: Du sagst es.

Tekstuitleg van Mt 26,25.

322. Instelling van de eucharistie: Mt 26,26-29 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mt 26,26 - Mt 26,27 - Mt 26,28 - Mt 26,29 -

Mt 26,26 - Mt 26,26: 322. Instelling van de eucharistie - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mt 26,26 - Mt 26,27 - Mt 26,28 - Mt 26,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:26 esthiontôn de autôn labôn o ièsous arton kai eulogèsas eklasen kai dous tois mathètais eipen labete fagete touto estin to sôma mou   26 cenantibus autem eis accepit Iesus panem et benedixit ac fregit deditque discipulis suis et ait accipite et comedite hoc est corpus meum    26 En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.  [26] Tijdens de maaltijd nam Jezus een brood*, sprak de zegenbede uit, brak het, gaf het aan zijn leerlingen en zei: ‘Neem en eet, dit is mijn lichaam.’  [26] Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’  26 ¶ Terwijl zij eten neemt Jezus een brood. Na een zegenspreuk breekt hij het. Hij geeft het aan de leerlingen en zegt: neemt en eet; dit is mijn lichaam!  26. Or, tandis qu'ils mangeaient, Jésus prit du pain, le bénit, le rompit et le donna aux disciples en disant: « Prenez, mangez, ceci est mon corps. » 

King James Bible. [26] And as they were eating, Jesus took bread, and blessed it, and brake it, and gave it to the disciples, and said, Take, eat; this is my body.
Luther-Bibel. 26 Als sie aber aßen, nahm Jesus das Brot, dankte und brach's und gab's den Jüngern und sprach: Nehmet, esset; das ist mein Leib.

Tekstuitleg van Mt 26,26.// Mc 14,22 // Lc 22,19.
- Mc 14:22 kai esthiontôn autôn labôn arton eulogèsas eklasen kai edôken autois kai eipen labete touto estin to sôma mou
- Mt 26:26 esthiontôn de autôn labôn o ièsous arton kai eulogèsas eklasen kai dous tois mathètais eipen labete fagete touto estin to sôma mou
- Lc 22:19 kai labôn arton eucharistèsas eklasen kai edôken autois legôn touto estin to sôma mou | [[to | to | uper umôn didomenon touto poieite eis tèn emèn

Mt 26,26.1. εσθιοντων = esthiontôn (terwijl zij eten) van het werkw. εσθιω = esthiô (eten). Taalgebruik in de Bijbel: esthiô (eten). Gr. εσθιω = esthiô, fut. εδομαι = edomai, aor. εφαγον = efagon, perf. εδηδως = edèdôs, EΝ het werkw. φαγω = fagô (eten). Bijbel (6): (1) Job 1,18. (2) Da 1,15. (3) Mt 26,21. (4) Mt 26,26. (5) Mc 14,18. (6) Mc . Een vorm van esθιω = esthiô in de LXX (686), in het NT (65), in Mt (11), in Mc (11), in Lc (12). Een vorm van φαγω = fagô in de LXX (zie εσθιω = esthiô), in het NT (94), in Mt (13), in Mc (17), in Lc (21), in Joh (15).

2. δε = de (echter), afkorting δ' = d'. Taalgebruik in het NT: de (echter). Taalgebruik in de LXX: de (echter). Partikel. Het staat steeds als tweede woord in de zin. Het kan een lichte tegenstelling aanduiden. Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden.

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

partikel de (echter) Mt 1 Mt 2 Mt 3 Mt 4 Mt 5 Mt 6 Mt 7 Mt 8 Mt 9 Mt 10 Mt 11 Mt 12 Mt 13 Mt 14 Mt 15 Mt 16 Mt 17 Mt 18 Mt 19 Mt 20 Mt 21 Mt 22 Mt 23 Mt 24 Mt 25 Mt 26 Mt 27 Mt 28
421 21 11 9 5 12 13 3 16 16 13 5 17 25 19 19 14 11 9 15 13 22 17 13 15 21 31 27 9
12         3         2   1       1   1     1   2       1  
433 21 11 9 5 15 13 3 16 16 15 5 18 25 19 19 15 11 10 15 13 23 17 15 15 21 31 28 9

Mt 26,26.1. - 2.
- και εσθιοντων = kai esthiontôn (en terwijl zij eten): Bijbel = NT (2): (1) Mc 14,22. (2) Mt 26,21.
- εσθιοντων δε = esthiontôn (terwijl zij eten): Mt 26,26.

Mt 26,26.3. pers. voornaamw. gen. mv. αυτων = autôn van het pers. voornaamw. αυτος = autos. Taalgebruik in het NT: voornaamwoord autos. Taalgebruik in de LXX: persoonlijk voornaamwoord.

  autoi (mv.) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
6. gen. mv.autôn  3701  3203  498  93  37  94  31  87  91  65  224  255 
  totaal  7770  6306  1464  250  196  285  155  269  200  109  731  886 

Mt 26,26.4. וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam) < prefix nevensch. voegwoord waw + act. qal imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen). Taalgebruik in Tenakh: lâqach (nemen, grijpen, ontvangen). getalswaarde: lamed = 12 of 30, qoph = 19 of 100, chet = 8 ; totaal: 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23). Structuur: 3 - 1 - 8. De som van de elementen is telkens 3. Tenakh (199). Pentateuch (86). Eerdere Profeten (80). Latere Profeten (17). 12 Kleine Profeten (1). Geschriften (15). Ex (15): (1) Ex 2,1. (2) Ex 4,20. (3) Ex 6,20. (4) Ex 6,23. (5) Ex 13,19. (6) Ex 14,7. (7) Ex 18,2. (8) Ex 18,12. (9) Ex 24,6. (10) Ex 24,7. (11) Ex 24,8. (12) Ex 32,4. (13) Ex 32,20. (14) Ex 34,4. (15) Ex 40,20. Ex 24 (3). Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam). Een vorm van לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen) in Tenakh (965).
- act. part. aor. nom. mann. enk. λαβων = labôn van het werkw. λαμβανω = lambanô (nemen). Taalgebruik in de Septuaginta: lambanô (nemen). Taalgebruik in het NT: lambanô (nemen). LXX (46). NT (40). Pentateuch (27). Ex (9). Ex 24 (3): Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8. Mt (11): (1) Mt 13,31. (2) Mt 14,19. (3) Mt 17,27. (4) Mt 25,16. (5) Mt 25,18. (6) Mt 25,20. (7) Mt 26,26. (8) Mt 26,27. (9) Mt 27,24. (10) Mt 27,48. (11) Mt 27,59. Mc (5): (1) Mc 6,41. (2) Mc 8,6. (3) Mc 9,36. (4) Mc 14,22. (5) Mc 14,23. Lc (7): (1) Lc 6,4. (2) Lc 9,16. (3) Lc 13,19. (4) Lc 20,29. (5) Lc 22,19. (6) Lc 24,30. (7) Lc 24,43. Joh (4): (1) Joh 3,33. (2) Joh 13,4. (3) Joh 13,30. (4) Joh 18,3. Bijbel (86). Een vorm van λαμβανω = lambanô (nemen) in het NT (258), in de LXX (1335).
- λαβων δε = labôn de (genomen hebbende echter). LXX (6): (1) Gn 31,45. (2) Gn 48,13. (3) Ex 24,6. (4) Ex 24,8. (5) 2 Mak 4,25. (6) Job 42,17. NT (1): Lc 9,16.
- και λαβων = kai labôn (en genomen hebbende). LXX (15). NT (15). Synoptici: Mt (5): (1) Mt 14,19. (2) Mt 15,36.(3) Mt 26,27. (4) Mt 27,48. (5) Mt 27,59. Mc (4): (1) Mc 6,41. (2) Mc 8,6. (3) Mc 9,36. (4) Mc 14,23. Lc (7): (1) Lc 22,19. (2) Lc 24,43. Joh (1): Joh 13,4.
- Ned.: nemen. Arabisch: أخذ = akhadha. Zie: http://www.arabischlexicon.com/157-akhadha-nemen-157115821584.html. D.: nehmen. E.: take. Fr.: prendre. Grieks: λαμβανω = lambanô (nemen). Taalgebruik in het NT: lambanô (nemen). Hebreeuws: לָקַח = lâqach (nemen, grijpen, ontvangen). Taalgebruik in Tenakh: lâqach (nemen, grijpen, ontvangen). Lat.: accipere (ad-capere = aan-grijpen, aannemen).

Mt 26,26.7. acc. mann. enk. αρτον = arton van het zelfst. naamw. αρτος = artos (brood). Taalgebruik in het NT: artos (brood). Taalgebruik in de Septuaginta: artos (brood). Bijbel (133). LXX (96). NT (37). Mt (5): (1) Mt 6,11. (2) Mt 7,9. (3) Mt 15,2. (4) Mt 15,26. (5) Mt 26,26. Mc (6): (1) Mc 3,20. (2) Mc 6,8. (3) Mc 7,5. (4) Mc 7,27. (5) Mc 8,14. (6) Mc 14,22. Lc (7): (1) Lc 7,33. (2) Lc 9,3. (3) Lc 11,3. (4) Lc 14,1. (5) Lc 14,15. (6) Lc 22,19. (7) Lc 24,30. Een vorm van αρτος = artos (brood) in het NT (97), in de LXX (307). In de LXX kan αρτος = artos de vertaling van 5 verschillende Hebreeuwse woorden van Tenakh zijn.

artos (brood) bijbel  OT NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk syn. ev.
acc. mann. enk. arton 133 96 37 5 6 7 8 4 7   18 26
Totaal 414 307 97 21 21 15 24 5 11   57 81

- Hebreeuws. לֶחֶמ = lèchèm (brood). qatl-vorm (לַחמ) ; de 2de medeklinker, een gutturaal, ח = chet heeft normalerwijze een patach ַ (Joüon 88Cc). Het is moeilijk om zeggen waarom de 2 woorden לֶחֶמ = lèchèm (brood) en רֶחֶמ = rèchèm (schoot, moederschoot) een segol ֶ hebben (Joüon 96Ai). Taalgebruik in Tenakh: lèchèm (brood). Getalwaarde: lamed = 12 of 30, chet = 8, mem = 13 of 40. Totaal: 33 (3 X 11) of 78 ( 2 X 39 OF 6 X 13). Structuur: 3 - 8 - 4. De som van de elementen is telkens 6. Tenakh (227). Pentateuch (51). Eerdere Profeten (81). Latere Profeten (21). 12 Kleine Profeten (5). Geschriften (69). In Tenakh komt een vorm van לֶחֶמ = lèchèm in 277 verzen voor.
- Ned.: brood. Arabisch: خُبز = chubz (brood). Taalgebruik in de Qoran: chubz (brood). In het Arabisch heeft lachm een andere betekenis. Zie لَحْم = lachm (vlees). Taalgebruik in de Qoran: lachm (vlees). Aramees: לַחְמָא = lachëmâ´(brood) ; לְחֵים = lëche(j)m ; לְחֵם = lëchem. D.: Brot. E.: bread. Fr. pain. Grieks: αρτος = artos (brood). Taalgebruik in het NT: artos (brood). Hebreeuws: לֶחֶמ = lèchèm (brood). Taalgebruik in Tenakh: lèchèm (brood). Lat.: panis.

- τον αρτον = ton arton (het brood). NT (16): Mt (5): (1) Mt 6,11. (2) Mt 15,26. (3) Mt 26,26. (4) Mc 7,5. (5) Mc 7,27. (5) Mc 8,14. (6) Lc 11,3. (4) Lc 14,1. (7) Lc 24,30. (8) Joh 6,23. (9) Joh 6,32 (2X). (10) Joh 6,34. (11) Joh 6,58. (12) Joh 13,18. (13) Joh 21,13. (14) 1 Kor 10,16. (15) 1 Kor 11,26. (16) 1 Kor 11,27.

Mt 26,26.4. - 7. - λαβων (τον) αρτον = labôn (ton) arton (- het - brood genomen). Lc (2): (1) Lc 22,19. (2) Lc 24,30 (met lidwoord). Hnd (1) Hnd 27,35.
- λαβων ὁ ιησους τον αρτον = labôn ho Ièsous ton arton (Jezus het brood genomen): Mt 26,26.
- λαβων αρτον = labôn arton (brood genomen): Mc 14,22.
- De kribbe is een voederbak (Lc 2,7). De kribbe verwijst naar het graf als gedenkteken (Lc 23,53). Maar in dat gedenktekengraf is Jezus niet ; "Hij is niet hier" (Lc 24,6). De leerlingen van Emmaüs herkenden hem bij het breken van het brood (Lc 24,30). Dat brengt ons bij het verhaal van het laatste avondmaal (Lc 22,19), waar Jezus het brood breekt. De voederbak waarin Jezus ligt verwijst naar het brood dat hij breekt. Hij is brood, voedsel en herkenbaar in het breken van het brood. Zo is de kribbe meer dan alleen maar een toevallige plaats waarin Jezus werd gelegd.

8. και = kai (en). Taalgebruik: kai (en) in NT. Taalgebruik: kai (en) in de LXX.

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned.: en. Arabisch: وَ = wa (en). Taalgebruik in de Qoran: wa (en). E.: and. D.: und. Fr.: et. Grieks: και = kai (en). Taalgebruik: kai (en) in NT. Hebr.: וְ = wë (en). Lat.: et.

Mt 26,26.9. wkw act part aor nom mann enk ευλογησας = eulogèsas (gezegend hebbende) van het wkw ευλογεω = eulogeô (goed spreken, loven, prijzen). Taalgebruik in het NT: eulogeô (goed spreken, loven, prijzen). Taalgebruik in Mc: eulogeô (goed spreken, loven, prijzen). Taalgebruik in de Septuaginta: eulogeô (goed spreken, loven, prijzen). OT (8). NT (5): (1) Mt 26,26. (2) Mc 8,7. (3) Mc 14,22. (4) Ef 1,3. (5) Heb 7,1. eulogeô = Lat. benedicere (benedijen). Fr. bénir. Ned.: zegenen < signare (tekenen), het signum (teken) van het kruis slaan. D.: segnen. E.: to bless.
- בָרַך = bârakh (zegenen, loven, prijzen). Getalswaarde: beth = 2, resj = 20 of 200, kaf = 11 of 20. Totaal: 33 (3 X 11) of 222 (6 X 37 OF 2 X 111). Structuur: 2 - 2 - 2. De som van de elementen is telkens 6.
- Een vorm van ευλογεω = eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) in Mc in 5 verzen: (1) Mc 6,41. (2) Mc 8,7. (3) Mc 11,9. (4) Mc 11,10. (5) Mc 14,22. In Mc: 4 vormen van eulogeô (goed spreken, loven, prijzen) in 5 verzen in 4 hoofdstukken. In de verhalen van de broodvermenigvuldigingen, van de intocht van Jezus in Jeruzalem en van het laatste Avondmaal.
- Een vorm van ευλογεω = eulogeô in de LXX (516), in het NT (42), Mt (5): (1) Mt 14,19. (2) Mt 21,9. (3) Mt 23,39. (4) Mt 25,34. (5) Mt 26,26, Mc (5): (1) Mc 6,41. (2) Mc 8,7. (3) Mc 11,9. (4) Mc 11,10. (5) Mc 14,22. Lc (13): (1) Lc 1,28. (2) Lc 1,42. (3) Lc 1,64. (4) Lc 2,28. (5) Lc 2,34. (6) Lc 6,28. (7) Lc 9,16. (8) Lc 13,35. (9) Lc 19,38. (10) Lc 24,30. (11) Lc 24,50. (12) Lc 24,51. (13) Lc 24,53.

11. και = kai (en). Taalgebruik: kai (en) in NT. Taalgebruik: kai (en) in de LXX.

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

- Ned.: en. Arabisch: وَ = wa (en). Taalgebruik in de Qoran: wa (en). E.: and. D.: und. Fr.: et. Grieks: και = kai (en). Taalgebruik: kai (en) in NT. Hebr.: וְ = wë (en). Lat.: et.

15. וַיּאֹמֶר = wajjo´mèr (en hij zei) < prefix verbindingswoord wë + werkwoordsvorm qal act. imperf. 3de pers. mann. enk. van het werkw. `-m-r. (1) act. qal perf. 3de pers. mann. enk. אָמַר = ´âmar (hij zegt). (2) act. qal imperf. 1ste pers. enk. אֹמַר = ´omar (ik zeg).Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen). Getalswaarde: aleph = 1, mem = 13 of 40, resj = 20 of 200 ; totaal: 34 (2 X 17) of 241 (priemgetal). Structuur: 1 - 4 - 2. De som van de elementen is telkens 7. Tenakh (1879). Pentateuch (594). Eerdere Profeten (868). Latere Profeten (120). 12 Kleine Profeten (56). Geschriften (241)..

  Tenakh Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt Gn 12  
  1879 594 868 120 56 241 315 150 10 95 24 4  

- Lettinga 12, 2012, 53c2: Het werkw. begint met een aleph. Het is een gutturaal, maar de zwakste van de gutturalen. Omwille van die zwakke gutturaal krijgen een aantal werkw. een bijzondere behandeling voor de qal imperf.. Dit is het geval voor ons werkw.. In het imperf. gaat een medeklinker vooraf aan de aleph. De aleph quiesceert: ja´mur -> jamur (Lettinga 12, 2012, 12b). In de eerste lettergreep gaat de lange a in een beklemtoonde lettergreep over in een lange o: jâmur -> jômur (Lettinga 12, 2012, 14c). De voorlaatste lettergreep heeft hier de klemtoon (Lettinga 12, 2012, 10b). In de tweede lettergreep ontstaat door klankdissimilatie een a: jomur -> jomar (i.p.v. het verwachte jômor) (Lettinga 12, 2012, 15g). In de qal imperf. consecut. is er een zeer zwakke klinker van de tweede lettergreep en werd het een è, vandaar wajjo´mèr. (Zie ook Jouön, 73).
- Grieks: wkw act. ind. aor. 3de pers. enk. ειπεν = eipen (hij zei) van het werkw. λεγω = legô (zeggen). Taalgebruik in NT: legô (zeggen). Taalgebruik in de Septuaginta.: legô (zeggen). λεγω = legô komt van de wortel leg-: lezen / lec-tuur ; les. IEen vorm van λεγω = legô (zeggen) in de LXX (4610), in het NT (1318) ; van ειπον = eipon (ik zei) in de LXX (4608), in het NT (925).

  eipen bijbel OT LXX Pentateuch Eerdere Profeten Latere Profeten 12 Kleine Profeten Geschriften Gn Ex Lv Nu Dt NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
    3024  2426  2275 + 151 684 985 234 63 309 378 149 15 98 44 598  118  56  223  114  75  397  511 

- Ned.: zeggen. Arabisch: قَالَ = qâla (zeggen). Taalgebruik in de Qoran: qâla (zeggen). Aramees: קְרָא = qërâ´ (roepen). D.: sagen (zeggen). E.: to say. Fr.: dire. Grieks: λεγω = legô (zeggen). Taalgebruik in NT: legô (zeggen). Hebreeuws: אָמַר = ´âmar (zeggen). Taalgebruik in Tenakh: ´âmar (zeggen). Lat.: legere. l (قَالَ = qâla) en r (קְרָא = qâra) liggen dicht bij elkaar. Orgaan van roepen is de stem ; zie Hebreeuws:קוֹל = qôl (stem, roep). Taalgebruik in Tenakh: qôl (stem). Lat.: dicere. Fr.: dire. Italiaans: dire. Spaans: decir.
- In het werkw. אָמַר = ´âmar (zeggen) zit het woord אְמ = ´em (moeder) ; om erop te wijzen dat een taal allereerst een moedertaal is ? Beide woorden beginnen met aleph, de eerste letter van het alfabet en duiden een begin aan.


