SEPTUAGINTA TAALGEBRUIK F
Deze websitepagina is een onderdeel van de website van Arseen De Kesel : http://www.interlevensbeschouwelijk.be/index.html.


- bijbeloverzicht per pericope - bijbeloverzicht per vers - bijbeloverzicht : liturgisch gebruik - bijbeloverzicht : woordgebruik -- A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X -Y - Z -- bijbeloverzicht : commentaar -


- fainô (schijnen, verschijnen) . fainô (schijnen, verschijnen) . Taalgebruik in de LXX : fainô (schijnen, verschijnen) . Taalgebruik in het NT : fainô (schijnen, verschijnen) . Indogerm. stam bha . Ook verwantschap tussen Hebr. pânîm (aangezicht) en fainô = schijnen . Lat. facies . Fr. la face . E. face . Ned. aangezicht, aanschijn.
- pass. ind. fut. 3de pers. enk. fanèsetai (hij zal verschijnen) . Bijbel (3) : (1) Js 32,2 . (2) Js 60,2 . (3) Mt 24,30 . Een vorm van fainô (schijnen, verschijnen) in de LXX (66) , in het NT (31) .

fèmi (spreken) . Stam fa- . L. infans , -ntis , mv. infantes : bestaande uit : in = niet en fans : sprekende ; samen : , niet-sprekende , kind , baby . Fr. en-fant .