Mt 26,27 - Mt 26,27: 322. Instelling van de eucharistie - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mt 26,26 - Mt 26,27 - Mt 26,28 - Mt 26,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:27 καὶ λαβὼν ποτήριον καὶ εὐχαριστήσας ἔδωκεν αὐτοῖς λέγων, Πίετε ἐξ αὐτοῦ πάντες, 27 et accipiens calicem gratias egit et dedit illis dicens bibite ex hoc omnes     27 En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien, zeggende: Drinkt allen daaruit;   [27] Ook nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die met de woorden: ‘Drink er allen uit,  [27] En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit,   27 Hij neemt een drinkbeker. Na een dankzegging geeft hij die aan hen en zegt: drinkt hieruit allen;   27. Puis, prenant une coupe, il rendit grâces et la leur donna en disant: « Buvez-en tous ; 

King James Bible. [27] And he took the cup, and gave thanks, and gave it to them, saying, Drink ye all of it;
Luther-Bibel. 27 Und er nahm den Kelch und dankte, gab ihnen den und sprach: Trinket alle daraus;

Tekstuitleg van Mt 26,27 // Mc 14,23 /// Lc 22,20.
- Mc 14,23: kai labôn potèrion eucharistèsas edôken autois kai epion ex autou pantes 
- Mt 26,27:καὶ λαβὼν ποτήριον καὶ εὐχαριστήσας ἔδωκεν αὐτοῖς λέγων, Πίετε ἐξ αὐτοῦ πάντες,
-

Mt 26,27.1. και (= kai: en; nevensch vw). D: und. E: and. Fr: et. Lat: et. Hebr: וְ = wë (en) Arabisch: اَل = ´al (de). Taalgebruik in de Qoran: ´al (de). Taalgebruik: kai (en) in NT. Taalgebruik: kai (en) in de LXX.

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Mt 26,27.2. וַיּקַּח (= wajjiqqach: en hij nam; < prefix nevensch vw waw + wkw act qal imperf 3de pers mann enk van het wkw לָקַח = lâqach: nemen, grijpen, ontvangen). Taalgebruik in Tenakh: lâqach (nemen, grijpen, ontvangen). Getalswaarde: lamed = 12 of 30, qoph = 19 of 100, chet = 8; totaal: 39 (3 X 13) OF 138 (2 X 3 X 23). Structuur: 3 - 1 - 8. De som van de elementen is telkens 3. Tenakh (199). Pentateuch (86). Eerdere Profeten (80). Latere Profeten (17). 12 Kleine Profeten (1). Geschriften (15). Ex (15): (1) Ex 2,1. (2) Ex 4,20. (3) Ex 6,20. (4) Ex 6,23. (5) Ex 13,19. (6) Ex 14,7. (7) Ex 18,2. (8) Ex 18,12. (9) Ex 24,6. (10) Ex 24,7. (11) Ex 24,8. (12) Ex 32,4. (13) Ex 32,20. (14) Ex 34,4. (15) Ex 40,20.
Ex 24 (3). Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8 beginnen met וַיּקַּח = wajjiqqach (en hij nam). Een vorm van לָקַח (= lâqach: nemen, grijpen, ontvangen) in Tenakh (965).
- Grieks. λαβων (= labôn: genomen; wkw act part aor nom mann enk van het wkw λαμβανω = lambanô: nemen; stam: lab). Mc 6,41. Taalgebruik in het NT: lambanô (nemen). Bijbel (86). LXX (46). NT (40). Pentateuch (27). Ex (9). Ex 24 (3): Ex 24,6 - Ex 24,7 - Ex 24,8. Mt (11): (1) Mt 13,31. (2) Mt 14,19. (3) Mt 17,27. (4) Mt 25,16. (5) Mt 25,18. (6) Mt 25,20. (7) Mt 26,26. (8) Mt 26,27. (9) Mt 27,24. (10) Mt 27,48. (11) Mt 27,59. Mc (5): (1) Mc 6,41. (2) Mc 8,6. (3) Mc 9,36. (4) Mc 14,22. (5) Mc 14,23. Lc (7): (1) Lc 6,4. (2) Lc 9,16. (3) Lc 13,19. (4) Lc 20,29. (5) Lc 22,19. (6) Lc 24,30. (7) Lc 24,43. Joh (4): (1) Joh 3,33. (2) Joh 13,4. (3) Joh 13,30. (4) Joh 18,3. Een vorm van λαμβανω (= lambanô: nemen) in het NT (258), in de LXX (1335).
- λαβων δε (= labôn de: genomen hebbende echter). LXX (6): (1) Gn 31,45. (2) Gn 48,13. (3) Ex 24,6. (4) Ex 24,8. (5) 2 Mak 4,25. (6) Job 42,17. NT (1): Lc 9,16.
- και λαβων (= kai labôn: en genomen hebbende). LXX (15). NT (15). Synoptici: Mt (5): (1) Mt 14,19. (2) Mt 15,36.(3) Mt 26,27. (4) Mt 27,48. (5) Mt 27,59. Mc (4): (1) Mc 6,41. (2) Mc 8,6. (3) Mc 9,36. (4) Mc 14,23. Lc (7): (1) Lc 22,19. (2) Lc 24,43. Joh (1): Joh 13,4.
- Ned: nemen. Arabisch: أخذ = akhadha. Zie: http://www.arabischlexicon.com/157-akhadha-nemen-157115821584.html. D: nehmen. E: take. Fr: prendre. Grieks: λαμβανω (= lambanô: nemen). Taalgebruik in het NT: lambanô (nemen). Hebreeuws: לָקַח (= lâqach: nemen, grijpen, ontvangen). Taalgebruik in Tenakh: lâqach (nemen, grijpen, ontvangen). Lat: accipere (ad-capere: aan-grijpen, aannemen).

Mt 26,27.3. ποτηριον (= potèrion: beker; zn nom onz enk; zn eindigend op -tèrion geeft een instrument aan, hier: een middel om te drinken: drinkbeker; zie wkw ποτιζω = potizô: drinken). Taalgebruik in het NT: potèrion (beker). Taalgebruik in de LXX: potèrion (beker). OT (20): (1) Gn 40,11. (2) Gn 40,13. (3) Gn 40,21. (4) Js 51,17. (5) Js 51,22. (6) Jr 16,7. (7) Jr 25,15. (8) Jr 25,17. (9) Jr 25,28. (10) Jr 49,12. (11) Jr 51,7. (12) Ez 23,31. (13) Ez 23,32. (14) Ez 23,33. (15) Hab 2,16. (16) Ps 23,5. (17) Ps 75,9. (18) Ps 116,13. (19) Kl 2,13. (20) Kl 4,21. NT (21). Ev. (14). Mt (5): (1) Mt 10,32. (2) Mt 20,22. (3) Mt 20,23. (4) Mt 26,27. (5) Mt 26,39. Mc (5): (1) Mc 9,41. (2) Mc 10,38. (3) Mc 10,39. (4) Mc 14,23. (5) Mc 14,36. Lc (3): (1) Lc 22,17. (2) Lc 22,20. (3) Lc 22,42. Joh (1): Joh 18,11. 1 Kor (5): (1) 1 Kor 10,16. (2) 1 Kor 10,21. (3) 1 Kor 11,25. (4) Kor 11,26. (5) 1 Kor 11,27. Apk (2): (1) Apk 16,19. (2) Apk 17,4. Een vorm van ποτηριον = potèrion in het OT (33), in het NT (31). In de LXX kan ποτηριον = potèrion de vertaling van 3 Hebreeuwse woorden zijn.

  potèrion (beker)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
  nom. + acc. onz. enk.  potèrion 41  20  21    13  14     
  Totaal 64 33 31 7 6 5 1   8 4 18 19    

- Hebr. כּוֹס (= kôs: beker). Taalgebruik in Tenakh: kôs (beker). Getalswaarde: kaph = 11 of 20, waw = 6, samekh = 15 of 60; totaal: 32 (2² X 2³) OF 86 (2 X 43). Structuur: 2 - 6 - 6. De som van de elementen is telkens 5. Tenakh (15): (1) Gn 40,11. (2) Gn 40,13. (3) 1 K 7,26. (4) Js 51,17. (5) Js 51,22. (6) Jr 16,7. (7) Jr 25,15. (8) Jr 51,7. (9) Ez 23,32. (10) Ez 23,33. (11) Hab 2,16. (12) Ps 75,9. (13) Ps 116,13. (14) Kl 4,21. (15) 2 Kr 4,5. Een vorm van כּוֹס = kôs (beker) in Tenakh (26).
- Ned: beker. Arabisch: كوب = kub. D: Kelck. E: cup. Fr: coup. Grieks: ποτηριον (= potèrion: beker). Hebreeuws: כּוֹס (= kôs: beker). Taalgebruik in Tenakh: kôs (beker). Taalgebruik in het NT: potèrion (beker). Lat: calix.

Mt 26,27.1. - 3. וַיּקַּח מֹשֶׁה אֶת הַדָּם (= wajjiqqach mosjèh ´èth haddâm: en Mozes nam het bloed). Tenakh (2): (1) Ex 24,8. (2) Lv 8,15.
- In het NT lezen we 2X: και λαβων το ποτηριον (= kai labôn to potèrion: en genomen de beker): (1) Mt 26,27. (2) Mc 14,23. In het NT is er sprake dat Jezus de beker nam.
- λαβων δε μωυσης το αἱμα (= labôn de moüsès to haima: Mozes echter het bloed genomen hebbende). Bijbel (1): Ex 24,8.
- λαβων το αἱμα (= labôn to haima: het bloed genomen hebbende). Bijbel (2). LXX (1): Ex 29,16. NT (1): Heb 9,19.

Mt 26,27.4. και (= kai: en; nevensch vw). D: und. E: and. Fr: et. Lat: et. Hebr: וְ = wë (en) Arabisch: اَل = ´al (de). Taalgebruik in de Qoran: ´al (de). Taalgebruik: kai (en) in NT. Taalgebruik: kai (en) in de LXX.

kai (en)  bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
verzen      7957 1071 678 1151 879 1007 2767 404 2900  3779 
kai (en)   26980  21867  5113  705  555  822  530  660  1470  371  2082  2612 
verschil     2844 366 123 329 349 347 1297 33 818 1167

Mt 26,27.5. act. part. aor. nom. mann. enk. ευχαριστησας = eucharistèsas (gedankt) van het werkw. ευχαριστεω = eucharisteô (danken). Taalgebruik in het NT: eucharisteô (danken). ch - r. L. gratia. Fr. grace. Vertaling: gratie, genade, char-me, bevalligheid. ευχαριστεω = eucharisteô: welgevallen, goede bevalligheid brengen. Bijbel (9): (1) Mt 15,36. (2) Mt 26,27. (3) Mc 8,6. (4) Mc 14,23. (5) Lc 22,17. (6) Lc 22,19. (7) Joh 6,11. (8) Hnd 28,15. (9) 1 Kor 11,24. Een vorm van ευχαριστεω = eucharisteô in de LXX (6), in het NT (38), in Lc (4): (1) Lc 17,16. (2) Lc 18,11. (3) Lc 22,17. (4) Lc 22,19.

eucharisteô (danken) bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn. ev.
part. aor. nom. m. + vr. enk. eucharistèsas 9   9 2 2 2 1 1 1   6 7

6. αὐτοῖς

7. λέγων

8. Πίετε

9. ἐξ

10. αὐτοῦ

Mt 26,27.12. πάντες (= pantes: allen; bv nw nom mann mv van het bv nw πᾶς = pas: ieder). Taalgebruik in het NT: pas (ieder, elk, alles). Taalgebruik in de LXX: pas (ieder, elk, alles). Taalgebruik in Mc: pas (ieder, elk, alles). Mt (18): (1) Mt 11,13. (2) Mt 11,28. (3) Mt 12,23. (4) Mt 14,20. (5) Mt 15,37. (6) Mt 19,11. (7) Mt 21,26. (8) Mt 22,28. (9) Mt 23,8. (10) Mt 25,31. (11) Mt 26,27. (12) Mt 26,31. (13) Mt 26,33. (14) Mt 26,35. (15) Mt 26,52. (16) Mt 26,56. (17) Mt 27,1. (18) Mt 27,22.

  pas (al) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
10 nom. mann. mv. pantes 724 558 166 18  15 25 14  33 57 58  72 

- Hebr. kol. kl (al). Taalgebruik in Tenakh: kl (al). Lat. omnis. Fr. tout. Ned. elk, ieder. Arabisch: kull (al). Taalgebruik in de Koran: kull (al).


Mt 26,28 - Mt 26,28: 322. Instelling van de eucharistie - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mt 26,26 - Mt 26,27 - Mt 26,28 - Mt 26,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:28 touto gar estin to aima mou tès diathèkès to peri pollôn ekchunnomenon eis afesin amartiôn   28 hic est enim sanguis meus novi testamenti qui pro multis effunditur in remissionem peccatorum    28 Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.   [28] want dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden.  [28] dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden.   28 want dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden;   28. car ceci est mon sang, le sang de l'alliance, qui va être répandu pour une multitude en rémission des péchés. 

King James Bible. [28] For this is my blood of the new testament, which is shed for many for the remission of sins.
Luther-Bibel. 28 das ist mein Blut des Bundes, das vergossen wird für viele zur Vergebung der Sünden.

Tekstuitleg van Mt 26,28.

Mt 26,28.5. nom. + acc. onz. enk.  αἱμα = haima (bloed). Taalgebruik in het NT: haima (bloed). Taalgebruik in de LXX: haima (bloed). Taalgebruik in Lc: haima (bloed). Mt (5): (1) Mt 16,17. (2) Mt 23,35. (3) Mt 26,28. (4) Mt 27,4. (5) Mt 27,25. Mc (1): Mc 14,24. Lc (2): (1) Lc 11,50. (2) Lc 13,1. Joh (5): (1) Joh 6,53. (2) Joh 6,54. (3) Joh 6,55. (4) Joh 6,56. (5) Joh 19,34. Hnd (6): (1) Hnd 2,19. (2) Hnd 2,20. (3) Hnd 5,28. (4) Hnd 18,6. (5) Hnd 21,25. (6) Hnd 22,20. Een vorm van  αἱμα = haima (bloed) in de LXX (401), in het NT (97), in Mt (10): (1) Mt 16,17. (2) Mt 23,30. (3) Mt 23,35. (4) Mt 26,28. (5) Mt 27,4. (6) Mt 27,6. (7) Mt 27,8. (8) Mt 27,24. (9) Mt 27,25. (10) Mt 27,49, in Mc (3): (1) Mc 5,25. (2) Mc 5,29. (3) Mc 14,24. in Lc (7): (1) Lc 8,43. (2) Lc 8,44. (3) Lc 11,50. (4) Lc 11,51. (5) Lc 13,1. (6) Lc 22,20. (7) Lc 22,44.
- Hebreeuws. דָמִי = dâmî (mijn bloed) < zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 1ste pers. enk.. דָם = dâm (bloed, bloedschuld). Taalgebruik in Tenakh: dâm (bloed, bloedschuld). Bijbel (2): (1) 1 S 26,20. (2) Job 16,18.

Mt 26,28.8. gen. vr. enk. διαθηκης = diathèkès van het zelfst. naamw. διαθηκη = diathèkè (verbond). Taalgebruik in het NT: diathèkè (verbond). Taalgebruik in de LXX: diathèkè (verbond). Taalgebruik in Lc.: diathèkè (verbond). Bijbel (45). Bijbel (128). OT (103). NT (15): (1) Mt 26,28. (2) Mc 14,24. (3) Lc 1,72. (4) Hnd 3,25. (5) 2 Kor 3,6. (6) 2 Kor 3,14. (7) Heb 7,22. (8) Heb 8,6. (9) Heb 9,4. (10) Heb 9,15. (11) Heb 9,20. (12) Heb 10,29. (13) Heb 12,24. (14) Heb 13,20. (15) Apk 11,19. Een vorm van διαθηκη = diathèkè (verbond) in de LXX (358), in het NT (33), in Lc in 2 verzen: (1) Lc 1,72. (2) Lc 22,20. In Lc: 2 vormen van διαθηκη = diathèkè (verbond) in 2 verzen in 2 hoofdstukken. In Hnd: 2 vormen van διαθηκη = diathèkè (verbond) in 2 verzen in 2 hoofdstukken: (1) Hnd 3,25. (2) Hnd 7,8.
- בְרבִיתוֹ = bërîthô (zijn verbond) < zelfst. naamw. + suffix persoonl. voornaamw. 3de pers. mann. enk.. בְרִית = bërîth (verbond). Taalgebruik in Tenakh: bërîth (verbond). Getalwaarde: beth = 2, resj = 20 of 200, jod = 10, taw = 22 of 400 ; totaal: 54 (2 X 3³) of 612 (2² X 3² X 17). Structuur: 2 - 2 - 1 - 4. Tenakh (17): (1) Ex 2,24 (in combinatie met zâkhar: gedenken). (2) Dt 4,13. (3) Dt 8,18. (4) Dt 17,2. (5) 2 K 13,23. (6) 2 K 17,15. (7) 2 K 18,12. (8) Ez 17,14. (9) Ez 17,16. (10) Ps 25,10. (11) Ps 55,21. (12) Ps 103,18. (13) Ps 105,8. (14) Ps 106,45. (15) Ps 111,5. (16) Ps 111,9. (17) 1 Kr 16,15.
- Lat. foedus (zie b.v. federaal), testamentum. E. testament. Fr. alliance. E. covenant. Ned. testamment, verbond, overeenkomst. D. Bund.

Mt 26,28.12. pass. part. praes. nom. + acc. onz. enk. εκχυννομενον = ekchunnomenon (uitgegoten, vergoten) van het werkw. εκχεω = ekchunnô (gieten, vergieten). Taalgebruik in de Bijbel: ekchunnô (gieten, vergieten). Een vorm van in de LXX (0), in het NT (11). NT (4): (1) Mt 23,35. (2) Mt 26,28. (3) Mc 14,24. (4) Lc 22,20.

Mt 26,28.14. acc. vr. enk. αφεσιν = afesin van het zelfst. naamw. αφεσις = afesis (vergeving). Taalgebruik in het NT: afesis (vergeving). Taalgebruik in de LXX: afesis (vergeving). Bijbel (25): (1) Ex 18,2. (2) Ex 23,11. (3) Lv 16,26. (4) Lv 25,10. (5) Lv 27,18. (6) Dt 15,1. (7) Dt 15,3. (8) Js 61,1. (9) Jr 34,8. (10) Jr 34,15. (11) Jr 34,17. (12) Est 2,18. (13) Jdt 11,14. (14) 1 Mak 13,34. (15) Mt 26,28. (16) Mc 1,4. (17) Mc 3,29. (18) Lc 3,3. (19) Lc 24,47. (20) Hnd 2,38. (21) Hnd 5,31. (22) Hnd 10,43. (23) Hnd 26,18. (24) Ef 1,7. (25) Kol 1,14. Een vorm van αφεσις = afesis in de LXX (50), in het NT (17), in Lc (4, 5X): (1) Lc 1,77. (2) Lc 3,3. (3) Lc 4,18 (2 vormen). (4) Lc 24,47. In Lc: 2 vormen van αφεσις = afesis (aflating, vergeving) in 4 verzen in 4 / 24 hoofdstukken. In Hnd: 2 vormen van αφεσις = afesis (aflating, vergeving) in 5 verzen in 5 / 28 hoofdstukken.

αφεσις = afesis (af-lating) bijbel OT NT ev.  Mt Mc Lc Hnd Br.
nom vr. enk. afesis 5 2 3         1: Hnd 13,38 2: (1) Heb 9,2. (2) Heb 10,18
gen. vr. enk. afeseôs 21 21              
dat. vr. enk.: afesei 8 6     2: (1) Lc 1,77. (2) Lc 4,18.    
acc. vr. enk. afesin 26 14 12 1: Mt 26,28. 2: (1) Mc 1,4. (2) Mc 3,29. 3: (1) Lc 3,3. (2) Lc 4,18. (3) Lc 24,47. 4: (1) Hnd 2,38. (2) Hnd 5,31. (3) Hnd 10,43. (4) Hnd 26,18. 2: (1) Ef 1,7. (2) Kol 1,14.
totaal 60 44 17   1 2 5 5 4

- In 9 verzen in combinatie met ἁμαρτιων = hamartiôn (van zonden), vandaar: zondenvergeving. Niet in (1) Mc 3,29. (2) Lc 4,18. (3) Ef 1,7 (vergeving van overtredingen).
- Fr. par-donner (pardon): ver-geven, door: over -geven. s'excuser (ex -causa) = buiten de zaak, zich ver-ont-schuld-igen. kwijt-schelden (ont-schulden).

Mt 26,28.15. gen. vr. mv. ἁμαρτιων = hamartiôn (van de zonden) van het zelfstandig naamwoord ἁμαρτια = hamartia (zonde). Bijbel (85). OT (53). NT (32): (1) Mt 1,21. (2) Mt 26,28. (3) Mc 1,4. (4) Lc 1,77. (5) Lc 3,3. (6) Lc 24,47. (7) Hnd 2,38. (8) Hnd 5,31. (9) Hnd 10,43. (10) Hnd 13,38. (11) Hnd 26,18. Andere boeken NT (21). Een vorm van in de LXX (545), in het NT (173).

Mt 26,28.13. - 15. εις αφεσιν (των) ἁμαρτιων (tot vergeving van (de) zonden). Bijbel (4): (1) Mt 26,28. (2) Mc 1,4. (3) Lc 3,3. (4) Hnd 2,38.

afesis  NT Mt Mc Lc Hnd Br.
afesis hamartiôn 1       1: Hnd 13,38 NIET: 2: (1) Heb 9,2. (2) Heb 10,18
afesei hamartiôn     1: (1) Lc 1,77. NIET: (2) Lc 4,18.    
afesin (tôn) hamartiôn 9 1: Mt 26,28. 1 : (1) Mc 1,4. NIET: (2) Mc 3,29.

1: (1) Lc 3,3. (3) Lc 24,47. NIET: (2) Lc 4,18.

1 : (1) Hnd 2,38. (2) Hnd 5,31. (3) Hnd 10,43. (4) Hnd 26,18. 1: (2) Kol 1,14. NIET: (1) Ef 1,7.
totaal 11 1 1 3 5 1
en afesei hamartiôn     1: (1) Lc 1,77. NIET: (2) Lc 4,18.    
eis afesin (tôn) hamartiôn (tot vergeving van zonden) 1: Mt 26,28. (1) Mc 1,4. 1: (1) Lc 3,3. (2) Lc 24,47. (1) Hnd 2,38.  

Mt 26,29 - Mt 26,29: 322. Instelling van de eucharistie - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mc 14,22-25 - Mt 26,26-29 - Lc 22,15-20 -- Mt 26,26 - Mt 26,27 - Mt 26,28 - Mt 26,29 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:29 legô de umin ou mè piô ap arti ek toutou tou genèmatos tès ampelou eôs tès èmeras ekeinès otan auto pinô meth umôn kainon en tè basileia tou patros mou   29 dico autem vobis non bibam amodo de hoc genimine vitis usque in diem illum cum illud bibam vobiscum novum in regno Patris mei     29 En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.  [29] Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok, tot de dag waarop Ik met jullie de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’   [29] Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’   29 en ik zeg u: ik zal van nu af niet drinken van wat de wijnstok voortbrengt tot op die dag wanneer ik het nieuw met u drink in het koninkrijk van mijn Vader!   29. Je vous le dis, je ne boirai plus désormais de ce produit de la vigne jusqu'au jour où je le boirai avec vous, nouveau, dans le Royaume de mon Père. »  

King James Bible. [29] But I say unto you, I will not drink henceforth of this fruit of the vine, until that day when I drink it new with you in my Father's kingdom.
Luther-Bibel. 29 Ich sage euch: Ich werde von nun an nicht mehr von diesem Gewächs des Weinstocks trinken bis an den Tag, an dem ich von neuem davon trinken werde mit euch in meines Vaters Reich.

Tekstuitleg van Mt 26,29.

328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening: Mt 26,30-35 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,26 - Mt 26,27 - Mt 26,28 - Mt 26,29 - Mt 26,30 - Mt 26,31 - Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -

Mc 1, 9 // Mt 3,13 // Lc 3,21 (Jezus ging van Nazaret van Galilea) Mc 1,14 // Mt 4,12 // Lc 4,14a (Jezus ging naar Galilea)   Mc 14,28 // Mt 26,32 (voorspelling)   Mc 16,7 // Mt 28,7 (zoals hij je gezegd heeft)  Mt 28,7 // Mc 16,7 Mt 28,10   Mt 28,16
          alla hupagete (maar ga) kai tachu poreutheisai (en vlug vertrokken zijnde) hupagete (ga) hoi de hendeka (de elf echter)
          eipate tois mathètais autou kai tôi petrôi (zeg aan zijn leerlingen en aan Petrus) eipate tois mathètais autou (zeg aan zijn leerlingen) apaggeilate tois adelfois mou (meld aan mijn broeders)  
... Kai meta to paradothènai ton Iôannèn ( En nadat Johannes werd overgeleverd)   alla meta to egerthènai me (En nadat ik ben verrezen (Matteüs: geen alla maar de - echter - na meta -nadat-)     hoti ègerthè apo tôn nekrôn (dat hij is opgewekt uit de doden)    eporeuthèsan (gingen)
èlthen (ging) èlthen (ging)   proaksô humas (zal ik je voorgaan)   proagei humas (gaat hij je voor)   kai idou proagei humas (en zie hij gaat je voor) hina (opdat) apelthôsin zouden vertrekken)  
Ièsous (Jezus) ho Ièsous (Jezus)              
apo (van) eis (naar)   eis (naar)   eis (naar) eis (naar) eis (naar) eis (naar)
Nazaret (Nazaret)                
tès Galilaias (Galilea) tèn Galilaian (Galilea)   tèn Galilaian (Galilea)   tèn Galilaian (Galilea) tèn Galilaian (Galilea) tèn Galilaian (Galilea) tèn Galilaian (Galilea)...
          ekei auton opsesthe (daar hem zult gij zien) ekei auton opsesthe (daar hem zult gij zien) kakei me opsontai (en daar zullen zij mij zien)  
          kathôs eipen humin (zoals hij gezegd heeft jullie) idou eipon humin (zie ik heb het je gezegd)   17. kai idontes auton (en hem gezien hebbende)
18. Doop van Jezus: Mc 1,9-11 // Mt 3,13-17 // Lc 3,21-22 - Mc 1,9-11 - Mt 3,13-17 - Lc 3,21-22 - 21. Begin van Jezus'optreden in Galilea: Mc 1,14-15 // Mt 4,12-17 // Lc 4,14-15 - Mc 1,14-15 - Mt 4,12-17 - Lc 4,14-15 -
  328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening: Mc 14,26-31 // Mt 26,30-35 // Lc 22,39 - Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -   351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis: Mc 16,1-8 // Mt 28,1-10 // Lc 23,56b-24,12 - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -
  351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis: Mc 16,1-8 // Mt 28,1-10 // Lc 23,56b-24,12 - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 - 351. Vrouwen als getuigen van Jezus'verrijzenis: Mc 16,1-8 // Mt 28,1-10 // Lc 23,56b-24,12 - Mc 16,1-8 - Mt 28,1-10 - Lc 23,56b-24,12 -  353. Verschijning aan de elf in Galilea: Mt 28,16-20 - Mt 28,16-20 -

 

Mt 26,30: 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,30 - Mt 26,31 - Mt 26,32 - Mt 26,33 - Mt 26,34 - Mt 26,35 -- Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:30 kai umnèsantes exèlthon eis to oros tôn elaiôn 30 et hymno dicto exierunt in montem Oliveti   30 En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg. [30] Na het zingen van de psalmen* gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg. [30] Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg. 30 Ze zingen de lofpsalmen en gaan de stad uit naar de Olijfberg. 30. Après le chant des psaumes, ils partirent pour le mont des Oliviers.

King James Bible. [30] And when they had sung an hymn, they went out into the mount of Olives.
Luther-Bibel. 30 Und als sie den Lobgesang gesungen hatten, gingen sie hinaus an den Ölberg.

Tekstuitleg van Mt 26,30.

Mt 26,31: 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,30 - Mt 26,31 - Mt 26,32 - Mt 26,33 - Mt 26,34 - Mt 26,35 -- Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:31 tote legei autois o ièsous pantes umeis skandalisthèsesthe en emoi en tè nukti tautè gegraptai gar pataxô ton poimena kai diaskorpisthèsontai ta probata tès poimnès 31 tunc dicit illis Iesus omnes vos scandalum patiemini in me in ista nocte scriptum est enim percutiam pastorem et dispergentur oves gregis   31 Toen zeide Jezus tot hen: Gij zult allen aan Mij geërgerd worden in dezen nacht; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden. [31] Toen zei Jezus tegen hen: ‘Deze nacht nog zullen jullie allemaal ten val komen vanwege Mij, want er staat geschreven: Ik zal de herder treffen, en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden. [31] Onderweg zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden.” 31 ¶ Dán zegt Jezus tot hen: allen zult gij in deze nacht aanstoot aan mij nemen; want er staat geschreven ‘ik zal de herder slaan, en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden’, 31. Alors Jésus leur dit: « Vous tous, vous allez succomber à cause de moi, cette nuit même. Il est écrit en effet: Je frapperai le pasteur, et les brebis du troupeau seront dispersées.

King James Bible. [31] Then saith Jesus unto them, All ye shall be offended because of me this night: for it is written, I will smite the shepherd, and the sheep of the flock shall be scattered abroad.
Luther-Bibel. 31 Da sprach Jesus zu ihnen: In dieser Nacht werdet ihr alle Ärgernis nehmen an mir. Denn es steht geschrieben (Sacharja 13,7): »Ich werde den Hirten schlagen, und die Schafe der Herde werden sich zerstreuen.«

Tekstuitleg van Mt 26,31.

Mt 26,32: 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,30 - Mt 26,31 - Mt 26,32 - Mt 26,33 - Mt 26,34 - Mt 26,35 -- Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:32 meta de to egerthènai me proaxô umas eis tèn galilaian 32 postquam autem resurrexero praecedam vos in Galilaeam   32 Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea. [32] Maar na mijn opwekking zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.’ [32] Maar nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’ 32 maar nadat ik ben opgewekt zal ik u voorgaan naar Galilea! 32. Mais après ma résurrection je vous précéderai en Galilée. »

King James Bible. [32] But after I am risen again, I will go before you into Galilee.
Luther-Bibel. 32 Wenn ich aber auferstanden bin, will ich vor euch hingehen nach Galiläa.

Tekstuitleg van   Mt 26,32.

Mt 26,33: 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,30 - Mt 26,31 - Mt 26,32 - Mt 26,33 - Mt 26,34 - Mt 26,35 -- Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:33 apokritheis de o petros eipen autô ei pantes skandalisthèsontai en soi egô oudepote skandalisthèsomai 33 respondens autem Petrus ait illi et si omnes scandalizati fuerint in te ego numquam scandalizabor   33 Doch Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Al werden zij ook allen aan U geërgerd, ik zal nimmermeer geërgerd worden. [33] Petrus reageerde daarop en zei: ‘Al komen ze allemaal ten val vanwege U, ik zal nooit ten val komen.’ [33] Petrus zei daarop tegen hem: ‘Misschien zal iedereen u afvallen, ik nooit!’ 33 Ten antwoord zegt Petrus tot hem: al zullen allen aanstoot aan u nemen, ik zal nooit aanstoot aan u nemen! 33. Prenant la parole, Pierre lui dit: « Si tous succombent à cause de toi, moi je ne succomberai jamais. »

King James Bible. [33] Peter answered and said unto him, Though all men shall be offended because of thee, yet will I never be offended.
Luther-Bibel. 33 Petrus aber antwortete und sprach zu ihm: Wenn sie auch alle Ärgernis nehmen, so will ich doch niemals Ärgernis nehmen an dir.

Tekstuitleg van  Mt 26,33.

Mt 26,34: 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,30 - Mt 26,31 - Mt 26,32 - Mt 26,33 - Mt 26,34 - Mt 26,35 -- Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:34 efè autô o ièsous amèn legô soi oti en tautè tè nukti prin alektora fônèsai tris aparnèsè me 34 ait illi Iesus amen dico tibi quia in hac nocte antequam gallus cantet ter me negabis   34 Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij in dezen zelfden nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen. [34] Jezus zei Hem: ‘Ik verzeker je, in deze nacht, nog voordat de haan kraait, zul je Me drie keer verloochenen.’ [34] Jezus antwoordde hem: ‘Ik verzeker je: deze nacht zul je, nog voor de haan gekraaid heeft, mij driemaal verloochenen.’ 34 Maar Jezus verklaart hem: zeker is het, zeg ik jou, dat in deze nacht, voordat er een haan kraait, jij mij driemaal zult verloochenen! 34. Jésus lui répliqua: « En vérité je te le dis: cette nuit même, avant que le coq chante, tu m'auras renié trois fois. »

King James Bible. [34] Jesus said unto him, Verily I say unto thee, That this night, before the cock crow, thou shalt deny me thrice.
Luther-Bibel. 34 Jesus sprach zu ihm: Wahrlich, ich sage dir: In dieser Nacht, ehe der Hahn kräht, wirst du mich dreimal verleugnen.

Tekstuitleg van  Mt 26,34.

Mt 26,35: 328. Voorspelling van de ontrouw van de leerlingen en van Petrus' verloochening - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,30 - Mt 26,31 - Mt 26,32 - Mt 26,33 - Mt 26,34 - Mt 26,35 -- Mc 14,26-31 - Mt 26,30-35 - Lc 22,39 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:35 legei autô o petros kan deè me sun soi apothanein ou mè se aparnèsomai omoiôs kai pantes oi mathètai eipan 35 ait illi Petrus etiam si oportuerit me mori tecum non te negabo similiter et omnes discipuli dixerunt   35 Petrus zeide tot Hem: Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! Desgelijks zeiden ook al de discipelen. [35] Petrus zei Hem: ‘Ook al moet ik samen met U sterven, ik zal U niet verloochenen.’ In deze trant spraken alle leerlingen. [35] Petrus zei: ‘Al zou ik met u moeten sterven, verloochenen zal ik u nooit.’ Alle andere leerlingen vielen hem daarin bij. 35 Petrus zegt tot hem: ook al moet ik met u sterven, ik zal u echt niet verloochenen! Iets dergelijks zeggen ook alle andere leerlingen. 35. Pierre lui dit: « Dussé-je mourir avec toi, non, je ne te renierai pas. » Et tous les disciples en dirent autant.

King James Bible. [35] Peter said unto him, Though I should die with thee, yet will I not deny thee. Likewise also said all the disciples.
Luther-Bibel. 35 Petrus sprach zu ihm: Und wenn ich mit dir sterben müsste, will ich dich nicht verleugnen. Das Gleiche sagten auch alle Jünger.

Tekstuitleg van Mt 26,35.



329. Jezus in Getsemane: Mt 26,36-46 - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,36 - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 -

Mt 26,36 - Mt 26,36: 329. Jezus in Getsemane - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,36 - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:36 tote erchetai met autôn o ièsous eis chôrion legomenon gethsèmani kai legei tois mathètais kathisate autou eôs [ou] apelthôn ekei proseuxômai  36 tunc venit Iesus cum illis in villam quae dicitur Gethsemani et dixit discipulis suis sedete hic donec vadam illuc et orem    36 Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemane, en zeide tot de discipelen: Zit hier neder, totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben.   [36] Toen ging Jezus met hen naar een plek die Getsemane* genoemd wordt, en Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Ga hier zitten, terwijl Ik daar ga bidden.’   [36] Vervolgens ging Jezus met zijn leerlingen naar een olijfgaard die Getsemane genoemd werd. Hij zei: ‘Blijven jullie hier zitten, ik ga daar bidden.’   36 ¶ Dan komt Jezus met hen op een stuk grond dat Getsemanee heet, en hij zegt tot de leerlingen: zit hier neer terwijl ik wegga om daar te bidden!  36. Alors Jésus parvient avec eux à un domaine appelé Gethsémani, et il dit aux disciples: « Restez ici, tandis que je m'en irai prier là-bas. »  

King James Bible. [36] Then cometh Jesus with them unto a place called Gethsemane, and saith unto the disciples, Sit ye here, while I go and pray yonder.
Luther-Bibel. 36 Da kam Jesus mit ihnen zu einem Garten, der hieß Gethsemane, und sprach zu den Jüngern: Setzt euch hier, solange ich dorthin gehe und bete.

Tekstuitleg van Mt 26,36.

  Mc 14,32   Mt 26,36            
  14:32 kai erchontai eis chôrion ou to onoma gethsèmani kai legei tois mathètais autou kathisate ôde eôs proseuxômai   26:36 tote erchetai met autôn o ièsous eis chôrion legomenon gethsèmani kai legei tois mathètais kathisate autou eôs [ou] apelthôn ekei proseuxômai             

8. chôrion (plaats, plek, landgoed). Taalgebruik in de Bijbel: chôrion (plaats, plek, landgoed). Bijbel (6). OT (1). NT (5): (1) Mt 26,36. (2) Mc 14,32. (3) Hnd 1,18. (4) Hnd 1,19. (5) Hnd 5,8. Een vorm van chôrion (plaats, plek, landgoed) in de LXX (6), in het NT (10). Hnd (7): (1) Hnd 1,18. (2) Hnd 1,19. (3) Hnd 4,34. (4) Hnd 5,3. (5) Hnd 5,8. (6) Hnd 28,7.
- gen. onz. enk. chôriou. Bijbel (3): (1) 2 Mak 12, 7. (2) Joh 4,5. (3) Hnd 5,3.

- Hebr. kèrèm (landgoed, wijngaard). Taalgebruik in Tenakh: kèrèm (landgoed, wijngaard). Getalwaarde: kaph = 11 of 20, resj = 20 of 200, mem = 13 of 40 ; totaal: 44 ( 4 X 11) OF 260 ( 2² X 5 X 13 OF 10 X 26). Structuur: 2 - 2 - 4. Som van de elementen is telkens 8. Tenakh (20). Pentateuch (4). Eerdere Profeten (7). Latere Profeten (4). 12 Kleine Profeten (1). Geschriften (4). Aramees: chäqal (veld). Arabisch: chaql.


Mt 26,37 - Mt 26,37: 329. Jezus in Getsemane - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,36 - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:37 kai paralabôn ton petron kai tous duo uious zebedaiou èrxato lupeisthai kai adèmonein  37 et adsumpto Petro et duobus filiis Zebedaei coepit contristari et maestus esse    37 En met Zich nemende Petrus, en de twee zonen van Zebedeüs, begon Hij droevig en zeer beangst te worden.   [37] Hij nam Petrus* en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee en begon bedrukt en onrustig te worden.   [37] Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee. Toen hij zich bedroefd en angstig voelde worden,   37 Hij neemt bij zich Petrus en de twee zonen van Zebedeüs, en begint bedroefd en bang te worden.   37. Et prenant avec lui Pierre et les deux fils de Zébédée, il commença à ressentir tristesse et angoisse.  

King James Bible. [37] And he took with him Peter and the two sons of Zebedee, and began to be sorrowful and very heavy.
Luther-Bibel. 37 Und er nahm mit sich Petrus und die zwei Söhne des Zebedäus und fing an zu trauern und zu zagen.

Tekstuitleg van Mt 26,37.

èrxato (hij begon). Verwijzing: èrxato (hij begon), zie Mc 1,45. Aorist derde persoon enkelvoud van het werkwoord archomai (beginnen). Het komt in de bijbel in zesenzeventig verzen voor. In vijfendertig verzen in het O.T.. In eenenveertig verzen in het N.T. In zeven verzen bij Matteüs: (1) Mt 4,17. (2) Mt 11,7. (3) Mt 11,20. (4) Mt 16,21. (5) Mt 16,22. (6) Mt 26,37. (7) Mt 26,74. In vijf verzen is Jezus onderwerp, in twee verzen Petrus. In vier verzen wordt èrxato (hij begon) voorafgegaan door tote (dan ; apo tote: vanaf dan).

1. Jezus 2. Jezus 3. Jezus 4. Jezus 5. Petrus 6. Jezus 7. Petrus
Mt 4,17 Mt 11,7 Mt 11,20 Mt 16,21 Mt 16,22 Mt 26,37 Mt 26,74
apo tote (van dan af)   Tote (dan) apo tote (van dan af)     Tote (dan)
èrxato (begon) èrxato (begon) èrxato (begon hij ) èrxato (begon) èrxato (begon hij ) èrxato (begon hij ) èrxato (begon hij )
ho Ièsous (Jezus) ho Ièsous (Jezus)   ho Ièsous (Jezus)      
kèrussein kai legein (te verkondigen en te zeggen) legein (te zeggen) oneidizein (te misprijzen) tas poleis (de steden) deiknuein (aan te duiden) epitiman autôi lupeisthai (bedroefd te worden) katathematizein (te negeren)
21. Begin van Jezus'optreden in Galilea: Mc 1,14-15 - Mt 4,12-17 - Lc 4,14-15 88. Jezus'getuigenis over Johannes de Doper: Lc 7,24-28 - Mt 11,7-11  91. Weespreuken over Chorazin, Betsaïda en Kafarnaüm:Mt 11,20-24 - Lc 10,13-15 163. Eerste lijdensvoorspelling: Mc 8,31-32 - Mt 16,21 - Lc 9,22 164. Berisping van Petrus: Mc 8,32-33 - Mt 16,22-23 329. Jezus in Getsemane: Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 334. Verloochening van Petrus: Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62

 

Mt 26,38 - Mt 26,38: 329. Jezus in Getsemane - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,36 - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:38 tote legei autois perilupos estin è yuchè mou eôs thanatou meinate ôde kai grègoreite met emou 38 tunc ait illis tristis est anima mea usque ad mortem sustinete hic et vigilate mecum   38 Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.  [38] Toen zei Hij tegen hen: ‘Ik ben dodelijk bedroefd. Blijf hier, en blijf wakker met Mij.’   [38] zei hij tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd; blijf hier met mij waken.’   38 Dan zegt hij tot hen: ‘mijn ziel is diepbedroefd’, dodelijk; blijft hier en waakt met mij!   38. Alors il leur dit: « Mon âme est triste à en mourir, demeurez ici et veillez avec moi. »  

King James Bible. [38] Then saith he unto them, My soul is exceeding sorrowful, even unto death: tarry ye here, and watch with me.
Luther-Bibel. 38 Da sprach Jesus zu ihnen: Meine Seele ist betrübt bis an den Tod; bleibt hier und wacht mit mir!

Tekstuitleg van Mt 26,38.

Mt 26,39 - Mt 26,39: 329. Jezus in Getsemane - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,36 - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:39 kai proelthôn mikron epesen epi prosôpon autou proseuchomenos kai legôn pater mou ei dunaton estin parelthatô ap emou to potèrion touto plèn ouch ôs egô thelô all ôs su   et progressus pusillum procidit in faciem suam orans et dicens mi Pater si possibile est transeat a me calix iste verumtamen non sicut ego volo sed sicut tu    39 En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan! doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.   [39] Hij ging een eindje verder, wierp zich voorover en bad: ‘Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.’   [39] Hij liep nog een stukje verder, knielde toen en bad diep voorovergebogen: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’   39 Een klein eindje verder gekomen valt hij bij het bidden op zijn aanschijn en zegt: mijn Vader, als het mogelijk is, laat dan deze beker aan mij voorbijgaan; maar: niet zoals ik wil, maar zoals gij…  39. Étant allé un peu plus loin, il tomba face contre terre en faisant cette prière: « Mon Père, s'il est possible, que cette coupe passe loin de moi ! Cependant, non pas comme je veux, mais comme tu veux. » 

King James Bible. [39] And he went a little further, and fell on his face, and prayed, saying, O my Father, if it be possible, let this cup pass from me: nevertheless not as I will, but as thou wilt.
Luther-Bibel. 39 Und er ging ein wenig weiter, fiel nieder auf sein Angesicht und betete und sprach: Mein Vater, ist's möglich, so gehe dieser Kelch an mir vorüber; doch nicht wie ich will, sondern wie du willst!

Tekstuitleg van Mt 26,39.

4. epesen (hij viel). Verwijzing: piptô (vallen) . Hebr. nâphal = vallen, Eng. to fall. Gr. piptô. Lat. cadere. Fr. tomber.Act. ind. aor. 3de pers. enk..

piptô (vallen)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind. aor. 3de pers. enk. epesen 99  73  26  16  17   

 

Mt 26,40 - Mt 26,40: 329. Jezus in Getsemane - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,36 - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:40 kai erchetai pros tous mathètas kai euriskei autous katheudontas kai legei tô petrô outôs ouk ischusate mian ôran grègorèsai met emou   40 et venit ad discipulos et invenit eos dormientes et dicit Petro sic non potuistis una hora vigilare mecum   40 En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Kunt gij dan niet een uur met Mij waken?  [40] Hij ging terug naar de leerlingen en vond hen in slaap, en Hij zei tegen Petrus: ‘Konden jullie dan niet één uur wakker blijven met Mij?   [40] Hij liep terug naar de leerlingen en zag dat ze lagen te slapen. Hij zei tegen Petrus: ‘Konden jullie niet eens één uur met mij waken?   40 Hij komt bij de leerlingen en vindt hen slapend, en hij zegt tot Petrus: zó, ge zijt niet eens sterk genoeg om één uur met mij te waken?  40. Il vient vers les disciples et les trouve en train de dormir ; et il dit à Pierre: « Ainsi, vous n'avez pas eu la force de veiller une heure avec moi !  

King James Bible. [40] And he cometh unto the disciples, and findeth them asleep, and saith unto Peter, What, could ye not watch with me one hour?
Luther-Bibel. 40 Und er kam zu seinen Jüngern und fand sie schlafend und sprach zu Petrus: Könnt ihr denn nicht eine Stunde mit mir wachen?

Tekstuitleg van Mt 26,40 // Mc 14,37 // Lc 22,45.

3. - 5. προς τους μαθητας = pros tous mathètas (tot de leerlingen). NT (14): (1) Mt 26,40. (2) Mt 26,45. (3) Mc 9,14. (4) Lc 5,30. (5) Lc 9,14. (6) Lc 9,43. (7) Lc 10,22. (8) Lc 10,23. (9) Lc 12,1. (10) Lc 12,22. (11) Lc 16,1. (12) Lc 17,1. (13) Lc 17,22. (14) Lc 22,45.

Mt 26,41 - Mt 26,41: 329. Jezus in Getsemane - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,36 - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:41 grègoreite kai proseuchesthe ina mè eiselthète eis peirasmon to men pneuma prothumon è de sarx asthenès   41 vigilate et orate ut non intretis in temptationem spiritus quidem promptus est caro autem infirma    41 Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.  [41] Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken. De geest is wel van goede wil, maar het vlees is zwak.’  [41] Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’   41 waakt en bidt, opdat ge niet in beproeving komt; de geest is gewillig maar het vlees is zwak!   41. Veillez et priez pour ne pas entrer en tentation: l'esprit est ardent, mais la chair est faible. » 

King James Bible. [41] Watch and pray, that ye enter not into temptation: the spirit indeed is willing, but the flesh is weak.
Luther-Bibel. 41 Wachet und betet, dass ihr nicht in Anfechtung fallt! Der Geist ist willig; aber das Fleisch ist schwach.

Tekstuitleg van Mt 26,41.

Mt 26,42 - Mt 26,42: 329. Jezus in Getsemane - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,36 - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:42 palin ek deuterou apelthôn prosèuxato | [legôn] | legôn | pater mou ei ou dunatai touto parelthein ean mè auto piô genèthètô to thelèma sou   42 iterum secundo abiit et oravit dicens Pater mi si non potest hic calix transire nisi bibam illum fiat voluntas tua    42 Wederom ten tweeden male heengaande, bad Hij, zeggende: Mijn Vader! Indien deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan, tenzij dat Ik hem drinke, Uw wil geschiede!  [42] En weer, voor de tweede maal, ging Hij bidden: ‘Mijn Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker voorbijgaat zonder dat Ik hem drink, laat uw wil dan geschieden.’   [42] Voor de tweede maal liep hij van hen weg en bad: ‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker aan mij voorbijgaat zonder dat ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals u het wilt.’   42 Weer, voor de tweede keer, gaat hij weg en bidt; hij zegt: mijn Vader, als het niet mogelijk is dat hij voorbijgaat zonder dat ik hem drink: uw wil geschiede!  42. A nouveau, pour la deuxième fois, il s'en alla prier: « Mon Père, dit-il, si cette coupe ne peut passer sans que je la boive, que ta volonté soit faite ! » 

King James Bible. [42] He went away again the second time, and prayed, saying, O my Father, if this cup may not pass away from me, except I drink it, thy will be done.
Luther-Bibel. 42 Zum zweiten Mal ging er wieder hin, betete und sprach: Mein Vater, ist's nicht möglich, dass dieser Kelch an mir vorübergehe, ohne dass ich ihn trinke, so geschehe dein Wille!

Tekstuitleg van Mt 26,42.

18. - 21. γενηθητω το θελημα σου = genèthètô to thelèma sou (jouw wil gebeure). Bijbel = NT (3): (1) Mt 6,10. (2) Mt 26,42. Variante lezing: Lc 11,2.


Mt 26,43 - Mt 26,43: 329. Jezus in Getsemane - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,36 - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:43 kai elthôn palin euren autous katheudontas èsan gar autôn oi ofthalmoi bebarèmenoi   43 et venit iterum et invenit eos dormientes erant enim oculi eorum gravati    43 En komende bij hen, vond Hij hen wederom slapende; want hun ogen waren bezwaard.  [43] Toen Hij terugkwam, vond Hij hen wederom in slaap, want hun ogen waren zwaar.  [43] Toen hij terugkwam, zag hij dat ze weer sliepen, want ze waren door vermoeidheid overmand.   43 Als hij komt vindt hij hen wéér slapend, want hun ogen zijn loodzwaar.  43. Puis il vint et les trouva à nouveau en train de dormir ; car leurs yeux étaient appesantis.  

King James Bible. [43] And he came and found them asleep again: for their eyes were heavy.
Luther-Bibel. 43 Und er kam und fand sie abermals schlafend, und ihre Augen waren voller Schlaf.

Tekstuitleg van Mt 26,43.

Mt 26,44 - Mt 26,44: 329. Jezus in Getsemane - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,36 - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:44 kai afeis autous palin apelthôn prosèuxato ek tritou ton auton logon eipôn palin   44 et relictis illis iterum abiit et oravit tertio eundem sermonem dicens    44 En hen latende, ging Hij wederom heen, en bad ten derden male, zeggende dezelfde woorden.   [44] Hij liet hen achter en ging opnieuw bidden, voor de derde keer, met weer dezelfde woorden.  [44] Hij liet hen achter, liep opnieuw wat verder en bad voor de derde maal, met dezelfde woorden als daarvoor.   44 Hij láát hen daar, gaat weer weg en bidt voor de derde keer; hij zegt hetzelfde woord wéér.   44. Il les laissa et s'en alla de nouveau prier une troisième fois, répétant les mêmes paroles.  

King James Bible. [44] And he left them, and went away again, and prayed the third time, saying the same words.
Luther-Bibel. 44 Und er ließ sie und ging abermals hin und betete zum dritten Mal und redete dieselben Worte.

Tekstuitleg van Mt 26,44.

Mt 26,45 - Mt 26,45: 329. Jezus in Getsemane - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,36 - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
idou èggiken hè hôra kai ho huios tou anthrôpou paradidotai eis cheiras harmatôlôn 45 tunc venit ad discipulos suos et dicit illis dormite iam et requiescite ecce adpropinquavit hora et Filius hominis traditur in manus peccatorum    45 Toen kwam Hij tot Zijn discipelen, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; ziet, de ure is nabij gekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.   [45] Toen kwam Hij naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Slaap nu maar rustig verder. Nu is het uur nabij dat de Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van zondaars.   [45] Daarna voegde hij zich weer bij de leerlingen en zei: ‘Liggen jullie daar nog steeds te slapen en te rusten? En dat terwijl het ogenblik nabij is waarop de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan zondaars.   45 Dan komt hij bij de leerlingen en zegt tot hen: wilt ge nu nog slapen en uitrusten?– zie, het uur is genaderd, en de mensenzoon wordt overgegeven in handen van de zondaars;   45. Alors il vient vers les disciples et leur dit: « Désormais vous pouvez dormir et vous reposer: voici toute proche l'heure où le Fils de l'homme va être livré aux mains des pécheurs.

King James Bible. [45] Then cometh he to his disciples, and saith unto them, Sleep on now, and take your rest: behold, the hour is at hand, and the Son of man is betrayed into the hands of sinners.
Luther-Bibel. 45 Dann kam er zu seinen Jüngern und sprach zu ihnen: Ach, wollt ihr weiter schlafen und ruhen? Siehe, die Stunde ist da, dass der Menschensohn in die Hände der Sünder überantwortet wird.

Tekstuitleg van Mt 26,45. Verwulling van de tweede lijdensaankondiging.

vervulling     aankondiging    
Mt 26,45 Mc 14,41   Mt 17,22    Mc 9,31   Lc 9,44
kai ho huios tou anthrôpou (en de mensenzoon) idou paradidotai ho huios tou anthrôpou (zie wordt overgeleverd de mensenzoon)   mellei ho huios tou anthrôpou (de mensenzoon staat op het punt) hoti ho huios tou anthrôpou (dat de mensenzoon) ho gar huios tou anthrôpou (want de mensenzoon)
paradidotai (wordt overgeleverd)     paradidosthai (overgeleverd te worden) paradidotai (wordt overgeleverd) mellei paradidosthai (staat op het punt overgeleverd te worden)
eis cheiras hamartôlôn (in handen van zondaars) eis tas cheiras tôn hamartôlôn (in de handen van de zondaars)   eis cheiras anthrôpôn (in handen van mensen)  eis cheiras anthrôpôn (in handen van mensen) eis cheiras anthrôpôn  (in handen van mensen
329. Jezus in Getsemane: Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 -     171. Tweede lijdensvoorspelling: Mc 9,30-32 // Mt 17,22-23 // Lc 9,43b-45 - Mc 9,30-32 - Mt 17,22-23 - Lc 9,43b-45 -    

23. 14. paradidotai (hij wordt overgeleverd). Verwijzing: paradidômi (overleveren) . Lat. tradere (trans -dare). Fr. trahir. Ned. overleveren, overgeven. Hebr. mâsar. Bij (Gr. para) langs, naast wordt verondersteld dat er nog iets / iemand anders is. Om die tweeheid beter uit te drukken kan men ook spreken over: tegenover, aan de andere zijde. Zo kan para-didômi betekenen: geven aan de tegenovergestelde, de andere, de tegenstander en in negatieve zin kan het over-leveren betekenen. N.T. (7). Mt (3): (1) Mt 26,2. (2) Mt 26,24 // Mc 14,21. (3) Mt 26,45 // Mc 14,41. Mc (3): (1) Mc 9,31 . (2) Mc 14,21 // Mt 26,24. (3) Mc 14,41 // Mt 26,45. Lc (1): Lc 22,22.

paradidômi (overleveren)   bijbel O.T. N.T. Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev.  P.  A. b. 
act. ind.  pr. 3de pers. enk. paradidotai

        (1) Mc 14,21 // Mt 26,24 // Lc 22,22. (2)  Mc 14,41 // Mt 26,45.      

  aankondiging  vervulling  Judas    vervulling  Judas  Judas
bijbelplaats   Mc 9,31  Mc 14,41 // Mt 26,45 Mc 14,21 // Mt 26,24 // Lc 22,22 Mt 26,2 Mt 26,45 // Mc 14,41 // Lc 22,22 Mt 26,24 // Mc 14,21 Lc 22,22 // Mc 14,21 // Mt 26,24
 Jezus hoti ho huios tou anthrôpou (dat de mensenzoon) idou paradidotai ho huios tou anthrôpou (zie wordt overgeleverd de mensenzoon) ouai de tôi anthrôpôi ekeinôi di'hou ho huios tou anthrôpou (wee echter die mens door wie de mensenzoon) kai ho huios tou anthrôpou (en de mensenzoon) kai ho huios tou anthrôpou (en de mensenzoon) ouai de tôi anthrôpôi ekeinôi di'hou ho huios tou anthrôpou (wee echter die mens door wie de mensenzoon) plèn ouai tôi anthrôpôi ekeinôi di'hou (maar wee die mens door wie
wordt overgeleverd paradidotai (wordt overgeleverd)   paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (wordt overgeleverd) paradidotai (hij wordt overgeleverd)
tot eis cheiras anthrôpôn (in handen van mensen) eis tas cheiras tôn hamartôlôn (in de handen van de zondaars)    eis to staurothènai (om gekruisigd te worden)  eis cheiras hamartôlôn (in handen van zondaars)    
  171. Tweede lijdensvoorspelling:Mc 9,30-32 - Mt 17,22-23 - Lc 9,43b-45 329. Jezus in Getsemane: Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - 317. Complot tegen Jezus: Mc 14,1-2 - Mt 26,1-5 - Lc 22,1-2 - 329. Jezus in Getsemane: Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 - 321. Aanduiding van de verrader: Mc 14,17-21 - Mt 26,20-25 - Lc 22,14 -

 

Mt 26,46 - Mt 26,46: 329. Jezus in Getsemane - Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,36 - Mt 26,37 - Mt 26,38 - Mt 26,39 - Mt 26,40 - Mt 26,41 - Mt 26,42 - Mt 26,43 - Mt 26,44 - Mt 26,45 - Mt 26,46 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:46 egeiresthe agômen idou èggiken o paradidous me   46 surgite eamus ecce adpropinquavit qui me tradit     46 Staat op, laat ons gaan; ziet, hij is nabij, die Mij verraadt.  [46] Sta op, laten we gaan. Kijk, hij die Mij overlevert, komt eraan.’  [46] Sta op, laten we gaan; kijk, hij die mij uitlevert, is al vlakbij.’   46 wordt wakker, laten we gaan!– zie, die mij overgeeft is genaderd!   46. Levez-vous ! Allons ! Voici tout proche celui qui me livre. »  

King James Bible. [46] Rise, let us be going: behold, he is at hand that doth betray me.
Luther-Bibel. 46 Steht auf, lasst uns gehen! Siehe, er ist da, der mich verrät.

Tekstuitleg van Mt 26,46.

Mt 26,46: egeiresthe agômen idou èggiken ho paradidous me (wees opgewekt, laten we gaan, zie nabij is de mij overleverende)

- Mt 26,46 -
- idou (zie). Cfr Mt 1,20.
- ho paradidous (de overleverende) : zie paradidômi (overleveren). Bij Matteüs, zie Mt 4,12. Het onderwerp staat na het vervoegd werkwoord.

In Mt 26 is er in 7 verzen van de 10 verzen verwijzing naar de overleveraar Judas. In vier verzen wordt het participium praesens paradidous (overleverend) gebruikt. Telkens staat het persoonlijk voornaamwoord na het participium. In Mt 26,46 wordt het in Mt voor de tweede maal gebruikt. Het is Jezus die zijn leerlingen wijst op wat gaat komen.

330. Gevangenneming van Jezus: Mt 26,47-56 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- Mt 26,47 - Mt 26,48 - Mt 26,49 -- Mt 26,50 - Mt 26,51 - Mt 26,52 - Mt 26,53 - Mt 26,54 - Mt 26,55 - Mt 26,56 -

Mt 26,47 - Mt 26,47: 330. Gevangenneming van Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- Mt 26,47 - Mt 26,48 - Mt 26,49 -- Mt 26,50 - Mt 26,51 - Mt 26,52 - Mt 26,53 - Mt 26,54 - Mt 26,55 - Mt 26,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:47 kai eti autou lalountos idou ioudas eis tôn dôdeka èlthen kai met autou ochlos polus meta machairôn kai xulôn apo tôn archiereôn kai presbuterôn tou laou   47 adhuc ipso loquente ecce Iudas unus de duodecim venit et cum eo turba multa cum gladiis et fustibus a principibus sacerdotum et senioribus populi    47 En als Hij nog sprak, ziet, Judas, een van de twaalven, kwam, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters en ouderlingen des volks.   [47] Hij was nog niet uitgesproken of Judas kwam eraan, een van de twaalf, en hij had een grote bende bij zich met zwaarden en knuppels, gestuurd door de hogepriesters en oudsten van het volk.   [47] Nog voor hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in gezelschap van een grote, met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters en de oudsten van het volk was gestuurd.   47 ¶ En terwijl hij nog spreekt, zie, Judas, één van de twaalf komt aan, en met hem een grote schare met zwaarden en stokken, namens de overpriesters en oudsten van de gemeenschap.   47. Comme il parlait encore, voici Judas, l'un des Douze, et avec lui une bande nombreuse armée de glaives et de bâtons, envoyée par les grands prêtres et les anciens du peuple.  

King James Bible. [47] And while he yet spake, lo, Judas, one of the twelve, came, and with him a great multitude with swords and staves, from the chief priests and elders of the people.
Luther-Bibel. 47 Und als er noch redete, siehe, da kam Judas, einer von den Zwölfen, und mit ihm eine große Schar mit Schwertern und mit Stangen, von den Hohenpriestern und Ältesten des Volkes.

Tekstuitleg van Mt 26,47.


Mt 26,48 - Mt 26,48: 330. Gevangenneming van Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- Mt 26,47 - Mt 26,48 - Mt 26,49 -- Mt 26,50 - Mt 26,51 - Mt 26,52 - Mt 26,53 - Mt 26,54 - Mt 26,55 - Mt 26,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:48 o de paradidous auton edôken autois sèmeion legôn on an filèsô autos estin kratèsate auton   48 qui autem tradidit eum dedit illis signum dicens quemcumque osculatus fuero ipse est tenete eum    48 En die Hem verried, had hun een teken gegeven, zeggende: Dien ik zal kussen, Dezelve is het, grijpt Hem.  [48] Hij die Hem overleverde, had een teken met hen afgesproken: ‘Degene die ik zal kussen, die is het. Grijp Hem.’  [48] Met hen had zijn verrader een teken afgesproken. ‘Degene die ik kus,’ had hij gezegd, ‘die is het, die moet je gevangennemen.’  48 Hij die hem zal overgeven heeft hun een teken gegeven; hij heeft gezegd: die ik zal kussen, die is het; overmeestert hem!  48. Or le traître leur avait donné ce signe: « Celui à qui je donnerai un baiser, c'est lui ; arrêtez-le. »  

King James Bible. [48] Now he that betrayed him gave them a sign, saying, Whomsoever I shall kiss, that same is he: hold him fast.
Luther-Bibel. 48 Und der Verräter hatte ihnen ein Zeichen genannt und gesagt: Welchen ich küssen werde, der ist's; den ergreift.

Tekstuitleg van Mt 26,48.


Mt 26,49 - Mt 26,49: 330. Gevangenneming van Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- Mt 26,47 - Mt 26,48 - Mt 26,49 -- Mt 26,50 - Mt 26,51 - Mt 26,52 - Mt 26,53 - Mt 26,54 - Mt 26,55 - Mt 26,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:49 kai eutheôs proselthôn tô ièsou eipen chaire rabbi kai katefilèsen auton   49 et confestim accedens ad Iesum dixit have rabbi et osculatus est eum     49 En terstond komende tot Jezus, zeide hij: Wees gegroet, Rabbi! en hij kuste Hem.   [49] Hij ging recht op Jezus af en zei: ‘Gegroet, rabbi*!’, en kuste Hem.  [49] Hij liep recht op Jezus af, zei: ‘Gegroet, rabbi!’ en kuste hem.   49 En meteen komt hij op Jezus toe; hij zegt: gegroet, rabbi!– en kust hem.  49. Et aussitôt il s'approcha de Jésus en disant: « Salut, Rabbi ! », et il lui donna un baiser.  

King James Bible. [49] And forthwith he came to Jesus, and said, Hail, master; and kissed him.
Luther-Bibel. 49 Und alsbald trat er zu Jesus und sprach: Sei gegrüßt, Rabbi!, und küsste ihn.

Tekstuitleg van Mt 26,49.


Mt 26,50 - Mt 26,50: 330. Gevangenneming van Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- Mt 26,47 - Mt 26,48 - Mt 26,49 -- Mt 26,50 - Mt 26,51 - Mt 26,52 - Mt 26,53 - Mt 26,54 - Mt 26,55 - Mt 26,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:50 o de ièsous eipen autô etaire ef o parei tote proselthontes epebalon tas cheiras epi ton ièsoun kai ekratèsan auton  50 dixitque illi Iesus amice ad quod venisti tunc accesserunt et manus iniecerunt in Iesum et tenuerunt eum     50 Maar Jezus zeide tot hem: Vriend! waartoe zijt gij hier! Toen kwamen zij toe, en sloegen de handen aan Jezus en grepen Hem.   [50] Jezus zei tegen hem: ‘Vriend, ben je daarvoor hier!’ Toen kwamen ze dichterbij, grepen Jezus en overmeesterden Hem.   [50] Jezus zei tegen hem: ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen?’ Daarop kwam de bende naderbij, ze grepen Jezus vast en namen hem gevangen.   50 Maar Jezus zegt tot hem: makker, waarvoor jij hier bent… Dan komen ze op hem toe, slaan de handen aan Jezus en overmeesteren hem.   50. Mais Jésus lui dit: « Ami, fais ta besogne. » Alors, s'avançant, ils mirent la main sur Jésus et l'arrêtèrent.  

King James Bible. [50] And Jesus said unto him, Friend, wherefore art thou come? Then came they, and laid hands on Jesus, and took him.
Luther-Bibel. 50 Jesus aber sprach zu ihm: Mein Freund, dazu bist du gekommen? Da traten sie heran und legten Hand an Jesus und ergriffen ihn.

Tekstuitleg van Mt 26,50.

16. - 17. τον ιησουν = ton Ièsoun (de Jezus). NT (66). Mt (9): (1) Mt 14,29. (2) Mt 17,8. (3) Mt 26,4. (4) Mt 26,50. (5) Mt 26,57. (6) Mt 27,20. (7) Mt 27,26. (8) Mt 27,27. (9) Mt 27,54.

Mt 26,51 - Mt 26,51: 330. Gevangenneming van Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- Mt 26,47 - Mt 26,48 - Mt 26,49 -- Mt 26,50 - Mt 26,51 - Mt 26,52 - Mt 26,53 - Mt 26,54 - Mt 26,55 - Mt 26,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:51 kai idou eis tôn meta ièsou ekteinas tèn cheira apespasen tèn machairan autou kai pataxas ton doulon tou archiereôs afeilen autou to ôtion   51 et ecce unus ex his qui erant cum Iesu extendens manum exemit gladium suum et percutiens servum principis sacerdotum amputavit auriculam eius     51 En ziet, een van degenen, die met Jezus waren, de hand uitstekende, trok zijn zwaard uit, en slaande den dienstknecht des hogepriesters, hieuw zijn oor af.  [51] En kijk, een van de volgelingen van Jezus greep naar zijn zwaard, trok het, sloeg in op de knecht van de hogepriester en hakte hem zijn oor af.  [51] Nu greep een van Jezus’ metgezellen naar zijn zwaard. Hij trok het, haalde uit en sloeg de dienaar van de hogepriester een oor af.  51 En zie, één van hen die bij Jezus zijn trekt zijn zwaard, treft de dienaar van de hogepriester en slaat hem de oorschelp af.  51. Et voilà qu'un des compagnons de Jésus, portant la main à son glaive, le dégaina, frappa le serviteur du Grand Prêtre et lui enleva l'oreille.  

King James Bible. [51] And, behold, one of them which were with Jesus stretched out his hand, and drew his sword, and struck a servant of the high priest's, and smote off his ear.
Luther-Bibel. 51 Und siehe, einer von denen, die bei Jesus waren, streckte die Hand aus und zog sein Schwert und schlug nach dem Knecht des Hohenpriesters und hieb ihm ein Ohr ab.

Tekstuitleg van Mt 26,51.

Mt 26,52 - Mt 26,52: 330. Gevangenneming van Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- Mt 26,47 - Mt 26,48 - Mt 26,49 -- Mt 26,50 - Mt 26,51 - Mt 26,52 - Mt 26,53 - Mt 26,54 - Mt 26,55 - Mt 26,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:52 tote legei autô o ièsous apostreyon tèn machairan sou eis ton topon autès pantes gar oi labontes machairan en machairè apolountai   52 tunc ait illi Iesus converte gladium tuum in locum suum omnes enim qui acceperint gladium gladio peribunt    52 Toen zeide Jezus tot hem: Keer uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.   [52] Toen zei Jezus tegen hem: ‘Steek je zwaard weer op zijn plaats. Want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen.   [52] Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen.   52 Dan zegt Jezus tot hem: stop je zwaard terug in zijn plek; want allen die een zwaard nemen zullen door een zwaard vergaan;  52. Alors Jésus lui dit: « Rengaine ton glaive ; car tous ceux qui prennent le glaive périront par le glaive. 

King James Bible. [52] Then said Jesus unto him, Put up again thy sword into his place: for all they that take the sword shall perish with the sword.
Luther-Bibel. 52 Da sprach Jesus zu ihm: Stecke dein Schwert an seinen Ort! Denn wer das Schwert nimmt, der soll durchs Schwert umkommen.

Tekstuitleg van Mt 26,52.

Mt 26,53 - Mt 26,53: 330. Gevangenneming van Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- Mt 26,47 - Mt 26,48 - Mt 26,49 -- Mt 26,50 - Mt 26,51 - Mt 26,52 - Mt 26,53 - Mt 26,54 - Mt 26,55 - Mt 26,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:53 è dokeis oti ou dunamai parakalesai ton patera mou kai parastèsei moi arti pleiô dôdeka legiônas aggelôn  53 an putas quia non possum rogare Patrem meum et exhibebit mihi modo plus quam duodecim legiones angelorum     53 Of meent gij, dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen bijzetten?  [53] Of denk je dat Ik mijn Vader niet te hulp kan roepen? Dan zal Hij Me dadelijk bijstaan met meer dan twaalf legioenen engelen.   [53] Weet je niet dat ik mijn Vader maar te hulp hoef te roepen en dat hij mij dan onmiddellijk meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking zou stellen?   53 of denk je dat ik geen macht heb om mijn Vader te hulp te roepen, die me onmiddellijk zal bijstaan met meer dan twaalf legioenen engelen?   53. Penses-tu donc que je ne puisse faire appel à mon Père, qui me fournirait sur-le-champ plus de douze légions d'anges ?  

King James Bible. [53] Thinkest thou that I cannot now pray to my Father, and he shall presently give me more than twelve legions of angels?
Luther-Bibel. 53 Oder meinst du, ich könnte meinen Vater nicht bitten, dass er mir sogleich mehr als zwölf Legionen Engel schickte?

Tekstuitleg van Mt 26,53.

Mt 26,54 - Mt 26,54: 330. Gevangenneming van Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- Mt 26,47 - Mt 26,48 - Mt 26,49 -- Mt 26,50 - Mt 26,51 - Mt 26,52 - Mt 26,53 - Mt 26,54 - Mt 26,55 - Mt 26,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:54 pôs oun plèrôthôsin ai grafai oti outôs dei genesthai   54 quomodo ergo implebuntur scripturae quia sic oportet fieri    54 Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden, die zeggen, dat het alzo geschieden moet?   [54] Hoe zullen dan de Schriften vervuld worden, die zeggen dat het zo moet gebeuren?’   [54] Maar hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, waar staat dat het zo moet gebeuren?’   54 maar hoe moeten dan de Schriften worden vervuld dat het zó moet geschieden?   54. Comment alors s'accompliraient les Écritures d'après lesquelles il doit en être ainsi ? »  

King James Bible. [54] But how then shall the scriptures be fulfilled, that thus it must be?
Luther-Bibel. 54 Wie würde dann aber die Schrift erfüllt, dass es so geschehen muss?

Tekstuitleg van Mt 26,54.

Mt 26,55 - Mt 26,55: 330. Gevangenneming van Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- Mt 26,47 - Mt 26,48 - Mt 26,49 -- Mt 26,50 - Mt 26,51 - Mt 26,52 - Mt 26,53 - Mt 26,54 - Mt 26,55 - Mt 26,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:55 en ekeinè tè ôra eipen o ièsous tois ochlois ôs epi lèstèn exèlthate meta machairôn kai xulôn sullabein me kath èmeran en tô ierô ekathezomèn didaskôn kai ouk ekratèsate me  55 in illa hora dixit Iesus turbis tamquam ad latronem existis cum gladiis et fustibus conprehendere me cotidie apud vos sedebam docens in templo et non me tenuistis    55 Terzelfder ure sprak Jezus tot de scharen: Gij zijt uitgegaan als tegen een moordenaar, met zwaarden en stokken, om Mij te vangen; dagelijks zat Ik bij u, lerende in den tempel, en gij hebt Mij niet gegrepen;   [55] Op dat ogenblik zei Jezus tegen de bende: ‘Alsof Ik een bandiet ben, zo bent u met zwaarden en stokken op Mij afgekomen om Mij in handen te krijgen. Dag in dag uit zat Ik in de tempel onderricht te geven en u hebt Mij niet opgepakt.   [55] Toen zei Jezus tegen de omstanders: ‘Met zwaarden en knuppels bent u uitgetrokken om mij te arresteren, alsof ik een misdadiger ben! Dagelijks was ik in de tempel om onderricht te geven, en toen hebt u me niet gevangengenomen.  55 In datzelfde uur zegt Jezus tot de scharen: als tegen een rover trekt ge met zwaarden en stokken uit om mij vast te nemen?– dagelijks heb ik neergezeten in het heiligdom en onderricht gegeven, en ge hebt me niet overmeesterd;   55. A ce moment-là Jésus dit aux foules: « Suis-je un brigand, que vous vous soyez mis en campagne avec des glaives et des bâtons pour me saisir ? Chaque jour j'étais assis dans le Temple, à enseigner, et vous ne m'avez pas arrêté. »  

King James Bible. [55] In that same hour said Jesus to the multitudes, Are ye come out as against a thief with swords and staves for to take me? I sat daily with you teaching in the temple, and ye laid no hold on me.
Luther-Bibel. 55 Zu der Stunde sprach Jesus zu der Schar: Ihr seid ausgezogen wie gegen einen Räuber mit Schwertern und mit Stangen, mich zu fangen. Habe ich doch täglich im Tempel gesessen und gelehrt, und ihr habt mich nicht ergriffen.

Tekstuitleg van Mt 26,55.

Mt 26,56 - Mt 26,56: 330. Gevangenneming van Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,43-52 - Mt 26,47-56 - Lc 22,47-53 -- Mt 26,47 - Mt 26,48 - Mt 26,49 -- Mt 26,50 - Mt 26,51 - Mt 26,52 - Mt 26,53 - Mt 26,54 - Mt 26,55 - Mt 26,56 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:56 touto de olon gegonen ina plèrôthôsin ai grafai tôn profètôn tote oi mathètai pantes afentes auton efugon 56 hoc autem totum factum est ut implerentur scripturae prophetarum tunc discipuli omnes relicto eo fugerunt   56 Doch dit alles is geschied, opdat de Schriften der profeten zouden vervuld worden. Toen vluchtten al de discipelen, Hem verlatende.   [56] Maar dit alles is gebeurd, opdat de geschriften van de profeten vervuld zouden worden.’ Toen lieten de leerlingen Hem allemaal in de steek en vluchtten weg.   [56] Maar dit alles gebeurt opdat de geschriften van de profeten in vervulling gaan.’ Daarop lieten alle leerlingen hem in de steek en vluchtten weg.   56 maar dit alles is geschied opdat de geschriften der profeten worden vervuld! Dan laten de leerlingen, alle, hem achter en vluchten.  56. Or tout ceci advint pour que s'accomplissent les Écritures des prophètes. Alors les disciples l'abandonnèrent tous et prirent la fuite.  

King James Bible. [56] But all this was done, that the scriptures of the prophets might be fulfilled. Then all the disciples forsook him, and fled.
Luther-Bibel. 56 Aber das ist alles geschehen, damit erfüllt würden die Schriften der Propheten. Da verließen ihn alle Jünger und flohen.

Tekstuitleg van Mt 26,56. Mt 26,56b // Mc 14,50. Volgens Mt 26,56b lieten alle leerlingen Jezus achter en vluchtten. Volgens Mc 14,50 lieten ze (de leerlingen) Jezus achter en vluchtten. In ieder geval lieten zij Jezus alleen door hem achter te laten. Dit staat in schril contrast met de roepingsverhalen waarin de leerlingen 'alles' achterlieten om Jezus te volgen. Volgens het verhaal zullen de leerlingen geen getuigen van de verdere gebeurtenissen zijn.

1. - 2. touto de (dit echter). NT (35). Mt (4).

14. nom. mann. mv. παντες = pantes (allen) van het bijvoegl. naamw. πας = pas (ieder, elk, alles). Taalgebruik in het NT: pas (ieder, elk, alles). Taalgebruik in de LXX: pas (ieder, elk, alles). Mt (18): (1) Mt 11,13. (2) Mt 11,28. (3) Mt 12,23. (4) Mt 14,20. (5) Mt 15,37. (6) Mt 19,11. (7) Mt 21,26. (8) Mt 22,28. (9) Mt 23,8. (10) Mt 25,31. (11) Mt 26,27. (12) Mt 26,31. (13) Mt 26,33. (14) Mt 26,35. (15) Mt 26,52. (16) Mt 26,56. (17) Mt 27,1. (18) Mt 27,22.

  pas (al) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br.  Apk  syn. ev.
10 nom. mann. mv. pantes 724 558 166 18  15 25 14  33 57 58  72 

- Hebr. kol. kl (al). Taalgebruik in Tenakh: kl (al). Lat. omnis. Fr. tout. Ned. elk, ieder. Arabisch: kull (al). Taalgebruik in de Koran: kull (al).

Mt 26,56.15. act. part. aor. nom. mann. mv. αφεντες = afentes (achtergelaten) van het werkw. αφιημι = afièmi (aflaten, achterlaten). Taalgebruik in het NT: afièmi (aflaten, achterlaten). Taalgebruik in de LXX: afièmi (aflaten, achterlaten). Taalgebruik in Mc: afièmi (aflaten, achterlaten). par-donner (pardon): ver-geven. s'excuser (ex -causa) = buiten de zaak, zich ver-ont-schuld-igen. kwijt-schelden (ont-schulden). Slechts in het NT (15). Mt (4): (1) Mt 4,20. (2) Mt 4,22. (3) Mt 22,22. (4) Mt 26,56. Mc (6): (1) Mc 1,18. (2) Mc 1,20. (3) Mc 4,36. (4) Mc 7,8. (5) Mc 12,12. (6) Mc 14,50. Lc (3): (1) Lc 5,11. (2) Lc 10,30. (3) Lc 18,28. Verder: (1) Rom 1,27. (2) Heb 6,1. Een vorm van αφιημι = afièmi (aflaten, achterlaten) in de LXX (138), in het NT (142), Mt (47), Mc (34), Lc (31).

Mt 26,56.15. - 16. αφεντες αυτον = afentes auton (hem achtergelaten). NT (4): (1) Mt 22,22 // Mc 12,12. (2) Mt 26,56 // Mc 14,50. (3) Mc 12,12 // Mt 22,22. (4) Mc 14,50 // Mt 26,56. In het eerste geval laten tegenstanders Jezus achter, in het tweede geval zijn het alle leerlingen. In tegenstelling tot: (1) Mt 4,20 // Mc 1,18. (2) Mt 4,22 // Mc 1,20. (3) Mc 1,18 // Mt 4,20. (4) Mc 1,20 // Mt 4,22 lieten de leerlingen van alles achter om Jezus te volgen.

Mt 26,56.17. act. ind. aor. 3de pers. mv. εφυγον = efugon (zij vluchtten) van het werkwoord φευγω = feugô (vluchten). Taalgebruik in het NT: feugô (vluchten). Taalgebruik in de LXX: feugô (vluchten). Bijbel (60). OT (52). NT (8): (1) Mt 8,33. (2) Mt 26,56. (3) Mc 5,14. (4) Mc 14,50. (5) Mc 16,8. (6) Lc 8,34. (7) Heb 11,34. (8). Heb 12,25. Een vorm van φευγω = feugô in de LXX (250), in het NT (29).

331. Naar de hogepriester: Mt 26,57-58 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,53-54 - Mt 26,57-58 - Lc 22,54-55 -- Mt 26,57 - Mt 26,58 -

Mt 26,57 - Mt 26,57: 331. Naar de hogepriester: verwijzingen -- Mc 14,53-54 - Mt 26,57-58 - Lc 22,54-55 -- Mt 26,57 - Mt 26,58 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
Hoi de kratèsantes ton Ièsoun apègagon pros ton Kaïafan ton archierea at illi tenentes Iesum duxerunt ad Caiaphan principem sacerdotum ubi scribae et seniores convenerant   57 Die nu Jezus gevangen hadden, leidden Hem heen tot Kajafas, den hogepriester, alwaar de Schriftgeleerden en ouderlingen vergaderd waren.   [57] Maar zij die Jezus gegrepen hadden, brachten Hem naar de hogepriester Kajafas, waar de schriftgeleerden en de oudsten bij elkaar gekomen waren.  [57] Zij die Jezus gevangengenomen hadden, leidden hem voor aan Kajafas, de hogepriester bij wie de schriftgeleerden en de oudsten bijeengekomen waren.  57 ¶ Die Jezus hebben overmeesterd voeren hem af naar hogepriester Kajafas, waar de schriftgeleerden en de oudsten zich verzamelen.   57. Ceux qui avaient arrêté Jésus l'emmenèrent chez Caïphe le Grand Prêtre, où se réunirent les scribes et les anciens.  

King James Bible. [57] And they that had laid hold on Jesus led him away to Caiaphas the high priest, where the scribes and the elders were assembled.
Luther-Bibel. 57 Die aber Jesus ergriffen hatten, führten ihn zu dem Hohenpriester Kaiphas, wo die Schriftgelehrten und Ältesten sich versammelt hatten.

Tekstuitleg van Mt 26,57. Het vers Mt 26,57 telt 17 woorden en 98 (2 X 7²) letters. De getalwaarde van Mt 26,57 is 9232 (2² X 2² X 577).

Mt 26,57.1. nom. mann. mv. οἱ = hoi (de) van het bepaald lidw.ὁ = ho / ἡ = hè / το = to. Taalgebruik in NT: bepaald lidwoord. Taalgebruik in Mt: bepaald lidwoord. Mt (196). Mt 26 (14).

  lidw. mv.   bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn. ev.
10. nom. m. mv. hoi   4230 3257 973 196 101 165 125 147 169 70 462  587 

lidw. mv. Mt 1 Mt 2 Mt 3 Mt 4 Mt 5 Mt 6 Mt 7 Mt 8 Mt 9 Mt 10 Mt 11 Mt 12 Mt 13 Mt 14 Mt 15 Mt 16 Mt 17 Mt 18 Mt 19 Mt 20 Mt 21 Mt 22 Mt 23 Mt 24 Mt 25 Mt 26 Mt 27 Mt 28    
nom. m. mv. hoi   11  13  13  10  10  13  10  14  15  196   

Mt 26,57.2. δε = de (echter), afkorting δ' = d'. Taalgebruik in de bijbel: de (echter). Partikel. Het staat steeds als tweede woord in de zin. Het kan een lichte tegenstelling aanduiden. Om een verandering van personage of situatie in de zin aan te duiden.

de (echter)   bijbel OT NT Mt Mc Lc Joh Hnd Br. Apk syn.  ev. 
de  6210 3754 2456 421 149 478 203 490 708 7 1048  1251 
d'  73 50  23  12      19  20 
Totaal 6283 3804 2479 433 151 483 204 490 711 7 1067 1271

partikel de (echter) Mt 1 Mt 2 Mt 3 Mt 4 Mt 5 Mt 6 Mt 7 Mt 8 Mt 9 Mt 10 Mt 11 Mt 12 Mt 13 Mt 14 Mt 15 Mt 16 Mt 17 Mt 18 Mt 19 Mt 20 Mt 21 Mt 22 Mt 23 Mt 24 Mt 25 Mt 26 Mt 27 Mt 28
421 21 11 9 5 12 13 3 16 16 13 5 17 25 19 19 14 11 9 15 13 22 17 13 15 21 31 27 9
12         3         2   1       1   1     1   2       1  
433 21 11 9 5 15 13 3 16 16 15 5 18 25 19 19 15 11 10 15 13 23 17 15 15 21 31 28 9

Mt 26,57.1. - 2. οἱ δε = hoi de (zij echter). NT (173). Mt 26 (5): (1) Mt 26,15. (2) Mt 26,57. (3) Mt 26,59. (4) Mt 26,66. (5) Mt 26,67.

Mt 26,57.3. act. part. aor. mann. mv. κρατησαντες = kratèsantes (overmachtigd, vastgenomen) van het werkw. κρατεω = krateô (vastnemen, bemachtigen). Taalgebruik in het NT: krateô (vastnemen, bemachtigen). Taalgebruik in de LXX: krateô (vastnemen, bemachtigen). Bijbel (3): (1) Mt 22,6. (2) Mt 26,57. (3) Mc 14,1.

Mt 26,57.4. - 5. τον ιησουν = ton Ièsoun (de Jezus). NT (66). Mt (9): (1) Mt 14,29. (2) Mt 17,8. (3) Mt 26,4. (4) Mt 26,50. (5) Mt 26,57. (6) Mt 27,20. (7) Mt 27,26. (8) Mt 27,27. (9) Mt 27,54.

Mt 26,57.6. act. ind. aor. 3de pers. mv. απηγαγον = apègagon (zij leidden weg) van het werkw. απαγω = apagô (wegleiden, wegvoeren). Taalgebruik in het NT: apagô (wegleiden, afvoeren). Taalgebruik in Mc: apagô (wegleiden, afvoeren). Bijbel (12). LXX (5): (1) 1 K 1,38. (2) Job 24,3. (3) 2 Kr 36,17. (4) Jdt 6,14. (5) Bar 4,16. NT (7): (1) Mt 26,57. (2) Mt 27,2. (3) Mt 27,31. (4) Mc 14,53. (5) Mc 15,16. (6) Lc 22,66. (7) Lc 23,26. Een vorm van απαγω = apagô in de LXX (52), in het NT (15).

Mt 26,57 // Mc 14,53 // (Lc 22,54) Mc 14,53 (Lc 22,54) Lc 22,66
Hoi de kratèsantes (Zij echter overmeesterd) Kai (en) Sullabontes de (Meegenomen echter)  
ton Ièsoun (Jezus)   auton (hem)  
apègagon (leidden zij weg) apègagon (leidden zij weg) ègagon (leidden zij) ) kai eisègagon (en leidden binnen) apègagon (zij leidden weg)
  ton Ièsoun (Jezus)   auton (hem) 
      eis to sunedrion autôn (naar hun sanhedrin).  

4. - 6.... τον ιησουν απηγαγον = ton Ièsoun apègagon (zij leidden Jezus weg). NT (1): Mt 26,57.
- απηγαγον τον ιησουν = apègagon ton Ièsoun (zij leidden Jezus weg). Slechts in Mc 14,53.

11. acc. mann. enk. αρχιερεα = archierea (hogepriester) van het zelfstandig naamw. αρχιερευς = archiereus (hogepriester). Taalgebruik in het NT: archiereus (hogepriester). NT (9): (1) Mt 26,57. (2) Mc 14,53. (3) Joh 18,24. (4) Hnd 23,4. (5) Heb 3,1. (6) Heb 4,14. (7) Heb 4,15. (8) Heb 5,5. (9) Heb 8,1. Een vorm van αρχιερευς = archiereus (hogepriester) in de LXX (), in het NT (122), in Mt (25): (1) Mt 2,4 (acc. mv.). (2) Mt 16,21 (gen. mv.). (3) Mt 20,18 (dat. mv.). (4) Mt 21,15 (nom. mv.). (5) Mt 21,23 (nom. mv.). (6) Mt 21,45 (nom. mv.). (7) Mt 26,3 (nom. mv.). (8) Mt 26,3 (gen. enk.). (9) Mt 26,14 (acc. mv.). (10) Mt 26,47 (gen. mv.). (11) Mt 26,51 (gen. enk.). (12) Mt 26,57 (acc. enk.). (13) Mt 26,58 (gen. enk.). (14) Mt 26,59 (gen. mv.). (15) Mt 26,62 (nom. enk.). (16) Mt 26,63 (nom. enk.). (17) Mt 26,65 (nom. enk.). (18) Mt 27,1 (nom. enk.). (19) Mt 27,3 (dat. mv.). (20) Mt 27,6 (nom. mv.). (21) Mt 27,12 (gen. mv.). (22) Mt 27,20 (nom. mv.). (23) Mt 27,41 (nom. mv.). (24) Mt 27,62 (nom. mv.). (25) Mt 28,11 (dat. mv.).  

  archiereus (hogepriester) bijbel  OT  NT  Mt  Mc   Lc  Joh  Hnd  Br. Apk  syn.   ev.
acc. mann. enk. archierea 16 7 9 1 1   1 1 5  

10. - 11.

Mt 26,58 - Mt 26,58: 331. Naar de hogepriester: verwijzingen -- Mc 14,53-54 - Mt 26,57-58 - Lc 22,54-55 -- Mt 26,57 - Mt 26,58 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:58 ho de petros èkolouthei autô apo makrothen eôs tès aulès tou archiereôs kai eiselthôn esô ekathèto meta tôn upèretôn idein to telos  58 Petrus autem sequebatur eum a longe usque in atrium principis sacerdotum et ingressus intro sedebat cum ministris ut videret finem    58 En Petrus volgde Hem van verre tot aan de zaal des hogepriesters, en binnengegaan zijnde, zat hij bij de dienaren, om het einde te zien.   [58] Petrus volgde Hem op een afstand tot de binnenplaats van het paleis van de hogepriester, en eenmaal binnen ging hij bij de knechten zitten om te zien hoe het zou aflopen. [58] Petrus volgde hem op een afstand tot op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester; daar ging hij tussen de knechten zitten om te zien hoe het zou aflopen. 58 Maar Petrus is hem van verre gevolgd tot aan de binnenhof van de hogepriester; binnengekomen is hij bij de knechten gaan zitten om te zien hoe het afloopt. 58. Quant à Pierre, il le suivait de loin, jusqu'au palais du Grand Prêtre ; il pénétra à l'intérieur et s'assit avec les valets, pour voir le dénouement. 

King James Bible. [58] But Peter followed him afar off unto the high priest's palace, and went in, and sat with the servants, to see the end.
Luther-Bibel. 58 Petrus aber folgte ihm von ferne bis zum Palast des Hohenpriesters und ging hinein und setzte sich zu den Knechten, um zu sehen, worauf es hinauswollte.

Tekstuitleg van Mt 26,58.

332. Jezus voor het Sanhedrin: Mt 26,59-66: Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,59 - Mt 26,60 - Mt 26,61 - Mt 26,62 - Mt 26,63 - Mt 26,64 - Mt 26,65 - Mt 26,66 -

Mt 26,59 - Mt 26,59: 332. Jezus voor het Sanhedrin: Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,59 - Mt 26,60 - Mt 26,61 - Mt 26,62 - Mt 26,63 - Mt 26,64 - Mt 26,65 - Mt 26,66 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:59 oi de archiereis kai to sunedrion olon ezètoun pseudomarturian kata tou ièsou opôs auton thanatôsôsin autem sacerdotum et omne concilium quaerebant falsum testimonium contra Iesum ut eum morti traderent 59 principes autem sacerdotum et omne concilium quaerebant falsum testimonium contra Iesum ut eum morti traderent  59 En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet. De hogepriesters en heel het Sanhedrin* zochten valse getuigenissen tegen Jezus om Hem ter dood te kunnen brengen.  De hogepriesters en het hele Sanhedrin probeerden een valse getuigenverklaring tegen Jezus te laten afleggen op grond waarvan ze hem ter dood zouden kunnen veroordelen,  De hogepriester en het hele sanhedrin hebben een vals getuigenis tegen Jezus gezocht om hem te kunnen doden,  59. Or, les grands prêtres et le Sanhédrin tout entier cherchaient un faux témoignage contre Jésus, en vue de le faire mourir ;  

King James Bible. [59] Now the chief priests, and elders, and all the council, sought false witness against Jesus, to put him to death;
Luther-Bibel. 59 Die Hohenpriester aber und der ganze Hohe Rat suchten falsches Zeugnis gegen Jesus, dass sie ihn töteten.

Tekstuitleg van Mt 26,59.

1. 3. - 5. οἱ αρχιερεις και οἱ πρεσβυτεροι = hoi archiereis kai hoi presbuteroi (de hogepriesters en de oudsten). NT (7): (1) Mt 21,23. (2) Mt 26,59. (3) Mt 27,1. (4) Mt 27,20. (5) Mc 14,53. (6) Hnd 4,23. (7) Hnd 25,15. οἱ δε αρχιερεις και οἱ πρεσβυτεροι. NT (2): (1) Mt 26,59. (2) Mt 27,20.

- ezètoun (zij zochten) indicatief imperfectum 3de persoon meervoud van het werkwoord zèteô (zoeken) bij Matteüs, zie Mt 2,12.

Mt 26,60 - Mt 26,60:: 332. Jezus voor het Sanhedrin: Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,59 - Mt 26,60 - Mt 26,61 - Mt 26,62 - Mt 26,63 - Mt 26,64 - Mt 26,65 - Mt 26,66 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:60 kai ouc euron pollôn proselqontôn yeudomarturôn 60 et non invenerunt cum multi falsi testes accessissent novissime autem venerunt duo falsi testes   60 En hoewel er vele valse getuigen gekomen waren, zo vonden zij toch niet. [60] Maar ze vonden niets, hoewel er veel valse getuigen naar voren traden. Ten slotte kwamen er twee naar voren [60] maar ze vonden er geen, hoewel zich vele valse getuigen meldden. Ten slotte meldden er zich twee 60 en ze vinden het niet, hoewel er velen met een vals getuigenis naar voren komen. Maar later komen er twee 60. et ils n'en trouvèrent pas, bien que des faux témoins se fussent présentés en grand nombre. Finalement il s'en présenta deux,

King James Bible.[60] But found none: yea, though many false witnesses came, yet found they none. At the last came two false witnesses,
Luther-Bibel. 60 Und obwohl viele falsche Zeugen herzutraten, fanden sie doch nichts. Zuletzt traten zwei herzu

Tekstuitleg van  Mt 26,60.

Mt 26,61 - Mt 26,61: 332. Jezus voor het Sanhedrin: Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- verwijzingen -- Mt 26,59 - Mt 26,60 - Mt 26,61 - Mt 26,62 - Mt 26,63 - Mt 26,64 - Mt 26,65 - Mt 26,66 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
[26:61] eipan outos efè dunamai katalusai ton naon tou qeou kai dia triôn èmerôn oikodomèsai 61 et dixerunt hic dixit possum destruere templum Dei et post triduum aedificare illud   61 Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen, en zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen. [61] die verklaarden: ‘Die man heeft gezegd: “Ik kan de tempel van God afbreken en in drie dagen opbouwen.” ’ [61] die zeiden: ‘Die man heeft gezegd: “Ik kan de tempel van God afbreken en in drie dagen weer opbouwen.”’ 61 die zeggen: hij heeft beweerd ‘ik heb macht de tempel van God te ontbinden en in drie dagen op te bouwen!’ 61. qui déclarèrent: « Cet homme a dit: Je puis détruire le Sanctuaire de Dieu et le rebâtir en trois jours. »

King James Bible. [61] And said, This fellow said, I am able to destroy the temple of God, and to build it in three days.
Luther-Bibel. 61 und sprachen: Er hat gesagt: Ich kann den Tempel Gottes abbrechen und in drei Tagen aufbauen.

Tekstuitleg van  Mt 26,61.

Mt 26,62 - Mt 26,62: 332. Jezus voor het Sanhedrin: Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,59 - Mt 26,60 - Mt 26,61 - Mt 26,62 - Mt 26,63 - Mt 26,64 - Mt 26,65 - Mt 26,66 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:62 kai anastas o archiereus eipen autô ouden apokrinè ti outoi sou katamarturousin 62 et surgens princeps sacerdotum ait illi nihil respondes ad ea quae isti adversum te testificantur   62 En de hogepriester, opstaande, zeide tot Hem: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U? [62] De hogepriester ging staan en zei tegen Hem: ‘U antwoordt niets? Wat brengen ze wel niet tegen U in?’ [62] De hogepriester stond op en vroeg hem: ‘Waarom antwoordt u niet? U hoort toch wat deze getuigen zeggen?’ 62 De hogepriester staat op en zegt tot hem: antwoordt u niets, op wat zij hier tegen u getuigen? 62. Se levant alors, le Grand Prêtre lui dit: « Tu ne réponds rien ? Qu'est-ce que ces gens attestent contre toi ? »

King James Bible.[62] And the high priest arose, and said unto him, Answerest thou nothing? what is it which these witness against thee?
Luther-Bibel. 62 Und der Hohepriester stand auf und sprach zu ihm: Antwortest du nichts auf das, was diese gegen dich bezeugen?

Tekstuitleg van  Mt 26,62.

Mt 26,63 - Mt 26,63: 332. Jezus voor het Sanhedrin: Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,59 - Mt 26,60 - Mt 26,61 - Mt 26,62 - Mt 26,63 - Mt 26,64 - Mt 26,65 - Mt 26,66 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:63 o de ièsous esiôpa kai o archiereus eipen autô exorkizô se kata tou theou tou zôntos ina èmin eipès ei su ei o christos o uios tou theou 63 Iesus autem tacebat et princeps sacerdotum ait illi adiuro te per Deum vivum ut dicas nobis si tu es Christus Filius Dei 63 Jezus echter zweeg. En de hogepriester zei hem: “Ik bezweer u. bij de levende God dat u ons zegt of u de Christus bent, de zoon van God”. 63 Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God? [63] Maar Jezus bleef zwijgen*. De hogepriester zei tegen Hem: ‘Ik bezweer U bij de levende God dat U ons zegt of U de Messias* bent, de Zoon van God*.’ [63] Maar Jezus bleef zwijgen. De hogepriester zei: ‘Ik bezweer u bij de levende God, zeg ons of u de messias bent, de Zoon van God.’ 63 Maar Jezus is blijven zwijgen. En de hogepriester zegt tot hem: ik bezweer u bij de levende God dat u ons moet zeggen of u de Christus, de zoon van God, bent…! 63. Mais Jésus se taisait. Le Grand Prêtre lui dit: « Je t'adjure par le Dieu Vivant de nous dire si tu es le Christ, le Fils de Dieu. »

King James Bible. [63] But Jesus held his peace. And the high priest answered and said unto him, I adjure thee by the living God, that thou tell us whether thou be the Christ, the Son of God.
Luther-Bibel. 63 Aber Jesus schwieg still. Und der Hohepriester sprach zu ihm: Ich beschwöre dich bei dem lebendigen Gott, dass du uns sagst, ob du der Christus bist, der Sohn Gottes.

Tekstuitleg van  Mt 26,63.

  - eipèis (je zegge) 2X bij Matteüs -

Mt 26,64 - Mt 26,64: 332. Jezus voor het Sanhedrin: Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,59 - Mt 26,60 - Mt 26,61 - Mt 26,62 - Mt 26,63 - Mt 26,64 - Mt 26,65 - Mt 26,66 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:64 legei autô ho ièsous su eipas plèn legô humin ap arti opsesthe ton uion tou anthrôpou kathèmenon ek dexiôn tès dunameôs kai erchomenon epi tôn nefelôn tou ouranou 64 dicit illi Iesus tu dixisti verumtamen dico vobis amodo videbitis Filium hominis sedentem a dextris virtutis et venientem in nubibus caeli 64 Jezus zei hem: “U hebt het gezegd; maar ik zeg u: van heden af zult u de Mensenzoon zien gezeten aan de rechterzijde van de Kracht en komend op de wolken van de hemel ”. 64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels. [64] Jezus zei tegen Hem: ‘U hebt het gezegd. Maar Ik zeg u: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien, gezeten aan de rechterhand van de Macht en komend op de wolken van de hemel.’ [64] Jezus antwoordde: ‘U zegt het. Maar ik zeg tegen u allen hier: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Machtige en hem zien komen op de wolken van de hemel.’ 64 Jezus zegt tot hem: u zegt het zelf; alleen zeg ik u, van nu af zult ge de mensenzoon zien ‘zittend ter rechterhand van de Kracht’ en ‘komend op de wolken van de hemel’! 64. « Tu l'as dit, lui dit Jésus. D'ailleurs je vous le déclare: dorénavant, vous verrez le Fils de l'homme siégeant à droite de la Puissance et venant sur les nuées du ciel. »

King James Bible. [64] Jesus saith unto him, Thou hast said: nevertheless I say unto you, Hereafter shall ye see the Son of man sitting on the right hand of power, and coming in the clouds of heaven.
Luther-Bibel. 64 Jesus sprach zu ihm: Du sagst es. Doch sage ich euch: Von nun an werdet ihr sehen den Menschensohn sitzen zur Rechten der Kraft und kommen auf den Wolken des Himmels.

Tekstuitleg van  Mt 26,64.

Mt 26,65 - Mt 26,65: 332. Jezus voor het Sanhedrin: Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,59 - Mt 26,60 - Mt 26,61 - Mt 26,62 - Mt 26,63 - Mt 26,64 - Mt 26,65 - Mt 26,66 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:65 tote o arciereus dierrèxen ta imatia autou legôn eblasfèmèsen ti eti creian ecomen marturôn ide nun èkousate tèn blasfèmian  65 tunc princeps sacerdotum scidit vestimenta sua dicens blasphemavit quid adhuc egemus testibus ecce nunc audistis blasphemiam Toen scheurde de hogepriester zijn kleren, zeggend: “Hij heeft God gelasterd! Wat hebben we nog getuigen nodig?. Zie, nu hebben jullie de godslastering gehoord. 65 Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd, wat hebben wij nog getuigen van node? Ziet, nu hebt gij Zijn gods lastering gehoord. [65] Toen scheurde* de hogepriester zijn kleren en zei: ‘Hij heeft God gelasterd. Waarvoor hebben we nog getuigen nodig? U hebt nu toch de godslastering gehoord. [65] Hierop scheurde de hogepriester zijn kleren en hij riep uit: ‘Hij heeft God gelasterd! Waarvoor hebben we nog getuigen nodig? Nu hebt u met eigen oren gehoord hoe hij God lastert. 65 Dan scheurt de hogepriester zijn kleren; hij zegt: hij lastert!– waarvoor hebben we nog getuigen nodig?– zie, ge hoort nu de lastering;  65. Alors le Grand Prêtre déchira ses vêtements en disant: « Il a blasphémé ! qu'avons-nous encore besoin de témoins ? Là, vous venez d'entendre le blasphème !  

King James Bible. [65] Then the high priest rent his clothes, saying, He hath spoken blasphemy; what further need have we of witnesses? behold, now ye have heard his blasphemy.
Luther-Bibel. 65 Da zerriss der Hohepriester seine Kleider und sprach: Er hat Gott gelästert! Was bedürfen wir weiterer Zeugen? Siehe, jetzt habt ihr die Gotteslästerung gehört.

Tekstuitleg van Mt 26,65.

Mt 26,66 - Mt 26,66: 332. Jezus voor het Sanhedrin: Mc 14,55-64 - Mt 26,59-66 - Lc 22,66-71 -- bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mt 26,59 - Mt 26,60 - Mt 26,61 - Mt 26,62 - Mt 26,63 - Mt 26,64 - Mt 26,65 - Mt 26,66 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
tí humin dokei; hoi de apokrithentes eipan. Enochos thanatou estin. quid vobis videtur at illi respondentes dixerunt reus est mortis  "Wat dunkt je?" Zij nu antwoordden (en) zeiden: "Hij is de dood schuldig!"  Wat denkt ge daarvan? Zij antwoordden: Hij verdient de doodstraf. Wat vindt u?’ Ze gaven ten antwoord: ‘Hij verdient de doodstraf.’ Wat denkt u?’ Ze antwoordden: ‘Hij is schuldig en verdient de doodstraf!’ 66 wat dunkt u? En ten antwoord zeggen zij: hij verdient de dood!   66. Qu'en pensez-vous ? » Ils répondirent: « Il est passible de mort. »

King James Bible. [66] What think ye? They answered and said, He is guilty of death.
Luther-Bibel. 66 Was ist euer Urteil? Sie antworteten und sprachen: Er ist des Todes schuldig.

Tekstanalyse van Mt 26,66.

3. tí humin dokei (wat is jullie mening) zie Mt 17,25. Verder: Mt 18,12. Mt 21,28. Mt 22,17. Mt 22,42. Mt 26,66.

9. thanatou. Genitief enkelvoud.
- mwth (sterven). Verwijzing: mwth (sterven), zie Mt 26,66. In 123 verzen in de bijbel.
--- meth. Qal perfectum participium mannelijk enkelvoud. ´ânokhî meth (ik ben stervende). In vier verzen in de bijbel: (1) Gn 48,21. (2) Gn 50,5. (3) Gn 50,24. (4) Dt 4,22.
--- waththâmâth (en zij stierf). Qal imperfectum derde persoon vrouwelijk enkelvoud. In negen verzen in de bijbel: (1) Gn 23,2. (2) Gn 35,8. (3) Gn 35,19. (4) Gn 38,12. (5) Nu 20,1. (6) Re 20,5. (7) Js 50,2. (8) Ez 24,18. (9) 1 Kr 2,19.
--- wajjâmâth (en hij stierf). Qal imperfectum derde persoon enkelvoud. In 132 verzen in de bijbel. In vierenwintig verzen in Gn: (24) Gn 50,26. In drie verzen in Ex: (1) Ex 1,6.
--- jûmath (hij zal gedood worden). Hofal imperfectum. In 49 verzen in de bijbel.
- enochos (schuldig aan, onderworpen). In 14 verzen in de bijbel.

333. Bespotting van Jezus: Mt 26,67-68 - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,65 - Mt 26,67-68 - Lc 22,63-65 -- Mt 26,67 - Mt 26,68 -

Nadat Jezus ter dood werd veroordeeld, spelen ze met hem een gewelddadig spelletje in daad en woord. Voor de veroordeelde Jezus is de uitputtingsslag begonnen. Ze spuwen, slaan in zijn gezicht, mishandelen hem, lachen hem uit.

Mt 26,67 - Mt 26,67 // Mc 14,65: 333. Bespotting van Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,65 - Mt 26,67-68 - Lc 22,63-65 -- Mt 26,67 - Mt 26,68 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:67 tote eneptusan eis to prosôpon autou kai ekolafisan auton oi de erapisan  tunc expuerunt in faciem eius et colaphis eum ceciderunt alii autem palmas in faciem ei dederunt   67. Toen bespuwden ze (hem) in zijn gezicht en ze gaven hein vuistslagen, en ze gaven hem klappen,  67 Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten.  [67] Toen spuwden ze Hem in het gezicht en sloegen Hem.   [67] Daarop spuwden ze hem in het gezicht en sloegen hem. Anderen stompten hem   67 Dan spuwen ze hem in zijn aanschijn en geven hem vuistslagen; ze slaan hem met een stok  67. Alors ils lui crachèrent au visage et le giflèrent ; d'autres lui donnèrent des coups

King James Bible. [67] Then did they spit in his face, and buffeted him; and others smote him with the palms of their hands,
Luther-Bibel. 67 Da spien sie ihm ins Angesicht und schlugen ihn mit Fäusten. Einige aber schlugen ihn ins Angesicht

Tekstuitleg van Mt 26,67

Drie nevenschikkende zinnen met 6 + 3 + 3 = 12 woorden. De drie werkwoordvormen komen in de bijbel slechts in dit vers bij Matteüs voor.

2. eneptusan (en zij bespuwden). Verwijzing: emptuô (spuwen op of in: in iemands gelaat spuwen, uitspuwen, zie Js 50,6. Aorist derde persoon meervoud. In één vers in de bijbel: Mt 26,67. Tote eneptusan eis to prosôpon autou: Toen spuwden ze naar zijn aangezicht. Deze zin grijpt terug naar Js 50,6: to de prosôpon mou ouk apestrepsa apo aischunès emptusmatôn : mijn aangezicht echter heb ik niet afgewend van de schande van bespuwingen.

8. kolafizô (oorvijgen geven, mishandelen). Verwijzing: kolafizô (oorvijgen geven, mishandelen), zie Mt 26,67.
--- ekolafisan (en zij mishandelden). Slechts in in Mt 26,67.
--- kolafizein. Infinitief. Slechts in één vers in de bijbel nl. Mc 14,65.

12. rapizô (afranselen, in het gezicht slaan). Verwijzing: rapizô (afranselen, in het gezicht slaan), zie Mt 26,67.
--- erapisan. Aorist. In één vers in de bijbel nl. Mt 26,67.

Mt 26,68 - Mt 26,68: 333. Bespotting van Jezus - bijbeloverzicht -- bijbelverwijzingen -- Mt (Matteüs) -- Mt 26 -- Mc 14,65 - Mt 26,67-68 - Lc 22,63-65 -- Mt 26,67 - Mt 26,68 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:68 legontes profèteuson èmin criste tis estin o paisas se  68 dicentes prophetiza nobis Christe quis est qui te percussit  68 zeggend: “Profeteer ons Christus, wie is het die u geslagen heeft ?“   68 En anderen gaven Hem kinnebakslagen, zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het, die U geslagen heeft?  [68] Anderen sloegen Hem met een stok en zeiden: ‘Profeteer nu eens voor ons, Messias. Wie was het die je heeft geslagen?’   [68] en zeiden: ‘Profeteer dan maar eens voor ons, messias, wie is het die je geslagen heeft?’  68 en zeggen: profeteer aan ons, ‘Christus’ wie het is die jou bespot!  68. en disant: « Fais le prophète, Christ, dis-nous qui t'a frappé. » 

King James Bible. [68] Saying, Prophesy unto us, thou Christ, Who is he that smote thee?
Luther-Bibel. 68 und sprachen: Weissage uns, Christus, wer ist's, der dich schlug?

Tekstuitleg van Mt 26,68.

334. Verloochening van Petrus: Mt 26,69-75 - Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,69 - Mt 26,70 - Mt 26,71 - Mt 26,72 - Mt 26,73 - Mt 26,74 - Mt 26,75 -

Mt 26,69 - Mt 26,69: 334. Verloochening van Petrus - Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,69 - Mt 26,70 - Mt 26,71 - Mt 26,72 - Mt 26,73 - Mt 26,74 - Mt 26,75 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:69 o de petros ekaqèto exô en tè aulè kai prosèlqen autô mia paidiskè legousa kai su èsqa meta ièsou tou galilaiou  69 Petrus vero sedebat foris in atrio et accessit ad eum una ancilla dicens et tu cum Iesu Galilaeo eras  69. Petrus nu zat buiten in het binnenhof; en er naderde tot hem een dienstmeisje, zeggend: “Ook jij was met Jezus de Galileeër”.  69 En Petrus zat buiten in de zaal; en een dienstmaagd kwam tot hem, zeggende: Gij waart ook met Jezus, den Galileër.  [69] Petrus zat buiten op de binnenplaats. Er kwam een slavin naar hem toe, die zei: ‘Jij was ook bij die Jezus van Galilea.’   [69] Petrus zat buiten, op de binnenplaats. Er kwam een dienstmeisje naar hem toe, dat zei: ‘Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!’   69 ¶ Petrus is buiten gaan zitten, in de binnenhof; tot hem komt één slavinnetje, dat zegt: ook jíj was met Jezus de Galileeër!   69. Cependant Pierre était assis dehors, dans la cour. Une servante s'approcha de lui en disant: « Toi aussi, tu étais avec Jésus le Galiléen. »

King James Bible. [69] Now Peter sat without in the palace: and a damsel came unto him, saying, Thou also wast with Jesus of Galilee.
Luther-Bibel. 69 Petrus aber saß draußen im Hof; da trat eine Magd zu ihm und sprach: Und du warst auch mit dem Jesus aus Galiläa.

Tekstuitleg van Mt 26,69.

Mt 26,70 - Mt 26,70: 334. Verloochening van Petrus - Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,69 - Mt 26,70 - Mt 26,71 - Mt 26,72 - Mt 26,73 - Mt 26,74 - Mt 26,75 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:70 o de èrnèsato emprosqen pantôn legôn ouk oida ti legeis  70 at ille negavit coram omnibus dicens nescio quid dicis  70 Hij echter loochende het voor allen, zeggend: “ik weet niet wat je zegt!”  70 Maar hij loochende het voor allen, zeggende: Ik weet niet, wat gij zegt.  [70] Maar hij ontkende het waar iedereen bij was: ‘Ik weet niet waar je het over hebt.’   [70] Maar hij ontkende dat met klem, zodat allen het konden horen: ‘Ik weet niet waar je het over hebt.’  70 Hij loochent dat ten overstaan van allen, en zegt: ik weet niet wat je zegt!  70. Mais lui nia devant tout le monde en disant: « Je ne sais pas ce que tu dis. »

King James Bible. [70] But he denied before them all, saying, I know not what thou sayest.
Luther-Bibel. 70 Er leugnete aber vor ihnen allen und sprach: Ich weiß nicht, was du sagst.

Tekstuitleg van Mt 26,70.

Mt 26,71 - Mt 26,71: 334. Verloochening van Petrus - Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,69 - Mt 26,70 - Mt 26,71 - Mt 26,72 - Mt 26,73 - Mt 26,74 - Mt 26,75 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:71 exelqonta de eis ton pulôna eiden auton allè kai legei tois ekei outos èn meta ièsou tou nazôraiou  71 exeunte autem illo ianuam vidit eum alia et ait his qui erant ibi et hic erat cum Iesu Nazareno  71 En toen hij wegging zag hem een andere, en ze zei aan hen die daar waren: “Die was met Jezus de Nazoreeër”.  71 En als hij naar de voorpoort uitging, zag hem een andere dienstmaagd, en zeide tot degenen, die aldaar waren: Deze was ook met Jezus den Nazarener.   [71] Hij ging naar het portaal en een andere slavin zag hem daar en ze zei tegen wie daar stonden: ‘Die man daar was bij Jezus de Nazoreeër.’   [71] Toen hij wilde weggaan naar het poortgebouw, zag een ander meisje hem. Ze zei tegen de omstanders: ‘Die man hoorde bij Jezus van Nazaret!’   71 Maar als hij naar buiten gaat, het portaal in, is er een ander meisje dat hem ziet en tot hen die daar zijn zegt: híj was met Jezus de Nazoreeër!   71. Comme il s'était retiré vers le porche, une autre le vit et dit à ceux qui étaient là: « Celui-là était avec Jésus le Nazôréen. »

King James Bible. [71] And when he was gone out into the porch, another maid saw him, and said unto them that were there, This fellow was also with Jesus of Nazareth.
Luther-Bibel. 71 Als er aber hinausging in die Torhalle, sah ihn eine andere und sprach zu denen, die da waren: Dieser war auch mit dem Jesus von Nazareth.

Tekstuitleg van Mt 26,71.

Mt 26,72 - Mt 26,72: 334. Verloochening van Petrus - Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,69 - Mt 26,70 - Mt 26,71 - Mt 26,72 - Mt 26,73 - Mt 26,74 - Mt 26,75 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:72 kai palin èrnèsato meta orkou oti ouk oida ton anqrôpon   72 et iterum negavit cum iuramento quia non novi hominem 72 En weer loochend& hij het, ditmaal met een eed: “Ik ken die mens niet!”   72 En hij loochende het wederom met een eed, zeggende: Ik ken den Mens niet.  [72] Opnieuw ontkende hij onder ede: ‘Ik ken die man niet.’   [72] En opnieuw ontkende hij en zwoer: ‘Echt, ik ken de man niet!’   72 Wéér loochent hij dat, met een bezwering: ik heb geen weet van die mens!  72. Et de nouveau il nia avec serment: « Je ne connais pas cet homme. »

King James Bible. [72] And again he denied with an oath, I do not know the man.
Luther-Bibel. 72 Und er leugnete abermals und schwor dazu: Ich kenne den Menschen nicht.

Tekstuitleg van Mt 26,72.

Mt 26,73 - Mt 26,73: 334. Verloochening van Petrus - Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,69 - Mt 26,70 - Mt 26,71 - Mt 26,72 - Mt 26,73 - Mt 26,74 - Mt 26,75 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:73 meta mikron de proselqontes oi estôtes eipon tô petrô alèqôs kai su ex autôn ei kai gar è lalia sou dèlon se poiei   73 et post pusillum accesserunt qui stabant et dixerunt Petro vere et tu ex illis es nam et loquella tua manifestum te facit   73 Een beetje later nu naderden zij die daar stonden (en) zeiden aan Petrus: “Waarlijk, ook jij bent een van hen, want ook je spraak maakt je kenbaar”.  73 En een weinig daarna, die er stonden, bijkomende, zeiden tot Petrus: Waarlijk, gij zijt ook van die, want ook uw spraak maakt u openbaar.  [73] Na een tijdje kwamen de omstanders dichterbij en zeiden tegen Petrus: ‘Inderdaad, jij hoort ook bij hen; trouwens, jouw spraak verraadt je.’  [73] Even later kwamen de omstanders naar Petrus toe, ze zeiden: ‘Jij bent wel degelijk een van hen, trouwens, je accent verraadt je.’   73 Even later komen de omstanders naar hem toe en zeggen tot Petrus: wel waar, ook jij bent één van hen, want ook je praat verraadt je!  73. Peu après, ceux qui se tenaient là s'approchèrent et dirent à Pierre: « Sûrement, toi aussi, tu en es: et d'ailleurs ton langage te trahit. »

King James Bible. [73] And after a while came unto him they that stood by, and said to Peter, Surely thou also art one of them; for thy speech bewrayeth thee.
Luther-Bibel. 73 Und nach einer kleinen Weile traten hinzu, die da standen, und sprachen zu Petrus: Wahrhaftig, du bist auch einer von denen, denn deine Sprache verrät dich.

Tekstuitleg van Mt 26,73.

Mt 26,74 - Mt 26,74: 334. Verloochening van Petrus - Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,69 - Mt 26,70 - Mt 26,71 - Mt 26,72 - Mt 26,73 - Mt 26,74 - Mt 26,75 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:74 tote èrxato kataqematizein kai omnuein oti ouk oida ton anqrôpon kai euqeôs alektôr efônèsen   74 tunc coepit detestari et iurare quia non novisset hominem et continuo gallus cantavit  74 Toen begon hij zich te vervloeken en te zweren: “ik ken die mens niet!” En aanstonds kraaide een haan.  74 Toen begon hij zich te vervloeken, en te zweren: Ik ken den Mens niet.   [74] Toen begon hij te vloeken en te zweren: ‘Ik ken die man niet.’ En meteen kraaide er een haan.   [74] Daarop begon hij te vloeken en hij bezwoer hun: ‘Ik ken die man niet!’ En meteen kraaide er een haan.  74 Dan begint hij te vloeken en te zweren ‘ik heb geen weet van die mens!’ En meteen kraait er een haan   74. Alors il se mit à jurer avec force imprécations: « Je ne connais pas cet homme. » Et aussitôt un coq chanta.

King James Bible. [74] Then began he to curse and to swear, saying, I know not the man. And immediately the cock crew.
Luther-Bibel. 74 Da fing er an, sich zu verfluchen und zu schwören: Ich kenne den Menschen nicht. Und alsbald krähte der Hahn.

Tekstuitleg van Mt 26,74.

èrxato (hij begon). Verwijzing: èrxato (hij begon), zie Mc 1,45. Aorist derde persoon enkelvoud van het werkwoord archomai (beginnen). Het komt in de bijbel in zesenzeventig verzen voor. In vijfendertig verzen in het O.T.. In eenenveertig verzen in het N.T. In zeven verzen bij Matteüs: (1) Mt 4,17. (2) Mt 11,7. (3) Mt 11,20. (4) Mt 16,21. (5) Mt 16,22. (6) Mt 26,37. (7) Mt 26,74. In vijf verzen is Jezus onderwerp, in twee verzen Petrus. In vier verzen wordt èrxato (hij begon) voorafgegaan door tote (dan ; apo tote: vanaf dan).

1. Jezus 2. Jezus 3. Jezus 4. Jezus 5. Petrus 6. Jezus 7. Petrus
Mt 4,17 Mt 11,7 Mt 11,20 Mt 16,21 Mt 16,22 Mt 26,37 Mt 26,74
apo tote (van dan af)   Tote (dan) apo tote (van dan af)     Tote (dan)
èrxato (begon) èrxato (begon) èrxato (begon hij ) èrxato (begon) èrxato (begon hij ) èrxato (begon hij ) èrxato (begon hij )
ho Ièsous (Jezus) ho Ièsous (Jezus)   ho Ièsous (Jezus)      
kèrussein kai legein (te verkondigen en te zeggen) legein (te zeggen) oneidizein (te misprijzen) tas poleis (de steden) deiknuein (aan te duiden) epitiman autôi lupeisthai (bedroefd te worden) katathematizein (te negeren)
21. Begin van Jezus'optreden in Galilea: Mc 1,14-15 - Mt 4,12-17 - Lc 4,14-15 88. Jezus'getuigenis over Johannes de Doper: Lc 7,24-28 - Mt 11,7-11  91. Weespreuken over Chorazin, Betsaïda en Kafarnaüm:Mt 11,20-24 - Lc 10,13-15 163. Eerste lijdensvoorspelling: Mc 8,31-32 - Mt 16,21 - Lc 9,22 164. Berisping van Petrus: Mc 8,32-33 - Mt 16,22-23 329. Jezus in Getsemane: Mc 14,32-42 - Mt 26,36-46 - Lc 22,40-46 334. Verloochening van Petrus: Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62

 

Mt 26,75 - Mt 26,75: 334. Verloochening van Petrus - Mc 14,66-72 - Mt 26,69-75 - Lc 22,56-62 - bijbeloverzicht -- Mt (Matteüs) -- bijbelverwijzingen -- Mt 26 -- Mt 26,69 - Mt 26,70 - Mt 26,71 - Mt 26,72 - Mt 26,73 - Mt 26,74 - Mt 26,75 -
Griekse tekst Vulgaat Synopsis Statenvertaling Willibrordvertaling Nieuwe vertaling (2005) Naardense bijbel Bible de Jérusalem
26:75 kai emnèsqè o petros tou rèmatos ièsou eirèkotos oti prin alektora fônèsai tris aparnèsè me kai exelqôn exô eklausen pikrôs 75 et recordatus est Petrus verbi Iesu quod dixerat priusquam gallus cantet ter me negabis et egressus foras ploravit amare   75 En Petrus herinnerde zich het woord van Jezus die gezegd had’: “Vóór een haan kraait zul je me driemaal verloochenen”. En hij ging weg naar buiten (en) weende bitter.  75 En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.   [75] Petrus herinnerde zich wat Jezus gezegd had: ‘Voordat de haan kraait, zul je Me drie keer verloochenen.’ Hij ging naar buiten en huilde bittere tranen.  [75] Toen herinnerde Petrus zich wat Jezus gezegd had: ‘Voordat er een haan gekraaid heeft, zul je mij driemaal verloochenen.’ Hij ging naar buiten en huilde bitter.  75 en herinnert Petrus zich de uitspraak van Jezus waarin hij heeft gezegd ‘voordat er een haan kraait zul je me driemaal verloochenen!’ En buitengekomen huilt hij bitter.   75. Et Pierre se souvint de la parole que Jésus avait dite: « Avant que le coq chante, tu m'auras renié trois fois. » Et, sortant dehors, il pleura amèrement. 

King James Bible. [75] And Peter remembered the word of Jesus, which said unto him, Before the cock crow, thou shalt deny me thrice. And he went out, and wept bitterly.
Luther-Bibel. 75 Da dachte Petrus an das Wort, das Jesus zu ihm gesagt hatte: Ehe der Hahn kräht, wirst du mich dreimal verleugnen. Und er ging hinaus und weinte bitterlich.

Tekstuitleg van Mt 26,75.


1 et factum est cum consummasset Iesus sermones hos omnes dixit discipulis suis 2 scitis quia post biduum pascha fiet et Filius hominis tradetur ut crucifigatur 3 tunc congregati sunt principes sacerdotum et seniores populi in atrium principis sacerdotum qui dicebatur Caiaphas 4 et consilium fecerunt ut Iesum dolo tenerent et occiderent 5 dicebant autem non in die festo ne forte tumultus fieret in populo 6 cum autem esset Iesus in Bethania in domo Simonis leprosi 7 accessit ad eum mulier habens alabastrum unguenti pretiosi et effudit super caput ipsius recumbentis 8 videntes autem discipuli indignati sunt dicentes ut quid perditio haec 9 potuit enim istud venundari multo et dari pauperibus 10 sciens autem Iesus ait illis quid molesti estis mulieri opus bonum operata est in me 11 nam semper pauperes habetis vobiscum me autem non semper habetis 12 mittens enim haec unguentum hoc in corpus meum ad sepeliendum me fecit 13 amen dico vobis ubicumque praedicatum fuerit hoc evangelium in toto mundo dicetur et quod haec fecit in memoriam eius 14 tunc abiit unus de duodecim qui dicitur Iudas Scarioth ad principes sacerdotum 15 et ait illis quid vultis mihi dare et ego vobis eum tradam at illi constituerunt ei triginta argenteos 16 et exinde quaerebat oportunitatem ut eum traderet 17 prima autem azymorum accesserunt discipuli ad Iesum dicentes ubi vis paremus tibi comedere pascha 18 at Iesus dixit ite in civitatem ad quendam et dicite ei magister dicit tempus meum prope est apud te facio pascha cum discipulis meis 19 et fecerunt discipuli sicut constituit illis Iesus et paraverunt pascha 20 vespere autem facto discumbebat cum duodecim discipulis 21 et edentibus illis dixit amen dico vobis quia unus vestrum me traditurus est 22 et contristati valde coeperunt singuli dicere numquid ego sum Domine 23 at ipse respondens ait qui intinguit mecum manum in parapside hic me tradet 24 Filius quidem hominis vadit sicut scriptum est de illo vae autem homini illi per quem Filius hominis traditur bonum erat ei si natus non fuisset homo ille 25 respondens autem Iudas qui tradidit eum dixit numquid ego sum rabbi ait illi tu dixisti 26 cenantibus autem eis accepit Iesus panem et benedixit ac fregit deditque discipulis suis et ait accipite et comedite hoc est corpus meum 27 et accipiens calicem gratias egit et dedit illis dicens bibite ex hoc omnes 28 hic est enim sanguis meus novi testamenti qui pro multis effunditur in remissionem peccatorum 29 dico autem vobis non bibam amodo de hoc genimine vitis usque in diem illum cum illud bibam vobiscum novum in regno Patris mei


- Hebreeuwse tekst OF modern Hebreeuws NT


- Targum Onkelos


- Griekse tekst - Septuaginta

1?a? ????et? ?te ?t??ese? ? ??s??? p??ta? t??? ?????? t??t???, e?pe? t??? µa??ta?? a?t??, 2??date ?t? µet? d?? ?µ??a? t? p?s?a ???eta?, ?a? ? ???? t?? ?????p?? pa?ad?d?ta? e?? t? sta??????a?. 3??te s??????sa? ?? ????e?e?? ?a? ?? p?esß?te??? t?? ?a?? e?? t?? a???? t?? ????e???? t?? ?e??µ???? ?a??fa, 4?a? s??eß???e?sa?t? ??a t?? ??s??? d??? ??at?s?s?? ?a? ?p??te???s??: 5??e??? d?, ?? ?? t? ???t?, ??a µ? ????ß?? ????ta? ?? t? ?a?. 6??? d? ??s?? ?e??µ???? ?? ???a??? ?? ????? S?µ???? t?? ?ep???, 7p??s???e? a?t? ???? ????sa ???ßast??? µ???? ßa??t?µ?? ?a? ?at??ee? ?p? t?? ?efa??? a?t?? ??a?e?µ????. 8?d??te? d? ?? µa??ta? ??a???t?sa? ?????te?, ??? t? ? ?p??e?a a?t?; 9?d??at? ??? t??t? p?a???a? p????? ?a? d????a? pt?????. 10????? d? ? ??s??? e?pe? a?t???, ?? ??p??? pa???ete t? ???a???; ????? ??? ?a??? ????sat? e?? ?µ?: 11p??t?te ??? t??? pt????? ??ete µe?' ?a?t??, ?µ? d? ?? p??t?te ??ete: 12ßa???sa ??? a?t? t? µ???? t??t? ?p? t?? s?µat?? µ?? p??? t? ??taf??sa? µe ?p???se?. 13?µ?? ???? ?µ??, ?p?? ??? ??????? t? e?a??????? t??t? ?? ??? t? ??sµ?, ?a????seta? ?a? ? ?p???se? a?t? e?? µ??µ?s???? a?t??. 14??te p??e??e?? e?? t?? d?de?a, ? ?e??µe??? ???da? ?s?a???t??, p??? t??? ????e?e?? 15e?pe?, ?? ???et? µ?? d???a? ???? ?µ?? pa?ad?s? a?t??; ?? d? ?st?sa? a?t? t??????ta ??????a. 16?a? ?p? t?te ???te? e??a???a? ??a a?t?? pa?ad?. 17?? d? p??t? t?? ???µ?? p??s????? ?? µa??ta? t? ??s?? ?????te?, ??? ???e?? ?t??µ?s?µ?? s?? fa?e?? t? p?s?a; 18? d? e?pe?, ?p??ete e?? t?? p???? p??? t?? de??a ?a? e?pate a?t?, ? d?d?s?a??? ???e?, ? ?a???? µ?? ????? ?st??: p??? s? p??? t? p?s?a µet? t?? µa??t?? µ??. 19?a? ?p???sa? ?? µa??ta? ?? s???ta?e? a?t??? ? ??s???, ?a? ?t??µasa? t? p?s?a. 20???a? d? ?e??µ???? ????e?t? µet? t?? d?de?a. 21?a? ?s????t?? a?t?? e?pe?, ?µ?? ???? ?µ?? ?t? e?? ?? ?µ?? pa?ad?se? µe. 22?a? ??p??µe??? sf?d?a ???a?t? ???e?? a?t? e?? ??ast??, ??t? ??? e?µ?, ????e; 23? d? ?p?????e?? e?pe?, ? ?µß??a? µet' ?µ?? t?? ?e??a ?? t? t??ß??? ??t?? µe pa?ad?se?. 24? µ?? ???? t?? ?????p?? ?p??e? ?a??? ????apta? pe?? a?t??, ??a? d? t? ?????p? ??e??? d?' ?? ? ???? t?? ?????p?? pa?ad?d?ta?: ?a??? ?? a?t? e? ??? ??e????? ? ?????p?? ??e????. 25?p?????e?? d? ???da? ? pa?ad?d??? a?t?? e?pe?, ??t? ??? e?µ?, ?aßß?; ???e? a?t?, S? e?pa?. 26?s????t?? d? a?t?? ?aß?? ? ??s??? ??t?? ?a? e?????sa? ???ase? ?a? d??? t??? µa??ta?? e?pe?, ??ßete f??ete, t??t? ?st?? t? s?µ? µ??. 27?a? ?aß?? p?t????? ?a? e??a??st?sa? ?d??e? a?t??? ?????, ??ete ?? a?t?? p??te?, 28t??t? ??? ?st?? t? a?µ? µ?? t?? d?a????? t? pe?? p????? ???????µe??? e?? ?fes?? ?µa?t???. 29???? d? ?µ??, ?? µ? p?? ?p' ??t? ?? t??t?? t?? ?e??µat?? t?? ?µp???? ??? t?? ?µ??a? ??e???? ?ta? a?t? p??? µe?' ?µ?? ?a???? ?? t? ßas??e?? t?? pat??? µ??. 30?a? ?µ??sa?te? ??????? e?? t? ???? t?? ??a???. 31??te ???e? a?t??? ? ??s???, ???te? ?µe?? s?a?da??s??ses?e ?? ?µ?? ?? t? ???t? ta?t?, ????apta? ???, ?at??? t?? p??µ??a, ?a? d?as???p?s??s??ta? t? p??ßata t?? p??µ???: 32µet? d? t? ??e????a? µe p????? ?µ?? e?? t?? Ga???a?a?. 33?p?????e?? d? ? ??t??? e?pe? a?t?, ?? p??te? s?a?da??s??s??ta? ?? s??, ??? ??d?p?te s?a?da??s??s?µa?. 34?f? a?t? ? ??s???, ?µ?? ???? s?? ?t? ?? ta?t? t? ???t? p??? ????t??a f???sa? t??? ?pa???s? µe. 35???e? a?t? ? ??t???, ??? d?? µe s?? s?? ?p??a?e??, ?? µ? se ?pa???s?µa?. ?µ???? ?a? p??te? ?? µa??ta? e?pa?. 36??te ???eta? µet' a?t?? ? ??s??? e?? ?????? ?e??µe??? Ge?s?µa??, ?a? ???e? t??? µa??ta??, ?a??sate a?t?? ??? [??] ?pe???? ??e? p??se???µa?. 37?a? pa?a?aß?? t?? ??t??? ?a? t??? d?? ????? ?eßeda??? ???at? ??pe?s?a? ?a? ?d?µ??e??. 38t?te ???e? a?t???, ?e????p?? ?st?? ? ???? µ?? ??? ?a??t??: µe??ate ?de ?a? ??????e?te µet' ?µ??. 39?a? p??e???? µ????? ?pese? ?p? p??s?p?? a?t?? p??se???µe??? ?a? ?????, ??te? µ??, e? d??at?? ?st??, pa?e???t? ?p' ?µ?? t? p?t????? t??t?: p??? ??? ?? ??? ???? ???' ?? s?. 40?a? ???eta? p??? t??? µa??t?? ?a? e???s?e? a?t??? ?a?e?d??ta?, ?a? ???e? t? ??t??, ??t?? ??? ?s??sate µ?a? ??a? ???????sa? µet' ?µ??; 41??????e?te ?a? p??se??es?e, ??a µ? e?s????te e?? pe??asµ??: t? µ?? p?e?µa p????µ?? ? d? s??? ?s?e???. 42p???? ?? de?t???? ?pe???? p??s???at? ?????, ??te? µ??, e? ?? d??ata? t??t? pa?e??e?? ??? µ? a?t? p??, ?e????t? t? ????µ? s??. 43?a? ????? p???? e??e? a?t??? ?a?e?d??ta?, ?sa? ??? a?t?? ?? ?f?a?µ?? ßeßa??µ????. 44?a? ?fe?? a?t??? p???? ?pe???? p??s???at? ?? t??t?? t?? a?t?? ????? e?p?? p????. 45t?te ???eta? p??? t??? µa??t?? ?a? ???e? a?t???, ?a?e?dete [t?] ???p?? ?a? ??apa?es?e; ?d?? ?????e? ? ??a ?a? ? ???? t?? ?????p?? pa?ad?d?ta? e?? ?e??a? ?µa?t????. 46??e??es?e, ???µe?: ?d?? ?????e? ? pa?ad?d??? µe. 47?a? ?t? a?t?? ?a????t?? ?d?? ???da? e?? t?? d?de?a ???e? ?a? µet' a?t?? ????? p???? µet? µa?a???? ?a? ????? ?p? t?? ????e???? ?a? p?esß?t???? t?? ?a??. 48? d? pa?ad?d??? a?t?? ?d??e? a?t??? s?µe??? ?????, ?? ?? f???s? a?t?? ?st??: ??at?sate a?t??. 49?a? e????? p??se???? t? ??s?? e?pe?, ?a??e, ?aßß?: ?a? ?atef???se? a?t??. 50? d? ??s??? e?pe? a?t?, ?ta??e, ?f' ? p??e?. t?te p??se????te? ?p?ßa??? t?? ?e??a? ?p? t?? ??s??? ?a? ????t?sa? a?t??. 51?a? ?d?? e?? t?? µet? ??s?? ??te??a? t?? ?e??a ?p?spase? t?? µ??a??a? a?t?? ?a? pat??a? t?? d????? t?? ????e???? ?fe??e? a?t?? t? ?t???. 52t?te ???e? a?t? ? ??s???, ?p?st?e??? t?? µ??a???? s?? e?? t?? t?p?? a?t??, p??te? ??? ?? ?aß??te? µ??a??a? ?? µa?a??? ?p?????ta?. 53? d??e?? ?t? ?? d??aµa? pa?a?a??sa? t?? pat??a µ??, ?a? pa?ast?se? µ?? ??t? p?e?? d?de?a ?e????a? ???????; 54p?? ??? p??????s?? a? ??afa? ?t? ??t?? de? ?e??s?a?; 55?? ??e??? t? ??? e?pe? ? ??s??? t??? ??????, ?? ?p? ??st?? ?????ate µet? µa?a???? ?a? ????? s???aße?? µe; ?a?' ?µ??a? ?? t? ?e?? ??a?e??µ?? d?d?s??? ?a? ??? ???at?sat? µe. 56t??t? d? ???? ?????e? ??a p??????s?? a? ??afa? t?? p??f?t??. ??te ?? µa??ta? p??te? ?f??te? a?t?? ?f????. 57?? d? ??at?sa?te? t?? ??s??? ?p??a??? p??? ?a??fa? t?? ????e??a, ?p?? ?? ??aµµate?? ?a? ?? p?esß?te??? s??????sa?. 58? d? ??t??? ???????e? a?t? ?p? µa????e? ??? t?? a???? t?? ????e????, ?a? e?se???? ?s? ?????t? µet? t?? ?p??et?? ?de?? t? t????. 59?? d? ????e?e?? ?a? t? s???d???? ???? ???t??? ?e?d?µa?t???a? ?at? t?? ??s?? ?p?? a?t?? ?a?at?s?s??, 60?a? ??? e???? p????? p??se????t?? ?e?d?µa?t????. ?ste??? d? p??se????te? d?? 61e?pa?, ??t?? ?f?, ???aµa? ?ata??sa? t?? ?a?? t?? ?e?? ?a? d?? t???? ?µe??? ????d?µ?sa?. 62?a? ??ast?? ? ????e?e?? e?pe? a?t?, ??d?? ?p??????; t? ??t?? s?? ?ataµa?t????s??; 63? d? ??s??? ?s??pa. ?a? ? ????e?e?? e?pe? a?t?, ???????? se ?at? t?? ?e?? t?? ???t?? ??a ?µ?? e?p?? e? s? e? ? ???st?? ? ???? t?? ?e??. 64???e? a?t? ? ??s???, S? e?pa?: p??? ???? ?µ??, ?p' ??t? ??es?e t?? ???? t?? ?????p?? ?a??µe??? ?? de???? t?? d???µe?? ?a? ????µe??? ?p? t?? ?efe??? t?? ???a???. 65t?te ? ????e?e?? d??????e? t? ?µ?t?a a?t?? ?????, ?ß?asf?µ?se?: t? ?t? ??e?a? ???µe? µa?t????; ?de ??? ????sate t?? ß?asf?µ?a?: 66t? ?µ?? d??e?; ?? d? ?p???????te? e?pa?, ?????? ?a??t?? ?st??. 67??te ???pt?sa? e?? t? p??s?p?? a?t?? ?a? ?????f?sa? a?t??, ?? d? ???p?sa? 68?????te?, ???f?te?s?? ?µ??, ???st?, t?? ?st?? ? pa?sa? se; 69? d? ??t??? ?????t? ??? ?? t? a???: ?a? p??s???e? a?t? µ?a pa?d?s?? ?????sa, ?a? s? ?s?a µet? ??s?? t?? Ga???a???. 70? d? ????sat? ?µp??s?e? p??t?? ?????, ??? ??da t? ???e??. 71??e????ta d? e?? t?? p????a e?de? a?t?? ???? ?a? ???e? t??? ??e?, ??t?? ?? µet? ??s?? t?? ?a???a???. 72?a? p???? ????sat? µet? ????? ?t? ??? ??da t?? ?????p??. 73µet? µ????? d? p??se????te? ?? ?st?te? e?p?? t? ??t??, ?????? ?a? s? ?? a?t?? e?, ?a? ??? ? ?a??? s?? d???? se p??e?. 74t?te ???at? ?ata?eµat??e?? ?a? ?µ??e?? ?t? ??? ??da t?? ?????p??. ?a? e????? ????t?? ?f???se?. 75?a? ?µ??s?? ? ??t??? t?? ??µat?? ??s?? e?????t?? ?t? ???? ????t??a f???sa? t??? ?pa???s? µe: ?a? ??e???? ??? ???a?se? p?????.  


- Aramees - Peshitta


- Vulgata


- Statenvertaling


- Willibrordvertaling


- De Nieuwe Bijbelvertaling


- De Naardense bijbel


- Bible de Jérusalem


- King James Bible


- Luther Bibel


- Arabisch


- Structuur


- Taalgebruik

- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -


- Commentaar